De transcriptie bespreekt de uitdagingen en kansen van het mengen van maakbedrijven en woningen in stedelijke gebieden. Hoewel deze mix overlast veroorzaakt zoals geluid, stank en verkeersconflicten tussen vrachtwagens en spelende kinderen, biedt het ook voordelen zoals levendigheid, werkgelegenheid voor lager opgeleiden en efficiënter gebruik van voorzieningen. Een belangrijk probleem is de betaalbaarheid van werkruimte, omdat stijgende prijzen maakbedrijven verdringen. Voorgesteld wordt om een 'werkcorporatie' op te richten om betaalbare werkplekken te beheren, vergelijkbaar met sociale woningbouw. Goed ontwerp, zoals 'superplinten' met rustige binnenzijden voor woningen en levendige straten, kan overlast beperken. Communicatie tussen bewoners en bedrijven is essentieel voor acceptatie. Daarnaast duurt gebiedstransformatie vaak tientallen jaren, wat tijdelijke overlast tijdens bouwfasen met zich meebrengt. Flexibiliteit in planning is nodig om in te spelen op toekomstige economische veranderingen. Uiteindelijk draagt een goede mix bij aan duurzame, veerkrachtige steden.
Stel je voor, je loopt op een bedrijven terrein. Je zintuigen staan op scherp. Misschien ruik je een chemische geur of een vorm uit een verbrannnings over. De uitlaat van de vrachtwagen ruik je maar hoor je ook. Je hort gaat timmer, gezag en voeltrillingen. Hoogatonen, laagatonen, het gaat allemaal door elkaar heen. De enorme bloeken met hoge plafons bloceren al het mogelijk uitzicht. Die bepaalt een trekkele om tussen de wonen. Het mengen van maakbedrijven en woningen vraagt dan ook om een zorgvuldige aanpak van overlast. Daarnaast moeten bewoners en werkenden elkaar ook in de wijken ontmoeten. Willen zet gevoel van gemeenschap en thuishoge ervaren. Hoe pakken we dit aan? In het derde aflevering van deze politkast, de gehandskarsseberg en testproekmans uit hoe je de straat in de gemengde wijken levende genantrekkelijk maken. En wat we kunnen doen om overlast te beperken. Mijn naam is Anikvorensen en dit is de werkende woonwijk. Hans, je bent mede op richter van Stipo, een testjebend partner bij Urhan Urban Design en hoogleraar Urban Design aan het TU Delft. Tegen wat voor problemen op straat niveau lopen we aan wanneer we maakbetrijven en woont functies dichtbij elkaar plaatsen. Je hebt er een paar geschetsd in je mooie inleiding. Dus ik denk dat dat zeker de dingen zijn. Dus hinder, veiligheid, verkeer, geluids, stank, dat soort zaken. Maar er is natuurlijk ook best veel aan het veranderen, want bedrijven worden steeds schooner. Dat maakt het mingen ook wel makkelijker. Maar ik denk dat verkeer wel een van de dingen is die blijfend ingewikkeld is. Dat je vrachtwaard in de straat hebt en toch gelijkertijd speelelijk in de bakfietsen. Numer op. En wat maakt dat specifiek zo'n complex iets om te tekenen? Ja, dat je als vrachtwaard is firmetiet heel anders bezig bent. Namelijk zo snel mogelijk van A naar B. Dat je een doel je hoek in je vrachtwaard hebt, dat je niet ziet. Wat is allemaal op de grond afspelen. Dus de belangrijden heel anders, de focus is heel anders. Dat is de gelijkertijd ook wat die mix natuurlijk interessant maakt, want dat maakt een levende gestat dat niet alles een-imensionaal in hetzelfde is. Maar die puzzle is een puzzle die gelecht moet worden. En als je dat is puzzeld wat zijn dan de goede stentjes die in die puzzle kan leggen om dat beter te laten verlopen? Ja, dit is wel de essence, die denk ik waar het om gaat. Het is dat we ooit begonnen zijn met functies grijden, het werken uit de stad en zo veel mogelijk wat bij elkaar past bij elkaar houden. Maar dat levert hele saai steden op en dat levert bedrijft erijn op waar je niet dood gevonden wil worden. En zodra je gaat mengen, gaat er ook iets schuren, kom je ook die confrontatie tegen. En het is makkelijker wegen zeggen die straat is voor de vrachtwagen, die straat is voor de spelende kinderen. Maar ik denk dat het vooral is dat we aan elkaar moeten winnen en dat je moet leren dat je samen op een maaruimte gebruikt en dat je dus allemaal alert bent of wat er op die straat gebeurt. Dus dat vraagt ook iets van mensen hoe ze zich gedragen in het dagelijks leven. Ja, het kan ook weer een hele nieuwe stad voordeel als je die uitdaging wil gaan. Ja, zeker. Hoe kijk jij er tegen aan? Eigenlijk zijn we ooit begonnen met steden die compleet gemixt vaker. En tot aan de tweede wereldoorlog was dat het vrij normaal om te doen. En dat daadde dat nou net een gebied in de stad ook het leukste vinden in dat al gemenging. Ook menging met werken maar ook werken voor maken. Want er zit er veel waardevolle werkgelegenheid voor mensen die je laagde opleiding hebben of een laagge inkomen hebben die ook in de stad wonen. En dat zijn bedrijven die heel erg van belang zijn om dingen te laten repareren bijvoorbeeld voor de stedeling. Dus het mes naakt dan heel veel kanten want dat betreft. Natuurlijk het busje voor de deur maakbedrijven. Die moeten we kunnen laadelozen, we hebben vaak wat andere ruimtes nodig maken soms wat meer lewij, maar in de daad daar is heel veel aan het veranderen. En eigenlijk zie je dat als je dat goed plant dat dat allemaal is ontalossen. Wat veel moeilijker is om het nieuw te maken. Om het voor de kaart te krijgen dat werken in de programma's hebben en houden. En dat we ook betaalbare werkplekken in onze nieuwe gebieden krijgen die we aan het maken zijn. En wat zijn de schuifjes die je daarvoor kan aanzet om daarvoor te zorgen? Ja, daar zijn we