Go back

(luisterverhaal) De vlinder en de schildpad

42m 25s

(luisterverhaal) De vlinder en de schildpad

De tekst volgt een pas ontpopte blauwe vlinder die haar vleugels ontdekt en vliegen leert. Al snel ontmoet ze een wijze, langzame schildpad, die haar de natuur laat zien en uitlegt dat tijd relatief is. Samen stuiten ze op een bijeenkomst van egels die het leven van een overleden vriend vieren met verhalen en lachen, wat de vlinder leert over rouw en herinneringen. Wanneer de schildpad onbedoeld de kortheid van het vlinderleven onthult, ontstaat er ruzie. De vlinder ontmoet dan een eendagsvlieg, wiens optimistische levenshouding haar leert waarderen wat ze heeft. Uiteindelijk verzoent ze zich met de schildpad, en samen trekken ze verder, waarbij ze troost bieden aan verdrietige meerkoeten die een ei hebben verloren. Het verhaal benadrukt thema's als vriendschap, de relativiteit van tijd, het omgaan met verlies, en het waarderen van kleine momenten.

Transcription

5113 Words, 28108 Characters

Dutch
Ah, jullie zijn er al. Ja, dat is een beetje te vroeger eigenlijk. Of eerder ons hoofdpersonage is een beetje te laat. Nu, ah, te vroeg of te laat, tijd is ook maar wat je ervan maakt. Zoms kan een jaar voorbij vliegen en een minute voorbij kruipen. In de natuur gaat alles gewoon zo'n gangtje. Daar gebeurde dingen niet op tijd, maar als de tijd rijp is. tijd is dus een beetje als een appel of een framboos of een mandarentje. Of een vlinder. Toen de tijd rijp was kruipsen als rups uit het vlinder uitje. En toen de tijd weer is rijp was kruipsen als rups in de cocoon om pop te worden. En nu wachten we dus enkel tot de tijd rijp is om te ontpoppen tot vlinder. Ja. O, wacht, ik hoor iets bewegen. Nu heb ik wel lang genoeg opgepopt gezeten. Kom aan vleugels, het is tijd. Dat is één. Mooi, een blauwe. Benieuwd naar de andere. En dat is drie. Ook blauwe. Een beetje deze vuur, maar toch ook mooi. Benieuwd welk soort vlinder ik ben. Misschien kunnen die andere vlinders met af vertellen. Ik vlieg er even naar toe. Maar zo net uit de cocoon valt dat vliegen nog al tegen. Die vlueugels had het twee weken onderste boven en opgeplooit gelegen. En vlinders hebben geen strijkijzers. Opgepaast leerling vlinder. Een citroen vlinder kwam gedienste gnaast haar vliegen en gaf instructies. Oh, rustig blauwe. Ook op de horizon richten. Met de lucht van boven of van anders. Van boven natuurlijk. Niet jouw in een hoek van 45 graden zitten. Mag daar ook 42,5 zijn? Hoe sprie te optien en twee uur en altijd de twee vlueugels samen klapperen. Kijk zo. Samen. Ah ja. Ja, goed zo, blauwe. Ik heb het door. Het is niet moeilijk als je het weet. Betankt. Vriend met de citroenkleurge vlueugels. Welk soort vlinder zijd je het trouwens. Een citroen vlinder. Zij de citroen vlinder. Ja, vlinder zouden het graag invoudig. En na een minuutje stunt al vliegen had blauwe haar evenwicht gevonden en tartelde ze als een volledende darte laaster door de lente lucht. Wat een gelukkig wik. De bloemen en de blaaderen en de vogels zijn zo te zien ook net ontpopt. Iedereen is zo vrolijk. Ik heb een goeie voel voor timing. Zo willen zeker. De eerste minuten na de geboren van een vlinder zijn veel leuker dan die van een mens. Toch? Zij vladeren binnen de minuut van bloem tot bloem. Wij krijgen ze geboren meteen een pet op onze poep en wein en een beven van de kou in de schrik. Weet je nog? Nee, dat is maar goed ook. Ik ga eens van wat dichterbij kijken naar die slankenwitte bomb die zo elegant huipwicht in de wind. Dat was een berg. Daar een bomb met vlechtjes tot op de grond. Daar wil ik doorvliegen. De vlinder slaal om de vrolijk tussen de takken van een trueurwillig. En nu mee wie je met die hoge grasse meroden stippen. De kreefeld. Blouwtjevloog heen en weer met het jonge graan en de klapproze waarde wind door speelde. En nu naar de vijvertje dat zo raar zingt. Vijvertje dat raar zingt? Nee, oei, pas op. Nee, zot, gaat bij bijna geraakt met die lange tong van u. Raar peest. Dat schilder in erdaad een veel. De vrinder moest even bekomen. Ah, even gaan zitten op deze steen. Doe maar hoor. Huh? Ik ben wel eens waar een schildpad en geen steen. Oei. Maar mijn schild beschert betegen elke form van beleerging. Sorry, schildpadje. Ik