Heeft mijn kind een diagnose nodig? - Ik heb een vraag
from Eos Wetenschap
40m 31s
Het boek "Druk, stel, gevoelig" van Kim Ragen en Liesbeth Geisel is bedoeld voor ouders die zorgen hebben over hun kinderen die vaak druk, boos of gevoelig zijn. De auteur benadert de kwestie van diagnoses niet als een probleem, maar als een natuurlijke variatie binnen de neurodiversiteit. Veel ontwikkelingsstoornissen zoals ADD, dyslexie of DCD komen vaak samen, wat ouders helpt om de symptomen beter te begrijpen. Het boek benadrukt dat druk en gevoeligheid soms een fase zijn en niet altijd een diagnose betekent. Ouders worden gericht om eerst te luisteren naar hun eigen gevoel, en niet direct een diagnose te vragen. Ze kunnen eerst ondersteuning vragen zonder diagnose, bijvoorbeeld op school of via thuisbegeleiding. De kriteria voor diagnoses worden steeds ruimer, wat kan leiden tot meer diagnoses, maar ook aanpassingen in de opvoeding en de maatschappij. Echter, een diagnose biedt niet altijd een oplossing: het geeft inzicht, verklaring en mogelijkheden voor ondersteuning, maar kan ook vervallen als het kind groeit. Het belangrijkste advies is om te luisteren naar wat je kind zelf voelt en of het gelukkig is, en om alleen een diagnose te zoeken als er duidelijke problemen zijn. Ouders worden geadviseerd om eerst te wachten, en te kijken naar de context, zoals thuisomgeving of school, voordat ze professionele hulp zoeken. De boek benadrukt dat ieder kind uniek is en dat de maatschappij moet groeien om inclusiever te worden, zodat kinderen met verschillende ontwikkelingstalen beter worden ondersteund.
Wat als je kind vaak druk, boos, stel of gevoelig is?
Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo elke dag.
Onder ouder aan de schoolpoort hoor je dan al snel dat kind geeft een diagnose nodig.
Maar klopt dat wel.
Ik ben Kim Ragen, ik ben wetenschapse reacteur bij eerst wetenschap en in deze aflevering vragen
ik het aan Liesbeth Geisel.
Hofdrakteur van Eels, Psychie en Brein en autor van het boek druk stel gevoelig.
Dag Liesbeth. - Dag Kim.
Je hebt net een boekheid, druk stel gevoelig, wat ouders willen weten over diagnoses, neurodiversiteit
en ondersteuring, thuis en op school.
Kan je kortverduidelijk een waarover het boek gaat en voor wie het is bedoeld?
Ja, de titels zeggen het al zelf een beetje natuurlijk.
Het boek is bedoeld voor ouders die zich misschien wat zorgen maken over hun kind.
En die denken dat het misschien wel eens een ontwikkelingsafleerstoon is zou kunnen hebben.
Bevoerbeeld, autism of ADHD, dyslexie.
Maar ja, het is soms een heel kluben om te weten wat zij je dan moet doen.
Er is de school die misschien probleemen opmerkt of juist niet.
Hoe kan je ondersteuning daar vragen?
Hoe zit het met andere ondersteuning die je zou kunnen krijgen of die je kind misschien wel
nodig heeft of die je zelf nodig hebt in de opvoedingen want dat is ook niet zo vanzelfsprekend?
Moet je voor een diagnoze gaan of niet welke ondersteuning is mogelijk zonder diagnoze, waarvoor
heb je wel een diagnoze nodig en hoe gaat dat dan juist in zijn werk, zo een diagnoze?
Dat heb ik proberen uit te zoeken en hier te schrijven in het boek.
Ik heb ook gesproken met heel wat ouders en ook met jonge villassenen zelf die een diagnoze hebben.
Die je tuigen is daarvan komen natuurlijk ook in het boek voor.
Op een aantal vragen die ook in het boek worden beantwoordigd, gaan we straks ook nog wat diper in.
Maar misschien eerst ook twee woorden uit de ondertitel verduidelijk een neurodiversiteit
en overwelke diagnoze heb je het dan?
Ja, neurodiversiteit is eigenlijk een term die ondersteus wel al een hele tijd meegaat,
maar die wel ja aan kracht windtrankek.
Het is ontstaan uit de online community van mensen met artismen.
En zij pleiten er eigenlijk voor om ontwikkelingsstornissen misschien ook wel leerstornissen
onder tussen een om die niet meer als stornissen of problemen te gaan zien.
Maar meer als verschillen, dus iedereen is verschillend.
En ja, als je een beetje anders bent dan anderen mensen,
wil dat daarom nog niet zeggen dat je daarom per se minder bent of een storn is hebt.
We moeten die verschillen om armen, zegt de neurodiversiteitsbeweging.
En we moeten ook niet te veel focusen op het individu.
Want nu is het vaak zo dat je het zegt van een kind heeft bijvoorbeeld ADD, dus die moet dan psychotherapievolgen,
die moet ondersteunig krijgen op schoon.
En die moet misschien ook wel relatineslijke om een beetje rustiger te worden en in te passen in de maatschappij.
Maar je kunt het ook op een andere manier bekijken.
Het is misschien beter om ook de maatschappij zelf te veranderen,
zodat hij inclusiever wordt en dat kinderen die misschien of ADD of andere stornissen hebben,
dat die daar minder last van hebben en dat de maatschappij dus die mensen meer erkent.
Het zijn gewoon verschillend, maar die moeten er ook zijn.
En de maatschappij meer inrichten, zodat iedereen zich daar beter thuis invoelt.
En dan overwelke diagnoses het gaat, ik heb de meest voorkomende ontwikkelings- en leerstornissen behandeld in het boek.
En dat zijn naast een ADD die wel heel bekend zijn.
Ook taalontwikkelingsstornens en DCD.
DCD is een motorische ontwikkelingsstornens en daarnaast een leerstornens, een dyslexie en dyscalculie.
En dyscalculie die dan met rekenen te maken heeft metwiskunde.
Ja, dat is een heel breed scale als ik het zo kan om een aanstornis naar diagnoses.
Lukt het om die allemaal aan botten laten komen in een boek.
Dat is natuurlijk een grote uitdaging, maar ik vond het ook wel nuttig om de allemaal samen te behandelen.