echt heel erg aan het leren. We zien dat we komen uit een pideo, de 20 jaar geleden, 30 jaar geleden dat de prijzen nog redelijk waren in de stad en dat er ook voldoende ruimte was en ook voldoende garage boxen die voor dit soort bedrijfjes kon aanwenden dat de bedrijfdruiner waren. Wat we nu zien is dat die bedrijfdruiner worden gebruikt om te gemengen met wonen en te verdichten en dat is ook nodig. En dat de prijzen zo daanig aan het steigen zijn in de hele rest van de stad ook. Dat we heel veel van die maakbedrijven dat helemaal niet meer kunnen betalen. En waar wij van over het duigd zijn is dat je nu moet gaan leren om die betaalbare ruimte te gaan organiseren. Dus bij wonen zijn wij tijdje lang gewend dat we sociale uur hebben en dat we die betaalbare woningen in een handen van een wonenkorkeratie geven. Zo vinden wij dat je ook betaalbare werkplakken nodig hebt en dat je bijvoorbeeld in de nieuwe wooggebied hebt. Ook een bepaald percentage 30 procent voor betaalbare plekken, 30 procent voor midden plekken en de rest vrij sector bijvoorbeeld. En dat je dat moet regelen in je plan. En dat je een nieuwe organisatie moet oprichten die dan die betaalbare werkbeheerd gureerd. En waar dat bij woningen een wonenkorkeratie is zou dat dat werken een werkcorperatie kunnen zijn. En die zijn we nu voor gemeente Amsterdam aan dat oprichten. Ik ben het helemaal met je heen, dat betaalbaarheid is een heel belangrijk ding. Wat we nu natuurlijk merken is door de grote druk op de woningmarkt is dat ook in de bestaande stad. Alles wat er was en betaalbare bedrijfstreamt het heel makkelijk wordt vervangen door woning bouw. Het zijn vaak lagen blokjes waar je een veel hoger wonengebouw voor het kunt terugzetten. Dus er is de tendens vanuit de woning crisis en vanuit geld is toch om dat bedrijven zoveel mogelijk het gebied uit te drukken. En ik herkend helemaal wat je zegt als je bestaande bedrijfstreamt is zijn veel beter te explateren voor bedrijven dan nieuwe. Nieuwbouw is gewoon hartstikke duur op het moment. Dus het is de huur ook heel hoog. Dus het is het heel lastig om nieuwe bedrijfstreamt is goed. Maar we moeten dus ons begin denk ik ook met de realizatie dat dat werk in de stad iets toevoegd en dat het niet een lekker makkelijke plek is waar je woningen overheen kunt fietsen want dat is wat we nu natuurlijk doen. En ik denk dat het dus ook begin met het bestef dat nabijheid van werken heel fijn is als je ergens woont omdat je daarmee na het simpel voorbeeld van reparatie in de buurt. Maar ook het is natuurlijk niet zo dat we dan letterlijk allemaal om de hoek gaan werken. Dat is een stuk beetje het ideale idee dat je je iedereen kan op eenst op suffiet naar de werk. Dat zal niet letterlijk zou zijn. Maar wat het wel heel sterk doet is dat een buurt door de dag heen levendig is en dat is voorzieningen die er zijn ook veel levensvatbaar er zijn omdat een winkel niet alleen maar bezoekers heeft van mensen die er wonen die ze even boodschappen kunnen doen. Maar ook overdag een snelle boodschap komen doen dat de trein niet alleen maar één kant op vol zit. Bijvoorbeeld in Almere het geval is iedereen gaat alleen maar van Almere naar Amsterdam om te werken. Maar als die tein andere kant op ook vol zit dan heb je het in veel beter openbaar voor. Dus het beter benutte van alles wat staat heeft aan voorzieningen aan openbaar voor wordt veel efficiënter op een moment dat je dat woon en werken weer bij elkaar brengt. Dus ik denk dat dat bezev heel belangrijk is om mensen ervan te door dringen. Ja dat werken in de stad vocht echt iets toe niet alleen maar omdat het wat gezelliger en wat drukken op straat is maar ook omdat alles wat we met veel moeite overrein proberen te houden eigenlijk veel levensvatbaar naar wordt door die mix. We gaan nu even luisteren naar even naar reportatjes die Bono heeft gemaakt. Ik zou hem even inzetten. Ik ging langs bij de binkhorst. Een bijkenden haag die een rap tempo van een vernaamlijk industrieel gebied naar een gemengde bijk met woon en werken transformeert. Aan de horizon zie je nieuwe hoogbalverrijzen. En als je goedzoekt vind je daar een aantal bewoners tussen alle loodse en werkplaats. Ik voel ik bewoners hoe zij het vinden dat bonen en werken meer gemengd worden. Veel zagen het niet zo zitten. Net zoals deze vrouw. Als je onderbedrijf op kleine bedrijven verstaat zoals bijvoorbeeld een lunchroom of een restaurant dan is dat denk ik alleen maar leuk dat maakt je buurpleuk of een bloemenwinkel of. ja dat is een werkplaats, ik moet het vervelen. En waarom dan? Ja de overlast, maar ook zorgt dan het er ververmoeitverkeer. Omdat er dus mensen doorstrozen naar die wijk moeten om te wonen. Ook dus naar die wijk moeten om daar te komen werken. En de type mensen wat er komt werken is misschien ook belangrijk als zij dan gaan lunchen en dan op straat hangen om daar hem dat er niet gewoon voorzieningen zijn op die werkplaats. Dan zorgt dat dat denk ik ook weer voor overlast. Anderen houden juist wel van ruring. Ja ik hou wel van leven, ik persoon dat ik ga van leven. Ik kan hier daar dus natuurlijk een café etje, maar daar is het wel bedrijven. En bijvoorbeeld als we ze hem mooi weer, dan ga ik er al de mensen van daar komen, ik ga gewoon lunchen, zitten gewoon hier bij te. Stet je er maar een koffie te. Ja, dat is gewoon door mijn thuis, gewoon gezellig. In de grootste zorg parkeren. Ook voor deze garage houders. Ik heb twee keer per week krijg ik gewoon vraagt waar een minium om.
