De podcastaflevering van Waterland bespreekt de uitdagingen rond indirecte lozingen in Nederland. Dit zijn lozingen van afvalwater, vaak van bedrijven, die via het rioolstelsel uiteindelijk in oppervlaktewater terechtkomen. Het grootste probleem is dat rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn ontworpen voor huishoudelijk afvalwater en veel industriële stoffen (zoals PFAS, medicijnresten) niet kunnen verwijderen. Juridisch is het speelveld complex: taken en bevoegdheden zijn versnipperd over verschillende overheden, en de recente Omgevingswet heeft het bindend adviesrecht van waterschappen verder ingeperkt. Om meer grip te krijgen, heeft STOWA het Kennisnetwerk 'Grip op Indirecte Lozingen' opgericht. Dit netwerk richt zich op kennisontwikkeling en -deling, bijvoorbeeld via een risicogestuurde aanpak om prioriteiten te stellen bij de enorme hoeveelheid potentiële lozers. Praktijkexperts benadrukken het belang van intensieve samenwerking tussen waterschappen en omgevingsdiensten en van meer bewustwording bij bedrijven over hun chemische voetafdruk. Hoewel het aanpakken van indirecte lozingen essentieel is voor de waterkwaliteit, is het slechts één van de vele factoren om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen.
Welkom in Waterland, een totkast van watervorm. Marco Visser praat me tischrijken en maatijskoek over waterwetenschap en waterpolitiek in Nederland. Tisch is onderzoeker en pubisist over water en klimaat. Maatijs is Emiritus mogen leerhaar watervijen grijd aan het TU Delft. En waterkings kunnen we rustig slapen. Om de waterkwaliteit te garanteren, investeren we miljarden in suivering, normen en toezicht. Toch zijn er nog altijd ongewentse stoffen die in het oppervlakte water terechtkomen, bijvoorbeeld als een bedrijf afvalloost siatriol. De omgevingswet is duidelijk deze zogeheten indirekte lozingen belasten het milieu. Minder duidelijk is wat precies te taken en bevoegdheden zijn van gemeenten, provincie, waterschappen en x-waterstaat. Tijdens om beter grip te krijgen op indirekte lozingen. En hoe we dat gaan doen, daarover gaan we het hebben in deze aflevering van waterland. Ja, en tisch, dat doen we deze keer zonder onze eigen maatijskoek. Er hebben namelijk twee gasten die ik straks zal introduceren. En met maatijs erbij zou het wel heel erg vold worden, hier, maar ik voeg me af en tisch. We hebben het niet zo heel vaak over waterkwaliteit indirekte lozingen. En wat voor fiesigheid, denk jij dan? Nou ja, het is niet mijn kernactiviteit, maar ik volgens wel. En de eerste asiatie die ik had, was met het vuurwerk. Ik ben van een ziek tegenstanders van vuurwerk, onder argumenten die ik wel bekend zijn. En de eerste asiatie was al die fiesigheid die uit China were importeren. En erbij allemaal werelds in de in ons mooie watertrecht. Dat zou mijn openingsvraag zijn van een voorbeeld van een. Tot zover wil ik spreken het voorbeeld van de indirecte lozingen. Oké, er wel. Die houden we vast. Dan gaan we naar onze twee gasten namelijk. Twee experts die de Theorie en de praktijk van binnenuit kennen IJske Ranks, projectleider van het Kennensnetwerk, grip op indirecte lozingen. En hebben andere ascoops, senior-medewerker, toezicht en handhaving bij het waterschap, wegstromen en beleidt, adviseur. IJske en anders, hartelijk welkom. Dankjewel. -Hallo. Welkom. Nou, IJske, het is de eerste vraag al bedacht. Het vuurwerk dat bij oude nieuwe overal de lucht in gingen en weneerkomst is dat voorbeeld van indirecte lozingen. Ik kan hem dat zeker voorstellen, dat dat via afspoeling van regenwater, of vanaf de weg in het reel terechtkom. Maar ik denk dat andere als er misschien nogal meer inzijd in heet. Nou, het is eigenlijk iedere lozing, richting in het reel, niet direct op een opvlakte water of niet direct naar een watershijvering. Dat is in indirecte lozingen en dat zullen zeker stoffen vrijkol of via het regenwater die afspoelen via het wegdek. Ja, waar hebben we het vooral over, als we het hebben