In deze aflevering bespreekt schrijver Stevan Hartmans zijn nieuwe roman *Dieus*, een verhaal over twee vrienden, Dieus en Antoon, waarin vriendschap, kunst en littekens centraal staan. Dieus is een kunstenaar met een ruw, intuïtief talent, terwijl Antoon een academische beschouwer is die worstelt met het begrijpen van het sublieme. Het boek onderzoekt hoe littekens – zowel op het lichaam als in de ziel – waarde en schoonheid kunnen geven, zoals geïllustreerd door de metafoor van bomen die vechten om licht en zo knoesten in hun hout krijgen. Hartmans haalt inspiratie uit filosofen en schrijvers: Thomas van Aquino stelt dat begrijpen voortkomt uit ervaring; Heidegger ziet de poëtische mens als iemand die dicht bij de aarde blijft; en Hugo Claus benadrukt de absolute toewijding aan het kunstwerk. De auteur benadrukt dat kunst draait om 'leren kijken' en het vertrouwen op intuïtie, zelfs als iets niet meteen begrepen wordt. Het boek fungeert als een initiatie in het zien van het verhevene in het alledaagse, waarbij de spanning tussen maker en beschouwer de kern vormt van creativiteit en menselijke verbinding.
Welke geboden geld er in de literatuur? Hoe kan je de orde handhaven in het reik van de verbeelding? In de passapotkast ontdekken we hoe schrijvers het doen. Hoe slagen ze erin om hun personage in de pasten doen lopen? Op welke manier houdt ze hun ideeën in toom? Waar eindigt creatieve vrijheid en begint die sublinen? We leggen onze gast en klikkelende schrijfgeboden van collega's schrijvers voor. En vragen tot slot om zelf één regelt de bedenken voor ons wedbuk van de literatuur. Aflevering in. Stevan Hartmans. Schrijver van Poeie Zieromanse en S.S. En de zoek van zijn nieuwe roman Dieus. Dieus is eigenlijk de afkochting van Diegidus. Iedereen die is gehoord op een vlaandere kent. Het Diegidus liet. Het gaat uiteindelijk over twee gediffs, waarvan de ene zijn verietdift geloven. Diegidus waar best u bieden, milaand na die gezellermien. De korsie door. Dieus gaat eigenlijk over een soortegidus tussen eenegidus liet vandaag. Twee vrienden, waarvan een zandsterden. Ik heb een paar vrienden verdoren de laatste jaren. Heel dieerbare vrienden. Een veel te voet. En ik dacht toen vriendjapsseudheid lijkt soms bijna diep te zijn. Dat liefde ze ook van een totaal andere orde. En ik heb toen de idee opgevat om een soort kunst naar schrijven. Maar dat eigenlijk in het kader van die vriendjaps te doen. Uiteindelijk is de roman geworden die gaat over de kraten om te vergeven. Om overwaardelijk te gaan. Om iemand te afhagd in alles wat die is. En het gelijkte ze natuurlijk ook een reflexie over kunst. Vandaag de dag wat het met onze emanciërs doet. Het gaat over de landschap of het kapeld gaat van de bonders. Het is een ecologische streak in een boek. De zat is veel dingen de gelijk dieus. De basis in het reges natuurlijk een student dieus. Die is de blazer die dieus wordt genoemd. Die bij zijn deelcent aanbeeld. Die deelcent heeft Anto. En hij komt Anto gewoon zijn vriendschap aanbieden. En dan begint het verhaal tussen die twee te keren. De machtverhoudingsal totaal draaien. Want dieus is het kunst naar een Anto-neescent. Anto-nees is de kunst zinnege. En dieus is de kunstmaker. En die dans tussen de maker en de reenen die het begrijpt, maar het zelf niet kan, bepaalt de spanning van het verhaal. Anto-nees de gereflecteerde, de interveel, de twijflaren, de introverchten en de manierlijk bangers van het liefde. Ik denk dat Anto-ne bangers van de litteek is waar de fortieur het overschrijft dat het boek gaat veel over litteek is. En net omdat geen litteek is wil oplopen. Op het is een grote liefde miss. Die vrouw vraagt hem dat ook op het enst. Zou je door tasten te zeggen was de liefde als die is ook niet was geweest? En ik vond er eigenlijk een belarijke vraagstelling in onze tijd, waarin vriendschap zo is uitgehold door Facebook. Everybody