Go back

Aflevering 3: Klein bier en Grootheidswaan

46m 46s

Aflevering 3: Klein bier en Grootheidswaan

Bart De Weaver, also known as BDB, is a historian and co-author of "Het Verhaal van Antwerpen." The third episode of the series explores Antwerp's beer culture in the 16th century, highlighting the city's heavy beer consumption due to water quality issues. Antwerp's residents, known for their love of beer, even received part of their wages in beer. The episode delves into how beer production and consumption shaped the city's history. The narrative also introduces Alonso Vasquez, a character reflecting on the beer culture in Antwerp. The episode sheds light on the significance of beer in Antwerp's economy, with the city deriving two-thirds of its income from beer taxes. Additionally, the story touches upon the visionary urban development initiatives of figures like 's Gravenbier van Schoonbeeken, who played a crucial role in transforming the city's infrastructure and economy.

Transcription

8178 Words, 46552 Characters

Gegroet, mijn naam is Bart De Weaver. U kent me misschien als BDB, politiek best, premie, pasje van maximistiek historisch pulger, echt genoeld van een uiteer, vader van vier, titelvoerenburgemeester van aanwerpen, maar in hart en hier en alle andere mogelijk organen ben ik toch vooral. historicus en in die goede aanigheid krop ik in de pen. Dat resulteerde in het boek het verhaal van aanwerpen. Samen met schrijven in potkater Joost Houdman, hello. Joost zwijgersjebief, want dat straks mag Joost het weten. als we samen duiken in deze reeks over het verhaal van aanwerpen. Dit is aflevering drie, klein bier en grootheidswaan. Het verhaal van aanwerpen. Antwerpen. Verhaal van aanwerpen. Voegel er dan nog horen, misschien. In het verhaal van aanwerpen neem ik u mee naar 16-14. Tot u spreekt "Alonso Vasquez". Ola! Madres las ponen en las manjons. Una stetas de madera contra hejas. Moeder stoppen in kindjes, houd te spelen in een ander. Gevoet met bier. Ima man, in die kindjes zoi je daarvan als of het natuurlijke leche is. Tot dat ze gespenzen. Van die toeter komt even versjada als dronke schap. La embriag is. Caramba, een pap flest bier. Overal in amberes is er bier. Kojo, in die kamestraat stroijkkel je zelfs over die probleien. Ik verneem dat dat hier al is, want zo is. U geeft mijn mafino. Maar dat is heel veel doorderd aan bier. Die antwerpenaren zijn die bierdrinkers van de Lagerlanden. Ik verneem zelfs dat die lonen van de arbeiders deels in bier betaalt worden. Lever die drinken bier, die dorstlezer tijdens het zwarenwerk. Lekker is dan niet he, dat de antwerpse bier. Dat zal wel in die water liggen. En vleidst dat, dat is vleidst! Voor mij geen klein bier. En die boekwijd is er gebruiken. Mierda, vertalen mierda! Het verhaal van antwerpen. Voila Joost, dat was een vrij pittige uiteindies over onze bierverslaving in onze bierkultuur, in onze mooie stad. Wat vond je er van? Ja, dat hoog hij Caramba gehalte over bier gesproken, het wordt in aflevering over bier door twee mannen die al bij al bieren, geen alcohol meer drinken. Het is een vraag, je toe je nog wel gerstenat dronk, wat was jouw favoriete? Ik had veel favoriete bier en ik dronk vooral bier meer dan wijn. Een uitsteker is toch duvel, dat was een heerlijk gerstenat. En gelukkig niet te sterk, dus dan kon je behoorlijk wat van drinken. Ik was ook al vanaf in de tripel hop. Ja, tripel van trappistisch is subliminalse vormen en gedante. En dan de fabrieksvariant Blonde Luffede, dat was het appritief je voor je aan de duvelboegung. Mogen we deze aflevering lekker nuchter inzetten? Those were the days, man, those were the days. Maar ik wil jou eenig feest roes niet ontzegd met ik vanaf van de uitgevrijd, dat het boek, het verhaal van Antwerpen, achter de druk heeft bereikt, is mooi. 22.500 texemplaren, dat is drie keer meer dan dat we ooit hadden verwacht ingehoopt. Dat is echt fantastisch. Ja, geeft aan dat de mensen toch nog altijd geïnteresseerd zijn in geschiedenis? Ik merk ook zelf in de aflevering. Als ik jou bezig wordt, dat jij daar vol passie, vol ingaat, ik krijg amper iets gezicht in de aflevering, maar dat is misschien maar goed ook. Ik vind je trouwens voorweer echt indrukken, ook wel leuk, van eindelijk iets te kunnen uitleggen want inzonder te zaken is deze wereld, moet je altijd superbeknop toe of vind je dat ook wel bezand om het zo. In geschiedenis, als je dat een beetje kan vertellen, dan merk ik ook altijd dat die passie op het publiek wel overslaten en de verkop van het boek bewijste, is een groot publiek voor die verhalen waar komen wij van doen, waarom zijn de dingen zoals ze vandaag zijn. Wat zijn we in het verleden waar betekene gebouwen en langs wandelt en op een andere manier naar leerd kijken? Elke keer is het de kancep, dan zie je dat het aanslaten, dan word ik dan wel blijven. Ik kan niet zeggen dat ik van alle andere dingen in mijn leven altijd even blij naar huis terugkeer. Maar dus van beerkeren sommige mensen wel blijven terug naar huis? Als ik het niet met de wagen als die je kan. Als het enigziens kan niet. -Nee, gewoon niet, eigenlijk. Ook niet met de fiets in de regale keer meer. Het beer, het gaat over beer in de geschiedenis. Ik leef met de gedachten dat mijn vroeger beer drink om dat er ook niet veel anders was en dat het water niet te zupen veel. En omdat er zoveel beer werd gesopen, dat er dan ook zoveel oorlogende waren of ben ik nu de ene mieten naar de andere aan het opstopen. Eigenlijk wel, ja, dat is de ene mieten naar de andere. Dus de idee was onze vooruiters drinken veel beer, want van al de restie in je dood. Dat ziet er wel een gemakkelijke bullen geloven. Een beetje Hollywood bevorddeelt de pest. Dat heeft een zeersterijke indruk gemaakt op ons collectief geheugen en van water met cadavars en vallen is in een bacterie waar mijn toen niet kinderen gingen waarschijnlijk dood. Dat is fel overdreven. Er was drinkbaar grondwater in Antwerpen put water. Ze stonden tientallen pompen in de stad. Daar vind je nog overplaatsels van zoals het putje van Quinten Mats. Dat nu voor de catadraal stond, dat was pronkelijk voor het oude stad. Het gotige stadhuis, dat naast het hadege stadhuis stond. Daar kon je water oppompen en een mooie putje die daar door Quinten met zij is opgemaakt is. En dat water was drinkbaar, daar gingen je niet van dood. Lekker zal het niet geweest zijn, want je hebt natuurlijk de schelden. Die de voorzorgstrijd ons grondwater brak is, dus zuidig is. En uiteraard kon je niet uitslaten dat er wel wat bacterie niet in dat water zaten, want je hebt de verveling van afval dat in de rijen werd gekeeperd. De stad was door aandert met bevaarbare wateren, door rijen die zijn laten gezegd. Wat dat kan me zicht vandaag niet bevorstelen, dus die