De tijdrijs beschrijft het historische en symbolische belang van de Koudenberg in Brussel, met focus op de macht van de hertogen van Brabant en de ontwikkeling van het koninkrijk van de Lage Landen. Het begint met een vermelding van de geschiedenis van het palijs op de Koudenberg, waar de hertog van Brabant, vooral Philips de Goede, zijn macht vestigt. Het Ola Magna-palijs, een gigantische pronksaal, wordt geconstrueerd als een symbool van centrale macht en werd in de 15e eeuw bouw. Na de brand in 1731, waarbij een groot deel van de archieven verbrande, bleven een derde van de boeken bewaard, zoals in de Koninklijke Bibliotheek (KBR). De kelders van het huidige paleis tonen vloerstenen en sporen van de oude tijd, waar de voetstappen van kinderen van de hertogen, zoals Anton en Maria van Burgondje, worden herkend. De naam "Lippenke" voor Maria van Burgondje, een verkleinde vorm van "Philippe", wordt als een symbool van het dicht bij het dagelijks leven van het burgondse volk gezien. Het eindigt met de woorden van keizer Carl de Vierde, die de laatste voordelen van de bergondse macht uitdrukken en de overgang naar de habsburgse tijd aanduiden. De tijdrijs combineert geschiedenis, archief en persoonlijke verhalen om een diepere relatie te creëren met de geschiedenis van de Lage Landen.
Het moet tijdens een schoolrijs naar Brussel zijn geweest.
Een leraar aan de microfoon.
Hier op het koningsplein staat het standbeeld van Gottviet van Goetjok.
En wij maar kijken de helt van de kruistochten.
Met die 80 maakte niemand er een punt van de tijze stijren te vaderlandse geschiedenis.
Ook een roofrider was die de saracene zonder veel consideraties over de klingheid gejagt.
Wij herinnerde ons vooral dat overgetelijke prentje uit slandskloor,
die van Jean Leon Uwens, derider zijn paard, de lands met vaandel die de wegwijst naar het heilige land.
Nu is het niet geheel toevallig dat deze krijger hier boven op de koudemberg staat.
Het is de plek die al eeuwenlang het symbolisch van machtsuitoefening in onze kontrijen.
Mons vrieg je dus letterlijk de berg waar het koud was.
De norde wind had hier vrijspel, maar ook de berg waar het vuur van de macht dranden.
Wij laten Godfried op zijn zakkel ogenvraag, misje de boeion en we wandelen in de richting van het warrande park.
Op het Palijzeplein zoeken we een bank recht tegenover het koninklijk palijzen.
Het koninklijk palijzen als zo goed kijken rechts over lijkt te gaan in het Belvu Museum.
Oké, nu hier zit onze bank, kijk eens naar rechts.
Ziet rechts in de verte de toren van het laagere geleegde status, beneden bevind zich de historische binnenstad.
Die zich ontwikkelde aan een have bij de zinnen van waar je opkeek naar deze koudemberg.
En dat zie je ook als je de voet van de grote markt tot slot de bestemming was van onze vorige tijd.
Dan moet je lang strappen via oplopen de straatende bovenklimie voelt letterlijk het niveauverschuld hoe je eigenlijk naar de macht klimt.
Maar het centrum van de Brabansemacht is niet altijd hier in Brussel geweest.
Van Outser is leuven de historische hoofdstad van het hertogdom Brabant. Het is pas in de jaren 1260-70, 1267 dat Jan de eerste van Brabant dat hij beslist om leuven in de steek te laten om in Brussel te komen worden.
In het palijs dat hier stond recht tegenover ons het koudemberg palijs op de koudemberg hier van boven de klassieke macht en beneden stijdelijke elite.
Voila!
Stoud is goede met Bart van Loh.
Laten we even met een vingerknip van de grote verteller van hier groeven, laten we het kondelijklijke palijs traag maar zeker in de grond zakken.
En op die plek tigelijk tijd verrijsteren eerste burgten een klassieke oude burg met tikke muur donzons een vertetigingsburgt die hier de stijging heel lang geleden deel uitmaakte van de stadsomwallingen.
En dus wel voorzien moest zijn op mogelijk aanvallen.
In de loop der tijden zou die stadsomwallingen achter ons komen te liggen, waardoor er die vertetigingsfunctie te vervallen kwam en stilla maar zeker de burgt op de koudemberg uitgroeid tot een luxe palijs.
En het is dat palijs dat uiteindelijk in handen van de burgondje zal komen.
Zonder kinderen stok uit met filmse stuiten overeen zou komen dat braband in burgondische handen zou terechtgewomen. Eerst nog een zetak maar het eindelijk in het volgende echte burgondische manche.
En het vasthaken van braband aan burgondje maakt integral deel uit van die burgondische onstaanse schedenis van de lage landen.
En het is hier in dat palijs dat filmse stouten weet u nog.
Het is in van de aller eerste tijdrijs die samen hebben ondernomen naar halen. Het is hier dat ik u toen verteld dat net tijres het feest waar die mag zoverdracht van braband naar burgondje gewiert werd.
Dat filmse stouten zou worden en dat men hem in aller el naar halen en zo verder zou vervoeren, maar ja hij sterft in halen.
En met die tragische dood van filmse stuiten gaat de geograafische dans van de puzzelstukken van onze contrijen alleen maar verder zijn gang.
Zijn het broer zijn kinderen van die broers van Jan Zondervrees die hertog van braband zullen zijn, maar dat zei gestorven zijn, zonder opvolging naar allerlei machtswelustige bekoxtovingen van Philips de Goede.
