Go back

Reddingboot kapseist drie keer

40m 14s

Reddingboot kapseist drie keer

In deze podcastaflevering van "Redders op zee" worden de dramatische reddingsacties van de KNRM tijdens de stormnacht van 1 november 2006 beschreven. De storm bereikt windkracht 12, met golven tot 19 meter hoog en een recordhoog waterpeil. Schipper Bert van de Anni Jakoba Visser uit Lauwersoog assisteert een platbodem (de Risico) en later een ander schip (de Onderneming) dat op drift raakt. De bemanning werkt onder extreme omstandigheden, waarbij trossen knappen en ze steeds opnieuw moeten handelen om schepen en bemanningen te redden. Tegelijkertijd vaart de Anna-Margareta uit Ameland, met schipper Kees (Berts broer) en Pieter, om de cementenker Cementina te helpen, die stuurloos is geraakt. De tocht naar zee is hels, met brekende golven en constante dreiging. Terwijl ze proberen een sleepverbinding te maken, wordt de reddingboot tweemaal door een enorme golf kapzij geslagen. De stuurhut loopt vol water, apparatuur valt uit en motoren moeten herstart worden, maar de bemanning raakt niet ernstig gewond. Dankzij een moedig plan wordt de Cementina uiteindelijk met een sleepkabel op eigen kracht uit de ondieptes gedraaid. Die nacht worden in totaal 56 mensen gered, wat de moed en toewijding van de KNRM-vrijwilligers onderstreept.

