Go back

S2 Afl. 1 - Waarom worden we wel beter maar nooit volmaakt?

65m 32s

S2 Afl. 1 - Waarom worden we wel beter maar nooit volmaakt?

De tekst onderzoekt het concept van "het menselijk tekort", de kloof tussen menselijk potentieel en de realiteit. Het betoogt dat volmaaktheid een onbereikbaar en zelfs destructief ideaal is; in de natuur en evolutie houdt een constant "tekort" of streven het systeem in stand. Ons besef van dit tekort ontstaat door zelfreflectie en vergelijking met anderen of een intern ideaalbeeld. Dit leidt vaak tot schaamte, wat een signaal is van het gevoelde tekort maar een "derde" vereist om het te observeren. De dialoog suggereert dat wijsheid niet ligt in het overwinnen van onze imperfecties, maar in het accepteren ervan. Het menselijk tekort wordt gezien als een universele, bindende ervaring die ten grondslag ligt aan verhalen en ons bestaan definieert, in plaats van een fout die moet worden gecorrigeerd.

Transcription

9007 Words, 48752 Characters

Dutch
Elk eigen bedrijf start als een dromen. Maar een je begin kan best overweldig zijn. Je bent tegelijk ontwerper marketeer en logistiek manager. Gelukkig is er shoppavai. Het platform achter miljoenen wereldwijde bedrijven. Door de kante klaren template en AI tools van shoppavai heb je geen stress over die zijn. En bouw je makkelijk een prachtige webshop. Klaar hem te verkopen. Ben je klaar voor shoppavai. Maak van je ondernemersdroom. En start vandaag nog voor 1 euro per maand op shoppavai.nl. Stel je voor je woord geboren. Je kijkt in de spiegel. Hij schikt je toch het aaplassers. Ik denk je, is dit het nou? Waarom kan ik niet vliegen als een vogel? Waarom kunnen we het volmaakt wel denken? Maar komen we het eigenlijk nooit tegen. Het is volmaaktheid net zoetjes als schoonheid. Alleen maar in die AI of de biode. En als volmaaktheid nooit voorkomt. Hoe kun je dan echt kortschieten? Wie bepaalt wat volmaakt is? Kunnen mensen ooit al hun gebreken te boven komen? Of zijn we volmaakt in onze onvormaaktheid? Mijn naam is Konciemon. Welkom bij Philosophie is makkelijker als je denkt. Tandaag in Philosophie is makkelijker als je denkt. Het menselijk de kort. Waarom schiet de mens altijd de kort? Waarom is het leven zo vaak een teleurstelling en gaat er voorduurend van alles mis? Waarom doen we zelden wat we willen? Waarom duurt het wachten op een vertraakte trein zo lang en het leven in zich heel zo kort? Waarom gaan we eigenlijk dood? Waarom doet na zo'n lange evolutie bevallen nog steeds pijn? Waarom moeten we eerst alles leren voor dat we iets kunnen? En als we het kunnen, waarom doen we dan niet, zoals het een themen moet? En als volmaaktheid niet bestaat, waarom hebben we het dan over? Deze en andere vragen wil ik beantwoorden met hoop van grote en kleine denkers van vroeger en nu. En omdat Philosophie ook makkelijker is als je samen denkt, denk ik iedere aflevering samen met een meedenkker. Vandaag denk ik samen met Midas Deckers. Midas is biolog en schrijver en bij mij en vele andere ook bekend van zijn radio columns. Die hij meer dan 25 jaar elke ochtend uitpark voor het programma Vroeger Vogels. Ik heb er maar een paar van gemist. Midas heeft ook prachtig televisieprogrammers gemaakt en om de huidige generatie in idee te geven. Het is iets meer David Edmondbro en iets minder vreekvolg. Verder scheef hij vele boeken over uit enlopende onderwerpen. Over verrangelijkheid, kinderen, poesen, de lust van ontlasting, roodhagen, het gevaar van sporten. En zij dan nu ook net verschijnen, het menselijk te kort. Ik hoop dat ik hier met het intro niet te kort heb gedaan welkom, Midas. Als het groter zet, heb ik nieuwe roeie blosjes van gespeeld en bescheiden. Ik wil graag in deze aflevering van Philosophie. Is makkelijker als je denkt wat meer vat krijgen op de vraag waarom het de mens maar niet lukt om voor maak te worden. Waarom we het ondanks die wederschap willen zijn? Maar eerst wil ik graag antwoord op de volgende vraag ben je vandaag al te kort geschoten. Nog voor ik met Midhuit gestap ben ik al te kort geschoten. Ik had eerder op veel stap, op veel staan vandaag. Dat is meer dan weer niet gelukt en dan lig ik in Midh en dan verzin ik allebei buiten. Ik had nog een vanwege teamen redenen waarom het beter zou zijn geweest als ik eerder zou zijn opgestaan. Dat zegt mijn verstand, dat zegt het gaat eruit. De wereldwachten, de zons gijnt ook nog vandaag misschien wel voor het laatst van het jaar. Maar mijn echte ik, die ligt nog in Midh en die ligt daar fantastisch. Die denkt, jij met al je zirrebralen redenen. 99% van mijn lichaam, al die normaalers, die zo verstandig zijn geworden, om geen CNU-sel te worden, die weten donderschoot dat het in bed lekker is op dit moment. En dan moeten die jersen in mijn maar van de tegendeel zien te overtuigen. Dat kan een kwartiertje duren, maar tegen de tijd dat ik voor deze beslieging sta, begint de kocomaan op de wegradio en denk ik van 'webben' is het toch de hoogste tijd om een onderdoe te gaan staan. Ja, precies, dus dan is het uiteindelijk toch een ander ongemakend dat je. het hele leven uit het ongemakend tegen elkaar afwege en het zijn niet altijd de rationele argumenten die de toegedoorslag geven. Nee. De vraag die ik eigenlijk beantwoord wil krijgen is waarom we wel beter kunnen worden, maar toch nooit voor maakt. Omdat de volmaaktheid een heel abstract begrip is wat ik concrete kan maken, door de gedachten dat God of Darwin nakeuze de absoluutideale leeuw had uitgevonden. Dus een eindelijk, ja, je zou ik zeggen, hoe lang bestaan die leven al miljoen jaren en als het war is van de evaluatie, dan hadden we nu toch al lang de ideale leeuw moeten hebben, die altijd onder alle omstandigheden zijn proiwisten te slaan. En dan met een dikke buik ergens gingen liggen slapen, maar de ideale leeuw die bestaat niet. En we hebben de 10-000-dio'sorte rondlopen op aarde en geen van die 10-000-dio'sorte heeft de ideale toestand bereikt, zodat je je af gaat schagen, misschien is de ideale toestand wel per definitie iets onbereikbaar, niet dat die leeuw nog niet genoeg tijd gehad heeft om neem, als je nog even nadenkt, stel je voor je bent een ideale leeuw. Dus je krijgt je proi altijd pakken. Nou, dan heb je binnen de mung van tijd hebt je ze allemaal gehad en dan heb je ze allemaal op en dan heb je geen proi meer, dus dan heb je honger. En het ongeveer dat geldt ook, stel je voor dat ze zo'n antilopen, dat die er in zou slagen om de ideale proiwisten te zijn, altijd maar ontsnappen, altijd harder lopen dan die leeuw, dan hebben we hetzelfde probleem, dan komen de oorgehoord veel antilopen. Met een bevoel over de hoogtekingsprobleem tussen. en hebben die leven weer niks te eten, dus dat de hele schepking, dat onze menselijk samenleving draait, dat het aan de gang blijft, dat komt alleen maar, omdat er altijd, overal, iedereen een tekort heeft en bezig moet zijn dat tekort aan te vullen, met ze alle modernen, rommelende houden, dat zaken in stand en let wel, niet zo maar even, wij houden dat zaken, het leven, bestaat al, 3 miljard, 2 miljard wat je maar wil, ja, dus nog nooit, nog nooit, nog nooit, is er iets gebeurd waardoor alles leven is uitgestorven, dus dat hele