En Philips de Goede is het Philips de Goede, heem zelf, die zich van af 1430 hertog van braband, maar genoeg mij meneer hij hier aankomt van af de jaren 1430 in Brussel, is het aller eerste wat hij doet, het onderhanden nemen van de tuinen.
En voila, Philips de Goede neemt zijn intrek in het palijs van de hertog van braband, dat u zal ontwikkeld was van een verdeedigingsburgd naar een elegant luxe kasteel.
Maar Philips was onder tussen, hij was hertog van Burgond, hij was graf van Vlaanderen, graf van Arthesie.
Hij was een vekanoogisch niet alles opzommel, wat hij stiland bij elkaar aan het verkaren was, voor hem was dit stiland.
Ja, het was allemaal oké, maar hij wilde toch nog een extra touch, hij wilde aan tolen dat nu hij hertog van braband was, dat hij dat hier meteen al zou zien.
Dus bijvoorbeeld bij de portale onderhanden, de tuin werd helemaal gerenoverd, vergroot, in de rukwijkender gemaakt, er kwam een polygrond met standbeelde.
Als je binnen kwam, dan moest je passeren, langs polygrond met standbeelde van de heilige Philips in de heilige Elizabeth.
De tuin kreeg nog een grotere menagerie, hij liet eerst weinig, straksvolgens, een zwame aanvoer, een dramatare is er kwamen leeuwen, een labierend van haar.
En dan natuurlijk had de voljijres, hij had een noem, een gevleugelteer, en het zat in die voljij, als of met een lijst Philips de goede naast de arke van Noah was gaan staan,
een gezicht van alle hoiwaarsperzente, muzieperzente, zanksijsjesperzente, is het tot tot dat zijn voljijres vol zat, Noah gaat er nog een puntje aan kunnen zagen.
En eens een tuin en de ingang, dus laten we maar zeggen wat de mensen van buiten konden zien, naar zijn normen was opgewaarderd.
Pazitan zou je werk maken van dat ene element, dat palijs van de Koudenberg zo beroemd zou maken in die 15e eeuw.
En vooralere aan het meesterstuk van de Koudenbergpalijs zou beginnen, had er ook al een nieuwe hoonvleugel gebouwd.
Schipel gesteld dat kwam omdat hij als een hoffouding altijd m'n groter werd dat en ik liep het echte spuig aan het uitlen, liepen hier duizend mensen rond in zijn ondingst.
En die mensen moest niet kunnen werken, moesten hier voor een groot stuk gelozeerd kunnen worden, dus het palijs van de Koudenberg zou stil aan veranderen.
Joana van Brabant als uiteindelijk zou terugkeren zou in de jaren 1450 voor een stuk haar palijs niet meer hebben kent.
En dat ze het voor een stuk niet meer zou werken, heeft de maken met wat allemaal beschouwd wordt als het pronkstuk van het Koudenbergpalijs.
Een gigantische pronksaal die zo hoog moest zijn, volgens filmen is de goede, is dat iedereen in Brussel van de Hände en Veren die pronksaal kan bewonderen en die pronksaal kreeg ook een naam mee, een naam die klinkt als een klok.
De ouwla magna, letterlijk de grote samenje heeft toewo, ouwla magna klinkt nog net dat beetje zikker.
Nu, Philips speelt het handig.
Wat we zitten dus in de jaren 1450, de prondische Nederlanden zijn op dat moment voor een groot teel gerealiseerd.
Er is niet echt een hoofdstad, dat is iets pas van echt lateren tijden, de gast die lang komen nu.
Hij had reissel, belangrijke stad, hij had gint, hij had brugge, hij had ieper, hij reisden van de ene stad, hij van de ene residensie naar de andere Brussel.
Dat was ook steeds belangrijker geworden en al die stijden die tijden hun best om de hertog met die grottehoofhouding die meer reisden, om die naar hun stad. Als die hoofdhouding daar was, dan bracht het heel wat op voor de stadskas.
Er werd heel veel verterd, er werd gegij, te getronken.
Alle diplomaten volgden dan ook eens die hoofdhouding, die diplomaten als die lang in zo'n stad blijven.
En zich daar goed amuseerde, ging je dat dan wereld twijt af en misjes in West Europa.
Overal rond vertellen, zodat de naam in de faam van een stad alleen maar verder kon opstijgen in de vaart der volkeren.
En dat is iets wat virus, goed beseft.
Die oude magna-droom, die zou wij dus kunnen realiseren als ze nu eens de stad Brussel zo ver zou krijgen om die grote deels te financieren.
In ruil zou wij dan van Brussel misschien wel een centrum van die begon tussen Nederlanden kunnen maken.
Maar als ze hem maar dan willen het palijsten de salen zouden bouwen, dan kon hij daar ook wel iets tegen overstellen.
En eigenlijk is het dat wat er gebeurt. De stad Brussel zal opdrijven voor de bouwkosten, laten schetsmaken, filmst de goede geeft zijn idee erover.
En na de goedkeuring beginnen de werklieder aan, er worden al een stukje van het oude palijst afgebroken en dan verijstels een maadig.
Dat moet wij geweest zijn in die stelling, zo groot palijsten. Dat is een grote zaal op in een palijs, 16 meter hoog, 41 van 16,5 meter.
En die werken, het is als of ze hier aan schouwen vanop als een bank, palijzenplein, dan uit de 21e eeuw.
