Go back

Fwiet! Fwiet! 58 met ganzenkenner Eckhart Kuijken

78m 0s

Fwiet! Fwiet! 58 met ganzenkenner Eckhart Kuijken

In deze aflevering van Feet-feet staat bioloog Eckhard Kuijken centraal, die zich al 65 jaar inzet voor natuurbehoud, met name ganzenonderzoek in de Oostkustpolders. Zijn werk begon in 1958, toen hij als tiender ganzen ontdekte in Damme, wat leidde tot een doctoraat en een leven lang onderzoek. Kuijken benadrukt hoe bescherming het gedrag van ganzen heeft veranderd: ze zijn minder schuw geworden en komen tot op 50 meter van waarnemers. Met een team vrijwilligers voert hij maandelijkse tellingen uit, van Knokke tot Nieuwpoort, waarbij gegevens gestandaardiseerd worden verzameld voor wetenschappelijke analyses. Door halsbandringen en zenders wordt de trek van soorten zoals de kleine rietgans uit Spitsbergen in detail gevolgd, wat inzicht geeft in afstanden tot 600 kilometer per vlucht. Kuijken gebruikt ganzen als argument voor natuurbeheer, zoals het behoud van polders en rietvegetaties, mede gefinancierd door Europese subsidies. Persoonlijke verhalen, zoals de geringde gans C51 van Kolgoejev of S-41 uit Spitsbergen, illustreren de internationale samenwerking en de impact van oorlog op onderzoekers. Zijn passie wordt gevoed door verwondering over natuurlijke fenomenen, die hij overbrengt op scholieren en vrijwilligers. Het werk toont hoe ecologische inzichten bijdragen aan ruimtelijke ordening en soortenbescherming, waarbij de dynamiek van ganzenpopulaties een spiegel vormt voor de gezondheid van ecosystemen. Kuijken blijft gedreven door de constante veranderingen in het gedrag van de vogels, wat hem al 65 jaar boeit.