Transcription

6875 Words, 37071 Characters

Dutch
Dit is een podcast over de koninklijke Nederlandse reddingmaatschapij. Met trots gestuurd door Vissiemundsfriend. In Rers-Obsé vertellen we de verhalen van de KNRM over de meest bijzondere reddingse acties door de mensen die je bij waren. U luistert daar massaal naar waarvoor heel veel dank. We krijgen ook veel vragen over de serie, over de KNRM, over hun fantastische werk. En daarom maken we een extra aflevering waarin we al die vragen gaan proberen te beantwoorden. Heb jij ook een vraag of wil je wat kwijt? Spreek dan voor 12 juniën voorsmel in. Het nummer vind je in de beschrijving van de serie. Meel je kan ook stuue je vraag of je reactie dan naar [email protected]. En blijft vooral luisteren, reactieren en onze podcasten, redders op C, delen, veel dank. En dan gaan we nu verder met de aflevering. In de reporten hebben ze het over 13 tot 15 meter hoogte. En er zijn picken gemeten van 19 meter. Ik denk dat we in zitten, met andere woorden we zitten in de el. En tofvoelde ik het schip draaien. Met een dusde aanevresnelheid dat ik de achtergrond dacht van die gaan we niet met terug draaien. Tijdens die actie had ik dus gehoord dat de aane-magoreta ook naar C-dogen ging. En dat zat het mijn broer op. En toen dacht ik bij mezelf aan als ik nu los laat, dan weet ik niet hoe het met mij afloopt. In deze podcast hoor je de verhalen van mannen en vrouwen die de zee opgaan als niemand anders het durft. En de ontroerende verhalen van de mensen voor wie zij hun leven wagen. De koninklijke Nederlandse reddingmaatschappij. Vrijwilligers die tot het ouders te gaan voor jou, op bijna 200 jaar. Mijn naam is Rool of Hemme, en dit is Redders op zee. In de nacht van 1 of ember 2006 raast een store met orkan kracht over de wade eilanden. Er werd een recordhoogte van bijna 5 meter boven NAP gemeten. Toen het beesten weer komen die nacht veel schepen in de problemen, er worden 56 mensen geret. In deze afletling horen het verhal van de Amelandsereddingboot de Anna-Margareta, die drie keer kapzijsde in golven van meer dan 15 meter hoog. We beginnen met het verhal van Bert. Mijn naam is Bedboer, mijn loba van de Kader M, begonnen in Echtmontacé, en is uiteindelijk geëindigd in Laos-Oog. Laos-Oog ben ik eerst optapper geweest, plaatsvangtschipper en uiteindelijk schipper. Bert is bijna 40 jaar vrijwilliger bij de Kader M. Op 1 of ember 2006 was hij schipper van de Annijacoba Visser van Laos-Oog. Een broer Kees, die in 2018 overleed, was schipper van de Anna-Margareta. Bert neemt ons mee naar de dag voor op ze beide het water opgingen om levens te redden, maar Kees het zijn de bijna verloren. Het is dinsdagavond 31 october 2006. Er werd wel storm voorspeeld. En als er storm wordt voorspeeld, dan begint het bij elkaar naar ember te kribelen. En de storm die was voorspeeld voor snags. Dus ik was saavond nog even naar de reddingboot. Weet je kijken of alles er goed bij was? Nou, ik was niet alleen van de weremeerderen die er zo overdachten. Toen wij huiswaatskeer en toen zei ik zo uit de gein, nou jongens, tot straks. Nou, en tot straks, dat werd dus werkelijkheid. Het was tegen een uur snags toen de reddingboot van Schiemernokouw, de koning wil hem een. Een alarmkrieg voor een bruine float, de risico bij Nordpolersel. Het verzoek van de schipper van Schiemernokouw was of de Ani-ekoba. Dus wij meewildigen voor het geval dat. Dus wij zijn eigenlijk achter hun aangevaar. Op dat moment was er zovresig veel water dat houdt in dat de tij zo hoog was. Als de tijse hoog is, dan krijg je er schil bijna en met dat er hade wind aan komt. Om kwart overheen snags voor het berg gealameerd om zijn collega's van Schiemernokouw te assisteren. Die hebben hun handen vol aan een platboden die op drift is geraakt en drecht de stranden op de kust van Nordpolersel. Deze zellklipper, de risico, is niet het enige schip dat die nacht in de probleem bekond. Er was een cel-raise aan de gang en dat is elk jaar aan het eind van het seizoen. En dat noemen ze te slagen in de ronde. Dan gaan al die schepen van de bruine float, die gaan er reis doen. Die moeten dan overal bij langs, ze vlaggetje neerszetten, als bewijs dat ze de geweest zijn. Die bluine vlood is door die storm overvallen. En die lagen daarvoor aanker bij Nordpolersel, bij die aankers die gingen krabben. Dus dat aanker hield niet meer. De koning willen meeen die heeft de risico op slebgenomen. En dan lagen nog een de najade en we gingen met die risico richting lauer zoog. En toen begon hij te roepen dan mij van "Kij jij mij helpen?" want ik heb twee aankers uitstaan, maar ze houden niet. Dus dat houden in dat die dus aan de typel is. Zijn wij dus teruggegaan en toen hebben we die man geholpen. Het waarde inmiddels enorm, we zijn langs zijn gekomen. De eerste poging om de tross over te gooien, die mislukte want hij waarde gewoon weg. Dus toen zijn we nog dichter bij hem gelegd en we de tross overgehoord. Toen hebben we de gehele tross uitgevoerd, dus 100 meter. En toen zijn we zachtjes vooruit gaan draaien, zodat hij zo'n aankertjes binnen kon halen. Toen hij helemaal de aankers binnen had, toen had ik al wel in de gaten. Het is hemiddels tien over drie. Met windkracht tien op de wade zee hebben Bert en de bemanning van de anniakoba vastgemaakt aan een platboodem die eigenlijk te zwaar voor hen is. Bert vraagt de grotere reddingboot van Eems Havel om te komen helpen. Door het barrenweer kost het toch niet te gebruiklijke 30 minuten, maar bijna twee uur. De mannen zijn opgelucht als ze worden afgelost door hun collega's. Tijdens die actie had ik dus gehoord dat de Anna Magareta ook naar zee toeging. En dat zat dus mijn broer op. Mijn broer was schipper machineist op die boot. En als hun eigen schipper mee was, dan deed hij negen van de tien keer deed hij de communicatie. Maar nu hoorde ik dus dat iemand anders de communicatie deed. Dus waar ik daar geen eek dus van uit van, dus mijn broer is schipper. Dat bleek dus achteraf ook zo te zijn. Terwijl Bert en zijn bemanning op de wadde zee voor de grondigse kuste, ene na de andere platboodem te help schieten, gaat op Ameland de peeper bij Pieter, der tijds 22 jaar oud. Ik