Go back

Aflevering 1

36m 3s

Aflevering 1

Deze transcriptie vertelt het verhaal van een mysterieus etentje in 2003, waarbij de Belgische wielrenner Lucien van Impe en zijn vrouw Rita worden uitgenodigd door zijn voormalige Spaanse rivaal José Manuel Fuente, bijgenaamd El Tarangu. Fuente zou officieel in 1996 zijn overleden, maar verschijnt levend aan tafel in restaurant Belvue in Geraardsbergen, samen met zijn Vlaamse vriendin Lola. Tijdens de avond praten ze over wielrennen en Fuente’s latere problemen met belastingen en een failliete fietsenzaak, maar Lucien en Rita stellen geen directe vragen over zijn vermeende dood. Na het etentje verliest Fuente zichzelf weer uit beeld en laat hij Lucien achter met twijfels. Zestien jaar later besluit sportjournalist Philippe Osselaer, een vriend van Lucien, het raadsel te onderzoeken. Hij vindt een foto van de avond, waarop Fuente met neergeslagen blik staat, wat vragen oproept over zijn identiteit. De foto verschijnt in de lokale krant en leidt tot media-aandacht, waarbij Lucien in een radioprogramma zijn verbazing uitspreekt. Het verhaal laat zien hoe een onbeantwoorde vraag jarenlang blijft hangen en hoe een simpele uitnodiging leidt tot een mysterie dat nooit volledig wordt opgelost.