Ja, dat is bestaan al heel veel boeken over bijvoorbeeld uitdisme of ADD of dyslexie.
En die gaan uiteraard dieper dan mijn boek op die specifieke stonens in.
Maar eigenlijk komen die stonens er veel meer samen voor dan je zou albadisch van statistieken verwachten.
Bijvoorbeeld, ongeveer de helf van de kinderen met uitdisme heeft ook ADD of de mensen kenmerken van ADD.
Ook bijvoorbeeld taalontwikkelingsstornens en dyslexie en dyscalculie komen heel vaak samen voor.
En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Dus ze komen heel vaak samen voor. Dus is het ook misschien wel goed om ze in één boek samen te behandelen
omdat ouders dan te maken hebben en kinderen zelf met verschillende stornissen, signalen die op verschillende zaken kunnen wijzen.
Ook sommige kenmerken zijn hetzelfde.
Bijvoorbeeld, snel over prickeltraken hoort ze wel bij ADD als bij uitdisme.
Slecht kunnen lezen of minder goed zijn in taal hoort ze wel bij taalontwikkelingsstornens als bij die dyslexie.
Dus is het ook wel interessant om ze samen te behandelen.
Ook de risico-factoren zijn hetzelfde. Er gaat waarschijnlijk iets anders in de prenatale ontwikkeling.
En dat heeft dan te maken met bijvoorbeeld ziek zijn tijdens de zwangerschap of een infectie oplopen,
kan ook onbewust zijn of vroeger tijdens de zwangerschap andere zaken die vroeg geboren, taalijggeborte, gewicht.
Zijn allemaal zaken die risico-factoren zijn voor zoals al die stornissen die ik behandel.
Ja. De titel van het boek is drukstelgevoelig.
Wat als odor die nu aan het luisteren zijn, denk ik, ja, mijn kind is echt druk, het is echt stel of het is heel gevoelig.
Wat moet je als odor met dat gevoel?
Ik denk dat het belangrijk is om te bezeffen dat het zeker niet altijd een probleem is en ook zeker niet altijd een stornissen is.
Het kan ook een fase zijn die voorbij gaat, dus het is altijd wel goed om heeftjes af te wachten, denk ik.
Het kan natuurlijk wel zijn dat er probleem zijn. Ik denk dat vooral belangrijk is om te kijken naar je kind zelf.
Heeft het last, denk je dat het niet zo gelukkig is of dat het er is heel frustreerd over is en daarom bijvoorbeeld heel boze is.
Ook een vergelijking met andere kinderen kan wel helpen, allebei dat je daar misschien ook niet te veel moet doen, want elk kind is natuurlijk uniek.
Maar als je bijvoorbeeld ziet dat je ook in zich heel anders gedraagt dan de broertjes of susjes, dan is er misschien toch wel iets aan de hand.
Het is een moeilijke vraag. Ik denk dat afwachten sowieso goed is om niet snel professionele help of een diagnose te gaan zoeken.
Maar als je echt blijft aanvoelen dat er toch wel iets is dat anders is, dan is het ook wel goed om niet met dat gevoel te blijven zitten.
En om voorbeeld is te praten met andere aarders of met leegderemplug helpverlening, zoals iemand wijken tegen zin of zijn ook opvoeringstwing kost waar je terecht kunt met opvoeringstproblemen.
Met een huizarse bijvoorbeeld of met het selfie op school om af te toetsen van is dit nu eigenlijk normaal, gaat dit voorbij of is er echt iets aan de hand en geef mijn kind echt specifieke ondersteuning nodig.
En heeft die die je genoeg is echt nodig?
Ja, is het dan ook die helpen die je moet zoeken die kan je daar ook te weten komen wat normaal is?
Ik denk dat als ouder kan je die dat gevoel hebben van mijn kind is echt wel drukker dan die klassgenootjes of drukker dan de broer en zussen.
Maar wanneer is het niet gewoon een beetje drukker en wanneer is het niet meer normaal?
Wie of wat bepaalt dat?
Ook dat is een heel moeilijke vraag, wat is normaal en wat is af en wijkend dan of zo met een beetje onheerbidig te zeggen.
Ik denk dat vooral te zaken om te kijken naar de last die ervaren wordt.
Is er veel last bij het kind zelf, dat is natuurlijk belangrijkste vraag, maar daarnaast ook is er heel veel hinder in de omgeving.
Als je zelf het opvoeden als ouder gevoel hebt dat je het niet meer aankund, dan is het wel belangrijk om heel te gaan zoeken.
Of dat dat dan nu aan jouw af aan je kind ligt, dat is dan uit te zoeken, maar dat kan ook al bijna natuurlijk.
Of als er heel veel problemen zijn op school, dan is het ook wel goed om verder te kijken van wat is nu precies aan de hand.
En wat is normaal en wat niet, ja, dat hangt een beetje af van die agnoze zijn natuurlijk ook samengstad,
al die de klassiefe casies, het dat dan door psychiaters, andere experts, door de wetenschap en die normen die kan ook wel verschuiven.
Dus wat we nu een storen is noemen was het vroeger misschien niet, want bepaalde criteria zijn ook veruimd geweest.
Ik denk bijvoorbeeld aan artismen.
Vroeger was dat een agnoze die bijna alleen maar gegeven werd en kinderen waren van jouw heel jonge leeft het aan zag dat er iets anders was.
Ik bijvoorbeeld bijna niet kominiseren die vaak ook zwakbegaafd waren, terwijl nu de meer red van de kinderen die autisme en autisme die agnoze hebben.
Normaal of hoogbegaafd zijn en wel kunnen kominiseren, ze hebben misschien wel probleem met die communicatie, maar dat staat hen niet in de weg om gesprek te voeren of om duidelijk te maken wat ze willen.
Dus die norm verschuift ook wel een beetje, er zijn ook wel experts die zeggen en er zijn heel veel kritici op het verschuiven van die norm in de klassiefe casies.
Want de maatschappij gaat er dan soms ook wel in mee, kritisch die stellen soms van een stornis is eigenlijk gewoon wat wij als maatschappij niet meer tolereren, gedrag dat we niet tolereren gaan een stornis noemen.
Ja.
Dus je kunt daar wat denken bij hebben van wat normaal is en wat niet normaal is.
