De Grote Markt van Brussel is een architecturaal meesterwerk dat door de eeuwen heen vele historische gebeurtenissen heeft meegemaakt. Victor Hugo, die hier in ballingschap verbleef, beschreef de plek als een wonder, en zijn woorden benadrukken de schoonheid van de gevels, vooral die van de gildehuizen. Deze huizen werden echter herbouwd na het verwoestende Franse bombardement van 1695, dat de stad in een vuurzee veranderde en bijna alles vernietigde, behalve het stadhuis. Het stadhuis, met zijn iconische toren die Hugo vergeleek met de spits van Chartres, overleefde en bevat zowel een oudere vleugel als een nieuwere vleugel waarvan Karel de Stoute in 1444 de eerste steen legde. Rond dit stadhuis spelen verhalen van helden en intriges, zoals die van Everaard t'Serclaes, die in 1356 Brussel bevrijdde van de Vlamingen en later op gruwelijke wijze werd vermoord door Zweder van Abcoude. Zijn standbeeld herinnert aan deze daad, en de traditie zegt dat het strelen van zijn arm geluk in de liefde brengt. Daarnaast markeert het riddertoernooi van 1452, waar Karel de Stoute zijn eerste overwinning behaalde, een keerpunt in zijn leven. De Grote Markt is dus niet alleen een visueel spektakel, maar ook een plek waar de rijke en vaak gewelddadige geschiedenis van Brussel samenkomt, van middeleeuwse heldendaden tot de herbouw na een ramp.
[muziek]
Ha, ik ben nog eens op de grote markt in Brussel.
Dat is altijd de moeite, het is niet moeilijk hè, je stapt af in Brusselcentral,
twee, drie, vierhonderd meter lopen en hopla.
En elke keer blijf ik mij verbaas over die architekturale prachtig.
Ik zoek naar de juiste woorden om te beschrijven wat ik hier zie,
maar waarom zou ik zoeken als je Victor Hugo hebt?
En de grote Franse Schrijver wonde een hele tijd op de grote markt hier dus.
In 1852 was dat tijdens zijn balingskap en luister even wat die toenschrijf.
De grote markt, dat gewoon plaats, is een wonder.
Op drie a vier huizen aan, die door moderne kwasten bedorven zijn,
zie je alleen maar gevels, die een tatum zijn.
Een kostum, een stroven, een meesterwerk.
Vind u dat ik soms wat lyrisch ben?
Dan heb je Victor Hugo nog niet gelezen, maar kijk, er is geen woord van gelogen.
En de prachtige gevels waar Hugo het overheeft, zijn die van de ambachtzuizen.
En je hebt het huis van de kramers, dat van de schippers, de schrijenwerkers,
wat kijk ik heb, kus rond, de kruipers, de pakkers,
he, huis, de kraaiwagen, bijvoorbeeld.
Het was dus pronkelijk het gilde huis van, en nu komt er een terp dik.
Waarvan ik helemaal niet erg vind dat ik hem even kan laten vallen,
het gilde huis van de vette warriers.
Dat waren de vetsmulders, de gene die vet waren verkocht,
dus was poterkas, worstolie kaarse.
En ik kom als u even dichter bij mij bekomst aan.
En als u mijn vinger volgt, en ik heb het hier echt over mijn vinger,
dat is serige past, dan valt er iets op.
Dat is al meerdere mensen opgevallen.
En de enkele van de standbeelden op die geefels,
die lijken naar elkaar te wijzen.
En waarom ze dat doen?
Dat is het andere van allerlei gindes.
Maar in elke versie van al die vrouwen die er over verteld worden,
komt het er altijd op neer.
Dat die standbeelden, en of andere schuld, van zich willen afschraven.
En volgens het meest bekende vrouwen,
gaat het vingerwijze over. Ja, kom nu maar echt heel dicht staan over wie verantwoordelijk is,
voor de zwangerschap van een vrouw.
En de edelman op het brauursuist, daar links van het stadhuis,
die wijst naar het beeld van een ambachtsmand,
die aan de overkant staat op het gebouw rechts van het broodhuizen,
die ambachtsmand, duit op zijn buurt, een bischop aan,
die zijn hoofdbaag, precies of je schuld bekend.
Hij staat bovenop het huis in de vast.
Nogma, Victor Hugo, die naar Brussel was gevlucht met zijn in haar is,
bleef hier vanuit Brussel, trouw, brieven schrijven naar zijn vrouwen.
Hij, om af aan, Victor Hugo moet absoluut zonder enige twijfel
van dit spelletje, van naar elkaar wijzende mansfiguren hebben gehouden.
Nu als hij staat en je staat je te vergapen aan die architekturale prachtbezevd,
dan dat wat wij zien al bij al redelijk recent is,
dat het datteert van een herrobouw.
Dat heeft aanal te maken, laat ze er nu goed,
met een legendaris vreselijk, onvergetelig fransbombardement.
