Deze podcast bespreekt de bouwprojecten van Lodewijk XIV, de Zonnekoning, die een blijvende stempel op Parijs en Frankrijk drukten. Hij transformeerde de stad door de oude stadsmuren te slopen, wat leidde tot open ruimtes zoals de Place de l'Étoile en de Champs-Élysées, en stimuleerde de economie met nieuwe fabrieken. Zijn grootste passie was Versailles, dat hij uitbreidde van een klein jachtslot tot een weelderig paleis met uitgestrekte tuinen, kanalen en fonteinen. Dit project kostte enorme bedragen en zorgde voor duizenden banen, maar werd gezien als essentieel voor zijn imago. Daarnaast bouwde hij het Hôtel des Invalides voor gewonde soldaten, in slechts drie jaar voltooid. In 1664 organiseerde hij het extravagante feest "Les Plaisirs de l'Île Enchantée", met zeven dagen van theater, muziek en vuurwerk, waarbij kunstenaars als Molière betrokken waren. Ondanks financiële problemen en kritiek bleef Lodewijk XIV vasthouden aan zijn visie, waarbij hij geloofde dat een vorst het algemeen belang moest dienen. Zijn bouwwerken, zoals Versailles en de Invalides, zijn vandaag de dag nog steeds iconisch en weerspiegelen zijn ambitie en macht. De podcast benadrukt hoe zijn persoonlijke betrokkenheid bij elk detail, van bomen tot fonteinen, zijn nalatenschap vormgaf.
Wint je favoriete podcast op Verdeem Max? Dit is een podcast van Clara. De zonne koning. Met Johan op de beek. De zonne koning gaat ons iets na laten dat op zijn lijf is geschreven dat op zijn maat is geschreven. En waar we nog altijd met verbazing en verwonderingen, ja toch ook wel admiratie voor die schoonheid, gade kunnen slaan. En dat is natuurlijk wegzij een verhaal waar politiek macht allerlei smeugentustanden en onwilderijken te heden mee gepaard terug. Maar wat veel een beetje vergeten bij Louis is dat het bouwen, dat zit hem in het bloed. Wegzij is natuurlijk, dat is de exponent, dat is de grootzijd die zonde je tegenmoed geling natuurlijk. Maar het parijs dat we vandaag ook nog altijd bewonderen, dat is toch ook in grote mate het werk geweest van de zonne koning. Ik noem maar iets, als u naar het collage de ketgenation kijkt, dat op een andere kant van het loeveren zich bevindt, dat is iets van hem. En nog een aantal van die dingen, het is duidelijk dat wanneer hij de macht neemt. In de jaren 70, 1770 en zo verder, dat hij echt bezig is met een sportentrek in de geschiedenis een sport van steen. En dat we natuurlijk ook kennen dat dat gaat de laatste resultaat worden, waar hij in parijs verblijft. Voor hij echt definitief naar Versailles verkast ook dat gaat hij helemaal hervormen. Hij gaat daar de grote geesten bij gaan. De architecten, levou, de noodgevoerde tuinen, die mag het nu altijd zijn takenpakket rekenen om op alle braklingen de velden en moerasgronden rond zo'n heuvel topje te zijn van parijs. Om daarvan al te gaan creëren. Dat man noemt dat lebut Shayo. De parijskenten, het wordt Shayo, hoe heet dat? Daar moet het licht al een klein beetje gaan branden. Want wat tot de nood, wel jij gaat over een lengte van bijna drie kilometer, gaat hij alle gronden droog liggen, niveleeren. En op de but Shayo, dus op het puntje van die heuvel gaat hij een plein aanleggen waarop achterwegen uitkomen. U ziet misschien al waar we ons bevinden, want dat plein krijgt door die achterwegen natuurlijk de vorm van een ster. En zal daarom letual worden genoemd natuurlijk. En dat is vandaag misschien wel de broemste plek van parijs. Misschien wel een Frankrijk. Daar staat er de trion van de grote opvorder van Louis Catoz and Napoleon, die machte getrie ontwoog. En vanavle toal, we hebben wel een afstand wordt dat zo genoemd, ladelen noodge in een prachtige glowing naar beneden. Een zeer brede rijlaan aanleggen, het is al zo'n volledige al nadinkt over het verkeer van de 21e, en je waarom hij wordt dan om zie om zoom door zieerbomen. En wat is dat? Dat zal men noemen, leven u de chance die zeen. En dat wordt eerst nog even anders genoemd, maar nu de trilergie, want in de vergeten liggen natuurlijk ook nog een gigantische hoeveelheid waterpartijen en fransen tuinen en wandelanen, waar wij nog altijd vandaag de dag kunnen van het zoontje gaan genieten, dat de trilergie en naast het palijs van de trilergie. Het is allemaal lunderd, het is allemaal Louis Catoch. En het blijft daar niet bij, want hij gaat zich iets in het hoofd halen. Louis, waar, het is weer een typische ministerat, waar ze allemaal, alle zeven die ministers denken dat hij niet goed meer bij zijn hoofd is. Als hij op een zeker dag aan die lange tafel voorstelt van kijk is, die muuren, die middelebse stadsmuren, die omwalingen, dat is niet meer van deze tijd. Dat belemmerde ontklooing van onze hoofdstad, we gaan die slopen. Hallo, zegt Bouw, Mr. Vooban, dat maakt u de muur weg, dat de hoofdstad maakt u uitermaat gewidzbaar als de buitenlandse vendels nog eens, dat is nu het Frankrijk binnenwijn, onhoogsmeister Lovat, die wordt helemaal gek natuurlijk, want hij wil precies het omgekeer te doen. En Louis, die doet volstrexenzin, die gaat volledig in tegen de lijn, die alle vorig aan de koning hebben gevolg, namelijk parijsverstukken, een grote enorme broek van maken, niks van. Alles moet er naar beneden, en dat gebeurt natuurlijk, al die vestingen, want kun je al afvragen dat duizenden arbeiters breken die af, goed voor de economie natuurlijk, en niet alleen omdat ze werkgelegenheid erdoor hebben, maar ook omdat einde plaats iets anders brengt, hij brengt leven in die stad geen omwalingen meer, dat betekent parijs, dat brengt uit zijn kettingen eigenlijk, en we kunnen daar nog altijd de aletriomthbogen die daar er in zien, aan de randen van de oude stadtle portzijnen, niet portzijnen, maar taartuin, dat zijn allemaal overblijfsen van de zonokkoorningen, staat er ook op je kunt het zien, vandaag nog Ludovico Magnoën, dat is de aanloei de grote. Dus door die ontsluiting van de stad die de chanceliseer hier ook bijkom, ga er overal in de periferie nieuwe manifacturen ontstaan dat zijn, dat de nijverheid dat zijn fabrikjes duizenden arbeitplaatsen, gaat dat creëren, en ja dat is, dat is Ludovico een voeten uit, want wij hebben het in een vorige aflevering al gezegd, hij is niet die man in de ivoorn door een die alleen maar van groot, uit en van geklater en van vrouwende, dat is allemaal wel waar, maar het is iemand die schrijft in zijn stentestamente in zijn memoir, dat een voorst alleen kan overleven als zeggen, zeg kan afdwingen en wanneer kan hij gezag afdwingen, men moet er ook vandaag een beetje naar de luisteren denk ik, wel dat kan alleen als u kan bewijzen dat u het algemeen belang dient en niet u eigen belaan. Het is de eerste taak van Forsten om na te gaan wat hun etapplaus van het publiek oplevert of omteemt. En dat principe dat blijkt nergens zo duidelijk als bij het allerbelangerext bouwwerk dat hij in Parijs gaat ondernemen. En wat is dat? Wel, het is al sinds lang een oevel in de stad, in het land en ook voor het leger dat telkens na een van de revel tochd, en er zijn er al veel geweest en er gaan er nog veel meer komen. Dat daar natuurlijk, ja, trist hem om te zeggen, maar daar komen natuurlijk mensen van terugseldaten, van terugwiens leven, verenitigd is, zonder leden, maten, verland en dergelijke meer. En dat is erg voor die mensen, want ze hebben al heel lang de beloftige kreeggeven van 'we gaan wel zorgen voor u, nog geen enkel koning heeft dat gedaan'. Over die de Parijs daar daar lak, niet lakken, maar ze hebben er last van, want bijvoorbeeld in de buurt van de pont, van de pont neuf, ja, komt het vaak tot bal daar de geren, de kind dat zijn daklozen, dat zijn werklozen, dat zijn mensen die aalaste gedoe om dat ze ja aan dat ze niks hebben. En Louie zegt, wel, ik ga daar een statement van maken, hij gaat die belofte, die lang geleden, een gouden belofte, we gaan iets doen voor u, hij gaat die huiden en hoe, want hij gaat een gebouw oprichten, en dat wordt niet zo maar een gebouw, dat moet en hij geeft die opdracht aan zijn twee belangrijkste ministers, Louvwa en Colbert, dat zijn niet de eerste de beste, dat zijn de toppers in het reiik, en hij zegt, daar moet iets komen, dat aan drie grote principes moet voldoen, en wat zijn dat? Dat zijn de venostas, de schoonheid, de commoditas, de bruikbaarheid en de soliditas, de kwaliteit van de constructie, niks anders, niks anders, dan de aal oude, antieke principes van de greekse en vooral de romijnse bouw heren. En daar gaat dus begonnen worden, de plan worden getekend, de spade gaat in de grond op en op een weer een compleet brak ligend terrein, ergens buiten een parijs, en wat wordt dat? Dat wordt, dat is de dezenvalied. Les-ijnvalieden nog altijd trots van parijs, je kan geen grootheid bedenken in Frankrijk, maar die sterft dan wordt die natuurlijk geëerd op de binnenkoren, het binnenplein van Les-ijnvalied, het naar podium vanuit de schadeun, toekijk natuurlijk, en het straf is dat gebouw, je zal zo lang geleden, 1671, dat is dat begonnen.
