Judith vertelt over een verkeersongeval waarbij ze een fietser aanreed die later overleed. Ze beschrijft de gebeurtenissen van die dag, de shock, de paniek en de langdurige wacht op nieuws, culminerend in de politiemelding van het overlijden. Dit leidde tot diep schuldgevoel en een identiteitscrisis, omdat haar daden haaks stonden op haar waarden. Ze schreef een brief aan de familie van het slachtoffer. Marten blikt terug op een ernstig fietsongeluk op haar twaalfde, veroorzaakt door een vrachtwagen. Ze beschrijft de gruwelijke details, haar veerkracht, maar ook de blijvende fysieke gevolgen en de verstoring van haar vriendschap met een ooggetuige. Beide vrouwen vinden het moeilijk om over de trauma's te praten, vooral met naasten, en benadrukken de langdurige, ingrijpende impact van zo'n gebeurtenis op hun leven en relaties. De podcast laat zien hoe zulke ervaringen levens veranderen en hoe complex verwerking kan zijn.
Vind je favoriete podcast op Vertemax? Witte je nog de eerste keer dat je zelf in de auto verdelipt? Ja, toen ik aan het leren was om te leren uit te rijden. Op de parking ergens van de kart voor de de luisterlink ik. De eerste keer startte stoppen in te. Ik denk dat heel veel mensen dat zo weer. -Ja. Jullie dit is dit een jonge vrouw. Ik zit bij haar aan de keuken daar. -Ja, de keuken daar veel. We zitten een beetje onwijnig naast alkaar. Ik ben stuusevrijging, na een antwoord. -Dat ook. Mijn naam is Kenneth. Vier jaar geleden ben ik zelf op een zeerrapat aangereden. Ik ben bij jullie op bezoek, omdat ik wil horen hoe het is. om bij een verkeerde mevrouw aan de kant van het stuur te zitten. Kijk, je hebt een dag gereden, maar het ongeluk is gebeurd. Ja, zeker. Ik had zoegd en ik had al langer uitjes geluiden. Ik had een hele drukke week gehad op het werk, dat was vrijrij. Ik wist dat het een rustige dagje moeide. Ik had iets van herman betjelegen, ik ging ook een trein later nemen. En dan pakte ik de auto naar het station. Een voorauto-retjoint. -Appel korsa. Wet je nog wel voorweren die dag was? Ja, dat was een realeke goede wereld. Dus ik was wel een goede moeite. Ik weet ook nog wat de muziek aanstond. Ik weet nog wat ik het rondpunt nam. Voor ik eigenlijk in de straat kwam, maar het omoeilijk gebeurt. En ik toen nog gedacht dat een liedje moet kond houden. Omdat ik opstagging een spotje vrije leest. Judit zit zorgenloos in haar auto. Maar op eens gebeurt er iets onomkeerbaar. Ik weet nog steeds niet hoe dat dat mogelijk is. Ik hoef dat ik ongeval juist is, kunnen gebeuren. Ze passeert een teesplitsel. Daarna staat een grote boom. Waarschijnlijk door het schade van de boom op de weg. En zeker ook, ja, ik ben onopletten tijdens het wet. Ik kan naar links kijken. Ik ben toen, ja, is er plots geling. Ik zag ervoor graag dan een richterkant van mijn wagen. Een richter voorkant. Hij was op de fiets en dan is er een impact geweest. Hij is eigenlijk over mijn auto gevallen. En hij zei achter mijn auto, denk ik, neergekomen. Ik ben niet komelijk gestopt. Uit is gestopt naar de man in je eind terug naar mijn auto. Mijn geërsam je gepakt. Wat is je echt in paniek of? Ik weet wel nog dat ik het heel moeilijk vond om me gezam te ontlokken. Het nummer te vormen. Dat ik nu zelfs 1, 2, 1 of ja, dat ik niet omiddelig in 1, 2 heb gevormd. Zort van het paniek. Ik had het wel omiddelig door, maar mijn vineren niet meer helemaal meer werkte. En dat ik dan ook al heel moeilijk vond om het uit te leggen. En dat ik vooral in paniek heb gezegd, er is iets er in. En er is de gogen geval gebeurd. U loem het snel komen. Ik weet niet of ik heel wat ze niet zin tegen de telefoon verteld. Zo