Go back

Vast aan zinkend wrak

48m 0s

Vast aan zinkend wrak

In deze aflevering van Redders op Zee vertellen Kiki en Harme Schap over hun angstige ervaring in het Westgat op 11 augustus 2016. Na een vakantie met slecht weer besluiten ze met hun zeiljacht en twee andere schepen door te varen naar Lauwersoog, ondanks de risico's van het ondiepe water. In het donker en met een slecht werkende plotter volgen ze visueel de groene boeien, maar missen een rode boei die losgeslagen blijkt. Hierdoor varen ze buiten de vaargeul en lopen ze op een zandbank vast. Het schip wordt door hoge golven keer op keer op de harde plaat gesmeten, waardoor het water maakt en de kuip wordt afgesloten. Kiki roept via de marifoon om hulp met een pan-pan, waarna de KNRM uitrukt met drie boten. Redders zoals Boudewijn Stal en Jensje van der Molen zien de ernst van de situatie in, vooral als blijkt dat de kielplaten omhoogkomen. Ondanks de chaos en het gevaar blijven Kiki en Harme kalm en wachten ze op hulp, terwijl hun schip als een speelbal van de golven is. De reddingboten naderen, met de Edzart Jacob die het ondiepe water trotseert om de gestrande zeilers te bereiken. Het verhaal benadrukt de moed en professionaliteit van de vrijwillige redders, die al meer dan 200 jaar levens redden op zee.