ben Pieter Mochterman, ik ben 40 jaar oud. Ik zit 19 jaar bij de Kahnerem. Daar ben ik begonnen als opstapper. En ik ben nou gepromoveerd tot schipper, al enige jaren. Voor mijn broer ben heb ik een bouwbedrijf op Ameland. Een Prijo 2-melding dat er een schipper in de problemen was. Ik sleep bij mijn toemalige vriendin, wat de meelders mijn vrouw is. Ik heb die nacht eigenlijk in elke dicht gedaan. We lachen achter een stukje enkele glas, waar volgende wind opstond, bezwerkt 12. Ik was eigenlijk bang dat er uit eruit te baarten. Dus ik was blij dat de piper ging dat ik eruit mocht. Het is 16 minuten over vier in die stormachtige nacht. Het schermtje van de piper toont een Prijo 2-melding, een cementenker de cementina in de problemen op de Nordse herhuis 30 km/h de noorden van Ameland. Het is nu echt noodweer. De storm bereikt piken van windkracht 12. Het tij is abnormal hoog, merkt Peter bij het boodhuis. Uns boodhuis staat op het terp, op het wat. En daar ligt een toegangsweg en het toe. En die toegangsweg donderen we met een water op. Dus wij kon er niet met een auto bij het boodhuis komen. Ik heb mij auto achter de dijger pakkeerd. En ik ben naast de weg langs over een dammetje naar het boodhuis gelopen. We windkracht 12 in het donker. En zo ik de rest van de bemanning. De spool lagen toch volgen we over die damheen, waardoor ik na de voetje kreeg, maar ik ben uiteindelijk aan de andere kant gekomen in het boodhuis. Daar heb ik de overzoek aan getrokken, bepak aan getrokken. Er was een cementenker ongeladen. Die had de roer probleemen, lag boven schietmende koog. En die wilde asistentie van de rennenbood omstandbeid te liggen. Dat houdt eigenlijk in. We gaan naar de toe. We blijven erbij liggen, mochter wat misgaan. Dat een rennenbood naarbij is dat die actie kan ondernemen. Pieter en zijn collega's van de Anna-Margaretta worden opgeroepen omstandbeid te liggen bij de cementina tot de slayboorder is. De cementina is omstrijks kwart voor drie verrast door een hoge brekende golf. Het schip is platgegooid en ligt nu stuurloos op de brute golfen. Er is nog geen akuten noodsituatie, want de motor doet het nog. En de zeven bemanningsleden zijn in orde, los van wat knuzingen. De bemanning van de Anna-Margaretta maakt zich klaar voor vertrek. Er zijn zes man in het boodhuis, maar die gaan niet allemaal mee. Er was een schip los geslaren bij ons rennenbood die lag tegen ons paton aan. Er zijn twee opstappers mee bezig geweest van ons. We hebben alles voorbereid, hebben we een wat extra tijd voor gepakt en doen we vaak bij slecht weer. Alles hebben goed doorneemend, alles extra goed facet in de stuurhut. Om alles goed voorbereid te hebben voor dat je uitgert varen. Het is je helemaal op. Op weg bent met die omstandigheden kun je hem wel niks meer. En dus vertrekken er geen zes, maar vier kan er hemmers richting de cementina. Kees, de broer van Bert, Paul, Jan en Pieter varen de wilde wadde zee op. Normaal kunnen wij eigenlijk altijd volgasvaren op het wat. Ongeacht de omstandigheden. Nu was er een daardig onslaag op het wat dus daar nog hoog dat wij ook van het gaaf moesten. Op het wat schade ik een meter of drie maximaal. En dan maat je verder richting de noordzijk om op het natuurkopen. De bemanning begint aan een helse tocht die bijna drie uur duurt. Ondertussen een stuk tentzuit oost op de wadde zee hebben Bert en de bemanning van de Ani Jakoba visser de te zware platbodem overgedragen aan hun collega's uit Eemshaven. Eet bijkomen is er niet bij. Ze moeten meteen door naar platbodem nummer drie. Op Schiemerna-Koeg lag zo'n bruine float de onderneming. Die had iets van tien trossen staan, maar dat water kwam zo verschrikkelijke hoog. Dat al die trossen gingen van een palen af. Dus die raakte op drift. En die moten die erin staan, die stond in dat schip, dat was te schwak. Om hem naar lauwe zoeg toe te brengen. Dus die ging al driftend naar de gronigse kust. En toekregen werelders op de richt van het kustachtcentrum om hem te helpen. Dat stuk dat we dus vanaf zeg maar noordpolen zei om hem te helpen. Dat heeft ook geen norm lang geduurd. Want we beginnen met drie put kustwachtcentrum op van hoe lang denk je nog tijd te hebben om daar te komen. Ik zeg, wat denk je waar we in zitten? Wat andere woorden we zitten in de hel? Het was echt vreselijk. We had na de tijd hadden we allemaal het zand en schelpen aan declayen. Dat betekent dus dat de golven hoge zijn als dat het water diep is. Dus je zit gewoon zo'n woord het omgevoeld zeg maar. Uiteindelijk zijn we bij die onderneming terechtgekomen. Het zelfschipte onderneming raakte door het hoge water los bij schiebond ik ook en werd door de orkanwind naar de gronigse kustgeblazen. Dan kom je daar tegen die dijken aan. Nou, dat ween je niemand toe. Dat ga je sterk, dat ga ik op het pot. Wat toen nog noord in mijn carrière was volgekomen dat er een tros knapte. Want we maakte een verbinding en toen kwam de tros kwam onder het zwaard van dat schip. Ik kwam spanning op een krap te die. Je hebt naar één gedachte die mensen moeten daar weg. Dat staat iets van 12 of 13 mensen op. Die moeten daar weg. Anders gaat het fout. Dus je moet, je moet gewoon heel snel weer herpaken. En je moet weer je denk doen. Dus het was onze eigen alles aangelegen om dat schip daar weg te krijgen. Dus ze goudde dingen repereerd, weergegehoord en toen hadden we hem te pakken. We zijn naar de schiebond koos en kustgevaren. Want dan zit je in de loeten en de oppers zeggen wij dan en uit de wind. En toen zijn we voor de wind, zijn we de haven ingefaren. Dus we hebben gevraagd aan hem. Doet je motor het nog? Ja, hij zit me motordoetendag. Zodra als je binnen de pieren van Lowes open, voel aan achteruit slaan. Wat hij had de wind in de kond. Nou, dat deed hij in. En toen kwamen we de nog 9 man an dek met de armen omhoog. Zo blij waren ze binnen waren. Het is ongeveer 5 uur in de 8e tas Kees en Pieter de loeten van Ameland achter zich laten. En de noord zei opvaren. De golven zijn ze hoog als vletgebouwen. En er zijn pikkige meten van 19 meter. Er is ook schade ons aan aan bepaalde boordplattformen, maar ook op 19 meter hoogte. Als je naar buitenvaart, dan ga je