MUZIEK. Je luistert naar podcast de Eindigheid. De podcast waarin ik, wat van riet, met een gast in gesprek ga, over het ene wat ons allemaal gelijkmarkt, de dood. Wat roept op op de dood? Wat betekent het om stervenlijk te zijn? Bavond liefde voor het leven heb ik al langer een gezonde fascinatie voor de dood. En ik wil weten hoe je dat doet, leven en het licht van de Eindigheid. Dit keer ontmoet ik Joris Vinken. Joris muziezeert, dicht en hij schrijft. Hoeverde rijkdom van het leven en de rijkdom van wie we zijn. En daar is de dood duidelijk een onderdeel van. Joris Vinken, welkom in podcast de Eindigheid. Dankjewelbaar, het lukt dat je er binnen. We gaan met bekaarding gesprek over de dood, over het leven. Wat roept dat in de eerste instantie daar je op? Wat roept de dood en het leven op? Het eerst wat het oproep is, is dat het eigenlijk in het groot, een vergelijkbare bewegen is dat onze aardem van in een uit. En een goel of die je overal in het leven terug ziet, tussen zomer en wintig, tussen boven en beneden, tussen dag en nacht. En voor mij is leven en dood een hele grote diezelfde bewegen. En dat klinkt vrij. Lekker, dat klinkt voor sommige luisteraars, misschien wat abstract. Als je dat concrete zou maken. Als ik dat concrete maak. In uiterardeming, boven, beneden. Ja. Heb je een vloed? Ja. Als je dat. Waarin kom ik dat tegen? Kom jij dat tegen en je dagelijks leven. Nou, dat begint eigenlijk, dan moet ik een stap vertrug. En dat is de verbazing die ik heb als ik omheen kijk en naar mijn jongere zelfkrijk. En dat is namelijk de poging om de bewegen van het leven. Zomer het dagen voel je vol energie, zomer het dagen niet. Om die onder controle proberen te krijgen. En als ik na mezelf kijk, daar is veel van mijn leiden van de aangekomen, van een soort gevecht in het niet accepteren dat van dat wat nu is. Ik ben vandaag moe, maar ik ga toch crampachtig maar doorwerken om toch het idee te hebben dat ik wel nut te gepen. En het meelle leven heeft gewoon een ritme. En als ik dat ritme durf te volgen, en dat is lastig voor het ego, lastig voor het ik, dat vanaf dat wil. Maar ik merk dat hoe meer ik het natuurlijke ritme volg, hoe meer het eigenlijk een hele mooie dans wordt, die niet precies de vorm heeft die ik vooraf bedacht, maar die een vorm heeft die nog veel mooier is dan ik ooit had kunnen bedenken. En is dat dan dat je die vorm pas ontdekt of ervaard op het moment dat je wat je net noemde die controle loslaat? Ja, dan herken je hem veel makkelijker. Om dat dan de geruiss van het gevecht verstilt dan wat meer en dat wil zien, wil meer de subtiele schoonheid van het leven. En dus ik bestef me dat alleen audio is. Ik maak vaak een bewegen met mijn hand van die van boven naar beneden gaat en in een scene de schuld of zeg maar zo'n in een uitbewegende golf. En die controle waar je het over had en op het moment dat je die loslaat hangt dat ook samen met de controle die we ook wel zien in het niet willen nadenken over, het niet willen praten over en het niet willen accepteren van heindeheid van ons leven. Ja, absoluut. Ik denk dat daar zit iets zo prachtig in. Wij hebben een maatschappij die steeds meer op het individue gerecht is. Het pijn er geen grote goed voor ons, eigenlijk in z'n echte religie is het ik. Ik heb gerechten, ik heb plichten, het moet met mij goed gaan, het moet mij wat opleveren. En daardoor hebben we eigenlijk een hele wondelijk, kijk op de geboren en tot gekregen. Want wij zien geboren als de start en dood als het einde. En dat vanuit het ikperspectief klopt dat. Ja. Maar je zou kunnen zeggen vanuit een grote perspectief is het eigenlijk precies anders om. Je geborenter is het begin van afgeschrijdheid en dood is misschien weer het zo terugvallen in dat wat we eenheid noemen of welke naam je het ook wil geven. En dan mochten ook een hele andere, krijg je er een hele andere relatie mee. En wanneer was of wat voor jou een moment dat je ondekte? Mijn afgescheiden ik, dat was ik ervaar als de persoon joris. Eigenlijk is dat een illusion. Of zou je een ander woord misschien gebruiken? Nou ik heb een groot gedeelte van mijn leven gespendeerd aan het proberen te dozen van de illusion. Ik was altijd met spirituality bezig en bewustwoording bezig. En in de oudste wijze hebben ze vaak over Maya. Dat is het boord daarvoor. Eluzie. En ik dacht ik wil die illusion doorzien. Ik wil wakker worden. Ik wil verlicht worden of welke naam je het ook geeft. En op een dag bezefte ik dat de wereld om mijn heen niet de illusion is. Maar ik ben de illusion. Dat is een moment dat de verandadde. En ik zeg, bezef, dat is geen ratcheneel bezef. Dat viel was het waarin over mijn heen of het sluijde die van mijn afval net hoe je het wil noemen. En het was meest grappig wat er ooit gebeuren. Ja, ons schrijft dat is. Nou omdat ik zag ineens de beelde vormen van hoe ik mijn hele leven op zoek was dat was geweest na mezelf. Maar ik ben mezelf. Dus de zoek toch na mezelf is eigenlijk de meest. Als ik dat niet maar aan gehecht ben, is het de meest grappige zoek toch die er is. Want het is als of ik ben een zoeken na mijn beryl die traag. Ik kan niet niet mezelf zijn. Dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben, is de zoek toch na mezelf. Zoals ik die had en zoveel mensen die hebben helemaal niet een zoek toch na onszelf. Maar eigenlijk is het zo dat het vlucht van ons is, want we zijn het niet eens met dat wat we zijn. De verbullen wat anders worden. Dus de feiten is de zoek toch na onszelf, voor veel mensen eigenlijk de zoek toch na iets anders. De zoek toch na daar in plaats van de zoek toch na jezelf. En hij is dat te maken met onvreden van hoe je bent met je eigen maken, de hoordeelen, hoeve jezelf. Ik had heel veel oordeel over mezelf, zoals de meeste