Hoe die vragen waar we moeten draaien? 310 woningen, 6 parkeerplekken. Dat is ook gezetjes, toch de weinig. Parkeer is een beetje lastig. Ook als wij open zijn, we zijn van 8,5 open. Ze zien er echt mensen, ik de vansier is een avond komt. Is het wel gek en we hebben we echt iets mee te maken. Soms alleen is het een beetje gek huis hier. Maar eigenlijk heb ik er nog geen probleem van gegeven. Maar zo'n wooflet naast je werkplaats, leef het ook wel op het op. Ook hier zo voor ons een beetje de zon weggevallen. Hier was het allemaal hartstikke warren. Als we zon schreeen dan zeggen maar, en nu die vlet houdt het een beetje tegen. Ik heb wel een paar wederdschad van de mensen die een auto weg wil doen. Die dan of mensen die af te onderdeuts komen. Dus in principe hebben we het wel profeit van. Na met veel bewoners gesproken te hebben, hebben ze eigenlijk weinig eisen. Niet te veel de wij, rustigestraat en genoeg verzieningen in de buurt. Die werkplaatsen kunnen daar onder die voorwaarde prima zitten. Bovendien lijkt er één oplossing te zijn voor alle probleem. Dat iedereen met elkaar in contact blijft. Dat is denk ik heel belangrijk. Ik denk dat je met communicatie een heel eind kan komen. En ik denk ook af en toe iets organiseren, gewoon een boll over iedereen. Nou gewoon communicatie, dat is het wel allerlang lang eindste. Zoals wordt gewoon niet gecommuniceerd, soms is het gewoon, we gaan dit doen. En je hoort er links per van. Ik verwel in de buurt moet je rekening gaan met elkaar. En je weet dat je nazo iets woont. Dan moet je niet gaan zullen. En dan moet je niet gaan woonen. Ik ben even hier gevald wonen. Ja, je weet dat er vriend daarvoor weet, niet gaan woonen. Je moet hier gaan zullen. Wat is je de eerste reactie op de reportatie? Hoe luister je die hier naar? Je wil graag de levenigheid om de hoek. Je wil naar je bakker kunnen lopen. Je wil naar je schoen maken kunnen lopen. Maar je wil er altijd snag rustig kunnen slapen. In heel veel je slaapkamer en rustige zijden, bijvoorbeeld aan de binnenkant van de woonblok hebben. Nou, daar zijn we gelukkig in Amsterdam heel goed in. Die bouwtypologie zijn we naar de oorlog een beetje vergeten. Dus daar moeten we weer naar terug omdat dat terug te brengen. We hebben hele studie verhaafd is dat gemaakt. Een naam te superplinden. En dat gaat heel over onder andere hoe je die maakbedrijven in nieuwbouwgebieden kunnen krijgen. Als je daar maar op tijd over nadenkt, dan kun je heel veel organiseren. En dan kun je verzorgen dat de auto voor de durken kan komen aan de binnenkant. Binnen in het blok dat je auto vrij straat voor de deur hebt waar de woningen zitten. Dat je een rustige binnenzijden voor je slaapkamer hebt en dat je de rurling om de hoek hebt. Dus dat is gewoon ook wel een goede planning en goed ontwerp. En wat is een superplint, precies? Het gaat uit van de gedachte dat je grotere blokken maakt in Haarvers stad. Dus eigenlijk superblokken. Die hebben inzicht dat je misschien te veel monotonie krijgt, te veel van hetzelfde. En de kunst is om dat soort hele hoge dichtheid en grote blokken te combineren met juist veel menselijke maat op straat. Dus veel variatie, veel verschillende pandjes. Ik er heb vijf tot 10 meter wil je dat er iets nieuws gebeurt. Wil je dat er naar binnen naar buiten is, dat er variatie is. En ook dat kun je weer op tijd organiseren, maar dan moet je wel van of het eerste begin dat je plan documenten opnemen. Heb je een voorbeeld van die verschillende dingen die er dan kunnen ontstaan? Dat wij een extreem voorbeeld doen. In de zijn wijken waar je gewoon nog een garage op de begangen gond hebt. En ja, natuurlijk, we zitten in de mobiliteitstransitie en autofekeren wordt anders, maar toch hebben we ook nog autos in de stad. En bij die garage bedrijven werken vaak mensen die geschold zijn, die vardigheden hebben. Die lager inkomen hebben vaak laagde opleiding hebben, maar voor wie dat hartstikke waardevol werkt is. En als je hier dus niet voor plant, dan krijg je dat niet automatisch. En dan zie je ook dat de garage bedrijven naar de Rand van de stad of buiten de stad worden verdrongen. En dat zelf te geldt voor de loodgieten, dat zelf te geldt voor de andere maakbedrijven. En die bedrijven gaan dat dan minder goed doen, want die raak hun gescholde werk neemers kwijt. Die gescholde werk neemers kwijt lopen, in die blijven achtergrunden stad. In de stedeling kan niet meer op een goede manier, of een redelijk verdeelige manier, spullen laten reperingen. Want je moet nou die mercaraasje toe, die je wel de hoge huur kan kambataren. Ja, of je moet een half uur rijden met de auto voor dat je hem in de garage terechtzocht. Dus dat is een extreem, maar het soort menging dat je zoekt. Er zijn voorbeelden er elders in onze steden waar dat ook gelukt is in Afgelopen de Sénia. Maar de Willes is een weg, en dan is zelfs een garage bedrijft te kreeg. Ja, Oostenburg is natuurlijk wel een mooi voorbeelden. Daar zit de schomaar karretjes van de gemeente Amsterdam zitten daar op de begraande grond in een superblock zou hien te kunnen noemen. Dat was een werkgebied en dat wordt nu een gemeengedgebied. Toen we daar aan begonnen, dachten we hoe hij om zeven uur zorgt, dan gaan al die uveeg karretjes op pad en die maken geluid en dat is niet fijn om daar naast te wonen. En