Go back

Podcast #131: NT2 - DEEL 1 (B1)

13m 28s

Podcast #131: NT2 - DEEL 1 (B1)

De spreker, Martijn, introduceert de Dutch Today podcast, ontstaan uit zijn wens om kennis van een NT2-opleiding vast te houden. Hij benadrukt dat luistervaardigheid in het Nederlands complex is door elementen als klemtoon, intonatie en informele uitspraak (bijv. "feestje" uitgesproken als "feessie"), wat voor taalleerders verwarrend kan zijn. Cultuurverschillen en ongeschreven verwachtingen (zoals studeervaardigheden) spelen ook een rol. Bij spreken zijn planning, formulering en articulatie snel nodig, wat tot spreekangst leidt. Vloeiendheid betekent niet perfect zijn, maar begrepen worden. Hij adviseert om te oefenen met strategisch luisteren (bijv. via interviews) en in ontspannen gesprekken, waarbij herhaling vertrouwen geeft. De focus moet liggen op communicatie, niet op foutloze grammatica.

Transcription

1825 Words, 10496 Characters

Dutch
Ik lees graag boeken en ik lees altijd twee boeken tegelijk. Ik lees altijd een roman en een non-fixi-boek naast elkaar. Wanneer ik dan wil lezen om het te ontspannen, pak ik de roman. En wanneer ik wil lezen om iets te leren pak ik een non-fixi-boek. Het is dus de bedoeling dat ik iets hiervan onthoudt. Maar wanneer ik in een gesprek zit en denk 'a, over dit onderwerp weet ik iets, want hier heb ik een boek over gelezen'. Dan realiseer ik me dat ik me niet kan herinneren wat ik hier nu over gelezen heb. Je kunt natuurlijk aan tekeningen maken van een boek wanneer je het leest, maar dat is veel werk. En daar heb ik lang niet altijd zin in. Ierder dit jaar heb ik een opleiding afgesloten voor docent NT2. Daarvoor moest ik een dikboek lezen over het leren van Nederlandse. En omdat het zonde zou zijn om dit allemaal weer te vergeten, heb ik besloten hier een podcast over te maken. Welkom bij de podcast. Ik ben Martijn en jij luisterd naar de Dutch Today podcast. Je kunt deze podcast beluisteren op twee niveaus. A, twee en bij één. Jij luisterd naar de beeenversie. Om de week komt er een podcast van een ander niveau gratis op Spotify. Maar wil je alle podcasts van een niveau volgen, de transcripties ontvangen, met extra oefeningen en moeilijke woorden leidsten? Kom dan op Patreon. Daar kun je lid worden van één van de niveaus of als je alles wilt ontvangen voorbijden. Kom daar kijken als je daar interesse in hebt. Steun je de podcast al op Patreon, dan wil ik je heel hardelijk bedanken. Ik deel de podcast vandaag op in de verschillende onderdelen van mijn opleiding. Twee onderdelen in ieder geval, zodat ik je hopelijk zo veel mogelijk kan vertellen dat interessant is voor jou als student. Ik begin met de eerste vaderheid, de belangrijkste luisteren. Wanneer je een nieuwe taal leert en je nog bijna gwoorde kent, praten mensen altijd te snel. Dit is omdat jou hersenen nog niet snel genoeg alle informatie in een andere taal kunnen verwijken, maar of je het begrijpt of niet, ligt niet alleen aan hoeveel woorden je kent. Je luisterd namelijk ook naar andere signalen van de spreker. Dit zijn klemtoon en intonatie. Klemtoon betekent welk deel van een woord of zin sterker wordt uitgesproken en intonatie betekent of de stem omhoog of omlaag gaat bij een woord. Dit werkt in andere taalen vaak anders dan in het Nederlands, waardoor je een signal verkeerd kunt interpreteren, verkeerd kunt begrijpen. Veel van mijn studenten kunnen geen goede vraag stellen omdat ze de klemtoon op het vraagwoord leggen. Wat ga je doen? Dat zouden Nederlanders nooit zeggen. Dador begrijpen mijn studenten deze vraag van Nederlanders minder goed en andersom. Ook zeggen Nederlanders worden vaak anders dan ze geschreven worden, zoals feestje en de n na een schwa, een u geluid. We zeggen niet Lopen, maar Lopen. Zomgenletters hebben ook geen betekenis in jou