had in mijn haast u hoofd en u poten en u start. Nieg je ziet, anders was ik op een andere steen. Maar nu ik heb het ook ben. Vind het tegen als ik op u ruk blijf zitten om te bekomen? Niet te zwaar? De schildpad legde langzaam zijn huidplooje in een glimlag. Schildpadde houden van grapjes. Hoe wil het soms even duurt voor ze begrijpen? Gij het geluk dat ik kikker u niet te pak gekreeg. Ik wilde nog groepen, maar mijn mond open zich niet zo snel. En een tijdensprong was ook geen optie. Wij schildpadden zijn eerder draag aangelegd. Een beetje hyper passief. En waarom zijn jullie eigenlijk zo draag? Omdat wij tijd genoeg hebben om de drusten te doen. En we kijken graag naar het langzaam voorbijgleidende landschap. Dit genoeg? Hoe zo? Wij schildpadden leven heel lang. Soms wel 100 jaar. Wow! 100 jaar! Ongelofelijk! Zijg maakt dat mee! Oh, ja! 100 jaar, jonge jonge! Is dat veel? Ziet je die grote buik daar? Die hoge met zijn dikettakken? Ja, die. Die is ongeveer 100 jaar. Wat? Gaat jij ook zo'n dikettakken krijgen? En zo groot worden? Nee, maar misschien wel even houdt er. Dat begrijpt de vlinder niet. Maar ze vond het wel heel leuk klinken. Ik weet nog niet hoe oud ik ga worden. Misschien ook wel 100 jaar. Ja, wie weet. Begin dan al vast met uit de buurt van kikkers te blijven op uw eerste dag. Zullen we samen op pad gaan? Ik en de buurt hier heel goed. De vlinder was in haar nopjes. Nog maar een paar uur rond popt en rond popten zich al een vriendschap. Je hebt stap en ik op vlader, oké? Hoe lang duurt een dag eigenlijk? De vogels vertellen nu dat. Kahoertse zorgtens hun planen vertellen voor de dag en zavonds na praten. Zo weet je dat er een dag voorbij is. En hoeveel dagen zet jij eigenlijk al aan het slomoe? De schilpad wist dat slomoewe jongeren taal was voor langzaam stappen. Een jaar is 365 daarom. Ik leef nu al meer dan 50 jaar. Dat zijn meer dan 18.250 dagen. Wow, mijn volspritte kunnen niet eens voelen hoeveel dat is. Kom, we stappen verder steentje. Weer verschijnen die lachrimpels op het hoofd van de schilpad. Je hebt een grapige lag, als je bezorgd zet over hoe grapige iets vindt. De vlinder en de schilpad trokken samen door het bos. Voor elke meter die de schilpad aflegden, vladderde de vlinderer 20. Van tak tot tak struik tot struik, bloem tot bloem. De schilpad leerde haar over de boter bloempjes en de leelietjes van daalen, de violtjes en het verschil tussen een wilk en een buk. De vlinder jeelt niet op met vragen stellen. Zeg, als konijnen huppelen en vlinders vladdern en vossen sluipen en mullen graven. Wat doet een schilpad dan? Schilpad huilen. Daar moest de vlinder enorm om lachen. Maar dat wil geen idee waarom. Soms lachen vrienden gewoon om elkaar een plezier te doen. De he is schilpad. Ik hoor gelag in de verte. Ik ga even kijken en dan kom ik u wel aalen. De schilpad beelde zich in dat de vlinder met hem hoogpof de boomkruinenvloog. Hij moest er van griniken. Eens hij zijn tragen mondspieren in een grinikpositie had gekregen. Een beetje later kwam de vlinder terug. Hey, wat is er? Gelijk de beetje oversteer? Ja, ik snap er niet veel van. Het gelag kwam van een heleboel eegels. Alle man mooi opgekleed en sommige kindjes hadden hun stekels in een strik. En er waren overal bloemen en taarten. En toen ik aan één eegel vroeg wat ze vierde, vielen er druppels uit zijn ogen. Oei, dat is huilen. Daadruppels en nectardruppels en peresape druppels ken ik. Maar van huildruppels heb ik nog nooit gehoord. Teranen noemen ze dat. Die kun je hebben als getristigst uit. En als je heel hard moet lachen. Bijden zijn erg nuttig. Ik denk dat ik daar bij de soorten heb gezien. Ik zal een beetje duwen, dan gaat het sneller. De vlinder duwde met haar minuscule voorpootjes tegen het achterste van de schildpad. Dat helpt niet, maar het was erg grappig om naar te kijken. Een eeuw goren moest er zo om lachen, dat uit zijn bomviel. Na een poosje kwamen ze aan een klein open grasveldje. Niet ver van de grote gevaarlijke weg. Op een berg je aarde lagen honderde bloemen. Aan een grote lange tafel zaat tien tallen-egels. Er werd gelachen als of iemand net een grappige mop had verteld en zich van einde had vergist. Maar de schildpad hoorde meteen hoe brekbaar die lach was. Zijn