can be your friend and a body is your friend. Op een bepaalt man zegt Anto-nees de deur gaat er open, de deur is naar de recherami. Dat is iemand die iedereen is in de vervinden. Dus het uithonder van dat vriendschapsbegrip is er ook wel geen spirit. Die vriendschap teruggeven aan een overwaardelijkheid dat je brothers in arms kunt zijn. Eigenlijk gaat het over twee brothers in arms. Ik kom zelf uit de familie van bomplanters. Door de schrijven van olijken en teppen tijdens dat niet duidelijk. Ik heb alleen de kant van mijn moeder beschreven. Mijn grootvader in de oorlog. Maar mijn andere grootvader was een pak wachter van bom. Elke bom die een pak van bom staat is door mijn grootvader met zijn schop. Mijn zijn spade aangeplant naar de oorlog. Want al het bom waren weg en ontvelde duits, als het wel de mensen zelf wordt houden. Dus ik heb mijn vader ook, heeft altijd bom geplant. Ik zelf ook. Dus die liefde van bomen. Vertalt je ook in een liefde van mensen? Er zit ergens midden in het boek. Een zijne waardeus, een antanzicht. Als je zou kunnen zien wat bommen doen op 20 of 50 jaar. En je zou dat kunnen zien in een timelap van 10 minuten. Dat zou je zien dat ze zelf doen als mensen. Ze vechten met elkaar voor het licht. Ze gaan in elkaar slicht staan. Ze steken in een takken in elkaar gezicht. Ze vechten gewoon. En zegt hij van dat fechten van die bomen, daar leef ik van. Want daardoor zit er knoesten in het houd. En die maken voor mij de mooie dingen. Want dat is ook in van het timel van een boek. Dieus maakt vineren. En laat het ouwe wortel knollers snijden in bladjes van minder dan een millimeter. En maakt daar mooie vineren voor meubels van. Dus er zegt het mooie van dat gevecht is voor mij dat de knoesten in het houd zitten. Maar natuurlijk er met daarvoor is voor de mensen. En die is op het tim dieus natuurlijk zelf een bom met in verschrikkelijk knoesten in zijn gezicht. En het timel van die verchten de bomen, die daardoor mooie tekstuur in het houd hebben, is natuurlijk verbonden met de timel van de lidtekens die in je leven oplopen. Je weet zo goed dat ik dat sommige mensen leelig aardwoorden, verbittert en zag herenig. En dat sommige mensen mooi aardwoorden. En dat is veel te maken met je karakter. Twee mensen kunnen dezelfde heel slechte ervaring hebben. En de ene zal er heel zijn leven voor knoen en zag herenig worden. En de ander zal iets meer doen. Natuurlijk je karakter gaat niet in de lucht, hangt dat van je sociale context. Dan met je meekrijgt aan tools, associaal, waardigdelen, misschien ook wel. Maar ik lof dat je karakter, je loopt is. En dat zie je ook in dius en antwond. Het is echt een karakterstudie. Dat vond ik het fijnste draan om die twee karakter te beschrijven. Twee totaal sociale mensen die dingen mee maken die vergelijkbaar zijn. Maar de ene krijgt mooi knoesten in zijn houd. En de ander is een boom in de schadehuur bleef. Er zit een paar, omdat ik dat nummeroorde, draden of running gags in het boek. En een van de ene is incarnate. Die u zich op bepaalmend vraagt zijn docentantel. Waarmee je dan mee bezig zijn jij. En die u zich heel gestoort. Hij zegt incarnate. En het slaat het heel dicht. En natuurlijk dat incarnate komt terug, want incarnate is voor de traditionel schillekens. Het opdoek zo dicht mogelijk benaderen van een levende hart. Die u zich geopsedeert door litekens. Anton is daar bang van en die u zich wel op te zoeken. Die u zich ook een boek gemaakt of zijn litekens. En omdat hij veel aan naar ben, is dat je weet dat. Mensen die veel aan naar ben, dan lopen veel litekens op. Verwonden zich geregeld. Ik heb er zelf wel wat opgelopen met het veel met mijn handenwerk. En litekens zijn zeer interessant. Ik knop eigenlijk met de thema van de litekens aan bij de laatste zin van mijn eerste boek ruimte. In mijn eerste boek ruimte ging het over de polders en het hoeft personage