De podcast richt zich op het jubileum van Jacques Vriend, een belangrijke figuur in de Nederlandse kinderboekcultuur, en introduceert het tweede deel van het boek "Oemrador". Het verhaal volgt Jena, een meisje zonder schaduw, die in een parallele wereld ontdekt hoe ze zichzelf en haar wereld begrijpt. De schrijver Marike Smithhuis beschrijft haar creatieve proces als intuïtief en zoekend, waarbij beelden en ervaringen van haar jeugd een grote invloed hebben. Het boek combineert fantasie met realisme, waarin kritiek wordt gegeven aan macht, polarisatie en het kiezen tussen goed en kwaad. De wereld van Oemrador is een magische, verbandrijke wereld waarin schaduwwezens leven, met unieke krachten. De schrijver verbindt dit met oude Nederlandse woorden en woordspelen, zoals "nabarag", wat uit het Duits en Latijn komt. Het boek wordt gezien als een actuele, maar niet politieke, reflectie op samenleving en kinderen die bewust kiezen. De podcast benadrukt dat het boek een breed bereik heeft en een diepe invloed heeft op jonge lezers, met een thema van ontwikkeling van de persoon en het ontwikkelen van eigen waarden.
Deze podcast wordt medemogelijk gemaakt door het Nederlandse letterenvonds,
het Jaapartevonds, NBD-biblion, de Versterking,
stichtinglezen, de bibliotek en onze vrienden van de show.
Dit is de grote vriendelijke podcast.
Met Jaapfrizo en Basmalypaard.
We zijn er weer Jaap, en kinderen, die zijn vandaag weer voor het eerst naar schoolgegaan.
We zijn de eerste regioë in Nederland die vakantie geregen, Haarlem at Hans.
En dus ook voor het eerst weer naar school, terwijl de rest van Nederland nog vakantie aan het vier is.
Ja, maar je dacht dat we kunnen weer aan het werken en dan kan Jaap ook wel. Voor ons is het voorbij.
Ja, vakantie.
Ja, ik trek me nooit zoveel van de schoolvakanties aan, maar ik pas me wijk een beetje aan jou niet meer dan.
Door mij, ik weet het toch niet.
Ik weet het echt nooit eigenlijk van de schoolvakanties zijn.
Nou, we hebben natuurlijk een gast of zij zich aan de schoolvakanties moet houden.
Dat horen we straks, maar eerst even over de eerste aflevering naar de zomer en wel logisch.
En komt het najaard aan en dat horen we altijd toch een beetje trappelen zo.
Ja, zeker.
Volverwachting klopt ons hartstikke.
Ja, het gaat heel veel gebeuren.
De remmen gaan echt los in het najaar.
Al doen we de rest van jou ook leuke dingen.
Wel, maar de spierke week komt er aan.
Ja.
We beginnen natuurlijk alweer de kribels te krijgen voor de groot vriend Koghonderd verkiezing.
En de pakjes aanhond.
Absoluut.
Die stemperiode begint de laatste dag van de Kinderboekenwege.
Traditioneel kunnen we nu al zeggen.
Ja, ze zes de keer.
Dus dat is traditioneel.
Zondag elfaktober van die dag kun je weer stemmen.
Ja.
Maar die pakjes afziet onze eerste live aflevering dit najaard.
Want we gaan zoals vorig jaar.
Dus dat doen we voor het tweede keer.
Op boekfest zijn we te zien.
En Tiefelie vredeburg ook.
Dat zijn in de andere salden nog groot.
Maar dat is al op 20 september.
Dus over een maandje.
Ja, vorig jaar was dat festival voor het eerst.
Het was een groot succes.
Het was hartstikke leuk.
Het was voor maandse kaart verkocht.
En ja, wij zijn opnieuw uitgenodigd om er te staan.
Vorig jaar stonden we met Jorik Goldewijk.
Ja.
Op Albatross.
En dit jaar de kaart verkopen ze wel begonnen.
Ook voor de vrienden.
Maar we hebben nog niet gemeld wie ons gast is.
En laten we dat nu maar naar jullie doen.
Dat gaan we nu doen.
Ja, we gaan iets bijzonders doen.
We gaan een dubbel jubileem vieren.
Ja.
Met Jacques Vriens.
Hij is dit jaar tachtig geworden.
Hij heeft het over gehad in de update gehad.
En hij viert ze zijn 50 jaren geschrijf als jubileem niet te geloven.
Nog steeds actief schrijven.
Ja, absoluut ja.
En dat doet die zelfs die dag.
Want hij heeft een. Hij wordt door zijn uitgevreigd gevatteerd op een geweldig lunch in Utrecht.
Ja.
Dat viel toevallig samen met onze uitmodigen.
Wist we uitmodigen?
Als Jacques helemaal goed heeft.
Dus het is voor ons nog een keer uit Limburg te komen.
Het is een hele feestdag voor hem.
Dus na die lunch komt hij naar ons in Tiefeliefredenburg.
Zal dus ergens in de middag zijn.
Het tijd wordt nog bekend gemaakt.
En daar gaan we met hem praten.
Ja.
Want het is natuurlijk wel leuk hij was.
Achjaagleden zijn we begonnen, toch?
Ja.
Ja, ook in. Ja, ja.
Was hij ons alle eerste gast?
En tot nu toe hebben we eigenlijk wel een beetje de polsje.
Dat verdient twee keer met eenzelfde gastpraten.
Ja.
Dat is niet een dogmatische regel.
Maar niet, vooral als het al een regel is dan verbrekken we die nu.
En dan ook met onze eerste gast.
Dat is toch een beetje de godvader van Nederlandse kinderboek.
Ja.
Toch het is niet aardig te zijn, maar de opa van het hele Nederlandse kinderboek.
En hij is ook een opa.
Ja, dus. Ja, en hij. Dat je alleen maar ook echt wel gefierd met dat zijn alle eerste boek.
De Rottsgromende Klas opnieuw is uitgegeven.
En dat is ook net een nieuw boek van hem verschijnen.
Dat is ook echt nog gesprekstof en actuele aanleiding om met hem te praten.
Maar we gaan er ook echt een leuk feestje van maken.
Een feestelijke afleiding.
Ja.
We gaan een beetje vieren.
Dus kom ook.
Je kunt je kaartje voor boekvest met korting kopen.
Als je vriend van de show bent, dan krijg je 5 euro korting.
En dan kun je dus de hele dag ja, hele bijzondere literaire tokshoos bijwonen.
Konipalme is er die mitrie verhulst.
Nou, allerlei.
Ja.
En dan moeten we de volwassen literaire op meer kinderboekstrijden.
Ook meer kinderboekstrijvers.
En bij ons kun je aansluiten.
Ja.
Dus dan zit je feesten met shopen en dan vieren de vierdag.
En duurbeleem van de. Was jouw meetje.
En dan gaat ook zien jaren.
Dus je kunt boeken kopen.
En misschien zelfs je hele oude stuk gelezen.
Exemplaar van achtergroepershuilen.
Niet laten ze zien jaren.
Als je de korting wilt, dan ga je naar vriend van de show bent.
En dan helst slash de GV podcast.
En daar kun je vriend worden van ons.
En dan stun je ons.
En krijg je ook nog lekker korting.
Ja.
Zullen we dat maar naar de gast van deze afleken?
Ja.
Ja.
Dat is een marikusmithuis.
Er zit nog geen 50 jaar in het vak.
Maar. Volgens mij toch al in twaalf jaren, of weer.
Dus ik heb het goed uitgerekend aan het begin van deze zomer.
Verschijn het tweede en ook in het laatste deel van het tweede luik over het schadio reiken.
Umbrador.
Dus ik ga umbrador of ombrador.
Ja, ik zeg umbrador.
Oh, dan doe wij het wel.
Want ombran betekent schadio.
Ja, precies.
Eigenlijk.
Over die schadio, over die beide delen gaan we met jou.
Met jouw praten.
Welkom.
Ja.
Dat je wel leuk om hier te zijn.
Ja.
In het boeksturense elkaar.
Dus de schadio wezen zit daar in de rolspelingsstuur ook aan een uitnodiging.
En dat is een soort magische uitnodiging.
Dan kijk je tegenen die uitgenodigt wordt in een raam of in een spiegel.
Of iets dergelijks.
En daar begint het dan te kulken en dan zie je een plaatje.
Hoe doe je even nog dat in een spiegelkijk?
Ik denk dat ik de kiekeboek al voor je, de kiekeboek, waar we nu zitten.
Nee, ik heb hem wel gestapt.
Dat was een beteendortglas gestapt.
En je hier weer uitgestapt.
Nee, maar dat kunnen alleen schadio wezen.
Ja.
Wij mensen kunnen niet door het glas eruit zijn.
Heel laas.
Ja.
Zou wel leuk zijn.
Ja, bij deze zomer ook nog aan het werkt.
Ik zei al, want jij moet een schoolvakanties houden.
Of heb jouw oudere kinderen?
Ja, mijn kinderen zijn volwassen.
Maar ik heb de schoolvakanties er nog niet helemaal uit.
Ze willen ook nog steeds wel mee niet de hele vakantie, maar wel een stukje.
Dus die schoolvakantie is wel leidend.
Maar ik heb zeker ook geschreven, want ik had wel vier weken op zo'n tijd.
En daarvan heb ik twee weken echt vakantie gevierd.
En twee weken een beetje geschreven.
Ja.
En waar aan dan?
Haha.
Want oefen dat door is klaar.
Ja, maar als je zo'n groot boek afmaakt, dan heb je ook altijd even nodig om af te kieken.
En dan vind ik het lekker om een beetje te rommelen.
Dus of dit nou echt een boek, want ik weet ik nog niet.
Ik heb wel een idee.
Maar zoals illustratoren gaan schetsen, ga jij dan een beetje schetsen?
Ja.
Ik ga een beetje rommelen.
Ja, precies.
Ja, het is een leuke vergelijking.
Ja.
Ja, ik zeer dat ik er vond.
Ik kan me op voorstellen.
Je schets een schrijven.
Ja.
