Go back

Aflevering 8 - Urineonderzoek

0m 0s

Aflevering 8 - Urineonderzoek

The transcript discusses the importance of urine tests, particularly focusing on urine sticks and sediment analysis. Urine sticks are an initial screening tool providing information on various components like blood cells, proteins, and ketones. The discussion delves into the interpretation of color changes on urine sticks and the significance of detecting nitrites for diagnosing urinary tract infections. In urine sediment analysis, components like red and white blood cells, proteins, and specific gravity are examined under a microscope to diagnose conditions like urinary tract infections and kidney diseases. Proper urine collection methods, such as midstream urine collection, are crucial for accurate results. The transcript emphasizes the need for multiple urine tests to confirm diagnoses, especially in cases of suspected infections or kidney issues.

Transcription

8087 Words, 44374 Characters

[muziek] [muziek] [muziek] [muziek] [muziek] Ja, getest uiteindelijk. Ja, getest uiteindelijk. Ja, ja, ja, we kijken er al een tijdje naar uit, want dit moet echt een goede aflevering worden denk ik, want ja, dat urine onderzoek. Daar is daar toch zoveel onduidelijkheid over dat, ja, daar moeten mensen wat van op kunnen steken, zodra een aflevering overmaken. Ja, zeker, ja, ik weet nog wel, ik wist er ook echt zeer nant lang niet helemaal wat er nou bedoeld werd met een segment of met een stik. Uit de porciden gaan we het allemaal over hebben vandaag, het wordt gewoon een hele bijzonder leerzaam aflevering over het ECG van de internisten, denk ik, en zal het u in onderzoek. Ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, Ja ja, helemaal voldoepen het zo moeten doen, misschien moeten we het allemaal gewoon doen, maar ja, je merkt echt dagelijks nog dat dat bij de internen, maar ook een andere afdelingen dat toch gewoon niet goed weten welke uriner onderzoekers voor welke indicatie je moeten zetten. Dus ja, ik denk dat we gewoon maar één voor één de verschillende dingen die in uriner kan bekijken moeten bespreken, wat je daarin kan zien, wat indicatie zijn dat in te zetten. En dan komen we na het eind nog wel even op terug bij welke indicaties hier alweer wat allemaal moet doen, en dan zou het overzicht moeten zijn. Yes, zetko. Ja, want je hebt een hele hoop, misschien een soort uriner onderzoek die in kan zetten, mensen zeggen waar ik uriner in zetten, maar niemand ze even mee, wat kan je allemaal aan uriner onderzoeken? We gaan kijken naar het udine stick, we gaan het hebben over het udine sediment, we gaan het hebben over het udine porcis, we gaan het hebben over 24 uur's udine, de udine clique gaan we ook nog behandelen, en tot slot wat kunnen wij gewoon al zien aan de udine? Dus, best hoeveel wat je er mee kan doen, ja. Ja, en misschien wat meestje gebruikt of het niet gewoon het goedkoop slaatrempeligste uriner onderzoek is, denk ik, die uriner stick, hè. Ja, klopt, dat is een beetje een screeningstoel eigenlijk, maar je houdt er wel hele belangrijke informatie uit, het wordt heel veel gebruikt. En zo'n uriner stick heb ik allemaal wel eens gezien, maar het is van heel klein dunne papieren, stripje, met al een lijj met het kleurstofjestoop, en die donpel je in de uriner, en dan al die stickjes of al die stukjes van die stick krijgen dan een soort kleurverandering, en dat kan je best wel veel vertellen eigenlijk al. Ja, maar het is zo'n potje bij en daar staan we op, zeg maar welke kleurverandering wat dan betekent, dan kijk je naar te kwakkeleur, dat vergelijk je dan met wat er op die op wat potje staat. En zo kan je zien, na, hoeveel rode bloedsel en hoeveel witte bloedsel er op zit in bijvoorbeeld. Ja, dus, ja, wie kan best een hoop dingen er aan kijken, is er rode witte bloedsel, dan moeten we denk ik ook nog even wat we hebben, een van de dingen die heel vaak in die stick zit, en eigenlijk ook alleen in die stick is de nitritest, hè. Ja, wat dat in principe doet is dat toon de aanwezigheid van bepaalde bakterie aan, sommige bakterie is het nitrat om in de nitrit, en als dat gebeurt, dan krijg je een positieve uitverdag op die nitritest, en als je die hebt, dan is het een teken van dat de bakterie in de uriner zit. Ja, dus dit is wat de huisartse onanere heel veel gebruik om te zeggen, er is wel of niet een urinerweginfectie, of het is wel niet waarschijnlijk dat het een urinerweginfectie is. Ja, klopt, dan is het wel zo dat die test nog wel is fout negatief is, dus je mist er ook nog wel een paar, en dat heeft een benamend te maken met het feit dat die uriner moeten wel zo'n zo lang genoeg in de blaas geweest zijn om die test positief te laten worden, dus iemand net heel snel heeft uitgeplassen en die uriner niet lang in de blaas gezeten kan die ten onrecht negatief zijn, die testen zijn niet super betrouwbaar. Of als er dus een bakterie is die niet die omzetting doet, dan bestaat ook ook niet, ja, klopt. Oké, dat is niet troet, dus dat is een urinerweginfectie en de andere manier is om te kijken naar de locosite, de witte bloedselen. Ja, precies. Dan kijk je hoeveel locosite er in je urinermonster zitten, en dat geeft er ook een beetje een semi-quantitatieve uitslag, dus dan gaat het vaak van 0 tot 1 plus 2 plus 3 plus, en hoe sterker dan die kleurverandering is, hoe meer locosite erin zitten. Om meer te bloedselen. Ja, ook al, het is eigenlijk meer een screeningstool, dus we kijken dan, we gaan het dan vaak in een sediment bekijken, daar komen we zo op. Ja, en hetzelfde wat voor die witte bloedselen gaat ook voor de rode bloedselen. Eerlijk precies, dan kun je ook met zo'n plusjes in steken. Ja, ze zitten ook in die met de plusjes in die stik. Ja, en het houdt niet op, wat je allemaal krijgt voor zo'n goedkope screeningstool, wat je kijkt ook naar i-wit, kan je ook kijken zo'n stikje toch? Ja, zeker, ja, dat gaat ook weer zo'n semi-quantitatieve maat voor, en dan kijk je dus met name naar het doel vanuit albeminen in de urine. Dus ze steek je ook in, en dat verkleurt dan ook na maat er meer i-wit in zit, en wat vaak wel enkeel stente gevraagd wordt, in zo'n geval, is van wat voor i-wit een misje hier nou mee, en dan is het wel goed om te weten dat je alleen maar albeminen aantoont. Dus ze zijn ook wel andere i-wit die in urine terecht kunnen komen, en die pak je dus niet op, dus stel je voor, je hebt iemand met bijvoorbeeld de ziekte van Kaler, dan verschijnen nog wel eens i-wit die heette lichte ketens in de urine, en die pek je er niet mee op, dus