uitgericht een knik draaide zich langzaam eerst naar de bloemen. Dan naar de tafel en dan naar de grote gevaarlijke weg. Zo draag als hij bewoog, zo snel had hij begrepen wat er gebeurt was. Wat is er? Waarom zit je zor om te kijken? Zijn rimpels legden zich in een zorgelijke ploi. Wat schildpadden niet uit spreek, lees je makkelijk tussen de rimpels. Als ik naar rimpels kijk, hoorde ik een beetje bang. Je moet nooit bang zijn om iets over het leven te leren. Hhm? Vertel dat is na een taal die ik begrijp? Hier heeft een eegel zich op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevonden. Zijn pat kruisten dat van zijn beruchten natuurlijke vijand. Vijand? Oei! Een kikker? Een auto. Er is een auto over die eegel gereden. En zonder schild. is dat geen prettig voet. - Oots! Zo kan je ook zeggen, ja. De blik van de vlinder vladderde van eegel naar eegel. En de welke is er overreden? De schildpad wees met zijn hoofd naar het bergje aarde met de bloemen. De vlinder haar blauwe vleugels werden een beetje blik blauwe. Kan die nog wel aarde me daaronder? Nee, maar dat hoeft niet meer. Want hij is dood. Ah, nee. Ho, ho, erg. Ik vrees de naetal, maar durf de naet niet te denken. Maar waarom lachen die zijn vrienden en familie dan? Zagen ze hem niet graag? Wees maar zeker dat ze hem heel graag zouden. Kom, we gaan het ze zelf vragen. Echt? Durven we dat? Je voert het woord, oké. Ik heb nog niet veel geleerd over gevoelens. Ik heb dat hier toe enkel maar vrolijk vladderd. De vlinder in de schildpad wandelde naar de steeklige banden. De vlinder had zin om stiletjes in het schildpad te verdwijnen. Heet schildpad in een vliegselpad? Kom maar bij hoor, we waren erinderingen en toepalen over een rol. Is het rol? Arme, alle rol. Zo leuke tijden me beleefd en leren de merolen van de heiling aan de paardewijden. Heel leuk, was dat. Behalve het weerrecht opgeraag. Dus je kenden hem. Zeker, zeker. Een hele fijne egel, was dat. Vijks schijven ze een beetje een op voor schildpad, is er vriend. Welkom, dus is het u erbij. - Ja, is het u erbij. Dat past wel een beetje op voor uw vleugels hoor. Het is snel geprikt. Mijn vriend, de vlinder, hier wil je die graag iets vragen. Allee, stijs. Je hebt vragen wat gewild, behalve taart. Die mocht gezooden even. Ook een rol, ieder van taart, maar geen niet om te vragen. Ja, wel, ik wilde eigenlijk graag begrijpen waarom jullie zo gezellig taart zitten te eten en te schatter lachen. Als jullie vriend of familie daaronder dat zand in die bloemen ligt, zonder te ademen. Je bent nog een jongen vlinder, ja, dan kan ik zien. Ja, we proberen om corona te vieren. Want de leven heeft dat van ons allemaal mooier gemaakt. We waren allemaal verhalen, maar we vertellen over rollen. En die zijn vaak dus ook grappig. We staan. Mochten we hem niet gekend hebben? Dan zouden we hier allemaal zitten winen. Maar gaan jullie hem dan te hoek niet? Heel erg missen. Maar vlinder toch. We gaan hem in normen missen. Want we lachen wel vaak, maar we winen nog vaker. Dat is waar, he vrienden. Ah, sorry. Nee, dat was niet met me bedoeling. Nee, geen probleem, dat zou niet willen. Dus doen we ons best om te lachen voor rollen. De vlinder in de schildpad aattent nog een stukje taart zonder te vragen, luisterde naar de grappige verhalen over knokko rollen en ging je dan weer op pad. De vlinder was op de schildpad gaan zitten. Zij had even geen zin meer om te fladderen. Worde vlinders soms overreden? Soms. Maar overreden worden is echt die piesegel. En vasant ook wel. En kon hij. Voss ook wel. Hoe lang leeft een vlinder? Aan die vraag had schildpad zich niet verwacht. Zin rimpels pleuiden zich in een pleu, waarin hij liefst helemaal comfortwijnen. Zij had een vlinder, maar hij had een pleu, en hij had een pleu, en hij had een pleu, en hij had een pleu, en hij had een pleu, sterft jij binnen de paar dagen, en jij bent lekker nog een 10-tal-jar ambuseren, natuurelijk, dat. Nee, zo bedoeld dit. Wat? Voor de vriend, zet jij eigenlijk dat jij het leven, allemaal voor jezelf wilt. Maar dat wil ik heel best. Je bent een ego-wist, ik wil nu nooit meer zien. Erp, blauwdje, noem. Mijn niet, blouwdje, alleen mijn vrienden mogen mij zo noemen. De vlinder vloog woedendweg. Ze leeg de lucht onder