wacht op de ambulance. Omstanders komen erbij staan. Een toevallige passant, een brandweerman probeer te helpen. En dacht je toen al van, ooit, dit is niet goed? Ja. Ja, toenacht ik zeker. Zeker naar Dien toen die man van de brandweer geprobeerd heeft om een soort van stapieel te leggen. Dus ook zijn zij. Dan, wie zie ik, zeker dat het niet goed was. De ambulance neemt het slacht of voor mij. En je dit geeft de verklaring aan de politie. Ze gaat naar huis en zowel wacht op nieuws. Ja, afgewachten, ik wel al eerst omiddelig proberen met ziekenhuis te contacteren. Ik denk de eerste keer dat ik na middag met de vraag hoe het er meer was. Als ik om er aan het voor de keen informatie geef, want dat de voelige passant informatie is en ik keent van Milie win. Ja, dan heb ik het eigenlijk afgeogen. De verdiet aan iemand te vertellen? Ja, zeker. Ik weet niet of ik dat vrijdag was of ik denk misschien dat het zaterdag ook naar een moment met best de vriendinige belt. Die dagen naar Dien zijn superveig. Ik weet wel nog een dag gesprek aan telefoon. Maar mensen zijn op dat moment heel lief natuurlijk, maar ook. Weinig realistisch, omdat ze op dat moment weten of niet wat er gebeurt. Dus iedereen verdienen waren op een werelder. Dat ik kent. Ze zei dat ja, komt wel goed, maak je je eens voor. Probeer af te wachten, geen nieuws is goed nieuws. Ze zijn ook veel mensen. Dus ja, op dat moment zei er toch alleen voor, want ze weet eigenlijk als enigste voor dat die man er aan toe was na het ongeval. Wat je er op dat moment aan me bezig of aan het denken, dat die persoon zou kunnen sterpen? Ja, zeker. Want hoe lang er het fit, hoe lang er eigenlijk geen nieuws kwam, hoe meer ik dacht van een keer misschien dan toch niet. Maar ik had er al geen goed oor in. Ik weet dat het ekaar voor eka was. Ik weet dat ik dus voetbal gekeken heb. Ik kon die matjes niet bekijken. Ik kon het niet glijzen als riscoort. Ze kan niet meer slapen. Ja, probeer, heb ik mindfulness opgeduun lood voor te kunnen slapen met de terwijl ze kunnen brengen. Dan ben ik met het politiek aan te proberen te bellen en te meelen. Maar daar kon ze mij eigenlijk niet zeggen. Ik kreeg ook geen antwoord meer. Ik heb toen ook veel online te zoeken naar nieuws of bij begrijvings ondernemers op de website. Ze te zoeken naar informatie. En hoe lang er het durede hoe meer ik wel hoopte dat dat eigenlijk misschien toch gewoon niet goed zou komen zijn. Maar tiendagen na het ongeval. Was er iemand aan de dure? Het was zo'n verbouwen. En ik had geen durebel. Dus het was gebonds op de voordeur. En toen ik dacht dat het is de familie van het zwachtoffer die mij komt zo'n confronteren. Het is al na 11 uur. Ik was al om na mijn bed te gaan. Twee mensen in uniform staan voor de dure. En dan bleek het de politie te zijn die meeldig dat iemand overleerde was. Wet je nog goed die mensen dat tegen je zijn? Nee. - Nee. Nee. Nee. Ik weet als ze met twee waren. En als ze dat zeggen dat ik daar. dat er ook te gaan maken op het van was. maar ik weet niet meer. Maar je denkt dat ze dat vrij snel gezegd hebben. En ook dat dat binnenvijt dat die personen overleerde was? Ja, heel hard. Mijn verantwoordelijkheid is geweest. En dat is het ergste wat er gekend doen in kik. En dan geef iemand. Dan geef iemand af neemt van. dan zeg je zin. Het is er vooral. Ik heb er echt lijn in de. Ja, ik heb er gewening die gezegd hebben die ergens hebben aan de dag. Met die gedachten bij je veel bez geweest? Ja. Ik had toen een soort van boekje, een dagboekje, maar dingen werk. Een boekje werkje, dingen in op schervond, om een beetje van mij af te schrijven. En ik weet ook nog eens scherven