Ja, ja.
Ja, die zijn het onbreddorisch klaar.
Zo werd het ons altijd zo de uitgever verteld.
Het moet een twee luik zijn.
En dat is nu afgerond.
Ja, een twiloggiën twee delen, zeg maar.
Ja, een twiloggiën twee delen.
Nou, het zijn ook van de eerste deels best voor het boek dus ja.
Ja, dat kan je best voor zeggen.
Ja.
En je hebt ergens een keer gezegd dat onbreddor dat het boek is in milse twee luik waar je het meest trots op bent.
Waarom is dat zo?
Omdat ik er denk ik het meest voor geleden heb als ik wil.
Ja.
De andere boeken die schrijven zich zelf denk van jouw makkelijker.
Dat was makkelijker.
Omeren door.
Ik weet niet of jullie dat weten.
Maar dat eerste deel, dat idee dat. Ja, dat heb ik heel zoekend vorm gegeven.
Dat heeft lang geduurd.
En toen ik het uiteindelijk inleverd.
Toen vond ik het gewoon niet goed genoeg.
En. Spannend.
Ja.
Goed toen het leiden of was het al leiden.
Toen had ik al anderhalve jaar geschreven.
Ja.
En ik dacht dus dat ik iets heel goed had.
Ja.
Maar ja.
En was het niet meest.
Ja.
Nou, op dat moment niet.
Het was een echt enorme. Ik schrok enorm.
Ik had ook nog nooit meegemaakt.
Nee.
Ja, ik dacht dit is wel goed, spannend en leuk.
En toen ben ik naar huis gaan, ook een beetje met een gat in mijn buik.
Omdat ik dacht, ja, dat heb je anderhalve jaar aan zitten werken, jeetje.
En toen heb ik het in de kast gezet.
Een eerste.
Ja, dat is niet heel stoer.
Maar eerst vlucht ik dus een beetje ook in boosheid.
Dacht ik wat stom.
Ze zien niet hoe goed het is.
Ja, gewoon naar een ander.
Ja, nou nee, dat dacht ik.
Nee, dacht ik niet.
Nee, ik dacht wel.
Daar ga ik iets anders schrijven.
Dat heb ik ook gedaan.
Dat was koning van de flet.
En toen dat af was, toen kwam mijn redakteur terug.
En die zei, Marieke, ik krijg dat verhaal.
Toch, die het uitnaast.
Wat was het in eerste is dat het ook echt een afwijzing.
Het was niet zo zeer van, oh, dit moet je gewoon in mijn werk schrijven.
Ga dan werken, of was het echt van dit?
Nou, ik denk dat, ja, jongens, nu gaan we wel meteen heel dikke etjes.
Ja, houden we dat.
Ik heb een vakantie gehad, we kunnen gewoon hopten in die diepte.
Maar ja, ik denk inderdaad dat mijn form van perfectionisme werkt wel een beetje zo.
Dat ik vanuit een soort onzekerheid eigenlijk,
dan heb ik dat af.
En dan denk ik, ja, nu kan ik ook niet meer beter.
En dit moeten dan zijn.
En nu moet jullie het nemen.
Dus ik denk dat ik eigenlijk te stellen heb gezegd, dit is het.
En dat zij toen hebben gezegd, nou dan doen we het niet.
Nee, nee.
En als jij meer had gezegd van wat schorter dan aan, we gaan het gesprekken.
Ja, misschien was er dan wel meer ruimte geweest.
Maar het voelt zo logisch allemaal.
Ja.
Ja, nou, het is misschien ook wel erg goed voor geweest, want het heeft dus een hele tijd in die kast gestaan.
En toen zijn wij redacteur, oké, wil je het niet toch ga schrijven, heb ik het teruggehaald.
En toen heb ik het afgemaakt.
Dus dat had ik ook een iets andere stemmen, een iets andere vormen te wisten.
En vol wil je toen ook wel wat zij bedoelen.
Wat, wat, wat, dat je dat vindt ja.
Ja.
En toen wist ik ook nu eens het goed.
Dat was dus wel het leiden. Ik heb nog een keer anderhalf jaar geschreven.
En toen pas was het af, toen namens het ook.
Geweldig, ja. -Ik vind het een leuk verhaal.
In die zin is het leiden wel ergens goed voor geweest en goed verhaal over dit boek.
En het tot stand koming. -Ik had er nog niet meegemaakt.
Maar het is misschien niet voor iedereen zijn vast heel begnadigte schrijvers die dit nooit hoeven mee te maken.
Maar voor mij was het ook wel leerzaam. -Ja, ja.
Het had het ook met zijn magen, want het was best verrassend toen dit verschelen.
Je hebt andere boeken geschreven. Het waren heel anders soort boeken.
Realistisch, voorlees verhalen, ja.
En dit is echt fentus. Je had daar ook met te maken.
Denk je dat je ineens een andere weg was ingeziet. -Ja, zeker.
Want ik heb nog nooit een heel verhaal geschreven onder de dorst.
Het is dus een dikboek. Het is veel 250-300 pagina's.
Het is een heel verhaal, een enorme spanningsbogen.
En dan had het nog nooit gedaan. Dat was nieuw, dus dat vond ik ook moeilijk.
Ja, dat is als ik een rol heb gespeeld. -Ja.
Ik wilde wel nog eventjes, jij zijn het die eerder boeken waren realistisch.
Dit is ook best realistisch. -Ja, vind ik wel.
Oh, dit is interessant. -Ja.
Ik bedoel met realistisch, we hebben het over Lotte en Roos.
Dat ben je echt mee doorgebroken. Dat zijn verhalen over twee meisjes.
En dat zijn huisstaan en keuken verhalen, omdat we even een beetje. Plats te zeggen, maar alle avonturen in een omhuis en zo'n woord.
Dus in die zijn realistisch? -Ja.
Misschien wel een beetje in de traditie van Jacques Vriendzoek.
Ik ben net bedenken, Lotte en Roos.
Ja, Lotte en Roos. -Ja.
Maar wat vind je? Want dit gaat over een parallel universem,
een fantasy wereld, hoe je het ook wil noemen.
Wat is hier dan realistisch aan?
Kom het raken in voor. -Ja, dat is waar.
Goed punt. -Ja.
Maar ik fente zie, betekent natuurlijk gewoon fantasie.
En er zit heel veel fantasie in de boek. Dat is evident.
Maar voor mij is het toch wel heel erg een comming of etje.
Het gaat over een meisje, gewoon een meisje dat op school zit.
Dat in een ander wereldbeland. -Ja.
En die moet gaan ontdekken wie ze is.
En daar zit, heeft ze vindt dat uiteindelijk in het tweede deel helemaal.
Maar ze vindt dat door haar schaduwte omdekkers moet gaan ontdekken.
Wat voor schaduw heb ik en wat zegt dat over mij?
Wat betekent dat wie ben ik dan? -Ja.
En dat is een ontdekingsrijze voor mijstaat. Dat heel erg centraal.
Ja, we volgen haar door, zoiets.
Maar we volgen haar door de twee luiken heen,
ongeveer van 13 jaar oud tot 16-17 geloof ik.
Ja. -Zaan het eind.
Ja, precies, dus dat er voor mij staat zelfs.
Kans doorkommingen of etjes ergens in draait boek.
Dus dat gaat er wel uit. -Ja, want dat is het wel.
Maar relaties is. Ja, dat is het relaties zich en deel.
En het is ook echt wel een echt meisje.
Maar het is wel een meisje dat zicht kan ontpoppen tot draak.
Ja. -Ja.
Maar misschien is het ook meer wat je bedoelt.
Is dat een van de personages die zegt van,
er zit misschien wel een beetje waarheid in zijn proekjes,
maar dat betekent niet dat ze ook echt waar zijn.
Ja. -Dat jij het hebt eigenlijk over die waarheid in het proekje zit.
Dat is het realisme waar je dit zou ik niet beter kunnen zeggen.
Ja. -Oh ja, goed.
Ben ik mee voor de volgende keer. -Ja.
Ja, we dogen er toch wel een beetje in boek.
Dus laten we dat even bewaren voor zometeen.
Ja, nog even vertelt wie Marike Smithhuis. Ja, wie hebben we eigenlijk aan tafelstieten? -Ja.
Marike Smithhuis, je studeert de Nederlandse taal en letterkunde
en je werkt de lange tijd als journalist onder andere in Duitsland
dat intergierde mij een beetje.
Waarom daar en wat deed je daar even in de Notedop?
Ja, ik heb daar voor een noeie hoewer reintzijd om geschreven en tijdje.
Ik kwam van de NRC, daar begon ik.
En ik wilde heel graag nog naar het buitenland.
En daar heb ik een staartje gelopen en ben ik een beetje blijven hangen
toen ben ik nog naar de WDR gegaan, de Westdeortje Groentvoenk.
Dat was in de tijd van Linda de Mol.
En die date dat weet u misschien nog wel die bruislofts of de NJ.
Ja, ja. -Touwmhoog tijd. -Ja.
En als je een beetje Nederlandse accent had, dan. dat vond ze heel erg leuk, ze had werkt enorm in mijn voordeel.
De verhouding was toen zo, dus nu misschien iets minder zouden,
maar als toen zo dat de Duitsers waren eigenlijk dol op ons.
En heel veel Nederlanders niet op de Duitsers.
Ik had het heel pijnlijk.
Want ik werd vaak naar Nederland gestuurd,
dus word zelf kweling voor die Duitsers om straat interviews. door met Nederlanders wat zijn al van Duitsers van Duitsers.
Ja, ja. -Ja.
Maar ja, dus dat was een wel bewust keuze.
En met heel veel plezier betekent.
Ja. -Ik bedoel dat je spreekt en schrijft dus ook fluint Duitsers.
Ik spreek het redelijk inmiddels niet meer fluint, maar reeilijk goed.
En ik schrijft ook niet meer perfect.
Kou net zeggen, we zitten hier met de Linda de Mol van de Nederlanders.
Ja, het was wel leuk. -Ja, met een plezier van de stuur, ja.