stad was vol water. Vandaag is er relatief weinig water in Antwerpen. Maar toen veel stilstandwater, slechte combinatie, mensen die er afval in kieperen. Je hebt natuurlijk ook alle beerputten in de stad en doorseppelingen daarvan. Cadavers die in de stad blijven liggen de wereld veel dieren in de stad. Anders gaat dat niet nu dieren in de stadhuisdieren, maar toen waren de rooklandbouw dieren die vandaag mijn landbouw associeren. Die in die stad rondliepen, dus heel veel excrementen, verveling, cadavers. En dat duidelijk komt dat wel in het water terecht. Er is wel, zoals bij de meeste mieten, een grond van waardheid, dat het beter was om iets anders dan water te drinken. En dat was in Antwerpen beuidstek bier. Een Antwerpenaard dronk in het miede van de 16e 350 liter bier. En daarmee was hij toch wel een beetje de ongekronde bierkehser van de lager. Ik hoorde juist, ik heb bijna 1 liter bierke dag. Het was per inwoneren, dus iedereen ingegrepen, dus dat is toch behoorlijk. In Leuven is het 273 liter, dus de Antwerpenaard stek er boven uit. En dat bier werd of er wel ingevoerd in de middeleeuwen. Want Antwerpen was een groeiende stad, dus kon niet naar eigen boef te produceren. Of er wel kwam dat uit de Kammerstraat. En de Kammerstraat zou eigenlijk de Kammerstraat moeten eten. Want een Kammer, of een Kammer is een brouwer en een Kammer is een brouwer. Het komt van het woord Kam, CIM. En dat is eigenlijk de eisere ding waar een brouwketel aanheen. Dus het heeft niks te maken met de Kammer waarmee je haar eventueel goed ligt? Wel, in de Kammerstraat, vandaag voor de winkeltjes en de jeugd, die daar vooral shoppt. Maar daar was dus het hart van Antwerpen bierstrad? De Kammerstraat vandaag is een slechte vertaling van een slechte vertaling. Je ziet de Franse vrouw, de kindmen en het woord Kammer niet meer. Er zijn ook geen brouwerij meer in de Kammerstraat, die zijn er allemaal weg. Met een herinnerd zie ik dat niet meer. En de Franse denkt, ja, Kammer, dat heeft met een Kammer te maken. Dus dat wordt er u de penje. En later wordt dat dan even uit het Franse nog eens foutief naar het Nederlandse vertaalt naar de Kammerstraat. Maar eigenlijk is dat dus de Kammerstraat of de brouwerstraats was. Wat dat vandaag zouden noemen bij die ze niet, er is wel een brouwersvlieg. En dat zegt ons al iets over hoe het met die brouwers dan is vergaan. Die zijn allemaal nadar verhaast. En dat is nogal een bijzonder geschiedenis. Ja, even terugkomen op antwerpen als bierstad. Ja, hoe is het dan ooit ontstaan? Als je zegt, antwerpen was de bierstad. Wel, antwerpen was niet de bierstad in termen van productie en in termen van kwaliteit. Dat was zeker niet in de middeleven. De helft werd ingevoerd en het antwerpen ze bier was niet aangeschreven als het beste bier dat je kon drinken. Van smak, nog van sterk te. Het brakken put water, dat m'n moest gebruiken. Dat was niet het recept om een smakelijke pint af te geven. Dus wij waren niet de bierstad in termen van dat ons bier we heel bekend was. En dat die er in het graag wilde drinken, wel in tegen deel. Het was ook bepaald slaap. Dus m'n heeft graan nodig om alcohol in het bier te brengen. Graan is duur. Ja, dat worden we in het fragmenten, dat het bier niet altijd lekker werd bevonden. Maar ook nu is on top of dat behoorlijk vliegd. Ja. Het bevinder dat dus graan is duur, graan is soms schaars. En dan gaat men dus minder graan gebruiken om meer bier te maken. Wordt door het bier steeds slapper wordt, dat daalt tot 0,5 promillen. Dat is dus tafelbier, zoals we dat vandaag zouden noemen. En men noemde dat toen klein bier. Bekend van de uitruking, dat is geen klein bier. Dus er bestond wel degelijk iets wel, wel klein bier. Namelijk heel slaap, nauwelijks drinkbaar bier. Dat gaat zover, dat zelfs het stastbestuur in 1537 daarover bot op heeft om te slaap bier te breuen. Dus er waren wel wat problemen met het antwerp. We hadden geen kwaliteitsvol water en er werd te slaap bier gebreuen. En daar moet een oplossing in aangegeven worden en in de vijft in de EOK al de stuiten is aan het bewind. De Burghondier laat die de herentals ervaart als concept ontwikkelen. Die vaart is nooit dat in herentals geraakt. Dus de nam is in iets misleden. Je hebt wel in de trevieren of hè? Je vindt je nog efektief als je jogge komt. Je laatst de restanten van wat de herentals ervaart. Het is letterlijk zo dat ik het weet hoor. Ik ben ook al langsjejogt in de gezien jaar kijkers. Hier zijn de restanten van de herentals ervaart. In die bracht schijnwaterdeuren, dus de schijn die daar liep, naar de stad toe. Die kwam binnen aan de blauwe toren, ook bekend van een blauwe torenplan. De toren is afgebroken, die was een onderdeel van de middeleeusel ommuring. Een blauwe toren daarin. Die heeft daar ooit gestaan, ze zijn in de 19e eeuw afgebroken. Daar kwam dat water binnen en dat liep dan op de oude vaartplaats. Het wordt vaart zitten nog in. Komt dat in de wapper en een wapper is eigenlijk wappen. Het werkwoordwappen is watertappen. Een wapper was een soort constructie met een hefbom. Waar je dus dat water kon gaan opwappen en de wapper is aan de soort. Ja, dat is de hefbom om het water uit de vaart te halen. En daar konden de brouwen zich komen bevoreaden van iets betere kwaliteit water dan het put water dat ze een moest te gebruiken. Zo is het waterproblem, toch al wat verbeterd nog niet opgelost. Maar verbeterd van het einde van de 15e eeuw. En een probleem van de dure graan derde antwerpenaren creatieve oplossingen voor. Met name door boekwijd of speld te gaan gebruiken om bier te brouwen. En dat was heel handig, want er mee kon ze ook de belasting op mot ontwijken. Dus geen graan, geen mot, belasting op mot, werd geheven en gebruik boekwijd of speld. En dan moet je dat niet betalen. Dus de stad stond dat hij in principe niet toe. Tenzij het graan heel schars was, maar stiekem werd dat dan toch gebeurde dat dan toch. Met die tradisie. - En die zal vrouwen de toestanden. Ja, ja, ja, ja, in de dat. Je kunt beter met die ze op me zoet rijden. Dat is veel hoekopper dan dat je met de diesel gaat rijden. Dus een mooie analogie, mooie belastingsontwijking. Maar het is ook een tradisie die vandaag nog wel voortleefd in het sev bier. Wat hijken bier is dat op basis van boekwijd, was gebruik. Dus wat men toen minder waardig beschouden, ja. Het is een smaak die toch ook zijn eigen fansen heeft ontwikkeld en tradisie die tot vandaag bestaat. Je spreekt zelf nu over graan en mot, hè, een mot, werd dan belast. Maar ik kan me inbeelden dat bier en such ook wel goed was voor de stadskassen. Ik zei het voor op te leggen, was dat een big business voor us? Dat was een very big business voor de stads in de zist in de eeuw. Gaan niet minder dan 67 procent. Dus 2/3 van de inkomsten in de