In deze aflevering van de neurologiepodcast bespreken de hosts de aanpak van uitstralende pijn in het been, met nadruk op lokaliseren en differentiëren van oorzaken. Ze beginnen met correcties op eerdere podcasts: bij een herseninfarct lost trombolyse het stolsel op, niet de stolling. De effectiviteit van acute behandelingen is beperkt (1 op de 7 voor trombolyse, 1 op de 4 voor trombectomie), waardoor preventie essentieel blijft. Voor beenpijn is een gestructureerde aanpak cruciaal: eerst anamnese (begin, verloop, uitstralingspatroon, drukverhogende momenten), dan neurologisch onderzoek (kracht, sensibiliteit, reflexen, specifieke tests). Niet-neurologische oorzaken zoals heup- of knieklachten moeten worden uitgesloten. Alarmsymptomen zijn cruciaal: cauda syndroom (S2-S5-wortels) vereist spoed vanwege risico op blijvende blaas- en seksuele functieproblemen, en myelumcompressie bij cervicale radiculopathie is ook een noodgeval. De meest voorkomende lumbale radiculopathieën zijn L4, L5 en S1; bij L5 is typisch de voetheffer aangedaan. Anamnese moet ook vragen naar mictie (plassen, gevoel in het rijbroekgebied) en ontlasting, evenals risicofactoren zoals kanker, infecties of recente operaties. Preventie en goede leefstijl blijven de beste strategie om ernstige neurologische schade te voorkomen.
Help neurologie. De neurologische podcast waarin we een inkijker geven in het hoofd van een neurolog en de patient. Hoe pak je de neurologische problemen eigenlijk aan? In deze podcast nemen we jullie mee in hoe de neurolog kassen we stiek in de praktijk aanpakt. Nou, hallo Arnau, daar zitten we weer. Hadden we in iken. Fijn dat we er weer zijn voor onze derde podcast. Ja, nou ik heb toevallig twee vragen nog terug gekregen over de vorige podcast serie, want we hebben natuurlijk twee podcast nu gehad over acute neurologische uitval. En we hebben daar gehad over de dromboleism. En toen zijden wij iëlechte stonding daarmee plat. En toen konden er een vraag wat we daar nou eigenlijk precies mee bedoelen. Fijn dat iemand die vraag gesteld heeft, want het is een beetje schloordag, zoals ik dat genoemd heb, want de stonding plat leg is niet juist. Wat je doet is dat je in de middel geeft wat het stondsel oplost en de stonding op zich daar veranderen je niks aan. Dus terecht te vragen, het is niet de stonding die wordt plat geleerd, maar het stondsel wat wordt opgelost. Oké, dank je wel. En de tweede vraag die binnenkwam was, ging eigenlijk ook over die behandelingen, zowel de interreveneuse, dromboleism als de interaartrele trimectomie. En die gene die vroeg zich af hoe effectief die behandelingen eigenlijk zijn. Ja, dat is een beetje hoe je er naar kijkt. Vroeger hadden wij m'n niks, dus toen konden we niks. Nu zeggen we dat je één op de zeven mensen die je behandelt, ernstige invaliditeit of dood bespaard. Wat betreft, dat is geld voor de interreveneuse, dromboleism, dus de behandeling met al te plaasen. Bij de tromectomie is het ietsje gunster, is het ongeveer één op de vier patiënten die een veel gunster gebelop krijgt als gevolg van de behandeling. Dus dat wel belangrijk om ons te realiseren dat het niet voor iedereen effectief is? Nee, en dat betekent waar we de vorige keert over gehad hebben dat die preventieve maatregelen, bloedelijk behandeling, goede strol, etc. etc. Dat die heel belangrijk zijn, preventies, veel belangrijker, dan het uiteindelijke proberent akute moment nooit. Oké, dankjewel. Nou, daarmee sluit we denk ik het stukje van het hersen-infarigd van de eerste twee podcast af. In deze podcast wilden we het gaan hebben over uitzonderpijn in het benen. En wat we willen doen is jullie meenemen in hoe je dan van klacht tot die genozen gaat komen. Daarbij maak we meteen de kanttekening dat je uitzonderpijn in de armen natuurlijk op dezelfde manier zou kunnen benaderen. Maar om het een beetje makkelijker te houden, gaan we het vooral overpijn in het benen hebben. Toch aanaard? Ja, lijkt me goed idee dat het een klacht en een verwijzing van mijn namende huizatten die we heel veel zien, waar ook heel veel ideeën over leven bij patiënten die lang niet altijd kloppen. En ik denk dat het goed is dat we met elkaar dit gewoon doornemen, zodat iedereen straks dezelfde taalbaat. Ja, en je zegt verwijzen door de huizat, worden die mensen ook vaak verwijzen met echt pijn in het benen of hoe komt die verwijzing vaak binnen? Dat verschilt nogal, ik denk dat er best wel veel patiënten ook verwezen worden met lager rugpijn waarbij dan soms wel uitstalingen zijn soms niet. En ik denk dat dat we daar zeker over moeten hebben, dat dat heel erg van belang is wat de meest invlederende klacht is voor die patiënt. Want dat maak nog wel uit voor de behandeling. Ja, en stel zo'n patiënt die ik om bij jou op het spreek uur. Hoe zou je dan zo'n probleem aanpakken? Zoals we eigenlijk elke neurologyprobleem willen aanpakken, in de basis aan het nezen en neurologen onderzoek en dan eerst localiseren