Deze podcastaflevering duikt in de geschiedenis van Henegouwen, specifiek Le Quesnoy, en verbindt dit met het grotere verhaal van de Nederlanden. De presentator staat in Le Quesnoy en beschrijft hoe het stadje in de 14e eeuw onder gravin Margaretha van Henegouwen transformeerde van een militaire vesting naar een bloeiend textielcentrum. Haar conflict met haar zoon, Willem V, ontketende de beroemde Hoekse en Kabeljauwse twisten. Via een reeks huwelijken en erfenissen leidt dit verhaal naar de geboorte in 1401 van Jacoba van Beieren, achterkleindochter van Margaretha, in het kasteel van Le Quesnoy. Haar geboorte werd voorbereid met grote luxe, waaronder het aanvoeren van een enorme hoeveelheid donsveren. De presentator zoekt de plek van haar geboorte op en vindt in de kelders van een later gebouw nog de middeleeuwse gewelven uit haar tijd. Jacoba, vaak "van Beieren" genoemd, wordt gepresenteerd als een cruciale maar complexe figuur wiens leven onlosmakelijk verbonden is met deze regio en de grotere politieke machtsstrijd van haar tijd.
Heenegouwen, ja, wel heenegouwen geeft toe. Van neer bent u voor het laatste naar heenegouwen getrokken. Het verhaal van België is meer dan het verhaal van Vlaanderen. En wat met Limerig, wat met Brabant, wat met Name, of wat met Heenegouwen. Dat is wat ik ook met stouw te schoenen, boek en de podcast wil ondernemenden de verhalen van die specifieken ook onbekendere gewisten voor het voetlicht brengen. En dat voert mij nu naar Heenegouwen meer bepaald naar Le Kenwa. Ik ga het even spellen. Leu, Q, U, S, N, O, I, Greg. En daar ben ik nu belaan in het historische centrum van Le Kenwa in de schade van een laat middeleus portgebouw. Onderaan zie ik zandsteen de wederale mebaksteen. En het raar dat het zijn portgebouw ook een ophale passage, langs waarpaar de carapacéder vandaag voornamelijk oudtos. Als ik mijn ogen helemaal dicht knijp af en niet heel maak, dan kan ik door de oogharen in het perfect inbeleaad zelfs zien. En hier onder de arcade van het portgebouw een vreemde vraag naar binnen wordt gevoerd. Het is iets dat zijn allemaal paarden, dat zijn meer de aangespangelijk cararachter. En daarop allemaal zaken. Zaken heel een tickenzaken ben heel benedig. Ik hou even de paardengestel tegen, ik heb er zetend. En ik spring even op die kaart. Het is wel scherkelijk, maar al deze zaken zitten vol dans, vol weer. In de donschanse donschaken donsseewogen donswaanen donswaanen. En de reden waarom deze dons, langs deze port hier naar binnen wordt gevoerd, want dat is nu juist de reden waarom ik hier sta. Ik wil toch iets vertellen het heeft te maken met een vrouw. Met een van de broemsten vrouwen uit onze vaderlandse geschiedenis, maar best de luisterhuis. Lijkt u hoeft nu even neer de hopelijk zachte einde dons van een inledende vertellingen. Een historische aanloop die ik neem om het tijdelijk samen met u in die beloofde dons van 1401 te belanden. Harde, fijn u. Stoud is goed. Met Bart van Lo. Om te beginnen waar benvind ik me juist, dat in Leukinwa. Als je een lijn trekt tussen Van Onsen en Mobuzin het noden van Frankrijk, dat wil eigenlijk zeggen een lijn die net onder de frans bellige cigrens loopt. Niet zo heel veel van het bellige se mons bergen, wel net onder het midden van die lijn ligt Leukinwa. En ja, denk dat het niet altijd moeilijk is om toe te geven dat hij naam niet klinkt als een klok. En heenige oude, de provincie waarin het ligt. Al even minder enige oude, geen groeiende ardinnen nog een monumentale maasjaar stromt, de beschijden heen, la enne, de rivier die haar naam gaf, aan de carolingische gauw van wileren en die net over de Frans Vgrens uitmond in de schelden. Met mijn verget wil eens dat heenige oude doorloopt over de frans bellige cigrens, loopt het mobuze van ons chenneneelstuk Frankrijk in. Ook weer zo'n oude in dit gevallen grafskap, dat door de geschiedenis in twee stukken en over twee landen werd verteelt, de oude wijzheid van Montenje wordt hier dadelijk getoond. Zeker als het over grenzen gaat, doet de provincie waar alles is voorlopig. Wie vandaag door heen gauw, zeker als het door de borenage rijt, als het wat we denken aan spomptaan in de slumste mens, zouden wij als sluttel wordt beteen zeggen terils, mijn industrie. Dat is waar we heenig om me associeren, het is wat heenigouwen rijkdom, tijdelijke rijkdom heeft gegeven. Het is ook die rijkdom die een eeuwende ooit landschap heeft veranderd, want ze liegen daar nu die terils werkloos. Want toen de steenkolen, industrie en 20e heen, we helemaal in elkaar stuikten, begonnen de mensen die hier ronden zich weer in zijn echt historische vraag te stellen. We zijn dus wel blijkbaar