eigenlijk over de ontdipte zijn. En dan zit je in de breken de zee. Zijn gewoon vletgebouwen die voorbij komen. Als je bovenin in bent, kun je alles zien. Alleen een moment dat je je een golf dal zit, dan kun je meteen die berg van water op kijken. Wij moeten met het bood de recht standaard door de golf heen. Dan kunnen wij het doorheenvaren. Dan moet je je snelheid goed in schade dat je door de golf heen komt. Maar je wilde ook niet te snel doorheen, want dan moet je meer afgefuurd aan de andere kant. En dan val je 1 kilometer naar beneden. Met die golf hoogt dus ontkom je daar niet aan. Je gaat een stuk naar beneden vallen aan de kant. En ik weet nog dat we contact hadden met de kursvaart. We moeten meteen naar beneden vallen, dan vallen je 1 meter 5 meter beneden. Dan is het lastig communiceerd en slachtig peruipraat door de klap. Slat meer dan midden, de lucht uit je longen. En dan vroeg de kursvaart ook wel de schootgeing. Maar wij zijn eigenlijk redelijk problemlos naar buiten gevaren. Toen we hem op buiten waren, kom je op die per water. En daar breken een golven niet meer. En dan heb je eigenlijk een hele mooie, langen hoge duigning. Het is net een golflagbaat wat niet brekt. Dan is het ongevaling, wil ik direct niet zeggen, maar je kunt er redelijkst te beeligen. Het grootste risico is als het water onttieper wordt. Dan ga een golven naamlijk breken net op strand. En dan wordt het een hele andere verhaal. Het is 7 minuten over 7. De zon komt net boven de horen ieson. Als de andermaar gereden aankond bij de cementina. De bijna 80 meter lange cementkeryr is stuurloos. En dreigt door de harde wind naar de ondieptes geblasen te worden. De gevaarlijke ondieptes. Waar de monster golfen als 20 meter hoge muuren van water breken. Je wordt steeds tijdelig, dan maat het ondieper wordt. En die golv valt op een geregen met omp. Dan breekt die. En daar zit een krachten in, daar is geen scherp op gebouwd, dus je daar verkeert in licht. Wij hebben er eerst een bijgelegen. En meerdere was de Maggie Ehm. Dat is een kaart-fessel, een bevijdagingsschip eigenlijk. Die lacht erin naar bijheid en die zacht kan zo'n sleepverbinding te maken. Mits wij de lijn overzetten de troos. Bij mooi weer is dat zeker niet een hele moeilijke klus. Bij het dusdanige windkracht en golfhoogtus is dat een uitdaging. Daar hebben we een werep lijn aan boord gegooid. En ze hebben geprobeerd die sleeptros aan boord te trekken. Daarbij is die werep lijn gebroken en was dat verbinding ook verbogen. En op dat moment heeft de Maggie Ehm beslooten dat zij niet nog een poor wil doen. Omdat we langzaam er hand op de ondiep te verdagden. Die beslissing betekent dat het dan eigenlijk geen sleut boodhul meer dan wezen is. Dat wij de enigste betij nog zijn die iets kan betekenen voor de Semen Tina. De Semen Tina, met 7 man aan boord, draaft snel af naar het geweld in de ondieptes. De enige die kunnen helpen zijn de vier kaneremmers van de 19 meter lange Anna Margareta. Je kan de bemanning eraf halen. Daar zit ook een risico aan natuurlijk, want die schepen liggen niet netjes teel tegen er aan. Dat gaat behoorlijk heen en weer. Andere optie is en die is genomen over schepen. Er zijn ideeën wel als een verbinding te maken met de Semen Tina, op de voorgand van de Semen Tina. En zijn boeg op zeten krijgen met de richting op zee. En daar kon hij met zijn eigen motor vermogen tegen de Semen Invaren. Onze boten zijn zevende 20 ton die Semen Tina wicht 2000 ton. En dus daar nog hoog en golvlag kun je achteraf vragen dat dat een goede idee was. In een paar minuten bedenken ze een ingenieufsplan. De Semen Tina is stuurloos, maar heeft nog wel aandrijving. Dus als ze met een slepkabel de boeg richting open zee kunnen draaien, dan kan ze op eigen kracht uit de gevaren zonne komen. Wij hebben een sleptroos gelahgelegd op het achterdeck. En toen liep de bemanning van de Semen Tina er achter een toe. Die liep bij de boeg van de schep van daarn was de verbinding vaak moeten maken naar achteren. En dat betekent dus dat ze ons trof's niet aankonden nemen. Toen heeft de schepen ons de binnengeroepen om overleg te hebben. Dat moment zijn we allemaal naar binnengegaan. Ik heb de bakboord bank geopend. Dat is een sitting waar je op kan zitten, maar er zit ook heel veel material in. En daar wil ik een nieuwe werplentje pakken. Moment toen ik die bank open deed, toen hoorde ik een schreeuw van vooren. Van hoe je vast gaan om of vroeg het duigelijks. En die bood die werd gegrepen door een golf. En ik had de bank nog beet en toen voelde ik het schip draaien. Met een dusdaarna gesnellheid dat ik taagd van hier gaan we niet mee terug deraien. En dat gebeurde. De Anna-Margretta wordt door een narschatting 15 meter hoge breker, dwaarsgeslagen en rolton. Ik had de bank nog beet en dan begint me dacht ik van. Ik ga die bank los laten, maar anders valt ik wel heel verder naar beneden. De stuur rutt ik tot dus los achterin, die is er reliefie kan. Hij is circa 3-3 meter, dus je valt eigenlijk deze 3 meter naar beneden. Als je heel lang wacht, wel je een heel lijn naar beneden. Dus ik heb me losgelaten en toen ben ik naar de lager kan gevallen. En zo ben ik rondgegaan over het provolen. En toen kwam de bood weer netjes recht op. Als een boodkapzijt, zou alles regelen op de plek moeten blijven. En toen ik het er een keer als hekatie voorbij komt, maar dat is nog niet zeel her. Het vervelend is dat ik net voor de kapzijs de bakpoet bank open deed om een werplein te pakken. Dus de complete inhoud van die bank veel eruit. En daar staan stond onder andere een greetschap kerst in, er stond een kert werper in en dat ze dingen. Daarmee kun je een lijn over schiet en een ander schip. Met een rekert, daar zit 250 meter tauw in. Die is rond van vorm, en daarom staat er gewoon rons gaat in de plefoon. En daar staat de vierkant gaat in de plefoon van een greetschap kerst. Zo hard zijn ze er nog wel uitgevallen. Maar de complete inhoud van die bank die veel eruit en verspreiden zich door de hele wethein, waardoor het in nog. van een bagaille van de stuurhut. Het was een grootste probleem dat het deur van de stuurhut nog opentoond. We hebben een stuurhut die in principe