dus bedenken van waar komt deze klacht van dan en dan pas daarna nadenken van wat veroorzakt deze klacht. En is het altijd een neurologisch probleem? Of lop je daar ook nog wel eens tegen aan dat het eigenlijk iets heel anders is? Tot gebeurt net enige reel gemaakt, want pijn in de lager rug en pijn in het benen kan natuurlijk ook een ander oorzak hebben. Bevorbeeld heupklachten is een veel voorkomende oorzaken van dit soort pijnklachten, maar die pijnklachten zijn vaak wel wat anders dan als we het echt over een radeklop pati hebben of een niveau een zenuw pijn in het benen. Hupklachten zijn vaak veel meer gelokaliseerd rond de hup soms om met een beetje uitstaling, maar niet bijvoorbeeld eigenlijk nooit voorbij de knie. Dus dat kan een oorzak van die pijn zijn en dezelfde geld eigenlijk voor knieklachten ook dat kan nog wel eens pijn in het benen geven. En daar moeten we dus wel rekening mee houden. Een laatste groep die soms meespelde is als mensen echt faszukale problemen hebben dat ze door bludingsproblemen van het benen hebben, ook dat kan pijn in het benen geven. En je vertelde me eerder al dat je best al regelmatig patiënten met deze klacht op je spreken uur ziet. Hoe vaak zie jij dit soort klachten nou voorbij komen? Wekelijks. En ik denk dat wij meer dan 1000 patiënten per jaar met periën pijn zien. En heel veel van dit soort klachten of mensen zijn hebben dan klachten van uitschraamde pijn in het armoving. En is dat een representatief voor hoe vaak het voorkomt? Ik denk dat het nog meer voorkomt omdat in periën ziekenhuizen zijn nog veel meer verwijzen krijgen dan wij in het akademische kuis. En misschien blijft een heel deel ook bij de huisartje liggen en komt helemaal niet bij de nureloog zou ik me zo kunnen voorstellen. Dat hoop ik. En daar gaan we op terugkomen want in de eerste 6 weken als er geen alarms in je alle zijn mag somper cent zeker door de huisartsbalhondhoorden of die niet verwezen te worden. En dank je wel. Je bent ook al localiseren, is gewoon ontzettend belangrijk. Nou voor localiseren heb ik altijd geleerd. Dan moet je goed weten hoe de anatomie in elkaar zit. Hoe zit dat bij uitschraamde pijn? Waar kun je dat anatomisch meestal plaatsen? Als we ervan uitgaan dat uitschraamde pijn het gevolg is van pijn in de wortel, want dat kan ook pijn in de zenuw, kan bijvoorbeeld ook uitschraamde pijn geven. Maar als we uitgaan van de wortel, in principe kan elke wortel pijnklachten geven dat geld dus cervicale wortel geven dan pijn in de armen, toerkalen wortel geven pijn op de rump en lumbalen wortel geven pijn in het benen. De zagelijk pijn altijd het periferische enustel waar je het over hebt. Ja, terecht dat je dat zeggen moet natuurlijk altijd eerst kijken of het centraal perifer is. Centrale pijn bestaat wel, maar is er gewoon maar zelf ervoor en dat is een heel ander soort pijn dan de uitschraamde pijn waar we het nu over hebben. En kan centraal dan niet betrokken zijn? Ja, uiteindelijk kan dat met name bij een cervical radiculair syndrome kan dat wel en ik vind het heel goed om het hier wel daar heel even over te hebben, want stel dat je een cervical radiculair syndrome hebt als gevolg van een hernia, dan kan het heel soms zo zijn dat die hernia zo groot is dat ook het mielen in de knell komt. Als het mielen in de knell komt, dan praat we dus over het centraal en zee noestelsel, dan gaan we een heel ander pad op, want dat is echt een alarm symptom. Een wortel kan best wel een tijdje tegen druk, maar het mielen om als dat in de knell komt gaat kapot en daar moet je dus direct wat aan doen. Nou, je zou je je moeten anatomieën goed kunnen. We moeten de afwijkingen kunnen localiseren, wat ik had het geleerd heb is dat je moet weten welk dermatoon bij welke zee nu wordt op past en welke spieren, ja, via welke zee nu wordt dan precies aangestuurd worden. Dat zijn er nog wat. Ja, in Theorie ben ik het met je eens, maar ja, laten we het wel een beetje praktisch houden. Ik vind dat een basisarts de meest voor komende lundbalen radiculair syndrome moet kennen en moet weten welke spieren daarbij horen en dan denk ik eigenlijk aan de radiculopati C6, C7, C8 vanuit de nek en dus met klacht in de arm en van L4, L5, S1, vanuit lumbaal en klacht in het benen. En als het dan bijvoorbeeld L5 noem, wat zou dan een typische spier zijn die daarbij aangedaan zou kunnen zijn? Als we het specifiek over de wortel L5 hebben bijvoorbeeld de voethevers en die mensen kunnen dus dan niet goed op de hakken lopen. Ah ja, makkelijk te testen. Ja en dan kun je je annemdeezen dus ook aan haar vragen of mensen dat wel of niet zouden kunnen. Dat kan je vragen, maar mensen lopen of het al gemen niet op de hakken, dus dat weten ze niet. Wat ze wel moeilijk vinden met het voetheffen is, want je doet het allemaal dat je bijvoorbeeld met je voet blijft hangen achter de drempel of bij de trap omdat je je voet niet goed heeft. Maar op je hakken lopen doen we niet Ik ben er niet zo veel.
