Go back

Fast fashion

from Weetikveel

42m 15s

Fast fashion

De podcast bespreekt het complexe en impactvolle probleem van fast en ultra-fast fashion, waarbij een enorme productie van kledingstukken (80 miljard per jaar) leidt tot milieuvriendelijke en sociale gevolgen. De snelle productie, vooral via data-gedreven modellen als bij 'Shine', staat in tegenstelling tot duurzame en ethische werkwijzen. Veel kleding wordt in landen als Bangladesh of Sri Lanka gemaakt onder slechte arbeidsvoorwaarden, met lage lonen en langdurig werk, wat leidt tot tragische gevolgen zoals de instort van een kledingfabriek in 2013. De kwaliteit van deze kleding is vaak te laag om op de tweede handemarkt te worden verkocht, wat tot meer afval leidt. In Europa wordt er steeds meer aandacht gegeven aan transparantie via initiatieven als het digitale productpasspoort (DPP), waarbij productie en materiaal duidelijk wordt getoond. De consument wordt aangevraagd om bewuster te kopen, met meer aandacht voor hergebruik, kwaliteit en sociale impact. Er is een groeiende trend in tweede handen en verhuur, maar ook hier blijft de kwaliteit vaak laag. De discussie is dat duurzaamheid niet alleen een klimaatprobleem is, maar ook een vraag van eerlijke arbeid en sociale verantwoording. Het is een complex systeem dat vereist dat iedereen – bedrijven, regeringen en consumenten – een rol speelt om een duurzamere en ethische modeindustrie te creëren.

