Go back

Marc-Marie & Isa vinden Provinfluencers

70m 28s

Marc-Marie & Isa vinden Provinfluencers

De podcast behandelt verschillende thema's rond schaamte, kleding en lokale cultuur. De afspeler bespreekt het moeilijk maken van compliments, waarbij mensen vaak onbehoorlijk reageren of het gewoon negeren. Daarna wordt het onderwerp broeken uitgebreid, met een historische analyse van de ontwikkeling van broeken in de middeleeuwen en de betekenis van de broek in de vrouwelijke vrijheid. De discussie gaat verder naar het waardevol van gewone momenten, zoals koffie drinken of eten, die een sterke verbinding tussen mensen creëren. Er wordt ook aangeduid dat lokale culturen, zoals de provinciale keuken, een unieke sfeer bieden die meer warmte en gemeenschap oplevert dan grote steden. De presentatie benadrukt dat het belangrijk is om te schamen over persoonlijke ervaringen en culturele tradities, en dat dit leidt tot een dieper begrip van elkaar. Aan het eind wordt de waarde van lokale activiteiten, zoals de muzieewijkweek, en het gevoel van thuis, onderstreept. Het gesprek combineert persoonlijke ervaringen met historische context, en laat zien dat simpelheid en authenticiteit vaak de meest betekenisvolle momenten zijn.