dat het al zo ingeemd tegen alles waar ik. in mijn leven voor wil staan. Dat is eerder met zijn helpen of ondersteunen, rezijnver mensen. nooit iemand kwart doen. En nu het gehoord kwart is tevanden van de alles je dan. Dus dat was wel rustig om dat de vriend zelf veel meer. ieder gehandel van Erik Zet. Het tragt mij om te zien dat u dit er zo hard mee bezig is. Het is natuurlijk een totaal andere situatie, maar toch. Van een man die mij heeft aangereden heb ik nooit iets gehoord. Niks. In der bering nog steeds boos over. Want dat ik het gevoel heb dat het hem niks kan schelen. En ik wil hele mani boos zijn. En ik wil ook zeker niet boos zijn op een man die ik eigenlijk helemaal niet ken. Door de haat ben ik ook meer met een bezig dan ik eigenlijk wil. Ik wil hem loslaten. En daarom zit ik hier bij je de tekik. Om iets te zien waarvan ik hoop dat de man die mij aareet het ook heeft. Bezorgdheid en pati. Toen dat je beurt was. wanneer heb je beseft of wanneer heb je er eerst dacht er is. Ook een familie van deze man. Ja, om middeluk. Ja, echt om middeluk. Ik ben ook gaan zoeken naar mensen met eenzelfde achternaam online. En ik weet dat ik toen een van de kinderen al Facebook of zo gevonden had. Dat ik omiddelig wist dat dat een kinderen was. Dat was er wel heel erg te plek. Ja, ik heb omiddeluk aan die familie gegeven. Ik heb er zes maanden over gedaan om opnieuw te kunnen stappen. En dan nog eens zes maanden om meer te kunnen stappen zoals andere mensen stappen. Ik heb nog altijd last van mijn linker knie. Waarschijnlijk voor de rest van mijn leven. En ik ben ze ze ook angstiger geworden. Niet enkel voor oudels, maar eigenlijk heb ik schrik voor alles van niet te verspellen valt. Ik speel met die idee om contact op te nemen met de man die mij heeft aangereden. Dat ik denk dat er niet weet hoe heftig het voor mij was. Ik wil tegenover hem zitten. En vertellen over mijn lief die mij moest wassen. De maanden in bed, de platen in knie. Ik wil hem alles vertellen. In de hoofd dat hij begript ont en zich excuserde. Ik wil een mens zien. Je luistert naar aangereden. Een podcast van Radio 1 met de steun van het Vlaams audiovisueel Vons van de Vlaamsen overheid en steun van het Vlaams neiderlandshuis de buur. Ik heb dan heel goed dat je mij belde. Marten is de eerste persoon die ik bel, net naar mijn operatie. Ik was op de strand aan de zetoon. En het was een geweldig kip. Ik ben overreden aangereden. Ik had toen wel gehaald, ik had het moeten verwerken. Maar dat kwam wel heel erg binnen. Zij ook omdat je teruggekat aan het puteert, maar u eigen ongeluk op een manier? Ja, meer vooral omdat ik wist van 'fuck' dat is niet morgen opgelost en overmorgen ook niet. En over twee weken ook niet. En misschien over maat niet en misschien. hele leven niet. Om het zo even gesbrugd te zeggen. Dus dat eerder daar, ze van 's chak, we beginnen in de wel aan een groot, dat is wel een heel groot niveau. Ik dacht 'o, op is laagd ofzo'. U leven zal vooral het veranderen op een manier. Ja, nee. Toen wist we dat nog niet wat er in gebeuren. Maar hij heeft daafd zo'n grote nimpakt. En toen wist ik dat 'en 'fuck' daar even wel 'n groot nimpakt. Heb je mij dat toen gezegd? Nee, denk ik. Nee, er heb ik je toen niet gezegd. Nee. Het is moeilijk om te praten over het onvall. Maar misschien net iets minder met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Maar het werd ook ooit aangereden. En is veel vlotter dan ik. Ze is communicatiefer en directer. Als er iemand weet hoe je over moet praten, dan is zij het wel. Wilt je nog welke dag het is? Het is de 3.30. Op dat moment is het 12 jaar oud. Een dag ervoor. Hinkelde