De podcastaflevering bespreekt mannelijke vruchtbaarheid (fertiliteit) binnen de urologie met expert Marij Dinkelman. Ongeveer 15% van de koppels met een kinderwens kampt met subfertiliteit, waarbij in de helft een mannelijke factor meespeelt. Diagnostiek begint vaak met sperma-analyse, maar deze heeft beperkingen door natuurlijke variatie en meet niet de volledige functionele kwaliteit van zaadcellen. Een grondige anamnese en lichamelijk onderzoek zijn essentieel, waarbij aandacht uitgaat naar leefstijl (waarvan effecten pas na circa drie maanden zichtbaar zijn), ontwikkelingsgeschiedenis van de testikels (zoals cryptorchidie), testisvolume en eventuele spataders (varicocèle). Beeldvormend onderzoek, zoals een echo, wordt ingezet bij specifieke bevindingen zoals azoöspermie of een laag ejaculaatvolume, om obstructies of structurele afwijkingen op te sporen. Bloedonderzoek (LH, FSH, testosteron) geeft inzicht in de hormonale aansturing en functie van de testikels. De benadering benadrukt het belang van een geïntegreerde diagnostiek, verdergaand dan alleen de standaard spermatest, en van voorlichting over zelfonderzoek van de testikels vanwege een mogelijk verhoogd risico op zaadbalkanker bij bepaalde aandoeningen.
Deze podcast wordt medemogelijk gemaakt door iTint. De echte minimaal invasieve poliklinische procedure van Olympus die het leven van mannen met BPA positief verandert. Welkom bij Blaaskaken. De podcast die meenemt in de wereld van de urologie door de ogen van bevlogen collega's. Vandaag zoomen we in op een vaak onderbelegd maar klinisch relevant onderwerp binnen de urologie. De mannelijke fertiliteit. Bij ongeveer 15 procent van de koppels met een kinderwens lukt het niet om zwanger te worden binnen 12 maanden. Deze koppels zoeken vervolgens medische hulp waarbij in de helft van de gevallen ook spraken is van een mannelijke factor. De diagnostiek en behandeling van mannelijke infertiliteit blijft complex. Genoeg reden om hier met een expert over te praten. Daarom spreken wij vandaag met Marij Dinkerman. Uraloog, andere loog in het Erasmus MC. Een uraloog, andere loog in hart en nieren. In 2003 starten zij herpids die traject bij Professor Bangma. Waarbij zij promoverde met onderzoek naar onder andere sperma DNA-fragmentation, pharical keilis en de invloed van onkologische banelingen op de mannelijke fertiliteit. Op dit moment is zij op vele legen bieden actief. Under andere in het EU guidelines panel sexual and reproductive held. Ze leidt vello's op, ze geeft onderwijs, zowel nationaal als internationaal en zorgt ook voor patiënten. Omwijs actief binnen de andere logie. Wij zijn Jo's bloek en aan uw tuinig ga en gaan met haar in gesprek over fertiliteit binnen de urologie. Parij, kan je als meer vertellen waar je bent opgegroeid en hoe je zo op deze plek als uraloog, andere loog bent recht gekomen. Ja zeker, dat kan ik, wat ontzettend leuk om het jullie te praten hierover. Ik ben de echte Rotterdamse, ik ben opgegroeid in Rotterdamen en ik kleinstapje en ga maakten naar cura-zou met kinderen jaren. En ik heb een Rotterdam gestudeerd. En tijdens mijn studie heb ik onderzoek gedaan. Dat was op de patologieafdeling, maar dat was wel bij de urologie. Daar raakte ik wel een beetje besmet door urologief virus en toen ben ik na een uitstapje in Suriname waar ik even gewerkt heb. Op zoek gegaan naar baan en toen bleek gert olen een plekje voor mij te hebben als onderzoeker. Zo is dat eigenlijk allemaal begonnen. En toen kwam Jo's onderzoeker binnen de andere logie terecht. Peter ooit nog weg geweest. Uiteindelijk wel, maar ik heb wel al heel snel ook als onderzoeker mocht ik ook gesprek er doen. En dat heeft mij echt heel snel ook heel erg antisast gemaakt over andere logie. Dus dat was eigenlijk al voor dat ik antisastraakte over urologie en voor dat ik ook in opleiding ging tot uur een log. Dus toen ik eenmaal aan mijn opleiding begon, had ik mijn promotie bijna afgerond. Maar had ik al wel heel erg in mijn hoofd van, ik ga deze opleiding doen, maar vooral om uur een log andere log te worden. Mooi. Laat us beginnen over de mannelijke fertiliteit. Want wat is nou eigenlijk precies de definitie, wanneer spreken van subvertiliteit, infertiliteit? Kun je daar wat over vertellen? Ja, ze supergroeien vragen ook wel een lastig antwoord. Want eigenlijk zijn we hier gewend in Engelstalig Spreakende Context om te spreken over infertillity. Terwijl we in Nederland eigenlijk altijd zeggen, je bent subvertiel. Dus eigenlijk zeggen we, nou ja, je hebt subvertiliteit of er wat leuk niet om zwanger te worden. Als je 12 maandel geprobeerd hebt om tot een zwangerschap te komen en je het regelmatig seksueel contact. En hoe komen die patiënten meestal bij jou? Gaat het via de huisart, gaat het via het vertietijdslappertorium. Wat is het vaak de route dat die mensen hebben afgelegd? Ja. Nou, we zijn hier nu natuurlijk in terrasmusMC. En dit is ook waar ik werk. Dus ik werk hier op een voorplantingcentrum was onderdeel van de behandelteam. En de meeste mensen in Nederland, die vragen hebben over een vrugbaarheid of die in het aatsubvertiel zijn, die zullen eerst naar de huisarts gaan. De huisarts die gaat dan een orienteerend vertietijdsonderzoek doen. En zoals een van mijn oude opleiders al zei, dan wordt eigenlijk de man gereedsieerd tot een portje zaad. Dus er wordt gesproken over je voorgeschiedenis, medicatie, gebruik. En dan wordt de spermat test gedaan. En dat is beteen ook eigenlijk een van mijn stoppaartjes dat ik eigenlijk heel vaak zeg. Spermatessen is een beeld wel dommetest. Waarom? Uiteindelijk als je kijkt van wat onderzoeken, we zoeken vloerstof, waarzaadcellen in zitten. En eigenlijk is dat de output van drie organen die wij als uralogen goed kennen. Van de testikos, de bijballen, waar het zaad uitruidt. Van de prostaat, die kennen was uralogen ook heel goed en van zaadplaatjes. En het meeste sperma vocht, komt uit die zaadplaatjes en uit die prostaat. En heel veel een beetje vocht, dat komt uit de bijballen waar die zaadcellen drie maanden over gedaan hebben om uit te rijpen. En dan gaan we een meneer vragen om dat eukulat op te vangen in een portje. En dan gaan we op een warmte plaatje, maar dat het even vervluit is. Gaan we kijken wat zien we onder de microscope. En dan wordt er geteld. We gaan gewoon tellen van hoeveel zaad zit er in aantallen en hoe is de bewegelijkheid van die zaadcellen. En van het hele monster, waar vaak miljoen zaadcellen in zitten, gaan we 200 cellen tellen om te kijken hoe is de bewegelijkheid als maat voor wat er in de rest van het sample zich afspeelt. En ik vind het een doel met test omdat het een beetje vlaam te zeggen misschien. Maar we hangen er heel veel aan op. We hebben zeggen als dat normaal is binnen de referensie waarde, dan zal het wel goed zijn. En al dus om zeggen we als het lage is, dan heb je waarschijnlijk wel reden waarom het zwanger worden niet lukt. Maar als we een man vragen om 10 keer zaad in te leveren, dat kan er ook net wat anders uitkomen. Dus het heeft een grote biologische variatie. En eigenlijk weten we ook wel dat waar we naar kijken op dat warmte plaatje in dat lop. Dat is ook helemaal niet echt de goede weergave van wat die cell moet doen. En wat die gaat in het lichaam van de vrouwen gaat die zich op verschillende punten in de vrouwelijke urokeneetale track zich anders gedragen. Dus hoe die zaad zelfs echt, echt hoe die functioneert, hoe dat DNA-maatria was ingeparkt. En dat kunnen we eigenlijk met een gewone zee met test en zee maar al die zee maar niet zeggen. Als we dan terug gaan naar dat potje sperma, of potje zeemen, waarvan je zegt de man wordt gereinduiseerd tot een potje, is dat dan de huisarts die patiënten doorstuurd of zie je ook bijvoorbeeld meer via de oncolog of komt alles via het fertiliteitcentrum. Dan