over indirecte lozingen, wij moeten dan vooral aandenken wat is het niet berobeld. Weiske? Nou, ja, eigenlijk wel wat de ander was al noemd, dus lozingen via het reel en die dan vaak via de reel watershijvering van een watershap die niet zijn ingerecht om al die stoffies eruit te halen, dan op het opvlakte water terecht kunnen komen, en als het over indirecte lozingen hebben, dan hebben toch wel vaak over bedrijfslozingen. Dan komen ook voorstellen dat er een flinke groep misschien wel illegale lozingen is, maar ook die visillozingen, dus bijvoorbeeld lozingen uit huishoudens, afdat afpullen de regenwater, kunnen we ook als in directe lozing bestempelen. En wat is in directe lozingen is een lozing die direct zonder tussenkomst van het reel naar het opvlakte water gaat. Ja, afraad. Ja, ja, ja, ja. En we hebben vooral de directe en die indirecte lozingen zich tot elkaar in volume, in probleemen die ze geven, Roych. Ja, over het algemeen hebben we toch de indruk dat die directe lozingen ietsje beter geregeld zijn, dan komt ook, ja, dat is wel duidelijk de bevoegteidsverdeling, dat zijn meestal de waterqualiteidsbeheerders die er over gaan. Dus voor regionale water zijn dat dan de waterschappen, voor de grote water, de reikswaterstaat. En met indirecte lozingen hebben we daar helaas echt een stuk minder zicht op, en we denken ook dat het dan toch vaker gaat om kleine de lozingen. En die lozingen vinden dan plaats in een heel kluwe van de riollstels, of dus het is best wel ingewikkeld om daar grip op te krijgen. In hoeveelheid, ja, op dit moment denken we dat bijna niet alle bedrijsactiviteiten en contorpant dat zal wat minder belangrijk zijn, maar dat er toch wel een hele hoop bedrijsactiviteiten mogelijk in directe lozing zijn. En dat hoeft dan niet voorginingplichtig te zijn, maar dat kan wel een bijdrage leveren. En dat gaat dan natuurlijk om jebelastingen te gaan om extra werk voor de suifringstelatie stel ik me voor. Andras kun je aangeven wat het probleem gezies is van indirecte lozingen, en hoe een genthat probleem is. Ja, dat kan ik wel aangeven. Het water van indirecte lozingen wordt in de meeste gevallen afgevoerd na een riollwaterseufringstelatie. Zon riollwaterseufringstelatie is eigenlijk een hele simpule, mechanische, biologische en vervolgens bezinkstap. Dat is echt gemaakt om huishoudelijk afval water goed te suiveren, dus aan de vastvaten en de nutrient, de verwijderen en de onopgelost te stoffen. De platgeslagen in noemde altijd pispapier en poop en met papier bedoel ik dan weer zeepapier en dat is een stelatie prima in staat om te verwijderen. Alled in Nederland hebben wij het in onze wedteregevingen ook geaccepteerd dat het best wel veel afvalwater van bedrijfsactiviteit en geloos mag worden op het veel waterioll. En dat betekent dat het water op die riollwaterseufring terechtkomt wat eigenlijk, maar een simpule zuivringstap is en dat er dus heel veel stoffen zijn die die waterseufring niet kan zuiveren en die dus wel eens waarin verdunde maten of het oppervlakte water terechtkomen. Ja, dus. - Ja, misschien ook interessant om te noemen dat bij sommige zuivringen zelfs geldt dat zo'n indirecte lozing dat hele proces kan verstoren. Dus er zijn voorbilden en dat zijn denk ik met name er wat kleine de zuivringen, maar die hele biologische werking eigenlijk verstortbaar raken door en ja aanzienlijke indirecte lozingen van bepaalde stoffen. Dus daar zit ook zeker nog een probleem voor waterschappen. In het tweede systeem, wij hebben in Nederland dus elke bedrijf dat iets loos moet in principe dat helemaal zelf van zorgen dat dat dat vanaf voldoende kwaliteit is. Dat is het systeem dat wij hebben, dus het riollwaterseufring en het laatste zijn in principe alleen maar voor huis aan het Goddevisie niet eens. Ongelooflijk, ja. Ja, in principe zijn, is klopt dat zo, maar we staan eigenlijk best wel heel veel bedrijsafvalwaterlozingen toe om onze. kommuniale riollwaterseufringen en die gebouwd zijn voor het verwerken