Dit is een podcast over de koninklijke Nederlandse reddingmaatschap mee. Betrotst gesteund door Vissiemundsfriend. In Rers-Obsie vertellen we de verhalen van de KNRM over de meest bijzondere reddingse acties door de mensen die je bij waren. U luistert daar massaal naar waarvoor heel veel dank. We krijgen ook veel vragen over de serie, over de KNRM, over hun fantastische werk. En daarom maken we een extra aflevering waarin we al die vragen gaan proberen te beantwoorden. Heb jij ook een vraag of wil je wat kwijt? Spreek dan voor 12 juniën voorsmel in. Het nummer vind je in de beschrijving van de serie. Meel je kan ook stuuevraag of je reactie dan naar
[email protected]. En blijft vooral luisteren, reactieren en onze podcasten, Rers-Obsie, delen, veel dank. En dan gaan we nu verder met de aflevering. Voor mijn auto was ik net. En toen ging die boot helemaal. Hij gelijk kwam heel klapwater in de binnen. Het was hachtig en toen hoogt het signaal dat het een eindste ramp gebeurt. Het was voor de kust van Zebrug en gelijk ging de peeper. Maar het was als eigen uitwater ook. Ik ben daar helemaal alleen nat gekoomd, ik hoorde ook niks niemand. Ja, van Stalendam naar Zebrug. Naar iets waar heel veel slacht opverzij. In deze podcast hoor je de verhalen van mannen en vrouwen die de zeen opgaan als niemand anders het durft. En de ontroerende verhalen van de mensen voor wie zij hun leven wagen. De koninklijke Nederlandse reddingmaatschappij. Vrijwilligers die tot het ouders te gaan voor jou. Op bijna 200 jaar. Mijn naam is Rool of Hemme. En dit is Rers-Obsie. Op 6 maart 1987 kapsijsde de vierboot Harold of Free and the Price. Kort naatvertrek uit de haven van Zebrug. Het is de grootste schepst ramp ooit voor de Belgische kust. Er kwamen 193 mensen om het leven. In de komende twee afleveringen horen we de verhalen van de mensen die er bij waren. In deze aflevering gaan we met Jan Keizer aan boord van de Zeemanspot. Hij vertelt over de lange, koude zoektocht naar drenkelingen. En over de beelden die er maar niet wil de los laten. Maar we beginnen met Ari. Mijn naam is Ari van de Koei. Ik ben helemaal leven eigenlijk vachvarrersjeweer geweest, national, internationaal. En ik heb Harold of Free and the Price overleefd toen die kapsijsde. Ari brengt ons bijna 40 jaar terug in de tijd naar 6 maart 1987. De dag dat hij de ram met de Harold of Free and the Price overleefde. Wij reëult het op Engeland met Beken. Meestal twee keer in de week een ritje. Eigenlijk kwam ik door m'n oorst terug en toen was er nog een extra ritje om te doen. Dat was dus vrijdag aan het op. En zavelde ik weer terug. En dan kom bij dat ik die twee ritten die weken me dochten bij me had. En die wij oorstvrouw Dom Olszalen was eigenlijk liever na huis. Die was ook maar tien jaar pas toen. Die heb ik dus zo'n huis gewubber gebracht. En daarna ben ik dus naar Borkulo gereden. Daar heb ik snarts gestlapen. En z'n vrijdagsmorgen is gelade. En toen naar de boot in de Zeebrugge. Die oversteek naar Engeland was Ari niet onbekend. Al twee jaar reedt ie tussen Nederland en het verenigd Koninkrijk met ladingen Beken. U stende Zeebrugge, met stakingen, ook van onlandgingen, we gingen over flissing. Als je nog te bood. Alle boot die de wereld krijgen die die die een opdag voor. Het was altijd met boekingen. We had een boekers toerenven natuurlijk voor. En die maakte die boekingen achteruit wat vrij was dat je niet al lang hoeft te wachten. Want het was vaak dat die boot echt wel vol waren. Dan moest je zo een of twee later laten gaan voor