Niet-scrotale testis, met Rianne Lammers en Lisette 't Hoen
50m 45s
De podcastaflevering bespreekt niet-ingedaalde testis (cryptorchisme) in de kinderurologie. De aandoening komt voor bij 1-5% van voldragen jongens en vaker bij prematuren, omdat het indalingsproces in de laatste zwangerschapsweken plaatsvindt. De exacte oorzaak is onbekend, mogelijk spelen hormonale of lokale factoren een rol. In Nederland worden kinderen via het consultatiebureau gevolgd; bij aanhoudende niet-indaling rond 6 maanden volgt doorverwijzing naar de kinderuroloog.
De anamnese richt zich op prematuriteit, familiaal voorkomen, en mogelijke hormoonbeïnvloedende factoren zoals IVF. Bij bilaterale niet-ingedaalde testis in combinatie met een penismisvorming (bijv. hypospadie) is directe alertheid cruciaal vanwege het risico op een Disorder of Sexual Development (DSD), wat snelle multidisciplinaire evaluatie vereist. Het lichamelijk onderzoek gebeurt in een warme, rustige omgeving om cremasterreflex te minimaliseren, waarbij ook de contralaterale testis wordt beoordeeld op grootte als voorspeller voor een eventuele atrofische testis (nubbin).
Indien spontane indaling uitblijft, wordt rond de leeftijd van 6 maanden een orchidopexie overwogen om de testis in het scrotum te fixeren. Dit verlaagt het risico op maligniteit en optimaliseert de vruchtbaarheid. Unilaterale cryptorchisme geeft een normale vaderschapskans, bij de bilaterale vorm is de vruchtbaarheid verminderd, maar met geassisteerde voortplanting is vaderschap vaak nog mogelijk.
Deze podcast wordt medemogelijk gemaakt door iTint. De echte minimaal invasieve poliklinische procedure van Olympus, die het leven van mannen met BPH, positief verandert. Welkom bij Blaaskaken, de podcast die meenemt in de wereld van de urologie, door de ogen van bevlogen collega's. Vandaag gaan we het hebben over de nietsgrotale testes. Bij de meeste jongetjes dalen de testes pontaan in, maar bij ongeveer 1 tot 5 procent is als praken van de nietsgrotale testes. Hoe gaat het dan verder? En wat is eigenlijk de patrophysiologie? En hoe behandel je dit dan voor volgens? Om hier meer over te weten, zitten wij, Joost en Anouk. Vandaag aan tafel met Lizette Udhoen en Rihanna Lammers. Lizette is geboren en getogen in Rotterdam. Hij heeft gestudeerd in Rotterdam en is momentil Kinderurologen in het Sofia Kinderzikaus in Rotterdam. Zij promoveerde op uitkomstmaten binnen de functionele urologie. Momentil is zij voorzitter, ook wel de Bas van de jong en kedemic urologie, Pediatric, urologie Working Group. En zit ze in de gaitlangcomitie van de EAU-riglang voor Kinderurrologie. Rihanna is Kinderurologen in het UM-ZG. Zij is geboren en getogen in de Achterhoek, heeft gestudeerd in Nijmegen, is opgeleid tot urologende regio-utrecht en werd Kinderurologen in het mooie ogen noorden. Groningen. In middels is zij voorankerd binnen de Kinderurologie, zowel op natjenaal niveau als Europese niveau. Als editor bij tijdschrift voor urologie, maar ook als actief lid binnen de espu, de European Society of Pediatric Urologie. En te slotten was Rihanna vorig jaar winnaar van de prijs voor de beste onderwijssessie voor Eios. Welkom, Lizette en Rihanna. En voordat we diep de urologie induiken, zijn we eigenlijk benieuwd naar de persoonen achter jullie als Kinderurolog. Rihanna, hoe is jouw passie voor de Kinderurrologie ontstaan? Nou, ik denk dat het een beetje begonnen is met mijn wetenschappelijke stijge, zoals aan hoe ik net al vertelde ik ben in Nijmegen opgeleid. En daar moet je dan aan het einde wetenschappstaasje doen. En ik had toen op een gegeven moment ontdekt dat ik de urologie heel leuk vond. En toen ben ik een beetje gaan kijken van als ik nam een wetenschappstaasje bij de urologie wil doen, dan vergroot ik waarschijnlijk mijn kans op de opleiding in te komen. Wat vind ik dan leuk? En toen kwam de Kinderurrologie voorbij. Dus ik heb bij Professor Woutfeids mijn wetenschappstaasje gedaan. En daar ook veel percentage zorg mee mogen kijken. En ja, toen is het vuurtje wel een beetje gaan branden. Maar toen toch geprongen werden onder Fred Wietjes op laatst kan? Ja, ja. Ja, toen ik klaar was met mijn wetenschappstaasje, toen kwam Fred eigenlijk bij mij van gewoon ik zoek een nieuwe prongen vinden. En nou, volgens mij kunnen wij wel goed samen verder. En ja, Fred heeft veel ervaring als promotor, dus ik dacht dat zie ik wel zitten. Dus toen ben ik even afgetwijl de andere kant op. Maar uiteindelijk toch weer in de opleiding richting de Kinderurrologie gegaan. Ja, ja. Ik heb hier in Utrecht mijn opleiding gedaan. En ik heb het toen ook vorig woze om een half jaar Kinderurrologie staastje te doen. Dat was hier toen de tijd nog maar drie maanden. En dat heb ik dus in het binnenkende ziekenhuis gedaan. Dat vond ik echt fantastisch. En toen dacht ik ja, ik weet het eigenlijk, ik ga toch echt verder in de Kinderurrologie. Ja, mooi. En Lizette, hoe geldt het voor jou? Hoe is die passie bij jou ontstaan? Ja, ik deed mijn oud-succo schap in, dus in Rotterdam, in Naté Grasmes. En daar hadden ze eigenlijk een aionste die met zorgschapsverlof was, die de Kinderurrologie staastje deed. En toen mocht ik dus een oud-succo, de poli doen en de oka. En zo, ik weet nog, want ik weet nog wat ik tijdens die, nou, eerst de week, aan het was was voor een oka met Fred van de Doorn en van de Kinderurologen, zij kom echt niet voorstellen dat ik ooit Kinderurologen wordt, al die oud-s, en dan moet je daarmee onderhandelen. Nou, het we waren wel, dus, ja, hoe lang duurt ook weer jouw oud-succo 3-manen later. En toen wist ik, ik wil niks anders meer dan de Kinderurrologie, omdat dat allemaal zo, ja, zo uitdagend is, en gewoon heel erg, ik vind het een vrolijk vak, ja, maar je gewoon heel erg warm voorgelopen, ja. Hoe gaat dat tegenwoordig met die oud-schan? Ja! Die oud-sie vallen dus heel erg mee, het is wel zo dat je, je hebt drie patiënten, ja, soms vuur als er nog een actiefmoer op zesje erbij zit, maar als je dat bedaan, als je toch goed echt op die manier benadert, dan is het dus ook een heel erg leuk vak, daardoor, want ja, je betrekt ouders veel meer, in plaats van dat je ze ziet als dat wat lastig is, soms, ja, de kan ik heel erg benen, en wat ik denk ik ook, daardoor heel erg waardeer in de Kinderurrologies wat je holistisch kijkt, en kinderen zijn altijd onderdeel van het systeem, en dat heeft invloed op elkaar. Dus dat pist ik echt wel een beetje in de oncologie, wat natuurlijk veel meer organen, specifiek is. En ja, de kindurlogie mag je breed kijken, dat vind ik ook heel mooi. Ja, ja, dat is helemaal eens, ja. Nou, op naar de niet ingedale balletjes, of ballen, want het is eigenlijk niet alleen maar iets wat bij kinderen voorkomt. We hebben deze podcast over de niet-grotale test is, maar kun je iets vertellen waarom je test is eigenlijk schrotaal horen te zijn. En voor de vruchtbaarheid en voor de risicoopzaapalkanker, is het zo dat de test dus niet de warm moet liggen, en ook niet de koud, maar in dit geval