Go back

Ds. P. Verhaar | Een zoekende ziel wordt gevonden | Johannes 1 vers 47

55m 20s

Ds. P. Verhaar | Een zoekende ziel wordt gevonden | Johannes 1 vers 47

De schriftlezing uit Johannes 1:35-52 beschrijft de roeping van de eerste discipelen, waaronder Andreas, Simon Petrus, Filippus en Natanaël. Johannes de Doper wijst zijn volgelingen op Jezus als het "Lam Gods", waarna zij Jezus volgen. Andreas vertelt zijn broer Simon Petrus over Jezus, en Filippus nodigt Natanaël uit. Natanaël reageert sceptisch omdat Jezus uit Nazareth komt, maar wanneer Jezus hem onder de vijgenboom zag, erkent Natanaël Hem als de Zoon van God. De preek benadrukt dat wie God liefheeft, ook anderen zal willen vertellen over Jezus, zoals Filippus deed. Het illustreert hoe twijfel kan omslaan in geloof door een persoonlijke ontmoeting met Christus, die zondaars zoekt en redt. De boodschap spoort aan om actief het geloof te delen, vanuit liefde voor God en de naaste.

Transcription

6778 Words, 36048 Characters

Dutch
De schriftlezing deze middag vindt u in God's woord in het evenangeedie naar de beschrijving van Johannes. Daarnaast de eerste halfstuk vers 35 tot met 52. De schriftlezing van middag is het laatste gedeelte van Johannes 1. Vers 35 tot het einde. Daar lezen we een gods heilig en onveilbaar woord in Johannes 1 van afvars 35 als volgt. Dezander dag zweed erom stond Johannes en twee uit zijn discipline. En zien de op Jezus daar wandelende zijde hij "Zie het lambgot". En die twee discipline horen hem dat spreken en zij volgt de Jezus. En Jezus zich omkierende en zien de hen volgen zijde tot hen "wat zoekt jij?" En zij zeiden tot hem "rabi". Het welke is te zeggen over gezet zijn de meester. Waar woont jij? Hij zeiden tot hen "komt" en "ziet". Ze kwamen en zagen waar hij wonden en bleven die dag bij hem. En het was omtrend de tiende uren. Andreas, de broeder van Simon Peterus, was één van de twee die het van Johannes gehoord hadden en hem gevolgd waren. Deze vanteert zijn broeder Simon en zijde tot hem. Hij bevonden de messias, het welke is, over gezet zijn de Christes. En hij leiden hem tot Jezus. En Jezus hem aanzien de zeeden. Gezeet Simon de zoon van Jonah. Gezeelt genamt worden cifas, het welk, over gezet zijn, over gezet wordt Peterus. En het andere dag wil de Jezus heen gaan naar Galiléa. En vond Philippus en zijde tot hem "volg mee". En Philippus nu was van betzida uit de stad van Andreas en Peterus. En Philippus vond Natanne el en zijde tot hem. We hebben die gevonden van welke mosjes in de wet geschreven heeft en de profeten. Namelijk Jezus de zoon van Joseph, van Nazareth. En Natanne el zijde tot hem. Kan uit Nazareth iets goed zijn. Philippus zeiden tot hem "kom en zie". Jezus zag Natanne el tot zich komen en zijde tot hem " zie, waarlijken isra elit in welke geen bedroog is". Natanne el zijde tot hem. Van waar kent hij mij? Jezus antwoord en zijde tot hem "er u Philippus riep, daargei onder de vee gebomwaard, zag ik u". Natanne el antwoord en zijde tot hem "rabi". Gei zijde zoon, God's gei zijde koning israels. Jezus antwoord en zijde tot hem "omdat ik u gezegd heb, ik zag u onder de vee gebom zo geloft gei". Gei zult groter dingen zien dan deze. En zijde tot hem "een voorwaar", voorwaar zeg ik "u diede, een van nu aan, zult gei de heemolzien geopend en de Engel God's opklimmende en neerdalende op de zoon des mensen tot zover de schriftlezing". Gemeente. We kennen het spreekvoortwil, waar het hartvoll van is, dan lopen de mond van over. Waar je heel erg druk mee bent, waar je mee bezig bent, dan draaien je over. Dat wil je ook. Je merkt dat aan een van de jongeren als je met ze spreekt, dan gaat het over de opleiding en als je begonnen bent met je statie wil je dat vertellen of misschien wel, met de werk kring waar je je begon. En een ander heeft het over dat die verkeeringsmacht krijgen. En die heeft het over zijn vriendin, over zijn vriendin, over dat mooie dat gebeurt die je leven. Je hoeft ook bij een ouderen. Dan gaat het over het gezin, of soms over de eentzamheid dat het zo stil kan zijn. In want het heeft over zijn werk. Misschien over de financiën. Dat is niet makkelijk als je de eindjes aan elkaar moet knopen en dat zorgen geeft. Of je hoort over dat ziekenhuisonderzoek dat er aankomt en de spanning die het geeft, wat zal de gevonden worden? Waar het hart vol van is, staat er wel op de mond van over. En hopelijk is het bij jongen ook zo. Dat dan gehoort wordt welke plaats dat de heren je leven inneemt. Natuurlijk begrijp ik wel als Amsterdam bij je niet zo objectief. Want als je dan op bezoek komt, natuurlijk dan wordt daar over gepraat welke plek dat de bijbel in het gezin heeft of bij iemand alleen en over kerkelijke zaken. En natuurlijk, dan gaat het om, wie nu de herriezes is in het leven. Waar is ons hart vol van? Maar ik denk ook aan die ansraagere die niet alleen anteluk op bezoek is, maar die ook door de week zijn werk heeft en in heel veel andere verbanden zich het geeft. Waar is die dan druk met je? Merk je dan ook. En hoe is dat met u? Met jou? Weet een ander hoe u staat tegenover God? Gaat dat in de gesprek ook wel eens over? Over de geestelijke zaken en wie de heren voor u en mij is? En de mensen die wil goed kennen weten wel hoe zij er voordeligen als het gaat over de zaken van de eeuwenheid. We weten ook hoe het tussen de heren en de ziel is. Weet