Nou ja, goed, je werkte ook als culturenlist voor het financiële dagplatter.
Er was je recent van Engelsen, Amerikaanse literatuur, nog een aantal. Duitsers. -Duits, talen die je onder je hoeden had.
En je was zelfs een tijdje radio-collega van Jaap.
Vrije zo hier tegenover mij bij de NCFV.
We hebben het even een beetje. -Ja, ja.
Maar al over het gehaald, om nu ook een gesprek te kunnen volsen.
Toen we weer bij de koffie uit te maken. -Ja, heel kaars af en zo, hè.
Maar wacht je op hele onderde regaltjes, maar. We hadden niet zo veel bij elkaar te maken.
Maar ik vies het wel wie Jaap was zeker. -Ja, ik vies het ook.
Ja. -Ja.
En jullie waren lang geen collega's meer toen je DVD als kinderboekers schrijver.
In 2016 kwam het eerste deel uit van de drie delen in de serie. Overlotte en Rose, waar we net even kort over hadden.
Voorlees verhalen dus het tweede deel werd bekront met een vlag en wimpel van de Giffel-Jury.
In 2020 verschein je kinderboek.
De koning van de flat, dat was dus eigenlijk. Het tussen doordjes tussen alle steken om onbredoornig even te laten liggen.
En drie jaar later was het dan toch eindelijk onbredoor.
Dat werd genomineerd voor de buitense prijs.
En je keger de kinderboekwinkelprijs voor. En ook niet onbelangrijk, het staat al twee jaar in de groot vriendelijke honderd.
Bij je verrast door het succes uit eindelijk naar die leidensweg.
Ja, nu dat het heer het heerde verhaal vertelt, is dat wel? -Ja.
Nee, enorm. Dat heeft me heel erg verrast dat je juist dit boek dan een doorbraak. Ja, want dat is voorzakt. -Ja, dat is het eigenlijk wel.
Dat heeft me heel erg verrast. -En ook goed gedaan, ja.
Ik hoef te missen als het zo'n leidensweg is in je hebt.
Nou, rijden ze gewoon heel groot. -Ja, groot hoor.
Maar je hoeft zich teel. -Ja.
Nou, ja, ik heeft me verrast en het is ontzettend leuk ook want. betekent dat je ook heel veel meer gaat optreden en in klassen komt. en zo verhaal echt gaat leven. -Ja, ik zei daar straks je doorbraak. was Lotten en Rosemar. Zo leerde wij als recentie je kennen, maar. het doorbraak bij het grote publiek, dat is echt onbraad hoor. -Ja.
En ja, dat is een zost om een vraag, maar hoe verklag je dat dit boek het is?
Waarom spreekt dit zo veel mensen, zo veel kinderen. maar ook veel wass naan? -Nou, daar heb ik toevallig, of niet toevallig. even over nagedacht toen ik hier heeging, en toen dacht ik. het is natuurlijk ook een boek dat door veel volwassenen wordt gelezen.
En die volwassenen hebben veel meer de jammer, maar het is wel zo. dan kinderen een stem. Dus die gaan recenteren en zeggen, dit vind ik een heel goed boek. en die steken elkaar aan, en die raaden het aan, en die kopen het en geven het cadeau.
Ja, en zet het in een groot vriendelijke honden. -En die zorgden voor dat het. een jullie groot vriendelijke toephonderd kom precies.
En ik denk dat dat een factor is. -Ja, maar goed, dat zei je wel ook boek kunnen zeggen.
Je bedoel als ze lotte en roos hadden opgepakt.
Nou, vergeet niet dat lotte errooster zijn er ook uiteindelijk heel hoeveel. -Ja, dat zijn er drie. -Ja, maar om er meer dan tienduizend. -Ja, maar van lotte en roos ook. -Oh, ja, geweldig.
Ja, maar zeker, dit heeft een groter bereik.
Nou ja, je zult het nooit helemaal precies weten waar dat is.
Ik denk ook wel, doe zoveel ventici van Nederlandse auto's. verschijkt in het zin, het zeker niet voor deze leeftijd.
Dat is, denk ik, ook een factor, ja, het is. de ventici van Nederlandse bodem. -Ja, ja, ja.
En als ik een duit in het zakje mag doen, het appeleert ook wel in allerlei klassiekers.
Dus dat is misschien ook wel wat mensen heel fijn vinden.
Een beetje die herkening van. -Ja, nou, het is zo'n soort boek.
Voor het jaar misschien nog een landhuisvol geheimen, dat goede recensies. kreeg onder andere van ondergetekende.
En zoals het echt vlak voor de zomer kwam, het tweede en laatste deel van Oemrador uit. met als ondertitel de zwarte nacht wil je om te beginnen, dit gesprek. naar 20 minuten eindelijk als de openen.
De eerste zin van het eerste boek voorlijs, want we behandelen dus als twee luik.
Dus we gaan voor de eerste zin van het eerste boek. -Ja, de eerste zin is. vroeger dacht ik dat iedereen een schadeel had.
Ja, en deze zin wordt uitgesproken door Jena.
Jena is de hoofdbezoon en de verteller van Oemrador.
En we hebben ook het er iets is met deze eerste zin, omdat je die zin ook. het kwam die totje of. -Ja.
Nou, als je zo'n boek schrijft, zet vast schrijvers die in één keer. een soort bliksoepflit en een heel goed idee, maar bij mij gaat dat. wat intuitiever en zoekender en het idee van die schaduwesens, dat was er. dat was er eigenlijk eerst.
Heel op een hele door de wekse avond fietsdik op een gegeven moment van Amsterdam. na Amsterdam Stolfeen.
En het was donker ik fiets te onder die lamptaar een palen door.
En dan wordt je als maar ingaald door je eigen schaduw.
En die komt steeds voorbij fiets. -Ja, ja.
En ik dacht wat nou als die door fiets, als je bezig harde gaat fietsen,
is naar rechts afslat.
En de volgende seconden dacht ik dit is iets, dit is een heel grappige leuk idee voor een boek.
En dan gaat dat processie. en toen kwam er een zin bij mij op, iedereen heeft een schaduw behalve ik.
Ja, ja. -En dat was voor mij de geboren van het boek.
Dus die twee dingen samen, toen wist ik iets schrijven over een meisje,
dat zonder schaduw geboren wordt en niet begrijpt waarom.
Ja, ja. -Ja, en dit was ook de basis van het boek.
Ik ga hem niet steeds aan appeleren om, maar het eerste versie,
toen had je deze zin ook. -Ja, maar toen was het nog niet vanuit het perspectie van het meisje.
Dus dus wel echt een verschil dit boek, zoals het geworden is, heeft het haar stem.
Dus het wordt ook echt haar verteld. -Ja, ja.
En Jina is een meisje dat woont in de mensen wereld, heeft dus geen schaduw,
maar voor de rest is er eigenlijk weinig bijzonders met haar aan de hand behalve,
dan dat ze in een wese is, in een kindertu huis woont.
En daar wordt geen moment door een tante afgaat uitgehaald,
en nu leeft ze bij tante afgaat een vreselijke tante,
onder het rauw, een rauw draadje, die zit in het voorgeboek van dat landhuis voor Volgeheim,
maar ook als een vreselijke tante, wat er even tussen twee haakjes,
waar komt dat van daar? -Landhuis voor Volgeheim is een vreselijke oppas.
Ja, maar ja, ja, maar hij moet wel Tante Weinie degeler zeggen.
Nou, Tante Weinie heeft echt bestaan, zeg maar,
het landhuis voor Volgeheim is heel erg door m'n eigen jeugd geïnspireerd,
en wij hadden Tante Weinie, m'n broertje en ik.
En we hebben ook alles aan gedaan om haar weg te bestaar. -Ja, ja, die was er echt.
Dus heel veel in dat boeken is echt gebeurd.
En in dit boeken is zij natuurlijk gewoon, ja, zij is bigger than life.
En gelukkig ben ik Tante afgaat nooit tegengekomen. -Nee, dat is een vreselijke tante.
En ja, en begin denk je van, ja, waar gaat dit boek nou precies heen?
Dat meisje dat heeft dan geen schaduw?
Nou ja, misschien kan jij vertellen, even kortwouden. -Ja, nou ja, ze is twaalf dan.
En 13 jaar. -Ja, dit is een speelte iets wel met dat je weet dat die vrouw toch
slechte bedoelingen heeft. Jena heeft een grote wolfshond, schadighetie.
Ja, en dat is haar vriendenaars. -Ja, dat is haar vriendenaars.
Ja, maar dan draagt die vreselijke tante om, schadighetie weg te doen of terug te brengen
en dat is heel geloven. Ja, en dan verstopt ze zich met schadighetie in de eiskast.
Ja, in de kelder en dan in de eiskast? -De kelder in de eiskast.
Ja, en dan blijkt dat een deur naar een andere wereld. -Ja.
Dus ze komt daar door die eiskast heen, komt ze in die parallele wereld omrador.
Het schaduwrijk, en we heeft ze nog geen schaduw, maar ze ontwikkeld langzaam.
Ze komt er achterwiezen echt is. -Ja, dat is schaduwrijk dat ik je nog even mag aanvullen.
Dat wordt zo genoemd omdat daar dus de schaduwwezens wonen, wel menselijke figuren.
Maar die hebben allemaal een bijzondere schaduw die ook iets zegt overwiesen zijn en wat hun magische krachten zijn.
Zeg het zo goed en je zegt het hele mogen doen. -Ja, best moeilijk om ventus je helemaal uit te leggen.
Dus we deze afleveren ook niet alle zellen om te leggen. -Nee, maar het is misschien wel wel leuk om heel even te doen.
Ze hebben een grote schaduw van een hond die kunnen met honden praten.
Je hebt flierenvluidjes die kunnen niet zo veel, maar als je op hun schaduw gaat staan, gaat die piepen.
En zo heb je ze allemaal inderdaad, allemaal verschillende schaduwweens die allemaal iets anders kunnen.
En zo moeten ze zijn heel machtig en magisch en hebben kunnen ontzettend veel en anders als de flierenvluidjes zijn een beetje speck en blierenvluidjes.
