Go back

Kris: heb mij lief, gelijk ik ben

from De Conversaties

20m 3s

Kris: heb mij lief, gelijk ik ben

In deze podcastaflevering vertelt Kris, geboren in Congo en opgegroeid in België, over zijn familieleven en de koloniale geschiedenis die in zijn thuisomgeving werd geïgnoreerd of verzwakt. Hij beschrijft hoe zijn vader als arbeider werkte bij de haven van Boma en hoe hij met 30 meter schedels voor de bouw moest werken, wat een zeer verschrikkelijk moment voor hem was. De familie had enkel positieve herinneringen aan Congo, zonder de werkelijke pijn en verlossing te benadrukken, wat leidt tot een ontbreken van historisch bewustzijn. Kris herinnert zich dat Afrikaanse mensen opgevoed werden als arbeiders en boos, die centen verzamelden voor de gemeenschap. Zijn ervaringen laten zien hoe koloniale structuren de menselijke waarden en culturen ondermijnden. Terwijl hij zichzelf als zwarte Afrikaan voelt, ontstaat een diepe empathie voor de lidmaatschap van Afrikaanse mensen in België. De podcast benadrukt dat het belangrijk is om koloniale geschiedenis openlijk te benadrukken, om racisme en onrechtvaardigheid te ontmoeten en verantwoordelijkheid te nemen. Het verhaal maakt duidelijk dat het nu belangrijk is om de gevolgen van de koloniale tijd te erkennen en de huidige situatie in Afrika te verbinden met de verleden van België. Het is een diep, persoonlijk en bewustzijnsvormend verhaal dat spraak met het erkende verleden en de huidige betekenis van de koloniale tijd.