kun je daar wat meer over vertellen over die roete. Ja, dus de zee maar analyse is eigenlijk de hoeksteen nog steeds van de diagnostiek. En daar hoort natuurlijk ook wel bij, want wat is je voorgeschiedenis. Er kunnen echt wel wat vaktoren zijn in je voorgeschiedenis, waardoor je weet, bijvoorbeeld, niet goed ingedalen te stikels. Een spad aadar, medikatie, een concordiegnose in het verleden. En die zullen ook voor de huisarts-richtlein ook al je in de goede roete brengen van, oké, dan is vervolgen, stap nodig. De meeste male zullen als vervolgens stap naar een genicolo gaan. En dat betekent dat de genicologe dan wel weer een vragen stelt en een zee man liets om toch er haalt. En daar is je denk ik de crux waarvan ik zeg, ja, het maakt mij inmiddels niet meer uit wie dat doet, of het een uurologisch en genicologe of een fertilitijtsarts. Maar die manier, zeker als die al meer dan een jaar probeert ze vrouw zwammer te maken. En die spermateste is niet voor binnen de referentie waarde. Dan moeten we eens kijken waar zitten die ballen, hoe groot zijn die ballen. En wat is dat voor een manier? Wat voor gezondheid heeft iemand? En zijn er dan specifieke dingen waar je heel erg nieuwsgierig naar bent? Wat ga je die man dan vragen? Ja, dus waar ik altijd heel erg nieuwsgierig naar ben is eigenlijk lifestyle. Er klinkt voor de hand liggend, maar het is toch wel heel belangrijk om dat echt goed uit te vragen. En we weten allemaal als je percenten spreekt dat als je alleen maar sloten vragen stelt. Dat krijg je niet altijd het antwoord wat je wil. Ik vraag tegenwoordig vaak mensen om een verhaal te vertellen. Om schrijf je leefstijl om gewoon ingesprek te gaan. Wat verwerkt doe je? Hoeveel stappen zet je op een dag? Hoe om schrijf je je diët? Wat vervoedingspatroon heb je? Om echt een beetje ingesprek te horen van elkaar van, ok, wat vind ik belangrijk en wat is gezond? Andere dingen die belangrijk zijn, gaan natuurlijk meer als ungeloog gaat me interesse uit naar. Waar worden die zaadcellen gemaakt? In het testdikkels, hoe is die testers ontwikkeling geweest? En zijn daar fractoren die de testdikkel functie kunnen beïnvloeden? Als je dan nog even teruggrijpen op die lifestyle, want ik denk dat dat een hele mooie open vraag is van hem. Om schrijf je leefstijl is, maar zijn er dan bepaalde dingen die voor jou extra triggers zijn of extra belangrijk zijn? Ja, wat het belangrijk is, is dat we natuurlijk allemaal weten van als je vader wilt worden, of als je zwanger wilt worden, is het belangrijk om gezonde leefstijl te hebben. Maar wat me keer opvalt, is dat eigenlijk mensen, maar ook heel veel zorgverleners, zeggen eigenlijk niet goed realiseren dat wat een man doet aan leefstijl, dat dat een tijd duurt voor dat je effect van ziet. Die spermen te genezen, die zaadcellproductie, in het testdikkel en in de bijbal dat duur zijn kleine drie maanden. Dus als jij al een tijd bezig bent om je partner zwanger te maken, en je denkt alle zijlen bijzetten, dan is dat niet iets van, ik ga twee weken geleden stoppen met roken, en ik verwacht dat er nu optimaal bezig bent. Dus dat zijn wel factoren die van belang zijn, denk ik, van wel ook van hoe ze leefstijl ook in afgelopen tijd geweest. Kan je ons ook nog wat meer vertellen over specifieke urologische risico-factoren, waardoor zo'n percenten groter risico heeft om subvertyl te zijn? Ja, ik denk dat een belangrijke risico-factoren aanleggen in ontwikkelingstornissen van de testdikkels is. En dat kennen we natuurlijk als uraloog als cryptogisme. Ook daar zit wel veel nu wans in, want de meeste mannen die eenkelzijdig cryptogisme hebben. Zo'n 1-kanten niet ingedade bool, daar op jonge leeftijd aan geoperieerd zijn, dus in orgede oppexie hebben ondergaan. Die hebben eigenlijk arse epidemiologisch kijkt, geen verhoogd risico op subvertiliteit. Het ligt wel anders als het bilateraal is, dus als je aan alle tweede kanten niet goed ingedade bool hebt gehad. En dan maakt eigenlijk ook de grote en de lichting van je bool echt wel uit. We weten ook wat dat alle mannen die ooit niet goed ingedade bollen haden, wat hoger risico hebben op zaadpakkanker. En we weten ook dat mannen met testes aattrofiën, die zich per mij in de analogiesprekamer melden, met subvertiliteit, dat ik eigenlijk al die mannen adviseer om regelmatig en keer per maand zelf onderzoek te doen. Nou, kom saalpalkanker weinig voor, achterom het keer per jaar in Nederland, maar het is wel iets dat als je al boof gevoel verandert, dat je daar eigenlijk goed heel veel bij bent en dat je het heel goed kan behandelen. Dus wat mij trev is dat niet iets om te zeggen, we doen aan een soort vier-best-preventie, maar we doen eigenlijk aan. Je hebt een risico-factor, je komt voor subvertiliteit, maar je kan het heel simpel zelf onderzoek, en keer per maand gewoon even vaststellen. Lige mij ballen nog op dezelfde plek als wat ze waarsal tijd liggen, voelen ze hetzelfde aan. En dat er iets veranderd dat dat nog een extra reden kan zijn om toch nog eens even te laten kijken. En vorigens het legamenlijk onderzoek, wat is daarbij van belang? En dat alle belangrijkste is testesvolumen. Dus wat is de grote en wat is de lichting en ook wat de consistensie, dus hoe voelen de testikers aan? Iedereen kan dat leren, dat kun je makkelijk met de bekende kralesnoor, dat kun je dat meten. En ik vind het nog steeds opmerkelijk dat ik toch nog regelmatig mannen zie die bijvoorbeeld testikers hebben die in de liezen zitten. Dat is niet normaal en dat vinden we ook eigenlijk best opmerkelijk dat je daarmee rond kan lopen. Aan de andere kant, ik verwijt percenten helemaal niks, want ja, als jij dat altijd zo gehad hebt, en niemand heeft er ook naar gevraagd of naar gekeken, dan kan het voor jou heel normaal zijn. Maar kleine testikers, dus wel nood groot of kleiner, ballen die in de liezen zitten of die vaak naar boven toe schieten, dat is wel op normaal als in dat is wel iets om aan wacht aan te besteden. En voorvogels heb je dan de anno nezen gedaan. Ligt gaanlijk onderzoek aanvullend onderzoek, maak je altijd een echo voor volgensen. Nou, ik denk dat wat nog belangrijk is bij het lichaamlijk onderzoek, is dat we niet alleen maar focus op de ballen, maar dat we ook kijken bijvoorbeeld, is er een zaadleider dat ze ook vrij makkelijk te onderzoeken, maar wel iets wat je even moet weten in de vingers moet hebben. We zijn als uraloog altijd heel geïnteresseerd in de zaken die we kunnen opereren. Dus dan zijn we ook geïnteresseerd in een vaakrokel, een spataderm. En dat zie ik vooral als een kovaktor voor vroegmijtsproblemen, maar het is wel belangrijk dat je dat pattenig gaanlijk onderzoek eigenlijk vaststelt, en niet met een echt een klinische diagnosen. En voorvolgens kijk je ook nog naar het postur van iemand. Niet alleen overgeweeg, maar ook heeft iemand geen komstie of hebben gereden om dat te onderzoeken, hoe ze iemand lichaamspairing, dat zijn nog wel benake dingen. In een setting waarin ik werk zie, ik vooral veel mannen met azo-spermedens. Dat is helemaal geen zaad in een sperma vocht of waarbij er eigenlijk al wel afwijkend bloed onderzoek gedaan is. Dus als je al weten, testico-functies niet normaal. En dat zijn wel de omstandigheden waarin ik dan altijd een ego maak. En dat zou ook in een nieuwe richtlijn dat dat ook weer terugkomen, dat dat een goede indicator is. Wat zijn dan de specifieke dingen waar je naar op zoek bent als je die ego aanvraagt? Maar we kunnen allemaal wel een egoskrotum aanvragen of zelf maken. Maar natuurlijk ook goed om te weten wat je dan welf niet wil zien. Essenceill. En dit is denk ik ook waar ik eigenlijk van hoop dat uraloog in opleiding zich comfortabel meegaan voelen is, om eigenlijk ook die ego zelf te maken. Wat word je eigenlijk wil als ik een ego maak van een man met