We zien hoe werkt lieten, eerst er aan beginnen, maar dan te halen nu op, er gaat al een eerste muur naar beneden van een warsteen en een torenweg.
Alles gaat naar boven, de stenen, de ene steen, de boven, de andere, het is al 6 meter hoog. Het is wel over een zaal, 8 meter, 10 meter, 12 meter, 1 zaal.
16 meter hoog, iedereen vindt, wat is dat? 41 meter lang, 16,5 meter bret, het is, ja, het er wordt houd aangeleverd.
Mijn is ontdellbare boomgangkappen in het woud van normaal om de zaal te voorzien van de balken die het zwaarplafond moeten ondersteunen, wat het geëel nog.
Ja, daar taakjebinden, dan maakt het nog indrukwekkender.
Je moet zich inbeelden, stel dat we daar nu binnen zouden kunnen gaan, in die zaal dat dus ik heb net de afmetingen meegegeven, wel dat er nergens een pilaar staat.
Dat je van de ene hoek naar de andere hoek kunt kijken, dat die gewelven dus een afstand van 40 meter overspannen in één keer zonder draagende zaal, dat is gewoon een krattoor.
Dan de lang gerekte spitsboogfestes, 22 schoorsteenen en bij het portal een elegante statie trapp.
En we hebben auto-printen die tonen de grandeur.
Er is ook een foto van de wereld in posteling 1935, waar deze ouwla in Gips half zo groot is, nagebouwd en als je echt een beetje een idee wil krijgen, gaan er antwerpen.
Zet je voor het vleeshuis en het is over die grote van de zaal die hier gebouwd is met het grote verschil, dat het natuurlijk in antwerpen met pakstenig gebeurt.
Hier is het met zandste in de snok, veel aristocratischer en noblur en dat in het vleeshuis in Antwerp overal pilare staan, hier is het zonder pilaren.
Het is één bred overspannen leegde.
Wow!
En in die leegde stelt filmstegroeren zijn schatten te tonen, de schatten van het gilde vlies en hangt de prachtigste van tapijten.
En er is een deel van de reeks van de beroemde van tapijten van Phillips de goede bewaard gebleven.
Hoe dat juist in zijn werk gegaan is, dat vertel ik je tijdens onze Zwitserse tijdrijs nog even geduld.
Maar ik kan je al wel de naam van dat tapijt vertellen.
Het is de tapisserie om Milvleur het 1.000 bloemen tapijt van Phillips de goede.
Dank nu wat er van over blijft, hangt in de Zwitserse hoofdstad pern, dit tapisserie om Milvleur dit 1.000 bloemen tapijt.
Dit zal zegt dat het is, het is één grote, elegante akkimmilatie van bloemen pracht.
En die bergondische exuberatie heeft een top gedreven.
Oh, dat is wat je moet inbeelden.
De schatten van het gilde vlies en dan die tapisserie om Milvleur gaat die 1.000 bloemen zijn zo mooi dat ze bereiken.
Op de koffer van de Fransenvertaaling van de bergondjes.
En dat kun je allemaal behonderen hier in dit prachtige Ola Magna.
Het is als ik u dit vertel.
Ik denk dat u allemaal zien krijgt om meteen een treinabonement te nemen.
Op dat u mises één keer per maand is een Brusseltreint om door die Ola Magna te wandelen.
Om dat van buiten te aanschouwen om die steenen pracht van filmen de goede aan te raken.
Maar dat is helaas niet mogelijk.
En nu voeten de frustratie in Ergenis doorschemeren in mijn stem.
Wat is er gebeurd? Dat is 3 februari, 1731.
En ja, mijn Ergenis gaat nu nog meer voelen.
Want ja, was het nu een overlaat van een kok die confiteur of confite canaard had gemaakt.
Het is een kachel niet goed.
Het is hetzelfde, het is dat die een brandt uitbrekt, die veroestend is, die de verzorgte verhaal is uit brand.
En dat er nog rechts staat wordt meteen van de eerste experimenten van dynamiet in onze rondrijden.
Met de grond gelijk, gedynamiteerd.
Vineen, u droom, ondertussen te komen.
Wat paleis van filmen de goede aan te raken.
Waarom vraagt u zich dat misschien af?
Onze aandacht richten op iets wat er niet meer is.
Omdat het een voorproefje is van wat dan weer best toch een verrassing kan worden genoemd.
Wat er blijft immers nog wel wat over.
En daarvoor moeten we onze bank waar we zitten niet verlaten.
De straat oversteek, het belfume zijn binnenwandelen en dan afdalen onder de grond.
En plots bevinden we ons in de kelders van Philips de goede.
En terwijl we treden per treden naar beneden afdalen.
En per treden honderd jaar terugkeren in de tijd.
Dat tijdperk van Philips de goede binnenhanbereik wil ik nog eens één keer voor alle duidelijkheid zeggen dat we moeten besffen.
Dat ongeveer op die plek waar dat fameuse paleis op de kouden berg stond.
Dat nadat het gedynamiteerd werd en met de grond gelijk werd gemaakt.
Dat daar 50 jaar later een nieuw paleis overheizen.
Een paleis dat we al de hele tijd net op een bank zaten voor ons in ons blikveld.
Zagen we verschijnen.
Koninklijk paleis, van België is het niet fantastisch.
Dat we ons eigenlijk voor een stuk, ons borgondus oervraal nog altijd.
Dat machtsvraal nog altijd kunnen aflezen in de contemporane architectuur.
Van de hertogen van Brabant vee had de borgondische hertogen en het tijdlijk langs allebei machtskronkels.