u of dat die naast een God ook zoekt? Misschien kan het ook wel eens beklen. Dat die zegt ja, maar bij ons was dat niet zo gebruikelijk om daar over te praten. En dan blijft het wat still. In het schriss gedeelte dat we gelezen hebben. Daar gaat het over vrienden die elkaar echt kennen. Ze weten waar ze elkaar kunnen vinden en ze weten ook wat er van binnen leeft in hun hart. En dan willen we van middag eens luisteren naar de ontmoeting tussen Jezus en Natanel. Maar ook hoe dat Natanel tot Jezus geleid wordt. In tekst voor de prijk vind u in het uvolgende deze schrift gedeelte Johannes Eén. En dan noem ik wel tekst vers 47. Johannes Eén vers 47. Natanel zijde tot hen. Kan u langs er iets goed zijn. Philippe zijde tot hem kom en zie tot zover onze tekst. En dan noem ik wel eens teema voor de prijdeking. Een zoekende ziel wordt gevonden. En we verteiden we de prijken in vier punten. Als eerste opgesochd door Philippes. Als tweede twijfel bij Natanel. Als derde gewonden door Jezus en als vierde zekerheid bij Natanel. Dus ons eerste punt opgesochd door Philippes. Matee is Marken zijn Lukas die vertellen allemaal over de eerste discipline van der Jezus. Hoe ze midden in hun werk geroepen werden als het waarde stil gezet er uitgeroepen volg mij na. Ze moeten Jezus volgen. Ze worden als waren losgeschuurd van hun dagelijkse beslommeringen. Maar bij sommig. is er al een eerderen ontmoeting geweest. En dat kunnen we lezen bij Johannes. Johannes die schrijft over de eerste discipline. En dan laat Johannes daar een fijn gevoeligheid merken. Dat is heel mooi om te lezen. Want dan blijkt het te gaan over mensen die zoek kunnen zijn. Dus dat leven, dat was niet allemaal even duidelijk. Het lag niet allemaal even vast. Het is niet allemaal even zeker. Het zijn mensen die met vragen lopen. Ze zien op een bepaalde manier uit naar Christus. Ze hebben een verlossing nodig. Ze zoeken in een heiland. En Johannes die weet waarover hij schrijft. Want zelf was die een van die mannen. Hij is een van de eerste discipline. Hij verkeerde daar een tijd bij Johannes de dooper die daar prijkte. En Johannes de dooper stuurde er dan als het waarde door. Want Johannes de dooper prijkte over de herriezes die komen zorg. En samen met Andreas luisterde Johannes naar de prijk van Johannes de dooper. En dat was een duidelijke prijk want dat was die prijk bekleert u. En het was ook die prijk waar een waard naar Christus geweest werd. Ziet het lambgots dat de zonde derweer ooit weg neemt. Toen de herriezes daar was en Johannes op een wees had een dag blijven ze nog bij Johannes de dooper. Maar de volgende dag ging ze toen achter jezus aan. Johannes en Andreas samen. Ze hebben Christus gevolgd. Het is tot een gesprek gekomen en Johannes is het nooit vergeten hoe ze die dag bij jezus zijn gebleven. Want als die je op hoge leeftijd dan opgats schrijven dan schrijft hij het. Ik weet het nog, het was de tind uur. Toen was het. En vervolgens laat Johannes dan zien hoe het verder is gegaan. Andreas is na die ooit moeting met de herriezes de baldschap gaan brengen dat Jezus de Messias is aan zijn eigen broer. Als Simon. En Simon is ook bij de herriezes gekomen en die krijgt een naam Sevas. Dat is Petrus. En waarschijnlijk heeft Johannes hetzelf ook als een broer verteld. Johannes heeft het een Jacobus vergeien met verteld. En later hoor je Johannes en Jacobus steeds samen genoemd worden. Johannes laat in ieder geval zien de baldschap wordt doorgegeven. Andreas, Simon, hij zelf aan Jacobus en dan verteld Petrus Simon. Simon Petrus die vertelt het aan zijn plaatsgenoot aan Philippes. Philippes die was net als Simon Petrus in bedzijda. En Philippes die vertelt het aan weer tegen Nataneel. En gemeenten zie je een prachtige lijn. Iemand die overtuigd is van de waarheid. Die overtuigd is van Jezus is de Messias. Daar kun je je zaligheid krijgen. Daar kun je verlost worden. Hem hebt je nodig. Als God's geest gaat werken, dan krijg je liefde tot God er kan niet missen. Dan krijg je ook bevolgenheid met de ander. Met je naast. Dan wil je die ook verterde over wie de heren is. En je ziet dat hier wel heel direct die baldschap die wil, die wil dus door gaan vertellen. Dat moet ook een ander horen. En aan de ene kant het langvogen waar het ook heen gaat. En aan de andere kant als Philippes dan bij Jezus komt, heeft de opdracht gekregen volg mij. Dan is wat die de volgende dag doet. Als de vriend gaat, die moet het ook horen. Dus de eerste en de tweede tafel van God's wet hebben alles met elkaar te maken. Als er liefde tot God is, komt er ook liefde tot de naast. Dus je ziet heel mooi hier in Johannes 1. Wat een les. Want dan hebben we ons eigen leven de naast te leggen. Is dat herkendbaar? Als je God lief hebt, dan heb je het ook je naast te lief. Dan heb je het ook de ziel van je kind, van je vriend, van je klasgenoot, van je collega die. En als er aan de gelegenheid is om te laten zien wie de her is, ja misschien mag je er ook overpraten. Maar ja, het is ook vaak dat je door je manier van leven mag laten zien dat je God lief mag krijgen. Nou, zou ik al me bij dat gedeelte van de vanmiddeg, tekst gedeelte van de Breek. In Vers 46 staat Philippus Vond Natanel. Nou, Philippus die kent Natanel. Natanel die wond in Kana. Dat kunnen we nalezen in Johannes 21 trouwens. Kana, dat ligt in het heuveland van Galilea. Dat is een paar