mensen dat hebben. Ik denk dat de meeste mensen veel makkelijker de dingen kunnen opnemen die ze niet te vreden over zijn dan waar ze wel te vreden over zijn, bij zichzelf. Ik vond dat ik sterke moest zijn, een krachtiger en wiserig en als muzikant een betere muzikant. En als ik mediterde muziek stil er zijn. En als ik in gebet was moest mijn gebet oprecht er zijn. En als ik iemand luisterde, moest ik beter kunnen luisteren. En einde lozen luisteren aan wel eens waar hele nobelen doen. Maar allemaal doen, allemaal, eigenlijk allemaal vormen van afwijzen van wat ik nu ben. En daarom komt dat waarschijnlijk ook nog bij. Het minder onzeker zijn. Of je is een gevoet wordt door al die twijfels. Ja, ik vond dat ik zeker. Dat moest zijn absoluut. En als we dan terug gaan hebben, wat heeft dit vooralatie met wat jij in het noemde? Eigenlijk is wat wij ervaren als ik, wat begin bij geboren. En eindig bij de dood is, heb je een goede begrepen, is meer de afgescheidenheid. En wat ervoor was en wat erna komt, dat is automatisch meer de enheid. Ja. Maar houden zitten er twee antwoorden op. Die weet je anders zijn. Het ene is dat voor mij dat wat ik nu als ik ervare, is eigenlijk mijn verlangen. Dat wat in de diepste van mij verlangt. Bevolgens het verlangt om elkaar werkelijk te ontmoet in ons gesprek in. Dat is dat verlangt in mij. En dat hoeft niet. De gang niet eens zo met antwoord op dat verlangen, maar het gaat gewoon 'wow'. En dat is, of je dan naar die goodelijke bron wil noemen of vong of wat dan ook. En dus mijn ik ervarek veel meer nu vanuit dat en niet zozeer vanuit de vorm of welke kwaliteit heb ik of kapael ben ik in iets. En het andere is een eigenlijk een daar denk ik dat de pijn voor veel mensen van dood zit is. Ik kan deze ervaring van dit gesprek alleen maar hebben omdat er een ik is. En dat is dat ik wegvalt dan ben ik wel eens waar we hier het alles. En dus God.
welke naam je het geeft, dat is maar een woord. Maar ik vallt terug in het openveld of nondualeveld. Maar dan is er ook geen ervaring meer. Want er is er is een ervaring, is alleen maar ten opzichte van iets. Dus ik heb een vorm van afgescheidheid nodig om te kunnen ervaren. En dus dat ik is geen vloek. Het ik is ook een segen. In een veel spirituele kringen wordt het eeuw vaak ook al een vloek gezien. Maar het is ook wat ons staat stelt om te ervaren. En dus daar zit een hele mooie spanningzfeld in. Dus dat wat we niemand weet hoe het precies gaat zijn, als we ons lichaam, niet meer rest als we dood zijn. Maar ik kan me voorstellen dat dat een soort terugvallen in het water is in de ocean. Maar er is dan geen afgescheidheid meer. Wat doordig ook niet, geen ik is die dat ervaart. En die ik die wel ervaart. Die jor is die wel ervaart of die bat die wel ervaart. Die is in dit leven en die ervaart dingen. En die ervaart ook. Die heeft ook ervaring van verliez. Van de eindigheid van het leven. Kan je daar iets over vertellen? Wat zijn jou ervaringen daarmee? En hoe heb je dat ervaren? Ja. Eensstap daarvoor is dus in dat moment is wat ik net beschreven. Het is mijn relatie met het ik heel erg veranderd. En wat we eigenlijk veranderd is zijn twee dingen. Het eerste is dat ik niet mijn surf serieus. Maar het tweede is en dat is toch ver leuker. Ik mag gewoon ik zijn. Met alle dingen die daarbij hooren. En dus waar ik vroeger kampaachtig het, ik probeer er te veranderen of te overwinnen of wat welke namen ik het ook gaaf. Lekker van minu X met daarvan. Ik mag gewoon ik zijn met al mijn kwaliteit en al mijn stomitijten. En wat het allemaal ook. Want die blijven. Die blijven. Ja. En sterken ook op het moment dat ik ze niet meer probeer te controleren worden ze veel groter. Dus als je het over verliespelt, mijn ervaringen van diep geluk en diepe rijkdom die zijn oneindig groot, maar mijn ervaringen van verlies en pijn en verdriet zijn ook oneindig diep. Leneer ik hoef ze niet meer zo kampachtig te controleren omdat ik ervaringen als bewegeningen die komen en gaan. En over verlies gesproken een dieerbare vriend van mij is een tijd geleden overleden. En ja dat die pijn is is onbegeifelijk groot. En dat gemiss is niet op een pier was te zetten of niet in een lied te vangen of niet in trainen te huilen. En mijn een van de dingen die me daarbij opviel is heel veel mensen wensen te mij sterken. Ja. En ik snap het. Het is een uitruk in die diebe gebruiken, maar gelijk tijdig zat ook verbazing in. Ik heb geen sterke nodig want ik wil mijn enorme pijn en verdriet ik nu voel is een uiting van mijn liefde die ik voor hem voel. Dus waarom zou ik dat weg willen kunnen stoppen? Ik wil het huilen of ik laat het huilen en ik laat het gemiss er zijn. En dan kom ik terug op een op moment dat ik dus die controle durf te laten gaan. Is daar eigenlijk niks aan de hand? Ja dan is er heel veel verdriet en dan is er heel veel pijn en heel veel gemiss. Ik mis onze gesprekken die zo dierbaar waren. En er is te ontdekken om maar ik kan dat ook dragen. Dat wat ik ben is veel groter dan dat gemiss. Ik hoef dat helemaal niet te controleren. Ik hoef mezelf niet zo klein te maken. Misschien is de wens van sterkte onbewust. Want het is ook een woord wat we zeggen. En het is wat we horen en het is wat we herhalen. Als er een last is, dan mensen willen me kast sterken. Misschien zit er ergens in de oorsprongen iets van ik wens je de schouders toe. Ik wens je de kracht toe om het verdriet te kunnen dragen of om erin te kunnen zakken. Ja en de oorsprong die is heel simpel. Die komt van onze mannelijke maatschappij af. Het is de mannelijke manier om om te gaan. En dat is niet persig mannelijke geslag, maar wil de mannelijke energie de beweging van begangen het oplossen. We moeten fixen, we gaan onze schouders te onderzetten, we gaan kracht vinden. En