Transcription

10835 Words, 61925 Characters

Dutch
Hier gaan de brand gaan. -Lust er brand. Volgens Rapien zijn motor die passeden. Welkom best de luisteraar bij een nieuwe aflevering van Feet-feet. Bij deze keer niemand minder dan biolog, ik ga het kuyken in de hoofdroon. En ik ga het vierde begin dit jaar zijn brillante nuelijk met de natuur. Al 65 jaar lang dus zet hij zich in voor natuur behoud. En dat zowel vrijwillig als professionel. De lijst van zijn activiteiten is te lang. Hij was de eerste administratuur in er al van het Inbo, het Institut voor Natuur en bosonderzoek. Hij maakte de opstart meer van het turpunt. Hij kende zelfs pristeren zeer persoonlijk, de man die de Wielowal grootmaakte, de eerste ornitologische vereniging in verlandern. En ik kan zo nog wel een parkwartier doorgaan. Ik ken hem meer van zijn gansen onderzoek. Al 65 jaar lang voort hij deze wintergaste van daarbij op. En dat met een ploeg vrijwilligers die het erwijlen en zelen, nou let het in de gaten houden daar aan de oostkustpolders. De voordeur en de verwondering voor deze dieren, dat zult u straks ook wel horen, wel dat houd hem gepassioneerd. En samen met zijn partner Christine gieten ze de verwoord van data in computerprogramma's, zodat ze er hoede analisism mee kunnen maken. De besproken gansen in deze aflevering zijn de koolgans, de brandgans, de kleine ritgans, de grouwen en de Canadese gans. Het klinkt een beetje simpel, maar zoek ze gewoon even op een vogelgits om het onderscheid te maken tussen deze soorten. En op die manier kan je ook beter mee volgen. En vorig het vergeten, vlieg de vogelmagazine is toe aan zijn zesde edici en die kan je net als de inherdrug verschijnen nummers één en twee. En nog altijd bestalen via de bekende site, afuidappuntabae. Doen dus. Voila. En dan is het nu hoog tijd voor Eckhard en Christine, want deze aflevering nam ik begin, eind, pardon, eind, ja nu wari op. Van 23, ja wel, maar de lente kwam er dan aan. De zomer was er dan en toen dacht ik ja, aflevering over Hansen, daar is het nu allemaal te laat voor. Ik wacht tot het barren herfst weer aanbrekt, ee, voila. Het is tijd voor hem. Ik zou zeggen, geniet beste mensen, geniet van een stukske slow radio. Dat is wel al geen modernen telescopen, maar die duurt nog altijd heel goed. Maar het oude model van Oost-Huisland, en die houdt de poten er iets bij met de stormwind nog altijd kunt, om beweginglijk naar de gang te kijken. En dat is uit een zaarend tijd. Dat is degelijk materiaal. Maar voor ons is het heel handig dat je dat zo direct kunt opstellen. Het meest handige is dat de gansen onder tussen geleerd hebben, dat wij niet gevaarig zijn. Want ze blijven heel mooi in de buursten. Onvoorstelbaar, als ik terug kan zo veel jaren geleden, dan zaten de gansen op 200 meter van de weg. Dat was dat al dichtbij. En nu is het 50 meter nog niet. Het is ongelofelijk wat de bescherming van die vogels en rustgebieden, hoe dat ze daar inprachten, dat ze dus weten. Hier zitten we goed, hier zitten we veilig. En dat ze de mensen toelaten om zelfs telescopen uit te haten te kijken. En wat we dus nu doen is kijken of hier best de tussenzetten, maar de knakkring of die op een van de manier voor andere aspecten interessant zijn. En nou, daarken zoert het kijken we nu. Nu kijken we naar de koolgansen, dat zijn de meest algemeen zeker hier in de uitkijkse polen. En die koolgansen komen dus uit het ver rustland. Boedgebieden in het elatkele goede van dan verder op richting Jamal, waar altijd rustische gastvandaan komt. En dan gaan ze rijden op timie, dat is nog verder na het oosten, eigenlijk nootiebürje. En dan met een paar roten, terkrotten, via Kazakhstan of via Nord-Gesland, komen ze nou hier. Het is onwarschijnlijke gesticht dat allemaal in ene zin, maar dat zijn afstanden om u te gedezen. En dat is 4.000 kilometer. En wat post op die doen we wel een tijd over, om tot hier te graken, dus dat is niet in envlocht. Terwijl de soort die weinig het liefste bestudeeren is de kleine rietgangs, die komt uit Spitsberg. En die doet soms geplaatsingen toch van 600 kilometer in envlocht. En dat zijn al ze uur afstanden, natuurlijk. En dat weten we nu dankzij die knackringen en dankzij die zenders en al die moderne toestanden. Ja, als ik nog een organse kijk, ik blijf dat markanten voegeld vinden. In die zin, ze zijn zo groot. En ik weet dat er misschien een logische opmerkingen zas gedezen. Maar ja, zo voor de vliegen lijkt ik me niet in voudig. Ze lijken dan ook nog veel te moeten eten. Wat trekt die vogelen nu aan? Wat gaat gauwkoord met racsijn? Ja, dat is zeker niet de grote van die vogelen die dat aantrekkelijk maakt. Volgens mij, wat mij aantrek is het wilde van die meesten. Het ongetemde van die meesten. Maar ik zei dat het dus laatste de laatste decennia geweldig veranderd dat gedrag van die vogelen is veranderd. De omstandigheden waarin zij hier komen over winters zijn veranderd kunnen vliegdere groep op. Om een van de reden verstort. Maar het is op niet manieren het onderzoek of het studeren van die vogelen is iets wat altijd boeim blijft niet omdat het grote vogelen zijn. Wat is wel een vogelijs en gemakkelijk kunt zien. Komt je nog auto-tje voorbij? Ja, dat zijn de workers die het. Dat zijn de mensen die het gebied beheeren. Die moeten alle mogelijken mij werken en ze voort doen. Dus het lukken geeft natuurlijk een hele grote capaciteit. Dat ze met sociale werkplaatsen. Van al was ik er niet doen. Het is zo goed dat we aan de kant gaan staan, dat we niemand hinderen. De koeilgans zijn nu allemaal weg en vlucht, weggevlogen. Wat daarmee opvalt, ik kom van het Waasland. En vroeger ging ik wel eens kant er van saaftingen op en zo. Dan zei ik daar enorm veel koeilgansen. Je antallen zijn enorm verminderd. Dat betekent dat ze in saaftingen verminderd zijn. Maar vroeger zat er als een oosten, slanderen, grote groepen, rit gansen. Dus ze zijn ook veranderd. We hebben ook niet denken dat die voors zo gefixeerd zijn. Die hebben er een soort adaptatie gedrag. Wij zien dat ook in onze onderzoekingen het ene jaar zijn er meer dan andere jaar. Dan proberen wij te begrijpen waarom dat dat is, maar dat is niet zo. Die envare. Want de vogels onderzoeken, de gansen onderzoeken, dan kan leiden naar een bepaalde analyse. Waarom gedragen die ze nu zo, tak je er andere conclusie uit, dan enkel alleen maar naar het gedrag van die gansen toe. Kun je ook kijken naar kwaliteit van gebied, van natuur. Dat is één van de belangrijke neven aspecten van het werk dat ik nu 65 jaar doe. Ik gebruik die gansen als argument voor het behoud van onze wilde natuur of onze halaf natuurlijke systemen zoals wij in West Europa overal hebben. Dat zijn de systemen waar de mens een belangrijke rol speelt om de structuur ervan in de stand te houden. Als geen gaslanden hebt, grote uitgeschekenen bij landen. Die moeten begraas blijven of gemaakt worden. Anders gaat het wijnland verbossen of gaat daar verruigen opdragen. Maar dus het gebruik van gegeven zet het voorgewerd om die. habbedat goed te beheren, dat is juist de kunst om je wetenschappelijke inzicht te om te zetten in. at viezen naar beheren, naar ruimtelijke ordering en al die dingen. Dat is eigenlijk mijn groot uitdaging geweest altijd. En je doet dat al 65 jaar niet alleen gaat dat over. Maar je moet dan nog wel kunnen vollaan. Maar binnen die 65 jaar kun je dat waarschijnlijk al prachtige conclusies strakken en in die bewegingen die er allemaal aan de rang zijn. Ik heb vooral 65 jaar geleden die gansen ontdekt. Ik was nog geen vijftien. En ik was thuis tegen een moeder wetland dat ik vandaag gezien heb. Wilden de gansen. Ik heb nooit begrepen dat die een sindsdektoe ladsfrag. Maar hele leven zou ik meenemen. Maar dat begint was beschrijven van wat we zagen. Dat was samen met giderburgeraven. Met een kompagende route waren we altijd samen op stap. Dus de man die jarenlang kon ze water was van het zwint. Dus wij hebben samen op 17 februari, 58 die gassen ondakt in dames. Dat was niemand die wist dat wij overbunderen de gassen hadden in de regio. De enige die overiganten veel wisten was schaflippens. De oprechter was zwintre ze waard. Maar die kende de gassen die passeerden in de kustregio in september. En in het voordat dat waren dan de grauwe gassen op weg van de oorden, naastpandje waarsen overwinterden. Een lippenskende die best omdat hij als jager daarin wint te zeerd was. Maar u wist dus niet dat er in dames, 5 kilometer, 10 kilometer veilig. Een paar duizend gassen overwinterden. En door die ontdekking hebben dat er ook direct in het tijdschip van de Wienwaar meegeduilt. Ik dacht geluk dat ik als biolog daar met deze schone overmaken. Ik heb dan mijn doctorat daarover kunnen schrijven. En ben dat dus blijven volgen? Niet alleen in tellen, maar het is ook proberend te begrijpen zoals ze vraagt. Hoe komt dat wij die voren zien hebben? Waarom komen ze nou hier? Waarom niet uigesandags? Dat is bijna van dag op dag 65 jaar. Morgen 65 jaar, we gaan dat met een aantal vrijwilligers die al veel jaar in de zunnij als om ook een meehalpen tellen. We gaan hem morgen een beetje vier evkens vertellen, wat er allemaal te vertellen is over die gansen. Maar het belangrijk is dat een groep van mensen is die heel dynamisch bezig is. Niet alleen met een volgers te kijken, maar die zijn heel grondige tallingen uitvoeren op een gestandaar die zeerde manier. Dus wij tellen op een half daarde hele oorgespollers van knokken tot opstandel voorberden tot tegennieuwportwenaar. Dat zijn de gegevens die op een gestandaar die zeerde manier verzameld zijn en die daar door een grote wetenschappelijke waard hebben. Dan komen toch niet alleen neer op verstand hebben van vogels, determinaties, standaartalingen, maar ook over mensen kennen, als je die goed mensen kunt binden. Je moet die mensen in het daad binden, je moet overtuigen dat het werkt dat zij doen onmisbaar is. Dat is ook zo, als ik die langere mijn grafieken op konveren zit en zo laat zien dan dan staan de mensen voor baas te kijken. Maar dat werkt aan de basis gebeurt door 20-30 mensen die mij helpen met die tellingen. Wij proberen dan, kerstinnen, ik zorg dat we al die gegevens binnenkrijgen. Die worden allemaal in de computer ingelezen in databanker. Wij zijn altijd heel erg zorgzaam om binnen de week of binnen de tien dagen