Ja, dat zijn een beetje speck en blierenvluidjes. -Ja, maar we waren even bij dat ze er achterkomt, wie ze eerste blijk namelijk de rechtmatige tronen op volgen en princess van de Ombraadoor.
Tuurlijk! -Ja, natuurlijk niet minder.
Maar in Ombraadoor is een eiskoude schaduwvoorst uit de 20 geweest, aan de macht één volg is, volg is, maar hun hoort ook uit spreekt.
Nou ja, dat zijn de kern van het boek, komt van alles bij kijken, maar even over dat hier valt wel heel veel over te vragen, maar volop het over die deur aan andere wereld.
Maar eerst even Ombraadoor zelf en dat staat er ook letterlijk in het licht naast er gewoon een mensen wereld.
Dus het is echt een andere wereld, de lopen geen, je hebt veel boeken waar het op soms een beetje door elkaar heen loopt, heen naar die potter of zo, maar dit zijn echt gescheiden werelden.
Ja, en het is zo dat de schaduwestens kunnen wel tussen de mensen leven, maar daar gaat hun ontwikkeling wat langzamer, dus je je je na als Ombraadoor binnenkomt, dus ook een heel klein en dun meisje.
Omgekeerd kunnen de mensen niet naar Ombraadoor, die kunnen niet naar de schaduw wereld, dus op het moment dat je je naar daar binnenkomt, dan weet je dus ook eigenlijk al, het is een schaduwese, maar duurt even voor dat zij dat zelf ontwikt.
Ja, en dat kan ze ook niet terug. - Dat zou wel kunnen, kunnen wel terug, dan de agatrek zich daar uiteindelijk ook terug en die mensen wereld in het eerst still.
Ja, niet te veel sporten, dus hoorde je een beetje zo kunt. Maar goed, dat komt toch goed.
Ja, dus het is echt een parallele wereld, maar hij bestaat wel binnen onze wereld, maar dan via een port te bereiken eigenlijk.
Ja, dat is echt een subjaren in de fantasy. - Ja, een bekende verbod is toen daar niet aan, hè.
Het landdachte de klerkast, dit is dan het landdachte Dijskast, eigenlijk. - Ja, en het grappige is, ik heb Narnia niet gelezen en ik had oorspronkelijk ook in dat boek dat afgewezen is.
Het leidesboek daar had ik een andere doorgaan, want ik had er aanvangelijk door de eislaten zakken, maar daarvan zijn mijn redacteur, maar ik het is zo eng, en dat is net zoals ze dood gaat.
En dat kan je echt die kindjes niet aan doen. Dit is de erg, en toch ging ik naar huis en toen dacht ik wel om iets anders voorzien, nu liep ik bij mensen naar mijn thuis.
Nou, nee niet eens, liep gewoon de kelder in en toen dacht ik, ik neem onze kelder.
Dus ze gaat en daar stond een eiskast en een hoorde verwarmingsketel en dat die heb ik wel gebruikt.
Waarom moest er een parallele wereld komen, eigenlijk? Want je had op de fiets tussen Amsterdam en Amsterdam een idee over die schaduwen, die in eigen leven kon lijnen, maar dat had op zich nog steeds binnen onze eigen werkelijkheid zich allemaal kunnen afspraken spelen.
Waar kwam het idee vandaan om er echt iets aparts van te gaan maken?
Ja, ik denk dat ik het heel leuk vond om de vrijheid te hebben van een andere wereld, waarin niet alleen zeg maar die schaduwezens dan anders zijn, maar ook het klimaat, de inrichting van dat land, de boomen, de kunnen magische dingen gebeuren.
Dat is, als je het echt in een in de mensen wereld zich laten afspelen, wordt dat ingewikkeld.
Ik geef je de vrijheid om een hele dat noemen in de fancy dan weer beeldingen, zo'n hele beeld te geven.
Je had zin in de woord beeldingen, maar voor dat kan je dan alleen maar je eigen ding op beeld.
En dat is ook heel leuk, dat vond ik ook heel leuk.
En ik heb zelf natuurlijk ook wel wat fantasy gelezen.
Eigenlijk voordat ik hier dan begon nooit gedacht dat ik het zelf zou gaan schrijven, maar ik vond het heel leuk om een soort variant daarop te maken.
En ook alles wat ik gelezen had een beetje meten nemen of soms een ode daar aan te brengen of iets kleinds en dat je dan mooi hebt.
Dat valt in alle recensies worden eigenlijk gerefererd aan klassiekers.
Gewoon de sleuwe hard heel.
Ja, dat heb je heel goed gezien.
Gewoon de sleuwe hard is mijn als kind echt mijn lievelingsboek en dat heeft mij norm geraakt.
Ik heb dat ook al mijn kinderen vorige lezen iedere keer als ik bij het uiteindelijk wel moest ik weer huilen.
Dus ja, daar moest een eeuw wonen, zonder dat het moest natuurlijk een heel ander boek zijn, is het ook geworden, maar zeker een tribute.
Ja, dat is wel bijzonder want die veel gist, de Schaduw Forst, die eigenlijk is ombraador opgedeeld in vier geweste, naar de Seizoenen.
Dus de lente gewest, de winter gewest, zomer gewest.
Hij komt uit het winter gewest, het is een eiskoude Forst die eigenlijk heel ombraador in zijn greep wil krijgen.
En waar hij komt, daar wordt het ook koud, dat kennen we ook een beetje het Narnia en dat het zo'n sneeuwhecks zit.
Maar volgens komt er een soort beweging op om hem natuurlijk te verslaan.
En dat is het stuk wat ik heel erg uit de gewoede sleeuw hard voelde.
Daar heb je tenkisch, lijkt ik een beetje op voelgisch.
Dat heb ik zelf ook nog niet eens gekreven.
Dat heeft ook een draak.
Dat heeft katla en dat heeft voelgisch ook, die heeft ook een draak.
Wat eigenlijk dan weer de tweede verschijning van die ene tantaag gaat is.
Ja.
En vooral ook de lijnen van verzet, maar wie zijn je vrienden en wie verraden je?
Want dat ziet er ook heel sterk in.
Dat zijn de Stributes, zeg je.
Waar ligt de grens tussen een eerbetoon en plagiaat om het zomer te zeggen voor jou?
Nou, kopje, kopje, ja.
Nou, ik denk dat als je dingen over gaat schrijven om te beginnen. om als je deel de rechtstreeks over neemt, maar dat heb ik niet gedaan.
Dat zeg ik ook niet altijd zomer dat ik voor de luisteren heb.
Dat zeg ik niet.
Maar ik denk wel dat je hier staat, natuurlijk altijd op de schouders van je voorgangen. zien je echt ideeën worden, ook geformt of wat je gelezen hebt.
En ik vond het ook heel leuk om naar mee te spelen.
En dat, ja. -Ik vond het ook een beetje dat herkennis.
Want daar niet had je dus niet gelezen. -Nee.
Heb je inmiddels gelezen? -Nee, ik heb wel de film gezien. en het dingen kunt ook prima op een onmervus niveau.
Zeg maar, binnenkomen.
Maar om je een idee te geven, ik wist wel dat er een eis koning in daar is. van dat er still daar swinten is.
Ik heb daar wel een beeld van, maar ik heb dat niet gelezen.
En de vergelijking met die deur en mijn eiskast. die ligt natuurlijk voor de hand, maar dat wist ik niet.
Nee, maar misschien omdat ik dan ook weer niet zo thuis ben in het jaren.
Maar wat ik heb wel opgezocht of die schaduwessens bestonden.
Ja, want daar was ik heel bang voor dat dat idee eerder bedacht zijn.
Omdat dat een cruciële idee is voor mijn boek.
Ik heb dus ontdek dat we inderdaad zijn van piers en zondies.
Die hebben allemaal geziel en daarom hebben ze wel schaduwens.
Die hebben ze wel schaduwens, of geen nediabergensschaduw, dat is het vooral.
Maar omdat ze geen ziel hebben en bij mij is dat natuurlijk allemaal heel anders.
Maar dat heb ik gecontroleerd.
Ja, dat is natuurlijk wat jouw hele plot en je hele werelderheid.
Ja, en ik dacht dat moet niet zo zijn dat dat eerder bedacht is.
En ik was ook voor dat zo'n boek als je klaar bent met schrijven voor dat het echt gepubliceerd wordt.
Het gaat ook best nog een tijdje overheen.
Ik was ook als maar bang dat iemand is. Ja, en omdat die ideeën hebben nog al de neiging om soms op meerdere plekken tegelijk geboren te worden.
Is er nog iemand tussen Amsterdam en Amsterdam?
Ja.
En dit is een wereld vol magie, vol bijzondere wezen, zoals draken.
En Jennaka zelf met dieren praten, ze kan uiteindelijk ook met haar rond kan ze praten.
Ja.
En ze kan met een kats praten, Philo.
Ja.
Wie is dat?
Ze heeft een hele. Ze krijgt hulp van een hele trotser, arrogant, zelf genoegs aan het slimmer ook wel grappig gekat.
Ik vond het leukste personage uit het hele twee luik.
Philo? Ja, Philo. Ja, het is mijn favoriet.
Ja, Philo vond ik ook zelf heel leuk om te schrijven.
En was ook nodig, want als je zwaar en donker verhaal maakt dan wil je ook iets ligt.
Maar ik kon er ook niet zeggen.
Laten we even luisteren, want daar wil ik eigenlijk nog toe naar het eerste volle stukje.
Want daar komt Philo aan het woord.
Jennaka heeft net een confrontatie met een draken gedrukt, die niissarheid.
Ja, de niissar is dat, die komt er aangevlogen.
Met haar zwarte cartelige vleugels wijdt uitgespreid, vloog de draak langzaam van ons weg.
Ze scherden lage over de berg en blijven af en toe op een plek hangen om achter rond te kijken.
Hij staard schleepte achter haar aan.
Soms stilden ze met één horne gvinger van haar klauwen steen op.
Ik kreeg er de rillingen van.
Ze is op zoek, zij ik zagjes.