stadskassen komt uit het bier-acseins. Dus bier was de bron van inkomsten bij aadstekker. Er werd heel veel bier gedronken en dus dat is een vlaktax op bier die de stadskassen wilde. Dat ging zo ver dat mijn liever buiten de porten ging drinken om die access te ontwijken. Dat is dat de stadskassen bij aadstekker in Luxemburg. Exact, ik ken op mijn zoet naar Luxemburg-gruiden. Daar dan bijvoorbeeld je drank gaan inkopen om een lager betewetarief te kunnen genieten. Gingen de aanwerpen naar een buiten de porten en pinches drinken. In 1516 heeft de stadskassen dat in Bergen en Borger uit. Dat was toen de boerenbuiten. Dat was buiten de stadsburen en echte boerenbuiten. Waar dan wel herbergen waren, zoals in de stads. Daar waren er taal van herbergen heel veel. 376 herbergen waren er in de stads en 16e. Dus behoorlijk veel. Want hoeveel kwam er toen in de stads? Dat waren toen een goede 100.000 mensen. En dus 1 herberg per 120 inwoners. Nu let op. Vandaag is er 1 horecazaak per 119 inwoners. Dus dat is nog ongeveer hetzelfde. Maar het beroep horeca is iets uitgebreider dan toen een kroeg herberg waar je ook wel is. Over nachten, maar dat was een rijk kroegleven in de aanwerpen. Voor mij de prijs van de origineelste kroeg naam is die in de zieken dronkart. Dat was op de paardemaart. Dat need echt niks aan de verbeelding over. Maar bouwde de stadskanderen. Dat was dan wel interessant om het accessen te ontwijken. Dus in 1516 krijg de stads een halve accessen in Bergen en in Borger uit. In 1552 krijg je je al bij de schoonbeek. Een bijzondere figure waar we het nog over zullen hebben. Krijg je het gedaan dat hij van Kijzer-Karel een verbod krijgt dat de porter nog baat in de stad gaat drinken. Dus je moest je bier drinken binnen de stad zonwalling. Want toch wel een bijzondere situatie was. Op die manier bleef de accessen binnen de stad. Accessen die niet toevallig diezelfde schoonbeeken waren gepacht. Een belasting kon je toen ook pachten. Dus de stadwouw inkomsten, ja, kon dan zeggen, ik geef zoveel. En ik zal wat verder wel regelen en dan moest je natuurlijk zien dat je meer had. Ja. - En er scheurde je broek er aan. Dat was het soort gebied te zaken, maar die van schoonbeeken wel was. Stel voor de zielbeer van schoonbeeken is zelf aan het woord galaat. In de verhaal van Antwerpen neem ik u mee naar 18 februari 1553. Tot u spreekt 's zielbeer van schoonbeeken. Het is gebeurd. Dankzij keizer Karl. Dankzij u en u keizerlijk besluit mag ik mezelf tot beer keizer kronen. Alle brauwers moeten nu de ouwe binnenstad om middelijk verlaten. Ze moeten naar de nieuwstad verhuizen, naar mijn nieuwstad. En voor elke aan beer moeten de brauwers met twee stuifers betalen. Waarvoor dank? Dank voor drank. Terecht! Als ik niet haven en goed dat bewogen had Antwerpen nooit de beerhoftstapt van de lagerlande kunnen worden. Met aan de ene kant mijn ervaring van de beer accenten. En aan de andere kant, mijn bouwervaring van de stadswagen, de vrijdagmarth, stapt en ik naar de stads magisterat. Wat als we nu zouden stoppen met de flitse beer of mijn beer in te voren? Wat als we nu zouden stoppen met al die moeite te doen om verswater te verdelen om beer te kunnen brouwen? Ik zei hem, kijk. In het noorden van de Antwerpse binnenstand heb ik drie lange vliegen uitgegraven. Wat als ik daar nu het waterhuis abouwen? En daarin verswater zou oppompen en daarbij de slimsysteem van lode pijpen onder de brouwers overdelen. Die moeten daar maar gewoon de kraan open draaien om verswater te hebben. Hoe schoon zou Danny zijn? Als nu alle brouwen rijden rond de waterhuis overliegen. Ja, daar ja in de nieuwstad. Daar zou toch veel beter zijn voor de stad en de Antwerpenaren. Nee, goed voor de stadskazog. Alleen moeten de brouwen rijden misschien wel een duitje in de rug krijgen om te veruizen. Als je begrijpt, wat ik bedoel. Het verhaal van Antwerp. Die zielberg van schoonbeekje schetstenen, maar als een gewikst zakenman. We hebben hem net aan het woord gehoord, moet ik daar een beetje een project ontwikkelaar. Vooral later bij voorstellen, is dat een visionair, is dat een zonbelar, is het een beetje van alles? Hij was het allemaal, hij is een soort Mark Zuckerberg van de 16e eeuw. En die dingen zitten die er nog niet zagen. Mijn nomen in vastgoedt ontwikkelingen had hij het totaal nieuws en dat hij holistisch naar vastgoed keek. En rond economische concepten, zoals de vrijdagmarkt. Hij kwam vastgoedt ontwikkeld en ontwikkelde een plan met die idee dat ze al een functie hebben. Mijn nomen dragen we dingen verkopen. Dus het vastgoedt daar rond, gaan we ook als roephuis en winkelhuisen ontwikkelen. En we zetten het als een geheel in de markt en dan kan ik daar veel aan verdienen. Dat was heel succesvoll. Ook de stadswag en nog veel andere buurten heeft van schoonbeekens een eeuwige stempel opgedrukt. Stadswagde. - Natuurlijk dat hij toen een stad had waar nog mee gewerkt kon worden. Ja, meer dan vandaag al als eens verguningenproblematiek in dergelijke, dat was allemaal nog niet zo aan de orde. Dus je kon met een visie, connecties en weinig scrupulos kon je in die stad wel wat doen. Maar hij had een miliante visie en de stadswag, waar dus producten moesten gewogen worden. Dus we gaan die wagen richten en dan aan het vastgoedt daar rond wordt interessant voor iedereen die commercial daarbij betrokken is. Vandaag klinkt dat heel normaal, maar toen had niemand het zo bekeken, had die visie en hij had er mee aan de slag. Hij had heel veel leffe, dus ze gewoon de stadswoms presenteren van jammer. Ik heb stille vernoten die dan vertrouwen inboezende, maar die stille vernoten blijken zo stil dat ze nooit hebben gesproken. In de bron ook nooit een spoor van teruggevonden, dus die hebben we wel echt nooit bestaan, dus dat zorgt ondernemen van zij. Voor een blivpoker. Die eigenlijk ja, een beetje de wolf of Wall Street, die man die durfde, die advisie. En die krijgt in een ongelofelijke hefboominhanden door de ontwikkeling van de spans, wat de spans omwaling zal worden. Daar heeft hij zich kunnen opsmeten op een ongelofelijke manier en er heeft een leverage gegeven tot bij keizer Karl-Zelf. Wat je even schetsen, is die onwaling moest gezet worden, de stad die dat kon dat niet zelf doen of of doen. De stad ging dat eigenlijk wel zelf doen. In 1542 is Antwerpen al vol opiggen als een gouden eeuw, en dus dat lijkt me dan wel logisch dat je die stad ook wel wat deftig gaat beschermen. Want dat is een interessante proi, zo een belangrijk stad, voor mensen die het misschien niet goed voor hebben, alleen dat had mij niet gedaan. Antwerpen, een halte het zijn laat, middeleeuwse onwaling, dat was een muur met 50 turs, met 19 porten, daar waren hazen tegen aangebouwd, daar waren zelfs hazen bovenop gebouwd, die was in het warmelijke