Go back

Aflevering 165: Tiny Fisscher

64m 9s

Aflevering 165: Tiny Fisscher

Tini Fisher heeft een bewerking gemaakt van het klassieke verhaal *Alice in Wonderland* met de titel *Elles Tuimeld in Wonderland*, waarbij ze het verhaal herzien voor jongere lezers. Het boek is een bewerking, niet een strikte vertaling, en wordt een toegankelijkere, jongerenvriendelijke versie. Fisher herkent zichzelf en haar eigen kinderlijke ervaringen in het verhaal, vooral in het karakter van een verleerd, gevoelig meisje dat zich ontwikkelt in een fantasiewereld. Ze hebben de originele taal geïnspireerd, maar hebben er nieuwe, creatieve uitdrukkingen voor in, zoals "aandrijfkunde" voor "aandrijven", en hebben grappen en woorden herschreven in een moderne, kindvriendelijke stijl. De bewerking benadrukt het thema van identiteit, waarin het meisje haar eigen vorm vindt door te groeien en te ontdekken. De illustraties van Jeska Versteer versterken het gevoel van fantasie en verbinden met de klassieke wereld van het verhaal. Het proces is persoonlijk en organisch, ontstaan in een flow, waarbij de sfeer van het oorspronkelijke verhaal wordt bewaard. Tini Fisher benadrukt dat dit niet alleen een vertaling is, maar een eigen creatieve heruitvinding, waarbij ze ook haar eigen boeken en versies onder de aandacht zetten. Het resultaat is een modern, aantrekkelijk en emotioneel verhaal dat zowel kinderen als volwassenen kan raken.

