Go back

#9 Geloven op Schaarsbergen - Lex bohlmeijer

from Theo Pieters Podcast

70m 40s

#9 Geloven op Schaarsbergen - Lex bohlmeijer

Lex Bollmeier, een vroegere domenees en radio-communicateur, deelt zijn persoonlijke en spirituele ontwikkeling in een diepe, reflectieve gesprek met de host van Schaarsbergen. De gesprekken zijn geïnspireerd door zijn vader, een domenees met een sterke ethische en spirituele beleving, en zijn moeder, die een meer pietistische en liefdevolle geloofshouding koos. In het gesprek komt veel licht op de complexe familiegeschiedenis, met verdrietige momenten zoals het verlies van contact met een jongere broer. Lex beschrijft zijn eigen geloof als iets dat ontstaat uit verhalen, rituelen en het gevoel van de natuur, in plaats van dogmatiek. Hij benadrukt dat geloof in hem een combinatie is van kinderlijke ervaringen, zoals kindergebetsen en lichte rituelen, en van diepe ervaringen met het leven, zoals het luisteren naar geluiden in de natuur. De gesprekken zijn een tweewegse, leerrijke dialoog waarin beide partijen iets van elkaar leren, met een focus op vragen, emotie en persoonlijke reflectie. Het gesprek benadrukt dat geloof niet alleen een kwestie van overtuiging is, maar een voelbaar, levensgevoel dat verweven is met ervaring, natuur, verhalen en de menselijke ervaring van levensgebeurtenissen.

Transcription

10375 Words, 53491 Characters

Dutch
Goed welkom bij het volgende gesprek van geloven op Schaarsbergen. Hier weer in de omgebouwde studeerkamer, het wordt steeds officiëler en steeds professioneleer. Zo het studio tussen alle boeken. En naast mij, schauw naast mij, zit Lex, Lex Bollmeier. Hallo. Hallo. Super leuk dat je mee wil te doen aan deze Schaarsbergen gesprekken. En ik heb een beetje het gevoel dat ik vanaf het ook wel wat van je kan gaan leren. Want de rollen zijn een beetje omgekeerd. Ik wist dat je bij de radio werkte, daar ken ik je namel wel een beetje van. Maar goed een beetje. Volwwerk doen dat ik ga even je ze op Google kijken. Wie ga ik straks eigenlijk spreken en ik dacht, jongen, jij doet het eigenlijk omgekeerd. Veel meer nog dit soort gesprekken voor je dan ik. Ons het een leuke bij de correspondeent, zag ik. MUZIEK. Dus nu wel een beetje omgekeerd dan? Ja, dat is voor mij misschien wel net zo spannend als voor jou. Want ik werk al bij een 40 jaar voor de radio. Het is gewoon te om mensen vraagt te stellen. En dat doe ik dus ook altijd met heel veel plezier. Ik ben ongeneestelijk nieuwsgierig, ik ga er enorm van de mensen vraagt te stellen. En ik denk dat ik dat ook inmiddels wel enig sinds beheers dat ik dat goed kan. Maar het is heel anders als het anders om is. Ja, dat is echt het ook altijd heel erg leuk. Ik vind dat namelijk altijd leerzaam hoe stellen mensen vragen. Wat willen ze weten hoe kijken, luisteren. Maar dat betekent ook dat jij zegt, ik kan iets van mij leren, maar ik kan dus ook iets van jou leren. Dat is eigenlijk altijd zo. Ik hoop dat in elk gesprek dat het altijd iets. hoor of een mooie voor het leuk of de visie niet hoeft. Ja, dat vind ik soms de mooiste gesprekken. Dat ik later op de dag of de dag te nadenken. Dat maak je toch vaak mee, hoop ik. Ja, zeker. Ja. Ja. Ja, zeker in je vak. Zie ik draait nu al om. Ja, per se. Ze moet je een beetje mee oppassen, maar zo werkt, zo makkelijk gaat het. Ja, ik laat het even zien. Ja, precies. Nou, ik wil dat ook al zeggen, van doe dat ook altijd zomaar. Ik hoop dat dat betreft dat wel een beetje toe van deze gesprekken. Dat het niet allemaal eenrichting is. Maar ja. Ja, dus geloof ik in schaarsbergen, ik heb 10 vragen die ik aan mensen voorleg. En de eerste is natuurlijk heel logisch, ja, kun je wat over jezelf vertellen. Waar kom je vandaan? Die waren je ouders, goed. Ja, dat is. Dat is altijd. Je kan het. Dat kan je al een uur mee vullen natuurlijk, hè. En die kan het heel. kort samenvatten. Mijn vader was Domenei. Oh. Domenei Balmeier. Domenei Balmeier. Dus je bent een Domenei, zo. Ja. Dus dat bepaalt je jeugd voor een belangrijk deel. Al wat voor manier? Omdat dat geloof en als kind van een gezin met een Domenei vooral de praktijk is altijd aanwezig. En dat gaat over de huisbezoeken bij ons, maar ook het. de moeite met een preek maken of dat hij dan zaterig ochtend als ik voetbal er wel aan de lijn kwam staan. Omdat hij ook een sportman was in harte nieren en twee zielen, denk ik, in september. Ja. En het ging er altijd ook hier als er ook altijd van bewust. We wonen naast, bijvoorbeeld. Ik heb in Eefde gewoond. Dat is niet aan de andere kant van de Veluwe. We wonen naast de kerk, jij wont hier een schieter in de pastorie, maar ik heb ook een paar jaar daarin een pastorie gewoond. Dat heeft ook al uur, dus dat heeft ook een etje in het uitzicht in het wonen. Maar het was ook heel veel strijd, denk ik, in het geval van mijn vader. Want hij maakt natuurlijk wel, hij is van 1922, hij maakte nog wel wat ingrijpende ontwikkeling in de kerk mee. Ja. En is het studiejaar al dan? Ja, hij