Go back

Wilde Eeuwen, het begin: aflevering 1

45m 24s

Wilde Eeuwen, het begin: aflevering 1

Deze week hoor je in NRC Vandaag onze serie Wilde eeuwen, het begin. Een van de verhalende series die we dit jaar maakten: perfect voor tijdens de dagen rond Kerst.Het is 50.000 jaar geleden. Seddi staat trots voor haar grote tekening van een wrattenzwijn, diep in een grot op Sulawesi. Zal het zwijn haar volk helpen te overleven?  Heeft u vragen, suggesties of ideeën over onze journalistiek? Mail dan naar onze redactie via [email protected] deze aflevering is onder meer gebruikt gem...

Transcription

5836 Words, 34656 Characters

Een speech geven aan je 20 medewerkers en dan weer een verhaaltje aan je twee kinderen. Als ondernemer lopen werk en privé vaken elkaar over, ook financiële. Onze experts bieden je overzicht, zakelijk en privé. Plannen persoonlijk gesprek op abn-n-amro.nl/ vooruitkijken voor ieder begin, abn-n-amro. Deze week is er vanwege kerst geen reguliere vandaag. Dus blikken we terug, terug op een javere in NSH ook meerdere verhalende syrries maakten. Zoals, op de programma, ook op de volgende geval. Zoals, op de geval. Dit is ons land of ze noemen haar de kootmodder. En we maakten het tweede seizoen van wilde eeuwen. Een serie waarin je wordt meegenomen naar het begin van de geschiedenis. En daar ga je nu naar luisteren. Sedi is tevreden. Hij maakt de lichaam is plakkerig van de gemalen ocher. haar mond smaakt naar ijzer, van haar vingers eruit het spullen in haar ogen. De hoot moeg zijn haar, maar van het werken boven haar hoofd. haar rug is geputzt van het lichaam. En hij zit bloed op haar voet. Leelijk heeft ze zich gestoot in deze donkere groot. Maar het maakt niet uit. In het plakkerende licht van drie lampjes met brandend farkesvett, kijk ze naar de rotsplafond, waarop ze al die tijd heeft lichaam tekenen. Onhandig. Half op een uitstekende rots en half op een wankelplatformje van Bamboel. Maar nu valt een last van haar af, want dit werk is af. Her grote werk, dat haar volks al helpen te overleven. Hierdoor zullen haar verhalen blijven bestaan. Op het rotsplafond heeft ze een groot roodvrattesvijn geschilderd. Een meter breed, ze tekenen hem trots, met ze neus hem hoog. Dat heerlijke sterk is wijn. Dat hier overal op het eiland rondscharelt in vrugbare bossen. Het vlees voeten kinderen en door de kracht van het beest kunnen de jagers hun moed laten zien. Ze raakt even haar ketting aan, van hoekdanden van zuin. Ze draagt die al sinds haar vroege jeugd. Een geschenk was het van haar grootvader. Het is de troffee van zijn eerste jachtpartijen bij de eiland. Dat heeft hij haar verteld. Een aandenk is het, van de dacht dat het zwijn hun geestesdier is geworden. Een totem. Her grootvader was bijna nog een kind, toen ze als tranquilingen aanspoeld op het nieuwe land. De zwijnen waren hun redding. Fairweg zijn we hier. En vooral lang geleden. 53.000 jaar geleden. Zo oud is de oudsbekende figurative tekening te wereld. Die onlangs de archeologen we teruggevonden in de karampoongrot. In het zuiden van het eiland Sulewezi in Indonesië. 30 meter deep de grotten. Dit is wilde eeuwen het begint op kast van energie. Over hoe menselijke verbeeldingskrap al lang geleden zichbaar werd, over hoe beschaving ontstond en mensen de wereld naar hun hand gienen zitten. Over rotstekenaards en iandertalers, over landbouwuitvinders en shamanen, over tigters en oer oude verhalen van Sulewezi tot barien. Zes aflevering, over het begin van geschiedenis, waarin ik en de gespeering vertellen dat onze verre voorouders echt geen hulpbelozen stumpen zwaar. En dan vrijwel, alles wat ons tot mensen maakt over een schrikkeld lang bestaat. Dit stil één, waarom Sede varken schildert in een grot. Hij heeft Sede echt bestaan. Ja, maar het is bijzonder onwaarschijnlijk dat ze echt zetdeheten. Nr. 1 betekent dat in het Bazaoekie één van de talen die nu op Zuid Sulewezi wordt gesproken. Wel waarschijnlijk is dat deze persoon, hoezoek heten, teel was van een groep rondrekende jagers verzamelaars. Iedereen is jager verzamelaar in deze oevertijd. Landbouw is er nog lang niet. En iedereen leeft een relatief kleine groepen van twintig, vijftig, hoog uit een paar honderd mensen. Die rondtrekken om te jagen en te zoeken naar wortels en knollen. Vrijwel zeker, de schrikken al deze mensen ook over taal, precies zoals wij, maar welke taal daarover is geen zin geworden te zeggen. En was die