Transcription

11641 Words, 61846 Characters

Dutch
Deze podcast wordt meedemogelijk gemaakt door het Nederlandse letterenvonds, het Jaapartevonds, MBD-bibilion, de Versterking, Stichtinglezen, de Bibliotheek en onze vrienden van de show. Dit is de grote vriendelijke podcast, met Jaapfrizo en Basmali-paart. Fijn dat je doe je bent, Bas, je was drie weken in Amerika. Ja, ja, wat heb je het gehad? Het is best lang, hè? - Ja, drie weken. Ik heb je wel af en toe een appje gestuurd. - Ja, we hebben wel een tak gehad. Niet zo veel eens allemaal. - Nee, dat is zeker waar. Hoe was het? Ja, het was heel bijzonder. Ik was daar omdat mijn kinderen daar geboren zijn, heb ik vorig keer voor ons me ook al gezegd, maar ooit in Ville Delvia en een keer in een paar jaar gaan we terug. En ik vond het dit jaar best een beetje spannend, omdat ik dacht, ja, met die geëopolitieke spanningen. De grote baas daar die niet zo prettig is. - Nee, maar jullie zijn er ingekomen, jullie zijn weer losgelaten. Ja, precies, en het ging allemaal heel smoot, en ja, het was een fantastische tijd. Ja, toen je terug was, heb ik je meteen aan het werk gezet, want je moest daar aan de MG-Smith lezen, ik online zetten. Met een vette jetlack moest ik al aan het werk voor de Rewiën. Nu, nu ben ik nog geen week terug en nu zitten we hier alweer en volgende week maken we ook weer overleven, en ik denk dat het maar zo, de premier die gaat na een statusbezoek ook meteen weer aan het werken. Dus waarom een kinderboek ergens zit? - Ja, maar ik denk wel, iets luxe positie in het verliegtuig. Dat is waarslapend en schoonmakentijd. - En schoonmakentijd. Dat is een kleine kinderboek. - Of die het allemaal zelf gegras te doen, nee, ik denk precies. Maar we gaan deze aflevering praten over een boek waar je in Amerika ook nog even mee werd geconfronteerd. - Ja, want wij wisten al voor dat ik vertrook dat wij deze aflevering zouden gaan opnemen over Ellison Wonderland. En toen stapt ik in New York, waar het twee dachttrips naar New York en toen stapt ik daar op 50th Street Station uit de metro. En daar lep ik palt tegen een grote mosaik afbeelding aan, waarop een meisje stond, een konij met een horloosje en een soort koning in met hardte door omheen. - Ik denk met krijgen me nou. - Ja. - Ik loop gewoon mijn werk weer in, dat was eigenlijk wat dacht. Maar dat, ik heb later even opgezocht. Sinds 1994 hangen daar dus midden in mijn hetten in dat metrostation Alvier mosaik paneer. - Zijn er meer? - Zijn er meer van een kustneres Liliana Porter met personages uit Ellison Wonderland. - Als je zonder? - Ja, dat was toch. En ja, ik vind het voor mij in onze store die ze heeft terugkijken. Daar kan niet meer, want die zijn al verdwenen. Maar ik heb het in een data wel gepost in het stond op Instagram. Dus volgens daarvoor is je dat er leuke dingen om mee te maken. Maar goed, zo kom je nooit los van je werk, maar ik vond het ook wel weer leuk om even dat tegen te komen daar zo midden in zijn druk gestalt. Ik was in Londen en heb ik een Pieter Pemmel moest. - Ja, het beeld. - Het beeld? - Ja, het beeld. Zo kom je overal in de boekje tegen. - Ja. Maar goed, we praten dus vandaag over het boek dat werd geschreven door Louis Carroll in 1865. Zo lang geleden al. En wereldwijd oneindig vaakvertaald is, ook in het Nederlands. De bekendste recente uitgaven in het Nederlands zijn die van invertaaling van Sofia Engelsman. Met illustraties van Vloer Riederen, in de Peter Pan-aflevering, met haar natuurlijk ook heel kort even over gehad. En de vertaling van Immendros van Elles en Wonderland. - Dat is niet zo heel lang geleden. Maar nu is er een bewerking, dus niet een strikte vertaling, maar een bewerking van het boek verschijnen die het verhaal toegankelijker zou moeten maken voor jonge kinderen van nu. En dat werd ontzettend lovend ontvangen in de pers en die loft die kwam Tini Fisher to, want zij maakte het boek. En het heeft een net iets andere titel, Elles Tuimold in Wonderland. Tini Fisher leuk dat je er bent. Hallo. - Welkom. Je bent eigenlijk de ongekroningen, kon ik van het bewerken en opnieuw vertalen van klassieke kinderboekken. Jij moet het zelf hertaalen? - Ja, ik noem het hertaalen of bewerken, één van twee. Nou, gebruik voor dat lekker door een kabel. We zetten straks wel even nog op een rij, wat al die boeken zijn. Maar opvalt is dat de eerste boek was in Nederlandse en eigenlijk ook meteen de enige kinder, Nederlandse klassieke die hervertelt, heeft kees de jonge. Is dat een beetje met begonnen? - Ja, dat is een beetje met begonnen. Het was één van mijn lievelingsboeken, omdat ik mezelf heel erg herken in kees als meisje. En ik dacht, wie leest dat eigenlijk nog, want dat taal is toch wel best verouderd. En ja, toen ben ik het gaan herlezen, toen dacht ik ja, ik kon hier komen volwassenen, denk ik, die het niet kennen van vroeger. Misschien niet meer zo goed doorheen. Het gaat over een jonge van een jaar of 12, 11, 12. En toen dacht ik ja, waarom ze ook het niet geschikt maken, goed leesbaar maken voor een jonge publiek en voor nieuwe lezers. Ja, dus daar is boek. - Nou, daar is het begonnen. Ja, toen had je meteen de smaak te pakken toen. Nou ja, ik had wel de smaak te pakken omdat ik het heel erg leuk vond om te doen en te spelen met talen te kijken, wat laat je erin, wat doe je er niet in. Ik schreef toen ook boeken met Pieter Veller en kees de jonge was ook één van zijn lievelingsboeken. Dus hij heeft mij ook, hij is een hele strengerredocteur geweest ook, dus dat was heel fijn. Maar ja, door de kees de jonge, hoe noem je dat tekenken? Opnieuw, het is niet echt wand, het is toch allemaal nog prima te lezen en blijf met je tengels van kees af tekenken, ik dacht ja, ik hou zo van kees. En ik wil hem dan delen. - Ja. En dan denk ik, waarom zou je hem dan alleen houden voor je eigen clubje? Ja, maar wat je eigenlijk zegt is dat er dus na publiekatie ook best veel kritiek. Heel veel, ja. - Dat was kritiek vooral op het feit dat je date op hoe je het had gedaan. Ja, ik denk hoe ik het heb gedaan, ik ben echt afgemaakt door een paar mensen die er toen doen, destijds. Nou ja, dat heeft mijn huid wel weer wat dikker gemaakt en het heeft mij er niet van weer houden om toch. Nee, wat zou je ook in het denken dat je denkt, nou dit was eens van nooit weer, ik kom nooit meer erg zouden. Ja, maar ze heb je toch wel gedacht dat ik doen, maar niet zo snel weer in Nederlandse, want het is dat nu door de enige Nederlandse. Ja, maar dat is de enige boek dat mij heel erg aansprak destijds toen ik in mijn pubertijd zou denken. Ik heb het denk ik op de mafel gelezen, op de haal gelezen. Het is wel interessant, dit is dan natuurlijk een klassieker die heel veel wassende van een zekerige leeftijd echt in een hart hebben zitten. Ja, zeg maar, rustig 50, 60 plus. Nee, ik wou zeggen, mijn generatie, ik ben 43, maar hij is niet meer zo opgeroepend, hij is de jongen. Maar ik zat wel een beetje te denken van wat voor een andere Nederlandse klassieker zouden er dan zijn, die is hertaald zouden moeten worden. Dat heb jij vast overnag gedacht. Ja, maar ja, weet je, op heel veel boekens zit er nog rechten. Zo, dus al want iemand moet ze even toch jaar dood zijn en dan komen er rechten voor. En ook als een zomer zoltheid van zijn zomer zometeen wel een bewerking van afgestiend houden. Oh, echt? Is dat niet tuttig? Is dat niet tuttig? Ja, maar dan moet jij het niet doen. Dat is erg talent, toch toch? Ja, dat weet ik dus eigenlijk niet, zeg goed. Als jij dollop afgestiekt, dan ben je wel niet wat ik kent aan. Maar ik vind nou echt een boek wel uit onze geschiedenis, wat je naam meet wat het doet en waarvan ik wel benieuwd, ben dat ze wel met meepoeken die jij hebt gedaan. Ja, ik vind het gewoon leuk om te lezen omdat ik het eigenlijk niet kent wist. Ja, ja, ja. En ze zie je altijd dat ik het nou een geweldig boek vind, maar omdat het gewoon. Nou ja, weet je, ik ken het verhaal, ik zal het vroeger wel gelezen hebben, maar het doet geen belletjes meer inkelen. Waarom precies overgaat, maar wat mij in Kees mij zo heeft geraakt, en wat nog steeds volwassen en kinderen kan raken, is dat Kees eigenlijk een heel verleegend beetje terug trokken jongen is. Maar heel erg eens een fantasie zit van, als mensen zouden weten hoe dat priek ben, en dat gaat die in fantasieën zitten. Dus zij wil heel graag gezien worden, en tegelijkertijd vindt hij het ook dood eng om gezien te worden. Dus hij heeft zo'n fantasieën, van ja, nog gebeurt er iets in een park, en dan valt er een tak van een boom en gaat die bedenken, stelde dat, weet ik, wat dat daar van alles mee gebeurt, dan zou ik zou die mensen gaan redden. Ja, dat had ik vroeger als mij ook, ook mensen bedenken. In mijn fantasie. -Ik zou mevrouwen bij ons onttafel zitten, ik ga ik een beetje enkele. -Nee, nee, nee. Nee, maar goed dat was wel enkele. -En tegelijkertijd, tegelijkertijd is Kees een jongen, dat als hij op weg is ergens naartoe, en hij denkt, "oh, ik ben wat vergeten." En dan bijna zo overdreven met z'n hand tegen z'n hoofd, en dan zeggen ze suffert, je moet nog iets halen, omdat hij denkt. Mensen denken nu waarom draaien die jongens zich in de school. -Oh, ja, hij is heel erg bedoeld, dus hij is dat. En dat herkend ik heel erg goed. -Ik hoor hier dus een criteria voor jouw was dat het een lievelingsboek van vroeger was en dat je je zelf in Kees herkend is, is dat ook hoe je bewerking een selecteerd van. -Nee, nee, nee, eigenlijk niet, ik dacht, ja, ik had een aantal gedaan, en toen dacht ik, ja, ga ik een nog een keer doen. En dan ga ik eens googullen, dacht ik, "na, een beetje misschien een aaraabisch verhalen, zo." En toen kwam ook een syn-batissé, man, ja, dan ga ik dat dus lezen in, nou ja, ik last het in Engels. O, je vindt dat je vindt heel veel vertalingen op internet. -Ja. Maar dan zijn daar heel veel versies van, ook nog met verschillende figuren in de verschillende verhalen. Dus ja, dan lees ik in het Duits, Frans en Engels een paar versies en dan maak ik mijn eigen keuze en heel langzamerhand begon het aam te trekken. En niet omdat ik de eerste versie of de eerste verhalen las en dacht, "Wauw, syn-bat, dat echt, maar iets. " En eigenlijk dacht ik je, "Eetje, al aan hier, een gold daar, maar het zijn hele spannende verhalen." Dus ik heb het spannende, heb ik er uitgevist. En ja, toen heb ik er een. ja, toch een Tynifisher-souse. Ja, want de syn-bat is maar één, we hebben een straksje volgen om me maar je hebt. Dit zijn je elften. Als het daar mot in Wondeland, kom jij