sootje van korkende tekorten, met elkaar, die vormen eigenlijk de best mogelijk wilt, ja, dan strikt genomen, bestaat vol maakt, dus niet. Nee, nee, per definitie niet, nee, stel je voor dat je in een ideale, hele magladen muur hebt, zo mooi glat, elke stukken door, die zou, te plaatsen klaar komen van genot, zo glat als die muur was, als die muur echt helemaal glat is, dan is er ook nergens iets om je aan vast te houden, er is geen haakje om je jass aan op te hangen, mocht je langs die muur naar beneden vallen, dan kun je je nagels nergens hou vast vinden, de volmaaktheid is de dood in de pot. Waar komt dan toch dat begrip van daar? Want je zou ja goed, we hebben natuurlijk ook een woord voor eenworn en die is er ook niet. Nee, dat is het mele om het toch een beetje philosophisch te houden, dat het goeie is veel minder onder in je grip te krijgen dan het slechte, voorbeeld, gezondheid. Mensen streven allemaal naar gezondheid, maar wat in God's name is dat? De gezondheid is een soort abstractie, dat is een doel, iets ver weg, een vage stip aan de horen, maar als je nou moet zeggen, ik ben twee man's zo gezond als jij, hoe meet ik dat? De gezondheid gaat dat per kilo, gaat dat per centimeter? Nee, dat gaat per wandenkbeld, daar een tegenziekten. Ja, nee dat we het precies bacterisch seus en waar zit de pein precies? Ja, die zit hier. Oh, dan zal het wel die en die het zieken zijn. Dus, onvol maakt hij. Kunnen we heel goed dat hij niet meer te kort. Ja, nee, het kies maar uit, welke wil je hebben, welke zin. Maar, geen te. En dat is het leuke van het begrip het menselijk te kort. Want het stamt eigenlijk van het begrip de menselijke conlissie. Er was in de jaren 30 was er een schrijver. André Malro in zijn tijd heel beroemd. Na zijn tijd minder beroemd. Daar zijn hele goede redenen voor. Maar het heen noemen het. En daar hebben we schansman. Daar komt die zon u meene, de menselijke conlissie. En dat boek van hem, dat is toen vertaald. Door meneer Duperon in zijn tijd ook om de beroemdheid. Ook dezelfde soort van redenen weer vergeten. Maar voor dat die doodging had die Duperon wel een fantastisch ding gedaan. Die had racondition u men had die verteld als het menselijke te kort. En ik personally vind dat genial. Want de menselijke conlissie dat gewoon een toestand. Dus dat is gewoon zoals het is. Daar kan je zeggen, ja, het is zoals het is. Maar het menselijke te kort. Daarvan is het aardig, dat je dus te kort hebt een opzichte van iets. Dus ik kenellijk bestater in gedacht een ideale mens. De mensel was gott hem geschapen heeft. En gott is geen brutser. Dus die heeft natuurlijk de mensen helemaal toppen. Of de mens, zoals we die van Charles Darwin kennen. Die als een voorlampie begonnen is en steeds geroter en belangrijker en dikeren in gewikseld is geworden tot nu toe. Dus we hebben een ideale mens zoals hij had moeten wezen in mint condition. En we hebben de mens als je hier gewoon hier heen kijkt die suckelaar, die voordeurent in elke sloten, valt die, de maat de vallen valt. En dat verschil daar tussen. Dat is dus het interessante van hoe komt het nou dat de mens niet dat ideal geworden is, wat hij had moeten wezen. En wat kunnen we daar aan doen? Of zijn we misschien veel verstandiger om maar gewoon te accepteren dat het niet alles geworden is, wat het geworden had moeten wezen. En denken van nou, zoals het is, laten we daar maar eens met zien te leven. En dan kijken we later wel of het nog mooie kan worden dan dat. Ja, maar hoe leg je dan meer bij dat menselijke te kort? Dat is het grootste menselijke te kort. Dat wil ons daar niet beneer kunnen hebben. Maar dus we willen te veel, dat is het menselijke te kort, dat we te veel willen. Nou, we betreuren van mee te kort. Je kijkt in de spiegel, nou hij schik je toch het aaplaasers. Waarom kan ik niet vliegen als een vogel, waarom ben ik niet zo mooi als een liebel? Waarom ben ik? Dat je denk van, ik geloof dat ik maar de bar moeder maar weer inkruip, want dit is kendelijk een vergissing. Maar je hebt geen keus. Je bent op deze wereld teruggekomen. Je stijde, het is wat het is. En eigenlijk is de hele leven niets anders dan een periode van ongeveer 80 jaar die de heerl of Charles Darwin je gegeven heeft om te accepteren dat je niet meer bent, dan dat je toevallig gedregen hebt. Ja. Doch lees ik ook in, ik hoor je nu relativairend daar over spreken, maar ik lees in je boek met menselijke te kort dat je eigenlijk wel geleerd hebt, want je bent begonnen met het idee dat je wel voenmarkt komt worden. Dus het wil hier graag. Dit is de eerste scene van een beetje van boek. Als kindwouw ook volmarkt zijn. Ja. Nou, dat vind ik een mooi. Maar toen hadden we het on niet in de spiegel gekeken. Nee, nee. Maar wat behalve die spiegel, wat zorgt er dan voor dat je ophoudt met dat te willen? Kijk, ik geloof dat ik niet erg don ben en ik geloof dat ik ook geen erg rotzak ben. Dus in de meeste gevallen als ik in het leven tegenover een situatie gesteld wordt, beden ik wat ik als slim en aardig mens moet doen en vervolgens doe ik dat dan niet. Ik heb dat ik er te luisteren of te bang voor ben, te leelig voor ben. Maar dan ben ik wel weer slim genoeg om mij zelf dat te zien doen. Dus ik ben wel slim genoeg om te zien dat ik niet doe wat ik eigenlijk had willen doen. En nou dan vraag je toch af hoe komt dat dan en stel je voor. En dat is de wijzeheid? Nou stel je voor dat ik pech had gehad dat ik psychologen was geworden. Dat ik had gedacht dat met psychologisch middelen te kunnen verklaren. Ja, dan was ik in een eindloos moer was versakt. Want die psychologen die kijken alleen maar naar hun omiddelijke ongeving. Dus je komt een onnage na een winstegen dan denkt de psychologen nou. En zoals een moeder wel leelig tegen hem zijn geweest of een oeiende poes complex of iets niet. Maar ik had het verstand of dat nijde gewoon het toevall heeft mij biolog gemaakt. En dan kijken je even wat ruim er dan kijken we een paar miljoen jaar terug. Toen we nog apen waren en dat we als apen. moest te doen en dan kijken we weer eens om je heen en dan zie je dat sommige mensen nog steeds. We doen er wel ze helemaal geen ap meer zei de portom. Dat heeft dan niks met een oeiende poest complex te maken. Het heeft niks te maken met je onmiddelijke ongeving van wat er in de vorige generatie is gebeurd. Maar wat generaties en generaties en generaties geleede is gebeurten. Want dat is allemaal vastgelegd. Ik weet niet over voor maaktijd gehad een onvormaaktheid. Maar wat verstaan je eigenlijk onder het menselop te kort? Het verschil tussen hoe de mensen had moeten zijn en hoe die mensen is. En dan is het belangrijk dat het meestal is. Allere romance gaan over het menselijke tekort. Als je in een boek zou beginnen, pagina 1 en ze leef ze nog lang en gelukkig. Dat heeft geen zin. De eerste door alle mogelijken narenheid moet het allemaal heen. Het leuke van een roman is dat je in de ellende van iemand anders even te wel fictief. Toch jezelf altijd weer herkend. En dat is eigenlijk alle recept voor de gedachten. Dat mijn tekortkommingen, waar ik alke dag weer een meenwoordstel de grote troost, andere mensen hebben. Dat was er gewoon vergelijkbaar, te kortkommingen. En