heeft dat op een speciale manier gedaan. Staat zich samen, moest hij eerst doen voor de title. Die moest doen, dus hij heeft er kwam laat, en ik denk dat hij een beetje een buitje was, ook werkte. Dat zal die net vlak na de oorlog of maandeljaar naar de oorlog. Dus dat is voor hem heel anders geweest, niet een reguliere studietheid. Maar. En. En. Dat weet ik niet meer. Nou ja, dat is veel strijd. - Hij heeft, ja, wel. Hij maakte dus in die decennia, die daarna de tweede wereldoor. Maar hij maakte die ingrijpende veranderingen in de kerk, in het geloof, in de interpretatie van het geloof. Alles kwam natuurlijk op losse schroeven te staan. En ik denk dat dat heeft hij mee geworst tot in contact met de gemeenteleden, maar ook in zichzelf. En ik denk dat hij een vrij orthodoxe geloofse opvatting had. - Ja. En heel erg ethisch, dat was echt een ethisch, hij had een hele logische geest. Dus hij voelde zich op het terrein van de etiek, voelde ze zich thuis, omdat je het kon uitdenken als het waren. Prachtische consequenties van het geloof. - Ik denk het ook. En. Maar ja, dat was natuurlijk wel wat meer dat gevraagd, en hij heeft ook, ja, ook een mannensmene vrij moeilijk temperamenten. Dus hij had ook over vaak toch wel een gemeenteleden, dus dan moesten we ook weer weg naar vier jaar. We hebben zijn om de vier jaar verhuist, dus dat zegt ook iets over mijn jeugd. Dat ik elke vier jaar vertrok, dus dan leer je onthegte, of je wordt gedwongen om te onthegten. Wat voordelen heeft en nadelen, de moeilijkste vond ik in mijn pubertijd, dus als ik een e-fde heel erg, ik vond het daar fijn. En toen gingen we bij het 15-16, gingen we naar de grootste stad naar een haag. En dat was een broek, ik merk er daar, dat ik een jaar achterliek, mijn ontwikkeling. Dat vond ik persoonlijk dan weer moeilijk. Maar ik maak natuurlijk ook wel die worsteling van mijn vader mee, die ook veel voor zichzelf gehouden heeft. En dat was ook een denk ik een soort schouduk. Hij was niet alleen een Theologisch bevlogen bent, maar hij was ook een sportman in hart en nieren. En hij wilde er al, misschien wel, voor de oorlog gaat hij naar de ministeraak TV weer gaan. Daar kwam de oorlog tussen, er kon natuurlijk even niet, hij heeft verplicht in Duitsland moedig aan werken. Omdat zijn moeder zeven of elvjode in huis had, dus de risico, als hij onderdeel. - Ja, groot ouders. Ja, mijn groot huis. - Ja. Dus de risico, dat ze. En. - Ja. Hij loopt er. Oké. Dus hij was verplicht te weggesteld, in Duitsland, hij kon niet wijgen. En toen hij terugkwam, vond hij zo'n roeping, omdat hij zoveel länder had gezien, zelf ook bombardementen. En toen heeft hij besloten om Theologisch gas te weren. Maar. Die andere kant van. Ja, het mediteren ook, dus hij was een heel goeie hoekpaller, bijvoorbeeld, die zat er ook in. En. Wij hebben een paar jaar in Presekhaaf gebond, en waar werkte mijn vader toen, in die drie jaar dat we daar woonde. Op de oranje kan zeren, als leeg, als leeg gepredikant. Dus toen ik hier kwam wonen, dat was een soort van mijkanderen, een soort. Hey, in parkoer, dat is mooi, want ik was vier, en. Ik kan me bijna nog renneren, dat de deur dicht ging, dat mijn vader vertrok, op de brommar. En ik dacht, ja, waar gaat hij nou naar toe, dat is als jongetje, is dat een hele mitische plek waar hij naar toe ging. Maar ik wist niet dat het een kaserne was, dat het als jongetje, dat zijn natuurlijk veel, dat heb ik pas later begrepen. En nu dacht ik, oh, maar hij hier ging niet, dus altijd naar toe. En het is altijd een van mijn tierbaarste erimingen, die is ook heel leuk. Ik wilde er graag dat hij het huis uit ging, dit is heel erg voordeaans. Want wat ded ik dan, zodra ik die deur dichthoorde ga, krop ik bij mijn moeder in bed, omdat dat zo'n warm hondertje was, de plek van mijn vader is dat je opdrachten. Maar goed, ik denk dat ik die twee kanten ook heb, van een ene kant, een sterke voel voor spirituele tijd. Zoals ik het dan noem, maar ook, ik ben ook een voetballer en een sportman en een wandelaar, en ik ga van de natuur. Dat is het, en hij, bij hem is dat altijd, denk ik wel, een beetje een worsteling geweest. Hij heeft dat nooit helemaal bij elkaar gekregen. En daar staat dan tegenover mijn moeder die een heel ander soort gelovesbeleving had. Ik kom het meer uit de traditie van de souberheid, denk ik, met de pietismen zelfs. En heeft normaal liefde op vat voor de joutste traditie. Niet zo'n daar ook in laten scholen. En als domeneesvrouw moest natuurlijk wel de orthodoxie, of er was dat natuurlijk? Dat is de groot woord door, maar zij moest de rolspelen die zij het is spelen had. Ja, dat is het voorzitter van de vrouwenvereniging in dat soort dingen. Ja, dat volgens mij had ze daar, nou net een bloed hier te halen. Maar ja, die zijn er meer, en toch soms bijna geen ontkomen. Het is de meeste zich daar dan met haar eigen wijzeheid wel aan ontdrokken. Maar het maakt ook wel. Maar wat ze enorm van heel het was wel een contact met mensen. Dus