afgesloot is, dus alles is ook niet waterdicht gemaakt. Dat hoeft ook niet. Alleen als de welwater in lopen en krijg je natuurlijk al die kotsluitingen, aparatuur wat uitvaald en dat soort dingen. Pieter en zijn collega staan los in de stuurhut als het schipkap zeist, maar ze komen er goed van af. Er staat wel een halve meter water in de stuurhut, en een normkabaal van alarm door kotsluitingen in alle apparatuur. Plus a longestil, moment als je bood om slaat, vallen de motoren uit automatisch. En die moet je weer opstaarten als je recht opstaat en dat kosttijd. En dan heb ik het niet over minuten, maar wel zekomen. De motor moet opgestuid worden of motoren. Er zit een kopleng tussen die moet ingeschakeld worden en dan moet je aan de ruiken krijgen. En dan moet je naar het schip met zijn neus op zeemanen vereren. En dat kost meer tijdens wat dat beschikbaar was. De bemanning van de Anna-Margretta herstelt zich omiddelig. Schiper Kees, de broer van Bert, probeert de motor te starten en Pieter stuut snel de deur. Maar dan vallen ze tempereuil aan de tweede brekker en slaap de deur weer open. De tweede draai stond ik op het plafond en toen liep het water lertelig via de deur en ik ben het over mijn lazenheen, de stuurhut in. Moment als het schip weer echt op komt, die deur staat nog steeds zo open. En dan loopt het grootste deel van het water hoe binnen buiten toe. Dus dat ben je weer kwijt. Ook de tweede rol door staansen zonder ernstige verwondingen. Maar wat ze nodig hebben is aandrijving, zodat ze niet langer een speelbal van de golven zijn. Kees probeert opnieuw de motor te starten. En de bemanning doet iets wat ik me amper kan voorstellen. Ze gaan naar buiten. Het deck op van hun stuurloze reidingboot om de sleptrofs naar binnen te halen. Op het moment als je op het deck blijft liggen of helegt in het water, heb je kans dat je me in je inlaat van je water je hebt zuigd en heb je geen aandrijving meer. Dus die wilde eigenlijk naar binnen hebben. Vond ik eigenlijk ook onderkrijg om de schripper ooit binnen want ik wam weer een golvaan. We stonden met zijn drie buiten, de eerste ging naar binnen. De tweede ging naar binnen, ik was de laatste. En op het moment, toen ik bij de deur was, begonnen het schip al te kenteren. En de binnenzijden van de deur, die opestond, zit een stangenstermel om die deur te sluiten met knevels. Die kon ik nog vastgerijpen. Op het moment, toen ik die vast had, toen draaien de botelom. Als ik nu een los laat, dan weet ik niet hoe het met mij afloopt. De Anna-Margaretta wordt voor de derde keer gegreepd door een kolossale breker. Pieter kan zich net op tijd vasthouden aan de metale balken van de deur, terwijl het schip om haar lengte als draaid. Zinbenen bungelen buitenbord. En hij weet dat als hij los laat, de kans groot is dat hij het niet overleeft. De kalkende maaltstrom zou hem nu te lang onder water kunnen trekken. Ik heb enige windservevaring. Dus ik had een beetje die idee, ik weet hoe het is om een windservegiek vast te moeten houden. En dat gaat wel als meest bij windserve met een midden dramatische afloop. Dus ik dacht vasthou net als bij het windserve. Toen begon die botelijden door en het begon water en binnen het te stroom de stuur uit. En dat dan wel benen en binnen toe. In te voelde ik een grote hand op mijn rug. Dat was een collega van mij die trok meen en binnen. Toen zei je samen over het plafond naar voren geleden. En hij heeft daarbij iets geraakt en is daarbij liggenwond geraakt. Half een strad was dat. Toen was ik binnen dan binnen een bedere veiligheid als buiten. Dat was een opluchting. Toen kon een schipper een motor aan de paraat krijgen in het werkstellen. Voor dat de vierde golven was. Toen was de boel 1 dagzins onder controle. Toen hebben we allemaal de deur gesloten. We hebben een plek ingenomen, zei maar op de seats. We was vastgestnoerd en er zijn we eerst de rommel uitgevaren. De breken er zei je nu uit. Toen zei we gaan kijken om alles een beetje stabiliseren. Het meeste apparatuur stond allemaal taroken in de stuur uit. Omdat het dus daar nog veel water heeft gehad in de houten niet van. Het verfeelende daarvan is als alles uit de roken en denk je hoe trek je dan brand. Het laatste wat je wil in die situatie dat je er nog brand bij krijgt. Toen hebben we besloten om dan weg overal de strom af te zetten. Dat is een kwartje van de schakelkaars te open doen en alle automaten naar beneden drukken. Dan is overal een strom af. Nou, dat is dat je ook helemaal niet meer hebt. Maar beter is brand. Met maar één werken de motor kunnen ze niks doen voor de 17a. En ze besluiten om terug te varen. De waren nog een paar alarmspikers die stonden heel hard als gereden. Omdat er overal alarm van de aankwaar me natuurlijk. Die konden we niet er die zetten. Toen heb ik met mijn zaktmesie die spikjes eruit gesneden. En dat was puur. Het is beter voor je oor, maar ook om er rust te creëren aan boord. Omdat wij geen communicatie men hadden. Ajas zijn je afvald uit. Dat is een digitale signal wat uitgezonder wordt. Dan kan de kus wacht ook zien waar je bent. Wat je alsnelf vermist. Pert is na de actie met de opdrift geslagen platboren diesel gaan bunker op schieman ik ook. Daar krijgt hij slecht nieuws. Was op de maarivoon de vuurtoren van schieman ik ook? Die riep kon ik wel om een op. Om haast te maken om die boot af te meer op schieman ik ook. Die is op sleep hadden. Want de aan de magreta was weg. Dus mijn broer met de reiningboot in zijn mannen. Dat hoorde ik. Het schiep zakt onder mijn kond weg. Want dat wil je helemaal niet horen. Je wil niet horen dat dat gebeurt is. Dat die weg is. Dat wil je helemaal niet horen. Dat kan niet. Ik had de ogenblikkelijke drie scenario's. Of hij vat ogen een paar uur hier de haven in. Of hij ze spullen ergens aan. Of ik zie hem nooit betrug. Wat moet ik wel op zijn kis zetten? Dat soort dingen gaan er dan op een stoeien heen. Maar toen dacht ik bij mezelf even kalimpjes. Ik ga een bellen. Dus ik bellen. En toen kreeg ik dus geen gehoor. Hij is er niet meer. Dat is wat je denkt. Terwijl het nieuws begin te dalen, wordt Bert en de bemanning van de Aniakoba-fissor opgeroepen om de koningdillum eenaf