is dan te warm het probleem, en daarom moet hij een scrotum liggen. Rihanna, kan je iets vertellen over hoe goed we eigenlijk weten hoe vaak dit voorkomt? Ja, dat ik denk dat dat best goed bekend is, want als kinderen geboren worden, dan worden ze nagekeken door de verlosskundigen, of de kinderarts afhankelijk van waar de baby geboren wordt. En dan wordt een aanvastreging gedaan, en bij elke controle, op het consultatiebureau wordt de ligging van de testes van de ball geferdeveerd. En als het niet goed is, dan worden de kinderen ook doorgestuurd. En dan komen ze, nou, met grote regelmaat ook bij ons derecht. Dus ik denk dat we daar in Nederland in ieder geval, door de manier, of we de zorg hebben geregeld, daar echt wel goed zicht op hebben. Een klopt dat dan die over die 1 tot 5 procent, dat is in Nederland ongeveer de incidentie. Ja, dat zijn de getallen voor Europa, en ik denk dat we daar in Nederland wel hetzelfde in zitten. Waarbij de kantoekening wel is, dat die 1 tot 5 procent geldt voor a term geboren kinderen. En bij kinderen die te vroeg zijn geboren, prima Ture kinderen liggen dat er echt al veel hoger. En dat komt omdat de inderling van gaten twee fase, de eerste fase is tijdens de zwangerschap. Dat is zeg maar van interadominal naar net voor de annenlis, voor de ingang van Bliskanaal. En dat laatste stukje, van Bliskanaal verder naar beneden, dat zit echt in het alle laatste stukje van de zwangerschap, zo'n vanaf ongeveer week 30. En je kan je voorstel als een kindje te vroeg is geboren, dat dat proces nog niet klaar is. Dus daarom zie je bij te vroeg geboren kinderen veel hogerig het allen. Kun je dan ook iets zeggen over de patrovisologie, hoe ontstaat het nou, wat gaat dan mis in de inderling? Dat weet we eigenlijk nog niet zo goed. Er zijn wel allerlei teorieën over homonen die misschien niet helemaal goed aanslaan. Er zit natuurlijk ook een soort van traksie vanuit het gubernakelem. Dus als het gubernakelem niet op de juiste plek aanhecht, dan gaat hij welk niet goed naar beneden. Maar hoe het proces precies zit, weet je eigenlijk nog niet zo goed. Nee, en dat om daarop aantar in de latie zie je natuurlijk heel vaak. En dan krijgt grootste of ondertijd dat het eenzijdig een probleem is en niet zoals je aan beide kanten. Dus daar speelt zeker lokaal iets en nog tot nou lokaal ook hormonus en dat weten we gewoon nog niet. Dat is het gauw eiwel, want het is hier de proberen te zoeken nog een keer. En we weten dat van die 1 tot 5 procent dat er een deel van vaak als nog indaat, welk deel is dat ongeveer? Nou, als je kijkt naar bijvoorbeeld jongens van 1 jaar, dan blijft er nog 1 procent over. En dus daar zeker dat daar nog een stukje indaat. En je ziet dat ook wat vaker dus ook bij die premature kinderen, omdat ze ja bij de buik gewoon verder groeien. En dan dus ook dat het kan indaden. Wel als het zo dat we zeggen van 6 maanden, en we wachten af tot 6 maanden, maar het daalt het dan niet in spontaan. Natuur kijk je wel ook hier weer naar het kind, hè. Wat is er verder met het kind aan de hand? Maar dan een zoveel moment dat we gaan zeggen, we gaan de bal helpen naar beneden door de hand te opereren. En die bal naar beneden helpen met de opereren, dat het ziet natuurlijk wat de duuroloog doet. Maar dan heb je nog wat, heb je de tijd tussen het geboren worden en die 6 maanden. Hoe ziet de logisch dik eruit van een kindje die niet schoten aan het testen heeft? Ja, ik denk dat dat ook weer wisselt per regio, weet je dat je de lokale afspraken hebt. Wij zien die kinderen als wij ze zien bij de leestijds van 6 maanden passen dat er in de tussen tijd natuurlijk gewoon nog zoveel kan gebeuren dat die van ons pontaan indaalt. Dat je ook daarmee een onnodig ziekenhuisbezoek has verkomt. Dus een huisart of een consultatie burrowarts die verwijst bij de leestijds van 3 maanden, die krijgt bij jullie te horen. Eerst wachten tot dat de kind 6 maanden oud is. Ja, dus je afspraak wordt gewoon gemaakt bij 6 maanden, ja. Ik denk dat dat in gronie hetzelfde is, dat is hetzelfde. En dat is dan een verwezing voor je de kind naarts blijven dan die kindjes tussen 0 en 6 maanden daaronder controloof, hoe werkt dat dan? Ik heb daar niet zo'n goed zicht op, maar ik denk dat dat de grote deel van de kinderen bij de consultatie burrowarts zijn. Ja, dat is het bij ons in de revaling ook zo, maar het is ook niet zo dat ze dan maanelijk vervolgd worden. Dat wordt geconstateerd te basit niet op de goede plek. En dan wordt er gekeken na bijvoorbeeld 3 maanden nog een keertje en is dat dan nog steeds niet zo dan bij 6 maanden en dan pas komen ze bij ons. Maar het is niet dat er nou hele reguliere controle zijn, want het heeft ook geen invloed om dat vast te stellen. Wat gebeurt er dan als zo'n kindje bijvoorbeeld 6 maanden oud is en bij jullie komt op de poli, wat wil je dan eigenlijk allemaal weten? Ik denk dat het belangrijk is om te weten wat is de voorgschiedness van het kind, is het kindje aarderm geworden of prematuur. Waarbij dysmatuur daar eigenlijk ook nog onder valt, z'n kinderen die in te laag geboort gewicht hebben, zie je ook veel vaker die niet ingedalde bal. Als de kindje prematuur geboren is dan moet je eigenlijk koriseren voor de vroeggeboorten. Dus als die acht weken te vroeg is geboorden en er komt met 6 maanden is die eigenlijk nog maar vier maanden, ze mag je ook nog even wachten. Velle wil je weten, hij zijn daar factoren met op omoongebied geweest bij vader dan wel moeder, en komt het in de familie voor. Een factoren op omoongebied? Ja, omdat de inderling van de testen is, dat wordt een homonaal gedreven. Dus je kan je voorstellen dat je bijvoorbeeld bij IVF of XC, als je hele hoge dozeringen hebt gekregen, als moeder zijn dat dat een factor is. Dat is niet heel overtuigend in de literatuur aangetood, maar ik heb wel het gebruik om daar even naar te vragen. Ja, herken, maar het is natuurlijk blijf ze al zo dat je het identifiseerd, een vervolgens veranderd dat ook niet je beleid. Maar het is wel goed om juist ook weer in kaart te brengen, zijn die factoren relevant, want als je daar niet naar een vraag dan weet je het ook niet. En ik denk dat er een factor nog heel belangrijk is om te noemen. Als je een bilateral dus aan twee kanten niet in gedeelde bal hebt, dan moet je heel goed weten of de penis normaal is aangelegd. Als de penis niet normaal is aangelegd, dan zou het een kindje kunnen zijn met een disorder of sexualdevelopment. En dan speelt er vaak heel veel meer en die moet je niet zo maar opereren. Dan moet de eerste de kinder en de coronaloog en de DSD-team in meedenken. Dus die factor moet je op meenemen. En wat is dan niet normaal aangelegd? Wat bedoel je dan? Bijvoorbeeld een hypospatie en het bijzonder de ernstige geform van de hypospatie. Dus een bilateralen niet ingedeelde testes met een afwijking aan de penis, dan moet er eigenlijk wel de alarm bell afgaan. Nou, in je vol het gespeciseerde team erbij betrekten, dat heeft er ook weer mee te maken. Dat als het