Go back

831. Iedereen is een beetje autistisch… of toch niet?

14m 1s

831. Iedereen is een beetje autistisch… of toch niet?

Deze aflevering van Universiteit van Nederland ontkracht drie hardnekkige mythes over autisme. Ten eerste: niet iedereen heeft 'een beetje autisme'. Hoewel veel mensen zich herkennen in bepaalde eigenschappen, zoals prikkelgevoeligheid, is autisme een diepgaande, andere manier van informatieverwerking die het dagelijks leven aanzienlijk kan belemmeren. Ten tweede: autisme is niet exclusief voor jongens. Bij vrouwen en non-binaire personen uit het zich vaak subtieler, deels door camouflagegedrag, waardoor zij pas later of helemaal geen diagnose krijgen. Ten derde: mensen met autisme hebben wel degelijk empathie. Ze kunnen emoties van anderen juist heel sterk voelen, maar reageren mogelijk anders dan neurotypische mensen, bijvoorbeeld door eerst te analyseren wat een passende reactie is. De omgeving is van groot belang; tijdens de lockdown bleken sommige autistische jongeren op te knappen door minder sociale druk en prikkels. Dit toont aan dat aanpassingen in de omgeving, zoals duidelijke regels, veel kunnen betekenen. Het Nederlands Autisme Register zet zich in voor een autismevriendelijker Nederland, bijvoorbeeld door de verplichte herkeuring voor het rijbewijs af te schaffen. De boodschap is: accepteer dat iedereen anders is, en vraag autistische mensen zelf wat zij nodig hebben.