Anton. Dus ik heb dat teruggepakt uit mijn eerste boek, omdat in mijn misschien wel laatste roman terug te laten komen. En de laatste zin van ruimte, als ik hem goed siteer is, is het litteken dat waarde verleent aan het gaven, omdat het verdichting van materie is door pijn. Dus de pijn verdicht de materie als je een litteken hebt. En het zijn die verdichtte tekens die mooi zijn op een lichaam. En daarom is de incarnatie ook interessant. Het gaat natuurlijk of die wonden van Christus, zonder dat ik dat het zoveel worden zeg. Die u zlaakt wel als soort gewonde Christus ont. Zeker manegen die groot, de vermenking heeft opgelopen. Maar dat zijn sporen in het lichaam. En liteken zijn written in de body. Dat is de schiftuur in uw lichaam. En ik vind dat heel interessant de schiftuur, de litekens. Vandaar dat dat verbandt uit met die incarnatie. Je bent eigenlijk echt in coronetastje, maar de litekens heb het opgelopen. Ik lees even het motten van het boek voor. Het is van Thomas van Aquino. Er is niets in de begrijpen dat niet eerst in het aanvoet was. Ik vind dat een ongelofelijkzitat, omdat Aquinas daar eigenlijk zegt. Dat alles wat we begrijpen, eerst in onze ervaring moet zijn gegaan. De betekent ook te zeggen dat begrijpen iets benallig aamlijk, iets van je hele lichaam. En dat is natuurlijk in van de modder van het boek. Van heren, anton eindelijk zijn doctorat afleverd. Geeft zijn grote liefde liefde aan mijn boek, waarin hij is de echterlijk staat. Ze zeggen begrijpen doen we veel, maar bezffen is nog iets anders. En ze heeft natuurlijk over het tijd dat hij niet bezeft. Wat heeft er speelt in de liefde.
Ik lof daar heel erg in in het feit dat de intuitie ons vooraf gaat. En dat je begrijpen, zelfs begrijpen van een abstracte dingen, en echt goeie stingen ervaringen. Je kunt over die zin van Aquinas heel lang nadenken. Maar ik denk inderdaad dat het iets aan je aangelen is, dat jouw bereid moet maken, of dat jou. er toekomt brengen om iets te begrijpen dat buitje ooit. Eerst de gebot. Ook TV-abattler. Er is niets nieuws onder de zon. Maar er zijn nieuwe zonnen. Dat is wel fantastisch. De zonnen zijn nieuw. Het is een andere tijd. Dat is ook een tema van dieus. Alles is al een keer gezegd. Maar zeg het onder de nieuwe constellatie waar jij zit. De wereld is veranderd. Het is een nieuwe zonnen. Het is nog eens, maar zeg het anders. Het is onder dat nieuwe zon ligt. Het is wel een mooie omdat het zo uit openteelig veel. Je kunt je natuurlijk afvragen wie bepaalt dat dat een kunstwerk impact heeft. Ik denk dat ik met dieus een anteluit zien dat je bij de nodig hebt. Je hebt een zender nodig in een ontvang nodig. Ik heb een eigen publiek. Dat publiek is er nog niet. Het is een moment dat een vernieuwen het over een origineel kunstwerk in de wereld komt. Moeten die kijkers of dat publiek nog geformt worden. Want het verzet de bakens, het verzet het paradigma. En er zijn erbij die dat heel snazin. Die dat heel snel begrijpen van dit is nieuw. Kavka werd niet begrepen door zijn tijdgenoot. Het is een pollerkentje in het begin. Het begrepen door zijn tijdgenoot. Maar het grote publiek komt generatie later. Dus wij hebben er een voor Mark Frastco. Maar ze deed dat niet eerst de jaren. Ze deed dat niet het moment dat Frastco zelf moet plegen. Je kunt nooit zeggen dat het sublimen in dat kunstwerk onverandelijk aanwezig is. Het historisch begrijpen komt altijd een tijdje later. Het is voor mij heel belangrijk om altijd te begrijpen hoe eenzaam die kunsten is geweest om het tijd te durven. Tweede gebond, Martin Heideker. Het wezen van de kunst is de poeiezie. Ja, dat is natuurlijk die piezen Heideker. Ik heb heel veel aan Heideker gehad. Heideker zijn lezing van Helderlinen. Dat was voor mij het echt wel een openbaring. Omdat wat Heideker in Helderlinen zag, was iets wat er nog niet gezien. En wat hij natuurlijk ook gezien had in heel die