ze komen ook allemaal, dus de meer dag terug om te lunsen. Dus dan heb je een hele file van die veeg karretjes die naar binnen rijden. Maar dat is wel het enige moment waarop die mensen elkaar tegenkomen. Dus dat moet je wel faciliteren, want anders zit je daar hele dag in je eentje op je veeg karretjes. Dus het belangrijk dat die lunsen er wel is en dat er ook een plek in een moment voor is. Dus uiteindelijk hebben we de logistiek van die hall aangepast, zodat er aan enkele onderin een uitgang is. Dat ze niet met ze alle door de wijk heen te filmen, maar dat je eigenlijk de zo kort mogelijk afstand tot de uitgang van de buurt hebt. En daarmee kan het onderdeel blijven van die buurt. En daarmee ben je ook bewust dat er mensen zijn die ook stadsgouw maken en dat die mensen ook onderdeel van de stad zijn. En die dat dat ergens gebeurt op een plek waar je er helemaal geen zicht op hebt. Ja precies, want die overlast is één ding, maar het kan misschien ook wel een feige voel geven om dat geluid te horen, want je dan zit zet "OK, de straat nu voor het is gewoon gemaakt". Nou, wat me ook heel erg is bijgebleven op Oostemburg is dat. En dat gaat bij die transformatie van het stad, is dat het speel dat eigenlijk overal is dat we denken altijd heel erg in zo moedeter uit eindelijk uit gaan zien. Maar de weg aan het toes heel erg lang minimaal 10 meestal 20 of 30 jaar. En als je dus nu gaat wonen in een bedrijf trein, dan won je dus 30 jaar in een bouwput. Dat is al zo op Oostemburg, wel dat eigenlijk nog een relatief snelle ontwikkeling is. Maar de mensen, we hebben daar gesproken met de mensen die daar zijn gewone en die zijn allemaal, ik had niet gerealiseerd dat wonen in een bouwput zo intensis en al die herrie en overlast en de straat is niet af. En al die verachtwagens die bij dat bouwverkeer horen. Dus waar we gewend zijn om altijd te denken in van "OK, het gaat uiteindelijk om er een heel mooi superblok met fantastische mixen en dat is waar we naar toe gaan". Maar voor dat we daar zijn wonen en werken daar al de hele tijd mensen. En we moeten ook organiseren dat in die bouwvase dat dat ook goed werkt. En eigenlijk is er altijd nooit af. Dus dit blijft altijd veranderen. Dus daarmee is het echt permanent onze opdracht om na te denken hoe je die mix maakt en hoe je ook zorgt dat al die verschillende stromen elkaar niet al te veel in de weg zitten. Maar elkaar ook wel accepteren. Dat is nog een ander argument in hiervoor. We hebben het argument van de werkelegenheid, het argument van het beter gebruik, van het gebied en daar meer draagvlakke levenigheid voor voorzieningen. Het vermiljeren van filestres, al meer dan de ervans voor, wel het is. Al meer dan 10% hoogde gezondheid zorgkosten onder andere verwegeen, dat er een enorme filestres die mensen elke dag ervaren. Dus dat gaat in je gezondheid zitten en dat is niet het soort stad dat je wilt hebben. Maar er is ook nog het argument van het functineerde van een stad door de decennia heen. En een goede stadgebied, daar zijn er staat. Om als het waarde te aademen door de decennia heen, omdat we nu nog niet precies weten wat voor economie erover 30 jaar is. Die veegkantetje zien er over 30 jaar misschien wel heel anders uit. We organiseren er misschien op een compleet andere manier, maar we hebben wel die fantastische werkruimten die we op hele andere manier kunnen invullen. Dus voor de deurzaamheid van de stad is het ook nog eens goed om niet alleen maar wonen in je gebied te hebben, want dat heb je maar één levensiekelezen in je gebied. En als het daar wat minder mee gaat, dan gaat je gebied meteen heel slecht over alleen maar werken. Dat geldt dat ook voor. Maar dat is best wel lastig, want jij begon net over de vetputten van de horecaheid. Dus aan de ene kant moet je alle leefasliteiten aan de voorkant al opdenken. En ook zorg hoe je die met elkaar combineert aan de andere kant. Je weet niet of die horeca de ooit gaat komen, want uiteindelijk ten jaar later is daar misschien wel iets anders nodig. Dus dat omga met die verandering en met die onzekerheid vind ik een ieder geval wel de kern van ons vak. En dat maakt het juist interessant. Dat je een beetje mee moet bewegen, want wat is er op dat moment nodig? En heb je daar dan de goede basis voorgelegd? Eigenlijk hoor ik heel vaak terugkomen dat het vaak ook beter is als dat beter is dan je had verwacht. Dat er voorbeelden terugkomen die als ontwerper niet op een leegveld kunnen bedenken van te voren. Dus als je dat weer meenemt in je leer project in ordaad ruimte laten voor dingen die kunnen ontstaan. Maar hoe doe je dat dan? Wat ik heel veel zien in de plantentwikkeling is dat het woonen heel gdominatis. Alles wat niet woon is, dat noemen we ook niet woonen. In plaats van werken en voorziening. We zouden het werken en voorzieningen of het stad leven moeten noemen. En daar is het ook de kernvraag waarom we doen we eigenlijk al die nieuw bouw om zo veel mogelijk kleine wonen hoeken in de ruimte te dawen. Of willen we een nieuwe gemeenschap maken die goed functioneren. Dus het begint ermee dat je dat in je visie opnemt, dat je ook een visie hebt op hoeveel viel ik had de meet heb je dan nodig van wat voorzort. En vaak gaat er daar ondienten maar goed in dat gesprek tussen de ruimteleke plenners en de economen en de maatschappen.