3 jaar tijd, iedereen die pareiskent ziet dat gebouw op 3 jaar tijd is dat neergepot. Ja, als de zongekomen iets wil, dan gaat hij tekeer met een farraronische wil, dan moet dat er komen en alle midden worden in gezet 3 jaar. Het zal we die zware voor de dom er ook opstaat, de domden zijn valieden waaronder Napoleon beraaflicht. Dat zal tot de slotte dagen eigenlijk van zijn rijkduren van Louis voor die echt recht gezet wordt, want dat zal passen in 1700 en 6 zijn. Als hij dan komt kijken naar de kronen op het werksel, maar zeggen ze van die dom, dat zal de laatste keer zijn dat hij in pareis komt. En dan keert hij terug naar Versailles. En daar moeten wij ook terug naar het toegang, want daar begin de talen. Het rijk van de zongekomen het trekkt naar een avontuur dat bijna, denk ik, zijn gelijk en nietkent in de geschiedenis van de grote staatsman. ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ De zongekomen met Johan op de beek. Als Louis-Katos besluit om een aanvang te maken met wat we vandaag kennen als Versailles, dan is hij 23-24 jaar. Een zeer jongenvord, een zeer onervaar en een worst, maar wel een worst die al lang heeft naag gedacht en wie ze geeft op de toekomst. En die visie ook jarenlang, het zal de zin in de wasten houden en met een eiserende wildskracht ook zal de financiele problemen naar het einde van het rijk toe gigantische proporcies aanemen. En toch zal hij blijven knokken voor zijn meesterwerk dat van Mose Versailles, wat is dat versai? Dat is niks. Dat ligt een jachtslotje van zijn van de andere overigens kan hij daar mental gesproken niet zo goed afstand van nemen van dat jachtslotje echt een klein ding zo, want wanneer hij begint met vervrijingswerker en de grote uitbouw, allerlei verleugels, daar aan de toevogen, dan mogen de architecten eigenlijk geen vinger uitsteken naar dat oude jachtslot. Hij de relatie met zijn vader was zeer slecht zoals we weten, maar toch die pand met het verleden dat knippen niet zo maar door. Eerst gaat hij daar nog eens naar toe met zijn met zijn metresus, princess, angjeta, later, Louise de la valiëren en zo verder, maar dat slot is niet gemaakt voor vrouwen, dat is niet gemaakt voor feesten, dat is niet gemaakt voor ganden, dat is niet gemaakt om mensen niet uit te noorden en dat is helemaal niet gemaakt om de geloerie van de zonenkroning uit de straal, maar toch gaat het ja toe. En hij beveelt dus eigenlijk dat wordt een agenda volbouwplan, graf werkzaamheden, astronomische uitgave die zich daar gaan eruit sprijden en het is natuurlijk de grote colbère die de surhentand van de gebouwen en van financieen die dat allemaal moet verhabstukken. Versailles Mando, de grootisme van de grand canal, de quantiteit, de supermonteur, hij va fallowen, allerlei schercheloven, de plus en plus en ze lachen, die forturen. Mijn constructie is niet voor mogen, maar de constructie is niet voor de prijs. De eerste jaar kostt de verfreingen van Versailles, maar dat zijn nog maar verfreingen, dat kostt al vier keer meer dan wat er bijvoorbeeld aan het aantal veel ouderen kasteel aan fountain blogen spenderd wordt. En dan colbère valt dan al helemaal van zo'n stoel, dan zie je dat die heel veel geld van dat geld ook nog eens moet uitbesteden, niet eens aan steden, maar aan grond en aan planten met andere woorden tuinen, tuinen, zeer belangrijk voor de zonenkroning. En men gaat daarvoor niet over, en kijk niet op een detaillofd, maar je gaat groter door meinen opkopen. Een dorpswalstriaanoor, wordt helemaal potgelegd, watermolens worden opgericht die hele moerasen gaan droog leggen, er worden duizenden tonen, stenen, grond, verschuit en onderdussen zie je die louikator, ze samen zijn dikke vriend, de tuinarchiteklennood, die boosenslopen en bloeteren door de moerasen en de aangelegde gronden en ze en planen maken, dat allemaal terwijl je onderdussen met vaste hand werkt aan zijn politieke project. Ik heb het al gezicht, dit is een uitzonderlijke figuur natuurlijk, je moet het allemaal maar doen. Dan brengt hij natuurlijk lebraan de architecte grote architect erbij, die moet dan nog binnen een ruimte schaan vervrijden. Een grote, grote partijnen, grote verleugels gaan oprichten. Les Caliedes ambassadeur hebben staat helaas niet meer, maar dat moet dan een monumental trap. En die moet ze dat voorstellen, de ene buiplaat is nog niet af of aan de volgende is, maar het hoffe, tijdelijke jaren later in dat kasteel binnenkomt en zijn kamerkseszoek, dan is dat stappen over de truelen en over de buisstoffen. Als er iemand moet bevallen, dan moeten we daar een kamer voor zoeken, niet een beetje rustig is, maar de kamer van de hertogen is niet klaar, daar wordt nog aan de schouge metst, dat soort en dat duurt tient al jaren. Dat man is daar virtuerend, a bezig, bezig, bezig, als ze iets zijn niet aanstaat, dan moet het veranderen. Je moet dat voorstellen in Versailles, als je nu in Versailles binnenkomt. Dan kan je met de hand op het hart zeggen, daar is geen steen op de andere gezet, zonder dat hij dat zo gewielte heeft. Er is geen boomgeplant, zonder dat hij dat zo gezien heeft. Er ligt geen laan, er richt geen schilderij, er is geen versiering die tijdstand of hij heeft het zo geweld. Natuurlijk zijn het le noot, gelevoel, lebganen, zo verder die daar. Natuurlijk de grote architect, daar doe hij massaar, van Versailles die daar gestalte aan geven, maar eigenlijk standbeeld, elke waterpartij. Dat is allemaal eerst door de handen, door de blik goed gekuurd van de zonnchenkorn. Je te was zijn project en het is nog altijd zijn project. En dan krijg je natuurlijk dingen die nog nooit iemand gedaan had op een zeker moment. Ze zijn nog vol op aan het bouwen, 1667. Gaat hij daar plotseling zeggen van die kip nog een paar duizend mannen, dat gaat hier niet goed bij. En waar moet dat nu weer dienen? We gaan even een waterslotje uitgraven. En dat waterslotje moet 1670, wel 1670 meter lang, en 120 meter breed worden met een dwarze kanaal dan nog eens, van 1330 meter. En dat is natuurlijk bekend als nog altijd. Lekker kan nou, want Louie vindt dat als het er binnenkort feesten gaat geven, dan moet je daar niet zo maar naar eventjes een zwembadje kijk niet waar. Nee, daar moet een drie maanden kunnen opvaren. En ook twee jachten, liefst ook nog een galij en paar schloepen. We gaan daar wat flamse matroten voor importeren, want je kunt dat natuurlijk niet laten varen.