eigen taal, maar wel in het Nederlands. In het korians is er bijvoorbeeld geen verschil tussen de P en de F. Na welke muziek luister je? Punk of funk. Dan hoor je het verschil ook niet in het Nederlands. Dat kost tijd en hiervoor moet je veel oefenen met luisteren. En bespreken niet alleen niet alles uit, zoals we het schrijven, we gebruiken soms ook gereduiseerde vormen. Kortere vormen van woorden, als i voor hij en u het voor het. We zeggen vaste combinaties van woorden vaak sneller, omdat andere Nederlanders al weten wat we gaan zeggen, zoals bij uitrukkingen, als zal ik maar zeggen, omdat dit altijd hetzelfde is, willen Nederlanders hier minder tijd aan besteden, en zeggen ze, z'n maar zeggen, niet zal ik maar zeggen. Dat is geaccepteerd omdat wij Nederlanders het allemaal op deze manier doen, maar als je de taal begint te leren, is dit heel verwarent. Waarom zeggen jullie het niet zoals het hoort? Denk je dan misschien. Luisteren is natuurlijk ook moeilijker dan lezen, omdat je niet even terug kunt gaan in de zin, en iets nog een keer kan luisteren, zoals dat wel kan met lezen. Een goede oefening om te doen is bijvoorbeeld te luisteren naar iets dat ik zeg en de woorden te tellen. Daarna kun je in het script kijken hoeveel woorden ik eigenlijk gesproken heb. Het is natuurlijk makkelijk om te luisteren naar mensen die heel langzaam spreken en alle letters uitspreken, zoals ze worden geschreven, maar dit is geen goede oefening omdat niemand in het echte leven zo praat. Toe dit dus zeker niet meer nadat je voorbij niveau A1 bent. Anders kun je woorden verkeerd, op slaan en verkeerd herinneren. Dan verstaai je feestje, maar niet feestje. Het beste is ook om te oefenen met luisteren met een spreekpartner. Je luistert namelijk anders, wanneer je zelf ook moet spreken. Dan luister je strategisch, omdat je luistert met een doel. Je wilt niet alleen begrijpen wat de ander zegt, maar ook bedenken wat je terug kunt zeggen. Iets dat luisteren in echte situaties ook moeilijk maakt, is iets dat ik op de podcast niet gebruik en dat is de stoplap. Dit is een nieuw woord, maar je weet eigenlijk al wat een stoplap is. Nou, oefen denken. Worden of combinaties van woorden die mensen gebruiken, wanneer ze even moeten nadenken over wat ze zeggen. Veel spreekers spreken een beetje rommelig, en dat is jouw probleem als luisteraar. Net als het feit dat Nederlanders vaak een false start maken wanneer ze spreken. Ze zeggen dat ik bedoel, we zeggen dan iets, en veranderen de zin halverwege. Dat is ook jouw probleem als luisteraar. Want houdt dat je niet alles hoeft te begrijpen. Als je maar goed antwoord kunt geven of de boodschap van de spreker kunt begrijpen, dan verstaai je genoeg. Wat moeilijk is bij elke vaderheid, is natuurlijk de cultuur. Je moet ook iets weten over de cultuur van de mensen die de taal spreken. Niet in elke cultuur bestaan dezelfde culturele concepten. Ik heb soms bij voorbeeldstudenten die het woord huis die er niet goed begrijpen. Wat doet een dier in huis, denken ze dan? Een andere plaats dan in Nederland. Hetzelfde geldt voor studiefaardigheden. Veel docenten vinden het normaal om te zeggen "Bereit deze woorden, deze woorden, deze woorden, voor volgende week, voor." Zij verwachten dan dat studenten begrijpen, dat ze de betekenis en spelleng uit hun hoofd moeten leren. Maar als je niet hebt leren leren, dan denk je misschien dat je de woorden op een lijstje moet schrijven en meenemen naar school. Een manier om dit een beetje te oefenen, is door naar interviews met mensen te luisteren op YouTube bijvoorbeeld. Luister naar de vraag en zet de video dan op pauze. Bedenk zelf wat de spreker nu kan gaan zeggen. Wat het antwoord zou kunnen zijn. Voor spell wat de persoon gaat antwoorden, en luister dan naar het antwoord. Omdat je zo de juiste