Transcription

8669 Words, 44322 Characters

Dutch
Donnie media, ik had laatste bij de film kreeg een billenbroekje, want ik heb namelijk geen kond. En ik had zo hoe heit zo'n strak een broek, een skinny jeans, een toen kreeg ik van de kleding en onderbroek met een contra in. Ja, ik vond het wel een zinig, ik had eigenlijk zo'n kond. Hebben jullie alvietsjes te influeren dat je hoortzaam gezien. Nou ja, welkom. Welkom bijzonder iets, want er zijn twee. echt een podcast die samen smelten. En een keer. En een keer? Ja, zeker. Zeg je wel, het dwingen. Maar ik vind het iets. Ja. En we hebben wat gevonden uit twee. Dat is een heel leuke meisje. Provinfluentzer. Provinfluentzer. Provinfluentzer. Dat schrijf ik gezellig bij jullie aan. Ja, ik vind het een moeilijk woord. Provinfluentzer. Provinfluentzer. Ja, ja. Het is ook heel moeilijk. Het zit ook heel leuk. Jullie zitten in juli. Ja. De kortje en wij zitten in ons de kortje. Ja. Jullie hebben in de datenschute. Ja. Provinciële keuken? Ja. Allweer keuken ook wel. Ook niet heel hygienisch. Als ik heel goed moet zijn. Dat boven allemaal hangt. Dat komen we niet bij. Dat is tof. Ja, dat is tof. Ja. We hebben heel veel doek overheen. Maar jullie wonen in een museum. Zeen machtig situatie. Ja. Ja, zeker. Met een veel. Met oud-out-provinciële keuken. Allweer kijkers. Ja. En vond het fijn om allemaal. Hebben jullie dit zelf, zo bedragd? Ja. Dat leuk. En jullie? Ja. En jullie hebben ook gezegd dat we in een keuken zitten. Een viesere. Een beetje aansuistikjes gezegd. Het is wel heis. Het is een gehoudenvrouwjes. Ja. Het ook peluchtmuseum. Zo ziet het er een beetje uit. Super leuk, vind ik. Ik vind het heel belangrijk. Tof was ik net op vakantie. En wij huurden aan huis. En dan vind ik het altijd belangrijk. Dat het huis kruiden heeft. Voorbeeld. Het is heel belangrijk. We hebben heel belangrijk. Paprikappoeder. Maar waarom? Dat is voor mij een standaard van of een keuken goedrootieerd is. Nee, dat vind ik helemaal niet. O, dat vind ik niet. O, dat vind ik niet. O, dat is er van die mensen. Voor je ouwe kruiden. Van ouwe bezoekers van dat huis. O, die winus is geweest. Ja, ouwe kruiden. Je weet het van wie de kruiden zijn geweest. Dat is belangrijk. En waarom speciafiek paprikappoeder? Paprikappoeder kan overal bij. Dat is ook heel snel doorheen. Ja, dat weet ik van jou. Ik zie. Hoe vaak heb je bij mij gegeet? Ja, ik heb bij mij gegeet. Ik heb bij mij gegeet. En ja, ik heb bij mij gegeet. Die moeder sprakt. Bobbi, where are you? En ik moest aan. En ik moest aan. En ja, ik moest aan. En ja, ik moest aan. En ja, ik moest aan. Hij had z'n hele hysterische irritante stem. Zo was het hele tijd van 'Nee, niet, wat zijn die in altijd?' Niet de opa's! Dus hele tijd zat ik zo maar te praten, maar dat is gewoon met de opa's. Ja, de opa's moeten we dan komen, er waren niet die opa's. Zo, het is de excesse als het. En natuurlijk geen reactieer. - Ja leuk. Nou, doe je dat nog? - Nee, ik vind het helemaal niet zo leuk. Wat vind je allemaal niet leuk? - Nou, ik vind het gewoon super. Ik vind het gewoon eigenlijk superzij. Dus je hebt dan. Ik had dan zo'n serie, ja. Ik heb niet meer gedaan met iets. - Zeker. En dan ging je dat. En elk aflevering ging ze wel op een vlot. En ging ze dan van zo'n watervall af. En er waren een paar gina's van "Aaaaah!" En dan waren de vijf mensen op dat vlot, dus ze moest je vijf keer moest je. En dan zeg ik zet hem gewoon aan als je gewoon bezin te gaan. Maar dat was als je een stemmetje deed, dan had je dan een soort rolletje. En dan was je klaar, wil je nog een paar keer gewoon in de meenigte? Oh! - Oh! Oh, freensel. - We hebben een paar gina's drie nog een kip. Zij hebben helemaal geen gezegd. - Ja, dat was het altijd. Ja, dus ik vond het daar heel leuk bij meta-zaamd. Ik vond het bedrijf leuk en een lundje ik meeden was supergezellig. Dat kwam ik er niet in. - Ja, dat was heel leuk. Maar. - En Marleneck. Ja, wel eens. Zij heeft het eerst. - Ja, daar heb ik geleerd. Nou, daar heb ik geleerd dat als je rijbewijs hebt, dat je veel meer kan doen op een dag. Dat heb je daar geleerd? - Daar geleerd. Want dat die plek was niet te bereiken met Lofi. - Nou, dat moest er maar iets meer. Maar dat komt eigenlijk lang. - Ja, dat is heel lang. Ik ben wel eens naar de IK geweest met het OV. Ik denk dat ik moet er kunnen, maar dan loop je daar met je parkskast naar de metro. Dat doe je niet. - Nee, dat doe je niet. Maar er was bij mensen aan het ook. En dan had je. Dus dan had je dan het smiddags een opname op daar. Dat was je eigenlijk heel je dag kwijt, want je moest er meta-zaamd, wat je moest met de metro. En toen ik het auto had, ging je reager naar het meeste. Het is tijd al veel meer op een dag doen. - Ja. Wat een insight. - Ja, want ik heb in mijn leven nog maar 200 maanden. Dus heb je dat uitgeregnet? - Nee, nee, dat zag ik in B&B voor liefde, daar zit Fred. En Fred zegt dat hij nog maar 200 maanden in het leven heeft. Dus hij moet je goed bestemmen. - Nu met die man daar bent. Ja, dan moeten we nu bestemmen. - Ja, dat is het. Dan moeten we hier nog. Maar is Fred net zo auto's jij? - Nee, hij is auto. Oh, hij is nou wel. - Nee, ik heb wel. Of minder, je moet niet. - Nee, ik kan zo iets op mijn hoofd krijgen, dan ben ik dood. Nou, we gaan dus verschillende rubrieken van elkaar spotkast doen. We schamen ons altijd. - Ja. Ja, waarom? - Het is nou helemaal zo. Ja, ik ben heel benieuwd. - Veel te schaandert. En misschien wel door jou? - Nou, nou. En dan is dat ook zo op war. Als een rubriek van jullie, wat gaan we doen? - Een thema. Wat is een vast thema? - Ja, precies. En dat is vandaag hebben we gekozen broeken. - We gaan nu eens naar reclameen. We gaan naar reclameen. - We gaan succesen mee, wij ook. Pim, we gaan even naar reclameen. Heb je wel eens zo, nou, dat heb je zeker een moment in je leven. Dat je denkt, oké, ik zie hier een beetje tegen op. En dat is onverwacht toch super leuk. - Wat? Met jou? - Met mij. - Ja. Toen waren wij naar ingeën bespeeling, Rool of Aaronsfein. Het is best tamelijk lang geleden. - Ja. Ik weet het nog. En het was een beetje een buurthuis, achtergezetting. En die man daar, die dit ongeloof ik ze best, om het allemaal voor elkaar te boxen. Ja, hij had natuurlijk weer duizend decorstukken mee, die daar helemaal niet passen. Hij deed ongeloof ik ze best. En toen gingen wij, waar gingen we hier? We gingen aan de overkanten was de soort buurtkafé en van een beetje een dorpskafé. Gingen wij eten en toen was de meneer van het kafé. Die ging ongelooflijk lekker voor ons koken. Ja. - Maar je vond die van die uitzere bakjes lacht een shoe. En dat was met pechische kleedje. - Heerlijk. En wij weten dat, want het is echt wel bijna 30 jaar geleden. En wij hebben het altijd over dat moment. Ja, dat het ineens op de plek valt en dat het allemaal heel erg veel leuker is naar gedacht. Ja, de mooiste mensen zijn vaak heel gewoon. Koffie drinken een middige pad, een etenje of gewoon even bij iemand langs gaan. Met een najaarscollectie van Nora vind je kleding die bij jou en bij dat soort momenten past. Want samen zijn de gewone momenten vaak het mooie. - Ja. Bij Nora draait het niet om hoe je eruit hort te zien, maar om kleding waarin je je comfortabel vrouwelijk en vooral jezelf voelt. Nora is heel dichtbij, met meer dan 120 winkels in Nederland en online. Kan je shoppen voor betaalbare