haar vleugels, maar naar de ander kant van de wereld te willen stuwen om daar een orkan te veroorzaken. Schilpad, kijk omhoog, en trok zijn rimpels in een wijze ploeien. Ja, de waarheid is niet altijd iets om je op te verheugen, maar toch is hij altijd beter dan de leugen. En hij croepweg onder een hoop je rotte bladeren, om te gaan nadenken over manieren om het leven te begrijpen. Als je ooit een schilpad onder een hoop je rotte bladeren ziet, dan weet je nu dus wat hij daar doet. Eeg-wist, denk jij wel? De hele 100 jaar voor zichzelf houden. Ik ga solo, ik ga van mijn leven profiteren. Ik trouwens wel te wijn in tijd m'n op slome schilpad. Als je boos bent, zie je de hele wereld anders. Ook de vlinder. Alles wat ze enkele minuten daarvoor nog prachtig en wonderbarlijk had gevonden, vond ze nu vervelend, irritant en leelig. Ze zag een vinkje voorbij vliegen, met een takje in zijn bek. Ja, dat zeker daar vrijveter nog wat doen. Je ze zeker een nestaan bouwen om lang en gelukkig in te leven, gewoon om met de pestappen tanktor. Van stomme verpazing, wiel het bekje van de vink open, en een takje duimelde naar beneden. Net goed, met uw gepest. Een leewerik zat een prachtig liet te zingen op een tak. Nukkig, vladder de vlinder ernaartoe. Hey, vlad man! - Ja? Stop daar eens meestig. Al die vrolijke noten verstoren m'n donkere getachten. Maar de leewerik was niet op zijn bekkige gevallen. Hij zei vrolijk. Maar vriend, donkere getachten pas toch die bijwe helderplouwen vleuken? Dus we gaan allemaal tot. En ik als eerste. Reden er te meer om geen tijd te verliezen met bozebitter te blijven. Ja, sorry, maar ik moet nu voortvluiten. Mijn vans wachten. Bezwaartor zelf mee de lijden, zakte de vlinder langzaam naar de grond en ging op een tak. De zette kniezen. Ik denk dat je die allemaal wel zich aan mijn profiteers niet bent de langleversie. Daar zitten allemaal gelukkig zijn. Je doet warm. Hallo. Een vlieg was naast de vlinder komen zitten. Hij draait dus een kopje als een klein robotje naar alle kanten om de vlinder in al haar facetten te kunnen bekijken. Mijn kevriend zijn? Vriend. Ik ken er niet eens. Ik ben een indagsvlieg. Een dag vlieg. Kijk niet. Nieuwe. Agraam. Kom. Hoe gaat het plaats over spelen? Waist, wacht, wacht, wacht. Waarom eigenlijk een indagsvlieg? Een indagsje leefde. Maar wat een dagje. Ik ben nog maar halver wegen ik heb al zonvuld negenmaakt. En nu nog een vriendje maakt ook. Kom aan. De plaatsje smaakt dan op ons. Tegen zon, Anto's jas m'n konden vlinder niet op. En even later. Ja. Laat je over eens. Lekker. Ja. Ik ga heel over. Kom. Ik heb de perfecte zonvloem. Om naar de zonvloem te kijken. De indagsvlieg in de vlinder ging in naast elkaar zitten op het zachte kussen van een zonvloem. Die zich vol bewondering naar de ondergaande zon had gedraaid. Wow. Zo mooi. En extra mooi met het laatste niest. Is het voor jou ook de laatste? En nee, ik heb nog zo'n tien dagen of zo? Mooi, joh. Ten dagen. Dat is meegaal lang. We gaan allemaal met je toe. Ik heb al zo veel gedaan in één dag. Maar ik ben kein blijven voor u. En ook blijven we de beste vrienden zijn. De vlinder wist niet hoe ze moest reageren. Onhandig zij ze. Ja, voor even kies dan toch. Waar? Zod? Echte vrienden. Echte vrienden is vooral tijd. Je hebt een rare gedacht in een vrienden koppje van u. Ze bleven nog een tijdje mopjes en ratseltjes vertellen op dat zachte kussen tot het erg laat was. En de vlinder doodmoe in slaapviel. Dit is het ochtentritueel van een vlinder. Eerst reken de voet sprie te zich uit. Dan klappen de vleugels uit als gekleurde zonnepanheeltjes om de eerste zonnestrouwen op te vangen. En pas dan gaan de ogen open. Heerlijk geslapen. Je ook vlieg je? Vlieg je? He he he, slaapkopp. De vlinder duwde speels met haar potje tegen de vlieg. Maar die behoog niet. Vlieg je? Nu hou. Een tikketraan bolde in het oog van de vlinder. Nu heb ik ook al huildruppels. Ah, arm vlieg je. U ene dag was de allerleukste dag van mijn leven. Bedankt, lieve vlieg. De vlinder ploede de bladjes van de zonnebloem over de vlieg als een zachtdekentje. Liefste vriend. Nu begrepp ik die eegels beter. Ik wil lager als ik aan gisteren denk. En ik wil winen als ik denk dat hij er vandaag niet meer is. Ah, ah, ah, zou hij