Naar mij, pip te schari, niet naar jouw donkop, zijn Philo.
Zelfs niet naar mij, hoe wel dat er vergissing is.
Tenslotte ben ik hier de gene met het meeste verstand.
Nee, de niissar is op zoek naar Jinnah.
Zo gisterft haar gestuurd, en het is nu dus ook duidelijk dat hij weet waar hij ons kan vinden.
Ik doe de mijn neusjes scharisch wacht.
Eigenlijk viel z'n geur me mee.
Ben je niet bang, vroeg ik?
Je raakt helemaal niet zo naar angst.
Ik ben wel bang, zes schari, voel je dat niet.
Ik was zelf ook bang en dan weet ik niet meer of ik jou angst of de mine voel ligt ik uit.
Philo lachten, jullie zijn net door een waterval gekroepen.
Schari's angsts weet is van hem afgespoeld.
Dat is onze redding geweest. Hij schuurt dus een kop.
Deze keer is het goed afgelopen, maar we moeten nog voorzichtiger zijn dan we al waren.
De vluisteraar en veel gesoldaten zoeken ons in de bos.
De niissar zoekt hier boven. We worden van alle kanten belaagd, we hebben haast.
We moeten proberen de stad te bereiken voor de verrader er is.
Ja, ik denk dat we zijn bedrijf aan de showen gaan schrijven.
Maar dit zijn ook prima voorleesverhalen.
Ik lees hier heel graag uit voor.
Als ik op scholen ben, vind ik echt. Ik merk ook gewoon. Het is spannend, de kinderen worden heel stil.
Ja, maar dat is goed voorgeleid.
Ik doe natuurlijk ook graag stemmiedjes, dus ik grijf nu mijn kans.
Ik vond mijn eigen kinderen vonden dat vroeger vreselijk als ik dood.
Ja, om na niet door ze heel klein waren, waardoor ze wat oudere wereld.
Maar maar doen we normaal.
Maar Schari, omdat ik zei, mijn favoriete personage, maar Schari staat wel op twee.
Want dat is dus een hele grote ruigen vervaarlijk uitzien de wolf's hond.
Maar om er tussen heeft hij zo'n pipelijn hartje dat hij aan het konstand bang is.
Hij is al nin niet aan de schijterein, maar hij is heel bang de hele tijd met Trillen de Poote.
Die zijn er duurig niks.
En dat kontrasteert zo lekker met zijn voorkomen.
Ik vond dat ook wel heel mystisch als je naar honden en kat te kijken.
Het kan toch wel een beetje dat daar ook handen ongemaakbaar hebben.
Het heeft natuurlijk ook een functie, want omdat hij hond zo bang is, moet Jena ook wel een beetje dapper zijn.
Dus het is gewoon praktisch, maar ook is het zo.
En dat voor die hond heb ik heel erg mijn eigen hond als voorbeeld gebruikt.
En die is ook een grote hond en die is ook voor alles bang.
Dat was het regent, zo'n dag als vandaag met dreiging van regent, dan komt hij dus trillen naar binnen.
En dan gaat hij onder tafel zitten.
En dan denk je, het is heel zielig, maar ik denk ook altijd, het is een dichter.
Een hond, die bang is voor de regent.
Ja, het is een heel emotioneel wezen, is het, ja.
Het is een alsjeel hond, dus hij is ook een beetje traumatiseerd.
Maar jij hebt geen kat die alafiloe dan de hele tijd die hond op zijn dak zit.
Nou, dat zal ik ze heel eerlijk zijn.
Viloe heeft een beetje, dan ga ik iets gek zeggen, maar Viloe heeft een beetje de stem van mijn vader.
Oh! -Wij vader is nu niet zo gek als Viloe, maar mijn vader kan ook dat een beetje pesteren hebben,
wat Viloe af en toe op een leuke manier.
Viloe gaat soms net een stapje verder, daar is dat ook een kat voor.
Maar mijn vader kan, ik kan een vroeg ook wel met mijn kinderen aftoe van die speelde prikjes.
Dus dat die stem zit in heel veel van mijn boeken.
Zit ook in Lotter-Rose bijvoorbeeld heel sterk. -Ja, ja, in de op.
Ja, en weet je het best terug. -Ja, ja, ja. Maar je gaat wel van Viloe houden namelijk.
En uiteindelijk houden ze natuurlijk ook van elkaar.
Dus het is. -Ja.
En hij blijft de rot opmerkingen wel gekomen. -Ja, maar hij beschermt ze van die ook.
En hij is, hij is een slimmerd, dus hij is ook nodig, en hij helpt ook uiteindelijk.
En over die worldbuilding, weer als je bouwen.
Je zijden van dat je dat leuk leekt, die vrijheid, maar die vrijheid is natuurlijk totaal onbegrensd.
Ook je kunt alles werkelijk, alles verzinnen wat er te verzinnen valt.
Dat lijkt me ook een soort van zwemmen in open water en nergens meer aan land kunnen.
Weet je, van wat waar zijn dan de kaders of wanneer kan iets wel en wanneer kan iets niet.
En als een performage in het nou is, verzinnen we dan even een magisch dingetje waardoor die weer uitkomt.
Je moet ook een soort geloofwaardig om man in elkaar grijpen, toch? -Ja.
Ja, nou vraag je ook iets eigenlijk iets over het schrijfproces, hè? -Ja.
En dan wil ik ook wel iets over zeggen, ik denk dat de meeste schrijfers, dat weet ik niet,
ik heb nooit een kert te houden, maar ik denk dat de meeste schrijfers met een schema werken of met een opzetten of in ieder geval een soort van gestructurierde idee.
En ik ben zelf, ik ben een denk ik een vrij intuitieve, zoekende schrijfer.
Je liet me net al die eerste zin oplezen, daar beggin ik.
En het is dus inderdaad heel erg zoeken en vertrouwen ook vooral bij mij.
Ik vertrouwen in jezelf of de van je lectuur. -Dat dat vooral?
Nee, redacturs, daar wil ik ook graag toe zeggen, is heel belangrijk.
Ik heb ook een hele goede redactur, maar het schrijfje is bij mij eigenlijk een soort spel met. Het klinkt een beetje groot, maar ook met mijn onderbewust op de een of andere manier, want ik schrijf vaak heel snel, heel veel.
En het komt, en het komt, en dan ben ik vast en dan weet ik het niet meer.
En als ik dan los laat en ontspannend, komt van zelf die oplossing wel heel vaak zochtens.
Als ik dan wakker wordt in die hoofd slaap op zo, dat kan op een stik. Oh, dit moet het gebeuren, of zo ga ik het doen. -Ja, maar dat is de lijf van het verhaal, maar die wereld moet toch wel eens. Maar ook die wereld? -Ja.
Ik kan dus ook heel sterk die moment heb ik niet leveren om slaap over, maar ik kan ook met de auto naar mijn moeder rijden. en de zon zien ondergaan en op eens denken van, ja, zo ziet het uit en dan zo'n zwart pit in die zon en die langzaam groter wordt.
En dat is dan een draak, en dan ben ik er even helemaal in. -Oké.
Dus die beelden, ik krijg heel sterk beelden en ideeën, ik ben helemaal niet bijgelofig met die dienen zich aan.
Maar die schema is waar je het over hebt, die andere auto's is mogelijk maken, dat weten we ook wel van sommige strijfers.
Die zijn natuurlijk ook om te zorgen dat alles blijft kloppen, want je verzint een hele nieuwe wereld, net als met liggen.
Je ligt steeds meer erbij en uiteindelijk weet je niet meer wat je een uur geleden hebt gelogen en dan komt het uit.
En dat is natuurlijk met fantasiesrijven ook, het moet blijven, kloppen en blijven.
Fantasie heeft natuurlijk wel boven liggen het voordeel dat je nog terug kunt lezen, maar dat is voor mij ook heel belangrijk.
En dat gaat natuurlijk ook wel eens misjes laten. -Zeker, ik schrijf hele hoofdstukken die ik weg moet gooien.
En in zo'n proces is een goede redacteur ook belangrijk? -Die het bij elkaar. -Die het bij elkaar.
Dit kan niet, want voor geboek heb je dit vlag gezegd. -Ja.
Maar om je niet deed te geven, ik begon dus met de vertellen dat dit boek dat dat leiden was, maar dat was ook omdat ik dat allemaal nog niet zo goed had begrepen of had meegemaakt.
Hoe je dat opzet, hoe je dat doet en het was zo zoeken en op een gegeven moment dat ja nu heb ik er zo langer en gewerkt, dit moet het gewoon zijn ook zo'n panie.
Nu weet ik dat het einde loslang in de daad schrijfe is, ons herschrijven zoeken, dingen verplaatsen en tocht laten kwaligen.
Ik heb er nu wel vertrouwen in dat het zo goed is.
Ja, als het me lukt om daar ontspannen in te zitten, dan komt het eigenlijk goed en nogmaals,
kan ik niet genoeg benadrukken, goede reacteur, helpt ook.
En ik juist dit mononarsme reacteur, waar ik weer die doel en die voor Miriam boult.
En die hebben allebei die lezen met mij mee en die kijken goed naar die structuur en die kunnen dus ook aftoetegen.
En wij zeggen ja, het is een prachtige avontuur, maar het is net te veel, het wordt hier onduidelijk.
En dat heb ik wel nodig.
Misschien komt de dag nog dat ik het zelf weet, maar dat heb ik zeker nodig had.
Ja, ik weet er een klein en gewoon een detail uit het verhalen, want er komen nu een aantal
namen al voorbij, een filmgis en je je na de hoofd persoon, maar ook Vilo, en dat niet zar.
En in het hele boek komt draak voor met een prachtige naam, nabarag, als ik het smaag heb.
Ja, een prachtige naam, is dit ook gewoon van wat maar een tertafel komt in je hoofd, wat je opzrijft.
Of zit het daardoor de idea achter van waarom je een bepaald persoonhaastje ompaanje noemt?
Nou, ik denk dat ik een beetje een woorden-tik heb wel, dus ik ben gevoelig voorgrappen geworden, gekke woorden.
