Go back

Op zoek naar Marlotte (4) – Het ziekenhuis

38m 45s

Op zoek naar Marlotte (4) – Het ziekenhuis

Het onderzoek van de Zemlappelkast naar het verhaal van Marlotte leidt tot de conclusie dat het verhaal niet echt is gebeurd. Het ziekenhuis in Beeverwijk bevestigt dat er geen patiënt Marlotte heeft bestaan die drie en een half jaar is opgenomen. Documenten zoals appgesprekken en medische registraties bevatten ongepaste en onjuiste informatie, met foutieve termen en scenario's die niet overeenkomen met de praktijk in de zorg. De contactpersonen zoals Annika en Roos zijn niet officieel erkend, en het bestaan van een klachtencommissie is ongegrond. Roos wordt beschouwd als een persoon met een neiging tot fantasie en verhaalverzonning, wat een verschijnsel genaamd pseudologia fantastica is. Een psychiater bevestigt dat dit een symptoom is van verlies van realiteit en complexe fantasie, geen ziekte. De onderzoekers besluiten om Roos en Maare te confronteren, maar gaan voorlopig stoppen met het onderzoek om het vertrouwen in de zorg niet te schaden. Ze willen niet openbaar maken dat Marlotte nooit bestaat, zowel om het vertrouwen in zorginstellingen te behouden als om de gevoel van de betrokkenen te beschermen. Het verhaal wordt geïnterpreteerd als een verzorgde, fantasievolle constructie, waarin veel verhalen op elkaar aansluiten, maar die niets met de werkelijkheid te maken hebben. De uiteindelijke conclusie is dat het verhaal een product is van een persoon met een complexe fantasie, en niet een echte gebeurtenis.