inderdaad niet bij de zes niet ingedeelde balen zijn, dat zien we vaak wel al om natuurlijk van de geboorte. En daarbij is het dan dus een wel belangrijd dat je niet die zes maanden afwacht, maar dat je dus echt al. Dus het leest het van zes weken tot acht weken, ook hormonale bepalingen doet. Want dat is eigenlijk het enige moment dat je dat kan doen bij een jongensje, dat heet een mini pubertijd. Dat is het moment dat je dat kan meten en dat je dat moment hebt gemis omdat je dus hebt afgewacht bijvoorbeeld die zes maanden. Ja, dan moet je wacht tot pubertijd om die hormoon bepalingen nog een keer te kunnen doen. Dus daarom is het heel erg belangrijk, omdat bilateraal niet ingedeelde testes en een afwijken de penis gewoon echt laagdrempelig. Niet voor even overleggen met een gespeciseerde team. En bij de pas geborenen met een bilateraal niet ingedeelde testes en een afwijken de penis is het echt belangrijk om gelijk door te sturen, dus de verlosskundig of de kinderd arts. Want dat zou een vorm van DSD kunnen zijn, het adrenoginitaals in de room. Dan doen we je bijnieren zit in overshoed en die kunnen ook hele ernstige zoutproblemen krijgen. En die kunnen echt kortenaar overlijden als dat niet op tijd bijgestuurd wordt. Dus dat is denk ik ook nog een belangrijke kantrekening. Zeker, zeker. Ja, dus dan hebben wij eigenlijk het onderscheid tussen een soort ernstige vorm van niet ingedeelde testes. En we hebben dus de niet ingedeelde testes die dus op zes maanden bij jullie op de poli komt. Nu net heel mooi uitgelegd wat voor dingen je dan graag allemaal wil weten. Dan ga je kijken naar dat kindje. Hij hebt net ook al een beetje gedaan, want we hebben het al gehad over de penis en die perspadi. Maar waar let je op als je dat kindje ziet op de poli en je gaat kijken van waar zit die balletjes? Nou, ik denk dat het alle belangrijkste lichaamlijk onderzoek is. Bij de kantrekening is dat het kind op het gemak moet zijn. Dus je moet zorgen dat je een ruimte hebt die warm genoeg is. De testes is natuurlijk met de cremastievezels verbonden en als de baby het koud heeft, dan ga de cremastievezels aan en dan gaat die ballen hoog. Dus een warme omgeving, een omgeving waarbij voorkeur het kind op het gemak is. Dus ouders blijven bij het kind aanwezig. En dan lichaam ik onderzoek. Ik doe altijd gel gebruik ik om het goed te kunnen voelen. Ik ben rechtshandig, dus ik voel altijd met mijn linkerhand vrijfijk de ball als die in de buik zit. En dan richting het liskanaal en dan ga ik met mijn rechtshand voelen of ik de bouw kan vinden waar die die zich dan bevindt. Hoe makkelijk die naar beneden kan en hoe groot die is. En dat doe ik voor allebei de kanten. En dan de penis naar kijken. We hebben het al over gehad. En er zijn ook opzies, je kan het om zoeken liggen en dat doe ik eigenlijk altijd. Maar je kan ook even een heurlijk positie of staans doen, zeker als je een wat oude kind hebt en die wil niet liggen. En dan kan je dat doen. En als je de ball niet goed voelt dan zou je dus ook inheurlijk of in staande positie kunnen doen. Zeker als wat ouder zijn. En dan is het ook belangrijk dat je daar ook weer echt geamacht hebt om dat kind te stellen uit te leggen wat er gebeurt. Ik maak zelf veel gappjes om dat voor elkaar te krijgen. En wat ik in de naart ook doe is de gel die we gebruiken, want die gebruiken wij ook in de naart even op de verwarming leggen. Dus dat die wat warmer is, want koude de gel die wij op onze patiënten leggen is nog ook oud. Als je dat dan helemaal op de ball zorgt, dan heb je meteen te niet gedaan is je lekker in een warme ruimte zit. Want dan gaat je ook meteen omhoog. Groeitje. Onderzoek je eigenlijk ook de andere ball? Altijd. En houdt je dat nog ergens mee? Ja, ik denk het wel. Natuurlijk als het een pilateraal niet ingedelde te testen is heb je een andere soort aandoening als unielateraal. En wat je ook kan zien is hoe is groot is de testes. Je hebt toets als een hipertrofische testes, maar bij dan de contralaterale ball die dan hopelijk wel goed ligt. Dat die heel groot is en we weten dat dat een voorspeller is voor het ontdekken van een zogenaamde nubin. En nubin is een iets wat ooit een testes was, maar wat niet meer een testes is, dus een testes rest. Waarbij het heel vaak is, zo is dat er een torsie is geweest, dat is dan vaak al intru uit erin gebeurt. Dat kan ook heel kort postnataal zijn gebeurt, kinderen huilen dan, ja, dat doen ze wel vaker, dus het is moeilijk om dat te achterhalen. Maar die nubin, die kan je voelen als een soort van ingedroogde rijskorrel, die is hart en die is klein en er zit een vast aan een zetering. En we weten dat als je een hipertrofische testes aan de andere kant hebt, is de kans groter dat er iets is met die ball die je zoekt. Dus het kans zijn dat die vennigst is, de nubin, en het kans zijn dat er helemaal niks is aangelijkt om wel dat echt wel zelfzaam is. Maar die kontradatere ball wil je dus identifiseren vanwege de grote. Kun je daar nog een afkabwaarde van geven? Is dat de studies die gedaan zijn, die houden eigenlijk twee centimeter aan, dus dat is echt wel een grote testes? Ja, ik moet zeggen dat het bij mij, dat het inderdaad ook wel meer op gevoel is, dat je die ball voelt en ik schrijf ze voor mezelf altijd op, dat die dan anderhalve zes is. En dan weet ik dat ik dat zelf een grotere ball voel moet, dan is ik houden niet een meetlaat naast. Maar als ze zo ontdelen heeft dan zes maanden zijn, dan weet je ongeveer hoe groot ze zijn. En dat is meer een trucje voor mezelf, want houden deze ze na het groter, dus verwacht ik ook dat de kans groter is dat we niks vinden. En zijn operatie of de zurelaat zo'n vennis testes. Jullie hadden het ook over dat het een groot verschil is of je één of twee niet ingedelde ball hebt, kun je daar wat meer vertellen? Ja, de functie van ballen is natuurlijk deelshormonen aanmaken, maar dat is natuurlijk ook op ouderen leeftijd zaatcellen aanmaken, dus dan gaat het over de vruchtbaarheid. En we weten dat als je één ingedelde, het niet één ingedelde ball hebt, dat ze dan dat de vruchtbaarheid eigenlijk gewoon heel goed is, en de kans op vaderschap is gewoon gelijk aan de normale populatie. En er is wel wat vermin naar de zaatcelliteit wordt er gezien, maar dus de kans op vaderschap is nu eruit wel gewoon gelijk. En dat is wel echt aanzienlijk anders bij de zaitzieting-gedelde ballen. Daar zie je dus dat ze wel de vertititeit de vruchtbaarheid, dus de kwaliteit van de zaatcellen als ook de kans op vaderschap kleiner zijn. En wat is het verschil tussen die twee eigenlijk, want die hebben in de literatuur altijd vertillity en paternity? Ja, dus de vertillity is de vruchtbaarheid. En dus dat gaat echt over de kwaliteit van de zaatcellen, en dat kan dus betekent dat je bijvoorbeeld ga assisteerde voor het planteen moet doen. En paternity, dus dat is vaderschapskans, dat betekent, is het kindje het eindproduct er, en wat maar even zo te zeggen. En dat is inclusief IVF, XC, etc. Dus de kans dat je ga