Go back

Wanneer leer je kinderen echt ‘goed’ rekenen?

38m 24s

Wanneer leer je kinderen echt ‘goed’ rekenen?

De podcastaflevering van Chipcast, in samenwerking met JSW, richt zich op de vraag wanneer kinderen echt goed leren rekenen. Gasten zijn hoogleraar Wiet Ruzenaaks, auteur Sessieu Rijs Naars-Elsof en leerkracht Anouk Kersten. De discussie benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor goed rekenonderwijs primair bij onderwijsprofessionals ligt, via effectieve instructie, en niet bij de kinderen zelf. Historisch gezien is de aandacht verschoven van het diagnosticeren van leerproblemen naar de vraag wat leerkrachten kunnen doen om beter onderwijs te bieden. Er worden belangrijke knelpunten in het Nederlandse rekenonderwijs geïdentificeerd: zorgen over de vakinhoudelijke kennis van leerkrachten, het ontbreken van doorgaande leerlijnen tussen groepen, en overladen lesmethodes die te veel onderdelen bevatten zonder duidelijke focus. Leerkrachten volgen methodes vaak klakkeloos, wat leidt tot een gebrek aan tijd voor essentiële zaken zoals oefening en probleemoplossing. De oplossing ligt in het terugwinnen van vakmanschap: doelgericht werken, het kritisch schrappen van overbodige lesstof, en het zorgen voor voldoende oefening en aansluiting bij de belevingswereld van kinderen. Ervaringsgericht onderwijs wordt hierbij niet gezien als vrijblijvend experimenteren, maar als betrokkenheid creëren en inspelen op wat een kind nodig heeft.