Ja, ik zou meteen ook die propin gaan, maar ik vraag me dan ook af als de kriteria verruint zijn, zijn er dan daardoor ook veel meer die agnozes en is dat dan ook de oorzaak van dat groeiend aantal die agnozes?
Het is heel moeilijk om te zeggen dat die agnozes, dat het aantal die agnozes stijgt, zeker bij ons in België, want die agnozes worden nergens bijgehouden hier.
Maar internationaal als je internationaal kijkt, ik heb je ook gekeken naar internationaal wetenschappelijk onderzoek natuurlijk, dan zie je wel dat over het algemeen die agnozes en zeker van het is met een aardia die sterk stijgen.
En je kunt wel verwachten dat dat bij ons aan ook het geval zou zijn, en je kunt dat ook voor het afleiden aan het stijgende aantal kinderen dat voor het aardia die een medicatie neemt.
Of het stijgende aantal kinderen dat in het buiten gewoon onderwijs terechtkomt in zo'n naam de type 9 dat is uitzonder intellectuele beperkingen.
Dus we kunnen er wel vanuit gaan dat die agnozes stijgen en de verruimde kriteria kunnen daar zeker een rol in spelen.
ADAD was bijvoorbeeld vroeger hyperactiviteit een voorwaarde, maar nu kan je ook ADAD
bijzonder hyperactiviteit, dus zij vooral heel vertrooid bent en concentratieproblemen
hebben.
Maar voor andere diagnoses is het minder zeker, voor het taalentwikkelingstoornis en DCD.
Dus de motorische ontwikkelingstoornis, die zijn veel minder bekend ook, daar zijn de criteria,
denk ik, niet per se heel erg verruimd geweest, dus daar is het wel minder duidelijk.
Experts stellen zelfs dat er daar waarschijnlijk nog sprake is van een andere diagnoses,
zodat te weinig kinderen die diagnoses krijgen dan je zou mogen verwachten.
En voor dyslexie en dyscalculi is er ook wel een vermoedend van een stijging, omdat meer
kinderen albasis van zo'n diagnoses of op basis van een vermoedend diagnoses, ook ondersteuning
en vragen op school.
Dat zijn natuurlijk ook vrij bekende stoornis, waar je misschien als order of als school
sneller aan denkt.
Dus ja, waarom meer diagnoses bekendheid, ruimere criteria, die spelen in de raad allemaal
wel mee?
Ja, voorweer is er dan naar de rol van de maatschapij in de vraag van waar ligt die grens
wat we normaal vinden en wat niet.
Anderzijds zijn ouders ook, is er ook een trend dat ouders veel dichter bij die opvoeding
betrokken zijn.
Misschien zeggen rappen zorgen maken omdat ze veel meer met het wel zijn van de kinderen
bezig zijn.
Stuur dat ook meer het aantal niet toe nemen het aantal diagnoses, dat ouders het misschien
de goed willen doen over het dus snel bij willen zijn.
Ik vermoed dat dat zeker wel een rol speelt en daar speelt natuurlijk ook de bekendheid
van die labels ook een rol, dat je als order vroeger misschien niet wist, wat ADD, wat
die scalculi was maar nu wel, waardoor je sneller zal denken als je kunt proberen geeft
van misschien.
Hij kenne ik daar toch wel een paar zaken die ik weet over ADD, over die scalculi.
Ga je ook sneller naar die diagnoses op zoek of ga je sneller ondersteuning zoeken, denk ik,
terwijl het vroeger als je die story zonissen niet kent, kan je er ook als order natuurlijk
niet aan denken.
En zal het leren tot minder diagnoses of minder snel tot diagnoses leren, denk ik, ja,
anderzijds heb je dan ook die onbekenderen problematikken waar je dan als order misschien niet
aan denkt.
Ja, er is misschien wel wat meer druk op orders in verband met opvoeding, druk die we onszelf misschien
wel wat opleggen als orders, dat met heel goed te doen en om vooral wordt zorgend dat ons kind
maximum uit zichzelf haalt en gelukkig wordt en als we dan dingen merken, dat we dan sneller
aan de allerenbeelden gaan trekken.
Ik denk ook dat de relatie tussen kinderen en orders een beetje veranderd is, dan ga het
vooral over iets harder kinderen.
Ik denk dat kinderen vandaag meer delen met hun orders dan vroeger als het gaat over hoe voel ik
mij, wat gaat er in mij om waarom ben ik nu boos en dat het vroeger misschien minder besproken
werd, wordt op school natuurlijk ook veel meer aannacht aan besteten en hoe voel ik mij
zit ik in mijn wel, dus ja, dan kan er allemaal toelijden dat je als order sneller zakweekend
opmerkt en dus ook sneller soms aan de allerenbeelden trekkt.
Ja, die druk voel je ook onder orders, ik zei het in de inleding ook al, soms aan de school
wordt dan, wordt dat gezegd van dat kind is de druk die van die agnoze nodig en welke
mate speelt dat er al die maatschappelijke druk die er ook is op orders en hoe ga je daar
mee om als order.
Ook weer een moeilijke vragen, ja precies alleen maar een moeilijke vragen van duikens.
Ik denk dat je je zelf niet te veel moet laten aanpraten door andere orders of door opvoetboeken
of zo, geen van de beste advies van opvoetboeken is lees niet te veel opvoetboeken, maar
probeer zelf een beetje de haansleiding van jouw kind te zoeken, meestal kan jij als order
jouw kind het beste en andere orders hoeft zich daar helemaal niet mee te bemoeien en
familie eigenlijk ook niet, want dat heb je dan ook soms wel, dat familieleeren soms
ook wel zeggen of andere mensen van ja, geeft dat kind, maar er is twee weken naar mij
en het zal wij gedaan zijn met al die genoegseliteit en of met dat druk doen of boos doen.
Maar ja, daar heb je als order helemaal niet aan natuurlijk, dan dus ja, zelf vooral voor
je zelf bepaal van, is het nu een probleem of niet, kan ik de opvoetding zelf nog aan
of heb ik zelf heel veel probleem, want dat bleek ook wel uit de gesprekken die gaat
met orders op voor de lijkt van zelfs plekend, maar is het vaak niet en orders zitten er soms
helemaal onder door en dan is het wel het moment om help te zoeken, als je merkt dat je het zelf
niet meer aan kan, als je kunt helemaal onder door het, dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Wat andere mensen daarover zeggen is dan van bijkomend, belangrijk, denk ik.