Transcription

7745 Words, 41088 Characters

Dutch
Dit is een podcast over de koninklijke Nederlandse redingmaatschappij met trotsgestuurd door Fish and M'n Friend. De boot komt gewoon hard op de harde zandplaat die daar zit. Ik dacht, misschien was dit het en toen was het echt te laat. Het Sviperaanzeningen, we zitten hier in de honger, het is pekennaar en dat voel je in kwetsbaar. Die adrenaline was al natuurlijk naar de piper opgelopen, toen het daar allemaal zo'k weer was, loopt het nog op en erinke ding. Nu moet je nu wel weg, want als die boot door gaat, ga je, dan ga ik mee als ik niet loopt. Ik zou konden er ook een boot terechtkomen. Ik dacht wel, dat is niet de positie waar ik moet zijn. In deze podcast hoor je de verhalen van de mannen en de vrouwen die de zee opgaan als niemand anders het durft. En de ontroerende verhalen van de mensen voor wie zij hun leven wagen. De koninklijke Nederlandse reddingmaatschappij. Prijwilligers die tot het ouders te gaan voor jou, al meer dan 200 jaar. Mijn naam is Rulof Hemmer en dit is Redder's op zee. Vandaag gaan we terug naar Donnerdag 11 augustus 2016. Het is laat op de avond dat drie reddingbooten uitvaren naar het west gehad. Dat is een veradelig stukje wade zee tussen schiemon ik ochen en lauers ochen. Zandbanken maken er gevaarlijk en genadeloos verwater. We beginnen het verhaal met Kiki en Harme. Twee echte zijders die dat nu ze met pensioen zijn zelfs voeltime doen. Ze zijn speciaal van ons gesprek naar Nederland gevlogen. Een schip ligt in een Sicilian z'n haven. Mijn naam is Harme Schap. Ik ben 26 jaar ouds. Mijn rol in dit verhaal is dat ik samen met Kiki op vaade ben. Op de vriend, onszeljacht. Ik ben Kiki Schap. Ik ben 62 jaar. Ben met pensioen of gepresineerd. En nu zei ik voeltijn. We leven aan boord en genieten van de vrijheid, het zijle, de mooie omgeving. Maar we zijn de middlancers, eh. Waarom nu zijden? We hebben het zijle meegekeven van haar zwaard. Vroeger een beetje wetschijtgevaren. Ik denk van hem al, maar zo'n 20 jaar. We hebben zelf ooit de zelboot gekocht. We zijn nu met onze d-de. De zeljacht zijn we bezig. En ook wie kent varen, ook een vakantievaren. Vrijheid, de hele dag buiten zijn. In de mooie natuur, kop in de wind, frisselucht om je heen. Ja, als echt werkt, alle meesten van genieten. Passie. Volgens passie. We gaan terug naar Augustus 2016. Naar de tijd waarin Kiki en Hermen nog een werkend leven hadden. We hebben een lekker vakantie gehad. Een d-deen de markt. Een vakantie met een aantal vrienden, ook een eigenboot, waar we met drie booten. We waren terug van de Oostsee. We hadden de ene markt en de noordduiten kust gedaan. Vierheid, kiele knaas, en we teruggevaren. De bekersten of de bekende duitsenbocht. Als je daar helemaal zit, dan moet je duitsenbocht door. En je hebt aanhouden het noordwestenwind. En je moet je echt soms graadjes zoeken. En je met Winkracht 56 toch gaat zeilen. Als je de tegen je moet varen. Het was slecht, slecht weer die week. En alstot een dag graadje. Dan worden een moment waarop Winkracht 67, Winkracht 56 werd. Oké, weet je dat is de hoeel. De kleine vloot hervaren zeilers komt vanuit het Kieler-kanaal via de Elbe Montezé op de duitsenbocht in onderweg naar huis. En zo naar Borkem tevaren, want over een kleine week zitten vakantie erop. En moest iedereen weer aan het werk. Gelukkig is er in die week vol slecht weer een gaatje. Een dag dat het weer ietsjes beter is. Maar ondanks dat weergaatje varen ze een ruwe zee op met veel wind. Hij is gewoon echt bijna niet te doen. Je vartt steeds een golf op en je klap naar beneden. Of je vartig golf in, waardoor een beetje een ander soort nat. Het is niet comfortabel. Nee, dus het is geen angst of zo. Maar het is niet comfortabel. Je hangt steeds over een man. Je moet het zo zo het eten voorbereiden. Rootjes meer gevantevoren en een pannetje passtaaf, ofzo wat al klaar staat. Want eten maken aan de wind met heel hoog golf winkracht 67. Oncomfortabel komt er nu. Een kopje te halen of een kopje kopjes zetten. Dat is klimming klautenaar beneden. Na het toilet gaan, dat is een gedoe. Je hebt je zwemfestaan, je reage pak aan, alles moet uit. Dat moet in een boot te golf venen weergaan. Dus het zijn allemaal uitdaging. Het is niet wat je opzoekt. Maar voor je loll, maar het is ook niet dat het dramat is. Nee. Daarom besluit de groep zijn toch naar boorken vroeg tijdig af te breken. Ze slaan africhting bremen om daar op beter weer te wachten. Na twee dagen wachten is er opnieuw een weergaatje. Het is donderdag Elfagustus. De wind is iets afgenomen, de bammetjes zijn gesmeerd. En het gezelschap vertrekt richting boorken. Het is supergrijs. Het begin in de atiwinkracht 56. Maar die zou een beetje afgeneemd. Dat gebeurt ook gewirrend een dag gelukkig. Je zit vol in de golven. Noordnodest de wind was het op dat moment. Het weer valt mee. Maar neer ze rond vier uren in de middag bij boorken me aankomen. Willen ze eigenlijk nog niet stoppen. We hebben nog een beetje tijd over. We hadden twee dagen verloren in Bremerhaven. Onslaat een gesprek over de marivoon met elkaar. Met de drie schepen van Godt gaat lekker. We hebben een goede wind nu. We hebben het zelf genomen, het is wat aangename geworden. Dus dan gaan we doorgaan. Want boorken min moet je anderhalveur naar boorken toevaar. En de volgende dag moet je anderhalveur terug. Dus voort je dat weer op route bent naar Nederland. Ja, de kostal een tijd. Laat we doorgaan in ooverleg op de marivoon met de andere twee. Laat we doorgaan naar Laos-Oog. Wij kennen Laos-Oog niet. Wat is verraavelijk water? Dat weten we wel. Het was op een paar keer gestormd afgelopen. Dus dan liggen de gele liggen anders. Boeien kunnen anders liggen. Alle een van de bood de schipper daarvan was vrij. Ik denk twee vrits maanden daarvoor uit. Laos over trokken voor een wedstrijd naar Norewegen. Dus zei van 'wezen de boeien, het grul is goed'. Kunnen we allemaal doorheen. Dus we gaan we voor. Het gezelschap besluit om door te varen naar Laos-Oog. Kiki en harmen zijn er nog nooit geweest, maar zijlen in het watergebied met zijn verradelijke onbieptes. is hen niet vreemd. Het is wel uitdagen dat ze pas in de nacht de haven van Laos-Oog zullen binnenlopen. We doen niet vaak, maar bij wel stag ze varen. Het is niet comfortabel, je bent gewoon de volgende dag bij extra moe. Dat is het belangrijkste. Je ziet eigenlijk heel veel snags, soms iets te veel. omdat je dan dingen ziet die heel dichtbij lijken, maar heel ver af zijn, gewoon door heel scherplicht. Het heeft ook wel iets om snagste varen. Ze elke keer als we doen, als we wel doen, snagstoorvaren. dan geniet ook wel weenbeetje. Het hoort er een beetje bij jou. Half elf elf vier waren we bij de monding van het westgrat. Om daar wat er zei op te waren, tussen schermondijke ogen en ameland. We waren met drie booten. Wij