Transcription

5762 Words, 32222 Characters

Dutch
Dit is een podcast van MPO-luister en Bienenvaren. Incident ondervog Dijschool, vriendenstraf, kleven, oh ja. Kleven, kwaak over de grens. -Ja, daar kwam dan de vader vandaan. Op de redactie van Zembla, met de rode kasten, witte bieros en de zwarte stoelen, staat nog steeds het grote whiteboard waarmaag neetkaartjes met woorden op zijn geplakt. Orde, het transformant is dat daar niet. -Ja, dat is die secte zweren daar als de moeder vandaan. Dit bord is onze Mindmap. Het zijn onze aantekeningen van het onderzoek naar Marlotte. Telfens als we over het onderzoek spraken, plakten we er een paar kaartjes bij. De bizarre dit bord, omdat zo te zien, met al die. Ja, wat vind je bizarre? Er gaf de hoeveelheid aan lijnen. Roel of en ik kijk je naar het bord. Ergens helemaal aan de rechterkant zit een grijsmagnetkaartje. Het is één van de eerste kaartjes die we op het bord plakten. Er staat op, is dit echt? Is dit echt uitroepdeken, vraagteken? Is dit echt gebeurd? Dat, natuurlijk stelden we die vraag. Maar wat ook wel belangrijk is dat wij natuurlijk ook wat ervaring hebben en zeker in jeugdszaag verhalen en in juistietie verhalen en gegezet verhalen. De werkelijkheid vaak nog erger is dan je kunt bedenken. Eerder vertelde ik je al dat Roelof, voor dat hij eindredakteur werd van Zembla, veel onderzoek deed naar misstande in de jeugdzorg. Dat hingen hier ook altijd wel echt boven en dat was ook wel zo. Dat ik bezel veel mensen heb gesproken, hoe jullie deed het onderzoek. En ik moed als eindredakteur afstand houden. Ik kon toch niet laten om aftoen mensen te spreken, bronnen van vroeger, mijn namen uit de politie en jeugdszaag wereld. En die hielden met dat ook steeds voor. Van luister wat wij in de praktijk mee maken, wat vaak niet in buiten komt, is vaak nog veel erger dan je kan verzinnen. Het verhaal van Marlotte is schuulijk. En het is onvoorstelbaar dat een meisje zo aan haar lot wordt overgelaten. Maar dat hoeft niet te betekenen dat het niet is gebeurd. En toch is die vraag, is dit echt gebeurd? In ons onderzoek al tijd aanwezig geweest. Maar kijk, is dit echt wat daar op beboord staat? In principe is dat voor ons het taak om dat bij iedere verhaal die vraagt te stellen. Het staat alleen niet altijd op het beboord. Dus het heeft een reden in het daad dat het hier wel bij hebben gezet. Omdat het zo uitzondelijk verhaal was, maar juist door dat het zo uitzondelijk was, heeft er ook eens over eens ingestoken, want als het wel waard is, dan moet het naar buiten. Als het verhaal van Marlotte echt is gebeurd, dan moet het naar buiten. En het is onze taak als journalisten om uit te zoeken wat er precies is gebeurd. Maar we lopen vast. Ik neem je mee terug naar het moment waar we zijn gebleven naar aflevering 3. We kunnen niet vinden waar Marlotte op school heeft gezeten. Hernaam komt niet terug in openbare registers. De foto die we hebben van Marlotte is de foto van een ander meisje. Een verpleeg kunnen die betrokken was bij de zorg van Marlotte, is niet wie ze zegt dat ze is. Wat betekent dat? Betekent het dat we harder moeten zoeken? Of betekent het dat we anders moeten zoeken? Dat we ervan uit moeten gaan, dat het verhaal niet echt is gebeurd. En dat we dat moeten aantonen. Maar hoe doe je dat? Hoe vind je bewijs voor iets? Dat mogelijk niet is gebeurd. Ik ben Lizzie Dierks en dit is de Zemla podcast op zoek naar Marlotte. Aflevering 4. Het ziekenhuis. In de vorige aflevering vertelde ik je dat ik contact heb opgenomen met het brandwondencentrum in Beeverwijk. Het ziekenhuis waar Marlotte 3,5 jaar zou hebben gelegen. Ik heb contact met de pers voorlichter en vertel in grote lijnen het verhaal van Marlotte, zonder dat ik te veel weggegeven. Wel zeggen dat we twijfelen aan de echtheid van het verhaal. En dat we daarom in gesprek willen. De pers voorlichter zegt dat ze zo snel mogelijk gaat kijken met wie we om te hapsel kunnen. Kijk, ik heb even een hele hoort gehad. Dat is ook het voor jouw, en ik heb ieder geval de basis voor gesprekken, dat dan echt helemaal een paar zoveel vinden. Maar dat kan er even om de meel zetten, dat dat niet kan. Ik stuur nog een e-mail met een lijst met gegevens. Ik vraag of het e-mail adress waarmee Annika heeft gemild, info [email protected], door het ziekenhuis wordt gebruikt. Ik vraag of er een speciale WhatsApp-service is geweest voor naast het tijdens de coronapereioden. Ik stuur een lijst met telefonemers waarmee Annika contact heeft gehad. Met de vraag of die ooit door het ziekenhuis zijn gebruikt. Ik vraag of het klopt dat de postkamer in coronatijd gesloten is geweest. En ik vraag of een rose, ooit als verpleegkundige in het ziekenhuis heeft gewerkt. De pers voorlichter stuurt binnen een quartier een meldje terug. Westen Lizzie, we zijn al druk aan het checken en de informatie roept veel vragen bij ons op. We gaan graag met jullie in gesprek. Is morgen middag ergens tussen twee en vijf mogelijk voor jullie. Dus stappen Lizzie en ik de volgende dag in de auto. En we rijden naar het brandwonden centrum in Beeverwijk. We zijn gespannen. Wat gaan we te horen krijgen? We zo. Nou, dat laat ik deze appartuur in de auto. Let's go. We nemen het gesprek niet op. We praten met elkaar op achtergrondbasis. We moeten aftasten wat het ziekenhuis weet en ons wil vertellen. En we willen zo open en transparent mogelijk met elkaar praten. En dat lukt. Lilit en ik spreken een uurlang met de bestuursvoorzitter, de pers voorlichter en de zorgmenertje van het brandwonden centrum. Ze beantwoorden al onze vragen. Ze