Go back

Aflevering 2 | Misschien heb ik het gewoon gedroomd

18m 53s

Aflevering 2 | Misschien heb ik het gewoon gedroomd

Het gesprek is een emotionele uitwisseling tussen twee personen over een traumatische aanranding tijdens een skivakantie zes jaar eerder. Het slachtoffer beschrijft fragmentarisch de aanval, haar schaamte en de blijvende impact, waarbij ze twijfelt aan haar eigen herinnering en geloofwaardigheid, vooral in een juridische context. De tweede spreker, die mogelijk een begeleider was, uit intense gevoelens van machteloosheid en schuld omdat ze het slachtoffer niet kon beschermen. Ze benadrukt dat de interne twijfel van het slachtoffer begrijpelijk is, maar dat externe validatie (zoals een officiële aangifte) mogelijk kan helpen. De dialoek onderstreept de psychologische complexiteit van trauma: de behoefte aan een samenhangend verhaal, de verdedigingsmechanismen van het geheugen en de strijd tussen de emotionele zekerheid dat iets ernstigs gebeurde en de cognitieve twijfel door gebrek aan concrete details of bewijs.

Transcription

2512 Words, 12765 Characters

Dutch
*Vertrouw, en de kijkers* *Vertrouw, en de kijkers* *Vertrouw, en de kijkers* Ik had ook iets tehoor, want ik moet dat doen, dat ga ik goed zijn voor mij ook. *Vertrouw, en de kijkers* Ik vind dat ook iets bijzonder, want dat schert zo een hele. bijzonder een band tussen ons of zo, terwijm we elkaar op zich niet zo kennen. Ik heb wel de ninderlijk dat we veel raakvlak kunnen hebben, maar dan nog, dat maakt zo iets special of zo. Ja. Zul ik en iets. Ik weet eigenlijk niet wat je is te wocht is, maar dat is niet animator. Dat is niet de hele. Ja, instictuur. Ik vam de animator ik het zo zwerk was. En ik was ook bij mij, eigenlijk nadat je wocht was. Tot dan een pop-o-mijn, ze komen halen. En ik heb er uitzien, want ik wil benieuwd zo doen, want ik heb er een gegeven moment gezegd, of ja, hoe dat er vanwege was, die door. Ja. En. We hebben er even bedeft. Ik ben Luna, en ik heb zelf iets meer gemaakt. Elastigd naar aflevering twee. Is het wel echt gebeurd? Ik moet eerst even vooral zeggen, ik vond het u vraagt echt. Wo, ik dacht tegen de eerste keer dat je zei, ik ga er een podcast over maken. En met mijn eigen verhalen, ik dacht, wow, dat supermoedig. En natuurlijk wil ik daar zeker een deel van uitmaken als u dat kan helpen. En bij mij kwam ook plots alles terug boven. Ik had zet gevoel van dat ik ergens ook wel een plaats had gegeven of zo. En ik schrok ervan hoe hard dat bij mij nog binnenkwam, ik had een u vraagt daarover. En dan begon ik zo te denken, ja, dat het de laatste nacht was op cursus. En dat was superbasig. En dat het ook lang duurde en dat we door hadden dat er iets serieus gebeurt, want Bart zei hier van ja, die kwam iets zeggen van dat er iemand op een kamer was, waarin je niet moest zijn. En dat leek zo onschuldig eerst, of dat was toch onze eerste reflex. En dan had Bart gelukkig wel door, Bart was de hoofdinstructuur op dat moment, dat er wel echt iets aan de hand was en dat we wel eens moest gaan horen boven. En omdat jij in mijn groep zat, was dat ook dat ik dat ging doen. En dat was gewoon de onweerselijke allemalen voor jou ook waarschijnlijk. Dat ik zo iets had van ja, ik moet me hier gewoon, want ik moet er zijn voor u. En nu twijfels proberen weg nemen van dat, ja, op een manzicht ook, ja, misschien, ik had misschien met de deken over mij moeten liggen, of de deur had moeten toezen, of het was mijn schuld misschien. En dat ik er alles eigenlijk daarnep op dat zikker uit uw hoofd te krijgen, want ik val dat verschrikkelijk dat je me zo'n idee zou zitten. En ik denk ook de moment dat jullie zijn weggegaan dat de papagie koemen aan, denk ik, dat ik even gevoerd gepleerd, gepleerd met ingestort of zo. Dat was zo pijnlijk, we voelen ons ook allemaal zo, half verantwoordelijk. Dat was echt een groot gevoel van ommacht van wij ben dat niet kunnen beschermen, tegen zoeie, en dat is zo alterlijk. Dat heeft mij heel hard gerekt. Ja, ik weet hem even echt zoveel, heel veel zweifel, ofzo dat echt zal gebeuren. Kun je of jij daar nog niet? - Ja, ik heb in de middag je op een papagme en zei, misschien heb ik het gehoog gedroomd, misschien was er helemaal niemand. Ik had zo'n gevoel van mensen helemaal niet geloven, want ik wist gewoon zo weinig nog van wat er effectiefsje werd. Ik heb zo heel lang daar blijven, denk ik, dat dat niet echt was gezegd ofzo. Ik heb nooit je twijfel dat het echt was ofzo, omdat je zo aangedaan waard dat er wel iets moest geweest zijn, was meer dat, ik hoop dat we zo steken voor u dat het misschien toch niet echt was, tot zetend dat. Maar er klopten iets niet, moest het gewoon een deur omgewezen, dan dat je niet zo overstuur geweest. Of jij daar schillen waarom je voelt, dat is hard. Ja, en ik denk nogal tijd, voel je toch ergens verantwoordelijk ofzo. En ik