ze peekt alleen maar albeminen op met die i-wit test. Er wil ook hier voor geld weer dat het een goede screeningstoe is, maar dat het niet alles zegt en niet alles meenemd. Nee precies, maar het is bijvoorbeeld een name bijvoorbeeld bij hipertensie, heb je er wat aan, bij preecranpecie, dat soort ziekte-beelde heb je echt wel iets aan de veelheid i-wit in de d-wit. En een ander i-wit waar je naar kan kijken, wat ook niet plus zit, dat zijn ketone, toch? Zeker, dus stel je voor je, je vermoed dat iemand misschien bijvoorbeeld een diabetes-keto-acidose heeft, dan kun je ketone liggen, dan kun je aantonen met die urine-stick ook, dus daarom heb je ook heel vaak. Ja, en het is wel lekker, want dat heb je heel snel, toch, want dat is ja hoe lang moet het in de urine zitten? Ja, dan proe je even onderzoo, dankz' dat het zijn, maar niet of zo, maar in i-wit die heb je niet van heel snel, dus als je denkt aan iemand met die diabetes met keto-acidose, dan is dat echt je. Ja, en je mag natuurlijk de koze, heb ik je ook op en met de nudine-stick, dus eigenlijk had hetzelfde voor het, heb je ook zo'n maat van. Ja, en misschien goed om nog wel even te noemen, want we denken we weinig meteen aan een keto-acidose bij diabetes, maar je kan ketone ook nog wel van andere dingen krijgen, dus dat goed om dat misschien nog even te noemen? Ja, het is niet alleen maar in de dat ketone bij een keto-acidose, het kan ook bijvoorbeeld bij een. Je hebt ook alcoholische keto-acidose, bijvoorbeeld, in de verhongeningsacidose, dus het is niet alleen maar bij diabetes keto. Zeker die laatste, dan kan je soms soms iemand heel slecht heeft gegeten, dan zie je toch wel in twee plusjes ketone, dan dan precies. Ja, en niet altijd direct aan de keto-acidose, maar met een honger keto-acidose, dat kan ook. Er zijn er nog meer dingen die we hebben, ik denk het wel, dan wordt het wat op scurder misschien, want dan komen in dingen waar jij antissast van wordt, zoals het soort lukgewicht van de urine. Ja, zeker, dat zegt iets over hoe verdunt de urine is, dus hoe lager die waarde is, als het tegen de ene aan zit, dan heeft je urine eigenlijk dezelfde hoeveelheid deeltjes als water, dus als het tegen de ene is dan ben je eigenlijk gewoon purvogt aan het uitplassen, en hoe hoger die wordt, hoe geconcentreden de urine is. Dus dat geeft je met een beetje een idee van de vulling status van die percenten, dus zoals we ook in de vorige aflevering over de hyponatie, meer hebben uitgelegd, hoe meer vocht je liggen aan het extrebeerd, hoe geconcentreden de urine wordt, en dan wordt die soortelijke gewicht wordt dan hoger. Ja, we doen er eigenlijk nooit echt, echt iets mee met die parameter, maar ik vind dat wel leuk om even naar te kijken. Ja, en vergelijkbare iets of toen is het niet vergelijkbaar, maar iets waar ook niet heel veel naar te kijken wordt, maar hoor je je nog wel best wel wat kan zeggen dat het de urine pH is. Ja, zeker, de grote deels of de regulatie van de zuur gaat van het liggen gebeurd door de nieren, dus de urine pH die die zegt ook wel wat hoe dat gereguleerd wordt. Dus daar doen we er denk ik over het acht, maar ook niet zo heel veel mee, maar wat wel als koest en vaak wordt gevraagd is wat voor micro-organisme kunnen de urine pH verhogen. Dus als je dat ooit gevraagd wordt, denk dan aan proteus, dat is een bacterie en die maakt een enzeme genaamd uriazen in dat verhoogde pH van de urine. Dus bijvoorbeeld als iemand een urine weginfectie heeft met een hoge urine pH, zegt dan, hey, kijk, het zou best wel eens een infectie met proteus kunnen zijn, en je kijkt helemaal bonenspunten, als je dat nog ook nog eens een keertje korreleerd met de vorming van stenen, dat doet die proteus bacteriefaak. Dus als je dat allemaal elkaar koppelt dan, ja, dan maak je heel goed gebeurd. Ja, en dat allemaal uit zo'n simpel urinistikje. Ja, heel simpel maar hele mooie informatie. Dus als ik een beetje die urinistik moet samenvatten, dan is het dus iets wat snel is, wat goedkoop is, wat je heel veel informatie geeft, maar het is wel schrinend. Dus als je een bepaalde kant op wijst, dan moet je vaak wel nog een andere urine onderzoek inzetten, waar we zo gaan bespreken om te kijken wat ik nou precies aan de hand is. En in het ziekenhuis doen we dat zo, en de huisart die gebruikt die schrinende toe misschien, omdat die met minder middelen moet doen, echt om al die genozen in zwandeling in te zetten. Ja, dat klopt. Oké, volgende onderzoek is misschien wel belangrijkst urine onderzoek, dat is het urine sediment. Ja, wat is dat precies, want dat gaat ook niet altijd goed in het ziekenhuis, dus je sediment aanvraagt dat je ook dat werkt in sediment krijgt? Ja, dat klopt, dat ligt ook wel een beetje aan ons en want we moeten er natuurlijk ook wel duidelijk in zijn wat we nou precies willen. Wat er bij een sediment gebeurt is dat medewerken van het laboratorium, dus vaak er dat een laborant die doet, die kijkt onder de mikroskop, onder het best wel een hoge vergroten naar de urine, en die vertelt ons dan wat er niet gezien wordt. Ja, en is er misschien nog belangrijk om even te noemen hoe de urine wordt verkregen, want dat maakt ook wel uit voor de uitkomens voor wat je ziet, wat is nou de beste manier om zo'n urine te verkregen? Ja, wat je dan over de achterdag mee doet, is je wil daar ook wel midstream urine wordt dat vaak genoemd, dus je geeft procent een potje. Vervolgens het eerste stukje, of de eerste hoeveelheid urine die wordt dan, gaat gewoon nu zeggen de potten in en vervolgens daarna, wordt de plaspercent in een plastic bekerje, en dat is zeg maar de midstream urine waar je het schoonstjes een vaak kennis betrouwbaar. Ja, sommige mensen die kan dat niet, dus mensen worden ook als ehemalig geteteriseerd juist om die urine te verkregen, en misschien nog goed om doen, sommige mensen hebben een voorblijfskateter, en dat moet je ook altijd wel even bij zeggen, als je een urine onderzoek doet, want dat hebben we gewoon invloed. Ja, precies, ja, dat in het omstandighed wel op die urine verkeeg is, is wel belangrijk. Dus bijvoorbeeld als het hebben over de hoeveelheid witte bloedzellen in zo'n urine sediment, ja, als iemand een kateter heeft er zo toch altijd elitatie in de blaas in de urine wegen. Dus die procent zal altijd zo ongeveer leuker ziet in het urine hebben. Dus als je een sediment instuurt voor een leuker zietetelling, en het komt vanuit een kateter, ja, dan kan ik je eigenlijk direct al vertellen dat dat een witte bloedzellen ingaan zitten. Terwijl als het in een zoals