teken aan nou een man of een vrouw, of een kind misschien ook onbekend? Zeker is dat iemand rond 53.000 jaar geleden die karampooanggrotets binnengaan. En die persoon heeft daar zeker een groot wiltzwijn op het plafond geschilderd. Het sfein is er nog steeds te zien, ontdekt een team van argyologen. Ze analyseren en dat terden het zo vuldig. Het bleekte, ouds bekende tekening ter wereld. Ligend in het donker, in wat nu helemaal haar groptes geworden, verget zeddiët zweed van haar voorhoofd. Daardoor wordt ze nog viezer, stuurnaar tekening. Bij het grote rodenswijn heeft ze drie kleine menselijke vergeurige tekenen. Halve everswijn, halve mens, soort vier voertitjes. Die moeten de leiders voorstellen, waarover een grootvaard vertelde. De leiders, die samen met de magier haar volk hebben geleid, dat dit reiken eiland. De magier was één van de andere. Dat zijn vreemde grote mensen die nog altijd verder op op het eiland leven. Ziz' er ooit wel eens geweest met haar grootvaarder. Of is die kennismaakking een droog geweest? Nou en, zijn de verhalen, daar gaat het om. Het zwijn komt ook in zoveel andere valen vonden, bijvoorbeeld als het oerzwijn. Dat alle mensen heeft geschapen door hard tegen een oerbond stoten. Zeddi's zucht als ze dan denkt, dat was haar lievelingsverhalers kind. Hoe in het eerste woud te wereld een enorme everswijn, één voor één de boomen aan stoot. En uit iedere boom waar het tegen stoot, kruipt daar een ander dier. Het waald u het eindeloos, avondelang gaat het door, als het wordt verteld bij het vuur. Want iedere dier opnieuw leeft de avontuur voor dat het everswijn weer verder gaat, naar de volgende boom. Zo leerden ze alle eigenschappen van de dier in het bos. En de mensen boom is het laatst. Twee pantas willen verhinderen dat het zwijn die boomen aan stoot. Want pantas zijn de bitterste veianden van de mens. Maar in het verhaal worden de roofdieren van kundig afgeslacht door het everswijn. Zijn slachtanden worden rood van het bloed. In dat pante bloed komen de mensen dan als nog tot leven. Dat par, en geweldade. Op 1 heeft Zeddi een ingeving. Misschien zit het everswijn hetzelfde zwijnen als de maagier. Her groot vader had ook wel eens zowiedsgezegd. Is het zwijnen dan altijd al beschermen van de mens geweest? De fonds van deze verbluffende oude zwijnen tekening, diep in de duisternis van een indoneesische grot, vormde in 2024 de kron op een lange reeksondekkingen en dateringen van rotstekening in Zuid-Oste Asia. Op Sula-Wesie, maar ook op Borneo, 30, 40 en nu zelfs ruim 50.000 jaar oud. De reeks heeft de wetenschap van de prehistoryse kunst op zijn koppig zet. Want niet west de Europa, zoals 150 jaar lang werd gedacht, maar indoneesie lijkt de oudste tekeningen te herbergen. Figuritieve tekeningen in Europa zijn nog weer 35.000 jaar oud. En er zijn kleine beeltjes gevonden van encore 40.000 jaar oud. Een leeuwemann, indrukwekkende vrouwenverguren, die zwanger lijken en een mooi vogelbeeltje. Maar dit zwijnen van Sula-Wesie heeft 53.000 jaar op de teller. En er zal nog meer aan komen. Veel prehistoryse Zuid-Oste Asiaatische rotstekunst is nog helemaal niet van een datering voorzien. Ook in de karmpoongroot zijn nog veel andere tekeningen te vinden, die nog niet zijn onderzocht. En opvalend is, deze indoneesie tekeningen lijken op die uit Europa. Zoals de onderzoekers zeggen, het lijkt wel één artistieke traditie, die dus kendelijk over vele duizende jaren en vele duizende kilometers stand kan houden. Heel intrigerend, grote dierenverguren waren op beide plekken belangrijke onderwerpen. Maar er zijn meer overeenkomsten. Dat 40.000 jaar oud een leeuwemann beeldje uit Europa is een magische mengeling van mensen dier. En ook op Borneo en Sula-Wesie worden tekeningen gevonden van dergelijke magische mensen diermengsels. Wel lijkt het erop dat de Borneo en Sula-Wesie iets meer menselijke vergeuren worden getekend. Alleen niemand precies waarom, niet als hoofdvergeur, maar vaak als bijvergeur. Terwijl in Europa worden vaak losdieren afgebeeld, soms een heel tablo van dieren, maar vrijwel altijd zonder mensen. Wat precies te betekend is was, van al die afbeeldingen, sowieso moeilijk terug te halen. Maar dat er in de Indonesische grote vaak mensen worden afgebeeld, heeft wel een interessant effect. Want is Sula-Wesie? Is het door die evidente interactie tussen mensen dier om mogelijk om niet aanvalen te denken? Maar welke valen? Onge twijfelt