comfortabelen en verrassende damesmoder voor alle vrouwen die zichzelf willen laten zien op hun eigen manier. Ondekte nieuwe najaarscollectie van Nora via de link in shownotes of, ja, lopen een Nora-winkel binnen bij jou en de buurt. Ik kan korting krijgen met prof, met een V20, prof 20, krijg je 20% korting als je 60 euro of meer uitgeeft bij een Nora-winkel. Het leuk, leuk. ♫ Van succes♫ Zullen we beginnen met een potjeschame? - Zeker. Oké, we schamen ons dus elke weeken ergens voor en dat zijn daar heel persoonlijk verhalen. Ja, toch? - Ja. Nou, het kan ook hebben we bijvoorbeeld een keer ons geschraamd over hoe je bij een kapper kan zitten en dat er iets gebeurt waarvoor je denkt. Ik wil het helemaal niet, maar ik durf het niet. - Ja, zeker. Wat is het aan deze week? - Wat gaan jullie deze week over? Nou, wij schamen je wel eens als je een compliment in ontvangst moet nemen. Ja, dat is best moeilijk. Vinden wij. - Want je bent natuurlijk heel veel compliment. - Ja, hele dacht ik. Nou, ik heb de neiging als iemand zegt, wat zit je haar mooi om het tijd te zeggen? Jouw, jouw haau! - Ja. Om het tijd terug te rijden. - Jouw, wat was je goed vanavond? Ik heb mij hem even heel goed. Of wat ben jij? Wat ben je toch liefd? Maar zonder jou is ook lang niet zo lief. Meteen? - Ja, het ontvang is lastig. Ja, van iets. - Een compliment terug te maken. Ja, of het of wat er heel veel mensen doen is, want ik heb hem ook niet gezegd aan, ook. Ja, heel bedenigd aan breken. - Wat een leuk shirt. Dat is heel oud, heel oud. - Ja, dat is oud. Waarom doen mensen dat? - Waarom is het moeilijk om te zeggen? Dank je wel. - Klopt, precies. En mensen in de provincie hebben dat dus probleem mee mee. Nee, dat is niet best. Eerst we herkennen niet. Daarom dachten we dat. Ja, wij vinden dat lastig. Om te zeggen, dank je wel. - Maar ik studeer wel. Ja, dat zeg ik ook. - Ga je aan de woord terug. Ja, dank je. Maar dan maak je ook altijd te spreken mee met je dood mee. Dank je punt. Wat lief zou je ook kunnen zeggen? Wat lief, dank je. Dat een leuke lief. - Wat kunnen jullie dat makkelijk? Dat hebben we wel geleerd. - Wat lief? Dat je denkt ook altijd, oh god, een compliment of oh, überhaupt iets. Ik wil altijd lief over een ander hebben. Ja, natuurlijk wel afmoed te leren, want potgas moeten we ook dingen. In het begin dat zei, ja, jij vind iets hiervan, toch? Dat is zo'n heter onze podcast. - Ja, oh ja. O, je moet het echt wel vind vinden. Wat ben je? - Dan vindt dit, maar ik vind dat een ander ook. En ik snap jouw eigenlijk ook of die ander. Ja, ik snap heel veel mening van het. Maar moet je altijd een ding vinden van, oké, ik ga hiervoor staan? Nee. - Hoeveelheid? Wat gaan we alles doen? - Ik heb je potgas wel eens gehoord. Ik ben opgevallen van 196. - Ja, ik weet niet hoeveelheid. Wij vinden mee zo'n ergens iets van, maar het hoeft niet met de knal. Dat is een heel stengenbeid van het laatste over AI. En aan het eind van het gesprek vond ik ook dat AI wegmoest. Dus we neerden om de ping dat ook vond, en die heeft je ook zeg maar. O, zeg maar. - Zeg je dingen op tafel, gevoel. Maar ik dacht, waar mag ik het niet? - Die gebrijden filmtjes naar me door te sturen. Wij mag dat niet leuk vinden. - Ja, maar niet van mij. En mag het niet? - Omdat de pingetje is. En je pak dus de baan af van mensen die echt prijen, kleine dingetjes prijen en daar een filmpje van maken. - Knappje? Ja, en die stuurtje brood uit de mond. - Die stuurtje brood uit de mond. En die stuurtje wens het van, is het AI, is het AI en ook de meest verschrikkelijke AI-filmpjes sturen, we nu dan elkaar, die overdel ik AI zijn. En dat is de terwijl je dus. - Ja, dat moet wel je ook met je op. En ik ben een moment met honderders ook weer lymmen op honderders. - Maar mag ik niet, jij schaamt je nooit? Ik schaam me heel vaak, het schaamt heel veel. Ja, maar dit is een schaam, die jullie samen hebben. - Maar ik weet van jou. Maar ik ben niet. Als ik bij jouw voorszing kom, kijk ik en ik zeg, God, wat was het goed? Wat een momentje graag. - Maar. Sorry, jongen, wat was het goed? - Ja, je gaat ook meteen. Oké, hoe is het? - Ja, ik vind het ook slepp en gewikkeld. Ik heb in dat moeten leren om te zeggen, dankjewel. Maar als ik dan mensen kender, ik heb het ook liefere ergens anders over, ja. Terwijl ik het wel leuk vind, ik denk dat het schrijf het maar op en leeg het maar ergens neer, dan ik vind het leuk om te weten, maar ik vind het heel moeilijk om me bij te zijn. Zijn het wel iemand dat doet, zeg maar. - Ik ben zwanger. Dat vind ik altijd wel interessant, maar dat vind ik altijd wel. Iets interessant hebben dat ik ben bangen voor de mensen die me goed vind en die me niet vinden, maar ik ben niks uit. - Oh, dat zien ze zo. Dus ik ben bangen om mensen te leurd stellen die mij leuk vind ik voor zijn voor die mensen uit. En dan zien ze één iemand op rij, drie die niet lachten, zijn ze heel af mebezig. Maak mij niks uit. - Nee. Ja, nee. Ik ben veel bangen als iemand zegt, oh, nemen, die komt morgen heel toe en niet vind je echt geweldig. Dan woon ik aan. Ja, dat vind ik ja. Ja, dat vind ik ja. Toch klopt, ja. Dus ik vind het veel moeilijk altijd. Ik hou veel me voor mensen die kennen, dan mensen die niet kennen. Ze hebben mensen die meteen, als ze iemand niet kennen, gaan ze daar een hele aantal meestal te praten. En dan laat ze mensen die kennen, denk je, die kennen ik al. Ja, ja, ja. Ik blijf dan toch altijd mensen die niet kennen, zeg ik na een voorschijn voor het zegt, nou hartstikke leuk, hartstikke liefers mensen het goed vinden zo, maar dan ga ik wel naar de mensen die kennen, om daar met te praten. En ik ken me mensen die dan de hele aarde met. Dat zeg ik laten, die waren dat nou, ik weet ik niet. Oh ja, ja. En ze zijn er heel maar even met te praten. En dan laat ze, zeg maar, hun bekende, of wat ze die aange. Zo misschien wel eng er vinden, die bekende, of daar het. Ik vind het wel heel interessant. Ah, ja, ja. Mijn vader ook, die was gewoon van mensen die niet kennen, die moesten altijd alles, daar moesten altijd alles voor gebeuren, en voor ons. Maak ze niet uit. Nee, je moesten altijd ook bij me te vangen. Mijn vader altijd, alles zeggen dat je niks kon vinden, want als ze iets waar laten zien, er gaf het af. Ze hebben die gauw doorlaat, die ik via me hebt gebracht, dat is Amerika. En laat die te hebben zien, heb je hier nog. Als ze een gauw zei die gewoon tegen mij uitgeven, wat we er iets anders hebben, die gaf het rond zo af. Oh, gaf het ook gewoon mee. Ja, mijn skelter, ik had zo'n skelter en dat was ik fijn voor zo'n skelter. Nou, die en ook zo raar, dat die mensen, dat ook niet van nou, dat is misschien wel. Dat is zijn skeltig. Nee, voldoen ze hier nog een probleem. Ik kom dat jaar genouwd op passen, zeg die man. En dan ging mijn skeltig. Oh, maar de wissel begrijpt natuurlijk wel, dat is gewoon bij jouw vader, langs moesten gaan. Je had altijd wel iets wedstrijd. Ja, dit is vocht mij wel, hij ken maar, dat mensen dit doen. Ja, makkelijk wel een spulgevang aan de amator. Ja, ik weet het ook nog wel dat jij vroeger wel eens zei dat je het heel moeilijk vind om ergens binnen te komen. Ja, wij spreken altijd af. En dan ga je nog wel bij deze podcast? Ja, wij spreken voor de duren. Allewer diebden. Ja, wij spreken wel vooraf af. -Wijt al zijn. Maar daarmee hebben jullie dit niet. Dat zit allemaal hier. Ja, dat zit