actiaties beschreven sediment is erbij het van midstream urine komt, ja, daar is de aanwezigheid van leuker ziet er veel informatieven, want daar verwacht je het eigenlijk niet. Ja, oké, dus ja, dan gaan we wat het is belangrijk dat je er even bij meelt hoe je het verkeeg hebt in de midstream, dat heeft altijd te voorkeur. En dan kunnen we naar een aantal dingen kijken, misschien iers hebben over roodel bloedzellen, waardoor naar gekeken wordt. Ja, roodel bloedzellen zijn wel heel belangrijk in een urine sediment, denk ik, belangrijk is dat ook wel, en dan krijg je ook vaak een hoeveelheid erbij. Dus dan de laborantie vertelt vaak een beetje hoeveel roodboedzellen er in zitten, en dat is wel van belang, want als je je net maatig verhoogt is dan kan je vaak denken, nou, dat is waarschijnlijk niks. Maar als je nou hele hoog hoeveelheid er roodboedzellen zijn, dat is dan vaak een teken van, hé, hier is toch echt wat aan het handen. Ja, en boven naar het aantal, wat denk ik me belangrijk is, dat is het aantal per gezichtsveld, dat is altijd noemen. Dus ik kijk op één plek en dan tellen ze dat, precies, dat is dat een paar keer moeten we een aantal gemiddelden nemen ofzoek te denken. Maar je schreekt ook naar de vorm. Ja, klopt. Ja, dan heb ik vaak over, bijvoorbeeld, dismorf-eeritor-sitel, of worden ook wel nog als akanto-sitern genoemd. En het is wel goed om je te bestellen dat dat een teken is dat die roodboedzellen vanuit de glomereles komen. Dus als zo'n roodboedzell door de glomereles heen gaat, dan raakt die vaak beschadigd. En dat wordt dan de dismorf-eeritor-sitel. En dat kun je herkennen onder de microscope, dat die beschadiging heeft plaats gevonden. En dan is het vaak zo dat dat er waarschijnlijk spak is van een glomerel in vrieten, dus ons deking van de glomereles. En daar zijn dus die beschadigte roodboedzellen heen gekomen. Ja, en is nog het anders waar je dat aan kan zien? Want ze komen soms ook in soort klont voor, toch? Ja, dat is inderdaad. Dat is inderdaad. En dat is vaak afgietzool van de tubulie. Dus die de niertubulie zijn natuurlijk heel nauw. En als ze dan daar een broeding is, dan zo'n roodboedzell is een beetje de vorm van die tubulie aan nemen. En die inderdaad-sitel-silinders komen dan vervolgens worden uitgeplast in die zee onder de microscope. Dus dat is ook een teken om aan te nemen dat dat een beetje van hoog in de urinerwegen, dus vanuit de nieren komt die broeding. Ja, en het is wel belangrijk om als je daar aan denkt. Dat is ook zo bij de aanvraagte melder. Want tineerse letters dan beter op en volgens mij ook met de snelheid voor meese bekijken. Ja, precies dan moet je volgens mij zo snel morgen naar die uriner gaan kijken in de raad. Dus dan moet je het laboratorium wel weten dat dat monster daar aan komt. En dat is dan direct daar wat tijd voor maak om te gaan kijken. Anders is het om betrouwbaar. Zo wel goed te zeggen is dat als je een niets ziet, die eerder-sitel-silinders of die dismorver-itel-sitel, dat wel niet per definitie zeggen dat die horenboetselen dan van lager uit de urinerwegen komen. Maar als je ze wel ziet, dan heb je wel een sterker vermoedig dat het in daad vanuit de glomeren los of vanaf hoog in de nieren komt. Ja, en. Dus dat is voor kat geferd op straat, maar we gaan gewoon door. Er zit wel een eritrociterie, er zit wel een diffensioldiergnoze aan vast. Dus je hebt al de vorm, kan je een beetje helpen of het vanuit de nieren komt, of misschien toch vanuit lager. Maar kunnen we daar even over hebben dit idee van die eritrociterie, waar moet je allemaal denken? Ja, je hebt een grovechik in zeggen dus dat er oorzaken van hemeterie zijn die meer vanuit de nevelogezoek zijn of vanuit meer uurologisch hoek. Dus bijvoorbeeld vanuit de nevelogezoek. Kun je wel denken aan ija, nevelopatie, dus ik de van elport, dan lijkt glomerenlonevriteede bijvoorbeeld. Of niet perceven uit de glomeren, maar bijvoorbeeld bij nierkisten bijvoorbeeld. Nier tumoren, daar kan je het ook zien. En infecties van de nieren ook. En als je dan bijvoorbeeld meer wat lager in die in de wegen kijkt, dus meer trein van de uurologen. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan een blaas tumor of een. Ja, een prostatietus of nier stenen, bijvoorbeeld dat soort dingen. Dus dat is een beetje grobaal waar je dan kan, waar je aan moet denken dan. Dus reden om hier naar te kijken, kunnen zij en als iemand nier functie storen is. Ja, bijvoorbeeld. Ja, zeker. Of flankpijn, als je denkt dat nier stenen, dat is ook niet. Ja. Of als je een reden hebt om aan een tumor in de uurineweg te denken, dan zou je je ook nog willen kijken. Ja, precies. Oké, dat zijn denk ik de rode bloedcellen. Ja. Dan de witte bloedcellen, leuke citerie. Dat is ook belangrijk iets om naar te kijken in de uurine. En ook hiervoor geldt een beetje net als met de rode bloedcellen. Is dat de hoeveelheid wel echt van belang is. Dus een beetje marginal voor hoogte witte bloedcellen getallen. Ja, dat kan nog wel, maar als je echt heel veel witte bloedcellen ziet, dat is wel. Ja, dan wordt het toch meer en meer waarschijnlijk dat het sprake is van. underdune meginfectie, bijvoorbeeld kan er eten zijn. Ja. Ja. Want nou, we hebben het straks nog even over de uurineweginfectie. En hoe je dat nou definitief vast stelt. Maar dit is ook iets zo een uurineselement heb je meestal relatief snel. En dan die leuke citerie, die helpt je wel echt op weg om te kijken. is er nou een uurineweginfectie aan de hand of niet, hè? Ja, precies. En weer een aantal in je hoofd dat je zegt, nou, dat bezoveel leuke citerie, dat. Ja, ik ben al dat geneigd dan meer dan 500 of zo. Ja, zich is wel het. Dus gaan we als mij vaak tot meer dan 900? Ja, ik ben wel echt waarschijnlijk, maar die afkapwaarde zit wat normaal. als dat zit soms bij 20 of zo, dan is het zo'n 23 leuke citer. Maar dat is niet een uurineweginfectie, ja. Nee, die mag je nou voorhoog te waardes, dat. Nee, daar heb je niets van. En naast uurineweginfectie nog andere reenen waarom je leuke citerie in uurine hebt? Ja, ook bijvoorbeeld een intersticele neefrietus. Dat is dus ook weer een witte bloedcellen die vanuit de niere komen. dat is. dat moet je voortaan denken of een zowa van prostatietus. niveel allerlei informatware processen in de uurinewegen. En we zijn ook wel goed om je ook even bij te zeggen. en is dat ook weer. zet het met jezelf als met die ieditocity-cylinders. zijn ook leukocity-cylinders. zijn ook afgitsols van de niertubilee. Dus als je dat nou ziet, leukocity-cylinders. denkt dan met name aan een. renale