Ook bijna meenzochend, al heel leuk.
En ik vind deze namen bijna alle hoofd persoonhaan hebben een Ie daarin, bijvoorbeeld.
Schari, Vilo, Iena, Nieris, Tori, maar ik vind ook bij een draak, het vind ik echt leuk om te brengen en echt te draken.
Nou, een goede draakenaam, en nabarag komt eigenlijk van het duitse stadje Baggerag, langs de moezo.
En daar rijd ik langs en toen dacht ik al, oh, de mooie naam, ik ga er ook nog gebruiken.
Nou, nabarag, ja, ik ga dat ombraadoren heb je in begint even genoemd, maar dat is echt ontombraa.
Is schade, ja. - Ja, ombraa is schade.
En ik vind namens niet toevallig, zeg maar.
Nee, nee, dus dat is, dat wist ik alleen maar omdat ik een beetje een handje voor Italiaans spreken.
En ik wist dat ombraa is schade, dus snap ik het opgezocht en toen zag ik het dat dit latijn ombraa is.
En ombraadoren, dus het schade oorijkt dorpkogpikt van Ecuador. - Ja, oh ja, ja.
Ja, ja. - Als jij hebt dat flagiat. - En toen had je de vrijheid om dan heen van schade oeizens te verzinnen, ja, dat kon ik zeggen.
Nee, en daar kan ik soms ook wel. Dat is één van de dingen waarvan je dit af en toe tegen mij zegt, Marieke.
Oh, want dat is natuurlijk ontzettend leuk om al de oude Nederlandse woorden. Dus daar is veel over gebleven, je wist. - Dat is veel over gebleven, je wist.
Ja, ik heb een paar ombnoem geweldenaars, krachtpatsers, dagonders, hou, degers, slim, Marieke, sylshornhuisers, verder, kijkers.
Die begravens geluk, zoekers, labbakakkers, schreeuwlijken, volgen wistselaars, dan heb je ze al online helemaal gehad, maar dat zijn allemaal schade oeizens.
Is er alles schade oeizens? En veel oude Nederlandse woorden, scheldwoorden, soms helemaal verdwenen, labbakken, ja.
Dat is allemaal heel leuk dat ik dat weer terug kan brengen. - Ja, ja.
Ik zat wel te denken, er moet eigenlijk nog een soort ense klopende die bijkomen, of het boek dat Jina steeds leest over alle schade oeizens. Dat moet je eigenlijk ook schrijven nog he? - Ja.
En dan voor de fans, om dit stond vandaag vallig in dat op social media, op Instagram een bericht van een jonger die zei, ja.
Ik wil gewoon een lijst, zodat ik even terug kan kijken, wat zou ik weer allemaal kunnen? - Ja, ja, precies.
Je moet je er ook gewoon een beetje een overgeven eigenlijk, toch? - Ja. - Ja. - Ja. - Ja, dat is sowieso met fantasie boven. - Ja, ja.
En ik dacht ook, als ik echt zo'n lijst moet gaan maken, dan moet je ook bij al die schade oeizens een passende schade oefersinnen. En weer specifieke kwaliteiten die ten goede of ten slechte kunnen keren, want zo'n schade oef is meer dan alleen maar identiteit.
Het is ook een soort potentieel dat ze hebben en dat ze wel of niet ten volkende ontwikkelen. - Ja.
Dus ik dacht, ja, die lijst wordt wel heel ijgewikkelt. - Jina is in ook geval heel duidelijk de hoofdpussoon. En een meisje dat je in je hartsluit een helder personage, ze maakt zo'n begin al zijn enorme ontwikkeling door.
Aan het begin is er nog onweten, er moet ze eigenlijk alles nog ontdekken, zowel over zichzelf als over de wereld waar ze toe behoord.
Ze ontpopt zich in oembra door dus als princess, ja, als een soort van strijdsteren eigenlijk voor de goede zaken.
Voor het terugwinne van het kroninkrijken en in deel twee ook, dan zit haar vader inmiddels op de troon,
maar dan wordt er weer een koopbraamt om oemradoren over te nemen.
Zo'n klassiktema natuurlijk, de underdog die de held wordt.
We vroeg ons wel af ook een beetje met in ons achterhoof de meisjes uit je vorige boeken,
hoe je haar op de telefoon geeft, ze zegt ergens heel duidelijk.
Ik wil niet altijd alles goed doen en brave en gehoor zou zijn, zegt tegen haar vader.
Dat is de spirit wel, die in al jou meisjes zit volgens mij.
Ja, toevallig wel.
En als ik zo naar jou kijk, denk ik.
Ja, maar ik was niet zo dappen als je naam.
Zeg maar dat eigen wijze, dat herken ik wel en heren ook die drang naar vrijheid.
Maar ook dat het een meisje moest.
Zeker toen ik begon.
In middels denk ik, daar zijn nu zo veel boeken ook met meisjes.
Het stoeren meiden.
Het stoeren meiden, maar toen ik begon dacht ik, ja, dan moeten meisjes komen, stoeren meisjes ook.
Dus ik denk ook niet dat je ik ben niet jinnen voor een goede orde, dat ze heeft ook allerlei
eigenschap en kwaliteit in die ik niet heb, maar ja, het is wel verwand natuurlijk toch.
Ja, er zit altijd iets van jezelf.
Het komt allemaal uit mijn hoofd.
Ja, precies.
Zelfstande agaat.
Oei.
Nou laten we nog even naar het anten agaat gaan luisteren dan.
In deel twee, want dat is dus net verschene.
Zijn we drie jaar na deel één.
De strijd om de machte in ombraador die brand opnieuw los te vader van je naast zoals
net zij.
Die is er nu koning, maar tante agaat, die dus ook bekend staat als de nietsar.
Dat is de draak waarin zij zich kan veranderen, heel erg vaarlijk beest.
Die is er met haar hand langers op het uit om hem van de tron te stoten, waar je daar nog
stukje over voerlesen.
Ja.
Je bent uitgespeeld, kind.
Het is mijn beurt, of beter gezegd, de beurt van mijn trouwe volgelingen, de ombraadorianen
die niet gelukkig zijn met Koning Farsan.
Schaduwessens die geen kans hadden in jullie wereld, de schaduwessens die mij hebben verkozen
als hun leider.
En die ik, op mijn beurt, zo'n nederig ding.
Bedoel je de strijders van de nieuwe orde?
Ik probeer dan net als m'n tante te kijken of ik een dweil uitvroen.
Dat zijn bullenbakker, meelopers, ellende lingen, oproekrijge, zoke type's nu vechten ze
voor jou, maar straksvechten ze tegen je.
Ze zijn niet te vertrouwen, ze bewegen met alle winnen mee.
Glimlaagend met de helft van haar mond keek ze me aan.
De arrogantie.
Zij ze.
Wie heeft je dat geleerd?
Is dat de invloed van je vader?
Jouke arrogantie.
Zijn bullenbakker, meelopers, oproekrijgers, ellende lingen en zoke type's, soms geen inwoners
van ombradoor.
Hebben zij niet het recht, dezelfde behandeling als ze iedereen te krijgen, dezelfde kans.
Zeker wel.
Zij ik.
Mijn vader heeft ze vrij uit laten gaan naar de oorlogiek broel.
De schaduwessens die jou en veel gestoenden, ze krijgen allemaal een nieuwe kans, maar ze
deden er niks mee.
En nu zijn ze boos in ontvreden en lopen ze weer achter je aan.
Als je niks hebt om je kond met de krabben, is het moeilijk om iets op te bouwen.
Ja, dat laat ze zeggen, dan gaat het nog.
Ja, ik lees hier maar misschien bedenke ik dat wel, maar jij voelt mij ook wel heel
echt wel weer parallellen met de actualiteit, met de echte wereld.
Het volk dat om te vreden is dat in soorten achter een nieuwe lijden aanlopen, zich ook
een beetje laat, die ze van alles beloofd, en ze mis je ook wel een beetje laat op.
Hitsen?
Ja, dit is wel een beetje een vleurt, zeg maar, met actualiteit.
Zat alles ook al in het vorige boeken, dan wordt ombradoor steeds kouder, waard bij ons steeds
warmen wordt, maar dit gaat over polarisatie, te dan te agaat die gebruikte verlissers van de
vorige oorlogen eigenlijk, die stokt ze op tegen de nieuwe koning, en dat herkennen we.
Met heel veel fake news, met heel veel fake news, met maks van alles wij's.
Ja.
Het is ook heem, hun lot gaat haar helemaal niet echt aan het hard, ze is in die zin, ze
echt een scherk.
Ze leet precies welke spel ze speelt, en hoe ze het speelt, en ze lacht ze achter de rug
uit, dus laat ze ook beteen weer vallen, als ze ze niet meer nodig heeft.
Dus ze is echt slechter dat slecht, maar daarin is ze dan ook wel weer archetypisch, dus
ze is van alle tijden, ze is gewoon de tiram in de schadeel.
Zoals we die had je voor de fascisme, die had je in communistischina, die had je nu
Trump is natuurlijk ook een heel enkele man.
Nou, de nieuwe orde, ik moet het even terugzoeken in de geschiedenisboeken, maar dat was ook
bij de nazis, volgens mij de term, voor de nieuwe wereld orde die ze eigenlijk voor.
Nou ja, ik heb ook voor die spietjes nog wel evenjes teruggelezen, wel mijn huiswerk
gedaan.
En ze doen dus heel veel intuitief, maar niet alles, zonder dingen zoek ik ook wel even op.
En ik heb inderdaad wel gekeken naar, vooral naar Mussolini, maar gewoon een beetje gelees van hoe gaat dat dan.
Wat zeggen ze dan? En hoe doe ik zo iets en dan op een voor kinderen begrijpelijke manier naar een variant.
Ja, wat is dat voor een reto-riek? En hoe schaam te loos?
Ja, oké, dat heb je echt gespiegeld aan wel goed.
Nou, ik heb het er niet van even gelezen en dit is een boek, dit is geen politiek boek.