En op 13 augustus, 1695 waren de troepen van de zonakoning,
gladlijkt verdienden en de franse goning die er van dromen.
Normaal die lachen landen aan Frankrijk toe te vroegen.
Hij zou tot in Utrecht graak en dat is een andere vrouw.
Hij staat hier met zijn troep op 13 augustus, 1695 en hij begint Brussel te bombarderen.
Het is de meest vernietigende ramp uit de geschiedenis van de stad.
En het was niet alleen vernietigend op architekturaalvlak.
Het aanvallen van een burger doe iets zonder grote militaire betekens,
wat zelfs in die tijd tegelijkertijd ook al gewoon een humanitaire schande.
En tot bijna op het allerlaatste moment dat het Brusselse autoriteiten erin geloofd,
dat het wel niet zo ver zou komen en dat het ergste vermeden zou kunnen worden.
Oké, zouden gezicht te rustig blijven, maar thuis, situa, water, ketels, klaar,
als het ervoor dat er hier een daaraan brand uitbrekt.
Wel, dan kunnen we dat misschien wel bloezen.
Maar als puntenje bij Paltje kwam, vleek dit veel te weinig,
was het echt daalde die bommen met zo'n kracht en veel voeligheid neer,
dat iedereen vluchte en alwaar naar de bovenstad ik zet.
Hier is de Nederlandermerk, dat was de benedenmarkt.
Ze trekken naar boven en als ze overboven hebben in Brussel,
dan heb ik het natuurlijk over de Koudenberg.
En het park rond het Koudenberg-palijs,
het tapalijs is trouwens de inzet van onze volgende tijdrijs.
Maar kom, we zitten dus in Augustus 1695,
met een bieberende machteloze massa in de schadeu van het Koudenberg-palijs,
bovenop de Koudenberg, terwijl in Tussen het centrum van Brussel,
veranderd in een zingende vuurse.
De gemiddermacht is het hele stadzaart een grote, monumentale, brandende vakkel geworden.
Ik kuts zich wel inbeelden dat dat een onrovel defect heeft gehad,
dat het aansicht van de stad in grijpend gewijzig is geworden,
en laten we ons nu concentreren op de grote markt alleen al.
Dat stonden voornamelijk houdt de huizen.
En ja, eigenlijk kun je zeggen dat de brandgeplustof, gesustof, uitgedoft was,
dat er hoop en al een aantal gevens over eindstonden.
Die werden vervangen, dus eind 17, de begin 18e, eu na 1695 kortom,
door nieuwe huizen, stenen huizen toch wel belangrijk in Baroque-stelven.
Die gilde huizen, die we hier met die geweld,
gegevens die we hiervantaag nog allemaal kunnen aanschouwen, alleen.
En dat is toch ongelooflijk in.
God zei, daarnaast had ik niet eens deze aflevering van stuiten, schoenen, potkast kunnen maken.
Er is een gebouw dat redelijk al bij al dat bombardement dat overleefd loktelde veel.
Het stadhuis, het is een wonder, het is een voorkombe wonder,
dat dat stadhuis eigenlijk nog ongeveer over eindstond,
want dat was dat stadhuis, dat net het vernaamste doen,
het was geweest van het Franse bombardement.
Wie het neemt niet weg, heerlijk is eerlijk en mijn hart bloed,
mijn kunstaart bloed, als ik er aan denk,
er is één onvergetelig toen al wereldberoemd, neesterwerk dat,
zie ik bewomp in het stadhuis dat toen in de vlamm is opgegaande raakend straks nog over,
hebben eerlijk het doeld, maar als we hier staan,
we kijken naar de gevelsde huizen, al de grote markt van Brussel,
dat is enkel het stadhuis, dat is, is dat het enige gebouw dat nooit datteert uit onze
progrondische periode, meest specifiek de 15e eeuw, dat gebouw ja,
is natuurlijk het absoluutte meesterwerk van deze grote markt,
het ik niet alleen ik, heb hier met open mond staan staren,
maar ook onze correspondente te 19e eeuw,
weet je nog onze victorie goof aan dat net,
de schrijver van de limisregable en zegt alweer beter dan ik het zelf zou kunnen worden.
Het stadhuis van Brussel is een uwel,
te vergelijken met de spits van zachteren,
een schitterende, poetische ingeving van de architect.
Ja, Victor Hugo heeft het dan natuurlijk vooral over de centrale doren,
en die is inderdaad, maniewieke kijk, die zet en van de grootste fransen schrijvers,
op het niveaupeel te in van de spits van zachteren.
Als u nog mocht twijfelen, dit is de Champions League van de architecteur geschiedenis.
Stouw de schone, met Bart van Loh.
Als je voor het stadhuis staat, dat stel je vast dat het uit twee vleugels bestaat.