Transcription

6932 Words, 38151 Characters

Dutch
Vind je favoriete podcast op Verteem Max. MUZIEK Radio 1. Weet ik veel. Met koop eelsen. Goedemorgen, welkom bij en nieuwe weet ik veel. Ik ga uit de biektklappen en dat menti-shirt. dat ik aan heb kost zo'n 18 euro denk ik heb ik dat betaald. En dat vond ik goed code, dus ik heb er onmiddellijk drie of vier gekocht. Het is wel een modellijkse dat mij aangenaam aanvoelt. En ik schraam ook goedemorgen. -Goedemorgen. Waarom doe ik deze inleding over menti-shirt? Omdat we het overfast fashion gaan hebben. En ik vraag me af, de t-shirt is zelfs met lange mouwen. Dus het heeft wel wat stof. Ik heb er 18 euro voor betaald. Dat kan eigenlijk niet denk ik. Dat is in de redaat wel naar de goede koop-ekant. Maar je hebt er die nog goede koop-ekant voor 5 euro. Dus ja, we hadden het leven niet vernoemen natuurlijk. Want dan weet ik het ook wel meteen. Maar in de redaat, 18 euro, als je naar reekend in de materiaal. De. -Productie, koop en transport. De lastingen. -Waar dat, hè? Dan klopt het niet. Dan is er iets fout in de keten. Ja, en daar gaan we het over hebben. Over die fast fashion, u bent hoog leerar fashion management. En academisch verantorlijke van de master-oppleiding cultuurmanagement aan de Universiteit antwerpen. Klopt. -Dat lijkt mij een heel leuke job. Ja, en ik moet echt heel graag wat ik doe. Ja, ja, ja, u straat ook als u het zijn heel fijn heel fijn. Die fast fashion, die term, wat valt er precies onder. Is dat de Hagenems, de grote ketens, is dat per definitie allemaal fast fashion of is daar misschien ook nog verschillend? Ja, dat is fast fashion. -Mhm. En waarom? De naam zelf is pas in 89 voorsteerd in de New York Times. Ja, dat zeer. -Mhm. Maar het was al aan de gang natuurlijk, hè. Zahra is op 19jaar 70. En dan in de jaren 90 is het plot heel snel gegaan, met een omzet. En ja, dat is door hun businessmodel zoals we zeggen. En hoe dat zij georganiseerd zijn. En de idee van fast fashion is eigenlijk dat je zoveel mogelijk producert op zo kort mogelijk tijd voor zoveel mogelijk mensen. Dus je gaat eigenlijk, waar economie altijd gebaseerd is op je hebt behoeften. En daar zorgt dan een aanbod voor dat die behoefte gedekt worden. In fast fashion, we trekken niet van de behoefte, gegeten behoefte, creëren. Dus wij gaan altijd meer en meer en meer hier kopen. Zonder nog de vraag te stellen, hebben we dat echt nodig. -Mhm. Maar misschien toch nog aan te filmen, want je loopt een beetje achter. We spreken aan nummer over fast fashion. -O. -Nee, het gaat over ultra-fast fashion. O, daar is al een addictief voorgeplaatst. -Klopt. We dachten dat we de grenzaalde bereikt van de industrie, wat betreft consomergetragen in het consumentisme. Maar sinds 2010 zien we dat er eigenlijk ultra-fast fashion opkomt. En het symbol daar, wat Zara was voor de fast fashion, is eigenlijk 'shin' of 'shine'. -Die 'shinese' weet ik wel. Dat staat echt voor ultra-fast fashion, want waar Zara nog drie weken nodig had om een nieuwe collectie in de winkel te brengen, produceren zij op 48 uur. -Nee, dus. En dat is omdat het puur data gedreven is. Dus de 'sio van 'shine' is eigenlijk iemand die van Google komt en dat puur data driven inzet van sociale media. En dus met als gevolg nog laagere prijzen voor nog meer mensen. Zij bereiken 281 miljoen mensen weer ontwijt, aan zeer hoek op een prijden. En het wordt echt een wegwerp product. En klaar een keer en je hoort het weg. En daar moet we echt wat eens over hebben. Op elk moment in die keten van die ultra-fast fashion zijn er ook slachtoffers, daar moet we overpraten denk ik. Ja, want nu sinds in Europa laat dan zeggen, sinds 2010 met de goede deel, dus het accord van, we moeten echt meer duurzaam gaan zijn. En wat betekent dat dan voor moden? Om de moden een van de meest vervelende industrie is. Ja, is er eigenlijk sindsdien. Er zijn in 2020 een zammel hele centijken. De strategische visige komen van Europa op de tekstielsector, die ze meer circuleren maken. En dan wil het zeggen dat je niet een system hebt waarbij je producert, producert, draagd, consumert en het weghoogt en dan een linier. Maar je wilt dat ik circuleren maken. Dus je wilt eigenlijk de levestuur van je product verlengen. En om het helder te schatzen wat het precies is, deze quote uit die economist. Buying clothes has never been easier. 80 billion items are manufactured every year. We're putting too much product out there. Most of that product is getting up in landfill. So-called fast fashion allows consumers to buy more. But they're wearing these garments less often and disposing of them at an unprecedented rate. Twee dingen waar ik stil van word. En die quote '80 miljardstukken per jaar worden geproduceerd. 80 miljard. Dat gaat zoals boven ons imagineren vermogen. Dat zijn zo gigantische cijfer, dan minst ook afhaken. Maar in ieder geval het is gigantisch. Dat zijn twaalf of 13 kledingstukken per mens op deze planeet. Dus de impact ecologisch is mensen? Dat kan niet anders. Maar gewoon de meter's kilometer's stof dat je nodig hebt. Verve naal te draad uren omdat in elkaar de boxen dat is onverschijnlijk. En dan wat ook in die quote zit. Waar je dan helemaal achterover valt en meeste daarvan 'Beland op van' is belt. - Ja, het is een gigantisch problem. Wij spreken van ook week het problem, een heel complex problem. Omdat het op een system is niveau is. En dat veranderen je niet zomaar, dat is dan vragtijd. Maar ja, het is ook een verantwoordelijkheid van iedereen. En van de bedrijven, van het benieuwd, van de consumenten. Dus zeggen ja, het problem is zo groot. Ja, het is een democratie-instem waar je verschil gaat maken. Ja, dat maakt het verschil. En dus ook moet we het probleem aanpakken op die verschilende niveau. Ja, ja. U hoort aan ik schrammen. Ook leerar fashion management en experte in die vastfession. We hebben al geleerd dat er ook ultra vastfession is wat tegenwoordig. En is door natuurlijk de webwinkels. Want vroeger moest het echt nog fysiek naar winkel gebracht worden bij de Zaras. En is het hazen hem of hazen hem? Dat zeggen wij eigenlijk. Ik zeg waarschijnlijk, maar ik weet niet of het juist wat. Je weet wel wat er bedoelen. Dat was nog een fysiek winkel tegenwoordig met alibabers in de Sheenens van deze wereld. Is het zo goed als allemaal online en zegt u op 48 uur tijd? Kan er geproduceerd worden en verkocht worden? Dat is die ultra vastfession dat er al geleerd heeft. Is het echt door die alibabers in de Sheenens van deze wereld? Dat het geexploteerd is? Die is de globalisering, denk ik. En de technologie