subvertuurdijds, dan wil ik weten van oké, hoe ziet dat testen spaan gien daaruit? Hij is dat heel vlekkig of hij is dat heel homogen. Er zit er ambicoliteers in. Nou, ik wil geen moeilijke gesprekken voeren met een percent, maar ik wil wel weten, is dit iets waar ik ongerust wordt, omdat ik denk dat er misschien een verhoogd risico is op zapalkanker, hoe moet het iemand gaan kouden zullen straks? En dus dat is belangrijk. En dan is het ook belangrijk dat je weet wat voor definitie heb ik daar dan van. Is een kalkspartje-microliteers is, word ik ongerust van zo'n sneeuwstorm, allemaal kalkspartjes? Of word ik een beetje ongerust van wat groen voor kalk, wat ik op meer in een gezichtvelden van een ego wat ik zie? En dat laatste dat heb ik heel erg dat ik denk, dat vind ik echt belangrijk. Maar het zijn details, als zij die aanvraag doet en radiolo gaat die ego maken, dan gaat hij dat je niet teruggeven. Zelfde geld, als je een ego maakt voor een azo-spermie, wil ik eigenlijk weten, zou het een opstructie kunnen zijn. Dat kan ik met lamponderzoeken met je indikator vergeven. Maar als zij een uitzetting hebt van je redetessen, dus waar al die lobelie samen komen, om niets aan het bijbal te transporteren, als dat een soort honi-raadstructuur heeft, dan kan dat wij ze op een opstructie, en dat kan dus heel fijn zijn, om al heel snel in je diagnostisch proces daar een uitspraak over te kunnen doen. Mooie helder verhaal. Ja, en dan doe je nog wel eens andere beeldformende diagnostie? Zoms, wat ik ook wel vertelde over die zeemen analysen, wat denk ik goed is om daar naar te kijken, is we zijn heel erg gewend om te kijken naar. We hebben van hoeveel saatselen, hoe is de bewegelijkheid, maar het is ook heel goed om te kijken van wat ze het volume van het sperma vocht. Dus wat is daardenwaard van en als dat een heel laag volume is, kijk ik altijd even naar de pH, omdat me dat iets kan vertellen van welke vloerstof ontbrekt dan eigenlijk. En als ze zijn laagvolume-eënculaat hebt met een lage pH, dan kan het zomaar betekenen dat iemand bijvoorbeeld geen zaadplaatjes heeft, passen bij een aangeboren variatie. Dat noemen we ook wel congenitalen, bilateralen of wezenheid van het vast deverens. Of dat je denkt, nou, ik moet toch een eeuw van die prostaat maken, want misschien is er wel een mid-line-kiste, die de verzoorg dat er eigenlijk maar een gedeelte van het eeuwculaat naar buiten kan komen, en dat ik inderdaad ook te maken met een optructiefaanzoospermie. Dus dan denk je nog even aan een eeuw op prostaat als aanvullende diagnostiek? Ja, klopt. Dan had wel een stukje gehad over de 7 analysen, is dat iets wat je altijd herhaald als patiënten verwezen worden? Nou, dus altijd goed om meerdere mee te hebben. En ik denk dat het vooral heel goed is om het lijkt misschien soms in gewikkeld van hoe moet het dat nou interpreteren. Het is goed om me te realiseren bij iedere test die je aavraagt of die je beordeeld omdat je al een ergens anders is gedaan. Heel veel huisortse maken gebruik van laboratoria, waar eigenlijk een casa-systeem wordt gebruikt. Dat is dus dat het een computer assistit-symene-nullis is. Die kan ook goed gekalibrierd zijn, dus die kan je een goede indicator geven van valt het binnen de normale uitslagen of is hier iets afwijken aan de hand. Heel veel voorplantingcentra die doen volgens de WMO-menu wil eigenlijk een handtelling, dus die zijn wat knokkeuriger als de aantal lager worden. Er zijn aantal dingen die super belangrijk zijn, dat is dat je soms ziet van "hei, ik heb vooral weinig bewegelijkheid in het zaad, dat is iets waar we nu steeds meer ook eigenlijk van zeggen, daar zouden wel eens genetische varianten onder kunnen zitten." En misschien is het dan ook wel extra goed om nou even goed te kijken als er weinig zaad beweegt, is dat zaad eigenlijk levend of is dan dood want dat kan ook voor je behandel opties wat implicatie hebben. Dus het makkelijk aan wordt is ja, meestal worden ze hem aan liezen herhaald, dat zeggen alle richtlijnen ook, maar het is ook heel goed om te weten waar je dan naar op zoek? Precies, waar ben je naar op zoek, waar is die eerste test gedaan? Dan wordt er ook vaak bloed onderzoek gedaan, ik kun je daar wat meer oververten. Ja, dus er wordt vaak een normaal test gedaan om eigenlijk te kijken naar de oud poed van de testes, en die testes die moet zaadselen maken en testen stromen maken. En die gaan met een mooi feedback systeem, dus je kunt eigenlijk met drie simpele lapbepalingen kun je kijken van 'ok, hoe is die aansduring voor testelstromproductie in de leiderscellen in de testes?' Dat is het LH. En je kunt kijken hoe zou eigenlijk die spermatogonelle stompselpool, hoe groot is die, en hoe is eigenlijk de functie van de sertoliecellen die die spermatogoneze die zaadselproductie ondersteunen. En als je die drie bepaalingen hebt, is je LHFSA een teststrom, kan je eigenlijk zeggen, 'ok, is die aansduring normaal?' En is met teststrom normaal, dan verwacht ik eigenlijk een normale uitslag van spermatestels iemand ook een normale bouwvolume heeft en niks in zijn voorgeschiedenis in de gezonde lifestyle. Is dat niet zo? Dan is er iets aan de hand. Heb je een hoog FSA, dan weet je eigenlijk, die is iets in die bouw aan de hand. Dat gaat niet goed. Maar dat betekent dus ook dat je dat kan commisseren met de percent. En dat is iets wat ik echt ook. Nou ja, heel graag zou zien, dat daar gewoon die interpretatie, het is niet super in gewikkeld, maar je moet dat wel die stappen even maken. Ik zie best vaak mensen die verwezen worden naar mij en dan te hoe hebben gekregen. Mijn lab was normaal, maar ik heb toch heel slecht zaad. Wat is hier nou aan de hand? En dan zeg ik, ja, je FSA's twee keer zo hoog als normaal. Ik denk dat het dokter goed begrepen heeft, dat hier niet zoveel aan de hand is als in het klopt, het systeem werkt niet goed. En dat is wat dat labje zegt, maar feitelijk is het testicular valen. Dus dat is onderdeel van je diegnozen van je problem. Banne ga je nou over naar genetisch onderzoek? Ja, dat is iets wat aan de edekant een beetje aan het schuifen is. Dus meestal wordt genetisch onderzoek, wordt daar onderverstaan een kariotiepeering. En dat we eigenlijk op. en beperkte plekken op het eigen om zo'n. wat variaties micro-deleties uit sluiten. En de grens, omdat de doen, die het is het meest kosteverctief ook, als ze dat doet als iemand minder dan een miljoengzaad, zelle per milliliter heeft. Dus dat is eigenlijk me hoe dat nu gehanddeerd wordt. Aan de zon is het ook zo dat als je nu zegt, nou ik heb met die spermatist, is opgevallen dat er hele typische afwijkingen zijn aan de zaadsellen. Bijvoorbeeld hele lage motoriteit, wilde de aantal best goed zijn. Dan kan dat ook een reden zijn voor genetisch onderzoek, bijvoorbeeld om primeren, siliëren, discinerie uit te sluiten. Als eigenlijk. ja, je siliëren of tewel je staat zelf staarten, maar ook bijvoorbeeld het rielhaartjes in je longen, door een genetische variatie kunnen die minder goed werken. En dat kan je soms oppikken bij patiënten die niet heel veel pionale klachten hebben, maar wel zich melden met een stenospermiedus, echt niet bewegenzaad. Dus ja, die indicatie voor genetje onderzoek, denk dat dat ook de komende jaren nog veel verder uitgebreid zal worden, ook op basis van morphologie, of zaadsenmotoriteit, maar misschien ook wel op basis van, hoe ziet het nou met die hormoonwaarden? Dat als iemand een azo-spermie heeft, maar eigenlijk normale hormoonwaarden, dan kan je ook zeggen, ja, misschien is u er wel een mejelte ke rest aan de hand. En dat kan je emails ook met genetje onderzoek gelukkig steeds vaker vaststellen. Ja, dus dat het in de toekomst al steeds vaker, sneller gaan doen, eigenlijk het genetje onderzoek. Maar het is denk ik nogal voor behouden voor de academie, of is