Go back

Stuurloze tanker op ramkoers

21m 23s

Stuurloze tanker op ramkoers

In deze aflevering van "Redders op zee" wordt het verhaal verteld van een reddingsactie van de KNRM op 28 februari 2011. Twee binnenvaarttankers botsen op elkaar bij het kruispunt van de Lek, de Noord en de Nieuwe Maas. De reddingboot van station Dordrecht, met vrijwilligers Robert, Leonard, Jeroen en Peter, wordt gealarmeerd. Bij aankomst zien ze één van de tankers, de Brandaris, als een spookschip: er is geen contact en geen bemanning zichtbaar. Het schip vaart stuurloos richting een veerpont met passagiers, wat een groot gevaar oplevert. Schipper Robert neemt in een fractie van een seconde de risicovolle beslissing om aan boord te gaan, ondanks onbekende risico's zoals mogelijke gevaarlijke stoffen. Peter stapt als eerste over, stuurt het schip weg van de pont en vindt de verwarde schipper. Jeroen en Leonard vinden later een matroos die uit bed is geslingerd en ernstig gewond is. Met hulp van brandweer en ambulance worden beide slachtoffers gestabiliseerd en van boord gehaald. De actie wordt binnen 30 minuten succesvol afgerond. Achteraf worstelt Robert met de zware verantwoordelijkheid van zijn beslissing, maar de bemanning handelde uit blind vertrouwen en jarenlange ervaring. Het incident benadrukt de moed en toewijding van KNRM-vrijwilligers, die hun eigen veiligheid opzijzetten om anderen te redden.