en de sociale media die dat versterkt hebben. En omdat Chinese heel sterke gericht zijn op innovatie en vooruitgang, zijn we ook minder heel geving dan in Europa. Ja, springen zij om die kar, ja. En dus zijn de eerste, ja. En dus in die zin zijn zij om dat flot wel leiden. Sprengen ze op die kar, wat is dan de kar precies, de consument die heel snel nieuwe mode wil? Ja, eigenlijk wel. Maar eigenlijk zou je kunnen zeggen, is dat een systeem dat al grond is van de jaren 80, neoliberalisme. Maar bij dat eigenlijk ook met wereldhandelsorganisatie streven naar een vrije markt. En dus heel veel lokale economie zijn toen ook gevaliseerd. Omdat mijn dacht, iedereen wordt daar beter van. Ook in de mode. Dus wij kunnen ontwerpen maken. We kunnen laten produceren in laaglondanden. Wij leveren dus werken aan die laaglondanden. En komt dat terug en wij consumeren, dus eigenlijk is dat win-win. Maar in de praktijk is dat gebleken dat dat een enorm explattatiemodel geworden is. Dus inderdaad in de geest van de val van de muur was er zoiets van "ok, we gaan de grenzen open gooien." En a-kijk in Sri Lanka of in China, in Bangladesh. Wullen ze voor 20 cent per uur. Ik zeg maar wat IT-geert sinds elkaar naigen. Wij zullen ze ontwerpen, bestuur de ontwerpen door. En dan komen wij kantenklaar producten een paar weken later. Dat is eigenlijk in die geest is mode een soortwegwerpartikel geworden dan. Ja, inderdaad. Want vroeger was het de naïste om de hoek die kledij maakte dan. Voila, dat is het enige inderdaad. En op maat vaak was ook cultureel verschillend. Maar door die globalisering heb je ja ook de smak is wat ge-globaliseren. Ik vind zelf de vastfasje winkels overal in elke steden. Ja, als je nu een winkelstraat reedujaner over winkelstraat de mer. Daar zie je heel vaak dezelfde winkels, hè. Absoluut. Dat is inhetswoordig geworden, natuurlijk. Ja, we zien wel dat er een reactie aan te komen. Die zijn maar daar kunnen we zo daaraan kopen hebben. En dat mensen ook terug wel wat meer naar het verschil zoeken. Of iets apart of even meer ze zich kunnen underschijden. En dat vind ik zelf ook het fascinerende aanmolden. Dat is omdat dat hij niet louder een consumerkoot is. Maar. Zeg het over jezelf voor dat je kledt. Dus het is ook relaterd aan emoties, aan je persoonlijk identiteit. Identiteit, identiteit, identiteit. En dat maakt het natuurlijk in een recht heel antrekkelijk. Maar ja, dat is ook een valkaal natuurlijk. Een paar dingen. Kunnen we daar eens eerst over hebben. Want daar gaan de builsten voor alle de ronde over. Over de werkomstandigheden van de mensen die die vast, vast, fashion, elkaar naaien. In de Sri Lanka, in de Magladijsjes van deze wereld. Dan heb je overlaatst wat was het in. Ik moet even spieken zie ik hier. In 2013 was er een ranaplazza. Ja, moet je het zeggen? Een appartementgebouw vol met nijsters of met nijers. Ik weet niet of het mannen en vrouwen of kinderen waren. Dat dan in elkaar gestort was hebben we horen dit. Zo klonken we in een nieuws. Het is vandaag precies tien jaar geleden dat in DAKA de hoofdstad van Bangladesh de gigantische kleding fabriek instorten. Daarbij kwamen maar liefst 1138 kleding arbeiters om het leven. Zij maakte er kledingsstukken voor bekende merken die hier bij ons goedkoop verkocht worden. De doordelijkste ramp ooit in de tekstielindustrie heeft veel veranderd in Bangladesh en in de hele sector wereldwijd. Maar de omstandigheden waarin de mensen moeten werken, blijven toch nog altijd zorgwekkend. Is dat iets? Wat voorumstandigheden zijn dat dan? Dat is echt een week-up kool geweest. In de media heeft dat brede gebracht. Dat heeft echt wel zijn impact gehad. Dat is geen soort keurpuntje geweest in het buis. Wat we ons daarbij moeten voorstellen. Je kunt het nog best voorstellen. Als je het vergerijkt met de film dans van zijn konings, dat was bij ons in de 19e eeuw ook. En dat was kinderarbeid. En als een inspectie kwam, dan vrouwen we het in de kast. Om dat te verstoppen. Dat was ongezond. Dus onder tijdstruk. Je ging het inderdaad vooral aan de hoeveelheid ze produceren. Dus veel te lange uren, laaglonen. Uit buiting. Uit buiting. Echt uit buiting. Want we zijn begonnen met het feit dat mijn t-shirts 18 euro kost. Dat moet dan inderdaad ontworpen worden. Verscheept worden die stoffern moeten gemaakt worden. Dat moet op een boot gezet worden. Dat moet ingevoerd worden. Doe aan het taxen. Importeerde BTW. Dan weet je dat de t-shirts puur 8 productie kost. Gaat het in de centimum zijn? Neem ik aan. Op kwaaststof. Vanaf grondstofen. Het is een goede oefening die je doet. Waar mensen moeten doen? Over de trukost. Dat is nu echt een eerlijke prijs voor een product. Als je dat allemaal opteld. En dan weet je dat dan niet kan. Wat verdienen de mensen daar dan? Waar ze die per t-shirt betouwt is dat u een uur loon is. Ja, je hebt daar wel verschillende manisystemen in. Maar meestal een basis van aantannen. Oké. En is het per definitie als ik een t-shirt koop in een vast fashion winkel. Dat het per definitie dat daar bloed aan hangt. Ik maak het nu zwaarder misschien dat het is. Maar toch? Dat is een beetje in de beeldforming om te staan. Omdat het natuurlijk hun business model is gericht op zo veel mogen produceren. Voor zo veel mogen mensen aan zo'n eigen mogelijk prijs. Dus dat zit ingerend. Ziet daar een expatatie met de achter. Maar ik moet wel een beetje korrigeren. Omdat ook dankzij de media is, als je hem vaak onder vuur genomen. Nog meer dan zara. Ze hebben ook een andere model. Maar goed, het is veel vast fashion. En die betrijven doen wel veel inspanningen. Om echt wel meer duurzaam te zijn. In het gebruik van gerissicleerde materiaal of polyester. Maar gerissicleer. Zara zit heel hard op innovatie. Dus ook om te zien technologisch dat ze eigenlijk niet te veel produceren. Dat ook die. Zou ze zeggen supply chain. Dus het is heel dat precies gezetst hebt. Dat dat ik op een hele geziente manier kan gebeuren. Zodat er minder moet geproduceerd worden. Dus er worden inspanningen gedaan. En als echt ook dankzij de media nogma's als wakent. Maar dan heb je het vooral over de productie. Maar ik heb het over de mensen zelf. Ja. Dus de wakentfunctie blijft. En ook door ranaplatsen. Zie je wel dat er ook ter plekken ook controle's. Maar dat duurk. Het sociale wetgeving blijft ook wel nationaal. Dus je kan wel het zijn de bereivighier. Die moeten kunnen aantonnen. Dat ze eerlijk produceren. En dat die mensen eerlijk verhoed worden. En daar moeten we op inzetten. En daar is men op hand inzetten. Ja. Dat het duurzaamheid niet enkel