dat soort grote gemene delen van al die tekortkommingen, van al die individuele mensen. Dat zou je het menselijke tekort kunnen noemen. Zoals ook ongetwijfeld een zwaan die zal het zwaanelijk te kort hebben. En er is het zwerafelijk te kort en het bakterieellijk te kort. Maar moet je daar niet voor kunnen denken? Nou niet om het te kort te hebben. Hoe minder je denkt, hoe meer te kort je hebt. Kan je je zeggen? Hoe wel? Hoe wel? Als ik niet het verschil kan denken tussen wat ik had willen zijn en wat ik ben, dan ik heb niet het idee dat mijn kat op eenig moment een katelijk tekort ervhaart behoof. Nou, nou, nou, nou, er is natuurlijk bij heel veel beesten. Is er een jarlijkse wedstrijd, de bronstgeten. Wij biologen gaan er vanuit dat het niet alleen van dieren, maar ook van mensen. De eigenlijk alleen maar ongegaat om zoveel mogelijk nageslacht te krijgen, zodat je jouw herfeling eigenschaften zo lang mogelijk weet bestendigen. En één zin het jaar, dan moet het toch heel veel dieren, meestal mannetjes. Die moeten zichzelf bewijzen. Die moeten aan een partners zien te komen. En je hebt het over het voelen van het menselijk tekort. Nou, als je een beetje als een gijle beer rondroopt, die gijleheid, die voel je wel hoor. Meer dan dat een filosof denkt, van 'oh, o, wat heb ik toch een las van mijn menselijk tekort vergelijken bij de geestelijke om mogelijkheden van?' Dat beest voelt het gewoon in zijn kloten. En dat is heel wat. reëleer dan zo'n filosofisch gedragte, maar het komt natuurlijk op hetzelfde neer dat wij onszelf altijd afmeten in de meest geval of in dit geval aan je soortgenoten. En als je ietsje filosofische wordt, dan meetje je niet alleen af aan je soortgenoten, maar dan meetje je ook af aan jezelf, aan dezelfde niet je zou kunnen weemen. En je kijkt in de spiegel en je denkt ja, als ik nou iets dikere lippen gehad zou hebben, dan zou ik toch minder te kort ervaren en dan gaan ze dus naar de dikke lippenboer en die spuit dan de dikke lippen in en dan heb je dikke lippen en dan denk je, zijn toch niet zo dik als de van de dikste lippenboer, daar veilig, het gerannens altijd, maar en tot nu toen hadden de mensen daar niet zo'n last van, maar vins en tijd je hebben wij de maakbare mens uitgevonden en denken we dat wij maakbaar zijn, dus moet je hier niet alleen afmeten aan de gene die je bij je geboren had kunnen wezen, nee je moet je ook nog eens afmeten aan de gene die zou kunnen zijn als je aan het mensen maken was geslagen en dat moet ik pikt erzijden, moet ik in het algemeen sterke afraden. Ja nee dat kan ik mij helemaal even vinden, maar ik zit nu te denken nu dit verteld, is schaamte dan een zinjaal van het voelen van het menselijk te kort, dus je kijkt in de spiegel en je denkt ik wel, wil een ander zelf zijn. Schaamte is daar een hele belangrijke vak toe bij, maar dat weet je, waarschijnlijk nou beter dan ik. Voor schaamte heb je altijd drie persoonen nodig, je hebt geen nodig die je in de spiegel ziet, je hebt geen nodig in je gedachte, die de gene is van wie je eigenlijk had moeten wezen, dat die kutspiegel had die andere, dat was een beter spiegel gehad, dan was ik veel, maar voor schaamte heb je dan dus nog een derde nodig, je moet in gedachte of in werkelijkheid moeten er een derde zijn die jouw tekorten ziet zodat je niet langs die derde durft te lopen, zonder die schaamte voor je tekortkommenden. Ja precies, dus het valt niet helemaal samen met het voelen van het tekort, het gaat erom, dat er ook nog een derde is, want er wordt altijd gezegd, dat is dat er ineens gaan. Dus voor alle maat heb je ook iemand nodig die meet, dus jij voor jezelf heb besloten dat je onder maat bent, je bent niet zo mooi, dat je altijd willen wezen, maar dat geeft niks, zolang er niet een derde is die dat kan meet, meester is die dat allemaal purig. Maar ze wordt gezegd dat dieren zich niet kunnen schamen. Nou, ik ben in het algemeen niet geen voorstanden van dat mensen iets niet kunnen wat wij wel kunnen of omgekeerd, maar schaamte hangt heel erg af van zelfreflexie en kinderen bijvoorbeeld, kleine kindjes, een baby of een kleuter, die schaamt zich niet en hier komt nu uiteindelijk wat tasparen biologie binnen handbrei, er is zelfs bij onderzoek vastgesteld, dat kindjes zich nog niet schamen, omdat er daarvoor benodigde hersendelen nog niet ontwikkeld zijn. Ja, als zelfs mensen kindjes bepaalde hersendelen nog ontberen die later tot ontwikkeling moeten komen, ligt het voor de hand om aan te nemen, dat een hond is hierin of wat dan heel veel dieren, ook nog niet tot hetzelf bewerf zijn zijn gekomen waar schaamte gevoelingsuitvoort zouden kunnen komen. Maar ik heb toch altijd gevoel dat een hond is die in het openbaar aan het poepen is, aan de lijn, zeg maar, zeg maar, een beetje schoonvallig. Ja, dat verdracht. De hond is in deze grote uitzondering zoals het olifant en de uitzondering zijn op de regel dat dieren niet kunnen rauwen, dat het olifant hebben, zo zou de hond de uitzondering zijn op het gedachten dat dieren geen schaamte gevoelings of nog beter uitgedrukt, geen schildgevoelings zouden hebben. Ja, er is een mooi, ik ben nog steeds een grote lieve hebben van Rudy Kouzbroek en in mijn ogen verlichten geest die de heel mooi heeft geschreven over roeien als intellectuele denken, zoals ik mezelf niet doorvernoemen, maar Rudy Kouzbroek durf ik het lekker wel vanuit dat ik hem aanhaal omhoek ga met zokken veel geren emoties als sentimentaliteit en overhonden, zeg even Kouzbroek als het een goed genoeg zit hier, weet je wat het met een honden is als je een hond hebt en je roept hem bij je en dan roef je alleen maar die kop van die hond in je handen te nemen en dan moet je een deep in zijn ogen kijken en dan zeg je ja jongen jongen waarom heb je dat nou toch gedaan dat had je ons toch niet aan hoe verdoen hoe moet je jou dat ooit verhijt dat hij honden ze geheels schild bewust aan je voeten werpt als honden geen schuld gevoel echt hebben dan zijn er toch wel heel goed heel goed ja precies misschien zijn het dat wel en dat is het weten dat je dood gaat niet ons grootste tekort het is de goorste strek die ons uitgehaald voor ons is ik heb dat nooit bedoeld dus laten we het eerste even makkelijker houden door het over een poest te hebben in plaats van over een mens van over de mensen ook wel leelijke dingen te zeggen maar even nou toch een poest in handen en je ziet dat zo fantastisch beest wat het allemaal kan spinnen en ons gemoeg bespelen en kleine katjes krijgen die je nog beter kunnen en het na weer dan ben je en en en kroeren en oh echt echt nou ja als we het hebben over naar god speelt en gelijk en is dan zou ik toch zeggen van nou die die poest is toch op de buiten gewoon goed geslaten dus je bent in staat als god om zo iets mooi te maken en laat je het non de dune paillaan laat je de dood gaan en ja dat is dan een poest maar dat wij mensen toch ook een beetje als je dan naar gaat wat ik allemaal in mijn leven geleerd heb ja en in het echt leven natuurlijk een beetje ongehamig mensen en met poesten en hoe je moet krabben als je jeuk hebt en vooral hoe je iemand anders moet krabben als die ergens die nog een keer je ook heeft maar vooral ook wat ik allemaal