bron van die leuke citerie. Ja, dus voornamelijk van belang bij uurineweginfectie. maar in ieder geval. als het een aanzienende kovijt is teken van. inflamatie ergens in de uurinewegen. Ja, precies. Bij een gewone catete uurine. zodat we aan het begin zijden, dan is het een. wat onbetrouwbare maat om een uurineweginfectie vast te stellen. Ja, dan kan je niet zoveel mee. Nee. Oke, en in dat licht van. waar er kan je het nou goed in te beteren of niet. Wordt er vaak ook nog iets beschreven over. plevisel-epiteel. Ja, zeker. Dus met name als het eigenlijk niet goed afgenomen. urine is dan vaak met je visueurine. en dan komt er vaak plevisel-epiteel. is dan terug te vinden in deurine. Dat mag wel, dus het mag als sporadisch voorkomen in de uurine. maar als er echt een beschreven wordt dat er heel veel plevisel-cellen. inzitten, dat moet jou vertellen dat het waarschijnlijk een. onbetrouwbaar afgenomen is sediment is. Dus als je dan heel veel witte bloedcellen ziet. dan wordt het al eigenlijk een stuk minder betrouwbaar. want die pleviselcellen zijn eigenlijk een teken van hun form van. contominatie. Dus als je dat ziet, kan je het vaak beter nog een keer. jaar halen en dan zeggen van het hele vorige koning. it was eigenlijk onbetrouwbaar, dus laten we het nog een keer. je doen. Dan doen ze ook wel verveld, dat de verveldurine. zit dat niet plevisen, zeker. En dan iets wat vaak wou het uitzagen waar ik echt zelf niet zo hulp. en echt naar kijken of er bakterien inzitten. Ja, eigenlijk omdat we een betere manierbonden laten kijken. Ik doe jij er wel eens wat mee? Ja, eigenlijk niet zo. Het wordt vaak heel erg als bewijsend gezien voor een urineweg-infectie. Bijvoorbeeld, maar dat is niet zo. Dat moet je gewoon urine kleek voor doen, gaan we het zo over hebben. Maar het wordt dan het vaak wel beschweven. Bakterien in de urine, maar laten het het niet van zeker niet bewijsend. voor een urineweg-infectie of zo. En dan zijn er nog meer dingen waar ik eigenlijk niet naar kijken. wat je er soms gratis bij krijgt als. je linen draaden en. en een hoop termen waar ik ook wel eens nazoek wat het nou is. en er dan nog steeds niet echt achterkomen. Wat zou je advies daarvoor zijn? Ja, het probeert zoveel mogelijk te negeren. Dat doe ik eigenlijk ook altijd. Nee, je hebt in het allerlei kast, ook of iets zoals die. naar die niet de rode broed zelf, witte broed zelf zijn. Ik doe er eigenlijk niks mee, maar het wordt vaak verslagen. Dus ik zou daar zo meer mogelijk mee doen. Ja, en iets laatst wat nog te binnen is, kan je niet ook naar. kristallen kijken in de urine. Ja, is dat nog een waarde bij specifieke negaties? Ja, maar daar zou je vaak toch ook wat andere analysers bij doen. Maar kan je wel helpen om inderdaad iets te zeggen over. over wat voor kristallen je nou precies of wat voor steen je precies in de urine. zit maar over het algemeen doe je er vaak ook aan een andere analyse. Ja, maar dat is in het kade van Nieuwe Steen. Ja, we hebben het meeste wel besproken van sediment denk ik. Ja, dat denk ik ook. Oké, dus samenvatten kan je bij een urine sediment. kijk naar irritresitorie, wat kan passen bij steenen, of bij een tumor. of bij een probleem in de nieren. En je kan kijken naar locissitorie, wat vooral een teken is van ontsteking. En dan zijn er ook nog wel een aantal andere dingen die voor specifieke negaties. in de urine kan bekijken. En het is redelijk snel nog een, je weet het ongeveer na een uur. En het is wel betrouwbarder dan de urine stik. Ja, precies. Maar zo'n wel goed om hier even te noemen. en dit wordt eigenlijk altijd enkel stentig gevraagd. is wat is nou de oorzaak als je een discapantie hebt. tussen je rode broedcellen die je aantal met die dipstik. en de rode broedcellen die je aantalt in het sediment. die vragen je bijna zeker weten krijgen. En dat antwoord hierop is dit. Er zijn bepaalde situaties waarbij dan je dipstik positief is voor de broedcellen. maar je ziet geen enkele rode broedcellen terug in je sediment. Dat hoort pas bij een ziekte boord dat raptomier liezen heet. en daarbij komt niogrobine vrij in het broed vanuit spierverval. en dat gaat dan naar je nieren, kan daar niet een surfacensie geven. dat niogrobine dat wordt opgepikt door die dipstik. En dus dat is een teken van dat die dipstik niet zo super betrouwbaar is. pakt naast hemogrobine ook milogrobine op. maar dan is die dipstik wel als er positief. maar in je sediment vind je geen rode broedcellen terug. want dan zie je natuurlijk gewoon dat er geen rode broedcellen in zit. want ja milogrobine dat heeft iets met rode broedcellen te maken. Dus die discapant zie je tussen je urine dipstik. en je urine sediment waarbij je dus wel in het reciteen. in je dipstik vindt maar niet in je sediment. dat pleit voor de aanwezigheid van milogrobine. en dat pleit dan weer voor de diagnose raptomier liezen. Die vragen gaan jullie zeker krijgen. Ja, het is zo mooi, want zo'n ck, wat je ook speer van. en zien er wordt niet standaard genomen. En dan soms zit uit urine onderzoek bij nierspeficientie dan zie je dit. en dan kan dat er reden zijn om je ck na te palen. en dat is dan heel sterkvogend, 30.000. Dat is een leuke vakstik. Ja. Nou, je noemde net ook even de urine quake, Tim. Ja, want dat is gewoon de gouden standaard voor een urine weginfectie. Ja, dat is wel het meest informatief in eruit. Het is wat dat betreft. Ja, dat is weer. en wat het betrouwbuider zou ik als een sediment of een dipstik. Maar een test stängt tot die twee duurt het wat langer. voor dat je die uitstag hebt. Dus bij een urine quake. mijn zei precies wat het zegt is dat dat die urine wordt dan. op klik gezet in de stof. En dan wordt ze gekeken voor bakteer die uitgroeien. Ja, en misschien dus goed onder het praktisch gaat. stel je denkt aan een urine weginfectie dan doe je dat die stik. en een sediment, dus dat is verdacht. Dat stuur je meteen ook wat urine op voor quake. Ja, dan misschien vaak wel met de behandeling en dan. tijdje later wordt dan bekend wat er dan in groeit. Duurt vaak wel een dag of twee inderdaad, maar dan krijg je. van de microbieloog, krijgt dan een naam van die bakterie. en dan weet je vaak ook een gevoeligheid. Dus voor welke antibiotica die bakterie gevoelig is. en dan kan je daar je behandeling echt veel op aan passen. Ja, wat je krijgt dan vaak wel een antwoord. maar maakt wel uit welke bakterie en hoeveel van die bakterie. je ziet er om te kijken of er echt een urine weginfectie is. Ja, precies het, het moet overal wel een bakterie zijn. die in urine weginfectie