allemaal daar. Nou, wat bij mij gebeurt, is dan na een voorsting bijvoorbeeld met z'n accentie, dan zo. Dus dat mensen in de voor je klaar, natuurlijk zitten daar om jou als het klaar is, om dat iets te zeggen of zo. En dan gaan er mensen van de productie, van die met jouw meestpoed, die gaan ook. dan in die voor jezitte en zo. En ik stel me dan voor, ik denk ook dat ga ik daar ook even bijzitten, dan lopen de voor je in. Als dat niet iemand heel snel tegen mij zegt, kom maar Marie, dan voel ik dit z'n baard. Ja, dat snap ik. -Dat is toch gelopen, en dan heb ik niemand iets te zeggen, denk ik. Nou, daar zit zij daar allemaal af. En ik zai hier nou, waard, ik ga niet omdraaien. Oh, dat is verschrikkelijk. -Dat is één groot schaam. Ik doe dus hierom te kijken, ik denk dat ik werkte meteen van Ulze. Ik weet niet, Vielen is nog wat zegt. -Ja. -Ja, je ziet een provincie nog een naar. En hij vindt ook die blik. -Dat vindt ook een sleinsensteig. Dat vindt ook wel goed. -Het vindt Elze die ging gewoon aan een tafelstaan. En die zijn gewoon naar de voorse en gingen, voor je en gingen aan tafel. Zijn ze natuurlijk leuk zijn die er gewoon. -Ja, met die die niet kenden gewoon. Lennag van Dijk. -Knaak. -Knaak, superknaak. Lennag van Dijk was de eerste, ik deed met haar een voorste en met z'n tweeën. En zij ze kom. Zij hebben zo ver dat we zaken het moment na het applaus. De voor je en langs elke tafeltje. -Oh! Heb je genoten? -Oh. Hoe vond je het? -Ja. Hoe dank u wel, dat je denkt, die durft echt. Ze zijn er in de kast en ik vond het aan de lange kant. Ik weet niet, ik denk dat ze zo met de indruk waren, van dat ze dat komt. Toen ze iedereen een beetje, ja, ja. -Ja, ja. Verdacht van Dijk. -Ja. En dan stond ik daar zo bij en dat ik, oh, wat verschrikkelijk. Zij je niet lindig. -Ai. Op geen lijktje is dat, ja. -Zij je niet lindig. Kremzijk, nee, nee, nee, want ik was met één jongen die ons reed. Ik was toen een beetje verlegen, dat ik niet durf te zeggen, ik wacht hier wel. Op geen moment dat ik dat wel. -Ja. Maar het week zijn dat knaphorst mensen dat kunnen en mensen dat middelen vind ik wel goed. Ik durf dat gewoon niet. -Waai, ook niet. Wij gaan ook altijd meteen naar huis. -Waftoe maten kwam. Waftoe maten kwam. -Waai, wat was je geweest? -Waai, ons? Nee, maar in wakstad, bedoel ik. In Alkmaar halen, noem je ook iets op. -Ja. En wij nog gaan wij veel in je leven? -Ja. Vanaf kind zaf aan, denk ik, voor heel veel. Ik vind dat zo gaf gaan acteurs. Ik heb die heel wakteur zich schamen. -Ja. -Dog? -Zeker. Dat ik altijd denken hoe werkt dat dan. En als je dan bekend wordt, wordt het helemaal ingewikkeld. Dus ik heb heel vaak dat mensen dan. domen gevindt ik, oh, ik ken haar. -Zo. En dan denk ik, ook doen het of ik het niet gezien heb. Ik vind het zo genant voor hun en zo stond ook. Maar dan denk ik, oh, ik doe gewoon zo. Wat ik heb daar lang mee gekegen, ik zou ook kunnen denken. Hallo, ik sta hier, praten gewoon tegen mij. Dus dat heb ik ook moeten overwinnen, ik weet het niet. Ja, en zeg je dan nu bijvoorbeeld gewoon, als je dat merkt. Oh, hello. Soms, maar laatst was ik in een vliegtuig, er was echt heel grappig. Dus ging terug met Peti, als ik op reis geweest. Peti van de Dolly doos? -Peti van de Dolly doos. -Anderredio. -Zeker. Het is mijn reis, vriendin, onder anders gewoon. -Nee, dat is echt schaarje. -Nee, dat is het schaarje. -Nee, dat is het schaarje, dat is het schaarje. Dat is het schaarje, dat is het schaarje. -Wij gaan dat als laatste vlieg erin, dus dan sta je een beetje schaarje. -Ja, omdat ik dat makkelijker vlieg. -Nee, dat is je wacht. -Ik heb echt niet leuk dat je dat kan je ook gewoon vragen. -Nee, ik hoorde het net ook wel inderdaad, sorry. -Ik heb het nu gewist. -Ja, wij vonden het gewoon heel leuk dat we jou zagen. Dus dat is gewoon even voor onze dochter. Gewoon even laten weten dat jij ons in vliegder. -Betjes of een klein kind als ik weet het een beetje geconiseerd. -Ja, maar je kan het ook gewoon vragen. -Ja, ja. -Zo die ga ik toch niet doen? -Zo ik heb het niet gevraagd. -Ja, dat weet je niet. -Nee, sorry, sorry. En toen zij die, maar zou je dan op de foto willen met me, ik zeg, ja. -Ja. -Zo dacht ik nou een beetje om nou, zeg ik zeker, ja. -Ja. -Ooooh, nou heb ik heel lief. Maar toen was ik helemaal blij, maar duurde vrij langs. Het is gewoon echt zo, moet ik helpen. -Dank je wel. -Dank je wel. -Dank je wel. -Dank je wel. -Dank je wel. -Dank je wel. Maar komt het dan ook iets omdat je als laatste opkomst? -Nee, dat is gebeurd ook. -Dank je wel. -Of je als je inmiddels staat loopt je ook langs mensen. Dat moet je echt als eerst te gaan rennen naar je stoel. -Ik sta vaak in de. -Ik heb nooit komt tussen de koffers van iemand. -Ja. -Ik ben een elke ladnets op bekend. Maar ik denk als je gewoon in de meut meegaat dat niemand ziet dat jij bent. Maar ik denk wel dat jij superhakenbaar bent. -Ja. -Zo lang, ja. -Dank je wel. -Dank je wel. -Dank je wel. -Zeker nu met die stroomjaar. -En je hebt allemaal ding in de haar. -Ja, dat doe ik wel. -Ja, allemaal ook wel. -Dank je wel. -Ja, ik ga niet zo. -Zeker. -Nee, nee, nee, ik ga wel anders terugdagen. -Ja, ja, dat snof ik. -Ja, maar jij bent echt van ons vrienden op alle bekend. -Ja, ze zijn alle bekend. -Dit vind ik ook wel heel z'n antwoord. -Ja, dat vind ik wel. -Ja, dat vind ik wel heel z'n antwoord. -Ja, maar dat is niet echt dat je je bekend bent. -Dat is niet iets om voor te schamen. -Wat heeft ze heel erg snel iets van. -Ja. -O, nou ja, ja. -Ja, het is nou helemaal zo. -Ja, maar het heeft ook soms met werk te maken dat je dan oor je bijvoorbeeld medeacteurs zeggen. -Ja, en nu zie je weer gekast met allemaal bekende mensen, dan zit ik echt zo. -Ja, ik denk dat, ja, dat ben ik dus ook een heenje van. -Ja, ik ben hier toch ook weer gehaald? -Qualiteit wordt gekast of op de bekendheid. -Ik vind ik heel vervelend. -Ja. Ja, snapp ik. Met een actrice die dat het gezegd was. Ik ging kostume passen. Dat hadden de kostume gemaakt en ik voor een film. En de enige film, waar kon je in een prozeeid te doen. Alles is liefde. En toen hoorde ik een actrice zeggen daar. Dus opleed dat ik gewoon acteurs met doen niet alleen maar bekende. Dat zijn ook echt acteurs. Echte acteurs en niet alleen maar bekende. En toen had ik later een interview voor de varen gids. En toen vroeg ze iets, weet ik voor wat. Ze zullen wel blijven dat je mee hebt. Dat is eigenlijk zeg nou. Dat bleek niet zo. Want bij de kostume, die actrice bladde wel een naam. En zij dit. Nou, die is daar haat ik er klaar om geworden. Toe moest ik van haar. Want dan werd hij helemaal gedoeld haar. Want bij manager bleek haar een man. Nee. En de moest ik in de wereldrij door. Moest ik daar echt juist voor aanbieden. Heb je dat een moment? Heb je dat toch allemaal? Toen heeft je een enorm bereemd. Ja. Ja. Die wijten toch over. Volgende week gaat het over. En toen. Dus ik tegen mijn tijd zeg. Want wij hadden nooit afgesproken op die krukken. Ik zei altijd zeg maar gewoon. Doe maar iets. Ik zie wel wat je vraagt. En toen moest we thuis over hebben, had hij zo die varen gids in zijn hand. Zeg die afwantje. Nou, dus ik uitleg er hoe dat is. Gegaan. En dat zij zegt dat dat de grapje was. En het toen groot niet die varen gids zo. Die publiek in zijn naast genoeg geweest. We gaan aan tafel. Ja. Het was heel kinderig. Ik sta op achteraf ook echt niet dat ik dat