Ja, we beginnen in het daad dat het met de annum nezen. Dus we vragen naar het lopen. Een paar dingen al gehoord. Wat zijn nog meer dingen die jij altijd bij de annum nezen vraagt uit? Nees dat het eerste wat ik vraag is van hoe lang heeft u oppijn? En hoe is dat begonnen? Ben u toen gevallen? Of ben u heel persiek geweest? Of is er wat anders gebeurd? Dat is eigenlijk het eerste wat ik vraag. Daarna wil ik vraag weten waar begin die pijn? En hoe loopt die pijn dan verder? Begin die pijn in de lager rug? Hoeveel last heeft u van de lager rug? En gaat het dan naar de beel of naar het ben? Gaat het naar de binnenkant of de buitenkant of de achterkant van het ben? En hoe staat dan het onder ben? En wat ik met namelijk ben, vindt waar eindert die pijn? Want dat is denk ik heel goed om te benaderukken waar de pijn eindert. Dat is eigenlijk de hemmetom waar je naar moet kijken. Dus je gebruikt die vragen eigenlijk om te kijken waar ik het lokaliseren passen dan bij een zenuwortel en zo ja, bij welke zenuwortel zou het dan kunnen passen? Ja, klopt dat. Ja. Nou heb ik ook wel het geleerd dat je moet vragen naar druk verhogen in de momenten en uitlokende factoren. En kun je daar misschien nog iets over vertellen? Zeker want ik wanneer was nog niet klaar met me aan om deze. Als ik weet hoe het uitstrijingspetron is, dan ga ik vragen van zijn aan bepaalde dingen als je dat doet, dat je meer klachten krijgt of als je minder klachten krijgt. En dan denk ik bijvoorbeeld aan wat gebeurt er als je gaat lopen, wat gebeurt er als je gaat fietsen, wat gebeurt er bijvoorbeeld als je rustig op bed gaat liggen met uw klachten. Maar wat je net ook noemde, druk volgende momenten en als ik dat tegen een patiënt zeg dan zoals je. Je was gaan ik een beetje gelijk aan het raan kijken, dus dat moet je uitleggen. Wat gebeurt er als je moet nizen, wat gebeurt er als je moet hoesten, moet pers op het toilet. Doet dat pijn? En dan ben ik ook weer zo streng dat ik wil weten waar je pijn doet. Doet het dan pijn in de rug of is dit die uitschraande pijn waar we net net overhouden? Het is zeker dat dat als mensen dan wel pijn voelen maar alleen in de rug dat dat niet per seenspecifice bevinding hoeft te zijn. Maar als het echt een herkenbare pijn opwekt dat het wel wat zegt. Ja, als we het over een radioculopatie hebben, dus als er een wortel in de knel zit, dan heeft dat maar een heel beperkt effect wat betreft de lager rugklachten. En daar zullen we straks ook nog op terugkomen, maar lager rugklachten alleen zo'n nooit een indicatie zijn om een hernieer te openeren. Ja, duidelijk. Zijn er nog meer dingen die je bij Anne Meneer's meestal vraagt? Nou ja, de spier is wakte waar je het net al over had. Heeft u minder kracht in het benen, strakeltuwelees. Dat zijn denk ik belangrijke vragen. En heel belangrijk is dat we op een gegeven moment ook aan haar alarmsymptomen gaan vragen. Want dat kan ons blijf veranderen. Dan wil ik met namel kiezen over de vorigstieningsbevoel voor het weten. En waarom wil je de vorigstienings dan zo belangrijk? Kun je daar wat voorbeelden in noemen wat je dan zou vragen? Als ik een patient met een rauwklijsendroom krijgt die een postaatkatcinom heeft, dan zal ik daar anders op reageeren, want de kans dat die patient met dat postaatkatcinom botmetastaten heeft, die heeft de weel die wortel in de knel zetten, dat is een reële optieën, dat ik daar meer haast mee moet maken. Als iemand kord zeeft, als iemand algemenig maar leer ze heeft, veel gewicht is verloren, dan moet ik nou denken, is er geen infectueuse oorzaak. Is die patient bijvoorbeeld een tijd geleden door een tekje beter? Want ook dat kan een radiculairzendroom geven, lime. En is iemand recent geoperiert aan de werfokloom? Want dat is natuurlijk ook een complicatie van de operatie zijn, bijvoorbeeld dat er een bloeding is of een absces. Dus eigenlijk allemaal dingen waar je naar vraagt om te beoordelen of er misschien iets anders zou, en de hand zou kunnen zijn als oorzaak van het radiculairzendroom dan gewoon een hernia die vaak voorkomt en meestal een zelf redzaam belopen heeft. Ja, dus dat is zeg maar stap 1 van de alarmssignalen, is er iets anders aan de hand. En jij praat wel heel makkelijk nu even over hun hernia en dat valt allemaal mee. Dat ben voor het grootste deel, ben ik dat met je 1, maar niet helemaal, want we hebben ook nog de kouda. Dat zijn de wortels S-Tweetelte met S5. En als je het een groot verschil