Transcription

2582 Words, 13867 Characters

Dutch
Eerst even dit, deze podcast bevat gesprekken waarin racistische beledigingen voorkomen. Verteld in de context van persoonlijke verhalen. Hoe wel de meest expuzie te beledigingen weggepliept zijn, hebben ook andere woorden mogelijk schadelijke connotaties. Zo worden gebruikt om racisme en discriminatie te belichten. Luister voorzichtig en met zorg. Deze podcast heeft altoel begrip en bewust zijn te bevorderen. Maar we beseffen dat tergelijke taal diep voor onterussend kan zijn. Ik heb weinig echte heerinneringen eraan. Ik was te klein, dat ga ik. Maar toch, toch. En heb ik mij altijd meviet af en kan gevonden. Dit is aflevering twee van de conversaties. Een podcast van Avanzaos Brabant in samenwerking met de stad Leuven. Daarin gaan we op zoek naar de mens in het verhaal van de colonisatie. Opzoek naar verbinding, weg van zwartwit, richting begrip en veel kleuren. Ik ben Lise White Gijsel, en dit is het verhaal van Kris. Hij is geboren in Leopoldstad, in België's Congo wat nu in Schassaheet. En vluchten als kleuter met zijn arder zijn zijn broers naar België. In de woelige tijden vlakvoorde onafhankelijkheid. Het huis van Kris staat volsneus te rijden en vele daarvan komen uit Afrika. Ik vroeg hem naar een voorwerp dat voor hem persoonlijk symbol staat voor het colonial verleden. Voor ons staat een beeldje van een zwart jongetje, dat een grote schelp vast houdt, waar een geleus zit, waar je geldt in kunt stoppen. Boven de schelp zie ik een roodbordje waarop dank u staat geschreven. Als wij jong waren, dan sond er op elke tonbank een Afrikaans mannenken. Dat kniekte als je vijfrang in een geleus met. En zo werd de centen verzameld om naar de missie te brengen. Als ik dan nu naar kijk, dan denk ik zo van hoe ik het snel mogelijk is. In die tijsgeest was het ook niet zo vermondelijk. Ik denk dat er zo'n beeldjes ontstonden en bestonden. Ik ben Kris verhijden en ik ben geboren in Kinshasa in 1550. Ik heb twee broers, een ouderen in jongen en dan heb ik nog een zus. Op die duidelijk hebben we drie kleinkin benaf hier en de tweede kleinkint is een half Afrikaanskind. De moeder is gezinig aan deze en de vader is een vlaming. Als ik drie denk aan de woning in de post dat ik kongen waar we wonen, dan was er een woning die ik denk gebouwd was dat de peljes overuit, voor de mensen die naar kongogen gingen. Dat was een half Afrikaanskind. We hadden hier een vlaanderen staan. Dat was een geriant, maar dat was een veel afgeweest. Op een zeker moment hadden we een jonge anti-lopen. Mijn vader had die meegebracht van Eurijos op vorm zijn werken. En die leefde bij ons in de tuin. Dat was een boos. Ja, ik denk boos. Dat had de namers van mij ook genoemd door. En dat was ik zelf ook lunde. Ik denk 4-5 boos hadden we en er was een voor de mast te doen. En voor het huis had ik de ene voor de tuin. Een voor de bons aan de kinderen te letten. En wat ik me daar wel van erin er is, van achter in de tuin, dan zijn er een voorkemaakte. En dat hadden we een avond bij die mannen. We hadden ons een mond op en zei ze dat er een apenhotje zien. En dat ik nu afvragen van die boos. Het was een erzijd, als je dan vandaag hoort. Dat was een luxe procesie. Dat was een arrogant zeepenaar. Maar toen werd je als expot. We zien als gierig en niet aangepast als je geen boos nam. Want de boos waren mensen die voor een familie werkt hadden. En daardoor ook centen verdienen. En die werden bij ons in de familie alles sinds. Ik dacht dat hij heel erg van onderdwerden was. Ik denk dat ik me zeggen dat mijn ouders zich veel respect hadden voor de Afrikaanse mensen. Mijn vader werkte daar als antenaar bij iets rond een begeen aandeling. En zo heeft hij onder andere gewicht aan de haven van Boma. En hij vertelde ons achteravond. Hij vertelde ons dat bij de funderingen die hij moest maken om de haven te maken van Boma. Eigenlijk gebroord heeft door 30 meter schedels. En dat was de meest verschrikkelijke momenten in mijn leven. Ik heb daar 30 meter geboren, dat waren alleen naar schedels. Dus al die mensen zijn voor. Die zijn niet naar Amerika, die zijn slaafgestoven voor ze op de bood. Ik weet dat ze terugkwamen. Dat was zeer eigenaardig. Maar er was bijna nooit meer gepraat over Congo. Het enige wat er gezegd was in de familie. Dat ze daar fantastische tijd aan de negen maakt. En daar was ik een heveen naar gekeken. Maar. Eigenlijk werd er nooit meer op de gekomen. Ik denk dat die mensen heel erg van ontsrogelt waren in het hele te gebeuren. Niet in het gegemen zij daar gedaan hebben, maar er waren ook daarmee ongeveer ongegaan. Een van de uitspraken van