iets met een zuin. En op andere tekeningen is ook vaak een hebt afgebeeld. Typische jachtzijn is lijkend het niet. Wat kan het zijn? Welkom in de prehistorie, waarvan de wetenschap echt ons zetend weinig weet. Ja, we hebben hier op Sula-Wesie deze grotekeningen en uit iets later tijd ook werktuigen, kralen, hangertjes van dieren, tanden en grote veleden ooken. En er zijn menselijke skeletrester gevonden van 25.000 jaar oud. En dat is het wel. In het rijkere en veel beter onderzocht in Europa is veel meer opgegraven. Maar zelfs daar blijft de heel veel onbekend. Verhalen zijn waarschijnlijk de oudste vorm van kennis van de mensheid. En nog altijd zijn mensen intensen verhaalwesens. Wie goed oplet ziet dat we nog steeds van vrijwel alles in verhaal maken. Van onze persoonlijke, van onze leven, van onze kinderen, van de familie, van onze vrienden en van de hele wereld om te zijn. Anders kunnen we het allemaal nauwelijks begrijpen. En wat sedied, toen ik hier nu eigenlijk ook zelf, voorstellingen vertellen, die in mijn hoofd leven, om het kale verhaal van de prehistorie een beetje aan te kleden met vlesenbloed. En verhalen van jarense samelaars hebben vaak ook een morele bodenschap. Hoe moeten mensen met elkaar omgaan, wat is goed, wat is fout. Maar het verhaal dat ik hier nu vertel, is gebaseerd op iets anders. Niet op mitte logie, of op de kennis van wat je allemaal met dieren kan doen, en ook niet op basis van door vertelde familievaalen. Dit is zo veel en zo voldig mogelijk gebaseerd op wetenschap, en zonder morele bodenschap. Ik probeer de kare gewetenschappelijke rekonstrukstie van dit verre verleden een beetje aan te kleden. Op basis van de anthropologie, van het leven van jarense samelaars, op basis van de archeologie, van werktuigen en prehistorische kunst, en natuurlijk op basis van de tegenwoordige enorm geavalseerde paleogenetika van de verschillende mensen soorten die in deze tijd nog overal ontlopen. En zelfs heb ik gekeken naar de nogal wankele wetenschappelijke pogingen om de oudste verhalen en mietes van de mensheid te rekonstrueren. En de bittere waardheid is natuurlijk dat iedere rekonstrukstie van het verleden hachelijk is. En hoe langer geleden, hoe minder we weten, en sowieso weten we dan ook nog, vrijwel niks echt zeker. En als je er dan ook nog een verhaal bij maakt, zoals ik nu doe, is misschien wel de belangrijkste vraag. Zijn deze mensen van lang geleden eigenlijk wel zoals wij? Kunnen we ons in hun inleven? Anders gezegd hoe broed zijn ze? Het is af. Als Zeddie te zijn oogharen naar de vergutjes kijkt, ziet ze de datperen mensen die haar volks samen met de grote magen hierheen brachten. Toch lijkt we moet soms vergeten. Als of ze hier altijd op dit eiland hebben geleefd, maar zo druk daar groot vader op het hart. Het eiland is een geschenk van de maag hier. Dat besef die dankbaarheid en het diepe weten dat zij vreemde zijn in deze wereld mag nooit verloren gaan. In één slaat de schrik Zeddie om het hart. Zij ligt die wel zo te vreden te zijn met daar grote werk. Maar zal het genoeg zijn? Zal haar schildering van het sfein in de mensenzermijn het oude verhaal over een komst naar het eiland wel nieuwe kracht geven. Zeddie kijkt naar het sfein. Ze kruipt overend. Hij besluit dat vast, er is meer nodig. Het voelt niet voor niets de geest van een groot vader in de grot. Die zij altijd dat die een nieuw mens werd als iets groot geschilderd had. Dat het dan permanent is een lichaam zat en dat het hem de dierelijke kracht gaf om te leven. Dat wil Zeddie ook. Ze sluit er ogen en houd haar arm er langzaar lichaam. Ze consteert zich op de stilte in de grot. En als snel tintel haar vinger, haar rug doet geen pijn meer. [Muziek] Eén van de kern begrippen als het gaat om verschillen met mensen uit het verleden is beschaving. En vooral het omgekeren, een gebrek aan beschaving. Juist omdat we zo weinig weten van het verleden, lijken de mensen en vrijwe altijd simpler en primitiever. Oren mensen worden vaak voorgesteld als weinig meer dan zwakzinnige. Vergelijken met ons, die wel alles lijken te weten. De Duwans is vaak ver te zoeken. Niet toevallig is het begrijp beschaving ontstaan in de 18e eeuw. Want toen gingen Europese geleerden zich interesseerde voor andere culturen. En het belangrijke maatstaf was de eigenschriftelijke culture van die 18e eeuwers en de eigen stetelijke nationale organisaties. Heel veel andere culturen hadden het allemaal