dit een mooie zon opgevonden hebben. Vol gevoelers waarten zelf niet alles van begreep. Vlaad er de vlinder zo maar wat doeloos rond. Ben nog zo jong en ik heb al twee goede vrienden verloren. Een door de dood en één door Ruzi. Dat laatste klonk even dom voor de vlinder als voor ons. Maar ik wil helemaal geen vriend verliezen door Ruzi. Het leven is de kort om Ruzi te maken. Hij kan er zelfde hoek niet aan doen dat hij 100 jaar wordt. Hij was lief voor mij. Nu hebben vlinders hele kleine wangen. Maar het schamerot op die van bloutje was toch duidelijk te zien. Ja, niet alles wat je leert is prettig. Maar je groeit er wel van. Ze vladderde de bloedstems van de kersenbomen en de sporen van de klapproze. Zo snel vlog ze naar het bos waar ze laatste schilpad had gezien. Ze riep stilgenoeg om niet gehoort te worden. Schilpad? Steentje? Ik ben het. Maar het bleef stil. Hij verkan en het toch niet zijn op zijn tempo. Schilpad! Op zijn tempo? Wat bedoelt je daarmee? De stem kwam van onder een hoop je rotte bladeren. Ah, schilpad. Ik hoor u wel, maar ik zie u niet. Dat is normaal. Er is zo veel dat je niet ziet. Dat werd typisch schilpad met zijn doordenkertjes. Traag kroop hij van onder de hoop bladeren. Momentje. Ik ben op mijn tempo te volschijn aan het komen. Daar zet je. Wat deed je daar? Nou, denk ik, over manieren om de waarheid te vertellen. zobe dat ze kwets of kwaad maakt. En er zit er wel een lekker bomscheukjes onder die bladeren. Trug vriend? Waarom we dat niet meer? Kunt je mij vergeet? Vertellen wat er in het bos nog allemaal te zien is? Kom aan. Spreem maar op mijn rug en hou je goed vast voor de snelheid. Schilpaddenhumor, dat heb ik gemist. De vlinder en de schilpad trokken vele dagen door het bos. en de wijlanden en langs de oevers van rivieren en pekjes. Heb je gijlisch een lektar geproft? Nee. Hier, stopt de hoofd in deze bloem. Je zal het zien, het is heerlijk. Mijn hoofd in die bloem? Ja. Voor haar dan maar. De schilpad stakt zijn hoofd zo ver als hij kon in een toersmallen klockjes bloem. Die meteen afbrak en op zijn hoofdpleef vast zitten. Goeie loeg. Niet heel. Ze hielpen de eekhoren met eijkels verzamelen. Luisterden naar de aangedikte verhalen van de uil, rollende meen met de otters en speelden verstoppertje in het riet. De schilpad telden tot 3 en de vlinder tot. de 9829939939933992. Ja, je ziet. De schilpad vertelde verhalen van vroeger, van de gekke beever die het halve bosonderwater had gezet. En over de zomer die zo heet was, dat er een tak van een eijk op hem was gevallen. Gaat toch niks gebroken? Ja. De tak. Hoi, wat was dat? Kom, we gaan eens kijken. Een groep Colemeesjes, mussen, goud-finken, een konijne familie en een das. stonden in een kring rond een koppel trurende meerels. Hoi. Als jij zinnen van één woord gebruikt, wordt ik altijd een beetje bang. Er is een eij uit een nest gevallen. Hoi. Arme eetje of arme ouders. Ik weet de vkens niet wie ik het armst moet vinden. De schilpad wandelde vastbreden naar de meerels. Schilpad, kijk wat er hier beurt is. Ik was gewoon heel heel hefjes met verleukels gaan streken, een paar manietjes maar. En toen ik terug kwam, leeg het par. Ik verliest mijn eetjes anders nooit uit het oog. Het is mijn eigen stomme schilt. De schilpad leegde zijn rimpels in een medelevende ploei. Wij weten heel goed dat er niks aan komt om meereltje. Maar er zullen veel lentes voorbij gaan. Voor ga je daarmee eens ooit zijn. Ik ging haar meereltje het noemen. Dat is een mooie naam. Zeg hem luid op als je aan haar denkt. En praten over meereltje met uw andere kinderen. Ik zal het mezelf nooit vergeven. Nooit stopt ooit, meerel. Tot dan wensen ik u veel sterken. Zeg, kunt jij er niks slim zeggen? Toch een gewond sterkte. Wat heeft hij daar nu aan? Wat geniet kunt oplossen moet je aan de tijd over laten vlinder. Soms is luisteren beter dan spreken. Aan de tijd overlaten als je tijd hebt de minste. Het gaat heel evikje's niet over u vlinder. Weer kleurde de minuscule wanger van de vlinder rot. Sorry. Ja, je hebt gelijk. We denken aan uw meerel. Bedankt, vlinder. Bedankt. Schildpad en vlinder lieten de turene meerdel achter en zetten een wandeling verder. De rest van de dag was vlinder een beetje stil, want het ongebore meerdel had zich genesteld in haar hoofd. Maar de volgende dag herinnerde de felvonkelende douwdrupels en de geur van de jasmijn en de seringen en de blauwe regen haar weer aan al wat zorgt dus opstaande moeitewaard maakt. En wat elke dag opnieuw nog mooi hermaakt en de mooiste campervoel is, was haar vriendschap met de Schildpad. Kom aan, slom! Zet er iets wat vart achter. Ik doe onder tussen alle rees met die reed daar. Ga maar al. Ik ga nu wel in. Ja, lege pleuwe dan maar al in rees houdening. 