meer, we moeten wel meer zijn dan die mei en industrie die is verdwenen, waar komen we van dan? En is het een soort nieuwe bewegen ontstaan om grenen over schrijden, een toch weer contact te zoeken, omdat oude heenigouwen weer te ervaren. En bijvoorbeeld in Valenschen, voetballens is in 2011 in het stade du heen noe, dat is dus in Frankrijk warmen. Die belliesen aan heenigouwen echt weer gebruikt, die aaslaat bij het oude grafskap en de grote stadsaglomeratie heet daar polmetropolitain du heen noe kwambrezien. Weer heenigouwen, we moeten ook niet overdriven, het is niet zo dat de jongeren hier rondlopen met tishurs waarop de koppel van die oude graven zijn gedrukt. Maar je voelt toch dat er hier behoeft in is aan het ontdekken van een frans belligische heenigouwen connexie. En die pringt ons natuurlijk weer terug naar die laten middelen. Die laten middelen waar dit onafhankelijk autonomen grafskap heenigouwen, uiteindelijk die autonomie zou verliezen en op zou gaan in een grote rijk wel als heen geheel. En ik heb dat natuurlijk over het boergrond is erijk. Dat is waar we met deze episoden en de volgende episoden naar toe willen. Maar geduurd wij zijn nog altijd gewoon in Le Kenwa. En als je dit staat je binnenrijd dan denk je dat je een middeleusvestingsstad binnenrijd. Maar persopant die vesting die je ziet die onwaling die dat hier eigenlijk het is 17e eeuw. Die is gemaakt door verbouw de berunde architect van Lodewijk, de 14e die zo ontzettend veel dingen voor hem heeft gemaakt. Het was de period dat men dacht als we ons maar goed beschermen dan kunnen we alle belegeningen doorstaan in de Aras 50 gewerkt. Het is die deel van Bessons ont, die nog altijd kunt zien. De brillant zon weet wel dat is. Ik denk het hoogstgelegen França Stadje in de Alpen prachtig ook met die onwalingen in Rijssel van Noemmer op het is bijna eindeloos. Maar ik ook even vermelde dat deze voetbalgebore is in boergrond. En dat je vandaag niet ver van wisselen en van avalon in het nord van Den Jijver nog altijd zijn kasteel kunnen bezoeken. Echt een aardater. Maar zijn onwaling die staat wel tegelijk op de fundamenten van de middeleusen, omwaling die de persoonen, de persoonaas, de figuur waar ik het nu over ga hebben, hebben gezien, hebben aangeraakt. En die middeleusen omhaling die werd om het helemaal af te maken, dit verhaal die middeleusen omhaling die werd door de laatste boergrond, de caralde vijfde in 1530 nog is extra versterkd. Pomp. Maar dat absoluutte begin van dit stadje brengt ons naar 1160. Dan komen wij de veilelijke stichter van een stad. Graaf van hen, gouden wij niet pop, maar bouwen wij de bouwr. Die liet hier een graaflok slot op trekken, daar zie je het medselwerk nog altijd terug in het portgebouw waar we het staan, weet u wel, op de plaats van de Shinnegal Le Clijg. Rond dat militaire bouwwerk, we zitten nog altijd in die 12 de EU, kwamen er een eerste ringmuur en er stond ook een eerste geconcentreerde form van bewoning. Maar, maar, rukken waak, kom pas echt tot bloeien, want eert de tijde aanbreken dat dan vrouwen het hier voor het zeggen krijgt. Let wel best luisteren, is zonet heb ik u al een vrouw aangekondigd, dit wil de vrouw van het donswar van sprakemen. Die zien nog niet aan de orde, hier gaat het om haar overgroot, moeder en zeker, maar gareta, die wordt in het jaar dus heer 1346 graving van hen, gewoon maar let wel, niet alleen van hen, gewoon van Holland en Zeeland. Dus als ik het zou zeggen hoe kan dat nu, Holland Zeeland tot daar aan toe, dat liet nog bij elkaar maar weenig houden, dat liet hem toch nog flanderen tussen. Het is niet anders, het sinds ongeveer 1300 is elke graven van Holland ook door de bistelevallenheden van genealogische en andere huwelijkstcrankels ook tegelijkertijd graven van hen, gewoon dus Holland Zeeland, hen, gewoon voortaan samen in geheel. En natuurlijk een anlokkelijk geheel, vraag maar aan Vilius de Goede, die vindt dat absoluut, er komen straks bij uitmiddag hier zitten we nog in 1346, Vilius de Goede moet nog geboren worden, de andere hoofdrospezer van dit verhaal ook. Deze margareten van hen, gewoon Holland en Zeeland, zal van af 1346 vaak verblijven in Le Kenwa, en zij zal van wat op dat moment niet meer is dan een militaire strategische visting een echt leventig stadje maken. En hoe doet ze dat? Door een opproeptelanceren aan vrindeling uit alle landen om zich hier te komen vistigen en ze zouden van automatisch gratis en voor niks zich maar dezelfde recht te krijgen als de luttele autochtone bronners van Le Kenwa. En die oproep slaat aan, in een record tempo ontwikkeld dat stadje zich tot een bloeien centrum van wat had u getoelt.