stad. En ja, zoals het met defensie wel is gebeurd, als je dat verwaarlost en je neemt het allemaal voor van zelfs precend, dan gebeurt er iets en wordt je uitgedacht en dat die in 1542 ook echt zo geweest, een verstomplotsing en krijg zeer voor de deur, in de verhuur van Maarten, van Rossum, misschien een verveurzaat van Jean-Pierr, maar ook wel een verterfelijke verhuuralassings die was ingeured door de heer Toch van Gelderen. En dat is een gebiet uiteraard in het huidige Nederland, dat nog niet volledig onder de knoot van de burgondeers in de huisburgers zat, en er ook niet wilden onderkomen. Die hadden deze krijg zeer opdrachtgegeven omleelig haastig aan houden, en die heeft dat gedaan in de kern van die burgondische Nederlanden, de Habsbrukse Nederlanden zijn, het heeft ook ontbraabend. En die trekt daar met een krijgstbinderond, dat was een redelijk onverbidelijke figuur, blaken en braden zijn het sierad van de oorlog, zijn Maarten, van Rossum, en die meen dat ook, dus die branden, plat en plunderen, alles wat het hege kwam en de steden, die biberden. En die verschijt in 1542 voor die belabberde porten van Antwerpen, men heeft dan in alle rijl alles gedaan om die nog te versterken, die huizen af te breken, die er tegenaan of boven opstonden, maar men heeft echt gebiberd in de stad van ja, als die er in komt, dan hebben we wel iets voor. En dat ze zendert ook van de natgegaan. Varrossum heeft leelijke haastgouden in Antwerpse vrijheid, dus men heeft vanuit de stad de roogplame gezien van alle rijgeur rond Antwerpen. Tandelanderij in die die in Vlammen opging, leuven in Edemdito, maar uiteindelijk is de man een nooit ingeslacht om een grote stad in Brabend te kunnen innemend, dus we zijn door het ook van de natgegaan. Een jaar later verslaat Kijzer-Karolde het ook van Gelder het definitief, het wordt Martin-Varrossum zo war een vriend, want hij wordt dan loihal, een Kijzer-Karold. Er is genoeg deze man die in Antwerpen een onwarschijnlijke repetatie heeft gekregen, die wordt aangroepen, al was het de daadel zelf kinderberde bang gemaakt met Martin-Varrossum, de man komt nu halen, een beetje de zwarte pita van la lettre, die man komt later in z'n leven in Antwerpen nog terecht en wordt eruit stekend verzorgd, want hij had een dikke beursvol geld en Antwerpenaren waren dan altijd klimend. En is al in Antwerpen in 1555 sterven, waarschijnlijk aan de pest, maar de beste medische zorg kon je in het New York van die tijd aan het verper krijgen, dus die man die voor onze porten heeft gestaan zal later in vrede in Antwerpen komen sterven. Voor geldtijdens de beer in de doctor, dus blijkt er ook, maar eendingen had me wel ontwouden, zo kan het niet verder, ook al die baadlandse kopla die zijdea zo kan het niet verder. Dus dat is eigenlijk de aandrijding om te zeggen, we zijn nu wel ontnaapt, maar we moeten hier dringend betere onwaling maken, een sterkere. Het stadsmajistraat in het oude toen ook groot is de stadhuis, zal wel weetweg getrokken hebben tijdens die momenten, ook al die baadlandse kopla die aanglopen. Als wij hier onze businesspullen verder ontwikkelen, dan willen wij veiligheid, net zoals vandaag, de fancy wordt opgeschroefd, moeten er geen besteerd worden, dus er moeten in de stadskas worden gekeken om die be muur te bouwen. En er was al een ontwerp van Donato, Di Boni, Pellizoli en Italiaan. Meester Donat, voor de Antwerpse vrienden Donato, die had eigenlijk de moderne stadhuis onwaling van Antwerpen op papier al ontworpen. En mijn gaat die dan uiteindelijk bouwen. Mijn begin teraan moet gebeuren, mijn gaat het geld bij elkaar verzamelen door de belastingen te verhogen, accenten te verhogen. De analogie met de fancy vandaag is zeer pertinent. Er moet dus in de lege kassa worden gegraaid om dat in orde te krijgen en mijn begin. Je hebt natuurlijk wel een argument naar elke burger, dus het is nodig. Ja, dat was vaak in die geschiedenis. Eerst moet je me je hoofd in de afgrond te beginnen om dit niet meer. En dus met lange taanden beginnen ze er aan, met ook een toezicht op de kassa door de schepenen, maar ook door twee ver tegenwoorders van de ambachten. Vandaag denken wij altijd, ja, vroeger was er geen democratie in de transjärgiemen. Daar behoeft toch wel wat nuance. Het volg was niet onmondelijk de porters in de ambachten die waren georganiseerd. En die hadden ook een invloed in de stad. Die kwamen bijvoorbeeld maandag op de brederaad, kwamen die binnen op het stadhuis. Ver tegenwoordigen ze ook bevolgens de ambachten die de gildenhuisen staan. Die vernieks allemaal rond het stadhuisen, ambassades van die beroepsgroepen. En de belangrijkste gilden waren ook een beetje controle dan op de. Ja, en die mochten delegaties binnensturen van bepaalde gilden. En de belangrijkste gilden waren er altijd bij. Dat waren de meer ceneers. Weet je wat een meer ceneer is, Joost? Nee, ik neem het meer ceneer die ik een handelar. Een city of shopkeepers, zoals een overlond is. De meer ceneer de handelar is belangrijk, de kleinheilar. Duschippers, even in het voor een halve stad dat dat belangrijk gilden is. En de derde dat raad niemand, dat zijn, de derde belangrijkste gilden die er altijd bij was, dat zijn de hoveniers, de boeren, want zonder boer geen eten natuurlijk. Ja, dus die drie waren altijd vertegenwoord. Die kwamen op maandag, kwamen die binnenop het stadhuis voor de brede raad, waar ook vertegenwoord van portersverenigingen, aanwezig waren om mit te schepen en de toestand in de stad een belangrijk zaken te bespreken. En dus op dit project wordt een toezichtskommissie gemaakt. En daar mogen twee gilden, zijn de meer ceneers en de schippers die twee belangrijken. Mensen toezicht laten houden op de financiën van die werkzaamheden en op die werkzaamheden. Altans en in het begin was dat zo. Dus de stad heeft daar budget voor vrijgemaakt, die zijn project dat natuurlijk zoals alle projecten veel duurder wordt, vermoedig. En dan zit je in de problemen. U rat het openbare werken, dat gaat veel trager vooruit de nabadegepland, verrassing, verrassing. De kosten lopen op, verrassing, verrassing. In 1545 komt keizer Karl Himszelf zijn keizersport openen, de cintiorisport, waarin we vandaag het leopold plaats is. Dus daar is een deeltje klaar, maar eigenlijk is er nog niet zo veel bracht op die drie jaren. En dan gaat het een beetje zinant, dat is een beetje zinant, inderdaad. En dan gaat met ingrijpen in de governens, zoals dat heet. Mensen gaat zeggen die toezichtkommissie dat willen we niet meer. We gaan een fortificatiekast maken, waar we alle middelingen gaan samen trekken. Dan kan dit een beetje vooruit gaan. En aan passant wippen de schepenen die aanbachten uit de toezicht op die werkzaamheden, en blijven ze nog met de burgemeester in twee schepenen over. Dat wordt een heel