Transcription

2487 Words, 14131 Characters

Dutch
In de versiteit van Nederland. Ik denk dat autistische mensen geen repetiën hebben. Dan moet je er heel snel rubikskuubsoplossen. Dat is geen alkomplak. Maar je ziet helemaal niet autistische uitschappen. Autisme komt alleen voor een beetje. Zij het hebben. Zij het hebben. Je kan hier ook zichterijden. Iedereen heeft geen alkomst van spelen. Er bestaat een hoop idee over autisme. In deze aflevering van universiteit van Nederland nemen we er drie onder de loop. Wat is hier van waar en wat niet? Samen met een celplak van universiteit, leiden, duikven in de wetenschap. Er zijn heel veel missvattingen, heel veel mitten, rondom autisme. Door die mitten voelen mensen zich onbegrepen. En ik krijg je help van iemand met autisme of van een autistisch persoon. Hoe zeg je dat eigenlijk goed? Michelle help ons? Ik zelf zeg niet. Ik ben autistisch. Ik ben Michelle. Ik heb bruine ogen. Ik heb autisme en ik heb krullen. Het is een van de vele facetten die mij maakt. Maar iedereen heeft zijn eigen voorker. Daarom gebruiken we autistisch persoon en persoon met autisme in deze video Dorokai. Ik zou het vooral vragen aan de persoon wie het betreft. Goed. We beginnen met idee 1. Iedereen heeft een beetje autisme. Veel mensen die herkennen zich wel en een of twee eigenschappen van autisme. Bijvoorbeeld, roet die de fijn vinden om moeite te hebben met prickels, toch sociale situaties, wat lastig kunnen vinden. Maar dat betekent niet automatisch dat je autisme hebt. Tijdens een hysterisch kinderfeestje of in een drugs supermarkt kan iedereen wel over prickeltraken. De meeste mensen herstellen hier weer snel van. Voor Michelle werkt het anders. De camera is een truien, die is onbosig. De filmen niet boosig uit, zal ik lachen. Lachen is wel pommementelang, ze lopen raken, ik slan schiet. Ik kom dicht bij langs. Dus echt dan hoog ik ook wel. Ach, er komt een groepje jongens aan. Die komen zo'n heideschoppen. Alles wat er binnenkomt in je hersenen, ik moet haar mee aan de slag. Dus dat kost tijd om dat te verwerken. Dat is niet iets wat ik in het moment kan doen. Herkenderen zeggen niet in het moment. Dit is allemaal niet relevant, dit kan je allemaal aan de kans zetten. Volk je nu gewoon op wat je aan het doen bent. Nee, ik hoor alles. Ik zie alle mensen die ons voorbijlopen, alle mensen die aan de tafel te zitten. Ik krijg florder van hun gesprek mee. Het lijkt het even uit, er gaat geven voor je. Het is gelijk dat ik uitleg. We zijn aan het lopen. Het is een licht, het gevoel van dat het warm is. Dat heeft allemaal impact op mijn verwerkingssnelheid. Ja, eigenlijk. En dat kost energie. Ik kan naar migreren van krijgen, misseluk van worden. Iets waar ik daar gelaten nog last van heb. Het is niet één of twee eigen schappen. Het is echt een combinatie van. merken van eigen schappen. Die echt maakt dat je informatie op een andere manier verwerkt. In manier die je kan me lemmeren in het dagelijven. Dus als jij je boek op kleur zet of een vorkrap voor een specifieke lepel. dan wil dat niet meteen zeggen dat je autisme hebt. Het gaat dus echt over iets veel dippers. dat echt weer terugkomt op die informatieverwerking anders verloopt. Maar het is ook wel fijn dat autisme iets is wat herkennen oproep te we mensen. En dat het daardoor dus ook makkelijker is. op het besprekbaar te maken in onze maatgepij. Niet iedereen heeft dus autisme zoals soms lijkt op social media. Al is het ook niet zo dat autische personen extreem anders zijn. Zoals Raynman of Selden Cooper uit de Big Bang Theory. Ja, Rayman. De hoofdperson in de film is autistisch en heeft naast zijn autisme. een uitzonderlijke gaf op het gebied van Wiskunnen. Hij heeft z'n vall syndroom. En z'n vallende droom houdt dus in dat je een uitzonderlijke. un liek gafen hebt op één of meer der gebieden. Z'n vallende droom komt heel weinig voor. Maar toch zijn er mensen die de film kijken en die denken. naar ik heb nu een goede beeld van autisme. Zowel dat is dus eigenlijk helemaal niet het geval. Een beetje is wel mijn collega Vincent van Loenen dat altijd zegt. dat je naar bed man kijkt en dat je dan denkt dat je goed beeld hebt voor vleurmeizen. Dat wordt van hele vreemde, ongemakkelijke situaties. waar in mensen met autisme moeten gaan uitleggen hoe dan wel zit voor ze. En ik ben niet gezien, mijn m'n mother had me testen. Dus kun je één iemand met autisme dan kun je één iemand met autisme. Iedereen met autisme is anders. Dus voor iedere autist voelt dat ook anders. Dat brengt ons bij idee twee. Autisme komt alleen voor bij jongens. Ik ben een vrouw en ik heb autisme, dus dat klopt niet. Niet waar. - Niet waar. Ik verwacht eigenlijk dat het uiteindelijk zo zou zijn. dat er even veel vrouwen autisme hebben als mannen. Leen dat we nog veel minder goed zijn in de diagnose stellen bij vrouwen. En dat komt omdat die diagnose lang gebaseerd is op onderzoek bij vissersen jongens en mannen. Omdat ons beeld van autisme is gebaseerd op die groep, is het