al die tellen zo rapporten bezorgen van de voorbijteelling. Natuurge 7 keer per winter, dus met maandelijks van ook door wat op maart met een extra tellingend december. Op die manier denken wij dus de hele winterpajoren. En dankzij het feit dat wij die gegevens kunnen krijgen en mogen krijgen, zijn wij een dagelijke rapport van te maken met tabellen en kaarten. Dus Christine, je wacht genoten, dat is die gene die de databank bijhouden die geinformatiseerd is. Die is heel goed op de hoogte van de manierbare op sonata bank moet gemalipolleerd worden, gebruikt worden, gevoet worden, want ja, je moet daar alleen maar goede gegevens in steken anders komt er buurt uit. Dus dat is heel belangrijk. Dat is een waardigheid die ik heel erg appressier en waarbij dus heel dankbaar gebruik van maken. Christine, ik ga het en ik besloten toch maar wat verder te rijden op zoek naar een groepje brand gaan. En hier onbelangrijk, we maken onze tocht die dag in de uitkerkse polder en dat is een uitgestrekte open polderlandschap in Blankenberg, dat eigen dom is en beheert wordt door natuurpunt. Het is een bijzondere waterrijk gebied met grote plassen, grachten en sloten met eritkragen. En daar pluist Christine ter plaatsen de werebots uit van een van de brandgansen. Het is eigenlijk fantastisch, dat is een brandgansen met een zwarte ring, C51 en die is geringt op vier augustus 2018 door onze resise vriend Peter Glazov op het eiland Kolgoejev. En dat is werkelijk fantastisch, die brandgansen zit hier nu in de uitkerkse polder samen met een groep in een groep brandgansen. En die is het laatste gezien voor mijn waarneming is die het laatste gezien op 7 januari 2023 in Duits van Denkijk. Wat is dat? Paré, VBO? -Hier stel je weer alle drie. -Podokrijssel in Duitsland. En dus nu, vandaag, meer dan een maand luister hier in de uitkerkse polder. -Dat is toch wel. Dat is geweldig. Die verhalen van elke individuele gans die je moet dus dan gaan samenhoorden voor een beeldkrijd van hoe zo'n trek. Roetjes eruit zien van waar die beest komen, naar wasen vliegen. Bevoer het die brandgansen die benieuwd zien, dan zijn volgen die taalelijk laten de winter komen. Waaruitkerkeneen van de kerngebieden voor is. De kleine rit gaan ze die wij vooral proberen op te volgen. Die komen veel vroeger, die zijn hier al eind oktober, zijn die al totaal rijk. Maar dus alle die zo'n gansen en alle andere voort hebben hun eigen rote ze dat vliegen kikendief. Prachtig. Dat is een vrouwtje, een vrouwtje brunnen kikendief, prachtig, een gehele kop. Die vliegen die gansen zijn daar helemaal niet bang van. Maar het is waarschijnlijk om een blauwe rijgen naar die gansen te komen. Dat zijn ze wel bang. Omdat ze het zilowet van die blauwe rijgen nog altijd blijven verwaren met het zilowet van een grote roevogel. Dat kiekt die wist niet groot genoeg. Dat is echt wel een blauwe voor foto, voor een film. Ik kieke het diev dat hier schitterend dan het jagen is boven die natte grasslanden. Ik kieke het dievigeen van de soorten die dezoek op de Europese lijst van de bescherming staan. En waar de inspanningen die de landen doen om het habitat van de brunnen kieke hetief te herstellen of de optimale zeerden die kunnen dat dus ook gesubsideerd worden. De uitgangse ponderen heeft de zomgoeieact gehad van live gelden van Europa. Omdat ze met veel rietvegenatie ook te bevorderen. Dat heeft niet alleen voor onze zetjes anger die we gehoord hebben. Maar er is ook voor andere rietvogels een jaar met positieve oprenksgegeven. Dus we staan hier nu naar dat veldje met brandgansen te kijken. Daar juist hadden we de koolgans. Ze mengen niet precies in nu. Die brandgansen blijven in de dat nog al apart. Maar zomgegroepen zijn helemaal gemengd. Het zal er nog fenomen op. Het koolgans zijn kleine rietgansen. Klein rietgansen is iets groter, iets dominanter misschien. Maar het gebeurt dat wij groepen hebben met bijna uitsluiten de ene of de andere soort. En andere dagen of op andere plaatsen zitten die compleet gemengd. Dus dat zijn fenomen die wij vaststellen, maar daarom niet begrijpen. En het vast, het bekijken, het blijven vragen stellen over waarom is er nu vandaag zo een gisteren anders. Dat is die verondering. En die verondering die de zei eigenlijk het voedsel is voor de passie. Als ze het niet meer zou verondering hebben over fenomen om je heen, dan zou je die passie verliezen. Denk ik. En dus begint van natuurerucatie als ik op scholiging voordracht te geven. En ze wordt dat ook, maar daarnaant al dias proberen verwondering op te wakken. En dat was dan niet alleen van de schoonen en eidsvogel of kunnen ik in de paa's. Maar dan is er echt wel voor de natuur als fenomen opzegend. En dan moet je die mensen meten pakken op een wandering en dan wordt die verwondering een stuk passie voor sommige mensen. En nekringen af lesen. Ik restie me dan krijg je toch een middelijke enorm verhaal. Ja, dat is natuurlijk heel interessant omdat je direct ook ziet waar dat best komt, waar het gering is. Welke verschillende plaatsen, dat zijn dan ook de kels een natuurgebieden dat je ook minder een beetje kent. Heb je dan soms ook binding mij een bepaalde kans waarvan je weet van dat is de de 330 of de deelwitte kviel? Ja, ik denk wel dat er zin, ik zie ze eigenlijk allemaal graag omdat ik vind. Ik ga dan een stukje mee. Zo langs om mij graag ziet het goed. Maar je hebt juist nog je een ekkering al. Nee, wat je gaat is een stukje mee oprijs met die kans. Zoals ik dat net vertelde, als ik een reed kan, we zijn zelf het geluk gehad van zelf op Zwitsberg in die kansen te zien. En dan zien we soms dat voorbeeld nu nog een beetje. Alltijd levent is de S41, ik ken die uit mijn hoofd. Die is gering toen we de laatste keer op Spitsberg gewaren. In een grote groep en dat is een beetje de enige van die groep die nog leeft. Allee waarvan we weten dat hij nog leeft. Hebben we die deze winter terug gezien nog. En niet alleen wij, je ziet ook welke andere mensen die gans ook waargenomen hebben. Op voorwaarde is het invoeren op gspuntorg. Dat is een speciale website waar je moet registreren. En als je geregistreerd bent, dan kun je ook op je smartphone de Bertringapp gebruiken. En op de Bertringapp, dat is wat ik dan ook gedaan heb. Op de Bertringapp zie je dan de eerste informatie over de route dat de gans afgelegd heeft. En ook over de andere wahrneemers. En dat is eigenlijk wel heel leuk, is een historie die dat hier ook gezien. Die meneer kan ik ook of die vrouw kan ik ook. De man die dus deze brandgans gerint heeft, Pieter Lassoff, is een heel mooi verhaal. Wij hebben ons jaarlijks op bijna jaren zijn konfrontie van gans en specialisten in Overheelde Wereld. Die wij zelf georganiseerd hebben in het jaar 2000. En die dus nu de volgende keer in Mongolia doorgaat, we zijn daarmee in Nederland geweest. In Ladak in Melaia, in verschillende plaatsen begegen. Pieter Lassoff, die deze volgende verhaal heeft, is eigenlijk de voorzitter van die groep gans en specialisten. En die man die er heeft tussen een schitterende job in Moscow in het grote institut. En met de oorlog in Nukkehine liet hij horen dat hij moet vluchten. En hij is na K-Sachstand gevlucht. En dus de voorzitter van de konfrontie die we ooit gehad hebben in Odessa. Ook een hele goede vriend van ons, die stuurt er ook een meeltje, sorry wat er allemaal gebeurt, dus die veranderkant dat er komt. Maar ik ben gevlucht naar Belgiere, ik ben met een klein zoon, die blijft haar achter en ik ga terug om te vangen. Dat zijn de behalen van de mensen die dus kent en dat is wat dan is dan herhand te kijken. Ja, dat is wel war. En hier zie je dus de kleine Rietgans S-41. En dus je ziet dat hij in totaal 244 keer gespot is. Zie je? En hij is gespot het hele doodje S-Dering plek. En hij is ook in de zomer omdat er ook een soort van Tourisme is naar Spitsper in de dag van vandaag. Is die zelfs daar gespot en dan is hij vooral gespot hier in Vesteralen, in Nord-Norwegen. In Mitte-Norwegen heel veel, dat is de Regio-Tromtheim. En dan in Denemarken, Jatland, Frisland. En dan gaan we inzoomen. Dus meer dan honderd keer gezien in de regio, al die bruggeostende knokken. Dus dat is hier eigenlijk de ooske spolders. Dat dat hier echt wel de plek is waar het beste aanwezig is. En als we kijken naar de aflezers, dan zie je dat de laatste aflezing gebeurt. Dus door Ruti van Kluven Bergen op 13 januari in Varsenaar aan de Westen-Nieuweg. En de vorige aflezing was van ons, of aan mij, op 27 december in Spijnen in Brugge. In de regio dicht bij Brugge, een heel mooi gebiedje dicht bij Brugge. Een vliep van neef, dan ook gezien. Een geert jong keer. En wat aan mij, dat is eigenlijk een soort Facebookvervoegelars is eigenlijk gewoon. Maar kort beginnen op succes, maar wat aan mij opvalt is. Als je kijkt, nou, wat dat die zat, dat was Spitsper in geloven. Hoe hongfas zijn die? Die zitten dus eigenlijk onverschijnlijk dicht bij elkaar die hier in het regnet. Ongelofelijk, dat is een van de fenomenen die wij dankzij dat in de bedoelige markt volgens te voren. Dat fenomen van die plaatschou is iets fenomenaal. En dus in de lange jaren dat we dat die gaan ze kijken, en dan sinds 1990 met die knakkringen bezig zijn, dat is toch ook al een tijd. Weet er dus dat die vogels in de dat sommige vogels komen als ze naar de oorskelspolen afzaken, alleen maar in de regelen dame. Andere individuen zitten alleen maar in de regio uitkarken. Nog andere dat zijn normaden die trekken, wat de enige dat dan niet zullen zijn, van een bepaalde plek, maar die zit in de hele poler. Dat ik overal nekerop. En de laatste vijf jaar, de laatste vijf jaar, zijn er dus negingen bij de kleine ritransen, om echt buiten de polen te gaan voetselzoeken. Wij hebben daar geprobeerd om op te volgen dat lukt vrij goed. Dankzij veel vrijwillige medewerkers. Een van de motoren achter de veranderend gedrag van die ransen is de verandering in de landbouw. Dus de toenamen van de teelt van Mais is dermatisch spectacular, niet alleen bij ons, ook in Nederland, ook in de heer Marken. Dat die gansen dus geleerd hebben, om op de geogste Mais de rest van die korrelster aan op het. Dus overal, waar lasten jaren, ook in Nederland, ook in de heer Marken veel Mais geogd wordt, blijkt dat die kleine ritransen dat mee opvolgt. Hebben we daarover het consumeren van zökers? Dat