Transcription

4737 Words, 25156 Characters

Dutch
Dit is een MPO-luisterklassieker van de VP-arou. Mijn begon met een wiel. Later een stuur. En in 1862 was er een fransmondier twee pedale aanmonterd. Het lukte mensen op twee vielen in balans te blijven. Stijds meer en meer mensen. Stijds meer en meer. En steeds sneller en sneller. Ze fiets regel elkaar om het snelste, om het eerst om het langste recht door. Linsaf, rechtsaf, recht door, bergaf, bergop, bergop, bergop. In 1969 zette de Amerikanen een man op de maam. Maar de ronde van Frankrijk was van Eddie Merks. Gewone jongens uit Europa. Zijn helden op de fiets. Ze heten Eddie Merks. Bernat, tv-naar, genoeg. Lysia van Mont-Louis, van Jimongosse Manuel Fuente. Allemaal fietsen ze zich te platter. En ze willen dat ze winnen. En zij willen winnen. Dus ze fietsen. Als of de dood en om de hielen zit. Om het snelste, om het eerst om het langste recht door. Bergaf, bergop, bergop, bergop. Hernamen zijn onstervelijk geworden. Terwijl de jonge zelf dat niet zijn. Dit is het verhaal van één van die jongens. Die ergens ver hier vandaan. In een klein spans door, onder de Asturianse zon. Eigenlijk in zijn graf horde te liggen. Tot de dag dat hij plots weer verschijnt. Wij zijn audiocollectief schik. En dit is El Tarangou. Aflevering 1. Ik koorde alle dagen. De mensen zijn van nu genoten. Ik ben content dat ik hier zie en ik er echt zien. Ik voelde nog altijd dat ik in de mensen naart gekroepen ben. Door de prestatie dat ik vroeger dan heb. Van alle vandaag nog levende wielurliggenders is dit er één. Alles daar niet zoveel van te merken. Een hele huis hangt maar één foto van deze man met zijn fiets. In een enorme foto lijst in het gasten twalend. Die veel te groot is voor dat kleine kamertje. Maar naar gezanders wil hij hem zien hangen. Nu, nu, nu, nu. Die blijft er langen, omdat ik daar nooit ga daar. Dit is de man op die foto. En deze lag is van zijn vrouw. Mijn naam is Zritta. Ik ben geëufd in het klecher van Nimpen. Ik bel de Shein van Nimpen. Ik ben X-Wiel Lunner. Ik heb vroeger neet jaar prof geweest. Ik heb natuurlijk de ronde van Frankrijk gewonnen, wat het belangrijkste was in mijn carrière. En ik ben zes keer bergkoning geweest in de ronde van Frankrijk, wat hij nog nooit in Belk gedaan heeft. Zes keer bergkoning worden. Dat is zes keer het bergklassement van de ronde van Frankrijk winnen. En de ronde van Frankrijk winnen. En in Villa Alperuwess. Daar zijn wij op de koffie. Ja, ik ben hier. U naagel zijn mooi de dagen. Het is druk, want we zijn met drie. Ja, want dan kan ik neel weten. Wat doe je voor iemand? Kompleet audiocollectief schik is aanwezig en is enthousiast. Dus jij en je foto is hier op twee seen. Je werkt naar knapen man. Dat was Fiona. Maar jij zit toch in Nederland? Ja, ik ben absoluut in Nederland. En ik al ben 8 jaar in België. En mijn namen is Nelen. Die hele trijligt hier, Fiona. Ik moet ook aanraken. We zijn enthousiast en onder de indruk. Maar was prachtig. Ook al hebben wij met Vielrennen niet zoveel. En wat is de witte trijl met de grote roeie stippen? Dat is de bevassement. Met Vielrennen hebben wij ze goed als niets eigenlijk. En toch zitten we hier. On deze wielerhelt zit al jarenlang met een vraag-teken. Dat is een serieus vraag-teken. Nee, dat is wel waar. Een serieus groot vraag-teken. Dat onder tussen als 16 jaar boven deze villa's weeft. En dat langzaam ook onze leven zal overnemen. Als begon bij een telefoon. Op een hele moment kreeg ik een telefoon. Kun je je daarbij gekomen? Ik heb er een keer contact op nemen met jou en dan met elkaar. En we gaan samen gaan eten. In 2003 gaat hier in Ville Alperuwess de telefoon. Met een uitnodiging van iemand die Lucia een graag nog eens terug ziet bij een etentje. Een oud collega. Dat is op zich niet zo gek. Nou, dat komt nog tegen. Ex-curuur, die bellen met alle malen. We zien elkaar bij elkaar in kinderingen. De dingen zoveel van vroeren, nog eens ween. De telefoon kreeg ik er even aan. Maar Vente, ik weet het niet. Een beelde als ik de telefoon gekreegd, kom ik er af en samen iets gaan eten. De Spaanse Gosse Manuel Vente is in het land. Lucia heeft hem al een jaar niet gezien, maar hij weet om het