niet. Andere culturen werden pas beschaving genoemd, als in de buurt van onszquamen als de schrift hadden en steden. Maar anders werd het moeilijk. En dat is nog altijd een kernbeeld van het begrip beschaving. Duiden worden en verder culturen van jagers verzamelaars, zoals hier dus op Zulewezi, meestal als niet beschouwd beschouwd. Primitief, wild, onder ontwikkeld. En als je bot bent, kun je zeggen, barbaars, bruit. En volgens die oude base definitie, dat beschaving in essentie stedelijk en schriftelijk is, mag het kloppen. Maar ik denk dat het een totaal verkeerde indrukwekt. Drede beschouwd kun je beschaving beter zien als menselijkheid. En in de afgelopen decennia is wetenschappelijk volkomen duidelijk geworden, dat bijna alles wat een grondzaag ligt aan wat we beschaving noemen, al honderduizenden jaren lang bestond, voordat er ooit ergens een huis of een stadsmuur van bakstee werd gebouwd. Technologische vernieuwing, onderwijs, onderlingen zorg, intensen samenwerking, uitgebreid de lange afstandskompakte, verbielding, culturele beinvloeding, opeheid voor compacten. Het bestond allemaal al in de oor tijd. Het heeft alleen veel minder sporen aangeladen. In de diep bestilte van de grot besluit ze die weg te gaan, terug naar de mensen van haar groep. Ze voelt de kracht van het everswijn in zichzelf. Maar als ze hier nu blijft staan, gaat ze te veel denken en twijfelen. Ze loopt naar de uitgang van de grot. Ze neemt absurd groot stappen, die aan woesten dans worden, steeds dichter naar de uitgang. Niet twijfelen, doorgaan, niet pikkeren, want in haar tekening zijn de verhalen vastgelicht. De verhalen bestaan. Daar gaat het on. Ze heeft ze vereerd. All haar twijfels dan ze weg, met de uitgang van de grot. En daar, het velle licht van de wereld buiten de grot, steek ze haar linker hand in haar vooruitje witte kalk en haar rechter in de rode ocher. Met grote zorg beschildert ze haar naakte lichaam met dikke strepen van witte kalk en rode ocher, precies als haar grootvader heeft zien doen. Tenteken dat ook zij een nieuw mens is geworden. Eén ding moet ze nog doen, dan is het echt klaar. Ze loopt ruchte grotten. Ze drukt haar hand plat op de rot vanstuk je naast het varken. Ze zegt ook erpad in haar mond en blaast het over haar hand. Voor altijd zal die hand of drugs zeggen. Ik was hier. Sedy is een mens en vrijwel zeker homosapiens. De moderne mens was we nu allemaal zijn. Die primaten soort, onze soortes, is 300.000 jaar geleden in Afrika ontstaan uit de mengel moest van andere mens type. En daarmee zijn we naar Laatkomer in de geslacht homo, dat al 2,5 miljoen jaar bestaat. Toen homosapiens ontstond, want er binnen en buiten Afrika al allerlei andere mens zorter. Homo naledi, homoeirektis, den iandertalen, de Denissofier, de Floresmens en op de Philippine, de homoluzonensis. Nu zijn die allemaal verdwenen, waarin de tijd van Sedy kriolen het er nog van, van die neven van homosapiens. Sapiens, onderscheidt zich van die andere mensachtiger door een lichtere bouw en een relatief lang lichaam. Als enige hebben wij ook echt een bollenschedel, voetbalachtig. De andere mens diepjes hebben meer een schedel als een rugbibal, platter en langwerpiger. Ja, en waarom is Sapiens als enige overgebleven van de hele stel? Mocht niet zo lang geleden was het antwoord simpel. Sapiens was de slimmste, natuurlijk, het meest moderne, de beschafste. Nu is dat lang niet meer zo zeker. De iandertalers hadden even grote hasten als Sapiens en waarschijnlijk zelfs grote. En voor de Denissofiers, van wie we al helemaal weinig weten, geldt waarschijnlijk hetzelfde. En al deze mensachtiger hadden ook al een lange jeugd, van 15 of 16 jaar, kinderen dus die relatief langzaam opgroeiden en heel lang blijven leren voordat ze echt zelfstandig komen zijn. Waarschijnlijk werden die kinderen opgevoerd en beschermd de veel meer mensen dan alleen hun eigen ouders. Alle mens diepen zullen dus intensen onderlingen sociale omgang moeten hebben gehad binnen de groep. Anders lukt zo'n gezamenlijke kindersorg echt niet. Je moet daarvoor elkaar echt kunnen vertrouwen. Bij de meest verwandte andere primaten, Schimpel 6, een bonemas, lukt dat niet. Alleen bij hoge uitzondering zal een Schimpel 7 moeder haar kind even afstaan aan een ander. Lijft de vraag waarom zijn wij Sapiens er nog wel en die andere mensen diep is niet. De wetenschappelijke discussie gaat over alle lijn mogelijke verschillen. Konden