dat je aan Borken. maar bij ons sterk is als hij ze nog gelijk neef. We hebben in Oost aan de Norenplekkie of Kale, Zeders. En dan koel je ook weer over. En op vrijdag 6 maart 1987 kan Ari overvaren via Zeebrugge. Het is nog weer kwart voor Zeev in de avond als hij met zijn vrachtwagen aankomt bij de vierboot. Het ging anders dan normaal. Die boot ervoor zitselaar binnen. En die kreeg ik ook de indruk dat ze aan is dat om weg te komen weer. Want die boot in die ging altijd zo gezegd op tijd. Als je de boot oprijdt, dan zeggen ze je moet alleense, je moet een reegse, je moet het midden staan. En dan reen je dus achter een andere kwamit te staan. Achter een andere auto kwamit te staan. En meestal stond er iemand bij die eigenlijk op misschien wel een 40 cent meter van mijn andere wagen weg rijden. Zo zij je goed. Maar het viel wel op dat er niemand was. En dat ik dus zelf gewoon gestopt binnen op een pade afstand. En dat is waarschijnlijk iets meer geweest. Na dat Ari Zawage heeft gepakkeerd met iets meer ruimte dan normaal, stopt hij uit. En gaat hij naar het restaurant boven het schip om zijn maaltijdbond in te wisselen. En dan valt hem nog iets op. Nou, het was anders dan de aandmoos, want het was vriselijk veel patisieswagen er aan boerd. Het was een hele ope, had er een kleinst, soms een goedkoop steekwagen bij. Met deus en met bier. Laat er bleek was gedusseld en aanbieding van de sun. Ik loek voor een euro, zo konden die mensen over. En die hadden dus geluurd gedaan. Die waren in zijn brugge. Waar is allemaal bier gaan kopen, omdat het een engel was. En een beetje drank. Dat slaipt je met die behootel. Het is vijf minuten over zeven als de Helvet of Free Enterprise vertrekt. Aan boord 459 passersiers en 80 man personnel. Ari etelt dat mensen een avondmaaltijd in het restaurant. Daarnaavond die terug naar zijn wagen, omdat de rusten. Dat mag eigenlijk niet, maar het is beter dan in de hutten op het schip. Dat zoi je met 8 chauffeurs, ween je in een hoek in gedouwd in de bed. En de ging om de tien minuten de dure wel open. Dat de chauffeur binnenkwond. En weer de huidiging. Dus wij gelipt dat naar beneden weer. En dan ging hij in de routen slapen. Nou weet ik wel dat dat eigenlijk niet mocht. Maar ja, dat deed de meeste deel. Want dan had je echt de rust. Effe onderweg omdat hij overtuigd duwde 4 uur. 4 aan alle vuur. Dus klimt Ari in de vrachtwaard. Het doet zijn schoenen uit. En is klaar voor een paar uur rust. Als je echt die slaafvielen weet je altijd wel wakker. Omdat ze met kettingen er allemaal erop zo heen. Als die in de overhand kwam. Dat voelde je altijd wel. Hij ligt nog maar net als hij iets gekst voelt. Het schip is dan nog geen 20 minuten onderweg. Ik voelde eigenlijk dat hij bood schoemonde. En meestal als je daar even uitgaat. Heb je soort stromingen voel je die bood altijd iets schoemmelen. Heel klein schoemmondje. Maar hij schoemmel eigenlijk kan beetje te veel. En ik stond voor als mijn andere rechtenkant. Want mijn spiegel ging tegen de want van de bood ticken. Dus ik denk ik trek mijn spiegel naar binnen. De vierbood schommelt. Ari stapt uit op zijn socken om de rechten spiegel van zijn vrachtwagen naar binnen te klappen. Hij merkt dat er water op het auto deck staat. Ari vraagt zich af wat dat betekent als het schip nog een rade beweging maakt. En dan gaat het op eens heel snel. Porma auto was ik net. En toen ging die bood helemaal. Hij gelijk kwam heel klap water naar binnen. Ik lach en ees in het water en ik ben eigenlijk naar bovenkumben reizen. De