tussen de wortels noemt L3, V4, VNS1 en de wortels S-Tweetelte met S5. En het verschil is dat die wortels L4, L5, en S1 dikker zijn en veel beter tegen druk kunnen dan de wortels S-Tweetelte met S5. Die zijn veel dunner en die zijn veel kwetsbare. En die wortels S-Tweetelte met S5 gaan naar de blaas en naar de geslag zo gaan. En als die helemaal in de knell komen, die wortels en dat weten we niet heel goed, maar we denken als dat langer dan V4, V8, V4, V4, Zijn ze kapot en kan je ze niet meer maken. In tegenstelling tot die wortels O-V or VNS1 die veel langer onder druk kunnen staan en dan toch nog weer kunnen herstellen. Dus daar zit een groot verschilling en daar moeten we echt aanigtaan besteden. Dus bij elk patiënt die bij mij komt zal ik naar de mixie vragen onder andere. En dat is dan het Kouda Syndrome? Ja, dat noem we het Kouda Syndrome. En daar gaan echt alle alarmbele rinkelen. En zij er nog meer vragen die je stelt om een Kouda Syndrome meer of minder waarschijnlijk te maken? Ja, het zal niet zo veel helpen als je een patiëntvraagd van heeft u mixie klachten of hoe ze het met de sensibiliteit in het rijbroek gebied. Dat begrijpen patiënten niet en dat is ook logisch. Dus we moeten vragen stellen die patiënten wel begrijpen. En over de mixie zullen we dus vragen hoe het met plassen gaat, of het plassen nog op gang komt. Of patiënten voelen dat ze moeten plassen of ze voelen dat ze aan het plassen zijn. En hoe raar het ook klingt of ze moeten luisteren dat ze klaar zijn met plassen of dat ze voelen dat ze klaar zijn met plassen. En kunnen mensen dat wel goed aangeven dan? Als je het zo vraagt moet u luisteren of u klaar bent, ja dat herkennen ze. Het tweede, als u de billen afveegd, voelt u dat goed dat herkennen ze. Is de WC-bril koud aan uw billen dat zijn dingen die mensen herkennen? Oké. En de ontlasting vragen je daar ook naar? Ja. In de praktijk is het wel zo dat de mixie vaak veel eerder aangen aan is dan de ontlasting. Maar ook daar vragen we naar incontinentie. En we hebben het nu over het koudersendroom, maar eerder zijn je ook al mielen. De kompressie is natuurlijk ook een alarm zinjel, ik heb geleerd dat je dan ook altijd naar mixieklachten vraagt. Verschidde die mixieklachten nog van de mixieklachten bij een koudersendroom. Dat is een hele moeilijke vraag, mixie is een heel ingewikkeld systeem wat voor een via meerderen niveau bestuurd wordt. Ik denk dat ik het niet heel veel anders uitvraag. De controle over de mixie, met name incontinentie, zou ik zwaarwegen bij een 7 koudersendroom. Uiteraard zal ik dan ook vragen naar piegen ieder baan verschijnselen. Dus gaat het lopen, houtenrug heeft die moeite met lopen. Als mensen dat aangeven bij een 7 koudersendroom zal ik dat ook als een alarm zinjel beschouwen. De alarmsejade die deel je vooral ook in als we het zo een beetje samenvatten met iets wat anders aan de hand te dan een hernia. Dus bijvoorbeeld met de stassen van een bekende tumor of iets wat wijst op extra risico. Dus bijvoorbeeld dat die kwetsbare sacrale zenuwen in de knell komen of dat het miel hem betrokken is. Ja, mijn grote hernia kan dat dus. Nou, dan hebben we de anomenezen voor een heel deel gehad. Het volgende bekende onderdeel voor iedereen is het nurellogisch onderzoek om te doen. Doe je een heel nurellogisch onderzoek bij elk opcent of let jij op specifieke dingen. Ik doe een global geheel onderzoek en uiteraard letten we op een aantal specifieke dingen. Ik zit te denken welke voegordeek ik altijd doe, maar ik laat de persient eerst staan. En dan met gestrek de knieën met de handen naar de grond. Nou, kun je heel veel mensen de grond niet halen. Dat heeft meestal te maken met de korte hemsting. Tij of je je niet zo druk over te maken. Kun jezelfde grond raken? Nee, we langen haar niet. Dus dat is iets wat ik heel goed herken. Als het meer dan 25 centimeter is, dat je de grond niet had en dat is echt een hele ent. Dan is dat een aanwijzing dat een raad kloppatie in het spel kan zijn. Over de rest kijk ik uiteraard naar de kracht, de hakken op de tenen lopen. De specifieke spieren van dat been, waarbij je natuurlijk links en rechts heel mooi kan vergelijken. De sensibiliteit met de namen de tas in geldt hetzelfde voor links en rechts vergelijken. En als je bete hebt, dus op een moment dat de persient zegt, he, hier voel ik het anders. Dan moet je dat gebied heel goed gaan afrenzen, zodat je in een plaatje in je hoofd hebt van dit zei.