gaat over graam en graan wordt iets uiteraard voetselreker dan het gas, dat ze moeten normaal eten. Maar dus door het feit dat er een nieuwe goesting is, een mooi woord, een goesting. Die gaan ze hebben een nieuwe goesting gekregen, verklagen ik hier als wetenschappig. Dat is daar die zis anders, kunnen ze alleen vaststellen. Wij beschrijven wat er gebeurt en wij hopen dat de ooit zal begrepen worden. En misschien met genetjes onderzoeken we weten we allemaal. Maar dus wat wij vaststellen is dat door de tijd van de Mais, en de goesting van de gansen voor die korrels, dat ze dus ook nu buiten de ponders, ook een zandstreek wordt er veel Mais gegekwekt uiteraard. En zijn ze dus hun poldertrouw aan het verliezen en gaan ze dus op exploratie toch. Ik ga nog naar het waslaat moeten komen. Nou, dus zijn daar nog niet zo veel gansen gezien, maar vroeger in Oostseislanden. We zaten er heel erg veel, waar zei vlanden zitten veel. Maar nu moeten we dus onze talen gaan uitbreiden voor de kleine ritgans tot tegen de Eisevalij. En dat is natuurlijk een heel merkwaardig phenomenon, want de Eisevalij is het kerngebied voor de koolgans. De kleine ritgans hebben gemengd samen, komen samen in de hele kuststreek voor. De kleine ritgans hebben voorkeur voor de Oostse spondes. Veel koolgans er ook, maar het bastion van de koolgans is last de Zanya, is Eisevalij. Dus waarom die soorten zich toch met een verschil van verspreiding een beetje gescheiden houden, hebben we daarover proberen laten denken, en waarschijnlijk is er een soort kompetitie tussen die twee soorten. Ze eten alle twee gassen, ze zitten alle twee in grote groepen, dus ze komen voorstellen dat er op een geheven, want rond het voedsel, wel enige discussie is tussen die vo. Wij dachten we gaan nooit een kans geluid kunnen laten horen, want we laten die beste gerust, we gaan ze een jopjaal om willen van zo'n huiszenningskend, maar ze vliegen zelf op dus. Wat aan mijn uktor oor is gekomen dat die kleine ritgans, waarvan je daar juist sprak, die op spitsbergen broedt, dat die ook op Nova Zemla zit? Ja, dat verhaal hebben we met enige aardeling kanbaar gemaakt, het is een gezente ontdekking die nog niet gepubblezeerd is. Daar moet je een beetje etes mee bezig zijn, de lanceering van die hele kanis voor het volgende maand van de deelmaarke en publiek gemaakt. Het deelmaarke is de epicentrum, rond Gans en Ondersen. Ongeveer het epicentrum, want het gans onderzoek, onze vriend, die als vermatzen, is ook de man die 1990 begonnen, is met die nackeringen. Maar ik ben iets aarder dan je als vermatzen, dus ik ben al langer met de gans en bezig dan hij. Maar wij zijn wat dat betreft wel een goed team, laten we zeggen. Maar dus de ontdekking dat de kleine ritgans en broedt op Nova Zemla, die er moeten we zeker aan hem laten, omdat reed aandekondigen, omdat we dus de zetjes sangen. Maar dus het werk gewoon die kleine ritgans met de nackeringen is natuurlijk enorm boeiend, omdat er nieuwe trekken moeten, niet alleen Nova Zemla, maar zo'n kvier. Ja, Finland en Zweden ontdekt zijn. En door daar dan te gaan ringen zijn dat dus nieuwe consequenties uitgevocht, een bevoelheid die nieuwe broedgebieden dat was vroeger niet geweten. En dus ja, zo blijft het boeiend ook als wetenschappen om je beschrijvende ecologie te blijven volhouden. Zou ze zeggen in verklaringen vindt dat nauwkeurige beschrijven bijhouden van phenomenon is ongelofelijk belangrijk. U spreekt hoe verringen, maar om er tussen zoek het zenderen erbij gekomen. Die zanders dat is natuurlijk een schitterend verhaal. Ik heb het voorrecht om daar voor ons land ook de beste mogen volgen. Ik moet ook voorzichtig mee zijn met het kenbaar maken. Maar dus door die gezandertig volgens is het op het moment weegdien in vlandelen. We weten dus ook wat die beste snagstoen. We weten heuwe van die kansen omdat we hele dagen in de polen zitten, maar wat ze snagstoen dat niet zo simpel. Dus we hebben nu een vrij goed overzicht van de verschillende gebieden waar ze snagstoen over nachten en kommen slapen. En nu blijkt daaruit dankz'n disanders dat dat is vooral de gebieden waar via natuurontwikkeling nieuwe waterrijke gebieden staan. Dus bijvoorbeeld hier in de uitgrijksen ponderen het opstuue van het water, heeft geleid dat het herstel van die waterrijke gastlanden, die hier altijd waren vroeger, zoals we je zien. Maar dus die worden nu specifiek gebruikt door die gassen om te overnachten. Dus dat is een man van de phenomenon die dankz'n die gezandertig volgens opvolgen, je kunt dat daarmee nog niet verklaren. Ik ben alleen denken dat het zal de relatie zijn met die natuurregechtingswerk. Maar brengt dus dat er gezendig zijn die ook al nachten, die mails gezeten hebben. Dus wij gaan dat gedrag van de wol, wij willen graag je ook je stoppen en begrijpen. Maar de goesting van die wolers, dat is al even erg als onze goesting. Waarom kijken we naar voorten en waarom niet naar kweten? Dat is onze goesting. Ik wil de nieuwe waterrijking zetten, dus dat er in de datten een fact is dat dat hier gezond is. Maar zo snel gaat het niet bijna wetenschapperen. Het is een duidelijke vastel in dat het resultaat van de natuurregechtingswerk ongelofelijk groot is op verschillende zwerkt. Dus dat mag je vaststellen, maar de verklaring hoe de vogels dat vinden en hoe daarop op lange het er mijn, want dat gaat niet van 10 jaar op het andere. Maar hoe gaat een populatie, kievitten en populatie, grittors die hier als broed vogels zitten? Hoe gaan die daarop geagderen? Dat is pas de meest boeiende vraag die we ons moeten stellen. Die gaan ze die trekken in plan. Die vinden die gebieden en als die gebieden daar niet meer zijn, vinden die ergens al eens een onderkomen. Maar onze broed vogels, onze weiden vogels, dat zijn de meest wetswaarshoorten. En daar moeten veel zorgvorderagen. Goed, ik heb de gang ze altijd als ambassadeurs van de polers vogels. De kleine rietgans, ik heb dat ook voor aanleiding van 25 jaar vorgericht, en Europese voren, dan een stuk geschreven voor Europa over kleine rietgans als ambassadeur van de waterrijke polers. Maar die ambassadeur is ondertussen met de meis ook buiten de polers verdwenen. Dus niet verdwenen, maar ook gaan zich ophaal de buiten de polers. Dus onze ambassadeur is niet meer zo trouw als wij dachtenen. Maar het blijft een schitterende soort om te blijten voor het behaad van hele grote gebieden. En het zal het met de broed vogels zoals die slotbeenden en die zomertaalingen en ze wordt. Die hebben grote veilige rustige gebieden nodig. En daar moeten we voor zorgvorderagen, en dan komt ja hopelijk de herstal van een aantal populaces toch weer op gang. Eigenlijk? - Wat? Kristien? - Het zit er vol met geld plevieren. Dat is eigenlijk heel mooi. - Schitterend. Nu is het afgeskeken. Ik zou dat paskampaan loken. Ja, ik zie ze zetten. Wat jij vloeg is op? En ik dacht, groot plevier, die zien we, jij zag campaan en was twee schitterendeshoer. Wat zijn we schitterendeshoer? En we zijn niet zo van dat ik dat alleen maar aan de ganden kijk. Dus. Als ik even zo over die technische vooruitgang, maar Kristien, jij krijgt daar heel veel mee te maken. Want jij krijgt die data binnen en jij moet die? Ja, je moet niks. Ik moet niks. - Ik ga het niet verwerken. We gaan er verwerken, maar nu heb je het over de tall data. Ja, ja, ja. Dat is gewoon het verzamelen, het goed, het zorgvuldig verzamelen van gegeven. Dat kan je niet hoe belangrijk. Dat is heel belangrijk. Dat moet ook uurig zijn. Maar we hebben gelukkig een fantastische kroe van tellers. Dus de hele oogskuspolder is opgedeeld in 7 grote tellengebieden. We hebben nu ook voor die uitbreiding zonen. Wat ik er net vertelde dat ze zich ook een beetje westwaarts uitbreiden. We hebben fantastische mensen die zomgebijna dagelijks de groepen die daar zijn, die ze de afvallen genoemd. De afvallen genoemd van de afvallen die het is normeinstrieken, misschien afzek. Ja, het was land, het was land, nee. Het is ook fantastisch mooi dat dat ook allemaal op warning komt. Warningingen.be. En mensen zien wat is er te zien en gaan ook kijken, gaan ook uurig tellen. Dus mensen hebben ook fantastische optiek de dag van vandaag. Dus het is een oververrijd tijd, het is boeiend. Het is eigenlijk, zijn jullie? Ze doen er echt wel een heel goed werk mee. Ik ben voortuurend bezig met meer en meer in de kop te kijken van een vogel. Wat doet die? Waarom? Waar gaat je nog doen? Ja, we blijven ons verbazing over de kop van de mensen die dat ook willen, proberen te begrijpen. Dus mensen die van land hebben komen om hier knackringen af te lezen. Dus meer dan alleen maar goesting, dat is die vraag van wat ze daar achter. En de kop van de vogel kunt die op zijn veren. Je kunt die beste zien kijken, omhoog gaan kijken. Heel aandachter naar boven en dan moet je ook kijken. Dat vliegde er een keer heel erg hoog. Dat kunnen we er ook volgen over. En ze hebben dat gezien voor dagerties. Als ineens alle ganden opvliegen, veel awaien maken, dan blijkt twee seconde later dat een hele kop erop komt. Die zij al gehoord hebben, zij zijn al weg, voor dat wij hem gehoord hebben. Die hele kop er is natuurlijk een van de grote problemen aan het worden voor de gandenpleisterplaten. Omdat ze toenemen de vrijhe tijdensbesteding en kapitaakrachtige mensen die de rustische vluchten maken. En bevolgen, dat is natuurlijk prachtig uit de lucht. Maar de hele kop er met een toeristenvlucht naar danmel, die jagen dus alke keer 1000 dan ganden op. En daar is het heel moeilijk een regereving voor te maken. Het is er allemaal voorrechtlijngebieden met een Europese bescherming. Je zou mogen wachten dat dat dus ook maatregelen worden genomen, dat die verstoring door die toeristenvluchten dat die beperkt wordt. Wij hopen altijd dat er aanges, maar dat is een federale materie luchtvaart. Dat er dus aangeskonex is kunnen gelicht worden, daar wordt daar gewerkt ook vanuit naturopend. Om te kijken of er overleg mogelijk is, om op z'n mens bij de opleiding van de piloten te wijzen, op de beperkingen van de vrijheden van zo'n hele kop ervluchten. In de militairegebieden mogen ze ook niet vliegen, dat weten ze. Maar in de natuurgebieden moeten ze beter ook wegblijven, maar dat weten ze niet. Dus daar moet nog veel gebeuren. Wow, hoe uitgebreid is dit allemaal? Dat heeft niet alleen