woordenschad activert in je brein is het ook makkelijker om te verstaan wat de geinterviewde antwoord. Als je met een andere persoon samen studeert, kun je allebei naar een aparte video kijken. En daarna kun je elkaar een korte presentatie geven over wat er in de video gezegd is. Luister naar de ander en kijk dan samen de video terug om te zien of de presentatie goed verstaat. En luisteren hangt natuurlijk heel nou samen met spreken. Het leuke is dat je beter gaat spreken door meer te luisteren. Dat gaat een klein beetje automatisch. Bij spreken gebeuren er heel snel drie dingen in je brein. Je plant, je formuleert en je articuliert. Dat betekent, je denkt over wat je wilt zeggen, je denkt over hoe je het wilt zeggen en uiteindelijk zeg je het. Dit is heel veel werk voor je hersenen. Wanneer je plant moet je bijvoorbeeld niet alleen denken over wat jij wilt zeggen, maar ook over de voorkennis, over wat de voorkennis is, van de andere persoon. Met andere woorden gaat de luisteraar jou begrijpen. Bij het formuleren moet je denken over grammatica en woordvolgorde. Bij moedertaal sprekers gaat dit automatisch, maar als je een taal leert kost dit meer energie en tijd. En wanneer je de zin uitsprekt moet je hersenen die juiste geluiden maken. Dat noemen we phonologisch coderen, die juiste geluidscoden maken. Je brein mognitort dit proces constant. Als je brein wat meer tijd nodig heeft maak je een stoplap. Dan zeg je bijvoorbeeld, in je moedertaal spreek je gemiddeld 6 lettergrijpen per seconde. En in je tweede taal gaat het langsamer en spreek je misschien 4 lettergrijpen per seconde. Daarna moet je gaan denken over de volgende zin. Bij moedertaal sprekers is dit geautomatiseerd. Het brein van een moedertaal spreeker begint de volgende zin te formuleren terwijls de eerste zin uitspreken. Daarom voel je wanneer je Nederlandse moet spreken vaak veel druk. Het gesprek heeft een tempo en jouw werkgeheugen is daar nog niet snel genoeg voor. Werkgeheugen is wat ze bij een computer ramnomen. Het tijdelijke geheugen voor informatie die je voor een taak nodig hebt, waar je op dat moment mee bezig bent. Omdat dit moeilijk is heeft iedereen die een taal leert spreekangst. Dat is normaal. En soms is angst goed omdat deze je laat focusen, maar niet bij het spreken van een taal. Daar moet jij geen stress voelen. Als je stress voelt, dan vergeet je de juiste uitspraak en luister je niet meer naar de persoon met wie je spreekt. Dan raad je werkgeheugen over belast en focus je alleen nog maar op woorden en grammatica en die zijn juist niet het belangrijkste. Dan kan je gesprekspartner je niet meer begrijpen. Probeer vooral te spreken met mensen die goed naar je luisteren en geen gestressed gevoel geven. Als je docent je stress geeft bij het spreken, doet je docent iets niet goed. Een andere manier om minder stress te voelen is een oefening meer de rekeer doen. De eerste keer is altijd de moeilijkste. Wanneer je het meer de rekeer doet, zullen je zien dat de woorden steeds sneller uit je momselen komen. Oefen worden niet alleen maar in vaste zinnen. Daardoor wordt je fluiend. En wat betekent fluiend? Veel mensen denken dat dit betekent dat je een taal perfect sprekt, maar dat klopt niet. Als je alles altijd helemaal goed zegt en schrijft volgens de spelling en grammatica, dan ben je akurat. Ben je fluiend, dan kunnen mensen begrijpen wat jij bedoelt. Dan ben je communicatief adequat. Het belangrijkste is niet de correcte grammatica, maar de juiste uitspraak en de juiste context, want je praat niet tegen jezelf. Je moet ook letten op de situatie. Wie is de andere persoon? En wat willen ze vangen? Concentreer je dus op hoe je woorden zegt en in welke situatie je ze zegt. Heel veel succes. Volgende week de volgende aflevering over Nederland's als tweede taal. Tot dan. Doei!