gaat. Ja, maar ik zie hem nog altijd voor mij. Het is een beetje knukkullende naar. Niet te groot. Als ik in alle maspieren, kon ik heel snel bergopruiden. Het was echt een echte klimmer. Een echte klimmer, net als Lucia. Lucia van Impel was 19 jaar lang van 1969 tot 1987 een onverschrokken bergheid. Als het de hoogte in ging, kom bijna niemand hem bij houden. Behalve in 1970, een gespeerde Spanjaard op het berg toen heel versjeint. Het is niet zo klein en compact als Lucia zelf. Gosse Manuel Vente. Het was een concurrenten enige op de wereld die mij kompijn doen. Niemand op de wereld kom mij ergens iets aan doen, want ik was altijd beter. Maar Vente was zo'n moment een beelde dan ik en het was een enige. Ik heb nooit van iemand bang geweest, maar Vente. En het is die Vente, die in 2003 in België is, en uitgereekend Lucia uitnodigt voor een eten. Lucia neemde telefoon op. Opgenomen zal zij, want ik neem nooit telefoon op. Kun jij nooit bereikt, ik doe dat zelfs. Ja, het is niet hij, maar zij. Rietje. Dat is niet zo. Dat is niet zo. Niet hij, dan de telefoon op, maar zij. Rietje neemt op en noteert de afspraak. Gewoon dat dat mogelijk zou geweest zijn om te gaan eten in Gerard's bergen met Vente. Hoe dat we dat zagen zitten. Maar wat was weer zijn? Wij zijn gewoon tegen elkaar van. Maar die neus toch duurt? Dat vindt hij. Dat kan je. Vente is dood. We beginnen dit toe, zonal met minder goed nieuws. Outwider in een Gossein Manuel Vente is van Mirag in een ziekenhuis in Obedo overleden. 51-jarige Vente kwam de aljaren met niersproblemen en werd enkele weken geleden op het nippertje gereanimeerd. De glorieperiode van Gossein Manuel Vente als Wierender was de eerste helft van de jaren 70. Hij wond toen twee keer de Vuelta en ook is de ronder van Zwitserland. De 71-jarige Vente werd vier keer namelijk haar bergkoning in de Jiro. Hij wond toen ook 9 etapes en in 72 eindigdheid in de ronder van Italia tweede na natuurlijk Eddie Merks. El Tarangu, de bijnaam van Vente, was de enige klimmer die die andere bergheid lucein van inpe op zijn terrein kon bedrijgen. El Tarangu. Dat was zijn bijna. Zo werd Gossein Manuel Vente genoemd. De Wierender was de enige klimmer in de Ritterangu is in 1996 overleden. Dat is zeven jaar voor die blauwe maandag, waarop lucein en Rita door hem worden uitgenoorigd. Gewoon van is mogelijk dindag om dat u in de resteraan in Gerasberg. Welview was dat niet. Ik kende dat natuurlijk Gerasberg, dat was de kende genoel, dat ik wist ook waar dat was. We moesten daarna toeverhoor. Ik heb het gezwijfelt, maar ik had daarna gezegd, we gaan de naartoe gaan. Ik wil dat ook weten, ik was zelf keus. Lucia en Rita besluiten te gaan. Lucia kende hobbelige wie er staat als geen ander. Hij is er de koninklijke klimmer geworden die hij ooit was. Door de stijlen, middische muur van Gerard Bergen, zo vaak op te fietsen tot het voor zijn ogen begon te schemeren. Zo zegt hij zelf. Ze rijden de 30 kilometer. Die tussen Villa Alpen duwens en restaurant wel vuulicht. Een halvuur lang in de auto. Waarin Lucia en Rita geen idee hebben. Wat ze moeten verwachten. Zod die nog leven, zod nu waar ze een instant door te gaan met meenmaken. We moeten hem erover denken. We kwamen naar 20, die zat naar Antafel al. Restaurant wel vu ligt boven op een berg. Door grote rame hebben de etgaste ook letterlijk een prachtig uitzicht over het groene landschap rondom. Maar daar hebben Lucia en Rita die avond geen oog voor. Want binnen, daar aan een tafeltje, zit een koppel hen op te wachten. Een vrouw en een man. Ja, zij waren er al. Ik keren er een goed aan binnenkwamen. En bijzonder rechts, midden in de zalen aan het tafel. Ik keren er nog heel goed. Wat was die eerste dagje? Ik heb niks gezegd. Ik keren er nog van zo. Wij hebben ons gewoon bijgezet. Wij keken mekaar aan. En we. Ja, dan zie ik de. Thomas is het toch. Verbijsterd schuiwe Lucia en Rita aan tafel. Ze kijken naar elkaar, kijken naar de man, kijken opnieuw naar elkaar en weer naar de man. En wat zei het? Ik zag direct, maar opviel was ze een baart. Tuurlijk als ik koers te naden dan niet. Koersen met baart en snor was zeker in de tijd van Lucia en Fuente, naddon. Net als de benen horde het