veroorzaakt, dus dat is 0.1. En de hoeveelheid, dat is ook belangrijk. En dat wordt vaak uitgedrukting met kingetal. of een colony forming units. En dat geeft dan een mate voor hoeveel bakterie er in de urine zitten. en dat is vaak als dat meer is of ongeveer gelijk aan 10 tot 5 te. Dan zeg je vaak dat er significant hoeveel bakterie er in de urine zit. Ja, en wat ook nog wel goed is dat als je het. dat is de gouden stand uit van een urine weginfectie. maar die zijn ook een hoop mensen die hebben wel bakterie in de urine. maar die hebben wel geen klachten. Dus dan spreekt je dan ook niet van een urine weginfectie. Nee, nee, dat noemen we vaak wat asymptomatische bakterie. Ja, en dat is in het aanwezigheid van bakterie. is niet een reden om antibiotica te geven. Dus dat kan best prima zonder dat er klachten bij zijn. maar die diagnose urine weginfectie. die stoe je vaak inderdaad bij de combinatie van klachten. en een significant hoeveelheid de bakterie in de urine. Ja. En wat eerder groot voor leukosieten in de urine bij een. voor blijfskateeter geldt zeker ook voor bakterie. Ja, precies. Dat dont direct de urine weginfectie aan. Het kan ook gewoon asymptomatische bakterie zijn. en dat hoef je vaak niet te behandelen. Nee. Oké, dat is de urine kwek. Het volgende urine onderzoek, de urine porcie. Zelden, krijg ik wat ik wil als ik een urine porcie aanvraagteam. Help, hoe komt dat? Wat willen we met z'n urine porcie? Ja, ook daar moeten we wel. vind ik duidelijk in zijn als we een tweede. Ik ben echt altijd duidelijk. Ik krijg gewoon net wat ik wil. Wat er in principe mee bedoeld wordt. is dat je in een porcie urine gewoon kijkt naar de. matief. of naar de aanwezigheid van een bepaalde stof. En dat vaak even houdt in een concentratie. Ja, dus. daar kan je naar kijken. We hebben misschien al in onze hyponatrimie. aflevering met geld bij elektrolietstornisch. Dus als een hyponatrimie is. denken je een goede reden om dan naar te kijken. Ja, zeker. Dan krijg je in de naat. vergad, maar dan krijg je naar de naatrim concentratie. in een porcie urine. en naar de osmalaliteit bijvoorbeeld. Dus dat krijg je ook. naar dus dat is in die zin belangrijk. Maar bijvoorbeeld, als je bijvoorbeeld iemand. het met een hyponatrimie bijvoorbeeld. dan is het wel belangrijk om te weten. van ja, plus deze procent gewoon heel veel. calium uit je avenee. Dus daarvoor kan je kijken naar de. calium concentratie in de urine. voor Magnesium geld bijvoorbeeld hetzelfde. Dus dat is allemaal reden om. en in de urine-porcie te kijken naar de. constratie van een bepaalde elektroliek bijvoorbeeld. Ja. Ten meter procent nog gewoon wat sturgels. met Magnesium geldt in het. Voordelijk altijd mee. Maar als je gewoon naar de urine Magnesium blijft kijken. dan komt het wel goed. Maar nou ook belangrijk daarmee zet ik. doe veel uit de eiwit in z'n porcie urine bijvoorbeeld. Dat is ook wel informatief. En dan is dat wel goed om heeft te bedenken dat. je korrezert dan vaak voor hoe geconcentreerd dat. urine monster is et, ze zijn maar een moment opname. voor de urine-kreatine-waarden. Dus bijvoorbeeld stel je voor. je bepaalt de veel uit de eiwit in de urine. dus dan kijk je naar de veel uit de albeminen. En dan hangt er een beetje van af, boel heeft die procent veel weinig gedronken op op moment. En dus dat kun je dan een beetje de concentratie van de urine. kun je bepaalde met een urine-kreatine-waarden. En daar korrezer je dan vaak de waarders voor die je gevonden hebt. Dus bijvoorbeeld als je wil kijken naar de. voor het eiwit, kijk je naar een albiminen-kreatine-raatio. Als je bijvoorbeeld wel kijkt naar de. nateriem-uitschijding bijvoorbeeld bij een akutineenservcentie. dan kijk je naar de fractionele nateriem-its-kreatine. dus dan allemaal rekenen van de moeders waarbij je de kreatine. waarden meenemd. Dus als maat van hoe geconstateert je er ineens? Ja, dus die fractionele nateriem-its-kreatine. dus dan misschien nog wel een goede om te noemen. dat je dus bij een akutineer-servcentie. Ja, precies. En dan me kijk je eigenlijk van hoeveel nateriem. we resobeert de neernaal en dat korrezeren. dus voor de seren nateriem-waarden. en de seren kreatine-waarden. en dan kijk je er ook nog naar de urine kreatine-waarden. en die dat gewoon je allemaal in een formulieje. en als dat een hele lage waarde is. dat wil eigenlijk zeggen dat de neer alles doen. om zoveel mogelijk nateriem binnen te houden. dus die neer voelt aan dat er iets van ondervullingen in het lichaam. en dat er waarschijnlijk sprake is van een prerenale oorsak. van de neerenservcentie. en als die waarde hoge is, wordt dat minder waarschijnlijk. maar dat gaat allemaal nog over hebben in onze aflevering. neer die binnenkort komt over de akutineenservcentie. Ja, dus voor nu om te weten. goed dat je bij neerenservcentie kunt je urine onderzoek doen. en dan met naam een nateriem-waarden kreatine-waarden. en een handige calculator op internet te gebruiken. en kijken waar het bepast. Ja, precies. En dan heb ik het idee dat we nog een urine-porsie. indicatie over het hoofd zien. We hebben alles wel gehad. electrolietstoornissen. neer-suficentie. Ja, wij hipertensie dus kan je, hè? Dat is, we hebben het al gehad over oud in de urine. maar dat ze bij hipertensie. Ja, bijvoorbeeld. Ja, zeker. Dat is dan de belangrijke streden. dan hebben we dat denk ik gehad. Tog een andere reden dat je kijkt naar ijbete in de urine. Ik ben in frotisch syndrome. Ja, in frotisch syndrome. Ja, zeker. En dat is misschien wel een bruggetje naar het volgende onderzoek. Want dit is een urine-porsie dat zo'n moment opname. Ja. Maar soms doen we ook dat iemand 24 uur lang. urine moet verzamen zo'n 24 uur-urine. Ja, dat is altijd een patiënt schiet altijd een beetje van. het idee als ze uitgekregen hadden wat we dat moeten doen. Maar het is soms is het heel heel nuttig. Ja, dus als je wat er over het algemeen gebeurt. is dit gebeurt vaak politikinies, maar het kan toch ook als iemand opgenomen is. Ja, en die krijgt dan allemaal containers. mee om urine in de verzamelen 24 uur lang. en wordt dan gevraagd om die volgende dag weer naar het lap te brengen. Wat ik meestal zeg tegen patiënt is dan dat ze de eerste plassen. in de ogen dat ze die weggooien. En dat ze dan daarna 24 uur alleen nog maar plassen in een container. En dat ze dan de ogen dat u eruit van de tweede dag. dan wel weer mee nemen. En dat ze dat allemaal in leveren bij het laboratorium. Ja. En kun je een paar indicatie doen, waarom je het zo zouden willen weten? Ja, soms alleen nog hoeveel