uur lopen. Nou, nog weg, heel wat u het is lopen, u vannt af, bedzijden. En Philippus wei het dat Natanel ook uitziet naar de messias. Die zou het zo kunnen zeggen. Natanel is er ook zo een keer die hort bij die gene die de vertrouwsting is er als verwachten. U weet wel uit Lukas. Met Simon Johan En Anna die de vertrouwsting van is er al verwachten, die waarde. Natanel. Dat is een echte ebreeuze nam. Philippus trouwens dan zijn greekse nam. Philippus betekent liefhebber van paarden hoe dat die ouders er nu toe gekomen zijn om een kind 10 nam te geven. Dat begrijp ik niet zo goed. Maar Natanel, dat is een ebreeuze nam, dat betekent van Godgegeven. Nou, in die nam van Godgegeven, daar hoel je een beleiden is van die ouders die bestefen het een kind hebben ze van Godgegeven van Godgegeven. Nou, Philippus, die vind Natanel. Dat betekent dus dat hun Philippus op zoekgegaaningsheft Natanel op gezogd, hij is daar kana geraan. Dat is zo'n 30 kilometer bij betzij daarvan dan. Dus ja, dat is in de datig wel een dag lopen. Hij heeft hem gezogd en heeft hem gevonden. Dat is logisch, hè. Als er staat dat hij hem gevonden heeft, dan is er zoeken aan vooraf geraan. Nou, ja, als je wat kwijt bent, dan moet je het opzoeken. Dat is in het gewoon een leven ook zo. En zeker van onze jongeren die weten dat wel, als je je portemonnee kwijt bent, dan moet je hem opzoeken. Als je idek kwijt bent, nou, wat kan het in een speertochte zijn in de huis voordat je eindelijk dat ding weer gevonden hebt? Of als je je mobiel kwijt bent? Nou, soms helemaal paniek. Waar is mijn mobieltje? Nou, werken er net wel. Hier bent wat kwijt en je gaat het opzoeken. In het geestwukje is dat er ook zo. Philippus, hij zegt tegen Natanel, daar onder de vijgenbond, wij hebben din gevonden. En dat is veel meer dan dat Philippus Natanel gevonden heeft. Nee, hij zegt, wij hebben din gevonden. En natuurlijk Natanel over wie Philippus het hier heeft. Want die twee mannen kennen elkaar. Ze weten waar hun hart naar uit gaat. Dus ze zijn verwachtende de messias. We hebben Jezus gevonden. Dat bedoelt Philippus. Dus waar hem gezogd en hem gevonden, hem kwijt zijn. God meese en God niet meer te kunnen meese. Er kent u het? Misschien nu leven ook wel. Wat je zegt van jou, maar ik ben God kwijt. Ik miss God en ik kan God niet meer meese. Dan ga je God zoeken. En dan maakt de heerde zich bekend, is een woord. Dan mag je ervan horen onder de prijk. In die weg. Missen. Zoeken. Ja, dan komt ook dat vinden. Want dat zegt die hier ook. Dat hij zich laat vindt. En dat we hem zoekt ook zo vinden. Nou dat zie je heel mooi in deze geschiedenis. Dus Philippus, die vertelt aan dat wat er in zijn hart zit van wij zoeken de mesias. Ik heb hem oog gevinden. En dan komen wij tweede punt. Twee voel. Wij na Taneel. Dan volgt er een bijzonder gesprek. Na Taneel wordt aangesproken door zijn vrienden, die je merkte twee hebben geestelijke banden. Philippus vindt Nataneel op zijn plekje waar hij hem wel dag te vinden daaronder de wij gebouw. Dat is heel wat over afgeschreven waarom Natane om nu onder die wij gebouw zou zitten. De ene zegt dat was gewoon een mooi rustig plekje daar in de schadeel. En verder niks bijonder. Misschien zat hij eruit rusten. Volgens de jotse schrijverster Rabijn. Niet zeggen van ja maar onder de wij gebouw. Dat is nou bijuitstek een plaats om te studeren om de toeraag wat wordt te lezen. Een geschikte plaats voor studie. En in het oude testament. Ja, daar vind je de wij gebouw nogal eens een keer genoemd als het zitten onder de wij gebouw. Als een plek van vreden, van voorspoet, van het genieten van gods aanwezigheid. Nou ja, we moeten maar niet te veel maken van die wij gebouw. Straks wordt het duidelijk dat Jezus het weet. Dat er bij Jezus goddelijke kennis is al weten tijd. En dat Nataneel daar zat onder die bong. Het meest voor de antliggend lijkt me trouwens dat Nataneel, die man die zoveel weet uit de bijbel, zoveel weet van de schrift, daar zijn plek heeft om gods woorden te lezen, om te overdenken, dat hij met die dingen bezig is. Kijk, dat is niet van onze tijd alleen. Dat we zeggen, het is belangrijk om stille tijd te hebben. Dat is van alle tijden geweest. Dat had zo Nataneel ook nodig om te overdenken wat de hier zegt. Zo is het toch ook als wij tijd nemen om te beden. Dan is het beden, dan is het lezen in de bijbel, wat zegt de heren. Je brengt het opnieuw in gebet bij de heren. Het is dat leven van een vragen, een zoeken van hier, maakt u zichzelf bekend. Spreekt u ook tot mijn ziel? Nataneel, dat is een uitzindem man die ziet uit naar de komst van de Messias. En in het oude testement, waar Nataneel zo goed in thuis is, gaat het dikwels over de Messias. Ja, alles wijst in het oude testement heen naar de herriezes, die komen zo. Nataneel begrijpt ook in één keer waar Philippe is opdueld als die zegt, wij hebben die gevonden van welke most is in de wetgeschreven heeft in de profeten. Nataneel ziet uit naar de komst van de Messias. Hij ziet uit naar Christus. Hij ziet daar onder zijn wij gebouw. Zo, het nu de tijd zijn waar Philippe is over spreekt dat de Messias komt. Je merkt als het waren de gedachten van Nataneel gaan. Misschien heeft hij al gedacht en zag Gerië III. Daar gaat het over de tijd dat de Messias al komen, de spruiten wordt hij daar genoemd. Toen die dagesprekte hier er heers scharen, zult geen