over klimaat. Maar ook over eerlijke verwooning. Ja, want dan de andere kant denk ik dan ook. Maar die mensen daar. Met alle respect, want het is zo makkelijk praten die mensen daar. Je kunt er moeilijk in gezicht op leven. Dus met alle respect gezegd. Ook al verdienen ze naar onze normen waarschijnlijk heel weinig. Het is wel werk. Ze hebben wel werk. Of is dat een perversie in manier om naar steken? Nee, nee, toch niet. Daarom is het een week het probleem. Je loopt iets op, maar je creëert een ander probleem. En daar moet je weer oppassen. Ja, want nu. Stel dat je weet, in afganen is dan kan het nog goed kopen. Dan gaan we tar gaan doen. Dan zijn de mensen in die strilank uit kwijt. En als ze misschien zeggen, nee, nee. We willen wel graag blijven werken. Het is moeilijk. Ja, het is echt heel compleet. Maar je raakt ook een ander punt aan. En dat stip is voor de molden wat het nog complexer maakt. Een product waar nooit ergens in één fabriek gemaakt. Er zijn heel veel andere aanhemen. Men zoekt inderdaad aan. Misschien kunnen we de rits ergens anders goed kopen laten inzetten. Dus men doet beroep eigenlijk allemaal op de. Ja, goed kopsten. Maar ook, soms ook, heeft het meekwarniteit te maken ook. Maar dus eigenlijk een kledingstuk wordt vaak of verschillende plekken ook gemaakt. Het is van daar dat het heel moeilijk is, omdat ik tra seerpaartemaak om dat transparente maken. Maar daar wil Europa wel op inzetten. Europa wil een soort lebel dan op het op het etiket van dit is oké. Of wat zou kunnen helpen? Dus er is veel reageving opkomsten. Oké, yes. Ja, ja, ja. Dus één van de dingen die Europa wil doorvoeren, die zal het voor na het neerjaar, maar hoe van het jaar komt, in voet, is het DPP, dat staat voor digital product passport. En dat betekent dat ieder kledingstuk echt een kuormo koden moet hebben, waarbij de consument kan nagaan, waar het geproducer is, onderwijl ik ons dan even welke materialen. Die tachtig meleerd stukken niet alle keer gemaakt worden. Ja. Ja, in Europa. Hij ging niet naar Europa komen. Maar je ziet ook in andere landen, dat dat DPP, zoals we zien, dat dat ook daar wordt in China eens weer ook in Antwerpen, zou goed zijn dat de systemen op elkaar afgestemd worden. Maar dus dat is echt om die transpanatie en die trasserbaarheid te verhogen. Dat is een grote opdracht, vooral voor de kleineren en milie grote bedrijven. We hebben daar onderzoek dat wij doen om die te ondersteunen, want dat vraagt ongelofelijk veel werk. Ja, natuurlijk, ook allemaal in orde te krijgen, en dan ook zelf het transpan te krijgen. Waar ik weet ze wel, oké, komt van daar. We laten het daar maken, maar die onderaan nemen, daar hebben zei ik ook geen zicht op. Ja, ja, ja, ja, natuurlijk. Maar de t-shirt van 18, ik ga er naar blijven terugrijpen, dat is onmogelijk om dat hier in België te produceren. En je zal denken, ja, je bespaart inderdaad, dat exportrecht en importrecht een duwanehevingen, wat is het allemaal? Dat bespaar je wel als je het gewoon elkaar produceren, maar dat is dus onmogelijk. Wel, onze arbeidskosten is zo hoog, dat dat inderdaad nog altijd goed kooper is om het elders te laten maken. En dan zijn we heel goede afwegingen die gemaakt, want in je sensie gaat het daar ook. Dus als we meer lokal willen produceren, moeten we ook onze arbeidsmarkt meer opestalen voor dat ondernemerschap. Ja. Die inderdaad, ja, bekijnen het. En ik moet iets recht zetten, want ik heb in de podcast van weet ik veel over Langerie, heb ik je gezegd dat Luffy dood, het Belgische Langerie merk, omdat ze ook produceren in het buitland, wat niet klopt, want Muriel heeft mij laten weten dat zij even echt nog in België alles doet. Dus dat moet ik zeker recht zetten bij deze Muriel, dat dat ik je beloofd. Ja, ik ken jullie ook, en ik kan dat alleen maar beaamden. Ja, ze doet dat. Wij volgen naar al echt jaren. En Ariseeft sinds een aantal jaar nu hun investeerder, dat ze ja goed verhaar. Maar zij is één van de eerste die dat echt altijd consequent gedaan heeft. Maar ze heeft ja moeilijk aan het hebben, we staan onder het. Dus dat is toch zeker. Zeker, vijftien jaar. Zeker. Langer, ja. En dus die zien vind ik dat wel goed dat ze nu echt wel aan het investeren, ook wel. Die groei heeft kunnen realiseren. Nog één keer die 18 euro benomen. En dan zal ik de vraag aan mezelf, ben ik bereid om 50 euro voor de t-shirts te betalen. Ja. En ik weet niet of ik daar zomaar jou op antwoord. Waarschijnlijk wel. Maar waarom is dat om dat het gewoon te zijn? Ja. Omdat we niet meer de waarde van producten kennen. En ook wel omdat. want dat was toch vaak gezicht. En jongeren zeggen ja, en dat dat goed kopt is. We hebben maar een klein budget. Kloopt. We hebben gemakkelijk spreken. Als je al wat ouder bent. Ja, ja. Het is natuurlijk verdiend. Dus dat is een vaak gehoord argument. Maar toch denk ik dat er andere manieren zijn. Dat je ook voor niet veel geld toch diurzaam kunt. En meer bewust kunt worden. consumeren. En ik vragen van luisteren als je dat oké. Ja, prima. Er ik vraagt hebben die mensen in Bangladesh of Sri Lanka hebben die arbeidsvoorwaarden. Is daar iets van vangbond, is daar iets van bescherming voor die mensen of totaal niet? Niet, nee. Dus mogen we niet vergeten dat wij in een systeem leven van herverdeeling, dus onze sociale zekerheid, dat is een heel democratisch systeem waarbij iedereen plastingen betaalt en dat geld wordt herverdeeld om op die manier meer gelijken te creëren. Ja, in de meeste van die landen bestaat het niet, dus vandaar dat het meestbereik ook wel gemakkelijker is natuurlijk, omdat er geen controle op is en zoals je zegt, zijn al blij dat ze werk hebben en zijn dus bereid ook die kinderen daarbij in zo'n nogmaals de vergerijking met de handen, denk ik dat dat voor ons het ook concrete kan maken. Nou ja, als ik even door denk, want we hebben nu natuurlijk over de zarren, zijn de H&M en de shejins van deze wereld, maar moeten dat niet vla over doen, ook de grotere merken, laten hun kledeid daar produceren. Als ik 300 euro voor een t-shirt van een echt een chic merk betaal, dat bestaat die shirt's van 3, 4, 500 euro, hoe weet is dat aan per definitie, wel door iemand in elkaar genaagd die correct betaalt is of ook niet, want het is makkelijk schieten op die fashin kees, maar het is misschien gewoon een fashion problem toe koor. Het is een fashion problem toe koor, een zegere luxue zelfs en die zeggen, dus aanwezig zijn duurzaam at hart, wij, dat is kwaliteit, dat is ambachtlijke werk, dat is per definitie trager, maar nu zijn er ook de laatste jaren hoe langer om hier