mijn vader was. wann een ongelooflijke pretensie. Maar een ongelooflijke pretensie heeft een man als belligheer. om te denken te kunnen een land 80 keer zo groot te gaan komen is heren. Op z'n moment moest mijn vader een wegal negen. En hij moest daarvoor de plannen opsturen naar ministerie. Ik denk ministerie van over 60 pedo van de kolonie en of weet ik veel. En hij stuurt die plannen op en hij wacht drie maanden. En hij krijgt vanuit pluson geen reactie. Vanaf drie maanden neemt dat zelf contact op een vraag aan Brussel. Maar ik heb een plannen opgestuurd. Ik heb daar geen reactie op gekregen. Wie is er een keer? Alregte, ik ben de ingeverreden. Ik zit hier in Congo. En als er een keer die je verreden. Dat is een reactie van Brussel. Ik heb ze er een keer verreden. Wat een bestint dat ik heb. Ja, wij hebben ze ons spreken. Hoe zegt mijn vader waarom? Ja, we hebben hier die plannen op gekregen. Daar is nergens maar één keer rekening houden. Met voorstgevaar. Met vader vier van zijn stil. Als ik het in het land waarover alke dag 40 jaar is, nooit voorst is. Dat was de manier waarop mijn invlaanderen, of in België, kijk naar Congo. Mijn kende daar dus niks van, niks. Maar dan ook niks alleen. Dat vond ik wel waar ze konden gaan winstaten. Dat is dus wel. Maar voor de rest kennen mijn daar gewoon niks van. Mijn houten zijn terugkomen met twee van deze, terwijl ze in Congo een heel haast hadden. Mijn ervan ingeicht. Dus we hebben echt welke gevlucht dat komen. De vliegen opgezet. Mijn moeder bij ons is teruggekeerd. Alleen bij ons wil zeggen, m'n rik en ik, m'n broer en ik. In 60. Ons een dirk die je toen nog klein was, dat is geboren in de zeven en vijftigdus twee, drie jaar. Die enige ze terugkomen al een maand of twee, drie voor ons. Het was echt een gevaarlijk en nu werd dan een plakkaat om ze een dirk verhijden. En nu werd dan op z'n aventum opgewacht door zijn tanter. En mijn vader is nog een ralf jaar lang. Mijn vader vertelde, maar er heeft daar ook nog nooit iets om gezegd. Maar vertelde wel van kijk, ik ben in Congo naar de luchtavigreden van waar ik wonen. In een jeep met de medaillet te klagen, een boven op tak. Ik had het niet moeten gebruiken, maar het was wel gelukkig. Ik denk dat we vijt als er daar wijn over gezegd hebben, dat daar bij een deel van de bevroeging toch een afgunst was. Zoveel die hebben daar feest geveerd en die waren ook de rijk. Mensen die daar van ons konden gaan doen. Ik denk dat mijn vader zijn familie en zeker die van mijn moedig. Hier tens de oorlog en van na de oorlog heel verleefde lijding aan. Om terecht, dat werkt eigenlijk om terecht. In de oorlog, of niet in de oorlog, maar daar vooral waren ze zeer vlaans gezien. Na de oorlog werd er absoluut niet in dank afgeladen. Ik had vader in de bak gezeten en vader in de bak gezeten en ongelift in de bak gezeten. En dus die kwadheid en het gedegudeerd zijn door de belligste staat was denk ik een van de drijferen waarom ze zeggen gaan zijn. Eén, twee de drijferen was dat mijn nieuwe wereldwouw leren kennen. Nieuwe kansen ook recht. En derde drijferen was zeker ook dat mijn vrijgoed betaalt werd. En ik denk ook dat ze naar daar gingen, wat overtuigingen, dat ze daar verschil konden maken dat mijn daar mensen kon halen. Dat denk ik zeker. Vandaag heb ik het moeilijk met het terrem kolonial, omdat er zoveel negatief aanhangt, vind ik. En terecht hangt er negatief aan. Maar in mijn vriendenking heb ik in hen nog mensen die al wat met de kolonies te maken heeft, alles wat de maken heeft met Afrika banen of vergasen. En zeggen we 'm goed gedaan nu in hun huiszaam en ook een afrikaansbeert in hun huis. Terwijl we daar zo veresselijke dingen gedaan hebben. Door alle dingen die het appartig komt in het, of het appartig land naar hier zijn gekomen, door die te weeren uit onze huis, uit ons leven eigenlijk, doen we de mensen vandaag vind ik, alles sinds geen goed, want we maken het onmogelijk of we vermijden dat hun cultuur dat die ook door ons gekent wordt. Maar we ook blijven dat er dingen zijn van het kongen. Ik heb weinig echte herinneringen er aan, ik was er te klein, dat is eigenlijk. Maar toch, toch? En heb ik mij altijd mevieten afrikaan gevonden. En waarom dat weet ik niet goed, maar sommige mensen zeggen dat de plek waar je gebeurig wordt, dat teken toe, dat ik vind dat toch. Als het al verkongen gaat, dan ben ik altijd. Ja, ik voel mij nog altijd. Afrikaan, ja, een stuk toch, ja. Ik vind dat soms ook tegen Afrikaanse mensen, of dan komen we die tegen, hè? Eerder twaren en vaker, ja, van mijn zet, ja. Meestal zeggen die "ah, ik ben van Rousselhagen", ja, ja, maar je