We zijn vlak bij Vlaanderen de Lakenindustrie. Het Castel krijgt een moderne update. En koster nog moeite worden gespaard. Dus de verrijst hier, plotseling, een luxe verblijf. Waar Margarette graag zal verblijven. En omdat allemaal te doen heb je de nodige financiële armslag nodig. En die centen heeft Margarette. En niet alleen is hij dus de dochter van de vorige graaf van Holland Zeeland. En heenig al, maar ze zoeken ook iets uitstekend getrouwd met loodewijk van Bären. Dat zal u verder niet veel zeggen. Dat was wel niet wat minder dan de keizer van het heilige Roomsrijk. En van daar trouwens dat de nam van Bären voor taanzal opduken. Vanav deze periode als we het over de graven van Holland Zeeland en heenig al hebben. Al die Willemendien nog zullen komen, heet het dan van Bären. En die bijnaam van Bären, die roepnaam van Bären, moet de wakkeren onder u best de luisteraars. Al een heel klein beetje in die degheven naar welke vrouw wij op weg zijn. Na de vrouw die onlosmakelijk met Le Kenwa is verbonden. En die zoonbelangere krol zal spelen in D-Zijn ook nog de volgende episode. Maar verlopig, houd ik haar naam nog geheim. Al hebben ik goed de hoop dat veel van jou weten naar wie we opweggen. En waarom is de Margareta die zo getrouwd met de Roomsduitse keizer? Waarom zal ze zo vaak in Le Kenwa verblijven? Omdat vaneer haar man sterft, die Roomsduitse keizer, staat ze er alleen voor en besliss om zich hier terug te trekken. Dat is het geluk van Le Kenwa. Dat door de alwezigheid van de weduwen, de grafelijke weduwen, hier helemaal aan zijn opgaan, zal kunnen beginnen. En dan en ik krijg je vooral tot de Nederlandse luisteraars. De dames die hier in dit kasteel zitten en de rest van er daar geslijt, en die het allemaal uitboot tot de luxe kasteel, en die luk in de wall had opgaan in de water volkeren, wil die dame best de Nederlanders licht aan de basis. Van wat grootste kluen is dat u ooit tijdens de lesse geschiedenis op uw bord hebt zien liggen. De hoekse en de kabeljouse twisten. Een kat vindt er zijn jongen niet in terug, maar het begin wel hier. Het begin is nog eenvoudig indizit. Ja, de grafien, onze margariten. Ze zitten hier op het kasteel. En zij wil eigenlijk nog gewoon verder de macht over haar drie grafschappen uithoefen. Maar haar zoon wil hem, de later wil hem de vijfde van Hollandse Nederland en hen gaan. Ja, die wil eigenlijk ameten als zijn paden dan toch niet meer is. Ze moet er op zij schuifen en zelf de macht op wijzen. Van hij is misschien nog een beetje gematigd, maar de antourage van die jongen toekomst zich graf, die wil dat hij het laken helemaal na zich toe trek. En dat laat die antourage van de moeder dan niet gebeuren. En daar zit het spel op de wagen. De hoeken zijn de kant van de mama, de kabeljouwen. Dat is de partij van zoon wil hem. Vooral het duidelijkheid, die hoekse en kabeljouse twisten spelen zich niet af in heen gauw. Dat is een laterzegend Hollandse en zeelandse twistie. En waar de zoon al snel naar toe gaat, terwijl de moeder als het waard vertreven wordt hier naar Leukken. Maar vanop afstand zal ze zich niet zomaar laten doen. En dat is het begin van een soort van het valt niet uit te leggen. Van een heel complexe kan het worden, burger-orlog gebruikt worden. Misschien wel, het is toch een oorlog binnen zelf de lamp tussen de onderdalen die tegen elkaar gaan wachten. Het is een machtstrijd natuurlijk waarbij dan wil eens gezicht wordt. Dat de kabeljouwen meer voor het streeven zijn met de kopleden, met de stedelingen te maken hebben en dat de hoeken meer de oude landelijke aristocraties. Maar dat klopt op de duur ook niet meer. Het is een soort van machtstrijd die door al die partijen heenlop met overlopers, maar van een kluren. Een vainbrand is het die soms uithoofd, maar dan weer opvlakert. En die het duidelijk van Holland en Zeelandse als naar utrecht zal overwij. En dus ook voelbaar is tot hier in Heenigouwen in Leukenwau. Dat is een net van problemen en twisten, waarin de tijndig ook de achterklein dochter van deze margerreeta van Hollandse en Heenigouwen. De damen naar wie we nu explicit naar oprijs zijn, waar we bijna zijn aangekomen helemaal in verstrekt zal