Dus ook tot kon ik Philips en kon ik in Matelde.
Allemaal op deze plek. Ik hou ervan als we zo'n lijnen kunnen blijven doortrekken door heen de geschiedenis.
Oké, zijn in tussen afgetaald tot op de plek waar de vaatde boon van Philips de goede lage te rupen.
Wat me er trouwens aan doen, ik hoop dat je met deze kleine zes stap voor horen loopt,
is dat ik ooit tijdens een onderhoud met koning in Matelde.
Er waren dat niet nog over haar. Dat ik haar zei van 'ja maar best de koning, die trouwens zet echt de boergondus van Havert tot kort gelezen.
Hij zei klom in die iegewikkelde standbom als of het te haren waren.
'Waar was er heerlijk?' En ik haar ook gezegd 'ja maar, u kunt eigenlijk in de kelderen van het koninklijk paleis,
dat doorlopt ondergrond, er is een muur geparicadeerd, maar die oude kelders van het kouden van het berg paleis lopen ook nog verder onder hun paleis,
dat ze daar exact op de plek waar Philips de goede z'n wein liet drapen,
zou koning Philips ook zijn wein zijn boergondus een pinon waar kunnen laten rijpen.
Toen heeft ze tegen mij gezicht plichtig.
Ik zal het voorliggen aan mijn gemaal.
Trouwens, om mijn koninklijk Belgisch paleisverhaal af te maken,
heb ik begrepen dat koning Philips via zijn bed, bed overgroot,
moeder Louise Marie van Orlea had echt genoten van Leopolde.
Eerst wat dat onze koning, dus afstand, ja wel, van de boergondische hertogen,
dat er dus op deze plek waar we nu staan, niet alleen een architectural,
maar ook een bloedlein naar onze tijd loopt.
Voor alle duidelijkheid, de boergondis hebben uiteraard niet bellige gezichten,
maar hadden zij de lagerland op het einde van de middelen niet bij elkaar gepuzzelt,
ja, dan hadden wij in 1830 nooit bellige kunnen uitvinden.
Nu, het afdaal in deze kelder is, als je dat doet,
zonder al te veel kennis, is dat geen gemakkelijke opgave.
Dan denk je, ik loop hier precies in een kelder rond,
wat dat ook is voor een groot soorten.
Als je over de noodige kennis beschikt over het verhaal van de Koudemberg, over het palijs dat hier
ooit gestaan heeft, over Philip's de Goede, over het ontstaan van de Lagerlanden, dan in eens
hoorde deze kelders een soort van mawische plekken, waarzov het lijkt de geschiedenis van onze
contrijen voor het aanraken licht. Je ziet kelderruimtes, je ziet bijvoorbeeld de plek waar een
bordje hangt en de staat bij hier boven had je eerste kapel van Johanna van Brabant en
later de kapel die dan onderkaar al de vijfde daar zou komen. De laatste boergond hier, ja,
als je dan de boergondje hebt gelezen, dan weet je dat exact daar boven, van de meest legendares
ruzis tussen kaarallen stuiten en Philip's de Goede zich ooit heeft afgespeeld. Het ging eigenlijk
of er onrozelfuit het aanstellen van een kamer heren waar vader en zoon het niet eens waren
en op 17 januari 1557 schiet Philips de Goede in een lege baarse colère, het schild geen haar
vertrekt zijn dolke zijn zoonkaarl de stouten die de de vlucht en Philips, je weet blijven
met zijn hoe de springt op een paar geeft het paar te sporen en hij vertrekt talopheer. Hij weet
dat het niet weer naar waar, zolien woud, zullen we maar zeggen, helemaal binnen de wouder om
Brussel tot hij verlorigel op en niet tot ergens de nacht doorbrengt in een hutje bij een arme
suckelaar. En smorgens daar dan de lekkers te boteren met kaas uit zijn leven zal eten
terwijl men in het palijs op de koudenberg denkt dat de Philips een wannobesdaad heeft gepleegd
omdat ze niet weten hoe er is die nu naar toe, ik vertel dat u nu heel kort, maar in de vorige
podcast heb u daar bijna een half uur over onderhouden. Het is een van de mijn lievelingspassages
uit het hele bergond, dus eppers het speelt zich dus hier af. Als we in de kelden staan, bij het
bordje waar staat, hier boven was de kapel, daartus. Het is op die manier dat deze kelder in de dat
die magische plek kan worden waar ik het zonet over had.