assisteerde voor het planteen nodig hebt, is je groter als je niet ingedalde ball hebt. Maar het eindproduct waarvoor je het allemaal doet, dat is gelijk, want de kans op vaderschap is dus gewoon gelijk als dat er twee ingedalde ballen lijn. Ja, en dat heeft dan natuurlijk mee te maken, dat zwanger worden door je met de tweeën. Dus als je een supervruchtbare partner treft, dan kan hij een beetje compenseren voor de matige zwemmers die papa misschien heeft. En ja, zo lukt het ook altijd uit in je gekamer. En als je een partner treft die toch wat minder vruchtbaar is, ja, dan kan het best zijn dat het moeilijk is om een kindje te krijgen. Maar in de grote groep is dat dus wel, is de kans dus gelijk. En maar voor beide zijs niet ingedalde ballen dus niet, daar heb je er echt wel in vroeten. Stel nou dat een vader of moeder op de poli zegt, ja, ik heb denk ik wel eens een balletje in het kootum gezien, wat dan? Ja, dus dat kan dan duiden op zo'n retraaktie de testus. En dat is dus de ball die ook wel de pendelball wordt genoemd, dus die initieel niet van wel de goede positie heeft gezeten. Die ook voldoende lengte heeft om op de goede positie te komen, maar die zich eigenlijk vaak in het liefst kan nou ergens bevindt of er niet in de ballzak. En dan kan je uitvragen naar wat voor onstandigheden die ballen wel op de goede positie zitten. Dat zijn dus de momenten dat kind hondspannen zijn, of lekker bijvoorbeeld in een warm partje zitten. Dat je dan vraagt aan ouders of ze hem dan wel zien. Want als die op de positie, op die juiste positie kan zitten en daar even je kan blijven, dan is dat dus een retraaktie de testus of een pendelball en daar hoef je dus niet aan te opereren, want die heeft voldoende lengte. En de teorie de achter is dat de krimmasterfezels over actief zijn. Dus die trekken die ball gewoon heel makkelijk en heel snel naar boven. En we weten van de literatuur dat twee van de drie jongers die in het retraaktie de testus hebben geen operatie nodig hebben. Die ball met het svader worden zaktie je windt hier te eigenlijk van de krimmasterfezels en zaktie naar beneden. En of de zin niet, die komt op een gegeven moment echt op een permanent hoge positie te leggen, die heeft dus wel een operatie nodig. Ja, wie dat is, dat weet je van tevoren niet en dat is ook precies de reden dat je deze jongers onder controle houdt. Ja, heel lang hoi is onder controle. En je macht het afwachten tot de puur tijd. Dus ja, je hoeft 12, zongeveer, ja. En dan jarenlijk? Ja, de ritlijnen zeggen één keer per jaar. En ik moet zeggen dat ik ze dan vaak in het begin zie. En als ze wat ouder zijn, ze zijn verder goed gezond, dan weet ik dat ze bij ons in de verbonden centraa ook heel goed geholpen kunnen worden. Groningen heeft een gigantische regio. Dus ouder zijn uit de analoog, ze zijn al lang blij dat ze gewoon lekker naar de uraloog en analoog kunnen. Baden net om het legamerlijk onderzoek over dat je voelt met de echo-tjeel en dat je met je andere hand die bal in het scrotum probeert te krijgen. Maar wat nou als die in het scrotum komt en weer terugschiet? Ja, nou, de definitie van de retroactiele testes van de pendelbal is dat je 30 seconden de bal in het scrotum vast moet houden. Met de gedachte dat dan de cremas tevezels moest zijn en dus echt toegeven aan een maximale lengte. En als je dan de bal 30 seconden op zijn plek vast hebt, goud die je laat om los, blijft dan liggen. Dan is het een retroactiele testes. En als je dan gelijk weer wegschiet, dan heb je dus echt een lengte problemen en dan heb je ook reden om universoperatie te overwegen. Ja, dan heb je gekeken gevoeld. Ja, soms kom je er ook niet helemaal uit, want misschien zat kind niet helemaal op te gemaken of misschien is er geen brandje. Is er dan eigenlijk ruimte voor aan verdant onderzoek? Is er ruimte voor beeldforming? Nou, dat is natuurlijk altijd de. Ja, dat is een hot topic allemaal zo te filmen, want er is alleen zegt dat er geen echohoeftwoordige maakt. Want dat een echo zou je kunnen kijken. Als je de bal niet kan voelen, zit hij dan in de buik. Het onderzoek blijkt dat dat niet heel hoog sensitief is, is een echo onderzoek. Ik moet zeggen dat in de praktijk wij toch wel vaker wel doen. Ook om een beetje teneerste ouders te kunnen kounselen. Zeker als je een bal helemaal niet voelt, is het fijn voor ouders om in je vanaf instratting te maken van als je hem ook op de echo niet vinden. Dan is de kans van echt veel groter dat we hem ook echt niet gaan vinden. Dat hij. Dat hij überhaupt niet is aangelegd of dat hij als een rest aanwezig is. En ik vind dat persoonlijk zelf in de sprekenkamer heel fijn om alvante volgen als mogelijkheid hebben besproken met ouders. En met een echo komt dat vaak wat beter binnen. Maak je die dan zelf of via de radieloog? Nee, die laat ik wel door de radieloog maken. Ja, ik weet niet hoe je die dat doen. Nee, wij doen het niet. Ik heb wel een deel van de patiënten die bijvoorbeeld van de uraloog perifeer komen die dan wel een echo hebben. Ik leg altijd uit wat jou kan zeggen dat de sensitiviteit van de echo gewoon minder goed is als mijn handen. Want een limbveclier kan heel op een bal lijken. En dat is waar het vaak een miss gaat. Nou, dan stel je ouders wel eens de vraag van gewoon en een mRNA's kennen dan. Nou, een mRNA kan prachtig de bollen en beeld brengen. Maar die kinderen blijven niet stiligen. Die moeten ondernacose voor een mRNA. Ja, als ze voor een mRNA ondernacose moeten, dan kunnen wij beter onze diagnostiek ondernacose doen. Wat kunnen we gelijk ook gaan behandelen? Dus een mRNA heeft in beperkte setting meer waren. Als je bijvoorbeeld zo'n kind hebt met een Disorder of Sexual Development, dan kan dat in de toch zijn. En verder gebruiken wij de beeldforming niet. Dan zijn we dus op zes maanden hebben we een conclusie. Dan gaan we richting behandelen. Als je dan hebt over de polpabelen, niet scotale testes, wat ga je dan doen? Ja, dus waar je mee begin, is natuurlijk uitleggen dat je gaat plen, dat er een operatie gaat gebeuren. En als het kind dan slaap, dan begin je weer met voelen. Want dan weet je zeker dat er volledig onspanning is. En dan kan het toch nog wel een keer voorkomen dat de beeld toch op de goede plek ligt. En dat betekent dat je dan niet gaat opereren. Voel je dat die dan niet op de goede plek zit? Ja, dan ga je via de liefst het benadere, dus ingewinale benadering. En dan zoek je de beeld op, zorg je dat de innerdate cremasterveasels er af gaan. En dat je voldoende lengte gaat krijgen om hem naar beneden te brengen. En dan weer in de beeld zak vast te leggen. Stel, een kindje komt bij jou met zes maanden oud, heeft een palpabelen, niet scotale testes. Indicatie voor OEN+HNB zoals dat dan op de indicatiebesprekkingen, gooningen ging. Onders ook in Narcosen met handelen naar bevinden. Maar dan stel je die indicatie, maar niet elke anesthesis, niet elke uuroloog is in staat om een kindje van zes maanden oud te opereren. Hoe zit die situatie in Nederland? Ja, dan zou