afdelingen die met de voorzieningen bezig zijn. Je moet je ruimte klems in het proces onderbrengen. En dan heb je dus nodig dat je een meegenisme ontwikkeld om een deel van die werkruimtes en de maatschappelijk voorzieningen betaalbaar te hebben en te houden. En dat wil je ook nog geïnserden in de ontwikkelvase en geïnserden in de gebruiksvase. In de ontwikkelvase zien we nu dat er heel veel ontwikkelaars in de rij staan om te ontwikkelen, maar vooral voor wonen. We hebben eigenlijk enorm tekort aan ontwikkelaars die gemengd willen ontwikkelen en sterke nog vaak hebben ze grote investeerders achter zich pensioenvonsen en die pensioenvonsen die zijn ook per sector verdeeld. Dus we hebben eigenlijk geen gemengde fondse investeningsvonsen in Nederland. Krangzinnig. Dus eigenlijk moeten we dat gaan regelen, want uiteindelijk is het ook voor die pensioenvonsen beter en waardevoller om gemengde gebieden te creëren. En het is ook risico-spraiding, want je ziet als je belegger in de kantoren bent gegaan op moment is de kantoren, maar ik ben het moezaam. Dus er zit je met je het portafijen met alleen maar kantoren. Dus als je dat is wat beleggers natuurlijk überhaupt doen is risico-spraiding, maar dat geldt dus ook juist. Hier krijg je dat risico-spraining cadeau omdat je al die functies bij elkaar hebt. We zijn in de ontwikkelvase moet je creëren dat er ontwikkelaar zijn te vinden, beleggers die wel deze opgave en ze zijn, maar je moet dan wat beter je best voordoen. En in de gebruiksvase moet je creëren dat die blindverling in één hand is in een gebied. En dat zien we bijvoorbeeld in een heel inspirie en een project in WNZ staat. Daar heeft de gemeente gewoon verplicht gesteld dat blinden, die zijn wel eens waarin in eigendom van de individuele pand eigenheden, maar die moeten dat voor 100 euro verdoorverhuren naar een gebiedorganisatie en die kan dan vervolgens keuzes maken sommige blinden worden voor 300 euro per fiets dat de meten per jaar verhuurt aan de supermarkt die veel kan betalen en daarmee verdienen ze verdoende geld om andere blinden weer betaalbaar te houden. En daardoor kan dus ook op gebiedsniveau kennis ontwikkelen over wat is er nodig in dit gebied en hoe veranderd dat door de tijd hein. Dus ook in de gebruiksvase, in de decennia daarna is die organisatie er om eigenlijk al die blinden te organiseren. Nou dat model hebben nu ingevoerd, zijn we bezig in te voelen in het beurs kwartier en utrecht. Een hele nieuwe gebieds ontwikkeling naast het centraalstation van utrecht in hele hoge dichtheid en een gemengd gebied. En daar hebben we nu ook gezegd we richten een gebied organisatie op die manier, al die blinden gaat krugeren en straks eigenlijk zorgt blindbf. En eigenlijk hebben we dat hier in Amsterdam geleerd, want ooit begonnelde jaren natuurlijk in de haalementstraat doorbreken dat iedere pand eigenlijk zelfs een blinden-invulling bedacht, maar ik begon winkelstraatmanager te zijn en waardoor die op straat niveau kennis kon ontwikkelen, netwerken kon ontwikkelen, vragen aanbod bij elkaar kompringen. Dus in feite is dit een soort nieuwe invelling van het winkelstraatmanagement van delde jaren. We zijn nu ook bezig om op die hele planning door treinen die na de tweede wereldoorlog is ontstaan en tot diep in de jaren 90 de dominante richting was om die hele structuur die daarin is ontstaan tot met de investering aan toe om daar weer om nieuw te leren hoe we dat moeten noemen. En dat is ook de reden waarom ons uitige planning gedomeneerd wordt door mobiliteit en pakkeerden, omdat alles zo uit elkaar gelegd is, moest je dus wel in de auto om naar je werk te komen. En daar hebben we nu last van, want in iederst ene bakken plan is de eerste vraag die we krijgen. Hoe krijgen we het pakkeerder in? Maar dit is dus wel iets wat we niet morgen hebben opgelost, want dat is zo lang als het gedured heeft om het op te bouwen, zo lang duurt het waarschijnlijk ook om het weer te veranderen. Dus we zijn nog wel op 30 of 50 jaar bezig om die functies weer bij elkaar te krijgen. En dan hebben we die mobiliteit ook weer anders, want dan kun je weer op de fiets en kun je weer lopend naar alles wat je nodig hebt. Maar in de tussen tijd zijn aantal mensen gewoon totaal afhankelijk geworden van de auto. Dus die oplossing, die heeft even tijd nodig en in de tussen tijd moet we dus wel reageel dat het zich blijft organiseren. Ook al weten we dat het op de langa te mijn anders gaat worden. Ja super interessant, dus eigenlijk dus ook een beetje weer een tegenreaktie op het volgen, maar als je dat weer zo hoort dan kan je natuurlijk ook weer denken welke problemen gaat deze tegenreaktie? Zeker. Hoe weet je mooi helemaal goed? Het is altijd een goprobe weg. Ja. Waar ik heb wel het idee dat je die daar dus al wel heel erg mee bezig zijn, het anticheperen op de problemen die deze aanpak weer. Het is altijd soortkorte en langer termijn met elkaar verbinden. En wat ik me ook steeds meer realiseer, is dat wij als steden bakundigen en als plenners wij zijn heel erg gewend om op langa te mijn te denken. Dus wij zeggen ja die auto gaat er helemaal uit. Waar mensen die dagelijks afhankelijkstaan van die auto, die worden daar helemaal onrustig van die denk ja maar als het die auto niet