gepast de bemanning en dusvola. Daar kan een heel continu genswitterse garde zich er pletter gaan graven aan die kilometer slangen, water kan namen en dat komt er allemaal het kom en die budget en die stijgen en die stijgen is dat geld verspilling. Dat is maar de zien we dat bekijk natuurlijk, want batter aan de andere zijden van het bilan van al dat die uitgaven staat dat zijn natuurlijk 10.000 armeidsplatsen die gedurende 40 jaar en nog langer eigenlijk want het gaat nog verder na zijn dood. We duren er meer dan 40 jaar voor werk in commens en stabiliteit, economische zekerheid, zorgen voor duizenden, duizenden families en manifacturen, klermaken, rijen, meubelzaken, noem maar op die daar allemaal in de periferie van het grote grunde uit zijn vorige grunde kasteer ontstaan en dat wordt de stad die niet bestond waar geen halve huis stond de stad versijn. De Louise geen man die men ooit heeft kunnen betrappen op latons zeggen een overmaat aan geduld, dus terwijl wegzij natuurlijk nog vol op in de stijger staat de arbeiderslopenaar met de honder met duizenden tegelijk rond vindt hij dat het tijd wordt om toch al de jongste verwezenlijkingen te tonen en dat zal gebeuren met een bravoerstuk in 1664. Gaat hij het grote feest ja misschien wel het grootste feest dat Frankrijk ooit gekend heeft organiseren en dat is leplisierde lielanschante, een sprookje moet het worden, een sprookje dat hierbij was nooit meer mag vergeten en zal vergeten niet minder dan zeven opeenvolgen de dagen zal er gefeest worden in het kasteel en vooral rond in de tuinen. En de bedenker van alles, de drijfende kracht van alles is natuurlijk de koning zelf maar hij doet natuurlijk broep op de grootste talenten van het koning krijk en dat wordt natuurlijk dat worden natuurlijke moljijen en luli die daar onder een twee met een hele reeks helpen en zo verder gaan zorgen voeren een dermaat inspireren spectakeling fuiten dat dat men daar even lang niet zal over uitgepraten raken dat wordt na de lang voorbereiden door het met men gaat onder de onder de extra arbeiders schrijn werken steunmanen ingenieurs in Versailles brengen om dat allemaal voor te breiden, maar wil dat verlichten met 4000 kandelaars en hele machine die korsruisachtige tenten ritten natuurlijk want er moet constant eten en drinken zijn dus keukens van hier tot ginderre kunstie dat voorstellen. Uiteindelijk ga er 600 top genoeg en vipselen maar zeggen he, maar toekomen op 7 mij maar daar rond in de collis in 1000 bedienden en zo verder en dat vijf maal meer mensen niet fuiten die moeten zorgen dat alles smoot verloopt maar al na de eerste dag, na de eerste dag, van alle monden werkelijk open van verbazing want er stek namelijk een stevige bries op dat kan er in zijn zo begin mij daar ten zuiden van parijs maar Louie heeft het natuurlijk voorbereid want omiddelig verschijnen daar alle manatjes vanuit te struiken en die beginnen daar een koepel, een koepel van tenten zijn op de trekken die die 1000 kandelaars een kars moet beschermen tegen de wind. Wat is dat allemaal dat dat me nog in de je stuit te verbeelding komen en zie dat niet inbeelden maar hij wel en dat natuurlijk tussen de bedrijven door moeten die er wordt een stuk opgevoerd, een wordt gegeet en dan gaan ze op wandeling maar ze gaan er een van fantastisch fontijen kijken met zijn allen maar tussen de bedrijven door kun je die mensen natuurlijk niet aanzicht zelf over laten die mogen zich 7 dagen lang geen seconde vervelen als er niet slapen en dat is de oplacht van Moljij en van De Lie die dus en hou je vast die moeten dus 7 dagen lang zorgen dat er onafgebroken, onafgebroken, muziek of theater of splieft als het van Louie afvangt. Bijden tegelijk aanwezig zijn, hij noemt dat de zijn termijden, maar je moet zien dat voorstellen wat een kop brekens dat er die twee kunsten aanzijn in hun achterband heeft bezorgd met zijn termij dus van je gaat dus Louie en de grote Louie, de grote component is en de grote ootteur, Moljij, wel die ziet er daarop op een stuk van een tafel laken ergens tussen de bedrijven door nog gauw, noten te pennen en Moljij verzint schut nog wat uit zijn mouw, want binnen tien minuten moet een de achteur dat gaan opvoren zo is dat gegaan, dat is wat Louie en Moljij daar, ja, ze hebben daar lang non stopen die gedaan en waar dingen uit gaan rollen die we vandaag de dag nog altijd zo mooi vinden. Oooh vader de bromebag van beportel je Kenneth, de po formoi yolks die voortil die broren ze ervielen. Zo'n bier, die bierbouw, u er aan de bof fielen. Die praf is s'il, die voortil die vond me op de amie. Maar k'n vader is niet departel, die l'n vader kreeg me pas erom. Als er f'er is, die voortil die vond me op de amie. Toch langs jolgoel, die maal me. Rioneel, si bof, Rioneel, si bof fielen. Rioneel, si bof, Rioneel, si bof. Toch langs jolgoel, die maal me op de amie. Rioneel, si bof fielen. Dag na dag gaat Louie, samen met zijn artisten de mensen verbazen met overromplende zijnes, technische hoogstandjes in die verbazing wekende tuinen van de noodge, en de midden van de indrukwekkende standbeelden de wunderbaarlijkste schepingen verschijnen, in mensen decors, die lijken tot zingen te grond, te reizen, men heeft er allebei machines voor opgericht palijsmuren van papiermaché, schuren open, spuren, werkelijke jaren, volken van twergen en reuzen uit andere, muren worden in de asgelegd, mijn vuurwerk al om, mijn worstvoertuurd opgezegd, zavond, zorgt onder bussen en lauinen, pijlen en wat weet ik allemaal. En dan hebben we pensoren, molier, die daarbij, want die dat allemaal zin is en misschien.