vraag naar een bestaan van de mens. Bij Aristoteles, heel die vraag naar de ontologie, zoals de heet. Het grote punt van Heideker, waarmee je massa studenten bedoven moet bedoven. Het moet een bedoven het lesgeven geweest zijn. Vanaf die jonge hebben mensen die verrams aan te doen. Dat was, we hebben nooit de vragen gezet. Waarom zij bij hoe zij bij hoe bestaan wij. En hij maakte de link naar Helderlinen. Zij kijk Helderlinen toont ons dat de poeticie mensen in het leven staat. Omdat hij op elk moment weer afvraagt wat dat leven is. Omdat hij niet uit gaat van een give-and-state. Er gaat nooit uit van een initiatie. En moet altijd weer dat tomaat zijn. Omdat hij stoot is dat openen hebben om zich te verbaas over iets wat andere van zo'n spreken te vinden. Zonder dat dat in kun je kunstmaken. Vandaar dat, hij denk ik dat heeft hij extra proeleert tot de zijn voorwaarde van de mens. De mens moet eigenlijk poeticie zijn. Maar natuurlijk hij denk ik dat iemand die ook aan de etimologie dacht van dat hoort. "Pojein", zoals je weet dat betekent, "maken", dat is in de zaag gemaakt is. Dus het is de mens die aan wat hij begraan een beetje harde grées te spreken. Die aan het verhandelen is afleid dat veremmen uitgestel kan worden. Dat geen dat is zijn leven iets gaat betekenen. En de politische mensen voor harde gréen die dicht bij de aarde blijft. Ik heb hem in een severschuving in erop geweest. Dat als je harde gruurt daar leest, eigenlijk de eerste echt ecologisch veel zovees. En hij wordt nu overal ook zo gelezen. We hebben nu 50 jaar kunnen memmet dat hij in een aantal jaar nazis geweest. Dat was een goed excuses om ze weg te moeten lezen. Maar als je het goed leest, dan zit het daar heel veel dingen in. Die gaan over op de aarde te leven. En niet in die wereld van de mens die alleen maar wereld is. Ook die aarde, dat is letselk, wat Bruno Latour zegt. Wat een nieuwe ecologische beweging zegt. Wat Laval kreegt gezegd over Gaia. Dus het is heel interessant om naar haar denk ik het luister, dat de poëtische mens, de mens die zijn pad met aarde heeft behouden. Dan wordt het iets veel interessant. Aan het is de kunstzinnige mens, waar die u's is primitief, hij is de echte kunstenaar. Ja, wanneer aantal van het eerst, dat gilden us komt tegen zijn zin, vraagt hij zich af wat de poëtische leven. Het is dit zootje allergrag bij elkaar. En dat snapt hij iets, want hij is eigenlijk een academische geest. En die kunstmiddag leert daarin een schok, dat kunstgaos nodig heeft. En dat dius, die magien zijn handen heeft. En dat hij als bevlogendocent kunstestetica, het nooit zal hebben, dat hij altijd perfect zal weten waarom malers je bliem is of er om bronzien als je bliem is. Maar dat is je bliem niet kan maken, omdat hij primitief van die leefd kert van dius niet heeft. Wanneer hij 25 jaar later ogenvier, in het atelier van dieus in Bergen, dan denk hij, ik heb verkeerd die leefd. Opnieuw ziet er dat. En ik denk dat de beschrijving van alles wat die je doet, mij wil smaken, platvond schildering, al atierpelo maken. Hij is een toestat toe, hij is een duivel doetal. Hij is echt ook een duivel, hij is een diavolo, hij zegt het zelf. Vandaar omdat dieus ook de samen smelting is van dieus en diavolo. Hij is een duivel en hij is een god. En hij kan eigenlijk alles doen. En Anton staat er bij, kijk er maar. En voelt dat hij eigenlijk dat sublime in zich heeft, maar dat het in die creatief is. En als je Anton in dieus optelt, dan heb je de magie van de kunst. Iemand die het kan maken, dan iemand die het kan worden. Ik heb een Anton in mij, ik heb vele 6 geschreven, ik heb ook een academisch doctorat gemaakt. En zo dat is de Anton in mij. Dan ben ik ook wel een dieus. Dan ben ik iemand die de halzen van koppen begint. Ik schrijf soms de dichter van, ik denk, ik snap het, maar met heel snap ik het zelf niet. Maar het is zo'n drive, ik weet in elke