mensen plassen hebben. Doel je hebt nog wel eens mensen die zeggen dat ze 5 liter, 6 liter plassen. en dan denk ik dat ik weet eigenlijk allemaal niet zo. Dus alleen altijd objectiveren daarvan soms is alles nuttig. Dus als iemand zegt ik plassen 6 liter, maar ze leven vond ons anderhalve liter. in dan weet je dat ook direct. Het is ook handig. Je kijkt op die manier ook naar duwveelheid ijewith uitschijding. Als je kijkt naar bijvoorbeeld de definitie voor een evrotisch syndrome. en om je toch vaak wel weet hoeveel iemand in 24 uur in de plast. dus als dat meer dan 3 gram is dan voldoje. aan die criteria. Maar in ieder geval dan kijk je ook naar 24 uur in. Ook om een ketineklaring uit te rekenen bijvoorbeeld. Dus ze hebben natuurlijk al die formulus om naar de nieuwe functie te kijken. Maar voor sommige mensen is die wel gewoon betrouwbaar. Dus als iemand gewoon heel weinig speermassa heeft, weinig ketine. Of iemand juist heel veel speermassa heeft. En in hoog ketine waar de heeftan zijn de formulus niet meer zo betrouwbaar. Dus dan kan je met vindtje nog huizen in een kreatineklaring. Dan kijk je pas echt hoe goed de nieuwe werkte. En dat moet dan ook in vindtje nog huizen in. En misschien ook wel hoeveel iemand plassen kan aan. Als iemand zegt ik plassen heel veel. Maar ook als je propel mensen met gronische nieuwsgade hebt om te kijken hoeveel die urezen ze nog hebben. Ja, bijvoorbeeld dat kan ook nog wel reden zijn. Ja, zeker. En dan nog je kan ook een beetje in idee krijgen dan voor hoeveel zout iemand eten. Dat soms zijn voor iemand echt heel lastig te handen in de boge bloedduk bijvoorbeeld. Dan kun je vaak wel in 24 uur in een beetje in idee hebben van hoeveel iemand naar binnen krijgt. Dus dat is wel goed. Om te kijken hoe goed zich iemand zich houdt aan een zoutbeperkking van. Oké. Dus 24 uur in een met name poliklinisch, soms op Linisch. Je kan kijken of iemand heel veel of heel weinig plast. Ja. En je kan dus kijken naar zout in name bij lastig te man die pretentie. En naar eiwit in uur in een. We namen ook bij hoge bloedduk of bijnverdink op een neefrootisch syndrome. Ja. Dat zijn denk ik wel de belangrijkste. Ja, en vergeet je niet in een klaring. En omdat we het niet in een klaring vermoed is. Dat betrouwbaar zijn. Ja. Oké. Dat was de 24 uur in uur in je. Hebben we dan eigenlijk nog uur in een onderzoek over of hebben we nu wel het meeste besproken? Nou ook niet om belangrijk is. Wat wij zien aan de uur in je. Oh ja. Dat kan heel erg informatief zijn. En wat op zich wel leuk is is dat uur in je kan echt alle kleuren ongeveer van de regenboog aannemen. Dus daar zitten nog een paar interessante feitjes dus ook. Ja. Want ja, los van de standaard dingen die aan uur in je kan zien. En soms zie je gewoon dat iets in uur in uw eigen infectie is als je dat potje al ziet of ruikt. Je kan eigenlijk al je zintuigen gebruiken. Ja, zeker. Vroeger werd er ook geproefd. Maar dat is gelukkig niet meer van deze tijd. Maar wat kan je om al zien aan kleuren? Wat heb jij al gezien aan gekke uur in je kleuren? Ja, je moet zeggen een van de meesten in het wekkende kases die ik wat dat betreft heb meegemaakt is in mijn vrouw die het zwarte uur in him. En dat was een mevrouw die had een meelenoom en die werd daarvoor behandeld met hele effectieve medicatie. En wat er nog gebeurde was toen die meelenoomcellen dood gingen toen plasten ze heel veel meelennien uit. En daardoor was haar uurine helemaal zwart geworden. En dat was zelf niet opgemerkt maar die uurine was echt pikswart want ik was wel heel erg interessant. Ja. En welke uurine kleur heb jij wil eens gezien? Ja, ik moet dan toch aan mezelf denken misschien een persoonlijk verhaal voor de podcast. Maar toen ik voor mijn kooschappen ben je al een beetje een schreening doen of je al een kliniek mag werken. En toen was hij helaas mijn man toetest positief en ook mijn kwantie voor ongelicht positief. Dus dan denk ze, zou je spraken, zijn van latente tuberculose en dat je dan bij elk keugje bang dat je een immun in kompetent op een cent tuberculose geeft was toch het advies voor behandeling. Dus toen heb ik drie maanden rief van patine onder andere genomen. En bij het op medicijn krijg je echt knal oorangio uurine. En weer nog heel stom is wat mensen vertellen die dat van te voeren. En dan de eerste keer dat je dan naar de wc gaat, dan schrik je toch wel wat je producteert is. Dat was ook wel indrukving. Dat was echt knal oorangio. Ja, ja, ze zorgen leren we een hoop over je. Ja, erin, Sean. Maar je hebt de zeker medicatie kan dat ook zeker beïnvroeden. Ze rief van patine uitgeeft oorangio uurine. Propevol. En als anesthetikum geeft vaak groene uurine ook. Dus dat kan je nog wel eens op intensief keibel voorbeeld zien of pas operatief bij mensen. Ook nog wel interessant is het purple back syndrome. Dus dat je uurine paars wordt. En dat kan ook op het verder heel onschildig. Maar dat komt dan door de aanwezigheid van bepaalde bacterie. Daar kan je uurine dus een paars van verkleuren. En ook wit overigens. Ik heb een keer een patente gehad. En die had een uurineweginfectie. Toen ik denk nog wel toen we die patente geïntetiseerd had, dat toen kan er echt gewoon volledige witepussen de uurine uit. Dus dat was zeker weten de uurineweginfectie. Dus daar kun je er nog eens heel erg wit van worden. Dat ook nog. Ja, en ik moet overdenken dat is. Ja, volgens mij heb ik het niet in het echt meegemaakt. Maar in ierval bekend van de serie IAR. Maar dat is dat soms bij. met name mensen die veel alcohol drinken. Die verrijp zich ook nog wel eens aan koevloes. Of eten in glicool. En als je daar een intoxikatie mee hebt en jouw uurine onder een uvelamp in de donker, dan is dat glowende dark. Dus als je daar aan denkt, dan kan dat nog meer zijn om die dia genozen te stellen. En dan ook wel een bekende trouwens is de paars uurine bij een porvriegel. Dat is een hele zeldzame oorzaak van buikpijn. Maar daar kan je u die nu ook een paars van worden. Ja, dat is een metabolenstornis. En dan moet je het beschermd van lichten, moet je dan laten staan. Ik heb in de hoop deze exotie die je genozen te stellen loopt ook een keertje in de actiekamer en potje afgedeegd met aluminiumfogeligheid. Maar dat veranderen we niet van het uur helaas. Nee, nee. Maar het kan wel. Maar het is nooit. Goed, hebben we een hele hoop uurine-onderzoek besproken. Het is al zo'n begin beloogt hebben, misschien goed. Want dan nou een paar korte klinische scenarios noemen. En dan te kijken welke uurine-onderzoek je in zou zetten. Ja. Het