We stappen verder door de kelders hier. En dan op een geven moment, ik geef toe, dat is
heenwikkeld, maar je moet het als vollacht in beelden. Op een gegeven moment kom je in die kelders aan de
buitenmuur, maar die muur is grotendeeld zweg, waardoor je dus door een opening door kan lopen,
dat is allemaal blootgelegd en dus buiten het palijs op de koudenberg komt. En je komt dan op
een weg uit met kassijen. En die weg is de Ingelandstraat, ook wel wie Isabella straat genoemt,
dat is een eeuwen oude weg, je moet je inbeelden als Philips de goede, een omhetje deed rond zijn
koudenberg palijs, die koudenberg die opliep, dat er oplopend langs die Isabella straat, Ingelandstraat,
naar boven liep aan de buitenmuur van zijn palijs. En dat is wat wij nu aan het doen zijn hebben,
lopen over die kassijen en we zien links nog een stuk muur van de Ola Magna. Dat zien we, de kunnen we
aanraken. En ook daar is een opening, dan kunnen we ook naar binnen en dan zijn we nog altijd in
kelderraamtes deze keer onder de Ola Magna. Ja, het is eigenlijk langs een opgewerkte schoorsteen
dat we dan naar binnen stappen. Ik voel me eigenlijk een beetje sinterklaas en me zitten nu dus echt
onder de pranksaal, onder de Ola Magna. En rechts, dat hebben ze express gedaan, ze hebben hier dingen
teruggevonden. Vind je een slaatsteen met daarop, een soort van B. Het is een gebeeld houden vuurslaggen,
een vuurslag, daar kan je vingers insteken en daar kan je op een vuursteen vuur meer maken, vonke
me creëren. En dan. Nu, maar voor mijn part, alle licht uitgaan in de kelders van de koudenberg
en gewoon nog een spotje overblijven op wat ik nu wil aanwijzen. Want verder op links, onder waar vroeger
de Ola Magna was, ligt een stuk zwartgeblakkerde vloer van de Ola Magna zelf. Zwartgeblakkerde
om een levante brand, maar waarom ligt dat hier in de kelder? Omdat ik heb u verteld, al wat er nog
overblijft van dat verbrandende palijs van die ruwenen werd gedienamiterd en een deel van die vloer is
door de grondsel, maar zeggen, naar beneden in de kelder gesuckeld. En ligt hier nu womder, woordenwomder,
eigenlijk er nog altijd ongeschonder bij. Dat is wat ik nu denk. En je mag het zelf met mij
mee denken, dit zijn de vloerstenen, waarover Philips de goede schreed, als ze op zijn tronging
zitten in die gigantische zaal waar geen enkelsteun element het zicht op de grote hertog
belemmerde. Het eet boven op die vloer die ik hier zie werd, de schatten van het gulde vlies
tentolgesteld en ik voel om mijn handen beginnen te krebelen. Ik pesef dat ik op streil afstand ben
van Philips de goede afwij van de zolen, van de aardsvader, van de lage landen en ik kan mijn
vingers niet tegenhouden. Ik streel de tegels van Philips de goede.
En daarom gaat af. Wat vind ik? Zoms kun je legezienens de dicht op de haats zitten.
Toch wil ik die vloer tegen ons nog even vasthouden, dat is eigenlijk. Ik wil er bij blijven.
Over die vloer tegels van het palijs op de koude merk ik het gebouw lager vol mee, heb ik niet
alleen de voeten van Philips de goede gescheiden. Lijster, hoort je daar? Ja, zijn de voetstaptjes van
Anton van Burghondje. Anton is het eerste zonje van Philips de goede, in Isabella van Portugal
dus zon vreugde. Philips de goede was ondertussen al ver in de 30. Hij had nog altijd geen dron op vloer
en het is zo ver. Anton. Toon. Toon. Toon. Hoe hebben ze hem genoemd in de wandel gangen?
Hij lopt hier. Het is hier dat hij opgroeit. Het is hier dat hij heeft vergaapd aan de volzien
de voljijs van zijn vaderen. Die grote vreugde slaat om in de vloek van de koudenberg.
In februari 1432. Zal de kleine Anton die dan 2,5 jaar is die hier over die vloertekels van
het koudenbergpalijs. Met zijn eerste stapje heeft gezet, zal hij helaas komen te overleiden.
Het tweede zonje van Philips de goede en Isabella van Portugal zal ook vroeg tijdig sterven.
En dat is josse van Burghondje. U weet nog misschien wel, dat is het kindje dat gedopt werd op de
dag dat het lam godschien ingeureerd werd in de sinds janskerking Gent. Maar ook die zal vroeg
sterven en die vloek van de koudenberg waarvan spraken die wat stil aan groter, die begin te
spelen in de koppende hertogelijke hoofd van Philips de goede. Maar dan wordt dat eigenlijk ook
carolgebore. Carol de stout in die zon is die zon dan misschien in de dat de plek waar je
moet geboren worden. Is dat de slot er ook niet Jan Zondervres gebore? Is dat er slot er ook niet
Philips de goede zelf geboren? Ik kijk, carol de stout er geboren in die zon. Hij zal wel,
oud hoor hij zal wel zijn vader kunnen opvolgen en die carol de stout. En hoor die oriëm daar al
lopen als Jan wat je opnieuw over de teelt, de vloerteels niet alleen. Hij, als Jan Malik,
is hij al getrouwd met Katharina van Valla. Hij was zes, zij was elven, daarna kwam ze
in de Brussel waar ze zorgeloze jaar hebben doorgebracht. Hoe ze daar spelen door de trappen in
garen van het koudebergpalijslop. En zo springen we weer verder in de tijd. En opnieuw zijn het
voedstapjes. Deze keer zijn het dergevoelige voedstapjes van een nieprincesje dat hier op 13 februari
1457 wordt geboren. Het is de enige echte Maria van Burgondje. Oké, U mag Maria zeggen,
Maria van Burgondje te te noemen. En natuurlijk dit meisje, deze jongenprinces is de dochter
van carol de stouten, de klein dochter van Philips de goede. Zij komt hier op bezoek bij Vava Phillips.
Bij een Bompijn Brussel komt zij bezoek, ze groeit op en gint, ze komt in spelen in het
park van een groot vader. Ziet de warrande parkje stij je nog altijd in de kelder maar ik kan dat
me zo inbeelden, de warrande park inlopt, dan kun je er zo'n koude, er loop je zo'n beneden.