zelf steeds met de idee of wordt je inmiddels daarvoor gevraagd? Nee, de eerste titels zijn wel, nou nee, alleen op de wereld komen ook heel erg uit mezelf, want dat was mijn lievelingsboek toen ik een jaar of elf was. Zo lekker silageboek is het. En daarvan dacht ik ook wie lees het nog, of wel een kind lees het nog. En toen dacht ik, laat ik een paar hoofdstukken gaan doen. Ze heeft verkijken, ik ging het lees in het Frans en ik had een heel goede integrale vertaling, die moet ik wel naast hebben, want mijn Frans is dan ook weer niet zo goed genoeg dat ik alles één op één kan vertalen. En toen zat ik wel weer helemaal in. En toen via via kwam ik bij Godmer terecht en de uitgeverste van des tijd, het was ook haar lievelingsboek van vroeger, ze zei ja, er gaat bij mij een laatje open. Ja en toen was ik daar binnen. En toen werd dat een enorm succes, dus dat was wel heel fijn. En dat geest de jongen. - En dat geest de deur geopend te open misschien voor andere bewerkingen, dat het andere uitgevers misschien ook dachten. Ze hebben in de gaten houdtien die is helemaal doen in. - Ja, nou ja misschien wel, weet ik niet, maar er zijn wel zoals. even kijken, Mary Poppins, daar werd ik voorgevraagd, maar dat is toch wel iets meer in één op één. Alloo wel, daar ook racistische dingen in stonden, dus dat is er uitgevist en in de nieuwe versies in het Engels was dat ook al zo. Maar, ja, Romeo and Julia bijvoorbeeld, mijn roman, voor 15 plus, ja, eigenlijk mensen moest ontzettend lachen, toen ik de mensen die mij kennen. Want ik hou helemaal niet van Shakespeare, in de zin van De Dau en De Hedde, De Dau en De Dien en De Hedde, denk ik, oh my God. Maar ik dacht wel, Romeo and Julia, het is het beromdste liefde van Halten Weerot, maar wie weet eigenlijk hoe het precies gaat? Want omdat toen heel stuk in de oude taal nog opnieuw te lezen, ja, jeetje, moeilijk om doorheen te komen. Dus dat ben ik ook voor mezelf eens een beetje gaan doen. En toen kwam ik via internet, ik denk dat het tijds via Facebook was, uitgevrijd los en boekstegen. En toen had ik het gevoel dat het daar zou passen, dus ik heb het na meer te spieterien ontstuurd. En toen was hij net van plan om een klassieke reeks te maken. En ja, ik viel daar dus zo in. En toen, toen ik daar dus een jaar opgrijg, toen realiseerd, ik m'n pas, toen ik mijn research ging doen, hoeklust, dat was, want ik maak van een tonelstuk en een roman. Ik wilde wel alles erin hebben, ook alles symboliek die erin zit, maar ja, daar zitten zo veel taalgrappen in die je niet één op één kunt vertalen. Dus dan moet je je eigen grappen opgaan verzinnen. Wat een klus. Nou, maar dat geldt zeker ook voor Alice, heel taalige boek. In het kort, want dan gaat je even verder introduzierend komen. Echt eindelijk al die titels voorbij. Hoe is het hierbij gegaan? Was dat jouw idee of kwam de uitgeven in het toe? Dit is weer op een heel andere manier gegaan. Ik regeef een meeldje van Louis Kerlgenootschap, of ik tijdens hun jarlijksimposium en lezing wil de geven over hertalen van klassiekers. En toen dacht ik in eerste instantie, wat moeten ze daal, want ik was in plaats van iemand, iemand die had afgezegd, die een boek had geschreven. Je liet er boek had geschreven over hertalen, universitair, iemand. En toen dacht ik, die heeft afgezegd en. Nou, mag de kinderboek schrijft te komen, ja. Maar dat zei ik eerlijk. Ik zei van, ik vind het een eer, maar ik weet niet of ik die juiste persoon ben voor dit. En toen zei, zei van, ja, je hebt in het dus, weet ik, zeven hertalingen of zo, destijds gedaan of achterk weet ik niet eens meer. En je hebt vast een visie op hertalen, toen zei ik dat heb ik zeker. En ik zeg, als ik het doe dan wil ik je interviewen worden, niet een lezing, niet gewoon dat het een gesprek wordt. En dat te vragen uit de zaal komen. Ja, en voor dat dat plaatsvond heb ik natuurlijk wel Kerl z'n beroemste boek weer erbij gepakt en dacht, ja, dat is al zo vaak gedaan. Het is wel eens door mijn hoofdgegaan, maar ja, alles is zo'n beroem boek en het is al ook in het Nederlands vaak gedaan. Maar ja, door die dag, dat is echt een kant op punt in persoonlijke leven geweest, moet ik zeggen, die dag, want ik zat daar voor een zaal van, ja, 40 mensen misschien. En dat interview ging heel leuk en ik was heel eerlijk en ja, in hoe ik dingen ervaren en wat zo'n boek voor mij zou kunnen betekenen. En ik had toen ik het voor de eerste keer last heel duidelijk het idee, volgens mij gaat dit boek over je eigen vorm vinden. Ja, en dat past heel erg bij de levensvase, waar ik nu in zit, persoonlijk en in schrijverskariëren. Dus en ik dacht dan wil ik het doen voor zeven plus. Dus dan wil ik een punt geschikt maken, want de Elles in Wondeland is eigenlijk een boek voor 10 plus of volwassenen. En ja, als je de integral vertaling of het oorspronkelijke boek leest, dan zitten er heel veel dingen in die heel veel inside grappen. Ja, van Carol en de kinderen, maar die voor zich heel erg gebruikt, ik wil niet afkaffen, maar we duiken zoiets. Dat is zo'n straks. Maar dat is hoe ik dus in dit punt getuimd ben, ja, even voor mensen die je niet kennen, je bent 67, ja. Dat blijft van de levensvase, dus? Ja, je blijft van de levensvase, als je nog moet ontdekken wie je bent. Nou, deels, ja, deels, ja. Je debuudeerde op je negen een dertigste, zoals je boek schrijft, zeer hoe ze geleden daarvoor eruit. Ja, ik ben een maandesje van alle, ik heb heel veel verschillende beroepen gedaan. Maar ik heb als kind altijd, ik heb de bibliotheek van een kaste die ik hem zo'n beetje leeg gelezen en ik schreef veel. En dat deed ik ook nog op de Merlbare school, pelagoge zakken, deeming, ik ben juf geworden naar alle andere beroepen gedaan. En rond mijn zeven en een dertigste, ja, trof ik mezelf achteren, zo'n oude wedstrijd type machine aan en begon ik weer te schrijven. En nou, heel veel dingen opgestuurd, ik kreeg allemaal afwijzingen en terecht, want het was echt niet goed genoeg, heb ik later ook gezien. Tot er een uitgeverd was en die beelden mij in die zei, ja, wat je hebt ingeleverd is niet goed genoeg, maar ik zie wel jouw schrijftalent. En wil je met mij een boek maken over met de penissessen verhalen en dat werd mijn de buurt. En dat was ik de printstrijd in 1999, ja, dat was zoals kinderen dat al zeer en dat was ik de printstrijd af. En ik was de hoogstis. Ja, ja, ja, en daar kom ik nog niet nog en dat was ik de redener. Oh, de redener. Ja, ja, ja, ja, dat was je de buurt en daarna heb je echt een tientalrerend boek en kinderen boeken voor al een leeftijdig schreef, voor een ander over lift, minoe, ruby, kara, en andere opvallende titels van je hand zijn onder andere dat stomme boek. Dat ik een mooi boek vind, best de titel ooit. Ja, het titel ooit, ja, ja, dat stomme bejaar alleen er nog weer opnieuw verscheen. Ja, het is bij volgt opnieuw verscheen. En mijn jaar in een tent, dat hebben we hier getipt. Je krijgt voor het filosofische boek het geluk van schilpad, krijg je een zilverige griffon met in 2012, met illustraties van Baubera, De Wolf. Maar we gaan het vooral over je vertellingen hebben. Dus na kest de jonge verschijnen in 2016, maar dat deed je in 2014, in 2016, verschijnen de hoeversie van jouw hand van alleen de wereld. Zoals je vertel met illustraties van Charlotte Debaton, op je wikipede pagina staat trouwens de voorkel grappig dat je daarmee doorbract bij het grote publiek. Ja, ja, dat is ook zo. Ja, zo simpel, ja, zo simpel is het. En alleen op de wereld verkocht in eerste instantie, want zo gaat het met dit soort boeken Charlotte was, des tijds en waarschijnlijk nog bekend daar dan ik ben. Dus mensen gingen aan op de mensen die het kenden van vroeger, en die aan ging op Charlotte, en daarna kwamen dus 86.000 woorden van teniefies. Ja, ja. Maar zo kan het gaan. Ja, dat kan we doen, dat hebben we dit boekenpanel en toen was het bingo. Ja, ja, zo gaat het altijd. Nou ja, daarna verschijnen in vrije snel tempo, een hele serie bewerking en dan ga ik ze eindelijk even groen. Ja, hè. Ja, nou, hoeveel. Meree Poppins, Romeo in jullie, zoals Josjeel zei, de kleine prince, Oliver Twist, Rijs om de wereld 1980 dagen. Sin, wat de zeeman, De Profet en de avonturen van Dr. Doellittle, dat we ook getipt hebben. Toen maar. Ja, en dan was er nu dus alles tuimeld in Wondenland met illustraties van Jeska Versteer. Ja. En wil jij hem te beginnen de eerste sin? De eerste sin van een lazy, ja. Ja, ja. Is in mijn. in mijn. Jouw versie, dat gaat dan. Het was een warme dag en Ellers verveelde zich Suf. Ja, het was een warme dag en Ellers verveelde zich Suf. Onthoud het even goed mensen, want we hebben het origineel er natuurlijk even bij gepakt van Lewis Carroll in het Engels en even in onze eigen vertaling. We zijn geen literar vertalers, maar goed. Er staat onder weer dit. Ellers begon het behoorlijk zat er worden om naast haar zus aan de waterkant te zitten zonder iets te doen. Een paar keer had ze nu schierig in het boek gekeken dat haar zus aan het lezen was, maar er stonden geen plaatjes of dialogen in. En wat heb je nou eigenlijk aan de boek? Dacht Ellers, zonder plaatjes of dialogen. Dat is één zin. Dat is één zin. Ik heb een deel daarvan wel in kortere zinnen. Ja, daarna kom je wel, ik vertel. Maar ik denk dat deze eerste sin, denk je zo lang is als jouw eerste sin. Nou ja, ik dacht met dit, je moet meteen binnenkomen in het verhaal. Toetepoint. Zo verveelt zich Suf. En daarna komen die andere dingen aanboelt. Ja, dus die elementen uit die eerste sin die heb je wel verwerkt. Maar in lateren zin ik, maar dat het kortere is en toetepongen, dit is ook niet een heel dikboek geworden, dus dat is meteen wel een beetje de toon voor het. Het koel allemaal best wel dat kortere. Ja, zeker, niet voor die tijd, maar ja, ik heb er ook veel uitgelaten. Dat was van ik dacht, wat kinderen van nu doet het toch niet toe. Ja, we hebben nog opvallende voor deze openingszit. Dat staat een heel lang introducerend gedicht, waarin Elles wordt gevraagd, aan verhaalte delen. Dat comprekt bij jou helemaal, waarom? Ja, dat is omdat dit boek schreef hij oorspronkelijk voor Elles Liddel, of Liddel, weet ik niet hoe het uitstrekt. Een meisje uit een gezin waar die mee bevriend trakte. En hij vertelde tijdens het openingszit. Als we op een lopen vrijdag een vraag tijdens twee voertwaard. Oh, ja, oh. Te hele zin voldo toevoegen, ja. Dat is wel leuk. Ja, weten we dat ook weer. Ja, gehaalte gast even uit en gehaalte Elles lachen. Nou, we horen de echte Elles vanaf. Nou, Liddel. Liddel, ik