Uitlijk, als of hemel, aarde en water, tegelijkertijd in brandstonden en de vernieziging van het superbepalijs van Alstin, met zoals de bevrijding van de ridders die er opgesloten waren, slecht komplaatsvinden dankzij Miracels en onderbaarlijkheden. De hoogte en het aantal raketten, fusés die over het water op vervakrolde en andere hieraklijke opgespringen, dan hadden ze er in ondergedoken waren. Het was allemaal zo prachtig, groot en wonderlijk dat niets de bedovering beter in beeld had gebringen. Ja, dat is echt het zon sprookje, dat maak je in een milenium niet mee, maar dat heeft zo zijn eind en dat tema van dat sprookje raakt natuurlijk na een dag of te weeet wat uitgeput, maar dat kunnen we niet zeggen van de inspiratie van de koning en zijn ploeg, want dan gaan ze een steekspil organiseren, natuurlijk tegen de Turk en de Moor, en natuurlijk wind de koning, dat is heel dan zelfs spreken. Vervolgens gaan ze kijken naar Leverseu van Van Moljijr, nouwerks 15 dagen heeft hij daarvoor gehad om dat te schrijven, om dat in te studeren, om dat te repeteren en op te voeren. Leverseu, je kunt het gaan vragen aan een gelijkwelijke theatergezelskap, hoe lang is er vandaag over doen? Pormant, reer, rancelus, de vassuezaarrode, nu voor ons, chij, publiek, die pasteden z'n rood. Dan komt er weer een dinee vervolgens een lootrijspel, daar ga je geen prullenjes weg geven in zo'n lootrij van Louis Cathors. Nee, daar wind u meubelt stukken, daar wind u edel stenen. Zilverwerk, winnatuurlijk het groot lot, moet je winnen niet de koning in, dan zal ze spreken, maar even vanzelfsprekend is dat Leverseu van Moljijr, de ongekroende minares, natuurlijk ook een van die prachtige hoogtpreizen in de wacht gaat sleepen, want we zitten nu toch weer in een tijd dat Louis het echt niet meer verborgenen houdt dat hij relatie heeft, in dat hij een heel iniger relatie met die hoffdame heeft verwult van van tomeloze hartstort, hij aan tafel naar haar te kijken. Zo erg zelfs dat bepaalde edelieden die ook aan diezelfde tafel zitten, zich in beklassen beginnen te maken, niet om dat hij aan die vrouw kijkt, maar omdat hij niet met hen bezig is, schakelen er helemaal van in, melk van dat gebrek aan aan de aandacht, en waar ze nog meer van in melk van geraken is dat opnieuw een stuk wordt opgevoerd dat de absoluut niet leuk wordt bevonden door de klerus en door de hoge adel. Ze op speciaal verzoek van Louis Katorze, gater midden in leplisie, schatte, gater opnieuw dat hoogte punt van de Europese tejaarder kunst opgevoerd worden dat we kennen als tachtuf, en dat eeg niet in de smakeld van de koningmoeder, de voteen van iedereen stek de draak met het religieuse van atisme en zo verder. En tegen hun zin met chromateen en met een boze blik moet dat teel van het publiek kijken naar tachtuf en passages aan horen als deze. De hypocrisie is een onducht die in de mode is en alle modieuze ondudes gaan door voorduiden. Hypocrisie biedt prachtige voordelen aan wie haar bedrijft. Hoeveel kenn ik er, zo denk je, die door dit middel de onducht in jeugd hebben uitgewist, die van een godstienst een tekmandel hebben gemaakt en die zich beschermd door dit respectabelhaar bijd, menen te mogen gedragen als de slechte mensen ter wereld. Er wordt al die jaren getimerd aan dat Versailles, en in 1878, gaat de zonakoning, hij is 40 jaar nu op het hoogtepunt van zijn macht, heeft de belangrijke vrede accorden afgesloten. Wel, hij gaat nu een historische beslissing, een nemen die Versailles gaan maken tot wat het uiteindelijk geworden is. Hij zegt vanav'n heel binnenkort. Hij gaat het hoofd helemaal weg uit Parijs. Het hoofd, maar dus niet alleen het hoofd, de regering, de administratie, het militaire, de apparaat, alles wat telt weg uit Parijs en alles wordt geconcentreerd in Versailles, versailles moet het centrum van het rijk worden. Daar moeten natuurlijk nog veel meer gebouwd worden. Daar gaan we. Er waren manzade, architect, nog eens twee enorme vleugels erbij. Die kennen we vandaag, Lijl, Dumi, die in de Orangerie, de koegde in Maagbruk. Kenden we ook vandaag, gaat zich nu uitstrekken aan de voorzijden van het kasteel. Wat je ook nog altijd kunt bewonderen zijn, maar je voortkasteel staat met rug naar het toergangspoort, dan zie je links en rechts, zie je grote lannen en twee prachtere klassieistische gebouwen dat zijn legraan, heb tiet, ecurie, de stallen van de koning. Daar zitten nu kunstenaars in een kunstakademie, maar toen zaten er dus niet minder dan 2000 paarden. Waarna natuurlijk heel belangrijk in die tijd, paarden 500 ritmeesters, chirurgijnen en postilianspaarden, hoefsmuten, verzorg, noem maar op de stallen. De stallen zijn op zich, dat wilde hij ook zo. Dat zijn gewoon kleine palijs, en daar zou de eerste de beste duitsen hertog. Natuurlijk zijn alle fortuinaan besteed hebben, nee, voor Louis, is dat net goed genoeg om de paardenstrond in te laten neervallen. Daar recht tegenover staat natuurlijk het echte kunstwerk. Dat kunstwerk dat nu onder tussen 3, 4, 5 procent van het jarenlijkse staatsbudget gaat opslorp, dat is ongeveer even veel als 3 jaar oorog. Dat is gigantisch. Die inkomsten die daar tegenover staan voor al die daarwerken, dat mag je niet grondigd samen. En kalbijgen zijn superminister die weten natuurlijk dat die er verturen moet mee bezig zijn. Kaltbijgen maakt hier wat zorgen over, want Louis, als hij aanlopt, want hij is natuurlijk veel weg, oorlogs, tafeleren en dergelijke waar we het later zo'n over hebben, maar waar hij er weer is aanlopt, dan schittig er dus niet voor te doen. Het schittig er dus niet voor terug om pavondschildering staat hem niet aan. U kan het niet beginnen als een ideeje ergens de schijnen van banaliteit vertond, afbreken die boel en dat opnieuw koldbare moet daar de kosten voor betalen, en moet dat allemaal vinden. En hij vraagt dus op een zeker dag, he? Dat is het beetje beu, de minister. En hij vraagt u terwijl de minister de ook de koning in volle Hollandse oorlog bezig is. Vraag tijd in een briefzicht eigenlijk, ik begrijp wel maar je tijd dat u zich op dit moment niet met trivialiteit kan bezig houden. En welke de tijs van de bouw van Versailles, waarover wenst hij nog inglicht te worden, zover dat er is maar aan mij over. En het antwoord van Louis-Kator, is kort in goed, Louis-Antwoord, zeven, le, de, de, de, de. Maar natuurlijk zijn daar die tuinen, het is niet alleen steen, het is ook de bemeistering, de canalisering van de natuur, de mensen die het dan dat hij de natuur kan kneden, dat hij niet het slecht of voor een het onderwerp is van de natuur, nee, de mensen leeg de, de slecht en natuur in paden. En dat is ook wat hij echt nadrukkelijke wil doen. Zelfs een Engelsman ziet dat. En hij reen John Locke in 1677, denk ik, is een bezoekje brengt aan Versailles, dan schrijft hij de natuur heeft deze streep, we paalt niet beginadigd. En wat mijn dankzij geld en hart werken van deze achterlijke jungle heeft gemaakt, is een miracle of die arts, het schrijft John Locke. Maar hoe komt dat? Ook daar weer echt de hand van Louis-Zelf. Als ik in Versailles de tuinen gaan bezoeken, en daar heb je wel wat tijd voor nodig, dan heb je eigenlijk iets voor nodig. Er is geen betere gids natuurlijk, dan de koning zelf, want dat tekent een man weer helemaal. Vaneer die tuinen in een ware onvang begin te bereiken, dan vindt hij het nodig om daar persoonlijk een gids voor te schrijven. En dat gebeurt naar aanleiding van een bezoek in 1686, van de ambassadeurs van de koning van Siam. Siam, dat was geen klein bieren, dat was het huidige Thailand, Malaysia, Cambodia, en Birma, samen. Ziet dat, is belangrijk, handelsbelangenaar zo verder. En dus die mensen moeten natuurlijk impressioneerst worden, die moeten die zeven duidelijk gemaakt worden, want het balij is van deze achterovergevalend zijn.