reageren op de documenten die ik laat zien. En wij beginnen te beseffen wat er aan de hand is. Oké, ik ben hier ook meer jas uit. Ruim een uur later staan we weer buiten. We zijn ontheutst en opgelucht tegelijk. Want wat we te horen hebben gekregen geeft voor het eerst in ons onderzoek duidelijkheid. En dus welen we Rulof. Hallo. - Hallo. Ik geef dit in de auto. Ik kom goed uit. - Nou. We vertellen Rulof hoe het ziekenhuisreageerde toen we vroegen of er een meisje drie en een half jaar in het ziekenhuis had gelegen. We vertellen hoe het ziekenhuisreageerde op de vraag of er een minderjarige kind zonder ouders of vroegt in het ziekenhuis had gelegen. Hey, hey, hey, hey, hey. - Ja. En we hebben. Ik vertel wat het ziekenhuis zei toen ik de documenten uit ons dossier liet zien. De dagschemers van de verzorging, de screenshots uit het medisch dossier, de communicatie met Annika. Oh, fucken. - Ja. We spreken nog een hele tijd met Rulof aan de telefoon. En we beseffen dat we nu naar alles wat we te weten zijn gekomen de afgelopen maanden. De onvermijdelijke conclusie moeten trekken dat Marlotte nooit heeft bestaan. Dus, ja, het gaat heel veel duidelijkheid. - Ja. Marlotte nu. Ja, dan moeten we denk ik even over nadenken. - Ja. Maar wat is er precies gezegd in die bestuurskamer in het ziekenhuis? De eerste keer dat Lillet en ik er waren, heb ik het gesprek niet opgenomen. Maar ik ben later nog een keer teruggegaan. En dat gesprek laat ik je horen. - Hey. Ik heb een afspraak met Sandra De Jong en Nadine Villeers. Ik spreek met de bestuursvoorzitter. - Ik ben Nadine Villeers. Ik ben de bestuursvoorzitter van het ziekenhuis. Nadine Villeers is sinds een jaar bestuursvoorzitter van het brandtron de centrum en het rode kruis ziekenhuis in Beverwijk. Maar ze is ook arts. Intensivist. En ze heeft 10 jaar lang op de intensive care van het ziekenhuis gewerkt. Intensivist is een hele mooie vak. Het is heel breit. Je ziet veel verschillende patiënten, je ziet veel verschillende aandoeningen. Het zijn altijd patiënten op een heel kwetsbaar moment waar je heel veel voor kunt doen. En dat heeft mij altijd heel erg aangesproken. Maar lotte zou drie en een half jaar in het brandwonde centrum hebben gelegen. Een groot deel van de tijd op de intensive care. Op de afdeling waar vileers jaren lang werkte. Ik vraag haar wat zij dacht toen wij beelden met het verzoek om een gesprek. Bij de aankondging van jullie bezoek, hoor ik altijd dat zou gaan om een verhaal. over een procent die drie en een half jaar opgenomen zou zijn geweest in het ziekenhuis. Dat kan niet waar zijn. Waarom niet? Wij behandelen mensen heel intensief en ook heel langdurig. Zeker procent met brandwonde of complexe honden hebben echt een langdurige relatie met het ziekenhuis. Maar zijn niet drie jaar opgenomen in het ziekenhuis. Dus dat onder deel in het verhaal en toen je bezoek aankondigde wisst. natuurlijk nog niet zo heel erg veel. Maar gaf bij ons wel al een tentief idee van hier is een verhaal. wat niet waar kan zijn. Waarbij we ook heel snel willen om te krachten dat dit hier speelt. Omdat ik niet wil, dat er een verhaal in de wereld komt. over een ziekenhuis wat niet waar kan zijn. En dat is ook iets wel heel moeilijk voor ons is in dit verhaal. dat je het gevoel krijgt, dat je moet verdedigen voor iets wat nooit gebeurt is. en ook nooit zal gebeuren in ons ziekenhuis. En toch krijgt je het gevoel dat je daarvan moet gaan verdedigen. Iemand die drie en een half jaar in het ziekenhuis ligt. Dat kan niet waar zijn, zegt de bestuurs voorzitter. Heb ik hier een maak vormen? Ik heb ons door Shee over Marlotte meegenomen. Eén voor één laat ik de documenten zien. Je ligt een avier voor meneer met een foto van een klein meisje. Ik laat de foto zien die op de deur van de ziekenhuiskamer. van Marlotte zou hebben gehangen. Daarna laat ik de foto zien die Marlotte naar Annika heeft gestuurd. De foto van het ziekenhuisbed, met aan het voeten eind. het knuffeltje dat Annika heeft opgestuurd. Ik ga kennen het niet als iets van ons ziekenhuis. Dan wil ik een voorbeeld laten zien van de manier. waarvan we helpen met Annika is gecommuniceerd door het ziekenhuis. Maar de bestuurs voorzitter onderbrekt me. Voor dat ik uur half kijk naar wat er staat, wij appen niet over patiënten. De patiënten gegevens zijn heel vertrouwelijk en heel erg persoonlijk. En daar gaan wij zo veel dag mee om. Dus dat was voor mij ook al meteen helder. Dit kan niet waar zijn. Dus niet over wat ze hebt, nooit over wat ze hebben. Wij doen geen contacten over wat ze hebt. En het was toen coronatijd, en in coronatijd liepen er heel veel dingen anders. Maar gewoon privacy en het bewakken van patiënten gegevens. was natuurlijk toen ook belangrijk. Dus wij hebben regels over welke informatie mogen we delen. En dat is ook niet zo maar met iemand. Dat moet een vormel contactperson zijn. Iemand die in een relatie staat tot de patiënt en. we noemen dat een wettelijk vertegenwoordiger. En dus wij mogen alleen informatie delen met een wettelijk vertegenwoordiger. En dat gaat dan ook niet via wat ze hebben. Nee. Dat was overgezwijl de reden waarom wij dachten, wat is hier aan de hand? Want wij weten natuurlijk ook wel dat dat niet te bedoeling is. Ja, ja. We grijpen je dat dan vanuit ontsperspectivationalisten. Dat weet denken nou, wat heeft dit ziekenhuis gedaan? Nee, nee. Nee, maar dat komt ook. Ja, ik weet zo goed hoe het er aan toe gaat in het ziekenhuis. Dat het onvoorstelbaar is voor mij. Dat wij dag dagelijks met zo'n complexe patiënt dagelijks zouden appen. met iemand