Sapiens misschien toch iets beter samenwerken. Misschien hadden de Sapiens meer contacten over grotere afstanden met betere bufers en slechte tijden. Hoe zou kunnen? Of was Sapiens toch wel op een bijzondere manier slimmer? Meer in staat het abstract denk, misschien. Met zelfs een iets verder of misschien wel veel verder ontwikkelde taal dan die andere. Mogelijk, maar misschien ook niet. Het kan ook allemaal gewoon toevall zijn geweest. Dat nu alleen de mensen soort Sapiens nog bestaat. Eén ding is wel opvand. Voorse ver we nu weten, heeft alleen Sapiens afbeeldingen gemaakt. Figuratieve tekeningen. Een duidelijk teken van een sterk verbildingsvermogen. Van simbolisch denken. Maar dat betekent niet dat die andere per zee niet simbolisch konden denken. Want ook neanderthalen show de rond met zirade en hangers. En een enkele keer hebben ze zelfs abstracte teken's op rotswander gezet en maakte ze er hand af drukken. En wie weet wat er nog ontek zou worden. Trend in de wetenschap is in ieder geval om de prestaties van al die andere mensenachtige veel serieus te nemen om vroeger. Homo-luvenonins is, wist prima te overleven in de jungels van de filipijnen. Dat is een complexe levenswijze waar veel bij komt kijken. En die DNA-sofier kwam in heel Asia, zelfs op de extreem hoogvlaktes van Tibet. Dat vraagt ook veel vadergegen. Nogma's welkom dus, in de duisternis van de prehistorie. Waar de meeste feite onzeker blijven, en over bijna iedere conclusie, snel weer twijfel ontstaat. Hey, Sedy, we dachten dat je dood was. Roep een vrouw uit de vette als Sedy trots, maar ook vervomd feit en uitgeput voor de ingang van de grottes gaan staan. Ze zo lang weg geweest, vraagt Sedy zich af. In antwoord steekzaar vijfstem hoog. Moeiezaam kloutes Sedy 30 meter naar beneden. Hier en daar zijn gelukkig een paar bamboepalen tussen de rotsblokken geslagen om haar hoofdvast te geven. In middels kijk ik iedereen naar haar. Sedy valt ook enorm op met haar beschilderde lichaam. Als haar laatste stap de koogstinberg afzet, gaat de gejug op. In het kampement. Sedy kijkt naar de tentjes van die ruiden. Ze zijn een klein teken van mensen kleven op een verder uitgestrekte vlakte aan de voet van de torenachtige koogstinbergen. Vol grotten, waarvan er nu één haar grot is geworden. Een heilige grot. Zou ze ooit nog teruggaan? Het is misschien genoeg om te weten dat het er is. Denk Sedy. Om te weten dat er een tekening is. Het is omgeveer 300.000 jaar geleden dat de homo sapien zijn afrikaans stond. En al ver voor Sedy steidt, in de eerste paal 100.000 jaar van het bestaan van deze soort, zet de homo sapiens regelmatig al een paar stappen buitenafrika. Maar die excursies naar het midde Oosten en Europa, die al gewoon paar 1000 jaar duurde, waren nooit blijvend, voor zoveel we weten. Als er rond 60.000 jaar geleden ontstaat echt een andere toestand. Via het midde Oosten trekken een kleine groepen homo sapiens-urazie binnen, om daar nooit meer weg te gaan. Misschien was het uitnieuw schierigheid naar de wij de wereld, zoals vaak in heroische verhalen over de mensenke evolutie wordt verteld. Misschien was het een vlucht voor honger in de oude wongebieden. Maar waarschijlijker was het toevall, door een optelzong van klimaatveranderingen en makkelijk toegankelijke corridors met voldoende voedsel. En onderweg door urasier komen de sapiens-neandetawe stegen. En die contact hebben sporen aangelaten in het huidige mensenkedenaar. Mensen met een herkomst buitenafrika hebben ongeveer één of twee procent neandertaal deena in hun genoem. Al en al afstandelingen van de gol van sapiens migrant uit afrika die in contact kwam met neandertaalers. En dat er zoveel in teamcontact is geweest tussen homo sapiens en neandertaalers moeten als wel betekenen dat ze redelijk goed naar elkaar komde communiceren en elkaar ten minste aantrekkelijk vonden. De contacte hoefen natuurlijk niet altijd vrede liefend te zijn geweest. Maar ook daar is, verrassing, niet zoveel bekend. Die laatste expansie van homo sapiens uit afrika die de 60.000 jaar geleden begon was definitief. Sapiens stroeg in de hele wereldcentente op tot in Amerika toe het laatste continent waar we verschenen. De voorouders van de huidige indianen staken om 20.000 jaar geleden de toendrooggevallen zeestraad tussen Siberia en Alaska over. En weder zo de ospronkelijke bewoners van de Amerika. Ver na de tijd van Cedidas. Al met al was die expansie oud over