4 jonge reen dartelde op zijn rees door de drukbegroeide duien. Hallo, ik wist een metout. Hallo, zei jullie broer zijn susse? Ja, heb jij ook broer zijn susse? Of alleen broer's? Of alleen susse? Misschien wel, maar ik ken die niet. De reen bleef stockstijf staan. Zo was reer dat ze goed kunnen als ze denken dat ze een jager horen. En ze keken de vlinder verwart aan met hun donkere ogen. Maar ik heb wel een goeie vriend en Schildpad. Ook, linkt of? Kmaar speelt er een tinkertje. Is dat leuk? Broer zijn susse samen? Ja, dat is super leuk. Dat is wel een vrienden waar ik nooit aan het vragen of dat ze een leuk vinden. De vraag er dan nooit aan elkaar. Maar ik wil jullie nooit ruzie dan. Ja wel, maar nu minder, want onze mama is ziek. Ja, hij is heel ziek. Hoi, het spuit mij dat horen. Ik ken mijn mama niet. Ze heeft mij gewoon ergens als eitje getropt. De reen keken weer op een typisch stockstijfstaarende manier. Ja, maar ze deed dat mijn liefde horen op een beschut plekje zodat ik zeker een gezond ruptje kon worden. De reen begreep er helemaal niks van. Laat maar. Wart jullie mama snel weer beter? Het lijkt wel of de donkere ogen van de reen nog een beetje donkerder werden. Nee, zo wordt niet meer beter. Ze gaat tot zichtsen. Ah, nee. Wat erg. We proberen goed voor haar te zorgen, maar dat is niet altijd makkelijk. Soms gaan we spelen om ons gedacht te leiden. Ja, we willen niet dat ze ziet dat we verdriet hebben. Daar wordt ze zelf verdrietig van. Je lukkig kunnen jullie samen verdrietig zijn. Dat is ook verdrietig. Maar je deel door vier. Dat is waar. Maar soms zijn we niet verdrietig, maar kwad. Kwaad, maal vier. En dan trappelen we padenstoolen plaatsen. Als we het lekker schort van de boomen. Maar achteraf voelen we ons wel schuldig. En ook tredstig. Dat is normaal. Kwaad zijn. U mama heeft het toch niet verdient om zicht te worden. Voor een kleine vlinder weet jij wel veel van gevoelens. De vlinder boog haar voelsprietjes en zij stiletjes. Ik ken ook iemand die niet lang meer te leven heeft. En die kent iemand die haar leerde voelen. De reen bleven weer stokstijf staren, want dat begreep ze weer niet veel van. Ja, wij moeten terug naar ons mama nu. Gip ze een vlinderkusje van mij. Doe hem. De schildpad was langzaam dichterbijgekomen. Hij had alles gezien en gehoord. Gezijd wel een heel erg wijs voor een kleine blouw over linder. Gaat het een beetje. Erg, hè? Zo vroeg uw mama verliezen? Ja, ja. Maar ik vroeg of het met u een beetje gaat. Schildpad legde zijn poot voorzichtig op het pootje van de vlinder. Want hij wist dat ze niet denken over het drie tig was voor de mama van de reetjes. Maar ik eewel met u meer rijden schildpad? Ik voel mij niet zo lekker. De snelgevlogen denk ik. Natuurlijk. Spreng maar achterop. De schildpad klonkvrolijk, maar in zijn rimpels kon je lezen wat hij echt voelde. Laten we hier bij dit vijfertie overnacht. Oké, maar niet op tonafstand van de kikker sliefst. U gereden werkt in elk geval nog heel goed. Mijn gehoeg is het al bijna vol denk ik. Zoveel dat ik al het meegemaakt, zoveel dieren die ik heb ontmoet, zoveel wijzen lessen van mijn tragen leren. Hoegere heugen moet gigantisch groot zijn. All die jaren elke dag het nieuws om teken of meemaken. Het is best wel veel ja. En in de laatste twee weken is er heel veel bij gekomen. Is het al twee weken? Ik denk dat maar niet te veel over naar. We gaan slapen. Doet jij de man uit? Ah schildpad jokes, daar kan ik nooit genoeg van krijgen. De vlinderkrok mee onder de schildpad zijn schild. Dat was veilig en gezellig. De volgende ochtend was de schildpad eerst wakker. Kom aan blokje om te reerstroom te vijferen. Ik krijg een vijferenlente voorstroom. Maar blouwtje was niet in de stemming voor een race. Ik voel mij