met een andere boos waren oogvirtig gelijkertijd bij het westgrat. en de andere bood die voor wat achter ons. Allebei is iets van weet dat hij niet precies wel. om ze te wachten staat en hoe die het echt is in de gul. Ga je ermee eerst. Wij zijn bij een 40 centimeter ondieper, het zwijging eerst. Een van de drie schepen moet het westgrat nog bereiken. en de andervaart vlak achter kikie en harmen. Zoveel de zei lensen ze zetten de motor bij, zodat ze meer controle hebben. De wat de zei is een gevaarlijk stuk water met ontdiep te zijn zandplaten. maar zo lang je in de vargel blijft, is het goed. Die vargeulen worden aangegeven met gekleurde genummerde boeien. Een rode aan de ene kant en een groene aan de andere kant. Precies weten waar je bent. En waar je heen gaat, is dus van groot belang. Alleen waren de plotte binnenstaan. Onze echte plotte hadden we binnenstaan. En buitenwerkt waren met de iPad. We had het iPad op de nachtstand gezet. Er hadden we eigenlijk nooit meer gewerkt. Dat was ongemakkelijk. Dus we hebben meer op visueel gewerkt dan op de kaart. Dat we het echt niet goed kon zien. Dan is het een beetje zoeken naar de boeien. We vinden wel, zeg maar, de westchat ton. Dus dat is de aanloopton voor de gul. En dan ga je de rooien in de groene boeien volgen. Het valt tegen. Het is donker. En hoeel de plot er aangeeft dat ze bij de betonning zijn. zien ze geen rode boeien. Je weet dat dat kan gebeuren. omdat door de stormen de gulus soms wat anders liggen. en dus tonnen verplaatst worden. Dus dan ga je zoeken van, waar is die ton? Tonne nooit gevonden. Achteraf bleek dat ook de klop. want die tonne was losgeslagen. Dus het klopte dat die ton er niet was. Wat gaan we doen? Eigenlijk constant. Wat gaan we verder? En je gaat zoek naar Halvast op de opument. Ik begint ons wel onze hekrijd te voelen. Ik kan ook wel, dat we geen rodeoien is. We zagen wel duidelijk naar groene. Dus, oké, dit. Waarschijnlijk ligt die rooien hebben we dag mis, maar we zijn daar de goede tonden. Dus we gaan door. Die groene zien we ook op de plot. En dat klopt ook met de positie waar we liggen. En de groene boeien die we zien. En we varen door naar die groene boeien. Op dat met zagen niet de hele boeien, boeien lijn. En het gaat in de bocht. En de boeien ligt dus aan een verrokaar dat je echt van boeien naar boeien vaart. Wat dat moment buiten denk ik? Dus, oké, vanaf, die groene dat klopt, dus we moeten door. En dan moet ze weer een groene komen. Uiteindelijk, het is altijd een combinatie van zicht en kaart. En omdat we de kaart was een beetje ogenmakkelijk voor ons, hebben we meer op zicht vertrouwd. We zagen twee groene lampjes. Het was op dat moment van, oké, maar welke van die twee moeten we hebben. En dat werd wel dat onduidelijk. En dat kon we ook niet goed uit de kaart halen. Want je bent toch een beetje desorienteerd omdat het donker is, slecht zicht. En je ziet twee groene lampjes, ja, welke moet je hebben? In het duister vaart het stel in het westgap de wade zee op. Er staan flinke zeeen. Die roodeton die ze als eerste zouden moeten vinden is er niet. Maar ze zien wel de groene boeien, op precies de plek waar ze hem verwachten. Ze varen erop af en gaan op zoek naar de volgende. Maar dan zien ze niet één, maar twee groene lampjes. En ineens is het niet meer zo duidelijk. Waar gaan ze heen? De spanning steigt. Want op het wat kan één verkeerde keuze fataal zijn. Daar hebben we echt wel even over het twijfeld en wat ze ervandaan doen. Dus dan hebben we besloten, wat ik weet, dat is het veldste lampje. Dan moet dat de dichtst bij zijn, dus zijn, oké, dan moet we daarna toevaren. En op dat moment neem je samen de beslissing. Want oké, dat is de route. Voor het wiste had het branding om ons heen. Shit, dat wordt niet. Dat is gek, ja. Branding is ontiepte. Maar het was dat te laat. De boot, je wordt door een golf opgepakt. Er zijn in principe een branding golf, en het eigenlijk. De boot wordt een beetje opgepakt. En het is zurft aan een klein beetje en ik kom die keel. Die komt gewoon hard op de harde zandplaat die daar zit. En dit geval was het echt een groot branding golf. Dus er werd een beetje opgetilt en dan bang op de vankers. Nou, was het niet de eerste keer dat we vastlipen? We zijn natuurlijk al jaren zoals eerder gebeurd. Dus dan is het vaak ook, oké, wacht even achteruit, lopen vast, achteruit of wat zei om. En dan schuien hangen, proberen van die bank te komen. Dat lukt er niet meer. Dan nog een keer een beetje vooruit. We hebben nog heel even zijn los geweest. Het was een hele even wat diepen waten. Oké, misschien was dit het. En was dit een overtrevendempel, maar diep in me. Dacht ik ook van, nee, dat was het niet. Voor de wisteren kwamen echt op het onderiebestuk. Nou, het reegd. Achterhalf bezien. En dat was dat het moment van, oké, omdraaien, zelfstrak, onderhelling en terugvaar, direct. Ja, dat komt dat niet bij me op, maar we zouden zeggen. Ik dacht, misschien was dit het. En toen was het echt al laat. Kiki en Harman zijn naar de verkeerde boeiegevaren. Ze zijn buiten de vargel in de ondieptes. Meilen uit de kust in het veradelijke westgat. voor het zijljag met elke golf opgetilt. en met een klap op de harde zandbank gesmeten. Het envaren zijlkot voor blijf schoolbludig en professioneel. Ze ligt de eerste vrienden in om ze te waarschuwen. en daarna brengen ze wel overwoogen een noodoproep uit. Geen mede voor een levensgevaarlijke situatie, maar een pandpan. Dat is in de nautische wereld een urgent verzoek voor help. zonder dat het direct levensgevaar is. Knaas 16 hoep je op, pandpanpan. Dit is de zellingje op vriend, positie en. regrounded. Nee, ik kan wel nooit eerder pandpanpan komen. Uitailig wil je dat niet. En je wil gewoon zelf naar de havenvaren, maar wat er gewoon heel benadig. Een stukje verderop in lauws oog gaat. kamer Emschipper Jensje Nabet. Hij is net terug van vakantie. Nou, mijn naam is Jensje van de Molen. Ik ben zelfstander ondernemer. Zit in wooning en richting. Vloerig gedaan in zoveel jaar raambekleiding. Statie van lauwe zo ben ik in een functie van Sipperen. We hadden twee weken voor het eerst met drie kinderen. hade wij op een celboot, hadden wij een tocht gemaakt. Die weet dat voor waren met zes man van de K-an-ram. Hade wij de coronatie-resgevaren van lauwe zo naar Larvik naar Noorwegen. Van daar zijn we naar Deen de Margevaren en toen mijn gezin naar boordgekomen. wik nacht twee weken op het schip, rondgevaren met drie kleine kinderen. De volgende dag, nadat we thuis waren, gekomen, na het toen ging de piper. Snas, elweer. Om 12 minuten over elf gaat de piper. Prio 1. Vartijug aan de grond. De reddingboot de koning wil hem 1, hetzaart Jaakop en Ani Jakoba Vissers zijn gealarmerd. Ik kijk op die piper. Ik zeg dat je mijn vrouw van dit woorden. Dat we gewoon de actie. Je weet wat de wind doet, wat de