gedaan heb. Nee. Maar ik was aan zo van dat zij zo begonnen met. Ja, ik weet niet. Ja. Jullie zijn stapels. Oh, ik weet het niet. Ik heb geen idee. Maar achteraf super stom. Ja. Nou ja. Nou ja. Zove er het blokje schoonten? Ja. Zijn ik nog steeds. En zij werd een tijdje aangevallen door haar met trance. Zij werd haar varen door haar met trance. Waarom? Zij had hem met trance. En ze had het gevoel dat het met trance haar elke avond aan het vergieftige was. Wat? Tuis of op een thuis? Oh, thuis. Ja. Dus. Dat was geloven bij beter bed. En ik ging ze. Ik terug naar beter bed. En dan. Nee, niet opschrijven. Er gaan mensen thuis. Gaan jullie gaan. Ja, dat vind ik. Ja, dat vind ik. Op je hand. En dan zo naar mij. Kijk met die vriend. Ja, dat was leuk, hè. Ja. Ja. Dus schijnen die eentje. Hebben jullie dat nog de eentje gebruiken? Ja. En dan was schijnen die nog wel. Haha. Ja. O, duizelijk. Wat ontzettend. Ja. Maar goed, zij werd. Zij werd schifte door. Aangeval door de eigen trance. We zijn alleen gewoon. Ja. Oké. We gaan even naar de reclame. Blin. Pianca. Van mogen reclame maken voor de muzieenwijk. Ja. In de kort is het muzieenwijk. Ja. Van 26 september tot met 2 october. Pin. En waar gaan daar natuurlijk heen? We gaan er zeker heen. Ja. Er is enorm veel aanbod. We gaan heen. Het is wel een beetje voor mij een beetje fermen. Wat mij heel leuk lijkt is het. De tentoosting over beer. In muzieme beer de land. Er is een zeeme binnen tap uit 1600. Die staan voor het eerst te zien. Kan ouwe biertjes proeven. Je kan in een oud café zitten. Van van. De eeuwen terug, ook weer beer drinken. Het lijkt me voor de instappen in de muzieen. Bezoek een heel goed muziem om naartoe te gaan. Wat leuk. Ik ga graag naar bijvoorbeeld het op de luchtmuseum in enkhuizen. Ben ik ook heel vaak met de kinderen geweest. Dan ga je sowieso met een bootje heen. Vind ik wel feestelijk. Ja. En je hebt je allerlei kleine huisjes. Hebben ze een maagmaag. Die bestonden nog die huis. Die stonden dan bijvoorbeeld in. Nou ja, weet ik wel waar. Dus het hele huisje bescheept naartoe enkhuizen. Ja. En dan heb je zo'n op de luchtmuseum. Dat is in winter. Ook altijd heel leuk met grote vuurkorven buiten en spelletjes die je kan doen. En in de huisjes is dat het heel leuk van vroeger. In de muzieme week van 26 september tot de met twee oktober zijn. ongelooflijk veel tentoonstellingen en activiteiten te beleven. Ga in de muzieme week naar het muzieme. Kijk voor het actuele aan mot op muziem.nl. Sles muzieme week. Waar gaan we dat toe? Waarom? Wat is dit? Dit is overduidelijk dat zij ook wel gemerkt hebben. Dat is een overduidelijk recours. Het is naartoe van een onderwerp vaak. Of iets benadrukte. Maar jij doet ook heel vaak door iets aan de verhaal. Nou echt! In de verhaal! Nou, en dan denk je, ga je u tussen de muziek naar vroeger. Op zo'n vroeger! Nee, zo is het ook echt nou. Dus ik ben er als u ervoor is. En jij denkt, ja, de band begint. Zo, is het echt nooit? Nee. Dus ik probeer juist dan te versterken. Een sfeer niet te liggen. Onder een verhaal. Want hoe is het? Ja. Ja. Dus hier zal we gemerkt hebben. Ong zit er heel veel sfeer in. En dat is in een ouwe vieze keuken moeilijke. Ong is een kaart gek. Maar we hebben het natuurlijk ook vervaren. Die oor is ook bij de achterwondsel. En bij de achterwondsel? Ja, bij de achterwondsel. Huiskamer, ineens. Dan vind ik het prima, maar het maak ik hartstikke zwaar. Ik vind op een gegeven dag ik zit ik weer in de restaurant, zit ik hier. Jullie doen altijd zelf catering geloof ik, die vullen komen sowieso nooit uit te doen. Daar komen niet uit te doen, ja. Zij lopen daar gewoon zo rond. In ons kafthand lopen wij. Ja, betekent de stromt. Zij lopen zeker eten, dat is goed. Ja, die honderen geseleggen groepje. Zij lopen gezellig groepje hebben, lekker eten mee, echt lekker eten mee. Jullie hebben bijvoorbeeld al een te groot groepje voor mij, dat zou ik al niet trekken. Dat zou ik al thijken zijn mee. Als wij er weer gaan, gaan ze met hun ogen rollen. Ze zou ik al niet trekken. Zij lopen, we gaan ook zo direct met ons ogen rollen. Nee, dat vind ik prima, wij zijn met de twee. Maar als ik voor bedarm heb ik ook nooit gezongen waarbij het meeste polenk is of zo, met dat soort okessen. Omdat ik altijd bang bent, dat als ik dan autoaties weer ga dat zij dan gaan zitten lachen met ze alle. Oh, ik denk ook, dat is een beetje gelukkig. Nee, niet zo, niet zo. Die vind ik niet dat ik op zingen, maar misschien wel de geheidsnapje. Nee, snap je, dat je, dat je, dat ze, ik wil nooit veel mensen die gaan z'n gekregen. Ja, maar ik denk dat hij nog wel een geheidsnapje heeft. Hondgelooflijk talent, dat we daar niks meer vangen om te houden. Ja, postkost. Ja. Dan gaan we op van het klein. Maar ik heb nog een gevoelje. Hij neemt hem geweldig. Dat zijn we nog. Ja, we zijn al lang, dat weet je wel. Maar ik vond het wel, als het hele leuke goede mooie voorstellingen van jou. Ja, dat vind ik heel fijn. Ja, altijd op in het rijdje, waar ga je naar kijken? Dat doe, maak Marie. Ja, maak het. Maar, jullie het is bovenin, vloent, vloent, vloent. Zullen ze dat er opnieuw begonnen? Nee, nee. Ik wens hem. We moeten nog wel boeken. Ja, we moeten nog wel boeken. Boekken komen, we komen van zijn heerlijk in provincie trein. Nee, maar ik ben ze benieuwd, want zij zijn alle twee. Hebben ze in Amsterdam gewoon zijn buiten gaan wonen. En wat dat dan voor hun heeft betekent in hun leven en in een verdere bestaam. Ik weet hem wel, heel goed jouw reactie toen ik zei, ik ga buiten de stad wonen. En toen werd je echt klaar. Echt waar? Jezus, Mina, weer iemand die de stad uit gaat. Ja. Ja, je hebt echt gehoemd van te stelt. Ik weet ook nog wel toen ik een winterjaas gekocht. Die was niet zo mooi. En toen zei je echt, wat een proek. Nee, nee. Ja, dat geloof ik niet. Dat is echt niet iets wat ik zeg. Dat heb je verkeerd begonnen. Nee, nee. Nee, nee, nee. Dat kan ik dat zeggen. Ik zeg nooit, ik zeg nooit, over iemand in klaren. Dus echt, echt laat ze iemand tegen mij, die zei ik tegen mij, gewoon je lekt. Van kijk je toch op Philip de winter van België's beland, nou ja, een beland. Ik zeg nou, dat kan ik toch nog niet zeggen hebben. En wel, zei het tegen mij, ja. Dat vind ik ook dat ik weet niet voor was. Ja, misschien was ze vroeger wel aan. Nee, maar als ik ben niet af, ik moet het gewoon afschapen. Ja, ik kan nog steeds pijnlijk zeggen. Ja, dat zou ik gewoon even voor de muziek. Nee, dat zou ik nooit. Wat goed je vragen. Ja, je vragen was. We zijn er dus uitgestapen. Hoi, ze hebben hier nooit bij van de ecconventie die als ze ouder worden, als we weer terug naar de stad willen. Maar je zegt nu natuurlijk al. Ja, ik vind het ook superleuk als ik hier in Amsterdam en ik denk van die. Je wat een mooie stad, wat een leuke mensen en het diversiteit. En dat heb ik helemaal niets natuurlijk. Nee, ik ben ook heel erg aan een kluisenaar waar ik woon. Want ja, je krijgt ook steeds minder zin om mensen te zien, dus het is allemaal helemaal niets goed. Dus ik heb nu, zelfs wingen ik, weer naar de stad. Zij had een ecconventie verheden. Zij had een supermarkt. Die bracht eet, het bracht eet. Zij had een zin om te vlakken. Maar die deden al, zeg maar, alles in haar koekas zijn zo niet. Echt, waarom ben ik al niet direct? Wat weet je niet? In de koekas. Dat weet ik niet. Ik ging meestal daar zelf geen natuurlijk. Maar