wel zwak. Zou mijn tijd nu al om zijn? Blouwtje, misschien is het gewoon een verkoudheid. Iemand die al meer dan 50 jaar leeft zou moeten weten dat vlinderskijn verkoud heren krijgen schildpad. Ik gezet veel te schildpad worden voor deze slomens schildpad. Kom, ik wil u iets stonen. Krap maar op mijn rug. Je moet al veel vrienden verloren zijn in uw lange leven. Ik weet soms niet waar ik het ergste vind. Zelfs sterven of iemand verliezen. Ik denk dat niemand dat weet. Ik ben toch een beetje bang schildpad. Dat snap ik. Ik ben al bang om vergeten te worden. Dat ik gewoon wijp ben. En dat is al zo'n wikker nooit ben geweest. Daarom zijn we hier. Kijk eens goed om u heen. De schildpad had de vlinder meegenomen naar een reusachtig proemenveld. Om rinkt door tientallen bomen die stonden te pronken met een veel kleurige en geurige blooms. De pinkster bloemen en de anemone hadden een beetje dau op gedaan om zich nog mooier te maken. En de poterblompjes raddleden onder elkaar over wie van alle hiacinten de mooiste was. De violtjes boogen onder het gewicht van zo veel prachtig paars. Veel kleurige vlinders wisten niet waar eerst naar toetofladderen en pijtjes zoende van kulzenheid. Wow, zo mooi! Maar ik ben hier alles geweest. Ik heb hier gespeeld als jonge vlinder. Toen waren er nog niet zo veel bloemen. Dat klopt. All deze schoonheid, dat is u werk. Hoe bedoelt je? Bij het ugevladder en stuif meer potjes. Heb je ervoor gezorgd dat al deze bloemen te sconden bloemen. Zo dat de bijen kunnen zorgen dat die bomen straks de sapigste kersen en appels kunnen voorbrengen. Heb ik dat allemaal gedaan? Dat is niet slecht. Als ik je het zelf? Nee, dat is helemaal niet slecht. Niemand gaat ooit weg, zonder een hele boel schoonheid na te laten. Verhalen, vriendschappen, goeierade, slecht hem op en lievling slitjes, binnenpratjes, favoriete plekjes, bloemenvelden. De rimpels van de schildpad trokken zich nu in een allerdroevigste ploeie, met toch nog plaats voor één lagerimpeltje. Hij kijk flinder zo deep in de ogen dat ze het in haar hart voelde. Door u te ontmoeten heb ik een onvergetelijke vriendschapp gekend. Gaat je mij niet vergeten schildpad? Een geen honderd jaar blouwt je. Niet lang daarna stier of de flinder. En de schildpad boog zijn hoofd met huildruppels in zijn ogen. Maar som in zijn hart. De schildpad is nu in de schildpad. Nu is het zonder. Het was altijd met. met uren van praten, met uren van praten. Nu is het zonder. met zongedagen verhaaldies voor bed. Nu is het zonder, maar niet zonder licht, niet zonder fletzen van een lachen die zicht. Nu is het zonder, maar niet zonder pein, niet zonder boosheid, niet meer samen te zijn. Nu is het zonder, het was altijd met, met samen valtzingen in een verschonnen koplet. Nu is het zonder, het was altijd met, met begrijpende briken na opstandig verzet. Nu is het zonder, maar niet zonder hop, niet zonder dromen van een ander verloop. Nu is het zonder, maar niet zonder traan, niet zonder beloftes vooruit te blijven gaan. Nu is het zonder, maar niet zonder bent. De vlinder in de schildpad is een verhaal bedacht en gescreven door palwouters in een productie van het geluidshuis, regie, lindrenders, opname en audio-design, bramkoumans, originele muziek, koeombrand, muziek op name Frank Dushen, productie, andesmet, laure butts en katarina martinovski, financiele leiding, pieterjamvings. Met een stemma van Dimitri Leuhe, Jan Dekeer, Evlin Bosmans, Nabil Nalat, Bruno van de Brukken, Nataliemuskes Vive, met de stemma van Komop tegenkanker, palliatieve zorgvlaanderen, stichting tegenkanker, de nationale loterij het reenuspinifonds en zeer.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Een vlinder ontpopt zich en leert vliegen met hulp van een citroenvlinder.
  2. De vlinder sluit vriendschap met een schildpad, die haar de natuur leert kennen en over tijd en levensduur vertelt.
  3. Samen bezoeken ze een begrafenis van een egel, waar ze leren over rouw en vreugde herdenken.
  4. De vlinder raakt boos als ze hoort dat haar leven kort is, maar leert van een eendagsvlieg over vriendschap en genieten van het moment.
  5. Na een ruzie verzoent de vlinder zich met de schildpad en beleven ze samen avonturen, waarbij ze ook troost bieden bij verdriet.