te lossen. Die bezig is een platboden in veiligheid te brengen. De groter reiningboot kan dan zo snel mogelijk op zoek naar de vermiste aan de magreta. En zo gebeurt het. Toen die koning wil een mei wegheng, dan heb ik naar groepen naar ze. Zie dat jullie mijn broer vinden. Dus zei ze ja, Bert, wat gaan we ons best doen? Bert en de bemanning helpen de platboden. En dan besluit Bert om terug te varen naar de thuishaven lauers oog. Op een gegeven moment, toen begonnen ze dus bij mij een behoord. Wij moeten daar ook heen. Het is wel jouw broeren die daal ligt. Dat kreeg ik allemaal oor. Jij jongens, ik zeg maar. Dat kan niet. En ze blijven maar doorgaan. En toen heb ik op luister heb ik het schip stilgelegd. Ik zeg jongens, wij kunnen daar niet, wij kunnen daar met dit boodje niet heen. Dat wordt zelf moord. Dat is voor hun niet te bevatten dat ik dat niet doe. Want waarom ga je dan niet? Ik zeg jongens, als wij gaan en het mislukt, dan ben wij ook weg. Want ons vinden ze helemaal nooit met terug. Ik moest hun overtuigen. En ik kan niet mijn concentreer op het varen. En dan hun ook nog eens uitleggen van waarom we niet gaan. Dus ik denk ik moet hem stil leggen en ik moet ze aankijken om het te vertellen. Ze hadden suist van ja, maar dat kent ook niet. Maak het, is toch hier broer. Dan moet je toch heen. Wat hum, gedachtig, ik snap het wel dat ze dat zeggen. Heen, je moet daarna toe. Alleen ik dacht daar heel anders over. Dat kon niet, het kon echt niet. En dat moest ik dus hun. Duidelijk maken. Want toen ik het dus duidelijk had gemaakt en mijn bewegenreden om niet te gaan uithaald gelegd, toen snapte ze het wel. En toen zei ze later op je had gelijk, het had ook niet gekund. De tien meter lange Annie Jakoba zou waarschijnlijk niet goed opgewasen zijn tegen de 15 meter hoge golven op de nordsee. Een moeilijk besluit. Maar wel een goed besluit. Het is half tien in de ochtend als Bert aankomt in het boodhuis van Laos Oog. De kok van de Semen Tina heeft de Anna Magreta's in Kapseisen tussen de 15 meter hoge golven. Nederlandse en Duitser Rellingbooten vliegtuig en helikopten zrukken uit om de Anna Magreta te redden. Om de tussenvaart de vier koppelige bemanning van de Amelantse Rellingboot op één motor terug naar de kust. Net voor dat wij Kapseisen, heb ik nog op mijn telefoon gekeken en daar had ik net werk. Duits netwerk. Dat was eigenlijk de duitsengrens. Tidee was, mijn telefoon was nog de eneste wat het deed, de rest dat allemaal water schade. Om met mijn telefoon de kustwaard of de bandaren of iedereen ook met de Belen om te melden dat wij in orde waren. Vervelend was dat dat anderhalveel geduurd heeft voor dat wij in bereik waren van een netwerk dat ik bellen kon. En dat komt omdat wij reelig aan de noorlijke kant terug zijn gevaren, de veilige kant. Om 11 minuten voor halve elf, twee uur naar dat ze drie keer over de kopvarege gaan, heeft Pieter Bereik. En belt ie de zeven keer centrale in de vuurtoorden van terschelling de brandaren's. Hebben we mijn verhaal gedaan. Die heeft de kustwaart in geleerd en meenemde doorgegeven. Ik heb in het ritel een had ik de kustwaart aan de telefoon. Die man was nog wel wat gepiekt, want we hadden nog wat in het werk gesteld. Maar er waren heelies naar ons op zoekenmiddels. Er hebben er een uitgelegd wat situatie was, wat gebeurd was. Dus toen had hij ook wel begripte voor. Daarna de kustwaart aan de lijn gehad, toen hadden we nog een iets wat hagelijk onderneming. We moesten nog naar binnen toe en dan heb je weer de breken van achter de nin. En op twee metoren kunnen we eruit een grote zee voor houden, maar niet op een motor. Op een motor schou je officieel een stapzak. Dat is eigenlijk een soort van sleep-aanker uit moeten zetten, aan een sleep-lein. Zo dat de achterkant van het schip altijd op zee blijft, zodat je niet twaars kan komen dat de golf je onderhold. Alleen die sleep-saak die hebben achtergeladen ergens bij de kapsijs, die was niet meer in ons bezit. Dus die kon er ook niet uitzetten. De naast was de ambitie ook niet heel groot om binnenbuiten te gaan in dat ding uit te zetten. Dat moesten de deur weer open. Dus wij zijn binnengekomen op één motor met een zee in de kond. En bij grote breken hebben we het schip ongekeerd. We hebben de koppepzee, breken gepakt, weer omgedraaid en weer naar binnen. Dat duurt het paar seconden, maar je moet weer omdraai voor de volgende golf. Er hebben een keer of vier, vijf gedaan, denk ik. En toen was het de neusrichting de kant en vol gas op één motor en we hopen dat het goed komt. We zijn daar bijna weergerold, gelukkig niet helemaal, maar wel op de kant gestaan. Zo zijn we binnengekomen. In middel hadden we een heleboven ons. Het ligt gewonde persoon bij ons, heeft hij eraf gehad, die is net het dochtergezane bij Ameland. En toen waren we dan met zijn drieën over. En toen kwamen we in een rustige positieijlige bewaderszee dat iedereen even bellen kon met naast het. Toen kreeg er wij via het kustwachtcentrum te horen dat ze een contact met ze hadden gehad via de telefoon. Wie vijf hij ja kom bergd aan het telefoon nummer van Peter en krijgt hij man de lijn. Ik zeg West, niet bezig. Ik zeg gaat het gaat. Ik zeg wagen jullie naartoe. Ja dat weten we eigenlijk nog niet. Ik wil me verder nergens met bemoeie, ik zeg het is case in beslissing, ze hebben me kon als je bliv naar lauze hoog. Dus een hore kan dat zeggen. Ik hee jouw broer hier aan het telefoon. Die zegt dat we beter naar lauze hoog kunnen komen. Ja, gaan we ook doen. Ik word het op snel. Gelukkig, hij snelt nog. Hij is er nog, nou dat is gewoon geweldig. Zij zaten ook in de hel, he? Met één motor. Als jij één motor verliest van zo'n boot heb je nog minder, dat is de helft van je snelheid. En als daar zei je lopen van 10-12 meter. En vooral en dat gaat dat tussen namen wat misschien met een koging. Daar ga je een idee met je broerbellen. Hoe goed je het wel is, dat doe je niet, dat had er geen tijd voor. Om 20-12 vaarten toegetakel de Anna-Margaretta op één motor de haven van lauers hoog binnen. En daar zeer je dat trist de aanblik van die boot bij die trossen drie keer aan mijn emen. Daar kun je precies in, dat die sleutel was, dat