als zij mocht gesprekken voeren met iedereen in de gemeente. En dat heeft ze met ontzend veel plezier en liefde getaan volgens mij. Dus daar vond ze haar rol in en probeerde ondertussen volgens mij stiekem. Zodat mijn vader stopte met preken en gemeenten hebben en domenees zijn. Was er meer ruimte voor haar om haar eigen geloofsbeleving ook echt te ontwikkelen en daarvoor meer voor uit te komen. En die was niet zo orthodox en heel persoonlijk en op een manier wanneer ik dacht. Ja, dat kan ik heel erg geen voelen in meegaan zeggen. Maar dat gaat een beetje een indruk van waar ik vandaag kom. Ja, precies. En Broes en Sussen? Ik heb een oudere Suss, een oudere broer en een jongere broer, maar het is een vier. Een twee van hen zie ik niet meer, een verdrietig genoeg, dat is echt verdrietig. Mijn jongste broertje heeft zich op hem het volledig teruggedrokken uit het gezin. Het is niet alleen voor mij, maar eigenlijk meer van zijn ouders. Hij is nota benen over een psycholoog, hij is een hoge lerakpsigologie in de Universiteit van Twente. En voor mij, om raadssel achter gereden en heeft hij heel begreemd en besloten om. alle contact neer van mijn ouders te verbreken en ken ik daarmee ook met ons. Niet dat ik ooit een brief van heb gekregen, dat is heel raar. Dat is echt heel vondelijk en vorig jaar heeft ook mijn Suss. Mijn laatten weten dat ze in het contact verbrekt, het contact verbrekt. En ook om regneren of ik denk. Wat is dit? Dus ik ga bijna aan mezelf twijfelen, dat ik doe iets verkeerd. Dat is niet zo, dat geloof ik niet. Maar het is wel een merkwaardige, een enorme broek in dat gezin dat wij waren. En ik heb het altijd als een warm gezin ervaren. En we waren ook toen al mijn oud huizen waren, we graag bij elkaar. Toch komt er dan een schuur in die ik niet eens kan begrijpen, dat is heel raar. En die ouders zijn al langer overleden? - Ik zeg, mijn vader is al langer overleden en mijn moeder is. Die heeft ook al of. - En die heeft ook afscheid genomen, zoveel van ik wil niet meer. En dat is heel raar en het is heel moeilijk om te verwerken dat wel. Zolang je dat niet begrijpt door grond, zolang ze daar niet over in gesprek wil, blijft dat het hanger. Dat zijn twee hele grote vraagtekens in mijn leven. Terwijl wij waren, volgens mij zei ik dat al, maar wij waren echt wel een fijne gezin. Zagen we elkaar graag. - Maar moet je dat dan ook weer opnieuw? Ben je dat ook aan het doen, opnieuw aan het tegen het licht houden of zoveel, en heb ik dan altijd. - Nee, niet zo erg. - Nee, want ik koest de mijn herinneringen en. - Die worden er niet anders door. - Nee, maar niet. Ik was zelf misschien ook wel een beetje een opzicht op mezelf, het verlegen jongetje. Dus nee, dat verandert niet zo veel aan, maar als mij. Ik weet niet meer wat ik wou zeggen, er was net iets wat ik wou zeggen daarover, maar. - Ja, niet uit. - Maar ik kom er misschien weer. Maar goed, dus veel verhuist. - Ja. En dat dacht ik net ook. Ik weet nog dat ik. - Ja, ik kom van de zakt wel toe. - Oh, oké, ja, dat is wel. - Ik had een keer even wat omhoog. - Die zakt een beetje. Ik studeerde toen Theologie en toen was er een. - Deze. - Hier moet ik ergens aan draaien. - Nou, ik weet het niet. - Oh, nee, ja, dat is altijd achter. Ik studeerde toen in Utrecht en toen was er een. Dat was nog, volgens mij haar meneer Sysen, en die vliegde jongen. Ja, precies. Dat was een soort congres met Dozo's, Domenexonen, Domenexkinderen. En die daar een beetje samen op terugkeken. En. Nou, ik was eigenlijk. Ik ben geen Domenexon, mijn vader was boer. Maar ik had er wel heen geweld omdat ik dacht, ja, op wat voor meneer. Er heeft dat dan hun leven's allemaal bepaald en er werden natuurlijk. en dat ik meegroek media aandacht en zo. Want ik ben en hersen die dan terugkeken op hun kijkkelijke wortels. En ja, dat waren dan per even iets allemaal wereldverbeterhuis of mensen die. Nou ja, ik denk dan ja, eigenlijk reageert iedereen die opgroeit in de pastorie. Teg, ook wel weer op een eigen meneer erop. Maar misschien zijn er in de raad wel al gemene kernmerken. Nou ja, het was. Ik was daar, ik was daar hebben, die wij in komsten. Oh ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja. Dat was toch echt een jaren 90 dan? Ja, nou ja, ja, onverdrijfeld. Maar die kerk stond vol met beroemde mensen. Ja, grappige. Allemaal Domenexkinderen. Ja, ja. Dus zoveel kabaretjes. Ja. Dus dat is ook, denk ik dat het iets zegt over het ambacht en dat je een boodschap hebt. Ja. Dat vind ik voel. Dat gevoel en dat je iets wel uiteraag over het leven en wat er waarde van het leven is. Ja. En dat is. Dat zit heel sterk in die kabaretreditie van ons. Ja. Wat natuurlijk heel grappig is, maar hij schrijfers en ja, je struikelde er over. Grappig ja. Ja. En ik denk dat dat wel, ja, betekent is vol is. Ja. En op het gegrond van dat luisteren, zoveelgende vraagsteld, vraagvolgende vraagsteld. Ja. Ja. En dat betekent dat je, dat je je moet kunnen laten verbazen. En denken van