wist niet net te zien, maar ik zie de Liddel. Alleen schrijf je het netjes van de echte persoon. Ja, dat was zo. En dat was voor die kinderen natuurlijk heel leuk dat om zo geïntrolozeer te worden voor de echte Elles, of wafanbeweerd wordt dat het op haar geschreven is, of na haar geschreven is. Maar ja, ik vind het geweldig knap. Als vertalers ook zo'n gedicht in goed Nederlandse weten om te zetten. Maar ik denk ja, voordat je dan bij het echte verhaal bent, nou dat. Ja, precies. Dus ik dacht dat de haalijker uit. Ja, want in een interview je overzij je eigenlijk ook van. Ja, ik vond het toen ik teruglast de pittig voor kinderen. Maar wat? -In twee vragen daarbij. Wat is dan te pittig voor kinderen en wie bepaalt dat? Nou, ik bepaalde dat voor mijzelf in ieder geval. En voor kinderen van zeven plus. Want ik denk, als je kinderen naar binnen wilt trekken voor een mooie klassiek verhaal, dan moet je ze niet gaan voor moeie met zinnen van die vijfregels duren. En je moet ze ook niet gaan voor moeie met dingen die kinderen van die tijd goed begrijpen, omdat het bijvoorbeeld een nonsense fersje was op een bekend liedje dat ze elke dag zongen op school. Omdat dan letterlijk te gaan vertalen, ja, dan mis het zijn doel vind ik. Dus ik vond dat je voor jongeren kinderen in ieder geval daarin mag snijden. Ik ben met Elles daar redelijk brutal in geweest. Ja, je hebt echt wel een bewerking in hier vangen, maar het heeft ook niet voor niks een andere titel. Dat is Elles tuimot in. -Ja, we wilden daar al een beetje een mee aangekomen. Het is een gegeven dat het een bewerking is. -Ik vond ik slim. Jouw naam staat als enige op de koffer, dus ze staat niet eens op van het is van op basis van Dois Carol ofzo. Nee, die heb je maar gewoon geskeerd. -Nee, dat staat wel bij de tafel. Maar op buitenkant is het jou niet. -De buitenkant niet. Ja, is het ons boek, want Jeska en ik hebben echt, dat was met dit boek echt heel bijzonder, heel erg samen gewerkt. Ja, dat is heel veel dingen, zijn echt heel organisch ontstaan. Maar het heeft nog even plaatsen, waarom ze Dois Carol niet. Nou, dat als je goed naar deze koffer kijkt, waar had dat moeten staan? Ja, dat is wel een alt voor. -Nee, die zelflouw. Die zelflouw, maar dat konden we achteraf al zien van, ja, het doet er ook eigenlijk niet zo toe. Als het op de titelpaag in staat, is het helemaal prima. Ik heb niet geschikt of het bij al een andere bewerking. -Dijn aantal wel, staat het er wel. Ja, ik ben dacht dat het al staat, het er ook wel. -Ja, goed, ik vind het een goede reden overal als je toch echt heel vrijerig bent. Ja, dat is het. -Ja, dat is het. En misschien ook wel dat Alice in Wonderland is zo'n op zichzelfstaan ding, dat iedereen kent Alice in Wonderland als naam, als begrip. -Ja. Maar niet iedereen zou ook weten dat dat van Dois Carol is als je top straat geklaat is. Nee, als je naarspeelfilms kijkt en of de Disney-dingen dan staat er ook erg gespassilater. Ja, ook. -Nee, maar dat is een aanwijding van een story of ja. We hebben veel van de klassieke steer, we hebben een werk, maar op een pek spannen. En zo wie weet nou wie dat geschreven is. -Bij op bij Romeo-Julya staat er ook niet een naar Shakespeare. Dat staat er ook pas in de titelpaag in. -Nee. Even misschien toch voor de mensen die Alice in Wonderland nooit gelezen hebben. of er nooit een film er over hebben gezien, ja, het verhaal is wel een beetje algemembekend zijn. Maar even klein met je neerzetten, ons weten we helemaal niet waar we overpraten. Het is een soort ja, je zou het wel sprook, je kunnen noemen, een soort non-sens, sprook, je Alice. Die is dus langs de kant van het water met haar zus lekker in het zonnetje aan het zitten. En haar zus zijn verveeld en op een ziet ze een konijn voorbij rennen. Dat praten heel druk op een horloogje kijkt en ze gaat dat achterna en ze valt in een. en ze zit tuimeld in een konijn nogal. -Nee, ze kruipt in het zonnetje. Ze ruipt er in en dan, maar dan maakt ze een hele langzame val. Het doet heel langzamer wordt om het een beetje dromerig. En ze komt in een wereld vol fantasiefiguren om het er maar even heel kort samen te vatten. met praten en de dieren, en ook figuren ze als een autoriterre hard te koning in die eigenlijk een speelkarte veld komt. De Maartse Haas en de Cheshire Cat heeft die in het Engels. Ze heeft overhoren van wat jij ervan gemaakt hebt. En ze groeit en ze krimpt steeds in dat verhaal door dingen te eten, een stukje paddestool, een drankje, een koopje. En ja, eigenlijk heeft ze aanleggen sprekjes met die figuren en dat is het wel zo'n beetje, toch? Ja, het zijn heel een best van Raabook. -Ja, het is een bizarbook. Ja, dat wordt ook wel gezegd, maar het is ook echt zo, er zit weinig actie in, weinig actie. Ja, ik vind dat er best wel veel actie in zit in de zin van de dingen die zij meemaken, dan krimpt ze weinig. Dan wordt ze in groter, dan snapt ze we heel, maar niet wat te gebeurde, dan kon ze deden wat voor haar, ja. Ja, maar het kan even het wel een beetje van een aan de ander. -Zeker, daarom moet ze het ook wel ingekort worden. Ja, ja. En het staat heel erg bekend om het begrijp Nonsense, hè? -Ja. Dus het is echt even een dag van de, heb je die Nonsense over eind gaat proberen te houden? Ja, dat heb ik wel geprobeerd, ja. -Ja, dat is dat Nonsense. Nou ja, dat je dingen, dat je iets aan het lezen bent en dat je denkt, wat gaat dit nou weer over? Dat had ik ook toen ik het oorspronkelijke boek las, dat ik dat ook regelmatig dacht, waar gaat dit heen? -Ja. En ik heb ook de NOTD-tit Ellison aangeschaafd waar, waar uitgelegd staat, wat Louis Carroll ergens mee bedoeld zou kunnen hebben, want we kunnen het er niet meer vragen. -Nee, nee. Met allemaal uitleg en ook ook uitleg over gebruiken van die tijd die dan in het boek terecht komen, waar ik dan, of ja, waar je als vertaler denk ik of hertalen in ieder geval, iets mee moet in de taal, waarin je het schrijft. Ja, ja, ja. Het is ja, spoiler alert, maar aan het eind wordt ze wakker in de schoot van waar ze is, dus ze is eigenlijk in slaapgevallen. En het hele boek is eigenlijk een soort droom, en dat merkt je ook wel aan de absurden manier waarop de gebeurten is, zich ontwikkelen en de mensen die en figuur die is tegenkomt, dat het echt net als in een droom. Net als in een droom, maar ja, er wordt ook wel gezegd, dus en ook wel mensen die zeggen ja, en als je droomt, zit je misschien wel in andere dimensie weten, wie veel, dus het is zoals of ze in een heel andere dimensie is. Ja, goed, in een droom kan dit wel. -Ja, in een droom kan het zo niet zo. Dat is wel gelecht worden, kun je alleen in landen er hopen, manier. Jij zei daar straks wat jou erg aantrok in het verhaal is dat het voor jou gaat over je vorm vinden. Ja, eigen vorm vinden. -Ja, ja. En dat is ook, wat wij er ook wel uit halen, dat het eigenlijk heel erg gaat over identiteit. Het wordt een aantrokje zelfs voor haar expliciet benoemd, dat ellen zegt ergens letterlijk van, ik weet niet precies wie ik ben, of niet meer wie ik ben, omdat ze in zo rare wereld terechtkomt en de verstjes die ze eigenlijk normaal zo uit er hoofd op kan zeggen, die weten ze niet meer, of ze zich gaan op een zil anders, ze groeidskrimd, ze raakt daar, is dat symbolisch gewoon voor? Nou ja, ik weet niet hoe carol het bedoelt, he, van wat kunnen we niet meer vragen, maar ik halde er wel uit dat het leven op zich behoorlijk verwarrend kan zijn. In het leven kun je toch ook hebben dat je denkt wat gebeurt hier nou weer voor raars. En wie ben ik eigenlijk? - Ja, en wie ben ik en wat vol? Ik denk zelf ook, wie ik ben. - Nee, ik denk dat mensen die een beetje bewust leven dat we al begrijpen. Ja. - En je eigen vorm vinden, kijk, Elles, die begint als een heel gehoorzaam meisje, want je moest heel gehoorzaam zijn altijd, vroeger op school, ik ook nog trouwens, ik weet niet hoe dat voor jullie, maar weet je wel zo'n gehoorzaam meisje. En ze begint zich wel steeds af te vragen, wat zit iedereen me steeds tegen te spreken? Ja, wie ben ik nou eigenlijk? En door het boek heen wordt ze steeds iets brutale. Ja, absoluut. - En helemaal aan het eind denkt ze, ja, ik zal een beetje bang zijn voor een spel kaarten. Dat roept ze ook heel hard. - Ja. En uiteindelijk vindt ze haar eigen lengten weer terug, zonder dat ze van een koekje of een stukje pedestel of iets. Dat ze groeit vanzelf weer tot haar eigen lengten. En dan is ze toch anders aan het begin van het boek. Zal heeft ze haar vorm misschien toch weer. - Nou ja, de vorm van een meisje van ja ospronkelijk gaat dat over een meisje van een jaar of zeven a 8. Ja, ja. Nou gaat het boek ook heel erg over taal. - Ja. En dat is heel taalig boek. - Ja. Taal, spel, grappen, woorden, versen. - Ja. Ja, dat is natuurlijk voor een bewerken in gewikkeld, maar ook heel uitdagen. - Ja. Ja, want ik denk dat elke vertaler die Elles heeft gedaan, dat er zijn veel hoofden gebroken over hoe ga ik dit nou weer oplossen. Ja. - En ja, ik als hertaler wil de daarnetuurlijk ook memouwen wel bij opstropen. Ik heb de vertalingen die dus in Nederland zijn, heb ik allemaal gelezen. En gekeken, wat hebben mensen gedaan? Ja, dan wilde ik proberen, zoveel mogelijk. Ik heb geloof ik één dingetje hetzelfde gedaan als een aantal mensen. Ja, een aantal mensen. Oh, precies. -Ja, maar ja, ik heb ook een aantal vondstige gedaan. Dan zit je een weekend te misten, ik zit dan een weekend te dubben. En dan verzin je iets, maar dat voelt toch net niet tot dat je in één zon vondstept. Ja, dat vertelde zo wat gevoel. -Ja, in het Engels maakt Carol van de schoofakken die je krijgt. Allemaal andere woorden. Dus hij had voor historie, mistery gemaakt, en voor geocorfea, het is geocorfea van gemaakt. Nou ja, dan hoeg hij dat in het Nederlands doen, en daar zijn heel veel verschillende vertalingen op losgelaten. Nou weet ik ze even niet meer. Nu is mijn hoofd even legende betrekking tot wat andere gedaan hebben, maar ik heb ervast hem. Nou ja, mijn ingeving voor geschiedenis was mischiedenis. -Ja. Ja, want die vond ik wel. -Ja. En het gaat over zee dieren, die zoals we maar als kunnen komen aandrijven, dus ik heb van aandrijkskunde aandrijfkunde gemaakt. Aandrijfkunde? -Ja, maar ja, dat kan iedereen kan dan wel bedenken dat dat voor aandrijkskunde staat. Ja. -Dus ja, dat soort dingen, en dan dat dat niemand nog gedaan. En ik al die boeken door bladeren of al die is dit al, is dit al, is dit al, is dit al. -Aandrijfkunde aandrijfkunde? -Ja, en dat zijn dan het reken momentjes van