geleerd heb al die al die boeken hier ik nou ik wil niet zeggen dat ik ze uit mijn hoofd kenne maar dit is mijn hand bibliotheek dus hier heb ik veel mee gewerkt en een groot deel daarvan niet bibliotheek dat zit dat zit hier in mijn hoofd en als ik hoe langer ik te leven heb als solanget niet te ment woord hoe meer van dat in hier komt dat je toch ja je weet dat je niet wijzen wordt maar dat je de eluysie kunt koesteren dat je steeds wijzen wordt en op een gegeven het ga je dood is de allemaal weg en dan moet een andere suckel weer van begin of aan lagererschool 2 en 2 4 dan aan alle vultjes maken die je in het leven maar maken kunt stuntelden in de pub betij dat hele gelaser begint weer opnieuw is toch een stok van roodstreek maar dat dat dat is dat is zeker nog roodstreek maar dat is bekijken vanuit de positie die het kan waarnemen maar de geen die dot is die heeft dat natuurlijk niet door te mis je dat daar ga ik dan gemaakt hove vanuit maar je weet dat je het ooit gaat is dat niet zo een set en vervelend ja of is dat is dat eigenlijk een zegen dat je dat weet over het verschil tussen dieren en mensen de dieren hebben ik mijn katseliek opgevoet de dieren hebben meer genadig gekregen dan de mensen want ja ook zij moeten door maar zij weten dat niet en ik denk de klot zak die als het Deze zev heeft bijgebracht dat wij te zijn het heet Doodzullig aan. Als ik die nog gezien een donker steg die tegenkom, dan zal ik een zev'n laten merken. wat dat is Doodzangst ervaren. De geschiedenis van de filosofie. We gaan een voetstoot vanuit dat wijsheid met de jaren komt, althans in die voedwiel bij de meeste mensen. Maar kijken we ook zo naar de geschiedenis van de filosofie. Dat is mijn vraag. Het denken steeds voor maakter is er vooruitgang in het denken. Is het werk van laten we zeggen de presokratie meer dan 25 jaar geleden. kinderachtig brutswerk, vergeleken bij wat we nu kunnen. En zijn we vier Aristotelers daarwin en Freud langzaam voor wassen denkers geworden? Zou jij daar over willen zeggen? Ja, ik geloof sowieso niet in het vooruitgang. Dat bestaat niet. Nee, maar je sprak wel over dat je toch als mens wijzer wordt. en dat je dan noterbenen te wel je op je meest wijsem conditie bent moet je het leven laten. Dus in vrieel worden we wel wijzer. Maar er is een filosof waarvan de naam mij niet te binnen schiet. Maar jouw wel, omdat jij er volgens mij wel eens over hebt gespreven, die zei dat de ontwikkeling van een mens te leven, dat lijkt een soort ontwikkeling. Dan zou je per ongeluk aan vooruitgang kunnen denken dat je als kindje geboren wordt. werkelijk van je gezond niet afweten en dan ga je een school en een gehaal ervaring op doen. Als je niet al te kinsen wordt, dan eindig je als een wijzer mensen dat je begonnen bent. Maar de mensheid daar denk je wel de ontwikkeling in te zien van dat de mensheid steeds wijzer wordt. Maar als individue, wordt je steeds wijzer. En dan begreven met gij dood. En dan moet de jauw kinder die je moeten weer van voren van beginnen met de dingen te leren. De jij zou moeie samen je verwoordigen hebben. Voordat ze in een stadie hem komen vergelijbaar met jouw waarna ze vervolgens nog wijzer zou kunnen worden, dan dat ze al waren. Maar tegen die tijd begint ze al aardig grom te lopen en te hoesten. En de vraag is dus hoe dat bij de mensheid het geval is. En de filosof waarvan de naam mij nu ons groot is omdat ik nog helemaal geen filosof ben, maar een biolog. Die zei als ik me niet te gis dat de mensheid. al maar in een soort kinderstadie hem blijft hangen. Maar goed. Als we de naam van uitgaan, dat. Je bent biolog, dus je kent Aristotus ook goed. De die geld was de eerste echte biolog, want dat was de eerste die zelf uit zijn eigen ogen. Precies. Maar toch is het uiteindelijk. denk ik, Darwin, die meer respecteert als biolog. Of is dat niet zo? De algemeenopvouding is dat drie stadia zijn. Eerst Aristotelers lierden dat je zelf moet kijken en niet voedstootse aan moet nemen wat ergens in een boek is. En dan naar Linnees die alle dier overzien, begreep dat daar een systeem in zat. Dat sommige dieren meer met elkaar gemen hadden dan andere. En dat je daar door een systeem kon opbouwen. En vervolgens Darwin, die uitlegde waaronder een systeem in zat, namelijk, door dat we van elkaar. afgestand zijn. Ja. Oké, dus ik zat er denken van als er dan geen vooruitgang hier zou je denken van ja dan. zou je dus prima mee kunnen leven als we de kennis van Darwin nu kwijt raken. Ik persoonlijk denk dat in de eventuele, intellectuele veruitgang van de mensheid. daar we in de laatste belangrijke stap is geweest. Er zijn inzicht dat al die losse weetjes die je in de natuur opdoet, dat geen losse weetjes zijn. Maar dat het een samenhangende betoog is, ja, dat is door niemand over terug. Nee, nou, stel je voor dat we die kennis kwijt zouden zijn. Dus dan gaan we weer terug. Nou ja, dan leven we weer net zo als voor Darwin. Voor Darwin is het loeg voor elkaar de kop in. Ja, Darwin, slaan we elkaar in het tween. Maar ik weet waar kennis zijn we dan wat terug, toch? Ja, stel dat. Dat is het aardige van kennis of het onaardige van kennis. Het gaat nooit meer verloren. Als je hem al iets te weten bent, gekomen, als je hem al weet waar de kennis van daar komen, dan. Dat is waar, maar. Je weet dat het niet klaar is niet bestaat. Kom je nooit meer vanaf. Maar heb jij het idee dat mensen weten wat Darwin gezegd heeft? Nee, nou, hoe moet je boeken die hierover beschreven? Nee, nee, dat is het even gemisverstand. Mensen verwaren hoe er er daar win, daar ook tegen waar schuurt heeft, even luutie altijd met vooruitgang. En dat is het eerste waandeingbeeld wat het bestaat, wat mensen denken. Als wij nou maar genoeg ons best doen, dan wordt de wereld steeds beter. Nou, we doen al 2010, 1000 miljoen jaar doen we ons best, want. Heus. We deuren wat dat betreft best wel. Dus we doen ons best, want we komen niets vooruit. Ik heb er ooit in een vormig poek. Mijn leer. Er bestaat geen vooruitgang. Er bestaat geen achteruitgang. Er bestaat alleen maar gang. Dat is het hele leven, het beboerholt en het bruist en het gaat tekeer en het maakt zich druk. En het gaat nu juist hierheren en dan weer daarheren. Maar zoals ik het in het nieuwe boek heb, verwoord, je kunt hoog springen, je kunt laag springen en het enige resultaat is dat je met een beetje geluk, leuk gesprongen. Precies, prachtig. Je schrijft in dat zelfde boek ook haal je vrederig van Edan, die in zijn artikel over de toekomst wel sprekt van de mogelijkheid, van vooruitgang waar mensen. En dan staat dan een mooie zin in, en kan wel zien dat je van de mensen afstand. Dat wordt dan lichtverwijtend gezegd door. Zoals je nu zegt, je kan wel zien dat je van de apen afstand. En dan een traptreet, je hoog verzegd dat de soort van mensen Engelen geëvolueerd. Gaat dit ooit over de homo sapiens gezegd worden, door een wezen dat zich homo perfectes noemt? Nou, te zal tensijven homo sapiens zichzelf oplast, waar we aardig meekbezig zijn. Stel je voor dat het zo ver zouden brengen dat er uit onze mensen soort. een volgende mensen soort zou ontstaan? Wat helemaal niet zo gek is, er is echt een dozein mensen soorten ons al voorafgegaan. Er