dat is een fantastische hele van het leven. Maar de ander hele van het leven is die van vertrouwen. En van overgaven en van juist met schouders laten breken. Niet uit zwakten, maar uit vertrouwen. En ik denk dat die kan die zo onderbelegd letterlijk omdat hij ook onzichtbaar is. Dus die kan ook niet belecht worden. Maar het is wel waar onze diepe wortels zitten. En waar onze werkelijk kracht zit. Niet opgevlakke gekracht die we politie zien. Die gaan vast te staan. En dat is dan een behoorlijk prachtig op werkelijke kracht. Maar werkelijke kracht is ook werkelijke kracht. Het dieps van de aarde of we van onze leven, van onze beken, vanuit het weten, vanuit het voelen. En diepe kracht kan soms oneindig veel pijn doen. En als we dan een moment hebben van contact met elkaar. En de luistera, of ik, of jij weet, mijn vriend, mijn buurman, mijn partner, mijn collega, heeft een verlies geleden. En ik voel of ik merk, ik wens hem sterkte. Want dat zijn we gewend om te doen. Daarnaast kunnen we een hele hoop andere dingen doen. Wat kan je doen op het moment? Wat kan jij doen? Wat kan ik doen op het moment dat je te maken krijgt met het houd? Nou, ik denk dat dat een hele mooie is. En dan zitten er zijn twee vragen. Wat kan je doen voor een ander in verbinding? En wat kan je zelf doen? Ik denk dat die vragen transbijn dat zelf te zijn. Eigenlijk begint het al met wat zorglastig is aan een podcast als dit. Omdat je bijna niet romheen komt, dat je hier hebben we praten over in plaats van ervaren. Want die pijn van iemand verliesen, die is extreem groot. En hoe kan een podcast als dit daar iets in doen? Hij niet. Volgens mij is het alle mooiste wat we in de eerste ans onszelf kunnen geven. Maar vanuit daar ook aan een ander is hij aan meerdig blijven. Ik doe helemaal niet. Ik heb geen oplossing, want die pijn is zo wat valt daar aan op te lossen. Maar wat is er op dat moment? Wat is er echt verlangt? Wat wordt er echt verlangt? Is dat iemand oprecht naar je hoort? Je vertriekt deur of te blijven of bij je pijn. Maar dan is het voorbij. Het is allemaal geleden. Nu moet het wel minder worden. Nee. Wat als we ook aanwezig deur of te blijven bij elkaar spijnen? Dus voor beide advies, of je zou eens moeten. Of ga je nu al naar je werk? Dat is veel te vroeg. Of het is nu al een jaar maand. De meeste mensen denken dan. En naar een jaar, al een jaar dagen zijn we bij in de feest dagen. En dan, vanavond, moet het. Stapsgewijs beter worden. En ik denk dat mensen er eigenlijk in gerust gesteld willen worden. En in de zin van op het moment dat ik zo verdriet, of zo verliezen zou leiden. Dan zou het toch wel eindelijk wat beter moeten gaan. Dat is de eerste en de tweede. Oei, stel me gerust. Dat ik het goed doe. Dat ik op een goede manier bij je ben. Waardoor jij, waardoor je weer een stap verder komt. Stel me gerust dat je niet zo leidt. Wat eigenlijk gebeurt is de meeste mensen zijn niet confetale met hun ongemak. Dat is de reden dat we allemaal een masker dragen en ons vrolijk voordoen. En deel hoe goed het met ons gaat. En we vol enthousiast me praten over de promotie die we maken. Maar niet over de depressie die we voelen. Of de depressie die we hebben overwonen. En hoe we gelanden zijn. De stappen die we hebben genomen van uit de dal. Maar werkelijk in dat dal en dan in verbinding gaan. En dat is. En dat is om gemaakt die dat bij ons zelf hoogt. En het ongemakte wat we voor oorzaakken bij de andere. En die veroorzaken bij een ander, dat weet ik niet. Ik denk dat de reden dat we zo snel naar adviezen gaan is. omdat we eigenlijk zelf dat ongemak te ongemakkelijk vinden. Dus. de vaak zijn de goed bedoelde oplossing helemaal niet bedoeld om die ander te helpen, maar omdat ik het ongemakte groot vind. Om je zei, want ik wil ik zo snel mogelijk een pleister gaan plakken, dan hoef ik dat ongemak van die ander niet mechten vangen. En daarom zei ik net ook van de vraag van ik of een ander is eigenlijk tezelfde vraag, want het begint altijd bij hoe ik ben ik met mezelf. Deurevikt, ik kan pas echt aanwezig blijven bij de pijn van een ander, als ik kan blijven bij de pijn van mezelf. En ja, daar begint het steeds. Het mooiste cadeau wat van ander kunnen geven is bij onszelf te durven blijven. Ja. Ja, en nu doen we dat. Ja, daar zit in jouw vraag zit het zette uitdaging. En namelijk, jij vraagt hoe het doen we dat. En dat we zijn zo gewend dat we dingen gaan fixen, gaan oplossen, dat we iets gaan doen om het beter te maken. En eigenlijk zouden vragen moeten zijn hoe laat we dat. Nou, en dan moet ik goed laten we het om te gaan proberen te fixen. Wat was we? Dus ik was onlangs op een beurt over een betere wereld, een ging of een milieu en een ander prachtig initiatie, en daar was ik gevraagd om te spreken. Maar gelijk tijdig wat mij daar opviel was, de constant idee van begraande wereldredden, we gaan het beter maken. En ik denk juist dat de wereld, de problemen die we zien, die ontstaan allemaal daar uit, die ontstaan door het doen. En we doen in het denken. We doen in het denken, maar doen komt vaak uit. We gaan het beter maken, we kunnen het beter dan hoe het ging. En voor een deel is dat waar. Maar voor een deel vergeten we daar die anderhalve namelijk het zijn en het vertragen en het later. En ik heel mooi voorbeeld, ik kiees er voor je mijn tuin, om het gas niet te maaien en om het wild te laten groeien, niet honderd op het geëerd wild, want dan heb je datelijk alleen maar een plant die het overhoekigt, maar wel van heel groot gedeelte. En dan ontstaat er een magisch mooie wereld, waar ik elke ochtend van geniet van de vogeltjes en de vlenders en die dan ruimte krijgen. En dat is vooral later. En het spannend eraan is en daar komt natuurlijk de uitdaging, is deur en wikt de vertrouwen dat