diederen niegelijkse naast te nodig tot onder de weinstok en tot onder de weingebouw. Wat zou het goed zijn in de tijd dat de Messias er is als Christus komt? Dan zou het wel een tijd van vrede zijn. Is dat nu deze tijd? Nataneel kan dat niet helemaal bij elkaar krijgen, want van de Messias staat, hij kent eens geriefde. Ik zal de ongerechtighet deze slands op één dag weg nemen. Zal dat nu zijn? Het is juist een tijd met zoveel ongerechtighet. Zal nu de Messias komen? Het is de tijd dat de Romeinen heers over Ezer Elk. Het is een tijd met heel veel Godzienst, jouw elk. Maar Nataneel prikt daar wel door in. Er is heel veel Godzienst zonder dat God er echt in wordt gediend. Zoveel Godzienst, zonder een levend uitzin naar de heren. Menselijk gezien zou je zeggen dat het is een hele ongeschikte tijd voor de Messias om nu te komen. En nu zegt zijn vriendzegd Philippe is dat dat hij de Messias heeft ontnodd. Misschien herkent het wel. Dat is echt ja van. Als ik daarover na zit te denken. Misschien anderhalve jaar terug, toen je zo met de dingen van de hierbezig was. Toen was het toch de geschikte tijd dat de hier in je leven zou komen. Maar vandaag. Natuurlijk, je bent op deze zondag mee dat naar de kerk gekomen. Zijn we zo gewend? Het is goed. Maar om nu te zeggen van dat het haar brandende in u was, ben gewoon gekomen. Is dit nu de geschikte tijd? We zal de heren nu spreken, op deze zondag mee, dat tot uw ziel. Eigenlijk. Ik kan het niet geloven. Zoveel zon. Maar last van het. Wat je juist in de weg staat. Ja, zeg het, als ik. Als dat nou beter wordt, dan zal de heren misschien wel naar mij luisteren. Ik wil dit nog verbeteren, dat nog wat opknappen. En dan is het dan tot hier een bit. Dan hoop ik dat God namens een luister. Hoort u wat die zegt? Wat die denkt. Dan zeg je als het ware van, ik heb de heren wel nodig. Maar ik wil eerst aan het helemaal zelf doen. En dan voor het laatste beetje, voor het laatste rest je hebt je. Er jeeze is nog nodig. Daar z'n wel beledigend vocht. Als je zeg, heerlijk heb je nodig, maar nu nog niet. Ik ga eerst nog dit en dat een opknappen, een bij te doen en dan. Dan wil je jeeze wel assalig maken. Maar je wil hem. Er is een hele ene top weg helpen. Je is zelf nog een goed maken. Gemen je dat dat is een ontering van de heren? Want hij is een volkomen zaligdmaker. Dat is toch de boutschap die in de bijbel leest. Dat hij er gekomen is om te zoeken en zalig te maken, wat verloor is. Als er nou een van middag iemand is, die zegt van ja, zo'n verloor. Ik ben ik zo'n zonder. Ik ben niet zo'n beste. En ik krijg het helemaal niet van mijn karomen zelf op te knappen. Nou, vraag het hier ook niet. Deer is echt. Dit is een getrouwwoord en alle aanemening waardigd dat jeeze. Dat Christus jeeze is in de wereld gekomen is om de zondaarsalig te maken. Dus de heren vraag niet is dat je nog meer bent. Nee, zonder. Zonder gaat hij zalig maken. Begrijpt u? Natanel loopt er wat mee vast als Philippe's dit zegt. Natanel, wat is dat voor iemand? Nou, Philippe's die weist op Moses en de profeten, daar gaat het over de Messias. Nou, dan heb je het misschien gezien. In uw bijbel was er ook wel de heel veel textverwezingen genoemd, waar je in het oude testament kan zien dat de Messias aangekondigd werd. Dat er al de verwachting was van de herenesis die komen zou. Een textverwezing en deutere normie, een 18 ver 18, een profeet uit het midden van u, uit uw broeder als mij. Ja, dus daar gaat het over de herenesis. Een profeet uit uw broeder. Misschien denk Natanel aan Ezeegiel. Ezeegiel 34, 23 en ik zal u 1, 1 herder over en verwekken. Ja, dan gaat het over de herenesis die als een herder wordt voorgesteld. Nou, dat zijn allemaal teksten die wij ze heen naar de beloofde verlosser. Maar dan zegt Philippe's iets dat kan Natanel niet rijmen met wat die weten uit het oude testament. Want dan zegt Philippe's namelijk Jesus, de zoon van Joseph van Nazareth. Natanel kent de schriften. Hij heeft hoge gedachten van de Messias, maar dit klinkt zo aardz. De zoon van Joseph uit Nazareth. Dat klopt niet met zijn gedachten. Maar klopt ook niet met de schrift, met de profeetie. Want de Messias zou toch de zoon van David zijn. En die zou het Bethlehem komen. Dat staat hij migra. Hij bent Bethlehem Everater. Nergens in het oude testament lees je over Naseret. Maar misschien iemand die wat hebreus kent, die zegt dat. Maar ja, die komt het wel een beetje tegen. Als het gaat over de spruiten, staat er in het hebreus netzer. En dat is dezelfde vorm van Naseret. Maar ja, dat moet je toch wel wat stappen maken. Heel direct wordt er niet over Naseret gesproken. Dus hoe zit dat dan? Er komt twijfel bij Natanael. Wat Filipus zegt, klinkt wel mooi, maar klopt niet. Het kan niet. En dan is het nog wat te begrijpen. Want laat het weerlijk zijn, die prijk van Filipus. Die is wel gebrekker. Er is nog zoveel onweten tijd bij Filipus. Dat is wel moeilijk. Als de prede kie niet helder is. Wat moet je daar nou mee? Hoe reageert Filipus op die weerstand van Natanael? Nou, Filipus die raakt niet van strek. Filipus die weet dat het waar is. En die reactie van Natanael doet er geen afbruik aan. Want Jezus is de Christus. Hij heeft het zelfgehoord gezien. Hij weet het. Hij heeft uit de mond van Eerijzus gehoord volg mij. Dat niet. Gaat nu Filipus een heel discussiefoeren met Natanael? Ja, zou ze altijd