Ja, en in zo'n situatie heb je inderdaad ook zelf voel je die nood aan ondersteuring, maar
stel kan je ook als order zien van ja, oké dat wordt gezegd, mijn kind is heel druk, maar ik
kan het aan of het is misschien maar een fase of een komend er wel uit, kan je ook gewoon zo
erin staan? Ja en waarom moet druk altijd een probleem zijn?
Er zijn altijd al drukke kinderen geweest, dat is daarom niet gezegd dat er een dia genoeg
is nodig is. Als het kind zelf gelukkig is, als het andere kinderen voorbeeld geen lassel bezorgd
want er zijn natuurlijk ook kinderen die andere kinderen aan pijn doen of zo, ja dat is natuurlijk
wel een andere kwestie, maar als dat kind functioneert en je hebt de manier gevonden om daarmee
om te gaan, drukke kinderen hebben misschien meer nood om veel buiten te spelen, om in een sportclub
te zitten, om in de uurtbeweging te zitten, om zichzelf een beetje die energie die en hen zit
kwijt hier geraken, ja dat is allemaal geen probleem hè? Ja, je kan ook proberen om te gaan
met een bepaald afweekend gedrag dan door zelf ingrepen te doen of moet je echt wel weten
wat je kind heeft voor je het echt kunt helpen. Het kan wel helpen die die agnoze en een
die agnoze, ik sprak eerder al de toerde klassificatie uit de retoonen verschil in. Een klassificatie
is eigenlijk het lebel, mijn kind heeft bijvoorbeeld taalentwoeklingstoornes of mijn kind heeft ADD,
maar die agnoze gaat veel verder dan dat dus brengen eigenlijk een kaart van wat zijn nu
precies te problemen door alle retesten, observaties, gesprekken. Kijken waar heeft dat kind nu precies
problemen waarop dat hij genaan was, zijn de prioriteiten op dit moment ook belangrijk van wat
moeten we best aanpakken. Ook de context wordt een beeld gebracht, dus hoe is het uit de situatie,
wie zijn de vrienden, kan het kind ergens terecht als ritzes, hoe gaan de aarders om met het kind,
dus dat is eigenlijk de agnoze en die kan wel veel duidelijk maken van oké, dit zijn
precies te problemen en in de context kan er misschien ook iets aangepast worden, want dit en dit
en dit is er ook allemaal aan de hand, bijvoorbeeld een heel grote klas of een manier van reageeren
van aarders of bijvoorbeeld aarders die zelf nogal geautisch zijn, er wel een kind, ja het nood heeft
aan structuur, dus kan wel aan knoppingspunt te geven zo'n die agnoze om te kijken van wat kunnen we
doen om het kind te helpen, maar het is niet altijd noodzakelijk, zo heb ik ook gesproken met
een aarder voor mijn boek die een kind heeft, waarbij er voor moeten swaren van ASS of ADAD,
hoge voeligheid, maar zij hebben er verloopt voor gekozen om een kind daar niet op te laten testen,
omdat ze wel een manier hebben gevonden om daarmee om te gaan, thuis en op school ook, ja het kind
heeft gewoon noot aan meer beweging, bepaalde manieren om met bevord woede aanvallen om te gaan, om de
duur als aarder weetjes soms ook wel wat er werkt voor je kind en dan is het die agnoze misschien
ook niet nodig, zolang dat het kind gelukkig is en er geen alte grote hinder is en omgeving,
dan hoeft het in die agnoze ook niet altijd. Toch nu toe spreken we over kinderen, maar kinderen zijn
kinderen vanaf puurter, kleuter tot puurse jongwel wasnen, zijn er per leeftijd andere zaken die
meer naar boven komen of op bepaalde syniamen waar hij als oder op dat moment aandacht voor moet hebben.
Ik denk dat vooral belangrijk is om te bezffen dat bij babies en kleuters zoon die agnoze meestal
niet aan de orde is, dus dat die vaak pas gesteld worden bij aarder kleuters of op laagere schoolleeftijd,
en zo is hoe de leerstornis in een spazeplaagere schoolleeftijd als kinderen leeren rekenen,
waar je wel op kunt letten, ja, is uiteraard hoe een kind in een welzet, ja, er zijn heel veel
synialen, maar die kunnen op van alles wijze bijvoorbeeld minder interactie met een baby, zo
een syniau kunnen zijn van autismen, maar ook van taalentwekringstornis, daarom hoeft natuurlijk niet
iedereen die minder interactie met zijn baby zich direct zorgen te maken, zo'n baby zijn gewoon
later in ontwikkeling, en daar komt het allemaal wel goed, of er kan ook bijvoorbeeld een gehoors
probleem zijn of een visueel probleem waardoor een kind minder goed reageert, ja bij kleuters
die beginnen natuurlijk naar school te gaan, en dan merk ik wel dat uit veel getuignesten die ik
verzameld heb, dat het soms wel opvalt dat kinderen die later in die agnoze hebben, dat die soms op
school geen probleem stellen, maar dat die thuis komen en dat er een veel kaan ontploft.
Dus dat er geen land meer mee te bezijlen valt,
het is heel boos dat je het niet een bed krijgt.
Dus ja, het kan er natuurlijk ook de puter pubertijten.
Die ook wel een rol kan spelen, dus ook daar.
Het kan een fase zijn, even afwachten.
Maar je merkt toch wel dat het ook wel een ziniale kan zijn
van dat er iets aan de hand is.
Bij laagere school kenderen bij bepaalde stornissen,
zoals DCD of taalentwikling storen, is die selectie die ik ook jullie.
Uit ze je dat vooral in problemen in bepaalde vakkenen.
Dus moeilijk leren lesen, moeilijk leren schrijven.
Zet daar steeds maar blijven op hagen, moeilijk leren rekenen en de klocken niet kunnen lezen.
Bij DCD ook schrijvproblemen, dus de handschrijp, de penschrijp,
dat er men niet lukt, heel onleesbaar schrijven,
dat er heel lang over doen om te schrijven.
Bij DCD zijn er ook andere dingen, heel moeilijk leren fietsen, leren zwemmen.
Dat zijn allemaal zaken die je kunt opmerken,
waardoor je misschien wel aan die stornissen zou kunnen denken.