bevezeling mijn lijf dat het goed zit. En dat moet je durven, iemand die extreem fijn zinig hukertiveert is, had het niet durven. En dan, jaar later lees ik het voor een volgensaal en ik snap het zelf. En ik denk dat ik het goed is dat ik mijn intuitie vertrouwt heb. Dus dat primaire dat primitieven zit ook wel in mij. Dus eigenlijk zit ik in die twee. Dertige bot. Dieus. Alles ligt open en bloed. Je moet alleen naar leren kijken. Ja, dat is iets wat mijn grootvader mij altijd zei. Je moet alleen maar leren kijken. Nu denk dat het zelfs in oorlog en terpeltij staat. Hoe moet leren stelen met die ogen? Er is zoveel dat je kunt stelen en leren. Veen mensen lopen blind door in leven. Maar je kunt overal kijken. Het begint met dat kijken. En ik ben een vast van overtuigd dat iemand die kan kijken. En goed kan kijken. Die ziet andere dingen. En schrijven is altijd een mooier. En je zal het iemand in de mensen zitten kijken. En iets ziet. Je hebt geen idee als ik een zijne beschrijf. Hoeveel het fragmenten van mensen ik samen voeg om een zijne te schrijven. Omdat dat een vergaardbak is van indrukken. Dus ja, alles is gratis. De wijsheid. Je moet alleen maar leren zien. Ligt open en bloed. Ik herinner me dat ik met mijn zoon toen hij ja of 1415 was. Door Vist Avenue liepen in New York. En we komen uit al die super dry stores en die mag op die hij was in. En ik zeg je moet met mij mee in die character zijn Patrick's Church. En de jongen kon binnen die werd lammig sluit dat het contrast is wat New York voor hem was. En wat die kerkbalt. Wat daarmee valien in de 1415, de EU. En ik zie dat nog gebeuren. Hoe hij plotseling dat sublimen begrepen. En hij is dat nog niet mevergeerd. Dat is natuurlijk een heel sterkzignal. Maar de kunst is om het verhevenen ook te zien en iemand die verjaals het in de truin. En die met zijn handtos een haar gaat. En dat je denkt die hand is zo fantastisch. Het is ook een boek over leren kijken. Die is dus de meeste van handtond daarin. Maar hij heeft alles. Om een paar mensen zijn ze samen in het kerkje van Maria Turdine. In Maria Kerkje aan de kunst. En dat staan ze samen voor dat Cecilia beeld. De macht daar is.
door gesneden half slecht. Die juist ontdekten dat ze zijn werk, omdat ze er niet in slaagd om een tekst te schrijven voor zijn docent. Ze komen die kerk binnen, ik kling die om de maso en ze zonschijnt in dat kerkje. En dan snapt Anton dat het verheefende in elk alledar is de taak aan liggen. Je kunt dat hebben, je komt ergens een kerk binnen en je wordt gepakt door wat er is, omdat je atmosfeer inmiddels zo contrasteert met de bananitytijd van onze straten. Dat je plots gedwongen bent bijna om over jezelf na te denken en dat ze met een ander oog kijkt. Heel vaak zegt Anton ook over die juist, maar bijna je zwemvrolichtheid op zijn zuin. Dat zijn handen zo'n mooie zijn. Het leer is zien van het tegeven in het alledar ze, wat elke dichter moet kunnen om je dicht te schrijven. Dat kun je ook trijnen, dat is ook iets wat je kunt haleren. In die zin is dat boek over initiatie, of inweiding, hoe je dat kunt, dat de ene museum binnen gaat en alleen maar denkt ze snel mogelijk of je met appeltaag in de restauratie en de ander een half uur per plek staat voor een schilderij omdat hij in de taai heeft gezien. Het is ook een mooie leven, denk ik als je het wel kunt. In het boek kwam er een bepaald beeld voor, het beeld van Pontorma, schilderpontorma, van wie Jojo Vasari en zijn levensbeschrijving van schilders. Waarop ik mij zeer heb gebaseerd. Zeg dat Pontorma op een zolderwerk te waar hij de lader optook. Er is heel veel gefeerd over die lader van Pontorma, omdat het natuurlijk het symbol is, het zinne beeld van de manier waarop een schijf zich moet afzanden. Aan de andere kant heb ik altijd een hekel gehad aan de uitspraak dat schijfers in niveau rectoren zitten. Ik kan het daarmee stil, het is wel een tour