meer hebt, dan kan ik niks meer. Dus waar wij altijd denken in over 20 jaar is het dus heel belangrijk dat we ook leren denken wat betekent het voor vandaag en morgen, want als we die mensen die meekrijgen in dat denken, dan gaat het dus ook niet lukken. Dus dus die twee tijds die snelheden met elkaar verbinden, dat is denk ik wel iets waar we als vak ook beter in kunnen worden. We verkopen het verhaal niet met alleen maar over 20 jaar wordt het allemaal beter. Ja dat is veel te lang, daar gaan mensen niet in mee in zo'n verhaal. En ik heb een concrete voorbeeld van wel het langa termijn denken op de horezen ontzetten en nog steeds het voor de mensen die nu nog een auto hebben wij zijn plekken prettig maken. Ja de praktische oplussing die we nu vaak kiezen is dat we zeggen stoppen het parkeer in een parkeer gebouw, wat als voordel heeft dat het ook makkelijker door verschillende groepen gebruikt van worden bijvoorbeeld in delft zijn we nu bezig met een project wat waar een revelatie centrum en nog een aantal niet wel hun functies naast elkaar er zitten. En zo'n parkeer gerijdsje kan dan overdag voor de gebruiktor de bezoekers van een revelatie centrum en en zavonds kunnen de bewoners daar parkeeren. En op een momentje dat dus niet aan een wongebouw plakt dan kun je het veel makkelijker delen maar je kunt ook over 20 jaar zeggen we hebben de hele parkeer gebouw niet meer nodig en we slopen dat parkeer gebouw. Door het te concentreren kun je net hoev je niet in al je blokken dan er gaan sluiten als dat parkeeren niet meer niet meer nuttig is. Wat er ook nog bij is gekomen in afgelopen nou we zeggen 20 jaar is natuurlijk dat die stad steeds duurlijk wordt en we hebben proberen uit alle macht met ze alle denk ik in de Nederlandse planologie naar tegenwicht aan te bienen. Gelukkig hebben wel een reelijke goede structuur van sociale heer het is nooit genoeg maar als het vergelijkt wat we hier doen met wat we in het buitenland zien dan gebeurt er veel maar dat zijn we dus nu ook denk ik voor het werken aan het leren omdat het wonen verdringt het werk omdat je daar gewoon hoogde prijs kunt mee kunt verdienen nu op dit moment en binnen het werken zie je er ook weer dat sommige werkfuncties andere werkfuncties verdringen omdat die hoogde prijs kunnen betalen en daar moeten we ons nu dus mee bezig gaan houden sinds 20 jaar want tot 20 jaar geleden vonden het alles minder voor meer zichzelf wel. En Hamzen dan heeft de heel goed voorbeeld het broedbaar het beleid en we zijn in de afgelopen 20 jaar ontwikkeld om creatieve in de stad te houden en plekten blijven geven. We zijn hele organisatiestructuur een heel goede instrumentekist ontstaan om dat in de stad te houden heel succes van ook internationaal in iek dus dat soort voorwelden heb je nodig om vervolgens te gaan kijken hoe kun je dat bijvoorbeeld naar de maakbedrijven gaan uitbreiden. Dat is wat er nu bijvoorbeeld met die werkkoortparatie aan het doen zijn die is osponkelijk in de oprichting om bepoen wat in gebieden als het haarmarkwerteer in Amsterdam noord. Dat is nu zo'n werkgebied en er zit veel maakbedrijfigheid en dat gaat veranderen als je daar niks doet en de woningbaar daarin komt op de mein. Dus dan moet je nu op gaan anticiperen maar die werkkoortparatie hebben wel zowel dan nog opgericht dat die juist ook in de bestaande gebieden waar testen net over had actief kan worden want we zien ook bijvoorbeeld in de Pipe. De oude Pipe zit heel veel maakbedrijfjes. Er zijn de komst van de Noordtaardline en natuurlijk ook door de steeds verder stijgende prijzen op de woningmarkt, die we ook dat daar het maak een heel erg onderdruk staat. Dus je wilt dat van werkopraatie daar ook vastgoed kan aan kopen om permanent betaalbaar te houden in de komende diseenium. En hoe werkt zo'n werkopraatie? Ja, je kunt dat zien als de curator van die betaalbare ruimte en die ervoor zorgt dat die betaalbaar blijft dat die het eigen don krijgt. En die er ook voorzorgt dat steeds de juiste bedrijf op die juist plek zitten en die maakindustrie is heel veel aan het gebeuren. Die is heel erg aan het veranderen van karakter. Er zijn alle enige technologie in opkond. Dus met 3D printembees, een leza-katta en weet ik voor wat allemaal. En daar zal oogetwijf het ook in de komende diseenium nog van anders gebeuren wat we nu nog niet kunnen voorzien. En juist dan is het goed om een curieër en de organisatie te hebben die daar steeds weer nieuwe functies in kan krijgen en vragen aanbodbouwkar kan brengen. Gaan nu naar de tweede reportage in de laatste? In Eindhoven ging ik langs bij strijp er. De wijk van ontwerper Pietheijn Eek. Zijn werkplaats bevindt zich hier in het midden van een woonwijk. Hij was er eerst en later