Centraal heb je de toren, de toren die de wegwijs naar de Wolken.
Het is die toren waar Victor Hugo ook helemaal van in diezelfde Wolken was.
Het oudste gedeelte is de linkervleugel,
die is gebouwd door, is een naam verdinkt om hier te vallen.
Dat is Jacob van Tiene, grondligger van de Brabantse gotiek
en die vleugel, die verijst hier, dat eerst het thuis, dat eerst het teelte verijst hier,
onder de auspissie van de rijke families van de stad, wat ja wel.
Stadsbestuur, woon overal aanbelangend, dat is in Vlaanderen,
maar ook in het steedsmaar verder in de vaarten Wolken opstijgende hertogdom Brabant.
En die stadsilieten, die wilden dus hier in Brussel uitpakken met een prachtig stadhuis om te laten zien,
van wijzen wel de nummer ogenwoorden hier in het hertogdom,
want ja, historisch gesproken was de hoofdstadleuven.
Wel, leven had die plaats gespeeld aan Brussel, dus Brussel moest ook wel bewijzen,
maar kijk hier hier staan, wow wat een stadhuis.
Oké, nu kunnen we over alle detijs die we hier zien, dat stadhuis zouden we het uur kunnen vertellen.
Maar er is een eentje dat ik eruit wil halen om dat het ons helemaal naar die periode, die oude periode brengt waar ik het over wil hebben.
En omdat het ook aangeeft wat het belang is van de stadselieten, van de belangrijke brugers in de stad Brussel.
Dat is een naam, een helt uit de Brussel geschiedenis die hier nu teberden komt die uit de burgondische mouw naar voren komt gekroepen.
Het is een zeker evenaard, zerklaas.
Als je voor de stadhuis staat, voor de bord de strapp, dan zie je rechtsbovenaan een kraagste in die pas in 1866 werd toegevoegd.
En wel op advies van iemand minder dan violé Le Tuk, dat is ook de man die de Notre Dame helemaal heeft gerenoverd in die tijd.
Dus de sterven van de neogotiek iemand die een uitmuntend kender was van de later middeleeuwen die zij wel hier.
We moeten hier een tavereel op die kraagsteen uitbettelen waarin die Brusselse helt, Evraart, zerklaas naar voren treed als een vergete helt.
En om u tattuidelijk te maken moet ik uw piltu in een verhaal vertellen.
Evraart was een Brusselse patrice, dus was eigenlijk een van de belangrijke figuur van de Brusselse stadse lieten.
En hij leefde tijdens de Brabantse succesie-orlog.
U zal zeggen, oh, oh, oh, oh, mag ik u proberen, zo invoutig, mogelijk uit de liggen.
Suksessie-orlogen betekent dat de ruzies over de opvolging, opvolging van wat van wie er de nieuwe hertocht of hertocht ging van Brabant moet worden.
Ik zeg hier toch geen omdat het tussen drie vrouwen ging.
Jan de derde van Brabant sterft en heeft drie dochters.
Normaal zie ik dat het aan haar te oudste dochtert, maar bij vrouwen is er altijd de bekaling voorig afleveringen verteld.
Bestaat dat dat er dan ruzie komt en dat is er het geval, omdat ook de respectievelijke echt gemelders van die dochters zich in de debate gaan moeien.
Zo ook onze vlaamse graf Loedewijk van Malen, die getrouwd was met Margareta van Brabant, een van die drie zus.
Heel veel ruzies, heel veel oorlog en belegeringen de Brabantse succesie-orlog, spoiler alert.
Het is uiteindelijk de oudste dochter Johanna van Brabant, die de nieuwe hertocht ging van Brabant zal worden.
Maar midden in die Brabantse succesie-orlog was Loedewijk van Malen, de graf van Vlaanderen er toch ingeslagt om de stad Brussel te veroveren.
En kijk nu komt onze e-vraart-serplaats naar voren in dit verhaal, want hij zal in de nacht van 24 oktober 1356.
Met een kleine groepvolgingen over de Brusselse wallekrappen tot de grote markt hier dus waar we staan doordringen en erings slagen om het vlaamse panie.
Dus dat vlaamse leef zich maar van het stadhuis te halen.
En die vlaamse vlaag, die goede ze in de stad schracht, waren ze volgens Brusselse warnemers nog veel jaren in stad van onbinding werd gezien.
Haha, dat beeld van het rotten de vlaanderen moeten Brabanters niet erg hebben gevonden sterker.
De bevolking die opnieuw de Brabantse standaard zag wapen op het totelde wiel, die kwam in opstand.
Het Brabantse vlag als een militaire afrodische zjakum, en kijk dat dat zoveel effect dat ze zonder enig probleem de troepen van de vlaamse graaf die hier geweestig waren in Brussel.
Dat ze die uit de stad aan de andere kant van de stadsmuren hebben verjaagd.