gezicht netjes geschoren. Op foto's van de jongen Tarangu, zien we dan ook een gladde, niet onknapakeerl. Scherpe kaaklijn, een volle bos, donker haar en een intens vuurige blik in de spanse ogen. Vol en donker was het haar van de man aan tafel al lang niet meer. Ook die baart is voor Lucia en dus nieuw, maar die ogen. Die lijken nog steeds dezelfde. Die ogen was wel van in tijd dat die koers, zei ze gewoon die blik dat daarin zat. En ik zei, zei ik 'm, ja, ik ben Fuente kijk en dat ze een ogen te zien. Ja, ik zag Fuente natuurlijk daarin. Ik stel me voor hoe Lucia en Rita een stevige schrok wijn nemen. Terwijl ze naar woordenzoeken die hen over de verbazing moeten helpen. Aan tafel met een spaanstalige Fuente en zijn vriendin, die helpt met vertalen. Als hij in spaanst sprakken, zei ze altijd alles nog nuker in het hielder. Want zij wonden in Gerasberg en daarin ik me nog goed zij was, Gerasberg in die Lola. Fuente is dat Lucia en Rita voor aan zijn vriendin Lola. Geen spaanse, maar een belgieze vrouw uit Gerasberg. Een mooie vrouw. - Een toffe vrouw. Ja, gezellig. - Een lief. Dat was een jaanje was. - Ja. Aan genamel om het te spreken. We zijn wel uitgelegd hoe ze zijn relatie had mee. Lola vertelt dat ze zoals meer vlaamse gepensioneerde, haar winterstoor brengt in het spaanse badplaatsje Benidorm. Een aantal maanden per jaar vliegt ze nog terug naar Gerasberg. Maar liefst van al brengt haar tijd door in Spanje. Daar lieb ze de liefde tegen het lijf. In de gedante van deze Gosse Manuel Fuente. Ze zien er gelukkig uitzamen. Hebben het goed. En de spanning aan tafel sneeuwt al vrij snel onder. Dat was een hele dag. We hadden nog heel gezellig gezellig. We had to helpen met de grote plaat. We had to helpen met de versen. Mossel met vietjes. Ze eten, drinken. De sfeer is goed. De olifant in de kamer slinkt. Ik heb me heel snel gedacht dat ik dan niet gevraagd heb. We hadden gewoon geet en gesproken over kursen en over. En je hebt daar niet gevraagd? Zijn u dood zijn u niet? Nee, dat heb ik niet gevraagd. Dat weet ik zeker. Hoe langer duurt, hoe ongemakkelijker het wordt voor Lucia. En zelfs totaal ongepast, om zijn twijfels uit te spreken. De man tegenover hem kijkt hem recht in de ogen. Ogen die Lucia erkend uit hun verleden. Dat ze samen zitten op te halen. We weten goed dat we over kursen, veel over kursen. En over de dote. En dan komen we op hand. Lucia en kan de gesprekken niet meer in de taai herhalen. Het is dan ook 16 jaar geleden. Maar hij weet nog goed hoe de man zich alle wedstrijden en wieler dan het dote uit hun hoogtagen precies zo lijkt te herinneren als hij zelf. Dan zaten er wel mee. Mee, we mont open, he, van. Allee, als het neidakant, dan is het een tempule. Het ging dan over die problemen dat er geweest waren. Behalve over vroeger praten Lucia en Fuentee ook bij over het leven naar hun wieler karrieren. Luciae komt weten dat Fuentee een zake had, waar hij fietsen en wieler kleedij verkocht. Het was behamond dat ook lang deed in Toledo. En bij ons Eddie Merks een bekend fietsmerk van zijn naamakten. Maar met de zake van Fuentee zou het financieel verkeerd zijn gegaan. Heel verkeerd. Wat ik verstond was dat hij in de fietsen in katten had, dat het probleem met de belastingen. Daar gingen het over. Hij heeft zei deur te luk vertalen bij ons, dat het voorzichtig zijn, omdat een ander sching probleem en we met de belastingen. Hoe het precies in elkaar zit, kom Luciae en Rita niet te weten. In de soms wankelen brug tussen Spaanse en Nederland gaan de de thuis verloren. Wat ze wel begrijpen, is dat er iets moet gebeurd zijn. Eet dat het dag ligt niet mag zien. Als ze in Spanje bleef, zult in de bak geraakt zijn door vrouwen. Is dat het zo te doen verteld heeft bij de eten? Ja, ja. Daar komen we op neer. En die over veel geld. Neer de thuis wil het koppel niet kwijt. Luciae en Rita stellen verder ook geen vragen. Ook al zijn hier wel. En dat een vrouw vroeger ook is? Ik dacht dat die twee kinderen naat ze. Dat herinneren ze zich goed. Oficieel was Gosse Manuel Fuente in Spanje-Beter bekend als El Tarangou, een getrouwd man. In oude Spaanse kranten ziel hoe honderden mensen zich voorde kat de draal van of jeer