erabijnen doen. Niet zouden een heel lang gesprek gaan voeren met al die verschillende punten. Nee, Filipus voelt wel aan. Redeneren en uitleggen. Dat helpt hier niet. Er is maar één oplossing, maar één die dit tot helderheid kan brengen. Dat is derrieze zelf. Daar moet die zijn. Met al zijn twijfers, met al zijn vragen, is er maar één weg. Dat is de weg tot hier, naar hem zelf. En als een goed die naar van Christus mag Filipus Natanael op hem wijzen. En als het goed is, is dat ook het verlangen bij iedere amstrager. Om net als een Andréja's, net als een Filipus heen te wijzen naar de Heryijzus. Maar bij Filipus gaat het nog wat verder. Het is niet alleen het heenwijzen van daar moeten zijn. Nee, Filipus die zegt tegen Natanael, kom en zie, laten we samen gaan. Dus als ik al zou kunnen zeggen, Filipus is niet alleen die wegwijzer. Hij is de gids die ook zelf meegaat. Het is voor Filipus van belang. En het is voor Natanael ook van belang. Dus hij gebruikt precies dat wat in dit in deze omstandigheden gepast is. Kom en zie. Ga naar derde punt. Gewonden door Jezus. Filipus doet wat hij moet doen. Hij houdt zijn vriend de weg naar de Heryijzus voor. En ondanks een gebrekkige kennis van Christus zegt hij, daarheen. Daar moet je zijn. Kom en zie. Later heeft Filipus al wel helder deur mogen prijken. Want toen de discipline, twee aan twee het landdoorgingen, heeft ook Filipus geprekt. En heeft hij het even een van geel die laten horen, die goede baldschap. Machten de wonderen ook het woord onder strepen. Machten die mensen vertellen van dat lampgat. En verder lees we niet zoveel me van Filipus. En het nieuwe testenwindleesje van een diaken-filipus. Dat is een ander met die mormen. Het gaat hierover de discipline. Je komt nog tegen met de wondenbare spijzing. Maar verder lees we niet zoveel van Filipus. Vanuit de kerk geschieden is weten we dat Filipus na de pingsterdag ook het woord verkonden geeft. En dat hij uiteindelijk ook de marteldout is gestorven. Dus Filipus hier, nou dat was nog best met allerlei gebruiken. Later heeft hij wel helder deur mogen prijken. Als hij Jezus, de zoon van Joseph, nond, dan klinkt niet het volwe even aan G die door. En toch doet Filipus het goed als hij zegt, kom en zie. Dat is nou inhoudelijk het ene juister, want alleen de herriezes kan die zielerraatsels oplossen. En daarmee handeld Filipus ook in de lijn van zijn meester. Want toen Johanis en Andreas derriezes volgde. En vroeger waren we onder. Toen ze de herriezes het zelf komt en zit een nu zegt Filipus dat kom en zie, ga het u maar mee na Taneel. Kom met me mee. Hij is tevand overtuigd dat als na Taneel bij Christus al komen dat het toch een oplossing komt. Het gaat om de ontmoeting met de herriezes Christus. Dus niet redineren en op een afstand blijven, maar kom en zie, je niet verschuilen achter alle leewaareden. Maar tot hier kom. Johanis die heeft het geschreven en wij bezin herlekheid aan schoud op een goed kijk. Dat is de wil van God. Christus zien en in hem geloven. Johanis 6 zegt de herriezes het zelfs al duidelijk. Dit is de wil dat de zoon aan schoud in hem geloofde het eeuwige leven hebben. De stiddest de wil van God die mij gezonde heeft dat wie de zoon aan schoud die hem ziet en in hem geloofde het eeuwige leven heeft. Als je dat hoofd hebt, wat de herriezes zich vergelijkt met dat heemelse mannen. Kom en zie. Het zijn twee werkmoerde komen en zien. Het zijn twee woorden waarmee hier het gaat over het warre geloofd. Dat wordt daarmee aangetuit komen dat is het geloof in Christus. Zie hem aan schouwen in het geloof. Daar gaat het over. In het eeuwige, in de beschrijving van Johanis, dan gaat het ook over in de predekking van vandaag. Want de doelstelling van het Bible boek, dat vindt je in alstuk 20. In alstuk 21 en 30 staat, maar deze zijn gescheven op dat geige loofd dat Jesus is de Christus zoonigat. En op dat geige loofd het leven hebt in zijn naam. Dus daar gaat het om. De predekking gaat uit. Het eeuwige is gescheven. Wij mogen het lezen op dat geige loofd dat Jesus is de Christus zoon van God. Dus Natanel, met al zijn bedenkingen, gaat mee met Philippus. Dat is ook bijzonder. Het ruistert naar die goede raad. Dat kunnen allerlei vragen zijn in ons leven. Heel veel geestelijke vragen. Het is goed, als we vragen hebben van hoe kunnen we nu rechtvaardig vol God verschijnen. En vragen over het geloof, het is veel erger als de geen vragen zijn. Want dat gebeurt er niks. Maar als er wel die vragen zijn. Ja, dan moet dat wel een oplossing komen. Als je het merkt dat er gezocht wordt en geworst wilt wordt, hoe moet dat toch? Hoe kan ik voor God bestaan? Dan is het goed als je hort over het bukeering, over omkeer, terucht hier tot God. Maar je moet niet met je eigen gedacht en met je eigen dochma's gaan rekenen. Nee, wat hier staat, kom en zie, het staat er heel eenvoudig in de tekst om tot de hier te komen. Klingt heel eenvoudig of niet? Misschien zegt er iemand van je, maar dat gaat toch zo maar niet. Nou goed opletten. Want die opmerking, het gaat toch zo maar niet. Nou kan een hele makkelijke opmerking zijn, zoveel aan het gaan zo maar niet. Ik heb het er even gezien in. Ik blijf fijden op afstand. Ik hore het aan en ik zeg, ja, maar het gaan zo maar niet. Ik blijf tezelfde. Het kan ook zeggen dat je op de bezoeken hort hier opmerking, maar het gaat toch zo maar niet. Je