gebied waar die patiënt het minder voelt en dan kan je dat plaatje naast een dermaatoon elkaar te leggen of even te heen naast een kaart met de sensibule innovatie van de perifeerrezeningen. Het is sensibiliteit testen, dat is vaak heel lastig, want je kan heel veel modelliteiten natuurlijk van de sensibiliteit testen. Wat test jij allemaal, als je echt heel praktisch kijkt om te komen waar de sensibiliteit verminert is? Je zegt al terecht dat het een beetje de nacht meer even de koel systen te sensibil onderzoek, want het duurt heel lang en dan weet je nog niks. Dus ik gaan aastje patiënt zitten en dan zeg ik eigenlijk letterlijk, nu moet u even goed opletten. Dan heb ik een stockje met het watje en een vaak ook een scherpe kan, maar je doe met het watje en aanraak ik links en rechts hetzelfde gebied aan, dus bijvoorbeeld de grote teen of de kuit. En dan vraag ik of de patiënt dat verschillend ervaard linkerbenen, het rechten benen. En de stem voor ik hou je die ook nog tevoren schijnen of je dat wat minder waarde hebben bij deze klacht? Dat vind ik bij deze klacht minder waarde hebben en het doe ik eigenlijk zelf. Dank je wel. Nou, daar hebben we natuurlijk nog een aantal andere onderdelen van neurologisch onderzoek, de reflexen bijvoorbeeld? Ja, als we even bij ons tot het benen beperken de kniepees en flex en daar gillenspeeds of flex en ik neem eigenlijk altijd de voetsel flijk nog wel even mee, maar die heeft hierbij geen specifieke waarde. Ten zij bij een serf ik al raad ook lersendroom, want als ik dan aan wat binske vind, weer ik dat natuurlijk wel mee dat er misschien het milie minder kneld zit. Ja, maar die pyrimidebaan die stop natuurlijk. Wat hoger al dus bij een lumbailradiklersendroom verwacht je daar geen problemen van? Nee, dat mag niet, want het midden eindigd, bij de meeste mensen door elkaar de twaalf, dus alle lumbailradiklersendroomen mogen geen centraal zenestelsel verschijnt zijn geven. En dan hebben we ook altijd nog wat specifieke testen die je bij de neurologisch onderzoek zou kunnen inzetten, bijvoorbeeld wordtelreckingsproof, waarserken of de omgekeerde lasseerken, of de spurlingtest. Kan je daar nog wat over vertellen hoe jij die inzet? Ja, die doe ik eigenlijk altijd. En dus een simpel test bij lasseerken dat je in het deen heeft en vraagt, wanneer dat pijn doet, en dan is het van belang dat het de pijn, de uitzraande pijn in het deen is, en niet dus alleen lager rugpijn, als het alleen lager rugpijn betreft, is de lasseerken niet positief. En voor de wortel L5 en S1 geldt dan dat de lasseerken positief kan zijn en voor de wortels L3 en L4 omgekeerde lasseerken en omgekeerde lasseerken, dat wordt zegt het eigenlijk al dat je dan de patient op de buik ligt en dan het been naar achter heeft. En de spurlingtest, dat horen ik ook nog wel eens voorbij komen. Is een test voor het serfiekalradoclarsendroms? Zegt een rekkingstest waarbij het hoofd draait en er druk op uitdoefend en dan moet de patient die uitzraande pijn in de armen voelen. Ja, maar kan me voorstellen dat niet bij iedereen dat zo specifiek is? Nee, zeker niet. Als die positief is zegt het veel, als die er niet is, zegt het niet zo veel. En zijn er nog dingen die je specifiek doet om een kouda-syndrom bijvoorbeeld uit te sluiten? Als ik daar echt een verdenking over heb, ja, dan zijn eigenlijk drie dingen waar ik naar kijk, dat is de sensibiliteit van de billen, eftueel van de geslag zo gaan. Ik kijk naar de blaas, met name of die blaas heel erg voel is en dat kunnen we dat blederen, kunnen we ook met een apparaatje doen. En soms kijk we naar de swingtor spanning, dat is in de aanens of de aanens goed dichtstaat. Je zou zelfs even heel nog de aanens reflex kunnen doen, maar dat zijn de specifieke dingen die je daar voordoet. Ik breng nu dat er toch nog wel iets is wat we bij het algemeen onderzoek doen, dat is het heuponderzoek. Je moet kijken, als je de heup flexiteert, exo-enendo-otatie of dat pain doet en of dat die hek enbare pain is, want dan is er waarschijnlijk wat anders aan de hand. Dan zit je meer op het vlak van de orthoped misschien. Ja. Oké, nou, denk ik een hele boel dingen voor de ander nezen, nurelogisch onderzoek. Hebben we zo alles een beetje benoemd, of zijn er nog dingen die we missen? Of heb je genoeg om een eerste differential diagnosen op te stellen? Dat denk ik hoor. Nou, dan gaan we het over de differential diagnosen hebben van de