en ik ben een heel groot huis. En ik hinkelde van de Hinaus, de ene kant van de andere kant. En ik dacht, ik kan me daar zien hinklen en de gedacht te zien hebben van. "Hm, hoe tal is dat ik twee benen heb om te hinklen?" De dag erna, een kwart over acht vertrekt Marten naar school. Op de fiets. Vondstvokenaam, zoals je buktonderdregen. Er was dus iemand bij jou. Gerlinde. Dat was toen mijn beste vriendin ik. Of één van de beste vriendin ik is. Waar je altijd samen. Marten en Gerlinde passeren een kruispund. Dat was heel erg aan het regenen. En waar ik nog weet is dat die. die je vrachtwagen moest rechts afslagen. En die had me niet gezien. Ik probeerde te remmen, maar het was heel glad dat het de vroeger vond was. Ik probeer te remmen en volge. en ik schoof uit mijn fiets, waarom ik onder die vrachtwagen gedeelte. En dan is die. dan mensen zagerdag gebeuren op dat kruispund. En mijn vriendin dat er bij was. Die zag er gebeuren en dat is die vroeger vrachtwagen. En heeft die gezegd, stop, stop, stop. Allee, heeft die echt gekreest. En dan heeft die vrachtwagen gevraagd, je stopt. En ik was er net onder geschoveel. En ik schoel eronder en hij was de grijmd op mijn bo, op mijn richter bovenbogen. Marten ligt onder de vrachtwagen. Met daar ben je gekleemd onder de band. Ik was daar tegen aan tuwen. Dat was de afmoesten. Met dit idee dat ik dat wel kom. Ik had niet idee dat ik dat ik nu niet zelf heb. Ik had zelf die vrachtwagen niet afdue, ik was tegen aan tuwen. En ik heb die grijp tegen Linden, dus die vriendin dat er bij was. Ik moet komen duwen, ik moet komen duwen. Maar die is eruit aan allebei het 12. Daar ga je niet echt lukken. Die vrachtwagen rijdt van mijn benen. En dan kan je pas zien wat die is gebeurd. En ik voel mijn botten. Ik voelde mijn benen recht doorlicht. Daar gevoel heb ik. Maar ik zie mijn benen wegslieën. Allee, maar ik wil aan mijn leven. Maar dus niet op de kant waar ik hier dan voelde, ik denk. Klopt niet, klopt niet, klopt niet. En dan weten nog niet hoe hij dat eraf is dat er niet heeft. Marten zal altijd positief blijven. Ze zal blijven lachen. Zelf als het verhaal heftig is om te vertellen. Het is een manier om er mee om te gaan. Warshallijk heb ik iets gezegd in de zee van ook aan de deze. Dat was iets wat ik geweest had. De ambulance kwam toe. En dat was de vader van een goede vriendin van mij. Ik bedoel me in de klasatgezeten. En ik zei 'm heel reen, je moet dat de groet doen van mij, Zeench. Ik heb vleittig gezegd dat ik de groet te zeggen. Dat was heel snel. niem meer over het accident. We gaan niet meer over klappen. We gaan dat oplossen. We vertellen voor Lorie, die was daar. De zus van Marten heeft alles van op een afstand gehord. En ze beeld hun vader. Mijn taak kwam toe. En ik zei 's sorry, sorry, sorry, Papa. Echt sorry, sorry, sorry. Maar die was. niet is wat 'ie is oké, 'ie is oké, ik zei 's sorry. Ik had gevoel dat ik zei 'm heel veel sorry moet zeggen. Want dat. Ik had zowel veel ijus op school. Ik had geen raziën op bijbabbelen. En dan al die doestanden mij zonder een vraag van je belanden. Ik had zowel, ik moet 's sorry, ik zou zeggen. Maar die was niet kwadels. Ik denk dat 'ie 'm heel opgelucht was. Dat ik 'ie 'm heel sorry kon zeggen. Al die of dat 'ie 'm iets kon zeggen. En die was ook opgelucht. Ik denk dat 'ie 'm heel veel is om te zien. Dat ik 'm gesprek kon ik met je namelijk zien. Toen loud hun groeten van mij. Waarom het 'ie zoiets wist van 'ie 'm. dat 'ie 'm iets grijpt kunnen zijn. Dat 'ie 'm kan dragen. Maar Marten het nu wel kan dragen. Dan. dan een soort lichtheid dat er nog een trein was of zo. Waarom had 'ie een