als een sleutel van jouw houdt het uur, was het ook vaak in bed. Maar waarom ben ik weer in? Als ik bevallen was, kwamen ze een biefstuk brengen en die is kerstbouwingen. Ik ben liet, ik denk dat die bestaat dus niet meer, en nu, dat weet je nog niet, de snackbar gaat ook weer. Dat is dan in een dorpsje verder oor. Dat is sowieso een kouafrieet. Ja, dat is een dorpsje verder oorpsje. Er zegt mij, is kouafrieet. Ja, kouafrieetje. Houd je van snekken? Ticket. Dat zou ook ook een elektrisch fiets nemen, want dan ben je natuurlijk sneller terug met de vriend. Ja, wat ga je niet doen? Kan je het laten komen? Nee, dus het wordt ook steeds caler, wat voor dingen. Maar jij woont toch een artschenk? Ik woon naast artschenk. Nee, die heb ik heel lang naast gewoond, maar niet voor huis. Die zijn dat ik heel erg goede benen aan het. Ja, ik denk dat ik heel mooi benen aan het enthousiën. Ik denk dat ik heel mooi benen aan het enthousiën is, ik denk dat ik heel mooi benen aan het enthousiën. Ja, ik denk dat ik heel mooi benen aan het enthousiën is, ik denk dat ik heel mooi benen aan het enthousiën is. Ik was terug naar Amsterdam voor ik. Nee, ik hou heel erg van waar ik wou, van mijn huis. Maar het is wel heel erg fijn om te voet naar film te kunnen, als je houdt en zo, en dat je zocht en zit lekker ergens even een kopje kopje koffingen drinken, krantje letsen en dan weer te voet naar een kopje vind ik altijd. Het lekkeste was heel fijn, ja. Het is heel fijn, ja. Ik ga een kamertje in Maakmesehuis, met Ante Werkomt, naar alle nardingen die ik over jou vroeger schijnt, gereden te hebben. Als ik was met je vroeger, ja. Ja, ik mis de stad ook wel. Voor het weiderinke geen koffie meer deden we vroeger wel, wij bonden vlak bij elkaar, wij hadden ook samen een sportschool abonnement. Weet je dat nog? Dat weet ik nog. En die zat er ook met zijn grote hoofd. Dit is echt wel een knappen man, maar die heeft zo'n grote hoofd. Maar bij mij wel voor wie hebben we het? Marco Bakker. Die zat heel vaak een hamburger te eten, dat was heel vaak een hamburger te eten. De laatste keer dat ik geweest ben hebben we een hamburger te eten, ja. Dat is een laatste keer in jou sportschool. Maar die is speleerste keer een braadige lieve man, Marco Bakker. Die is gewoon een grote man. Dus hij heeft ook en heel vaak mensen op tv merken, ik heb een grote hoofde, ze hebben een kleine lichaam gewoon. Deze is voor muziek. Nee, dat is toch niks. Nee, ik heb het wel voor sfeer, dat was een studeert af te ronden. Maar van Marco Bakker kan ik me niks meer herinneren. Nee, je hebt wel heel vaak over dat broodje als het over sportschool gaat. Ja, dat is mijn laatste actie van herinnering aan de sportschool. Ja, dat heb je nooit meer geweest? Ja. Je hebt het ook maar één keer geweest. Echt? Nee, we vangen, we vangen. Maar dat bedoel ik even woon het abonement afgezet, dat was ook nog een keer. Ik had het komen doen. Dat kon je niet te vieren, het is wel slecht, want dan zeg het van haar. Ik had nog maar één maandje gewoon. Ja, het is slecht, maar dat lijkt net zoals zij doen voor jou gezondheid, maar het is natuurlijk niet. Nee. Wij doen dat niet meer, dus vind ik niet. Ja, maar dat vind ik ook helemaal uit, het staat bij huis, hè. Dus ga je nu terug van hem? Ja, ik ga terug voor jou. Nee, ik ga nog niet terug, maar ooit misschien wel. Ja, misschien wel. Want jij bent weer terug van huis, want de polternaam is er nog. Ik weet zeker nog. En hoe dan woon je nu weer in Amsterdam? All 16 jaar. Ja. Dus jouw kinderen hebben die nog een volledig verinnering bij de polternaam? Amsterdam, maar of voelen ze zich? Wel Amsterdam, ze heel erg, maar ze weten wel precies waar ze opgroeid zijn. Ja, polter. Dat was natuurlijk hartstikke leuk of er buiten spelen. Ja. Ik wist niet waar ze waren. Nee, dat is prima. Dat is niet alleen maar dat zij denken, ook moet kijken of het veilig is in Amsterdam. Nou, dat zijn heel veel ouders, die zeggen met kinderen moet je altijd een plan maken voor die dag. Wat gaan we doen in Amsterdam? Ja. Als je daar buiten zouden, dan kan je gewoon je vroeg ook naar buiten spelen. Ja, maar daarna namen. Ik vind het heel leuk geweest, want Marlijn was 11. En ja, ik luister daar helemaal niet naar. Marlijn was 11. Ik hoorde wel dat het een overgroeid is. Nee, dat maakt niet. Marlijn was 11 en Flynn er vijf, dus Marlijn heeft suitjaak van het superleuk buiten, maar ik ben nog heel blij daarna aan. En alvlamte gaan zij beide allebei weer leuk. Nou, en wat in een kleinere gemeenschap natuurlijk vaak er gebeurt, dat mensen oordelen hebben. Dus ik weet nog dat jij nog vertelde. Sond zij bij de kinderen op halen, bij de school en zij die andere moeder zijn, "Oh, Marlijn, kijk eens maar maar is dat zelf!" Dit is niet de nene die je op haalt. Nou ja, dat is natuurlijk heel stom. Dat is heel stom. Ja, dat is heel stom. Het is zo overgroeid. Ja, broeken. Broeken, broeken. Hebben jullie iets mee broeken? Ja, ik heb ze aan. Nu? Hebben jullie een broeken meisje? Ik heb een onderbroek en een broek aan. Eigenlijk ben ik een broek mens. Beheer van de strak heupslip. Ze brengt zelf over je onderbroek namelijk, duurt je deur overgroeid. Gewoonte, ik heb een broek aan. Ja, ik heb nog een strak. Nee ook. Ik denk je pänkees. Zet er allemaal die ik lekker vind. Dat is ook niet goed in de rechstwoord. Het is nog wel een broekje in leuke kleuren. Ja, ik ben een broekje. Dat is lekker. Dat is het lekkerste, het is van de hoodlaken. Oh ja, de hoodlaken. Het is goed. Het is wel leuk uit. En je weet wat voor Anderbroek hebben jullie aan? Ik heb gewoon een. Ja, dat is van die gekleurde strakboekserachtige aan de peer. Als de keer zou komen, klik het van het leuke. Precies. Maar ik heb het volgen. Oh, zo niks aan. Ja, ik heb het. Dat vind je mij heel mooi. Ik heb een jockey onderbroek. Dat is een merken en dat heb ik toevallig net in Portugal weer, want die moet zijn moeilijk op de kopstikken. En die heb ik nu net weer gevonden wat ik let als heel goed op. Dat is allemaal. Ah, goed, ga maar. Zulus. Heel goed. Dat er niks natuurlijk is in zit. Haan niks? Haan niks, haan niks. Daar kan je niet vragen. Waar kan je niet vragen? Ik ben niet onderkraft aan. Prima. Maar als onderboek. Nee, ik let grad het op. Dat is allemaal. Portie. Wat gaat je toch zwert? Het gaat het allemaal niet doen. Ik zwert zo weinig. En ik heb nooit z'n soort fungier valt. Nee, ik weet niet wat de fungier aan me. Oh, schemmel. Schemmel. Nee, nee, nee, zeker niet. Ik vind het superfijn. En blijft altijd goed in. Ik verlaat ze bij de filmkrijg een billenbroekje, want ik heb namelijk geen kond. En ik had zo. Hoe heet ze een strak een broek? Een skinny jeans? Ja. En toen kreeg ik van de kleding een onderbroek met een kond. Een onderkond in? Nee, ik vond het waanzinnig. Ik had eigenlijk zo'n kond. Wat grappig. Ja, ja, wat ik erin ben weet. Schapen, wat je nooit komt. Nee, ik had nooit een kond. Wat ik had gehad. Wat ik had gehad. Wat ik had gehad. Ik had gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad gehad. Ja, het was. Ja, want ik had een date. Met een hele jonge jonge in je vioe. Dat had nooit gebeurig als je ging kond. Als je geen date bent, dat was. Dat lijkt me veel moeilijker. Dat iemand zegt. Nou, misschien moet we hier een bord u de bevoer nemen. Zou ik ook niet erg vinden? Want zou ik lekker zo'n mekerven zo zitten ook? Nee. Laten we mij maar