praat er over door en je merkt daar zit een hunkering achter, een worsteling achter van hoe goed dat is. Hoe kan het nu? Die want die is bang dat er wat in handen gestopt wordt. Want ja, wat moet je daarmee? Het moet toch van God gegeven worden? Ja, wat dan? Met die nood, met die ommoog gelukheid. Ik mag wel heel eenvoudig die wegwijzen. Bring het namelijk van Godzaam gezicht. Lekker maar al die vragen in het gebet voor de hieren neer. Want de hieren hoort. En hij verhoort op zijn tijd. En dat staat de ouderlijk in de bijbel, wie tot hem komt, wordt niet uitgeworpen. Samen komen, Filipus en Natanael tot hierrejesis. Was uiteindelijk is de herriejes in Galilea? Want hij is van de Jordanael het noordigend trokken. Een treffen staat er dan in vers 48. Jezus zag Natanael tot zich komen. Daven springt het perspektief. Het ging hele tijd over Filipus en Natanael. Dan gaat het van de herriejes uit. Een zoldrade herriejes, Natanael, zie het. Beginn hij ook met spreken. Zie, waardluk hun isreliet in welke geen bedroog is. Wat betekent dat? Nou, is Natanael een bekeerde man? Een waarde isreliet? Dat is een goedlezen. Zo staat het er niet. Waardluk hun isreliet, dus dat is echt hun isreliet. Een nakomeling van Abraham, hij is ook een jakel. En van hem staat dat er geen bedroog is. Nou, woorden het, die Natanael die kende het bijbel. Ik hoop dat u de bijbel ook, en wat moet u aan denken? Als u aan het oude testen bent, denk dat het gaat over een isreliet in welke geen bedroog is. Dat is echt van ja, dat snap ik daar. Daarvan lezen ik in het oude testen bent. Wie had er, jongens, wie had er de naam Israel? Een isreliet gaat het over. Nou, misschien weet je dat wel, dat je op schoel van goeid, dat was Jacob. Jacob had die nieuwe naam gekregen, Israel. Wat was dat? Bij die beikte jabok, daar worstelde hij met een man, een man hier. En toen had de heeren hem een nieuwe naam gegeven. Jacob werd Israel. Nou, Jacob daar was niet zo'n beste. Die had zijn broerbedroog, die had zijn vader, die blind was bedroog. Toen ging hij naar Omlaban, daar deed hij ook al zellig soort dingen. Dus dat was er een van de stuelspeltjes, een bedrieger. Maar de heer had hem opgezocht. Je krijgt een naam Israel. Je hebt je voorstelig gedragen. En nu zegt de heeren van Natanel. Een israeliet in welke geen bedroog is. Dus dat is dat getuigen is, dat Natanel oprecht is. Geen bedroog. Dat die Natanel gaat eerlijk om met de dingen van de heeren. Zijn hart gaat uit naar God, hij ziet uit naar de komst van de Messias. Is dat al genad? Nou, zeker eens in wel, maar hoe je precies uit moet leggen. Dus hiervan hoopvol teken dat dit er van Natanel staat. En wat ik wel zeker weet is, waar de heeren begint, werkt de heeren door. En dat zie je ook hier bij Natanel oprecht. Zal dat er ook van u gezegd kunnen worden? Van jou, van mij? Natanel kent dus schrift. Zijn hart gaat uit naar God, die Natanel kent dat worst om hun leven net zoals Jacob in de auto-testement. Die worsteling omgenaden om de zeigen van God. Nee, je wordt niet zannig om je worstelen om je bijbel, deze om je bidden. Maar het is wel in die weg dat de heeren wil overkomen. En de heeren gegeest schent het net als bij Natanel. En als ik het hier gebeurde, er jezus neemt het initiatief. Jezus zag hem, die gaat tegen hem spreken. De steere weet het, wat er in de stilte gebeurt in uw huis, in uw hart. Als je God zoekt. En als je het begrijpt, je moet strijde tegen de zonde. En als je de steeds meer achter komt, ja, maar ik heb het helemaal niet verdiend. Hoe zou ik nu zalen kunnen worden? En je leert je arglistig hart kennen, arglistig. Dat wordt uit hier remier, dat betekent hij ook Jacob. In Jacob zat er nog een arglistig hart, dan staat er diezelfde vorm van Jacob. Dus dat jaarkoops had je je leertijd kennen. En het wordt hier steeds duidelijker. Ik ga mezelf niet verbeteren, dat lukt niet. We moeten ondergeburden. Ik heb de heeren nodig. Nou, Natanel liet ze toch veel liepen, ze zijn aan de stoppen. We moeten bij de hierreisers komen. Hij heeft de heeren nodig. Net als Jacob, die zei je toch, ik laat u niet gaan tenzijgij mij zeigend. En dan luistert Natanel. Na die gebrekken gepredenken, na die verlippers. En hij gaat mee. Kom en zie. Dus de heeren weten het wel. Ook als u hier in de kerk zo uitziet naar verlosing, dat u zegt hoe moet dat nu? Kom en zie. En dan gaan we naar het laatste punt. Zekerheid bij Natanel. Natanel hoort de woorden van de hierreisers. Ja, dat zit nog wel een rest van Tijfel in. Hij vraagt het. Van waar kent geen mij. En dan blijkt Jezus al weten tijd. Hij is god. Hier u, Philippe, ze ript daar hij onder de vijgen. Bomwaart zag ik u. Dus het wordt in één keer duidelijk Jezus weet alles. Hij is god. Hij is de messias. God's al weten tijd. Nou misschien is het voor iemand die hier in de kerk tot een schrik. Dat je zegt van die reweet alles. Dus die weet ook van die heimelijke zonde. Die reweet niet alleen van wat je doet, wat je zegt, maar ook wat je denkt, wat je fantasie, wat je dromen. Zou je er niet bang voor worden? God's al weten tijd. Die dingen die je zelf al lang vergeten bent, God weet ze wel. Heel dat verzondigde leven dat is bij de heer de bekend. Nou hier gaat het toch over wat anders van God's al weten tijd. Want Natanne als al ook zonde hebben gehad. En hier weet ook wat er in dat hart van Natanne leeft. Dat dat hart