Transcription

7345 Words, 40624 Characters

Dutch
Welkom bij Chipcast. Lukt ik het luisterd naar de nieuwe aflevering. Chipcast is een wekkelijke supportkast over onderwijs, alles over didactiek pedagogiek, leeren samenwerken, innoveren onderzoek doen, onderwijs kunnen leiderschapen soms een uitstapje en de filosofie. En deze podcast maak ik samen met JSW het vakplat voor het basisonderwijs. JSW zal jaar het naastlagwerk voor leerkrachten en onderwijsprovetjnos in het primair onderwijs. JSW is praktijk gericht duidelijk en toegankelijk en wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft. En dus ook over rekenen waar we het vandaag over gaan hebben. Met 6 reikenedities per school jaar ben je helemaal bij. Bijvoorbeeld als het gaat over ICT, media, basisvaardigheden, social, emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkeling op het wiet van lezen, kijk zeker op JSW.nl. En vandaag ga ik in gesprek met Wiet Ruzenaaks. Inmere het is hoogleer haar Oortokpede-Gogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Naast onderzoek altijd werkzaam gebleven in de praktijk, aandazgebieden ja onder andere leerproblemen, leerstornissen, dyslexie, dyskouculi, diagnostiek en behandeling. En samen met Sessieu Rijs Naars-Elsof, onder andere oudteur van de boeken berekenend en eerste hulp bij Instruxie. En ook aan tafel Anouk Kersten. Leerkracht op Eilenspiegel een school voor ervaringgericht onderwijs. Ego? -Ja, klopt. Als ik leukje de bent aan groep 5-6, geef je les. Ja, 5-6. En je bent daarnaast ook van het woordelijk binnen het expertiem voor rekenen. Klaapt. En je bent rekenencoordinator in opleiding. Heel maar juist. Leuk je de bent in je pogen schreef aan het G-Zweenum. Meer gespreven toch? Ja, mijn collega heeft daarin vrouw het woord genouwbaar. Oké. Ja, kijk. Nou, hartstikke leuk. We gaan het hebben over de vraag. Wanneer leer kinderen echt goed rekenen? Of toch iets scherper? Wanneer leer je kinderen echt goed rekenen? Wie want daar ging het ook in de voorbereiding over her. Wat is eigenlijk de startvraag? Ja. Ja, we hebben al de neerling om het naar kinderen te vertalen. Wanneer leer kinderen goed lezen? Wanneer je leer is goed rekenen? Ja, dat is natuurlijk een verkeerde startvraag. Wat het gaat erom, dat wij vanuit onze culture en samenleving de kinderen leeren lezen en rekenen. En natuurlijk hebben ze ook een eigen bijdrage erin. Maar wij zijn de gene die de regioen als onderwijsprofessionals. Dus wij zijn de gene die de kinderen moeten leer rekenen. Dus ook als je zelf vragen hoe kunnen kinderen beter leer rekenen. Dus het ligt bij ons, het ligt bij de instruxie, hoe we dat doen. En laat ik het voor als zeggen, ook als je geen instruxie geeft, als ook instruxie. Dus hoevergein discussie te hebben over ja, maar instruxie is misschien te veel sturen, of te veel ingrijpen. Ook als je niks doet, bewijsprekken als leerkracht, zel dat je op dat idee zou kunnen komen. Ja. Dan geef je ook instruxie. Maar wij zijn de gene die de regioen hebben en vooral, ik moet dat houden. Blankensstak.wel, hoe start je en hoe kijk je naar rekenen? Waar komt die beweging dan van daam? Misschien een heel kort eeuw van zijn we langzamer aan die kinderen en leerlingen zelf gaan kijken. Ten opzichte van voegen waarin je misschien toch geneig was om naar de professio te kijken of ga ik naveel te kort door de bocht. Nou ik weet het, er is natuurlijk een deel op van de jaren wel veel aandacht gekomen voor problemen in het leren. Het woord leerstoorn is zo'n uur nu niet meer zo gek veel. Maar het is zeker in de jaren 60 is dat een alboorlijke ga gruwien. Dat de aandacht kwam voor dat deel van de leerlingen. Het doen ze er heel veel gekeken naar wat is bij die kinderen misst, wat is bij die kinderen aan de hand. En langzamerzijk is gelukkig toch de aandacht weer meer verschroven naar als een kind zwak is of als die heel goed is. Wat kunnen wij als omgeving dan het beste doen? Dus het is meer aandacht gekomen voor de inhoud van de directie en ook de inhoud van de instruxie. Hoe geef je precies instruxie? En hoe stem je zo goed mogelijk op wat een kind nodig heeft. Maar jij bent degene die afstemt. Je kunt niet aan een kind vragen, kun je wat beter rekenen of zo. Nee, dat kan niet. Je kunt wel eens vragen, kun je beter opletten, maar zelfs dat werkt niet echt. Want je moet dan iets doen zodat een kind beter gaat oplet. Je bent degene die de bo doen. Je kunt ook die een kind vragen van de Godgaai. Je kunt het wel vragen, maar de meiijderen rieken weet. En het is wel verstandig, dat is mij een opvallting. Wel verstandig dat je de regie houdt en dat als je kinderen daarin zelfstandigheid geeft dat het een soort begleide zelfstandigheid is. Dat je die zelfstandigheid ondersteund. Maar gelukkig is dus de aandacht weer geleidelijk verschroven naar wat kunnen wij als professionels doen. Wat is nou de beste aanpak die we kunnen reediseren. Mooie historisch geefts ook even en ook belangrijk. Zijn we wat het stackpunt is. En dan ook je bent dus met rekenen bezig. Is dat dan ook jouw favoriete vak, zeg maar? Wat maak je daar nou zo in de school bevlogen mee bezig bent? Ik vind het rekenen heel leuk. Vak het. Ik zie het altijd een beetje als een soort van puzzelen. Kouden van puzzelen en rekenen is ook een beetje puzzelen. Ja. Er zijn verschillende wegen die naar Rome lijden. Wat is de beste, wat sluiten best bij jou aan bij de kinderen. Ja. Nee, ik hou overrekenen. Ja. Leuk en dan ben je ook bezig met ervaringsricht onderwijs. Ja. Een mooie afkorting ego. Ego, ja. Ja. En bij ervaringsricht onderwijs denken we waarschijnlijk ook heel veel mensen te doen. Oh, kinderen gaan van alles alleen maar ervaren en alleen maar doen. Ja. Ja, dat is een onderdeel van ons manier van werken. Wij vinden wel betrokkenheid belangrijk. Kenderen moeten zich gelekker in een welvoerde. En echt betrokken met die speseer kunnen zijn. Op dat moment komt vorm ons leren pas echt tot gang. En het is aan ons de taak als leerkrachten om in die ervaringstroom van kinderen te duiken. En dat betekent dus eigenlijk van hergehoogt pagater in het hoofd van die leerling om of het hoofd van die leerling. En wat heeft dat kind precies nodig waarom er lukt iets niet. En daar proberen wij ze goed mogelijk baanslaten. Dus die dat wel bevind is belangrijk omdat ze haar scherp voor ooget hebben in relatie tot dan het aanbieden van de lesstof. Het didactiezeren van de doelen die je hebt. Zo is zo. En dat is een belangrijk, ervaringstricht is niet een soort alleen maar uitproberen. Nee. Dat zei je natuurlijk ook die associatie zouden ook bekijken. Ja, ze zou je snel hebben, maar het is ook vooral in dat het je lekker in je vervoel en echt in iets willen duiken ook. Ja. Hoe vind je dat het rekenen onderwijs in Nederland te voorstaat? Ik