Het is geen helemaal niet, maar het zit er wel voor de eigenismes van goed en kwaad.
En wat ik trouwens heel mooi vindt aan dit stukje is dat je die tante agat is gewoon slecht.
Ja, dat is gewoon. Ja, hier speelt ze even, en nog als of ze bezorgd is voor deze mensen, maar het is helemaal niet.
Maar dat is eigenlijk ook wel van Jena en haar vader de Koning kritiek op het volk zelf.
Weet je van ja, jullie hebben de kans gehad allemaal, maar jullie delen er de niks mee en nu lopen jullie een beetje ontvreden.
Ja, dat is vooral Jena, haar later leert ze in zien dat haar vader heeft ook wel stek laten vallen.
Deze mensen hebben het heel moeilijk gehad en die hebben er geen kans gehad.
En ik denk dat, ja, ik denk inderdaad dat dat is een recept voor onvreden.
En Jena probeert dat later ook als zei Koning in word, rechten zetten.
Is dit iets wat je kinderen wilt voorspiegelen? Gaat dat?
Nou, ik vind mezelf niet een heel. Ik vind mezelf zeker geen schoolmeester in die zin.
En het is ook geen politiek boek. Maar angerscheerd in het moment.
Maar ja, ik heb wel. Het goed en kwaad zijn natuurlijk gewoon. Dat is een heel belangrijk tema voor kinderen en dat zit hier heel sterk in.
En daar heb ik ook een Turkmen ideeën over en ik weet dat een boek, een kinderboek, heeft een enorm bereik.
En een impact op een jonge leeftijd?
Dus ik denk dat kinderen lezen dit en denken er over na.
En kinderen zijn. Maar goed en kwaad, dat komt in het talloze kinderboek een Turk voor, dat ging me vooruit van die meegen niet van de deskinformatie, de mensen dingen voorspiegelen die. Nou, zoals je zegt hoe Tanta gaat, eigenlijk heel berekenend te werk gaat om.
Nou, op een heel speelse manier zit dat er wel degelijk in.
En wat je net zei, Tanta gaat, is een beetje een argentiepische slechtereekt. Er zit geen grijstint bij haar.
Ja, wel. In het eerste boek zit een grijstint, want zij is een meisje, dat wordt daar ook wel beschreven, ze groeit op ook bij een stiefmoeder.
De oude koning in, die niet van haar houdt, haar eigen moeders overleden.
En zij is ons en de eindselgengers, ze is veel te slim, veel slimmer dan goed voor, ze leeft geïsoleerd, kan niet makkelijk sociale contact maken.
Ze heeft eigenlijk alleen dat broertje, maar dat broertje beschermt zij.
Dat is vulgisch, dat is vulgisch. Je ziet wel, en zij heeft dus die schaduw, haar potentieel, dat heeft ze niet op goede manier in opgenomen.
Dus zij leeft haar slechte kant, zij is groot geworden in haar schaduw.
En dat gaat gewoon niet zo, dat is tegenwikkeld, dat staat er niet zo erg preciet allemaal in, maar dat. Dat is dat de regisseen in het bosmaaliepark te leven uitmogen.
De regisseen ook niet waar ik kan ik het ook. - Ja, nee, maar weet je wel, dit gaat ook allemaal heel ter loop zijn, dat is ook de bedoeling.
Eigenlijk dat mensen hier niemand moet het gevoel krijgen van, oh, zit ik hier een stukje politiek te lesbreden.
Nee, maar het is een ook van niet zo dat je haar heel expliciet, voor exclusieerd voor haar daden.
Dat zit dus een beetje in haar jeugd, als je dat uit deel een mee bakt.
Maar als je dat even te snel overheen leest, dan is het wel de keiharderslechtering tegen zo.
Er is de keiharderslechtering, maar er zit ook een spiegeling met. Er zit veel spiegelingen in de beide boeken, vooral in tweede deel, maar er zit er ook één tussen Jina en Agat.
Ja, ja. En daar kiest Jina ook door het je haar gits, haar leermeesteres opgelijten, maar Jina kiest voor het goede.
En Agat kiest wel bewustwoord. Ja, en dat is misschien wat je kinderen overlaak kunnen denken, dat het kiesje voor het goede hoogt.
Nou, je kunt er kinderen weten daar het antwoord wel, het is daar hoor.
En daar straks zei dat je een redakteur jouw terugvlood doen in een eerste versie Jina door het eiszakte en bijna doodgingen zo in het schaduwrijktrecht kwam.
Maar lieve help, er gaan nogal wat hele belangrijke personages hartstikke dood in dit boek.
Echt, er schrik je niet terug. - En die wordt echt opgehoverd. - Opgevreden, opgehoverd, het gaat maar door.
En dat zijn niet een personages van zeg maar drie handshakes away, dat zijn echt de dierbaaren van Jina, bijna voor de redakteur even niet open.
Ja, ja. - Waarom?
Ja, omdat Jina maakt een enorme ontwikkeling door in die twee boeken.
Het eerst deel eindigt dan heeft ze wel omdekt wie ze is, is die draak.
Ze is ook op proces, maar wil ze helemaal niet, want daar vrijheid en het heeft ze helemaal geen zin in.
En in het tweede boek is ze ook nog steeds heel ambivalent, nog steeds niet veel zin om proces te worden.
Maar in dat boek vindt in mijn beleving toch echt wel soort geloofwaardige ontwikkeling plaats naar haar waarschouwerd koning in.
En hoe gaat dat? Naar ze maakt wat mee. En eigenlijk op het moment dat ze ik wil niet. Dat was verklappen, maar. Nee, op ze leid een groot verliest.
Bij de boeken is eigenlijk verliest voor haar een springplank, dus. Ja, dus ze leidt een groot verliest en dan realiseert ze zich eigenlijk op dat moment.
Ze worden zelf niet gebruiken maar ze dan bedengd ze.
Ik ben hier niet alleen voor mezelf. Ik moet ook iets veromradoren doen en dat betekent nu dat ik moet kan in worden.
En daar, het heeft dus een functie, denk ik.
Moest daarom deel twee erop komen?
Ik denk het wel, ja, want ik had eigenlijk al. Ik heb altijd van tevorder wel een soort vaag idee, welk dus geen idee waar het vaal of gaat.
Maar wel een idee van ik ga hier twee delen van maken.
En ik wist ook al wie ze in dat tweede boek tegen zou komen en ik wist ook wel een beetje dat ze. Ja, ik wist zeker dat ze op de tronzo eindig, ja.
Nou, nou, dan zijn we er wel een beetje doorheen, waar we nog even zeggen dat Jessica versteeg in beide boeken illustraties heeft.
Hij heeft gemaakt die ook echt wel bepaalde die sweren oproepen, is dat dan. toen je dat zag, wat sweren is dat voor jou? Hoe heb je dat ervaren?
Nou, ik heb haar zelf gevonden in de eerste instantie.
En ik zag haar plaatjes en ik dacht, woho!
Dit is ongrador zoals ik het me voorstel en Jessica heeft zo'n kleurgevoel.
Ik had zo goed tekenen, ook in zwartwitteren prachtig tekeningen.
En ik weet dat dat heel veel heeft toegevoegd aan het boek en had dat er even over dat dit doorbraak zou zijn.
Nou, als dat zo is, dan is dat zeker ook aan Jessica te danken.
Nou, het zijn in ook vakkovers die spanning laten zien en waar kinderen, denk ik, die daarvan houden, enorm op afgeliegen.
Ja, ja, prachtig, goed.
We gaan zo nog even te laten zien van de tweede boek horen.
En je hebt nu een aantal keer gezegd dat je naar wordt koning in, maar ja, hoe het precies afgelopen, dat moeten we natuurlijk voor ons houden.
Kunnen we wel zeggen, er komt dus echt geen deel drie, het is echt afgelond voor jou.
Ik heb toen ik begon met schrijven heel eif gearzeld, of er niet een prolog, of er niet een vrouw onlar zat, dat van Jinas moeder en vader.
Ja, precies.
Ja precies, dus niet echt helemaal is, maar toen ik aan het tweede deel begon wist ik, nee, dit is het, het eindigt hier en de cirkel is nu rond.
Oké, dus voor ons ook fijn, want we nodig een graag schrijvers uit als zo'n dekst is afgelopen, ja, iedereen is nog met iets komen.
Dus de laatste zin zei ik van de tweede boek, want we zijn uit een hele twee luid omvatten, die gaan we straks horen naar deze rubriek.
De grote vliegende paal.
Ja, we zijn ook ook benieuwd wat jij op de grote vriendelijke paalplank zet en je kwam met iets waar wij de eventjes op moesten.
Hoe plek, op merken, vertel.
Dit is ook een oud boek, het is als ik me niet vergis uit 650.
Ja, heb ik opgezocht klopt.
Ik heb het ook opgezocht, maar al wat lange geleden, dus ik was het al weervergete heel erg.
Het is geschreven door Gerald Durell, het komt uit het Engels.
Ik heb het in het Nederlandse oorspronkelijk gelezen en toen heet het mijn familie en andere dieren.
Ik heb nu de Engels version meegenomen, het gaat over een jongetje van tien, die gaat met zijn familie naar verhuist.
Voor de Tweede Wereldoorlog met zijn familie naar Corfu.
En het is een hele extantieke, grappige leuke familie.
En een jongetje zelf is bezeten door een dieren en natuur.
En het is ontzettend licht en grappig en ironisch geschreven.
Ik heb vaak een hard opzitte lachen als ik het las.
Ik ben niet zo gedreven als een jongetje, hij wordt later ook biolog.
Maar ik herkende heel erg zijn liefde, dat opgaan in de natuur, dat de houden van die bestijsleeps ook allemaal mee naar huis zitten.
Ik kom nu.
Het is niet uit een gezin, maar dat maakt geen onderdeel uit van ons opvoering.
Dat was er niet.
Het is iets wat ik zelf heb ontdekt voor mij zelf, en hij ook alleen heel sneller en heel eerder.
En zo gaat het netje erop uit.
Maar het is een hilarisch leuk, vrolijk, lief, grappig boek.