je een kind liefst hebben geopereerd voor het leven van een jaar. En dus dat is als je op een plek zit, waar het nog niet wordt geopereerd door bijvoorbeeld een anesthesist die geen narcose geeft, dan zou je moeten doorgewijzen naar de centrumars dat wel doen. En een jaar is een beetje zo grens, of je een kindje wel of niet anders te zien geeft. Misschien zo heb ik dat in mijn opleiding meegemaakt. De richtlijn geeft aan dat je voor 18 maanden moet opereren als het goed hebt. Hoe zit dat dan? Dat heeft te maken met de kansen op fertiliteitsproblemen en ook het risico op tumoren in de testes van of de pubertijd. En dat ze eerder je opereren, dat ze meer in die kans verlaagt. En de richtlijn zegt wel dat het bij voorkevorder leest als 12 maanden is, maar dat het met uitloop kan naar 18 maanden, maar de richtlijn is wel duidelijk in bij voorkevorder 12 maanden. Dus dat betekent eigenlijk dat als je dus bij 6 maanden die agnoze stelt, dat kindje ergens terecht moet komen waar de operatiefaciliteiten voor 12 maanden voor elkaar zijn. Ja, ik zou het. Elder, dat bij de tweede kantekening is, dat als je een bal niet voelt, dan zijn de advies vanuit de richtlijnen om een laproscopiet te doen, kom we misschien zo daarlijk nog wel op, en laproscopiet bij kinderen wordt ook niet in elk centrum gedaan. Dus dat kan het tweede reden zijn om te weizen, naar een bijvoorbeeld een academisch kinderurdoge centrum. Als we dan eh, dan heb je dus de nietsgrotale test dus palpabel gehad, maar je hebt ook de nietsgrotale testes die niets palpabel is, kun je daar meer over vertellen. Eigenlijk zijn de stappen hetzelfde als wat die zetten net vertelden. Dus dan gaan we naar de operatiekamer, brengen we het kindje onder naar kozen en dan gaan we opnieuw voelen. We weten van een deel van de ballen die op de poly niet palpabel zijn, dat die wel palpabel worden. Op het moment dat het kind helemaal ontspannen is en in na kozen ligt. Nou als dat het geval is, dan kan je als nog met een ingemunale benadering, de testes benaderen en een orgidopectie doen. Als je hem niet voelt onder na kozen, dan is het advies om met een laproscopiet te gaan kijken. Dus dan maken we een klein insistie in de naval en dan gaan we met een camera intra-abdominaal kijken. En hoe vaak zie je dan een test dus daar liggen of zie je iets van vaten en het vast de liezen gaan en dan ga je als nog ingemunale benaderen. Dus de stappen zijn voelen als je wat voelt ga je ingemunale benaderen en als je niet wat voelt ga je naar laproscopiet. En bij laproscopiet kun je dus een aantal uitkomsten hebben dat je een bal ziet liggen, intra-abdominaal, dan ga je kijken hoe lang zijn de bloed vaten. Dus dan maak je een tweede trokage instek en dan pak je het bal op en dan breng je hem naar de andere kant anneles. Dus als het om de rechte testes gaat, die intra-abdominaal ligt dan pakken we met een pakdangetje en leggen we naar de anneles van links. Want die afstanders 2 a 3 centimeter en we weten als die afstand kan, dan kan die ook van abdominaal naar scrotel komen. Nou als dat dan lukt, dan kan je dus een laproscopische oorgenophexie doen. En als die afstand te kort is, dan betekent dat dat de bloed vaten, dat die te kort zijn. En ja, dat kan je niet heel veel aan doen. Die kan natuurlijk niet aan trekken ofzo, die zijn wat ze zijn. Dus dan doen wij eigenlijk altijd een voulustiefens in twee etapes. En dat betekent dat we gebruiken maken van de dobloeding, die aan twee kanten komt. Dus de testes heeft vanaf het zeg maar de buikkant, de grootste vaten. Maar er zijn alles de mooisers van de vaten met het vast deverens. En ook het goed genakelen. En daar kan je gebruik van maken, dus dan kan je een soort van ongestraft de testiculaire vaten hoog doornemen. En dan laat je die bal, of echt zeg ik, een goed die bloed vaten, die andersom mozeren, die laat je sterker worden. En daar geven we de kinderen over de ogen in een half jaar de tijd voor. Dan gaan we een half jaar later opnieuw kijken. En als die bal het dan overleefd heeft, dan kan je als nog een oorgenophexie doen. Dat beschopjes zijn, dat is dus de twee fase. Nou dan kan je afvragen waarom doe je nou al die moeite in twee etapes. We weten dat de voulustiefens in één fase, dus de vatenclipen gelijkert die bal naar menees croetaal brengen. Die heeft een slagingskans, dat de testes vitaal blijft van ongeveer 50 tot 60 procent. En als je het in twee etapes doet, en je hebt dus een half jaar die vaten de rust om sterker te worden, dan is de slagingskans of de overlevingskans van die bal 90 procent. Dat is wel echt een heel groot verschil. En vinden veel kliniken dan ook de reden om het in twee stappen te doen. Dan heb je nog het scenario dat je interhabdomineel gaat kijken. En dat je zegt, he, we zien geen bal. Dan kan het zijn dat je zo genaamde blindeindigende vaten hebt. Dan zitten er dus bloedvaten, waar niks aan zit. Nou, dan is het klaar, want dan is die testes niet aangelegd. En je hebt het scenario dat je de vaten wel ziet, en dan gaan de andere zin. Dan moet daar iets aanvast zitten, een bal, of een nubin, zo'n finished testes. Dus dan ga je je laposkopie afrunden en ingruinaal verder benaderen. Dus er zijn heel veel uitkomstmaten en die bepalen ook de dur van je operatie. Dus ik leg ook altijd aan de ouders uiten. Het kan tussen de drie kwitier en twee uur bezig zijn. En dat is best heel ingewikkeld voor ouders. Nou, dat is ook waarom wij bijvoorbeeld als die ego in willen zetten in de kansling. Is omdat je heel veel scenario's met ouders d'orspreks voor dat je een operatie gaat doen. En het is ook heel fijn omdat wat gestaverd te doen. En dat is ook wat meer te kunnen uitleggen dat de kans op het ene wat grotere is dan op het ander. Dus ook wel, toen vallen hebben wij net in het eras met samen met de kindersjurgen, bijvoorbeeld ook of je ompje gemaakt. Om daar wat meer uitleggen over de gevens dat ouders gewoon voor dat ze beomgekomen, al een beetje extra uitleggen begood. Zodat al die stappen die je met z'n doorspreeter na dat die ook wat duidelijker en wat makkelijker aankomen. Nou, mooi dat je die dat doen want het klinkt als, ja, aan de ene kant een heel duidelijk stappenplan. Maar het is heel onduidelijk denk ik, inderdaad als je geen idee hebt wat er allemaal gaat gebeuren op die operatiekamer. En we mooi overzicht van het verschil tussen de palpable en de nietpalpable testes. Nog even terugkomend op de welpalpable testes, je hebt gaf net aan hoe je dan in geminalen orgidopexie doet. Er wordt ook wel, je leest ook wel eens over scrotale orgidopexie. Ik heb dat zelf eigenlijk niet gezien in deze setting, is dat iets wat jij doet? Nee, dat is niet iets wat ik doe. Het is niet iets wat wordt aangeraad of gaat fiseerd. Dus de ingemunale benadering is wel echt gewoon de gouden standaard daarvoor. Dat heeft er ook mee te maken, dat je vaak ziet dat er toch wat nog een open verbinding is met de buikholten die je er ook af wil halen. En dat kan je eigenlijk gewoon het beste zien als je ingemunaal