Transcription

3291 Words, 18318 Characters

Dutch
Dit is een podcast over de koninklijke Nederlandse redding maatschappij. Betrottsgesteurd door Vissiemundsfriend. Avaling tussen twee tankers? Waar zijn de scheepen gebleven? Waar zagen helemaal niets? Eigenlijk was het wel een spookschipjaar. Dan voel je wel zeg maar de druk op je schouders. Stat je een ene kant heel veel verlenen. Waarvoor je wordt gevraagd. Aan de kant heb je ook altijd de verantwoordelijk om weer veilig thuis te komen met je bemanning. Als we niks doen, vaart in de bond. Doe me wel iets te lopen voorzelf een risico. In deze podcast hoor je de verhalen van mannen en vrouwen die de zee opgaan als niemand anders het durft. En de ontroerende verhalen van de mensen voor wie zij hun leven wagen. De koninklijke Nederlandse redding maatschappij. Vrijwilligers die tot het ouders te gaan voor jou. Al bijna 200 jaar. Mijn naam is Rool of Hemme. En dit is Redders op zee. Op de avond van maandag 28 februari 2011. Even na 7 uur bot ze twee binnenvaarttankers op elkaar. Op het kruispunt van de lek, de noord en de nieuwe maas. Na de aanvaring ligt één van beide schepen op een levensgevaarlijke rampkurs. In deze aflevering hoor je hoe de bemanning van de Kahneremreddingboot in een fractie van een seconden een besluit neemt. Waarmee ze een mogelijke katastrofen voorkomen. Bekijken meerdor de ogen van Robert and Leonard bij de vrijwilligers bij Kahneremstation Doordrecht. Nou ik ben Leonard Ternse. Ik ben in het aachelijks leven. Ik ben verkopen van tape en folies voor alle lijden doeinden. En daarnaast ben ik opstappen bij de Kahnerem. En dat doe ik nu wel ruim 15 jaar. Ik ben Robert Herricks. Ik werk bij de broertbrand weer in Doordrecht. Ik was schipper bij Dreningsession in Doordrecht en nu opstappen bij het Kahneremreddingssession Nelt Jans. Het is 17 minuten over 7 als op deze koude februariavond de piper gaat. Eigenlijk is het een melding zoals eigenlijk altijd. De piper gaat je kijkt erop, preu-1 aanvaring. We kregen een melding van een aanvaring. Nog een onbekend, zeg maar, wat vervaartijger het zou gaan. Dan kan het met een goede rinnen waarin het klaar met eten thuis. Ik zonder de keuken wat op te ruimen. Die piper ging als dienzoenschipper in de auto bel je onderweg met de meldkamer. Kregen we het beeld, zeg maar, dat het om twee motortankscheepen zou gaan. Het was onbekend, zeg maar, of er nog gewonden aan boord waren. Het was onbekend of er sprake was van gevaarlijke stoffen. Dat moesten ze nog uitvragen. Met die informatie zeg maar, ben ik naar de Dreningsession gereden. Ik wou of een serdig bij dat betreffende behoothuis. Dus ik was eigenlijk 1 van de eerste daar. Iedereen stromte naar binnen. Robert was op dat moment schipper van dienst. Dus die heeft de keuze gemaakt om zelf te varen. Ik zonders rechten kanten van hem. En ik bedien dus dan de communicatie. Ik kijk mee op de radar en op de plot ervoor schepvaart in de buurt. Achter ons zaten Jeroen en Peter. In die setting zijn we weggevaren. Het is 1 minuut voor half acht. Robert, Lerhardt en zijn collega Jeroen en Peter vertrekken vanavond Kanderemstation. Ze varen volgast naar de locatie van het ongeval. Het drukken kruispunt van de nord, de lek en de nieuwe maas. Een tochje van 10 minuten. Vol onduidelijkheid en hektiek. Wat gaan we aantreffen? We hebben zo'n weinig informatie. Het was ook donker. We voeren ook gewoon op radar. Volg bak vij erheen. Dezevige kilometer aan het per uur. Het is hektiek over de communicatie. We hebben allemaal helm op met interne communicatie. Als je die helm op hebt, wat je hoort, is alle communicatie. Het is van de brandweer, maar ook bijvoorbeeld van de rijkse waterstaat. Wat over de marifoon heen komt. De komendanten die zich inmelden en groepen bij elkaar. Proberen de roepen van of ze al op de hoogte zijn van wat er nou precies speelt. Op het moment kreeg ik wel dat het iets heftig zou zijn. Het is ook de blusboot van Zuid-Wolland-Suitging eruit. Je hoorde dat er verschillende brandweer-eenheden werken allemaal mee. Dat krijgen dus allemaal mee, want iedereen meldt zich in. Omdat ze op hetzelfde gespreksgroep zitten. Het was echt heel druk. We zaten altijd we waren dus onderweg. Op het duur kreeg we dus door dat het een aavaring betreft tussen twee tankers. In de cacophonie die in de hetsets van de renners klingt, wordt steeds meer duidelijk. Rond 10 over zeven, 20 minuten voor dat de reddingboot vertrok. Knal een twee tankschepen op elkaar. Met de kapitein van het ene schip is meteen contact. Hij zegt dat alles in orde is en dat hij het schip zal