eerste, misschien maar gewoon iemand, met echt typische klachten, passen bij uurinewerking-infectie. Welke onderzoek zou je dan inzetten? Ja, dan beggin je vaak met de dipstikken. En in die dipstikken is vooral ten niet trittest van belang. Kijk of die postiv is dat duit op het aanwezigheid van bacterie. En je kan het gebruiken als een screen de tool voor de aanwezigheid van luikersiet of irritorsieten. En die zal vaak dan ook als zin de tweede lijn zitten. Zou je vaak ook een uurine-sediment doen, ook weer met de oog, met de vraag van hoeveel witte broedcellen zie je hier, hoeveel roodbroedcellen zie je hier. En tot tot. Zou je heel vaak een uurine kwijk doen om er achter te gaan komen? Welke microorganisme nou verantwoordelijk is voor deze uurinewerking? Ja. En als je uit de eerste twee al een sterke aanwezig hebt, dan start je vast de behandeling. Ja, wachting van het binnenkant van de keek, precies. Ja. Oké. En als je nou iemand hebt met een nieuwe neer-sufficentie, dus dan kwijt een neer-sufficentie wel, wil ik er in de onderzoek zou je dan doen? Ja, dan zou ik nu nog wel een uurine-sediment willen. En dan is mijn vragen eigenlijk met name zie ik hier nou. dit is morvel irritorsieten bijvoorbeeld, dat is iets waar je dan na kan kunnen kijken. En ik zou graag dan ook een uurine-porsie willen. En dan wil ik me namen kijken naar de Natiem en Kaleemwaarden. En die dan of Natiem een ketinewerden. Die dan vergelijken met de sedem Natiem en ketinewerden en dan die fractionele Natiem-execretie bepalen. Ja, nou dat kan je ook iets zeggen over. Dan breer je nou eens te zorgen. En soort ondervulling aan een dagondstraglicht. Ja, precies. En die irritorsieten die uurine wil de bekijken, dat zegt je met name iets of het de oorzaak in de glomereles van de neer-sufficentie. Ja. En dit onderzoek je eigenlijk bij elke neer-sufficentie. Zou je dat netjes moeten doen als je netjes doet op, bij elke ook het de neer-sufficentie? Ja, dat gijnen die akut op de sportijs noemst. Houd ik dit door? Allebei altijd doen. Ja. En dan misschien wel op minder voorkomende presentatie. Maar stonden dat je iemand met type 1 diabetes voor minuten asprekbaar op je eerste hoop krijgt. Welke uurine onderzoek zou je dan een snel willen doen? Ja, dan wil ik zeker weten een dipstick hebben. En dan daarin kijk ik over sprakees van Kit onder die. Kit onder die. Dat heb je snel antwoord dat er sprakt. Ja. En dan misschien wat vaker een voorkomproblem iemand die met pijn in de flank komt. Ja. Zou je daar ook uurine onderzoek bij doen? Ja, zeker dan zou ik denk ik weer een dipstick of een sediment doen dan met name gedicht op de aanwezigheid van irritocity. En dat mogelijk of een sprake is voor het neersteende bijvoorbeeld. En dan kan je weer die dipstick vaak gebruiken als soort skinen toe en als die positief is dat je dan onder een sediment gaat kijken hoe voor de oorboetselen er precies aan nezig zijn. Ja. Om te kijken naar stenen en flank pijnkamp misschien ook nog op als bij een neerbekkende ontsteking. Ja, ja. Op wat zeker, ja. Dat vind je leuk als je het kan kijken. Ja, zeker weten. Ja, diezelfde uurine onderzoek op. Ja. En dan is misschien meer klinisch. Maar als mensen nou een ernstige elektrolietstornis hebben. Ja. Of in ieder geval een elektrolietstornis die de moeite van het analyseren waard is. Ja. Dan zou ik vaak een uurine-porsie willen weten. En stevig als die elektrolietstornis een natrium waarde is dan een verstreng van natrium waarde is. Dan zou ik een uurine-porsie willen hebben op een natrium en osmanaliteit. En als het bijvoorbeeld gaat om een hypokalemie bijvoorbeeld dan wil ik een kalemen creatinine waarde weten in een uurine-porsie. Ja. En dan gaat het wel om je ook elektrolietstornis in laten bespreken, maar dit zijn er veel verbomende maar in ieder geval. We paal je dan vaak de elektrolietstofen in de uurine om te kijken. Ja, precies. Of je het via de uurineverdistof niet? Ja. Ja. En dan nog een andere orzekomende uurine te bekijken is bij hypotensie. Ja. Je hebt een verschillende manier om er naar te kijken. Wanneer zou je nou welke onderzoek inzetten? Ja. Ja, dat is natuurlijk. Dus als je spraak is van een informe van hypotensie, dan kijk je vaak naar de veelheid. Eiwittende uurine om een beetje een idee te krijgen van hoeveel orgaansschade is er nou opgetreden, seconde en hypotensie. Dat kan je misschien op het twee manier doen. Je kijkt op wel in een uurine-porsie naar de albermine creatinine ratio. Of je kijkt in de vindtende gurus uurine naar de totale hoeveelheid eiwittie een procent uitplast de vindtende gur. En voor allebei geldt dat hoe hoger die waarde is, hoe ernstiger die schade is door de hypotensie. Als je iemand op de spoet de einds en de hulp hebt met een meer acuut verhaal en je wilt dan kijken of er nou spraak is van een hypotensie van noodgeval. Dan kijk je vaak een uurine-porsie. Dus dan korregeer je een albermine van creatinine waarde, dat is de albermine creatinine ratio. En als je een procent product niet ziet, kan je dat ook doen. Of je kijkt naar de eiwittende uurine in de vindtende gurus uurine. Dat kan ook. Ja, dat zijn denk ik wel de zes meest voorkomende of niet wat belangrijkste reen om uurine onderzoek in te zetten. Ja, dat denk ik ook wel. Kun je nog iets meer denken wat we vergeten zijn? Nee, eigenlijk niet. Nee. Dat zijn we denk ik aan het eind gekomen van adlevering. Ja, dat denk ik ook. We willen graag je nog al even hartelijk bedanken voor het luisteren en ook hartelijk dank voor alle hele leuke berichten die we hebben ontvangen de laatste tijd. Als jullie ook zouden willen reageren op iets wat jullie in de podcast horen of heel graag een onderwerp besproken zouden zien worden. Kun je nog eens altijd een bericht suren naar huis of [email protected]. En vergeet ons ook niet te volgen op ons instagram. Daar zijn jullie altijd op de hoogte van het laatste nieuws rondom de podcast. Daarmee nog maar een hartelijk dank voor het luisteren en heel graag tot een volgende keer. Tot de volgende keer. Allright.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Urine tests are crucial for diagnosing various conditions.
  2. Urine sticks provide quick and cost-effective initial information about urine composition.
  3. Components like red and white blood cells, proteins, ketones, and specific gravity can be analyzed in urine sediment.
  4. Urine sediment analysis helps in diagnosing urinary tract infections, kidney diseases, and other conditions.
  5. Midstream urine collection is preferred for accurate results in urine tests.