overzamelen, om afscheid te nemen van hun held. Aan zijn kist staat een kleine, ernstige vrouw met een breakbare blik. Het is de wereld van Fuente. Met daarnaast zijn drie volwassen kinderen. El Tarangou liet een vrouw twee zons en een dochter achter. De vraag is alleen, liet hij ze achter voor een plek in de Willerhemel of voor een ander leven. Rijl de deze ex-wielrenner. En leven vol schilden en probleemen in voor een zorgeloofs bestaan in Gerard Spertje. Met een vlaamse schone die Lolaheid. Iedereen heeft zijn eigen leven, neer en woord, nein du beleven. Schepen probleem voor ons. Er men ons leven en ja. Ik vind het zaken. Dat zijn nu zaken, ja, gewaasde jandar, ne. Lucia Rita zijn niet het soort mensen dat andere mensen aan een kruisverhore onderwerpd over hun privé leven en al zeker niet bij een bord versen mozzelen. De avond eindigt dus gemodelijk. Ze wistselen contactgegevens uit. Lola stelt voor dat Lucia Rita en inskomen opzoeken in Benidorm. Lucia noeert Vwente op zijn buurt uit om het startschot te komen geven bij een amateurkoers. Maar zover komt het allemaal nooit. Enkele dagen later laat Vwente via Lola weten dat hij er toch vanaf ziet van dat startschot als special guest. De veel aanbacht, de riskant. Hij zegt af en vervolgens horen ze niets meer. Lucia Rita blijven achter met alle vragen die ze niet hebben gesteld. En het is dan nu 16 jaar later en je hebt er 16 jaar of je kunnen nadenken. Wat denk je nu? Nou, altijd zelfs dat daar haar is. Dat kan geloven. Maar jij? Maar je bent niet zeker dat het niet waar is. Nee, dat ook niet. Dat ook niet. Zeker niet. 16 jaar loopt Lucia en rond met de vraag of het echt Vwente was met wie hij de avond doorbracht. Ja, nog altijd. Het is nog altijd zo. Een ding zo van 'god'. Wie. Ja, wat is het nu? Dat waren het van je. 16 jaar onweten tijd. Denk je dan maar nooit, nooit zullen weten. En je hebt zelf nooit proberen onderzoeken of uitvinden wat er aan de hand was of vali. Nee, iets. Je moet je wilde toch weten, hè? Lucia, schit zijn hoofd. Ja. Waarom niet? Ja. (C) TV GELDERLAND 2020 Hij zorgt zelf nooit gedaan hebben. Hij zorgt dat we schijnlijk ooit meegenomen hebben in zijn graf. Dat Luz jij nooit geprobeerd heeft om dit raadsel op te lossen, vond ook deze man onbegrijpelijk. Zijn naam is Philippe. Ik ben Philippe Oslaar, ik ben sportkroniker, ik vertel verhaal over de sport en dan vooral over de kurs, de kurs en het leven. Philippe kent Luz jij al zijn hele leven. Toen ik een klein johje was, zag ik Luz jij een de toer win. Dat is prachtig. In de schitteren de zomer van 1976, de moois de zomer die er ooit geweest is, wordt gezegd, omdat dat de zomer was met de meeste zon, de moois de liedjes, en Luz jij een de ronnen van Frankrijk kon. En wanneer Philippe op een dag besluit om de biografie van zijn heltes grijven, sinds die kent Luz jij Philippe ook. Bijna vier jaar ondertussen. Hij bekomen, denk ik, bijna wekelijks bij elkaar over de vloer. Dus dat blijft. En het is zo dat Philippe op een dag het verhaal te horen krijgt en er door gebeden wordt. Het is altijd de manov, blijven spelen, een potseling op een bepaalde dag, zeg die, het wordt nu wel een tijd, waar je gaat zoeken en naar goede mannel, zeg die. Z'n hoewu. Ja, ja, ja, zoekt dat mannen keer uit, zeg die. En dat is precies waar Philippe op het moment dat wij hem leren kennen, al een jaar mee bezig is. Het is op een zomerdag dat we samen met hem opnieuw aan de keukentavel van Luz jij en Rital zitten. En Philippe, met ingehouden adem, een van zijn wonsten openvaald. Een foto. Genomen op die bewuste avond in restaurantbelview. Z'n kijkst naar die foto. Ik heb die gevonden en het centrum voor strijkisch gind is zo te gaan. We zien hoe Luz jij en Rital zich over de redelijk ruwe pixels bij je. Leesbrillen worden iets hoger op de nuys gescholven. Ja, wat is die foto? Ja. Ja, ja, ja, dat zijn die keren. Dat is voor een tijd, dat is zo. Hoe de foto er die avond is gekomen, Luz jij ook nog? Dat was niet veel volkende. Dat weet ik nog. Ik weet dat er mensen aan het tafel daar zouden, aan de wenser. En daar zat een journalist tussen. En die, als ik mij zit, zit dan die een riemand gebeld de fotograaf. Het is een fotograaf gekomen, die