mensen kennen, dat is niet alleen. Kennen zo over die volgen, het gaat ook over politieken, het gaat ook over wetten, het gaat over. Ja, het is zo breed. De ene van de grote zagen wordt behoud van de habitat van de volgen, sind al min, en zeker ook van de rante hier, is behoud van de waterpeilen. Dus het probleem van de grondwater is stillgezand duidelijk geworden voor de mensen dat het. het roven van de grondwaterlagen in normen geconsequentie gaat hebben ook voor de landbouw, die zelf voor een grote schuldige naast de industrie. Maar het behoud van het oppervlakte water als we gezegd voor wat er later in droge zomers moeten kunnen beschikbaar blijven, dat is iets wat nog niet altijd bij alle instantie doorgetrongen is. Het is een refractie in de landbouw om water in de winter dan moeig. Dan moeig. En nu wordt de stilke zaan een gelukkig hoog vanuit academische wereld gewezen op het feit dat als het water in de winter wegpomt, naar de zee dat het zoutenwater uit de boren omhoog komt, dat anders de zoetenwater naar beleider gedrukt wordt. Dus al die zaken zoals verzulting en ze worden zijn consequenties van de verkeerd gebruik van onze omgeving. En daar wordt nu. We hebben u meer en meer aandacht aan gegeven. En we hopen vanuit dat u behoudt dat een kopeling met verstandige landbouw dat dat moeilijke positieve gevolgen hebben voor alle tweede partijen. Het zijn geen tegenstellingen partijen, zijn bondgenoten in het openharen van onze landschappen. Maar dat wordt helaas nog te weinig in die termen bekeken. Als je daar juist zit, klisje, mensen die van de natuur houden, alleen maar natuur zoden willen. En daarom alles begint een klim in. Ik heb in 1980 in landbouw tijdschiftig geschreven hoe wij als grootste bondgenoten samen moeten opkomen en voor het behoud van de openhruimte en in karen van ruimtelijk ordning en al die vergunningen en ze wordt zo dat heel belangrijk zijn, we moeten samen ons stemmen kunnen laten oor. En niet denken dat we tegen elkaar moeten opkomen. Maar als hier jaren, jaren, ganse concentraties toegenomen zijn, kan het begrijpen dat er vanuit landbouw gezegd wordt. Je bent best met mijn gras op. En dat is een van de aspecten die ik met mijn eigen onderzoek begonnen ben. In die jaren 60 al om te kijken hoe de effecten van een ganse begrazing op gaslanden, op landbouw, hoe daar moet met omgegaan worden. En ook met de mest? En uit de raad met de mest, maar dat is een heel laatste, een heel ander waarin we halgen worden over de stikstof. Maar de ganse begrazing in het begin was dat op sommige plaatsen, was dat zo gekonstantreerd omdat de gewijningen beschermd gebieden waren. Die gans had al in een paar kleinere gebieden en daar was dan over begrazing. En daar hebben we er altijd voor gepleid dat daarvoor een vergoeding gegeven wordt uiteraard. Maar dus nu door de grote oppvlakte beschermdige gebieden, door de inspanning van de vlamse overheid, het organisatioen-bostdoetsgetrintwerk, dat natuurlijk een koopte grote treinen aan, er zijn beschermdige gebieden via Europa. Dus door die oppvlakte die toegenomen is, kunnen die gansen zich ook meer gaan verspreiden. En daardoor is de druk van die begrazing op die kleinere karnige bieden van vroeger, is die veel minder groot geworden. En er is de gelijkertijd ook door de vlamse overheid, dan hele goede regeling uitgewerkt dat als er nog schade is, dat daar een vergoeding voor voorzien wordt. Dat wordt getaxeerd, dat wordt door de overheid gedaan, dat gebeurt behoorlijk objektief. En daarvoor kunnen dus ook ons tal gegevens over de aantallen overwelke soorten dat aanwezig zijn, die kunnen daarvoor gebruikt worden. De grauwe gans die zie je nu op verplaatsen heel het jaar door, dat was vroeger niet. Heb je daar een verklaring voor wat phonomien is? Dat is een heel oud film in Graaflippen, ze zou pakken, het is vraaggekomen, de oprecht van zwunge, die had als grote voorbeeld, de Engels Lord Sir Pietes Katt. Sir Pietes Katt is oprecht van een heel groot watenvol gebieden in Slimgrijd, in de buif van Bristol. Die heeft daar een watenvolge collectie uitgebouwd, waar ze heel veel mensen komen kijken, zo open lucht, zo, met alle mogelijk watenvolgens. En Lippes heeft dat voorbeeld gevocht in Swin. Ik daar ook begint een watenvolgens, dam hadden, had dan ook koje met daar in steltlopens en zo, er was eigenlijk geen zicht eerlijk gezegd. Gelukkig is dat voorbij, maar Lippes had dus wel grauwe gansen in gevoerd, gekortwikt, om daar in het Zwintel laten broeden. Ik spreek nu wat 54, 50. En dus ik heb die eerste grauwe gansen uiteraard, ook nog gezien, en dat waren helaas grauwe gansen van een verkeerde onderzoegd. Dat waren de oostelijke grauwe gansen, wel een heel andere, zwaardere snabel, andere kleur. En dus door de ingevoerde gansen, die in het Zwintingen broeden, die daar jongen krijgen, die bleven hangen, die waren gekortwikt, kon geen verleg, niet wegvliegen. Daardoor is dus een lokale populatie grauwe gansen ontstaan, maar op een heel windpaar te zoveel, dat ze niet alle jongen meer konden vangen. Dat die beginnen uitvliegen zijn, dat die zijn beginnen mengen met de grauwe gansen die hier passeren in de september trek, sommige van die boeren zijn blijven hangen, sommige zijn meegevlogen. Dat is dus één grote mix geworden van onze geimporterde of kunstmatige importeren de grauwe gansen van het Zwinten en de wilde populaties. Maar dat is, sprinkt de van jaren, 50-saster. Alleders zijn die kenberken van die oostelijke grauwe gansen door de genetense verdunning zijn weg. Die kenberken zijn weg, dus wat wij nu hebben als broedvolgens op heel veel plaatsen in vlanderen, ik weet de aantal het broedvolgens, maar dat is een hele veel hondel doen, is die grauwe gansen eigenlijk een inheemse broedvolgensort geworden. Maar als de herkomst is het eigenlijk gestimuleerd door de beginnen met gevangenvolgens, maar heel lang gelegen waren ze grauwe gans, dat was een soort van scandinavie die daar broeden, en die dus bezig was met uit de breiden naar het westen. En zo hebben we nog soorten, de aansgroven in de dito. Dit is een soort scandinavie die vroeger op een paar plaatsen broeden die uitgeroet werd om willen van de wistens. En die dus nu ook door een hele massaal opschuiven van het noorden is heel was de ropa, is de aansgroven een vrij gewone soort geworden. Dus dat zijn fenomenen bij vogelsorten die wij kunnen vaststellen, die wij proberen te begrijpen, dat lukt niet altijd. En waar we dan moeten kijken naar beheer van de habitat, wat we dan met doen. Dat zijn de soort cultuur, fenomenen, waarin dat een mens weer een rol speelt. Dat is een beetje hetzelfde verhaal, dat is niet hetzelfde verhaal, maar de Canadese gans die voor veel mensen hier ook alwezig is, en overal wordt gezien, wordt hem door bepaalde mensen bekeken. Als dat is dan een exot en we moeten dat toch indamen, je hoort er ook bepaalde stemmen in, dat moet zwaar, dat ze zeggen dat dat niet tegenhouden was, hoe mening dat over. Dat is eenmaal de problemen aan het worden, en natuurlijk behoud in het alm in. Zo is het hier op een van de manier zijn geraakt. Meestal zijn dat dan toch even bommen via menselijke ingrijpen. De Canadese gans in het 17e jaren, in het gevoerd in Norwegen, of was het als parkvogel ook dat bij ons, heel erg popular gebleven, tot die parkvogel, zo kippen gegevoerd zijn gaan uitzwermen, zoals die grouwen gaan ze uit het zuin, uitgeswermd. Gezwermen? -Nee. Uitgeswermd. -Lat ons aaneemmen zo eten. Maar hoe de look die gauw gansen is, een verhaal, de Canadagansen is een alde verhaal, maar Canadagansen zijn toch wel meer mens gebonden geweest altijd. En hebben we dus door dat parkachtige karakter, waar ze zich altijd op hielden, dat waren parkvogers, zijn je nog altijd eigenlijk niet te beschouwen als echt de wilden aanwilst voor onze vanaar. Het feit dat de Canadagansen de groot aantal bereiken is omdat ze heel agressief zijn, een beetje onvertraagzaam naar andere vogels door toe. Wat betekent dat in sommige natuurgebieden dat dat conflict te geven met plaatselijke broedvogels. En de Canadagans heeft gelukkig dan de gewoonte om een hele grote groepen te gaan rijden. Dus eruit dat betekent dat ze hun vliegvermogen verliezen, gedurel een aantal weken, dan ze allemaal samen om bepaalde plaatsen. En daar kunnen die Canadagans er gevangen worden. En dan worden ze ook gering om te weten waar ze allemaal toe trekken. En een deel daarvan wordt dus vergasd of wordt afgemaakt om willen van de over aantal om die ze bereikt hebben. En die bestrijding wordt in het dat door verschillende mensen, ook door verschillende vogla's, op een verschillende manier aangevoelkt wat ik begrijp. Uiteraard hebben we ook altijd gezegd ook voor de grouwagans. De jagers kunnen daar een deel van het probleem proberen op te lossen. Maar die zijn niet in staat om die dynamiek van die aantallen te doen, omdat op te volgen. En trouwens over de gante jacht is nog een stuk van mijn verhaal van heel langer jaren geleden. Waarop nieuwe graflippers toen bij die ontdekking in 1957 in Damme bekend maakte. Had hij zijn jagers verinding op basis van onze eerste tellingen, heeft hij kunnen overtuigen om in december en joliware niet meer op gansen te schieten. In Damme heel plaatselijk. Dat heeft direct voor gezacht dat er dus één vergranzen uit Nederland, waar nog wel een gehaagdig toen, naar Damakwamen. En de aantal toenamen in Damak, die we dus gevolgde met ons vertelingen, die zijn dan van Linaar geweest dat daar dus direct een uitverming van uit Damak naar een omgevende polders gebeurde, en van de mooiste polders de achterhaven van Zebrue. Dat meest intacte, het meest schitterend, diversivierde polderbietalijk uitgekend, met zelten vegetaties, met zoeten vegetaties, alles echt magnifiek in eeuwvicht tot daar natuurlijk de industrie alles overhoop gehoord heeft. Maar die gansen zijn dus uit die concentratiegebieden van Damak door die plaatslijke bescherming, zij gaan uitsvangen. En dankzij onze talingen hebben toen de fenomenale aantal kunnen vaststellen in de Harderwinter, 78, 79. Dat was een ongelofelijk harderwinter. Alle gansen uit Noord de Europa zaten bij ons. En dat heeft de aanleiding geven tot de overtuiging die er al was bij het minister van Landbouw, en die we kunnen voeden met onze talgegevens. En ze hebben kijken we gaan de jacht over de