zijn tijdens geweest dat er wel vier, vijf mensen soorten tegelijken. tijd op aarde liepen. Dus zo gek is dat niet. Maar de gedachten dat één van die mensen soorten beter zou zijn dan een ander. Nee, de ene susse suckel en de andere is zo'n suckel, maar suckels blijven. Dus dat menselijk te kort, dat is echt niet. Dat krijg je in geen enkele. Nee, één dat is ook, maar stel je voor dat het niet zo was. Dat een ideale mensen soort was. Of zoals je vroeger nog mocht zeggen, een ideale mensen ras of zo, zich tegenwoord moet zeggen, een ideale etnische identiteit. De sourszaaien behoorde. Het is daarna ontzettend belangrijk dat er heel veel variatie is, dat je alles in alle mogelijke varianten hebt. Maar je moet dat bij wel gezegd, dat als je iets in heel veel varianten hebt, dus wein bijvoorbeeld, alle mogelijke soorten wein, alle mogelijke soorten kaas, alle mogelijke soorten schapen, koeien. Maar als je een heleboel variant hebt, er kan er maar één de best zijn. Dus wat de varianten van een soort kaas, wein, mensen. waarin ze overeenkomt. Dat is allemaal een tekort. Alleleens hebben allemaal net een ander tekort. En dat is de scheuden van de ene kaas. Het is een beetje zuid. Morgen mensen zouden zeggen, dus zuid. De ene is een beetje te zacht, sommige mensen zouden zeggen, dus zacht. Maar dat is nu jouwstel. Loh, daarom hebben we wel die kaas in, dat al die mensen, dat is de aardigheid. Maar sommige mensen wijgen de aardigheid van de diversiteit aan mensen. In te zien, die vinden dat je dat niet mag zeggen, dat de ene mensen anders is. dan de andere mensen. Terwijl dat nou juist. De loll is van het wezen. En de grond van ons voort bestaan. Je noemt in je boek ook heel even lijp niet. De 17e Euse Denkker betoogte dat we in de beste van alle mogelijk werelden leven. En natuurlijk verwijs je dan ook naar de romankandide van Voltaire, die heel beroemd en grappig antwoord op de Theorie van Leipniet. En dan is er een Leipnietse achtergevreguur die in de meest verschrikkelijke situatie terechtkomt. En dan telkens nog maar Froelhoek blijft over de beste van alle mogelijk werelden. Ik heb hem met veel plezier gelezen. Even goed hoor je ook niet op een vier mijlezing, een verwijzing naar Leipnietse beste van alle mogelijk werelden. Maar als we Leipnietse goed lezen vragen naar af, lijkt het dan niet heel erg om daarbij bij vol boten. Hij heeft het natuurlijk over de beste van alle mogelijk werelden over een optimum, maar hij vindt het niet per z'n optimal. Ik wil hem even citeren uit de eerste waarheden uit 1686. Daarin schrijft hij alles wat mogelijk is, vraagt er om te bestaan. En zou bijgevolg ook bestaan als niet iets anders dat er ook een vraag te bestaan. En dat niet tegelijk met het eerste kan bestaan dat tegenhield. Hieruit volgt dat altijd die combinatie van dingen bestaat waardoor zo veel mogelijk dingen bestaan. Dus een optimum maar niet optimal. Net zoals vrouw doorgaans een bevalling ook niet als optimaal ervaren, maar blijktbaar is het optimaal genoeg om te overleven. En je voor te planten en dat niet in de weg te zitten. Dus is de beste van alle mogelijk werelden in termen van Leipniet's niet eerder een soort Darwinian's idee? Dat is helemaal niet een hele prettige wereld of ze zijn maar wel de best mogelijk. Ik weet meer van Darwin, dan van Leipniet's. Je moet me eventuele filosofische struikelingen vergeven, maar waar het in Darwin bij Darwin omgaat, en daar weet ik wel wat van, is dat in de daad. Het is goed genoeg als iets werkt. Je hoeft niet er niet naar te streven om de beste te zijn. Als je erna streft om de grootste piemeld te hebben, dan struikel je straks over je eigen piemeld. Dat kan de bedoeling niet zijn. Als je nou een piemeld hebt die groot genoeg is om eenig indruk te maken op de gene waienem eventuele insa willen steken. En die klein genoeg is om er niet over te struikelen, dan mag je wat mij betrest in je handjes knijpen. In die eventuele filosofie gebeurt er een soort rooster waarin alles wat goed genoeg is. Dat blijft behouden, alles wat niet goed genoeg is, dat gaat er loor. Maar ook alles wat goed is gaat er loor, want elke eigenschap waarin je heel erg goed bent, verijst dat je in andere eigenschappen iets minder goed bent. Je moet je specialiseren, je moet keuzes maken, je kunt niet tegelijkertijd een hele goede zwemmer zijn en een hele goede kogelstoter. Dat die dingen gaan niet samen. Er bestaat geen ideal, er bestaat het beste compromis onder de gegeven omstandigheden. Wij zouden al lang vol maakten mensen zijn, en de konenen zouden al lang vol maakten, de konenen vlooi je zouden al lang vol maakten, de konenen vlooi zijn. Waarin het dat de omstandigheden zich niet wijzig doen, als jij elke generatie ook maar een itsypitcie beter wordt dan de voren generatie. En er is tijd genoeg van leven, dan zijn generaties genoeg, dan wordt je elke generatie in het het het beten en op het laatst been een godgelijk. Maar de omstandigheden wijzen gezicht. Als jij een verkeerde omstandigheden bent aangepast, als jij je gekam hoe veleert hebt door groene wesen in een groene omgeving, dan gaat het op een soorten noordpolen, waar alles aan iedereen witt is. Die wordt een binnenvrijkorten tijd er er gewijdig meer van je vondomen. Ja, je is jopenhauer waar je er al even lovend over sprak is wel heel leelig geweest over Aristoteles, die vond hij eigenlijk eigenlijk op een vlak. Er wist ik niet dat ze ruzien hadden. Nee, er is dat, dus wist dat ook niet gelukkig. Maar van hem, van Jopenhauer bestaat ook een mooi beeld over dat we als we naar de pracht van een natuur kijken, dat wij dan dus iets heel mooi zien, wat heel voel maakt is. Maar dat we eigenlijk zien is in die voordurende strijd waar Jopenhauer het altijd over heeft. Dus je ziet mooie bloemen die in de prachtigste kleuren proberen het zonlicht uit de ogen van de andere planten te stelen. En onder de grond proberen wordt ons. - Sterkleerleerleer. - Sterkleerleer. Ja, precies, dus wat wij als voel maakt zien, dat natuur is gewoon dat is ook een en al oorlog. Ja, maar dat is het misgestand. Wij voelen ons niet zo fijn in de natuur, omdat daar alles goed zou zijn. Alles in de natuur is niet zo goed en niet zo slecht als ergens anders. Maar wij voelen ons zo heerlijk in de natuur, omdat wij daar aan zijn aangepast. Ja. - Om de dood eenvoudige reden, dat wij onderdeel zijn van de natuur. Wij zijn door de natuur ontstaan, ons hele DNA, ons hele wezen, alles wat we doen, elke cel is in natuurproduct wat ik heb. Ik ben geboren in Haarlem en ik heb daar een aantal jaren gewoond, ben weer teruggekomen bij me kan je eens zo heel veel. En ik ben al een vele, vele jaren uit Haarlemweg. Maar als ik met het rein in Haarlem aankom en ik stap uit het station. Tars. - Ja. - Tars. Dat heb ik in de bos ook, op een andere manier van je. Hier ben ik eigenlijk voor bedoeld. Als een god of Darwin die hiervoor gemaakt heeft als een vallenhuigje, wat voor het eerste model spoorbaan ziet en denk ik dan, hier in deze model spoorbaan daar hoor ik te staan. Ja. - Nou klopt het weer. - Het is ropt weer. Je zegt natuurlijk rexcheerend dat God en Darwin deze bedoeling hadden, want dat nu juist het hele idee van die evaluatie heeft geen