raken. Ach, bestel uitzicht, ik ga even ophouden met een spulletje van te zeggen dat we opweg zijn naar een damen en dat die belangrijk is in onze vaderlandse geschiedenis. Ik ga haar namen nu al prijs geven, dus dat je te mis te weten naar wie we opweg zijn. haar bijna maar roep namen hebben ik al prijs geven van bijren en ja de meeste weten onder u de meeste onder u weten al wel dat ik het natuurlijk heb over Jacoba van bijren. En die Jacoba is dus de achterklein dochter van die margerreeta waarmee de hoekse en de kabeljouse twiste beginnen en die wil hem die zon van die margerreeta is dus haar groot vader. We moeten still aan deze standbom afklimmen naar beneden hier in Lukinwa om het uiteindelijk uit te komen bij Jacoba van bijren. We zijn goed op weg. In tussen ben ik hier door de toegangsport doorgelopen. Ik kan niet blijven staan en wordt al schieten. Ik ben die porteur gelopen en ik tot restante van het kasteel waar hier in Lukinwa op 23 juni 1356 onze margerreeta van Holland zeeland en enige houden haar laatste aademsel uitplazen. haar rijken is nu definitief uit en haar zon wil hem de vijfde die die onder tussen naar Holland en zeeland helemaal onder zich gaat zal er nu ook enige houden bij krijgen. Maar dan gebeurt er iets erg meer kwarexig. Ik heb het vet aankondigd met het is ook zo. Hij wordt volgens sommige bronnen krakzinnig en op een gevaarlijke wijze. Hij zo in zo'n vanzinnige bui en was een eigen aanangers heb ik het dood. Dat wil de legenden. Al ligt is dit door hoekse veiande aangeplazen. De warret is prozizer. Nou een vermoedelijke hersenbloeding zal die wil hem de vijfde in 1356. Totaal ongeschikt zijn om nog te regeren en worten. Ja, wordt hij op zijn geschofen. Als een zieke man en wort hij op gesloten of in geduregen bewaren is dat hier, hier waar we zijn. In dit kasteel van Luik-Kennuil waar hij nog zalt jaren en jaren als een zieke man, zalt leven. En komt de macht van Holland zeeland en heenig houden we te liggen bij zijn broer. Albrecht van bijren en die albrecht van bijren. Nu mogen de klok op beginnen te luiden want die albrecht van bijren. Die zal samen met Philippse stuiten. Nu belanden we. Ja, we hebben er even op moeten wachten. Langs de Roetspaan van de gescheidings weer terug in ons Burgondische Epo's. Zal samen met Philippse stuiten onderhandelen dat hun kinderen een dubbelhueelig zullen sluiten. Weet u nog wel aan dag te gelezeren zijn luisteren van de Burgondiers. Jan Zondervres, de zoon van Philippse stuiten te tronen opvogden. Met een naam die klinkt als een klok zalt trouwen met de dochter. Margarita van bijren, de dochter van albrecht. En tegelijkertijd zal zijn zong die zal dan trouwen met de dochter van Philippse stuiten die om het gemakkelijk te maken. Ook nog eens Margarita zal eten. Margarita van Burgondje. En het is dit laatste koppel dat we van nabij gaan bekijken. Margarita van Burgondje en Willem van bijren. Zij zullen samen een dochter krijgen. En zo via de hoeken, de kabeljouwen, een krankzinnige hersenblodingen. Een Burgondiers dubbelhueelig. Zij zijn we in twee, drie hoplen allemaal samen nu in de bij het begin van deze aflevering beloofde Gansen Tons. Beland. Die dans weet u nog wel die door een groepje ruiters onder het portgebouw door in de richting van het Gravekast. En het stilbaarheid, nu ook zijn aanbalant, wordt gevoerd. 50 kg ons. 50 kg is dat mogelijk. Ik moet enorm veel zijn geweest. En die werd naar de toen nog toekomstige kraamkamer gevoerd. Waar het druk is, wat met man en macht. Het ene na het andere kussen, de ene na de andere matras gevoerd. Matrasse kussen. Allemaal vermarga-reeta van Burgondier. De zus van Jan Zonderfreest, al die Gansen Tons die uitgekienden vooral van luxe en elegance die wordt alleen maar gebruikt. Dus heeft het verdiend. Het heeft 15 jaar getuurd in Godsnamp. Voor alleen dat ze zwanger was. Dus nu moest het helemaal perfect worden uitgevoerd die bevalling. En dus werd die Gansen Tons gebruikt aan wat zachtstmogelijke betje te spreiden voor Marga-reeta van Burgondier. De zachtstmogelijke landingsban voor de bevalling en het terweeld komen van Jacoba van Beir. En die kamer, de kamer. Waar Jacoba van Beir, de terweeld is gekomt. Ja, die kamer wil ik zien, natuurlijk. Dus geredig stap ik vooruit, maar moet ik vaststellen dat er afgesehen van het oude bord gebouw. Daar neidwaar we gelegen in Dons zijn doel gereden. En niets meer overblijft dan het kasteel. En nu staat er een 17e eerstgebouw die plek. En dat gebouwert egenomen door beeld u in de voodbal. Je hebt een weer voodbal.