Summary:

De tekst volgt een pas ontpopte blauwe vlinder die haar vleugels ontdekt en vliegen leert. Al snel ontmoet ze een wijze, langzame schildpad, die haar de natuur laat zien en uitlegt dat tijd relatief is. Samen stuiten ze op een bijeenkomst van egels die het leven van een overleden vriend vieren met verhalen en lachen, wat de vlinder leert over rouw en herinneringen.

Wanneer de schildpad onbedoeld de kortheid van het vlinderleven onthult, ontstaat er ruzie. De vlinder ontmoet dan een eendagsvlieg, wiens optimistische levenshouding haar leert waarderen wat ze heeft. Uiteindelijk verzoent ze zich met de schildpad, en samen trekken ze verder, waarbij ze troost bieden aan verdrietige meerkoeten die een ei hebben verloren.

Het verhaal benadrukt thema's als vriendschap, de relativiteit van tijd, het omgaan met verlies, en het waarderen van kleine momenten.

FAQs

Een vlinder komt uit zijn pop wanneer de tijd 'rijp' is, net als fruit dat rijp wordt. Het is een natuurlijk proces dat niet op een vaste kloktijd gebeurt.

Jonge vlinders krijgen instructies van ervaren vlinders, zoals het samenklappen van hun vleugels en het richten op de horizon. Het duurt even voordat hun vleugels na het ontpoppen sterk genoeg zijn.

Vlinders leven vaak maar enkele dagen tot weken, afhankelijk van de soort. Dit staat in contrast met dieren zoals schildpadden, die wel 100 jaar kunnen worden.

De egels vieren het leven van hun vriend door grappige verhalen te delen. Ze geloven dat lachen, naast wenen, een manier is om met verlies om te gaan en mooie herinneringen te eren.

Vlinders ervaren tijd als kort en intens, terwijl schildpadden tijd langzaam en bedachtzaam beleven. Schildpadden hebben de tijd om details in het landschap te observeren.

Dieren zoals egels herdenken met een mix van verdriet en vreugde, door verhalen te delen. Anderen, zoals de schildpad, benadrukken dat tijd helpt bij verwerking en dat luisteren soms troostender is dan woorden.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.