Godde, ja, waarom zegt je dat zo of we doel je daarmee. En dan is het wel een heel sterk. Ja. Ja. Ja. Ja. Ja. Nee, nee, het is gewoon een deel van de traditie. Kateressatie? - Ja, precies, kateressatie. Ik was 15 in een haar en ik was vrouw. - Nee, dat was bij een andere doner. En een doner werd gemeente, m'n vrouw was toen inmiddels leerag geworden. Ik kwam binnen één keer geweest en ik snap te daar herkijk. En dan helemaal niets van de taal, die gemeente werd waard over ging. Dat stond zo ver af van mijn belevings via dat en toen kwam ik thuis. Ik zek tegen mijn moeder, want ik stop er mee. - Ik doe er niet, ik doe er niet mee. Dit gaat niet meer over mij. - En we reageren het. Wel dillend en hartelijk en die snapte dat. - Ja, ga je echt gaan, maar zoek je weg maar. Dat heeft ook nooit altijd een brood gelezen. We zijn heel erg. naop kappertrokken geweest altijd met moeder en dat niet al via literatuur. Dat is ook een hartstochtig deze vier theater. Dat zijn plekken waar je heel veel vragen kunt stellen. Op een manier die mij direct afsplekken, die heeft zo'n beetje. en als met zin van een bestaan te maken hebben. En die zal met geloof met. - Ja, ga ze maar doen. En je vader hoefan het hier dat je. verenigd zit daar niet over uitgelaten. Maar je hebt misschien wel niet even. Nou, vind ik best moeilijk te beantwoordigd, ik vani. Ik denk dat het niet leuk vond. Maar. sie heeft daar vrij snel bij een eerst net. Van. kan dat toch niet zo'n hoofd? - Ja. Of dat misschien nog niet verbouwst of ja? - Nou, dat zou kunnen. Weet je dat zal met een heel mengeling zijn van allerlei. geschundheid en misschien zelfs op dat tegenstrijdig. Vindtacht en over emoties. Hebben we moeite zich niet zo'n film met mijn ophonie? Nee, meer. Het was dat het filmet zichzelf. Ja, als je het twee zin hebt. dat is de wedstrijd. Ik denk dat hij daar te veel mee te doen. Ja, ja. Ja, je zei net ook wel van dat je zelf als puur te wil. Ja. Dat is natuurlijk een laat, een ander boord of niet. Ja, ik heb gewoon de meieuwd en door de traditie heb ik moeite met het woord god. om dat invloed in te geven. Ja. Of dat betekent is vol te maken, want dat is beladen. Ik ben wel heel erg sterker ontvankelijk voor het misterie van het leven. En dat dat oneindig veel wonderbarlijke is. en onbeheersbare, een grootste, dan mijn envoudige leven. Ja. Nou, dat kom je behoorlijk in de buurt van wat veel mensen godselen noemen. Ja. Ik had gisteravond. Gisteravond had ik een intens gesprek, samen met het mijn beste vriend. Gewoon hier in de buurt van terap met een patastijnse journalist. Ja. Moslin. Gevlucht uit gasen. Diep geloven mensen. En we raakten dus in een gesprek over de Islam. En de Koran die hier al 300 keer gelezen heeft. Ja. En hij maakt er podcast over. Ja, en het Arabisch is jammer te linken, dan ga je de door spelen. Maar de dingen die hij zegt over zijn beleving van het geloof. kan ik. dat slaat ik na het los bij aan. Ja. Alleen als het dan uitwond in de gedachte dat als het gaat over het bestaan en hoe wondelijk alles in elkaar zit en hoe wel eens in evenwicht wordt gehouden. Dat is zijn conclusie dat moeten dus door iemand bedacht zijn of door een instantie gemaakt zijn. En dat is nou net het ene stapje dat ik niet meer kan maken. Dat vind ik een te menselijke voorstering van zaken. Dat maakt je goed of het goed ook te klein. Echt ik wel. Ja. En dat maakt je nu de mens van. Ja. En dat is dan wat wij ontwikken en verzinnen. Ja. Ik denk dat gaat daar volledig aan voorbij. En die idee van een maker, een designer. dat brengt het terug in het niet heel andere porcentries. En daarvan heb ik afstand moeten doen. Ja. Dat hij te kort doet of. Maar dan ook bijna van heel de. hein geschrift of de bijwond, zeg maar. Dat is natuurlijk per definitie allemaal soort antipomoord spreken. Ja. All die beelden. Ja, maar ik ben een lezen. Ja. Ik ben een hartstuchtelijke lezen. Ik leef mijn leven met literatuur en met positie. Ja. Dat gaat over verhalen. Ja, verhalen die iets van het bestaan. Mensen zijn dat dan ook de grote vragen van het leven onderbrengen. En daarmee bezig zijn. Daar zit toevahouden en dat gaat natuurlijk alleen maar over. Dus op die unie kun je dan nog wel met de bijwond. Nee, maar dat. Ik vind het inscript het zijn schitterende vader. En die leven ook nog in mij. Dat kan ik de herinneren ook maar. Maar dan heb je geen. aangezien reacties als het handen rond, dat ook allemaal een vergood. Ja. Maar dat is dan als onderdeel van de vrouw. Ja, ja. En dat is net anders. Ja. Ja, dat is niet meer een dogmatiek boek gezien. Ja. Maar daar kun je een beeld over. Een beetje en dan denk ik veel meer een beeld of een. metje om behoop, manier, om. om maar een woord aan te geven of zo. Ja. Ja, mijn moeder sprak gaat over de eeuwigen. Ja. Ja. Ja. Dat is een beetje juist precies. Ja, precies. En dat is daaruit. Dat is dan een bekreer. Dat is daar voorzij een taal die hij er veel beter aansprak. En het is natuurlijk een abstracte. Mhm. Mhm. Het wel. Dat is dan. Ken