Je weet nog wel die architect van daar net. Voel ban, passion, motto, club. Dat is een frustratie die soms de tijd reiziger de beurt valt. Dat is wat ik in stoutescoenen wel heel de tijd aan de lijf onderwin. Dit is een oefening in het aanvarden. Dat je die stoer is zwaar het nooit helemaal kunt achterhalen. Maar. Ik geef niet op, ik weet dat er hier toch nog een ticketje is. Een toegangs ticketje hier in Leukkienwa om toegang te krijgen tot die later middeleven. En wat is de toegangscoenen ondergrondschaan? In mijn handen, mijn rechterhand, licht de sleutel, letterlijk, de sleutel, waarmee ik hier in dit 17e eestige bouw binnen kan treten en waarmee ik vervolgens ondergrondskam afdalen naar het tijdperk van die akopen van bij hun. Opende teur, het is mooi zoveel. Ik moet echt trekken en sleuren. Dat sloppakt niet, ik ben het weer al opgeven. Maar je denkt toch bij mezelf, denk ik, het is niet de juiste sleutel, maar dat geeft het toch mee. En moet ik duur met schouders tegenaan. Wat? Ik ben binnen. Maar in het 17e eestige bouw, ik weet het hier links. Als ik nog een deur op het duur dat er een trap. Hé, wel, dat is hier een trap. Het is hier wel donker, maar een beetje licht. Het moet lukken om hier, maar je is één verdieping afdalen in het schemerdaister. Ik stap naar beneden. En bij elke treede, vijk 25 jaar terug in de tijd. Heel mal beneden, treff ik. Wat zie ik hier? Robusten, twaalf de eeuwse gewelve in Sandstein. En een aantal tussenmuren, ook die tussenmuren. En ik weet dat ik heb het helemaal uitgezocht. Die dateren uit die periode van Jakob, van Bayern. Het kan nog twee verdiepingen afdalen. Twee aadgestrekten, goed bewaarde, keldverdiepingen, boven elkaar. In mijn boekstoud de schoenen. Heb ik een mooie foto's van afgebeld. Echt mooi. Het is hier dat de dinas van Margareta en Willem, dat ze hun wijn kwamen halen, het is hier dat ze het eten kwamen halen. Om bij te maken, ik zeg maar wat voor de kleuter die Jakob, van Bayern, wilder als zou zijn. Ik moet gewoon naar boven wijzen. En ik zie klik klak klokken de hele kasteel weer verschijnen. Ik hoel zelfs. Hoe twee verdiepingen boven mij? Op die 15 of 16, die jullie 1400 en 1. Op de zachte donster wereld Jakob van Bayern, dit ondermaanse binnenklaat. Er is iets heel opmerkelijk aan de hand met die Jakob van Bayern. Wat daarmaan betriften. Iemand die niet zo weten wie ze is en gewoon twee of drie archiefs, de kezoonraadplegen, zo heel de tijd, zak als naam tegenkomen, of in het Nederlands, in het diets Jakob. Bijvoorbeeld hier, in 1717, en van de eerste orkonde, waarzo op vorkomte staat, lettelijk Jakob, biege na de gods her toch in de van Bayern, graf in de vanheen, gauw van Holland, van Zeeland. Dus ze zien dus wel graf in me. Vrouw, maar staat Jakob. Allee, hoe kan dat nu? Dat heeft het met te maken, dat ze al ligt willen van sind Jakob en een adorasi-divosie voor die heilige naar hem vernoemd. En ze hebben naar naam al opgeschreven in een of andere gisteren woordze geboren werd. Ze wisten dus niet of het een jongen of een meisje was. En ze hebben een soort van, de klinkt wel heel monteren eigenlijk. Heer de dag ze hebben een soort van sekslozen naam gekozen. Jacques, zonder S. Wat een afkorting kan zijn van Jacques met een S, Jakob, of van Jacques Lin, Jakob, een meisje. En door dat het officieel zo is, geschreven zal heel erg leven lang, zal ze als Jacques of Jakob te boek worden gesteld. Maar bon, we hebben nu in onze verbijlding vanuit deze kelder en dankzij ook het poortgebouw. Het kasteel terug bij elkaar gefantazeerd. Op kennis van zaken is toet. Laten we daar nu ook nog de tuinen aan toevoegen. En zien hoe de jongen, Jakob, van Weire, hier rond. Hoe ze hier licht schrijven, danse partrijden. Ze krijgt zelfs zwaartlissen. Ze kan bij wijze sprekken, dus een harnasantrek en teel nemen aan