idee om staan. dat autisme niet voor zou komen, of minder voor zou komen bij meisjes en bij vrouwen. En eigenlijk bij iedereen die geen jongen of man is. Dus ook bij non-binare mensen. Alleen uiteert zich vaak subtiler bij hen. Bij vrouwen kan het zou zijn dat dit veel minder duidelijk is. omdat zij eigenlijk heel goed meegat op een sociale gebied. en dat het haar bijvoorbeeld lukt, omdat hij heel goed in meeten bewegen. Ze zijn vaak beter in het observeren en imiteren van andere. en passen zich sneller aan aan een omgeving. Dat noemen we kan offleren. Dat je je autisme kenmerken in sociale situaties bewust. of onbewust probeert de verbergen of probeert ervoor te compenseren. Nou, komt de komofleren echt het alleen voor bij meisjes en bij vrouwen. Maar ook bij jongens, bij mannen, bij non-binare personen. Maar we zien het bij meisjes en bij vrouwen vaker. Het gevoel is dat van de buitenkant er eigenlijk niks te zien is voor mensen. Maar van binnen gaat er een interne zwaar strijten aan te pass. Toen dat die strijt niet sichtbaar is, wordt altisme vaak over het hoofd gezien. Ik heb zo'n zo pas op later de leeftijd die agnose gekregen. Ik was al rond 35. Ik heb altijd een vol sociale leven gehad. Ik heb veel eisen de opleilingen gedaan. Veel vrienden, veel neorikage werkt, daarna serieus baan, serieus relatie, kinderen. Mijn vrienden reden dat ook allemaal die hadden, ook allemaal de drugleven eigenlijk. Alleen mij kosten het voor mij gevoelend, iedig wel heel veel meer energie. Ja, en dat was dus omdat bij mij informatie op een andere manier binnenkomt, om bij andere mensen. Ja, helaas zie je vaak dat vrouwen pas heel laat de diagnose autisme krijgen. En ook zie je dat vrouwen vaker eerder een misdiagnose krijgen. Dus een diagnose die verkeerd is of niet passend is, waar deze persoon. En dus blijft ook de juiste hulp uit. En een juiste diagnose kan uiteindelijk veel voor mensen betekenen. Ik kan mijn behoeftes beter onderwoorden brengen en ik kan beter uitleggen wat ik nodig heb. Ja, nou, het is een drukke dag geweest, mama is net met jullie naart speelparadijs geweest. Dus nu heeft mama een varrust nodig. Het idee dat autisme alleen iets van jongens is kan dus de prilabakken. Door naar idee 3. Een veelgoord idee over mensen met autisme is dat ze geen empathie zouden hebben. Of wel dat ze zich niet in kunnen leven in andere. Dat is echt niet waar. Je kunt een patie opdelen in verschillende stappen. De eerste stappen is dat je eerst moet opmerken dat de ander iets voelt. Stijfor, een collega van je heeft net de presentatie gegeven en gedraagt zich anders dan anders. De tweede stappen is dat je gaat interpreteren wat er eigenlijk speelt. Je ziet dat het gezicht van je collega in een frontstaat en je hoort een veel zuchte. Is hij moe geïritiert boos en je ziet er mensen oog vrij. Heeft hij pijn in ze ogen, is hij emotional? En dit is iets wat sommige mensen met autisme lastig kunnen vinden, maar andere autocysies mensen weer niet. Dan kom je bij de derde stamp en dat is dat je echt mee voelt met de ander. Dus dat je voelt wat de ander voelt. En dat is eigenlijk waar we het vaak over hebben als we het hebben over en patie. De vierde stappen is dat je vervolgens gaat reageren. En dit is waar denk ik het misverstand van deaankond dat autocysies mensen geen impactie hebben. Want zij reageerden misschien op een andere manier. Veel niet autocysies mensen zullen misschien direct reageerden en die ze naar die collega toe lopen en zeggen, heet je, gaat het? Of die gaan troosten bijvoorbeeld. En iemand met autisme kan je eens eerst gaan nadenken. Wat zou die collega nu fijn vinden? Wat is een goede reactie? Daardoor kan de reactie later komen of anders zijn dan verwacht. Of iemand voet wel mee, maar dat is voor de ander niet duidelijk te zien aan de gezicht-uitdrukking. En kan dat maken dat iemand denkt, "hei, ik kijk naar jou. Ik zie niet de gezicht-uitdrukking die ik had verwacht." Je zult wel niks voeloof, jij zult wel helemaal niet met mij mee leven. Maar wat de juiste reactie is is eigenlijk gebaseerd op sociale verwachtingen van niet autocysies mensen. Maar als dat er niet is wil dat niet zeggen dat iemand niet meeleeft. Sterk er nog sommige autocysies mensen beschrijven zichzelf als hipper-empaties. Ik kan me juist heel goed invoelen in emoties van andere, soms zelfs zo erg dat ik er een beetje in meegevoert raak. Dat ik niet een goed bij mezelf kan blijven. Omdat ik me juist zo inkomful hoe de ander zich voelt. Kortom er bestaan veel verkeerde ideeën over autisme. Zo kan een omgeving ontstaan waar die mensen met autisme niet begrepen worden. Op het moment dat iemand in een omgeving is die erg inflexiepel is en niet begrijpen, dan zou je zien dat er ook meer problemen ontstaan. En dan is het wel als iemand. In een juist begripvolle omgeving is, die een beetje kan meebewegen, dan zin je dat het ook veel beter gaat met mensen. Dus omgeving speelt echt een ontzettend belangrijke rol hierin. Timmissen, dat is wat we altijd