grustig lijk in eens? De lichtheid zal daarna zwaarder worden. Operatie naar operatie. En ook tussen de twee vriendinnetjes Marten en Gelinde veranderd alles. In het ziekenhuis is hij mij nooit komen bezoeken. En er al andere vriendinnen er heel te dag zaten. En die zowel een keer langs geweest, maar hij was een slapen. Denk ik. En hij heeft 'ie zo'n ballon aan de klink hangen. Maar ik kan mij niet herinneren dat ik over dag was al bijstlaven. Maar ik herinner mij wel dat deur opging dat iemand zei, 'ie hangen ballon aan, die zijn wij gelinde. We had die 'ie 'ie 'ie nooit been geweest. En hij was een elkaar heel langs gezien, heel langs gesproken. Dat was verhaar even voor mij heel moeilijk om dat als we elkaar zagen. Dat heeft ze nog gezegd tegen mij. Als ik 'ie zie, zie ik dat accident. Dus ik zie 'ie liever 'ie. En als je grapig want nu zijn we een 15 jaar later. En nu zie je elkaar weer heel veel. Hij heeft lang geduurd voor dearmelkaart vonden. En dan heb ik elkaar vonden. Nu, een week leer of zo, stond 'ie daarmee 'ie kaaft, wat de drinken. Ik weet veel welk stomcafeet. En daar wordt nooit over gekeld, toen eigenlijk zei echt repasseerd. En ik ben er zeker van dat zei, en ik hier daarover na, en ik ook minstens en ik hier. Zei voor mij zit accident en ik ben verhaart accident. Dat marten zegt, herken ik. Als ik de mensen ontmoet die bij mij ongeval aanwezig waren, zie ik ook meteen het zeerrapat en het twee koplampen. Het is 15 jaar geleden dat marten werd aangereden. En ze heeft nog altijd last van haar heub en van haar been. En ze vind het ook nog altijd moeilijk om erover te spreken. Kun je daar makkelijk over praten, meteen? Daarna wat er gebeurt was? Kijk dan mij dat ik daar lang neo vrieggepraten. Alles zit hem als keren met mopjes ofzo. Ja, zo eerder van, hoe was 'ie zieken? Als ik er verder vertellen van 'ie zie je film daar gezien en dien', dan zeg ik 'amij', ik heb ze daarover moeten doen. Want ik heb daar vandaag? Ja. Ik heb er al lang niet gepraat. Ik heb daar op die gevrienden verteld en er heb dat verraal en hoe dat zat en tegen mensen. Maar lang neo ver sproken we mijn dicht omgeving, met mijn ouders ofzo. Hij heeft echt jaren geduurd. Voor ik wist, ze zet daar tegenover stonden, met mijn vader had gebeld. Hij heeft jaren geduurd. Gek, he? En er is van mijn omgeving, wie is het even van mij? Als ik daar echt, met mijn omgeving, met mijn dichte familie, nee. Komt dat? Geniede. Want dat de moeilijk was denk ik. Om dat ik wist op veel pijn dat hij daar nog van hadden, dus we hadden dat niet boven. Dat had ook mijn hun pijn te maken op omgeving. Ja, dat denk ik wel. Ik heb er de eerst kerk met mijn vader over babbeld, dan moet je huilen. Om die paal misschien huilen, dat heeft die ze. Vader huilen toch niet? En dat was een eerst kerk die ze huilen. Die zei 'wo, en nu zal ik altijd heel kort' ik heb nog altijd niet heel goed hoe mijn vader daar beleefd is, dat mijn moeder daar beleefd heeft. Dat zit er in de schoon door z'n keer. Dicht. Ja. Om die te blijven, denk ik. Je hebt daar niet over gepraat. Je wel, ze wel kort heet, hoe z'n vrouw, z'n vrouw. Maar. Ja, tot daar een. en niet meer. Niet vijpten, ja. Mijn groot moeder vertelde mij dat mijn vader net na het nieuws van het ongeval huilend aan de arkeuken tafel zat. Zoals mijn groot moeder die mij dit vertelde. Mijn vader heeft er nooit iets over gezicht. En ik heb hem er ook nooit over aangesproken. Het vraagt veel moet om te spreken. Judit, durft het aan. Is grijf na het ongeval een brief naar de familie. Liefste dat, liefste Tina, neerle rol. Ik hoop dat u het men niet kwalijk neemt dat ik je onnage kon echt schijf. In