gansen afschaffen. En in 1982 is dus de officiële minister in besluit geschreund dat de gansjacht in België verbod is. Ik ben heel erg vier op, dat we daar die gegeven hebben kunnen gebruiken in Dizen, dat het schappelijke basis aanwezig was voor een politieke beslissing die dat erop vandaag is. We hebben toen met de toenhaam van de Gouwagans als proetvogel in de regio vanuit het zwin en later in de polders, we moeten zeggen dat we dan afwekken geven dat de gansjacht op de Gouwagans in een heel beperkte periode want ja wel toegelaten wordt. Ook dat is minister besluit geworden. Ama van vorderen en organisatie, maar nou maar fedraalen wat er nog in die tijd. Maar dat is het begin van die hele beschermingsgeschieden is geweest. En waardoor dus met de bescherming van de Wildegansen, waar dus geen jacht bij gebeurde, dat die vogers de vrijheid hadden om ongedwongen hun plekken te zoeken. En de uitbreiding van de gansen over de hele oorskuspollers begonnen van een dama, een paar gebieden in de omgeving van beruggen, die uitbreiding is dus met danken aan die afschaffing van de jacht. En daardoor is dus ook de vrijheid keuze van die gansen, de aanleiding geweest om de gebieden waarsen dan graag na toekbaam, om daarvan uit dat u behaard inspanning te doen dat dat kan behouder blijven. En de aantal gansen pleisterplaatsen is dus daar door met opnieuw gewitschappelijke basis als achtergrond, is de aantal van die gansen pleisterplaatsen ook officieel erken, als vogelrijke gebieden waren dus ook de jacht op andere sorten in de winterkampelboren worden. Dus geen jacht bijgup, hazen, asia, tussen de gansen, die gansen ook weer. 65-jarend valt al doekzagen, 65-jar natuurbehood, natuurbeheer in verlanderen. In Nederland is dat iets sneller gegaan. Ik weet vanuit een boek natuurbeheer dat u daar ooit het voorwoord heeft gescreëw was, mij hoor in die gezegd heeft, wij loppen wat achter door de oorlogen. Dat klopt, dat is een oud verhaal natuurlijk, ik heb er ook niet zelf uitgevond, ik heb daar wel verschillend keren aan jongeren generatens toch terug onder aanlacht gewacht de mensen vergeeten dat er heb. Maar de zonze achterpioniers in de Veldbielogi en jaren 1800. In de jaren 1800 waren dus schitterende gasten even goed in Nederland als welns. En in het begin in 1910 is de vereniging voor natuurhasteelens opgericht. Als eerste milieuvereniging bij ons in Baguhe, is wij waren mee met de pionierpillioren die in Nederland is blijven doorlopen, maar met de eerste wereldoorlog zijn onze pioniers allemaal gevoerd. En in Nederland, dat schitterende beginwerk gewoon voordgegaan. En dan kan het interbal om, wij hebben ons proberen te herpakken met een aantal mensen, zijn daar perfecte geslacht, de hielwaalwacht opgericht, dat er geen voren, ze waardt al die dingen. Maar dus de tweede wereldoorlog geeft dan dat eerste elaan van het interbal om opnieuw gefnugd. En dan hadden ze natuurlijk ook de Nederlandersprijs, maar ze hadden om tussen 50 jaar voorsprong. En die 50 jaar voorsprong, die hebben wij als ik dan heel actief voren met als ik afste deur in de jaren 60. Dan wees ik er altijd op die 50 jaar achterstand, die moeten we proberen in te halen. En dat hebben we ook gedaan. Ik denk dat wij kwamen atuurbescherming echt een inhabbewege gemaakt hebben, maar dan blijven we eens in mentaliteit. Ook daar wij zich dikkoord op. Wij zijn een beetje wij liger tegen Frankrijk. En daar stikt het allemaal niet zo nu. In Nederland is het gegeformerd. De Nederlanders is alles veel strenner, veel serieuser. Het wordt veel meer gerekenig geharm met regelgeving. En dus alles wat daar gebeurt is iets meer geordend dan het lijnp gefist bij ons. Ja, ik kan daar al je maar beaamend. Ook de popularisering liet hier eventjes op zich wachten, maar dat moeten we nu onder de zinimmer van klagen. We rieken als onze natuur. Die popularisering was eigenlijk al direct na de Tweede Wereldoorlog. Het was al volop bezig, hoor. Het herpakken van natuur. Natuurstudie, natuurverenigingen, na de Tweede Wereldoorlog is zich snel geganen. U hebt patersonjes, ik heb me zeker zijn langer hoe heet er elkaar zijn. Wat voor de luister was dat het duidelijker was van de Wielewal? Die heeft de Wielewal opgericht in 1933. Ik ben met hem op een excrucifit met de Wielewal afdeling Brugge. 56,57 tot 59. Ik weet nog dat hij meegeweest is op een weekend naar Capcreené. En dat was aan de zondag, maar het was eerst iedereen al de mis. Ik was toevallig. Niet nodig in die mis, ik was al naar de voordiging kijken. Maar ik weet toch heel goed die periode dat dus. De weekend begonnen dus ondag, maar het groep ging al de mis. Die man die zaatjes geplanten. Die heeft ongelofelijk vergegaan. En bij mij ook was dat impressionant om hier op. Als je 15 jaar bent dan begrijpen. Dan begrijpen ik dus wel begrijpen wat een impact die man heeft gehad. En dan waren dat op zijn campus. En dat was nogal echt regional getend. Dus die afdelingen van de Wielewal bij ons in Brugge en nog standen. En dat ze voor daar waren heel andere mensen. Dat was een regional verschil dat. Dat eigenlijk erop vandaag bestaat. Dat is gelukkig dat niet allemaal de mensen hetzelfde zijn. Ja, maar die eigenheten dat zoek misschien voor vlaan. En misschien ook bijzonder goed om vast te houden. Maar afgesterd, we leen ook iets. Het verhaal van de Wielewal is dan door de. En dan naar vogers te kijken waar dat toch waar mensen die verder willen. Is met de omgeving met de natuur en ze voort gaan doen. En zo zijn de sfereningen ontstaan die dus veel breder gingen kijken. En andere organisatie, dat was de bogen natuurlijk een vorense water. Die ging dan heel specifiek zoeken naar vrijwaarden van grote natuurgebieden. Daar kwam op nieuwe mensen zoals gaaflippers aan passen. Dus die hebben dan eigenlijk hun eerste realisaties als. Als het begin van echt de natuurbescherming kunnen naar buiten brengen. Dat was een schitterende uitgehaven van een bluttuin dat alle kjave schinn. De Wielewal had een maandelijk stijtsgeft. Maar dus al die communicatie heeft dus in het aantwoord. De stijts meer mensen aangezat om zich met natuurbezig te houden. Ik ben zelf blit geworden van buiten veer. Dus belgers, natuur en voren, zwaad in. Ik denk 55 of 26 of 25. Dus ze hebben stonden heel erg kort pass. En ik heb dus de hele evolutie tot het huidige natuurpunt kunnen meemaken. En dat is spectaculair. Absoluut, hè. Als je ziet ook wat leden aantal aan dat er nu zijn. En welke hart dat er nu gedragen wordt voor de natuur. Verstandeerd in de uitkerkse polder. Die verwezelking is er ook niet zo maar gekomen. Dat is het levenswerk van John Magomple en zijn groep. En zijn groep. En John Magomple, die ooit nog bij mij in de klas gezet. heb toel ik leer aan biologie was. En dat is een van mijn oudste poeluin, als ik het zomaar zag, maar die heeft hier dus iets gerealiseerd dat niemand vormogelijk doet. En zo zijn er gelukkig in vlaanderen op een aantal plaatsen gebieden die doden inzet van een aantal echt gebieden voor jouw wilgers die erin geslagd zijn om daar iets van te maken. Ik denk, bevord de blankhaard. Het gebied van de blankhaard en de eisevallij, dat zijn gebieden die doden inzet van een aantal mensen geweldig zijn, kunnen goed en op dit moment een internationale betekent is hebben. Die peonier, waar hij nu over spreekt, moeten er ook wel een beetje activistige wees zijn. En vooral omdat er op dat moment niet echt oog voor was, misschien was politiek economische er heel wel belangen. Dus het was niet indientijd wat meer alle boven werkt, dan dat het nu eigenlijk een beetje moet het zeggen. Mensen vinden dat het een recht is dat er natuur is? Dat is een moeilijke. Alle boven werken wij waren zo van dat ik bezig, dat als je iets verkeerd ging in die natuur. Koren er valt, Liwerk, sorry ze. Sorry. Ik ga nu eens waar ik kan onmodernuital om te hoorden. Ik hoor er heel als niet meer. Maar ik hoor er gewoon zo nog wel. Dat is zo. Maar het is verhaal van de manier waarop van het vogel kijken. veel mensen zijn bezorgd geraakt over de gebieden waar die voors hadden. Dat is eigenlijk een normale evolution. Ik kan er nog altijd verbazen over. Zomge mensen eigenlijk alleen maar komen fotognemen van de voors en zich voordat rust eigenlijk heel weinig aantrekken of dat betekent van werkzaamheden van inzet ook politieke beïnvroedingen. Om zo gebieden zoals uitkerken zoals dame om die te vrij waren. Dat begon me met een paar hectare. Ik weet niet uitkerkens op dit moment te veel 600 hectare groot. Dame waar ik begonnen ben met de eerstopsevreden van Ligansen. Dat was vroeger jachtgebied. Dat is ondertussen een gebied van een paar honderd hectare in eigen dom van het uur. Dat zijn evoluties die weer spiegelt worden in de vogelweer. De beloning van de vogelijs door altijd werkt dat ze doen voor het vrijwaar van de habitat. Die beloning die is er. Ja, ja. Je kan je daaran ergeren dat die mensen hier soms lopen. Misschien ook iets te inzijreg enkel en alleen maar de vogel zien en niet. Wat wordt dat ze opduiten of dat betekent? Dat wil ik wel zeggen dat die gebieden gezond zijn. Het is niet zo seren ergens, het is misschien niet het goede woord. Ik probeer die mensen dan wel te overtuigen. Dat er meer is dan alleen de vogels en dat het zo meer is dan dan hier te komen wandelen. Ik niet voor iedereen iets wat aan spreekt, maar wij proberen de mensen een beel te geven. Dat gebeurt toch alle mogelijk activiteiten. En bijvoorbeeld die bezoekerscentra, een gelijde wandelingen en voordaten. Dat is iets wat mijn hele leven bezig is aan bezigheid geweest. Want je spreekt nu over het PNVR, maar we hebben ook nog het enboei? Ik hart. Ja, dat is een verhala-part natuurlijk. Een verhala-part in die zijn activisten van de jaren 80. En van de jaren 70. Eigenlijk mijn baas was professant Janublee. Janublee was eigenlijk de eerste prof die academisch een cursus over natuwen had verzorden. Die zijn later is dat ook in antarpe gebeurd met professant voor hij en hij ruwt hij voor hij. Maar Janublee was de eerste academisch, die eerste prof die daarover lesgaaf. En ik was ze helemaal zijn eerste studenten toe. In jaren begint jaren 60. En wij hadden dus met een aantal van zijn studenten dat die dee van. daar moet dus meer gebeuren dan alleen maar onderzoek. Daarna moet ook iets van die gezultaten gebruiken worden. En