als ik de controle over mijn eigen leven een beetje laat gaan, of misschien zelfs wel wat meer laat gaan, dat het niet allemaal in de soep loopt. Maar dat het best goed komt. Want er is een soort aannuit idee in ons, hoe zo werkt ons brein, hoe het is dit of dat, maar het is niet dit of dat. Want al mijn kwaliteiten die ik heb rondom de maakbaarheid van mijn leven, die verdwijnen niet, als ik zeg, 'am maar af en toe ontspannig'. Dan heb ik nog steeds meer naar genoeg kwaliteiten om ook in te grijpen als het. Nou, in mijn geval ik werk voor mezelf en soms is mijn inkomen wat hoger en soms wat lager. En dan komen de momenten dat ik weet 'oh ja, wacht even, nu moet ik een beetje energie stoppen' in dat ik wat zichtbare word. En dat mensen weten dat ik er ben en dat ook mensen mijn coachingsacies vinden of mijn bijeenkomsten vinden. Dus die kwaliteit verdwijnen niet. En dat is ook niet het ene of het andere, maar. Ja, het komt wel sterk, durven ik het leven te vertrouwen en te vertrouwen dat het me soms, en als ik naar mijn eigen leven kijk in verrichtingen stuur ik in geen manierjaard kunnen bedenken. En je zegt dat vertrouwen op het leven en dat dingen komen in gaan. Dat zit hem ook in de overgave en het vertrouwen in de momenten dat er diep verdriet is. En dat je een groot verliest, dat je uit de doem gaat en in het voelen, dat je voelt wat er is te voelen. En dat ik hoor je zeggen en er op vertrouwen dat het dan wel goed komt. Maar eigenlijk denk ik dat je bedoelt is vertrouwen dat dat goed is. Dat vertrouwen dat het wel goed is. Nu, precies zoals het nu is. Het is mijn echt mijn allerdiefste vertrouwen is dat dat wat nu is, is precies zoals het bedoeld is om te zijn, er zit geen haarverkeerd. En dat is voor mijn hoofd onbreiplijk. Als ik kijk niet naar nieuws, maar krijg natuurlijk zeideling te wel wat mee. Als ik daar over ga nadenken, dan denk ik dat dat kan niet. En het is heel simpel dat dat zijn allemaal meningen van mijn hoofd. En op moment dat ik iemand het moet, ook bijvoorbeeld iemand het moet, die een mening heeft die haak staat op die van mij. Op moment dat we vertragen en in verbindingraken van mensen, van mensen van hart tot hart. Doen al die verschillen van ons hoofd, doen dat dat niet meer toe. Dat zijn maar ideeën, en het zijn maar eigenlijk allemaal uitspinsels van iets wat pijn doen in ons of wat bang is in ons of wat verliezergeleden of. en als we dus de conclusies weg laten en terugkomen bij maar waardoed het pijn, dan is er eigenlijk weinig verschillen. Dan is mijn eruin dat er altijd verbinding is. En dan komt je uit op wat je net zijn van wat je voor jezelf kan doen. Ja, zei met wat er is. Dat is ook wat je niet zo zeer wat je voor een ander kan doen, maar hoe je ervoor en met een ander kan zijn. Ja, precies. Ja, want dan heel concreet voorbeeld een dierbare vriendin van mij die staat heel dichtbij in oorlog die ergens voet. En daar zou mijn hoofd allerlei mening over kunnen hebben. Maar als de karen ontmoet is het enige wat er blijft is haar verriet, haar angst, haar pijn voor haar kinderen, voor haar klein kinderen. En als het enige wat echt van waar is in dat moment deurvek te blijven bij die bijna ondraagelijke pijn. Zonder het op te willen losen. Zonder, maar ik kan niks ontlossen. Dus het is compleet bij mijn zonder het weg te maken of zonder gerust is te steken. En dan wordt het menselijk, dan wordt het breekbaar, dan wordt het echt, dan wordt het dierbaar. En dan moet we wel eens ongemaken. Als we daar niet aan gewend zijn. En misschien komt daar wel de mooiste ondekking. En dat is een ondekking die ik alleen maar weet door het steeds wel nieuw te aavaren, is het dat in dat ongemak. Zet de onze diamanten. Dat zit de helft van onze rijkdom. Dus als ik naar mijn jonge versie kijk, toen ik jonge was, mijn leven, ik voelde me altijd incompleet. Ik had altijd gevoeld, ik ben niet heel. Ik mis iets. Het is net of. Nou ja, ik niet laat dat ik maar al zoveel te helft van hermer is. En nu bezef ik wel om dat is. Omdat de helft van mij mocht er ook niet zijn. Alles wat ik niet passend vond of ongemakkelijk vond of verlangesvond die niet gepast waren of. Nou, waar we net over hadden, ik mocht mogen van mezelf niet onzeker zijn. En nu is het ondekking om mijn onzekerheid, is de helft van mijn rijkdom. Vind ik een van mijn meest dierenbare dingen dat ik nog elke dag onzeker ben. Wat uit onzekerheid. Want daar kan alles ontstaan, dat is de verruchtbare grond. Als ik zeker ben. Dus bijvoorbeeld als ik zeker weet wel ik antwoord ik op jouw vragen ga geven, dan is het maar één antwoord mogelijk. Maar als ik het niet weet, is eindelijk antwoord mogelijk. Wow, wat een ga ik doen. En als je zeker bent, welk richting het leven gaat, dan is je een richting mogelijk. En de. En dat. Voor mij is dat de diepe baam achtergaat die in het leven zit, is dat het leven uiteindelijk zegt. Ja, jij is leuk en aardig met jouw idee van één richting, maar daar gaan we niet doen. En dat noemen mensen dan een tegenslag. Dus dan komen mensen me waarin zeggen, ik heb een burn out, ga niet goed of ik ben ziek geworden. En dat zeg ik niet altijd direct, maar in mij juist iets van al mijn wacht hebben. Nu gaan we echt beginnen. Want dat is vaak het moment waarop het still valt en waarop eigenlijk een de pijn die er onder zit of het verlangen dat er onder zit of. Dat wat eigenlijk al van kind ze van expressie wil krijgen, maar nooit ruimte had. Dat begint dan eigenlijk. Dat begint eigenlijk ruimte voor te komen op momenten dat we still vallen. Ik ken het zelf, maar ik ken het ook van werk wat ik deed met takloze jongeren. Ja. Het moment dat het echt de pleuren zijdt breekt en dat het echt helemaal misgaat. Ja. En soms de reactie is, die ik dan horde of merkte van die aan, maar