Anderzijds, als je wel iets op het ziniger hebt met kan,
allemaal wat langer duren, of er zijn misschien andere factoren die een rol spelen.
Dus niet de snel en paniek slaan natuurlijk, maar het kan natuurlijk wel zijn.
Als je dan specifieke ondersteuning kunt vragen of krijgen op school,
dan kan het wel voor zorgen dat het sneller aangepakt wordt
en dat het kind sneller gaat bij benen met de klas.
Bij ADN, we zijn er ook problemen die je kunt opmerken
een laagere school als een kind van een laagere school,
om te kinderen natuurlijk veel meer stilzetten.
En ik kan probleem nog pleveren voor kinderen met ADN.
Bij ASS uitzicht dat dat misschien meer in die moeilijk om kunnen met die overprekling
van de school, van een drukke klas, van een drukke speelplaats.
En dan bijvoorbeeld konflikten gaan opzoeken of op school wel zich kunnen inhouden
en de problemen maskeren, maar dan thuis helemaal ontploffen.
En dat je daar niet meer weet wat je daarmee moet beginnen.
Ja, in de middelbare school, er zijn ook heel veel kinderen die de laagere school
wel doorkomen en dan ineens in de middelbare school in probleem komen.
Dat heb je bijvoorbeeld wel vaker met hoge begaafde kinderen
of kinderen die toch slimmer zijn aan het gemiddelde.
Dat die zich uit de slacht trekken en kop met zeerende mechanismen ontwikkelen,
maar dat dat op een paal moment niet meer werkt.
En dat ze dan in het middelbare onderwijs tegen een murbotsen met bepaalde vaker
of bepaalde problemen die ze niet meer zo makkelijk kunnen omzijlen als op jongere leeftijd.
Ja, als ik het hoewel begrijp, kunnen die signalen wel door in het handse opgroeiproces
naar bovenkomen, het is niet zo dat een kind vanaf kleuter al bepaalde signalen
uit zijn, waardoor je een bepaalde leeft er op 12 jaar denkt,
we hebben het altijd wel wat gedacht dat er iets aan de hand was.
En nu komt het echt naar boven of kan het ook pas in het middelbare pot opduiken.
Dat is wel eigen aan die ontwikkeling zijn leerstoornissen.
Dat dat wel zaken zijn die er al van in het begin inzetten.
Dus als er een probleem opzijkt op 12 of 14 jaar geliefd,
dan is het in principe geen lerenvondwikkelingstoornis.
Er moet echt een patron zijn.
En zeker bij ontwikkelingstoornissen zou de patron er al moeten zijn van een vanaf bebe.
Maar ja, soms is het minder duidelijk.
Ook bijvoorbeeld bij 2 meisjes, die krijgen minder vaken die agnose van leren.
Omdat zij gemiddeld gezien meer hun problemen gaan kunnen omzijlen
of sneller gaan compenseren of maskeren.
Omdat ze gemiddeld gezien zich meer gaan aanpassen.
En wat de maatschappij verwacht van hen.
Ja, dus en zich aan ook vaker internaliseren gedragstellen.
Dus bijvoorbeeld, dat zal misschien een impact hebben op eenzelfbeeld
of hoe ze zich voelen, maar ze gaan bijvoorbeeld niets te minder snel
dan jongens boos worden of andere kinderen pijn doen of de klas opstel te zetten.
En dat zijn wel zaken die jongens nog gemiddeld gezien eerder doen.
Als ze probleemen hebben en dat valt veel meer op.
Dus arderst en ook leerkak te zullen veel sneller aan de alarmbeld trekken.
Je gemiddeld gezien als het over jongens gaat.
Omdat zij meer dat probleem gedrag gaan stellen, dan meisjes.
Meisjes gaan veel minder opvallen, hoeveel ze waarschijnlijk even vaak
die leren een stuklingstoornissen hebben dan jongens.
Ja, ik bekijk het natuurlijk vooral vanuit het standpunt van de oder,
leerkracht van de volwassenen die naar kinderen kijkt.
Maar welke rol heeft het kind hier zelf en kunnen kinderen zelf ook
uiten dat er iets aan de hand is of zoals jij al zegt?
Maar keren ze dat aan vaker of vinden ze het geen probleem?
Ik denk dat kinderen het meestal zelf wel een probleem vinden.
En als zij het geen probleem vinden, dan is er natuurlijk ook veel minder noot
aan een diagnose.
Dus het is wel goed om met je kind te praten daarover.
Omdat ze zeggen bijvoorbeeld van, ja, ik merk dit een dit aan jou.
Maar ik heb dat eigenlijk zelf ook en heb je daar last van.
Soms zie je, we kinderen ook zelf aan, dat ze zich anders voelen.
Dat zijn vooral zo bij ouder kinderen.
Er zijn ook kinderen die zich gewoon niet goed in een welvoelen
en die niet weten waarom.
En dat kan dan achterlegend wel een stoornissen zijn.
Ja, het is wel belangrijk om daar dan een slag te gaan.
En als je dan bijvoorbeeld naar een psycholoog gaat om dat je kind
zich niet goed in een welvoelt, dan kan die psycholoog vaak wel zeggen
van, oké, we gaan hier zo mee aan de slag of ik denk dat er misschien
achterlegend dit of dit speelt, wil je dit graag verder uitzoeken of niet?
Ja, ja, want naast iets dat speelt in de voorvanen van een stoornis
die naar boven komt of een probleem waarmee een kind kapt, op vlak van gedrag
is er natuurlijk ook nog de situatie waarin een kind opgroeid.
Welke maten speelt die context een rol?
Ik denk dan aan moeilijke thuisituatie gepest worden, een zameid
die beïnvroeden natuurlijk allemaal dat gedrag.
Ik kom zo kom je misschien verkeerlijk tot een dia genozen.
Dat zou eigenlijk niet mogen, omdat bij een dia genozen,
bij een goed gestelde dia genozen wordt heel die context ook in kaart gebracht.
Dus het thuisituatie, bijvoorbeeld een andere taal thuis, kan ook een rol spelen,
is er veel stress thuis, hoe zit het met vrienden, wordt het kind gepest,
is het een drukke klas, is er bijvoorbeeld een leraar een tekort,
al die zaak, kunnen allemaal een rol spelen, hoe goed is het onderwijs,
bijvoorbeeld een hele belangrijke vraag, bijvoorbeeld bij die flexiëntisch kalkuli,
is het kind genoeg ondersteund geweest om bij te benen met de rest van de klas,
want typisch bij die flexiëntisch kalkuli is dat die ondersteuning heel wein geldt.