die niet te wettelijk vertegenwoordiger is, dat bestaat niet. Nee. En dat jullie overwoogen, dat dat waar is, dan je ziet het aan mij. Daar kan ik ze al zo'n beetje verontwaardigte over zijn. En natuurlijk nemen jullie dingen serieus, daar zijn jullie ook voor dat is jullie rol. Maar voor hem met kennis van het ziekenhuis weet je meteen dat dit niet kan. En gelukkig kwamen jullie bij ons en konden we ook het gaan ontkrachten. Ik wil eigenlijk nog meer zeggen. Overal wij als journalisten natuurlijk vaker verhalen horen waarvan mensen zeggen dat het niet waar kan zijn. Dat de werkelijkheid soms erg er is, dan je kan voorstellen. Maar ik zeg niks. Want dit was niet de werkelijkheid. Dus ik ga verder. Ik lees een passage voor uit de zogenaamde app gesprekken met het ziekenhuis. Kijk, hier staat bijvoorbeeld. Door de huidige coronamaatregelen zijn pakketjes voor patiënten op de intensive care helaas niet toegestaan. Jeetje, ja, dat schiet heel veel door mijn hoofd. Nou, laten we beginnen met de feiteligheden. In coronatijd was het ontzettend belangrijk dat er contact was. Natuurlijk mochten er pakketjes in briefen gestuurd worden. Dat komt gewoon. Dat ging gewoon door. De postkamer is nooit gesloten. Nee, de postkamer is nooit gesloten. Nee, zeker niet. We hebben meer pakketjes dan uit gekregen. De postkamer is nooit gesloten geweest. Zowel Annika pakketjes naar de heema in beverwijks stuurden omdat de postkamer volgens Marlotte wel gesloten was. En die pakketjes werden opgehaald. En Annika kreeg foto's van Marlotte met de spullen. Ik laat het dagsschema zien dat Annika opgestuurd kreeg. Ja, het eerste wat mij opvalt is dat dit niet in een leeuwauto van structuur is zoals wij hem hebben. In onze elektronisch percenten door zeiden ze ik herken hem niet, ik herken het niet als een dag in deling. Zoals wij die maken voor onze percenten of voor de familie leden. En wat mij dan verder opvalt als ik dat werkelijk lees wat er staat is er worden termen gebruikt die we niet gebruiken. En wat is van termen? Er wordt prondgesproken over een wonspoeling. Ja, dat moeten we hier noemen, het dingen anders en dat moeten ze ook nog onderhaven klap gebeuren. En dat hebben we ook echt, dit is echt vreselijk, als het zou zijn, dan zou je elke uur een wonspoeling moeten ondergaan. Dat is niet een behandeling zoals die toegoppas wordt in de brandvonden zorg. Maar ik zie ook bijvoorbeeld dat wij een ECMO-apparaat aan het sluiten. Nou ECMO, dat is een hoge specialiseert voor een behandelingsform die maar geloof ik op 7 plekje in Nederland wordt toegepast. Die pasen wij niet toe in ons ziekenhuis. Dus ik kan aan een aantal van die dingen om het teen zien dat dat niet klopt. De deel is de leeuwtklopt ook niet, maar inhoudelijk, het is ook dramatisch wat hier staat. Elke uur een wonspoeling en het gaat maar door en het gaat maar door. Nee, dit klopt niet. Ik laat nadien de fileers nog veel meer zien van de communicatie met het ziekenhuis en de screenshots uit het medisch dossier. Dan pak ik de e-mails van het ministerie van Volksgezondheid daarbij. Want een beetje nog? In het najaar van 2022 had Annika contact opgenomen met het ministerie. Een ambtenaar van het ministerie zegt dan dat er daarna contact is geweest met het ziekenhuis. Dit is wat het ministerie in 13 october aan Annika stuurt, het klopt dat er contact heeft plaats gevonden met het ziekenhuis. Het ziekenhuis geeft aan dat het contact met de jeugbescherming beter verloopt en dat zij op dit moment geen vragen aan ons hebben. Zelf vinden we de situatie erg kwetsbaar en willen we ook weten hoe de situatie met de jeugbescherming zo is gekomen en wat er in de toekomst geregeld moet worden. Maar Lotten heeft naast jou niemand die haar kan bijstaan en dat lijkt ons voor haar en jou niet gewenst. We hebben daar een besloten om een bij ons bekende en gewaardeerde mediator te vragen om mee te kijken en alle partijen bij elkaar te zetten. Zodat er besproken kan worden wat nodig is voor maar Lotten. Ik hou je op de hoogte. Daar ben ik helemaal niks van. Ik weet ook niet wie dit zou moeten zijn, ik snap je die tips wat gemaakt. Het is een amptenaar van het ministerie van de volksgesondheid. En bestaande. Een bestaande amptenaar van het ministerie van volksgesondheid en een bestaande mediator. We hebben ze alle baag gesproken. Nou, dit levert. Ik begrijp er helemaal niks van. Ik heb de vorige bestuursvoorzitter gevraagd of er contact is geweest met VBS. Die geeft aan dat dat niet zo is. Ja, ze hebben staat ook niet, Marlotte. Dus waarom zouden wij in Godzanaan iets zeggen over niet bestaande meisje? Dus ik begrijp dit niet eerlijk gezegd. Ik weet niet hoe dit tot stand is gekomen en met wie er contact is geweest. Maar Marlotte bestaat niet. En als iemand niet bestaat, hebben we daar ook geen mening over. Waar is er contact? - Niet dat ik aluit. Nee, ik heb ik niet kunnen vaststellen. Nee, dus ik ben sinds een jaar nu voorzitter van de Raad van Bestuur. Ik heb hier naveraan gedaan in het Secretariat. Ook de oude voorzitter nog even gebeld. Ik kan niet vaststellen dat er contact is geweest over hun cases die hier opleikt. En ik kan hiervan vaststellen dat wij nooit zouden spreken over Marlotte. De bestuursvoorzitter van het rode kruiszikkenhuis zegt dat er nooit contact is geweest met het ministerie van volksgezondheid of met een mediator over Marlotte. Dat kan volgens haar ook helemaal niet. Want Marlotte heeft nooit bestaan. En zo ronden we het gesprek af en ik zet mijn opnameapparatuur uit. Maar dan vraagt nadinevuleers of ze toch nog iets mag