benaderd. Als je dat niet doet, dan is het kans dat je dus een hoogstand krijgt nadien is best groot. De aanvulling erop te zijn, dus mensen ook in Nederland die wel scrotale benadering doen. Ik denk dat je het kan ongewege als die bal echt wel al zeg maar vrij laag ligt. Waarbij de kantekening wel altijd is, dat we weten van die traduurt dat één op de vijf uiteindelijk toch nog weer een ingemunaal benadering heeft vanwege die beruksak. Die moeten resiseren. Wat het belangrijkste voor alles, denk ik, dat je alle technieke beheerst. Dat je kan opschalen als het nodig is. En in dat kader is in van de dingen waar we wel ons met te maken hebben is dat er een balletje wel ergens een kiertje op de politie gevoelt is. Maar op de operatiekamer dan onder de koze toch niet. En dan dat we toch ervol gekozen is om een ingemunale exploratie te gaan doen. En als men daar dan niks vindt, dan komen de patiënten vaak bij jongens in de akademie te ligt. En dan wordt mijn werk wel een stukje moeilijker, want dan moet ik een ball gaan zoeken in een operatiegebied waarom weer wat gedaan is, waar lietekeweze ontstaat. Maar misschien toch wat iets is doorgenomen wat een vast was of die hele ile bloedvaartjes die de herkening van een ball heel veel moeilijker maken. Dus het advies is denk ik vooral als je denkt dat je het goed in de vingers hebt doet. Maar zorg dat je alle scenario's kunt en dat je kunt opschalen als het nodig is. Dus lapelskoepie kunt pakken als je denkt dat het nodig is en als je denkt dat dat heb ik geen ervaring mee of er zijn andere redenen om het niet te doen beginnen dan niet aan, maar stuur het kind dan door. Ja, dus als je onderzoek in de koze doet, je voelt niks in ginaal, dan ga je niet in ginaal exploreren, maar dan ga je of dan een diagnostische lap gespenen of je laat kindje wakker worden en verweest hem naar een centrum, maar dat kan gebeuren. Ja, en als je tijdens een operatie toch erachter komt dat je het niet weet wat altijd kan gebeuren dat je dan laagdrempelijks toch even ook tijdens een operatie kan overleggen met je collega's van het centrum in de buurt. Want ook dan kan je net even op de goede weg worden geholpen. Dat is ook iets wat toch niet met één regelmaat, maar af en toe gebeurt. Dan moet je wel eens gebeld door iemand die de operatiekamer staat. Dit komen we nu tegen en video bellen, via WhatsApp. Nou ja, dat kan wel niet, maar we hebben het wel een beetje de situatie uitleggen en van wat is nou het verstandig om te doen, zou ik nou verder gaan en dan kan je nog even wat extra vragen stellen of dat je zegt we stoppen. Stel nou dat je die ingeunale exploratie aan het doen bent, maar je ziet de balletje, je hebt het, maar je krijgt het niet helemaal tot aan het groteal. Wat voor trucen heb je dan eigenlijk om het om lengte te verkrijgen? Nee, je kan dus ook als je ingeun al werkt en vaderstief in zo'n, dat kan dat je daar had dat nodig is omdat je de bal al in de diskenaar hebt gekregen is niet groot, maar soms is het zo dat hij echt helemaal aan het piepen is, dat je hem eigenlijk net niet in de diskenaar krijgt. En dan is dat bijvoorbeeld een optie om toch een veilersdiemers dan te doen. Ja, ik denk te stappen daarvoor zijn zorg dat die broekzak goed afgesgroeven is. Je kan natuurlijk het is kanal openen en dan kan je heel mooi die broekzak heel veel afschuiven en je hebt ook nog zo genaamde printismaneuwere. Wat je dan doet is de epigasica in ferioord die leg je vrij en daar leg je de testes met vaten en vast media al van. En dan neem je als het ware de binnenroeten naar het scrotum toe. Ik moet zeggen, ik heb die zelf nog nooit gebruikt, ik vind het altijd een beetje spannend in teorie, maar heb jij de ervaring meer die zet? Nee, ik heb dus laproscopies wel eens gedaan omdat we toen echt heel weinig lengte hadden. En dat was ook na dat ik dat elders had gezien dat was er het gedaan, maar gelukkig heb ik dat verder nog niet nodig had. Nee, is er ook ruimte voor hormonale behandeling? Nou, er is kleine hebben we dit jaar ook weer geupdate. Er was wel, er is altijd heel veel onduidelijkheid over de rol van hormonale behandeling en dat is ook echt een contraversieel, dus daar is ook nog niet een clip klaar antwoord op. En wat er wel dit jaar ook echt hebben benadruid is dat alleen hormonale behandeling om de bal op de goede plek te krijgen, dat moet je gewoon niet doen. En dat is niet de indikatie daarvoor. De indikatie voor hormonale behandeling lijkt er te zijn als er een bilateraal probleem is en dan kan het een invloed hebben op de vruchtbaarheid. Maar u hoort altijd dat ik begin met praten met kan en mogelijk, dat is gewoon nog niet goed genoeg aangetond. Ook met onze werkzaamheden bij de jou hebben we een onderzoek gedaan om gewoon eens even te kijken wat doet iedereen nou. En daar hebben we experts in hetzelfde gevraagd van over de hele wereld, wat doen jullie, gebruik jullie wel as hormonale behandeling. En dat gebeurt, maar heel wisselend, het indikatie is heel wisselend, de dozering is heel wisselend, welk medicijn wordt gegeven is heel wisselend. Dus daar zijn gewoon geen harde indikatie voor, laten we het zo zeggen, ik denk dat dat kunnen concluderen. Ja, en die medicijnen natuurlijk bijwerkingen, dus daar krijgen die kinder ook last van en dat conceptieel zijn zoals huidverkleuring, hyperpregmetatie. Maar ook jägerdragsverandering, want ze krijgen natuurlijk wel hormonen, groei van de penis. Dus dat is ook zeker de kantoekening en de effectiviteit, als het gaat om de leving van de testen zich heel beperkt. De onderzoeken die gedaan zijn, laten we bijvoorbeeld zien dat de testen die er het beste op reageert op die hormonale behandeling, dat zijn de testen zich al bijna scrollt aan liggen. Dus die hebben ze zeg maar dat laatste zetje nodig en dan is het ook zo dat op het moment dat je stop met de hormonen, dat die testen zich terugschiet, niet altijd, maar bij een deel. Dus ja, dan heb je echt niet zoveel gewonnen met die hormonen, terwijl je wel hormonal bijwerkingen kunt krijgen. Nee, dus inderdaad, op zichzelf staat hormonale behandeling voor de niets gratale testen, dus daar is denk ik geen plek voor, dat we dat kunnen concluderen. Het kan wel bijdragen, ja, dus mogelijk aan de vruchtbaarheid en ja mogelijk dat de bal iets lager komt wat een operatie mogelijk makkelijker zou kunnen maken, maar die operatie wordt er niet meer voorkomen. Oké, niet doen dus. Ja alleen in gezellekteerde omstandigheden, dat is dan bestaan, maar hoe dan misschien een beetje ingewikkeld, dan gaat het ver maar hoe kies je die gezellekteerde omstandigheden dan uit? Nou dus bevouw op wel een bal, een jongen met nietbalpabelen wel, bij de zijds, waarbij dus ook is uitgestoten dat er een DSD-probleem is. En dat zou wel kan een candidat zijn om wel ervoor te kiezen om hormonmaning te geven, mogen dus met positieve effecten voor de vruchtbaarheid en mogelijk om die bal toch naar beneden te krijgen. Ja, met die operatie, ja en die nietbalpabelen, of die bilateraal