Jammer natuurlijk voor kinderen met die flexiëntisch kalkulië,
maar het betekent wel dat als je probleem ziet belezen of rekenen met je kind,
dat het niet per se die kalkuliën die flexiën hoeft te zijn,
eigenlijk voor die dia genozen, is een van de voorwaarde zesmaande ondersteuning.
Dus het kind wordt getest, dan wordt er zesmaande specifiek ondersteuning gegeven
op de moeilijkheden die uit de test zijn gebleken,
en dan wordt het kind opnieuw getest.
En als het dan bijgebeent, dus niet meer bij de 10% slechtste scorers van zijn leeftijd hoort,
dan kan het in aanmerking komen voor een dia genozen.
Maar dan nog moeten nog andere problemen worden uitjesloten, natuurlijk.
De sowieso die context is heel belangrijk,
maar zelfs met een dia genozen blijft die context belangrijk,
want de context aanpassen kan er ook voor zorgen dat kinderen met een storn is,
dat die daar minder last van ondervinden.
Nou, heel concreet, stel je als ouder heb je het gevoel,
ik wil help zoeken, welke stappen zet je dan ga je naar de school,
naar de huisarts, waar begin het proces?
Ik denk dat het er vooral van afhang te waar die problemen vooral spelen,
maar als er weer probleem zijn op school dan denk ik dat het heel goed is om daar eerst hoop te gaan zoeken.
Daar heb je geen dia genozen voor nodig,
behalve als ze je naar het buiten gewoon onderwijs wilt,
want om daar binnen te graag heb je er wel een officieel dia genozen nodig.
Maar voor op een gewone school is een dia genozen niet nodig.
Hoe wel sommige scholen, dat is wel nog plekbaar door te vragen.
Scholen kunnen heel veel ondersteuning bieden,
en ook CLB bijvoorbeeld uit de centra voor leerlingenbegeleiding zijn interessant.
Ze kunnen bijvoorbeeld veel heel goed in kaart brengen waar de problemen precies zitten bij het kind.
Dat is dan geen officieel dia genozen,
maar wel een soort onderzoek waar het dan blijkt van "ok, dit zijn de problemen,
dus daar moet we op inzetten."
Er zijn heel veel mogelijkheden.
Je hebt voor het een koptelevoon kan helpen om minder afgelijten zijn,
een stelle speelplaats of een stelle klas
om tijdens de speeltijd daar te verblijven als je niet goed tegendrukte kunt.
Maar ook bijvoorbeeld de wortjes van het DQT op voorhand krijgen
als een kind voor bijvoorbeeld dyslexie of heel veel problemen met schrijven.
Een zorgklas, een kinderen die een groepjes worden opgedeeld waarbij ze vogez'n niveau gaan.
werken en waarbij de zwakste kinderen je probeeren bij gespecker te worden, bij de rest soms
ook één op één begeleiding. Dus er zijn superveel mogelijkheden op school die eigenlijk allemaal
zonder officiële diagnose kunt krijgen. Dus dat is misschien een eerste zap als er veel
problemen zijn op school. Maar daarnaast heb je natuurlijk nog de meer lagdrempelige zorg,
zoals een kinderartspsycholoog, de huisarts, huis van het kind, op voedingstwinkel.
Er zijn ook bijvoorbeeld thuisbegeleidingen waarbij je geen diagnose nodig hebt.
Dat zijn aan psycholoogen of andere halt verleners die aan huis komen en die kijken waar de
problemen spelen. Dat kan heel interessant zijn als er bijvoorbeeld veel conflicten zijn
thuis en je weet niet goed hoe je dat moet aanpakken of hoe je best reageert als je kind lastig is
zal ik maar zeggen. Maar als je dan echt verder wilt gaan kan het wel lang duur dus dan
is het zijk om je eigenlijk zo snel mogelijk op mijn wachtlijsten te zetten van een centrum
dat diagnoses doet of stelt. Zeker als het gaat over de gespecker subsidierde centra, zoals een
centrum voor ontwiklingstoornissen, daar kan je heel goed koop een diagnose laten stellen,
maar de wachtlijsten zijn wel enorm lang soms zelfs twee jaar, drie jaar afhankelijk van ja
de leeftijd van je kind en een wachtcentrum je gaat aanmaalden. Dus op de wachtlijsten te zetten
moet je dan wel best dus naam mogelijk doen. Ook al ben je nog niet zeker of je wel een diagnose wilt.
Daarnaast zijn er natuurlijk ook privé centra die diagnoses stellen waar je vaak sneller
terecht kunt, al binnen enkele week en ofzo. En daar is het zijk om te kijken bij wachtcentrum
ga ik aanmaalden. Er zijn wel een vragen over een minderheid van de privé centra dat
je misschien te snel een diagnose zouden stellen of wat onzorgvuldig zouden zijn of minder
wetenschappelijke methoden zouden hanteren. Er zijn natuurlijk de meerheid, het doet het wel goed.
Maar je kunt bijvoorbeeld zelf de diagnosessecretaria opzoeken of hoe zo een diagnose normaal gezien
zijn werkt. En dan is navraag bij zo'n centrum van hoe werken jullie eigenlijk en of dat
er dan allemaal in zit. Of je vraagt het uiteraard ook aan de kinderaardse van de huzarts
om wat centra op te geven waar zij dan goed ervaring mee hebben. Of je vraagt het aan andere
oorders waar zij geweest zijn. Is het dan zo dat je als odernar een kinderaardse van huzarts
naar school stapt met de vraag? Mijn kind, ik denk dat het ADG heeft bijvoorbeeld onderzoek
het bewestige het, ontkennen het. Of kan je als odroek gewoon naar een artstappen en je verhaal
doen het verhaal van het kind en vragen wat is er aan de hand? Ja, het kan alle twee natuurlijk,
maar ik denk dat die laatste optie misschien wel de beste is omdat je dan alle opties open
haat. Want ADG en ASAS ook die selectie dat zijn de bekendere problemen waar je misschien als
arder snel aan denkt, misschien als deerkracht ook, maar er zijn nog wel wat andere zaken, een
talentwukkingstorense bijvoorbeeld. Lijkt wel een beetje op die selectie, misschien is het toch iets
breder dan dat, er zijn ook signalen die overlappen. Dus het kan van alle zijn, het kan ook niet
een leer of ontwukkingstorenen zijn, maar iets anders. Dus ik denk dat artsen het sowieso
fijner vinden als mensen met hun verhaal bij hen komen en niet met kijk, ik heb dit gevonden
op internet en dit is mijn hypotheze en nu moet jij het bewestigen. Het is vooral de bedoeling
dat je breed gaat, dat er breder gekeken wordt en dat alle opties in de raad open gehouden worden.
