Deze jongen man noemt Amir en is Grotter als Jan.
Krijg jij nu ook de kribels omdat ik niet heet en Grotter dan gebruikt heb?
Het is voor veel discussies en hoog tijd dat we er een wetenschappelijke schijtzrechter bij halen.
Eline Lismond is als sociolie gewist de geknipte kanidaat. Heeft zeuren over taal zin.
Dit is de universiteit van Klame.
Veelde tje even in.
Iemand van dat de kamer binnen en stelde nieuwe vriend voor.
Hij noemt Jan, wordt gezegd.
En meteen weer klinkt de lichtje irriterig door de kamer.
Hij heet Jan, bedoel je.
Iedereen kent hem wel, die ene persoon die op iedere taal voor het wijste en ook consequentie taal gebruik verbeterd.
Misschien voel je je nu aangesproken en ben jij een taalpurist die iedereen rondom zich terroriseert met taalregels.
Welde taalpurist zich erzert aan taal uitingen die niet helemaal correct zijn,
erzert de taalgebruiker zich ook aan het school meestelijke gedrag van de taalpurist.
En je kunt je dan ook de vraagstellen wiensfustraties nu eigenlijk terecht zijn.
Laat weer sinds kijken naar de taalgebruiker die een taal fout maakt.
De spreker zegt hij noemt Jan, terwijl het duidelijk is dat je in deze zin het werk wordt, heet er moet gebruiken en niet noemen.
Dat betekent dus onderscheiden ze helemaal niet moeilijk, en toch is het een fout die veel sprekers maken. Hoe komt dat dan?
Wil dat zeggen dat al die sprekers dom zijn omdat ze de taalregels niet kennen?
Wel, nee, helemaal niet.
Vaak kent de taalgebruiker de norm wel, maar het is omdat in een echt informele context zoals op café met vrienden minder op zijn taalgebruiklet en daardoor maakt zijn fout.
Dezelfde spreker zal een informele context en een sollicitatie gesprek bij bijvoorbeeld de fout wel niet maken.
Of zou de fouten halen sinds niet mogen maken?
Eenerzijd is het dus belangrijk dat je de norm kent en daarom is het ook goed dat de taalpurist die op die fout weist.
Maar anderzijd is het toepassen van die norm niet in elke context verrijst of zelfs nuttig.
Want in een gesprek met vrienden mag je rust een taal fout je maakt worden.
En dat zon fout gemaakt wordt de zovering in zoek heel normaal.
Taal is inmers altijd een beweging en is ondergevig aan verandering.
Zof zijn veranderingen de maatschappij ook zijn werkelijk op taal.
Dat is het duidelijkst zichtbaar wanneer je de woorden schat van het Nederlands bekijkt.
Er duiken steeds nieuwe woorden op in onze taal, woorden die betien of zelfs vijf jaar geleden nog niet kenden en gebruikten.
Taal veranderd in het verleden trouwens ook al en dat is dus geen ziekte van deze tijd.
Denk bijvoorbeeld aan het verdwijnen van de naamvallen in het Nederlands.
Wil er in het middel Nederlands nog systematisch het donderschijt wacht gemaakt tussen de genitiefvormen, der en des,
zijn de naam wel alsens eeuwen verdwenen uit het spontane taal gebruik.
Ja, zo'n genitief kun je nog terugvinden en enkele versteende uitruiken je als smorgens en de procureur desconings.
Maar verder zijn alle genitiefvormen vervangen door de bezitsconstructie van de of van het.
Waar mijn vroeger dus de waarde deskins zegt me nu de waarde van hetkins.
En niet enkel taal veranderd, maar ook taal normen verschijven steeds.
En omdat de regat van onze taal veranderen is het ook niet zo vreemd dat er taalvouten gemaakt worden.
En wanneer een fout frequent genoeg en door de juiste mensen je maakt wordt, wordt het op een zijn innovatie.
Denk maar aan invloedrijke personen zoals journalisten en reppers.
Als zij een taalvout maken, wordt die innovatie al snel opgepikt door andere taalgebruikers en slat de motor voor taalverandering aan.
Je zou daardoor zelfs kunnen zeggen dat de taalvouten die gisteren je maakt werden, de norm van vandaag zijn geworden.