wind heeft gedaan. Ja, het weer is geweest afgelopen dagen. En gaan dat de open nacht elweer in donker dat drie reisbooten gepiep worden. Ik wist gewoon dit is hem. Dit is echt een serieus, de serieusprobleem. Jentje schiet in zijn kleren en haast zich naar het station. Ondertussen doen de kanaalremers op schiemonekog precies hetzelfde. Ik ben Boudewijn Stal 52 jaar. Trots de vader van twee kinderen. In de tijd dat deze acties speelde was ik verwilliger bij de reddingsmatsgebij. En eigenaar van een klein faciliteer inschoolmaken, linnenvuur en beheerren. Bedrijf je op schiemonekog. En heerlijk ten dagen ben ik een beroepskracht van de reddingsmatsgebij. Boudewijn ligt diep te slapen als de piper gaat. Het is hoog, zij zoenen op schier. En dus topdrukte bij zijn linnen service bedrijf. Hij trekt meteen dezelfde conclusie als Jentje. Dit is serieus. Ook hij gaat snel naar het station. Ondertussen op zeer worden kiki en harmen elke paar seconden door een golf opgetilte en verder de zandbank opgegooid. Kiki wordt via de marifoon dat de kanaalremers van schieren lauers oog worden opgeroepen. En ze krijgen te horen dat het nog een half uur tot drie kwartiers al duren, voordat er hulp is. In de auto naar het station krijg Jentje via de kustwacht meer informatie. Dries haalt schijt in het westgat waarvan er één aan de grond is gelopen. Aangekomen op het station horde Jentje iets dat hem nog meer op scherp zet. Ik kom uit het station kom ik binnen en de marifoon staat al er aan. En ik horde op een marifoon van de kleukkijsjes komen omhoog. Dan heer gelijk een idee je weet dat het in het west gaat. Nou, daar zitten op een grond. We hebben daar ook echte branding en een kleine guel die loopt door de grond. De water zijn je op, dat is de kie. Daar moet ze doorheen en dat is gewoon kaai en kaai had. Dus als je weet dat het schip aan de grond zit en het zijl schip en het is dan half een drie meter. Wat schip opgetilt en die wat weer neergezet en die komt dus op schieltrecht. Deel is op schieltrecht komt en het is op zee het stijks van schip. Maar als iemand zee van de keukenkijsje komen omhoog, de betekent dat de kiel door het schip heen gaat. En dan weet je ook dat het schip gewoon als stuk is of helemaal stuk gaat. Dus je weet gewoon, wij hebben sowieso een halbue werk om bij die mensen te komen. En als nu al de keukenkijsje hem hoog komen en ze leren daar te klappen op de grond, ja dat kan heel wat gebeuren, en halbueur. Dus wij treffen er niet een heel schip aan. Tense waar je mee bezig bent is gewoon om daar zo snel mogelijk aan te gaan. Drie heringbooten varen uit naar het west gehad. Vanuit schiemonikkerhoog vertrekt de 18 meter lange koningbillem 1 en onderleiding van bouwdewijn de Edzart Jaakop, een opereringboot. On de bevel van schipper Jensje vertrekt vanuit lauerzoogde 10 meter lange Annie Jakobafissar. Het aan de grondgelopen zijljacht van Hermen en Kiki is een speelbal van de golven. Kier op kier beuken ze op de zandplaat. Hermen zit aan het roeren en probeert alles om los te komen. Kiki zit in de keuid, met de marifone in haar hand heeft ze contact met de kustwacht. Met de bank en een beem in het gang boord en dan ben ik op wevreem zo. Dus ik heb ontkraken keukenkastjes vloge los. Toen werd echt spannend en toen heb ik nog een keer opgeroepen. Dat kan erin van de hoelangduutend nog. Ik dacht niet er is niet zo van. Ik dacht dat het wel serieus, maar ik had nog niet te voel dat het echt gebeurt zou kunnen zijn. Nee, dat is wel niet. Op een gegeven moment heb ik ook gezegd voor jongens dat we hoe lang duurt het nu nog. We zijn nu aan het water maken. Dus hij kwam water naar binnen. Toen dacht ik, oké, nu serieus. Ja. Dat is ook het moment waarop het bezoek hebben om buiten te gaan zitten. Dus niet meer binnen te blijven. Het schip maakt nu water. Golfen spude de keuid in. Kiki en harme beslissen om de keuid af te sluiten. Ze willen voorkomen dat er nog meer water binnen komt. Kiki neemt de hand maar ik voor me. Hij gaat bij harme in de keuid zitten. Golferolle de keuid in. En Kiki en harman staan voor een moeilijke keuze. We samen afwege, gemaakt wat we doen. We gaan er eriningsvlood, dat wordt het van de keuidak afhalen. Of we op deze manier wachten op de KNRM. Het is echt een zinkelijker, je weet niet hoe lang de boot blijft draaien. We hebben heel even getwijfeld moeten het remingsvlood pakken en klaarleggen dat ingeval van. Dat we dan niet meer hoeft te doen. Die lag voor op de keuid. Dus we moeten door het gang boord om de buiskap heen. Dat was niet heel handig. We zagen inmiddels de KNRM. We gaan niet meer doen, we gaan ons aanleinen in de keuip. Voor de golf om te voorkomen dat je al verbort gespoeld wordt. Kijk hier een harmen vertrouwen hun schip. In de verte zien ze de grote zoekland van de reingboodnaaderen terwijl zij hun zelf pakken en reingvesten aangeleindt bij het roer zitten. Ik denk dat we een half uur de schepen aan hebben zien komen. En het is echt een dik schijmwerper. Per pers voorop. Dat is gewoon kon je niet missen. We konden er niks meer, dus we hebben echt een goede zin. We hebben al verleg gehad van wat ze met groot zee doen. We laten het groot zee al staan want dat zien ze ons makkelijker. Dat soort dingen. Ja, het is een beetje leidzame afwachten. De reingbooden komen dichterbij. Vanaf schieman ik oog blijft de grote koning willen in de vargel. Het schip verlichtend met het zoeklicht terwijl de etzer jaa kop in het ontdiepewater naar kikie en harmen gaat. Je ziet helemaal niks om je heen. En het is donker, donker, donker, donker, het waait. Je hebt de verstoorheid geluid. En je ziet in je eigen schijmwerpen lichten. Je jacht opgeteeld worden door de golven en weer neerklappen op de grond. Het is een hele apart gezicht. Een zelbood is voor alles gemaakt, maar niet om op de grond te klappen. Elke keer dat zo'n zelbood door die golven naar beneden slaten. En op de grond terechtkomt. Ja, dat is het moment waarop ook erger dingen kunnen gebeuren. Dat die boot gewoon uit elkaar baarsst. Terwijl bouwde wein aanvaart, komen Jenship van Lowers oog en zijn bemanning ook aan bij kikie en harmen. Nou, eerst naar wanneer ik zie de schip gevolgen. Er ligt dat schrijf, zeg maar, op een banken te stuiteren. Die wat mijn goudem hoogt teelt, en weer neerzet. En ik zie twee mensen in de kuip aan een lifelijn. Door de ondiep te skolk te het water, er is geen normale golfslag. De golfen breken en ze zijn onberekenbaar. Kikie en harmen hiervan boordhalen is geen optie. Het plan is een man overzetten op het schip, een sleepverbinding maken, en het terug naar die per water trekken waar de opvarenden er veilig van af kunnen. Over de marifoon deelt Jenshipland met harmen en kikie en dan is het tijd om het inwerking te stellen. Stap 1 is meteen de gevaarlijkste. De caner emmer moet in deze onvorspelbare zee overstappen op het