heb het wel het gevoel van, ik had hem moeten kunnen beschermen. Zo da, ja, omdat dat toch gewoon alles op dat moment, ja. Wat een manier. Er is één kwetend, dat zit toch in uw hoofd ofzo. Ik vind het wel fijn dat we dit kunnen doen, dat voor mij ook zo wel ergens dan meer een plaats geven. Ja, ja, ik hoop dat ook voor u het is, alleen ik kan me tegen hem om te weten dat zo, oké, ja, zeker. Ja, en dan ga ik ook mocht loslaten. Allee, om me daar schilderwacht te willen of alleen, daar wordt het zwerp om me zo. Ik heb echt veel betekent, ik kan er dan, maar dat is super je hebt te horen. Ja, maar echt, ik had het stangen kunnen doen, anders. Allee, ik had het. Ja, dat was gewoon al zo moeilijk en zo when Ich verzaart us. En. Ja. Dat is pede dat ik dat kan doen. Ik heb je straat een hele dag weer, je spendeert aan het post geven om een bredere oppropte doen naar het ander te horen. Het liefst van al zouden natuurlijk willen dat niemand uiteestjurt en dat niemand zoiets om meer te maken. Dat zal natuurlijk tot daar in de realiteits. En ja, in het zist eravond. Het drinken we best veel bericht, alweer best veel voor een hele moeilijke vraag. Dus dat is wel een. Ja, een fein van ook wel overal in het. Ik ben zelf ook altijd weer erg tieren voorzof. Snap ik. Kom maar schoon naar toe. Oké, ik kan niet zo goed normaal op dat stool zitten. Ik kan dat dus niet, ik ben daar niet alleen geloeg voor. Ik vind dat echt verveelend. Ik ben daar echt heel al oogers op. Nee, nee. Zet je nu kon vergetalen? Ja, ja, ja. Ik zit goed. Oké, top. Ik was nog tijgtje aan de hale, want ik had daar maar gewoon gezegd van 'we gaan het met z'n gezellig maken, het tiertje tachtje, om het over iets best wel havies te spreken. De honder is luchtig en lekker bij. Ja, het is. Ik denk nou, gewoon kunnen we beginnen met. Als je het hier zit, is het een uur-vraal met z'n door te leren. Ja, waah! Oké. Wij waren met een vriendenjop gaan skieën met een organisatie tijdens de les vrij een week, over dag skieën, als avis waardeeraald het feestjes. En er was ja één avond. Ik had er eigenlijk al geen zin in, dus ik ben verrijsnel weer doorgegaan. Ik ga gewoon naar huis. En ik was op een zin aan de straat, alleen. En er komt iemand op mijn afgestapt en die vraagt me iets. Mij kat niet verstaan. En ik ga dichterpijn. Ik vraag wat blijft. En op dat moment. Ja, duwt-ie met tegen een muur. En doe-t-ie gewoon dingen die niet oké zijn. Ja, heel veel dingen. Weet ik daar niet, maar het is een hele vakerinnering. Dus ik weet ook niet hoe lang dat dat heeft geduurd. Ik weet niet precies wat dat heeft gedaan. En zeker als ik het moet vertellen. Ik werf wel een beeld van in mijn hoofd. Maar dat is niet concreet genoeg om daarin worden om te zetten ofzo. Tenigrack mij dan wel nog herinner is dat er op eens iemand riep. Ja, waardoor dat hij gestaan verschot en is wichtgelopen. En die andere gest zijn er dan even achteraan gelopen. Maar hij is dan teruggekomen om te kijken hoe dat mij bij was. Die andere gestaan is naam niet weet, want hij heeft wel veel gedaan voor mij. Ja, en dan kom ik thuis en ik dacht, waijes dit, ik kan mij erinneren dat ik me opgesloten in de padkamer. Ik dacht daar dan kerk, dat ik ben binnenweer en dat ik dan op eens mijn vrienden hoorde in de gang. En dan heb ik mij vastopte in mijn bed. Ik raam als wel een schliep, want ik schaam hem met de hart om dat te vertellen. En ik was echt al een plan aan maken van hoe ik dit verstoppen, want ik durf het niet zeggen. En nu, 6 jaar later heb ik er toch nog altijd meer last van dan dat ik hoop te hebben. Meer last dan dat ik wil toegeven. Deze bevrijf is een vervrijf. En ik heb het niet gegeven dat ik het niet kan. En ik heb het niet gegeven dat ik het niet gegeven dat ik het niet kan. Ik moet er dingen beginnen verzinnen, want ik ga mijn gelooven. Ja, als ik dat kan, ik kan niks vertellen. Allee, dat is zo gekend aan de film, zo'n politie onderzoek en je denkt van, ik moet er met ook beschrijvingen bevonden die persoon. Allee, anders is het misschien wel een dromen geweest als ik niks kan vertellen. En ik heb het nog nog even aan de heer Mane, en als mijn kappen en zo, ik denk dat ik toen heelacht dat ik ben een beetje begonnen, want ik moet er heel veilig over komen. Ja, en het kan ook zijn dat het niet herinneren. Ook een verdedigingsresponse is dat het, als je het echt tot je bewust zijn, zo'n laat het doordringen, dat het te overspullen zou zijn. Dus ook dat is ook weer heel normaal, omdat dat ook weer iets verdedigend kan hebben, want als ik dat echt helemaal toelad, dan hoort ik geen stand dan in dat te overspullen. Ik vind het wel belangrijk bij verhoren, je gaat zelden een koerend verhaal creëren, maar je gaat vlaar de creëren als eigen en dromen. Ik denk dat dat ook zo, zo dat we weten, van, ja, dat geeft ons vaak ook een voel van controle, maar dat is ook misschien