van huishoorlijk afvalwater. Als we dan kijken naar stoffen, zoals zeer zorgwerkende stoffen, dat is een. zamer, een pakstof van verschillende stoffen die we aan categorie hebben gegeven, maar ook karenweer stoffen, p-fassen, microplastics, medicijnresten. Ja, dat zijn toch echt stoffen dat als je die aanbeeld pakken, dan zou je dat het liefst bij de bron doen. En een bedrijsafvalwaterlozing is zo'n bron. Ja, misschien nog aanvullend. Inmiddels is er wordt er wel gewerkt aan een herziening van richtlijnstelijke afvalwater. En dat betekent wel dat waterschappen ook extra stappen moeten gaan nemen, maar dat richt zich met name nog op. en de medicijnresten, dus wat meer de huishoudelijke beroemen. Maar dat geeft zeker ook organcie voor waterschappen om meer zicht te krijgen op die indirecte hosingen? Ja, het stoa, het kenniscentrum van waterschappen, even met omgevingsdienstenhel besloten, tot een kennis-netwerk. grip op indirecte lozingen, de vooral bedoeld om kennis toezicht en handhavingen rond indirecte lozingen te versterken. Iske, jij bent projectleider, wat doet het kennis-netwerk? Precies? Ja, en in eerste instantie is stoa van kennis, dus ik denk dat er een flink wat uitdaging. je zijn rond in directe lozingen, dat gaat niet alleen over kennis, daar kan anders ook nog meer over toelichten. Maar stoa is, net heeft echt, onze rol om kennis te gebruiken om de uitvoering te helpen, dus. van belangrijk deel proberen we die kennis-uitwisteling te faciliteren in eerste instantie onder waterschappen. Maar we zien er in de laat omgevingsdiensten ook als belangrijke partner. Dat doen we dan bijvoorbeeld middels-symposium-jarlijks. We doen dat middels een spreekuur, dus hebben we nu maanlijks een spreekur voor waterschappen. En daar kunnen waterschappers laag drenpelig hun problemen uitwistelen, dus ook in een veilig omgeving. Er worden veel hulpvragen gesteld en we laten er een aantal goede voorbeelden zien. En daarnaast werken we met omgevingsdiensten aan een kennisbank. Dat is echt, dat focus zich dus allemaal een beetje op het verspreiden van de kennis. En daarnaast zien we ook dat kennis belangrijk instrument kan zijn, dus ze werken ook aan het ontwikkelingen van kennis. Je ziet, en daar heeft anders ook een mooi voorbeeld van. Je ziet steeds meer organisaties die meer proberen een soort van teoretische risico benadering te ontwikkelen. Als we weten dat naar der zijn waterschappen waar ongeveer 500-duizend mogelijke bedrijfsactiviteiten zijn, die in probleem zouden kunnen vormen. Waar begin je dan? En dus er wordt nu heel veel gewerkt aan eigenlijk het kopelen van. ja, kamer van kophandel data aan milieubelastende activiteiten. En die dan weer middels bijvoorbeeld RIVM database is te kopelen aan stoffen. Om zo inzichte krijgen, in wat is nou, waar moeten we als eerste onze aandacht naar uitlaatig gaan, of hebben we deze bruinisch welke stoffen kunnen we daar verwachten. En daar wil stowa opop inzetten om inzichte krijgen, welke tol zijn er nou en hoe kunnen we die. eet wel uniformeren en op de beste meer inzetten? Dit wordt een lang antwoord hoor, het raakt best. Dit was heel duidelijk. Gelukkig, meer en meer gemeten ook. Wat vinden we nou daadwerkelijk bij het effluent van de suyving? Dus dat was het losen, wat komt er eigenlijk binnen aan stoffen? Wat is dan problematisch in het oppervlak te water? Maar er wordt ook steeds meer gemeten in die waterketen, dus in die reolering en bij de bedrijven. En dan denken dat er enorme meer waar de zit om die dat allemaal bij elkaar te doen. En om daar op een slimming manier met fingerprinting te gaan werken. Nou, dit zijn nou typisch toffen die bij huishoudens kan verwachten. Dit zijn nou typisch bijweg als pooling. En voor een aantal brandjes, en daar is ook heel veel behoefte aan. Met name in de vergunningverleningen toeziet een handhaafing uitvoering. Wat zien we nou bij bepaalde brandjes? En ja, eigenlijk richting een soort van informatiepladen. Anders, wat zie jij dan in de