verhalen aan het licht te komen, dat de sociale, die mensen van duurzaamheid helemaal niet in orde niets bij sommige luxueen, in derdaad in Italy zijn nog recent, dus een datteje gevonden waar dat migrant op de grond geliepen uren kloppen, die veel langer zijn dan onze Achteren per dag lagerlonen, dus het misbruik ziet in het systeem, en dan als je dan de margin ziet op hoe duur ze dat verkopen, want op dit 18 euro t-shirt gaat de margin niet geweldig zijn, als je ditzelfde t-shirt op dezelfde manier laat produceren, maar wel voor 180 euro verkopen, dan is je margin wel in orde niets, dus het is misschien wat makkelijk schieten op die grote ketis, en absoluut, we moeten dat beeld korrigeren en we moeten meer kritisch consumeren, zeker ook omdat de luxue is eigenlijk de laatste jaren die prijden zijn gejandisch gestegen, dat is totaal niet meer in verhouding tot het maken, aan de andere kant dan, maar geen kritie boven 1000 euro, en dan ook vaak produceren in lagerlonen nonando of toch aan lagerlonen, dus ja in de luxue begin te voelen, dus het bekomt wel een reactie van ja, dit is gewoon, dat is, oh ja, ik vind het verloon ik ben aan per vers, dat dat me zo veel geld vraagt voor een product waarvan dat je effectief, als consument niet weet waar is het juist gemaakt. Ja maar dat geld voor per faus natuurlijk, en zo ook maar hier is wel de deelijke mensen arbeit bij per faus, is dat misschien heel anders, nog een andere effect van die faus fashion. Tot twee jaar geleden lager in de buurt van IKK een heel groot vijl nistort met niks dan kleren, de grootste kleding dump van de wereld werd gezegd, fotografen en camera ploegen uit de hele wereld kwamen er op af. Die kleren zijn groot een deelsweg in rook opgegaan, in een geheim zinne gebrand, maar de vrouw die het stort had doen ontstaan, die woont er nog voorbij een sloppewijken en aan de rand van de woestijn, manoeen aan Medina, de vrouw die die kikken op de wereld kaartsetten. De glans van de kleren op de martegaan verkopen die het manoeena klanten uit de sloppewijken naar haar komen om kleren uit te zoeken op haar stort. Het is een hallucinant vooral, dus een stortvol met kleren, waarom over productie aan de ene kant maar en dat wil ik graag eens voorleggen aan u blijkbaar, als ik bij de zalandos van deze wereld of iets anders, ik ga geen ene merk viseren maar bij een online winkel en t-shirt koop, ik pas dat, dat is toch wat te klijnen of het tofte dat of ik voel mij toch niet goed, ik stuur dat terug dat dat eigenlijk in de vuilbak van is bakbalant klopt dat, of is dat het niet te? Nee dat klopt, heel veel mensen doen dat ook niet. En daarom vermelden ik ook de ultrafaast-fession, door de ultrafaast-fession is de afval berg nog vertubbeld in de laatste tien jaar en die kwaliteit is nog lager, dus de manier waarop het is gestict is, dus als je dat een keer was, vat het uit elkaar, maar dat heeft ook als gevolg dat het niet verkoopbaar is op een tweede handsmarkt, want als een kwaliteit goed is, dan kan je het nog een tweede leven, bijvoorbeeld in Janad, in de twintig miljoen gezinnen die daarvan leven, het zorteren van afhanen en het doorverkoop een tweede handsmarkt, dus ook dat lukt niet meer omdat om dit kwaliteit is te laag, je kan het niet doorverkoopen, dus dat is ook een gigantisch probleem, wat doe je er dan mee? In effectief, het mag niet, maar het wordt verbrand en nu is er in Europa gezegd, het mag niet meer, sinds dit jaar, als het lebel zijn die je doen en die worden echt zwaar bepoet, ook geen tisch ultrafaast-fession die de afval berg heeft doen toenemen, maar ook daar, ik vind of dat je nog erinert, burbers is ook eens in het neusgekomen, omdat zij ook overschotten verbranden, dus ook daar weer, en je kan niet zeggen, je kan niet eens schuldigen aanweizen, maar dat is natuurlijk de ultrafaast-fession en de faast-fession, die heeft wel de hoeveel je de doormen nemen, dat is zonder twijfel en daar moeten we. Maar het klopt dus als je, als het zal niet in 100% van de gevallenwaar zijn, maar toch als je een t-shirt past en terugstuur dat het afval wordt? Ja, omdat de kost om het dan weer in te pakken en zo hoort is vaak duurder dan dat dan woont. Die plastiek is er gewoon, en dat fanpapiert je er terug in ploen, dat kost meer, die kost, dan het gewoon echt gewoon in een aaije. Ja, ja, ja, ja, en ik denk dat er ook wel met zijn, die ter luistersturen als het dan, ja, tien euro kost, dan. Wat moeten we met die discount markt, is sheke merken en we zullen, ik denk, maas, megelen, villetjes, er in der tijd op gebouwd, ik denk dat het nu nog is, maar je hebt zo, hoe heet dat nu weer outletstores? Ja. Is dat dan geen goede manier om die overstokst toch nog aan de man te krijgen, of wordt er ondertussen geproduceerd, specifiek voor die outletstores, want dat wordt dan ook weer gezegd. Ja, maar bij anders wat je doet, is er ook altijd misbruik over in die verheid. Blijkbaar, ja. Maar algemeen vind ik het wel goed, omdat in de laad het principe wel is dat je de leven's duur en die duur, maar de duur van de leven's een klere stuk verlinkt. Dus ik vind dat wel goed. Wat is de definitie van outlet precies? Outlice is een raad, onverkocht, de stocks, dat niet we de hand zijn, je hebt ook twee de hands, maar dat is ook, en dat is ook bij jongeren, hoe lang er meer populair, maar een recente onderzoek nog in de vlaanderen, en daarin blijkt dat toch nog vier op die mensen vastvast een blijft kopen, maar 32 procent koopt ook alwees twee de hands, dus dat is wel, en dan heb je outlet wat op zich wel goed is, want dat is eigenlijk, dat zijn om. Van vorig seizoen, ja, dat zijn eigenlijk niet meer het hepste kledingstuk, want het is wat gedateerd, maar de kwaliteit is er nog, maar klopt het dat er specifiek wordt geproduceerd voor de outletwink, dus dat we dan eigenlijk ook weer zo een zijweg aan het nemen zijn, ja. Het klopt, ja, het gebeurt, maar ja, dus ook daar, want je maakt samen zijn, en je kan zelf als consument een beetje vergelijken, dus die doen om te zien, ja, is het nu echt of. Een zeertrechte vraag van Joren, bedankt om die door te sturen, de kleding van laag kwaliteit zijn die schadelijk voor onze gezondheid, dat wordt wel eens gezegd, het schadelijke voor het milieu misschien met microplastics, dat wordt wel eens gezegd, ik neiduit China met opletten zeker kinderen kleden hebben, de engte die gebruikt voor het omdat de kleuren bijvoorbeeld is niet volgens de Europese normen, is dat echt zo? Ja, dat klopt, dus ook het is daar een kopief daar rapport over gemaakt en waar ook andere instans is internationaal en