die er niet wil het verder lezen, laat samen schijven beantwoorden. Heb ik je rat recht, al een begrip voor. Het is in tussen drie weken geleden. En dan gaat je een dag voorbij, zonder dat ik die wel bewust tussen seconden en beleef. Die eindelse seconden, die u leven dat van de kinderen en klein kinderen. En ook het menen van goed heeft veranderd. Ombigrijpelijk. En weet ik duidelijk spacer een kruis, omdat ik zo goed ken. En dan toch zo plot, dat een reden zonder aankond ging of verklaring. En vrees ik het plat met versichelijke gevolgen. Ombigrijpelijk nog steeds elke dag hoort ik ook proberen. Ik leef net u mee. Het verliezer van een dierbare, een wadder, grootvader en vriend is ondraagelijk. Ombigrijpelijk en bevroevenal immens onrechtvijdig. Het is zeker de manier waarop dit nieuws gebeurt. Ik hoop dat u bij deze briech niet kwalijk neemt. Wat er is gebeurd, het me ooloveel ik veel pijn. Er raakt me in het binneste van mezelf en je unhoefte veel meer. En dan op rechter en indigenteeel neem ik. Dan op rechter excuses. Die niet ooit moet mij contact wel op nemen, ze zijn een deur open staan. Ik ben hier zemde voor mij. Die niet koudt iets voor ik aan doen, aardel ijb en niet. Veel moedt veel starten. Die verliezer goed.
Podcast Summary
Key Points:
Judith beschrijft een verkeersongeval waarbij ze een fietser aanreed, wat leidde tot zijn overlijden, en de intense emotionele gevolgen daarvan.
Marten deelt haar ervaring van een ernstig fietsongeluk in haar jeugd, waarbij ze bijna een been verloor, en de langdurige fysieke en relationele impact.
Beide vrouwen worstelen met trauma, schuldgevoel, de moeilijkheid om over het ongeval te praten en de zoektocht naar begrip en verwerking, ook richting betrokken families.
Summary:
Judith vertelt over een verkeersongeval waarbij ze een fietser aanreed die later overleed. Ze beschrijft de gebeurtenissen van die dag, de shock, de paniek en de langdurige wacht op nieuws, culminerend in de politiemelding van het overlijden. Dit leidde tot diep schuldgevoel en een identiteitscrisis, omdat haar daden haaks stonden op haar waarden.
Ze schreef een brief aan de familie van het slachtoffer. Marten blikt terug op een ernstig fietsongeluk op haar twaalfde, veroorzaakt door een vrachtwagen. Ze beschrijft de gruwelijke details, haar veerkracht, maar ook de blijvende fysieke gevolgen en de verstoring van haar vriendschap met een ooggetuige.
Beide vrouwen vinden het moeilijk om over de trauma's te praten, vooral met naasten, en benadrukken de langdurige, ingrijpende impact van zo'n gebeurtenis op hun leven en relaties. De podcast laat zien hoe zulke ervaringen levens veranderen en hoe complex verwerking kan zijn.
FAQs
De podcast gaat over de impact van verkeersongevallen, waarbij slachtoffers en betrokkenen hun persoonlijke verhalen delen over de emotionele en fysieke gevolgen.
Judit raakte in paniek, kon moeilijk het alarmnummer bellen en voelde zich verantwoordelijk. Ze schreef haar gevoelens op in een dagboek om ermee om te gaan.
Marten verloor een been, onderging meerdere operaties en heeft nog altijd last van haar heup en been. Het duurde jaren voordat ze er met familie over kon praten.
Judit kreeg het nieuws van de politie, voelde intense schuld en schreef een brief naar de familie om haar medeleven en excuses te betuigen.
Kenneth is boos omdat hij het gevoel heeft dat het de man niets kan schelen, wat het moeilijk maakt om het los te laten en verder te gaan.
Hun vriendschap verwaterde omdat Gerlinde het ongeluk steeds herleefde bij het zien van Marten. Pas na 15 jaar vonden ze elkaar weer terug.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.