We zijn een woning om heen gebaalt. Piet is echt een ondernemer uit. In het restaurant is het er in Tv. Noot Tels, hij ziet wat studio die zijn maken, Piet Friedzetter en hij heeft meegewadst uitgebreid. Ik vind het wel erg wel erg. Uits een werkplaats klinkt zachtgeruids en gittemmerk. Hij heeft verkeer rond. De tocht spelen er over een kinder op straat. En hebben onwoonende erbij een glaswad. Op straat ik vond het werk zo. Het is een weekend, het is hier lekker rustig achter. Door de week is het wat bedrijfheid. Je wordt de vrachtwagenstikomens om zo'n halve zeven. Maar ik vind het niet zo erg bij mijn hoogte mens. Het is meestal niet heel zoveel het vroeg. Dus dat lijkt me dan rekening houden met. Naast het rekening houden met, organiseren Piet Hein-Eek ook allerlei activiteiten met de buurt. Voor een goede relatie. Dat vind ik wel leuk. Hij betrekte buurt er echt in. Hij nodigde ons afdoen keer uit om tussenkranke veertge open. Hij nodigde ons uit om een behoorlijk te komen doen. Dus die zuinweek is natuurlijk iets wat hij hier gespeeld. In de omgeving waar hij ook activiteiten met doet. Dan betrek hij de buurt ook. Hij zegt van, "Je kunt overlasten varen." Bel dan even. Hij is zich bewust van dat je mensen wonen. Hij zoekt het echt op zeg maar. Nou, ik vind dat zij wel heel veel doen. Ze geven ook feesten wel voor de buurt ook. En zo afgelopen vrijdag nog komig gratis vriendeten op koningsnacht en zo. En wat geven deze bewoners meer als tips voor andere wijken? Zou je zeggen blijven je sprek met elkaar. Dus de communicatie blijft altijd belangrijk. Dat is denk ik overal. Ik zou liever niet lang zijn. Ik wil iets die rendaakt, die crematische fabriek willen wonen. Bijvoorbeeld dat ze dingen wel uitstoot ook. Dit is natuurlijk ook een schattig bedrijven. Vind ik dan. Dit is niet zo dramatisch als ik na z'n beton fabriek zou wonen. Niet alle industrie is, kan in een woonwijker zitten natuurlijk. Dus ik snap wel dat er onderscheid gemaakt wordt. Bewoners geven aan. Veel van de problemen los je op de goed naar elkaar te luisteren. En wat vinden ze bij Piethijn? Als je hier in de zijkant van het een mooie naaste metaal afdeling, dan wil je wel eens wat herrie veronzaak met de zomer staan. En dat het dan echt heel warm is. En die machines die daar staan, willen wel eens wat wein maken. Als je begrijpbaar bedoenen wat we maken en hoe we het doen, dan kan je ook begrijp dat we er niet zoveel aan kunnen doen. Dat die machines behoorven niet te vroeger beginnen. En of als we beginnen, hoe we beginnen er raamen, dan niet te openen. Dus het vandaan is een aantal dingen die we met de buurt doen. En het meest is eigenlijk alles open, eerlijk en goed mogelijk komiseren. Als we dichter organiseren en organiseren nog wel eens wat dingen. Dus wij zeggen altijd wel ons of en hier hebben telefoon of Apple ons of Kom longs of Kom binnen. Als je daaruit lasten, want dan kunnen we dan meteen niet zijn doen. We zijn wel regelmatig met de buurt in gesprek. Dus wij zijn wel een bedrijf, maar hier ben je wel het buurman, vrouw van de buurt. Dit is natuurlijk een heel mooi bedrijf. En dat heeft je woon, ik denk dat het ook identiteit aan die buurt heeft gegeven als mensen. En dan vraagt 'waar won jij? Ik woon naast de fabriek van Pietijn Eek'. Dus dat een van die mensen zijdt ook, dat is ook wel een beetje een tructelfunctie. En dat is heel mooi. Dus dat zei het perfecte voorbeeld zijn. Maar ze maken ook mooie dingen, mooie dingen waar je trots op kunt zijn. Ik denk dat dat ook heel erg helpt. Maar een garage bedrijft ook dingen waar je trots op bent. Dus het is ook wat hermarderen, wat Hans net zei. De gewone dingen in het leven die je nodig hebt om dagelijks te kunnen functioneren. Die moet je ook weer hermarderen. Nu zijn heel veel van die dingen van zelfs breken dat het het doet. Of dat als je je fiets naar de fietsenmaker brengt dan dat het dan wel iets morgen weer doet. Als je denkt wat fijn dat ik zo'n goede fietsenmaker heb. En hij is ook nog aardig en je hebt ook nog een gezellig praatje op de hoek. Dan voeg het veel meer toe. Dat is iets dat ik hier nog mis in Amsterdam fietsenmakers. Ik heb echt de idee dat die echt heel erg zijn verdwenen. Ik weet niet of je die. Ik weet niet dat ik er wel drie heb. We weten uit de statistieke dat dat steeds minder wordt. Dus de fietsenmaker, de loadgitter, de garage bedrijven, de kledingreperatie, de schoenmaker. We hebben in onze stad nodig. Dus daar moeten we nu echt iets voor georganiseerden. Zij hebben er nog laatste dingen die je die zouden willen toevoegen. Nou, er is nog een hele interessante categorie. We zien steeds meer maatschappelijk orienteerde organisaties. Een soort social enterprise, met schappelijke ondernemingen die wel winst maken. Maar ze zeggen ook heel erg inzetten voor de buurt. Misschien inzekende zin is Stampeet en hij neek dat ook wel. Want die zet zich ook in voor de buurt. Dus daar is een soort tussen commercial en maatschappelijk zijn allebei nieuwe hybride forma aan het ontstaan. In die soort bedrijf, we zien we dat die hier vaak zitten in de tijdelijkheid als er een tijdelijk iets leeg staat. En ook daar zijn we weer met instrumentale en bezig. We vinden dat vaak vanwaarde ook permanent voor een gebied. Maar dan moet je ze wel helpen om hun eigen pand of eigen grond aan te kopen. Dus daar hebben we een stadmaker's investeringsfonds voor opgericht. Dus het is de hele tijd eigenlijk zoeken naar nieuwe instrumenten. Ik denk dat het verhaal van deze podcasten misschien is dat we echt aan het leren zijn met alle hoe we op een nieuwe manier kunnen organiseren dat het toch niet gemengde stad hebben met elkaar. En er moet er echt een aantal bijzondere stappen voor deur verzetten. Wat voor stapen? Ja, een stad maakt zijn