een strijd, wel opmerkelijk. En ze sprek vlot, frans, Engels en diets, blijk, oogschijnlijk een prucht te ver te zijn. Graafelijk parakjeet, was een paradij, een paradijs, met die damherten, bij de vleet. Behalen van natuurlijk op de dagen van de jacht, waar ook Jakob zich niet onbetuigt liet, dan was het minder een paradijs voor die hertjes. Hoe moeten we ons inbeelden? Hoe Jakob, hier op buiten door een van de eerste snoepertuinen uit de later middelijven huppelden? Ze smulden hier van aardijplanten, die tot dan enkel in het wild groeiden. Het is niet alleen planten, ook de dieren van haar grootmoeder, langs moeder scant. Maar gaat het af van maal? De vrouw van Philips de stout, de aardsboeder van de lagerlanden, van haar ohma krijgt zijn apje. En onder Philips de groede, die na Jakob van bij her hier de septor zwaaien, die Philips de groede, die aanvolle neef is. Ah ja, de zon van Jan Zondervrees, armama is de suist van Jan Zondervrees. Die man zal niet alleen naarvolle neef, maar ook aanvolle vijand worden. Daar komen zo dadelijk uit. Maar die Philips de groede zal hier nog leuen. En dromen daar is er naartoe sturen. En mocht u hier ooit wie wijt die mijs sporen voor de voetbal, passion, motoclap, staap. En u hoort het gebrul van motoren, betekent dan dat exact op deze plek eeuwen ervoor het gebrul van leuen en het gegrijs van apjes voerde horen. En die dikontext schroeit je op vaak zonder haar paa, haar paa, wil hem in de naag in de grafskap hol rond en zeelanden te besturen. Zeker met die hoekse en de kabeljouwstetwiste moeten heel vaak daar zijn. Als ze dan alleen enige oe is, dan blijft hij amper hier, maar wel in een kasteel van Boessen. Dus 25 kilometer van hier, en waar hij vandaag nog altijd de ooster van toren van kunt zien, die ooster van toren, die nog steeds zoals toen over de schelden waakt. Dit alles racht ervoor dat lukkenwa, dat het kasteel hier echt een vrouw kasteel wordt. Want Margareta van Boergrondje, zij moet voor haar man dat in het norden zit, hier de heenige oude touwtjes goed in handen houden. En omdat je koba, de enige dochter is, omdat daar moeder zelf nooit naar het norden gaat, omdat ze zoveel daarin enige oude enige kind was, kamer ook door de omstandigheden. En het gebeurt ook, kamer een inige band ontstaan, tussen Jakoba en haar mama Margareta. En later, een later Jakoba, die ruzie in dat de zwill hele feministisch uitgedrukt krijgt met haar volw neef, Philips de goede, zal die moeder als een sterke, steurende kracht achter haar blijven staan. Op vier jaar verloofd ze zich met de 11-jarige Jan van Toerrein, we kunnen ons dat aan vervoostelen, maar het is wel zo. En die jongen zoon van de Franse koning, die komt hier wonen. Jakoba heeft een eerder zorgenloze jeugd, maar met het verschrijden der jaren en in de wetenschap dat zij de opvolgster zal zijn van de dynasty, komen de zorgen ook wel aanvliegen. Als ze 13 is trouwtse, het zomer van 1415, we zitten dan echt enkele maanden voor de ramp van Ase en Coer, de slag teveld, slag het onderdjarge oorlog, waar zij twee van haar omzal verliezen, weet u nog, Philips van de Weer en Anton van Braban, die twee broers van Jan Zondervres. Ze trouwt die zomer, ze is 13 jaar, en ze trouwt met Jan van Toerrein. En de Jan van Toerrein is de tweede, oudste zomer van de Franse koning, en de oudste, de krompris sterft, wordt haar man krompris van Frankrijk en dan zou het wel eens kunnen dat onze Jacoben van bijren. Koning in van Frankrijk moet worden, maar ja, de sterftgevallen die volgen elkaar op, van twee jaar later sterft haar man zelf, en is je dus op haar even rekenen, op haar 15e is wedu. Zou gestorven zijn de Jan aan de gevolgen van een midden ooronsteking, al doen er ook de geruchte deronde dat we er is vergiftig, zou kunnen zijn, het zijn complexe, en het worden alleen maar complexere tijden. En in het jaar dat Jacoben van bijren, haar jaar woord schenk dan de zon van de Franse koning, wordt haar wadigend dat zelf die jaar gebeidt door een hond. Dat lijkt het akke fietsje, maar die wonden die wil nooit helemaal genezen. Hij wordt behandeld door een cirugijn, in van de roekoloze soort, en extra snee aanbrengt weer later in de video.