als je nu in begeleiding bent en dan verklotje de boel, dan ben je echt niet gemotiveerd dan houden. Maar op momenten dat je daarbij kan blijven en kan bedenken van en nu ben je erbij. En nu gaan we de dipte in een kijken van wat gebeurt en nou. Ja. Ja precies. Ja. En is dat ook iets wat, wat zit er een parallel in op het moment dat je bij iemand bent die dan hebben we een aantal verliezervaringen. Is daar ook de verliezervaring van er is een diebaren overleden? En dan loop ik in vast en zit daar ook een soort, wat je net voorzij van, klinkt wat onhebiedig, maar een bijna jouw gevand. En nu kan er iets. Geburen? Is dat anders? - Nee. Dat zou wel heel compassie loos voelen. Nee, maar wel. De ontmoeting is steeds er gaat niks mis. Er is niks mis met de gré met tegenover mij. Iemand komt wel bij me en zegt misschien hard dat ik ben gebruiken. Maar dat is niet hoe ik iemand om moet. Nee, er is gewoon het leven dat zich nu uit. En als er bijvoorbeeld een verlies is van een heel dierbare. Maar dat kan soms ook een relaties zijn die beaindelijk is. Er is natuurlijk soms een vergelijkbaar verlies bijna, omdat je die ander niet meer zit, die zo dierbaar is. Dan vraagt daar niks om gefix te worden of niks om opgelost te worden. Volgens mij is het net om, maar is dan een mooiste wat we kunnen zijn, is echt aanwezig blijven welkaar. Wat als ik niet meegehuide, ik hoef niet mee in het verdriet in de zin, want dat we samen gaan zitten te janken. Want dat maak we de ocean, als het waary groter, maar meer in de zin, maar ik blijf oprecht aanwezig in liefde, in mijn niet oordelen in de ander echt zien. Wat ik zo bijzonder in en wat ik doe is, voor mij is het meest grote voorrecht om zo mensen te morgen moeten. We zijn zo gewend aan die buitenkant te laten zien, maar in mijn ogen zijn mensen zo'n eindig mooi als dat maskevat. En dat ziet ons in de geklame zin, hoe een reclame foto uitziet, niet mooi uit. Maar als ik in de menselijke zin kijk, ja, dan om moet ik iemand echt. En ik vind dat een enorm voorrecht. Ik voel me echt bevorecht dat iemand mij genoeg vertrouwt om zichzelf te laten zien. Dus het ongemakte laten zijn? Ja. Als dat er is? Ja. Ja. Ja. En het is eigenlijk altijd. Ik denk niet dat. Dus mijn idee vroeger van 'Hermag geen ongemak' zijn, kwam heel erg uit. Ik omdat ik veel in die spirit wel wil was, dat van leren die dat op een podium staan bijna uit te dragen van. Oh, als je mijn pad volgt, dan is er geen leiden meer. En voel je altijd helemaal verbonden met God of welke namie je ook geeft. En laten we eerlijk zijn, dat is voor ons in. Want dan zou je geen mens meer zijn. Mensen zijn, betekent gewoon de beweging van het alles. En wat wel klopt is dat de gehechtheid aan de ene toestand over de andere verdwijnt. En dat het dus de herkenning begint ontstaan, 'Oh, maar het is allemaal godelijk'. Dus ook die diepe pijn, dat diepe verdriet. Maar het blijft altijd. En ongemak is elke dag deel van het leven. Ik ben ook vader. Er is elke dag weer het ongemak in de pijn van mijn kinderen, die soms even verdwaal lijken te zijn. En mijn vader hacht die alle voor hun wil fixen. En gelijk tijdig weet ik, maar vertrouwen hun ook dat ze zelf krachtig genoeg zijn daarvoor. Of krachtig genoeg worden door joust jezelf terug te houden en de FAA te gaat. En en natuurlijk te zijn als ze werkelijk mijn heel vragen. Maar niet het ongevraagd opdringen van mijn hulp alleen omdat ik niet tegen het ongemak kan, dat zijn misschien met iets wachtselen. En het weten we wat ze vragen is om ze niet wat nodig hebben. Nee, maar dat is. Daar komt weer hetzelfde terug, deur of ik aanwezig te blijven. En en en en. En het vertrouwen dat soms het even tegen lijkt te zitten en laten blijken een tegenslag juistig grootste voorsproeg te zijn of andersom. En dus kom je eigenlijk uit op niet weten. Ik weet het niet. Ik weet niet of dat wat nu een enorme voorsproeg lijkt te zijn dat wel werkelijk is. Misschien staat een werkelijkheid wel een tegenslag. En dat wat nu een enorme tegenslag lijkt is misschien wel de meest maakische wat in mijn leven ooit gebeurt. Wie weet? Ja. Misschien maak we daar pas op een stervenbed kunnen we daar pas een soort. Belans op maak. En stel je nou voor. Als je is inleefd in dat moment op je stervenbed. En je zou nu de balans op maken. Ja. Wat komt er dan? Ja, ik voel mij een ongelofelijk gezegd moment. Ik sta daar vaak mee op. Daar vaak mee naar bed. Dat ik echt zo'n diepe dankbaarheid voel voor het leven dat ik leid en mijn naam in de manier welke het ervaring. Dus er voelt in die zin niet iets wat ik nog moet doen voor dat ik compleet ben. Gluik tijdig als ik denk dat het nu zou zijn. Oh, dat is nou zo wat ik wilde. Zoveel wat ik ze wil ontdekken. Ik ben zo nieuwsgierig hoe mijn kinderen verder opgroeien. Ik ben muzikant. Dus ik wil nog zo veel lieteren zingen. Zo veel gedichten schrijven. En ik ga zo'n diepe reikdom in de moeting met mensen die ik heb. Dus mijn verdriet zou vooral zijn dat ik denk al maar ik wil daarna veel meer van. Ik voel me bijna als in een snoepbinkle van al en ik heb nog lang niet al het snoep geproft. Dus het is al helemaal goed herijk. En hoeveel je het zou het zijn als dat nog even ervaren mag worden. Ja, absoluut. En heb je een idee van wat je zinnet van ' ik heb geen idee hoe het zou zijn om na de dood'. Heb je een idee hoe het zou zijn het moment van hoverleiden? Ja, ik heb ook redelijk wat ervaring met psychodeelijke aardust. Dus ik denk dat dat er wel vergelijkbare ervaring in zit. Zeker DMT is een middel wat het lichaam aanmaakt tijdens de systerven. Dus dat wat je de beetje wat we er over weten is dat het voor veel mensen ook bijna een soort blis. En dat is dat het echt maakt met magische manier op ons lichaam in elkaar zit. Dat zelde geld voor