zeggen. De enige reden waarom wij in gesprek zijn gaan met jullie en ook bereid zijn om een bijdrage te leveren aan deze podcast is omdat Marlotte niet bestaat over bestaande patiënten over mensen waar we in behandelrelatie mee hebben, zouden wij natuurlijk nooit informatie delen. Over bestaande patiënten zouden wij geen informatie delen. En dat is dus precies de reden waarom wij in het begin niet meteen naar het ziekenhuis zijn gestapt. Want dat zij roel of eerder al. Toen we de leugen nog niet hadden doorgeprikkt. Hij zei dat het ziekenhuis waarschijnlijk een beroep op de privacy zou doen. als we ze na het verhaal van Marlotte zouden vragen. Het is een ontzettende uitgebreide leugen, waar ik iedere keer weer voor best sta. hoe dit bedacht kan zijn, maar ik vind echt geen recht doen. Al het goede werk wat er elke dag gedaan wordt door iedereen in het ziekenhuis. of dat nou gewoon een patiënt is, of een brandwonder patiënt. En daar ziet mijn huiver, en dat hebben we ook met elkaar besproken. Er zit ook je huiver in dat wij dit verhaal nu toegeop deze manierpengen bedoel je. Want ik wil gewoon op geen enkele manier dat mensen denken dat dit zo zou kunnen zijn. ons ziekenhuis, want het schaat ook het vertrouwen in de zorg. En het vertrouwen is ontzettend belangrijk, want mensen komen hier op een kretspaar moment. met het belangrijkste wat ze hebben heel gezondheid. Daar heb je vertrouwen voor nodig in de zorg. En dat neem ik de dader kwalijk, dat dit het vertrouwen in de zorg onder meint. Marlotte bestaat niet, en heeft nooit bestaan. De documenten die we hebben over Marlotte zijn niet echt. De telefoonnummer's waar Annika mee heeft geappt, zijn niet van het ziekenhuis. Hij heeft nooit een meisje drie en een half jaar alleen in het brandwondercentrum in Beeverwijk gelegen. Maar met wie heeft Annika dan al die jaren contact gehad? De documenten liggen er de 6000 pagina's aan app gesprekken, de dagboeken, de scholeschriften, de tekeningen. Wie heeft dat allemaal gemaakt? Er is eigenlijk maar één iemand die dat kan zijn. En dat is Roos. We weten dat ze niet Roos heeft, dat Roos een verzonde naam is. Het ziekenhuis heeft ons bewestigd dat er nooit een Roos met haar achternaam heeft gewerkt. En dat die ook geen big registratie bezit. We weten dat zij dat filmpje van die runtgevoto heeft gestuurd. We weten nu dat er nooit een sitting van de klachtencommissie kan zijn geweest. En dat zij daar dus een false verslag van heeft gedaan aan Annika. En de ass. De ass van Marlotte. Die heeft Annika van Roos gekregen. En Roos was er bij toen ze de ass uitstroeden. En toch? Flak voor dat ik het ziekenhuis binnen ging, kreeg ik nog een berichtje van Roos. Haal is hier fijn weekend gehad, ik heb ze juist overleg gehad met benad op katen. Op zijn advies werk ik was volledig mee naar de afsluiting van de lopende klachten. Roos praat dus nog steeds over een niet bestaande klachtenproceduren, waarin ze wordt bijgestaan door een waarschijnlijk ook niet bestaande advocaat. Wat moeten we hier mee? Daar komen we niet meteen uit. En het is ook nu even niet onze eerste zorg. Want we moeten eerst Annika nog vertellen dat Marlotte nooit heeft bestaan. Eh, ik kan door de avond even wel, waarin nog een optie is. En het zou kunnen vragen aan er. We willen niet te lang wachten met het nieuws brengen. En dus epic haar dat ik graag donderdag bij haar langs wil komen. En dat rol of mee komt. Ze zegt dat het goed is, maar dat het niet te laat kan omdat ze met haar moeder uit eten gaat. Ik zeg dat het goed is als haar moeder wat eerder komt, zodat ze ook bij het gesprek aanwezig kan zijn. Het gesprek dat volgt heb ik niet opgenomen. Ik vond het niet gepast om bij dit nieuws Annika in microfoon onder haar neus te doen. Maar ik ga je vertellen wat er gebeurde. Het is een zonnige dag en Rullofanek bellen aan bij Annika. Ze doet open. We gaan naar binnen, bekijgen T, en Rullofanek pakken een stoel. Annika gaat op de bank zitten. De moeder van Annika heeft vlaai meegenomen uit Limburg. We praten wat over het weer. Annika zit daar stil bij. Als iedereen T en vlaai heeft wil ik het gesprek beginnen. Maar de moeder van Annika blijft nog wat rommelen in de keuken. Annika kijkt naar me en ik besluit dat ik niet ga wachten en begin. Ik vertel dat we hier niet voor niet zijn, dat we de afgelopen maanden uitvoerig onderzoek hebben gedaan naar het verhaal van Marlotte en dat we de conclusie moeten trekken dat het niet echt is gebeurd. De moeder van Annika staat in de keuken en slaat haar handen voor haar gezicht. De stoch zegt Annika. 3 jaar van mijn leven. 3 jaar van haar leven heeft ze aan Marlotte besteed. En het was niet echt. Ik had verwacht dat Annika honderden vragen zou hebben. Maar ze zitten stil en wat bedeest op de bank terwijl Roulof vertelt over het gesprek met het ziekenhuis. Als we dan naar een klein uur op het punt staan om weg te gaan. Roulof zich bij de deur om. Een zegt tegen Annika dat ze heel goed moet bezffen dat zij niks fout heeft gedaan. Dat dit niet haar schuld is. Dat mensen misschien zullen zeggen dat dacht ik al wel, maar dat die mensen niet weten hoe groot het bedroog is geweest. Als we naar het station lopen, zegt hij dat dat ook voor mij geldt. Ik weet op dat moment nog niet zo goed hoe ik me voel. Ik voel van alles door elkaar. Ik ben opgelegd dat ik duidelijkheid heb gekregen. Ik ben blij dat het verhaal van Marlotte niet echt is gebeurd, maar dat was verschrikkelijk. Maar ik voel me ook dom. Ik ben bij de start van het onderzoek meteen de inhoud ingedoken. Ik ben alles gaan lezen, alle jets, al