afrika zoals het in de wetschapheid en ontwikkeling van 10.000 jaar. Het is zeer de vraag of individuele mensen en groepen die er onderdeel vanuit maakte, ooit besefte dat die er een heel nieuwe beweging in gang werd gezet. Zeddie loopt naar het kamp, stijf van de dagenlangenwerken in de groot. Maar met iedere stap ligt er door het warme onderhaal. De tenten zijn gemaakt van tientallen bamboostokken, de dierenhuide erover. Spannig gebracht met draden van pees en in elkaar gedraaide gedroogde planten stengels. Zeddie loopt naar de plek waar haar kampgenoten zich verzamelt hebben. Wat is het fijn om bij hen thuis te komen, denk ze? Terwijl ze verlekkert kijkt naar de grote stukken vlees die als stocken zijn opgang om te droog in de wind, zwijn de vlees. Iedereen groetaan, de ouder herkennen wat ze heeft gedaan en buigen het hoofd. De nieuwe Zeddie wordt zijn vluisteren tegen de andere. Met een diep serenig gevoel loopt Zeddie op ze af. De meest staan op als zij passeren. Ze drukken hun lichaam tegenharen aan. Krijgen daarbij ver voor een lichaam. Zou deelt Zeddie aan nieuwe kracht in een mooie streep op haar lichaam zijn een banden geworden. Als ze bij de rand van het kamp is aangekomen gaat ze lichaam. Nog net valt de zomerpaar gezicht. Licht. Warmte. Ze doet er ogen dicht. Om haar heen oortse dat het kan me leven van de groep weer verder gaat. Check, check. Sommig in het kamp, handen en vrouwen, scherpen bambospeeren met messen, scherpen messen. Die met touwen en hart zijn vastgezet een houtenhandvatten. Kinder oortse giegelen spelen met een paar babyvarkentjes, die ze hebben gevangen. De rest ligt luid te praten, of misschien ook wel te slapen. Het is goed toevolp deze plek, een veilige vlakte niet ver van de zee. Maar Zed is besluitst dat vast, ze moet gaan het binnenland in. Zo deed haar grootvader dat ook toen hij als nieuw mensen in de groep verschijn. Met de hem gingen toen veel mensen mee. Zou haar het ook lukken? De tekenares op Soulewezi, die wij zet die noemen, behoort tot de voerroeden van die trage verspreiding van homo sapien over de wereld. Het bereiken van Soulewezi is zelfs een meilpaal in dat proces. Om hier te komen moet je ook 50.000 jaar geleden over zee. Die diepe zee vond de belangrijke natuurlijke grens, de Walleslein. Die had tientallen miljoen jaar opstaat en het was door de Indonesiëloopt. Dankzij deze zee grens leeft de geheel eigen natuur van nieuw geneeën in Australië met zijn buideldieren en uit Caliptusbomen afgeschemd voor de heel andere soorten van het vaste land van de orasieën. Ook op Soulewezi komen daar een buideldieren voor, tekenen van een oud isolument. De grote vraag is hoe de sapienspioniers dit ontoegangelijke zeegebied ooit zijn binnengedrongen. Door een tyfoon meegesleurd over zee van hopig drijvent op een weggewaaide boom of toch doelbewustvarent op primitieve vlotten. Het is één van de grote raadsels van de prehistoring. En het ongelofelijke is, dat homo sapiens niet eens de eerste was die de oversteek wachten. Een miljoen jaar geleden moet ook homoweerrektes zijn overgestoken, want ze lieten kenmerkende stenenwerktijgen achter op het eiland flores. Hoe dan ook, hier op Soulewezi heeft homo sapiens de wallesleinen overschreden. En ze zetten er ook gelijk een vette handtekening in de vorm van Herodbossvarken van een meterbreid. Je zou kunnen zeggen met die tekeningen begint de beschaving of te minsten een nieuwe fase in de cultuur van homo sapiens. Zeker, de voorouders van sapiens konden al honderdduizenden jaren eerder heel erg goed mooie vuis bijle maken. Dat is ook bijzonder knap. Maar het creëren van afbeeldingen die ons ook nu nog kunnen beroeren en die we ook meestal direct proberen te begrijpen, galt toch wel als een niveauje hoger. Voor ons moderne mensen is het een heel direct teken van leven, duidelijke communicatie over de millennia heen. De tekeningen zijn ook te zien als het eerste directe bewijs van een volledig modern beweest zijn, vol simbolen en in gewikkelde mentale voorstellingen. We zien het gewoon voor ons. Er zijn zelfs onderzoekers die denken dat pas in de tijd van rotstekeningen taal moet zijn ontstaan. Maar waarschijnlijk is dat ultieme mensen kenmerkt toch echt wel veel ouder, en beschikte ook denysofjes en neandertales over een vorm van taal. En het mag een belangrijke teken zijn, die verschijning van die afbeeldingen en grotten. Maar de betekent helemaal niet dat er op dat moment