van mij een fotograaf van komen. Ik weet dat mijn antal van weggestaan zijn en heeft de paar foto's genomen die mensen. In restaurantbelview zit die avond een journalist te eten. Net op de avond. En precies in dat restaurant waar twee bekende ex-fielrenners hebben afgesproken. En een paar dagen later verschijden de foto in de lokale krant de bijaard. Daar zitten ze. Met z'n allen gezellig uit eten. Hij is nu de 70 voorbij, maar op dat moment is Luz jij nog netgein 60. Voor de foto zit hij neer aan tafel. Met recht opstaan achter hem, Rita, met haar hand op zijn schouder. Links in beeld zien we een tweede vrouw, met hoogplond opgestoken haar. Typische 90sponi en een bredig limblag. Ze ocht iets langer en voller dan Rita. En ook haar hand rust op de schouder van haar gelieften. Die net voor haar zit aan de tafel naast Luz jij. Daar zit hij. El Tarango. De ooit gevreesde klimmer, nu in grijzende spanjaard. Zijn haarlijn loopt aan de beide kanten van zijn voorhoofd een stukje terug. Zijn baard is kort en net als zijn haar wit grijs. Enkel in zijn snor en wengbrouwen zien we nog een donker spansetoet. Zijn postuur is een stuk zwarter dan dat van Luz jij naast hem. Twee wielrenners op enzoen. Twee vormalige bergjijten. Een 1 ding valt om middelijk op. Dan ben ik allemaal naar de camera kijken nog. En hij zit nog in een krant te lezen op iets. Uit 2003 kijken ons recht aan. Luz jij van inpe, Lola met de berediglimlaag en Rita. Die net haar ogen gesloten houdt. En hij beneden voor een tekenkijker. Die naar beneden kijk ik niet naar de lens. Dat vind ik raar. Ja, wat moet er van denken he? Wat te denken van de neergeslageblik van die ene man in het gezalschap? Luz jij herinnerd zich dat iedereen aan tafel had ingestemd met het nemen van de foto. Is dit dan de blik van de man die net te laat bezeft dat hij liever niet op de gevoelige plaat wordt vastgelegd? Dat is zo'n knuk. Dat man mensen goed moest niet toegelaten hebben. Ja. En dat is natuurlijk geen beheend om de dure van alles te denken he? Ik kan in hem even nog eens afverskenen was dat ik de godse cap niet meer van mijn telefoon moet weggaan he? De beligste pers is dat dan opgevlogen. Vanerde foto verschijnt in de bijaard wordt Luz jij over spult door telefoonjes. En niet alleen van de belgiese pers. Duizend dooden sterven veel voorkomde uitrukking in de wielersport. Maar dit alles staat een schilcontrast met wat oud toe weer naar Lucien van Impen onlangs over kwam. De belig krijgen uitnodiging van zijn vormalige oponent uit de jaren 70 de spanjaard Gosse Manuel Fuente. Die voegha van Impen of die zin had om eens ergens wat te gaan eten. Daar is niet raars aan zou je zeggen waren niet dat Fuente volgens de officieel in stanties zeven jaar geleden is overleden. Lucien van Impen is nu aan de telefoon, maar de eeuw van Impen goed in middag. Ja goed in middag. Hoe geef je nu toen nu deze uitnodiging kreeg van Fuente? Ja ik was verbast, want ik wist de persen was. Als ik vernoemen had, vond ik het al een keer jaar nog overleden was. Lucien is de gast in tijd voor 2. Het popular radioprogramma van Fritz Pits op de Nederlandse radio 2. De uitzending dat heert van september 2003. En moed dus erg kort na de avond van het bewuste etenje zijn geweest. En hoe was het eten? Het etenje was lekker. En ik denk wel drie uur mee om ze te praten. En het is daarom dat ik moe geloven had, het is omdat wij of die tijd van toen opraat hebben. En dat wist dat in de tijd zal hem al. De herinnering is wel juist jij op dat moment nog veel verser dan vandaag. En in het interview is de horen hoe overdomdert hij nog is. Maar moet ik die man nu geloven, jouw vnee? Ja dat weet ik niet, maar wat heeft hij gezegd? Hoe heeft hij dat dan gedaan? Hij heeft hij uitgelegd waarom hij zijn dood in zijn, zo hebben gezet. Ja en nee, hij was zo een beetje een. Van de Tarangu bij hem aan Tafel had Lucien begrepen dat hij onder de radar moet blijven. En voorzichtig moest zijn. Ik heb wel het gevoel dat hij wel eens banken. En ik kan nu niet zeggen maar ik heb grote problemen. Maar Lucien lijkt zover bluff door de situatie. Een enige idee wat die problemen dan waren? Ja dat hij op de radio aan Fritz en de rest van