afmeeren. Het andere schip reageert nergens op. Het lijkt van de aardboodem te zijn verdwenen. We voeren de vierde noord af. We kwamen aan bij de splitzing op een lek noord nieuw maas. Daar zou het dan gebeurd moeten zijn. Als je daar in het donker bent, je ziet helemaal niets. We hebben geprobeerd dat schip op de roepen. En die gaf ook geen antwoord. Waar zijn de schepen gebleven? Want wij waren op de kruising, lek nieuw maas op de noord en we zagen helemaal niets. Je weet niet wat je moet denken. Het denk bij jezelf is je al weg, je is je al gezonke. Dat soort dingen gaan er wel door je hoofd. Omdat je denkt van ja, geen communicatie mogelijk. Wat zal er zijn? Het is heel verpantelijk van een aderbij. Op dat moment werd het ook helemaal stil. De morifoonstiefiele stil. Er was weinig communicatie en waar lagen daar stil in het donker. Waar is die brandaar is? We zagen niets. We hebben daar fractie van secondes gelegen. En toen zagen we in de vette de brandaar is. Hegelangzaam vooruitvaren in het donker. Het voerde eigenlijk hegelangzaam vooruit. Je zag ook geen bemanning. En dat is wel heel raar. Want eigenlijk is het ja, als je een aanvaring krijgt, iedereen gaat naar boven. Ja, wat is er aan de hand? Iedere kon kijken. Maar dat was dus helemaal geen meweging in het stuurhuis. Eigenlijk was het wel een spookschip. En we hebben nog vier aan het marifoon zelf. Heb ik een aantal keer dat schip opgeroepen om antwoord te krijgen. Nou, dat kwam dus geen antwoord. Zoeklichten gepakt, gebrieten schip aan te schijnen. Ik neem geen contact. En dat is heel raar. Want dan gaat er echt door je hoofd spoken van, ja, wat zal er aan boord gebeurd zijn? En hoe ziet er uit aan de binnenkant? Misschien zit er een gat in schip. Dat de water instroomt. En dat het zinken is, of plek dus een tanken te zijn, uitstroomgevallige gassen. Je weet niet wat er aan boord is. En dat maakt het wel heel spannend. Het is 9 minuten over half acht. De caner-ermers hebben de brandaris in het visier. Het is een spookschip. Ondanks verschillende poging om contact te leggen is er geen teken van leven. Er is akutgevaar, want de 80 meter lange tanker vaart door. De lek op. En had een koel voor liggen op een veerstijger. En dan lag op dat mens, zeg maar, het veer lacht er nog voor of al. En die was mensen aan boord aan het nemen. Dat schip gaat gewoon door. Dat boord zich gewoon in de pond. Je hebt geen tijd, je maakt een beslissing, want je moet een nu iets doen. En dan ga je iets doen. Het is gewoon kwestie van pandelen. Je moet echt precies zingen gemaakt worden. Het stuurloze tankschip zal binnen enkele minuten de pond stijger. En de mensen aan boord van het pond rammen. We moeten eigenlijk wel doen. Het is natuurlijk gek dat je geen contact krijgt. Dat kan zijn dat die bedwellemd zijn van nog welk stoffen. Of dat die onneld zou zijn. Dat die deze twee zinareus ging rummhoogt. En wat nu te doen, dan voel je wel, zeg maar, de druk op je schouders. Dat je een ene kant heel veel verlenen. En dan kan je ook altijd de verantwoordelijk om weer veilig thuis te komen met je bemanning. Als we niks doen, vaart je in de pond? Doe me wel iets. De lopen we zelf een risico. Dan besloten we een splitzek en voor jongens gaan we in de toet. Dat spreek je niet uit met je kijkt de bemanning aan. Ze knikken eigenlijk van jouw waagana in de toet. Ik denk geen van ons voelder ruimte om neem te zeggen. Ik zou zo zo geen neem zeggen. Zo vergaat het vertrouwen bij ons onderling. Als ik bijvoorbeeld in een andere situatie als ze zijn. En ik zou bijvoorbeeld heel verder overboord moeten hangen. En ik zeg bijvoorbeeld tegen een van mijn jongens aan boord hou ik me even vast. Dan weet ik dat hij mij vast hou. Zo vergaat het vertrouwen onderling. Het samen treinen, het samen varen, het samen acties doen. Je hebt dat je gewoon elkaar bijna blindeling is volgd. Dus ik denk dat wel als robot heeft de kool gemaakt, we gaan. Dan gaan we. Ja, met de wetenschap zeg maar, maar het gevoel dat we op dat met moesten handelen. Ja, kijken van nou, zien we impact aan boord van een schip. We hebben er ons omheen gevaren. Met zoek ligt het erop. Is er uitstrom? Gevallig, kerstoffer, zou je uit kunnen zien stroomen in kleur of gas voor hem. Hoi iets. Hoi iets stroomen van vloerstof. Waar zat de impact? Nou, die zat precies voor op de kop van het schip. Ver van de lading zullen we wijden. Ja, dat bij elkaar opgeteld. Ja, was het een wel overwoogen. IJsseco, om te nemen van nou jongens, we gaan aan boord. Dan is het een knik en we gaan. Het is een risico volle beslissing, maar er is geen tijd