echt iets veranderd is in het denken en het voorstellingsvermogen van homo sapiens. De meeste tekenen van creativiteit en bewust zijn blijven juist niet bewaard. Er kan ook veel eerder van alles zijn geweest dat we ook direct als beschaving op verbeeldingshouder kennen. Er zijn zelfs onderzoekers die in de blik van een chimpanzee al duidelijk bewust zijn zien. In Theorie en hoogst verschijlijk ook in de praktijk maakt de mensen al honderdduizenden jaren eerder prachtige tekeningen. Maar dan in het natte zand of met ocher op hun eigen lichaam allemaal verdwenen. En een briljant te vertellen die 150.000 jaar geleden zijn hele stand tot trainen toe weten roeren, die is ook al lang verdwenen in de diepte van de tijd. Danse zijn zangers die op grote, gezamenlijke feesten een verpletterende indruk hebben gemaakt op honderde mensen, niemand weet dan nog iets van. Het is ook geen toevol dat vooral in grotten tekeningen worden gevonden, want daar blijven ze het best bewaard. Hoe dan ook de tekeningen die we hebben zijn onmiskendbaar, hier is een krachtige voorstelling neergezet, een verhaal zelfs, maar welk verhaal. Daarover zwijgt de wetenschap, maar wij dus even niet. Zij die krecht honger, ze staat op. Ze gris dan groot stuk honingraad uit de handen van een man. Welkom terug, zegt hij. Ja, ze is nieuw, maar alles is ook weer gewoon. Ze stabbelt op het zoete spul een graad tegen een van de mannen aanzetten, niks bijzonders. Iedereen zit wel eens tegen een andere aan of ligt z'n hallen op de buik van iemand. Wanneer mogen we gaan kijken? Vraagt een oude vrouw, nu schierig. Zij die geeft geen antwoord. Aan monst het vol honing, sommige mensen zijn al wees te kijken. Je pietig ligt ze dan wat vruchte bij haar neer, uitgolde kalle bassen met water. Pasavonds bij het vuur komen de echte vragen. De vrouwen zijn teruggekomen uit het bos, zwaar beladen met knollen en wortels. De jongste kinderen slapen en vrijwel iedereen zit bij elkaar met vuur. Zom 15 volwassen mannen en ongeveer even veel vrouwen. De ouder kinderen zitten zachtkwebbelend op de tweede rang. Zoms krijgt er een slappe lach. Welk vark heb je nu geschilderd? Vraagt er een van de vrouwen aan Ceddy? Ceddy gaat staan en kijkt iedereen aan. Half zingend zegt ze. Het rood is wijnebik getekend. Tot leven gewerkt, diep in de berg voor altijd zal het rennen. We scherm door onze drie voervaders te heiligen drie, die hij hier na toelijden. Zijn mensen gedaan te vandaan. Want op dit eiland werd die swijn zijn ware aard. Ze zwaigt. Iedereen kijkt daar aan. Sommige weten wat er nu gaat komen. Er is al vaak overgepraat. En Ceddy gaat verder. En als ik uitgerus ben en wie we opbreken, zal ik weggaan. En naar de andere van zoeken. We weten allemaal waar ze leven, ver weg in het bos. Ceddy wijst naar het noorden en ze vraagt. Wie gaat mee? Twee mannen en een vrouw gaan staan. Een van de brutals kinderen gaat ook staan. Na snelle handbeweging van zijn vader gaat het snel weer zitten. En dan zegt de hele groep in koor zo zal het zijn, zo zal het zijn. Als een paar mannen ritmisch gaan slaan. Of speciaal uitgeholde dikke bamboestokken. En staat er al snel een luidkills gezang, door iedereen. Zo kan het zijn gaan. Verhalen bij het kampfeur, naar de vooral praktisch gesprek over dag. Het singen, een goede manier om Russie's te sussen. Het handengebambel, dat je overal kan gebruiken. En dan ook het gezamenlijke slapen, met soms plotseling op vlakkere gesprekken in de nacht. Als je een grote groep samen slaapt, is er altijd wel iemand die wakker is. En mogelijk gevaar kan zien of horen. En die andere, dat is een beredeneerd versinsel. Het leven 50.000 jaar geleden nog genoeg andere mensen achtergrinde regio. Op flores leeft dan misschien nog de laatste floresmens. Een klein mens diepe met een verrassend kleine häessen in houdt, die daar al honderdduizend jaar al lang heeft gejaagd op dwerg olifantjes. En op de filipijnen leeft dan waarschijnlijk nog de homoluzonensis. Ook al zo'n verdwergde mens soort waarvan de fossiele pas in 2019 ontdekt werden. Maar andere op zullen we zien, dat kunnen alleen Denisoviers zijn geweest. Dat zijn de soort neandertales, die zich rond 400.000 jaar geleden afschijden van die mensstak. En ver aziën in trokken. De ontdekking van het bestaan van deze mens soort rond 2010 was een totaale verrassing. Een ongeveer 40.000 jaar oud vingerkootje, uit de grotten Zuid-Siberie, de Denisovagrop, bleek DNA te