ga dat zo een stuk ook even aan wie te vragen. Meer weten schappelijk op afstand. Maar hoe ziet jij dat nu in Nederland? Dat is natuurlijk veel over te doen met leidjes en zorgen die er zijn. Ja, die zijn er in wat raadzeker. Als ik naar het rekenen onderwijs in Nederland maak ik me zelf vooral zorgen op de kennis van de leerkrachten. Of die wel voldoende kennis hebben om de kinderen echt juist te vakt te leeren. Ja. Of goed te kunnen leer rekenen. Ja, vraagt er ook wat. Je vind je die duurtiek is, daar zit misschien ook wel de grootste uitdaging. Ja, hoe doe je dat, maar ook terugkijken. Wat ligt er voor? Als je je leert zet avonds om aan wat moeten ze van te voren leeren om of weten om dat u er ook meer aan de slacht te kunnen gaan. Welke voorkennis heb je eigenlijk? Ja. Ja, we zijn natuurlijk alleen metoders in Nederland die kan gebruiken, die kan je aanschaffen. Maar dat is niet genoeg, je zegt eigenlijk het vakmaschap van de leerkracht zelf is heel belangrijk. Als jij trouwje metodervolligd of misschien daar gebeurt denk ik niet eens altijd even te gauw. Maar dan weet je nog niet wat ze in groep twee of drie al hebben aangeboden gekregen. En super belangrijk dat je daarop voor kan proeleureen. Ja. Dus dat weet er komen bij de punt van overzicht hebben over de doorgaande leerlijgen. Hoe de vakmaschap scherp hebben. Ja, ken je dat? Hoe staat Nederland ervoor? Zou je dat eens kunnen exploreren? Ja, heel Nederland is een beetje een hoge enige grote vak. Maar we weten dat het in het onderwijs het rekenen gaat niet vooruit. Het risdiskusie of het achteruit gaat of niet, maar het gaat niet echt vooruit. Mocht het vooruit gaan, dan gaat het niet of aan die hart vooruit. Dus daar kunnen we beschrijven over zijn. En daar is de vooruit, er wordt wel heel veel geïnvesteerd. Er zijn enorme metoders ontwikkeld, er is heel veel tijd wordt de besteed aan een extra opleiding. En daar gaat het studie dagen, nou, er wordt van alles in nog wat geënvraagd. En toch gaat het niet echt hard vooruit. Ja, als je kijkt, een punt wat jij in dit aangeeft, dat die doorgaande lijn in principe dat een zwakpunt is. Wat je binnen het reken onderwijs ziet, dat is, we hebben het in de schoelunnen die ik samen met Sila hebt gegeven rond. Eerst heel de bij instructie. Hebben we het gevraagd aan alle deelnemers. En als je dat aan hondet deelnemers vraagt van hoe zitten met de doorgaande lijnen in het rekenen. Volgens een groep 2 en 3 een hele crucial punt, dan zeg 2/3 gewoon bij ons, wat helemaal niks had gedaan. Als wij het vragen aan mensen die we tegenkomen is, scholen van praatjijk, bijvoorbeeld als leekracht van groep 3 regelmatig systematie met de leekracht van groep 2, zodat je weet wat er gebeurt. Nou, niet eigenlijk. In 2 derde van de. En we doen het aan de hand van boorlijke structurerenen vragen lijsen die niet sociale mensen kunnen worden ingevuld. Ja, vind ik dat eerlijk, zeg schokend. En ook als er sind jaren zijn van het gaat minder goed met een leerling, wordt het dan met een volgende leekracht goed besproken. Ook dat gebeurt niet. Dus ook de zorg voor de wat zwakkere leerlingen, maar het geldt ook voor leerlingen die misschien vastel op omdat ze zelf al die dingen bedenken veel sneller zijn aan de rest. Ook dat wordt niet doorgegeven. Dus dat vind ik wel schokker te denken dat staat er dus niet in geval niet goed voor. Maar een punt vind ik ook apart als je naar de metoders kijkt, want we hebben samen ook de metoders geanalyseerd die er zijn. En dan zie je dat er heel mooie metoders, maar die staan standvorm met van alle onderdelen. De leekracht vertrouwen op die metoders. En die zeggen ja, want als ik moet dat allemaal doen. De handen komt er toets aan. En anders gaat die toets natuurlijk niet goed. Maar als je nou kijkt waarom zette al die onderdelen daar precies in die les sluit het aan bij het doel, is dat wel voldoende oefening, is dan voldoende herhaling voorzien of zo. Weet je zeker dat als je dit gedaan hebt dat die leerlingen het ook weten, dan moet je eigenlijk zeggen dat nou in veel gevallen is dat niet zo. Dus als je dan kijkt van wat is eigenlijk het doel, is het doel voldoende duidelijk sluit oefeningen erop aan en je zou de schaar pakken. En ze zielen staan aan het dus juiste voorstander van, dan kun je in veel gevallen geonder helft weg knippen. Weg knippen. Weg knippen en dan hou je dus tijd over om belangrijker dingen te doen. Meer probleem oplossing zicht of je kunt meer oefening in bouwen wat enorm gemiss is in veel methoden. Meer oefening in bouwen. Ja, veel meer oefening. En dat betekent dus niet saar, want je pedagogische verantwoordelijkheid, en dat is ook ook in verhaaringsricht onderwijs. Je pedagogische verantwoordelijkheid is dat je het niet saar maakt met neem. Je betekent het vol. Je kunt werken met kinderen, je kunt ze auto's meer en je kunt ze erbij betrokken houden. Maar je kunt ze heel veel weg halen. Je kunt de zorgen dat je aan dag besteed aan wat belangrijke is, maar leerkrachten die geloven wat er in een methoden staan. Dat begrijp ik eigenlijk ook eens in zekerzijn wel, want je bent natuurlijk hartstikke druk. Je komt te hafel gedaan, je gaat te paabo doen, je gaat op geen werk. Dan is die metodo die gaat de scholing volgen. Ik begrijp dat je dan een beetje zo daarmee aan de gang gaat, maar eigenlijk komen er al achter het is best over laden. Hoe doen jullie dat op school? Is er proberen jullie die doorgaan de lijn te bewaakers en dan nou dingen die jullie ja, proberen te doen om dat tegen te gaan? Dat is wel een groot risico natuurlijk. Zo, zoveel wij ons al geen slaven van een methoden, zoals het wel een beetje. Ja, een methoden is een middel en zelf ben jij daarin leidend en stuurend en verwachtig ook vooral van al mijn collega's in het onderwijs dat ze hun oor ook houden. En echt vooral ook kijken, is deze oefentijt voldoende. En misschien kan je wel juist een doel overslaan waarvan blijkt dat ze die al lang beheersen. Dus klakeloze metoden volgen zou ik sowieso nooit doen, maar aan de andere kant kan je ooit wel als je juist de metodo de leest wel zien, he. Wat hebben we welke voorkenners hebben kinderen nodig? Mocht je dat van jezelf niet weten? Het staat er wel in de metodo beschreven. Dus kan je wel helpen om het juist te doen. Maar als je liever geen slaven van je metoden. We zijn er proberen te kijken dan die metoden. Die metoden wordt dus eigenlijk ook toevol geplemd. Toevol, ja. Weet je zoals bij het curriculum. Waar ook wat kritiek op is een overlade curriculum waarin Tooveel wordt aangeboden aan leerlingen. Een spette curriculum moet ook wel genoeg gaan. We hebben op een vlak te breken en gaan we klok kijken en dan gaan we nog even tegen je lezen. We gaan nog even lezen met elkaar. Er zit geen lijn in. En dat kan ook bij