ik ook voor mij wat makkelijker te accepteren of daarmee te leven, dan of te mee. Maar hij doet de verhouden dan. Ja. God, waar je bijna automatisch ook gestokte achter zit. Ja. Ja. Ja. Ja. Ja. Ja, ik denk daar. Ja, ik denk daar. Wat denk je dan? Nou ja. Dat ik team dan. Ja, precies. Dat ik er heel veel dingen zou willen vragen. Dat ik er staat een beetje in streefstrijd. Ik vind ja, alle andere gesprek heb ik tot het me wel redelijk netjes gehouden aan me vragen. Ik zou het niet doen. Ik zou doorgaan op wat er nu in je kop zit. Ja. Ja, dat is echt waar. Dat is een gesprek. Ja, precies. Het is toch veel interessante dan wat jij. Dat is volgens mij de kunst van het interview hoor. Ja. Ja. Ga maar door. Want uiteindelijk, als jij door vraagt nu, komen die aan. Die vragen die je een papietje hebt staan. Die komen dus wel aan bot. Ja, ja. Ik hoop ook in het twee uur. Maar. Nou goed. De vragen dat hij lindt aan de opkant. Dat is. Ik stel me voor dat je ouders je vroeger naast de bed ook op je knintjes hebben leren bieden en zo. En voor je slaap gaan. Zeker. De hele praktijk ook van geloven. Mek je dat ook nog wel eens. Bij jezelf. Of die nijgen of het verlang of de winen of of of. Nou, je heel soms. Heel soms dan moet je dan toch bekennen. Als het moment te zijn waarbij het even allemaal wel. Als hij heel wat moeilijke dingen tegelijk zijn. Ja. En dat je voelt van oké. Nu kan ik het eigenlijk bijna niet meer aan. Met je hoofd. Met je hart. Met je knusmatig. En dat zijn zoveel dingen die iets van je vragen. Dan wil ik nog wel eens even in die oude modus van het gebets gieten. Maar je hebt een vraag denk ik, dat is waar. Dat doe ik wel eens. Het is helemaal zelf ook heel. Kindelijk eigenlijk. Ja, maar mag dat wel of. Ja, ik kan het ook wel. Dus ik ga het bezeld. Ja, precies. Maar wel met een beetje een lachje erbij. Ik zie het mezelf doen. Maar ik doe het wel. En dat is natuurlijk ook een klein rituel. En ik denk dat rituelen. Heel erg veel goed doen in mensen leven. Dat is iets afnemen van jouw persoonlijke verantwoordigheid. Ja. En je inbeden in een traditie. Ja, heel langer is precies verbinden ook met. Verbinden, maar ze nemen iets af van je. Ja, want het is gewoon de familie licht klaar. Ja. En dan hoef je dus niet alleen maar alles helemaal zelf te bedenken. Nou ja. En. Dat weet jij net zo goed als ik. Dat. Dat aan de rituelen, in een instrument, modernen leven is er weer normaal voorgenomen. We moeten het allemaal zelf doen. Ja. Maar dat is moeilijk. Dat is moeilijk. Dat is moeilijk, ja. Dat kan ook helemaal niet. Nee. Maar ja, de ene misschien beter dan de andere. Maar. Ja, al ze hebben leven ja. En zeker op een moment dat er iemand sterft of weet jij. Ja, want dat is een grote broek of de liefde. Ja. Of het geluid. Ja, dan blijkt toch wel heel veel mensen dat ook echt boeft hebben. Boeft het hebben aan iets anders denk ik. Maar als je dat zelf ook waarnet, ook in jouw gemeten. Ja, dat geloven heeft bijna altijd een beetje kindertijd te maken. Wat heb je toen ontvangen? Wat heb je toen? Welke gevoel horen erbij? En was het streng? Was het een streng grote vaste juist iets van geborgenheid van je? En ik vind het zelf zo mooi in van de grote kruiswoorden van Jezus. En natuurlijk aan het eind is nou te benen daar ook veel kindergebetsen. Vanaf nu aan met de vele mijn geest, gewoon dat je wat kintje weer voor het slaap gaan. Dat vindt al zo'n droer en ik denk zelfs, maar Jezus. Op het eind van zijn leven valt terug op een kindergebetje. Dat is zo, papa, mama. Ja, papa. Ja, papa, papa ben je. Ja, dat is toch prachtig. Ja, ja, ja, dat en volgens mij werkt geloven ook gewoon zo. En hiervoor vond je zelf ook, ja. Nou, dat begrijp ik ook. Ja, en dan vind ik dan ook zo mooi en met pleegkende is de kortest banden van wat. Maar de omdat onze kinderen ook zo iets goed mooi als mee te geven, toen is ik hoogt het later. Als pastorie keer weer echt goed terug te gaan, dat is het gunnetje van Arte. En dat gaat over de warmte waarmee het gebeurt volks. Ja, ja. Een beetje als het een verplichting is met een einde wet. Ja. Maar als het met een gevoel van warmte aangeboden wordt en haar halen. Maar hetzelfde als verhalen vertellen voor het slaap gaan. Ja, precies. Er vind ik kinderen toch verrukkelijk. Ja. Het is een soort troostrijke rituleel. Ja. Ja. Waar je, ja, waar je als kind gewoon heel veel aan hebt, denk ik. En dat geldt voor wat je nu zegt, denk ik niet zo goed. Ja. Ja. Ja, en daarnaast verhalen, dat vind ik ook wel een moorkant van gelovenig zijn of op betrokken zijn waarom het gebeurde in de kerk. Dat het inderdaad ook onvangelijk maakt, hoop ik dan ook voor taal in de roog van verhalen. Ja. Ik heb een rabie. Elie Wittlauw. Dat is ook de rabie waar mij moeder bij in de Jouwse Leaha is gespeeld. Dat is gevraagd waarom is dat in de Jouwse te liets in het verhaal zo belangrijk. Hoe moet je even nadenken trouwens? En zo'n vraag wist ik heel erg dat het zo is. Ja. Ja, het is niet omdat daar alles in zit. En