En toch denken veel taalpuristen dat het maken van taalvouten altijd samenhangt met taalverludering.
Ze oordeelen dan dat taal veranderd door leuighijt of onverschilligheid, omdat mijn de moeite niet wil doen om zich aan de taalregels te houden.
En bovendien denken veel taalpuristen dat taal daardoor steeds gemakkelijker wordt.
De onderliggende aanname is dat onze taal steeds minder complex wordt in vergelijking met vroeger,
toen er bijvoorbeeld wel nog een uitgebreid naamvallen systeem bestond.
Maar dat is niet per seso.
Zin en naamvallen ook actief gebruikt werden in het Nederlands dat de complexiteit ervan in de verbuiging op woorg niveau.
Maar zijn naamvallen verdwenen zijn is de woordvolgerde in de zinwiel strakker geworden.
Hoe wil je vroeger dus konkiezen of je de kron des konings of des konings, kronzij,
wordt de bezitrelatie van dag volgens een vast patron uitgedrukt.
Dus de kron van de kroning.
De complexiteit is dus verschoren van het woorg niveau naar het sindsniveau.
Het is dus een mitte dat taal altijd gemakkelijker wordt wanneer ze veranderd.
Een goed voorbeeld daarvan is een recent fenomen dat vooral een Nederlands erg bekend is.
Nederlandse sprekers gebruiken soms het woordje hun als persoonlijk voren aan woord.
Je hebt alleen het gehoord dat iemand zij hun hebben dat gedaan.
En menig taalpurist krijgt koude rilingen als ze deze zin woord en noemde taalverludering.
En toch is deze verandering een voorbeeld waarin taal net meer nu al ze krijgt.
Het voornaam woord hun lijkt hier simpelweg in de plaats te komen van zij of ze in de derde persoon meer woord.
Zoals in de zin ze hebben dat gedaan.
Maar dat is niet zo.
In deze recente verandering worden aparte betekenten ze aan de version de voornaamwoordige koppeld.
Het voornaam woord hun kan in deze context enkel gebruikt worden als verwijzing naar een leven tweezen.
Zoals een mens of een dier.
Terwijl ze ook kan worden ingezet voor niet levende enthiteiten.
Zoals in de zin de taalvouten ze zijn niet uitgeroien.
In tegenstelling tot wat veel taalpuristen dus denken maken sommige veranderingen onze taalbesnet complexer en genuanceerder.
Natuurlijk zijn die frustraties van taalpuristen niet uit hun luchtie geven.
Zij baseren zich vaak op taalregels die door normerende instanties worden opgelegd.
En een van de meest bekende instituten die taalregels formuleren is de academie Française.
Zo mogen we noemen het ook wel het parlement van de Franse taal.
En dat parlement bestaat uit veertig leden.
Lezimortij. Voornamelijk schijfers stel kundige en historici maken levenslang deel uit van de academie en stel een onderling overleg spelling en grammatica regels op.
En vooral het verlediging is er bij eerder conservatief te werken waarbij ze weinig rekening heelden met wat er in het eigenelijke taalgebruik gebeurde.
Zo kwam er bij voorbeeld hevig verzet van de academie toen de Franse regering voorstelde om beroepsnamen, zoals luministren,
ook een vrouwlijk equivalente geven, dus laministren.
De academie wilde dit absoluut niet, maar de verandering werd uiteindelijk toch doorgevoerd, onder meer omdat er vormaal door weelsprekers gebruikt werd.
Ook bij ons kennen we een soortgelijke instelling en dat is de taalunie.
Voor het hele Nederlandstaalge grondgebied houden ze zich bezig met taalbeleid, beschrijven ze de stand naar taal en geven ze taal advies.
En op basis van dat vies van de taalunie worden aan spellingshetsen en geamatiek als opgesteld, zoals jullie hier ook kunnen zien.
En de taalunie geeft zelf ook dit alon bekende groene boekje uit, waarin spellingswijs jingen worden opgenomen.
De taalunie geeft overigens een genuwantseerde kijk op taal normen, en dat zie je bij voorbeeld wheneers de taalvorschefte opstelt.
Dat kan dan op verschillende manieren gebeuren.
Een taalvorscheft kan ene zijdt heel erg prescriptief zijn, waarbij slechts één vorm wordt goed gekeurd.