we hebben toen direct een aantal gegevens kunnen gebruiken in het karen van verkeerde ruimteke ordene. Verkaverling en bosgebieden die we snipper troiden. En vooral in die tijd begint jaren 80 het rechtrekken van alle waterlopen. Het ontwateren van alle van wij gebieden was de meest normale zaak van de wereld. Ik weet nog, mag ze verbruggen. Van de zagen heeft heel de leven gevochten tegen die ruimteke havelingen van de neten. Waar de hele omgeving van het schitter in de moerasgebied drogerpont wordt. Dat verhaal is gekend als iemand de pioniers. Maar dat zelfs heeft hij hier een wasvraalig afgespeeld. En speelt hij helaas tot op vandaag af. Hier worden nog altijd waterrekken gebieden te veel ontwaterigd omdat mijn de visie nog niet deelt dat de andere beheers voor menoren zijn. Maar dat heel verhaal heeft u zeielijk zijn oorprong bij een aantal wetenschappers die in de daad hun kennis hebben gebruikt om daar iets mee te gaan doen. Jan Huble was de tijdsvorsitter van de hoogeraad voor natuurbehaald. Een eetbied wargorgan dat dus de overheid advies verleenden. Een van de advies en wass is grote nood aan wat op een natuurbehaald. Die nood werd gelanceerd in 1979. Het was het Europese natuurbeschermingsjaar, gelanceerd van uit Strasburg. En dat is eigenlijk een mensen weten dat niet meer het kepend voor natuurbescherming in Balgië. Er was toevallige jaren met gemeentraadsgekies in het jaar. Er waren naant dat we gemessen met zien bolen, boembegeende planten en zo. Een briefgevoel is over milieu waar ze nog nooit over gesproken hadden. Maar dat is een kepend geweest. Wij hebben dat kepend met een aantal mensen in de academische wereld kunnen aangrijpen. Om te kijken, er is genoeg wetenschappelijke evidantie om een aantal zaken anders aan te pakken. Huble was het voorstander omdat via de kanalen van adviesverleening naar de overheid toe te formaliseren op een wettelijke kader. En de wettop natuurbehaald die je altijd bepleid heeft, is er pas gekomen in 1973. In die wettop natuurbehaald stonden duidelijke aantal zaken die ook met ruipelijk ordning te maken. Maar ruipelijk ordning als je verlekt met Nederland bij ons was al een peinelijke zaken tot hem het. De wettopruipelijk ordning was pas van het jaar 1963 veel te laat. Zonder dus was de hele wederopbouw van de Noroch. Goud is verloopt en daar zitten we nog altijd mee tot op vandaag. Maar dus die wettop natuurbehaald en alles wat wij gedaan hebben voor de gruimelijke ordning, begon meer te wegen ook politiek. En minister Ackermann, dat is tijd, jaren tachtig, die was wat wij noemden de natuur aan het voorvlaanderen. Dat was de man en de mensen uit het wastland, andreven straaten die gekend en daar gelijkern, die hebben daar ook heel erg veel op gehaamerd, dat daar iets moest veranderen. Op het einde van zijn kariaren is Ackermann dan toch waarbij gedraaid, en heeft hij het initiatief genoemd onder druk van Jan Heuweblee en de wettop natuurbehaald die dat voorzien had, heeft hij eindelijk dat institut voor natuurbehaald opgericht. Toepond de hele selectie voor de wie moet daar de bas gaan zijn en te voort. En zo wil ik daar uit de bus gerollt. Met verbazing bij veelen, evidantie bij anderen, verbazing bij veelen die het niet begrepen had je als politiek ongebonden persoon, een leilinggevene functie in de overheid kon krijgen. Maar ik heb dat dus met vierheid gedraaien. Maar we zijn wel van in het begin zwaar gehandelijk abt geweest door politieke beslissingen om ons in hassel te huis vast te in een onmogelijk gebouw, waar alles moet van adviesen op het tafel gelijkt worden. Dus we hebben tien jaar echt wei handelijk abgehaald in het beginjaren van het institut van natuurbehaald tot we naar Brusselkondelvhuizen. Toen eindelijk, en dat was niemand minder dan de Limburgse politicus, Steve Steevaart die zij, ik had zegt tegen zitten hier niet op uw plaats in Limburg, jij moet met uw institut naar Brusselvhuizen. En zo zijn wij in 1995 eindelijk echt kunnen starten met een personeelbestand van 25 mensen en 5 jaar later al de 125. Dus die toenamen van de impact en de mogelijkheden door een institut dat op zijn plaatset die impact die blijft er op vandaag voelbaar. En gelukkig zijn de opvolgers die naar mijn pensioende zag overnamen, en er is een ontmissbare plek te geven. Ik weet ook dat je ooit tegen mij gezegd hebt van je, dat zijn ook momenten geweest. We hebben veel verwieselijkingen op je z'n tafel zagen, omdat de politiek me een antal zaken meerkening moet houden. En toen zei ik van tegen u van shit, ik voelde de moed alleen mijn schoenen zakken. En toen zei jij tegen mij 'haar terugvachten' verdomme. Ja, maar als je niet vacht dan heb je niks. En helaas is dat op vandaag ook een realiteit. Maar dat gaat niet over hebben. Maar ik denk dat het toch typisch is voor een aantal overtuiten onderzoekers. En ik reken mij dat heftig ook bij. Om met hun kennis iets te gaan doen. Er zijn ondertussen toch wel een hele reeksmansen die ik denk aan Patrick Meeren en Konsoosten. Die is echt vanuit een schappelijke ervaring. En een schat aan kennis hebben die ze kunnen toepassbaar maken. En die daar ook vooruit komen, die daar ook voor vachten. Ik denk het behoud van de schelden als overstromisch gebiedelijke kruipen. En ze wordt speer te danken aan de volhouden tijd van een aantal onderzoekers die de overheid met veel moeite en langer, langer jaren hebben kunnen overtuigen. Het gaat niet gemakkelijk, maar we moeten blijven. Streef ik zo'n geen vachten hoor. Het is echt opkomen voor je zaken en liefst niet mevachten. Vanaf momentag je die eerste wilde gansen zag en naar huis komen ze ik heb wilde gansen gezien tot dan dag vandaan. Waarom doe je dat allemaal? Ah, dat is een passie en daar wordt niet gevraagd. Waarom doe je dat? Ik kan daar geen antwoord op geven. We kan wel zeggen dat uit die passie en mijn onderzoek als biologen dat daaruit is een bezorgdheid gegroeid is. En die passie blijft bestaan. Als ik hier dagen samen met Christian naar de polels kom en de ganden afzoek en ik weet niet hoeveel keer per jaar die tellingen uitvoer, dan is dat passie, maar ik weet dat de gegevens die we verzamelen, dat die ook brankbaar kunnen gemaakt worden. Vanuit uw wetenschappelijke analisers moet er ook een soort overtuiging zijn dat natuur een wezelijke onderdeles van. al een beetje groot uitgerken van onze planiet, van onze aarde en daarom ook voor hem tot kom. Daar zijn we gelukkig niet alleen mee dat inzicht is goed en er is ook internationaal gegroeid. Een van de zaken die ik moet danken aan het ganden onderzoek dat gedaan heb is dat ik in het streven naar behoud van de habitat van die beste. de waterrijken, gastlanden, nattergastlanden die het volken habitat zijn voor die ganden. De eiver die we gehad hebben om zo'n gebieden zoals uitgerken zoals de blankkaarts, zoals dama, als gastlandkomplex te behouden, te bepleiten. Daar stonden we niet alleen in. En terug in de geschiedenis in 1972 is twee jaar na het van onze natuurbeschermingsjaar werd de gruppen om. belgitten voor het tegenwoordig op de konferentie in Ramsar in Iran die handelde over het aanemen van een. konvencie voor het behoud van wetlands, van waterrijke gebieden het jaar 1971 was dat. Ik heb daar het eerste rapport voorgezet, alle klant dat daar ver tegenwoordig was, moest dus een rapport voor brengen. Ik heb toen het eerste rapport gemaakt van waterrijke gebieden in België. Maar de kennis van alle de vogelars, de wetlandschappers, die mensen die tevallen volgens geteld hebben, hebben het. vertaalte in het eerste rapport. Dat rapport heeft samen met de andere 18 landen die toen op die konferentie in Ramsar aanwezig waren, is uiteindelijk de basis geweest van een watgeving internationaal, die is de lidsstaten die dat aanvarden en. konvencie moet je aanvaren, die dus daar gaan verzorgd dat de wetlands behouden blijven of dat daar op z'n minst zorg aan besteed wordt. Ik ga het kuyken en Christine verschuren in een aflevering van zo'n 80 minuten. U begrijpt dat dit toch maar het topje van de Eisberg is van wat deze mensen meegemaakt en gedaan hebben. worden na turde afgelopen jaren. En horen u de kogansen nog groepen. De kogansen hebben een eerder lachende roep, terwijl de brandgans. om de andere te horen aan het begin van deze aflevering een iets wat hogere bluffende roep hebben zoals. Eckhart dat zelf zo mooi omschrijft. Voila, dan rest mij nog Eckhart en Christine te bedanken voor de ontvangst in de uitkerkse polder. En niet vergeten mijn vogelvoerstelling kijk nog even in de kijkersetend. Sorry voor deze vl-woordpeeling kon het niet laten. Maar op zes december kom ik naar Schellen in België en op 15 december stek ik de grens over naar Nederland. want dan spel ik in Rijsbergen. En het volgelopvangcentrum al daar. Voor meer details kijk op mijn website begijnenbluipend.be. En dan sluiten ik nu af met een paar quotes van Eckhart. Misschien niet de meest optimistische, maar wel realistisch. Het is een oproep om je toch te blijven inzetten voor alle moeisende natuur dat ons om erinkt. En als allerlaatste sluiten ik daar nog eens af met de roep van de kogans zodat hij een mooi eijk en vergelijkingspunt heeft. Voila, ik zou zeggen tot een volgende dag. Brotoosje wordt hier boven gehad. En onder het is kijk ook nog de kievit hem met dat het een groot pleviertjes kampalen. Ja, een ideale plaats om de bruit te eten. Kievit, helaas, mijn enbest. Kievit is op, he. De populatie kievit, als ik denk aan mijn jonge jaar met de fiets door de polen is, alleen met de midkerkse moeren op één par zeel 20 naast een kievit komt. Dat is voorbij ondanks alle beschermingen. Dus die soorten, zoals kievit, zoals Grito, en zo'n medaille en sloppenschax en er zijn er nog. Dat zijn soorten die. Ik zou het nou wilde eens zo achteruit gaan. Ja, die gaat waarschijnlijk achteruit, maar dat is minder zorgen omdat dat ook een park voor is. Die zal als soort daarmee niet zo veel probleem hebben. Maar sommige soorten krijgen zo'n lager dichtheid. Dat is de genetische variatie binnen die soort verdwijnt en dan is het afgelopen. Dus zodra het soorten geen menging meer kunnen krijgen uit verschillende regio's. Dat die genetische variatie blijft bestaan als een soort echt alleen om maar op één gebied te zich kan handhaven, dan is het begin wat einde. MUZIEK. (C) TV GELDERLAND 2020