En ja, sindsdien is onze evraart, serklaas en volkselt natuurlijk in Brussel.
Hij wordt achter een volks vijf keer schepen van Brussel af.
Hij is de taalk of de taun, hij is de helt van Brussel.
En het is in die oedanigheid dat hij grote ruzie krijgt met een zekeren en nu komt er een figuur.
Die kwam met enige trompetten en bazuin geschal wil aankondigen, niemand minder dan zwederen van apkouden.
Zwedeigdapcoedde, swedder of apkot.
En die man is de machtgeheer van gaspeek.
En die man is belust op macht en uitbreiding van zijn macht.
En op een gegeven moment, Johan eindelijk vertelt dat zij de hertogin van brabant is geworden.
Zoals dat vaak gaat met hertoginnen en graven en graven vinden, hebben ze een tekort aan Kassa in Oud.
Kashflow.
En om geld binnen te krijgen, gaat ze een aantal stukken grond verkopen.
En onze swedder van apkouden denkt, dit is mijn kans om mijn macht mijn besittingen uit te breiden.
Het is dan dat opnieuw evraart serk klaas de belangrijk man in Brussel met de hertogin gaat praten.
En erin slaagt om hart overtuig om dat niet te doen om er zover te zorgen dat hij macht van die swedder toch niet al te groot wordt.
En daarmee overspeelt hij zijn hand, want swedder van apkouden laat dit niet over zijn lever gaan.
Op wie de donderdag van het jaar is heren 1888.
Wordt de bejaarde evraart serk klaas met uw inbeelde eis.
Er zit een paar tromt en hij is onderweg en is op een landweg door de strawanten van onze apkouden, onze swedder van zijn paar gesleurd.
En dit kan ik nog wat vrede verhalen gelezen.
In kroniken met dit is toch wel een die met de bloed roodel letters maak bijgeschreven worden in het boek der vrede heden van de laatste middeleven.
Hij wordt niet alleen van zijn paar gesleurd en krijgt niet alleen een ferme tikteges en knikker.
Maar hij wordt ook nog simpelweg de voet afgehaakt en de tom uitgesneden.
Als je belieft.
Hij ligt af te creperen op die landweg.
Er komen voorbijgangers die leggen op een kaart die voeren hem naar Brussel.
En bregen hem bij hertogin Johanna die op dat moment verblijft in huis te steren op de grote markten.
Die verming te zet klaas, die proberen met alles wat hij nog kan uit te leggen wat er gebeurt.
En als onder tong is dat zeer moeilijk, laten we maar zeggen dat het hertogin er geen touw aan kan vasknopen.
En vijf dagen later bezwijkt hij.
Maar het is die plek naar huis te steren.
Waar hij.
Tonglos heeft geprobeerd.
De hertogin zijn verhaal, zijn verschrikkelijk wedervaar te vertellen.
Het is op die plek dat er in de gallerij.
Onder het huis te steren, sinds 1902 een liggend standbeeld valt te bewonderen van een zieltogende eeveraardsterklaas.
En de tradisie wil dat alfje zijn rechter arm streelt dat je daarmee een jaar geluk in de liefde afdrinkt.
Er wordt wel niet bijgezicht of je kansen op een gewelddadige doodvergroot.
Maar wij staan hier dus voor het stadhuis.
En laten we daar boven het bord deze rechts naar die kraagsteen kijken.
Waar ons het serklaas ook op staat namelijk bovenaan zie je de taffereel waarin hij eigenlijk vermord wordt.
Alleen zie je dat hij daar een mess in de borst krijgt geplant.
Blijkbaar moet het dan toch wel moeilijk zijn geweest om een afgehaakte tom te tekenen of uit te betelen uit de zandsteen hier.
En omraan op die kraagsteen zie je zweter van abkouden.
De slechter ik van het verhaal.
Je ziet hoe de duivel de ziel uit zijn lijf weg komt trekken.
En die zweter van abkouden zal toch ook nog door de Brusselaars gestraft worden.
Want die Brusselaars die hun geliefde held zijn klaas en kwijt gespeeld trekken naar het kasteel van Gasebeek.
En breken het zo goed als af.
Diezelfde zweter van abkouden zal het wel helemaal opbouwen opnieuw.
En het is dat paraagdje kasteel van Gasebeek.
Toch we vandaag nog altijd kunnen bewonderen.
Het is de plek waar het heer van echt mond.
De laatste drie jaar van zijn leven grotendeel zal doorbrengen.
Echt mond die samen met horen hier.
Vijf juni 1568 op de grote markt.
Maar achter ons bij het broodhuis zal het hoofd worden.
Zo komen er hier ongelofelijk veel lijnen samen.
Zelfs kan ik je vertellen dat in het kasteel van Gasebeek en eromt veel afleveringen van Johan.
En de alverman werd een opgenomen.
Evenaart het zich klaas voor Johan?