docenten, maar leerkhaften gebeuren niet. Maar zeker, het zit er vol. Het is verleerkrachten, denk ik, ook heel erg verwaard. Wat er allemaal in zit. En er komt ook steeds meer in. Dus als er een bepaalde onderwerpen zijn die interessant zijn of die mensen denken van dat. Dat is belangrijk, dan komt dat er ook in. En je ziet dus dat metoders, metodenschrijvers. Het is nooit eens schrijven, het is heel team. Dat daar alle dingen ingevoegd worden die op dat ook meer in de belangstelling staan. Oh ja. Bijvoorbeeld, als je het kijkt, zie je het al een rekenmuit. Wie kan het rekenmuitje niet. Nou, ik heb in ingerooningen meegewerkt aan het onderzoek of dat onderzoek begrijt, waar uiteindelijk dat rekenmuitje testand is gekomen. Dat zie je dat dat een vinder mensen dat interessant idee. Dat betekent dus dat dat even later in een metoden opduipt als vast onderdeel terwijl het eigenlijk strijdig is met uitgangspunten van de metoden. Ja. Vorigwilt. Nou, zo heb je dus de nieuwe onderwerp in. En metoders nemen het over, metodenschrijvers nemen het over. Leekrachten weten niet altijd precies waarom het is. Dus als je dan zegt van gewoon zou je mepaald onderdeel misschien op die manier kunnen aanpakken, zeg je, ja, maar hebben al een rekenmuitje. Klar. Ja. Terwijl ik denk, ja, langzaam en zeker, loopt je het gevaard dat mensen niet meer weten waarom dingen in een metoden zitten. Wat nou precies het doel is, hoe het leerproces van kinderen precies in elkaar zit. En waarom hier reken onderwijs op die manier moet vorm geven, dat zicht daarop en dat kun je eigenlijk de leekrachten ook niet kwalijk hebben, dat die krijgen gewoon de metoden moeten dat gaan doen, raak je het zichter op kwijt. Dus ja, dat is wat we eerlijk gezegd veel zien. De staat teveel in, de gebeurt eigenlijk teveel, de kan dan op wegken niptorden. Maar deur is maar los van het feit dat natuurlijk duurboeken zijn die het kan inzetten, kan nippen bij wijsprekken. Nee, dat is natuurlijk ook. Dus moet eigenlijk weer dat vakmaschap terug te nemen en toch te reagerdeer op. De leerdoelen, de leerleinen. Jullie zijn natuurlijk, hebben jullie bijvoorbeeld ook een visie oprekende? Ja, ik stel maar even misschien een wat oen en gevragen. Hoe, hoe, hoe, wat is voor jullie op school belangrijk? Als je dan uit eindelijk dat boek gaat kijken of naar de oprenkste of. En dat is niet meer. En dat we er in het super belangrijk dat we doel gericht kunnen werken, dat kinderen ook weten waar aan welk doel we wel en niet werken. En inderdaad ook wat ze daarvoor al hebben geleerd of nog niet, misschien zelfs onderdoel te behalen. Dus dan kun je er op insteken. Dus dat vind ik wel super belangrijk, kinderen inzicht krijgen hun eigen rekenen. De rekenmurtje gebruikt wij ook om inzichten bieden. Het is natuurlijk één ding, hè. Je leert kinderen iets aan en dan naden je altijd dat ze bepaalde dingen gaan in oefenen automatiseren. Zo een rekenmurtje kan er wel inzicht ingeven waar door je kinderen heen gaan. Maar want met dat spel oefenen, want dan, hoe vind je vooral, hij had onderdeel van de rekenmurtje. Dat doorgericht, vooral doorgericht, speciafieke activiteiten. Ja. Het is natuurlijk ook heel talig het rekenen. Taliger geworden misschien dan ten of gerichter van vroeger. Is dat zo? Wordt het was gezegd dat het bijna alleen maar begrijpen het lees is. Ja, veel wel, veel wel. Ja, het is veel taliger geworden. En ook de instruxie in de. Ook voor de kind dat trouwens, instruxie in de boeken. De context opgraven, op zich zijn context opgraven natuurlijk niet verkeerd. En het trouwens een heel belangrijk rol gaan spelen. Met algemeen geld, dat is ook wel een stoppaartje voor mij. Dat is dat, als het gaat overleeren en overrekenen, dan moet je dus weten hoe kennis van kinderen zich ontwikkeld. En daar wordt eigenlijk nauwelijks aandacht aan besteed. Ik zal een voorbeeld geven. Wat ook als je dat op scholen vraagt, dan mensen kijken, stel bijvoorbeeld kinderen leeren tellen. Dan kennis de tellerijen begreven omblik. Het kennen van de tellerijs natuurlijk op zich heel erg belangrijk. Maar het is gewoon feite kennis. Kinderen leer gewoon zo'n drone op zeggen, de tellerij. Ja. Het toepassen van de tellerij om vast te stellen hoeveel dingen heb ik, dat is geen feite kennis, dat is een procedure. Dus dat is een toepassing van die feite kennis. Als een kind nou een probleem heeft met het vast teller van een hoeveelheid, maar kan er dus zijn dat die toepassing niet goed doet, terwijl die wel de tellerij kent. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat die de tellerij niet kent en daarom met die toepassing niet goed loopt. Het is zo simpel dat je denkt van, als je dat in de gataal dat er een verschil is tussen wat je aan feite kennis zeg maar nodig hebt en er zit er even heel veel feite kennis en de toepassing, als je dat verschil ziet, dan kun je al heel goed zien waar met kinderen goed gaat of waar het minder goed gaat. Dat zie je als de tafelskenn is gewoon feite kennis op gegeven omblik. Toepassen van de tafel in het gelijknaamig maken van breuken, dat is een procedure. Dus als mensen zeggen, hij snap de breuken niet, dan zeggen wij altijd hoe zo snapen niet. Wat weet hij dan niet? Kent hij wel de tafel's? Of weet hij niet hoe hij dat moet toepassen? Als je dat soort verschillende in de gataal. Dat kan vooral zijn dat hij dan leerling moet heeft met de tafel's om die weer even op te halen, dat het lang duurt. En dat werkt geugen een beetje overbelast raakt. Ik zie je even door de balmedolst niet meer. Dat is die voorkennis waar je het net ook al vooral het niet compleet. Dus je die eerst in oorde moet er maken. Als je dat niet doet, kun je uitleggen wat je wilt, kun je laten oefen, want dat gaat absoluut fout. Loss van het feit dat ik kind altijd moet weten waarom moet ik het eigenlijk weten. Wat is het belangrijk voor? Waarom doe ik dat? Hoe doe ik het allemaal? Hoe kan je dat doen? Waarom is het belangrijk om je aan het bij breuken? Ik zie het ook bij mijn dochter, maar ook bij het school. Waarom zijn je dan breuken moeten? Ja, ik kreeg het voor. Het wordt gewoon zo gemoppert. Konkreeten voorbeelden, noemen. In dat daad met en al heb je het overpied, zoals deelen en de banden. Ja, en het verdelen ook van snoepjes en een koekje en hoe kan je dat dan doen. Ja. Dus bij die konkreter voorbeelden ook aansluiten bij de belevensweeld van de kinderen natuurlijk. Ja, dat is heel tol. Ja, en het sucvijt, kijk je dat waar je het overhoudt, vind ik, dat ook interessant. Het avond wordt al heel snel gestamd en geautomatiseerd, maar je moet nog steeds weten dat het gaat over groepjes van. Want als je bijvoorbeeld een tafel als 7k7 wel zo uit je hoofd weet, dan zou je 6k7 van die tafel kunnen uitreken en manoe wat je wel slapen heen, wat moet je