origineel "ah, ah, ah, ik ben van Togo, van Senegal, of ik ben van Congo, van Blambamla". En dan zeg ik meestal "ah, en zeker als van Congo, dan zeg ik "ah, maar dan zet ik geen vroeger, ik voen dat ook, ik vind dat ook zo, of bij suster, want ik ben een witte afrikaan". Ik heb er nooit, nog nooit, een negatieve reactie op gekregen, geen tegende, dat is wel amical, of niet? En vandaag vind ik het goed dat er een beweging is die aandacht heeft voor de colonialverleden, het blanke, ook het blanke is van de zouten, ook als het wordt. Zelf gebruikte wij daar gelijk zo collecte en juwig, dan en m'n beder, maar een aantal van de mensen vinden het moeilijk, want dan wordt nog te gebruiken in de context van de vroegingsgroepen. En ik verstaar dat sommige mensen daar een superioriteit aan hechten, de blanke man, en ik zal er van de hele manier, maar ik probeer dus mijn beste doen omdat ook zo weinig motie gebruiken, omdat ik niet wil, dat mensen ongelukkig zijn. Anderzijd vind ik ook dat mijn nie moet afgeschoten worden tussennaakstjes als met dan welke brak nikeer. Dat gebeurt dus ook vind ik, m'n heeft het vaak over niet de inout van wat er gezicht op de manier waarop, nu de twee aan het samen, ik weet het wel, maar de vraag is waar we legt de aandacht op. Vandaag denk ik aan het colonialen leden en dan vind ik dat we eigenlijk spreken over twee verschillende dingen, we spreken teneersten over lepel twee die daar kongofrij staat, kreeg van de wereld, en die heeft dat dan uitgebouwd, wachtelijk uitgebouwd, op een verschillende manier geholpen door een aantal mensen in België die daar ook per feit bij hadden, dat is één ding, de andere vind ik dat ze in alle mensen die daar na neet om te nacht, als het daar een België er aan is. De Bergenstaat is blijven profiteren, maar dat gaat hem ook wel over eindelingen. En als ik zeg dat mijn ouders vertrokken zijn dat de wiste of dachten dat ze daar financieerd voordeen hadden, dan wil ik dat zeker niet ontkennen. Dat was wel belangrijk voor hem centereden, maar nooit op kappen van iemand anders, dat is een ander verhaal vind ik. En dus vind ik, als we vandaag over verantwoordelijkheid spreken, dan moeten we ons richten tot de begin die ook effectief aan het woordelijk zijn. Ik voel mij persoonlijk en ik heb geen enkele maten van het woordelijk van het gebouwd. Ik vind dat wel de verantwoordelijkheid van de gene die daar op een of andere manier op een onheuse wijze zijn aanmeraakt, die daar ook vandaag nog altijd tijd enorme winsten aatsleuren. Als ik vandaag aan Combo denk, dan heb ik eigenlijk vooral even verdriet, hoe dat toekomst namelijk is dat de land nog altijd op die manier haar functioneert. Dat er eigenlijk nog altijd zoveel miseren is en dat er eigenlijk niks een goede kombena. Die nog daar heel veel ook daar heel hebt zucht is en ik kan me dan verstukken, kan ik verantwoordelijkheid liggen bij de overheersig, omdat mensen die je even lang onderdrukt zijn geweest en die dan eindelijk te kans krijgen om zich een beetje te verrijken en een goed leven op te bouwen, dat die die kansen ook grijpen met weer handen zervol is het verstuk malafiet. Ja, inding dat dat menselijk is. Ik zal er een keer als alle laatste hun gedicht verlezen. Ik denk dat het geschreven is tussen 9 en 9 en 10. Door ik mevrouw Zakolief van der Waaltz, het is ook een gedicht dat hier taas een van onze levelingsgedicht is, het noemt heb mijn lief gelijk ik ben, ik zou tot al mijn vrienden willen gaan en ook wel tot hen die niet mijn vrienden zijn en vragen heb mijn lief gelijk ik ben en stil aan mij in is, maar als ik dan zoals wegen zit en lastig naar uur gesprek of naar het klokken tikt, of ik laat de stil te ruizen om ons heen, die ruist op prettig als mensen zwegen, als ik me dan blei in uw nabij het voel, dan zou ik willen vragen en de stil te verpreken met mijn vraag, zeg, ben je ook blij dat ik een haastje zit en zeg jij dan ja dan zeg ik zacht ik ook en dat was alles wat ik wou weten en al wat je van mij hoeft te weten. Dit was aflevering twee van de conversaties, een podcast van Avanza Oost Brabant in samenwerking met de stad Leuven, vond je deze podcast interessant, geef dan een review en luister vooral naar de volgende aflevering, daarin hoor je het verhaal van haar je sinds, zij heeft zo wat overal in de wereld haar roet, ze groeiden op in Londen en kwam voor de liefde in België terecht. Als ik naar Geekwam, maar als je in een sprook je stapt, je hebt bekrept niks en tram hebben je niet in Londen, je hebt doorbedekken passjes en de metro die helemaal anders lopt, dus je zit zo in een sprookje van wow, alles is zo surrealistisch. [muziek]