In het palijs van verbazinghazel, dubbelachtrover met een fall in de tuinen, vind hij en hij schrijft dus. Hij schrijft dus, La Manier, de Montgeet, Lyssjaagenduim de Vixen. Bij het verlaten van het Castel, langs de vestibule van de koer De Marbure, begeven mensen zich naar de terras. Mendien daar halte oude op de traptrees, onvanaf de hoogte, de partijres, de waterpartijen en de fontijnen te overschouwen. Mijn kan even pauzeeren om de partijer duwmediet te aanschouwen door de balustrade van de Orangerie te benaderen, vanaf de welke minder partijertes orangerzaazien en laton de Swiss. Bij terugkeren aan het Castel, zal mensen zich boven aan de trap om draaien om de partijer duwnor te aanschouwen, de standbeelden en vase, de kronen, de piramide en wat mijn kansien van hebt tuen is. En daarna verdraat hem in de tuin, langs dezelfde weg waar langs mijn hem betrat. Je hoort het mendiend dat dat kan wel het bezoekers misschien best maar letterlijk opvatten, hier waren dat iets geen uitnoudiging, om het zo te doen, dat is een order. Onze gids is ons lotte de zonkroning zelf. Vaner zijn de mahestijd aankomt langs de Chocé dit dan, dient ben het water in de piramide te laten stromen als ook in de draak. En men zal er zorg voor dragen dat deze vantijen gespeiten in al hun perfectie zo lang de koning ze goed kan zien. MUZIEK Het kost inderdaad, het kosthandvul geld, bijvoorbeeld om de graag kan halten, bijvoorbeeld om al die geweldige vantijnen met die grote beeld houwerken van water te voorzien. Dat is waar, daar moet een allerlei kanaltje zijn machineergiën en kranen en kleppen, vooraangelegd worden, water is heel kostbaar nu en toen ook. Maar het pleit wil in zijn voordeel dat er niet alleen in zijn vantijnen water gaat spuiten, maar ook in de snelle groeiende stad versij worden er niet minder dan 12 gebouwd op zijn bevel 12 vantijnen waarde inwoners, zelf ook verswater kunnen gaan halen. Zeer belangrijk, dat was, bijvoorbeeld in Parijs, was dat een ongekende luxe. Voor luxe moet je in het kasteel zijn. Nu ja luxe, dat is hoe dat bekeken wordt, want het kasteel is inderdaad nu horizon verund geworden. Maar daar zitten wel om en bij de 7000 mensen binnen de werelder 3 tot 4000 leden van de aadel of daames, bedienden een groot militaire huizen, een grote verdeel te klerus die in je kasteel binnen kunnen zijn. Of er dag en smaag slaapen die in de stad, maar dat was het uit zijn vroeg. Dat betekent ook dat je heel weinig luxe, echte luxe hebt. Mere kwamen, de gof die geniettaars en die wonen, ja, er zijn 189 kleine appartementen, die hebben dan soms een anti-shangroom met nog een werk kamer, die als je geluk hebt en gaat er open. Maar u al u gebruik, u u weelen, u hoeft het leed, die krijgt u daar niet kwijt. Je moet er ook nog de shees daar ver inzetten, u je nacht speelt, zal ik maar zeggen. U moet, voor turend, prachtige kleedij aan hebben in Versailles, gebruik kunnen allerhanden, maar niet gaan niet in dat kleine kotwarige snagzing slaap. Maar geluk dat al die mensen dan in Parijs of in de stad Versailles nog een tweede veel groter woning hebben, waar ze dan al in echte bezittingen kunnen houden. Dat kost voor die aantal heel veel geldt allemaal. Dan heb je nog de resten de minder bedeelden van de hoefhouding, maar daar hebben we het over de Graven en Marquisen, die goed je 1500 kamers waren, waarvan er aan 400 verwaarmd kunnen worden. En al de rest, en dan hebben we het over 1000 de bedienden, die slapen in de keldere, die slapen op zolder en die slapen vooral in de koolisten. En in al de onzichtbare voor de touristen, onzichtbare geheimen gangetjes, die achter elke mooie, vrijverseerde spielwant, daar ligt een gangetje, een beschimmelt, arme tierengangetje, waar ze zich verplaatsen, die bedinner om van de ene naar de andere te kunnen gaan, met eten of met wat dan ook, en naar slapen ze snags. En ze zijn blij dat ze daarmogen zijn, want dat is voor mensen van die rangen stand, dus dat eigenlijk in die tijd een luxe bestaan. Nu, interne veiligheid, dat is ook natuurlijk dat staat ook hoog op de agenda, maar die witte muscutier, de zwitte muscutier, de Zwitser, zijn harde en al die roemrijkerigementen met aan het hoofd, maar dan als dacht dan jongen en dergelijke meer, die moeten wel totaal present zijn in het kasteel, moeten alles controleren en zo'n weder, maar slapen dan weer in de stad in vertrekken die niet verwarmt zijn, en dat zal gebeuren, hoe hij gaat zeer graag wandelen, altijd in de tuinen, winters en zomer, en dat zal gebeuren, dat hij op een dag in de winter, wil gaan wandelen, maar het kan niet, en waarom kan het niet, omdat het zo kuit is dat de muscutiers liggen te piperen in hun bed en hij geen lijf wachten, uit hun bed kreegd om hem te begeleiden, terwijl de winter vast onder zijn voeten, zou moeten Chris Penaan, moet hij tot zijn grote frustratie binnen blijven, hij had maar meer moeten zorgen voor goed verwarming, voor bedre schoorstenen, en zo zijn er nog dingen waar hij en en vooral Arduijn Maaszaag, de architect, niet aan gedacht hebben. En het zal de huidige bezoeker natuurlijk wel al opgevalen zijn, als u in Versailles hoeg nodig moet, dan gaat u een hele lange tocht tegemoet staan, want een WC vinden daar, dat is bepaald geen gemakkelijke zaak, en dat was toen of veel herger. Er waren een of twee bearputten, die lagen onder de koninklijke vertrekken, ergens, maar er is het niks, dat betekent dus, dat is een heel verhaal. Als u zochtends opstaat, dan het eerste wat u doet, dat is het raam openen en de boer naar buitenkieperen, de straat op nog veel herger is, dat als u hoog nodig moet, gedurende de dag, ja, dat is een heel avontuur. Dat is een heel avontuur, want er zijn, er is niet zo iets als twailletten. De koning heeft een 6 daffijg, de koning in, misschien nog een paar heel hoge heerledenen en prinsen van de bloeden, maar dat is het zo ongeveer. Dus dat betekent dat al die mensen in prachtige baden met gouden staf en pruken van hier tot aan de lukter, dat die dus op gezeten tijdens ergens te zien zijn of niet te zien zijn achter een gordijnen, een hoek van een hopelijk verlatenkamer. Ze hebben dan soms een boekje bij dat geen boekje is, maar zo'n doosje dat u het uitziet als een boekse klappen dat open, dat dient allemaal om het nodig in achter te laten en vervolgens komt er dan een hopelijk heerleden, maar dan een hopelijk heerleden, een van de rlaakken. Je ziet ze vertuurend rondlopen met een emertje inversij om de boel op te kuizen. En dat geldt voor de grote stoerhuis, zoals voor de kleine. Dat leid tot grote onrechtvaardigheden, natuurlijk, waar menige inbevlekken overgemoord is, want neer men op een bepaal moment merk dat een van de belangrijkste prilaten bijvoorbeeld, niet beter op vindt om zijn gevoeg te doen in de koninklijke kapel. Ja, dan snap dat natuurlijk niet aan de aandacht van de eerste laak. Je hebt boel dan, die daar natuurlijk naar toetsnelt, men hoort het water kletterend op de grond, dus wietjes zegar dus. En mijn hopbal dan, in boel dan, kan de tanden dan constateren, dat daar een bischop staat. En wie kan u een bischop beletten om te doen wat hij wil in zijn eigen tempo? Dan heb je zo'n graaf de bucy die zich er toch wel een beetje over verwonderd, wat hij meemakt, wanneer twee hoeftaams, de daames de so en de tegemoyons en niet bijnaam te noemen, in een theaterloor, in het koninklijke theater, overgegaan zijn tot de stoeging. En vanwege de geur, de boel, maar naar beneden gooien in de zaal dat leidt daar tot oproer. Je hebt echt veilig en genoeg hoor, daarin in Versailles de Hertor de Van Doen, bijvoorbeeld die aardeld niet om zich te was in zijn nachtspiegel. Zijn collega de La Gouchfouca, die stelt er prijs op om zakelijk bezoekt ontvangen terwijl hij zijn behoefte, doet misschien op die manierde koning inimiteren, maar dat was om andere redenen. U heeft de Hertor in de boel konje. Die kan zich ongevoerd.