Ze hebben na dynamiteren van het palijs dat park opgehoogt. Maar er is nog één stukje dat
zich op het niveau bevindt waar de kleine Maria van Burgondje ging spelen met haar vringes.
U weet wel, een steltlopen blindemannetje, al die vergeten kinderen spelen die we aantreffen
op dat ene bekende scherij van Pieter Breugel de oude, tussen de labyrinth van Laurier en Rosemarijn
struiken, dat die minagerie van von Molse en jeur Philips, volse wolven links, een leukamele
straksvolse apen en Maria van Burgondje, die toe kijkt, hand in hand met een vriendje en een vriendinetje.
Vandaag mag je al van geluk sprekken als in het warrande park nog een konnijn aantreft.
Maar ook bij deze Maria van Burgondje.
Er zorgenloze bezoek aan haar grootvader hoort het verhaal van de vloek van de Kourenberg.
Want toen ze werd gedobd, hier in het vlakbijgelege kerkje, was haar vader niet bij, haar grootvader niet bij.
Dat hadden met de maken dat het slechts een dochter was, maar ook dat de grote ruzie was.
Dus haar vader, Philips en zo'n karel, die ruzie waar ik het net nog over had om hier verder op onder de kapel in de kelder stonden.
En dus was enkelaar moeder bij en de pijdvader en die pijdvader was niemand minder.
Dan de Franse kronprins die politiek als zeel had gevraagd in gekregen waar Philips de goede en die hier in zijn arme heelt.
De kleine Maria van Burgondia en die pijdvader, de later loodweg de 11e zal de nagel aan de toteskist van de volwassen Maria van Burgondia worden.
En terwijl Maria van Burgondia, als het is winter zo bezoek, kwam bij Arbompa in Brussel.
In haar betje snags onschuldig licht dromen, terwijl het buiten, fris dat het kraakt, horen wij hier boven ons.
Als we toen zouden staan, waar we nu staan in de kelders van de Koudenberg, zouden we hier boven ons in de 22.
De monumentale schorstenen zouden we ontelbare blokken houthoren knetteren en dat is lang niet alles.
Want daar bovenop zouden we het gelak, het lichtisch schijlen, dronken, betje gemene lag van een 10-20 taal mannen rond de tron van Philips de goede horen.
We zouden die lachhoren kletteren tegen de gewelfde.
Philips de goede was natuurlijk een man zoals u en ik wilde zich ook wel ambuseren en dat was op dat moment aan het nadenken.
Op zijn schootlag over het dag een zak met daarin alle landen die je houdt voor over het Brabant, Holland, Zeeland, Vlaanderen,
alles wat hij op een of andere manier en zo verder bij elkaar had gepuzzelt en wat dus de begrondische Nederlanders zou worden.
Hij zegt "Waag, daar nu een godstand aan mij doen." Dus ja, savons, wilde hij zich ook wel een beetje ambuseren.
Dus nodigd hij mannen waar hij goed mee kon opschieten en vroeg hij in het droeg in hetzelfs op om de savons bij het hartvuur bij zijn tron in de oude magna om zo scabreus mogelijk zo zo zo zo zo zo zo.
De biezo ging vrouw onvriendelijk mogelijk zo epis mogelijk uit gesponnen van veilig moppen te komen vertellen. En hij moet zich inbeelden. We Philips ook nog iemand extra betaalde om alles te naderen.
En dat zou lijden tot een dubbele premieren. Het is de aller eerste novelle bundel uit de Franse literatuur.
Die boven die nog nog eens de aller is, erotische, hij aangebranden vooral, erotische vrouwen bundel uit de Franse literatuur is de Sa Nouvelle, Nouvelle en dat beeld u zich in. Dat werd hier verzonnen, gedekteerd, opgeschreven, uitgegeven.
Exact tot de plek waar vandaag Philips en Matilde passiansen spelen. En die zou Nouvelle Nouvelle mooi ingebonden zou net voor zijn dood helemaal verschijnen uitgegeven worden.
In die hertogelijke bibliotheek de zogede, burgondische, librijen, belanden en nu, belandig. We hebben wat bij Erik aanbelangt. Bij de vormaartste boekencollectie uit de laatste middeleeuwen die ik al wettijver heb met die van de pauze in Rome en die van de Koning van Frankrijk in Parijs.
De burgondische, librijen met die onwarschijnlijke boekenverzameling. Zal er voor een groot stuk in vlammen opgaan, weet je nog, want er begint februari 1731, ja, de vlammen zich van verdieping naar verdieping uitstrekken.
En hier op de kouden bergt op dat er niks meer over schiet, dan een verkold ruwenen. En het is februari. En van alla kanten komen de bluswagens aangereden, maar je moet het is februari. Het vries dat het kraakt.
Het is een soort van billige serialisme van la litteren, ze kunnen niet blussen, omdat het bluswater is bevroeren. En dan met mannen magt, probeert me toch de redden wat er te redden is. En dus groot men, voor zover het mogelijk is, het ene om betalbare boekwerk uit de trauma beneden gelukkig.
Ligt er overal een laagje sneeuw in, dan moet zich inbeelden, dat draar van zeker. Ook die zaan, hoeveel, hoeveel. Dus ik heb bruisen, vettige verhalen van fulbs de goeden hier. In de oude magna verteld bij een warmhaartvuur, door de eiskoude lucht naar beneden vallen.
Gelukkig zag je's op het sneeuwtappijt. Een aantal worden gestolen van die boeken, andere blijven in de brandachter.