dagelijks partijk? Nou, in de dagelijks partijk kom ik veel bij bedrijven. En ben ik aviseer van de toeziethouden van de omgevingsdienste als het gaat indirekte los. Nou, ondersteunen wij als waterschap of iets in. En die omgevingsdienste die hebben veel bij een bord. Bodem, lucht, geur, geluid, licht, trilling, externe veiligheid. En dan moet water toch wel een afval water wel een echt specialisme. En dat is best ook wel een stukje uitmoeting. Met de appartueer, bij monstrijdmetelen, kennis van zuivaringstechnieken, vakbekwaar met monsternemers, maar ook kennis om die data die je dan krijft op te interpreteren. En die omsteunen de omgevingsdienste, die namens de provincie en de gemeente, de rol van bevoegersag uitvoerhaals, het gaat om de VTH-taken op het gebied van milieu. En als waterbejelen zijn we dan ook echt ingericht om dat toeziethouden. En ik heb dus ook een bus met allerlei monsten flesen bij me om die monstrijd ook te nemen. En bij de omgevingsdienste is dat in niet de allergengevallen al optimal ingericht. Dus die samenwerking is heel essentieel. Ja, ja, klinkt ook wel als of theme van indirekte lozingen. Wat is omgeven door juridische onduidelijkheid, zou je kunnen zeggen? Dat gaat het om taken en bevoegd heden. Wie van jullie kan het een helder uitleggen waar dat precies vrienden? Hij is gehaald als. - Ik kan beginnen, maar ik merk dus. Hij heeft een beleidshoud suzerwaterqualiteit geweest. En ik merk bijvoorbeeld al, ze m'n ander al spreekt dat dit zo'n vak apart is. Hij heeft 15 jaar valing erin en ik merk dan zo'n zo van iets wat voor hem natuurlijk is, heb ik moeite mee. Dus je ziet dat die wetgeving enorm geconcliseerd is en aan elkaar hangt van. heel veel verschillingen, bepalingen, besluiten, instrumenten, handboeken om. tot goede uitvoering te komen. En we merken dat dat met name bij. ja, toch de mensen van zuiveringen, van waterqualiteit, strategisch beleidsadviseurs, soms ook bestuurderst, dat dat best wel wat onduidelijkheid kan geven. Dus daarmee hebben we samen met omgevings dienst en elvenuitstoren opdracht te geven, omdat duidelijk op te schrijven. En daar is Peter de Putter, en toch wel landelijk bekend, milieu juist, is daar nog best wel even mee bezig geweest, dus dat schetsst ook wel hoe ingewikkeld dat is. En voor een aantal taak is het duidelijk, maar daar blijven ook nog rollen, in die we echt moeten gaan infullen, dus er zit ook grijs gebied in. Ja, en als ik eisje daar en dan even op aanmaffullen met een voorbeeld uit de praktijk, omdat dat leeft dan meer, ik werk in een waterschap, grensend aan het uitfland, waar 23 gemeenten zijn, ik in twee provincieswerk, waarbij ik samen moet werken met 5 ongevings diensten en daarnaast nog voor de mijnbouwactiviteit en staatstoezicht op te meine heb. Dat geeft al aan dat een stukje governance complexiteit is, omdat je met heel veel partijen die samenwerking moet hebben, waarbij je verschillende type bedrijven hebben, de ene is meldersplichtig, valt onder algemene regels, de andere is vergunningplichtig, als het een hele complexe inrechting is, bijvoorbeeld die onder de reglijn industrielle emissies valt een rivierbedrijf of een cv-zoinrechtingbaar aan extern veiligheid, vaak risico's, klever, daar zijn in een weer gespecialiseren omgevings diensten. Quarton, het is een heel bond speelveld van spelers die actief zijn en operereer in F40-Adomijn als het gaat om toezicht op lozingen van half al water en ook indirekte lozingen. En die verbindingen die samenwerking goed met elkaar vinden, dat is best wel heel complex. En daarnaast hebben we nog wet en regelgeving die best wel complex is. De waterschappen staan aan de lat voor de goede chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlakte water. En het doelmatig beheer tegen de laafste maatschappelijke koste van de rioewaterzuivaring. Alleen, het is dus heel belangrijk dat je grip hebt aan de voorkant wat er binnenkomt, alleen die bevoegd heden die ontbreken bij de waterschappen. En de laatste