Summary:

The transcript discusses the importance of urine tests, particularly focusing on urine sticks and sediment analysis. Urine sticks are an initial screening tool providing information on various components like blood cells, proteins, and ketones. The discussion delves into the interpretation of color changes on urine sticks and the significance of detecting nitrites for diagnosing urinary tract infections.

In urine sediment analysis, components like red and white blood cells, proteins, and specific gravity are examined under a microscope to diagnose conditions like urinary tract infections and kidney diseases. Proper urine collection methods, such as midstream urine collection, are crucial for accurate results. The transcript emphasizes the need for multiple urine tests to confirm diagnoses, especially in cases of suspected infections or kidney issues.

FAQs

Een urinestick is een screeningstool waarmee onder andere rode en witte bloedcellen, nitriet en eiwitten in de urine kunnen worden onderzocht.

Een positieve nitritest duidt op de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in de urine, die nitraat omzetten in nitriet, wat kan wijzen op een urineweginfectie.

Rode bloedcellen in de urine kunnen wijzen op aandoeningen zoals nierstenen of infecties, en de hoeveelheid en vorm van de cellen kan informatie verschaffen over de oorzaak.

Een hoog aantal witte bloedcellen in de urine kan wijzen op een urineweginfectie of andere ontstekingsprocessen in de urinewegen.

Leukocytencilinders in de urine kunnen wijzen op een renale oorsprong van witte bloedcellen, vaak geassocieerd met ontstekingsprocessen in de nieren of urinewegen.

Een hoge concentratie plevisepitheel in de urine kan duiden op een onbetrouwbaar afgenomen monster, wat de betrouwbaarheid van het sedimentonderzoek kan beïnvloeden.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.