Anderzijdt kunnen taalvorschefte ook descriptief worden opgesteld.
En in dat geval wordt variatie een taal beschreven en gecaadeld binnen een bepaalde context, zonder dat andere varianten noodzakelijk worden afgekeurd.
En dit typevorscheft vindt je vaak terug bij het opzoeken van online taaladvies.
Stel, je twijfelt of je beste constructie vast en zeker of net zeker en vast gebruikt.
Wel, hierover oordeelte taalunie dat beide vormen correct zijn, maar ze verduidelijke ook dat de constructie vast en zeker standaartales in Nederland,
terwijl zeker en vast enkel standaartales in Vlaanderen.
Dit is een descriptief voorschift waarbij de taalunie zich baseert op vaststellingen van het eigenelijke taalgebruik.
Nu, we hebben nog gezien dat taalverandering van alle tijden is en dat geldt even zeer voor taalvouten.
Die bestonden uitrecht altijd al en er waren ook altijd al gramatische die zich ergerden aan die taalvouten.
Opvallend is dat veel frustraties van taalpuristen vandaag dezelfde zijn als in het verleden.
Iets waar veel taalpuristen bij bobel te kribels van krijgen, is een zin als "Ik ben groter als jou".
In een vergelijking met een verschotende trap moet die immers dan gebruiken en niet als.
Maar het mijn eigen onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat die regel al hef ik bediskusieerd wordt sinds de 18e eeuw.
En sommige gaan maar. Dat is die in die 18e eeuw verkozen zelfs als in de vergrotten de trap.
En ze vonden in de vormals "Ik ben groter als jou, twin beter dan ik ben groter dan jou".
Dit maar aan te tonen, dat ook taal normisties veranderen.
En dat de keuzes voor taal normen, die losstaan van het eigenlijk het taal gebruik, waak iets arbitraars in zich hebben.
Want in goede taal kunnen je reden voor dan boven als of omgekeerd is er eigenlijk niet.
Zoals ik eerder al zei, oordeel het taal purisste dat het maken van taal fouten.
Samen hangt met taal verloediging.
En ze denken dan dat spreekers te luiken of onverschillig zijn om zich aan de regels te houden.
Maar dat is niet altijd zo.
Soms dunt spreekers net zoveel een best om zich aan de regels te houden en daardoor maken zijn fout.
Ik denk bijvoorbeeld aan het taal gebruik van jonge kinderen.
Daarbij een uiting als "Ik ging de nagschool vandaag niet uitzonderlijk is om te horen".
Wat hier gebeurt, is een overgeneralisatie van de regel.
Het kind twit heel goed dat het eruitgang de of de moet toevoegen aan de stand van het werkwoord om het in de verleden tijd te vervoegen.
Maar het past de regel hier ook toe op een onregelmatig werkwoord.
En daarom krijg je een vormals ging de in de plaats van ging.
Een andere bekend fenomeen is hyperkorrexie.
Bij hyperkorrexie zijn taal gebruikers zich ook erg bewust van een norm.
Zo bewust zelf dat ze de regel ook gaan toepassen om je dat niet nodig is.
Je zou ongetwijf het al gehoord hebben dat iemand tegen jou zei dat hij of zij even groot is dan jou.
Om het taal gebruiker heel goed weet dat in een vergelijking dan moet je gebruiken,
past de regel niet enkel toe bij een verschotende trap,
maar ook bij een vergelijking tussen twee gelijken, waar je normaal gezien als zou verwachten.
Hoe wilde te zoek taal fouten zijn?
Kun je zeker niet stelden dat het om onverschilligheid of luihheid gaat?
De spreken zijn in deze geval net tevielen best om zich aan de regels te houden
en daardoor maken ze fouten.
Het is dus duidelijk.
Taal normen en taalregels hebben altijd bestaan en toch blijven we taal fouten maken.
Hoe komt dat dan?
En wanneer hebben die uitgevarrige taalregels dan eigenlijk een effect op het taal gebruik?
Wel, om een opgeleid de taal normen te laten slagen, is er een sociale draagvlak nodig om taal te veranderen.
Ik geef een voorbeeld.