uitstraanende pijn. We hebben het gezegd dat we gaan eerst lokaliseren. Zijn mijn hoofd betekent dat eerst vaststellen van waar is dan het probleem en in dit geval willen we het over de radiculopatiet gaan hebben. Nou, dan heeft de radiculopatiet die aanzign natuurlijk nog een hele differential diagnosen. Ja, en je praten over radiculopatiet, maar dan willen we er ook graag een wortel aan koppelen. Dus dat je zegt van ik denk dat de compressies van de wortel Elvier rechts worden. Ja. Of het ooit al C6 rechts, want als je zegt van ja radiculopatiet van de armen dan heb je onderzoek en je ander nezen niet heel netjes gedaan. Dus als we het hebben over bijvoorbeeld een radiculair syndrome Elvier links, dan heeft dat nog zo zijn eigen differential diagnosen. Mogen we niet meteen zeggen dat we het maar over een hernieer hebben toch aan het? Nee, dat ben ik met je eerst maar de differential diagnosen denk ik voor de verschillende radiculopatiet is wel redelijk gelijk, maar ik vind dat je met lokaliseren moet je er dan wortel aan koppelen. Ja, dan. En als we dan naar die differential diagnosen gaan, dan is het ver uit de grootste kans dat dat een hernieer betreft. Je kan ook zeggen een degeneratief nog, dat een kanaal synoos of een veramens tenozen, dat kan ook druk uit oefenen op zonworthel en dan komen er veel zeldzame oorzaken als een infectie of een absès, een bloeding, informatware, maar dat is echt een minderheid van de gevallen. Ja, en de maligniteit hoorde ik ook. Ja, ja gelijk. Ja. Hij zei een hernieer komt het meeste voor, wat is dat eigenlijk? Een hernieer? Een hernieer is een uitpaling van de tussenwerfelschrijf. Tussen alle werfels zitten een tussenwerfelschrijf die soort stootkussen is en die een hele nutgefunctie verveeld, maar soms kan die uitpaling net als een fietsband waar een geaidje in zit, waarbij de binnenband uitpuilt en dan kan die daar die uitpaling kan druk geven op de wortel en dat voeie in het gebied die die wortel werken de wortel verzocht. En nou is dat meestal iets wat ontzettend veel pijn doet, die druk op de wortel zeker op het begin, maar toch gaat een hernieer vaak vanzelf ook weer over. Ja, als je kijkt met 20 jaar geleden, 30 jaar geleden ligt er mensen 6 weken in bed, 6 jaar is een beetje lang. Daarna werd er heel veel geoperiert en de laatste jaren zie je dat er steeds minder geoperiert wordt omdat er steeds meer goede onderzoek komen die laten zien dat bij wel twee derde van de mensen binnen drie maanden en duidelijke afnamen van de klachten is, zodanig dat ze weer goed kunnen functioneren en dat je dus een operatie helemaal niet nodig hebt. Dat is nou het voor heel gunstig, want zo'n operatie lijkt me ook niet de oplossing. Nee, als het nodig is kan het, maar een operatie is in eigen risico's en de tussenwerfels schrijven daar een deel van weg halen kan uiteindelijk ook weer tot klachten leiden. En we hebben het nu over de lumbalen radiculaires in de room, is het nou bij het servicale radiculaires in de rooms hebben we dan over dezelfde getallen of er ligt dat een beetje anders. Is iets je minder gunstig, maar ook daar is in een grodel van de gevallen verdwijnen de klachten vanzelf. Ja, dan had je het net ook nog in een differential die je genozen over degeneratieve afwijkingen. Vindt dat zelf ook soms wel een lastig hebben? Is het nou een herniij, is het nou een voor ramenstinnose? Kan je daar nog iets over vertellen wat daar het verschil in is en hoe je dat verschil kan maken? Dat is niet zo makkelijk vaak overlappen de klachten, wat we vaak noemen is of iemand kan fietsen en of die of dat die bij fietsen minder klachten heeft als dat ze is, de bij staat vaak op een degeneratieve afwijking. Dus je vraagt dan specifieke naar naar fietsen en daarmee bedoel je dat denk ik dat als je in die houdings zit dat er wat meer ruimte is rondje. Zee nu wortel, waardoor je automatisch iets minder last hebt. Ja, als je dus een 90 gradenhoek in je hup maakt dan kom je dichter bij waar we oorspronkelijk gebouwd zijn, namelijk om op vier poot te lopen. En dan heb je de meeste ruimte in je werven kanaal. En als je net een beetje extra ruimte hebt, kan het net zijn dat die wortel dan niet in ik nels zit. Ja, dat lijkt me een mooie verschil om te maken in je ander nezen ook al. Dan hebben we een differential diagnosen opgesteld en hoe gaan we daar uiteindelijk een definitieve diagnosen van maken Arnoud? Zet jij nog aan voor het onderzoek in?