nietbalpabelen testen, dat zijn patiënten die komen bijvoorbeeld bij jullie terecht, want dat is iets waarvoor je dus in een centrum behandeld moet worden, waar je dus ook klappersgebied kan doen, waar je dus ervaring hebt en waar dus als het nodig is deze behandeling ook aan plaatsvinden. Maar dat klopt dus nu erdaad, he? Dus daarvoor zijn hier wel in ons regio heel duidelijk te aspreken dat als een bilateraal nietbalpabelen bal is dat daar ook echt niet perifeer aan wordt gestart, dat wordt gewoon verwezen naar de academie. En de bilateraal niet secretale, maar welpapelenbal is dat iets wat in de perifriekan, of moet dat ook naar de academie, of. Nou, er zijn landelijk werkaspreken gemaakt dat het advies is om ze naar de academie te sturen, want je kan je voorstellen als je toch in de ongelijke ontstandigheden bent dat daar schade ontstaan aan het vast aan te vervaten. Ja, dan we komen daar gewoon veel, wij doen die operatie veel, ik werk ook met een loopereel, dus ik kan dat ook gewoon veel beter zien. Dus ik denk dat dat wij is, maar ik weet ook, bijvoorbeeld hier in de regio in Utrecht, hadden we ook gewoon werkaspreken met een aantal uralogen die gewoon heel veel kinderen uralie doen, die veel orgidopexie doen. Nou, als je dan van elkaar weet, dat is een goede handen, dan kan je natuurlijk ook zeggen van als het echt een goed voetbare bal is, dan kan je de wel aan het zien. Moest dat in Rotterdam? Ja, ik denk dat dat wel vergelijkbaar is, en het belangrijkste blijf is dat je jezelf bequamen moet voelen om de negaties dus scenario te opereren waarin het recht te komen. En als je natuurlijk bij de zijks goedpropable test is, heb je de neurologie operiert vaak in dat gebied en je voelt jezelf daar dus bequamen voor, ja, dan zou dat kunnen. We hebben het nu gehad over, denk je, die zes maanden zijn of een beetje ouder die bij jullie op de poli komen, maar je hebt natuurlijk ook kinderen die tien zijn of die. Nou, 16 zijn of zo, en dan krijg ik spijnsdoren van het heet, dat ziet er anders uit bij jou. Hoe werkt dat dan? Want dat is een hele andere patiëntekatsgrie. Ja, dat werkt daarna heel anders. Je noemt er 1 van 10 en 1 van 16, nou zijn er toevallig ook weer twee andere categorieën natuurlijk, want de ene die hier is nog voor de puurtheid. En de ander zit er of meer de in of is er ook al na de puurtheid. Ja en op het moment dat je het over jongens hebt die na de puurtheid zijn, en je hebt dan een niet palpabelenbal. En die vind je dus in de buik, ja, dan wordt het wel advies om wel zo'n bal bijvoorbeeld te verwijderen. Want dat kans dat je die goed naar beneden gaat krijgen, die is gewoon niet groot. En dan heb je wel de negatieve gevolgen daarvan. En dan heb je het over een quadaardige, een risico op een quadaardige. En als die niet goed naar de bal bij die 16-jarige welpalpabelen is, wat doe je dan? Ja dan kijk je dan, ik denk dat we in ons ziekenhuizen dan wel proberen om die bal nog wel naar beneden te krijgen, en je gaat weer hier de oogse is. Ja, ik denk dat je een opzet altijd probeert. Ja, en ja als het echt niet gaat of het is een hele kleine testus, waarbij de andere testus dan goed moet liggen en een groot volume moet hebben, en dan denk ik dat je inderdaad wat makkelijker kunt zeggen we halen weg. En als die jonge tien is, is dat nog anders dan de 16-jarige die na de puurtheid is? Nou, de eerste vraag is natuurlijk altijd, is het een primair niets grotale testus, of is de verwoorden niets grotale testus. En waar bevindt hij zich dan? Dat is denk ik even van me lang. We handen er in Rotterdam nog wel dat als ze echt zo vlak voor die puurtheid zitten. Dat we dan zeggen, hier kan nog wel een jaertje wachten als je die bouw richting de bouw. Er richting de bouw is ook voeltraam. Maar zeven te kijken wat dat natuurlijk het testus te ronddoet. En dan zien we dat toch nog wel een deel van die balen wil indaden. Laat het even hebben over de prognose, want wat vertel je eigenlijk de ouders bij het eerste consult? Hoe? Hoe ligt je ze voor? Wat vertel je? Wat is er belangrijk dat wij als collega's, morgen kunnen vertellen aan de ouders die winsprekamer zien? Dat ligt dus aan de welke timingshezen zit het tegenover je. Maar in ordaad stel we het over het jongetje van zes maanden oud, met een ordaad een bal die niet op de goeie plek zit. Dan is het belangrijkste dat we benadrukken dat het kind wel tijdige operieerd moet worden. Dus voor die 12 maanden leeftijd en dat we daarmee dus voorkomen dat het risico testus te moeren heel groot is. En dat we ervoor zorgen dat de vruchtbaarheid verbeterd is. Dat is de hele dat. Ja, het belangrijk is. En dus de reden bij oudere jongens, na de pubertijd, is dus met naam het tenaanzie van het signa leren van die kwamte aardigheid. Ja, want het risico testus te moor is verhoogd. Het is natuurlijk aan een ontzettend zeltszame aandoening. En er is een volgt risico, maar dan hebben we het op een factor van twee als je op tijd koritzert. En als je na de pubertijd koritzert dan is het een factor van zes ongeveer. En dus dat is nog steeds iets wat gelukkig weinig voorkomt. Die kansen, die kan je niet helemaal ongedaan maken, dus het advies blijft. Na een orche d'ophek zie, toe even in de pubertijd, één keer per maand, zelf onderzoek. Dus het weis veel glamen geweest of het glames niet goed wordt, maar veel aandachter is voor het ballen alarm. Nou, deze groep jongens is dat ook zeker van belang voor, dat hij gewoon één keer per maand zelf onderzoek doet. En als die testus afwijken, het gaat aanvoelen dat ze direct aan de beeld trekken. Ja, dat is ook wel het moment dat ik meteen aangrijp. Dat ballen alarm vond ik een hele goeie kamp van je. Want wij hebben natuurlijk de kleine groep die het is, maar wel dat we daar aandacht voor vragen. En dat zijn natuurlijk de vaderstubelstensprekamer zitten die volledig in die doelgoepvallen. Dus ik laat altijd het ballen alarm zien, aan papa ook, tot zij of als beginnen, want dan hebben we die meteen meegepakt, dat is onze doelgoep. En de gelijkertijd als zij het zo gewend zijn om te doen, kunnen ze het ook een zoon leren, zonder dat ze dat zijn vergeten. Dus ik probeer dat op die manier ook altijd uit te leggen. Leuk. Nou, die ga ik jatten, een goed idee. Ben je dit? Quick for. die zetten. Wat is je grootste passie buitenwerk? Ja, ik denk dat dat toch is om leuke dingen te doen met vrienden, en dan is mijn ideale dag in het weekend ziet eruit op de tennisbaan met de vriendengroep in het zommetje even afwisselen tussen elkaar bekijken, zelfs porten, en dan de kinderen die een beetje om ons heen hobbelen, en daarna nog een lekker drankje langs de lijn. Kijk, dat klinkt als een goede weekenddag. Rihanna, wat zou je zijn als je geen ugelogen was geworden? Ja, dat had wel iets heel anders kunnen zijn, want ik had als een van de alternatieve voren gines kun ik uitgedoten zou zijn, dat ze hoger hotelschool had ik overwogen. Of psychologie, maar ja, een bepaalde maten van dietbaarheid zitten wel in. Ja, dat is inderdaad de