Lodwijk van Maal uit Brussel.
Lodwijk van Maal.
Beste Laastraast, dat weten we.
Is de papa, de vader van Margarita van Maal.
Margarita van Maal, dat weten we ook.
Is onze oermoeder getrouwd met Philips de stout het begin van de laag landen.
Maar zij was de overgrotboeder van de burgondische held die ik nu opvore niemand minder dan Karl de stouten.
Wat doet in God's naam Karl de stouten hier?
Wat komen die burgondes in dit Brusselbrabantse vrouw door?
Al lang vooral kort te maken, u leest die mijn boeken in de tijnaa, is dat na dat de laatste kinderloze
hert toch in van Brabant, Johan van Brabant, te Pijpan, maartig afvoelde dat haar tijd gekomen was,
dat zij beslisten om het hertodom Brabant vast te haken, aan het burgondische huis, eerst nog aan
een zeitek, maar uiteindelijk in het volop burgondische maantje, en van een 1430 mag Philips de goede zich hertog
van Brabant nomen, en het is dus ook loos dat in 1444 karel de stouten dat iedereen mag verwachten,
dat hij de volgende hertog van Brabant zal worden.
Het is 8,1444 en half Brussel is de hoop gelopen op de grote markt, want vandaag wordt de eerste steen
gelicht van de tweede vleugel van het stadhuis, ja ik vertel dat het dus twee vleugels zijn,
die eerste vleugel gebouwd van af 1400 in 2, was niet meer voltoende, de stadselieten werd
alleen maar groter, de kwamen extra amachten, de negenaasies, dat is de officiellen naam van het
politiek heeft, de Brusselse amachtselen, die kwamen er nog bij en uiteindelijk moest er wel een vleugel
bij komen, niet alleen om meer plaats te hebben, maar ook om te kunnen zeggen, wow, wij Brussel,
zijn u echt wel en niet leuven, want dat was toch nog altijd wel die bewijsdrang die naar boven kwamen,
wij zijn echt de hoofdstad van het hertogt om Brabant, wij zijn de nummer 1.
En ja, iedereen is hier, de gewonnen mensen komen kijken want ja, er zou waarschijnlijk hier in
daar zullen er ook kraampjes geweest zijn, waar we alle eten komt kopen, er waren waarschijnlijke wischelhars en
tandentrekkers en voorksvertellers die links zijn rechts op een hoek, alleen een kunstentonton
sprijden, maar ja, het ook de stadselieten die hier was, dat wil hem de vogel moeten bijgewezen,
hij is de architect die tekent voor die nieuwe vleugel of Jan van Ruisbroek, want Jan van Ruisbroek
die gaat de al bestaande torren rond van het Belvort, gaat hij helemaal optrekken en de boven tot aan de
wolken, weet u wel, die wolken waar Victor Hugo zich bevindt als hij het heeft over de tor van het Brusselse
stadhuis, dat wordt allemaal ingewuid, dat wordt als het waar in gang gezet de kud dan voor de
aftrapport gegeven op 1844 en zo'n eerste steenlegging is een, dat kennen we allemaal, wij de regelmatig,
de pas van de onpas in de krant op tv en de eerste steen werd gelecht door Uppel de Puppen dan
een of andere belangrijke figuren, een koning, een minister, noem maar op, dat is een gebruik dat zijn
intrede doet in de middeleeuwen, dat werd de soort van regel die eerste steenlegging bij een
nieuw gebouw een kerk om een belangrijke beschop of een hertog te laten opdraven om die eerste steen
te leggen en zo'n steenlegingsplichtighet als je dat met scrabbel kunt leggen heb je veel punten,
is de uitgelezen manier om je te tonen aan het volk om te laten zien bij een kerk, kijk eens hoe
vroeme religieus ik niet ben, of in dit geval om die eerste steen te leggen van een stadhuis om ook
als machtshebber te zeggen ik ben geïnterseerd, ik ben zelfs een beetje solidair, ik begrijp dat hier in
Brabant de steden veel macht hebben, ik kom zelfs mee die macht symboliseren en een soort van pierstunt,
een vorm van propaganda als iemand kaasgeget dat van propaganda, ah dat waren het natuurlijk onze
begon dus hertogen en dat verklart waarom hier, op 8 mei 1404 werd de kijk daar gaat het applaus van
begint aan de ene kant van de grote markt en het is als een soort van niks en weef aan de litre die
gaat verder normaten, het de man die het hier zal gaan doen die steenleg die op een paar wordt aangevoerd
en dichterbij komt het volk aan op zij en wie zien we daar verschijnen, niemand minder een karl de stouten,
karl de stouten, toen nog karl van Shagolé, de 11 jaren zoon van Philips de goede die niet bij is, maar wel zijn
vrouw is dat wel van Portugal heeft afgevaardigd, die zegt de bergondische elite die hier presumptekend bij