Maar het onverschijnlijk is dat één-terde van de omen bij 900 tot 1000 boekwerken nog eens bewaard gebleven, en dat die nog altijd in Brussel zijn, en dat we die vlak bij in de KBR, in de koninklijke bibliotheek, bibliotheek, goaiaal nog altijd kunnen aanschouwen.
In gedachten loop ik deze ingelandstraat uit, die wel is waardveld erop ophoudt, maar de stijts ben hij helemaal doorliep, tot waar zich nu op de kunstberg de KBR bevindt de koninklijke bibliotheek, bibliotheek, goaiaal.
Vandaag is het een tot verbeelingsprekend museum geworden, uniek in Europa, waar de cremde la cremde alle beste boekwerken van de bergondische collectie te tonen worden gestuilt, in een relatie van drie maanden, omdat hij ook niet te lang aan het licht en de lucht mogen worden bloot gestuilt.
En als ik er al aan het laat met de twee aantal, dan moet je mij toch gunnen en ik denk aan natuurlijk, van de beroemdste miniatuur alle tijden die we vinden in de chroniek de Hennol, dat is een gescheed kundig werk, de gescheeden is van heen gauw, aangeboden aan Philips de Goede, waarbij heel de gescheen is wordt verteld en dat op de laatste plaatszijder wordt Philips de Goede bijgeschreven, en nu bent u hierheren meester.
Op de eerste plaatszijder vind je die beroemde miniatuur, we zien de hertog Philips de Goede, in een zwart tamast, zondje karlermaast, de beroemde kastelie Roel-A, die we in Bonen in Otaan hebben ontmoet, en we zien de schrijven wokke laatig en het dit boek geschreft geknield, het boek aanbieden aan Philips de Goede, en we zien ook vloer tegelens, je weet wel vloer tegelens die mij zo interiëren en er ligt een ont, een wind ont, te slapen.
En als ik zo'n mocht eentje mag, nou heel snel, er is hier ook een faistig boek, ik heb het een keer uit de rikkel laten halen voor mij, dus de istoaag, de schachelen mag tellen, de gescheedings van Karol Martel, niet dat die gescheedings van de manding 732 de moren heeft tegen Goede bij.
U hebt allemaal op wat jij gezegd, dank je wel daarvoor, maar omdat achteraan iets staat wat ik wilde zien, helemaal achteraan zien we een. zin het je, ze lieveren, apartia af Philippe, die ootgeman Lippenke, dit boek is van Philips anders gezegd Lippenke, het behoorden af Philippe de schone, het zonnetje van Maria van Burgondje, die ze op een andere manier in een soort van verklein woord, een lieftalig diminutiefje,
die ze niet Philippe maar Lippenke noemde, ik vind dat zo, QUE achteraan, dus een beetje, Frans en Nederland door elkaar, was dat een verklein woord van Philippe of was dat omdat hij al zo'n Habsburgse Lipp had dat ze hem Lippenke noemde?
Wat dat ook zei, je komt zo heel dicht bij dagelijks leven, het is al zo of dat je Maria van Burgondje hoort troepen, Lippenke, heb die grijf camera op gekust, dit is echt de intimiteit van de dagelijksen Burgondische leven aanraken.
Lippenke!
Affa, alle naar het Gabier Museum.
Laatden we tot slot, nog een keer ons oor te laisteren liggen op die vloerstelling van de oude magna, laten we hopen dat het alarm niet afgaat, wat horen we?
Tick, tick, tick, horen het getick van een stok, een stok, een stok oude man ondersteun, dat van een man die er al sinds stok uit ziet, het zijn voeten schaaflen hier over de vloerteels van de Koudenberg.
Het zijn de aardselen, de wankle voedstappen van de laatste Burgondje, het is 22 oktober, 1555 in Kijzerkarel, de vijfde doet tronzaafstand.
He he, de laatste lot van de Burgondische stambom, Philips de Stouten, Jan Sondervres, Philips de Goede, Karel de Stouten, Maria van Burgondje,
Philips de schone Aljas Lippeke, het is de zon van Lippeke, die traag, wankle, een uitgeput, het podium beklimt van de oude magna.
Ik kan niet meer.
Hei, de man. die keizer is, van een rijk waar de zon nooit meer onder gaat. Hij is krom van de ontgoogling,
wat heeft hij allemaal moeten doen in zijn leven? Hij heeft hem maken gehad met Luut,
heeft hem maken gehad met een nieuwe wereldiem voor de voetewerd gegooid, de andere kant van de
Oceaan. Al die problemen, hij is daar veel van een gewone sterveling, hij is boven dient tot
tal overgeleverd aan de jicht. Hij moet letterlijk steunzoeken op de schouders van een
braban, scholantse elman. Willem van Oranje. En we weten allemaal hoe dat zou aflopen.
En het is hier onder de indrukwikkernde geweld van de ouwla magna. Gebouwd door de doorkijze
Karel zo bewonder de voorvader Philips de Goede, dat hij met aan zijn ene zijde Philips de
tweede, het de koning van Spanje, die hij zal voorstellen als zijn opvolg, als de nieuwe
souverijn van de lage landen en aan de andere kant, Willem van Oranje, die de man die ook nog
een redelijk belangrijke rol zal spelen in de decennia die gaan volgen, dat hij, mooizaam,
de met keizerlijk boergondische biezekers omzoende handoek in de ringhoogt.
En met zijn kraakende oude stem spreekt hij de volgende woorden. Ik weet dat ik vele fouten begaan
heb, grote fouten niet in het minstweg is mijn jeugd, dan wegens menselijk dwalen en wegens mijn
passeers en het eindelijk door mijn vermoeidheid, maar niemand heb ik bewust onrecht aan gedaan.