inderdaad die fossiele alle kleden, die gemaakt is van fossiele brandstoffen, ja, daar zit ook vaak toxisch materiaal in, Ik wacht geen eigen maakt van fossiele brandstofen. Ja, poliester, bijvoorbeeld. Dat is een olie-terifat. Ja, ja. Ja, ja. Ja, dat is ook wel echt bewezen dat minder wargen stoffen, dat daar ook in de redaatgeefte gedeeltjes. Dat toch in principe niet verkocht worden op de Europese markt. Maar ja, we hebben ooit directeurgeneraal denk ik van de doel waren hier gehad. En die zijn gekomen. Ik doe een slag in het water. Er komen zo'n honderd miljoen pakjes per maand binnen. We kunnen 0,01 procent controleren. Ja, dus nog maar een nulletje. Of nog een nulletje? Ja, ja. Maar er is een reactie nu. Dus Europa gaat strenger worden. En ook in Frankrijk is er nu net in juni een anti-fast-fashion wit goedgekeur. Oké. En waar dat er dus onder andere die import taxen. zijn we er daar miszaam aan vrijgesteld. We doen het meestal maar in controle en niet meestal. We doen het in controle vanaf 150 euro. Maar nu is dat we genomen dus ook lichterpakjes. Dat weet ik niet zo'n zwaar worden ook gecontroleerd. Het blijft wel steekproef geweest, maar dat is een einding. En anders moet je moeten betalen. Een tweede maatregel is dat vanavond 2007-20 in Frankrijk. Dus echt ook, zoals jaren media gaat screenen. En je mocht dus geen advertenties meer plaatsen voor ultra-fast-version. Het is echt wel gericht op de Chinese-platforms. Ik weet niet wanneer het is niet zo geformuleerd. dat Heinem en Zara en bijvoorbeeld nog wel kunnen. Dat heeft te maken met ook het aantal stukstadje produceren per item. Maar dat verboden. En die boertens lopen wel op. De overzees winkels, die zijn toch niet te vatten, denk ik. Ja, maar de consument kan daar wel een prijageren in dat zie je. Als je zegt een kleedje van 9 euro, dat is nog goed kopen als u 10 jaar. Dat dan door die extra taxen aan 15 euro kocht, blijft nog altijd wel heel duur. Maar als je zoveel stuk hebt, kunnen die boertens wel echt ontlopen. Maar mag dat doorreken aan de klant? Ik zie dat niet anders. We hebben al veel besproken en dat het bloed aan ons de kleedje hangt, is misschien wat overdreven in sommige fallen, is het echt zo. Maar het heeft een ongelooflijke, economische, menselijke en ook ekologische impact. Dat hebben we wel geleerd. Wat moet we nou wel doen? -Ja. Wat waar moet ik dan wel dit witte t-shirt kopen? Dat misschien ook uit een sweatshop komt, gaat niet eerlijker zijn aan de pouse, maar waar moet ik het dan wel kopen? Ja, er zijn wel winkels absoluut, waar hij die eerlijk produceren. En hoe weet ik dat? -Ja, er zijn ook wel initiatieven nu, ook onder andere koers, die zo een systemetbal ontwikkeld, waarbij je kan nagaan welke lebelse, geologisch, produceren. -Oké. -Ja. Ik zou ook zeggen, we worden zelf een kritische consument, het is niet gemakkelijk dan het is juist, want in Europa zijn er bijvoorbeeld al 200 lebel's, dus als consument, en dat voel je ook uit bevragingen van de consument van, ze zijn wat septisch tegenover, maar kijk ook zelf naar uit welk materiaal het gemaakt is. Kijk eens naar die naad, hoe dat het gestikt is. En dan kan je ook al wel een was van het gezond verstand. Maar dan hoor ik inderdaad wat u er net ook al zei, die 16-jarige zeggen, "Ja, maar ik heb geen budget, en ik wil met de modem mee, en ik wil er heb uitzien, ik begrijp het wel." Dus als je het enkel bij de consument lecht, dat is natuurlijk ook moeilijk, want ja. -Ja, maar het is een cruciale factuele, vooral m'n verantwoordelijkheid aan iedereen. Dus en ik denk wel, om meer mensen dat weten welke systemen er achter te zien, dat misschien in ook wel de verhalen die er achter zitten, want een system is dan weer te grootzovzoon, maar welke verhalen er achter zitten van mensen die uitgebouwd worden, dat die kennis al wel tot een wust zijn kan leden, en een wust zijn kan tot een gedragsverandering leden. En er zijn ook wel andere manieren, natuurlijk. Dus dat is op het vlak van het bussenst niveau, maar krijg je ook emotie, dus dat is ontsnappend aan de ratio. Maar dan nog, dus daar die jongeren die via platformen was, vindt het bijvoorbeeld, of twee de hands, winkels, hoe lang nog meer gaan kopen. Niet altijd om willen van duurzaamheid, maar ik vind dat okay. Zolang dat dat eigenlijk. Het is een alternatief systeem om weer die duur te. of de levens duurte van een kredistuk te verlingen. Het lijkt populair en populair te worden, die twee de handswinkels, soms kan je daar kleren per kilogram kopen. Het vind ik eigenlijk een heel tovidee. Oei, u niet? Ja, omdat kilo dat wijst weer op de kwantiteit of zo. Dat is niet de waarde. - Ja, ik snap het. Maar toch, ik vind het als consument wel leuk, vijf euro per kilogram. Ja, dat shoppt wel leuk, vind ik versoonlijk. Nee, maar u linkt daarvan weer massa consumptie aan en zo abstract wordt. Ja, het wordt dan zo echt weer een consummer. Ja, het is niet meer per kilogram, per kilogram. Terwijl, nee, als een kleristuk met liefde gemaakt is, dan gaan we weer per kilogram kopen. Maar is dat al bestudeerd? Wordt er meer en meer twee de hands gekocht? Is dat effectief zo? Ja, maar het is nog geen meer eruit, hè? Nee. - Dus 23 procent vind ik toch wel veel van mensen die al bij is. - 23 procent? - Ja, ja. Iet al weleens twee de hands gekocht hebben. Maar er wordt vaak ook gecombineerd. Twee de hands kopen met toch nieuwe dingen. Maar goed, die evolutie is wel positief. En ook wat wel ook grappig is, vind ik, vindt het zo'n platform. Er wordt niet alleen om willen van duurzaamheid gaat men op zo'n platform. Maar sommige worden de manager van hun eigen klerkasten. En ja, ze hebben dan niet z'n paar keer gedragen. Ja, dat is een beetje niet goed, ze zijn het beur van het zo. Ja, ja, het is wel een manium. De fiskuskijkbaar tegenwoordig mee, en als de velder koopt, wordt je een winkelsje, en wordt je ook zo belastig. Ja, maar juist. De mensen die het gehoord hebben, mijn excuses, tijdens het praten en ik iets ingetijd, ook vroeg het me af, vindt het deelt zelf geen exact totaal aantal verkoogde stuks per jaar, maar het tottele handelsvolummen van alle verhandelde spullen bedroeg in 25,8 miliard euro. Ja. - Wow. Ja, dus dat zijn gigantische omzetten ook, hè. Maar dus vanaf als je meer van handels dan 2000 euro per jaar, dan wordt het een handeldje. - Ja, ja, ja, ja. Terwijl, ja, wat, dat is een andere discussie. Goeie vraag. Tweede hands lijkt ook een hele industrie, waar komt die tweede handskleding? Wie zit daar dan achter? Ja. We weten we dat. Ja, en die hebben toekbetrijven die in vlandernoken, die. - De