zeljag. Ik zeg het in Riemekse klaar, maar ik zeg het tegenaan af de opzicht. Het schip gaat zo op en hier dat we onderwerkingboord op het punt. De tegenaangezet hebben we de halve opgezet. Hij is beringt. Hij zweef door de leugd en sterkste armige om hem op de reedtijd. Hij parkt waar hij parkt en er ligt de bedoels op een klap. Maar hij was wel aan boord. Riemek moet even bijkomen van een klap en van de schrik. Het ging best heftig te geven. Dus hij heeft gekropen met het slaepdras. Op dat moment zegt hij het jaar tegen mij van Denker om de zee met twee kleine kikken te zetten. Dus we kunnen niet hard trekken. Je zoekt altijd een goed punt om het schip goed vastzetten. Waar we met de zell schip doen is dat we een soort broek maken. Dat zijn tross en bij de einde. De lus hebben we bij de lieren aan weeënzijden en dan komt hij de punten. En dan trekken we het schip op de lieren. Ja, dat is altijd een schip. Die krijg je niet. Maar dan moest er ook een tross over en een broek moest over. En dan moest je allemaal klaarge maken. Ja, dat was gewoon geen tijd voor. Maar dat schip had alsschade keuken kastje kwam. Dus ze moesten daar gewoon weg. Die onboard is gestapt, legt de slebblein op de kikker op het voordeck. Het plan is om het zelljacht geteimt op de golven, eerst 180 graden te draaien. Zo, dat ze met haar boeg naar de dieperde water ligt. Wouden wij en de twee bemanningsleden aan boord van de etshardjak op blijven dicht in de buurt terwijl jensje begint met slebwe. Ik zet de koelzijd. Richt in de vuur door, maar daar kwam ik van daan. We was picken na, we was aard en nacht. Je is goed verbinding maken, kijk je wild die wat, wat gaat er gebeuren. Dus ze zet de bedraaien. Op een gegeven moment, ze zet een beetje druk op en waar je met een cel schip naar het ziet, is dat het schip zeg maar een beetje voor overkant. En dan hoe me je doortrekt. Op een gegeven moment, je trekt een beetje mee. En dan gaat je hipen. En dan komt je hem ook en dan heb je weer verder. Als je een beetje hip en de wijs, ze zet maar stuit hem de weg. Gaat je er af. En hij schip gaat schrijf. En dan ga je met een zet tegen het zjak. Van gaat hij naar om. Echt dank je, kijk je. Ja, ik zeg dat om. Ja, ik ga dat om. Door de constant de klappen moeten stabiliseren de kiel van het schip zijn afgebroken. In plaats van zich opverrichten, slaat hetzelfd jacht om. Mast en zijle klappen op het water een paar meter naast de etzerkjak op. Van het een op het ander moment ligt dit boodplat, die valt om. Die had reine lineren, die was al natuurlijk naar de piper opgelopen. Toen er daar allemaal zo'n keer was, loopt het nog op en er enke dingen. En nu. Dit zal toch niet werkelijk zijn. En dan ben je zie je ook alle drie zo en enkeer in de spanning zetten van nu moeten we aan de bak. En uit puren, ja, in zeg, Intuwitie. Heb ik dit zet jak op, ja, na de jachtgevaren, dat was dus maar een paar meter. En ik denk ik heb één kans, want dat zijlboodlacht dus plat op het water met het mast en zijle allemaal op de waterlijn. Ik denk ik kan daar één keer heenvaren. Ja, daar zit dus hoofdvortouwen en staal draden en zijle en masten. Dat raakt meteen één van onze motoren of zo niet al bij. De opstappen van lauze hoog, die stond half op de mast half op een zijl. Die was daarop, denk ik, dus ik denk ik vader de boeg van schip tegen de kuipe aan. En ik zei tegen ieder robot naar voren en pak die mensen bij de klap. Hormen en kikki zijn allebei te waten geraakt toen het schip omslog. Hormen staat nu in de kuit. Kikki, die zich aan de reeling had vastgeleint, komt naast het schip trekt. Dat is gevaarlijk. Nou, wat echt gebeurde is dat omdat ik me aangeleint met mijn lijflaan aan de reeling. En ik daar beneden was gevallen, had ik spanning op mijn lijflaan. En mijn zwemf was opgebelazen. Dus uiteindelijk, ik was lag in het water en ik kijk eigenlijk naar de reddingspot die was een stukje verder op. Dus ik had mijn los kunnen maken en echt gewoon zo naar de reddingspot kunnen zwemmen. Maar ik krijg mijn lijflaan niet los. Dat te maken met feit dat de spanning op die lijflaan stond. En ik dacht dat zwemf was opgebelazen en die haak zit aan je zwemf was maar onder dat ding. Dus ik krijg gewoon niet los. Dat was spannend omdat we haden nog steeds die branding en die brandingsloeg inmiddels tegen de onderkant van de boot. En die duurde, die had ik de neering om de boot verder te duwen. Nou, dat grootsel nog opstaan, dus het bleef nog een beetje draai voor op het grootsel. Maar mijn gevoel was wel, oké, ik moet hier nu wel weg. Want als die boot door gaat draaien, dan ga ik mee, als ik niet los ben. Ik zou konden er een boot terechtkomen. Nou dat het cel schip is omgeslagen, maak de bemanning van de Annie Jacoba viserde sleepverbindingsnij los. En haast zich terug. De zoeklicht van de grote koning wil hem één lichte tafreeel uit. Ze zien het zijljacht op haar zijligen, mast en zijl in het water stuiterend op de golven. Op de plek waar de keel hoort te zitten, zien ze nu een groot gat. Jens, je ziet hoe bouwden wij in de boeg van de etzart Jacob tegen de kuip van het vrakzet. En hij ziet gevaar. Nou, in mijn ogen zijn je liggen van achterin en ze proberen die man, ik zag die man. Die proberen ze uit water, haal ze dus vaan er eind. En nou, dan zie je dat cel schip, zie je echt. Door het zegen op en eeg, en die esthetie ook op en eeg gaan, dat klaapt er zo'n heen en weer. Ik denk die man die lichte gewoon gevaalig, dat tussenin. Die moederweg en ik denk van, ik moet erbij, ik spring erin. Ik denk het zjakseerd, ik spring over de muur. Jij neemt schiperschap over, jij met schipers. Akkoord? Akkoord, zeg hij, ze prima. Bam. Dus dan ben ik naar vorigel open. En ik ze ook tegen bouwden wijen, hij moet schreeuwen. Als hij het hoort, weet ik niet eens maar, ik zeg, ik spring. En ik ben gesprongen. Wooh. Dat wordt het niet handig of dat was mijn belevenis. Op dat moment dacht ik van, dat hoeft niet. Nee, dan ga je niet lang over nadenken. Nee, wat binnen de paat tellen maakt dat ook uit van de situatie op dat moment. Op een gegeven moment ligt je je in dat water, die is bij die mensen, want er hoeft er niet eens weer, maar hij spring er gewoon precies tussen. Ja, een moment dat ik dat ben, zie ik die man. Die zit echt een mof sol in de kaip achter de roerstand. Een beetje felf plekje zoeken. En wat ja, we liggen met onze bood toch heel dichtleer van de bij. En dat klap wel in elkaar. En ik zit tegen mij, ja, waar is je vrouw? Nou, en die vrouw was er niet. En die was onder water. Dus op een gegeven moment komt zij boven water, ze hebben een luchthappen. En ze komen mee. Ik zit vastzijd aan een live-line. Dat is wat zij, maar die schip dat gaat mee door de seegang. Dat schip dat even onder water komt even naar m'n hoog. Ze komt onder water weg en gewoon met hoopboon water net iemand die gewoon uit het