lopen! Maar er gaat wel voor jouw prijs af. Want er gaat wel voor jouw prijs af. Broekker is het stijling. Amilia? It is Broek. Tema was Broek, toch? Ja, maar hier zijn Roek. Zijkroek? Ja. Drijven Spool heeft terug. Dit is een broek. Zij was journalisten uitgeeft ze en activisten voor vrouwen rechten. Zij had een bietzijdschrift. Amilia Janks Bloomer. Zij heet zo. Maar de gaf was door dat ze dat een tijdschrift had. En er kwam er een vriendin van haar in die gingen ze fotograferen, interviewen. En ze dachten ze wat heeft. Zij naan toch aan. Als ze zo'n een korte Roek had ze aan tot op de knie. En daaronder had ze soort balonbroek. De kenten is wel van die hippiebroeken. En dan ze onder haar. Ja, een bloem. Dat is een bloem, maar wist jij dat? Ja, een bloem van de vrouwen. Dat is een bloem van de vrouw. Ja, dat is een bloem van de vrouw. Dat is een boer van de onderbroek. Ja, dat is een boer van de onderbroek. En is er een geloof van die zit. Maar zo werd er helemaal door vergausd bijna, iedereen had kritiek erop omdat het in deze statement leek te zijn voor vrouwen activisme. Zo'n van "ja, zeg, gaat de nees dragen wat zwill, duidelijk gaan ze zeggen wat zwill." Ja, geen manier, ik had die gok ik niet me dragen. Ik ben klaar mee met die broek. Dat was laat, ze had je hier niet gekkeken. Maar ik denk het verteld dat de broek, oh nee, dat was de fiets. Dat zou ook je heen echt heen. Ja, dan de fiets, manne wilden niet dat vrouw ging fietsen, want dan konden ze zich. Dat is onafhankelijk. Kons weg fietsen. Ja, kons weg. Lopen was moeilijk, maar dat was sneller. Vroeger was dat natuurlijk helemaal. Vroeger als je hem oort had gepleegd en je ging gewoon volgende dorp wonen, kon niemand je winnen. Want zo had er geen vervoer, zo had er geen contact met volgende dorp, dus je was veel sneller gewoon. Vrij gesmoken, hij is niet vinden. Ja, oké, gaan we door. De oudste broek. Eet ik niet zeg maar. De oudste broek, Hoe lang is het zo? Hoe lang is het zo? Hoe lang is het zo? Wat ze oud als je me gekoogt gevonden. Hoe lang is het zo? - 3.000. Nee, langer geleden denk ik. Dat is een soort van lappen, länder. We hebben gevonden. Ik mag het nog even gaan. - Ja, vind ik ook niet duizendig op de wachting. Dat ik het nou maar tegen. - Dat ik het nou maar tegen. Als je een bijbel achtergeplaatje ziet, hebben ze dan niet een juridisch. Maria, ik denk dat ik een boek. - Nee, ik bedoel je voor vrouwen. Ik bedoel gewoon. - Ik bedoel gewoon. 2.000 voor Christus. - 2.000 voor Christus. 2.000 voor Christus. Je moet het zelf aantrekken hoe lang geleden het is. - 5.000-5.000. Nee, ik denk 1800 jaar geleden. Ja, ik denk thuis met 10.000. - Nee. 3.300 jaar geleden, oud als je boek komt uit China. Ik zat er dus dicht. - 3.000 jaar geleden? Ja, het is gewonnen. - Ja. Hij is eigenlijk om te staan omdat het makkelijker was op het paard. Lijkt maar ook. - En daarvoor doen ze kraftaans? Kraftaans van Petty en hadden ook op het paard. Ja, dat is niet meer. - Ja. Hij komt naam naar vandaan, jongens. - De boek? Waar komt die naam van dat broek? - De reak. Wat hebben ook broek in Waterland bijvoorbeeld? - Ja. Waar komt die broek vandaan? Waar denk je dat vandaan komt? Dat is een afspitting. - Een afspitting. Een twee-dingen. - Een twee-dingen. Dus een splitzing in Waterland. - Ja, dat is twee eilandjes. Ja, zeker. - En een pijp, twee pijpen, twee. Zo, dit is een broek in Waterland. - Nee. Nee, het heeft. - De broek heeft het afvroeger de strebeteken. Het had. het kledingsstuk, dus de beenbedekking. Ja. - En het had stuk moerasig land. En dat is broek in Waterland. - Dat is een broek. Het wordt broek. Waarom zijn ze van moeras naar een broek? Ja, dat zou dat ook wel beter. - Nee. Nee. - Dat weet dus niet. En eerst was het roeg zo vernaamelijk. Dus pas in 19e eerst broeken, dus echt. - Wat? Wat een topik. - Ja. - Maar in de 14e eeuw was het eerst alleen het leger. Dat had broeken aan, omdat ze veel paard zaten en veel redenen. En rond 1500 werden de broeken enorm, van die balon broeken. En dat is langzaam een beetje balonachtig. En langzaam werden ze slanker en compacter. En opgeed met tot onder de knie. Maar ook dat zakt tot enkel in de 19e eeuwdrage mannen. En dat is een beetje een beetje balonachtig. En dat is een beetje balonachtig. En jij dan? - Nee. Vier. - Vier. Ja, ik vind het toch niet elke dag evident. Ik vind het toch niet elke dag evident. Ik vind het ook niet elke dag evident. Nee, heel weinig. Vindtje gedoe. Ja. Leng het liever naar een binkle die dan verkopen. Nee, maar jij kopen. Oh nee. Wel in de binkle. Maar ik dacht dat je wilde de site. Ja. Ja, ik kopen wel op vindt het. En ik geef heel veel aan de gringlop. Ja. En aan mijn moed. Ik zie mijn vader bijvoorbeeld die heeft. Ja, ik leren. Ja, die heeft van mijn zooms een strange thingsp. Oh, ja. Polo. Hij heeft geen idee wat hij aanlopen. Dat staat in je strange things. Ja, niet dag mijn. Mijn zes en dachtig jaar. Vader. Ja, ja. Ik had ook een t-shirt van alleen Strange. Van die van die actrice. En er zo'n shoot me. En toen had ik het aandacht, dat in zijn sommige tijden in de wereld niet zo goed idee om dat aan te lond vind ik. Ik heb ook een rock, ja. Ik ook niet meer draag van 30 jaar geleden. Met een minuut. Een geur. Dus dat moet je lachen. Met een emblemje van een pistol. Oh, ja. Wat is dat? Nee. Nee. Nee, dat was toch niet vaker. Dat was zo'n hartstikke long. In welke kleding jartaal zou je het liefst teruggeworpen worden? Niet. Nee. Nee, ik vind dit prima. Oh. Nee, ik vind het prima. Ik vind het echt zo. Het was toch veel leuk. Ja, wel heel jaren. Strakker kruiser. Ja. Dat is hier een beetje dicht op. Ja. Het is wel weer gezond. Nee, ik zou die jaar tachtig denken. Dat was eigenlijk een grote pastelkleren. Ja. Zal me oorbenen. Maar ik vind dat kan je gewoon nu allemaal weer doen. Dat vind ik leuk en deze. Ik zie weer zoveel jongeren. Nu ben ik echt een oma aan het worden. Die gaan weer dragen wat ze willen. En ook uit die tijd vind ik juist heel erg leuk. No, dat ik de veertje vind ik ook leuk tijd. Is dat met je grote politie? Ja, dat is vrij grote van die dingen en ook wel. Ja. Oh, mijn god. Dat vond ik echt wel leuk. Het is ook makkelijk hoor, je trekt iemand te groot in en. Maar het prouwke tijd voor vrouwen? Ja, leuk. We hebben geleden prouwke tijd. Ja, dat is waar. We moeten naar Hengelode. Ja. Oké, nou, superleugd. Hengelode goed zo. Superleugd in Hengelode. Hengelode goed zo. Dat is woon. Hallo. Hengelode. Hello. Hallo. Hallo. Hallo. Hallo. Hallo. Hengelode, het is woon. Hengelode. Hengelode. Hengelode. Ik vind het wel leuk van turen. Dat je in zo'n stad komt en dat het weer heel snapje, ik weet het. Dat is altijd superleugd. Ja. Dus je hebt hier in Hengelode. Dank je wel. Dank je wel. Dank je wel. Dat kun je wel vaker doen? Precies. Of dat je. Nee, ik dacht dat dit is wel echt hartstikke leuk. Nee, hartstikke leuk. Want het is leuk om mensen te spreken. Ja. Ja, dat is altijd heel leuk om te spreken. van vonden. Toch? Ja, zeker. Veilig. Of tegen ze. Het gaat niet meer doen. Ja, er zijn toch altijd bij mensen hier om te zetten. Ja, ja, ja. Voor mij om te komen dan stijl. Jullie hebben jullie potkast hebben? Potkast en een koffieclub potkast. Potkast, mensen, niet van mij wel. Oh, dat kan ook nog hebben. We zien wel zo, we gaan met jou daar maar. We wachten het even op. We gaan het gewoon zien. We gaan het zien.