vroeger constructie, dat is zeker als dat nog een van die twee schepenen sterft. En zijn ze nog over met een schepen in de burgemeester om toezicht te houden op de fortificatiekast. En drie jaar later, in 1848, blijkt die kast volledig ledig. En moeten ze eigenlijk, ja, terug naar de brederaad om te zeggen, we beginnen rode daad meer voor die omwaling. En die zijn natuurlijk een boerdoende reactie bij die aanbachten. Maar wat die zie je nu eigenlijk allemaal gebeurt met dat geld? Show me the money. Show me the money. Dus dat loopt hoog op dat conflict, zo hoog dat Maria van Hoogarij onze eigen landvoget is. Naar aan het werpen komt om zich met die zaak te bemoeien. Zij bereikt een compromis waarbij mij weer nieuwe middelen moeten haaspreken. Weer belastingen worden vroogte dan dat mij verder kan. Maar ze voert ook een onderzoek naar hoe je dit nu kunnen komen. Zort onderzoekskommissie wil? -Niet een soort. Een echte onderzoekskommissie twee leden van haar geheimeraad. Zij het drie collaterale raden, er had van staat, er had van financiën en de geheimeraad. De geheimeraad is niet de secret service. Geheimeraad? -Dat klinkt het natuurlijk. Het klinkt echt zo. Geheimeraad, zeer geheimzinnig, dat mocht allemaal niet geweten zijn. Nee, iedereen wist dat die bestond. En geheim betekent eigenlijk voor privaten zaken. En dus dat zijn juristen, en twee van die juristen worden afgesteld om eens te kijken. Wat is een numitiefortificatiekast juist gebeurt. En die ontdekken allerlei bijzonder omfriesse praktijken. Het blijkt dat toch wel wat bouwmaterialen. En we werken rikliden niet zo zeer aan die muur hebben gewerkt. En wel aan de hoven van plezansie, de buiten, verblijven van die bewusteschepenen. Dat er ook allerlei dubbelen en false facturen blijken in te zitten. Allee, het doet met denken aan waar we recent met een bepaalde figurine aan het verbinden hebben. We hebben meegemaakt die een keuken bij zichzelf het laten plaatsen, maar niet zo zeer in de faciliteit waarvoor ze gesubsideerd werd. Dus niks nieuw onder de jond was aan de gewend, maar niet voor de juiste doen. Het schant was alles iets opgebruikt, maar toch niet altijd voor waar het moest in zijn en sterke stadsomwalling. Ja, dat was enorm zinant. Iemand moest er dus warte piet verpakken. En een van die twee overblijvende moest het wel doen. Nu zo'n gluk is er een van die twee toen net overleden. Dus de andere rieder-lanselot van ursel. Ook een legendarese figuur. Die naar eigen zeg in 1533 brand hoogstpersoonlijke brand in de catedraal was. Dat soort rieder-lanselot van ursel, alleen al die naam. Volgens zichzelf klinkt het? Dat is de eerige die nog leefde, is er dan niet geslaagd om te zeggen. Die man die dood was, die heeft het eigenlijk al nog wel misputterd zijn zonder zijn met hem gestorven. Hij is dan een tijdje in de luut te verdwijnen. Maar om te zeggen dat alles toen nog kon en mogelijk was, een paar jaar later, verschijnt die terug, die gewoon terug burgemeester, dus zo verlieks is gebeurd. Ja, of hoe niks is gebeurd, zal ik nu niet zeggen. In een paar jaar heeft hij een beetje leingloog gedaan, maar dan komt hij gewoon in alle gedante, of in volge gedante terug als burgemeester. Maar om er tussen, ja, was er nog wel geen stadsomvallingen, was het natuurlijk de vraag, hoe gaan we dit nu allemaal verder doen. En dan komt die briljanten van schoonbeek op de prop. En die gaat bij die Maria van Orgerijen, gaat die pitchen en zegt hij, ik kan dat bouwen, ik kan dat bouwen. En ik heb allemaal niet zoveel centen nodig, want die onwaling gaat eigenlijk in het noorden van de stad. Een heel deel dat nu nog brak ligt, een beetje zonpig morassig is, gaat eigenlijk binnen de onwalingvallen. Dus daar is vast goed ontwikkeling mogelijk en ik heb daar een visie op. Ik ga drie vliegen trekken, dat zijn eigenlijk kanalen die op de schilden uitkomen, dat is een vlieg. Je hebt vesten dat zijn water die rond uur is dan, je hebt de ruien dat zijn binnenwateren en je hebt vliegen. Dat zijn eigenlijk kanalen die op de schilden uitkomen. En zo gingen je dus een binnenhave creëren met de netwerk van ruijetussen die vliegen een soort mega hub, economische mega hub zoals die tot dan niet bestond in de hopen. En dat zou natuurlijk van een drassige, wardelose grond, prime wheeler-state maken. En zegt hij, geef mij gewoon het recht om dat allemaal te verkavelen, te verkopen, te ontwikkelen, op 10% voor mij, aan het raar. -Ja. En de opbrengen daarvan kunnen we die muur bouwen en ik zal dat wel doen. -Het klinkt genial. Het klinkt niet in genial, maar je hebt een hogere heerwester weg van. De stad was het niet weg van, en dacht, wat is dat voor een suget? Kunnen we dat wel betrouwen, daar was het niet zoveel aan het dus jasmen. Het eigenlijk komt keider kaal al heem zelf op de prond. -Ja. Om te zeggen, we gaan inzij met deze man, die gaat het voor ons doen. We hebben het beter, misschien ook wel. -Ja, laten we zeggen dat landslot van Russel en zijn companen, misschien geen overtuigend parcours hadden geregeld tot dan. En dus van Schoonbeeken neemt het over en van Schoonbeeken slacht erin om die hele onwelling op drie jaar effectief neer te zitten. Het doet het gewoon. Op z'n van Schoonbeekens, dat wil zei je, als je vandaag afdalt in de archeologische ondergrond van hen twirpen, zie je exact waar hij het heeft overgenomen. Dus dat was een baksteen en muur met natuursteen bekleed. Dus op momenten je ziet dat de baksteen van minder warige kwaliteit wordt, daar is het momenten van Schoonbeeken. -Ja, dat soort typen. Overgenomen, maar het is niet te min, als het klaar was, was het wel de meest indrukwik in de Stadtsonwalling die Europa ooit had gezien en die verlangen tijd van aan twirpen een on-inembal boverkeefd gemaakt met nog maar vijf porten en een aantal pastions, dus uitsteksels, die voor het moderne geschut, middeleeuze onwelling heelt geen rekening met het hutk aan onder, die noot maar schwas, maar dus met die pastions kon je ook krasvuur aanleggen en met indrukwik in devesting daarons, waar nu de lijn zijn en Amerika en Franklijk lijn, daar was het wasantwurpen van een on-neembare fort. En daar is die van Schoonbeeken dan waarschijnlijk onmetelijk rijk, meegeven om toch een beetje een hefbonige gegeven om verder te ondernemen. Waaronder die bier-accenten, die je dan binnen bent. Uit heeft hem alles zien dat een wietvoetje overgeleverd bij Kijzer-Karl-Himselven, die het was de man die het klaar gekregen. En natuurlijk zijn blik op die nieuwstad waar hij dan effectief aan de slag kon gaan. In die nieuwstad is vandaag het Islandje ongeveerhoofd? De nieuwstad is effectief het Islandje. De Brouwers-vliet herinnert ons nog aan de laatste van de drie vlieten die zijn overgebleven, die twee andere te noorden ervan. Die zijn verdwenen op moment