dachten. Dat is heel moeilijk om dat te onderzoeken. Want ja, ik kan niet mensen in een andere omgeving neerzetten en dan kijken wat er gebeurt. Dat is niet etisch. Dat wil je niet en dat kan je niet. Maar tijdens corona gebeurde dat eigenlijk vanzelf. Van een op de andere dag veranderde wereld voor iedereen. Dus ook voor autistische mensen. En dus ook voor autistische kinderen en jongeren. Tijdens corona konden we dus iets onderzoeken wat we anders nooit hadden kunnen onderzoeken. Namelijk in hoe verder die omgeving nou meest speelt in het wel zijn van kinderen en jongeren. En het mooie was dat we deze kinderen en jongeren al hebben gevolgd voor corona. Dus we hadden al heel veel gegevens van deze groep. Ze konden dat door heel mooi kijken wat het verschil was met corona. Misschien weet je nog alles stond op zijn kop. Dit had ook een flinke negatieve impact op het mentale wel zijn van bijvoorbeeld jongeren. Maar als je dan kijkt naar de resultaten van mijn onderzoek, dan zie je dat deze optistische jongeren juist opleefde. Ik heb natuurlijk net gezegd, iedereen met optistische is anders. En het geldt ook in deze situatie. Er waren ook kinderen en jongeren die het zwaarder hadden. Maar als je kijkt naar het gemiddelde over de groep heen, dan zie je dat zij echt wel profiteit hadden van deze perioden. Dus wij zijn gaan nadenken van wat maakt dat nou. Maar de ongeving was dus compleet anders. We hadden lockdown, dus we bleven thuis. We gingen niet meer naar school. Het was allemaal online en hybridem. Je hoeft niet meer naar die vijader van Tante Mien, waar heel veel prikels waren, heel veel drukte was. En ook heel belangrijk. Iedereen kreeg een soort handleding van hoe moet je eigenlijk gedragen? Er waren heel duidelijke regels met afstand houden en dat soort dingen. Dat betekent niet dat optisme verdwijnt in een inderjale situatie. En dat is ook niet iets waar we naar belis streven. Maar wel belangrijk om dat te weten om te kijken hoe ze goed mogelijk iemand kunnen begeleiden. Kort gezegd, jongeren hadden minder last van hun optisme door die veranderde omgeving. Ook nadepanemie is die kennis waardevol. En het afstemen van die omgeving, dat doe je natuurlijk best samen met optistische mensen. Want voor iedereen is het natuurlijk weer anders wat de ideale omgeving is. Het is heel belangrijk dat je aan mensen zelf vraagt wat zij vinden dat belangrijk is. Dat onderzocht wordt. Want ratio is er nog niet klaar met haar onderzoek. Hadoe is soms met het Nederlands-autismeregister, Nederland wat autisme vriendelijker te maken. Voor en met mensen met autisme, met succes. Zo hebben we onderzoeksresultaten gebruikt om de verplichterkeuriging voor autistische mensen voor hun rijbewijs om dat af te schaffen. Want er was heel lang het idee dat mensen met autisme door hun puckelverwerking, dat zij minder veilig zouden zijn in het verkeer. Uit onderzoek van het naar blijkt dat helemaal niet. En sterk nog, die bent veiliger in de auto, met iemand die autistisch is. Weer en mieten de wereldheid. Wil jij nou ook bijdragen aan een autisme-vriendelijker Nederland in de beschrijving van deze video Lesje Hoep? We gaan echt de goeie kante op, maar we zijn er nog niet. Want er zijn nog genoeg mensen vandaag gedacht die te maken krijgen met de stigma en onbegrip. Ik denk dat als wel als maatschappijing iets meer zouden komen. We zouden kunnen accepteren dat iedereen anders is, iedereen verschillende uitdagingen heeft en verschillende talenten dat we veel verder komen met elkaar. Dat we er ook minder een probleem van maken als iemand anders is dat in misschien verwacht. Dank je wel, Racial Michelle voor jullie inzichten en jij bedankt voor het kijken of het luisteren. Tot de volgende. Hoi, ik ben Marijing van de Universiteit van Nederland. Jij weet dat de wereld niet zwartwit is. En wie met de ogen van de wetenschap kijkt, zie het namelijk meer. En begrijp beter waarom dingen zijn zoals te zijn. Wij willen die nieuwsgierigheid bij alle Nederlanders aanzetten. En jij kan ons daarbij helpen. De onze podcasten luisteren en je te abonneren op dit kanaal. Dus klik op die knop. Dan horen we ons voorzelf weer. Tot de volgende.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Autisme is geen kwestie van 'een beetje hebben'; het gaat om een fundamenteel andere manier van informatieverwerking, niet om enkele overeenkomende eigenschappen.
  2. Autisme komt niet alleen bij jongens voor; bij vrouwen en non-binaire personen wordt het vaak over het hoofd gezien door subtielere uitingen en camouflagegedrag.
  3. Mensen met autisme hebben wel degelijk empathie; ze kunnen alleen anders reageren, bijvoorbeeld door eerst na te denken over een passende reactie.
  4. De omgeving speelt een cruciale rol in het welzijn van autistische mensen; tijdens de lockdown knapten sommige jongeren juist op door minder prikkels en duidelijke regels.
  5. Onderzoek toont aan dat autistische mensen niet onveiliger zijn in het verkeer; integendeel, ze zijn vaak veiliger.