jaren en in 1970 hadden we de weveel. En toen kwam er in 2010 de wabel, dan hadden de waterschappen nog een bindend afvies op de vergunninger als aangehaande lozingen. En we zijn nu bij de omgevingswet die recentelijk in werking is getreden. En dan wel, ook al wel weer een poosje. Maar daar is het bindend afvies ook uitverwijden. Dus we staan voor grote uitdagingen als waterbeheerders. Maar eigenlijk zijn de instrumenten die we krijgen om te sturen, worden steeds minder goed. Dat er wel veel druk op de kaar wee zit, dus tocht is dan wel teleurstellend. Ja, je wordt vanuit gedaan, die overreden goed samenwerken. En dat proberen we ook zo goed mogelijk. Maar omdat er dus best wel wat fragmentatie is in franvordelijkheden, ik noem de net al even, ik noem dat het aan het gov van mensen complexiteit, kost dat best wel heel veel energie. En als het dan juridisch, als Peter de Putter, als van een vakurist, meer dan een dag nodig heeft om uit elkaar te schrijven. Hoe lozingen van afval we hadden juridisch georganiseerd zijn, maar geeft dat denk ik al wel duidelijk weer dat dat voor een leek of voor een bedrijf, of voor een burger of voor een bestuurder, best wel heel moeilijk te de gronden is. En hoe zit het nou precies met de rol van de stoa, want de stoa is een kenniscentrum, een kennisclub, en zit er dan organische toerische issues nou wel of niet ook bij de stoa. Dat beeld dat, nee, ik kies dan nee. In principe hebben we die verdeeling wel heel duidelijk gemaakt, dus de unie van waterschappen, die is als vereniging van de waterschappen, meer verantwoordelijk voor beleid en lobby. En die bevandert zijn natuurlijk wel heel close. Ik moet ook zeggen dus die factie die we hebben laten ontwikkelen, ook niet voor niks en factie, dit gaat over de feiten. En had dus waar beleids ruimte zit, dat is niet meer waar stoa we eigenlijk over zou gaan. Daarom funkt ook belangrijk om te noemen dat wij ons vooral richten op die kennis-komponente als slimma-instrumenten om de ondersteun in de uitvoeding, excuse's. Ja, en het factie voor de duidelijkheid is het factie dat je op de website van stoa kunt vinden. Ja, dus dat is het factie. De ontwikkeldeplet in de putter, maar in duidelijk uiteing gezet wordt, wat zijn nou de bevoegdheden, taken en de rollen van de verschillende overheden, als het gaat over indirekte losing, niet alleen overheden, maar ook de lozer zelf natuurlijk. En kan je nou stellen dat in die lozerie, dat is eigenlijk gewoon het KRW-probleem, want die reawaterzuivings is laatst het die vallen onder de vervoerlijkeheid van het wasschap, nou, je hebt wat medicijn, rechten, resten en die vierde zuivringstappen voor de rest, dus de lamer PPP, en de essentie dat die bedrijven, en dat vuurwerk, en een allemaal luidië-actie-sylapsen zo, dat is het een keer van probleem, of is het jaren art niks voor de eisker? Nou, ja, dat is misschien meer mijn persoonlijke insgrotting, dat zal regionaal heel, heel erg verschillen, maar ik heb sterk met twijfels dat we als we alle vergunningen op orde hebben dat we de KRW dan gaan halen, want dat gaat natuurlijk over een hele hoop andere zaken. Dat gaat ook over uitspoeling, uit bodem, verveld grondwater, luchtvervuiling. Nee, dus ik lood niet dat indirekte losing de oplossing zijn, ik lood het KRW, ik lood het met diek. Nee, nee, nee. Dus een heel essentieel onderdeel, de chemische kwaliteit van het oppervlakte water, om ook voor de biologie goede omstandigheden te kieëren, maar dat zijn heel veel, dan noemen we sleutel factoren die sturen op de KRW en de chemische kwaliteit van het water, oppervlakte water is daar een heel belangrijk punt in, maar zeker niet het enige punt. En dat zegt niks over dat dit gewoon op orde moet zijn, natuurlijk. Maar de KRW is eigenlijk ook nog best wel een beperkte groep stoffen. Als we kijken naar zijn nu volgens mij 45 prioriteren stoffen, dan nog een aantal specifiek verondreinende stoffen heet dat geloof ik. Kom je op 120 ongeveer. Nou, er heeft INW nu 42 van