Podcast Summary

Key Points:

  1. De aflevering interviewt bioloog Eckhard Kuijken, die al 65 jaar ganzen bestudeert in de Oostkustpolders.
  2. Hij begon als tiener met het ontdekken van overwinterende ganzen in Damme en schreef er zijn doctoraat over.
  3. Dankzij halsbandringen en zenders wordt de trek van ganzen, zoals de kleine rietgans uit Spitsbergen, in kaart gebracht.
  4. Het gedrag van ganzen is veranderd door bescherming
  5. De tellingen gebeuren maandelijks met een team van 20-30 vrijwilligers, gestandaardiseerd van Knokke tot Nieuwpoort.
  6. Ganzen dienen als indicator voor natuurbeheer; hun aanwezigheid helpt bij het behoud van halfnatuurlijke systemen zoals polders.
  7. Persoonlijke verhalen, zoals de geringde gans C51 van Kolgoejev en S-41 uit Spitsbergen, tonen de internationale samenwerking.
  8. Passie voor verwondering drijft het werk, waarbij ecologische inzichten worden omgezet in beleid en beheer.

Summary:

In deze aflevering van Feet-feet staat bioloog Eckhard Kuijken centraal, die zich al 65 jaar inzet voor natuurbehoud, met name ganzenonderzoek in de Oostkustpolders. Zijn werk begon in 1958, toen hij als tiender ganzen ontdekte in Damme, wat leidde tot een doctoraat en een leven lang onderzoek. Kuijken benadrukt hoe bescherming het gedrag van ganzen heeft veranderd: ze zijn minder schuw geworden en komen tot op 50 meter van waarnemers.

Met een team vrijwilligers voert hij maandelijkse tellingen uit, van Knokke tot Nieuwpoort, waarbij gegevens gestandaardiseerd worden verzameld voor wetenschappelijke analyses. Door halsbandringen en zenders wordt de trek van soorten zoals de kleine rietgans uit Spitsbergen in detail gevolgd, wat inzicht geeft in afstanden tot 600 kilometer per vlucht. Kuijken gebruikt ganzen als argument voor natuurbeheer, zoals het behoud van polders en rietvegetaties, mede gefinancierd door Europese subsidies.

Persoonlijke verhalen, zoals de geringde gans C51 van Kolgoejev of S-41 uit Spitsbergen, illustreren de internationale samenwerking en de impact van oorlog op onderzoekers. Zijn passie wordt gevoed door verwondering over natuurlijke fenomenen, die hij overbrengt op scholieren en vrijwilligers. Het werk toont hoe ecologische inzichten bijdragen aan ruimtelijke ordening en soortenbescherming, waarbij de dynamiek van ganzenpopulaties een spiegel vormt voor de gezondheid van ecosystemen.

Kuijken blijft gedreven door de constante veranderingen in het gedrag van de vogels, wat hem al 65 jaar boeit.

FAQs

De gast is bioloog Eckhard Kuijken, die al 65 jaar actief is in natuurbehoud en ganzenonderzoek.

De besproken soorten zijn de kolgans, brandgans, kleine rietgans, grauwe gans en Canadese gans.

Het doel is om het gedrag, de trek en de aantallen van overwinterende ganzen te begrijpen, en deze gegevens te gebruiken voor natuurbehoud en beheer van gebieden.

Ze worden gevolgd met behulp van kleurringen en zenders, en waarnemingen worden ingevoerd op websites zoals gspuntorg via de Bertringapp.

Door bescherming en rustgebieden hebben de ganzen geleerd dat mensen geen gevaar zijn, waardoor ze dichterbij blijven, soms tot op 50 meter.

Deze brandgans is geringd op 4 augustus 2018 op het eiland Kolgoejev en werd later gezien in de Uitkerkse polder, wat aantoont hoe ver deze vogels reizen.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.