water komt als die onder water zwemt, gewoon boven naar luchthappen. Oh rustig, wel en die man was ook zwaar in beide hartstikke rustig, mensen. Ja, echt bijzonder. Ze kwam boven water en dat mei dat ze boven kwamen als rebriemer mij, maar ik wist dus niet waar reamer was. Ik ga er geen vrouw die even aan. Reamer, die staat naar beide maas. Hij riep mij toen, als zij ik bij mijn peo beverdeden. Toen dacht ik ja, ik ook niet. Het is goed ook waard. Toen krijg ik even angst. Dan wil je even naar het al weggetrokken stukje besef krijg je gewoon van 'hei'. Het schip is aan het zingen. We zitten hier in de honger, het is pekennaag, reamer zit daar. Ik zit hier, ik heb geen peo bij, ik heb niet bij ons. Ja, dat is gewoon split second, ga door je heen. Daarom gewoon de besef daar je gewoon dat niet bij je hebt en dan voel je je een kwetsbaar. Het gebeurt allemaal in een split second. Terwijl Kiki tegen Jens, je zegt dat ze vast zit aan haar lifeline en hem niet zelf los kan krijgen, broept opstappen reamer dat hij zijn PLB niet bij zich heeft. Z'n persoonlijke noodbaken, dat je positie doorgeeft als je in zee ligt. Dat kan je leven redden, zeker in het donker. Maar er is geen tijd om er over na te denken. Nou, je gaat verder met waar je me bij bent, die vrouw komt bij me waden en je zie je weer onderwadig aan. Zeg maar. En dan denk je dat man die vrouw die moeten weg. En ik zei net ook al, ik was net terugvaffekantie. Ik heb twee weken lang op die cellboogsveden met mijn kinderen. Je jong kinderen. Ik heb mijn helemaal leven een noodel lifeline vastgemaakt of loss gemaakt. Maar lifeline die moet je, die kunnen een ekel losgelegen, de moet je een beveiling afhalen en dan kan je hem losgelijken. Dus je gaat net gewoon twee weken lang heel aardadig kinderen open vast dicht, noem maar op aangehaakt, uitgehaakt. Dus die vrouw zijn mijn lifeline. Dus ik dijk aan de water met mijn handen helemaal en ik voel die lifeline wat die zit. En ik klik hem eerst ga ik mis met twee keer een gelijk loss en baam die vrouw is loss. En dat is. Denk je gewoon ook wel. Ja, als geluk geweest, dat kwam heel daarnier lifeline. Maar anders ga je niet zo maar midden in na bij een wilverijmden, zo maar die lifeline last kunnen uit dat nooit eerder heb gedaan. In in tussen tijd lachen vlak bij ons ook de opstappen van lauwe zoog, die nog half op een zijl, half op de mast die ook al wat na beneden aan het wijze was, het water in, aan bord genomen. Het wel jeentje daarvoor bezig was in die kuip met die mensen. Wij bleven daar een soort van liggen, dat de idee daarvan veranderde niet echt, moest er gewoon bij die boot blijven. En we had al lang gevoel dat één motor zo of zo niks meer deed. Het schip is aan het zinken. Jens Juraag met zijn voet verstrict in het touwewerk, maar hij kan zichzelf bevrijden. Hij wil samen met kieke en hermen weg van het schip, maar hermen het reddingfest is stuk, het is niet opgeblasen. Toen zegt hij, ik zei, blij je zwemfest op. Nou hij zei, hij doet het niet. En toen dacht ik even van hij. Zwemfest wil niet opgeladen worden. Als je man op niet geraakt, dan heb ik straks boon om mij te zitten. En er hoeft je mij onder water. Ik denk dat ik me ook in mijn ogen kijk, om vast te stellen, is hij afspreekbaar. Belang is dat voor mij niet in paniek. Gaat geen gekke dingen door, dan ga hij niet vastklompen. Dat is het zo aanknod. Dat gelijk door. Ik zei het helemaal, ik zei, leuhe je nog bij vrouwen en op mij. Hij heeft mijn zwemfest ook opgeblasen. En iemand zei, ik heb geen paniek. Ik kijk me in de rechten in de ooon, ik denk, ja, hij heeft ook geen paniek. Dat was gewoon geen paniek en bij die vrouw ook niet. Zo rustig. Ik zei, zwem, vleun op je vrouw en leuhe je nog bij. Ik denk dat je bij de drijven mogen en dan, en toen zijn er bij weggezond. Zo komt die etterjak op langvaren. En ik zie hier iemand nog en één keer, ze handen en het is een sterke vent. Pak me vast en zei, ik laat je niet meer laten zijn. Bam, en die trek me een keer zo aan boord. Ja, en dat is. Dat is nog steeds de beelweivrouwen, het goon, dat je op elkaar aan kunt als bemanning leden als tien gaan, dat is gewoon. Dat je 100% volk door het vuur gaat. En als je dat zo meemaakt, ja, dat tegens voor leven in die zin. En dan is iedereen weer veilig. Op halvermogen, door dat de etzerd Jaakop onderwater iets heeft geraakt bij het vrak, varen ze richting de koning willen meen. Harmon kijk nog één keer naar hun toegetakel de schip voordat het in de duistern is verdwijnt. Dan gaan we liek geworden op onze vriend. Het schip had ons misschien wel gewoon. heeft het trouwde tot dat hij zei varen om er zou te zeggen. Dat de man aan boord had, dat man de dicht waren, dicht bij eraan. Onze vriend heeft ons. Ervaakt, zo iets. Was het? Maar we zijn veilig en dat is het allemaal belangrijkste. Opgelucht van, oké, we hebben het geret, we zijn er nog. Emotioneel en ja, we vernaamelijk blij het schap dat je het geret hebt. Onderaan de streep, ja, dat is de primaire emotie. De etzerd Jaakop varen naar de koning willen meenemaken vast, zodat ze veilig kunnen overstappen. Maar als de lijn strak komt te staan, blijkt Jensje eronder te zitten, hij schreeuwt van Pijn. Jensje, Riemmer, Harmer en Kiki gaan met de koning willen meen, naar Laos-Och. Bouden weinende bemanning van de etzerd Jaakop varen op één motor terug naar de thuishaaf, op schiemond ik oog. En de Annie Jaakoba vis herfijt terug naar het jacht. En wel aangekomen, kunnen ze het niet meer vinden. Zelfs in het licht van een paar flair's is er geen sport te bekennen. Het is kwart over twee in de nacht, wanneer Kiki en Harmer aankomen opkangen en station Laos-Och. Dan krijg je de naarzorg van de K&M. Die ga je heel goed mee maken. De onverwaarlijkheid was indrukwekkend. We hadden natuurlijk niks meer. We had onszeld pak aan. En ik had nog een handmarifoon in me. Maar we had. We had. We had nothing. We had nothing. En onze hele hebben nou is dat natuurlijk in die bood. In vier weken vakantie is 'ok, maar in stijden' We had a very good start. Een douche. We had to get together, we had to get together. 