met een uitzicht op de wereld. Je moet je wel afzonderen om boven te kunnen schijven, maar je moet wel over die wereld schijven. Dus die dubbelheid van je lader optrekken, wat die je zoekt doet in het boek, hij zit op die zolder van het gilderijs te schijven, is een metafoor voor de onafhankelijkheid van geest die je nodig hebt om iets te beginnen te doen, om je nek uit te steek, om je kwets waarop te stellen, want je diepste gevoelige hele komt toch boven in een boek. Een boek is een gratis psychanalyse die je voor jezelf doet. En je krijgt grafdacht nog geld voor. Dus je leert ook voor jezelf uit zo'n boek, je moet je lader optrekken, maar je moet wel naar die wereld kijken de hele tijd. Vierde gebot, Hugo Klaus. Voor een boek verkoop ik mijn vrouw. Een typische Hugo Klaus natuurlijk, voor een boek verkoop ik mijn vrouw. Het is een beetje kocketsitaat. Voor elk boek dat ik schrijf heb ik een nieuwe wegkamer nodig, waarbij mijn vrouw meewagen het hoofd schut en denkt verwend kind. Ik ga altijd kijken Hugo Klaus, maar stieden ik hier aan de huis hebben en een geurt om een stieden een andere vrouw hebben. Dus prijsje gelukkig dat ik alleen maar een andere wegkamer wil. Dat we staan we even aan die uitspraken over. Het is een beetje kockets van Klaus. Ik zie het hem zo zeggen met alle sympathie die ik voor hem had. Maar er staat natuurlijk iets diper in, er staat ook wel in. Dat je alles op alles moet zetten. Als je een andere boek schrijft, moet je een andere mindset hebben. Ik zou een mens gewoon niet veel verkopen, dus de tijd van de slavernij is voorbij. Maar ik begrijp wel wat hij bedoelt. Vijftig gebot. Paul Ooster. Waarom zou je schrijven? Dat heeft we even bij graag meigens vraagt toen ik mijn eerste boek beefend. Daarom kan ik brengen zij jongen waarom zij er aan begin. En helemaal de koninkend, die van het liefst zaten te gerijnt. De schutter in de betant die ik was van mannenke wat denk je toe. Maar het blijft een geldige vraag waarom zij er doen. En ik moet je eigenlijk zeggen dat ik het niet weet waarom ik het doe. En dat het is omdat ik het niet weet dat ik het doe. Ik denk dat ik het altijd voor je kwist wat het was. En ik oliegaan van mij zijn maar wat zeg je dan nu? Je weet het dan voor je wist wat het was. Ik zeg eigenlijk meen dat het iets heel primärs geweest was aan mijn bezig. En je weet eigenlijk niet waarom je schrijft. Een oude verlaamse schrijven, maar in schilijams, die zei je doet het om helderheid om 20 jezelf te ver krijgen. Dat vind ik altijd wel een goed handwoord. Want als je helderheid om 20 jezelf kunt krijgen, het lijkt dat die smoijes maken. Dan heb je niet alleen voor jezelf gedaan. Je doet het nooit alleen voor jezelf en je doet het nooit alleen voor de lezen. Je zorgt een theoreticus geweest die zei dat de schrijven altijd een ideale lezen is. Waar jij hem al zie hebt, voelt hij ook hem al zie. Waar jij niet bent, voelt hij het zelfde. Maar dat is natuurlijk maar een droom. Daar kun je nooit van uitgaan. Dat dat zo is. Dus je schrijft altijd tegen een lees te in. En als je geluk hebt dan zit er twee jaar later en heel dezelfde jouw die het goed zijn. Maar je hebt geen garantie. En ja, waarom zou ik gedichting scheren met leven? Ik weet het eigenlijk niet. Doe bij het hertmanse. Schrijf met de ogen van wie jou lief heeft. En hij schrijf met de ogen van wie jou niet goed gezint is. Dat zal je helpen om achter te zijn hoe je zelf. Ik denk dat dat nodig is. Ik zei al langs nacht tegemen, ik had een boek gelezen dat heel bedacht was gemaakt. En ik zei, ik zie de zwaalhuisstaarten en de schroeven zitten. En ik vergelijk zelf het schrijven vaak met hoe de meubel maakert. Je moet op elk detail laten. Verget je een schroefje, dan mag je twee jaar elkaar halen, moet je er beginnen. Je moet het echt totop het laatst goed ambachtelijk doen. En dat heel ambacht is voor mij ook. Dat bestaat uit heel