uitgekozen die dan problematie zijn, maar als je kijkt naar de lijst met seersorgenwekkende stoffen, waarvan we weten dat ze schadelijk zijn voor mensen en natuur, dus die bijuitstekken al uit de levengeving gemeden moeten worden, dan hebben het over 1400 stoffen. En je merkt ook dat de KRW is denk ik een goeie start, maar uiteindelijk gaat het over de complete toxiciteit van losingen. En wat natuurlijk wel mooi is om te zeggen is dat er sinds kort ook een self-assessment toel is voor bedrijven. Voor de KRW, dus dan kan een bedrijf zelf aangeven welke activiteiten die heeft. En dan kunnen ze zelf kijken van welke impact heb ik op de KRW. En dat is natuurlijk een heel mooi middel. En soms kom ik ook bij bedrijven als toezicht houden en dan kijk ik naar productinformatieblade van jullie gebruikende deze producten. En dit komt in het water terecht, afgelopen water terecht. En dan zijn ze zich er ook niet altijd van bewust. Dus ik denk ook dat het heel belangrijk is dat die toezicht houden, die veel bij die bedrijven lopen, dat die ook goede chemische stofkenners hebben, kenners hebben over die productinformatieblader. En dan ook een stukje bewust worden, KRW, bij die ondernemers, want het is niet altijd het niet willen aanpassen, maar soms is het ook al gebrek aan kenners bij de bedrijven, een stukje awareness bij de bedrijven KR. En vanuit daad het dialog samen gaan van is dat producten vervaren door een product die dezelfde werking heeft, maar veel minder milieureschadelijk is. Ja, als dat kan, dan heeft de bedrijf daar geen enkel bezwaard tegen. Maar soms is het heel even met frisse ogen naar zo'n bedrijfkijker, met een QSAe's, zomete werken die echt over de en variomentel deel gaat. Het gesprek aangaan en dat zijn de echt wel kansen om aan de bron stoffen te saneren. Als ik jullie zou vragen, hoe, hoe, hoe, laat het nou de beste manier om grip te krijgen, of die in directe lozingen? Wat zeg jullie dan? -Ijske, heen, anders. Ja, ik denk toch treoriteeren, dus ik heb het een paar keer genoemd, maar door meer als een detective te werken gaan, we kunnen niet overal alles meten, we moeten. We moeten risico gestuurd, een aantal activiteiten, brandjes gebieden, eruit halen en daar zijn we dus nu wel gelukkig met bezig naar slimme toel voor het ontwikkelen, omdat we gaan doen. En daarnaast is die samenwerking enorm, enorm belangrijk. Ik heb het lange tijd misschien ook wel als een hindernis gezien, dat die bevoegd heden zo verdeeld zijn, maar dus het misschien ook wel een kans in. Juist om elkaar vanuit verschillende expertise te gaan ondersteunen. Ja, dat je eigenlijk wordt gedrongen om samen te werken. -Ja. Ja, anders. -Ja, als ik specifieke kijk, zeg maar dan voor mij rol, toezegd houden, maar daarnaast ook, zeg maar, het werkt wat ik. als ze offspoor is aan te naduwen voor de openbaar ministerie, dan denk ik dat we ons veel meer moeten focusen op bronaampak in plaats van End of Pike. We moeten de kansen die echt bij iedere milieu belastende activiteits zijn aan de bronaampage om te zorgen dat die stoffer überhaupt niet in het water te afwaten, het recht kon. Daarnaast noemden we eiskal even, we moeten veel meer data gedreven, risico gerecht en gepreeriteerd gaan werken. Dat betekent wel dat we data dat hier op orde moet zijn, dat we allemaal via dezelfde standaarde moeten werken, dat die systemen met elkaar interoperabel zijn, dat data uitgewisteld kan worden via koppelingen. En verder moeten we zorgen dat we als waterbeheerders en omgevings diensten veel betere strategische data-positie krijgen, dat we de data van afwaten, wat geloost wordt bij verdrijven en de data van onze zuivringen en de data van onze openvlakte water-systeem, dat we die veel beter combineeren. En daarnaast staan we ook nog wel voor de uitdaging dat er best wel veel vergrijzing is. Dat betekent er gaat heel veel kwaliteit in kennisloop te komen in de jaren de deurheid. Dus het is heel belangrijk dat die kennis en kunde goed wordt overgedragen naar toekomstige