hertalen. -Zeker. -Zeker. -Ja. -Ja. En wat het leuke, dan natuurlijk een eerst is, is dat Louis Kerl, de opgeokte, dat de kinderen in die misformde begripen zegt, maar wel hun vertrouwde schoolvakken herkende. Ja. -En dat is hier natuurlijk dan ook met mischiedenis, dat kan mijn dochter van acht al bedenken dat het precieten is niet zijn. Ja, en met de reken dingen, dat was ook een jaar van abduction, heeft die addiction gemaakt en van Kerl en van noemenswad op tellervermenigvuldige wat zijn al die woorden. Notification heeft die aglification van gemaakt, ja, dan konden de engels de kinderen wel snappen van 'oh, hij heeft iets heel grappig's bedacht, dat ging eigenlijk over notification'. Ja. -Ja. -Ja, en dan heb je bij ons ook op tellen aftrekken voor menigvuldige delen. En wat heb je nog meer? -Ja, dat. -Ja. Ja, terwijl je dat zou hebben, allemaal. -Nou, ik heb daar ontzettend op zitten broeden, zoveel wat doe ik, en dat het toch dat kinderen toch kunnen snappen, wat je eigenlijk bedoelt. En veel vertalers of een aantal vertalers hebben daar best goede dingen op verzonnen, waarvan ik dat ga ik dan niet doen, in plaats van optrekken bijvoorbeeld, ja, dan of afbecken, dat soort dingen. Want de woorden die Carol bedocht, hadden dan ook allemaal nog weer aan bepaalde betekenissen, zwaar er wel bestaande woorden, waardoor ik inderdaam het konden, nee, dat waren geen fantasiewoorden. Dus ik heb uiteindelijk gekozen voor bekregen, goedrekende, foutrekende, afrekende, inrekende, aanrekende, zo dat heb ik gedaan. En Ellers wist dan wel niet wat aanrekende was, maar zo dat. -Ja, want wat ik echt wel vindt in die boek is dat die tafelvaring, zoals Ellers zegt daar opgeven met iets over. En dan heb ik wel echt draaierig van al die. -Ja. Dat heb ik nu wel een beetje, als je dit allemaal zegt. Ja, en eigenlijk maar dat is wel een beetje het ding van dit zijn hier zo gekkels een deur, zegt een deur, en dat gaat ook vooral die gekken naam. Ja, die persenaarsjes. -Ja, ik las ergens online ook dat er er komt een figuur in voor die bij jou de gekke hoedemaker heet in het Engels met Heter. De met Heter? -Ja. En de Maartse Haas, die heet bij jou, Maart en Haas. -Maart en Haas, ja. Ja, wat weet je, ja, dan wilde ik eigenlijk weer eerst wilde ik Maartje Haas doen, maar toen dacht ik ja, dat gaat er misschien net iets te ver voor de mensen die denken, ja, hallo, visier. Je doet ook de vergaan, maar ja, Maartse Haas, dat slaat op Haas in Maart die door de hormonige dreveel, maar net te gek door de wij gelopen, ja. Ja, toen dacht ik, ik kan daar ook iets mee, want ja, de kinderen zullen daar niet in eerst iets ansie meteen aan denken. Dus ik denk, ik maak haar Maart en van, en als ze toch Maart erin. -Ja. Ja, maar dan ben je wel weg van dat Maartse Haas. -Ja, ja, dat komen niet gele. Dat draait je losepeel, zeg maar, ongelukkig. -Ja, ja, weet je, ik denk, als hij al die hertalingen zou lezen, ik denk dat hij het van leuk zou vinden als mensen nog steeds met dat verhaal iets doen. Ja, hij zet ze wel, andere mensen wel weer ook op totaal speelden, ja. -Ja, toch? Nou ja, ook met de naam van de kat in het verhaal speel je, dat 'The Cheshire cat' hit hij in het Engels, ja. -Ja. Ja, daar willen we je eigenlijk vragen om een stuk voor te lezen, want dan horen we meteen wat je daarmee gedaan hebt. Ja, en daar komt dan ook een fantastisch verhaal achteraan. Dat gaat zo, mag ik u iets vragen, vroeg Elles een beetje verlegen aan de hertogin. Dat was die niet eens verbast, dat er op eens een wild vreemd meisje in haar keuken stond. Vraag is dat vrij, antwoord is ze. Hoe heet u, Cat? En waarom grijns hij zo? Ach, hoe dat best allemaal niet is genoemd, verzuchte de hertogin. Cheshire cat, wat je heel anders schrijft en hoe je het zegt, zij de hertogin er achteraan. Kolder cat, grijns cat, lachjes cat, grapp cat, knifsel cat, noem maar op. Terwijl hij gewoon, lapjes cat, heet. Elles bekek het best de schoot. Hij zag er niet uit als een lapjes cat, je zou eerder denken dat hij een vacht met een schak patronat aangetrokken, als dat al kon, dacht Elles. Waarom heet hij zo, vraagt ze vroeg ze dus? De hertogin kijk haar met opgetrokken wingbouwen aan, omdat hij altijd voor het lapje houdt, natuurlijk, of weet je niet wat dat betekent. Tuurlijk wel, dat betekent iemand voppen in de maaling nemen voor de gekhouden. Maar hoe houdt hij je dan voor het lapje? De hertogin kijk haar aan als of ze de allerdoms te vragen had gesteld. Door te verschijnen en te verdwijnen waar neer die daar maar zin in heeft. En dat vindt hij zelf kennelijke reuze grappig. Ja, dus hij speel je ook heel erg met die talen, die lapjes catkond van voor het lapje houdt. Voor het lapje, ja, kijk. Dit hele stukje komt uit de koken van Tinefische, want dit is precies. Nee, niet in de originele Elles, maar kijk, ik heb wel alle namen genoemd van. en wat andere vertelers daarmee gedaan hebben. Ah ja, dat komt allemaal uit andere vertelingen, toen dacht ik, ja, ik wil het anders doen. En toen verzond ik dus lapjes cat, toen dacht ik, wat voor soorten cat heb je allemaal lapjes cat over het lapje houdt. Hij verdwijnt en verschijnt steeds, waar iedereen gek van wordt, dat vond ik dan wel grappig. Nou, dat had ik geschreven. En ik heb heel veel contact gehad met Jessica, tussen door telefoonies en t-dring. En ik had er opgeven met aan het telefoon, en toen, toen zei ze, ik heb de cat getekend, zal ik die nu eventjes toesturen, en zij wist niet dat ik dit had geschreven. Hij zei stuurt het met toe, en ze stuurt een lapjes cat. Een cat met, ja, na aanleiding van een schaakspel, wat in Elles in Spiegelland te staan. Dat was een referensie daar aan. En toen zei ik, maar jij weet helemaal niet hoe ik die cat heb genoemd. Dus toen last ik dit voor, en toen dacht ik, ja, dit is toch wel fascinerend. Ja, ik vind dat ja, ik worden echt zo gelukkig aan, als het op die manier gaat. Ja, ja, sowieso. Maar hoe dat dan toch, kenelijk een lijntje, is dat zij dat in de hoofd heeft. Ik heb dat bedacht, net de dacht aan voor of zo, en dat komt bij elkaar. Ja, jullie zijn natuurlijk altijd ook aan het broeden op wel hetzelfde verhaal. Dus daar gaan verbindingen ontstaan met die hersenen die misschien wel elkaar lijken. Dat is fascinerend. Je doet, dit gaat over taal allemaal, maar er zijn ook wel andere ingrepen die je doet. Een opvallende is ook dat er een rubsin voorkomt, die in eigenlijk alle andere versies die wij kennen. Waterpijp rokt. En bij jou houdt hij op eens een kaleidoskop vast. En die is de waterpijp helemaal verdwenen. Nou, de waterpijp staat wel in een hoekje, in een teken, die hebben we er wel in gezet. Waarom? Dat was zo'n ding. Kijk, als je gaat bewerken, dus een hertaling gaat maken, dan vind ik dat je daar ook je eigen stempel op moet drukken. En ik dacht, als kinderen ellers je gaan spelen, weet je wel, vanaag allemaal dingen doen die ellers. Ja, waterpijp is lastig, kaleidoskop is dan sowieso leuker voor kinderen. En kijk, als je een waterpijp, ik heb nooit een waterpijp gerookt, maar het scheint wel dat het is toch iets waar je dat er ook je dan, en dan kom je toch een beetje in een beetje waasig. Ah, komt er niet zo rijden, precies, wereldrecht. Als je door een kaleidoskop kijkt, is dat in feite hetzelfde. Je ziet de wereld een beetje gevragmenteerd. En op een moment of je ziet alles gevragmenteerd, al die losse stukjes. En op een moment dat je dat ding voor je ogen weg gaat, moet je ook weer even een beetje focusen. En die interrupts heeft dat steeds. Die moest en moet de hele tijd een beetje focusen, lijkt een beetje weg van de wereld. En dus we hadden het er over. Eerst instantie zei ik ja, misschien moeten we de bellen blaas van maken, maar Jessica verzonde kaleidoskop. En dat vond ik een gauw of onst en heel brutal, want ik denk dat niemand in de hele wereld nog aan die waterpijp heeft voorkomen in vertalingen en hertaalingen. En toen kwam ik er ook nog eens weer achter dat precies in Keralse tijd of in die periode gebruikte leerkrachten in het onderwijs de kaleidoscope om kinderen hun fantasie aan te zetten. Ah ja, toen ik dat last dacht, dit hoorde kaleidoscope, klaar de schees. Maar de waterpijp is ook niet betenen, heel erg zevenplus. Nee, ook dat niet, ja, ook niet trouwens. Nou ja, kaleidoscope. Als je dat voor je neus is, ja, maar dat maakt niet uit. Je hebt ze ook van die speelgoedkeleidescope. Ja, van die kleintjes die zo rondruiten, ze ontzettig heerlijke dingen. Maar er zat dus niet iets bevogentens achter van, we gaan er niet meer over rook schrijven. Ja, nou ja goed, dat was toen we dit allemaal bedachten, dachten we dat is mooi meegenomen. Oké, ja, ja, we weten. - Ja, dat was even de russ. Ja, even de russ. Ja. En dan heleboelgekleurde, voor eepsangels, heerlijke samelt, elk keer de andere. Nee, gelukkig niet. - Nee, je hebt de kleidescope om. En de tekening niet bijhoord is ook fantastisch. Ja. Zij heeft juist, ik had dus ook een beetje dat gevraagd menteerde van een kaleidoscope getekend. Ja, dat heeft ze faszineerd goed gedaan. Ja, ik doe het echt, dat zeg je zelf ook als je ze met het zoek echt zo. Het is wel een heel erg zamespel, om het in de straat te zien. Ja, ja. - En we kennen natuurlijk ook omdat de film zo over gemaakt zijn. Ja. - En Ellers ook al in allerlei aanpussingen, verscheiningen en zo. En kan je beschrijven wat Jesk aandacht? Ja, Jeskai heeft zo haar stempel erop gedrukt, sowieso al door Ellers een oranje achtergehaart te geven. Want dat is ook bijna ingein enkel. - Nee, behoorde boek. Ja. En ze heeft in heel veel illustraties allemaal verwijzingen gestopt. Je moet echt goed kijken naar tekeningen. Soms moesten wij ergens op wijzen, heb je dat een dat gezien? Ja. Oh ja, en dan zag ik het. En er zijn ook mensen die boekbelogen zijn zo. Er zijn mensen die echt heel goed naar die tekenen en dat uitzicht zelf zagen. Ja. En ze heeft een prachtige wondelijke wereld gegetekend. Met ook verwijzingen naar Teniel, trouwens, of Teniel kreeg niet hoe het reekt uit. Het illustratioord van het oorspronkelijke boek. Daar heeft ze ook echt wel verwijzingen naar gemaakt. Ja. Ja. Maar ook heel erg haar eigen, ja, het is echt Jeskai. Ja. Ja, absoluut. Ja, ja. En heel leuk hoe die schake patronen in de data ook steeds. Ja. Ja, daaruitjes, ja, ja, ja. Je zie je een prachtige tuin waar ze dan door een deurtje in het tuin in kan kijken. Ja. Die allemaal olifantjes in een boom. Ja, ja. Dus je hebt in de data nu. Ja. En zo zitten er dus allemaal dingen in. Dus ik was laatst op een leesbevoorderingse avond van