Je denkt misschien dat je kind ADG heeft, maar misschien is het wel iets helemaal anders. En als je zelf
al in die tunnelvizies zit, kan je misschien de hoofd geleden daarin meenemen en dat is niet de bedoeling
natuurlijk want je wilt wel goed achterhalen wat er precies aan de hand is. Ja, hoe belangrijk is die
diagnose? Wat kan je met een diagnose wel, dat zonder diagnose niet kan bijvoorbeeld? Ik denk dat een
diagnose vooral meer inzicht kan geven, zowel voor de arder als voor het kind. Inzicht in
zichzelf, inzicht in je kind. En zeker als die diagnose heel uitgebreid is gestelten als alles
een kaart is gebracht waar ik het moeilijk heren me heeft, de thuis situatie, alles en nog wat. Het
is ook een soort ja, het is ontschuldigend en die diagnose wordt ook wel gezegd. Een kind
dat geen diagnose heeft, maar wel je wilt probleemen, kan misschien gaan denken van ik ben dom,
ik ben luid, ik kan niets, iedereen heeft probleemen met mij, ik ben start, terwijl ja, als je die
diagnose dan hebt, zorgt dat ook voor een bepaalde verklaring en kan je het inzicht krijgen van oké,
dit kind is of ik ben anders, maar daarom niet dom, luid of start. Er zijn gewoon zaken waar ik het
moeilijker mee heb. En er zijn nog andere kinderen, zoals ik die dezelfde soort probleemen hebben. En
er zijn bepaalde manieren om daar mee om te gaan om dingen te leren zodat ik toch zaken kan doen die ik
moeilijk vind. Ook bijvoorbeeld bij leerstornissen, die selectie die ik al keelke week een heel veel
impact heb en op hetzelfbeeld van een kind. Dat dan gaat denken dat hij luizend of dom terwijl als hij
dan die diagnose heeft, dan kan je wel inzien van oké, het ligt dan daar aan en ja ik ben gewoon een
beetje anders en het is normaal voor kinderen zoals ik dat ik daar heel veel moeite mee heb en dat
ik daar veel meer moeite voor moet doen dan mijn klas genoten. Ook leerkrachten en zo kunnen soms
wel meer begrip tonen voor kinderen als ze weten dat die een storn is hebben. Maar er zijn ook ja
duidelijker voordelen waarvoor je bijvoorbeeld in die diagnose echt nodig hebt. Bij ADHD voor
medicatie heb je een diagnose nodig, zwaar op het voor bepaalde soorten van begeleiding,
heb je een diagnose nodig, als het gaat om echt specifieker hebben begeleiding, bijvoorbeeld voor
autisme, ook voor terugbetalingen soms, bijvoorbeeld voor logepid die terugbetalingen is een diagnose handig
voor, bijvoorbeeld extra kinderbijslag, zijn wel een financiële voordelen ook als je een diagnose kunt
voorlijden. Ja, kan een diagnose naar verloop van tijd misschien ook net door dat er aandacht voor is en
we pallen fase in het leven ook gewoon verdwijnen, dat een storn is gewoon echt geen problemen
verdwijnt, waardoor de diagnose vervalt. Een diagnose kan misschien wel vervallen,
er is dus ook onderzoek als je verwassenen zou hertesten die een diagnose hebben gekregen ooit,
dan zouden er heel veel zijn die diagnose niet meer zouden krijgen. Maar om nu te zeggen dat leer en
ontwikkeling stoon is een overgaan, dat is dan weer de korteur de bocht, want je blijft je wel,
je hele leven harden, maar de vraag is hoeveel last je daar nog van hebt als verwassenen. Als
verwassenen kan je je omgeving meer kiezen, dus de omgeving is dan ook vaak meer aangepast.
Bevoreld, ja iemand met die selectie ofzo, die zal geen communicatie medewerker worden bijvoorbeeld,
maar die zal een job zoeken waarbij dat die spellingsproblemen of de leesproblemen veel minder een rol spelen,
iemand met artismen zal misschien liever een job hebben waarbij het die heel veel thuis kan werken en
waar het niet te veel vergaderingen heeft om niet te veel precels te hebben. Terwijl als je op school
zit als kind, ja, je moet naar school, dus het kan eigenlijk niet anders. Zelfs in het buiten
gewoon onderwijs waarbij dat de klassen veel kleiner zijn en wat het is ook wel meer aangepast is,
zit je nog altijd met andere mensen samen, natuurlijk. Dus je enerzijd kan je als verwassenen je omgeving
meer kiezen, anderzijds kinderen ontwikkelen zich natuurlijk ook, dus de hersenen rijpen bijvoorbeeld
bij ADAD, die impulsebeheersing wordt beter, de planning en organisatie worden beter, dus er zijn
probleem waar je dan automatisch als je oorder wordt, ook iets minder last meeheid hebben of die
je beter gaat kunnen. Dat is bij gewone kinderen natuurlijk ook zo. Een kind van zes moet je nog niet
vragen om een weekplanning te maken, maar een kind van 15 misschien wel. Dus het wordt door
die repping van hersenen sowieso ook wel wat beter denk ik meestal, maar je groeit er niet uit.