herhelf free enterprise kapseist binnen enkele ogen blikken. Het komt tot stilstand op de bodem op de bakbordzijden, de linkerkant. Ari had zijn wagen op de meeste rechter baant geparkt. En hij had ook wat meer ruimte genomen dan normaal. Hij moed een beschermengel hebben gehad. Want toen de auto's de bussen en de vrachtwagen door het kapseisen naar links geleden, bleef hij ongedeerd. Hij gaat voor een moment kopje onder in het eiskoude water, de zee is maar drie graden. En dan komt hij weer boven. Eigenlijk boven alle auto's. Het was eigenlijk wel vrij stil, het kwam in een klap binnen en toen was het eigenlijk leuer rustig. Hij had me draad, dus hij is ding denk ik. Maar het was een was eiskoude water ook. Ik ben daar helemaal alleen nat gekomen, ik hoorde ook niks niemand. En er even een paar koffers en daar ben ik nog allevog geleun. Ik pik een donker zitje, alles was uitgevallen, de lichte. Ik wam de achterkant van die bood, die is gewoon open, ik kon je gewoon. En dan kijk je je eigenlijk meer naar het licht toe. Dus je ziet eigenlijk een uitgang. En daar ben ik heeg gesvommen. Het is halfacht. In het eiskoude water zwemt Adi naar de achterkant van het schip, naar het licht van de schemering. En daar klimt hij op de zijkant van het schip. Nou het jaar om de zijkant hingen de altertauer te rammelen. En er kwam dus boosjes langs en slebboot langs, het is zijkant. En dat was eigenlijk de bood van de bood waar die langs. En de loks die taouw heb ik maar eigen later zok in die slebboot. En een gegeven moment kwam er meer mensen in die slebboot terug. Toen kwam er de mensen binnen die ontwerkt de shock. Dan kwam er vrouw binnen die zat helemaal. Die kon je allemaal die verstaan was, ze zei je, misschien was ze van een baat anders. Die kon je allemaal die verstaan, die adi, die. Ja, daar heb ik nog een reis.
Waarom ga je eigenlijk een beetje? Op dat moment bezevdien nog niet helemaal wat er is overkomen. Puur op zijn overlevings instinkt heeft hij zichzelf een veiligheid gebracht. Aan boord van de slebboort worden de overlevingen verzameld en naar zeer brugge gebracht. In Nederland gaat bij de caneremmers van Katzand, Breskens, Neeltje Janzen, stellen dan de peeper. In namens Jan Keizen hebben ze er een 700 jaar. Een opstapper op de Zemerspot geweest toen de tijd de Rennibult van de Zutlans-Rennima's gepijt. Zal was nog een jatischchipper geweest. En later kwalief tijd dan. ja, halper aan de wall geworden, want dan weet toch niet meer in staat om met sneller booten naar zo'n om te gaan. Jan was op de avond van zesmaart net thuis van zijn werk in de garage toen de peeper ging. Er stond een hond op een zandplaat en het dier draagde te verdrinken. Daarna in Pennikken, vuur torenwachtig, die hadden dus gezien. En die welte dus naar onze schippertun. En ja, ik heb hier een hond op de zambank, Varioio jok uit voor een hond, voor een dier. De kreeg die zand wordt weer een mens aan dier te helpen. Dus we waren uigerrekt voor een hond, die hem de zende daad te gelukt op die van de zambank aftaan. Missie geslaagd. Jan kom weer naar huis. Ik was naar thuis en het was 8 uur een tonhoorn. Op het journal dat dus een eindste ramp gebeurt was voor de kust van Zebrug en gelijk ging de peeper. En toen zijn we dus eigenlijk toen uitgerukt. Jan stapt met zijn collega redders van Stellendam op de reddingboot de Zeeman-spot. Ze bereidde zich voor op een tergend lange reis. Ja, van Stellendam naar Zebrug. Ja, toen dat het met de beoot met de Zeeman-spot, het snelheid van ongeveer allevmal. Ja, dat doe je ruim 4 uur over, dus we hebben 4 uur. Ja, dat moet een terplaats zwarenaren. 