die eerste steenlegging en ineens wordt het stil, stijgt af als een paard en met een trouweeltje in de ene hand en
een steen in de andere hand wordt dit simpelisch moment helemaal afgewerkt, applaus
en onze karl de stout is nog altijd maar 11 jaar oud, maar hij is toch al vier jaar getrouwd en als u nu
verwonderd opkijkt dat bedekent dat u niet naar de vorige aflevering hebt geluisterd,
hij was dus eigenlijk altien 1440 getrouwd met de toen 12-jarige catarina van Valla en nadat huwelijk, hij was
eigenlijk meer een speelkameratje van haar natuurlijk, hij was wel garmend 6 jaar oud, ze zijn aan de Brussel getrokken
hier waar ze de eerste jaren eigenlijk als speelkamerade doorprachten op palijs van de
koudenberg is wordt van zorgeloze jeugd waar helaas catarina ziek zou worden en twee jaar na de eerste steenlegging
hier van het stadhuis zou overleiden en in de sind goede en sindmigielskerk zou worden begraven, maar
alle waarschijnlijkheid was catarina toen alles nog goed met haar ging die 8e mij 1424 hier in Brussel op die
eerste steenlegging van de tweede vleugel erbij, hij is een mooi partred van haar bewaard, ja maar
is naar haar wikipedia pagina, een mooie jonge vrouw in een met roodbond afgezitten mannel en een
rijklijk geborduurd hoofd, ik stel met de witte sluit echt, ik heb meiske die grote bruine ogen en dan
dat kleine brouw mond, je dat een beetje spot een glim lag, die kan me echt perfect voorstellen dat ze
die die die de 8e mij 1444 hier op de grote markt tegenover dat dan nog maar half afgewerkt de
stadhuis bij die eerste steenlegging, dat zelf de praal mondje glimlagend moet hebben toegekijken,
hoe haar dan 11 jaarige man met de misschien wel gauw de truweeltje en als ik nog even blijf vertellen
wordt het ongetwijfeld een diamant de truweeltje de eerste steenlegten van het stadhuis.
We kunnen trouwens ook van Karol weten hoe hij er toen, ogeveer op die dag van die eerste steenlegging
moet hebben uitgezien wat we hebben aantekening van hem, een miniatuur van niemand minder dan rogeren
van der Weiden, waarom we het jonge karaltje zien, die miniatuur staat te blinken op een van de paginas van
mijn stout de schoenen boek. Ah, die rogeren van der Weiden die is na de dood van Jan van Eikde,
of ficeuse schoevskilder van Philipps de Goede geworden en tegelijkertijd ook nooit de stadskilder
van Brussel, dus ze hebben ze naam wordt in één aadem uitgesproken met Brussel, die toen hij naar Brussel
kwam wat een Nederlandstalig, stietstalig stad was, ze naam zelfs heeft Verneederlandstij Rosédele
Pasture werd rogeren van der Weiden. En op 8 mei 1444 tijd is de eerste steenlegging van de nieuwe
rechtervleugel van het stadhuis hangt werk van rogeren van der Weiden in de al lang afgewerkte eerste
vleugel van het stadhuis. En niet zo maar het eerste beste werk, het werk dat het steeds eigenlijk
beschouwd werd als misschien wel zijn absoluut de meeste werk. 4 gigantische gerechtigheid stafereelen,
zoals we gerechtigheid stafereelen, dus het moet ik even gewoon kort vertellen dat de schijding
er machte de tijd niet bestond. En dat dus dus schepenen die hier in het stadhuis setelde, niet alleen
een politiek taak hadden, maar ook een rechterlijke taak. Ze spraken recht en ze werden door
die gerechtigheid stafereelen, of het was altijd als de bedoeling dat die gerechtigheid stafereelen
van van der Weiden en zouden inspireren tot een correcte rechtspraak.
helaas toen, loodweg de veertiende, eindzevdiende, eudoor onze kontrijen, razen als een terminator.
Ik heb het net verteld met dat verschrikkelijke bombardement in 1695 gingen deze.
Dat is absoluut de meeste werk en bestempel de schilderijen verloren.
Dus als je voor het stadhuis van Brussel staat, dan moet je je overgeven aan een dubbelgevoel,
de vruiden van, het is een miracle dat die er nog staat uit de later middeleeuwen,
het heeft loodweg de veertiende overleefd en de tristessen, dat in het hart van dit stadhuis een meesterwerk
verloren is gegaan.
En laten we ons nu omdraaien en de rug naar het stadhuis keren, voor ons de grote markt, de kassij.
Die kassij die moeten we wegdenken, het is hier één grote zandvlakte, het is 1452 en Weldra
zal hier een riderturnooi losbaarsten.
De kassij, Lippa V, ontdysperg u zijn weg zodat de paarden op ons zachte ondergrond kunnen doorlopen.