Dat hangt er vanaf. Wij hebben met de huishouds in besproken dat bij een normal, raduculairzendroom, als er dus geen alarmsimptomen zijn, dat zeker de eerste, de banden gewoon door de huishouds kan plaatsvinden. Dat betekent dat de huishouds de pijnstilling regelt. Dus als de klachten kort bestaan hoeven en er zijn geen alarmsimptomen, hoeven in principe geen aanvoudend onderzoek te doen. Dus ook geen emery? - Nee. Je moet een emery pas doen op moment dat je er even te veel consequenties uittrekt. En dat betekent dus dat je zegt van nou, als er een duidelijk hernie is, dan is een operatie bijvoorbeeld een optie. Dus dat zijn vooral de mensen die al heel lang klachten hebben denk ik, of waarbij de pijn zo extreem is dat ze gewoon niet meer functioneren? Ja, klopt. Hele heftig een pijn invaliderend, dat is een belangrijk simptoon. En krachtverlis op zich is geen indicatie, geen spoed indicatie, zeker niet een gring krachtverlis, want ook die mensen hebben een hele goede kans om dat het vanzelf weer herstelt. En een EMG, zet jij dat nog wel eens in als er aanvoudend onderzoek? - Nee, eigenlijk niet. Nou, dan wilde ik nog even als laatste iets over de behandeling bespreken. Want je zegt ook nou, in de eerste instantie gaat het eigenlijk meestal vanzelf over. Pijnsteding, vroeger ligt de mensen in bed, maar op dit moment zijn de nieuwste inzichten dat dat misschien helemaal niet het beste is. Dus dan verwijs je denk ik naar de fysioteerapuiter. - Ja zeker, ze moeten niet in bed gaan liggen. Dat is geen goed idee. De fysioteerapuiter is belangrijk, een goede balans tussen buik en rugspieren. En wat heel belangrijk is, is houding. Kijk maar om je heen hoe slorderig iedereen erbij zit. Daar is ook heel veel in te winnen. Dat is misschien moet je dat gewoon preventie noemen. Ja, en nou zijn de mensen die bij ons in het ziekenhuis komen vaak wel de mensen die al wat langer onderweg zijn met de pijn. Dus dat zijn relatief natuurlijk meer mensen die niet in zelf limiting beloop hebben. Wat zijn de andere opties voor behandeling als conservatief niet voldoende is? Nou, dan zullen we wel besluiten om een emerie te maken want dan moet je natuurlijk weten wat er aan de hand is. En als je dan een hernia ziet heb je eigenlijk twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is om naar pijnbehandel centrum patiënt te sturen en te vragen of ze de wortel noemen te voorkdoven. Dat is wel simptombestrijding, ja, je doet dan niet iets aan de hernia. Maar soms kan dat uitstaleiden dat die mensen daarna toch minder klachten hebben. En dat is niet simpel over een zorg. Er zijn getallen van dat ongeveer bij twee derden van de mensen er 50 procent pijn reductie wordt bereikt. Dus dat is zeker geen wondermiddel. En dat andere is een operatie en dat gebeurt meestel door de nureseur soms ook door de orthoped. Waarbij dan die uitpulende discuss dat daar een stuk van afvoort gehaald zodat hij niet meer uitpelt en dat die wortel dan weer vrij loopt. En de reden voor een operatie te verwijzen dat zou dus onhoudbare pijn zijn. Of als de pijn echt niet overgaat na langer dan een aantal weken denk ik. Ja, dan zou ik drie maanden aanhouden. Dus er worden nog maar zelfde mensen binnen drie maanden geopererd. Of als je alarmse jaren hebt, kan ik me zo voorstellen. Bij het koudersendroom waar we het eerder over hadden. Ja, dat is goed omdat nog een heel erg te benadrukken. Koudersendroom is een alarmsymptom dat betekent. Dat zeg ik tegen de mensen die met een raducleersendroom bij mij komen. Soms kan een raducleersendroom uiteindelijk tot een koudersendroom leiden. Als de problemen krijgen we het plassen als ze het die me goed voelen, ook al is het zaterdag meteen naar de dochter. Want als ze dat niet doen, dan hebben ze hun hele leven daar problemen van incontinentie, sexuele de storen is. En dat is wat wij natuurlijk met ze moeten voorkomen. En worden die mensen dan ook meteen op zaterdag midden in de nacht geopererd? Ze krijgen die zaterdag een emeringskenn. Ik denk niet dat ze midden de nacht geopererd worden, maar dan staan ze zonder gogen op het okaap. Dus wel meteen op zo snel mogelijk? Ja, zo snel. En je zei een parese eigenlijk, dus als echt motoren uitvol is dat is in principe geen reden om te moeten opereren. Nee, dat is geen spoedindicatie. En wat ik nog heel belangrijk is, is dat hoe erg lager rugklachten ook zijn. Dat is ook geen spoedindicatie, helemaal geen spoedindicatie, maar zelfs geen operatieindicatie. Want er zijn uitgebreid de studies dat ook al heb je in een hernia dat de lager rugklachten, maar minimaal verbeter bij een operatie. En dat dat dus geen alleen lager rugklachten, geen indicaties voor een operatie. Als de rugklacht op de vorig ontstaan niet opereren. Dus eigenlijk vooral de pijn in het benen zouden reden zijn om te gaan opereren en de pijn in de rug doet daar we in een gop. Ja, klopt. Oké, ik denk dat we de meeste dingen besproken hebben. Zal ik een korte samenvatting proberen te geven, ornaad. Kijk of ik jou goed begrepen heb, zo. Ja, al gelopen tijd. Nou, een uitzraande pijn komt eigenlijk bijna altijd door een perifeerde oorzaak. Centrale oorzaak zien we niet veel, maar je moet wel bedacht zijn op een centrale betrokkenheid bij bijvoorbeeld een mielenproblem. Je moet goede anatomie kennen om het kunnen lokaliseren. En je gebruikt vooral je anomalies en je neurologisch onderzoek om uiteindelijk een definitieel die je genozen op te stellen. De alarm-signale zijn belangrijk, waarin je vooral ook vraagt naar wat er in de vorgeschiedenis van die pechent aan de hand is. Wij zijn toch bijvoorbeeld maar lichtiteit of een infectie of een andere oorzaak van de radiculopatie. Of dingen die wijs op extra risicozen was een koudersendrom of mielum, compressie. Aan verant onderzoek doe je in de eerste instantie nog niet, maar anders zou je voor de m/rie gaan. En aan behandeling in de eerste instantie naar de visiteerape uit. En als dat niet voldoende is, zijn je een operatie kunnen overwegen. Kloopt dat zo? Ja, ik denk dat dat een goede samenwatting is. Kun nog 1 ding toevoegen. Is leg het goed aan patiënten uit, want patiënten denk ik, ik heb lagen wuchtpijn, dat komt er onheer en ja. Als ik dan geopererd wordt, dan is het over. En ze zijn vaak te leugesteld als je dan niet eens in de m/rie maakt. Dus neem in eerste instantie de tijd voor die mensen om uit te leggen waarom je dat zo doet, dat verkoond een hele boel onvreden. Ja, dank je wel. Nou jullie bedankt voor het luisteren allemaal. De volgende podcast wilden het over de meningietes gaan hebben. Mochten er nog vragen over deze podcast zijn, en horen we die natuurlijk heel graag. En jullie mailen naar podcastnurologieijgmail.com en ik denk dat het er voor nu weer op zit of niet aarnoudt. Dat denk ik ook. Dank je wel, En ik ga. Tot de volgende keer. Tot de volgende.