Dat is wel een feit. Onze tijd is helaas bijna om, dus ik wel vooral mensen die nog meer willen
te weten komen hierover, nog meer vragen beantwoordd, wel eens doorverwezen naar je boek, druk, stel,
gevoelig, uitgegeven bij je, uitgeven bij Lano. Maar heb je misschien nog een slotadvies voor
elke ouder die zich nu afraagt, geeft mijn kind een diagnose nodig? Ik denk dat het best is om naar je
gevoel te luisteren als oorder. En dus ja niet te veel te kijken naar oké, was echt de school of was
zeggen andere oorder, was echt mijn familie, maar vooral na te gaan van wat voel ik zelf denk ik echt
dat mijn kind anders is, denk ik dat mijn kind niet gelukkig is of te veel problemen heeft, kan ik het
zelf nog aan of niet. En als dat het geval is als er echt problemen zijn en je maakt je ongerust om
daar toch meenaar een professional te stappen, omdat ik denk dat sommige oorders als ze dan niet
doen of daar verlang mee wachten, dat ze er later toch spijt van krijgen omdat ze het niet hebben gedaan.
Ja, in het beste geval is er gewoon niet aan de hand en heb je een oorloos zorgen gemaakt, maar dat
is dan ook niet zo erg. En in het slechtste geval ja, geeft je kind een raad een probleem, maar
dan ben je er wel vroeg bij en kan je de juist ondersteuning vragen. Oké, bedankt voor dit slotadvies.
Dank je welke. En jij bent de luisteraar bedankt voor het luisteren, heb je genoten van deze podcast,
rat hem dan zeker aan aan vrienden en familie.
of misschien in dit geval zelfs aan andere others aan de schoolpoort, wil je nog meer
ontdekken, serve dan naar onze website www.elswetenschap.eu/podcast
en daar vind je nog veel meer afleveringen van deze podcast. Ik heb een vraag, we zijn
in tussen bijna onze 200ste aflevering toe en natuurlijk kan je ons ook gewoon volgen wie je
favoriete podcastkanaal en zo kreeg je ook automatisch meldingen wanneer er nieuwe afleveringen
zijn. Tot een volgende keer, dag!
Podcast Summary
Key Points:
Het boek "Druk, stel, gevoelig" is bedoeld voor ouders die zorgen hebben over hun kinderen met mogelijk ontwikkelingsstoornissen zoals ADD, dyslexie of DCD.
Neurodiversiteit wordt geïntroduceerd als een beweging die ontwikkelingsstoornissen zien als natuurlijke verschillen in plaats van problemen.
Veel stoornissen komen vaak samen, zoals ADD met taalontwikkelingsstoornissen of dyslexie, wat belangrijk is voor een goed begrip van de symptomen.
Het is belangrijk om te begrijpen dat druk, stel of gevoeligheid soms een fase zijn en niet automatisch een stooringsdiagnose betekent.
Ouders moeten zelf bepalen of er een diagnose nodig is, en kunnen eerst zonder diagnose ondersteuning vragen op school of thuis.
De kriteria voor diagnoses worden steeds ruimer, wat kan leiden tot meer diagnoses, maar ook aanpassingen in de maatschappij en opvoeding.
Ouders zijn meer betrokken in de opvoeding, wat meer zorg en snelheid in het zoeken van ondersteuning kan veroorzaken.
Een diagnose biedt inzicht, verklaring en mogelijkheden voor ondersteuning, maar kan ook vervallen en is niet altijd nodig voor een goed leven.
Summary:
Het boek "Druk, stel, gevoelig" van Kim Ragen en Liesbeth Geisel is bedoeld voor ouders die zorgen hebben over hun kinderen die vaak druk, boos of gevoelig zijn. De auteur benadert de kwestie van diagnoses niet als een probleem, maar als een natuurlijke variatie binnen de neurodiversiteit. Veel ontwikkelingsstoornissen zoals ADD, dyslexie of DCD komen vaak samen, wat ouders helpt om de symptomen beter te begrijpen.
Het boek benadrukt dat druk en gevoeligheid soms een fase zijn en niet altijd een diagnose betekent. Ouders worden gericht om eerst te luisteren naar hun eigen gevoel, en niet direct een diagnose te vragen. Ze kunnen eerst ondersteuning vragen zonder diagnose, bijvoorbeeld op school of via thuisbegeleiding.
De kriteria voor diagnoses worden steeds ruimer, wat kan leiden tot meer diagnoses, maar ook aanpassingen in de opvoeding en de maatschappij. Echter, een diagnose biedt niet altijd een oplossing: het geeft inzicht, verklaring en mogelijkheden voor ondersteuning, maar kan ook vervallen als het kind groeit. Het belangrijkste advies is om te luisteren naar wat je kind zelf voelt en of het gelukkig is, en om alleen een diagnose te zoeken als er duidelijke problemen zijn.
Ouders worden geadviseerd om eerst te wachten, en te kijken naar de context, zoals thuisomgeving of school, voordat ze professionele hulp zoeken. De boek benadrukt dat ieder kind uniek is en dat de maatschappij moet groeien om inclusiever te worden, zodat kinderen met verschillende ontwikkelingstalen beter worden ondersteund.
FAQs
Neurodiversiteit is de aanname dat verschillen in ontwikkeling, zoals ADHD of autisme, geen problemen zijn, maar natuurlijke variatie. Het betekent dat mensen anders denken, voelen of leren, en dat deze verschillen moeten worden erkend en gerespecteerd in plaats van als fouten gezien worden.
Nee, niet altijd. Veel ondersteuning, zoals een zorgklas of een specifieke hulp in de school, kan worden gevraagd zonder een officiële diagnose. Een diagnose is vooral noodzakelijk voor medische of financiële ondersteuning, zoals medicatie of kinderbijslag.
De meest voorkomende stoornissen zijn ADHD, taalontwikkelingsstoornis, dyslexie, dyscalculie en DCD (motorische ontwikkelingsstoornis). Deze stoornissen komen vaak samen voor en hebben veel overlappende kenmerken.
Omdat de criteria voor diagnoses zijn uitgebreid en veranderd, kunnen sommige kinderen nu worden gediagnosticeerd die vroeger niet waren. Daarnaast zijn er ook veel kinderen die zichtbare problemen hebben zonder een officiële diagnose.
Ja, een diagnose kan afnemen of vervallen met het verloop van de tijd. De hersenen ontwikkelen zich, en sommige problemen die in de jeugd voorkwamen, worden minder ingewikkeld. Het is belangrijk om te weten dat een diagnose geen permanente aandacht vereist.
De ouder moet eerst kijken of het een fase is of een blijvend probleem. Het is belangrijk om zelf te luisteren naar het kind en de omgeving. Indien er blijvende last is, kan een gesprek met een psycholoog of schoolbegeleider helpen.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.