containers, legalen? Die halen en selectoren. En wat een goed is, kringloopingels, het raar te kringwinkelsen, als we nu zeggen. Dus dat is inderdaad een systeem die daarop gepasseerd is, maar ook die worstelen met de ultrafast fashion, om willen van de lage kwaliteit. - Koaliteit, ja. Dus die verdienen daar nu ook, te weinig aan. Maar dus die zak vol met oude kleren die ik in die container dump, letterlijk, van trekje planormeder, wordt dat een gerondstof voor een bepaald bedrijf, wordt dat. - Ja, je kan verschillende dingen doen, ja. Of dat gaat het inderdaad na de tweede handsmarkt, maar het kan ook gebruikt worden voor nieuwe ontwerpen. Dus voor opzikling, hoeveel dat dan? Dat ze de stofgarisie kregen. - Dat ze de stofgarisie kregen. En dat er nieuwe ontwerpen van gemaakt worden. Ik ben anders niet echt bij de kindjes in Afrika, wat een soort identifiek is van. - Ja, maar ook dat. Dus een deel gaat ook naar Afrika. Dus ja, wel, want we wordt tot op heden, maar één procent gereziklererd. Dus daar ziet nog veel, veel marge. - Omdat je één procent. Van alle de kreden die opgehaald wordt, dus afval kreden afgehaald. Wordt er maar één procent gereziklererd. En dus er is door het inderdaad uitgevoerd naar Afrika, naar Chile, naar landen, waar het dan inderdaad op die lendfilse. Dus je denkt dat je een goed datje een goede dad doet door het. in die zak in die container te dumpen, maar ook dat is eigenlijk geen duurzame hoplosing? Ja, natuurlijk niet alles, maar inderdaad. Op vlak waar je zikleren kan het nog veel, veel beelden, ja. Ja, mijn mond is al een paar keer open gevallen. Maar je dan vraagt dan bijna aftronnen hoe shopt u? Hoe waar let u op? Ja, ik kop altijd Belgisch. - Is het waar? Ja, altijd. Ja, inderdaad, dan is er toch al. omdat je die leven zo kent, weet je dat ook wel, hoe dat die geproduceerd zijn. Ik kijk ook, maar dat is dan ook een stukje vanuit mijn beroep natuurlijk, hoe welke nieuwe initiatieve er zijn, jonge duurzamelebelse, want er is veel idealisme en ook bij designen. Als u zegt, ja, ik hoop vooral Belgisch, daar ook de essentieels als dat heet, het betede T-shirt, het zwarte T-shirt, dat soort zaken. Ja, ja, toen ik jong was, bestond nog een merk alvers, en dat was alleen bezig, maar je hebt nog lebelzij dat toen, hè. Dus, en dan, ja, in het middesegment hebben we verschillende, waar het qualitatief goed is, hè. Ik denk bijvoorbeeld dat ik zandres, maar ook bij rozen. Je hebt ook woody van de pjamas, hè, die. - Ja. Maar dat zijn niet de simpletiers natuurlijk. Uniclo is niet Belgisch, maar hij is ook wel populair bij jongeren, en die. - Dat is japanst, dat is japan. Ja, en die brengen ook wel basics en klemen ook duurzame te zijn. Dan heb je natuurlijk ook drie teelers bij ons, zoals JBC of IRL-O. - Ja, ja, tuurlijk, ja. En dan, ja, ik koest er ook mijn kleren en wauw daar dan weer. Kweeten, maar dan. Ik heb ook zo'n paar piezen niks, maar dan doe je die in de wasmachine en dan, ja, die versleten, maar slaap je dat. - Ja. De drooghuis, ja, dat bitchet, heb ik niet om wel eens naar die drooghuis te doen. Ja. Ja, bij realiteit natuurlijk, dit t-shirt ook. 18 euro ja, over een half jaar is dat kapotgewaas een kapot gedragen en. Maar droog keuze is ook niet duurzame, duurlijk af. Dus ja, het is moeilijk om goed te doen. Maar ik denk dat we ook wel moeten bestefen, perfect kan je niet doen, maar je kan wel ergens beginnen. En je kan rovernadenken en bij de keuze is die je maakt en effectief de eerste regel is minder kopen. Ik denk dat mensen daarmee moeten beginnen. En dan ook proberen je wat creatiever te combineren. Je hebt nu ook zelfs lebelst die klering verhuuren. Dresden die zo'n voorbeeld, en ja, en je ook de opregister is heel, heel ideaal, die zijn doel dat ik heel goed. En maar bijvoorbeeld voor avondkleedjes kan dat eigenlijk perfecten. Ja, maar dan hoor ik dat heel vaak bij de zalando's in de aanslussen van deze wereld 20 avondkleedjes voor de besteld. Het beste wordt gedragen in die avond, maar dat in wordt dat teruggestuurd. Ja. Dan denk ik ook van, dat is aanweer nog een heel ander luik. De duur zijn mijt van al die pakjes die over en twee gaan, dat is ook nog iets voor u. Ja, ons online gedragen, dus het is aankopen online, dat is ook een gigantisch probleem, en dat is natuurlijk door Covid heel erg gehoosten. Dus ja, het is wel werkelijk aan de winken, maar er zijn wel hoopvolle synjage. Absoluut, denk ik. En je ziet wel dat er een verandering is tegenover vijf, een jaar geleden. Ja, want als het over duur zijn met gaat, gaat het zo vaak over in huis, isoleren of dit of dat. Maar al die pakjes en al die kleedij die bedragen en consumeren, ook dat geeft allemaal impact natuurlijk. Absoluut, en dat heeft te maken met ons dagdaad, sleven, met ons identiteit. Dus ja, we moeten daar aandacht voor hebben. Voeding en kleedij hebben allemaal nodig. Daar meer duurzaamien zijn en meer bewust consumeren, denk ik, ja, dat is een mooie boodschap om mee af te runnen. Ik ga u danken voor u tijd, om tot hier in Brussel te komen. En ik wens u veel blauze plezier met de wild van Sophie zodatelijk. En weet ik veel eens, dat de volgende keer weer terug en dan gaat het weer over iets. Heel anders, zo kent je ons, dank voor het luisteren.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Fast fashion en ultra-fast fashion zijn uitgebreid geworden door data-gedreven productie en snelle levering, zoals bij 'Shine' die binnen 48 uur een nieuw stuk produceert.
  2. De modeindustrie is gevoelig voor ecologische en sociale problemen, zoals een enorme productie van 80 miljard kledingstukken per jaar en een korte levensduur van kledingstukken.
  3. Er zijn ernstige werksomstandigheden in landen als Bangladesh en Sri Lanka, waar kleding wordt geproduceerd voor lage lonen en langdurig werk, met ernstige mensenleven.
  4. Het systeem van fast fashion is gevoelig voor duurzaamheid, omdat kleding vaak niet hergebruikt kan worden en snel afval wordt veroorzaakt.
  5. Europese wetgeving, zoals de digitale productpasspoort (DPP), probeert transparantie te verhogen door het volgende van productie en materiaal te laten zien.
  6. De consument heeft een verantwoordelijkheid om bewuster te kopen, met meer aandacht voor bronnen, kwaliteit en sociale impact.
  7. Er is een groeiende trend in tweede handen en verhuur van kleding, wat duurzaamheid kan bevorderen, maar vaak blijft de kwaliteit laag.
  8. Duurzaamheid in de mode vereist samenwerking tussen bedrijven, regeringen en consumenten, en moet uitgebreid worden naar sociale en ecologische verantwoording.