dat Napoleon aan de slag gaat om het Bonaparte-Dok, de petit-passen en daar achter het Wilomdok-Grom-Bassen te graven, met alle eerste slas, daar waren die twee andere vlieten die zijn toen verdwenen. De Brouwers-vliet is verdwenen als de Konijnepep is gegraven, dan is die verdwenen tot zo lang lag die daar, dus tot de jaren 1930. En daar heeft hij de opportuniteit gezien om de zoek weer die thematische economische ontwikkeling rond vastgoed door te zetten. De reden dat er geen brouwers meer zijn in de kamerstraat is, omdat hij Kijzer-Karl-Himselver heeft gekregen, dus ik alle brouwers gaan bij van schoonbeken moeten hun tenten op slaan. En de Brouwers-vliet om de alweer en genial idee gaat met name het waterhuis. In het waterhuis, sorry, dat ik voor proper water dan vermoed ik, dat dan geen jouw verdeeld werd of moet ik dat zien? Zo moet u dat effectief zien. Het waterhuis kennen wij vandaag als het Brouwers-huis, maar toen was dat het waterhuis, waarmee hij dat waterproblemen aan het verpen, eindelijk in definitief ging oplossen. Ik kon daar wel water gaan bappen, die heerend als de vaart, maar dat was eigenlijk een suboptimaal proces. Hij had eigenlijk een brilandconcept, een waterleiding, avond a lettering. Dat wil zeggen aan de rode porten, waar vandaag Ufcia is de rode straat. Er was een port, een stadsport, een rode port. Daar ging hij schijnwater uit de vestender, liep dus schijn. In de vesten, dus had je zavere water. Relatief zavere water, het ging hij in een buis tot aan een brouwershuis brengen. Je heet de rejolen, de restueutuwateren. Een ongelukkige naam, een rejol, maar dus een waterbaas. Dat kwam daar beneden toe. Daar was een rosmolen die je tot vandaag kan zien. Het Brouwers-huis wordt S.W.I.S.P. gerestoreerd. Ik ben een ongelofelijk gelukkig met hem. Het was heel moeilijk als burgemeester om daar een expatant voor te vinden, maar we hebben met bortmalt de ideale klant gevonden om. Na die restauratie je het ook effectief terug te gaan uitbaten. Dus binnenkort kijk je dan eens volgelorie terug zien, een rosmolen met een paard die pomte dat water op. Dat werd dan in lode peppen, kon hij dat aan de rond het Brouwers-huis pompen om met kwaliteitsvol water beurtig aan brouwen. Alleen je moet dat wel klanten hebben, zijn de brouwers die willen komen. Ik zeg nog eens van schoonbeeken, had geen smitteloze reputatie in de antwerpen. Die brouwers stonden niet te springen om hen in goed te verlaten, maar ik onderaan heen meer van wat schoonbeeken te worden. Maar dus als je je keiser carl als van je hebt, dan ken er veel. Dus die zicht op een gegeven moment zetten in taloren allemaal verhazen. En jullie gaan naar de brouwersvliegd punts aan de lijn. Die brouwers hebben dat wanneer je licht opgevat. Die zijn echt in opstand gekomen, in 1553 op 11 uur. Is er een echte brouwers uit opstand? Niet onbekende datum. Ja, 11 uur uitgerekend. Die datum krijgt van schoonbeeken het aan de stok met die brouwers. Moet op de lop gaan, gaat zich verschalen in het stadhuis. Zij waren vooral kwalt omdat ze in eigen bood moeten verlaten. Er zijn nog meer dingen die ze hebben. Veel van die mensen konden dat financieel niet aan. En voelden we wel aan, we gaan daar eigenlijk onder de slavernij van schoonbeeken aandigen. Begin jaren 1915-50 is er ook een economische crisis in Antwerpen. Dus men heeft het niet gemakkelijk. En dan zoals het alles vaker gaat in tijden van crisis worden er geruchten verspreid. En dat het water van schoonbeeken dat het niet zover was en dat het bier vol maanden zat, dat hij broude. En dat dat dus absoluut niet condorgaan. En dus de stoppen de ploons die springen. En m'n echte volgtim door de stad en dan moet in het stadhuis schalen. Een van de wapen krechten voor het stadhuis heeft het niet beter op gevonden van aan die brouwers. Zij gaan kijken jongens, dat is zo voort. Zullen we hier vanavond een groep spanjaard binnenkomen en die zullen jullie vrouwen beslapen. En dat heeft de ploon helemaal dans springen. Dan hebben ze die wapen in beeld. Ja, dat vonden ze toch niet zo heel geëestig. Een brouwer is of het al een poot gekeer. Dus die wapen knicht is dan tegen de grondgewerking. Ik burgemeester van Birgimheten van Birgimheten. Die is buitengekomen, die is dan met stenen bekoeld en m'n heeft. Dat zijn de schutterschilden. Antwerpen dat bewapende beleest is in die tijd. Geen politie mag het maar wel bewapende burgers. We moeten oproepen om die brouwers te wicht te drijven van het stadhuis. Daar is een heel broerige sfeer in de stad bij Gisteraat kreeg schrik. Ze hebben dat monopolie van schoonbeeken afgepakt. En van schoonbeeken. Omdat er geen draag gelijk niet meer hebt. Dat schrik komt niet meer goed. We schrappen dat monopolie van schoonbeeken die was er onderuitgemaast richting Brussel. Maar die had natuurlijk nog altijd die keizerlijke paraplu. En die ziet er natuurlijk daar gaan we klagen. Het is voor de keizer niet goed natuurlijk dat zijn associën. We moeten metnomen. Zijn protégé, die net die stadsmuren het afgewerkt aan de kortimpo. Die genieteffectief zijn keizerlijke bescherming. En die brouwers hebben de prijs betaald. Keizer kaal heeft gezicht niks van. Die maak ik ongedaan in mensel van schoonbeeken volgen naar de brouwersvlieg. Vier van die brouwers zijn ongehoofd. En eentje is mijn goede onderstak heeft mensen een ton doorbord. Dat waren het soort strafen van die tijd. En daarmee was het plaatbeslecht en moest men naar de brouwersvlieg gaan. Naar dat waterhuis met lange taanden, maar dat is natuurlijk een gigantisch succes geworden. En uiteindelijk hebben de brouwers zelfs hun hoofdzettel van uw gilde in het waterhuis gebracht. Inkomst het brouwershuis waar je tot vandaag in die gilde zaal, waar die brouwers hun vergaaderingen deden, die is nog intact. En dat is prachtig als het gerestoreerd is als het eigenlijk wel gewerkt. Het heeft briljant gewerkt, alleen van schoonbeek en heeft in Ilang van genoten, want hij is een jaar later op jongen leeft dat al overleden, zoals dat met briljante zaken, mensen en briljante mensen door de band wel is gehad. Jonge vokster. -Nee, denk ik, 36 of 38, als ik koeel het kwijt. Hij is geen 40 jaar geworden, maar we hebben het in Ilang van kunnen genieten. Ja, maar heeft het wel de beer opstand overleefd en ik heb zelfs gelezen dat hij een mortaaslag heeft overleefd. Ja, die mortaaslag dan iets met die beer opstand, te maken of we een andere intriegen. Dat had er niks met te maken, dat heeft wel een groot dynastie gehad, die is een. De 16eëw was een bijzondere eeuw met bijzondere figuren die in Antwerpen neerstrekken. Van schoonbeeken was zo'n briljante figuur van eigen maakkelij, maar waardoor er ook wel van ingewekende maakkelij. Hij is gebotstopp, want die andere liggen daar is de 16eëw figuren, dat is de