dat niet zo? Nou, op zich is dit ook een vraag die eigenlijk zouden, die graag teruggeven uit jullie, dat we daar, dat ik uit jullie vragen, wat vinden jullie daarvan? Wat aan de ene kant denk ik, kijk, als jij een analyse doet, voor iemand met een azo-spermie, en je denkt aan een klein velder, ja, dan zal je waarschijnlijk dat onderzoek aanvragen. Aan de andere kant, wat ga je daarna doen? Ja, daarna ga je een gesprek willen voeren met die procent over hoe groot de kans dat we bij jou toxatselen gaan vinden, of kunnen we een micro-tese doen. Oh, ja, het ook eigenlijk misschien op een andere gezondheidsaspectative, wat beter een kaart moeten brengen. En afhankelijk van waar jouw team zit en hoe je regionaal georganiseer bent, is al je dan waarschijnlijk wel met een deze centrum of een academie willen overleggen. Ja. Is voor mij niet dat je zegt, je mag dat onderzoek niet aanvragen. Maar waar we het net ook wel overhalden met aanvragen van het enkel onderzoek, als je iets aanvraagt, dan moet je ook wel weten hoe je er mee gaat dielen. En daar kunnen we denk ik nog, als uralogen nog grote stappen maken. Ja. Wat zou je de uralogen of de IOS die luisteren daarin mee willen geven? Ik denk dat Andologie en de manelijke subvertietijd komt superveel voor. We hebben zestien IVF-centra in Nederland. Maar we hebben niet zestien regionale netwerken waar uralogen die interesse hebben in Andologie of die daarvoor extra schoeling of extra inzet hebben die daar allemaal verbonden zijn. En dat is eigenlijk wat ik denk dat u orgnodig kan zijn en wat ook voor de percent, maar ook voor die behandeldteams echt u orgnodig is. Dus het zou een aanwind zijn als wij ons als uralogen bij die 16 centra aansluiten om beter zorg te leveren voor de subvertielemann. Ik had het niet beter zelf kunnen zeggen, absoluut. Nou, luisteraars, voel je morgen. Ja, dan hebben we dus een heel stuk al gehad over wat je dan allemaal aan die diagnostiek kan doen als mensen dus verwezen worden bij jouw gesprekamer zitten, help van andere afdelingen, lapanalysten die je zeemen analysen bekijken. Ja, dan kom je op een gegeven moment. Heb je heel veel informatie en dan weet je dat je een subvertiele patiënt voor je hebt. Wat is dan eigenlijk de meest voorkomende oorzaak die je dan tegenkomt in je gesprekamer? Ja, dat is ook weer een vragen die, als je dat die vragen mij stelt, dan zeg ik jou het meest voorkomend, is uiteindelijk voor mij de procent met Azo Spermi. En dan zeg ik eigenlijk, ja, de twee keer een probleem daar, is eigenlijk een genetisch probleem, een testus aanleg en ontwikkelingstoornis, waarbij ook leefstel een rol kan spelen of een vererging van de pronatie kan geven. Ik denk dat als je nu het zou verplaatsen naar een ziekenhuis in de buurt, een van onze ziekenhuis waar we mee samen werken, dan zal je wat vaker, bijvoorbeeld een vaker okellen op kunnen picken. Dat is ook nog best een lastige onderwerp. Je zou wat vaker ook zeggen, ik kan eigenlijk niet echt iets vinden, behoorven dan wat meeltestculair valen, maar ook met leefstel kan ik misschien niet altijd wat vinden. En dat blijft natuurlijk altijd een beetje onbevredigend van wat speelt hier dan. Hoe vaak vind je ongeveer geen duidelijke oorzaak? Kun je dan een presentatievergeven? Ja, dat wordt wel gezegd dat het 10 procent van vruigbaar eens probleem echt als onbegrepen tellen. Maar ook daarvoor zeg ik dan weer, ja, is dat echt wel zo? Want het is maar net hoe je kijkt. En als je dat dus echt al begint met die seemaanlisen waar we het net over hadden, je gaat die testesfunctie, lichtingvolume, leefstel, die factor ga je een kaart brengen. En vervolgens weten we ook dat die echte testesfunctie, of die echte zaadselfunctie, dit is een beetje wat we hebben. In alle landenomers heen, worden er natuurlijk allerlei additienelen test gedaan, bijvoorbeeld DNA-fragmetatiemetingen. Maar van wel wel weten dat die ook beïnvloed wordt door, bijvoorbeeld hoe vaak je een zaadlosing hebt en dat die ook door de tijd wat er kunnen variëren. Dus of dat dan echt niet nieuw zegt, dat is maar de vraag. Andersom is het soms ook zo, dat ook al zijn die testuitslagen met daarvan die spermatist niet binnen de referentie waarden, dat het nog bez kan, dat iemand toch gewoon nog in het jaar na, het eerste jaar dat hij aan het proberen is, een partnerzonger gaat maken. En dat is ook wel lastig in de sprekamer, dat mensen die bij ons aan het berook komen zitten, die willen natuurlijk graag een diegnose, een in de behandelplan, en die willen resultaat. En ook met alle technieken die we hebben, kan je niet altijd resultaat bereiken. Lastige situaties kan dat dus opleveren. We hebben dus gehad over hoe vaak je dus ook niet een oorzaak kan vinden. Hoe vaak zie je echt systemische ziekte of syndromen op je poli als mensen komen met azorespermie? Is dat iets wat je regelmatig tegenkomt, of is dat iets wat je een paar keer per jaar ziet? Ja, dus voor azorespermie zie je dat eigenlijk veel. Dus je kan regelmatig nieuwe kleinvelderdiegnose stellen. Dus dat er in plaats van 46, ik zei dus 23 alme zomaar dat er 47 ik zei is. Dat kom je regelmatig tegen, maar ook met die uitgebreiderigene genetje die genostiek waar we het eerder over hadden. Dat kan je waarschijnlijk tot wel 25 procent genetische varianten vinden die verklaren waarom iemand azorespermie heeft. En wat voor afwekkingen of verklaringen zijn dat dan? Dat kunnen kroppen je nummer variant zijn, dat kunnen kleine mutatie zijn. Ja, dat is eigenlijk een veld wat zich ontzettend aan het ontwikkelen is, waarbij we zeggen van ja, die kun je allemaal klassificeren om te bepalen van ja waarin dat zpermie te genezen, proces, lopen dingen dan niet goed. Oké, dus dus nog een hoop dat er allemaal aangekomen? Ja, dat denk ik wel. En andersom wat ook wel heel belangrijk is, kijken we net gaat over, ik wil een diagnose en ik wil resultaat. Eén van mijn Iteriaatse collega's die zegt wel tijd in feirtelman is een lucky man. En dat is ook iets wat heel goed is om je als sorferent te realiseren, mannen komen veel minder in een sprekamer dan vrouwen. En een man die in sprekamer van een verpijtskliniek of een huisart of een uraloog binnenkent stopt. Dat geeft je eigenlijk een opportunitie om te kijken naar iemand's gezondheidsstatus. En we weten ook hoe slechte de uitslag van je zeemen analysen. Dat is eigenlijk geaccueerd met komenberiditeit en zelfs met overlijden. En de vraag is natuurlijk hoe kon dat? Is daar een causal verbond? En wat is dat dan? Dat kunnen we overspeculeren. Dus het is heel waarschijnlijk dat dat te maken heeft. Met aan een ene kant allerlei celprocesse DNA-repermegenism is al. Zaken die je meer pron maken voor ziekte? Andersom is het ook heel erg waarschijnlijk dat het te maken heeft met ipogonadism en met testensfunctie. Dus een eigenlijk een zieke gonade die niet goed zaad kan maken. Ook niet zo geweldig goed testenstrong kan maken. Zeker als je daarboven op ongezonder leefstel hebt, die dat ook nog eens een keer kan beïnvloeden. Dat maakt je waarschijnlijk meer pron voor met de wolszindrom voor komenberiditeit en zelfs overlijden. En ook dat is natuurlijk wel ook al die leefstelmodificatie bij die man met die separatiteit vraagt niet direct leiden tot een betere sperma kwaliteit of direct tot een betere kans op zwangerschap. Je kan je wel afvragen, je kan bij, ik vind het je bijna niet meer kan maken om dat niet besprekbaar te maken. Ook voor de gezondheid van die man die je waarschijnlijk pas als die 50-60 of nog ouder is in een sprekamer beland. Mooi dat je dit zo zegt. Wat ik denk dat het iets is wat waar we veel meer meezouden kunnen doen. Lijkt me ook wel lastig als een patiënt bijkomt met eigenlijk een heel duidelijke wens, namelijk een kind krijgen en vervolgens allerlei commentaar krijgt over zijn leefestel. Ja, en