de gebore, wat een moeder ervaring kan soms onderingsdat het ongelofelijk veel pijn doet. Maar kan ook bijna goodelijke ervaring zijn. Wat dat heeft is dat ongelofelijk hoe ons lichaam in elkaar zit. Dus dat blivfel hoe zou dat in het Nederlands vertalen? Oh, gelukzalig. Gelukzalig. Ja, gelukzalig. En ik denk dus voor mij de leid gaat in mijn leven. Ik denk niet zo zeer in goed en slecht, maar veel meer in is iets vannauwd iets of opendend het veld. En dus eigenlijk boog te zie ik als het begin van de vernawing, van dat begin ons leverichting te krijgen. We beginnen ons pad te lopen. En zo, halen voorwege ons leven zal dat het meest duidelijk zijn, ze lopen het meest weten wie we zijn. En na maat het ouderwoord, het begin dat weer wat te vervallen. Het wordt dat ook minder belangrijk. En sterven is in die zende het helemaal wegvallen daarvan, dus we hebben de complete openheid. En het ene is niet beter dan het andere, want die vernawing, dat had ik het net over, dat heb je ook nodig om de ervaringen. Je kunt alleen maar ervaren omdat er iets is wat ervaart. Dus daar heb je een soort muur van nodig of een soort grenzen aan wat ik noem en niet ik noem. Het is net zo voor twee delen dan bij mijn kaas samen wandelen door het leven. En het niet ik. Ja, en het niet ik. Ja, dat is dat wat onbenoembaar is. De dao te check, dat is de Chinese prachtig boek. Dat begint met de dao die benoemd kan worden, is niet de eeuwere dao. Ik vind het een van de mooiste zinnen ooit gescheven. Volgens mij staat in de bijwel dat maakt geen beeld van God. En non dualiteit hebben ze het over iets wat dus niet duwaal is, wat niet gescheiden is. En zijn allemaal wijzen naar dat niet ik, naar dat wat onbenoembaar is. Het feilt van potentieel God, non dual, dao, ze allemaal worden voor dat wat niet met woorden te benoemen is. En het ik is eigenlijk de eluzy even dat ik niet dat die oneindigheid ben, dat ik wel afgegeiden ben. Dat om de eindigen wat we in een oneindigheid zijn, alle eeuwere geid zijn behalve dat een momentje. Dat was zelf een eeuwere gegeven van mij.
en dat is de magie van het leven, van even doen als of we niet God zijn, of we niet alles zijn, of we afgescheiden zijn. Of we niet onze identiteit zijn. Nou, als of we wel onze identiteit zijn, dus we bespelen even, ik speel even dat ik je oor is ben. Dat is natuurlijk niet wat ik ben, dat is een dream, maar die wel heel mooi. Het is een magisch mooie dream, als ik hem niet me zo serieus neem. Als ik niet meer als mijn hoofd in, als de hoofdinteresse wegvallig hoe goed gaat het met jor is, als individue, los van de rest. Dus we hebben bijvoorbeeld een hele wondelijk kijk op Rijkdom. Rijkdom ervaren wij over het algemeen als ik heb veel meer op mijn bankrekening staan dan dat ik nodig heb. Maar dat is alleen Rijkdom bekijken vanuit het ik. Als ik Rijkdom bekijken vanuit het collectief, dan wil ik niet meer op mijn bankrekening hebben staan dan ik nodig heb, want dan onnemelijk iets aan het collectief. Dus echt Rijkdom is veel meer dat die Rijkdom collectief is in plaats van dat die individueel is. Dat geldt waarschijnlijk niet alleen voor de bankrekening. Dus eigenlijk de ultieme Rijkdom is als ik genoeg vertrouwen, dat ik precies dat steeds heb wat ik nodig heb om al mijn dingen te kunnen doen, om voor mijn kinderen te kunnen zorgen en te eten, en mezelf goed voor mezelf te zorgen. En alles wat ik meer verzamel is eigenlijk en dat is ook niks mis mee, maar dat is het ergens mijn twijfel of mijn nog niet helemaal durven overgeven of mijn angst die ik heb. En die zijn prachtig mensen, dus die horen er ook bij, dus ik heb ook een zwaar Rijkdom. En hangt dat ook samen, ik zie daar een parallel in met de Rijkdom die je voor jezelf hebt, niet financiël, maar in tijd, aandacht, zorgsameid. Dat is die voor jezelf en de mensen die die directe kring zijn, je keert je gezin en misschien nog een beetje je vrienden. En dat je daar goed voorzorigd, maar hoe beter je daar je aandacht aan geven of meer je aandacht aan het beterekt, om minder er ook collectief beschikbaar is, op dat gebied. Ja, maar wat is het echt collectief? Het collectief is voor mij de mensen die tegenkomt, niet het collectief waarvan een website mij vertel dat het bestaat. Dus ik weet dat als ik op Wikipedia kijk, dat er staat dat er 8 no-jarjag mensen op aarde wonen. Maar dat is natuurlijk dat is. Als we heel eerlijk zijn, dat is gewoon niet waar. Dat die ervaring heeft niemand, er is niemand die 8 no-jarjag mensen tegengekomen. Dus we maken vaak wereheden van dingen omdat ze ergens geschreven zijn. Mensen zeggen ergens een klopt die tikt, maar dat ervaring niemand zo. Ervaring gewoon dat het een moment oneindig lijkt, de duur en het andere voorbijvliegt. Dus voor mij wat is het leven weer veel simpler durf te maken? En dat mijn ego pruttelt daar tegen, want die is echt echt een grootstoon, ik wil gezien worden. Maar wat is het het simpel durf te maken? En wat is het gaat om de omhoeting die ik nu met jou heb? Of met mijn zoon heb, met mijn dochter heb, of. Dat is daar de werkelijkere rijdom. En dat is vanziet dat niet zo groot. Of het is, je collega, je buurt nou. Ja, precies, ik noem mijn kinderen, maar ja precies. Het is. Ik maak muziek, dus daarom moet ik mensen of ik. Ik origineer bijeenkomst daarom moet ik mensen. En dan wie ben ik ten opzichte van de reenen die daar gevoormen staat en mijn hulp vraagt? Of die. Nou, voor mij bijvoorbeeld als ik muziezer, is de vraag voor mij niet hoeveel mensen vinden het mooi, maar durf ik alles wat ik heb te geven in dit moment. En die vraag is eigenlijk in de ensen. Het blijft alleen maar de expressie over van dat wat in mij verlangt en dat in klank zich via mij uitrukt. En of daar dan tien mensen luisteren of honderd mensen, daar