Jufijmees, die zo'n van die klubjes hebben. En dan schrijf ze in illustratoren uitnodigen. In Gouda was ik. En dan was er een leerkracht en die had een dochtertje van vier. En die, zo'n dag, wat is die aan het doen? En die heeft een halve uur met elles op haar schootgezeten. En alleen maar naar de tekeningen te kijken, een halve uur. Helemaal in de tekeningen. Dus hoe fascinerend is dat? Ja, maar het alfde algemeen bij al die bewerkingen van jouw zit. En je hebt bijna altijd een andere elefantoorlaren die je ook wel doet. Dat is wel altijd een soort samenspel. Nou, dus niet altijd. Ja, het is ook wel regelmatig zo geweest dat ik het verhaal in leefwaar de hoorde tekeningen bij gemaakt en dat zit. Ja. Maar bijvoorbeeld bij Rijs om de wereld in 80 dagen. Daar zitten heel veel graphic novels. Er zitten veel strip tekeningen in op bijna elke pagina. Ja, maar dat zijn verschillenissen toen. Nee, dat is Julia de Winch. Die heeft enn een hele mooie kleuren-illustaties gemaakt. Ja, sinds dat zijn allemaal verschillende. Ja, maar je hebt met Maak Janssen met een netie negen. De dindige eerstje aaldes, je hebt een nationaleur natuurlijk. Ja, ja. De boeken dat drukte voor haar genstempel. Dat drukte heel erg genstempel. Maar met Jessica was het echt een samenwerking. Maar is dat iets wat jij opzoekt die samenwerking? En waar dan sommige illustratoren wel. Ja, bij Jijskaging ging het eigenlijk vanzelf. Ja. Ik dacht aan haar met voor Elles. En toen bleek dat zij al sinds jaar en dag boven aan haar facturen een kwot uit Elles heeft staan. Ja. En dat ze alles een tekening had gemaakt voor iemand die helemaal fenis van haar tekening en kan het deze. Die alles had gezegd. Ook kan je Elles niet de keer doen toen had ze al een keer een tekeningetje gemaakt. Dus ik vroeg haar en toen zei ze ja, ik heb al twee jaar geleden een keer een proef tekeningetje gemaakt. Ja, en dat ik sloeg daar meteen op aan. Ja. Dus. Dat was weer karma. Ja. Nou, we hebben een hele mooie vriendschap ontwikkeld door. Dus dat is ja. En je hebt dan een beetje verteld hoe je dat aanpakt. En je gaat allerlei andere vertalingen die er zijn van een klassieker die je wilt gaan bewerken lezen. Ja. Je haalt er zo. Ja, ik heb een verhaal te volledig. Ja, ik lees er dus ook heel zorgvuldig, met zo'n annotated ellers omdat ik de achtergrond wil weten. En ik wil snappen waarom Carol iets heeft gedaan of wat er bekend was in die tijd waar we nu niks mee kunnen. Ja, maar dan dat schrijven. En dan begint ik ergens. Dus die eerste zin, zelfs die eerste zin heb ik. is niet stond niet meteen. Die heb ik later ook nog een paar keer veranderd tot dat het een kort. En krak te kocin. En krak te kocin. Dan heb je steeds het boeken bij je gijs. Ja, dat boek heb ik erbij. Of heb je meer gewoon het verhaal, al een soort van in blauwdrukstaanigheid? Ja, dat heb ik er aan tekeningen gemaakt. Ik heb sowieso aan tekeningen gemaakt. Ik heb zo'n geboeken die ik in huis heb. Zet ik aan tekeningen in het boeken, cirkels eromheen, beiltjes erbij. En tot etet ellers staat er vol mee. En dan heb ik het oorspronkelijke boek er wel naast. Want die staat er ook in de annotated ellers. Dus die heb ik ook op mijn laptop staan. En dan gaat het bij mij over het algemeen heel organisch. En vind ik het heel moeilijk uit te leggen. Ik kom in een soort flow. Dan bestaat er weinig meer. En dan kom ik in de stijl van het boek. Want al die hertaalingen die ik heb gedaan zijn eigenlijk niet met elkaar te vergelijken. Het is allemaal totaal verschillende schrijfstijl. Maar je probeert wel in een soort van inderdaad. Ik wil echt in de sfeer van het verhaal blijven. En in de tonen van het verhaal. Maar is dat dan. Heb je Lewis Carroll? Of heb je. Het is allemaal low in je hoofd ook, zeg maar, voor alleen de wereld of. Nee, ik heb niet die schrijfstijl. Ik heb het verhaal in mijn hoofd. En dan kom ik in een flow. En dan vind ik mijn tonen. Ja. Maar je bent eigenlijk een soort van kamelion op zo'n moment ook. Je kleurt naar het boek en naar de stijl van de schrijven. Maar het is ook wel een keuze toch zo'n van wat voor stijl, wat voor instek. Nee, maar dat gaat heel erg opgevoel voor mij. Wat de tonen of de sfeer van een verhaal is. Dan ga ik in die sfeer en dan probeer ik in die sfeer te schrijven. Dus Dr. Doeletel heeft bijvoorbeeld heel veel dialogen en geestige dingetjes. En dat is veel meer tak tak tak tak in dialogjes, wat ik ook heel leuk vind. Dus ja, en dat is weer niet te vergelijken met alleen op de wereld. Maar als je zet, ze zijn allemaal anders. Ja. Je kruipt elke keer tegen de stijl van de oorspronkelijke boeken aan. Ja. Waar zit dan de tinefisher sours waar je het over gaat? Nou, ik denk mensen die mij kennen. En die in tussen ook mijn andere boeken van mij kennen. Die zeggen in tussen. En ik, ik, ik, ik, ik proof jou de wel een beetje tussen door. Doe Elles bijvoorbeeld is, is een, een beetje een angkoppige eigen wijze, eigen gereden, meisje. En ik herkende mezelf ook wel in Elles. En Jeska ook trouwens. Zoveel wij groeiden, wij groeiden een beetje samen met Elles op. Dat klinkt heel gek. Ja. Maar dat is nog niet de antwoord op bevraag. Nee, het heeft tinefisher soursje. Ja, dat is mijn, mijn ton, mijn schrijfstijl. Ja. Maar die kleur ik naar, ja. Ja, en toch zitten er ook dingen van mij, van mij. Ja, ik zou dan voorbeelden moeten noemen van uit die verschillende boeken met zinnen. Die dan, ja, dat heb ik dan niet bij de hand. Van jou? Ja, dat heb ik niet bij de hand. Als hertaalar hertaal je niet één op één. Nee. Je hertaalt eigenlijk vrijwel niks één op één. Maar half een misschien, hij altijd een boteram. Nou ja, oké, vooruit. Elatverwoon nog even naar tot je boek gaan. Ja, dat is misschien wel een stukje wein. Echt een altijd heel duidelijke toevoegen van jou. En dat is? Misschien omdat ik een hele tinefisher. De tinefisher. En dat is? Ja. Dat is een stukje waarin Elles in gesprek is. Met de truurpad en de griffioen. Oh ja. Dat is zo'n beest dat half. Oh ja. Wat is eigenlijk weer half leeuw, half aadelaar. Ah, alles? Ja, sowieso. Ja, ja. Ja, je moet het mee te horen. Ja, ja. Dat is in gesprek mee. Ja. En dan horen de luisterers van zelfs dat daar iets hebben. Oh ja, dit is een goed voor. Ja, misschien moet ik wel even uitleggen. Hij heeft de nepp-schildpad. Dat was zo omdat mensen vroeger schildpadden zoepaten, daar rijken mensen, en in die tijd ook en de mensen die weinig geld hadden, die maakte dan nepp-schildpaddenzoep, dus niet met schildpad erin. Daarom is die schildpad ook getekend met een kalfskop, een schildpad van een schildpad, en kalfspoten. Ja, ik heb daar echt op moeten zoeken waar ze die schildpadden zo uit. En toen zei Jeska, ja, we maken er wel een grote schildpad van Aala. En dan vergeten ik altijd het eiland waar schildpad George de laatste overneefde. Nou, ja, zo liets. -Ja, dat gaan we goebelen. Ja, dat gaan we gobelen dus. -Ja, ik wist het zo. Ja, vertel nu is iets over je eigen avonturen, zijde griefeion. Zij elles dan begint ik maar met vanochtend. Het heeft namelijk geen zin om iets te vertellen over gisteren, want toen was ik nog heel iemand anders. De truurpad boog zich nieuwsgierig naar haar toe. O, vertel, nee, nee, begint het bij vanochtend, beslissen de griefeion, anders zitten we je morgen nog. Moeten zij nodig zeggen, dacht elles. Maar al gauw begon ze te vertellen over wat er allemaal was gebeurd, sinds in het witte konijn voor bij het zinrennen. De truurpad en de griefeion luisteren met grote oog en open mond en kwamen steeds dichterbij haar zitten. Eerst vond elles dat een beetje griezelig, maar ze deden verder niks, dus ging ze door. Toen ze bij het gedeelte kwamen van de kat van Omen Willem, en ze daar niks van had gebakken, zijde schildpad merkwaardig. Ja, heel merkwaardig zijde griefeion. Ik ben benieuwd of je de spinse bastiaan nog kent, probeerde het eens. Het lijkt verdoor die wel of ik op school zit, dacht elles boosig. Met versies die ik goed moet kunnen opzegen. Toch ging ze gehoorzaam staan, vou daar handen en begon. Dit is de spinse bastiaan. Het is niet goed met hem gegaan. Hij zei tot alle andere spinnen, ik wil niet meer fietsen, ik wil een step, ik kan niet wachten tot die heb. O, ze bastiaan zijde de andere spinnen. Ik zou daar echt niet aan beginnen. Een step is zo onhandig ding, voor je in het wet ligt je erin. Ella stopte op rupt en riep weer helemaal verkeerd. Ding en in, ruimt niet eens en waardan in. Ja, zijde griefeion. Dit is wel een tiki anders dan hoe ik het vroeger heb geleerd. Ik ken het sowieso niet zijde truipad, maar wat moet je ook met zo'n nonsense versje? Nou, dit is. Het bekende Britse kinder versies. Ze bastiaan de spider, en die en die en die en die is vergeten. Ja, maar dit is heel. - Ah ja, zo, dit is heel erg eigen inkreep. En dat heb ik wel met meer versies moeten doen, want. Carol, die heeft heel veel versies zijn lietjes er ingestopt, die een verbastering waren van bekende lietjes en versies van toen, de Engelsen kinderen. En als je dat één op één gaat vertalen. Carol heeft bijvoorbeeld een lietje van versie erin zitten over een krokodeel, maar dat was eigenlijk een lietje over een hele drukke bij. En daar heeft die een krokodeele versie van gemaakt. Ja, de kinderen van toen vond het natuurlijk hartstikke grappig, van hoe het is nu een krokodeel. Ja, dan moest ik wat anders mee. Maar als jij een vertaler was geweest, dan was dit een heenwaar vertaling. Ja, dat moet je. - Ja, dat is echt heer. Dat is dat je iets heel Nederlandse in Britse context plaatsen. Dat kan eigenlijk niet. - Dat is zeker waar. Maar jij bent geen vertaler, maar een herne bewerker. - Ik ben een bewerker. Dus dan mag dat. - Ja, dat vind ik wel. Je hebt lekker veel vrijheid, eigenlijk. - Ja, ja. Nou ja, ik met Elles heb ik ook heel veel vrijheid genomen. Ik denk met alleen op de wereld wat minder. Alwe while ik daar ook heb, zie je te schuifen, een beetje met hoofdstukken die heel lang duurde. En dan met de bezoek niet gekoort. - Natuurbezoek, niet gekoort. Of een tussenhoofstuk, waardoor je helemaal uit een verhaal raakt. En het is respectief van wat in het doorne persoon. Dat is ook een behoorlijke ingrijp. - Ja, wat ik wilde een naam remi vaak in hebben. Ja, dan krijg je het alleen maar alsjeblieft. - Ik ben het voorgelezen, het is heel boek. En het lees bijzonder pretten. - Ja, dankjewel. Ja, nee, het is echt heel fijn. Ja, je hebt echt veel gedaan en het is een ongelooflijke moeilijke klus, hoor we al. Ook wel weer heel anders dan vertalen, dat heertalen, maar