dat is denk ik ook bij, ik denk dat ieder van ons in een sprekamer als je commentaar levert, dat werkt niet. En ik zou dat aan het als ik aan de patiënt kan zit, zou ik dat ook onpreter vinden. Het gaat wel over het gesprek. En we weten dat er een heel duidelijke verbonden zijn tussen overgeweegd bij vrouwen, er zijn heel veel voorplantingcenten die gewoon zeggen we hebben BMI grens en anders zijn krijg je niet eens of kom niet in aanmerking voor een EVF behandeling. En inmiddels zijn we wel bepuntbelant dat we ook van mannen echt niet meer kunnen zeggen. Het is prima dat u doorroopt. Het is prima dat u een BMI heeft van 38. Want we weten een mannen die zwaarder zijn, die hebben een slechtere uitkomst van EVF. En mannen die roken, die hebben meer DNA-vraagmetatie, die hebben slechtere spermatesten. Dus ja, dat gesprek kan je niet uit de weg gaan, maar ik ben wel helemaal met je eens hoe je dat instekt. Dat is wel, ik de crux. Ja. Wat ik ook altijd wel interessant vind, je kunt het ook ondraaien, dus ook ondenken. Want als jij ervan uit gaat, dat je allerlei advies geeft, waar wij in evidence voor is. Dus bijvoorbeeld stop met strak onder onbruke dragen. Of je mag niet meer in bad. Je mag niet wielrennen. Terwijl daar eigenlijk weinig evidence voor is, terwijl als je echt kijkt van wat is nou onderliggend, het tijdgrote problem van slechtere spermatqualiteit en mannenke subverturiteit, daar zitten ook dingen onder. En die je misschien helemaal niet vastgestelde, bijvoorbeeld die geneetse varianten. En hoe erg is het dan dat je per centen gaat zeggen, nee, we gaan zeemal niet eens zeer halen, en je moet alleen dingen doen waar we geen evidence voor hebben. De richtlijnen die zijn natuurlijk ook gemaakt om te zorgen dat je kost effectief blijft. En dit is ook waar ik de gister nog discussie over had met even ondragine colloge, die ik zeg altijd ja, eigenlijk vind ik dat iedereen, iedere man die onderdeel is van een paar met subverturiteit, die kostbare maar ook complexen en ook moeilijke behandelingen voor mensen zelf gaan ondergaan als IVF behandeling, is best gek dat je dan nooit onderzocht wordt. Dat we alleen maar zeggen, oh dat zaakpoortje, dat was hij die uitzag was oké, dus we laten dat zo. Aan de andere kant kun je afragen wat is de pakkant, wat ga je vinden? Het heeft ook mee te maken dat de dingen die je kan vinden, zoals bijvoorbeeld een vakerkele, ook lastig kan zijn, want geeft iedere vakerkele aanleiding voor een behandeling? Is iedere vakerkele de oorzaak van een vruchtbaaritsproblem? Dat denk ik niet. En wanneer dan wel, als je dan over de vakerkele hebt? Ik denk dat het leuk is dat wij als urologen worden opgeleid ook om urologie over de hele levenspannen te zien, dus ook vanuit kinderpersportief. En daar weten we ook van vandaag. Een spatthader die kan al in allocente leeftijds klachten geven of opvallen, nou meestal is dat dan een grote vakerkele, die ook zichtbaar is voor het bloot oog. En dat we ook weten van nou, als je ziet dat dat de stiekelvolume eigenlijk niet mee komt en je doet een aantal metingen, dan zeg je ja, waarschijnlijk heeft die spatthader wel echt invloed op de functie en de ontwikkeling van die bal. Dus een hooggaard of een graadige vakerkele, met een lager tessensvolume aan de linker kant, maar ook weer niet een te ernstig probleem, want als jij aan alle tweede kant een heel laag tessensvolume hebt, met een gigantisch hoog effes haat, dan zeg ik heel vaak dat ze dan nog een ander onderliggend probleem zijn en niet alleen maar die spatthader. Blijf kijken naar de hele man en alles wat je ontdekt hebt in je zoektocht naar de oorzaak. Ja, en wat ik ook vaak zeg over spatthaders van kijk, we zijn nu de Rotterdam dus ik zeg altijd nou, als ik nou 100 man uit de kope groot haal, en ik zeg wel een bordje omhoog als je vader bent even deze kant toe. En dan gaan we van die mannen gaan we 15 procent vakerkelees vinden. Als ik dat zelf de doel bij mijn wachtkamer op het voorplanting centrum, dan ga ik 30 procent vakerkelees vinden. En je kan je ook afragen, is de kans dat ik met een vakerkele vader wordt groter of kleiner dan, wanneer ik geen vader wordt, dan feitelijk groter, want je hebt meer mannen zullen vakerkele hebben en gewoon een vrouw zwarmar gaan maken. Je kan ook zien dat die testensfunctie in de loop van de jaren wel afneemt en dan een combinatie met oplopen de vrouwlijke leeftijd. Ja, dat zie je ook wel vaker, dat is zeker nere subvertiniteit. Dus dat de tweede zwarmerschap niet lukt of op zich laten wachten, dan vind je ook weer wat meer spatthaders. Maar het helpt om in spatthaders te behandelen. Ja, daar is heel veel onderzoek naar gedaan, maar eigenlijk met bedroefend lage aantallen, het is heel moeilijk gerandemiseerd te onderzoeken. Mijn mensen willen natuurlijk niet gerandemiseerd worden. Die willen gewoon actie, die willen gewoon een resultaat. Ja, en dat is altijd nog een beetje kleef dat aan de uralogen denk ik. Dat geniekeloge zeggen is dat wel zo effectief en dat sommige uralogen zeggen heel hard ja. En andere zeggen, ik weet het niet of soms. Dus dat blijft eigenlijk nog een ombeantwoorde vraag. Ik denk dat het niet ombeantwoord te zijn, maar dat het schild als jij bij legamenlijk onderzoek vaststelt dat iemand een vaakokellen heeft. Dan is die per definitie klinisch. Vraag je een echte onderzoek aan. En zegt de radiolog die de ego maakt, een vaakokellen. Zorg dan dat die weet waar die het over heeft. Hij heeft die reflux gezien. Wat voor diameter hebben die venen? Wat is dat voor die genozen? En anders leer om zelf die ego te doen, dat je dat gewoon zelf kan met die duplex. En ja, als jij een spot aarder hebt, dan gradeer je in hem. En dan besprekt je dat met de percent. Eer te plaatsen, is dit een co-factor? Heb maar een echte orzakelijke factor dat zal hetzelfde zijn. Maar het kan je wel helpen. Ook als bijvoorbeeld mensen zeggen ook, kiezer wel voor om toch eerst gassisteren voor plantingsen doen als ze dat aanbod krijgen van de genoeg. Maar het lukt niet. En ja, dan kan je ook zeggen, oké. Ik ga toch overwege om die vaakokellen te laten behandelen. Want misschien wordt mijn sperma-kwaliteit toch wel wel beter. En hebben we wat betere kansen. Als het hebben over de behandeling, dan begint het heel vaak bij. Een leefstelatvies. Bijvoorbeeld, niet meer in bad, niet wil rennen, wij de onderbroeken gaan dragen. Kun je daar iets over zeggen? Wat is daar de evidence voor? Ja, ik denk heel laag. Dat was zeggen, ik heb een leefstel met gezonde voeding, voldoende beweging, regelmatig sportief actief zijn. Als je een zit en per roep hebt, wel zorgen voor voldoende stappen, gevalueerd tot mediterraan dieheid. Ja, dat zijn wel dingen waar evidence voor is. Maar als het gaat over de wije onderbroeken dragen, of dat je bijvoorbeeld nooit meer een glas alkool zo mogen drinken, dat is niet zo. En daar is ook geen bewijs voor. Dus we zeggen weesmatig met alkool, drinkt niet iedere dag. Maximaal zes een hele per week. Kaffeïne is ook wel iets waar je van afgelvragen van. Is dat verstandig als iemand meer dan vier, vijf kopjes per dag drinkt. Dat vocht je gewoon ook een algemeen voedingcentrum advies. En ik denk wel dat je niet alleen maar overleefstel moet praten. En roken? Ja, roepen moet je absoluut meestoppen. Maar dan is het wel belangrijk dat die patiënt ook weet, dat het zeker drie maanden duurt voordat er ook maar enige verbetering te zien is. Ja, één of misschien wel, twee van die spermatizen ik psychos. En dat eigenlijk, denk ik, we zouden op school waar je leert over hoe voorkomig zwangerschap zou je eigenlijk moeten leren. Waar zit mijn ballen? Waar horen ze te zitten? Hoe groot zij ze? En trouwens, als ik gezond vader wil worden, dan zal ik eigenlijk al een half jaar voordat ik mijn partners langer wil maken. Even moeten kijken