Podcast Summary

Key Points:

  1. Kris vertelt over zijn afkomst uit Congo en het koloniale verleden van zijn familie.
  2. In zijn jonge jeugd werden Afrikaanse mensen in de familie als arbeidsoverheid gezien, met name als boos die centen verzamelden voor de gemeenschap.
  3. De ervaringen van zijn vader over de bouw van de haven van Boma en het gebruik van schedels uit Congo tonen het geweld en de onrechtvaardigheid van koloniale ontwikkeling.
  4. De familie had geen open gesprek over de zware geschiedenis van Congo, wat leidt tot een vergeten of verzwakte herinnering aan de coloniale pijn.
  5. Kris kent een diepe verbinding met zijn Afrikaanse wortels, en vindt dat het belangrijk is om koloniale geschiedenis te erkennen en te verwerken.
  6. Er is opmerkelijk oncomforte in de taal die wordt gebruikt om racisme en discriminatie te beschrijven, wat ook schadelijk kan zijn.
  7. Het verhaal benadrukt dat er verantwoordelijkheid is voor de huidige situatie in Congo, waar mensen nog steeds onderdrukt en onvoldoende verreweg gescheiden worden.
  8. De podcast benadrukt het belang van bewustzijn, empathie en het beogen van een multikulturele, niet zwart-wit geïntegreerde visie op de geschiedenis.

Summary:

In deze podcastaflevering vertelt Kris, geboren in Congo en opgegroeid in België, over zijn familieleven en de koloniale geschiedenis die in zijn thuisomgeving werd geïgnoreerd of verzwakt. Hij beschrijft hoe zijn vader als arbeider werkte bij de haven van Boma en hoe hij met 30 meter schedels voor de bouw moest werken, wat een zeer verschrikkelijk moment voor hem was. De familie had enkel positieve herinneringen aan Congo, zonder de werkelijke pijn en verlossing te benadrukken, wat leidt tot een ontbreken van historisch bewustzijn.

Kris herinnert zich dat Afrikaanse mensen opgevoed werden als arbeiders en boos, die centen verzamelden voor de gemeenschap. Zijn ervaringen laten zien hoe koloniale structuren de menselijke waarden en culturen ondermijnden. Terwijl hij zichzelf als zwarte Afrikaan voelt, ontstaat een diepe empathie voor de lidmaatschap van Afrikaanse mensen in België.

De podcast benadrukt dat het belangrijk is om koloniale geschiedenis openlijk te benadrukken, om racisme en onrechtvaardigheid te ontmoeten en verantwoordelijkheid te nemen. Het verhaal maakt duidelijk dat het nu belangrijk is om de gevolgen van de koloniale tijd te erkennen en de huidige situatie in Afrika te verbinden met de verleden van België. Het is een diep, persoonlijk en bewustzijnsvormend verhaal dat spraak met het erkende verleden en de huidige betekenis van de koloniale tijd.

FAQs

De podcast zoekt verbindende historieën en begrip op over de colonisatie, met focus op de ervaring van Afrikaanse mensen en hun relatie met België.

Een beeldje van een zwart jongetje dat een schelp vast houdt met een geleus, waarop 'Dank u' staat, dat herinnert aan oude gewoorden van Afrikaanse mensen die centen verzamelden voor missie.

Zijn vader werkte als antenaar bij de haven van Boma en verhaalde over de werveling van mensen die in hun tijd als slaven werden gebruikt, wat hem diep beïnvloedde.

In de familie werd het verleden van Congo vaak verzwakt; er werd alleen gesproken over een 'fantastische tijd', zonder diepgaande reflectie op de geschiedenis van slavernij en onderdrukking.

Hij merkt dat er nog steeds een onvermijdelijke schaduw van koloniale benaderingen is, en dat de culturele waarden van Afrikaanse mensen vaak worden verwaarloosd of vergeten.

Hij voelt zich altijd als Afrikaans en heeft nooit negatieve reacties gekregen, maar herkent dat er nog steeds onvermijdelijke ongelijkheden zijn in de cultuur en taalgebruik.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.