generaties, nieuwe mensen. En dan hebben we de samenwerking tussen het bestuurs en de strafrecht. Dus ik zeg maar de toezicht houden en de strafrecht keert in de ofspooringsantenaar. Er is heel veel data-fagmentatie. Er is heel veel data bij partners, ELNT, NVWA, omgevings diensten, waterschap, reikswaterstaat. Maar we werken allemaal in onze eigen systemen, waardoor die data-positie eigenlijk niet goed op orde is en dat er ook bedrijven die helaas moet willen het vodoen niet bovenkomen drijven. Daarnaast ga ik aan van die bij de introductie. Ik ben ook actief op het gebied van beleid. De uitvoering en het maken van beleid, dat is iets waar echt een hele goede brug moet worden geslagen. Zodat we in de uitvoering goed aangeven wat ombrekt ons aan instrumenten en aan het beleid, is maakens goed aangeven van is het geen wat bedacht wordt uit voerbaar. Voor de rest moeten we goed gaan samen werken als vv.a. organisaties, waarbij de odeers en de waterschap en een hele belangrijke partner staan. Je moet als gelijkige sprigspaar naar bij die bedrijven aan tafel komen. Dat betekent dat kennis goed op orde moet zijn van de mensen. Misschien is het wel heel verstandig, want als ofspooringsantenaar moet ik die jaren examen doen om mijn vaak bequaanheid aan te tonen. Maar als toezegd houden of als vergunning verleden of je dat niet. Dus ik zou het best wel interessant vinden om te ontdekken of we niet naar een permanente hem bijscholing zouden moeten ook voor die functie. En voor de rest in verinnovaties heeft heel veel mogelijkheden en kansen. En die kansen gaan we ook benutten. Maar gaan we met het waterschaphuis met het stoa. Gaan we alle leidprojecten doen? Dit jaar data gedreven werken. En dat gaan we ook uitdraallen over Nederland. En ik denk dat dat ontzettend veel kans erbiedt, om beter grip te krijgen op indirecte lozingen. En daarmee bij te dragen aan de kaderregelijn waterdoolen die er staan voor 2007-20. Nou, Tiefje, wij hebben veel geluid volgens mij. Wat een straal, hoor. Wat viel voor jou op? Nou, wat net in mijn open was dat ik toch wel zou willen zeggen dat ik het nog wel een veel complexe dossier voor je terwijl te veiligheid. Daar worden de nerk moet je ook risico gestuurd. En dat draait best wel goed. Dus zo, beer, en dan heb ik ook best wel. Maar ja, er veel, de onvang van jullie dossier is, maar vind ik wel indrukwekkend hoor. Wat ik zeg, ik volg het. Maar als ik dat dan niet zo iets te betel, soms denk ik wel eens van 'Garzaak' met haar muziek. Ook is het keer naar die watercollectaid gaan. Ja, maar dat burt wel even voor dat je daar goed is. Ik heb echt heel veel respect voor het belangrijke werk. Dat wil ik vooral. Ja. En nogmaals, hoe complex dat is. Ik vind dat wel elkaar wel een beetje moeten. Er zit altijd zo'n de zweepover bij dat KRW weet je wel. Als ik die kamer de bat zou zien, het is zoveel en zo hard. Mogen ze ook een beetje begrip hebben, dat het gewoon een complexe moeilijk dossier is. Nou, ik ben blij dat we dat hebben kunnen overbrengen, want de mensen die in dit domijn werken, die werken al jaren enorm, enorm hard, en die kunnen echt alle hulp gebruiken. Maar ik ben nou veel respect. Dat is moeilijk, denk ik. Ik vind het heel interessant, broep. We hebben heel veel mensen aan de bed nodig om deze complexe situatie toch om daar geerbouw te krijgen. Dus vanuit de welkom bij ons in de branche. Nou, heel veel succes. Mooie. Ders kerenks en anders koops hadden we het dank voor jullie heldere uitleggen, jullie inzichten en tishij ook bedankt natuurlijk. U luisterde naar Waterland een podcast van Watervoeren. Mede mogelijk gemaakt. Doek in de centrum stoeien. Volgende keer zijn we er weer met Matthijskok. Gaan we dan. Dank jullie wel. Normaal's. Beste luister haar dank voor het luister. Waterland werd gemaakt door Lommen van Ré, Marcofizer en Tishelijken. Voor Watervoeren en ACREMEDIA. Steun, onafhankelijk waterjunustiek in Nederland en neem een watervoeren premium ornament op www.watervoeren.net.