4 uur onderweg naar een schepzrand. Nou, iets waar heel veel slacht opgezij. We wisten dus niet of tot de veel mensen, dus uit de beoot waren. En daar dus rondreven of stoffelijk overschoten om 4 uur. De watertempertuur was toen 5 graden. En er houdt echt niets gelangen uit. Dat hadden we de realiseren bij ons dus wel. Verbuiten hun bekende vare water varen de kaden en emmers van Stellendam zo snel als ze kunnen. Met behulp van zeekhaarten en de plotterzoeken ze de snelste route naar Zebrug. Er werd niet zoveel gezegd. Er was toch een aardere linie, ging toch wel, maar snel. Wat kom, een straks tegen. En ja, dat probeer je je gevoort te bereiden, maar dat kan niet. Eigenlijk, nee, je weet niet wat je aantreft daar. Ari en de andere overleefde zijn inmiddels door de slebboort naar de haven van Zebrugge gebracht. Er waren allemaal kantoren, er werd je dan ingedouten en we zitten. En het was een beetje paniek daar hoor, hij was z'n name geen namel op niks. Geven met niks. Maar er waren wel telefoons, dus je mocht aan bellen. Ari belt zijn werkgeven. Oh, ben jij dat? Ja, we zitten al te bellen wat er allemaal omweer. Er was een bastie weer nog een eestal dik erofsrad. Ik zeg ja, ik ben hier, ik ben er uitgekomen en. Ja, ja, ja. Ik moet naar huis natuurlijk. Jod, ik kom er heuzeende komte, ik kom er een auto binnen. En die lang kwam er mij teruggerijen. Jot even net vorig zei Brugge en tanken zoon. Er ging wat er wel eens wat eet of zo, voordat ik de boot op ringen of er afkwam. En bak koffie door het nemen. Als je nou daar weer rechts ziet, kom er. Dan stuur ik hem daarheen. Dan ga ik me naar huis gebeld. Ik ben gelukkig op de kant en. Wat is er dan? Wat is er dan? Ik heb hier op de boot in die siggekapse heest. Er was daar een bingnogen geweest. Met mijn dochter. Die wist het helemaal niet, eronder. Als je bing dan nooit gehoord had er een boot in gekapse heet, was ik ze ernaar opgaan. Dus ik ben er rond, wel thuis denk ik. Geven met gingen ze het tournaam op nemen in het kantoor. Allemaal mensen in Laien in ziekenhoutoen. Je kon naar de meerein, dat ziekenhuis. Dus ik was bijna die chauffeur van die ziekenhage. Ik zeg, zo. Ik heb verder niks en ik ken je mij nog zet in bij tekstijson. Ik zeg, brugge. Die gingen naar gintoe, geloof ik dat ziekenhuis. En ja, dat is goed. Dus de ben ik met de ziekenhagen bij een geree. Ik zat gewoon voorin. En die heeft mij de laatst gestopt langs de werk bij de tekstijson. Dat ben k uitgestapt. In zijn natte kleeren stinkend naar diesel-Oli. wacht Ari en half uur bij het tekstijson voorzijdbruggen. Z'n collega geeft hem een veel te grote zet droog gekleeren. en ik kan zich opvrisse in de douxruimte van het tekstijson. We gaan terug naar Jan, aan boord van de Zeemanspot. Het is één uur in de nacht dat zij arriveerde op de locatie van het incident. Ja, uit de verlechting van Schependejel te plaatsvaar. en de hele stifloegen af en aan. En ja, dat viedan en wel dan zeggen dus toen. en dicht in de butu waren, ons gemeld bij een marinevraag. de haarmaai-stijten middelburg. En daarvan waren we dus verzocht om rond het verakt te zoeken. haarmaai-stijten Milburg is een meineveger van de koninklijke marine. die je zeeland was voor een oefening. De Milburg is vanaf half tienterplaatsen en heeft de leiding. over de reddingse actie. Jan en de opvarende van de Zeemanspot krijgen de opdracht. om rond te herotten free enterprise naar mensen te zoeken in het water. We waren aan