gazparducci. De gazparducci was geen doetje, ja, een hoorspeeling, dat was een man stopp. Dat is die lag voor de hand, dat is een man die uit Toskana was ingewekend op jonge leeftijd. En die ook, ja, dat was eigenlijk, ja, dat was een oplichter aanvallen lettering. Naam van die Amerikanse bank hier ontstap met die zo'n ponzieski met opgestarf. -Madoff, Madoff, dat was de boernie Madoff van de 16eëw. Die inderdaad werd verkomt waar natuurlijk enorm veel geld aanwezig is. En dat geldt ook op een plek te vinden, want Antwerpen is de stad. Hij is aller eerst een vaste bus opstart. -Ja. De brugelingen worden nu kwad. Brugelingen, die meelen, wat zappen, maar terugje beweren, daar zijn de eerste. Dat komt van een familie van der Beurse, en dat is een brugse familie, een hotelterio. En elke keer moet ik zeggen, u vergeet zich, dat het zwaar, die van der Beurse, die hadden een herberg in Brugge. En daar vlokten inderdaad al mensen erom, maar dat was geen Beurse. Een gebouw waar men dus kwam om handel te drijven. En dus waar ik de jaar maakte die mijn traditionele organiseren, een permanent character krijg. En men dus constant kan komen trading. -Ja. Allereersten die dat doen, zijn de Antwerpenar. En in de Hofstraat, je kan dan ook bezoeken, is een beurse gebouw, begin van de 16e eeuw van de 15e eeuw, moet ik zeggen? Nu de oude beurse. -De oude beurse, ja. De oude beurse. En dat gebouw wordt al heel snel te klein en in 1520 zich keizerk al baal maar een nieuw beurse gebouw, een groter beurse gebouw. En dat wordt de handelsbeurse, een van de mooiste gebouwen van de Nederlanden. Gwichardine is een deskiptione, dat is de mooiste dingen die ik ooit heb gezien. En dat is de moeder van alle beurzen. Dat is de royal stock exchange in Londen. Wij zijn de originele beurzen. De kopie is aan de zon. Gresham heeft dat gebouw hier gezien in Antwerpen, en zoiets moeten we ook hebben en bouwten een kopie in Londen. En daar is dat die doetje nog doodrekt. -Dar hang je figurines. Dan hang je figurines aan het doetje aan het raar als bij en naar de honing worden je naar togezoeg gezogen. En het is in podium totjes moondie zorgt het beschrijven. Dus de handelsprek van de gehele wereld als wat geld heeft en iets te veranderen heeft, zit in de beurs. En daar kan je natuurlijk ook financiëls hacken doen. Michael Pi die het boek heeft je schrijven over Antwerpen. Engels die historicus zegt dat capitalisme is in Antwerpen aangevond. Zegt hij. Die ben ik om hem tegen te spreken, dus daar is ook financiël valt er wel in en ander te doen. En daar heeft die doetje een neusje voor. En op die manier wil ik die man zich op. Want er is natuurlijk altijd geld geworden. Die habsbrukers die voerde veel oorlogen waren heel slechte beheerders. Zowel zeker kan al de vijfde morroek zijn zo'n Philippe II en dat er een handje van weg om dus feit te gaan. En altijd geld nodig te hebben, dat geld moest opgehaald worden. En daar was doetje een meester om geld te mobiliseren. Er was een boekeraar van letteren die slaagdering op geheven min, bijvoorbeeld alle cash tegelijk te ontleeren. Er gaat overal, iedereen die cash heeft wordt door hem geleend. En dat glater heeft natuurlijk niet meer nog cash, iedereen die cash nodig heeft moet naar hem. En vraagd je dan boekenrentes, dat soort figure was het wel. Absoluut niet populair, m'n slaagdering om te zeggen, die m'n gewoon niet naar ons bus niet meer binnen. Hij wordt verbannen aan het aljaren, de door voor hem is dicht. Maar als je natuurlijk de boekeraar bent van de keizer, dan kan je bij de antwoogd eens klagen, die dan Maria van Ongerij zegt. De door voor die man moet teruggroppen, die moet terugge binnengelaten worden en die moet ze zaakjes kunnen verder zetten. Ja, zoals er was, er was vaker gebeurt, de steer ondernemer van de eeuw, botst met de andere steer ondernemer van diezelfde eeuw. En dat is afgetrouwd van de familie, van elkaar, van schoonbeken en doetje, die hadden een aangetrouwd in de familie. Een echte soap? - Ja, het is een echte soap, maar dat beledt dus niet, dat van schoonbeken op een eeuw minst op weg naar de handelsburs. Het wordt overval door een aantal van de bravi, waar doetjes je altijd meer omreemde, die kwam altijd baden met een gewapende escort, de bravi. En een aantal van die bravi vallen in de nick, van van schoonbeken, die zich er nu orenoord kan ridden. En dus die mord aanslag overleefd, en dan ziet het spel helemaal op de wagen, en wordt doetje getachvaart voor de vierschar. Maar opnieuw, ik kan al de vijfdeem zelfs een brief te zeggen, nee, deze man moet u met rust laten en doetje kan dus een paar koer verder zetten. Maar zoals dat wel is vaker gebeurt, zoals met Madolf, je gaat altijd verder in verder tot dat je te ver gaat, die lenen op de duur geldt aan 50% rente voor de keizer. Dat zijn natuurlijk modellen die onhaalbaar zijn, en die ooit e-storten, en niemand wil hier dan nog met jou nog te maken hebben. En als je regent op keizerlijke gracie, dat zijn natuurlijk mensen die welwillend zijn, zolang is het geld vloeid, maar de dag dat daar niet meer komt, laten die je vallen als een pak steen. En dat is ook met doetje gebeurt, die man heeft zich uiteindelijk die had verschillende hove van plezansie. Want er aan het schonselof het kasteeltje op het kerk of dat was in van zijn besitingen, en die moet uiteindelijk voor alle bedrijgingen die boven zijn hoofdingen, letterlijk wegkrappen in zijn batenvroelbijf in kraabeken. Daar heeft hij dan het tot het einde van zijn dagen gesloten, maar die kon letterlijk zijn nu niet meer baten steken. Ja, dan zijn we dus van bier naar Grotheidswaan geëenvol in Wecht, en nu vragen ik mij af, waar gaan we het een volgende keer over hebben. Ja, dat is de vraag die je elke keer stelt, en waarvan ik elke keer het antwoord schuldig moet blijven, ook al heb je het mij vlak voor deze opname nog verteld, ging je wij het hebben over de hex in de slafie? Valleer ik correct. -Ja, op naar de volgende aflevering van het verhaal van Antwerpen. Dit was het verhaal van Antwerpen. Mijn namens Bartweiver en je hoorde ook Joost Houdman, STEM-acteurs. -Elz-Dottermans en Warburgmans. En aan de knoppen zaten Oliver Morels en Kevin Koos. Het boek het verhaal van Antwerpen, dat ik samen met mijn compagnie onderroet Johan Vermans gegeven, kan je bestellen via pelikmens-outgevers.be. Het boek bestaat als dikke knoefd om gezelligdaas bij het hart te lezen of als e-boek voor de leeshonger onderweg. Lakt dit er gaan we? -U kent me misschien als BDW politiek best eerste minister, baasje van Maximistik, dat had heel lang geduurd, zeg. I'm a man, en ja, ja, dat moet er even. I'm a man in El Azalamisma, manieraak las naturels. De putzier, putz, de postkast, de reeks. I'm a man in El Azalamisma, manieraad, kada la. (C) TV GELDERLAND 2020