doel. Nee, want om het terug te gaan naar die prachtige planten in de tuin, daarvan zeggen we vaak van die kunnen nooit zo mooi zijn, dat moet zo bedoeld zijn. Dat idee bestaat er. Nou ja, dat is ons beperkte voorstellingen vanmogen, dat wij ons niet kunnen voorstellen, dat er iets mooist tot stand komt als er niet iemand dat zo bedacht heeft en dat door hard werken het op stand heeft weten te krijgen. Maar de waarheid is dat er ook door puur toe, een kaleidoscope. Dat heb je als kindje vast nog wel meegemaakt. Dat is zo'n kijkers, een stukjes glas of weet ik veel, zitten er in, dan hou je tegen het licht en dan draaien wat en dan ontstander, prachtige structuur. Dat is mooi, zeker als kindje als je daar nog onbevangen na kunt kijken, denk je, dat er een wondor gebeurt. Het is gewoon stukjes glas, dat helemaal niks. Of iets echt heel erg mooi is, dat zit in onze verbinding, het zijn maar stukjes glas. Ja, het gedacht-experiment. De weetschap doet het kennis met experimenten, filosofie, doet het denken met gedacht-experimenten. Het gedacht-experiment dat ik deze keer een wil voorleggen, komt ook voor in jouw boek. Dat is dat gedacht-experiment van William P. Je zei zo even al dat het heel moeilijk is om over de evaluatie te spreken, zonder te zeggen dat de evaluatie is begonnen. Dat kunnen we eigenlijk niet zeggen, maar daar zit natuurlijk al van ja, ergens zou je toch verwachten dat iets begonnen moet zijn. Dus daar tegen die paradoks lopen veel Denkers aan. En dus is er over een god of u ervall en een peli heeft een gedacht-experiment dat het niet is. Als wij ergens een horloogje zouden vinden, dan zouden we niet zeggen dat dat niet gemaakt is. En van een steen zeggen we dat wel om heel erg het gedachte experiment kortsamen te vatten. Is dat niet gewoon een heel sterk argument? Nou, dat was ook een sterk argument. Omdat hij ongelijkat was, het nog geen suckel, die paleë, boven dienst zat die paleë natuurlijk nog gevangen in zijn godstienstige opvoeding waardoor die eigenlijk bij voorbaat alle een oplossing had voor alles. Want alles wat hij om zich heen zag en wat wonderbarlijk was, dat was voor orsaken ter iemand die wonder een konver orsaken en iemand die wonder een kan ver orsaken die noemen we god. En daar bij die club was u toevallig aangesloten. Dus dat was alles duidelijk tot, je moet hiervoor stellen wat een zeige dat geweest is tot aan de 18e eeuw dat je een heleboel probleem niet had, want er was god en dat was er een onoplosbaar problem. Dan was het de hoogste tijd om god te bij te halen, want die was er nou juist voor onoplosbare problemen. Dus die paleë die was niet gek, die kon zich gewoon niet voorstellen dat een orloosje zomaar als niemand iets deed dat het toch een orloosje zou kunnen ontstaan. En daar moeten we gelijk in geven, dus zijn gedachten fout ligt in de analogie. Hij dacht als sowieso in gewikkeld als een orloosje niet vanzelf kan ontstaan, dan kan ook sowieso in gewikkeld als een mens niet vanzelf ontstaan. En daar zit een beetje daar verinkt het, want iedereen denkt dat van ja een orloosje kan niet, maar wat paleë zij was als sowieso in gewikkeld als een orloosje, hij zijn niet in een orloodje. Ze sowieso iets in gewikkeld als, dus hij dacht, zame gefad, dat in gewikkelde dingen niet vanzelf kunnen ontstaan. Maar daar is dus een gedachte aan vooraf gegaan, namelijk dat niet in gewikkelde dingen wel vanzelf zou kunnen ontstaan. En dat vindt hij van wel, want als hij een steen had gevonden, dat is er niet in gewikkeld ding, dan had hij aangenomen dat hij steende altijd had geleden. Dus waar het een mond gaat, is dat niet in gewikkelde dingen wel vanzelf kunnen ontstaan, maar wel in gewikkelde dingen niet vanzelf kunnen ontstaan. En als je dan door denkt dan is de vraag, is de mensen in gewikkeld ding. En daarwin, die zij dus van, al gaat die mensen, ziet er wel heel in gewikkeld uit. Maar als je miljoenen en miljoenen en miljoen jaren de tijd hebt, iets wat wij ontstien, dus die pelien die kon zich niet voorstellen dat het doorloodje vanzelf, maar die pelien die kan zich net zo minder als jij ook voorstellen, wat miljoen en jaren zijn, dat kunnen wel ook niet worden. Dus nou, als je nou maar miljoenen en miljoenen dan wordt het ontvoorstellbare wordt voorstellbare, dan kan er uit een woorm kan er zo iets in gewikkeld als een mensen ontstaan. En daar hebben wij, de Darwin zij dat in 1859, en daar hebben wij echt meer dan een eeuw voor nodig gehad, om ons ontvankelijk te maken dat we bereid waren om er aan te willen beginnen om ons zo iets voor te stellen. En maar heb je niet soms nog moeite zelfs jij als door gewinterde Darwinist en biolog, dat je iets ziet wat van zo'n grote complexiteit en schoonheid is. Dat je wat ik niet kan begrijpen? Dat je dat je daar niet heel onder van was. Wat ik als jongens je al niet kan begrijpen, was dat ik een cristalontvarrer gebouwd. En wat ik toen niet kon begrijpen en nog steeds niet is dat er is dus ergens een zender in Hilversum, radio zender en die stuurte golven, golven, hoe bedoelt u? Wat golven? Hoe ziet dat eruit? Waar zijn die golven dan? Dus die hoeft golven in de lucht. En die komen helemaal uit Hilversum. Komersen door de lucht, komen ze hier in Weesb, naar mijn antennetje. En de flop, dat gaat ze in mijn antennetje in. Samen met een heleboel andere golven uit Rondomloen en wat Godtalmanreer. En dan kwamen ze hier en kwamen ze uit mijn cristalontvangnetje. Van 75 cents onderdeelen in mijn kopteelen. Mensen nemen allemaal maar dingen gewoon voor. Dat als je op een gasbedaald drapt, dat je auto gaat rijden. Ja. Dat als je door een raar ding een koker met een beetje glass kijkt, dat op een sterk 1000 maal grote worden. Doe mensen dat je op een koker op een koker op een koker. De hele vijt dat je dat kort om de cristalontvangnetje is dus voor de wonder voor je. Zonder dat het een koker is. Zonder dat het voor dat de mensen zich daarna over verbonden. Alles wat ze de hele dag, de tremp, de dingen, de machines. Als ze zich daarna oeerst over zouden verbazingen en naar een oplossing zouden zoeken, hoe dat nou toch mogelijk is, dan willen we wel eens een keertje verder over de meta-physika. Ja, nee, snap ik in dat. Alleen, dus wat ik wil concluteren dan hier is dat, dat kennis, verwondering niet uit sluit. Dus je weet, als er miljoen jaren de tijd is om mensen tot mensen laten evlueeren, dan kunnen we makkelijk te gedachten aan dat we niet geschrapen zijn door een god. Maar toch kunnen we er nog wel verwonderen. Uiteraard, klicieëde, klicieëse, je wordt geboren, je ligt daar in je wiegje. Je kijkt om je heen en je begrijpt er geen zoemmieten van. Vanaf het moment dat je geboren wordt, is het niet starenrehetzelen. Niet stannen al. En dat blijft. Het genoeg, alleen wat mij verwondert, is dat de mensen zich zo weinig verwonderen over alles wat er om zich heeft. Ze nemen alles, maar voorkrent het filosofie is ook makkelijker als je leest. In filosofie is makkelijk als je denkt, lezen we ook altijd een klein stukje filosofie. We hebben we eigenlijk ook al gedaan, want we hebben luip niet zo gelezen. Maar ik wil je het gewoon nog even een passage voorleggen uit de mens zijn natuur en zijn positie in de wereld