die duizenden pagina's aan informatie. En die hoeveelheid daarvan, die heeft mij enorm verblint vertellen aan Roulof. Dat heeft mij heel lang in de weggezeten om inderdaad anders naar het verhaal te kijken, omdat ik dacht, dit verzin je niet, waarom zou je het verzinnen? Zou je het verzinnen? En het kwam allemaal met elkaar over één. Ze moeten een priljante scenario schrijven zijn om dit op deze manier te bedenken, omdat alle informatie consponderde met elkaar. Als Marlotte in een appje aan Anika iets subtils zegt over de relatie met haar vader wordt dat verder uitgewerkt. In de dag boeken die Anika pas twee jaar later krijgt. En een jaar later in het contact met het ziekenhuis waarin daar subtil is zo over wordt gezegd dat Marlotte op een bepaalde manier reageert als een mannelijke verzorger langskond. Zo ingenieus. Ja, mensen kunnen zich bijna niet voorstellen als ze dit te horen denk je, maar dat is precies wat er een hand is, want het past de allemaal in elkaar. Maar waarom zou je dit verhaal verzinnen? Waarom zou je zo ongelooflijk veel tijd besteden aan het fabriseren van een gruelijk verhaal? Wat zou daar achter kunnen zitten? We besluiten om dat aan een psychiatrte vragen. Hallo, goedemorgen. Exclus voor de vertraging. - Ja, nu is het hier iets. Wat verveerend? - Ja, dat zeg ik niet. Ik ga langs bij psychiatrmigiel hengenveld. Ik kom er een half uur te laat aan dat de trein reed niet. Maar dat is geen probleem voor de emeritus hoogleer haar. Hij woont in een staatige herenhuisvlak bij het station. Er hangen foto's van bekende wetenschappers aan de muur. Als ik zie hier niets van Einstein? - Ja, dat is van Einstein natuurlijk. En is die man links, is dat. want er staat hier een boord. Ik zit aan een grote tafel in de woonkamer. De poes springt op mijn schoot. En ik vertel de psychiatere het hele verhaal. Ik vertel over Arnica, over Marlotte en over Rose. Wat is het verhaal? - En echt zin, dat waar ik wanneer je op me meteren. Michiel hengenveld zit tegenover me. Achter hem op de muur hangen schilderijen van zijn kinderen. Voor hem op tafel ligt een bloknot. Daarop heeft hij aan tekeningen gemaakt. Ik wil van de psychiater weten of hij op basis van wat ik vertel. kan inschatten met wat voor persoon we te maken hebben. Kijk, want zo'n verhaal heb ik eerder gezegd nog nooit meegemaakt in mijn praktijk. Als ik dat een patiëntje had, zie ik de naaboodste. Ik heb me toen ook in verdiept, dat is de centrum van Munchhausen. Ja, centrum van Munchhausen. - Ja, maar dat is het centrum van mensen die een beetje rondzwerven. En van de ene eerst nog op naar de ander gaan vaak worden opgenomen met heel ernstige glachten. En dan na een paar dagen ontdeksen dat het naagebodst is. Voor de noemen dat naagebodst vektisch gittet in de Engels. Wat we daarvan weten is dat het mensen zijn die wel weten dat ze dat doen. Het centrum van Munchhausen, naagebodst de ziekte. Daar moet de psychiater aan denken als ik het verhaal van Marlotte vertel. Maar zegt hij, dit gaat nog wel een stapje verder. Want wat ik om schrijf, klinkt volgens hem meer als pseudologia fantastica. Is dat wat ik nog even doe tegen doek? - Ja. een simptome, het is geen ziekte maar meer een. een simptome of een bepaald ziekte onderdeel, zou je kunnen zeggen. Maar bij mensen dus in staatshende meesteren fantastische verhalen te vertellen. En andere mensen dat te doen laten geloven. Maar dit simptome, die pseudologia fantastica, daar is eigenlijk niet zo gek veel over bekend, verteld hengenveld. En dat is wel beschreven in de psychiatrie. Geek genoeg eigenlijk vooral begin voor geheel. En het is de laatste jaar erg veel meer naandachtig. De recente leerboek op mijn eigen leerboek staat maar een regeltje erover. Speciaal voor dit gesprek heeft de emeritus hogelerar de wetenschappelijke literatura opnage slagen. Hij somt een aantal bekende psychiaters op die over het onderwerp hebben geschreven. Jasper, dat is de man die meer schreeven over simptome, zou je kunnen zeggen. Mensen ervaren die noemden het een warmpankomplexe fantasie, maar bij dag dromen we kunnen overgaan in verlies van realiteit. Kan wel deels basierzinnig wat gelezen, dat zeggen meer mensen dat het vaak een mensel is van reële feite plus fantasie. En reële feite in de zin van dat je dat zelf hebt meegemaakt of dat je dat ergens hebt gelezen in de kochten van het internet? Ja, dat laatste denk ik vooral niet zo zichzelf meegemaakt. Maar het is wel veel dingen die kunnen gebeuren, dat maakt natuurlijk moeilijker onmasker om dat het vaak verhalen zijn die best hadden gekund. Een vorm van complexe fantasie, dag dromen die overgaan in het verlies van realiteit, hengenveld gaat verder. Krouwse ook een bekendig gronigspriegerde over leerboksreef, hysterische onderrijpheid. Soms een beetje populische stemming, kinderlijke charme, vooral bij goede intelligensie, gerechtd in de verkelijke winterzaam. Hoor ik, hebben soms op merke prestaties, nou, het past wel wel, he? Ja, zeker. Geen gezegd, dus kan een masker zijn waarin we inlijke arm worden, soms we beginnen in de psychosen, nou ja, oké, zeg het altijd. Hengenveld vertelt over pseudologia fantastica, omdat ik hem heb gevraagd waar hij aan denkt als ik de hele leugen van Marlotte vertel. Hij geeft hier geen diagnose van roos, want dat kan hij ook niet. Hij is niet haar behandelend arts, heeft haar nog nooit ontmoet en kent haar geschiedenis niet. Alles wat hij over haar weet, weet hij van mij. Maar wat hij vertelt, past wel bij roos, denk ik. Kinderlijke charme, goede intelligensie, ik heb haar gesproken, ik weet