meer. Schipper Robert besluit om opstappert Peter aan boord van de brandaaris te laten gaan. Peter is ook een collega van mij bij de brandweer en hij vaart ook op de blusboot. Hij heeft hij vader met de bestuurders van succes voor het schepen. Hij moest aanviding voorkomen. Die was broersmatig schipper ook. En dat maakt misschien ook wel de setting waarop je zo'n beslissing kan maken. Dat je juiste mensen rondom je heen hebt. Een Peter die ook broer schipper is, twee opstappers, Leonard. En je roem die al jaren meedraaien. En dat maakt ook zeg maar het gevoel van vertrouwen en jongens. Oké, we gaan afvoren. Dus wij hebben Peter aan boord geholpen. Nou, het is gelijk naar het stuurhuis gelopen. En Peter die heeft gelijk het schip een stuurkorrexie kunnen geven waardoor het gevaar. Voor aanvaling met dat verpoontje en het viergsteiger geweken was. Ik denk dat we zo'n honderd meter verwijderd zijn waren. De duurde schip is stachtig meter. Dus binnen eens geef lengte zeg maar bij jou eigenlijk bij het viergsteiger. De mannen hebben een ramp voorkomen. Robert, Jeroen en Leonard krijgen dan ook meer informatie van Peter die in de stuurhut van de brandaaris is. Van hem krijgen we dus te horen dat de schipper boven die was door de klapp uitgestoelen op de jaren meedraaag geklapt. Dus hij lacht versoeft in het stuurhuis. We hebben er één. Nou, toen hebben we dus mannetje twee overgezet en die ging dus op zoek naar de overige bemanning. De reden wat ik eerder benoende was dat niemand naar boven kwam. We zagen niemand. Dus dan ga je denken, oké, wat is er gebeurd? Is er iemand alleen om boord? Wat is er aan de hand? Peter blijft aan boord van de tanker en heeft dus het schip onder controle. Collega Jeroen stapt ook aan boord om op zoek te gaan naar de bemanning. Waar is de bemanning? De schipper van de brandaaris blijkt helaas geen nuttige informatiebron. Die was maatig tot niet aansprekbaar door de impact van de klapp. Ja, was hij zo onder de indruk en dat ook aangezicht geletsel. Dus ja, die was ook versoft. Ja. Er is geen duidelijk indicatie dat er gevaarlijke stoffenvrij zijn gekomen, maar het blijft spannend. Robert heeft een tweede man aan boord gezet om het schip te dooszoeken en hij voelt de zware verantwoordelijkheid. Kon het nu zet bewust zijn van de verantwoordelijkheden die hij dan op dat moment neemt, ook als schipper, maar ook als reddingseenheid, omdat je ook weet dat het anders uitzo kunt pakken. Dat je toch in de aardagelijkhond en gevaarlijke stoffen dat je onverhoopt direct terug moet trekken. De deuren nog even voor dat de blusbood daar was, dat hij in een wat langere aanvaartijd had. We hadden goed contact met elkaar. Het zo zien we hebben een helm op met intermen, met communicatie erin. Maar ie over de helm hoor je ook een smartphone. Je hoort de porterfoon, maar je hoort ook elkaar. Dus ja, het is eigenlijk, probeer je tussen de kakkenvoenie van het andere communicatie, probeer je eigen bemanning te horen. Nou, hadden we van Peter van Manetje één, hadden we vernoemen dat het schip in de koers, had schipper gevonden. Dat was mannetje twee, die was het schip ingegaan en dat was eigenlijk de verbinding mee verbroken. Dus die horen wij niet meer. Eigenlijk bij hem kwijt. Je weet hij is aan boord, maar je hoort hem niet. Je bent hem kwijt, nou je weet wel waar hij is. Je weet niet waar hij in zijn eentje voor staat. Je weet niet wat hij aangetroffen heeft. Voordzien we het licht daar een, licht daar twee mannen, twee gewonden of je weet het niet. Heeft hij heel op nodig? Is hij een renimaatier gestart? Je weet het niet. Je weet niet wat hij aan het doen is. Dus toen ben ik zelf wel een boord gestapt. Leonard stapt aan boord om op zoek te gaan naar zijn collega. Hij loopt door het vooronder. Het wonen voor blijven en komt uiteindelijk bij de slaapvertrekken voor een dichter deur te staan. Collega Jeroen geeft antwoord. Blijkt dus achteraf dat er nog een metro's aan boord zat en die lacht slapen. En die was dus uit zijn bed geslingerd en er was een eco-unit, was afgebroken en er was hij een soort van geskalpeerd. Ik kom er herinnerzend maar dat hij aan mij doorgaaf je, ik heb de matros gevonden dat duurde echt nog heel evitjes. Want het peter had heel snel die kaptijn te pakken. We dachten ook nog even een moment voor die matrosen misschien overboordgevallen. En dat klap van de aanvaring. Dat kan of is hij nou bedwijl hem tijd door de gevaarlijke stoffen. Maar ik was heel blij te horen van Leonard dat hij hem had aangetroffen in de slaapkamer. Dat we iets in. Inzicht hadden, ja, zou iemand overboord geslagen