verschillende stadia. Het eerste stadia is het leukst. Je hebt vleugels in je schrijft. En je bent vrij, je is wist. Maar daarna moet je natuurlijk beginnen, hij werken. En ik heb al vaak gezien aan schrijvers die krat niet hebben om grondig te werken dat een tekst onaf blijven. Redactie is voor mij drie, vier, vijf maand. Zwoegend. Ik kan schrijven die geen kritiek aanvorderen in redakteur. Je ziet het aan in boeken na het uit. Want je verdwaalt alleen het schrijven is zo'n complexie. Als je zo'n wereldschept dat je andere ogen nodig hebt. Ik lees niemand iets voor tot het helemaal klaar is. Maar dan vind ik echt dan begint het ambacht. Dan moet je polijsten. Dan moet je dingen verplaatsen. Dan moet je uiterlijk aangelijker halen, weer en elkaar zijn de hoofdstuk verplaatsen. Dan moet alles mogelijk zijn. En ik hou wel van dat ambachtelijke. Het is natuurlijk ook dat er zeer mensen zijn. Deo niet best goed gezien zijn die je boek zullen op pakken. En ik 'oh wow dat had ik niet verwacht'. En dat kun je maar door heel kritisch zijn voor jezelf. Elk de tijd te let. Je luisterde naar de passapotkast. Je kan de schrijfgeboden en boeken en leestips van Stefan Hartmans ook terug vinden op onze website passaporta.be. Interview Ton van Mierlo Op name en montage en adusjijnen. Muziek Selin Ottemberg. Voizover die boerenodijn.
Podcast Summary
Key Points:
De roman *Dieus* gaat over vriendschap, vergeving en littekens, zowel fysiek als emotioneel.
Het verhaal draait om de relatie tussen Dieus (de kunstenaar) en Antoon (de beschouwer), waarbij macht en creativiteit centraal staan.
Littekens worden gezien als 'schriftuur in het lichaam' en verbonden met thema's als pijn, schoonheid en karaktervorming.
De auteur benadrukt het belang van 'leren kijken' en intuïtie in kunst en leven.
Schrijfgeboden van denkers zoals Thomas van Aquino, Martin Heidegger en Hugo Claus worden besproken, met nadruk op poëzie, ervaring en toewijding.
Summary:
In deze aflevering bespreekt schrijver Stevan Hartmans zijn nieuwe roman *Dieus*, een verhaal over twee vrienden, Dieus en Antoon, waarin vriendschap, kunst en littekens centraal staan. Dieus is een kunstenaar met een ruw, intuïtief talent, terwijl Antoon een academische beschouwer is die worstelt met het begrijpen van het sublieme. Het boek onderzoekt hoe littekens – zowel op het lichaam als in de ziel – waarde en schoonheid kunnen geven, zoals geïllustreerd door de metafoor van bomen die vechten om licht en zo knoesten in hun hout krijgen.
Hartmans haalt inspiratie uit filosofen en schrijvers: Thomas van Aquino stelt dat begrijpen voortkomt uit ervaring; Heidegger ziet de poëtische mens als iemand die dicht bij de aarde blijft; en Hugo Claus benadrukt de absolute toewijding aan het kunstwerk. De auteur benadrukt dat kunst draait om 'leren kijken' en het vertrouwen op intuïtie, zelfs als iets niet meteen begrepen wordt. Het boek fungeert als een initiatie in het zien van het verhevene in het alledaagse, waarbij de spanning tussen maker en beschouwer de kern vormt van creativiteit en menselijke verbinding.
FAQs
De roman gaat over vriendschap, vergeving en littekens, zowel fysiek als emotioneel, en hoe deze waarde verlenen aan het leven.
Dieus, een kunstenaar met littekens, en Anton, een academische geest die de kunst begrijpt maar niet zelf kan maken.
Dieus is een samentrekking van 'Diegidus' en 'diavolo', wat verwijst naar zowel een goddelijke als duivelse aard.
Littekens worden gezien als 'written in the body', vergelijkbaar met de textuur van hout door gevechten, wat waarde en schoonheid geeft.
Vriendschap wordt uitgehold door moderne concepten zoals Facebook, maar het boek herstelt de diepgang van 'brothers in arms'.
Er worden geboden aangehaald van Thomas van Aquino, Martin Heidegger, Hugo Claus en Pontorma, over ervaring, poëzie, toewijding en afzondering.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.