dan doen? Ja, zon begrijpen niet echt wat ze dan leren ze uit hun hoofd, maar ze begrijpen eigenlijk niet uit dat ze groepjes aan nemen zijn in een sneller manier van denken. En dan begrip het dat begrip? Ja, maar je denkt dat ik gebruik nooit term als begrip, snel per begrijpen. Oké, en waarom niet? Dat is het vraag. Ik wil altijd weten wat weet iemand niet. Als ik zeg dat jij iets niet snapt, dan wil ik eigenlijk weten wat weet je dan niet. En heel veel en als ik zeg van een lering begrijpt het niet, dan zeg ik dus dat het aan die lering ligt. Hij begrijpt het niet begrijpt. Dat is bij het begin van de vraag. Exact. Dus daar moet je niet kijken, je moet het kijken wat weten een lering niet of wat heb ik hem dus niet aangeleerd aan kennis. Ik kan een lering de staafels aaleeren, of en hoeven en hoeven en tenonrecht de noem wat automatiseren, tijdens maar stapje in het lerenproces. Ik kan dus die staafels aaleeren en de periën wonen een tafel diploma. Zijn ze dan ook automatiseren? Nee. Het enige wat je dan weet, dat is dat de feite kennis van de staafels er is. Maar tafel stoepassen. In een situaties herkennen, in context herkennen dat die tafel van toepassing is. Dat is natuurlijk het eigenlijk leerproces waarin tot automatiseren komt. Het is pas geautomatiseerd. Als je wij spreken, nou goed, drie vlesen weten weinbogen, ook drie vlesen kola zijn. Het drie vlesen weten wij gaat kopen en die zijn kosten 6 euro op stuk. In staat bij de kast, je moet afreken en hier geeft een briefies van 20. Stel even op de oude het ze way. Je kunt ondertussen nog een prijtje maken met de kastjeren, bij ons in het door op kandat. Wat er geen, die achter die staat en die vol en vertrok is. En dat je het prijtje maakt en weet dat je gewoon twee euro terug krijgt. Hoe vind je uit te rekenen? Dan is het automatiseerd en opgenomen in je manier van denken, in je totaal dagelijksactiviteit. Dat is automatiseerd, ik kan het. Ja, dus het wordt even automatiseren. En we komen er nu achter in deze podcast. Dat is een risico voor begrip. Ja. Dat is van leuk, kan je direct toepassen, is nu luisterd. Kan je dat eigenlijk wel, kan je direct naar gaan kijken? Ja, want er onderrechter wordt in metodus. Ja, het onderrechter wordt in metodus, dan wordt er 10 minuten aan automatiseren besteed. Maar dat is gewoon geïsoleerd, feite kennis oefenen. Ja. Dat is niet automatiseren. Automatiseerd ook, als je het moet toepassen, leer en toepassen, herken en in een context. Dan gaat het over meer tot je uiteindelijk tot het in iemand. Ja, ik zeg altijd de repertwaar zit, maar tot het in iemand wees in onze dagelijksactiviteit. Hij maaklijk ophalen in het langwele te meegeheugen, ik heb alle manieren al opbraten. En meer de praktijk? Zonder overbelast te raken en heel erg te moeten denken en die twee dingen meer tegelijk te kunnen. Maar het onderwijs het reken is talig. Hoe pak je dat aan op schoon? Want die willen graag ook betekentjes voor ervaringstricht onderwijs hebben. Zeg je me van daarbij pakken gewoon, waarbij we zijn veel meer te gewoon cijfers bij over. Is het ook veel in taal gevat het rekenen? We hebben heel erg wisselend. Het is dat je je een daad simpelere opgavers maakt puur rekenzommen. We maken ook context opgave maar ook kinderen maken zelf verhaaldjes bij sommen of een verhalende somm. Dat zijn tekening maken. En die delen met andere kinderen op die manier gaan wij. Ja, je kan dus de verhalen door kinderen laten maken, wie het uiteindelijk als ze iemand het beheerste. Kijk, rekenen is een waarom rekenen we? We rekenen we omdat we gedeel willen krijgen op onze omgeving. En dat kun je met woorden doen, maar dat kun je ook met een reken taal doen. Rekenen en reken taal is eigenlijk niks anders dan een bepaalde manier je omgeving orde. En dat is in principe betekent is vol. Je hebt ook met zitaal zonder betekentjes kunnen. Waarvan niemand we snel daar precies over duiden. Maar striktgenomen proberen we in het rekenen de wereld om ons heen te orderden. In termen van hoeveelheid, in termen van aantal, in termen van tijd of van lengte of van geloot of klein. Daarmee orren we de wereld. En dat kunnen we vastleggen, zijvermaartig. En dus als je iets zijvermaartig vastleegt, kun je het ook al de vitrucht vertalen. Nou, je hebt iets wat je concrete maakt als je een somme hebt als 4+3. Dat is natuurlijk prachtig om dat alle verhalen bij te bedenken. Maar je moet wel weten dat 4+37 is. Dat is natuurlijk wel accruciaal. Heb je het idee dat we nou niet te veel? Ik heb auto's de keer bijna zo'n wereld, het tijd geleden door. Een beetje kritiek gespuit over al die verhalen en die beelden. Ook met de digitaliseringen, als je in bus, dan gaat die kinderen eruit. En dan moet je zo en staan nog een giraftstad erbij. Je weet je die kinderen kijken daarna en die rakken helemaal overbelast. En gebeurt heel veel. Is dat niet de risico dat we het niet juist meer het gewoon lekker over zijvers hebben? Ik maak het even express heel simpel nu. Ja, van mij mag dat zeker. Als je dus niet verget omdat het werken met zijvers, want er komt ook uit de werkelijkheid die je omzet is zijvers, als je dat op een gegeven moment ook wel op een geleden ben, die terug kunt vertalen naar wat het in de werkelijkheid dan weer betekent. Dus je moet die dubbelen beweging moeten wel inzitten. We doen niets uit omgeving, die moet aansluiten bij de beleving. Dat kunnen we omzet Godenverhalen. Of graag dat ik net goud heb, daar kunnen we omzet in 4+3 is 7. Dat is slim, dat is handig. Maar ik kan dat andersom, kan het ook weer. Dus dat moet er wel doen. En ik denk dat als je de kinderen bijvoorbeeld context opgaveleer, moet je het ook leren. De klacht kinderen kunnen geen context opgave oplossen, is een fouten-fomuleering, dat wil zeggen. Wij hebben ze niet geleerd om die ook context opgave op te lossen. Dat is ook een stap voor stapproces. En er zijn natuurlijk altijd hele slimme kinderen, of snelle kinderen die dit soort dingen allemaal uit zichzelf kunnen. Ik zou de niet op vertrouwen. Ik zou zeggen leer kinderen, stap voor stap, hoe je hele invader gecontext opgave oplossen, steeds complexe, steeds complexe. Sommige zeleer die hele complexe tijd niet bereiken, maar begin daarin elk geval. Dus dat je het ze leert. En laat niet kinderen, zou ik doen. Het is zelf maar omdecken hoe het allemaal in elkaar zit, omdat je dan ook allerlei fouten constructies, fouten oplossings, erineren die paakjes, die wil hard nekker. Is dit dan ook zo? Dit is niet helemaal mijn vakgebied. Zoals ik nu een beetje van patten ga, moet je me even bijsturen. Leer dan ook vooral één strategie aan, want het wordt ook wel een variostratagier, verschillende strategie om tot een antwoord te komen. Dat kan natuurlijk ook ingewikkeld zijn. Je moet allemaal weer aanleeren. Een beetje simpel houden, één manier voor alle kinderen. Die keuze maken we in de eerste instantie wel, dat je één basisstrategie hebt, en dan daad je die naar de hand uitbreiden in variastratagier. En kinderen die snelle rekenen, die gebruiken die vaak al vanzelf. Maar wel met ze bespreken of die strategie dan ook wel de meeste efficiënten strategie is. Als ik terug ga dat stukje reken taal, waar je het over had, dat staat natuurlijk al in de kleutig hoppen, met meer en minder en eerste en laatste. Die opbouw is super belangrijk, maar ik ben je eens. Daar ben je ook al met leerlingen voorbereiden op dat cijferend rekenen. In een onderbouw je onbouw is heel belangrijk. Kijk, je kinderen hebben vanaf te geboren, een aangeboren gevoel voor hoeveelheid. Je kinderen een wipstoeltjes zet van twee maanden uit. Je laat ze voorwerp op scherm zien, dan zie je ze het verschil tussen drie en vier voorwerpen. Dat weten we. Alleen dat moet langzaam worden uitgebouwd, dat wordt gestimuleerd in de omgeving. 