de lovlokstoorn aan de zoon van de hertodeponchaat. Want die man die spuut zijn tabaksfluimen, zoals zei het zij tot aan de voeten van de koning. Dus als je daar op het grandzende parket van de galideklas, rond klop moet je wel even uitkijken waar je de doorlucht de bevoet zowel plaats. Dus het andere worden verzij geen tonbeeld van die gene. Het is te zeggen naar onze normen vandaag. We moeten er bij zeggen, we tot zeker beter gekund. Dat geeft Louis het helemaal de betijden van zijn leven ook toe, dat allemaal wat snel moest gaan. Maar naar de normen van die tijd, men heeft natuurlijk heel andere begripen over gene. Men heeft namelijk nauwelijks begripen over gene of verkeren. Water, dat is gevaarlijk. Waar men wastig niet. Maar dat was niet om dat. Ja, de man ervan uit gaat. Dat water, de bron, is van zichte kiemen. Waarom heeft dan zo'n Louis-Katoze toch een badsaluwe zeggen? Want heeft een appartement de benzels in de centrale vleugel van het castel laten opbouwen prachtig. Het ding achthoekig, allerlei soorten marmer uit één brok is de trapgehouden, en het trap is natuurlijk hene gaus marmer. Daar zijn naar het schijnt 50 jaar lonen van een beeldhauer in gekroppen. En alleen hij kwam daar met, maar dat m'n mond te spaan, nu als ze zich niet wasten, dan kunnen we het aan onze verbeelding overlaat. Waarvoor ze het bad inlapper te maken, dan hebben we gebruikt. Hoe was het me niet? M'n verschoon, zeg ik maar, door wat m'n toenomde la toilet seschen. En wat is dat? Dat is het schoonvrijven van de huid met wietlinen. Soms drinkt m'n dat in alcohol. En m'n heem dat heel serieus, want hij is circulerd, inversaïn, een handboekl manuel de toilet in leergebonden, dat m'n kammen bij zich dragen. En daarin wordt ja uitgelegd hoe de prop geteert, bereikt wordt. Dus m'n is wel degelijk bezig met reineheid, m'n vind dat wel degelijk belangrijk, maar niet zoals wij dat vandaan doen. En dus m'n ga dat vooral uiten in het vestimentaire. Wietheid van linnen, dat is belangrijk, als je wietlinnen draagt. En daarom ook al die schilderij, witte kraag, kanten, kraag en witte, witte. Dat is heel belangrijk, want als je wietlinnen is heel duur, peper duur, luxe goed eigenlijk. En als je dat draagt dan toe niet dat je rein bent, dus m'n ziens echt wel heel concreet voorstellen als Louie, ja, van de ene van de bedrollt, dan gaat hij niet in bad, nee, dan gaat hij zich heel schoonvegen met versuit linnen en dan een nieuw wiethemd aan trekken als zijn klokken schoonzuis lapalatien als die van de jachtbezweet terugkomt, eronder wordt er als hij is en zich wil verscholen vervrisen dan is dat niet door, door in een beek te duiken, nee, dan is het dat door helemaal zie uit. En dan vrijven met wietlinnen tot die huidwerkelijk road ziet en dan vers wietlinnen. En dat willen zeggen, 3, 4, 5, 6 keer per dag doet men opnieuw wietlinnen aan, omdat m'n die manier denkt rein te blijven, dus ja, het hoeft geen teken bij te maken, dat die parachtige gangen waarbij nu zo graag doorstruinen, dat die in die tijd nog wel een geurtje, daar met een geurtje gang hebben, geen fris geurtje, en dat verplaat, waarom een inversijn natuurlijk, een perva-industrie gaat ontstaan. En dan is het antwoord natuurlijk in de dertraag geparfenere zakjes, in hoplo, in feestzaken, muzkuis, rangerblus, en allerlei romans, wordt natuurlijk wel een beetje een probleem als die ouder worden de wikatorse opelhaterenleeftijd. Denkt dat zijn hoofdpijn te wijt en is aan de dichte parfaan, woeken die in de gangen hangen en eigalt de ramen laten opzetten, dan zal het als het koud is. Ja, uiteindelijk geldt hij zelfs ook het parfaan gebruik, milderen en verbieden en dan begin de tween natuurlijk. De berbueutgeur in de calorie de klas. Lots que lager ploris die dans een sombre boekijden. Maar er amets je surbrit, de klare soms hoog is aan je. Elast, elast, die jomoadu en recevant les goed, de sesieu, si charme, affairene, koketer, We tão taute aligned, want we tãoора deste lucht Partneringuin Patrick. UA took Eerermoaler. dan bedoel ik dat jullie kwamen verandellen alternatie over. [muziek] [muziek] O. Quelle belle, "apranna moois" La la la la la la la la la La la la la la la la Va va va, fat to a memro De zonhoek koning met Johan op de peek Wie we onder tussen natuurlijk niet uit het oogmogengeliezen is Athenaïs de modespande, de metresse van de koning Wie we onderdussen niet uit de toegmogen verliezen, is atenaïs de motespanden. De metresse van de koning, de daarblonde haren, slanken, postuur en alle gepaste denkbare welvingen natuurlijk de oogappel, de oog verblriendende verscheiding. Hij is to overliefd op haar. Neemt overal mee, het is niet. Je kan er absoluut niet naast kijken en dat gaat er toelijden. Wanneer vier jaar naar dat eerste zeven dagen duren de feest, leplezierde Lilleans Montet, vier jaar nadien in 1866, 1868, gaat hij op Nieuwsowietse, laten opvoeren en dat feest gaat deze keer legrond, divertisme, roya-heten. Opnieuw een totaal spectakel, dat gaat een derde van het jaren budget van Versailles kosten. En officieel staat dat feest in het teken van de vrede van Aken. In eigenlijk ja, de zogesegde overbinding van Frankrijk op de Hollander's. Minder weergeloze overbinding, dan Lille, het wil voorspieren, maar van toch een reden voor feesten, maar eigenlijk, en dat voel je aan, iedereen voelt dat aan natuurlijk, naast de veroogring van Vlaanderen. Wil hij ook nog iets anders vieren? Het is natuurlijk en met een jaarvertraging. Maar het is de veroogring van die veroogring, die at en eis de Montespaar. En het gaat werkelijk het zummer worden van de Barrochperiode. Het zal een korter feest worden, maar het zal prachtig zijn. Er gaan pronkstukken, draken, fontijnen, reusend, slangen, pitons van Marmer in een grotje. Je kan het niet voor. [muziek]