dienstbaarheid, zet we alle drie de vakken wel. Die zet welk advies zou je zelf geven als je terugkijkt naar de eerste dag van je opleiding. Ja, dus dat je meer moet genieten van de kleine momenten, dat alle kleine momenten ook meer momenten kunnen zijn, en dat je je moet blijven verwonderen, denk dat dat mijn advies zou zijn. Mooi advies. En wat voor kleine momenten zou je meer van willen hebben genieten? Ja, dus het zit hem in, het zit hem in soms in het patientencontact, wat je hebt, wat heel duurwaar kan zijn, het kan hem zitten in een koffie gesprek met je opleider. Maar dat je er wat meer bewust van bent, wat gebeurt er nou en dat je je bewust bent, dat je niet alleen maar aan het werk bent, maar dat je echt wordt opgeleid. En dat gebeurt van alle? Ja, ja. En ik denk, als ik daar op aan mag haken, zie je je successe, dat is een beetje een stoppaartje aan hoe ik begint altijd lachen. Nee, ik denk dat het heel belangrijk is en dat we vaak vergeten om stil te staan bij de dingen die goed gaan. Ook in de begeleidingsbesprekken gaat natuurlijk vaak over wat kan er beter, hoe belangrijk, maar ook heel belangrijk. Wat gaat er goed en hoevee je dat? De croquette voor elke eerste operatie, tot wat we zeggen. Dat klinkt als over te weinig croquette worden uitgenen. In groeningen wel. Nou, in Rotterdam zitten we er bovenop, zeker bij de kinderurlogie. Rihanna, wat is de grootste verandering die tijdens je karriere hebt meegemaakt? Ik denk dat het is dat ik veel geduldiger ben geworden. Ik ben namelijk niet bepaaldsgeduldig van mezelf, maar bij de kinderurlogie wordt je ook wel gedongen om geduldig te zijn. En ik krijg nu dat toch wel regelmatig het compliment van mensen dat ik heel geduldig ben. Dat ben ik intern niet altijd, maar blijf bestraal ik dat dan wel uit en dat kan heel bevordelijk zijn. Duiplische dilemmas. Rihanna, voor jou, groeningen, u trecht of de achterhoek. Groeningen. Dat is duidelijk meteen of die niet lang of na te denken. Nee, ik vind het gewoon een fantastische stad. En ik heb hartstikke leuk werk. En ik won hem met veel plezier. Dus ja, wat doe je want more? Er gaat niets over groeningen, zo is het. Ja, die zet nooit meer opereren of elke EU zonder borrels. Nou, dan maar elke EU zonder borrels. Toet wel pijn of niet. Rihanna, nooit meer opereren of geen ailes meer opleiden. Hoek, dat is ook een moeilijker. Ja, daar ga ik toch voor nooit meer opereren, denk ik. Ja, opleiders echt heel mooi. En ik vind het echt super leuk om dingen over te kunnen brengen. En nieuwe mensen en jonge mensen en nieuwe dingen te leren. Dus ja, nee, dan worden dan toch geloof ik. En mooi. Voor jou is het laatste liefste. Kinderuroloog zijn in Amsterdam. Of volwassenuroloog in Rotterdam. Ik heb al ooit gesorisiteerd in Amsterdam. Voor de opleidingurologie. Toen werd mij gevraagd. Mijn vrouw het doen. Wat komt u hier doen? U schreef cv's riel Rotterdam. Dus deze vraag is lastig. Nee, dan worden toch Kinderuroloog in Amsterdam. Ja, oké, oké. Nou, we willen jullie heel erg bedanken voor dit mooie gesprek. Of er niet gehad aan het test is. Ja, we zijn echt een stuk wijze geworden. En het is een heel duidelijk verhaal. Ja, bedankt gehoordiging. Ja. Dit was Blaaskaken. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer. Deze podcast wordt neem mogelijk gemaakt door. eitend. De echt een minimaal invasieve poliklinische procedure van Olympus. die het leven van mannen met dpha positief verandert.
Podcast Summary
Key Points:
Niet-ingedaalde testis komt voor bij 1-5% van voldragen jongens, vaker bij prematuren, en kan spontaan indalen tot de leeftijd van 6 maanden.
Diagnose en beleid zijn gestructureerd
Bilaterale niet-ingedaalde testis met penismisvorming vereist directe alertheid en multidisciplinaire evaluatie voor mogelijk Disorders of Sexual Development (DSD).
Behandeling (orchidopexie) wordt overwogen na 6 maanden bij uitblijven van spontane indaling, met als doelen behoud vruchtbaarheid en reductie risico op maligniteit.
Unilaterale niet-ingedaalde testis heeft normale vaderschapskans, bilaterale vorm leidt tot verminderde vruchtbaarheid maar met geassisteerde voortplanting vaak nog mogelijk vaderschap.
Summary:
De podcastaflevering bespreekt niet-ingedaalde testis (cryptorchisme) in de kinderurologie. De aandoening komt voor bij 1-5% van voldragen jongens en vaker bij prematuren, omdat het indalingsproces in de laatste zwangerschapsweken plaatsvindt. De exacte oorzaak is onbekend, mogelijk spelen hormonale of lokale factoren een rol. In Nederland worden kinderen via het consultatiebureau gevolgd; bij aanhoudende niet-indaling rond 6 maanden volgt doorverwijzing naar de kinderuroloog.
De anamnese richt zich op prematuriteit, familiaal voorkomen, en mogelijke hormoonbeïnvloedende factoren zoals IVF. Bij bilaterale niet-ingedaalde testis in combinatie met een penismisvorming (bijv. hypospadie) is directe alertheid cruciaal vanwege het risico op een Disorder of Sexual Development (DSD), wat snelle multidisciplinaire evaluatie vereist. Het lichamelijk onderzoek gebeurt in een warme, rustige omgeving om cremasterreflex te minimaliseren, waarbij ook de contralaterale testis wordt beoordeeld op grootte als voorspeller voor een eventuele atrofische testis (nubbin).
Indien spontane indaling uitblijft, wordt rond de leeftijd van 6 maanden een orchidopexie overwogen om de testis in het scrotum te fixeren. Dit verlaagt het risico op maligniteit en optimaliseert de vruchtbaarheid. Unilaterale cryptorchisme geeft een normale vaderschapskans, bij de bilaterale vorm is de vruchtbaarheid verminderd, maar met geassisteerde voortplanting is vaderschap vaak nog mogelijk.
FAQs
Bij à terme geboren kinderen komt het voor bij ongeveer 1 tot 5 procent. Bij te vroeg geboren kinderen ligt dit percentage aanzienlijk hoger, omdat het indalingsproces nog niet voltooid is.
Testikels moeten in het scrotum liggen voor een optimale temperatuurregulatie. Als ze te warm zijn, kan dit de vruchtbaarheid beïnvloeden en het risico op zaadbalkanker verhogen.
Er wordt afgewacht tot de leeftijd van 6 maanden, omdat een deel spontaan kan indalen. Als ze dan nog niet zijn ingedaald, wordt overwogen om te opereren. Bij bilaterale niet-ingedaalde testikels met een penisafwijking wordt direct verwezen naar een gespecialiseerd team.
De diagnose wordt gesteld door lichamelijk onderzoek in een warme, rustige omgeving. De arts voelt met gel om de positie en grootte van de testikels te bepalen en onderzoekt ook de penis op eventuele afwijkingen.
Bij unilaterale niet-ingedaalde testikels is de kans op vaderschap gelijk aan de normale populatie. Bij bilaterale niet-ingedaalde testikels is de vruchtbaarheid verminderd en is de kans op vaderschap kleiner, vaak met behoefte aan fertiliteitsbehandelingen.
Risicofactoren zijn vroeggeboorte, laag geboortegewicht, en mogelijk hormonale factoren zoals bij IVF-behandelingen. Familiaire aanleg en afwijkingen aan de penis kunnen ook een rol spelen.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.