volgens mij is dat het zo waar, het is en het metaphysische als het een goed verhalen, maar ook het fysieke van mensen tijd verloop. Er is al die aspecten van het leven die zitten in en soms in een pagina. Ja, dat is ik voor dat grootste. In het begin was het woord. Ja, dat is heel zoveel. Ja, ik was bij het niet van iets en zo'n taal mens door precies, de betekens van taal en woorden in het poststandsgelofd. Het zit ook in je studie. Hoe ging het verder, zeg maar? Nou, ik heb stiekem altijd, geloof ik wel, een hangar a theater gehad. Als de acteur worden, wel ik geloof ik wel, maar dat was het, als ik veel te verleeg, voed ik dat ding. En ik heb net als veel mensen zo'n spreken woordelijke leraar gehad die je er weg geweest. In mijn geval was dat de Wundwaarshuis Leraan Engels, dat bodatisch kuleesje zit van. Dat ben ik ook bevriend mee geweest, een bijzondere vriendschap en ja, dat was eigenlijk mijn tweede vader. Die was de weg, die naar mijn meenaar theater, die deel en mijn boeken lezen, gingen fietsen samen, de natuur in. Dus toen was het wel een heel klein strap, om Nederlandse gaast toedeeren. Dat heb ik ook gedaan. In mijn studietijd heb ik weer theater gaan maken. Dat kan in leiden toen, het wacht theater heel makkelijk. Dus ik heb daar alle leidingen gedaan, ik denk dat ik dat al wel veel leuke spannende vonden met studie. En ik heb welke uur afgemaakt, al mijn liefde natuurhuiszaam. Maar in tussen was het bij die passie voor theater zo sterk aangewakkerd dat ik met een groepje vrienden een groep heb gevormd. En vandaag ben ik zelfs terechtkomen bij een moderna dansgroep in Frankrijk. Maar ik heb drie jaar gedant, de hele wereld hoge gereeds. Dat is dat lichaam? - Ja, dat is hele gaamelijk. Ik heb die twee poelen die ik mevrouw heb gekomen. En dat is altijd een soort van hoe doe je dat nou? Hoe krijg je die nou zaterna? Ik heb toen, dus ben ik heel literatuurig de ene kant. Die dans was nu totaal van andere kant. Dat moest ik letterlijk uit zweten. Mijn liefde zegt altijd dat toen mijn gramatica begon te verbrokelen. Zo sterk was dat. Omdat je als je dans dan is er geen taal. Dat is een kreaten of een pilsen of ritmis. En dat is taalloos? - Ja, dat is behoorlijk taalloos. Dat zou ook een taal van het lichaam. - Ja, goed, maar ja, dat is dan wel zonder woorden. Dat is toch echt iets anders. En dat gaat over hoe sta ik wat voelig. En dat is ongelofelijk gezond geweest voor mij? - Ja. Omdat te doen? - Gezond voor je lijf of voor je hoofd? Ja, voor je hoofdje. De lijf was het niet altijd even gezond. Nou wel, een paar keer. Maar dat is sinds die tijd wel bollen. Nou, goeie, toen heb ik de speelte dat op. Ik heb eentje een fout gemaakt dat ik hier er ook een kapot vrouwen gegaan. Dat zou je de rest weer leen. - Ja, het is wel heel zwaar. Het is super zwaar, het was beestachtig zwaar, maar dat is dus bijvoorbeeld wat je leert. Om als iets te doen, boven je zelf uitstijgen. Ook al denk je, maar die kan het niet. De waar beweging is omhoog van die goede grafier waar we gewoon, als we het op waren, we waren over het middags van de middags. De voorsting door de deren we dan niet, dat was te verijzen. Dit te veel zeer, maar in de bed publiek, in het moment, kon je dat wel. Het is dat zijn bijzondere varen en graf. En daarvan heb ik er veel naar om het ver af te maken. Toen ik heb het, dacht ik, ik ben al in die 24.20, dit is pas mijn toekomst. En in die fase dat ik ook wel zoeken was, heeft een goed hele goede vriendin voor mij. Die bij de radio's van werken, bij de NCFN in Hilse. De Leonor van Prohe heeft mij gevraagd, is wat voor mij komen doen. Die had mij gevolgd, is dat ik van die tentuur heel hetzelfde literair programm. Dus toen ben ik, is voor het eerst op patten gaan met een micro-vrouw. En heb ik een programma over literatuur. En toen dacht ik, dit is mijn bestemming. Dit, die, hier ben ik voor gemaakt, dat is een beetje pletig gemaakt zeg ik. Maar, maar roping, want radio heeft N is een medium van taal, dat is echt één beeld, maar taal. Echt taal, dus dat is niet autolieke bevrouwstand, zij is het weer, en het is sensuueel. Ja, ja, het is een heel sensuueel, ik hoop dat luisterijs dit nu ook ervaren als iets wat niet alleen maar het verstand wordt, maar je hoort ook gelacht, zuchte, aanzeling. Dat is allemaal ritmiek, dat is muziek, dat is een heel andere soort laag die er altijd is bij dit soort dingen, dat hier in deze pastorie is het heel stil. De rond heb je dan buiten gedaan, dat ik erbij maakte, maar dat is van ik dat weer jouw maakte. Ik denk laat, je rond maar hier rond scharvelen. En dan hoort het op een ruimte waar iemand leeft, bij mij niet alleen gesprek voor, maar ik moet ook geleefd. Vind ik betekent is vol, dat is, dat maakt het concreeten, en ik zoek altijd als ik haar je maak naar geluid, naar klank, naar Svier, Akmal Svier, vogels, dat zingen van de vogeltjes. Als dat er is dan wanneer ik aan nog gelukkig. Wat nog wel een tint-view, met die parastijn heb ik een interview