De beeldhouders hebben zich uit de naad gewerkt om iets te maken, boskis, stervormige labier rinten af. Het is niet op te noemen en dan die onafschrijdelijke tandem natuurlijk. Molière Leulie, die van alles uit hun brein uit het fantastische creatieve brein gaan toveren. Een van de artiestieke toppen van wat feest is de opvoering van het stuk van Molière en die muzikale comedie Le Marie Confond, die met wel onderdacteur, dansers of aardijkers en opnieuw. Hij gaat Molière die is natuurlijk weer die meesterlijke criticaster van zijn tijd, tonen, grappig. Maar met de slagkracht van een vooramer feegt hij de vloer aan met de morrelenconventies. De plot beschrijft de lotgevallen nogaltraakjes van een boer en heer een boer die wordt bedroog en door zijn vrouw. Het zijn twee are's toch gratten die de minars van zijn vrouwen zijn. En die vrouw, die minacht eigenlijk haar eigen man omdat hij eigenlijk maar een lage maatschappelijke positie heeft. Molière mord daar giftig van dan zo'n attitude. En dat wordt dus een ontluistering van de dubbelen morrel van een bepaald soort avl dat wel vindt dat ze morrel supergeur zijn, tenaanziet van de rest van de wereld. Maar eigenlijk een knip voor de nuse waard en dat zumijdmolière ze in hun gezicht en daar wordt hartelijk om gelagend door een deel van het publiek maar vooral door Louis Catoge en een lagt. Iedereen mee zei het groen. En het is duidelijk hij zei staat. Het is het zum van zijn jonge aaren. Hij voelt zich goed. Er is een soort van superuriteit die van die man afstraat en hem liefde natuurlijk ook. En de avond gaat magisch straal eindigen in hun vudelwerk. Dat breekwaartier duurt dat met ene na de andere stunden die de publieke boven het gankannel dus dat weer spiekelt zich allemaal ook eens in dat water van de grankannel. En dan gaat men plotseling. Nou dat met al die partijen zijn die standbeelden. Dus kutuur heeft hij op lichte hoe die vuur pijnen gaat dan plotseling alle aandacht door het kasteel zelf getrokken worden want van binnenuit gaat het eenst klaps eigenlijk een verlicht door onder de kandelhaar die een hulut het park laten in straal en dat begrijpt iedereen die naar de plaats is. Dat is natuurlijk de geloet van de zonakoning. En u kunt het al oor een creëd van ontzetten vreugde over deze gratis. Maar loei zou natuurlijk zichzelf niet zijn. Als het daarbij zou gebleven zijn wat plotseling schieten daar de allerlaatste vuur pijnen naar het uitspansel van de machte en ze maken ze schilderen eigenlijk een duidelijke vuur tegen een nachtelijke heem en vier die kilometer tot in de ompelijk moet ziebaar geweest. En wat ziet men? Mijn ziet twee in elkaar vervlochten letters van vuur. Twee maal de L, de L van Loey. Al het op feestelijkheid en aankomt is het in Vergestij niet alleen vuurwerk in Bombarien en een stoje achter de bosjes dat op geld maakt, maar ook hoge cultuur. Want muziek is voor Loey en dat is van zijn jonge jaren tot aan zijn dood is dat rode draad muziek, de liefde voor muziek, de schoonheid, de geloën natuurlijk. Dat is voor hem uitzonderlijk belangrijk. En dat zie je bijvoorbeeld, maar dat is dan al wat ouder. Wanneer in de jaren 80 zijn officieele appartementen, in Versailles gaat openstellen voor het publieke lioisier du gwa, wordt dat genoemd nu zijn appartementen. Dat is niet echt zijn privé appartement, maar mag het dan binnenkomen en men dat natuurlijk zeggen niet het collotjes vol ook niet waardat is natuurlijk de aadelde hoge waardigheidsbekletes. En drie keer per week mogen die naar de talrek appartementen komen. Zo was de merkur galaan het indietijd zo aardigheidsen, de kolomens, grijf, de koning, de koning in de hele koninklijke handtourage dalen of van hun hoogte om met de verzamelde aanwezigend te spelen. Jawel, te spelen want kom je dat voorstellen. Het gaat hier echt wel om hoogstaande verstrooing maar ook landenzegend, gezegd, visualiseerd vermaak en gewoon plotvloer, ze kan spelen, allemaal door elkaar de ene zaal naar de andere. Hoe gaat dat in zijn werk? U komt binnen, samen met veel een paar trekkleten, lacijn, candelaars, bruiken en dat soort dingen. En dan hoor je leplasieerde wegzij bijvoorbeeld. Dat is het alderen nieuwste muziekstuk van Mark Antoine Schegpantier. Die man kennen we, jawel, wie naar de Eurovision uitzendingen kijkt, weet dat dat een mooie, historische aerkenningstoon heeft. Gaat er een vooraf iets van Schegpantier. Je kan dat natuurlijk niet zoals Schegpantier, maar u begrijpt wat ik bedoel. Die gaat bijvoorbeeld die zwagheedappachtem op luisteren. Dat wordt dan een opera achter die vertemento met hoofdronen voor de muziek, la conversation, luurse, komus, de feest, god, eet uimplezier en die maken ruzien allerlei muziekale dialogen over het leven, over lust en overleerde enzo. Tot de ruzi van komt en wie gaat hier ruzien bij liggen? Wie gaat de ruz de stabiliteit weer brengen? Het is natuurlijk de koning. Die gaat natuurlijk in de gelegen het gesteld worden om te tonen dat hij de grootste is en nodig is. Maar het betekent ook dat muziek wordt u zindersdaad gebruikt door hem en gestimuleerd door hem om de glorie van de vorst te verheerlijke, om de glorie van zijn voor hun wezelijkingen in het lichte stellen. Maar tijdelijkertijd belid dat natuurlijk niet. Dat dat een geweldige impulsje heeft aan de muziek en aan de muziekkant en componisten uitvoerde er al er handen van allerlei schaners. Je moet natuurlijk wat in de smak van, zo weten opnieuw de kant van die tijd. Ik ga ze er even bij. De Mercul Gellon die je weet te melden dat Lorenzani eigenlijk, daar heel te wijl van, Paul Lorenzani, die een modtet van eigen maken lijzong voor de koning zijn een maandstijd van het zonbooy. Dat hij hem drie keer liet herhaal en steeds naar luidt applaus van het publiekschrijf de Mercul Gellon. Maar de kant meen te weten dat hij toch wel wat klap krijgt van Schachpantje. Want wanneer een koninklijk bezoek wordt gebracht aan het paist van zijn kloe, word daar in de hoofdkappel en opnieuw siter ik de Mercul niets anders gespeeld wat niet van de hand van Schachpantje was. Dat zegt het ook natuurlijk de smak van de koningmaast. Je liefstig Schachpantje, je kunt hem niet beschuldigen van slechte smaken. Nu li je kunt hem niet bepaald beschuldigen dat hij niet vooruitzint is geweest. Je moet wel in de smak van, natuurlijk. Nu, hij weet dat je moet talent geweken om top talent te krijgen. Hij is intelligent, samen met Colbert opnieuw om via dat systeem waar we het al is overgehaald hebben een zakademie om dat talent te gaan te kweken. En hij besluit op een zeker moment, er moet meer doorstroming zijn. Hij besluit om het aantal metgedu muziek prachtig filmtruis, metgege muziek om dat te verdupelen. Nu metgedu muziek, dat is niet zo maar één man, die heeft ook weer een antorraaj die heeft weer te landen, andere scholen en zo verder. En hij gaat het verdupelen van twee naar vier, dat betekent ook een verdupling van alles wat daarna komt. Dat is een enorme impuls opnieuw. En hij schrijft wetstreiden uit. Waarin dat jaar alleen als 1885 komponisten dus mee toe. En ze gaan selecteren. Wie doet dat? Dat is Lully, maar ook de koning zelf. En wie komt eruit? Pascalculas, dat is iemand die de zegen dat van Lully, maar wie de koning eigenlijk het liefste hoort, dat is niemand minder dan Michelin Gichscherde La La Landen. Michelin Gichscherde La La Landen, waar we nog van gaan horen, dat wordt. Het is een figuur die aan het hoofd een ondergeschikte rol heeft natuurlijk. Komponisten vinden wij van daar de dag ongelooferd, belangrijk toen was dat een waagere bedoende. Die moest voor vertreer zorgen, maar de La La Landen maakt muziek maken, maar mensen toch het gaat de koning later in de laterjaar. En tot trannen, tot trannen toe bewegen. En hij gaat zeer belangrijk en confidants over een bijder lot als de verveer.