hoe zit dat eigenlijk met alkool gebruik, mijn beweging, mijn diënt. En natuurlijk ook met drugs gebruik wordt heel weinig onderzoek naar gedaan. Maar uiteindelijk wordt dat wel in ieder voorplant ik ze enthjem gaat visierd om daar mee te stoppen. Zijn er bepaalde onderdelen van de lifestyle die een sort no go zijn voor een behandeltrejekt? Voor jou? Ja, ik vind dat stoppen met roken, dat is een no go. En dat is ook omdat we weten dat de spermacualiteit ook uitgedrukt als DNA-fragmetatie dat die ga associeren, het is met roken. Maar ik vind ook als goedverzorgvallener dat als je een zwarmerschap hebt, een zwarmere vrouw, een jong kind een baby dat je eigenlijk in er ook vrij omgeving moet opgroeien. Dus dat betekent dat je als iemand bij jou komt en die rokt, dan moet die stoppen en zes maanden later die weer welkom. Of is dat heel zwartwit gezegd? Dat is wel zwartwit. Ik denk dat er ook daarvoor weer geldt, dat het gesprek, dat je het gesprek aangehaat en dat je aangeeft, dat je beter effecten zal zien als je bijvoorbeeld een stoppen met rokenkotingsprogramma aanbiedt. En ik denk dat dat is wat wel zwarmverleners kunnen doen en misschien ook wel allemaal moeten doen. Zeker. Daar zijn ook mooie voorbeelden van. Bij je kan percenten tegenwoordig heel makkelijk verwijzen naar allerlei initiatieve in elke regio. Ja, en dat zelfde geldt natuurlijk voor een ander moeilijk gesprek over overgewicht. Want wat ik al zei, over de verbanden die we kennen tussen vaders met overgewicht. En hun kans op zwangerschap, hun kans op zwangerschap, na behandelingen. Ja, er is gewoon een verband. Maar ook voor de algemeen gezondheid van die man, is het een goed moment, ook al kom je voor iets anders, om toch te wijzen om het belang van een gezond gewicht. Hoe moeilijk dat het ook kan zijn. Ja, gaf u aan dat je vooral patiënten ziet met azorespermie. Dan heb je de obstructieve variant en de niet obstructieve variant. Kun je wat meer vertellen over de banden opzistieën voor deze patiënten populatie? Ja, eigenlijk is de obstructieve variant vind ik eigenlijk het leukst. Dat wil zeggen, daar kan je heel veel eer aan behalen. En dan heb ik het niet per se over de man naar sterilisatie. Daar kan je ook eer aan behalen. Maar een klein percentage van de man heeft een obstructieve azorespermie, bijvoorbeeld naar een effectie. En als je dan een exploratie doet op elkaar en je hebt wel de gangelijkheid van het vast deferens. En je maakt een nieuwe verbinding. Dus je maakt een fase op epidemiolistomie. Heb je een kans van over 50 procent dat je petensie krijgt, dus dat je weer zou het zelf in de regulatie is. Ja, dan kijk ik naar zwangerschapskansen die zijn ongeveer 20 procent voor de hele groep mensen. Dus dan even niet leeftijds van de vrouw meegenomen. Maar als je dan een paar zetten hebt die zelf zwanger worden, dan denk ik dat is gewoon een wereld van verschil. Dan heb je man en een vrouw broed voor een vervelend exitraject. Dus dat vind ik zelf eigenlijk, daar kan je heel veel eer aan behalen. En dat is ook iets waarvan ik het is onze trade. Dat is wat wij als urologen doen, opereren. Zeg je, onder de microscope? Ja, fase op epidemiolistomie, dat kan echt niet anders dan onder de microscope. En fase op fase op ben ik voor mening dat dat eigenlijk ook niet anders kan, onder de microscope. Maar goed de vast deferens aan elkaar zetten dat naast de realizatie is ook heel leuk om te doen. En dat geeft veel betere resultaten. Ik ben petensie redest dan in ieder geval. Dus als wel meer dan 90 procent dat dat lukt. Hoe lang wacht je dan eigenlijk na zo'n operatie? Want je zegt je kunt ze behoeden voor een exitraject. Maar wanneer zeg je van "ok, we moeten toch jurorisat verkrijgen?" In principe hebben we ook een mooie richtlein voor in Nederland. Eigenlijk is er zelde indikatie om direct over te stoppen. Die revisatie heeft me over te slaan. Het kan natuurlijk technisch niet mogelijk zijn om een herstel operatie te doen. Het kan zijn dat je eigenlijk direct na de ingepen toch zie je dat van een kappen asoos per me. En ik heb een asoos per me, of ik heb een reeste nose. Dus ook altijd belangrijk om met je procent te bespreken. Van het hele nieuwe verbinding kan ook weer dicht gaan zitten. Om weer 10 procent kans. En dat zijn allemaal reden om dan over te gaan naar de volgende stop. Dus je je naast jurorisat verkrijgt. En dat je dat gebruikt voor een ictiebehandeling. Wat ik wel interessant vind. En dan was ik ook denk goed om uralogen en uralogen in opleiding mee te geven. Ik ben ook nog opgeleid met gedachten van als een vrouw oud is. Dan kan je maar beter direct jurorisat verkrijgen. Dat is dan toch beter en sneller. Het is niet of al sneller, als in de tijd tot behandeling is sneller. Maar een vrouw van 3840. Als je daivf bij gaat doen, wvfxie en je gaat die eierstrokken stimuleren. Dan is de kans best groot. Dat er helemaal qualisatief niet zoke geweldige oocyte uitkomen. Dus als je echt kijkt van wat geeft naar de grootste kans. Dan zou het ook kunnen dat je misschien een goede revitalisatie. Dat je eigenlijk effectief per maand meer kans hebt op zorgerschap. Dan wanneer jij heel snel probeert met de ictie aan de gang te gaan. Dit is ook een klein voorbeeld dat het superbelang ik is om in een team te werken. Dit zijn echt dingen die ik van de genologen geleerd heb. Ja, ja. Dan heb je ook nog de obstruktieve azoverspermeer waar daar bijvoorbeeld geen vast deveren zamesgis. Dus dan valt er denk je niet te veel te rek analyseren. Hoe ga je daarmee om? Nee, dat klopt. En dan heb je eigenlijk de optie van jurorisat verkrijgen. Als je een bijbel hebt, dan kan je of die bijbel aanprikken. Of je maakt een luikje in de bijbel. Dan noemen we dan een micro-ceruchische eepedidimale sperma-aspiratie en meesa. En op die manier kun je dan toch aan zade cellen komen die kun je invrissen. En daarna gebruiken we van een x-iebanhandeling. En hoe zit dit dan met niet obstruktieve azoversperme? Want dat gaat op een andere manier. Ja, dus daar hebben we in dat testculaire sperma extractie voor. En dat is het meer een deel van de patiënten die ik zie. Ik zei net waar ze meeste eer aan te behalen. Ik vind dat we meeste eer te behalen is bij mannen met niet obstruktieve azoversperme. Aan een heel goed gesprek. En verwachtingsmanagement en koudseling. En ik heb ook heel erg een shift gemerkt ook bij ons op het voorplantingcentrum. Ook mensen die uiteindelijk niet aan de resultaat kunt helpen of te wel een zwangerschap. Dat je toch een heel waardvolle traject kunt doorlopen. Waarbij je weet, dit is wat ik heb. Dit is de oorzaak van mijn probleem. Ik heb ervoor gekozen om zo micro tezen te ondergaan. En ook als die niet succesvol is of hij wel succesvol maar mijn partners toch na een aantal behandelingen niets van er. Heb ik een goed traject doorlopen. En dat is ook daarna goed voor me gezorgd. Ik weet dat ik hoe met de stiekelgezondheid in gaten kan houden. Ik weet wanneer een huisers moet bezoeken als ik denk aan hypogonadismol. Ik heb klachten die daar misschien bij kunnen passen. En ik heb goede naazorg gekregen want ogenwens het kinderloos zijn. En niet biologisch ouderschap kunnen bereiken. Dat doet pijn. Dat is heel verdrietig. Dat stukje naazorg is denk ik heel mooi dat je dat zo aanstit. Heb je het over hypogonadism in de toekomst. Want het is natuurlijk je komt mensen tegen waarbij je weet dat er spraak is van testicular valen. En dan gaat het nu om de zaadzellen, maar misschien later om het test rusteroen. Wat geef je die mensen mee voor de toekomst? En wat zou je collega uurologen mee willen geven als ze dit soort patiënten tegenkomen? Ja, ik denk dat het eerst te gaat denken over misverstander. Dus ik merk nog steeds dat er best wat misverstander of aanhame zijn. Bevorbeeld van als je dan zo microfotese gaat doen, dan