Podcast Summary
Key Points:
In de vorige podcasts werd uitgelegd dat bij een herseninfarct niet de stolling wordt platgelegd, maar het stolsel wordt opgelost.
Intraveneuze trombolyse bespaart 1 op de 7 behandelde patiënten ernstige invaliditeit of dood; trombectomie is effectiever, met 1 op de
Preventieve maatregelen (bloedverdunners, goede leefstijl) zijn belangrijker dan acute behandelingen.
Deze podcast richt zich op uitstralende pijn in het been, met nadruk op lokaliseren en differentiëren van neurologische en niet-neurologische oorzaken (zoals heup- of knieklachten).
Anamnese omvat vragen naar begin, verloop, uitstralingspatroon, drukverhogende momenten (hoesten, niezen) en alarmsymptomen zoals mictieklachten of gewichtsverlies.
Neurologisch onderzoek test kracht (hakken/tenen lopen), sensibiliteit (vergelijk links/rechts), reflexen (kniepees, achillespees) en specifieke tests zoals de proef van Lasègue.
Cauda syndroom (S2-S5-wortels) is een alarmsignaal door risico op blijvende blaas- en seksuele functieproblemen; myelumcompressie vereist ook spoed.
Radiculopathieën van L4, L5 en S1 komen het meest voor; typische spierzwakte bij L5 is voetheffers.
Summary:
In deze aflevering van de neurologiepodcast bespreken de hosts de aanpak van uitstralende pijn in het been, met nadruk op lokaliseren en differentiëren van oorzaken. Ze beginnen met correcties op eerdere podcasts: bij een herseninfarct lost trombolyse het stolsel op, niet de stolling. De effectiviteit van acute behandelingen is beperkt (1 op de 7 voor trombolyse, 1 op de 4 voor trombectomie), waardoor preventie essentieel blijft.
Voor beenpijn is een gestructureerde aanpak cruciaal: eerst anamnese (begin, verloop, uitstralingspatroon, drukverhogende momenten), dan neurologisch onderzoek (kracht, sensibiliteit, reflexen, specifieke tests). Niet-neurologische oorzaken zoals heup- of knieklachten moeten worden uitgesloten. Alarmsymptomen zijn cruciaal: cauda syndroom (S2-S5-wortels) vereist spoed vanwege risico op blijvende blaas- en seksuele functieproblemen, en myelumcompressie bij cervicale radiculopathie is ook een noodgeval.
De meest voorkomende lumbale radiculopathieën zijn L4, L5 en S1; bij L5 is typisch de voetheffer aangedaan. Anamnese moet ook vragen naar mictie (plassen, gevoel in het rijbroekgebied) en ontlasting, evenals risicofactoren zoals kanker, infecties of recente operaties. Preventie en goede leefstijl blijven de beste strategie om ernstige neurologische schade te voorkomen.
FAQs
Het is niet de stolping die wordt platgelegd, maar het stolsel dat wordt opgelost met medicatie. De stolping zelf verandert niet.
Bij trombolyse bespaart één op de zeven behandelde patiënten ernstige invaliditeit of dood. Bij trombectomie is dat ongeveer één op de vier patiënten.
Eerst localiseren waar de klacht vandaan komt en daarna pas nadenken over de oorzaak. Dit gebeurt door anamnese en neurologisch onderzoek.
Heupklachten, knieklachten en fasciale problemen door vaatproblemen kunnen ook pijn in het been veroorzaken. Heupklachten stralen bijvoorbeeld zelden voorbij de knie uit.
Bijvoorbeeld een bekende tumor, koorts, gewichtsverlies, recente operatie aan de wervelkolom, of tekenbeet. Ook cauda-equinasyndroom (met plas- en ontlastingsproblemen) en myelumcompressie zijn alarmsignalen.
Het is compressie van de dunne sacrale zenuwen (S2-S5) die naar de blaas en geslachtsorganen gaan. Als deze langer dan 24-48 uur in de knel zitten, kunnen ze onherstelbaar beschadigd raken.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.