van Arnold Gelen. De mens is biologisch ongespecialiseerd, een mengelwezen. Hij mis te scherpen in stienten, wapens of natuurlijke bescherming die dieren in hun onweld hebben. Juis deze gebrekheid, dwingt hem tot handelen en maakt hem tot culturewesen. Hij moet door techniek, taal en instituties compenseren, wat hem van natuuren onbrekt. Wat kun je er daarin vinden? Nou, je hebt de begin al bij de gedachten dat de mens een ongespecialiseerd wezen zou zijn. Dus de gedachte is een scheraf, die moeten te hebben van zijn lange nick en de olivant die moeten te hebben van zijn slurf. Wij mensen zijn ongespecialiseerd. Wij kunnen ons overal aan aanpassen, aan de noordpolen, de zuipolen, de oorwouten. Wij mensen vinden we overal iets op. Dat is juist de misvatting dat je als wezen van alle markten thuis zou kunnen zijn. Dat lukt je niet. En elk wezen moet zich ergens op toeligen. Zoals mijn moeder altijd als zij je moet kiezen jongen. En zo hebben wij mensen gekozen tussen aanhangen steken voor onze hersenen. En wij denken dan dankzij onze hersenen. En die hersenen kun je alle kanten mee op. En dan komen je nooit ergens voor een gesloot hekt te staan. Maar de waarheid is natuurlijk dat ook vertrouwen op je hersenen. Dat heeft zo'n beperking. Ik herinner me dat ik jaren geleden voor het eerst buiten was gaan wonen. Ik kwam voor de eerste dag in een plaatselijke boerige café en ik krijg drank. Een beetje mot met een manier die op die knastme zit. En ik dacht dat dat kan mij helemaal niet schelen. Want als die manier een argument heeft, ik heb daarvoor geleerd. Ik heb een beter argument tussen ik zat daar aardig met die manier te argumenteren. Ik dacht dat het goed gaat van mijn argumenten zijn beter dan de zijnen. En dan maak ik me toch een hengs voor bekaren. En die manier die dacht van, hij kan wel vertrouwen op dat boer je hoofd van. Vol met hersenen en mooie praatjes. Maar ik kom toevallig uit een andere streek. Ik vertrouw gewoon op mijn vuis te racht. En dat leerde mij als eerste de betrekkelijkheid. Want wij staan ons altijd voor, of wij mensen. Wij zijn toch eigenlijk wel de beste van alle best of zelen wil. Want wij zijn de slimsten. Maar het komt niet alleen op slimheid aan. Dat hebben we dan met die coronacrisis weer geleerd. En dan waren er van die virusen. En die hebben helemaal geen heen scheenheegsene. Die hebben we helemaal niks. Maar die kunnen wel ontzettend lekker muteren. En dan, dus het is te wel wij hier zitten te praten over hoe het verder met de wereld zitten hier ergens in een hoekje achter het goudijn. Zit in die virus zich lekker het weer nieuwe mutanten maken met weer helemaal nieuwe eigenschappen. Waar al onze knappe koppen van de pharmaceutical industry niks tegen weten. En op een van er een manier schreef mij dat toch een gevoel van rechtvaardigheid. Ergens vind je dus ook de. Als ik de parallel mag trekken met de man naastje aan de bar die jouw en hengst verkocht. Toen je al die slimigheden. En als die hengst goed genoeg was geweest had ik helemaal nooit meer verstandige dingen gekend. Nee, maar ergens vind je dat de sympathiek. Nou, het laat er zich in de natuur zorgen voor een gelijk speelveld. En we zijn. Mijn ultieme opvatting van hoe je moet leven is toch. We zijn met ze alle op deze wereld gezet. Mensen, beesten, planten, bacteriën, de. de. alles erop en eran. En het is de bedoeling, mocht er een bedoeling zijn. Dan is die wat mij betrift dat we de wereld ook. dat we dat met ze alles zo goed mogelijk moeten zien te roeien. En dat we dat die wereld weer zonetjes mogelijk achter moeten laten. En nou, dat. Lukte voort dat de mens begon vast te spelen. Vrij aardig. Nu is wonde één de wondeste ander. En als het helemaal niet meer lukte dan evoluweerde je naar wat anders. En zo niet. Nou, dus die er via uit, nou ja, zo wat lekker rustig. Ja, precies. Laten we dan toch nog een keer terug gaan naar de handvraag. Waarom kunnen we wel beter worden, maar nooit voormalakt. Omdat. Heel principiel gezegd, voormalakt is niet beter. Voormalakt is niet beter. Nee. Beter is goed genoeg. Mooie. Heb je het eens loopt er nog tips. Uitje? Mag wel eens zijn, maar in de eerste plaats tips om om te gaan met het mensel te kort. Oh, ja, het is niet mijn tip. Ik heb het uiteindelijk toch ook in het boek gezet. Ik was een keer. Nou ja, je bent biologen en vragen, zie je wel als reisleider voor het ene verstander. En dan is ons een keer de verleiding niet weer staan. Dus ik ben ooit een keer in Patagonie geweest. Dat is het zuiden van het Zuid-Mirica. De onheer Bergsamer, dan waar wij waren, het kun je werkelijk niet komen. Het waren wel met een gezelschap. Dus dat hele gezelschap, de alle hoogste bergen op natuurlijk. En dat tegen de tijd dat. Dat hele gezelschap weer naar benediging, ik kwam ik heigend met een andere outmanetje. En nog net boven. Dus wij zaten als twee oude manetjes. Zaten we daar echt in het absoluuten niets. Waar je maar kijk, geen mens, geen weg, geen auto, geen vliegtuur. Al wat doen, kondorde die kwam over zwieren. Als je daar geen bijzondere gevoelingspij krijgt, dan moet je echt van beton zijn. Dus wij zaten daar in een andere manetje nog oude dan ik. Dus die moest nog wat longer uitheigen dan ik. En dan zaten we daar zo een beetje om ons heen te kijken. Nou, die weer ga los en natuur. En eindelijk bevrijd van alles dat je eindelijk helemaal los in. Nou ja, dan ga je al wat toe philosophisch achtergedingen tegen elkaar zeggen. Hoe het nou verder moet met een mensheid en wat je nou toch moet doen. En welke handelingen er nog over zijn om de rest van je leven door te komen. En wat dat over het een en dan tijdje niks weer over het ander. En bij werkelijk alles wat terberde werd gebracht. Geen iemand iets achter uit en zwijden die met zijn Aram S.L. Wat gaan? Wat gaan? Wat gaan? Wat gaan? Nou, toen zijn we die birg weer afgegen. Dank je wel. Philosophie is makkelijk als je denkt is een podcast van Konzimon. Hoefte rekteur van Philosophie mee zijn. Mijn gast was Midas Dekker's, Schrijver, Biolog en in al zijn gebruikheid een volmaakt mens. Zijn boek het mensel te kort is net als zijn andere boeken verschijnen bij uitgevrij had last contact. Ben je nog niet uitgedacht? Luister dan ook de volgende aflevering over de vraag. Kun je iets zonder niet. Mijn meedenkker is Michel Dyckstra. Ik hoor ook graag wat jij denkt. Dus laat even een opmerk in de podcast hebben en vergeet je niet te abonneren. Dan krijg je vanzelf een melding als een nieuwe aflevering online staat. Dank je wel.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Het menselijk tekort verwijst naar de kloof tussen hoe we zouden kunnen/zouden moeten zijn en hoe we daadwerkelijk zijn.
  2. Volmaaktheid is een onbereikbaar en zelfs ongewenst abstract concept; het streven ernaar houdt het leven en de evolutie in stand.
  3. Ons besef van dit tekort komt voort uit zelfreflectie en vergelijking met anderen, een ideaalbeeld of onszelf.
  4. Schaamte is een signaal van dit gevoelde tekort, maar vereist de aanwezigheid (reëel of denkbeeldig) van een derde persoon.
  5. Acceptatie van onze imperfectie, in plaats van streven naar onhaalbare volmaaktheid, wordt gepresenteerd als een wijs perspectief.