4 taal wordt dat gedaan. En die taal die in de eerste drie jaar wordt gebezen met kinderen. Die stuurt heel erg belangrijk, dat de voldoende taal aanbod is. Het lezen bijvoorbeeld van rekenprenten boeken. De keurige onderzoek was in leuve gedaan hebben bij Bette Smet. Het is heel erg stimulerend voor de rekenontwikkeling van kinderen later. Die is juist een dagen. Ons het belangrijk. Dus die taal is heel erg belangrijk, maar je moet ook kinderen daarin, waar ze goed begrijpen op een moment dat ze een vormelent taal wordt. En mijn idee zou ook altijd zijn om toch in de data te beginnen met een vaste procedure. Wat jullie strategie noemen, niet procedure, maar dat is een afwijking. Dus je begint met de vaste procedure. Er kun je namelijk altijd terugvallen. Dus ook de zwakken kinderen kunnen er altijd terugvallen. De goede kinderen kun je vrij snel op een gegeven omblik. Dus je begint eerst bij klassica met de vaste procedure. De goede kinderen kun je dan wel andere dingen laten ontdekken, maar ook altijd weer terug naar de vaste procedure. Dus je moet ze wel steeds in de gaten laten houden, en leerden te houden, dat ze dat goed kan. En dan kun je variëren zo hard als je kunt. Ik vergleichert wel eens met piano-spelen. Stelde het iemand piano-spel, of leert piano-spelen. Dan is het op zich wel slim als die noten kan lezen. Er zijn ook prachtige pianisten die kunnen geen noten lezen. Maar die kunnen doorgaans niet alles twee keer hetzelfde spelen. Maar als je zegt piano-spelen is goed, klere is noten lezen. Als je dat kunt en je kunt je techniek toe passen, dan ben je een nieuwe dingetbedenken in het piano-spelen. Maar je moet wel die noten lezen. En dat lijkt dan saal, maar dat is dat de techniek of de feite kan is. Die moet je wel hebben. Daarmee variëren en leuk spelen, dat komt er dan daarna. Hoi. Interessant uitstap je even naar die vorig schoolste die eerste drie levens jaren. Ik heb er eerst een aantal afleveringen over gemaakt, ook met Paul Lezerman, even zijn utrecht. Ondersoek in Rotterdam ook over voegtijdige educatie. En die liet ook wel zien in onderzoek dat dat toch echt heel erg kan uitmaken. Met naam voor toch de kansarmere kinderen, dat die dan toch beter mee kunnen komen in de periën. Ja. Maar de betekent is vol onderwijs, daarmee heel belangrijk. U die zijn richting in op ervaringschicht onderwijs. Maar dat is help dat ook om die verbinding naar die betekent is ook sterker te maken voor de leerlingen in jullie klas of groep. Ik denk het wel. En hoe doe je dat dan? Ja, een hele leuke grote vraag. Hoe doen we dat dan? Dat doen we op heel veel verschillende manier. En het is vooral ook stukje met de los te herverladen. Het kan zijn dat we besluiten om te gaan koken. En dat er een recept is voor drie kinderen. Maar we gaan koken voor negen kinderen. Of we gaan buiten wandelen. En we wandelen. Eerst. honderd meter. Hoeverle en hoeven we dan gelopen. Nou, uiteindelijk zijn we een groepje kinderen. We hebben een kilometer gewandeld. We hadden geleden het wat een meter ongeveer was. We had been ongeveer een meter stap. En dan zijn we gaan lopen. En niks gezegd, waarin we dat waren. Maar kinderen moeten stilgaan staan. En ze dachten dat ze dan op juiste punt waren. Super leuk hoe kinderen dat doen. Als we een wismortje erbij in gaan, dan zitten de turven. En andere tellen hard op. En om zo met dingen aan de slacht te gaan te voelen wat ik jullie meter ook bevord is. Ja, dus het leren rekenen. Vind je niet alleen plaats. Zij maar even voor het schoolbord of voor het digi-bord in de bus opstelling of in de kring. Je kan op alleen manieren betekens van het rekenen omgaan. Ja, maar noodzakelijk blijft dat je die voorkennis hebt. Ja. En dat je die feiten kuntes hebben. Als leerlingen op een afstand wil er gewoon tellen hoeveel meter het is, moeten ze wel de teller rijbeheersen. Dus zorg eens dat ze die teller rijbeheersen. Die leeren ze niet door gewoon maar een entenlopen dan en bekijk hoeveel je gelopen hebt. Nee, die moet eerst die teller rijbeheersen. En dat kan dus in allerlei leuke varianten, dus dat hoeft helemaal niet zijd te zijn. Maar het is wel heel belangrijk dat die voorkens, dat die er is. Eén van de dingen, want waar we de laatste tijd aangewerkt hebben, dus bij het schoelinggeven EABs eigenlijk het maken van een logboek. Dat leerkrachten leeren om aan te geven. Dit is het doel van mijn les. En voor dit doel maak ik een hele kleine taak aan de liezen. Ik zie welke voorkenners, daar komt daar een keer op neer. Welke voorkenners heeft het kind nodig? Welke feiten moet die kennen? Kijk als ik bepaalde woorden wil gebruik of begrippen, moet ik wel, wij spreken bij breuken, teller en noem maar, moet wel. Ja. Ik weet het, wat een teller is, of wat de noem er is. Volwassenen weten het daarom zoveel te halgen, maar ook niet. Dat is wel belangrijk. Snap je dus je moet een taak aan de liezen kunnen maken? Dat kreeg het heel ingewikkeld met de eigenlijk bepaalde welke voorkenners heeft iemand nodig. En moet weten, moet daar een bepaalde procedure bij komen en waarom is het eigenlijk? Waarom hebben we die kennen zei ik nodig? Als leekrachten daar in kunnen gaan denken die terminologieer dus wij laten dan een soort logboek bijhouden, dan weten ze ook als het goed gaat. Ik dacht ik het goed, maar daar ging het minder goed en weet je ook waar het zit en waar je het kunt bijsturen. En dat, dat soort principes, dus het uitgaan van weten wat voorkenners is en hoe die voorkenners in elkaar is. En dat hoeft niet heel ingewikkeld te zijn, want als wij zelf iets doen en stel dat je bijvoorbeeld, ik zou je een opgaver geven of een probleem, dan zou je bij zelf ook naam moeten gaan, wat moet ik allemaal weten om dit probleem op te kunnen lossen. En dat is het eigenlijk. En dat