Podcast Summary

Key Points:

  1. Bart De Weaver is a historian and author of "Het Verhaal van Antwerpen."
  2. Episode three of the series focuses on the beer culture in Antwerp in the 16th century.
  3. Antwerp faced challenges with water quality, leading to a reliance on beer consumption.

Summary:

" The third episode of the series explores Antwerp's beer culture in the 16th century, highlighting the city's heavy beer consumption due to water quality issues. Antwerp's residents, known for their love of beer, even received part of their wages in beer. The episode delves into how beer production and consumption shaped the city's history.

The narrative also introduces Alonso Vasquez, a character reflecting on the beer culture in Antwerp. The episode sheds light on the significance of beer in Antwerp's economy, with the city deriving two-thirds of its income from beer taxes. Additionally, the story touches upon the visionary urban development initiatives of figures like 's Gravenbier van Schoonbeeken, who played a crucial role in transforming the city's infrastructure and economy.

FAQs

Bier speelde een belangrijke rol in Antwerpen, waar Antwerpenaren veel bier dronken en zelfs deels in bier betaald werden. Het bier was essentieel vanwege de kwaliteit van het drinkwater.

Antwerpen heeft creatieve oplossingen gevonden, zoals het gebruik van boekweit of spelt om bier te brouwen en het aanleggen van een systeem met lode pijpen voor beter drinkwater.

De 'zielbeer van Schoonbeeken' was een visionair en een slimme zakenman die een grote invloed had op vastgoedontwikkelingen in Antwerpen, met name in de 16e eeuw.

Antwerpen probeerde belastingontduiking te voorkomen door regels op te leggen waarbij brouwers binnen de stad moesten blijven en een belasting op bier moesten betalen.

Bier was een belangrijke bron van inkomsten voor de stad Antwerpen in de 16e eeuw, waarbij 2/3 van de inkomsten uit de stadskassen afkomstig waren van bieraccijnzen.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.