zit voor mij geen verschil in. Ja, en dan zak je werkelijk in de ervaring. Ja, binnenin het zijn. Ja, ja. En. Ja, mijn jonger zelf, die was bezig dat hij rumwelde hebben. Daar was het resultaat van wat ik deed, was belangrijk, dan dat was wat ik deed. En nu is voor mij het belangrijkste dat wat ik doe. En ik heb nog steeds een brijndetwerk, en ik weet ook aan het einde van de maand, wil ik ook geleden geld hebben dat ik mijn huis kan betalen. Dus ik regel wat aan het op praktisch te zaken. Het is niet alleen maar. Nee, ik kief geen bestaan als een zwerver die in het bos slaapt. Dus de praktische kant van die weg, het is niet dat het soort compleet na ivetijt is, maar daar is er heel veel speel ruimte tussen. Dus de zorgen die ik vroeger maak had, waar even als een constant de zorig voelde, en de enorme openheid die ik nu voel en waarin momenten zijn, waarin de belasting aangeeft de getaan moest worden of waarin de huisgestof zijn moet worden. En. kan ik dan met dezelfde liefde het huisstof zou je dan dat ik achter de piano zit. Ja. Weet het allemaal, dit is net zo deel van die van die oneindige dans die ik maak toch niks van begrijpen. Ja. Ik pak even je boek te bij. Ja. Want ergens in jou boek donkern. De ongezienen helft van heel zijn. Dat schrijf je ook over de eindigheid over de dood. En dan schrijf je de dood is dichtbij me. Niet als beangstigend monster, maar als een diebare vriend. Ja. Ik denk dat dat voor veel mensen wat moeilijk te begrijpen is. Ja. Ja. En. Nou, alle eerst mijn de angst voor mijn jongen zelf was niet voor de dood maar voor het leven. Ik was dood bang om te leven. Dus dat was altijd een veel grotere angst. Maar ik heb de dood. Ja. Die is ook steeds dichterbij gekomen in de zin van de oneindigheid die daar invoelt. En er zit ook een ontzach in. Het is geen nonchelanten. Het is niet nonchelant. Ik vader het wel degelijk als een. ja, daar heb ik ons zacht voor. Want dat is een onbeschrijvelijk grote transitie ga ik vanuit. Maar het is ook dichtbij en het is ook dierbaar. Dierbaar in de zin. Het maakt ook het leven nu kostbaar. Ik. het prachtig verhaal van Harry Jacker is een koos mijn over de dood. Maar ze de dood weet je te vangen. En ik ga het niet vertellen. Maar in het geval. Dan komen we erachter hoe dierbaar die dood is. Want als het leven oneindig is, dan is ook de bar ervan het weinig helemaal van. Ik denk dat. voor mij moet dat er voor veel mensen is. Normaal het oude wordt, wordt tijd ook veel kostbaar dan bezit. Want ik bezig veel meer dat die tijd voorbij verliegt. Want tijd gaat steeds sneller naar maat in je oude woord. Dus die woord steeds dierbaar. Dus de keuze is die ik over waar ik mijn tijd aan wil besteden. Die maak ik steeds bewustig. Niet in de zin, want ik moet dat doen. Maar eigenlijk veel meer de keuze is om aantal dingen niet te doen. Dus om. Nou bijvoorbeeld niet in te gaan naar een uitnodiging alleen maar omdat het uit beleefdheid is. Maar wel uit gaan naar een uitnodiging, want dat is geval even dat het doet me leven. Dus dan zeg je, dat is iets waar ik ook echt door inspirerend ben. Dan zeg je het feit dat het leven tijdelijk is. Maar ik de tijd die we nog hebben, kostbaar. Ja. Ingeefd je richting, doen de keuze te maken die de werkelijk te doen. Ja, precies. Als je er echt over nadenkt, dus zoals we nu weten, denk we dat de kostmoosdichting komen 8-8 jaar oud is. En wij zijn hier, laten we zeggen, inmiddel 80 jaar. Die fractie tot 13,8 jaar en 80 jaar is natuurlijk niet meer een geval. Het is geen geval. Ja precies, het is niet meer samen te vatten in een geval. Zo kort zijn wij hier. Het is nog niet een zucht van een aardemhaling voor de kostmoos. Hoe mag je ze staat? Dat ik in dat fractie van tijd deze aardemhaling die johre is. Voor mij is dat indrukwekkend, de onbevatbaar. En dan valt ook iedereen gedachten over wat hoort, wat moet.
dat moet er zijn. -Ja. En dat ook wel. -Ja. En dan heb je er als andere kant om dat ik weet als ik dit wil de vertelde mensen, "Oh, dan kun je dus alles doen." -Bee heb ik ook hort. -Ja, maar dat is niet waar om moment dat je zelfs voorgept. Dus wat ik net zei van ik weet gewoon dat ik voor mezelf veel zorgen, voor mijn kinderen wil zorgen. Dus ik zorgen dat ik aan het einde van een maand, mijn huis kan betalen en mijn boodschappen kan doen. En dat ik mijn eigen pad loopt, maar net genoeg aangepas dat ik dat wel op een manier kan doen die functioneel is in Nederland. Want ik woon in Nederland en daar kiezen ik voor. Dus er is ook iets prachtig moois aan dat we dat we afspraken hebben, sociale regels hebben, die maakt ook dat ons leven veilig voelt en dat we met elkaar u behouwelijk sprekkelstet kunnen woorden. En dat als wij afspraken dat we dat gaan doen, dat we dat dan ook zijn en dat we gewoon de praktische afpraken die maken ook het leven geven ze rust. Dus het is niet een soort aangechalen voor om het het is juist tegenover gezellig zijn eigenlijk de ultieme fratwoordelijkheid nemen. Van ik kies voor de dingen die echt waardevol zijn, maar wel op een manier die verbonden is een gespekt vol naar mezelf en mijn omweving. Ja. Ja. Het is op moment dat het eigenlijk allemaal niet zo heel veel uitmaakt en die ultieme relativering er is, dan is er niet een nutteloosheid of een wetteloosheid over. Nee. Nee, het leven is wel zo oneindig nuttig. Anders zeg het leven wordt waardevol en niet een nuttig. Dus ik moet even vaak mensen die hebben het over dat ze wat ze doen heel belangrijk is. Ik vind wat ik doe totaal niets van belang en gelijk tijdens het oneindige belang, maar niet belangrijk in de zin van dat het leven pas compleet is als ik doe wat ik doe. Nee, het leven is lang compleet en ik dans mijn dans daarin en die hoort daar blijkt maar bij die deel van die compleetheid. Maar