investeringsfonds heeft geld nodig. We heeft investeringsgeld nodig om door te kunnen investeren. En dat is geen weggeve geld, maar dat is iets wat terugkomt. Maar ook daar kan we weer wat leren van broedplaatsen beleid, want het broedplaatsen beleid heeft een waarborch vonds onderweekend door de tijd heen. Omdat ze merkt dat broedplaats investiefnemen is best wel een verdienmodel hebben, maar niet bij een bank in de aanmerking komen voor alle leningen. En dan helpt als je gerand kunt staan als gemeenten daarvoor. En dus dat soort instrumenten die moeten we nu ook gaan inzetten voor die maatschappelijke bedrijven, maatschappelijke onderneming voor de maakbedrijven enzovoort. Ja, ik denk dat je als bedrijf altijd moet afvragen wat vroeg ik toe aan de stad. En als bewouw naar trouwens ook. Dat je je bus bent, dat je onderdeel bent van een buurt en dat je daar iets aan bijdraagt. We zitten zelf met ons kantoor aan de honderdie Polaklaan, want de mooiste straat van Amsterdam is dus dat is wel heel succesvol. Maar wat voegen wij daar toe? Ook weer niet zo heel veel. We nemen de pakjes in ons wangstvondenbewoners die overdag niet thuis zijn. Dus zijn ze hem van dat soort praktische dingen die je voelt. Dat is wel iets. Dat is wel iets. Maar het is wel iets waar ik vaak over nadenken. Ik denk van wat zouden wij nog wat kunnen wij doen voor onze directe omgeving. Dus ik denk dat het soort oproep naar bedrijven, maar ook naar bewoners toe dat je bus bent. Dat je je maakt zelf ook heel erg de buurt. Dus als je daar onderdeel van wilt zijn als je het belangrijk vindt dat een buurt, een prettige buurt is om te leven. Dan kun je daar zelf op hele simpelen wij ze al aan bijdragen. Dus ik denk dat we dat met elkaar moeten proberen. Vring herge, bedankt allebei voor julliekomst. Dit was de derde aflevering van de werkende woonwijk. In de volgende aflevering gaan we de grens over.
Podcast Summary
Key Points:
Het mengen van maakbedrijven en woningen vereist een zorgvuldige aanpak van overlast zoals geluid, stank en verkeer.
Verkeer is een blijvend probleem, vooral vrachtwagens die snel van A naar B moeten, terwijl er ook spelende kinderen en bakfietsen zijn.
Gemengde wijken bevorderen levendigheid, werkgelegenheid voor lager opgeleiden en efficiënter gebruik van voorzieningen en openbaar vervoer.
Betaalbare werkplekken zijn essentieel; er wordt gepleit voor een 'werkcorporatie' om deze te beheren, vergelijkbaar met sociale woningbouw.
Goede planning en ontwerp, zoals 'superplinten' met rustige binnenzijden voor woningen en levendige straten, kunnen overlast beperken.
Communicatie tussen bewoners en bedrijven is cruciaal voor acceptatie en samenleven.
Transformatie van gebieden duurt vaak 20-30 jaar, waardoor tijdelijke overlast tijdens bouwfasen moet worden beheerd.
Flexibiliteit in ontwerp is nodig om in te spelen op onzekere toekomstige economische veranderingen.
Summary:
De transcriptie bespreekt de uitdagingen en kansen van het mengen van maakbedrijven en woningen in stedelijke gebieden. Hoewel deze mix overlast veroorzaakt zoals geluid, stank en verkeersconflicten tussen vrachtwagens en spelende kinderen, biedt het ook voordelen zoals levendigheid, werkgelegenheid voor lager opgeleiden en efficiënter gebruik van voorzieningen. Een belangrijk probleem is de betaalbaarheid van werkruimte, omdat stijgende prijzen maakbedrijven verdringen.
Voorgesteld wordt om een 'werkcorporatie' op te richten om betaalbare werkplekken te beheren, vergelijkbaar met sociale woningbouw. Goed ontwerp, zoals 'superplinten' met rustige binnenzijden voor woningen en levendige straten, kan overlast beperken. Communicatie tussen bewoners en bedrijven is essentieel voor acceptatie.
Daarnaast duurt gebiedstransformatie vaak tientallen jaren, wat tijdelijke overlast tijdens bouwfasen met zich meebrengt. Flexibiliteit in planning is nodig om in te spelen op toekomstige economische veranderingen. Uiteindelijk draagt een goede mix bij aan duurzame, veerkrachtige steden.
FAQs
De grootste problemen zijn hinder, veiligheid, verkeer, geluidsoverlast en stank. Vrachtwagens en spelende kinderen in dezelfde straat maken het extra complex.
Het biedt waardevolle werkgelegenheid voor lager opgeleiden, maakt reparaties in de buurt mogelijk en houdt de buurt levendig. Het zorgt ook voor beter gebruik van voorzieningen en openbaar vervoer.
Door een percentage van nieuwe gebieden te reserveren voor betaalbare werkplekken, bijvoorbeeld 30% sociaal, 30% midden en de rest vrij. Een werkcorporatie kan deze ruimtes beheren, vergelijkbaar met een woningcorporatie.
Een superplint is een ontwerpconcept voor grote stadsblokken met veel variatie op straatniveau. Het zorgt voor menselijke maat, verschillende functies zoals garages en winkels, en rustige woonzijden aan de binnenkant.
Door de logistiek van bouwverkeer te optimaliseren, zoals korte routes naar uitgangen, en door rekening te houden met bewoners en werkenden die al in het gebied zijn. De bouwfase kan 10 tot 30 jaar duren.
Communicatie is essentieel om conflicten te voorkomen. Bewoners en ondernemers moeten elkaar ontmoeten, bijvoorbeeld door buurtactiviteiten, zodat ze rekening met elkaar houden en overlast accepteren.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.