Nederland toch uitwijnig verteld dat hij weet over de problemen van Fouentee. Als hij gestopt was met Corzen in de jaar in denk 75, is die nadien met een zaak begonnen met Wieluwe Twedij en Vitznen en zo. En hij heeft dat feit gedaan. En ja, hij was al als kwijt en heeft een probleem voor de. Behalve de lokale bijhard schrijven ook nationale kranten over het incident in restaurant-bel-view. Een boel persaandacht voor een man die niet eens aan het startgott van een amateurkoerswouverschijnen. Misschien daarom dat Lissje na die ene avond niet meer van hem verneemt. En in die wervelwind wordt ook Lissje beslopend door een ongemakkelijk gevoel. Ja, ja, dit is wel heel bijzonder dat hij niet van hem heeft. Het is heel bijzonder. We hebben ook nog even met die merkse gebeld, maar die zegt ik geloof er geen beat van. Ja, maar niemand geloof dat. Niemand. Ja, we zijn er eigenlijk van overtuig dat hij het is. Ik ben er 99 procent overtuigd. 99 procent. Zo zeker was Lissje in 2003. Al neerne kant, alleen 50 procent of veel smer, denk ik nog altijd, moet al was nechtend. Dat moment hebben kook al te gedacht, alleen dat is vente. En maar nadien als ik dan iedereen hoor en dat is mijn vrang van feite kram, dat kan je. Het kan je waar geweest hebben in feite. Hoe minder mensen hem ernstig nemen, hoe groter Lissje en Stwijfel aan wat die avond is gebeurd. Van 99 procent overtuiging daald hij naar 50. En soms is de hernering aan de hele situatie zo abstract geworden dat hij denkt. Ik heb gedroeld, ik heb een wistig gehaald en dat bestaat allemaal niet, het is niet waar, maar het is wel waar he, want ik heb die foto daar toch gezien dat ik me helemaal in tafel gezeten heb. Het is dus niet zo dat de vraagteke snah al die jaren kleiner zijn geworden. Enkel dus groeit dus. Ardor Lissje nooit naar een antwoord heeft gezegd. Aplotsling op een bepaalde dag zegt hij, zeg, het wordt nu wel eens tijd, dan gaan we zoeken naar Gossemmanen wel zegt hij. Dit is Philippe opnieuw, sportkroniqueur en vriend van Lissje. Z'n goe. Ja, ja, ja, zoekt dat maan ik ja uit zegt hij. Na al die jaren van sluimeren de schaamte en vooral geen spoor van Elterango gebeurt plots dit. En 2017 loopt Lissje op een koestbij in de beurt van Gerhuisbergen. En daar zegt hij man tegen hem, zeg, wat ik niet mag vergeten. De Spaniard is weer in de beurt van Gerhuisbergen. Die heeft gezegd, als ik het tegen kom, dat ik de groeten moet doen. En dat is nog wel afspraken. En voor Lissje is dat wel een beetje een betwaardsting van het feit van dat hij in 2000 erin wel allemaal klopt. Dus dat is niet gedronkt hier. Ja, dat is dus de geweest. Enk 2017 wordt Elterango opnieuw gezinialeerd in Gerhuisbergen. En deze keer wil u een antwoord. Hij wil ook gewoon de waarheid weten. Het ging daarmee gemaakt in mijn daara. Allee? Hoe kan dan nu allemaal heen? Wie is nu veilig? Wie was de man met wielus jij een Rita in 2003? Mozelenaten in Gerard Berger. Is het een M? Is het een valsen? Is het de echte? Of is er een valsen voor een D in het spel? Allee, ik ben weer zijn, we hebben er een fette bezig. Ze hebben 16 jaar de tijd gehad om te speculeren. We hebben er een echte dubbelgamer. En nu is het aan ons. Pak nu dat daar waar is, dat iemand dat die echt zijn dood heeft gevekt. Maar kan daar? Is hij kunnen daar op u eentje doen? Als hij echt zijn eigen dood in zijn heeft gezet, dan moet hij tegen veel mensen hebben gelogen. En in elk geval tegen al zijn fans en de hele wereld. Ja, dan spreekt hij wel echt van een complote in dat door. En wie weten het dan allemaal? Is er iemand die zich uitgeeft voor de dood-wieler geldt? Of heeft elterang hoe zijn eigen dood in zijn gezet? En zo de hele wereld bedoet. Van een ding zijn we zeker. Maar dat is gelogen, hè? Iemand ligt. - Ik toch niet. De vraag is alleen wie en waarover. Kan hij anders eten? We moeten leugernen vertellen, zijn u feit. Als je het geboord bent, dan kon ik er even reis. ♫ ♫ He he he, scherkees, jamma, kiehof, fiets. ♫ Waar ga je hee, na treid of wat dit? ♫ Grootst is de berg dat ik land van de rivier voel. ♫ Schrijf van de land van het raf en ik kijk die poep. ♫ In de perleer gefeest. ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫ ♫