En ik dacht, hoe kan ik dit nou beste aanprijzen?
Ik dacht, als Vilo een boek zou hebben geschreven dan zou het zo ligt zijn.
Je ziet ook een soort van ironie in en wit, dus de geestig is het echt hard.
En die dysfunctionaliteit van die familie is ook fantastisch.
En dat is niet een als kinderboek op de markt gebracht en ook van niet in Gopitanië.
Wel hier volgens mij in Nederland is het veilig te verschenen, maar het is een leuke maandwaard.
Dat lijkt toch wel een beetje mevrouw.
Het is ook wel mijn familie andere die jaar heren, maar het is ook als titel mijn familie andere besteraard gegeven.
Ah, dat kan ook wel hoor, ik heb mijn eigen eigen familie erbij door.
We kennen het in elk geval niet echt als kinderboek.
Ik l was wel toevallig toen ik een beetje aan het goede was aan Nikolie Misee.
Ergens in een interview zei dat zij dit als 12-jarige stukken lezen heeft.
Dus die van Nikolie Misee houdt, wie weet, ik ook.
Ik vond het echt ik, ik vond het geweldig.
En deze man heeft zeggen dat hij heeft heel veel geschreven, eigenlijk, voor alle lijks wordt de boekenfictie en noemfictie.
En ja, ook heel erg opgeworpen als dieren beschermen en dieren thuinen opgericht.
Dat is de dieren versorger en zo'n echt wel een meester op dat. Ja, en dat is hier ook een, dit is altijd z'n grote hit, gebleven.
Het is ook verfilmt, weet ik, in Engeland, en dat was ook heel lang heel populair.
En ik denk dat dit zo bijzonder maakt, is die familie en die beesten.
Omdat de jongen ook al die beesten mee naar huis släept.
Dus er zitten daar levensgevaarlijke dieren, in de badkuipen en de vliegen hele actieven extra rond.
En iedereen ligt onder vuur permanent en heeft een hele grappige ouderen broer die heel cynisch is.
En soort van moeder die alles goed praat en dat. Maar dit moet dus gewoon opnieuw komen. -Ja, als ik jij als wil.
Het is een vrisse Nederlands vertalen. -Ja, ja, en met dit leuke koffje.
Ja, dat is een pengwindplacik, want het Nederlands is antiquaarisch nog wel.
Nou, we hardstikke leuk we zetten op de paaropplank.
En we vragen altijd wel wil je de laatste zin volledig, want het is geen verplichting.
Het is wel leuk. -Ja, ik lees hem graag voor.
Al maakt het ook een beetje raadselachtig. Het was een zonnehoed. Precies zo'n eentje als ik lang geleden van hem cadeau had gekregen.
Ja, en een zonnehoed? -Ja, in de book wordt dat wel uitgelegd, maar een zonnehoed is een bloem.
Ja, ik heb minitaal. -En heb je minitaal? Ja, het is een fantastisch mooie bloem.
Het komt in allerlei kleuren. En zelfs in allerlei lengtes.
En het is hier een meta voor, voor iemand.
Hier zou ik kunnen denken na lang van dit zinnetje en hoed tegen de zons.
Ja, maar het gaat hier weer om een plant. -Ja, ik is wel duidelijk.
Van die zonkendoor is gekregen, moet je maar lezen allemaal in dit.
Nou ja, om vangenrijk het twee luikers, als je het helemaal uit hebt, heb je 655 pagina's.
Achterlijk kiezen de leidensweg van. Maar ik. Misschien moet je even afkikken van de schaduwereld. -Mijn zin? -Ja, heel fijn dat je hier overwielde praten. bij de boekensuin zouden als gezegd uitgegeven bij Querygo in de illustraties van Jesterke Versteeg.
En hartstikke bedankt, veel succes met alles wat je vindt.
Dank jullie wel. En dank jullie wel, dat ik er mocht zijn, leuk.
Dat ik hier mocht zijn, leuk dat je er was. -Ik ga zo bij, als je de winkel verlaten, even goed op je schaduw letten.
Dit was. -Ik ga door het glas naar huis.
Dit was de 168e aflevering van de grote vriendelijke podcast alweer, die we op maandagavond 17 augustus 26 opnamen.
In Kinderboekwinkel-kiekeboek aan de Gierstraat in Harlembegeert, vlieger heeft ze vakantie aan ons aangepast en was er ook weer bij.
Dat is de technieke succes achter de knoppen daar.
Alles over deze aflevering vindt je terug op onze website te grote vriendelijke podcast.nl en veel ook op de socials.
En we blijven het zeggen, je helpt ons dus enorm omvriend van de show te worden, doorvriend van de show te worden, moet ik zeggen.
En daar vind je ook die kortingskoden voor de opnamen op boekfest op 20 september met Jacques Vriend.
Ja, ik vond het lekker om hier weer te zitten, zo naar de vakantie.
Dat is echt wel lang geleden alweer, hè? -Dat vonden we weer doen.
Ja, dus voor over een dikke week zijn we weer, want er moet ook een update gemaakt worden.
Want ja, er ligt twee maanden achter ons, waarin toch best wel weer, we hebben aardig lijstje met Kinderboekken, nieuws, we hebben al van alles verzameld.
Maar misschien is jouw ook nog iets opgevallen, wil je iets met ons deleen of heb je een leuk nieuwtje voor de komende tijd laten ons vooral. Weet je, wie we eten kunnen we het nog gaan, meenemen, dan zijn we de volgende week weer met de update van jullie en augustus, tot dan.
Podcast Summary
Key Points:
De podcast vieren een dubbel jubileum met Jacques Vriend, een van de godvaders van het Nederlandse kinderboek, die tachtig is en zijn 50ste schrijfjubileum feestvast maakt.
De eerste aflevering richt zich op het najaar, met een focus op de verkiezingen en het jaarlijkse boekfestival Boekfest, waar de podcast opnieuw optreedt.
Het boek "Oemrador" wordt uitgezonden in twee delen, waarin een meisje met geen schaduw ontdekt hoe ze zichzelf en de wereld om haar heen begrijpt.
De schrijver Marike Smithhuis beschrijft haar creatieve proces als intuïtief en zoekend, waarbij beelden en eerdere ervaringen een belangrijke rol spelen.
Het boek raakt zowel kinderen als volwassenen, met een sterke thema’s van macht, realisme en kiezen tussen goed en kwaad.
De wereld van Oemrador is een parallele wereld waarin schaduwwezens leven, met magische krachten en een diep verband met de wereld van de mensen.
De schrijver is geïnspireerd door klassiekers zoals "De Sleuwe Hard" en combineert dit met oude Nederlandse woorden en woordspellen.
Het boek wordt gezien als een actuele reactie op huidige gebeurtenissen, zoals polarisatie en het gebruik van fake news, zonder te zijn een politiek boek.
Summary:
De podcast richt zich op het jubileum van Jacques Vriend, een belangrijke figuur in de Nederlandse kinderboekcultuur, en introduceert het tweede deel van het boek "Oemrador". Het verhaal volgt Jena, een meisje zonder schaduw, die in een parallele wereld ontdekt hoe ze zichzelf en haar wereld begrijpt. De schrijver Marike Smithhuis beschrijft haar creatieve proces als intuïtief en zoekend, waarbij beelden en ervaringen van haar jeugd een grote invloed hebben.
Het boek combineert fantasie met realisme, waarin kritiek wordt gegeven aan macht, polarisatie en het kiezen tussen goed en kwaad. De wereld van Oemrador is een magische, verbandrijke wereld waarin schaduwwezens leven, met unieke krachten. De schrijver verbindt dit met oude Nederlandse woorden en woordspelen, zoals "nabarag", wat uit het Duits en Latijn komt.
Het boek wordt gezien als een actuele, maar niet politieke, reflectie op samenleving en kinderen die bewust kiezen. De podcast benadrukt dat het boek een breed bereik heeft en een diepe invloed heeft op jonge lezers, met een thema van ontwikkeling van de persoon en het ontwikkelen van eigen waarden.
FAQs
Het boek 'Oemrador' is een parallelle wereldverhaal dat zich ontwikkelt rond een meisje dat geen schaduw heeft. Het is geïnspireerd door de eigen jeugd en het idee van schaduwen, vooral de ervaring van fietsen in Amsterdam waar de schaduw van een persoon zich laat zien. Het boek combineert realisme met fantasie, met een focus op ontdekking en zelfontwikkeling.
De schaduw speelt een centrale rol in het verhaal, omdat het een symbool is voor de onbekende en onuitgezonden kanten van een persoon. Het helpt het meisje Jena om te ontdekken wie ze is en wat haar kracht is. De schaduwwezens zijn levendige wezens met unieke vaardigheden en vormen een wereld die aanvankelijk onzichtbaar is.
Tante Agaat is een complex persoonlijkheid die zich veranderd in een dreigende draak. Ze is een symbool voor het kwaad en de macht, en ze voelt zich vernederd door de ongelijkheden in de wereld. Haar rol is het tonen van kritiek op onrecht en macht, en ze representeert een archetypisch beeld van een slechte leider.
Jena ontwikkelt zich van een meisje dat geen schaduw heeft naar een held die in staat is om te kiezen tussen goed en kwaad. Ze begint met twijfel en ambivalentie, maar komt uiteindelijk tot het besluit om actie te nemen en de wereld te veranderen, wat een krachtige ontwikkeling van haar persoonlijkheid is.
De namen zijn gemaakt uit oude Nederlandse woorden zoals 'ombra' (schaduw) of 'schari' (gevaar), wat een verband maakt met de Nederlandse taal en cultuur. Dit geeft het boek een unieke, lokale sfeer en toont dat de fantasie ook uit lokale woorden en herinneringen kan ontstaan.
Het woord 'Ombraadoren' komt van het Latijnse 'umbra', wat betekent 'schaduw'. Het is een verwijzing naar de wereld van schaduwen en wordt gebruikt als naam voor de parallelle wereld waarin de schaduwwezens leven. Het benadrukt het thema van schaduw en geheim.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.