zijn. Dan had je weer een zoekactie op moeten starten. Ik denk ook gelukkig. We hebben de bemanning van het schip. Hebben we. Ik kon het er een heel klein beetje open doen om te communiceren. Toen zei je roendus van 'Hij ligt stabil', 'Hij is dus geskalpeerd' om zo maar te zeggen. De 'Hij bleef dus bijdimineren' om gerusten stellen of te helpen. Nou, en ondertussen voel Peter naar een plek om af te meren. Nou, daar stonden ze op die plek, stonden ze brandweer klaar, de stonden ambulance personeel klaar. Ik ben terug naar boven gaan. Een overleg met Peter ben ik naar vorige gaan om een trossen naar de kant te gooien. Nou, daar stonden ondertussen over geholpen van lenas klaar. En die heb ik even heel kort bijgepraat wat situatie is. Toen zei 'Hij hunders ook aan boord gekomen'. Toen heeft de brandweer met de hulp van een break-eizer. Hebben ze de deuren er uitgebroken van de slaapkamer. Zo hebben ze die ambulance personeel die man nog verder kunnen stabiliseren en van boordkenalen. Nogen 30 minuten na de melding is de actie zo goed als afgerond. De 80 meter lange tanken is afgemeerd door Peter. Zowel de schipper als de matros zijn meegenomen door de hulpdiensten. Ik heb wel achteraf begrepen, zeg maar, dat die blijvend, letsel, netsel, netsel, even opgelopen. Van de kapitein weet ik niet. Volgens mij is het aang goed mij afgelopen. Volgens mij is hij alleen uit zijn stuurstool gelanceerd om zo maar te zeggen. Het is wel een vrontale bodzing. Ja. Wat is er gebeurd? Wat is hier slapgevallen? Of hoe kan je dat. Daar zijn we dus nooit, zelf ook nooit achtergekomen. Wat er nou precies met die schipper gebeurd was. Nee. Ja, misschien een moment van onopleidendheid. Dat had gekund. Ja, ik durf niet te zeggen, ik weet niet. Nee. Toen we het schip afwisste te meer langs het ponton van het vergestijger, daar komt zeg maar de brandweer in de Amelandsdienes aan boord. En ook een moment zeg maar dat we dan samen te hulpdiensten het slachtoffer, de slachtoffers aan de wol hebben gezet, ja, dan houd het voor ons eigenlijk in die zin op. Dus hadden we de actie ja, achteraf tot een goed eind weten te brengen. Toch knachten er iets bij Robert. Ja, kijk, je hebt dan toch wel twee mensen veilig aan de wol weten te krijgen. Dat is nu onze primaire taak, het redden van mensen die. Dat hebben we wel voor elkaar kunnen krijgen met elkaar. Maar ja, het is toch altijd wel een kleine kanthekening. Het handelen zeg maar aan boord van schip met mogelijk gevalijk stoffer. Belatere hebben we deze kases met de complete bemanningen besproken. En toen kwam dat wel naar boven. Ja, dat hijdt wel een moeilijke beslissing, wel ik niet zeg maar, dat hij zich verantwoordelijk voelde voor de beslissing die hij gemaakt had. Want het is toch een risier, het is toch een beslissing, hij beslissed voor mij. Hij heeft voor ons beslissed voor ons, voor iedereen die aan boord zat, we gaan aan boord. Die beslissing heeft hij gemaakt. Dus ik snap dat hij dat achteraf wel meer over nadenkt dan ik me zien dan ik zelf. Het blijft heel erg dubbel. Hij is dus tevreden dat je professie zou je dit eigenlijk nooit doen. Maar omdat je als kahnere manning die middel niet hebt om veilig op te kunnen treden, heb je toch tot besluit moeten maken. Ja, dat blijft me altijd wel bij dit incident. Of ik al schripper zeg maar wel, die juiste beslissing hebt genomen om zo te handelen. Dat blijft altijd wel knagen. Achteraf gezien vind ik het eigenlijk bijzonder dat er niet nog erger was geworden. Want het stelde dat hij. De melding laat ze zeggen misschien 4-5 minuutjes later was geweest en had hij in de pont gezeten. Als het 5 minuut later was geweest, als wij daar 5 minuut later waren geweest en er nogal volgen misschien niet, maar er niet over zien misschien. Zo ver deze aflevering, wil je geen aflevering missen, abonneer je dan op deze serie en laat vooral weten wat je van deze aflevering vond. Volgende week zijn we weer terug met het drama van de Stichse Brug, een jongen van 19 springte vanaf en komt niet meer boven. Eén van de rebers van Cannerem Station Blarikum stapt van de boot om de vrienden van de jonge bij te staan, terwijl zijn collega's proberen de jongen te vinden. We bedanken Fisherman's Friend voor het mogelijk maken van deze podcast. De Cannerem bestaat alleen dankzij Donateurs, steun de vrijwillige reddens op zee ook en wordt Donateur via Cannerem.nl. Deze podcast is een productie van PNP Media, montaarige energie door Tvandmensing, Mix en Master door Bas Meeles en Carlos Dallafjoren. Mijn naam is Rulofem, bedankt voor het lasteren. (C) TV GELDERLAND 2020