zou je wel door de ingep hypogonadismen krijgen. En ik leg eigenlijk altijd voor de ingep uit als mensen gewoon nog in een besluitvormingsproces zitten. Dat testicular valen en die heel vaak gecompenseerde testensfunctie. Dus met dat al hoge LHNFSA. Ook heb je nu normaal test rusteroen, heb je nu geen klachten. Dat maakt je wel et risk voor laagtest rusteroen op laatere leeftijd. Wanneer je dat gaat ontwikkelen of je dat gaat ontwikkelen? Dat weet ik niet. Ik weet wel dat als we een operatie doen dat we het eerst de jaar naar de operatie vaak wel een dipje zien in het test rusteroen. Maar dat je gewoon weer terug gaat komen op je uitgangspositie. En het advies wordt je dan geeft aan de procent of je nou wel of niet die microfotese hebt gedaan. En ook aan de huisarts. Heb je het idee dat je last hebt van klachten die te maken kunnen hebben met laagtest rusteroen? Laat je test rusteroen dan prikken. En zorg voor gezonde leeftel. Want we weten allemaal de eerste advies wat je zou krijgen. Als je bij de huisarts of de urologte horen krijgt, ik heb laagtest rusteroen. Is oké, heb je kritisch kijken naar hoe een vet massa heb je, hoe is je leeftel. En ik denk dat dat heel belangrijk advies is om dat al te geven. Dus dat is eigenlijk je legt daarbij heel goed te verantwoordelijkheid bij de patient meer en geeft een tip aan de huisarts. Is er ook ruimte voor volg van de test rusteroenwaarden? Ja, ik denk dat dat een kost-evitiefiteitsvragen is die het niet goed kan beantwoorden. Dat wil zeggen, ik spreek ook regelmatig met patienten af. Nou, je kan overwege om iedere vijf tot tien jaar je test rond te laten prikken. Maar ik vind ook wel dat ik als zorgverlenen ook wel een beetje die diagnose-expansie tegen moet gaan. Dus als je een test rusteroen door nietsvermoedende zorgverlenen laat prikken. En het is één keer laag en de patient gaat dat googelen en die heeft meteen het idee dat hij een ziekte heeft. Ik weet niet of dat effectief is. En feitelijk weet ik niet op welke termijn je dat test stronda moet prikken. En of dat echt kost effectief is om te zeggen tegen mannen met een niet-obstructieve asoospermeer je moet dat iedere vijf tot tien jaar doen. Dus het meest veilig advies is denk ik om uit te gaan van klachten van de patient. En in dat rugie over hersen eigen leven en een uitleggen wat het verband is tussen lifestyle en ipogonadismen en overgewicht en ipogonadismen. Mooi dat dat stukje lifestyle elke keer weer terugkomt. Werken de winkel voor urologisch Nederland. Je hebt natuurlijk persoonlijke lifestyle. Kan je ook wat vertellen over de invloed van het milieu waarin wij leven. De fertiliteit van de man in 2025. Ja, ik wist dat hij zou komen. Dat vind ik ook z'n integrerend onderwerp. Wat me daarvooral aan het integreren is dat het publiek de maatschappij wij als mensen. Het is heel makkelijk om je te willen verdiepen in je omgeving. En om je zorg te maken over microplastics, over de straaling van je telefoon, in je broekstak of uitecentmas. Zij allemaal factoren die ver buiten jouw eigen invloedsweer liggen, maar die je wel een onrustige voel geven. En ik denk ook heel vaak terecht. Wat is nou eigenlijk de invloed? En kunnen we daar iets aan doen of moeten we daar veel harderen? Ook misschien wel zorgverleners, hè? Gewoon die er naar de barricades opgaan van dit is niet oké. Een hormoon verstorende stoffen en andrologie. Ja, daar kan ik echt nog een uur overpraten. Voor de volgen noot. Andersom denk ik wel over de spreekamer. Natuurlijk kun je zeggen dat er verbonden zijn tussen hormoon verstorende stoffen uit het milieu. En vruigbaarheidproblemen, die verbonden, die zijn er. Ook als het gaat over testicoanleg, zoals bijvoorbeeld cryptogisme, die zijn er. Maar kun je tegen een patiënt zeggen, dit of dat moet je wel of niet doen? Ja, zoveel kan ik niet gaan. Nee, en misschien ook de vraag. Dat is een beetje buiten je eigen invloedsfeer. Als je dan weer terugkomt op dat stukje lifestyle. Daar heb je misschien als persoon of percent zelf veel meer invloed op. Ja, zonder meer. En denk ook dat het belangrijk is om me te realiseren dat de algemeen adviesen die geld op bijvoorbeeld. Heb je een zwanger persoon in huis? Ga geen voedsel op warm in de magne trond in de pleste bakje. Maar leg dat op een bord. Venteleer je huis, doe je schoenen uit in huis, als je echt zegt van ik wil. Echt er alles aan doen om zo'n min mogelijk blootstelling aan omgevingsvak te horen te hebben. Ik denk dat dat zinnige adviezen zijn. Maar ik denk niet dat je kunt zeggen tegen me om het subvertuniteit voor jou gelden deze extra regels. Kun je wat vertellen over hoe het voor jou in de ideale wereld eruit zou zien welke zorgen waar verlinkt zou worden? Ja, absoluut. Ik denk echt met grote shout-out voor uralogen en uralogen in opleiding is eigenlijk vooral dit is echt een heel leuk aan was gebied. En je kan ontzettend veel leren van collega's die geen uralogen zijn. Je kan onderdeel uitmaken van behandeldteams en je kan echt het verschil maken voor percenten. Want wij als uralogen in uralogen in opleiding wij weten alles van het testiekel. Vanuit de kinderuurologie, vanuit de volwassenkant. Wil je kansling doen over je risico op saatbouwkanker? Wat het zwarsupvertuniteit een risico factor is. Wie kan dat? Tot kunnen wij. Wij kunnen die percent vertellen wat zelf onderzoek is. Wij kunnen die percenten duiding geven aan hun ego onderzoek. Aan hun testiekelvolume. Dat kunnen wij doen. Seksuele klachten. Ook zo iets. Dat komt heel veel voor. Maar het komt ook heel veel voor met mensen die in een voorplantingstreek zitten. Zeg ik ook vaak als ik in de wachtkamer. Nu een vragenlijst neerleg en ik vraag hoe is het met je seksuele functie? Hoe slechter de uitslag van je seemanalyse? Hoe slechter die test ingeveeld gaat worden. En het is logisch. Maar wat doe je als ze seksuele dysfunctie hebt? Dan wil je een specialist spreken. Wie is die specialist? Dat is de uralogen. Dat zijn wij. En ik denk echt dat we veel beter ook in de opleiding. Dat we daar veel beter aandacht om zouden kunnen besteden. En ook dat samenwerken. In je eigen team in de regio's, maar reginaal en mijn droom zou eigenlijk zijn dat we ook landelijk. Nog beter met elkaar praten. En nog beter onderzoek doen van hoe kunnen we nou eigenlijk die onbegeper subverturiteit verklaren? Is dat echt onbegepen of kunnen we daar veel meer voor doen? Quick for. Marie, wat is je grootste passie bij het werk? Ja, daar moet ik heel hard over daar denken. Ik moest ook een beetje lachen, want tegenwoordig is dat pottenbakken. Maar dan mag ik thuis niet meer over praten. Omdat mijn kinderen denken dat Hupt mijn pottenbak leermeester menu of rindt is. En ik zelf helemaal dol ben op aardsklasseur en zij het heel ledig vinden. Wat zou je zijn als je geen ugelog was geworden? Pottenbakker, denk ik. Je zou zo maar kunnen. Ik denk wel dat ik er iets creatief zat gedaan. Ik wilde eigenlijk heel graag naar de kunststakker neem. Ik wilde mijn vader een bijzonderslecht idee. En uiteindelijk heb ik toch een mooie gesprek gevoerd met de conrector op de middenbare school die zij achkint. Je hebt een spranklint intellect, doeder wat mee. Dus ik had verschillig een creatiefberoep gekozen. Welk advies zou je jezelf geven als je terugkijkt naar de eerste dag van je opleiding? Ja, ik denk dat ik vooral met echt heel veel voldoening terugkijkt op mijn opleiding. En dat komt ook omdat ik het resultaat ben van long-term mentorship. Dus toen ik in opleiding ging, had ik ook promotie onderzoek gedaan. Had ik ook wel geleegheid gekregen om ook te ontwikkelen als doktor. Ik had ervaring om ook op te andrologiepoli bij mijn leermeester bij Gerdolen. En ik heb die opleiding, ben ik wel heel enthousiast ook allerlei, algemeen uurologische, al die verschillende stages die heb ik allemaal