dat is het zo'n valkijl in ontself belangrijk maken, wat we doen belangrijk maken eigenlijk. Eigenlijk zeggen we daar tegen ontself bijna tegenover ik stelde mee. Want we zeggen dat ik ben pas belangrijk genoeg als ik iets belangrijk doe en niet ik ben belangrijk genoeg omdat ik ben. Omdat blijkbaar 13,8 jaar geleden er zo is als een big bankplaats fond en al die moleculen bij elkaar kwamen dat er een zon werd en daar mensen op geboren werden en al die duizenden mensen die mijn voorhouders en bij elkaar kwamen zodat ik geboren werd en zodat wij nu dit gesprek kunnen hebben. Ja, dus mag ik. Dat is mag ik. Ja. En hoe kunnen we dan nog hebben over mijn werk is nuttig in die relatie? Nee, wat wij zijn is oneindig nuttig, is oneindig waardevol. Het is een mooie woorden te kiezen. Van waarde. Waardevol. Ja. Mooi. Ik heb nog een mooie zin van je boel. Ik ben nieuwsierig naar mijn zin. Ik ben nieuwsierig, nieuwsierig naar jouw zin. De prachtige rand van het einde is ook waar het leven begint. Dat is echt een ontdekking die ik gedaan heb. Ik heb een periode geweest waarin ik heel depressief ben geweest. Daar heb ik ook heel erg het einde van het leven ervaring. Het punt van als ik nou een stap verder ga dan is het leven voorbij, dan stop ik het. Dan kan ik niet verder. Ik merk dat ook, maar daar ontstaat ook de begin van het leven. Het is natuurlijk dezelfde grenzen. Als ik van Nederland naar België ga, daar begint België maar daar eindigd. Ook Nederland en andersom. En dus op die grens van Dood en Leven daar begint de Dood, maar daar is ook de grens van het leven. Daar wordt het leven ook het meest sichtbaar. Is dat aan de rand vandaag rond een bloed in de mooiste bloem? Ja, waarschijnlijk wel. Ja. Ja. En wat heb je daar in een varen? Zo, daar zo wandelend, wankelend, langs de afgroomt. Nou, dat wat ik daar ervaring heb, is dat toen ik eentje aan die afgroomt stond, dat alle dingen die ik daarvoor zo belangrijk vonden eigenlijk niet van belangbaar. Want als ik dus alles verloren heb, dat was toen mijn ervaring, dat alles was weg mijn vrienden en mijn geld en mijn geloof. En alles wat van mij van belang was, was van het wen, was de weggeval uit mijn leven. En dat was meest vreselijke wat kon gebeuren. En ik lijkt tijdig het meest bevrijdende, want dan ik hoefde dus ineens niks meer vast te houden. Ik hoef de neerjes meer aan te voldoen. En als ik toch ga naar het einde staan, dan kan er eigenlijk niks meer mis gaan. Want ik sta toch al naar het einde. Dus dan kan ik ook gaan leven. Als je niks te verliezen? Ja. Wat ik niet deur of de omdat ik altijd bang was om dat betje wat ik nog had te verliezen. Dus ik heel crampachtig vast, dan alles wat mijn soort betjegevoel van zekerheid gaf, of een betjegevoel van leven. Het stuk waar ik heel erg vroeg naar zocht naar verbinding tussen mij en een ander. Dus de kleine betjes verbinding die ik voelde, dan heel de crampachter ja vast. Maar toen zelfs die laatste betjes wegvielde, dan kan ik dus gewoon leven. En toen ontstaat verbinding van zelf. Dat gaat helemaal niet over verbinding tussen mij en die ander. Maar hoe verbonden ben ik met mezelf. En dan is die met een ander altijd. Als je vanuit die verbondenheid met een ander in contact gaat, de verbondenheid met jezelf. Ja. Vanuit het loslaten van alles wat je zou moeten. Wat je wil vast houden. Als we er zo van elkaar kunnen zijn. Dan kunnen we er ook voor elkaar zijn op het moment dat iemand helemaal in wat je zegt dat iemand gebruik is. Of ze gebruiken voelt. Ja, en mijn varen gaat zelfs nog een stap verder. En die zijn dat de mijn varen is dat de mensen waar ik het meest comfortabel mee ben, waar ik met meest gemakvoel zijn stuk voor stuk mensen die verliezen we gekend of die een deep dal hebben gekend of die echt pijn hebben ervaren. Omdat ergens ervalt iets weg en vooral het oordeel over elkaar valt weg. En dan mag ik gewoon zijn wie ik ben en mag die ander gewoon zijn wie die is. En dan hoef we niet op elk woord te laten. En hoef we niet constant het juiste doen of te zeggen. Omdat de compassie bijkond. Want ik weet hoeveel pijn het leven kan doen. En dus hoef ik die ander niet meer aan alle wij standaar dat de houden waar ik zelf die deze aan kan wel doen. Dat is mooi. Ja, dat is heel mooi. Zijn we rond of? Zijn we rond? Denk je dat er nog iets te zeggen is. Is er een vraag die ik zou willen? Oh, niet gesteld is. Dat is een vraag die ik nog nooit gaat. Ja, ik zou willen die nog nooit gesteld is. Nou, eigenlijk. En natuurlijk de vorm waarin wij dit gesprek hebben is, is natuurlijk een vraag en er is een anthoord. Maar voor mij zit de eigenlijk echte rijkdom zit in de verwondering van de vraag zelf helemaal niet in het antwoord. Het komt. Dus ongemakt, begin de vraag die ik heb. De vraag, ik weet het niet of de vraag wat is het leven. En zonder dat het aan antelop komt, gewoon de magie van het vijt dat ik dat kan vragen. En dat is. In die zin is elke vraag in zichzelf de mooiste vraag. Als ik het deur of de laat. Als ik de deur of de laat dat die vraag mag zijn en daar geen antelop hoeft te rol. En daar hebben we nog een laatste vraag aan jou. Wat is de vraag die mij wil geven, zodat dat een antelop hoeft te komen? Wat stoppacht om helemaal wachten te zijn. Dank je wel, Jouw Maas. Dank je wel wat. Je hebt geluisterd naar podcast de eindeigheid. Vond je het interessant of inspirerend vertellen er dan iemand anders. Of deel een aflevering en een post op je socials in een ebje of een e-mail. Heb je vragen of die weg, meel mij op
[email protected] Of laat een bericht achter op mijn website www.deustreepje-eindeigheid.nl Dat vind je meer informatie over mijn activiteiten rond de eindeigheid. Brigido bedankt voor de muziek en die verliefsdraar dank je wel dat je hebt geluisterd. ♫