Stel, de taal unie ligt een norm op waarin ze zeggen dat het woord brood niet meer correct is
en we vanaf morgen allemaal het latijnse woord paanem in de plaats moeten gebruiken.
Geen enkele taal gebruiken zal die regel dan opvolgen.
Hoe komt dat?
Wel, iedereen kent en gebruikt het woord brood en de betekenes ervan is voor iedereen ook duidelijk.
En daardoor voelen we de nood niet om een ander woord te gebruiken.
We zullen dus gewoon brood blijven zeggen omdat niemand achter deze opgeleidende veranderingsstaat.
Het sociale draagvlak is met andere woorden te klein om de verandering te doen slagen.
Dat is natuurlijk een erg banale illustratie, maar hij is ook een realistisch voorbeeld aan een soort gelijkloot heeft ondergaan.
Zo stelde vlaamse puriste woord om Franse ontleeningen als douche en paraplu te vervangen door een Nederlandse woord.
In dit geval dus stortbad en regenscherm.
Maar de meeste taalgebruikers zijn gewoon douche en paraplu blijven zeggen en slechts enkelingen gebruiken van daar de Nederlandse alternatieve.
Het opgeleidende woordstel werd dus nooit op grote schaal aan waard en opnieuw was het sociale draagvlak dus te klein om taal te veranderen.
Een andere suggestievoorttaalverandering waar een tegenstelling tot de voorgevoore beelden wel steeds meer vraag naar is,
is het gebruik van genderneutrale voornamel worden.
Vanuit verschillende hoeken klinkte roep om naast dat je kende persoonlijke voornamelerde hei en zij voor persoonlijke en vrouwlijke geslacht,
het neutrale voornameler wordt die te gebruiken voor persoon die zich niet bineer identifiseren en zich dus niet mannelijk of vrouwlijk willen noemen.
Vandaar de dag zal zo'n voorstaan met veel moeite intreden vinden in ons taalgebruik,
want die is absoluut niet in gebeurgen dat zo'n bineer persoonlijke voornamel wordt.
Maar als zo'n bineer-regender identiteit natuurlijk korranter worden voor groot ook het draagvlak voor die verandering optaaligvlak
en zo die in de plaats van hei of zij wel eens succes kunnen kennen.
In het Engels is het voornamel wordt dare bijvoorbeeld wel al korranten in gebruik als alternatief voor his or her in het meervoort.
Every student must bring darebook.
Wanneer het sociale draagvlak bij ons is groot genoeg is, zal de verandering in het taalgebruik wel echt ook volgen.
Als zo'n af te sluiten dan terugkeren naar de vraag heeft zure overtaal zijn, dan kan het antwoord zo'n wel ja als neezijn.
Het heeft zin, omdat het belangrijk is om een norm en taalregels te hebben.
Taal normen en standaartaal vormen immers een hoog was voor spreekers want een bepaalde contexten moet je aan de norm voldoen
en moet je ook standaartaal spreken.
Maar omdat taal en taal normen altijd veranderen laat taal zich moeilijk controleren van bovenaf.
Door vandaag normerende acties op te zetten of door consequent met de vinger naar taalvoorde te wijzen
zal je het proces van taalverandeling slechtzelfde helemaal tegenhouden.
De taalpurist mag zich de soms wat verdraagzamer opstellen en hoeft zich niet aan iedere taalvoorde ergeren.
Onsoms mag er ook een foutje maken worden, dat is helemaal niet erg.
En zo lang taal normen blijven bestaan, zullen er taalvoorde zijn om te bekritiseren.
De taalpurist hoeft dus ook niet te vrezen, hij zal niet snel zonder werk komen te zitten.
Zit je zelf ook met een prannende vraag, stuur dan gerust een meeltje naar
[email protected]
en dan zoeken wij naar een wetenschappelijk antwoord.
Probeer wel je taalvouten te bekperken.
Heel graag tot een volgende keer.
(C) TV GELDERLAND 2020
(C) TV GELDERLAND 2020
(C) TV GELDERLAND 2020
(C) TV GELDERLAND 2020
(C) TV GELDERLAND 2020
[BLANK_AUDIO]
[BLANK_AUDIO]
[BLANK_AUDIO]
[BLANK_AUDIO]
[BLANK_AUDIO]
[BLANK_AUDIO]