van Natanne onder de heer uit gaat. Hij weet hoe dat Natanne al daar was onder die wij gebouw. Waar die mij worstelde. En dan is die al weten tijd tot een troost. Tijdjes God's al weten tijd ook bij u tot troost. Vetter op in de Bible deze van Peters. Heer de gij weet alle dingen. Gij weet dat ik u liever. Die reweet dat ook als staat in het hart van Natanne leeft. Hier weest het ook van Natanne el. Nier weet van uw zuchten, van uw zorgen. Dat is voor hem niet verborgen. Hij weet ook als daar dat verlangen is. Oh hier die dag wanneer. Natanne onmerkend het. Het is de hier rabie. Dat betekent meester. Gij zeit de zo-nugot Gij zeit de koning Israels. Dus waar is het vragen waren? Om dat Philippe zei hij is de zo-n van Joseph. Daar is het Natanne el nu duidelijk. Hier u bent de zo-n van God. Hij is de hier. Alles valt op zijn plek. Jezus is de koning Israels. Hij is de zo-n van David. Hij is de messiers. Hij is de gene over wie de profeten spraken. Hier brek dat genadelig door. Natanne el mag geloven. Is die alles daarin enkei begrepen? Nee dat niet. Als dat licht van God's genadel doorbreikt, dan gaat de hier eens een kinder ook steeds verder onderwijzen. Dan zegt u dat. Nou dat staat hier in deze geschiedenis. Natanne el moet nog meer leren. Kijk maar in dat laatste feest. Dan zegt de hier Eezes Gij zeit groter dingen zien dan deze. Dus niet alleen God's al magt. Dat hier het wisst daaronder die vijgenbom. Dat Natanne el daar gezet had. Maar meer. En wat hier dan bedoelt? Wat hier Eezes dan bedoelt, dat staat in dat laatste verst van hoofdstuk 1. En hij zei dat dat hem voorwaar voorwaar, zeg ik, u dind je. Van nu aanzult Gij de heemel zien geopend en de Engelen God's opklimmende en nederdalen de op de zonders mensen. En dan is dat opnieuw een aanhaling uit de geschiedenis van het leven van Jakob. En ik denk dat kinderen dat ook weer weten. Want Jakob tond hij op de vleuk. 't lucht was, naar zijn oph. Toch in die slaapen, gewoon in de open lucht, had ze een oph op de steen gelegd en in die nachtdroomde hij. Toen zacht hij in zijn droom, de heemel open en een lader met de engelen van God die daar open neer klom. En daar geeft de herriezig het hier over. De heemel open en de engelen gods opklimmende en nederdanende op de zonde smensen. En nu gaat de herriezig. Die geschiedenis van Jacob in Bettell een nieuwe betekent is geven. Kijk de herriezig vergelijkt zich hiermee. Nee, niet met Jacob. De herriezig vergelijkt zich. Met die lader waarop de engelen van God open neider klimmen. Wat betekent dat? Dat de herriezigde verbinding is tussen God en de mensen, de heemel en de aard. Wij hebben die verbinding met God verbroken, dus door de zonde gekomen, daarin paradijs. Wij kunnen en willen dat God helemaal niet terugkeren. Maar nou gaat de herriezigde zelf niet verbinding leggen, we van de heemel naar de aarde. En dat is nou door Christus. De herriezigde is zelf later ook zegt. Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Dus die weg, er van de aarde naar de heemel, dat is de herriezigde. Ik ben de weg. Dus die Jacob sladder, daar vergelijkt Christus zich mee. Dus door Christus, Dalengots, genadengave af naar verloren zondar. En door Christus is de weer verbinding met de herriezigde. En dan zorgt de herriezigde, dat hij gebeden, want hij is ook die grote priester, de hoge priester, dat hij gebeden weer opstijgen tot God. Christus zorgt er zelf voor dat zondar tot God mogen terugkeren. Natalen zou groter dingen zien. Dus niet alleen God's macht zijn alweer en tijd. Maar ook God's genaden, dat er verzoening is, dat er redding is, omdat Christus te vergelijken is. Een met die ladder, die verbinding tussen God en ons mensen. Wat er rijkt om, wat een volheid is er in Christus. Mag je daar ook iets van zien? Misschien worstelte je ook. U wordt weggewezen. Jaak op werd Eerrel. Natalen elk werd tot de herriezes geleid. Dat gaf zekerheid. Kom en zie. Nou is Uel al, is jou al. Voor de heren geopend. Jezus is een alweer en tijd, zachtaar natane el. En trocken we als het waren met een kort van liefde tot zich. Al wat mij de vader gegeven heeft, zal tot mij komen. Daarvoor gebruikt het hier die predekking van Philips. Wat mooi is dat. Het kwam tot die persoonlijke ontmoeting. Philips, dat zou gelukkelijk voorgesteld, kom en zie. Dat was toch of dat je in die woorden van Philips al iets mocht zien van wie jezus was? Hoe heb u van middag geluisterd? Kom en zie. Mag u die heren kennen? Dan mag u ook dat woord van de heren doorgeven. Kijk, dat is ook de lijnen hier in Johanis Een. Andrea stieft verteld in het asiemom Peter, ze zijn zei, die Philips en van Philips naar Natalen elk. Niet zou zeggen, wie vocht. Gemeente de heren. Jezus laat zich kennen in zijn woord. En de gegeest maakt hem bekend. En daarom geloof je zijn heil en troostrijk woord. Noch één keer de woorden van de tekst. Kom en zie. Amen.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Johannes 1
  2. De preek benadrukt dat wie God liefheeft, ook de naaste zal willen vertellen over Jezus als de Messias, zoals Filippus deed bij Natanaël.
  3. Natanaël toont aanvankelijk twijfel omdat Jezus uit Nazareth komt, maar zijn ontmoeting met Jezus overtuigt hem door goddelijke kennis en leidt tot geloof.
  4. De centrale boodschap is dat Jezus zondaars zoekt en redt, en dat gelovigen geroepen zijn om deze boodschap door te geven.