boord twee hele grote zoekenlegende lossen. En die kwam me voor op de verschansing, op de kop van de boot komen. die dus vast zetten. En dan met twee man, helemaal een puntje naar de kop toe. A, ieder achter een zoekenlicht. En dan hebben we dus eigenlijk rondjes en kort rond de boot gevaaren. Laading van veracht waren, zacht van alles breven, zwaanvesten. en alles wat kan breven dat dat kwam uit die boot natuurlijk. Een dagje dagje wat zacht, dus dan stopte je. je liepen tegen naar de schepen, stopte. En ering me dus kijken of we even met narkoven. dat je het zo koon zien. Herhaalelijk stoppende mannen omdat ze een drinkeling denken te zien. maar steeds is het valtzaalarm. De slachtoffers die geboren worden komen uit het vrak. De zeemandspot wordt gevraagd om hun brancares te brengen. Het was een te kort aan brancares, want er werd dus. de mensen per brancares niet dus toen geboren werden we dus afgevoerd. Wat was 16 brancares aan boord? Dus die hebben we hem op vrak gezet om. En daar waren vast de ploegen op bezig. Dus die hebben daar een overgegeven. Daar werd dus de mensen op de brancaal gezet. Die werd verzameld op sleboot, die dus dicht bij de haal te lag. En daar werd op de achterdag, dus hij was toch vroeg over schotten. waar dus verzameld. En iedereen nog een beetje behoog. Of tegen van leeren vertonen die werd met de hele zelf gevoerd. Dan dat de brancares en afgegeven gaan de mannen verder met zoeken. Dat doen ze de hele nacht. Het was dus een begin maat en dan is het toch behoorlijk uit. De overlevingspark aan die zijn waren toen nog niet zo. Zoals in die zijn. Ik kwam er warmt in zo. En dan de omd-de-halfjeur waren met z'n 6. Omd-de-halfje het elkaar afgelokste. Dan soms even en bakje koffie de even, temperatuur kwam. Maar dan weer ruielen. Het is vijf uur in de ochten, negen uur naar dat de vierboot is gekapsheist. Jan en de bemanning van de Zeeman-spot zoeken verder. Terwijl Ari door z'n collega wordt afgezet bij zijn baas in Rotterdam. En die heeft vanwege toen naar huis gebracht. Ik denk dat ze morgen een 6-10 was. En ik denk dat de enigste gebeeggevrisst van de hele boot. Die misschien thuis geweest is. Ik kwam binnen en toen tot de zoteile familie en van m'n broerde de kinderen die zat allemaal binnen. Die zat allemaal vriend te kijken. En er was dus een fotograaf van de telegraf die had allemaal pakken gebeld. En door had ik mijn vrouw gezegd, 'Johne en de Wille van Ieta is het niet.' Ja, maar ik moet een foto hebben voor de kron. Die moest zijn foto's hebben die stuursvast die hadden er altijd aan de rest wel. Dus die hadden ze toch nog binnengelaten. Maar ja, dan zitten wij elkaar een foto maken. Ja, het was een beetje vreemd allemaal. De mannen van de Zeeman-spot zoeken de hele nacht naar drenkelingen. Ze zijn onvermoeibar, maar ze vinden niemand. Om half 10 in de ochtend, raan 13 uur naar dat de piekper ging, krijgen ze de opdracht om te stoppen met zoeken en huiswaarts te keren. Onderweg is het still aan boord. We waren vanavond, dus die redding ervoor met die hond, dus we waren vanavond, zijzuur tot begin van de zaterdagavond, gelofd van de eind van de medder van Dam Drug waren. Zij hebben dus eigenlijk een touwege heest en ja, ik zeg, gepraat werd er eigenlijk niet in. Toen kwamen het terug in boodhuis en het idee pak uit. En je heen en weer aan de haak en we zijn nou jongens tot de volgende piep. Dat was toen eigenlijk een beetje de cultuur, je was eruit er. En je was eromte je doel te bereiken en verder. Er waren eigenlijk zo over gepraad of zo.