Summary:

Deze aflevering van Universiteit van Nederland ontkracht drie hardnekkige mythes over autisme. Ten eerste: niet iedereen heeft 'een beetje autisme'. Hoewel veel mensen zich herkennen in bepaalde eigenschappen, zoals prikkelgevoeligheid, is autisme een diepgaande, andere manier van informatieverwerking die het dagelijks leven aanzienlijk kan belemmeren.

Ten tweede: autisme is niet exclusief voor jongens. Bij vrouwen en non-binaire personen uit het zich vaak subtieler, deels door camouflagegedrag, waardoor zij pas later of helemaal geen diagnose krijgen. Ten derde: mensen met autisme hebben wel degelijk empathie.

Ze kunnen emoties van anderen juist heel sterk voelen, maar reageren mogelijk anders dan neurotypische mensen, bijvoorbeeld door eerst te analyseren wat een passende reactie is. De omgeving is van groot belang; tijdens de lockdown bleken sommige autistische jongeren op te knappen door minder sociale druk en prikkels. Dit toont aan dat aanpassingen in de omgeving, zoals duidelijke regels, veel kunnen betekenen.

Het Nederlands Autisme Register zet zich in voor een autismevriendelijker Nederland, bijvoorbeeld door de verplichte herkeuring voor het rijbewijs af te schaffen. De boodschap is: accepteer dat iedereen anders is, en vraag autistische mensen zelf wat zij nodig hebben.

FAQs

Nee, niet iedereen heeft een beetje autisme. Veel mensen herkennen zich in één of twee eigenschappen, maar autisme gaat over een combinatie van kenmerken die informatieverwerking anders maakt en kan leiden tot beperkingen in het dagelijks leven.

Nee, autisme komt ook voor bij vrouwen en non-binaire personen. Het wordt vaak minder goed herkend bij hen omdat ze zich beter kunnen aanpassen, wat camoufleren wordt genoemd.

Nee, dat is niet waar. Mensen met autisme kunnen wel empathie voelen, maar reageren soms anders of later dan verwacht. Sommigen beschrijven zichzelf zelfs als hyper-empathisch.

Camoufleren is het bewust of onbewust verbergen van autistische kenmerken in sociale situaties om zich aan te passen. Dit komt vaker voor bij meisjes en vrouwen, maar ook bij anderen.

Vrouwen krijgen vaak later een diagnose omdat het beeld van autisme gebaseerd is op onderzoek bij jongens en mannen. Hun symptomen zijn subtieler door camoufleren, waardoor ze over het hoofd worden gezien.

Nee, iedereen met autisme is anders. Autisme uit zich op unieke manieren bij elke persoon, dus je kunt niet één iemand als voorbeeld nemen voor alle autistische mensen.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.