Podcast Summary

Key Points:

  1. Lucien van Impe, een Belgische wielerlegende en voormalig winnaar van de Ronde van Frankrijk, ontvangt in 2003 een telefoontje van zijn oude Spaanse concurrent José Manuel Fuente, bijgenaamd El Tarangu.
  2. Fuente zou officieel in 1996 zijn overleden, maar nodigt Lucien en zijn vrouw Rita uit voor een etentje in restaurant Belvue in Geraardsbergen.
  3. Tijdens de avond ontmoeten ze Fuente, die er anders uitziet (met baard en grijs haar), samen met zijn Vlaamse vriendin Lola. Ze praten over wielrennen en Fuente’s latere problemen met belastingen en een fietsenzaak.
  4. Lucien en Rita blijven met twijfels zitten of de man echt Fuente is, omdat ze geen directe vragen durven stellen en Fuente daarna nooit meer contact opneemt.
  5. Zestien jaar later besluit sportjournalist Philippe Osselaer, een vriend van Lucien, het mysterie te onderzoeken. Hij vindt een foto van de avond, waarop Fuente met neergeslagen blik staat, wat vragen oproept.
  6. De foto verschijnt in de lokale krant en leidt tot media-aandacht, waarbij Lucien in een radioprogramma zijn verbazing uitspreekt over de uitnodiging van een vermeend overleden persoon.

Summary:

Deze transcriptie vertelt het verhaal van een mysterieus etentje in 2003, waarbij de Belgische wielrenner Lucien van Impe en zijn vrouw Rita worden uitgenodigd door zijn voormalige Spaanse rivaal José Manuel Fuente, bijgenaamd El Tarangu. Fuente zou officieel in 1996 zijn overleden, maar verschijnt levend aan tafel in restaurant Belvue in Geraardsbergen, samen met zijn Vlaamse vriendin Lola. Tijdens de avond praten ze over wielrennen en Fuente’s latere problemen met belastingen en een failliete fietsenzaak, maar Lucien en Rita stellen geen directe vragen over zijn vermeende dood.

Na het etentje verliest Fuente zichzelf weer uit beeld en laat hij Lucien achter met twijfels. Zestien jaar later besluit sportjournalist Philippe Osselaer, een vriend van Lucien, het raadsel te onderzoeken. Hij vindt een foto van de avond, waarop Fuente met neergeslagen blik staat, wat vragen oproept over zijn identiteit.

De foto verschijnt in de lokale krant en leidt tot media-aandacht, waarbij Lucien in een radioprogramma zijn verbazing uitspreekt. Het verhaal laat zien hoe een onbeantwoorde vraag jarenlang blijft hangen en hoe een simpele uitnodiging leidt tot een mysterie dat nooit volledig wordt opgelost.

FAQs

Lucien van Impe is een Belgische oud-wielrenner die in 1976 de Ronde van Frankrijk won en zes keer bergkoning werd.

José Manuel Fuente, bijgenaamd El Tarangu, was een Spaanse wielrenner en een geduchte klimmer die in de jaren 70 twee keer de Vuelta won.

In 2003 kreeg Lucien van Impe een uitnodiging van Fuente om te gaan eten, terwijl Fuente officieel in 1996 was overleden.

Lucien twijfelt omdat Fuente officieel dood is, maar de man had dezelfde ogen en herinnerde zich wedstrijden tot in detail.

Op de foto kijkt Fuente niet naar de camera, maar heeft hij een neergeslagen blik, wat vragen oproept over zijn identiteit.

Nee, Lucien heeft het nooit onderzocht, maar sportjournalist Philippe is later in de zaak gedoken.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.