gedaan, die is een maand geleden uit de gasevertrokken, dat is de heel absoluwen gemaakt. Absuutig heeft zo'n zoon van 13 jaar voor z'n ogen vermoord zien worden door Isresen zodat, nogaf gezien van de zes andere familielen die bij die aanzwaar onder kwamen, ze moesten eigenlijk hem hebben als journalist, iets gelukt, nogaf gezien van die andere. Ik zat met hem in de auto en hij zat dus krolig, hij zegt goed, ja, ze zijn weer 1 en 20 mensen vermoord. En ik zeg bedoel je gisteren, nee, afgelopen uur. Toen deed ik dat interview met hem en toen zat hij te genieten van het gezien van de boos en het uitzicht over de wij en de dauw die land om optrokken. De natuur, de goorlijke schapping, dat ze niet dan eigenlijk kijken, maar dat heeft dus ook iets, dat is dat door te uit te leggen, als je dus vogelsortzingen of menselijke aanwezigheid. van lawaren van de auto's, dan is dat voor mij het hard opzicht, ik denk, ja, dat gaat voorbij aan het zinjaal, maar dat is dus ook de aanwezigheid van iets van het bestaan, de schepping. En dat is dus veel meer dan het alleen maar geluid. Ja, dat is een mysterie, man. Ja, het mysterie, maar dat is wel aanwezigheid, aanwezigheid, precies handsen. En in zo iets als een klank of een vlaggemaast die wapen. Nou ja, misschien is het moest reformatie meer wel iets van mij dat ik er heel snel dan denk ik. En misschien wel een pijl om vlarer meet. En dat ook me dan denken aan wat pouders dan schrijf van we in hem leven wij, in hem bewegen wij in hem zijn wij. Ja, dat is de werkelijkheid waarin we ons bewegen, dat natuurlijk daarin is. Maar wat ik dan gewoon. - Ja, ja. - Wel, dat ging dat gesprek dus over met die afgemeid gisteren. Hij is echt exact dezelfde ding, hè? - Ja, ja. En voor hem is dat ook elmer hetzelfde. - En voor hem, want dat vragen we wel eens af als ik daarin ga zouden. Om te overleven, wat zou dat met mij geloven doen? Hij raakt het niet kwijt. Nee, ik heb dat natuurlijk wel. Ik zei het helemaal zo. In een de kistijke dritie zou dit te vragen zijn, want dat is een debatten. Nou, als wiet, hoe kan God dit, als je bestaat? Hoe kan jij dit? - Ja. Toersta. - Ja. En het op een hepe heest gek, dat vind ik wel een fijne vraag. Dus hij heeft hier ook op een aardag. Dan heeft hij een boek geschreven van vijf op een paar in huis. Dat binnenkort een Turkije uitkomt. Hoe moet je me niet vragen? Ik heb geen idee. Maar we zullen jij er. - Nee. Wij. God heeft ons de vrijheid gegeven, om voor het goede te kiezen of voor het kwalend gegeven. Daar worden wij mensen in die vrijheid om die keuze te maken. Dat vind ik echt antwoord. En wat vond je wel het antwoord? - Nou, ik denk dat. Ik ben niet genaagd om te oordelen. Ik denk begrijp ik het, denk jij begrijp dit. Ik denk dat ik geloof dat niet. En ik ben niet zo van de technologische discussie, zeg. Dus dat dan, want dan kom ik in een terrein waar ik helemaal niet wil zijn. En ik denk, oké, wat? Als ik dat zo'n antwoord hoor, denk ik zie het je beleven. Het is je ervaring. Anders zou je niet zo uit die helft, maar nu met mij kunnen praten. Dus het heeft echt actueel de dagelijkse betekenis voor jou het draagdje, het verdrietragen over je zoon, maar ook over alle andere ellen. En dan ben ik genaagd om zo'n antwoord te accepteren. Het is geen bedacht dingetje. Ik denk het dagelijkse, ervaring, categorisatie, lesje, maar precies, dat geloof. Het is heel erg, dit is toevallig omdat het een pittig historie met die jongeren is. Maar toch nog even verder terug, want dat vind ik ook wel interessant tijd en je leven dan die parijsendant jaren, zeg maar. Ik ben één keer ooit maar naar een dansvoorstelling officieel geweest in de schouderweg in die uur en ik vond het fascinerend. Ik vond het een heel mooie kunstvorm, die heel ver bij de Boerrij-vonden staat waar ik opgegroeid ben. Ik ging wel in de plaats van het dorpshuis stijlen, stijlen dan zo. Dat is ook heel wat om. Ja, en waardig ook, ik weet dat dan zo'n sport is, zeg maar. Ik vond het heel leuk dat het visieke is. Maar wat ik me dan afvraagd zeg maar naar het einde kans om het te zijn ieder gevragen zijn dat dan, dat zijn het ook wel een soort ingestudeerde dansen of zo. Of is het ook gewoon vrij? Nee, ik kan me voorstellen wat het juist bij de dans op hoort dat je niet een keer dezelfde gebouw aan de week wil gaan, maar dat het ook te maken heeft met wat er op het moment zelf ontstaat. Kijk, dat is natuurlijk alle wijs het geval, maar dat is het heel veel dans waarbij het totaal uit de spontaniteit komt. Is het dat het een spontane uitzingsform is? Ja, dat zullen je in een discotheek fitten, dan in het theater. Ja. En tijd is al wel over elke bereging na. Ja, dat is waar, dat ging bij ons wel zo, dat je. Nee, bij de einde man. Maanden merkte we aan een voorstelling. Ja, een uur-ruimen-ur, een georiografie. Ja. En dat werken aan, dat waren improvisaties. Dus je krijg een ontwacht vaak het visueel geïspireerd. Dus op waarschijnlijk schilderij van Rembrandt of Francis Bacon. En