ilusbaar. Maar het is niet leuk om me om zo een gat te hebben, we hebben zoeken naar koerens, we willen een levensverhaal kunnen opbouwen, dat is ook heel menselijk. Mensen zijn altijd zo op zoek naar, ik denk dat dat metzien in onze aardelijk naar feiten. Ja, maar ik denk bij u is dat dan weer, ik word ik geloof door andere, want je zit in de juridische system waar je harde feiten moet optafeligen, dat in altijd dingen die elkaar door creusen, die zo'n andere instek hebben. Ja, ik denk dat dat geen past klaar antwoord wordt, maar ook daar weer. Het zweefelt daar nu nog aan, het lijkt wel zo, het zit nog wel die precies, alleen. Niet echt van twee vol me, ja, ik bleef al moeilijk, ik vind het erg zo. Dat is het termis, of zo. Ja, ik vind dat het goed van stelden, dat je het allemaal heel goed was, waarvoor dat dan bezelijk veranderd hebben. Ja, ik ben niet. U is al van m'n ogen, of zo, ik kan niet. Dat leek mij eerder de kern van, want ik denk, ik mag nu nog zo veel neurobiologisch, materiaal jeven te haalt u, fundamentele twijfel die in u zit, niet weg. Alle externen invoeg dat er verzacht in mijn niet weghaal, in de data aanvaarting, wel als dat koorend verhaler niet is. Ook kan ik daar dan mee om, je hebt geen hele leven, de geherinneringen, de geerdeerdelijke beschrijvingen, en het heeft zich allemaal een beetje een vloer afgespeelte. Ja, en ook zo van, ja, zo wel op boos of zo van, laat het ook los of zo, die blijven de twijfel, of zo van wat ik genoeg nodig is, om de gehaat aan waarden of zo van, dat is al echt veel minder geworden en ik weet het wel, maar toch is er iets meer dan een gefering zo. En waar heb je genoorde om jezelf te geloven dan? Dat weet ik niet goed. Ja, de mensen waar ik dat ik mee op vakantie was, ik heb het er wel moeilijk mee gehad, dat zij er niet op een concrete manier, erg kinder van, dat was eigenlijk iets erregier wat er gebeurt is. Ik ben er zeker van dat dat niet bewust is, maar dat dat ook een beetje uit ommaagd in, om weten te heits, is want opnieuw dat was niet, niet zo was nog geen ding, dus ik denk er wel, ik nog anders naar. Ik denk al die, als ik voor mezelf spreek, dat ik ook heel lang heb gedacht, dat mijn omgeving mij niet geloven, of dat hij daar ook aan twijfel, ik ga mijn twijfel zeker niet uit spreken, want als ik mezelf wel niet geloven, dan al die, hij gaat er niet uit. U kan er nog nooit zo vernagd, maar dat is het exact. Ik heb er nog tegen hier, want er is zeker een dehoog. Ah, dat is het raadjes, dat is het. Ik heb tot op vandaag geen, alleen heb ik dan niet gemeld bij de politie, dus wel iets waar ik zo in periodes over twijfel, om daar, er is geen concrete bewijs. Dus, enerzet is het zo ja, dat is wel weinig uitmaken, dat vertel ik, nu al dat ze zeggen, hier zijn we niks meer, kun we niks meer. Maar ik zou, ook eigenlijk wel willen zeggen, om die aanklachten dan wel concrete maakt en wel een soort van bewijstuk is van, gemaakt de universe, want dat is iets dat mijn hoofd ons soms doet, die zich dan. ik denk niet voor zonderheid. En, er kan soms echt. er kan soms echt fucking van mijn hoofd, en dat vind ik heel erg moeiends. Dus ik. bleef zo aan. intuifel. Hoorde de dingen pas echt als op papier staan? We tut me bestefen dat een concrete bewijs waarmaar goor als hoe, lang naar verlangt, bij mij misschien wel bestaat. En je in, zo verwicht, drie kilometer verder, in de keller van het z'n rechtsgebouw, daar ligt mijn nos hier, in de kast, zeten, feiten. Of zo wild ik me dat toch in, want ik ging nooit eerder in kijkeren. Hoe op zocht dat ook klingt, het is nooit die mij opgekomen, tot ik me vandaag in de insofrage of dat te houden was zou kunnen geven, waar ik al zo lang naar opzoek ben. [muziek] Komt er allemaal naar de bankrein terugmogen? Ik had zo'n vrijschlam, wie kan dat zich in gkken? Ja, dat kan je niet. Deze botkast komt tot zons met sturen van het flamse oduwiesel Fonds, en gingen ze een samenwicht in het huis of media, en dat is dan echt. Heb je nooit aan een babbel na het luisteren aan deze botkast? Je kan altijd recht per de heelplijn 1712 of 1811, 100 en 16. En, je bent niet alleen.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Twee personen bespreken een traumatische ervaring van seksueel geweld tijdens een skivakantie, waarbij het slachtoffer twijfelt aan haar eigen herinnering en geloofwaardigheid.
  2. De tweede spreker (mogelijk een begeleider of vriendin) uit schuldgevoelens en machteloosheid over niet kunnen beschermen en benadrukt het belang van erkenning.
  3. Het gesprek gaat over de complexiteit van trauma, inclusief fragmentarische herinneringen, de behoefte aan een coherent verhaal en de frustratie over gebrek aan juridisch bewijs.
  4. De nood aan externe erkenning (zoals een politierapport) wordt genoemd als mogelijke manier om interne twijfel te verminderen en het gebeurde te valideren.