Onze karelde standen is ondertussen 29 jaar en hij wordt rijp genoeg gehagd om voor de eerste keer te nemen aan riderturnooi,
hier in Brussel.
En daarvoor wordt hij klaargestoomd.
De klaarstommer van Dings is een zeker Jean-Doxie.
Jean-Doxie is een van de vele handklangers, radgevers van Philips de Goede,
die hem op het slagveld en ook tijdens onderhandelingen heeft bijgestaan.
Het is een belangrijk taak die hij krijgt, een belangrijk onderdeel van de opvoeding,
van de lateren, opvolger, de nieuwe bergond.
Dus hij heeft toch ooit in ieder geval onze karel te stuiten.
En hij zorgt dus voor de fysieke training van de prince.
Hij leert hem omgaan met wapens, brengt de militaire discipline bij en tal van sportvaardigheden,
sportvaardigheden, allerlei technische tips om een ridder toernooi te overleef.
Daar gaat het om natuurlijk.
En aan verluid zou hij dat niet slecht hebben gedaan.
Hij wordt er rijklijk voor beloomd, we hebben ergens een rekening gevonden
in de bergondische boekouding van de Milvrouw voor Jean-Doxie.
Karel de stuut is klaar voor toernooi op de grote markt.
Maar dam, servert zijn vader.
Philipps de goede, hem de lachmoesproef.
Philipps de goede, vraagt de allergrootste ridder van zijn tijd.
De Eddy-merkst van de toernooi geschiedenis uit de 15e eeuw.
De man die in Europa bekendstond als de grootste.
Succesvolste ridder, gezijd tijd.
Die haalt, vader, Philipps de goede, naar het palijzer de Koudenberg.
Naar het warrande park, dat is ja wat er nu nog richt tegen over.
Het kon ik ook palijslijk, maar wat toen een veel uitgestrekte terrein was.
Maar vlak bij het palijzer van de Koudenberg was er een special oefenterein voor ridders.
En daar zal Karel de stuiten die ultieme ridder treffen.
En zijn naam is Jacques de Lalla.
En deze Jacques de Lalla is een figuur van een dergelijke dimensie omvang en epischihalte
dat er later ook nog een halve tijd eruit zelf zal mogen vullen.
En daar zijn we op het ridderlijk oefenterein staan wij vanuit de 21e eeuw toe te kijken.
We zien aan de ene kant Karel de stuiten.
Aan de andere kant, Jacques de Lalla, daar achter, waar hij ze op de Koudenberg en rechts beneden in de verte
zien we de doren van het stad thuis.
Karel weet dat daar het straks allemaal zal gaan gebeuren.
In een klein hokje, vlak bij terrein zitten mama en papa van Karel de stuiten ook toe te kijken.
Vader, Philipps de goede en mama Isabella van Portugal.
Ze kijken toe hoe Jacques en Karel te paard lans in aanslag naar elkaar toe rijden.
Karel breekt zijn lans op het schild van de tegenstrever van Jacques de Lalla.
Terwijl Jacques heel beleefd netjes zijn lans boven de helm van de boergondische prinsmicht.
En dat die te grote kocht wasies, zo'n laag isk, die te grote ridderlijke generositijd,
die werkt ergernis bij de hertog bij Philipps de goede.
Als het zo ziet, zegt Jacques, ik heb jullie niet laten komen om hier mijn zon te laten winnen.
Je moet echt vollediger voorgaan.
Ze staan weer klaar en worden tweede keer.
Sprint de paarden van de twee ridderlijke helden naar elkaar toe en deze keer krakende beide lansen
met hun volgenwicht op elkaar schilden.
Krak! En dat werkt ergernis bij mama Isabel, die zegt jammer, jammer.
Onze karel of karma, die opnieuw verdrijven, een beetje voorzichtig, Jacques.
Zo ineens zijn we hier even later.
Gewoon getuigd van een heel herkendbaar familietafereel.
De angst van de mama, de hoogmoed van de papa en de verwachting van het eerste ridderlijke optreden van hun zon.
En enkele dagen later, op 27 februari, 14 52, vindt het toernogplaats op de grote markt.
Alle kassijen zoals ik al zei, uit de grond gewerkt, zachter ondergrond, paardenhoeven, gehinnig.
Met het afgewerkte status als decar.
Met al die balkond, je moet je inbeelden, gevuld met de hoog wargheidsbekleders.
Misschien met flubs de goede en mama Isabel van Portugal ergens hoog in de toren de afgewerkte naar de wonken, wijzende toren van het stad huizuwet wel gelijk aan de spits van Charter kijken zijn toe.
Hoe in zon beneden zijn er verdeidigd en aangemoedigd door salvels van Moeswijn, komaar weer toch in alle heen.
Wie wil het uck brekt, karel de stuuters, 18 landsen en windt uit de toernog.