vader met die lalande uitwisselen. Het waren twee zielverwandten. Het gaat een prachtig muzikale loban worden. En wanneer een jaarna die van meuze wedstrijd waarin de lalande opgepikt wordt, werkelijk uit die pool van talent door de koeing. Zal erin de hoofdkappelen, dus Chappelle Gwaihul van Vontijnblow, een motet, een gezongen tijdens de mis en tot grote onsteltenis van de kleeru, van de bisch kop die daar staat en de andere gaat op aangeven de galorie, gaat tijdens dat motet af en nadat motet uit publiek, dus de mischangers gewoon spontaan in het plouwst was barst. Het zegt veel over het belang van muzikken, je kunt geen kamer binnenkomen of er moet muziek zijn als je die meester aan staat. Een kale symbol waar hij goed speelde, maar hij tokkelt daar af en toe is een paar noten op. Het appartement later met zijn geheimen vrouwen, met de mensen om gaat samen worden. Dat wordt regelmatig wekelijks bijna ter beschikking gesteld van repetities, van theatergezelschappen, van muziekstuken zeker. Hij gaat uit koppel gaat daarin alle intimiteit, verschillende grote operas, estijgerichter. Om de haverklaps hier, dus inversij, muziezie, acteur, actrice, allemaal per koninklijke carols, upp, allemaal binnen, ze komen een stukken repeteren en de koninkhaald, we gaan het reproducten, aanmoedigend, stonden ze in een wijzerraad, geven, er wordt gegeten. Er wordt natuurlijk elke dag met veel bravoeren, veel glameren, etiquette vooral, er wordt er koninklijk gegeten met veel publiek bij, dat gaat over 10 tot soms een paar 100 mensen. Wel altijd muziek, altijd moeten dat liefst luli in het begin, maar dan komen de andere natuurlijk, maar gaan we maar even zo verder en liefst nieuwe stukken. Dus je ziet het te vraagde koninklijke vraag naar muziek, is onstilbaar en dat betekent natuurlijk dat de muziek als een tsunami, als een culturerele tsunami van schoonheid overversij, over Frankrijk, over de wereldgelatrol. ♪ Heb je een sterk die zet op zet te eet ♪ ♪ Heb je een sterk die zet te eet ♪ ♪ Heb je een sterk die zet te eet ♪ ♪ Heb je een sterk die zet te eet ♪ Ondek ook onze andere podcast via clara.be Clara podcast, blijf verwonderd.
Podcast Summary
Key Points:
Lodewijk XIV, de Zonnekoning, wordt herinnerd om zijn bouwprojecten die Parijs en Frankrijk blijvend hebben veranderd, met name de Place de l'Étoile en de Avenue des Champs-Élysées.
Hij liet de middeleeuwse stadsmuren van Parijs afbreken om de stad te openen en economische groei te stimuleren, wat leidde tot nieuwe werkgelegenheid en fabrieken.
Zijn grootste project was de uitbreiding van Versailles, van een klein jachtslot tot een enorm paleis met tuinen, kanalen en fonteinen, ondanks enorme kosten en kritiek.
Het Hôtel des Invalides werd in drie jaar gebouwd om gewonde soldaten op te vangen, gebaseerd op de principes van schoonheid, bruikbaarheid en bouwkwaliteit.
Het feest "Les Plaisirs de l'Île Enchantée" in 1664 toonde zijn ambitie, met zeven dagen van spektakel, theater en muziek, georganiseerd met kunstenaars als Molière.
Summary:
Deze podcast bespreekt de bouwprojecten van Lodewijk XIV, de Zonnekoning, die een blijvende stempel op Parijs en Frankrijk drukten. Hij transformeerde de stad door de oude stadsmuren te slopen, wat leidde tot open ruimtes zoals de Place de l'Étoile en de Champs-Élysées, en stimuleerde de economie met nieuwe fabrieken. Zijn grootste passie was Versailles, dat hij uitbreidde van een klein jachtslot tot een weelderig paleis met uitgestrekte tuinen, kanalen en fonteinen.
Dit project kostte enorme bedragen en zorgde voor duizenden banen, maar werd gezien als essentieel voor zijn imago. Daarnaast bouwde hij het Hôtel des Invalides voor gewonde soldaten, in slechts drie jaar voltooid. In 1664 organiseerde hij het extravagante feest "Les Plaisirs de l'Île Enchantée", met zeven dagen van theater, muziek en vuurwerk, waarbij kunstenaars als Molière betrokken waren.
Ondanks financiële problemen en kritiek bleef Lodewijk XIV vasthouden aan zijn visie, waarbij hij geloofde dat een vorst het algemeen belang moest dienen. Zijn bouwwerken, zoals Versailles en de Invalides, zijn vandaag de dag nog steeds iconisch en weerspiegelen zijn ambitie en macht. De podcast benadrukt hoe zijn persoonlijke betrokkenheid bij elk detail, van bomen tot fonteinen, zijn nalatenschap vormgaf.
FAQs
De Zonnekoning was Lodewijk XIV, die bekend stond om zijn grootschalige bouwprojecten en het versterken van de koninklijke macht.
De Place de l'Étoile is een plein in de vorm van een ster, aangelegd door Lodewijk XIV op de Butte Chaillot, en het is de locatie van de Arc de Triomphe.
Hij vond de middeleeuwse muren niet meer van deze tijd en liet ze afbreken om de stad te ontsluiten, wat leidde tot meer ruimte voor nieuwe industrieën en werkgelegenheid.
Les Invalides is een gebouw in Parijs dat in 1671 werd gestart om veteranen te huisvesten. Het staat bekend om zijn schoonheid, bruikbaarheid en solide constructie, en herbergt de tombe van Napoleon.
Het Kanaal van Versailles, 1670 meter lang, werd in 1667 op bevel van Lodewijk XIV aangelegd voor feesten en om schepen te laten varen.
Het was een groot feest in 1664 in Versailles, georganiseerd door Lodewijk XIV, met zeven dagen lang theater, muziek, vuurwerk en spectaculaire decors.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.