'Oké, we're still happy. We're ok, we have nothing. We're in the bood. We're not that kind of a person. We just had a thing. We're in the central room, a bit of a kitchen. We had the slippers and the slippers. We also had the free tickets on the floor. We had a bit of a. A bit of a party of okos. Where are you going to sleep? What do you want? We want to have a vacation. We can have a regular hotel. We try to give a sort of house feeling to you. You're very safe. We get a isolation clinic, where we get the food from the cold. Aal is a douche. You don't feel like you're feeling something. I felt like I was going to be a school student. I was like, 'Oké, we had something else to do. I started to paint a bit. I was just going to put it on. I see someone fling. I think about what all happened in the morning. Ships, beat you. We were friends. We were also in the middle of the night. We were very excited. We didn't know what it was. We went back to see her. She left her room. We went to the night. We could hear her on the 16th channel, but we had to go to another channel. We knew it was very exciting for us. But they didn't know what it was. That was the moment. We wanted to go to the night with our friends. It's wrong that it's all just being in the cold. When I asked the doctor. I had other diabetes. My medication, insulin and my mental health. It was all in the boat. It wasn't a sun. So they just wanted a cold. They were in the middle of the night. A doctor came to the hospital. They were looking for the first full hospital. I don't know if it was a drug. I think it was a warning. But it didn't matter. We had insulin last hour. And it was a little more dangerous. Yes. We had a half-hour walk from the hospital. It was a year ago in the boat house. Maybe I should go up. It was a long walk. The road is closed. The road is ready for the next action. He told his colleague and his family to take some sleep for the next day. in zijn linnenbedrijf. Kiki en Hermes slaaven die nacht bij vrienden aan boord. De volgende ochtend besluiten ze samen dat deze schipbruik niet het einde mag zijn van hun passie voor zeen, zijlen. Kiki heeft een schip niet meer gezien, sinds het kapot gebeurt op de zandbanklag. Maar anderhalve dag naar hun reiling wordt er door een garnale vissige vonden en op een ponton de haven van laures oog binnen gebracht. Het schip hebben in de kruikels tot los binnen ziet komen. Het was dat al een belangrijk spullen, je lagen het nog in. Dus voor of er geen bankpassen, te wisselen, passboord, dat ze het raak dus dat was allemaal in de bood gebleven. Gelukkig. Zo een paar zoiets niet bood. Ook indrukwekkend om dan je bood zo kapotatie. Ja, dat was vreeselijk. Toen luik ik het wel heel moeilijk gehad. Ja, het is zelfs hard dan heel lucht. En dank je wel gezegd. Ja. Je hebt het ook. Wat is dat toch dat zo'n bood zo persoonlijk wordt? Ja. We hebben dat nu natuurlijk ook. We varen weer en als we dan vanaankelen gaan we weer terug dat dag tot straks. Ja, het is juistje. Ja. En nog maar jullie hebben ze er leven waar je van geniet. Uiteindelijk onder aan de streep is het gewoon een stuk plastic, maar onze zielerzalenheid zit er in. Ja. Een ding is 9 jaar lang onduidelijk geweest voor bouwde wein. Maar onbesloten gentien nou te springen. Hoe wel de schippers elkaar geregeld spreken hebben ze daar nooit over gehad. Pas toen ze samen onderweg waren naar dit interview, hebben ze er over gesproken. Ik had niet het gevoel gehad, ik had al gedacht dat ik die grote club dit en dat en dat die me gemaakt en dat helemaal niet. Maar ja, de ontwetetheid van de manier waarom hij dat wel deed en dat wist ik uiteindelijk tot in de details niet. En vandaag wel en nu zeg je het was een goede actie. Ja, ik denk dat de bijdelvarenden dit nog naar kunnen vertellen. Wat verloren is, gaan is mijn materialen, we hebben er enorm wijze les uitgetrokken. En hoe kijk je terug op de actie van die nacht in augustus 9 jaar geleden? Ja, ik denk voor mij en wij staan in de aanloop van het stadjaak op wordt als reddingsboot na de 22 jaar vervangen. Kijk ik terug op een van de voor mij als schipper, als een van de heftigst acties op het stadjaak op. Misschien wel de actie die het grootste verschil in heeft gemaakt en heb ik het over mijn acties op de reddingsboot het stadjaak op. Ja, dus ik denk dat wel ja. Toen Jensje de melding last die na zo maar nacht in 2016 was een reactie dit woord hem. Ik vraag hem nu, was dit hem in de daad? Dat was hem echt. Ja, dat was hem echt. Absoluut. Zeker weten. En ik geloof ook dat wij gewoon gedaan hebben wat we kunnen doen en dat we gewoon bezpaat zijn geblijven. Ik ben een geloeren man. En er was gewoon goed op ons gepaast. Niet dat we het op moeten zoeken helemaal niet om. Ja, er was gewoon op ons gepaast ook. Met deze actie ook gewoon gebeurt. Denk je dat ja? Ja, zeker. Hand procent. Hoe voel je er? Ja. Ah, gewoon, dat is van mijn overtuiging. Heb je die mensen het leven geret? Die vrouw sowieso. Ja, geloof ik aan, dat was die meenemeneen. Als die niet last gekomen was. Op dat moment dat schip was aan het zinke. Ja, zij zat vast. Als ik wel niet last kon, was ze onder water. Het is gewoon weer boven. Ja. Je komt bij de KNA-derm omdat je het is avontuur. Dat is mooi boven. Het is gewoon jongens de rom, zeg maar. Maar je blijft erbij door de passie die ontwikkeld door het helpe van mensen. Die mensen die hebben jou gewoon nodig. En zo gaat iedereen taak gewoon in deze wereld. Zoals wij dit met de KNA-derm doen, is het gewoon blijf van bijzonder. Avontuur er wel mooi, maar dat is niet die drive om het zo lang de beide blijven. Maar er meer. het team gebeurt en het helpe van de mensen. Ik denk dat we het verhaal rond hebben. Is er nog iets wat gezegd moet worden? We hadden nog iets moeten vragen. Nou, wat ik wel veel benadelijk is dat ik naast de schippers en de opstappers van de KNA-ramp ook echt alle vrijwilligers op de wahl. De mensen die dan op een station zijn en al zoep hebben bewijzen was spreken. We hebben nagedacht over waar ook, waar moeten deze mensen van slapen. Iemand is een auto springt om naar een appartek te rijden. Het behalve de schippers en de opstappers zijn er zelf voor meer mensen en vrijwilligers die ook op de wahl hun steen bij dragen. Ik denk het wel. het is ongelooflijk organisatie. Tot zover deze aflevering, dank je wel Jensje, Boudewijn, Harmon en Kiki voor de delen van jullie verhaal. En hiermee zijn we aan het eindige komen van dit seizoen, wij zoen twee van Reddors op zee. Wil je dat we snel weer terugkomen, laten we ons weten, belezen alle berichten. Abonneer je vooral op deze serie en laat ook weten wat je van deze aflevering vond. Bedankt Vischermans-Friend voor het mogelijk maken van deze mooie podcast. Jij kunt vandaag het verschil maken voor de vrijwilliger Reddors van de KNA-ramp, zodat zij veiliger een redding werken kunnen doen. Het hele jaar door, dag en nacht, tot zieren ze stormen en meter hoge golven om levend te redden. Alles wat we jou vragen, is 25 euro. Ga naar podcast.kana-ramp.nl en help onze Reddors Redden. Deze podcast is een productie van PMP-Media. Reddactie dit seizoen, maar Loesbrokhaus en Jure Rindzema. Eind reddactie Kana-ramp het word Zwitzer en ral van Vechte. Eind redactie PMP David de Lamar. Projektmanagement door Nikkie de Wit en Pauline Reinders. Social Posts, Tijmen Koelemeier. Montage-enregie door Twan Mensink. Mixermaster door Basmeelens en Carlos Dallafjoren. Mijn naam is Rulofem. Bedankt voor het luisteren. Ik hoop tot snel, dag. En ik hoop dat ik er niet aan kan. Ik hoop dat ik er niet aan kan. [Muziek]