is wat je ook van kinderen moet redelen, zeer je, je wilt iets aangeleren, maar wat moet het kind aan weten en kunnen om mijn uitleg te kunnen volgen en dit te kunnen doen? Als leuke voorbeeld is een logboek is natuurlijk best van praktische manier om dat wat behabbaarder te maken in de team. Dus misschien wat je kan doen. Ja, we doen het ook bij de rekenoelen. Wij kijken er vooral voor de doel is en erdaad welke voorkenners hebben kinderen nodig, je weet al vaak welke leerlingen daar misschien iets meer nodig hebben. Nou, die kan je dan bijvoorbeeld pre-teetje, dus die kan je al iets anders geven of je laatst dat met de doel. Kan ons rijke interventions hier? Dat is nog niet dan nog niet klaar voor zijn, welke heel pillen kan je op dat moment bieden voor een bepaalde leerling? Ja, wij doen dat wel naar huis heel veel en ook een naak kijken of en daad het door behalt is. Ja, ik heb eerder met een keer met Tim Sermag's sproken die ook natuurlijk Thomas Morren veel onderzoek net gepomoveerd over het overgegeten. En die zijn ook ja als een interventions die als team kan toepassen is het checken van voorkenners bij leerlingen. Dat is een hele grote die eigenlijk nu heel mooi naar voren komt om. Het is in maar als ik heb begreken, het is iets anders dan controle van begrip. Ja, maar dat moet toch ik zei al een keer. Wij praten lieven niet in terwijm als we begrijpen of snappen of dat soort dingen, want het gaat echt ook controle van voorkenners en dat dan is de vraag wat voor soorten voorkenners zijn en dat zijn meer feiten, meer pros, duurers, meer meter cognitie. Als je dat weet hoe dat in elkaar zit, met die kennis, dat is wortel tot je vak vind ik als een lekkracht. Dan moet je dat controleeren en we heel vaak hebben lekkrachten want de EAB, die scholen die we geven, die scholen waren om al EAB getreend om het zo om uit te zeggen en heel gemotiviert, maar ze willen toch weten van hoe kunnen we dat de beste instrukseer geven. En het antwoord is dat, ja, zodat je weet hoe die voorkenners in elkaar zit, want als je dat weet dat kun je daar je instrukseer op aanpassen en dan weet je ook wat je moet evalueren. Als je dat niet weet, ja. En dat is dus specifieker dan het controle van controleeren van begrip of controle van begrip. EAB is verder prima, maar er zijn een paar dingen van ik ze zeggen, nou dat kan iets specifieken. Maar er is ook nooit af je blijft natuurlijk ook je instrukseer bij schaven, kijken naar die voorkenners. Ik hoop wel dat iedereen dat doet, je het valt dat iedereen zo goed kijkt en leerlingen opseverd en daar hoop. Misschien een van de belangen punten die we uit deze podcast kunnen meenemen. Ga dat op een toeprakjes in manier met je team samen doen. Met de regen expert, met de regengroep. Ja, denk je in een groepje over na. Ja, maak dat een beetje ingewikkeld nu met al die PLG, leer teams, achtergemetend die ik heb afzocht of toen je het wel een nerging hebben het wel heel complex te maken in Nederland. Of ga ik nou. Ik denk dat je daar misschien wel gelijk hebt. Ik ervaring met een mijn team niet zo. Wij zijn wel een team die juist heel graag zich ontwikkeld wil leren van de ander, ook staat voor feedback van de ander. Graag mee, denk ik met elkaar. Ja, leuk. Wat zijn nou misschien tot slot dan, ja, belangenrijke interventions, als dat denken van die leerlingen willen activeren, we willen die rekenen begripen en begripen niet meer gebruiken. Het rekenen goed tussen de oor ik krijg. Eerst de hoop, logboek maken, goed kijken naar die voorkennis. De verantwoordelijkheid bij de leerkacht leggen, ook goed kijken naar kennis, die ze hebben, ten op zich van post-duurrede kennis. Wien nog andere gedachters die je hierbij hebt, je hebt natuurlijk ook een paar dingen meegenomen. Je noemt nog even het logboek natuurlijk, maar ook het is heel simpel, eigenlijk zou ik een soort, in principe de oort een handrijning bij, maar het is een invill formuleer zodat je je less en als je een logboek invillt voor een bepaald onderwerp, voor less, dan heb je hem ook voor volgend jaar. We hebben hem ook voor het jaar erop, maar je hebt hem ook voor je collega. Dus dat zou ik kunnen zeggen, de technische uitwerking. We hebben zelf de laatste boekje wat er samen gemaakt hebben, is EHB 2.0, eerste hulwe bij structie. En daar gaat er over dit soort principes. Wat is leer eigenlijk precies? Er is een verandering in de kwaliteit van wat je weet wat je kunt. Wat van kennis is er? En hoe kan ik de instrukstie aanpassen op de kennis van kinder? Dat is eigenlijk het geen wat je moet doen. Wat hebben we eerder al in het boek bereikend, voor rekenproblemen tot discaklis, is een beetje uitgelopen dik boek geworden, maar wel heel goed vinden dezelfde duur. Hebben we dat ook vastgelegd, maar wat je niet moet doen is te veel compliceren. Ik vind dat op de ogenblik te weinig de aandacht gaat naar wat precies het proces is wat je als leerkracht doet. En de aandacht gaat veel te veel naar doelen hier, we zijn verzant in een bizarre doelen discussie, leerlein zijn er, alleen je moet het doen. Als je een leerlein hebt, je moet dat met leerkracht van groepsers moet met vijf gaan praten en van zes moet met zeven gaan praten. En dan kun je een nog betere leerlein bedenken, dat is de oplossing niet. Daar zullen je het uit te moeten halen en als je dan toch aan de duelijker letten dat even op of er wel gedacht wordt aan de feite kennis van het post uur of met de kocht niet, want dan zie je ook duidelijker dat er mist in de doelen die doorgaatsgeformuleerd worden. Dus ik compliceren het niet, breng het terug tot het vakmanschap van de leerkracht en waar leeren en kennis eigenlijk met kinderen precies overgaat. Als je dat kunt en hebben we een hoop gewonnen. En betekent volwel activiteit, dat is niet alleen maar in de bus opstelling, maar ook naar buiten gaan. Reken spelen hebben we niet eens overgaat, maar dan moet je misschien even het theme er op naastlaan, want daar is nog heel veel over te vinden. Wat vind ik, leerlingen ook heel erg leuk om te doen. Dat laat ik misschien dat rekenen ook heel erg leuk kan zijn. Ja, niet aan hoeveel dank voor jullie tijd. Het is echt een hele toepasbare praktische podcast, denk ik als je nu luistert dan deur vertwelt je je me aan de slag kan gaan. Kijk zeker even in de shownotes vind je ook even de bronnen naar de boeken die zijn besproken en natuurlijk ook naar je H2. Daar vind je ook de link naar tijdschrift, daar vind je een achtergrond informatie en het hele theme er nummer kan je daar ook in terug vinden. En als je nu luistert en je denkt heer de mist iets of er kan iets beter of anders vindt altijd leuk als je reactie achterlaat kan via www.chipcast.nl/fragie kan zelfs een voorsma achterlaat. Dat krijgt je altijd reactie tot de volgende keer. [Muziek]