Het is niet de gene die zijn tegenstanderd telkens uit het Zadelwiptier, het toernog.
Het is wel de gene die de meeste landsen breekt, die uitgroepen wordt tot winnaar van het toernog.
Het stand allemaal uit die tijdenkijk, karel gaat keer naar keer, gaat de vertrekte, sprinten, brekte en lands in totaal 18 keer en mag hij zich zien en wordt uitgroepen tot de overwinnaar van het toernog.
Inziet het als het begin van een billionter ieder carrière, ik beeld mij in dat hij een beetje zoals Remco Evenepoel.
Of zoals de rode duvels, kevende bruiner en lokaku verschijnt uiteindelijk op het bortes van het nieuwe stad huizuwet en daar de volgelopen grote markt van Brussel.
Met overwinningsgebaden, begroot.
En terwijl iedereen, daar op de grote markt roept van hoe zeen en noeij en wievelen de kan niemand vermoeden, dat die jongen prins daarop het bortes die net zijn ridderlijke vuur op heeft torstaan.
De Brusselaas jaren later de rugsal toekeer, ja, de man die de eerste steenleden van de nieuwe vleugel en de nieuwe spits van dat schitterende stadhuisvlogs sommige, het mooiste uit de lage landen.
Want die man zal Weldra de vorker geven aan miglen, maar dat is stof vooral weer een andere tijdrijs.
Podcast Summary
Key Points:
De Grote Markt van Brussel wordt geprezen om zijn architecturale pracht, met een citaat van Victor Hugo die het een wonder noemt.
De gildehuizen op de Grote Markt dateren uit de herbouw na het Franse bombardement van 1695, dat de stad grotendeels verwoestte.
Het stadhuis, dat het bombardement overleefde, heeft een oudere linkervleugel uit de 15e eeuw en een rechtervleugel waarvan de eerste steen in 1444 werd gelegd door Karel de Stoute.
Het verhaal van Everaard t'Serclaes, een Brusselse held uit de Brabantse Successieoorlog, wordt verteld, inclusief zijn moord in 1388 en het standbeeld dat hem herdenkt.
Karel de Stoute won in 1452 een riddertoernooi op de Grote Markt, na training van Jacques de Lalaing, wat het begin van zijn carrière markeerde.
Summary:
De Grote Markt van Brussel is een architecturaal meesterwerk dat door de eeuwen heen vele historische gebeurtenissen heeft meegemaakt. Victor Hugo, die hier in ballingschap verbleef, beschreef de plek als een wonder, en zijn woorden benadrukken de schoonheid van de gevels, vooral die van de gildehuizen. Deze huizen werden echter herbouwd na het verwoestende Franse bombardement van 1695, dat de stad in een vuurzee veranderde en bijna alles vernietigde, behalve het stadhuis.
Het stadhuis, met zijn iconische toren die Hugo vergeleek met de spits van Chartres, overleefde en bevat zowel een oudere vleugel als een nieuwere vleugel waarvan Karel de Stoute in 1444 de eerste steen legde. Rond dit stadhuis spelen verhalen van helden en intriges, zoals die van Everaard t'Serclaes, die in 1356 Brussel bevrijdde van de Vlamingen en later op gruwelijke wijze werd vermoord door Zweder van Abcoude. Zijn standbeeld herinnert aan deze daad, en de traditie zegt dat het strelen van zijn arm geluk in de liefde brengt.
Daarnaast markeert het riddertoernooi van 1452, waar Karel de Stoute zijn eerste overwinning behaalde, een keerpunt in zijn leven. De Grote Markt is dus niet alleen een visueel spektakel, maar ook een plek waar de rijke en vaak gewelddadige geschiedenis van Brussel samenkomt, van middeleeuwse heldendaden tot de herbouw na een ramp.
FAQs
Je stapt af in Brussel-Centraal en wandelt twee, drie of vierhonderd meter, en je staat op de Grote Markt.
De Grote Markt is een architecturaal wonder met prachtige gevels van gildehuizen, en wordt geprezen door onder andere Victor Hugo, die het beschreef als een meesterwerk.
Volgens een bekend verhaal wijzen de standbeelden naar elkaar om aan te duiden wie verantwoordelijk is voor de zwangerschap van een vrouw; het is een spel van beschuldiging.
Op 13 augustus 1695 bombardeerden Franse troepen Brussel, wat de meest vernietigende ramp in de stadsgeschiedenis was; de Grote Markt werd grotendeels verwoest en later herbouwd.
Het stadhuis van Brussel overleefde het bombardement grotendeels en dateert uit de 15e eeuw; het is een van de weinige middeleeuwse gebouwen die nog overeind staan.
Evraart Serclaes was een Brusselse held die in 1356 de Vlaamse troepen uit de stad verdreef; hij wordt herdacht met een standbeeld en staat symbool voor de Brusselse onafhankelijkheid.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.