drie keer aan mijn gedraaien. En de alternaties lauw draaien. Zou er ook helemaal geen centa-appertuur bij, had hij zadaar er niks meer. Ze zijn puur op gevoel, ze zijn ze in de binnen toegevaren. Dus ik lopen die stijger af en dat stond ook allemaal mensen op dat pontoon waar hij zou afmeeren. En hij komt tegen een pontoon aan en ik sta op erop. Dus toen kom ik bij mijn de stuurhuis. De eerste werd ik helemaal zei, zei ik ze, wil jij dit nooit meer doen? En toen knapte die. Ja, hij moet je nou eens kijken, alles is kapot. Ik zei wat ik heb met het verrekken dat dat allemaal kapot is. Ik zei, jij bent er nog en dat is allerlang belangrijkst. Moet je houden. We hebben het blij. Ik ook. Allerbij. Waarom bij blij? Ze waren nat, ze waren koud. Dus ik heb gelijk bij ons in loos over het restaurant gebeld. Ik zei dit moet zoep en koffie komen, want dit kan je zo niet. Nou, we hebben ze allemaal droge kleren gegeven en gegeten. Ja, op aan de hamelad zaten ze natuurlijk ook allemaal in zaken naar huis. Dus toen heeft de inspecteur die heeft ze naar de verboo toegebracht. Zodat ze snel weer naar huis te konden naar hun gelieften. De duurse redding maatst gafij bekommert zich om de cementina. haar bemanning wordt door een reddingse helikopter veilig van boord gehaald. En na de storm brengt een slebboot het schip naar harlingen. En wat jammer is van zo'n actie, het is natuurlijk een verhaal. Alleen kwamen er natuurlijk niet binnen het doel om ons om te kapsijzen daar. We kwamen er het doel om mensen te redden. En het eigenlijk is het natuurlijk niet gelukt. Wat we moesten onszelf redden. De andere schepen waren ondek bed en schimmelijke koffen in één saal. Die zijn er heel een nacht en taal geweest om wel schepen te redden en mensen. En dat vind je natuurlijk jammer dat ons niet gelukt is. Met goede afgelopen zijn geen doodige fall of het helix. Maar dit was niet waar we voor kwamen natuurlijk. Kees is in 2018 overleden. Ik vraag Berts of hij nog vaak terugdenkt aan die dramatische novemberdag. Waar hij heel close altijd met elkaar. En we hebben daarna wel heel veel gebeld. We zijn er nog een paar keer uitgenoderd voor een fortelle visieprogramma's. Om daar mee te werken hebben we gedaan. En dat was grap op elke keer als dan een of fanbber was. Dan apptevend elkaar even. Het is beter weer als toen. En ja, dat. En dan ga ik gewoon weer door. Het leven gaat door. Tuurlijk, als het slecht weer is, dan denk je dan wel eens over na. Als je van andere stations wat hoort als er iets gebeurt, dan komt het wel weer boven. Dat je vergeten doet nooit weer. In elke jaar op een of fanbber dan denk je daar even aan. Ik stuur nog geen appjes meer, want hij is niet meer. Maar toch denk je daar aan. Ik krijg nog wel eens van mijn eigen bemanning toen de tijd nog wel eens een appje. Op die dag. Dus nou, bij het er weer als toen. Dat soort appjes krijgen dan. Dus vergeten doet nooit weer. En pieten vraag ik welke lessen hij heeft geleerd uit dit avontuur. De tijd was hij begin twintig. Nu is hij zelf schipper bij de KNRM. Een hele hoop. Een hele hoop. Daar gaat niet één ding fout voor dat je drie keer om gaat met je boot. Dat zijn er een stuk of tien. En dat zijn allemaal kleine dingen die staples erop. En dat er ontstaat zich in zo'n wiet. Je moet je zelf niet overschatten. Dat is een belangrijk ding. Goediekeuses maken. Ook de techniekant is een hoop gewijzig nog. Ook op onze boot. Maar ook voor toekomstige booten. We zijn nu met ontwikkeling bezig van een nieuw type. Daar komen dingen naar voren. Wat voorgekomen uit deze kapzijs. Ze willen nu de motoren doorlaat het draaien moment dat het schip om gaat. Dan heb je eerder weer controle over je boot. Bepaalde componenten in de stuurhut zijn beter water tegenmaakt. Mocht het nog een keer voorkomen. Dan toet nog meer rapportuur het. Na zo'n kapzijs. Ondanks dat de water in de stuurhut komt. Je moet echt goed nadenken als schipper over beslissingen wat verstandig is en wat niet verstandig is. Dat maakt het gezegd. Maar als je je alarm krijgt en je wordt geacht uit te varen met de windgrag 12 en 1500 meter, dan neem je een risico. Dat risico kan zijn dat je met dit soort afloop kan. Dat risico blijft ook. Maar dat moet je wel proberen zoveel mogelijk uit te sluiten. Over de andere kant moet je risico neem om mensen te redden. En dan moet je een goede aaveging je maken. Dit is misschien een vervelende vraag, maar is dit allemaal de verantwoordelijkheid van de toemalen geschipper? Toen ik in de schipper verantwoordelijk voor zijn schipper is een bemanning. Maar ik denk dat er maar één slechte beslissingen is in dat het geen beslissing. Je moet een beslissing nemen in soms er second of five. Dan gaan mensen achteraf anderhalve jaar over nadenken of die beslissing goed was. En dat vind ik wel als moeite meen met dat het rapporten. Dan zeggen dat ze iets fout hebben gedaan. Iedereen heeft zijn best gedaan, iedereen heeft zijn ding gedaan en gehandeld zoals zij dachten dat het aan het gemoeten. Zouden we achteraf denken aan het doen? Ja, wat anders hadden we niet op de kopgestaan. En tot zover deze aflevering. Dank je wel Bert en Pieter voor de delen van jullie verhaal. Volgende week zijn we weer terug dan met het verhaal van de herretel Free and the Price die verging voor de kust van Zebruggen. De grootste zeeramp ooit voor de Belgische kust, 133 mensen kwamen om het leven. Vrachtwagen chauffeur Aari vertelt hoe hij ontsnapt aan de verdrinkingsdoot en behoorde de verhalen van de onvermoebare redders. Wil je geen aflevering missen, abonneer je dan op deze serie en laat vooral weten wat je van deze aflevering vond. Heb je een vraag of wil je iets kwijt? Behoor de graag van je. Je kunt meelen of onze voorsmel in te spreken. De info vind je in de beschrijving van deze podcast. We bedanken Fisherman's Friend voor het mogelijk maken van deze podcast. De Kana Rem bestaat alleen dankzij Donaturs. Steuende vrijwillige redders op zee ook en wordt Donatur via Kana Rem.tunnel. Deze podcast is een productie van PMP-media. Ontaar je en regie door Tvand Mensink. Mix en Maastar door Basmelis en Carlos Dallafjoren. Mijn naam is Rulofem. Bedankt voor het laatste. Așture.