Wie ook, in die, er dan toch nog onrecht was, gebeurde het buiten mij weten en enkel door onvermoog.
Ik betreur dit openbaar en smek een ieder die ik gekrengd zou hebben, onvergiven is.
Vanaf, ik heb dat hier met een soort van reenekment van de stem van de oude keizer Carl de vijfde aan
nu proberen te vertellen, maar een bijvoerpaat tot mislukking gedoemde reenekment, omdat in
werkelijkheid zijn woorden al licht nog minder verstaanbaar moeten hebben gekonken, omdat vijf jaar de
voren keizer Carl op zo'n gezicht was gevallen en zo wat al zijn tanden had verloren.
Dit is nog niet het ultieme einde van keizer Carl de vijfde in zelf. Daarvoor zullen we helemaal op het
einde van deze tijdrijs nog een spaier trekken, maar het is wel het einde van het bergondische tijdvak.
Deze man, deze Habsburgse keizer, die zich nog als een volwaardige afstandeling van Philips de goede
beschouden, hij die we kunnen bestempleen als de laatste bergondier zijn woorden die hier weer klink in de
oude magna kunnen we beschouwen als de laatste echt nog bergondis getenten woorden met zijn opvolger.
Philips de tweede van Spanje wordt de bergondische naavolstreng definitief doorgeknipt.
Podcast Summary
Key Points:
Het standbeeld van Gottviet van Goetjok op het Koningsplein en de verleden tijd van de kruistochten worden gebruikt als symbolen voor het verleden van de Nederlanden.
De Koudenberg in Brussel is een symbolische plek van macht en machtsoverdracht, waar de hertog van Brabant in de middeleeuwen zijn thuis vond.
De bouw van het Ola Magna-palijs, een gigantische pronksaal, werd geïnspireerd door de behoefte aan een centrale machtspunt in de regio.
De kelder van het huidige Koninklijk Paleis bevat verbleven fragmenten van het verbrande palijs, waaronder vloeren en schatten uit de tijd van Philips de Goede.
De historische verleden van de hertogen van Brabant en de verleden van de landen wordt voorgesteld door de voetstappen van kinderen en de naam "Lippenke" van Maria van Burgondje, een symbolische intimiteit van het dagelijks leven.
In februari 1731 ontstond een brand in het palijs van de Koudenberg, waarbij een groot deel van de boeken uit de burgondse bibliotheek verbrande, maar een derde van de collectie bleef bewaard.
De huidige Koninklijke Bibliotheek (KBR) in Brussel bevat een van de belangrijkste verzamelingen van bergondse boeken, inclusief een beroemde miniatuur van Philips de Goede.
De woorden van keizer Carl de Vierde, geïnspireerd door de oudste hertogen, worden gezien als de laatste echte uitdrukking van de bergondse macht, en worden in de Ola Magna verwoord.
Summary:
De tijdrijs beschrijft het historische en symbolische belang van de Koudenberg in Brussel, met focus op de macht van de hertogen van Brabant en de ontwikkeling van het koninkrijk van de Lage Landen. Het begint met een vermelding van de geschiedenis van het palijs op de Koudenberg, waar de hertog van Brabant, vooral Philips de Goede, zijn macht vestigt. Het Ola Magna-palijs, een gigantische pronksaal, wordt geconstrueerd als een symbool van centrale macht en werd in de 15e eeuw bouw.
Na de brand in 1731, waarbij een groot deel van de archieven verbrande, bleven een derde van de boeken bewaard, zoals in de Koninklijke Bibliotheek (KBR). De kelders van het huidige paleis tonen vloerstenen en sporen van de oude tijd, waar de voetstappen van kinderen van de hertogen, zoals Anton en Maria van Burgondje, worden herkend. De naam "Lippenke" voor Maria van Burgondje, een verkleinde vorm van "Philippe", wordt als een symbool van het dicht bij het dagelijks leven van het burgondse volk gezien.
Het eindigt met de woorden van keizer Carl de Vierde, die de laatste voordelen van de bergondse macht uitdrukken en de overgang naar de habsburgse tijd aanduiden. De tijdrijs combineert geschiedenis, archief en persoonlijke verhalen om een diepere relatie te creëren met de geschiedenis van de Lage Landen.
FAQs
Het standbeeld van Gottviet van Goetjok symboliseert de historische en religieuze tradities van het land, en dient als herinnering aan de kruistochten en de vaderlandse geschiedenis.
De Koudenberg is een symbool van machtsuitoefening in het land. De krijger staat hier omdat de berg al eeuwenlang een centraal symbool was voor macht en autoriteit in de regio.
Leuven was in de loop der tijd de historische hoofdstad van het hertogdom Brabant, voor Brussel in de jaren 1260-70 werd er een verandering aangebracht.
Het paleis was een symbool van de macht van de hertogen van Brabant en de ontwikkeling van de Burgondse en Brabantsche regeringen, en werd later een centrum voor politieke en culturele activiteiten.
Een brand uitbrak in het paleis, waardoor het volledig verbrand en opgevoerd werd. De vloer en andere structuren zijn in de kelder nog te vinden en beeldend.
De Ola Magna is een gigantische pronksaal op het Koudenbergpaleis, die in de 15e eeuw werd gebouwd. Het was een symbool van macht en rijkdom en werd een centraal punt in de politieke en culturele levenswereld van de tijd.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.