Podcast Summary

Key Points:

  1. Op 28 februari 2011 varen twee binnenvaarttankers op elkaar bij het kruispunt van de Lek, de Noord en de Nieuwe Maas.
  2. De reddingboot van KNRM-station Dordrecht, met bemanning Robert, Leonard, Jeroen en Peter, wordt gealarmeerd.
  3. Bij aankomst blijkt één tanker, de Brandaris, een spookschip
  4. Het schip vaart stuurloos richting een veerpont met passagiers, wat acuut gevaar oplevert.
  5. Schipper Robert besluit aan boord te gaan, ondanks onbekende risico's zoals gevaarlijke stoffen.
  6. Peter gaat aan boord, stuurt het schip weg van de pont en vindt de verwarde schipper.
  7. Jeroen en Leonard vinden later een matroos die uit bed is geslingerd en ernstig gewond is.
  8. Hulpdiensten stabiliseren en evacueren de slachtoffers; de actie wordt binnen 30 minuten afgerond.
  9. Achteraf worstelt Robert met de risicovolle beslissing, maar de bemanning handelde uit vertrouwen en ervaring.

Summary:

In deze aflevering van "Redders op zee" wordt het verhaal verteld van een reddingsactie van de KNRM op 28 februari 2011. Twee binnenvaarttankers botsen op elkaar bij het kruispunt van de Lek, de Noord en de Nieuwe Maas. De reddingboot van station Dordrecht, met vrijwilligers Robert, Leonard, Jeroen en Peter, wordt gealarmeerd.

Bij aankomst zien ze één van de tankers, de Brandaris, als een spookschip: er is geen contact en geen bemanning zichtbaar. Het schip vaart stuurloos richting een veerpont met passagiers, wat een groot gevaar oplevert. Schipper Robert neemt in een fractie van een seconde de risicovolle beslissing om aan boord te gaan, ondanks onbekende risico's zoals mogelijke gevaarlijke stoffen.

Peter stapt als eerste over, stuurt het schip weg van de pont en vindt de verwarde schipper. Jeroen en Leonard vinden later een matroos die uit bed is geslingerd en ernstig gewond is. Met hulp van brandweer en ambulance worden beide slachtoffers gestabiliseerd en van boord gehaald.

De actie wordt binnen 30 minuten succesvol afgerond. Achteraf worstelt Robert met de zware verantwoordelijkheid van zijn beslissing, maar de bemanning handelde uit blind vertrouwen en jarenlange ervaring. Het incident benadrukt de moed en toewijding van KNRM-vrijwilligers, die hun eigen veiligheid opzijzetten om anderen te redden.

FAQs

Twee binnenvaarttankers botsten op elkaar. Eén schip, de Brandaris, raakte stuurloos en voer zonder bemanning zichtbaar aan dek verder.

De schipper was door de klap uit zijn stoel gelanceerd en versuft. De matroos lag gewond in zijn slaapkamer, waardoor niemand reageerde op oproepen.

Schipper Robert besloot een opstapper aan boord te laten gaan. Peter gaf het schip een stuurcorrectie, waardoor het gevaar voor een aanvaring met de pont en de veersteiger werd geweken.

Ze wisten niet of er gevaarlijke stoffen vrijkwamen. Ook was het donker en was er geen communicatie met de bemanning, wat het spannend maakte.

Jeroen vond de matroos in zijn slaapkamer met een hoofdwond. Leonard hielp hem te stabiliseren. De schipper werd in het stuurhuis aangetroffen. Brandweer en ambulance namen de zorg over.

Hij voelde verantwoordelijkheid en twijfelde of het de juiste keuze was, omdat het risicovol was. Toch was hij tevreden dat ze de bemanning konden redden.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.