het is gelijk tijd. Vertalen zou ik niet kunnen, want dat is een vakka part. Dus met bewerken heb je wel meer vrijheid. All over el, ja, wat ik zeg ga. All over el, je hebt meer vrijheid, maar je moet wel die vrijheid door te verneemen. Ja, en misschien ook toch aanvoelen waar je hem wel kan pakken en waar niet. Ja, want kijk, ellens is een typisch brietverhaal, maar er zit ook hele geschiedenisstukken in. Over coding die en weet ik wie wat voor land allemaal heeft willen. En dat is een heel lang stuk en dan denk je, als je dat dus letterlijk gaat vertalen, in een 1 op 1 verteling, dus een integraale verteling moet je dat handhaven. Maar ja, ik denk dat kinderen van nu in Nederland denken waar gaat dit over. Dus dat heb ik in dit boek in Elles ook heel erg ingekort. Ja, in een zin. Elfklassikers nu, en je hebt hertaald, welke van de boeken heeft jou de meeste hoofdberekins gekost? Nou ja, dat is Romeo, Julia en Elles op met stip op 1 van wegen de tafel. En nog even voor dat we naar alweer naar de laatste zin gaan, of nee, eerst nog naar de paal zometeen. Maar in de introductie bleek ook, je schrijft ook veel eigen boeken om te zeggen. Die zijn natuurlijk ook je eigen boeken, maar die zeggen basieerd op bestaande verhalen. Maar je schrijft ook zoals een jaar in het tent, dat soort verhalen. Hoe verhoud zich dat tot elkaar? Ja, ja, ik kan tijdens schrijven heel goed schakelen. Dus als ik met een klassieker bezig ben, dan komt een schildpad verhalen langs, dan kan ik die klassieker heel makkelijk even wegleggen. En niet de schildpad neet je op die ik met Barbara Maak. En voor een oude publiekzaam met Iris van de feen. En dat zijn korte teksten, dus dat kan ik makkelijker tussen door doen. Als ik even ruimte in mijn hoofd moet hebben van zo'n klassieker bijvoorbeeld. Ik kan daarin heel makkelijk schakelen, dus dat is fijn. En dat geldt ook voor mij, voor de printenboeken die ik maak, dat zijn nog korte teksten. Dus met Sophie Plyen bevond het. Dus ja, ik ben een beetje maanesje van Achten. Houding, waard waar zit jou echt? Nou, ik denk dat het filosofische aspect wel steeds meer naar voren kon bij mij in mijn schrijverschap. Dat er wel steeds meer en wat filosofische, dat ik meer een filosofische kant op ga. Wat wil je bijvoorbeeld herinner worden als de schrijver van de herdaalingen? Je zegt natuurlijk van alles, maar door als we. Nou, laten we zeggen, hoor, dat was dine visser. Van. Ja, weet je. Jazkaan, ik zeg wel, ik geef weer geen helder antwoord in, maar nee, maar weet je wat dat is? Jazkaan, ik hebben alle twee hetzelfde idee van, je werkt aan een boek en dat hele proces. daar gaat het eigenlijk om. Dat is toch een beetje de reis in het toekling, dan een beetje als een opgetrap te deur. Maar dan heb je het boek in je handen en dan ben ik heel blij met zo'n boek. Maar dan denk ik aan alles wat tot dat boek heeft geleid en wat ik er zelf van heb geleerd. Want in die schildpadverhalen, bijvoorbeeld met Barbara, met Iris, daar staan allemaal dingen in die ook met mij te maken hebben. Dus ja, dan verzin ik iets en dan en dan drinkt tot me door "officier". Ja, dit gaat over jou. Daar word ik wel heel gelukkig, dat hoeft niemand te weten verder. Het gaat gewoon over schildpadten zijn vrienden, maar omdat ik dingen mee maak en daar in voel en met ontwikkeld en. ja, inzichte krijg. Ja, maar zijn dat dan ook de boeken die uiteindelijk misschien het dichtst bij jou liggen? Nee, ik vind alles licht ook dicht bij mij. Dus ik vind het heel moeilijk. Stel ik een beetje residente vragen, dus dan heb ik er nog geen residente vragen. Nee maar natuurlijk, natuurlijk, tot schildpad ook, want we zitten aan de tijd. Maar ik kan me voorstellen dat je je zegt die boeken komen, ook een beetje tof vallig tot stand. Ja, sinds al, maar heb je ook is er een lijstje of heb je. Nee, dat is geen lijstje. Je weet je, Elles was nog niet eens uit en toen kreeg ik in Eens, ja, dat als ik dat nog mag vertellen, kreeg ik in Eens. het de naam Kapitijn Haak in mijn hoofd en ik dacht Kapitijn Haak, waar is die uit? Ja, dat was ik dus helemaal vergeten. En ik googlele van, is daar alle, ja, ik vind het beter, dan eigenlijk heel vervelend jongetje. Dus het stond niet op mijn lijstje, maar toen zag ik, dus, je leerde Florideren, nou, toen zag ik dus die integrale vertaling. En toen dacht ik, ja, maar ik krijg niet Pieter Pen in mijn hoofd, ik krijg Kapitijn Haak in mijn hoofd. Dus toen Haakte het vast in mijn hoofd om het Pieter Pen verhaal te schrijven, vanuit de persoon Kapitijn Haak. Oké, dus dat wordt een heel anders soort boeken, maar ja, dat worden volk, dan weer een samen met je, ja, de spoiler. Ja, dat is een nieuwtje, een nieuwtje. Primaar, zo heet het Primaar, ja. En dat, ja, daar zitten wij nu over na te denken, dus zo gaat het dan mij. Ja, niet een hele lijstclassie, kun je ze hier afvingt, nee. Ik denk soms dit was mijn laatste, maar ja, ja, ik hoop het niet, en we gaan naar dit. Nee, ik ben een hele brede schrijfstrommet zover te zeggen, dus ze zijn ook heel moeilijk om te zeggen. We zijn heel erg benieuwd in deze rubriek. De grote vliegen, paagel. De groot vliegen, paagel. Dat zit er ook eentje op de. -Ja, dat was wel eventjes. Van een schrijver die er nog niet opstond. Als kinderen op schoolen mei vragen wat die zo'n lievelingsboek, dan zeg ik altijd, ik noem liever een lievelingsschrijver, waarvan ik een heel plank heb volstaan. Dat is stondtelegen. Daar heb ik eenje van gekozen, het voornemen van de muis. En dat vind ik een heel mooi verhaal. Het is ook voor bovenbouwen prima te doen, want het gaat over een muis die zich niet zo heel erg zeker voelt van zichzelf, maar die wil zo toegraag toespraag willen houden. En als je die de hele tijd, het is eigenlijk een soort keesde jongen, maar dan in een luister paag. En waar ik me ook wel in herkend, dus die mag van mij op de paar, op de plank. -Ja, het is niet meteen zijn bekendsten, zeg je? Nee, nee. -Nee. En waarom ben je zo'n tondteleg? Ja, er zijn dierenverhalen en zijn hoofd, ik vind, maar wel, ik heb door toontelling een zoveel inspiratie gekregen, dat ik zelf dierenverhalen bij gaan vripet. Diezelfpad is natuurlijk nog in de traditie van. Ja, en ik was. -En zeg maar, ik ben een beetje duwt die filosofische toegraag. Ja, ja. -Ik was wel een beetje. Ik dacht, ja, misschien zit ik prongelijk plagiaten, plegen ze aan te kunnen. Dus ik heb hem geschreven met een paar verhaalde erbij van plegiek prongelijk plagiaten. En dat was niet het geval. -Hop wij. Dus ik had dus echt vanaf telen gaan en daar kwamen mijn dierenverhal uit voor. Dus ik moest een boek van hem. -Ja. Maar ik kon niet halen. -Geweldig, we zetten het op de plan. En we hebben nog één ding te doen. Dus op een best willen we een beetje ingewikkeld. Want dat is de allerlaatste zin, maar de discussie over het gevoel. Het is een speciaal gevoel, maar ik heb gewonnen, dus je had inderdaad in de laatste zin voorlezen. Dat er staat uiteindelijk einde in het boek, dus ik vind dat er zin niet voor einde staat. En dan leggen we zo even uit waar de discussie is. -Ja, ja. De allerlaatste zin voor dat er einde staat is, ja, dat zou ze moeten doen. Ja. -Ja. En dan was er een discussie over? -Dus discussie, dan komt er een stukje text nog even na kaarten. En dat is wel een geestigstukje over dat personage zich afvragen, waar gaat dit verhaal eigenlijk over. En dan slij je weer de pagina open over om. -Om, ja. En dan komt toch die lapjeskat nog even om de hoekijken en daar staat bij iemand nog T. Ja, dus dat is dan weer. -Dat is de allerlaatste zin. Ja, ja. -Ja. Nou ja, goed. -En iemand nog T. -Ja. Nou, dat gaan we dat zo om te doen, toch? -Ja, dat is een heel heerlijke bombons, ja. Maar voor ons, dus die gaan we dan dus eentjes proeven. Maar goed, de allerlaatste zin voor het woord einde is ook wel weer een heel andere dan in het origineel, want die bestaat uit meer dan 30 woorden. -Ja, ja. Ja, het geeft dus opnieuw aan hoe jij Tini Fischer de schaar in Ellesund Wonderlet heeft gezet. Maar je hebt toegelicht hoe je dat gedaan hebt en dat komt heel zorgvuldig en een beetje gebelse over. Dus heel fijn. Gaat allemaal lezen. Bedankt dat je bij ons was, Tini. Heel graag gedaan. -Om over Elles Duimond in Wonderland te vertellen. Een heel ander boek dan Ellesund Wonderland. Het boek met illustraties dus van Jessica Versteegent is verschijnen bij uitgevrijf Volk, waar ook eigenlijk de meeste van je hertaalingen zijn verschijnen. Dit was de 165e aflevering van de GFPD op de dinsdagavond, 19 mei, opname en kinderboekwinkel, kiekeboekarigie, straat in Haale, maar natuurlijk veel dank aan onze technieke geert vlieger. En alles over deze afleveren vind je terug op onze website en veel ook op de socials natuurlijk. En we blijven zeggen, je helpt ons enorm door vriend van de show te worden. Dat kan via vriend van de show.nl/gvpodcast. -Heel goed. En dan krijg je voorhang op de kaartverkook voor de grote vriendelijke pakjesavond. En die startt al bijna voor vrienden van de show namelijk op vrijdag 29 mei. Ja. -Hou dat in de gaten? -Zeker. En wij zijn de rontietijd ook ongeveer weer. Dat is dan al best snel eigenlijk ook, want dat maken wij de grote vriendelijke update van mij. Tot de hand, tot de hand.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Tini Fisher heeft een bewerking van *Alice in Wonderland* gemaakt, met de titel *Elles Tuimeld in Wonderland*, om het verhaal toegankelijker te maken voor jonge lezers.
  2. Ze herzien de originele tekst, met een focus op moderne taal en kindvriendelijke uitdrukkingen, zonder een strikte vertaling te volgen.
  3. De bewerking wordt gekenmerkt door creatieve taalgebruik, zoals nieuwe woorden (bijv. "aandrijfkunde") en humoristische herschrijvingen van originele grappen.
  4. Tini Fisher herkent zichzelf en haar eigen kinderlijke ervaringen in de karakteren van Kees de Jonge, wat een sterke persoonlijke band met het verhaal vormt.
  5. De bewerking benadert het thema van identiteit en zelfontdekking, waarin het meisje Elles haar eigen vorm vindt in een fantasiewereld.
  6. De illustraties van Jeska Versteer versterken het gevoel van fantasie en verbinden met de originele wereld van Alice in Wonderland.
  7. Tini Fisher werkt samen met uitgevers en andere schrijvers, en geeft veel aandacht aan de historische en culturele context van klassiekers.
  8. Het proces van bewerken is ontstaan in een flow, waarbij de stijl en sfeer van het oorspronkelijke verhaal wordt bewaard, maar op een moderne, kindvriendelijke manier wordt hergezet.