dat ze dingen heeft verzonnen. Dat ze bijvoorbeeld op een ongelovale knappe manier verslag heeft gedaan van een zitting van een klachtencomissie die nooit heeft plaats gevonden. Maar wat zou er nou gebeuren als we roos confronteren met onze verdenking? Daar is in de wetenschappelijke literatuur weinig over bekend, zeg het Hengenveld. Dit is de psychiatische kennis erop en ik heb gezegd naar wat moet je doen, dat staat heel weinig tot niks over. Dat is een keer waarom ik die zegt, je moet er voorzichtig zijn omdat ze anders misschien wel heel zomaar worden. In die literatuur over de munciaalse was aanvangelijk ook wel angst voor je moet je niet confronteren. In de langste man is dat wel een beetje veranderd in van nou, dat kan echt wel best. Want meestal of ze geven toek en vertrek uit de ziekenhuis dan natuurlijk en gaan volgenswoordelijk verder, maar dan naar een volgensiekenhuis. Of ze blijven gewoon erin geloven en denken van nou, je kan mensen met een comploteer uur ook hebben, je kunt aankom met wat je wil, ze houden het vast. Hengenveld denkt dat de kans groot is dat als we roos confronteren ze zou blijven voelhouden in haar leugens. Maar echt de zuivere zoonverhalens dit namen een ander jeugel hier, maar die kan of het vastrijven. In de wetenschappel die literatuur omdat het zo zeldzaam is, maar wel goed om het er ook te herken als in ons vak. We hebben Roos inmiddels al een tijdje niet meer gesproken. Ze heeft ook geen contact meer opgenomen. Wie wel weer contact op neemt is mare. Maare, je weet wel, dat vriendinnetje van Marlotte uit de kerk. Ik ga ervan uit dat mare en Roos dezelfde persoon zijn. Ik ben Roelof. Dus ik ga hier eens de avond een appje van Maare. Ja. En die zegt weet u al wat meer, dat is een grootse app. Ik had eigenlijk alweer niks meer van haar gehoord of van Roos. Nee. Ik zat een beetje dubbe wat ik daarnaal mee moet doen. Kijk, ik kan het gewoon een geren en niks zuren. Ik kan ook zeggen, nou, we hebben besloten om voorlopig te stoppen met het onderzoek. Wil je meer weten, mag je me bellen? Zo is het. En wat is het laatste wat je daarvoor met haar het communicieertel, mag ik dat over? Parier even bij. Ik schuld om een telefoon naar de berichten van Maare. Ik zie dat de laatste keer dat we appcontact hadden een maand geleden was. Maare vertelde toen ineens over de open van Marlotte en over haar eigen vader, waar ze erg bang voor was. Omdat hij wisst dat ze contact met mij had. Ze moest haar telefoon in levert, zij ze. Nee, dus dat was het laatste en daarvoor had ze nog zo. Nee, dat was geroos, die zou het nummer van de psychologe gekt. Ja, nee. Dat loopt een beetje door elkaar. Maar dat vind ik ook wel reden om misschien te zeggen van hier niet op regeren, maar wel weer een keer. En niet meteen, nu denk ik. Maar einde is dat contact zoeken we droos, misschien, omdat het toch af te sluiten. Want daar sterk gisteren ook wel aan te denken van ja, als we dat zo open laten, zoals het nu is. Ja. Dat is dat misschien ook wel te weinig. Ik vind het toch eindig. Ja, ik denk toch wel dat we haar nog één keer moeten ontmoeten en zeggen voor jouw dit weeste wee. Dus wij stoppen er mee. En misschien ook wel zeggen dat ik wel verstandiger ze heel goed zoeken. We spreken af dat ik Maare nu een keer en over een paar dagen opnieuw contact op nemen met roos. Een week later heb ik haar. Of ze nog een keer met me wil afspraken om over maar lotten te praten. Dat wil ze. En Rulev gaat met me mee. Op weg naar onze afspraak nemen we door wat we gaan vertellen. Dat ik mee. Ja, volgens mij meteen met de deurenhuis van. En dat ik daarom moet mee ben, dat we aan de onderzoek hebben gedaan en de achter zijn gekomen. Wat zeer ons heeft verteld, niet klopt. Ik zou nog even twijgen over het woord liegen. We willen Roos in dit gesprek ook de ruimte geven om haar kant van het verhaal te vertellen. Voor wat dat waard is. Want hoe betrouwbaar is het wat ze zegt? Dan komen we aan in de stad waar we hebben afgesproken. Het is zonig. We besluiten op het terras te gaan zitten. We bestellen koffie en dan zie ik Roos. Ze is haar fiets aan het parkeren. Ze heeft een koptelefoon op en ze draagt een zonnebril en ze loopt in de richting van het terras. Ik zwaai en ze komt naar ons toe. Heeeey. Heeeey. Dit was aflevering vier van de Zemlappelkast op zoek naar Marlotte. Nieuwe afleveringen vind je het eerst in de MPO-luisterapp. TV GELDERLAND 2020.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Het onderzoek naar het verhaal van Marlotte leidt tot de conclusie dat het verhaal niet echt is gebeurd.
  2. Het ziekenhuis in Beeverwijk bevestigt dat er nooit een meisje met de naam Marlotte drie en een half jaar heeft verbleven.
  3. Documenten, zoals appgesprekken en medische dossier, zijn ongepast en onterecht, met foutieve data en termen die niet overeenkomen met de praktijk.
  4. De contactpersonen van het ziekenhuis, zoals Annika en Roos, zijn niet officieel erkend en blijven in verband met een niet bestaande klachtencommissie.
  5. Roos, een persoon die vermoedelijk de verhaal heeft uitgevonden, wordt beschreven als een persoon met kinderlijke charme en een neiging tot fantasie en verhalen.
  6. Een psychiater stelt dat het verhaal een teken is van pseudologia fantastica, een symptoom van complexe fantasie en verlies van realiteit.
  7. De onderzoekers besluiten om Roos en Maare te confronteren, maar bepalen dat ze voorlopig stoppen met het onderzoek.
  8. Het besluit wordt genomen om het verhaal van Marlotte niet openbaar te maken, om het vertrouwen in de zorg niet aan te vallen.