Podcast Summary

Key Points:

  1. De podcast bespreekt wanneer kinderen echt goed leren rekenen, waarbij de nadruk ligt op de verantwoordelijkheid van onderwijsprofessionals en effectieve instructie.
  2. Er is een verschuiving in aandacht van leerproblemen bij kinderen naar de rol van de leerkracht en de kwaliteit van de instructie.
  3. Uitdagingen in het Nederlandse rekenonderwijs zijn onder meer onvoldoende vakinhoudelijke kennis bij leerkrachten, gebrekkige doorgaande leerlijnen en overladen lesmethodes.
  4. Er wordt gepleit voor meer vakmanschap, doelgericht werken, het schrappen van overbodige lesonderdelen en het bieden van meer oefening en context.

Summary:

De podcastaflevering van Chipcast, in samenwerking met JSW, richt zich op de vraag wanneer kinderen echt goed leren rekenen. Gasten zijn hoogleraar Wiet Ruzenaaks, auteur Sessieu Rijs Naars-Elsof en leerkracht Anouk Kersten. De discussie benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor goed rekenonderwijs primair bij onderwijsprofessionals ligt, via effectieve instructie, en niet bij de kinderen zelf. Historisch gezien is de aandacht verschoven van het diagnosticeren van leerproblemen naar de vraag wat leerkrachten kunnen doen om beter onderwijs te bieden.

Er worden belangrijke knelpunten in het Nederlandse rekenonderwijs geïdentificeerd: zorgen over de vakinhoudelijke kennis van leerkrachten, het ontbreken van doorgaande leerlijnen tussen groepen, en overladen lesmethodes die te veel onderdelen bevatten zonder duidelijke focus. Leerkrachten volgen methodes vaak klakkeloos, wat leidt tot een gebrek aan tijd voor essentiële zaken zoals oefening en probleemoplossing. De oplossing ligt in het terugwinnen van vakmanschap: doelgericht werken, het kritisch schrappen van overbodige lesstof, en het zorgen voor voldoende oefening en aansluiting bij de belevingswereld van kinderen. Ervaringsgericht onderwijs wordt hierbij niet gezien als vrijblijvend experimenteren, maar als betrokkenheid creëren en inspelen op wat een kind nodig heeft.

FAQs

Chipcast is een wekelijkse podcast over onderwijs, met onderwerpen zoals didactiek, pedagogiek, leren, samenwerken, innoveren, onderzoek doen, onderwijsleiderschap en filosofie. De podcast wordt gemaakt in samenwerking met JSW, een vakblad voor het basisonderwijs.

De gasten zijn Wiet Ruzenaaks, hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen met expertise in leerproblemen en dyslexie, Sessieu Rijs Naars-Elsof, auteur van boeken over rekenen, en Anouk Kersten, leerkracht en rekencoördinator in opleiding op een school voor ervaringsgericht onderwijs.

De centrale vraag is: 'Wanneer leer je kinderen echt goed rekenen?' Dit wordt besproken vanuit het perspectief dat onderwijsprofessionals de verantwoordelijkheid hebben om kinderen rekenen te leren, met focus op instructie en begeleiding.

Bij ervaringsgericht onderwijs gaat het niet alleen om kinderen laten ervaren, maar om betrokkenheid en welbevinden te creëren. Leerkrachten duiken in de ervaringsstroom van kinderen om aan te sluiten bij hun behoeften en doelen didactisch aan te bieden.

Er zijn zorgen over de kennis van leerkrachten om kinderen goed te leren rekenen, de doorgaande leerlijnen tussen groepen, en het overladen curriculum. Methodes worden vaak klakkeloos gevolgd, terwijl vakmanschap en focus op essentiële doelen belangrijk zijn.

Een doorgaande leerlijn zorgt voor continuïteit en voorkennisopbouw, zodat leerkrachten weten wat leerlingen eerder hebben geleerd. Dit helpt om effectief in te spelen op behoeften, zowel bij zwakkere als snellere leerlingen.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.