Summary:

Tini Fisher heeft een bewerking gemaakt van het klassieke verhaal *Alice in Wonderland* met de titel *Elles Tuimeld in Wonderland*, waarbij ze het verhaal herzien voor jongere lezers. Het boek is een bewerking, niet een strikte vertaling, en wordt een toegankelijkere, jongerenvriendelijke versie. Fisher herkent zichzelf en haar eigen kinderlijke ervaringen in het verhaal, vooral in het karakter van een verleerd, gevoelig meisje dat zich ontwikkelt in een fantasiewereld.

Ze hebben de originele taal geïnspireerd, maar hebben er nieuwe, creatieve uitdrukkingen voor in, zoals "aandrijfkunde" voor "aandrijven", en hebben grappen en woorden herschreven in een moderne, kindvriendelijke stijl. De bewerking benadrukt het thema van identiteit, waarin het meisje haar eigen vorm vindt door te groeien en te ontdekken. De illustraties van Jeska Versteer versterken het gevoel van fantasie en verbinden met de klassieke wereld van het verhaal.

Het proces is persoonlijk en organisch, ontstaan in een flow, waarbij de sfeer van het oorspronkelijke verhaal wordt bewaard. Tini Fisher benadrukt dat dit niet alleen een vertaling is, maar een eigen creatieve heruitvinding, waarbij ze ook haar eigen boeken en versies onder de aandacht zetten. Het resultaat is een modern, aantrekkelijk en emotioneel verhaal dat zowel kinderen als volwassenen kan raken.

FAQs

Tini Fisher heeft het boek bewerkt omdat hij vond dat het verhaal te verouderd was voor jonge lezers en wilde het toegankelijker maken, met een netere en moderne stijl.

Hij kiest voor een bewerking omdat hij het verhaal wil aanpassen aan de leer van jonge kinderen en om de taal en de sfeer van het boek te herkenen, zonder het te verliezen in de betekenis.

De titel wijst op een bewerking van het oorspronkelijke verhaal, en de naam 'Elles' verwijst naar de echte vrouw van de schrijfster, wat een persoonlijke toon geeft aan het boek.

Hij merkt op dat de taal en grappen in het boek een grote rol spelen, en hij heeft ervoor gekozen om deze te behouden, maar te verduidelijken voor kinderen van vandaag.

Het thema van identiteit en het vinden van je eigen vorm, waarbij het verhaal een jonge vrouw beschrijft die zich afvraagt wie ze is en hoe ze zich in een andere wereld voelt.

Hij heeft namen zoals 'Lapjes cat' gemaakt, waarbij hij de originele naam 'Cheshire cat' heeft veranderd in een meer kindvriendelijke vorm die beter aansluit bij de leeftijd van de lezers.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.