Summary:

De schriftlezing uit Johannes 1:35-52 beschrijft de roeping van de eerste discipelen, waaronder Andreas, Simon Petrus, Filippus en Natanaël. Johannes de Doper wijst zijn volgelingen op Jezus als het "Lam Gods", waarna zij Jezus volgen. Andreas vertelt zijn broer Simon Petrus over Jezus, en Filippus nodigt Natanaël uit.

Natanaël reageert sceptisch omdat Jezus uit Nazareth komt, maar wanneer Jezus hem onder de vijgenboom zag, erkent Natanaël Hem als de Zoon van God. De preek benadrukt dat wie God liefheeft, ook anderen zal willen vertellen over Jezus, zoals Filippus deed. Het illustreert hoe twijfel kan omslaan in geloof door een persoonlijke ontmoeting met Christus, die zondaars zoekt en redt.

De boodschap spoort aan om actief het geloof te delen, vanuit liefde voor God en de naaste.

FAQs

Dit gedeelte beschrijft hoe de eerste discipelen Jezus ontmoeten en volgen, waaronder Andreas, Simon Petrus, Filippus en Natanaël, waarbij Jezus zich openbaart als de Messias.

Het verwijst naar Jezus als het offerlam dat de zonde van de wereld wegneemt, een titel die zijn verlossende rol benadrukt.

Natanaël twijfelt omdat de Messias volgens de profetieën uit Bethlehem zou komen, niet uit Nazareth, wat zijn verwachtingen niet overeenkomt.

Het toont dat wie overtuigd is van Jezus als Messias, dit natuurlijk wil delen met anderen, zoals Filippus deed door Natanaël op te zoeken en uit te nodigen.

De vijgenboom symboliseert een plek van rust en bezinning, waar Natanaël Gods Woord overpeinst en uitziet naar de komst van de Messias.

Natanaël betekent 'door God gegeven', wat zijn godvruchtige achtergrond weerspiegelt en zijn verlangen naar de beloofde Verlosser.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.