1717, vaneer Jakoba alweer wereldbeest geworden, extra snee in het bein van Willem. We ligt ons dat om de etter te draeneeren vanuit zijn ontstokende wonden, maar daarmee tekent die bissarroekelozen cirurgijn Wilms doodvonnies. Want de wonden ettert verder en om de laatste dag van mij, 1417, sterft hij in zijn kasteling Boesja, waar ik het net nog over heb gehad. Hij wordt bijgezet in de sindschoorigskerk van Valonsje, dat is niet zo heel ver van hier. In die kerk ben er geweest getuigen vandaag alleen ook de 12 pilaren in het schip van de kerk die tijd, die waren erbij. Toen Jakoba van Bijren, tijd is de begrafenis afschijt nam van haar vader Willem van Bijren. En kijk, heer en leken was, we is aan per 16 jaar uit onze Jakoba van Bijren, maar van afdan diensten angesproken te worden als Grafvien vanheen, gauw, Holland en Zeeland. En dat was ook wat haar vader op zijn sterven bed duidelijk aan alle edel en steden uit laten weten, had zo'n platen zweren zelfs dat ze alle nasen tot toch de Jakoba zouden er kennen als zijn opvolgster. Maar ja, die steden en die grafschappen, waar het op het bot verdeelt door die hoekse en die kabeljouse twiste. Dus ja, zeggen dat die opvolging Jakoba van Bijren nog heel veel koptzorgzoog bezorgen is echt een aan de stetement. Dat heeft het natuurlijk met te maken dat zijn vrouwis. En normaal gezien bij een opvolging als er een meerdere jaren mannelijke son is, dan is die opvolging in de regel problemlos. Maar als er geen zoon is, of een vrizerim die mental niet in staat is om die rol op zicht te nemen, het is wel een tochter, dan wordt het vaak problematisch. Het is nu ook weer niet zo dat vrouwen helemaal niet te zepterkonden zwijnen. De bijvoorbeeld, het denk maar aan Johanna, maar Gerita van Vlaander ook van Konstantin Opel genoemd, die net in de 13e eeuw, als ze vlaanderen demografen zijn economische heem al zal open ploegen, wel zij zullen de chef zijn in vlaanderen, maar dat had er met een maken dat ze getrouwd waren met een graaf, een graaf die of wel vroeg sterv of er wel in gewangen is zat. Dus dat bracht hen automatisch in een soort van machtsposissie, terwijl we hier met te maken, we hebben hier met iemand die van jongza van voorbestempt is om de nieuwe graf in te worden en dat werd vaak aangevochten in dit geval door haar bloed eigen onnota binnen, die zijn kans raakt, de laakse bischop Jan van Beeren, de broer van haar paar, Arnonkel, de broer van Willen van Beeren, het is als stocken in de wereldstekende, hullen van Beeren die zegt Jan, maar ik ben toch de broer, ik ben een man, ik heb heel veel ervaring, waarom zou Holland zei dat in een gewoon mij niet kunnen toeval. En dat onwaarschijnlijk complexe clue is het geen wat we samen met Jacoba in de volgende episode gaan proberen te ontwarren. Maar in Tussen ben ik hier nog altijd in de Kenwa, ik ben langs de trap weer boven grond geraakt en daar zie ik iets op merkelijks. Ik zie dat de naam dit kasteel hier krijgt die van moeder Margareta is er hangt een bord en er staat château de maggegiet de bergonje. Dus château de maggegiet de bergonje. Dus hier in Luik-Kennowa, ik ben hier voor Jacoba van Beeren, wij zijn hier voor Jacoba van Beeren, de tochter, maar hier in Luik-Kennowa in dit noord van onze stadje associeren de resten van het kasteel hier vooral met de mama, Margareta van boergrondje. En dat heeft hem met te maken dat zij hier nog veel jaren zal doorbrengen en dat tijdelijk in 1441 nog na, ons overleef daar dochter Jacoba dat ze hier op 67 jaar geleden tijd zal sterven. En in die laatste jaren moeten we die zus van Jan Sondervres inbeelden als iemand die de hele tijd