Dat. Ja, maar hij had er moeten worden. Dat ik ervoor had, dat ik eindste dingen mee kan maken. Later had ik wel dus dat ik ook nog zo'n raken werd. En dan. hoort hij die geluiden nog van die helisch en ook die peepen en kan als je hem van het zetje door de schepeliepen. En al de geluiden daar rondheen. Dat hoorde ik dan. Ja. Het is net wel je in de vele meest beeld. Ik weet niet, het is allemaal onwerkelijk. Je bent om iemand te retten, maar wij hebben niemand gereet. Dat gevoel komt daar wel bij en dat is ja te leurtallen eigenlijk. Ja, dat is nog wel verschillende. juur, misschien wel een jatje zoveel, die redet toch nog alles een keer daar. En terug denkt dan. Doe de mensen niet in ieder geval, je weet dat daar toch. 119 mensen verdronken zijn. Het leven geluid hebben zei de onderkoeling of doverdringking. En ja, dat is een vanwezig verschrikkelijk natuurlijk, hè. Trug naar Den Haag waar Adi de ochtend naderam begint te bezeffen. wat hij heeft meegemaakt. Nou, ik woon in de Haag in minder van de Haag zemort. Dus vlak na Haag, mijn de was zo'n koffertare Covid-19. Vanaf het is dat al die motbezen zo. Ik ben iets moorg gelijk, ik ben naar het motorevaat. Hij heeft de krant geweest. Ik ben een klijk smorgs in de koffertend en de koffertarever die krant erin gelezen. Ja, dat komt me een beetje. Dan meest je dat dat er zo voor bedoorden zijn, en dat is zo erg geweestisch. Nou, dat had ik in die toestijd ook niet helemaal bezet natuurlijk. Ja, ja, dat deed het meetje. Dan meest je dat je geluk gehad hebt. Als ik in de kabine had gezet had het fouten geweest. Want alles schoen voor elkaar natuurlijk in de klab. Anders had ik klem gezeten. Ik had nooit meer. Ja, het had er deur kunnen komen. Nou, een week zegt de ziektewetcontroleur dat Ari wel weer aan het werk kan. Nou, in die tijd was het normaal. Je had geen psychologer of zo waar je hen kon of van die hulpe. Nee, ik had geen passport en dan geen rijbewijs. Dus ik heb een weekje binnenlond gereden. Gelijk smamer, zoveel je begonnen, binnenlond gereden. En die wekt op zomaar samen, als ik ben kon weer met de boot van Nukkevlon. Dat was je spres geregeld, gewoon de passiezieer behoed. Ben ik weer naar England, en gaan we een ritje. Want het was wel de bloeding van mijn baas die reef uit slaat het bezopen. In England of naar Frankrijk naar de. naar de Russie's in Parijs. Een week na de ramp zit Ari weer met zijn vrachtwagen op een vierbood naar England. En de eerste van veel rijzen die hij nog zo maken. Ari vind het geen probleem hoeveel het drama hem niet in de koude klederen is gaan zitten. Het was wel een keer gestorven, het was een dover een beetje slecht allerlei. En toen klapt er die tegen de kant van. Maar als je de avenging ging waar je altijd alleen nou te zitten. Maar toen die zou tegen de kampa klapten, toen was ik de eerste die er hebt draat en de boven was. En die gaan ze onderwerpen met drie of vier collega's. Dat er vaak zonder smitters. En die zonder allemaal wat er lachen. Die zou gewoon mij neerrennen. Dus je blijft het wel houden, maar daarna is het wel volwie verlevert weer overgegaan. Het heeft toch wel iets met je gebleven? Ja, het is ja natuurlijk. Ja, voor de rest. Ik zeg wel, ja, ik heb het overleefd en het is helemaal goed te gaan. Dus ja, waarom is het wel een lecturer? Ik heb het wel een namensingeberrekt ook. Ik heb het wel doorgewerkt ook. Wat vond je toch te vond dat ze toen. Die is het in gezien gestaan. Die is daarna eigenlijk bijna nooit een meegeweest. Ze hebben ons meegezoeken dan jij. Ik was voor