Summary:

De tekst onderzoekt het concept van "het menselijk tekort", de kloof tussen menselijk potentieel en de realiteit. Het betoogt dat volmaaktheid een onbereikbaar en zelfs destructief ideaal is; in de natuur en evolutie houdt een constant "tekort" of streven het systeem in stand. Ons besef van dit tekort ontstaat door zelfreflectie en vergelijking met anderen of een intern ideaalbeeld.

Dit leidt vaak tot schaamte, wat een signaal is van het gevoelde tekort maar een "derde" vereist om het te observeren. De dialoog suggereert dat wijsheid niet ligt in het overwinnen van onze imperfecties, maar in het accepteren ervan. Het menselijk tekort wordt gezien als een universele, bindende ervaring die ten grondslag ligt aan verhalen en ons bestaan definieert, in plaats van een fout die moet worden gecorrigeerd.

FAQs

Het menselijk tekort is het verschil tussen hoe de mens idealiter had moeten zijn en hoe hij in werkelijkheid is. Het omvat onze tekortkomingen en het besef dat we nooit volmaakt zullen worden.

We streven naar volmaaktheid omdat het een abstract ideaal is dat ons motiveert, hoewel het onbereikbaar is. Dit streven houdt ons in beweging en zorgt voor vooruitgang, ondanks dat volmaaktheid zelf een illusie is.

Het uit zich in gevoelens van ontevredenheid, schaamte en het besef dat we niet doen wat we eigenlijk willen. We meten ons constant af aan anderen of aan een ideaalbeeld van onszelf, wat leidt tot innerlijke conflicten.

Dieren kunnen mogelijk basisvormen van tekort ervaren, zoals tijdens bronstgedrag, maar ze missen de zelfreflectie voor complexe gevoelens als schaamte. Hun ervaring is meer instinctief en minder abstract dan bij mensen.

Schaamte ontstaat wanneer we ons tekort voelen en geloven dat anderen het ook zien. Het vereist zelfreflectie en de aanwezigheid van een derde persoon, echt of ingebeeld, die ons tekort beoordeelt.

Het is zowel een probleem als een zegen: het veroorzaakt lijden, maar houdt ook het leven en de evolutie gaande. Zonder tekort zou er geen motivatie zijn om te verbeteren en zou stagnatie optreden.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.