Summary:

De podcast bespreekt het complexe en impactvolle probleem van fast en ultra-fast fashion, waarbij een enorme productie van kledingstukken (80 miljard per jaar) leidt tot milieuvriendelijke en sociale gevolgen. De snelle productie, vooral via data-gedreven modellen als bij 'Shine', staat in tegenstelling tot duurzame en ethische werkwijzen. Veel kleding wordt in landen als Bangladesh of Sri Lanka gemaakt onder slechte arbeidsvoorwaarden, met lage lonen en langdurig werk, wat leidt tot tragische gevolgen zoals de instort van een kledingfabriek in 2013.

De kwaliteit van deze kleding is vaak te laag om op de tweede handemarkt te worden verkocht, wat tot meer afval leidt. In Europa wordt er steeds meer aandacht gegeven aan transparantie via initiatieven als het digitale productpasspoort (DPP), waarbij productie en materiaal duidelijk wordt getoond. De consument wordt aangevraagd om bewuster te kopen, met meer aandacht voor hergebruik, kwaliteit en sociale impact.

Er is een groeiende trend in tweede handen en verhuur, maar ook hier blijft de kwaliteit vaak laag. De discussie is dat duurzaamheid niet alleen een klimaatprobleem is, maar ook een vraag van eerlijke arbeid en sociale verantwoording. Het is een complex systeem dat vereist dat iedereen – bedrijven, regeringen en consumenten – een rol speelt om een duurzamere en ethische modeindustrie te creëren.

FAQs

Fast fashion is een businessmodel waarbij producten snel ontworpen, geproduceerd en verkocht worden om consumenten te stimuleren tot veel kopen. Het is gekenmerkt door een hoge produktie- en snelheid, waarbij behoefte wordt geschapen in plaats van gecreëerd.

Ultra-fast fashion is nog sneller dan traditionele fast fashion, met productie in 48 uur en data-gebaseerde keuzes. Het leidt tot gigantische afvalhoeveelheden, lage kwaliteit en een verwaarlozing van werknemersrechten, wat ecologische en sociale gevolgen heeft.

In landen als Bangladesh of Sri Lanka werken veel mensen in ongezonde omstandigheden met lange uren en laag loon. De crisis van 2013 in Daka, waar 1138 mensen stierf, toonde aan dat veiligheid en mensenrechten in de industrie vaak worden verwaarloosd.

Ja, een t-shirt van 18 euro is hoog, met name als het wordt geïnspireerd op de productieketen. De realiteit is dat de grootste deel van de prijs van een product aan transport, verwerking en winst gaat, niet aan de loon van werknemers.

De verbranding van afval is een gigantisch ecologisch probleem. Kleding wordt vaak niet hergebruikt, maar wordt direct verbrand, wat leidt tot verlies van materialen en stoffen en verder schade aan het milieu.

Het DPP geeft ieder kledingstuk een unieke code om te kunnen controleren waar het is geproduceerd, welke materialen gebruikt worden en hoe het is gemaakt. Het doel is transparantie en duurzaamheid in de productieketen.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.