die tijd al een kanandere waars. De reek veel op Duitsland, Frankrijk. En de ging ze ook heel veel mee in de Frans-Histor. Toen ze klein was gewoon met een meterec-seven acht jaar. En dat eindeland ging ze ook wel graag mee. Want ze er maar op de beoot ging met dringeltje in. En ik kreeg ze er wel lozen van mijn heerste uit. Vond ze allemaal leuk. Maar daarna is ze bijna nooit meegeweest. In alle officielle rapporten naderam wordt het goede werk van de bemanning van de zeemanspot geprezen. Maar gezien de droevergen omstandigheden wordt de bemanning niet onderschrijden. We hebben later een herinneringsmiddag gehaald. En dan ging het door de koning door de komershaarers van de koning in. We staan namelijk natuurlijk net Zuid-Holam. Dus we waren het enige stationen van de bij. Zuid-Holam te horen. En we hebben dus van de komershaarers van de koning in. Deër-Pateing die heeft toen die herinneringsmiddag is 17. Die heeft toen uitgerijkt. De betankblieven van de toemalige Britse project Thatcher. En was zade, het was echt een norm gewaardeerd. Ja, dat achteraf wel. Ja, dat is goed. Ja, zeker wel. Maakt dat een beetje dat die te leurstelling goed? Ja, er is misschien wel. Ik zie het niet als een verdienste, ik zie het echt als een herinnering. Want als ook die medaille niet gehad hebben, dan vond het leuk dat ik een kreeg aardiger heb dat wij hem kreeg hebben. Maar het zie je niet als een verdienste. Voor een prestatie, nee, het is echt een herinnering. Ik heb altijd een beetje als instelling. Een geslagende redding is onze belooning. We zijn vrijwilliger. En een geslagende redding is onze belooning. Hij heeft er wel veel geret in al die jaren. Ik heb zelf geret geret. Ik zeg maar, mensen een half verleend. Het was dus bij mijn afgeed, en toen kwam dus aan het licht. Dat ik meegedaan had aan 951 uitdrückingen. Waarbij er zo ongeveer 2, 2, 2, 2, 200, mensen een half verleend was. Maar dus ze je het ook bewolpt die honbe. Maar toch? Of een festival met peigbeende, maar ze zijn ook heel eindstiger dingen bij, waar mensen dus verdronkozijn. Met al die ervaring is dan hoeveel jaar je zit? Rijn 40 jaar. Rijn 40 jaar. Wat zou je willen zeggen tegen de nieuwste generatie, cereders? Ja, het doet het met hard en zeer. En al die ergetingen. Ja, ik vind het toch wel een goede zaak, denk ik dat het toch wel. Nu in dus een beetje een na behandeling. Eerst dan, na eindstiger dingen. Een trouw maar verwerkend, dat is wel, denk ik het toch wel een goede zaak. Tot zover een deel 1 van het verhaal over de herrote Free Enterprise. Bedankt Adi en Jan voor de deel van jullie verhaal. Volgende week zijn we terug met deel 2. Daarin hoor je Redder Peter die met de Kana Remmers haar neeltje Janth al om 10 uur te plaatsen was. Peter vertelt hoe hij in het vrak klom om te redden wat er nog te redden viel. En je hoort Fritz Spitz, de tijdspresentator op Radio 1, over hoe hij verslagdeit van de ramp. Wil je geen aflevering missen, abonneer je dan op deze serie en laat vooral weten wat je van deze aflevering vond. Heb je een vraag of wil je iets kwijt? Je kunt meelen of onze voorsmel in te spreken, de info vind je in de beschrijving van deze podcast. We bedanken Fisherman's Friend voor het mogelijk maken van deze podcast. De Kana Rem bestaat alleen dankzij Donaturs. Steuende vrijwillige Redder's op Zee ook en wordt Donatur via Kana Rem.nL. Deze podcast is een productie van P&P Media, montage en regie door Tvand Mensink, en master door Basmelis en Carlos de La Fiora. Mijn naam is Rulofem, bedankt voor het lastig.