Podcast Summary

Key Points:

  1. De spreker leest zowel romans als non-fictie en maakt een podcast (Dutch Today) om kennis uit een studieboek over NT2-onderwijs te behouden en te delen.
  2. Luistervaardigheid in een nieuwe taal wordt beïnvloed door klemtoon, intonatie, uitspraakverschillen, gereduceerde vormen en culturele context, niet alleen door woordenschat.
  3. Spreken vereist planning, formulering en articulatie, wat stress en spreekangst kan veroorzaken; vloeiendheid draait om begrijpelijke communicatie, niet om perfecte grammatica.
  4. Effectieve oefeningen zijn strategisch luisteren (zoals voorspellen van antwoorden) en veel oefenen met geduldige gesprekspartners om vertrouwen en automatisme op te bouwen.

Summary:

De spreker, Martijn, introduceert de Dutch Today podcast, ontstaan uit zijn wens om kennis van een NT2-opleiding vast te houden. Hij benadrukt dat luistervaardigheid in het Nederlands complex is door elementen als klemtoon, intonatie en informele uitspraak (bijv. "feestje" uitgesproken als "feessie"), wat voor taalleerders verwarrend kan zijn.

Cultuurverschillen en ongeschreven verwachtingen (zoals studeervaardigheden) spelen ook een rol. Bij spreken zijn planning, formulering en articulatie snel nodig, wat tot spreekangst leidt. Vloeiendheid betekent niet perfect zijn, maar begrepen worden.

Hij adviseert om te oefenen met strategisch luisteren (bijv. via interviews) en in ontspannen gesprekken, waarbij herhaling vertrouwen geeft. De focus moet liggen op communicatie, niet op foutloze grammatica.

FAQs

Luister naar authentiek materiaal zoals interviews op YouTube, oefen met het tellen van woorden in gesproken tekst en vergelijk dit met een transcript. Vermijd te langzaam gesproken materiaal na niveau A1, omdat dit niet realistisch is.

Klemtoon bepaalt welk deel van een woord of zin sterker wordt uitgesproken, en intonatie verwijst naar de stijging of daling van de stem. Ze zijn cruciaal omdat ze betekenis kunnen veranderen en anders werken dan in andere talen, wat tot misverstanden kan leiden.

Oefen regelmatig om vertrouwen op te bouwen en spreek met geduldige gesprekspartners die geen stress veroorzaken. Concentreer je op communicatie in plaats van perfectie, want vloeiend spreken gaat over begrijpelijkheid, niet over foutloze grammatica.

Een stoplap is een woord of zin die sprekers gebruiken tijdens het nadenken, zoals 'nou' of 'ehm'. Dit kan het luisteren bemoeilijken, maar het is normaal; focus op het begrijpen van de boodschap in plaats van elk detail.

Cultuurkennis helpt bij het begrijpen van concepten die niet in elke cultuur bestaan, zoals 'huisdier' of studeervaardigheden. Zonder deze context kun je woorden of instructies verkeerd interpreteren.

Door veel te luisteren, ga je automatisch beter spreken omdat je patronen en uitspraken opneemt. Oefen met strategisch luisteren, zoals het voorspellen van antwoorden in interviews, om je woordenschat en begrip te activeren.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.