Podcast Summary

Key Points:

  1. De podcast bespreekt het schaamgevoel bij het geven van compliments, met een focus op het moeilijkheden om te zeggen "dank je wel" en het gevoel van onbehoorlijkheid bij het ontvangen van een compliment.
  2. Er wordt gesproken over de culturele en historische ontwikkeling van broeken, inclusief de oorsprong van de broek in Waterland en de rol van de balonbroek in de middeleeuwen.
  3. De presentaties tonen aan dat gewone momenten, zoals koffie drinken of eten, vaak veel leuker zijn dan geplande activiteiten, en dat dit verband houdt met een voelbaar gevoel van samenhang.
  4. Het thema "broeken" wordt gebruikt als een kader voor een uitgebreide discussie over kleding, vrouwelijke vrijheid en sociale normen, met een focus op historische en moderne manifestaties van vrouwelijke autonomie.
  5. De gasten delen persoonlijke ervaringen over hun verbinding met kleding, zoals een gevoel van comfort en zelfvertrouwen, en over hoe kleding hun identiteit beïnvloedt.
  6. Er wordt aangegeven dat de provincie en lokale culturen, zoals in de provinciale keukens, een unieke sfeer creëren die vaak veel meer warmte en authentieke verbinding oplevert dan grote steden.
  7. De podcast benadrukt dat het belangrijk is om te schamen en te delen, zowel over persoonlijke gevoelens als over culturele tradities, om die beter te begrijpen en te herkennen.
  8. De presentatie sluit aan op de waarde van lokale activiteiten, zoals de muzieewijkweek, en de bevordering van een gevoel van thuis, zelfs in een stad als Amsterdam.

Summary:

De podcast behandelt verschillende thema's rond schaamte, kleding en lokale cultuur. De afspeler bespreekt het moeilijk maken van compliments, waarbij mensen vaak onbehoorlijk reageren of het gewoon negeren. Daarna wordt het onderwerp broeken uitgebreid, met een historische analyse van de ontwikkeling van broeken in de middeleeuwen en de betekenis van de broek in de vrouwelijke vrijheid.

De discussie gaat verder naar het waardevol van gewone momenten, zoals koffie drinken of eten, die een sterke verbinding tussen mensen creëren. Er wordt ook aangeduid dat lokale culturen, zoals de provinciale keuken, een unieke sfeer bieden die meer warmte en gemeenschap oplevert dan grote steden. De presentatie benadrukt dat het belangrijk is om te schamen over persoonlijke ervaringen en culturele tradities, en dat dit leidt tot een dieper begrip van elkaar.

Aan het eind wordt de waarde van lokale activiteiten, zoals de muzieewijkweek, en het gevoel van thuis, onderstreept. Het gesprek combineert persoonlijke ervaringen met historische context, en laat zien dat simpelheid en authenticiteit vaak de meest betekenisvolle momenten zijn.

FAQs

Het woord 'provinfluentzer' is een creatieve combinatie van 'provincie' en 'influencer'. Het wordt gebruikt om te benadrukken hoe lokale, provinciële culturen en waarden invloed uitoefenen op het publiek, vooral in contexten zoals regionale keukens of stadsleven.

Kruiden zijn een belangrijk onderdeel van een goed uitgebalanceerde keuken. Ze geven smaak, zijn vaak traditioneel en verbinden mensen met hun verleden. Voorbeeld is paprikappoeder, dat snel en veelvoorkomend is in gerechten.

In Waterland ontstond de broek uit de behoefte aan praktische kleding in moerasland. De vorm ontstond uit een behoefte aan kleding die goed was op de grond en illegaal was op de zand. De broek werd een praktische oplossing voor de bevolking.

De broek ontstond in de 14e eeuw bij het leger, waarbij soldaten veel paarden gebruikten. Vanaf de 15e eeuw werd de broek steeds balonachtiger en later slanker. In de 19e eeuw werd de broek een standaard voor mannen, en werd ze later ook populaire kleding voor vrouwen.

Het is moeilijk om een compliment te herkennen of te terug te zeggen omdat mensen vaak bang zijn dat ze niet goed genoeg zijn of dat ze te veel zullen worden beoordeeld. Veel mensen reageren daarmee met een ontwapening of verliezen het gevoel van zelfvertrouwen.

Het term 'provinciële keuken' verwijst naar lokale keukens met traditionele recepten en praktijken die afwijken van de standaardkeukens. Deze keukens zijn vaak minder hygienisch, maar bieden een unieke en authentieke smaak die verbonden is met de lokale cultuur.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.