Summary:

Het gesprek is een emotionele uitwisseling tussen twee personen over een traumatische aanranding tijdens een skivakantie zes jaar eerder. Het slachtoffer beschrijft fragmentarisch de aanval, haar schaamte en de blijvende impact, waarbij ze twijfelt aan haar eigen herinnering en geloofwaardigheid, vooral in een juridische context. De tweede spreker, die mogelijk een begeleider was, uit intense gevoelens van machteloosheid en schuld omdat ze het slachtoffer niet kon beschermen.

Ze benadrukt dat de interne twijfel van het slachtoffer begrijpelijk is, maar dat externe validatie (zoals een officiële aangifte) mogelijk kan helpen. De dialoek onderstreept de psychologische complexiteit van trauma: de behoefte aan een samenhangend verhaal, de verdedigingsmechanismen van het geheugen en de strijd tussen de emotionele zekerheid dat iets ernstigs gebeurde en de cognitieve twijfel door gebrek aan concrete details of bewijs.

FAQs

Twijfels zijn normaal na een trauma, vooral als herinneringen onvolledig zijn. Het kan helpen om te erkennen dat je reactie een verdedigingsmechanisme is en dat je jezelf mag geloven, ook zonder 'harde feiten'.

Gevoelens van schuld of verantwoordelijkheid zijn begrijpelijk, maar het is belangrijk te beseffen dat jij niet de dader bent. Praat erover met iemand die je vertrouwt om deze emoties een plaats te geven.

Onvolledige herinneringen zijn een veelvoorkomende reactie op trauma, omdat je brein zich beschermt tegen overweldigende emoties. Dit betekent niet dat je ervaring minder valide is.

Ja, het is heel normaal dat de impact van een trauma jaren kan aanhouden. Geef jezelf de tijd en overweeg professionele hulp als het je dagelijks leven beïnvloedt.

Luister zonder oordeel, erken hun gevoelens en vermijd het bagatelliseren van hun ervaring. Bied aan om samen hulpbronnen te zoeken, zoals de hulplijn 1712 of 1813.

Je kunt altijd melding maken, ook als herinneringen vaag zijn. Politie en hulpdiensten zijn gewend hiermee om te gaan, en een melding kan een eerste stap zijn naar erkenning en ondersteuning.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.