Podcast Summary

Key Points:

  1. - Kiki en Harme Schap, ervaren zeilers, varen in augustus 2016 met hun zeiljacht in het Westgat, een gevaarlijk stuk Waddenzee. - Door slecht weer en een defecte plotter vertrouwen ze op zicht, maar missen een rode boei en varen naar de verkeerde groene boei, waardoor ze op een zandbank lopen. - Het schip wordt door golven opgetild en tegen de zandbank gesmeten; ze maken water en sluiten de kuip af. - Ze roepen via de marifoon een "pan-pan" uit; de KNRM (Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij) alarmeert drie reddingboten vanuit Schiermonnikoog en Lauwersoog. - Redders Boudewijn Stal en Jensje van der Molen haasten zich naar het station; Jensje hoort dat de kielplaten omhoogkomen, wat wijst op ernstige schade. - De reddingboten arriveren; de Edzart Jacob gaat het ondiepe water in om Kiki en Harme te bereiken, terwijl het schip blijft stuiteren op de zandbank.

Summary:

In deze aflevering van Redders op Zee vertellen Kiki en Harme Schap over hun angstige ervaring in het Westgat op 11 augustus 2016. Na een vakantie met slecht weer besluiten ze met hun zeiljacht en twee andere schepen door te varen naar Lauwersoog, ondanks de risico's van het ondiepe water. In het donker en met een slecht werkende plotter volgen ze visueel de groene boeien, maar missen een rode boei die losgeslagen blijkt.

Hierdoor varen ze buiten de vaargeul en lopen ze op een zandbank vast. Het schip wordt door hoge golven keer op keer op de harde plaat gesmeten, waardoor het water maakt en de kuip wordt afgesloten. Kiki roept via de marifoon om hulp met een pan-pan, waarna de KNRM uitrukt met drie boten.

Redders zoals Boudewijn Stal en Jensje van der Molen zien de ernst van de situatie in, vooral als blijkt dat de kielplaten omhoogkomen. Ondanks de chaos en het gevaar blijven Kiki en Harme kalm en wachten ze op hulp, terwijl hun schip als een speelbal van de golven is. De reddingboten naderen, met de Edzart Jacob die het ondiepe water trotseert om de gestrande zeilers te bereiken.

Het verhaal benadrukt de moed en professionaliteit van de vrijwillige redders, die al meer dan 200 jaar levens redden op zee.

FAQs

De KNRM is een organisatie van vrijwilligers die al meer dan 200 jaar mensen in nood op zee redden.

Ze liepen met hun zeiljacht vast op een zandbank in het Westgat, tussen Schiermonnikoog en Ameland, doordat ze een verkeerde boei volgden in het donker.

De rode ton was losgeslagen door eerdere stormen, waardoor ze alleen groene boeien zagen en de verkeerde route kozen.

Een pan-pan is een urgent verzoek om hulp op zee, zonder direct levensgevaar, anders dan een mayday.

Drie reddingboten voeren uit: de Koning Willem 1 en Edzart Jacobus vanaf Schiermonnikoog, en de Annie Jacoba Vissers vanaf Lauwersoog.

Hun schip werd door golven opgetild en op de harde zandbank gesmeten, waardoor het water maakte en de kiel beschadigd raakte.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.