vogelkoe je opangt in een slaapkamer. Vlamseisjes en andere tukkers kinkelerden hier dat het een lieve lust was, ik vind dat een merkwaarde, peelte, mooi symbol eigenlijk voor een vrouw die zich nooit heeft laten koen en die in de geweldade jaren die volgen altijd achter het dochter zou blijven staan. Wat het te straf er was omdat zij de dochter van Philipsen stoutte, de zus van Jan Sondervres, zij die als roepnam van boergrondje had gekregen dat deze margaric de bergonje als er echt op aankomt, een hele dynastieke afkomst die ze van jongza van zo heeft ieperd gekregen dat ze boergrondje gewoon op zij schaft een zonder twijfelen risolite kant kist van haar dochter Jacoba van bijren. Wat een daadkracht, wat een moet, wat een power, Philips de goede, zal er bijna zijn tanden op kapot bijden. [muziek]
Podcast Summary
Key Points:
De podcastaflevering verkent de geschiedenis van Henegouwen, met focus op Le Quesnoy en Jacoba van Beieren.
Le Quesnoy ontwikkelde zich van een militaire vesting tot een bloeiende stad onder gravin Margaretha van Henegouwen.
De Hoekse en Kabeljauwse twisten, begonnen door een machtsstrijd tussen Margaretha en haar zoon, leiden uiteindelijk naar Jacoba van Beieren.
Jacoba van Beieren wordt geboren in 1401 te Le Quesnoy, omringd door luxe (waaronder een 'gansen dons'), en is een centrale figuur in de Nederlandse geschiedenis.
De host daalt af in de kelders van het 17e-eeuwse gebouw, waar nog middeleeuwse resten te zien zijn uit de tijd van Jacoba.
Summary:
Deze podcastaflevering duikt in de geschiedenis van Henegouwen, specifiek Le Quesnoy, en verbindt dit met het grotere verhaal van de Nederlanden. De presentator staat in Le Quesnoy en beschrijft hoe het stadje in de 14e eeuw onder gravin Margaretha van Henegouwen transformeerde van een militaire vesting naar een bloeiend textielcentrum. Haar conflict met haar zoon, Willem V, ontketende de beroemde Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Via een reeks huwelijken en erfenissen leidt dit verhaal naar de geboorte in 1401 van Jacoba van Beieren, achterkleindochter van Margaretha, in het kasteel van Le Quesnoy. Haar geboorte werd voorbereid met grote luxe, waaronder het aanvoeren van een enorme hoeveelheid donsveren. De presentator zoekt de plek van haar geboorte op en vindt in de kelders van een later gebouw nog de middeleeuwse gewelven uit haar tijd.
Jacoba, vaak "van Beieren" genoemd, wordt gepresenteerd als een cruciale maar complexe figuur wiens leven onlosmakelijk verbonden is met deze regio en de grotere politieke machtsstrijd van haar tijd.
FAQs
De podcast wil de verhalen van specifieke en minder bekende gewesten in België, zoals Henegouwen, voor het voetlicht brengen.
Le Quesnoy ligt in Henegouwen, net onder de Franse grens, tussen Valenciennes en Maubeuge in het noorden van Frankrijk.
Margaretha van Henegouwen was gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Ze maakte van Le Quesnoy een bloeiende stad door immigranten aan te trekken en rechten te verlenen.
Dit waren burgeroorlogen in Holland en Zeeland, begonnen door een machtsstrijd tussen Margaretha van Henegouwen en haar zoon Willem V. De Hoeken steunden de moeder, de Kabeljauwen de zoon.
Jacoba van Beieren was een invloedrijke gravin in de vaderlandse geschiedenis, geboren in Le Quesnoy in 1401. Ze speelde een sleutelrol in de Bourgondische periode en de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
De ganzen dons werd gebruikt om een zachte landingsbaan te creëren voor de bevalling van Margaretha van Bourgondië, de moeder van Jacoba van Beieren, in 1401.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.