gedaan. Maar ik heb wel tijdens die opleiding heel erg al de sterk die overtuiging gehad van, maar als ik klaar ben, dan ga ik weer terug naar de andrologie. En dat heeft soms ook wel voor leuken en minder bakkelijke gesprekken gezorg met mijn opleiders. Maar ik denk dat ik vooral dat dat meest inspirerende toch is dat als je echt ergens door gegepen wordt. En je hebt de juiste mensen om je heen die je echt inspireren, maar die je ook aan de hand neem en ook bereid zijn om je langdurig op te leiden, dat dat ook is wat ik graag zelf terug wil geven, omdat ik daar zelf heel dankbaar voor ben dat dat bij mij zou gelopen is. Wat is de grootste verandering die je tijdens je karrieraat meegemaakt? Ja, als het gaat over professionele verandering, dan denk ik onderdelen die we in ons gesprek besproken hebben. Dus echt dat omdenken van, oké, een spermat test is niet omdat het normaalwaarde zijn waard zijn referentiewaarde. Dat je eigenlijk, ja we zijn er wat er dan, ik hou zelf erg van ziel deelder. Ik denk altijd, mooi, kort gedicht voor de hem het heleel. Hoe beter met kijk, hoe verder het lijkt. Dat gevoel heb ik nu ook heel erg, het afgelopen jaren. Dat ik denk volgens mij zijn we gewoon heel erg bezig om echt te begrijpen wat mannelijke subvertietijd inhoudt. Tijfels de dilemmas, Breda over Rotterdam. Ah Rotterdam. Ja, ik woon in Breda, maar Rotterdam heeft altijd toch de grootste plek in mijn hart. Dus met pijn in je hart heen en weer elke dag? Nee, maar het is heel veel pizier, want ik woon wel met heel veel pizier in Breda en even mijn kinderen is geboren in Breda. Dus ik, het is ook een hele leuke stad. De hele dag patiënten met scotologie behandelen of de hele dag patiënten met Anna-Bolen misbruit behandelen. Ja, alles wat waar de hele dag voor staat. Ik denk dat ik toch voor de scotologie patiënten zou gaan. Ook omdat dat ook iets is waar heel veel verschillende zaak kunnen onderliggen, verschillende patologie. Dus dat ik dan toch wat meer variatie zou hebben dan de Anna-Bolen gebruiker die zich op het spreken hermeld. Dan toch ook nog nog een extra duimels dilemma over de hele dag altijd nooit meer. Als je zou moeten kiezen, nooit meer opleiden of geen wetenschappelijk onderzoek men doen. Dan zou ik, nee, ik zou dan toch zeggen dan ga ik geen onderzoek doen, maar dan doet iemand anders dat. En dan besteed ik de rest van mijn carrière aan opleiden. Aan die dierbare mentors zijn voor veel mensen die goede uralogen gaan worden. Ja, omdat ik toch denk, maar dat heb ik ook van een van mijn opleiders. Dat ik denk ja, de legacy, welke legacy wil je hebben. Je wilt voor je patiënten zorgen. Je hebt niet altijd met iedere patiënten goede klikken of een goed contact en dat is ook helemaal niet erg. Maar kennis is echt het allerbelangrijkste wat er is. Maar dat kun je ook het beste overdragen door op te leiden. En een super mooi paper schrijf is natuurlijk hartstikke geweldig. Maar je weet ook dat dat heel vergangelijk is. Dus ik zou absoluut gaan ver opleiden. Mooie om mee af te sluiten denk ik. Als jij nog een ding zou mogen meegeven aan al onze luisterhuis van de podcast Blaaskaken. Wat zou je dan nog willen zeggen als afsluiten? Ik zou vooral zeggen als je hiervan genoten hebt, ga er mee door. Verdiep je zorg dat je mensen om je heen verzameld die hier meer van weten. Kijk ook buiten de urologie. Ik denk ook echt mensen waar ik zelf heel graag met samenwerken tegen opkijk. Dat is een embryoloog. Dus dat is denk ik heel leuk om zo onderdeel te zijn van een team. Dank je wel, maar rij voor dit fijne gesprek. En deze wijzen worden allemaal. Dit was dan al weer de zesde aflevering van de podcast Blaaskaken. Heel erg bedankt voor het luisteren en tot de volgende aflevering. Super bedankt voor het gesprek. Dit was Blaaskaken. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer. Deze podcast wordt neem mogelijk gemaakt door "I Tint". De echte minimaal invasieve poliklinische proceduren van Olympus die het leven van mannen met BPA positief verandert. (C) TV GELDERLAND 2020.
Podcast Summary
Key Points:
Mannelijke vruchtbaarheidsproblemen zijn een klinisch relevant onderwerp; bij ongeveer 15% van de koppels met een kinderwens is er na een jaar geen zwangerschap, en in de helft van die gevallen speelt een mannelijke factor een rol.
De diagnostiek is complex en draait vaak om sperma-analyse, maar deze test heeft beperkingen door biologische variatie en geeft geen volledig beeld van de zaadcelfunctie (zoals DNA-integriteit).
Anamnese en lichamelijk onderzoek zijn cruciaal, met focus op leefstijl (waarvan effecten pas na maanden zichtbaar zijn), ontwikkelingsstoornissen (zoals cryptorchidie), testisvolume en -consistentie, en aanvullende risicofactoren zoals een varicocèle.
Beeldvorming (echo) wordt ingezet bij specifieke indicaties, zoals azoöspermie of een laag ejaculaatvolume, om obstructies, structuur van de testis of aanwijzingen voor verhoogd kankerrisico te beoordelen.
Bloedonderzoek (LH, FSH, testosteron) helpt de endocriene functie van de testis te beoordelen en onderscheid te maken tussen obstructieve en niet-obstructieve oorzaken.
Summary:
De podcastaflevering bespreekt mannelijke vruchtbaarheid (fertiliteit) binnen de urologie met expert Marij Dinkelman. Ongeveer 15% van de koppels met een kinderwens kampt met subfertiliteit, waarbij in de helft een mannelijke factor meespeelt. Diagnostiek begint vaak met sperma-analyse, maar deze heeft beperkingen door natuurlijke variatie en meet niet de volledige functionele kwaliteit van zaadcellen.
Een grondige anamnese en lichamelijk onderzoek zijn essentieel, waarbij aandacht uitgaat naar leefstijl (waarvan effecten pas na circa drie maanden zichtbaar zijn), ontwikkelingsgeschiedenis van de testikels (zoals cryptorchidie), testisvolume en eventuele spataders (varicocèle). Beeldvormend onderzoek, zoals een echo, wordt ingezet bij specifieke bevindingen zoals azoöspermie of een laag ejaculaatvolume, om obstructies of structurele afwijkingen op te sporen. Bloedonderzoek (LH, FSH, testosteron) geeft inzicht in de hormonale aansturing en functie van de testikels.
De benadering benadrukt het belang van een geïntegreerde diagnostiek, verdergaand dan alleen de standaard spermatest, en van voorlichting over zelfonderzoek van de testikels vanwege een mogelijk verhoogd risico op zaadbalkanker bij bepaalde aandoeningen.
FAQs
In Nederland spreken we meestal van subfertiliteit wanneer een koppel na 12 maanden regelmatig seksueel contact niet zwanger raakt. In Engelstalige context wordt vaak de term 'infertility' gebruikt, maar de betekenis is vergelijkbaar.
Patiënten beginnen meestal bij de huisarts, die een oriënterend fertiliteitsonderzoek doet, inclusief een sperma-analyse. Bij afwijkende resultaten of specifieke risicofactoren volgt doorverwijzing naar een gynaecoloog, fertiliteitsarts of uroloog voor verder onderzoek.
Het wordt zo genoemd omdat het slechts een momentopname is met grote biologische variatie en omdat het niet volledig weergeeft hoe zaadcellen functioneren in het vrouwelijk lichaam, zoals DNA-integriteit of gedrag in de voortplantingsorganen.
Leefstijl is cruciaal, maar effecten zijn pas na ongeveer drie maanden zichtbaar omdat zaadcelproductie en rijping die tijd nodig hebben. Factoren zoals roken, voeding en beweging moeten daarom langdurig worden aangepakt.
Ontwikkelingsstoornissen zoals cryptorchisme (niet-ingedaalde zaadbal), vooral bilateraal, verhogen het risico. Ook testisatrofie of een voorgeschiedenis van kankerbehandelingen kunnen van invloed zijn.
Naast sperma-analyse en lichamelijk onderzoek (zoals testisvolume en consistentie) wordt vaak bloedonderzoek gedaan naar LH, FSH en testosteron. Bij specifieke indicaties kan een echo van de scrotum of prostaat worden aangevraagd.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.