Podcast Summary
Key Points:
Indirecte lozingen (via het riool) vormen een complex waterkwaliteitsprobleem, omdat ze stoffen bevatten die rioolwaterzuiveringsinstallaties niet kunnen verwijderen.
Er is onduidelijkheid over taken en bevoegdheden tussen overheden (gemeenten, provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat), wat de aanpak bemoeilijkt.
Het Kennisnetwerk 'Grip op Indirecte Lozingen' van STOWA faciliteert kennisuitwisseling en ontwikkelt instrumenten voor risicogestuurd toezicht.
De samenwerking tussen waterschappen en omgevingsdiensten is essentieel maar complex, mede door versnipperde wetgeving zoals de Omgevingswet.
Indirecte lozingen zijn een belangrijke, maar niet de enige, factor voor het halen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen; bewustwording bij bedrijven is cruciaal.
Summary:
De podcastaflevering van Waterland bespreekt de uitdagingen rond indirecte lozingen in Nederland. Dit zijn lozingen van afvalwater, vaak van bedrijven, die via het rioolstelsel uiteindelijk in oppervlaktewater terechtkomen. Het grootste probleem is dat rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn ontworpen voor huishoudelijk afvalwater en veel industriële stoffen (zoals PFAS, medicijnresten) niet kunnen verwijderen.
Juridisch is het speelveld complex: taken en bevoegdheden zijn versnipperd over verschillende overheden, en de recente Omgevingswet heeft het bindend adviesrecht van waterschappen verder ingeperkt. Om meer grip te krijgen, heeft STOWA het Kennisnetwerk 'Grip op Indirecte Lozingen' opgericht. Dit netwerk richt zich op kennisontwikkeling en -deling, bijvoorbeeld via een risicogestuurde aanpak om prioriteiten te stellen bij de enorme hoeveelheid potentiële lozers.
Praktijkexperts benadrukken het belang van intensieve samenwerking tussen waterschappen en omgevingsdiensten en van meer bewustwording bij bedrijven over hun chemische voetafdruk. Hoewel het aanpakken van indirecte lozingen essentieel is voor de waterkwaliteit, is het slechts één van de vele factoren om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen.
FAQs
Indirecte lozingen zijn lozingen die via het riool naar een waterzuiveringsinstallatie gaan, in plaats van direct op oppervlaktewater. Dit omvat vaak bedrijfsafvalwater of afspoeling van regenwater met verontreinigingen.
Directe lozingen gaan rechtstreeks naar oppervlaktewater en zijn beter gereguleerd, terwijl indirecte lozingen via het riool gaan en minder zichtbaar zijn. Indirecte lozingen zijn vaak moeilijker te controleren en kunnen meer problemen veroorzaken.
Indirecte lozingen bevatten vaak stoffen die waterzuiveringsinstallaties niet kunnen verwijderen, zoals microplastics of medicijnresten. Deze komen daardoor alsnog in oppervlaktewater terecht en belasten het milieu.
De verantwoordelijkheid ligt bij een complex netwerk van partijen, waaronder waterschappen, gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. Juridische onduidelijkheid maakt samenwerking en handhaving vaak lastig.
Het kennisnetwerk faciliteert kennisuitwisseling tussen waterschappen en omgevingsdiensten via symposia en spreekuren. Het ontwikkelt ook instrumenten, zoals risicobenaderingen, om prioriteiten te stellen in toezicht en handhaving.
Bedrijven kunnen zelf beoordelen welke impact hun activiteiten hebben op waterkwaliteit, bijvoorbeeld via een KRW-zelfassessmenttool. Bewustwording en het gebruik van productinformatiebladen helpen bij het identificeren van risico's.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.