bevatten dat leek op dat van de neandertale, maar toch wel echt van een andere mens soort was. Nog steeds en slechts een kaak en wat botjes en tanden aan de Denisoviers toegewezen. Veren we al het harde bewijs voor hun bestaan, komt de DNA. En niemand weet met zekerheid hoe ze eruit hebben gezien. Als zullen ze wel enig sinds op neandertales hebben geleken. Zou Zeddie die andere kunnen vinden op haar tocht naar het noorden. Vier dagen showen Zeddie en haar drie metgezallen al door het bos. Speer op terug, iedem in een gevlogte tas met eten, wartels en gedroogd vlees. Snag slaapens in de bomen, veilig voor het slangijn ongedeerd. Met een touw dat ze ook op hun rug meestjoren, binnen ze zich dan vast. Zodat het niet uit de bomenvaar. En naar drie van die nachten zijn ze nu vlak bij hun doel. De plek waarvan Zeddie zich erinnert, dat ze er ooit met haar grootvader de ander heeft bezogd. En hij zit als ze net koud krijgt. Nu zal ze het gaan weten of het allemaal een drone was, toch echt gebeurd. Dat haar grootvader, de mannen die meekwamen en natuurlijk Zeddie zelf, door de andere als oude vrienden werden ontvangen. Hoe ze toen dagen bij de andere bleven. De mannen gingen jagen en vissen en Zeddie bleef bij de kinderen en vrouwen achter in de tent kampioen. Verstaan komt ze er niet. Maar veel zijden die kinderen toch niet. Ze waren wel vaak zachtjes met elkaar aan het zingen. Zeddie snapte er allemaal niet veel van, maar het spel ging prima. Nou ja, prima, ze heeft nog altijd een kromme vinger, omdat één van de jongetjes haar meestleur in een wild spel, waarbij ze leelijkt een volk kwam. En toen haar grootvader bij terugkomt, Zeddie's arm zag volgedroog bloed, werd hij verschrikkelijk kwad. Bijna was het bezoek geëindigd in bloedvergieten. Sommige mensen mannen haalde al dreigend hun spieren te voorschijn. De hele groep handere kwam zacht zingend op de schreeuwende opa af. Gelukkig kon Zeddie hem snel genoeg duidelijk maken, dat het allemaal niet met opzet was gebeurd. Het was een spelopa. En onze goeie wilde tonen had de jongen, die hij zoveel wond had, zijn krale ketting afgdaan en aan haar gegeven. Een vrede steken. En om de boel nog verder te sezen, kwam er een groot feest. Alle vissen en swijnen die waren gevangen werden allemaal soldaat gemaakt. Tot diepende nacht werd gezongen. En tot haar verrassing, hij kende Zeddie zelf sommige lietjes die de andere zongen. Die zongen ze thuis ook. En met die lietjes in gedachten speert Zeddie nu de omgeving af. Waar zijn de bamboe palen met swijne schedels? Maar ze ziet niks. Zou het dan toch allemaal een droom zijn geweest? Zeddie ziet in de verte fel licht op doen met de sedonkere bomen. Daar gaat het bos helemaal open. Ze rent er in, gevolg door haar drie met gezellen. Bij de oefen van een groot meer ziet ze een aangespoeld flot liggen. Van een half verrotten en kapot de bamboe palen. Bij een boon ligt twee kapot speeren. Ze ziet ook een platform van stenen, maar op ooit vuur is gemaakt. Is dit alles? Heroges schieten vol tranen. Hier was dus ooit de verblijfplaats van de andere. Het was geen droom. Maar ze zijn weg. Vertrokken en nooit meer teruggekomen. Dat is duidelijk. Zeddie en haar vol zijn nu misschien wel voor altijd alleen op het eiland. Het eiland van het wilde zuin. Haar wilde zuin. MUZIEK Dit was deel één van wilde eeuwen, het begin. Over hoe menselijke verbeeldingskracht al lang geleden zichbaar werd. Over hoe beschaving ontstond en mensen de wereld naar hun hand gingen zet. In deel twee gaan we naar Europa. En weer een groot, maar dan in Romeen. Waar mensen strijden tegen de kou van de eistheid. En daar zijn de eandertaalers in de buurt. Deze podcast is gemaakt door mij, Hendrik Spiering en door Miriam van Zuidel. Muziek en m'n taasje is van rufens van Baartwijk. NRC heeft iets nieuws. Weerlotzaken, een wekelijksen podcast over geopolitiek. Hierin onderzoek ik, mannelijf van de berg, samen met Misha Keres en Eva Peek, de onderstromen van het wereld nieuws. Van schimmige tanktanks tot de strijd om de noordpof. De wereld komt je halen. Nee, ik vind het echt een knotscheek idee. Hoe werkt macht op het wereldtoneel? Weerlotzaken, de NRC podcast over geopolitiek. Vanaf nu, iedere dinsdag in je favoriete podcast app.

Podcast Summary

Key Points:

    Summary:

    Chat with AI

    Loading...

    Pro features

    Go deeper with this episode

    Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.