Summary:

Het onderzoek van de Zemlappelkast naar het verhaal van Marlotte leidt tot de conclusie dat het verhaal niet echt is gebeurd. Het ziekenhuis in Beeverwijk bevestigt dat er geen patiënt Marlotte heeft bestaan die drie en een half jaar is opgenomen. Documenten zoals appgesprekken en medische registraties bevatten ongepaste en onjuiste informatie, met foutieve termen en scenario's die niet overeenkomen met de praktijk in de zorg.

De contactpersonen zoals Annika en Roos zijn niet officieel erkend, en het bestaan van een klachtencommissie is ongegrond. Roos wordt beschouwd als een persoon met een neiging tot fantasie en verhaalverzonning, wat een verschijnsel genaamd pseudologia fantastica is. Een psychiater bevestigt dat dit een symptoom is van verlies van realiteit en complexe fantasie, geen ziekte.

De onderzoekers besluiten om Roos en Maare te confronteren, maar gaan voorlopig stoppen met het onderzoek om het vertrouwen in de zorg niet te schaden. Ze willen niet openbaar maken dat Marlotte nooit bestaat, zowel om het vertrouwen in zorginstellingen te behouden als om de gevoel van de betrokkenen te beschermen. Het verhaal wordt geïnterpreteerd als een verzorgde, fantasievolle constructie, waarin veel verhalen op elkaar aansluiten, maar die niets met de werkelijkheid te maken hebben.

De uiteindelijke conclusie is dat het verhaal een product is van een persoon met een complexe fantasie, en niet een echte gebeurtenis.

FAQs

De podcast onderzoekt of het verhaal van Marlotte, een meisje dat jarenlange zorg en trauma's zou hebben ervaren, echt is gebeurd of een leugen is.

Onderzoek naar het ziekenhuis, de communicatie, foto's en documenten toont aan dat veel details niet kloppen en dat personen zoals Roos en Mare geen bestaande rol of contact hebben.

Nee, het ziekenhuis bevestigt dat er nooit een meisje is geweest dat drie en een half jaar heeft gelegen, en de documenten die worden genoemd zijn niet echt.

Het verhaal is ingewikkeld en stelt samenstellingen van feiten en fantasie, zoals een klachtencommissie die nooit heeft plaatsgevonden, en verhalen over een jonge patiënt die reageert als een mannelijke verzorger.

Door het onderzoek van de medische documenten, communicatie, foto's en het ontbreken van contactgegevens met het ziekenhuis en het ministerie van Volksgezondheid.

Pseudologia fantastica is een psychologisch syndroom waarbij mensen verhalen vertellen die zijn opgebouwd uit fantasie en feiten, zonder dat ze weten dat het feit is dat het verhaal onecht is, wat past bij de verhalen over Marlotte.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.