Podcast Summary

Key Points:

  1. - In de nacht van 1 november 2006 raast een storm met orkaankracht over de Wadden, met recordhoge waterstanden en golven tot 19 meter. - De KNRM-reddingboten van Ameland (Anna-Margareta) en Lauwersoog (Anni Jakoba Visser) worden ingezet om meerdere schepen in nood te helpen. - Schipper Bert en zijn bemanning redden een platbodem en een tweede schip dat op drift raakt, waarbij ze vechten tegen extreme omstandigheden. - De Anna-Margareta, met onder anderen schipper Kees (Berts broer) en Pieter, vaart uit om een cementenker (de Cementina) te assisteren, die stuurloos is geraakt. - De Anna-Margareta slaat tweemaal kapzij (over de kop) in golven van 15 meter hoog, waarbij de bemanning zwaar wordt getroffen maar zonder ernstige verwondingen blijft. - De redding slaagt uiteindelijk: de Cementina wordt met een ingenieuze sleepverbinding op eigen kracht uit de gevarenzone gebracht en 56 mensen worden die nacht gered.

Summary:

In deze podcastaflevering van "Redders op zee" worden de dramatische reddingsacties van de KNRM tijdens de stormnacht van 1 november 2006 beschreven. De storm bereikt windkracht 12, met golven tot 19 meter hoog en een recordhoog waterpeil. Schipper Bert van de Anni Jakoba Visser uit Lauwersoog assisteert een platbodem (de Risico) en later een ander schip (de Onderneming) dat op drift raakt.

De bemanning werkt onder extreme omstandigheden, waarbij trossen knappen en ze steeds opnieuw moeten handelen om schepen en bemanningen te redden. Tegelijkertijd vaart de Anna-Margareta uit Ameland, met schipper Kees (Berts broer) en Pieter, om de cementenker Cementina te helpen, die stuurloos is geraakt. De tocht naar zee is hels, met brekende golven en constante dreiging.

Terwijl ze proberen een sleepverbinding te maken, wordt de reddingboot tweemaal door een enorme golf kapzij geslagen. De stuurhut loopt vol water, apparatuur valt uit en motoren moeten herstart worden, maar de bemanning raakt niet ernstig gewond. Dankzij een moedig plan wordt de Cementina uiteindelijk met een sleepkabel op eigen kracht uit de ondieptes gedraaid.

Die nacht worden in totaal 56 mensen gered, wat de moed en toewijding van de KNRM-vrijwilligers onderstreept.

FAQs

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij is een organisatie van vrijwilligers die al bijna 200 jaar levens redden op zee.

Tijdens een storm met orkaankracht over de Waddeneilanden werden 56 mensen gered. De reddingboot Anna-Margareta kapseisde drie keer in golven van meer dan 15 meter hoog.

Er waren vier bemanningsleden aan boord: Kees, Paul, Jan en Pieter.

De boot werd gegrepen door een naschatting van 15 meter hoge breker, waardoor hij dwarsgeslagen werd en rolde.

Ze wilden een sleepkabel aan de boeg van de cementina bevestigen om deze richting open zee te draaien, zodat het schip op eigen kracht kon varen.

De tocht duurde bijna drie uur vanwege de extreme weersomstandigheden.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.