dat, bijvoorbeeld ook met het idee van de crucifixion, de kruisigging. Maar die kende zij dan van de beel van de schilderijen. Ja. En dat was dan of de moeder die aan de voeten van het kruis zit. En ja, of aan haar zo. En dat staan we water. Ja. Dus tijd verleiden zij ons dan om op te improviseren. En dan met dat konkreter. En dan, als je een konkreter aan leer, dan moet je daar weer mee. En voorvolgens werd dat op een gegeven moment vastgelegd. Ja. En dat op te tellen. Ja. En dat is niet iets, dat is niet zo. Ja, dat verlies je iets. Ja. Ja, dat is niet iets van die van het gaat stond. Het gaat stond. Ja. Het wordt in een letter. Harder. Dus een spontaniteit. En de magrie van het nieuwe. Dat gaat er af. Dat is een heel pijnlijk proces. Ja. Maar voorvolgens ligt het er. En gaat er weer een twee, komt er weer een nieuwe fase. En dan ga je dat met weer een nieuw leven in blazen. Ja. En dan ga je dat beleven. Ja. Dus dat heeft iets waanzinnig. Dat heb ik echt als iets waanzinnig zijn varen. Als iets waanzinnig mooi is dat je daar aan die handelingen die bewegenen, die posities, het samen spellen, dat je daar een tekenes aan kunt geven. Heb je dat achter dat niet gemist dan? Want dat was voorbij het doen. Met een microfoon. Dat ging voor de radio. Ja. En in Nederland, projecten, projecten, projecten. En al voor de radio werken. En toen ben ik gemst steeds duidelijk. Ja, maar ik was die paardekruistelkaar. Het was heel duidelijk dat ik wel kan. Dus dan maakt ik mijn los van die projecten en lovenien in het begin. Als je het niet onderhoudt. Ja. Dat geeft heel erg voelen. Ik kom niet dat ik er weer vijf te denken kom. Ik ga terug. Ja, dat is echt zetig. Als je niet de bewegen brengt, dat is echt zo. En dat is absoluut het zee ook. Hoe is het absoluut het topsport? En ik was heel erg getrekt. Maar ook gaat het heel snel achteruit. Ja. Dan moet je het ook niet meer doen. En heb ik het gemist. Ik was gelukkig met de radio. En dat was iets van het vervilde mee. En op een grote manier nog dan die dans. Maar het is een onmisbare fase in mijn leven geweest. Ja, ik ben heel erg gevormd. Ja. Hoe heeft het zich voor? Die correctie op het hoofd denk ik. Op een andere manier bestaan bij 'Ani Maal'. Daar komt het bij de buurt. Je hebt niets anders dan die spieren. Je moet zoveel vertrouwen op je lichaam. Ja. En dat zit een instinkt in een voldruimte. Je orienteerende ruimte. Ik heb een keer iemand laten vollen. Want we hadden een passage waarbij de vrouwen in onze armes sprongen. En dat moeten ze de ene de dans van de ene. Die vloge de lucht in mijn voorsting. En dan vind je ze op. Maar door het zo te tijd dat je twee, drie passage achteruit kan je ze ook als een ene tweeën in het water op de voer laten gereden. Maar dat betekent dus dat je ruimte achter je nodig hebt. Een ene keer is het een ene bedanst dan op de grote zalen. Dus dat is een okestbak. En dat is een gat. Dus niet op het naam precies. Je moet het zorgen dat je weet waar je bent. Instinctief met je rug naar de zalen toe en dat zo'n gat toe. Dat voel je, dat weet je. Dat is een heel mooi soort en inderlijk percef. En een keer heb ik fout gemaakt. En voelde ik ze eens een klein nu aan behanden. Van de rant af. Alleen was daar niet een voos. Zoals je vraagt, ik zeg een okestbak van drie meter. Maar van 40 centimeter toevallig. Anders had ze haar naek kunnen breken. Maar dat is dus ook een sensatie die zo sterke is. Dan kun je wel over praten. Maar ik moet er zijn voor haar. En ik kan het ook laten afweten. En dat heb ik ook een keer gedaan. En dan schaam je en je kijkt elkaar in de ogen en je gaat door. Want die dans gaat door, die voorst en loopt door. Dat zijn enorme, inderlijk wekkende, indringende dingen die we ook met mijn vorm in. Die is in dat het je beschrijven maakt. Ja. Toen kwetsbaar je bent, maar dat je het ook, als je zelf moet haal. Ja, ja, ja, dan kan ik heel erg verpaard hebben. Fasimietend, ja. Hoeveel uur zijn hier dat? Ja, ik ga straks. Toch wel een appje eten, dat is ons thuis op mij gewacht. Oké, nou ja, goed, hoeveel vragen heb je binnen als al ditje? Nou, heel wat, ik wil nog graag met je naar straks hebben. Oké. Dan kan ik hem worden, en ja, ja, gewoon de schaasbergen. Ik heb nu dus al die van de alwege zijn. Nou eigenlijk, dat is helemaal niet. Ik heb ook niet. Ik was heel klein. Ik was te klein. Ja. Het was een mythische plek waar mijn vader naar toe ging en die ik zelf niet ken. En ik weet wel dat ik nog eens een keer met mijn vrouw fiets te doen in Nederland. En toen heb ik een keer op de camping, ik kan veert, een lachtje. Ja. En dat ik weet? Wow, dat is mooi. Ja. Deze omgeving? Er is een andere link, die er naar Nederland, een verweer ik je vertel, winnenshuis, die ging mijn wandel. We hebben heel vaak in het nationale parten hoog veel wandel. Oh ja. Ja. Toen er nog geen hekken stonden. En we hebben die begonnen binnen met je was om stiekem, hij had een studentenvriendje die was daar broswachter en daar was mijn gesproken, maar in de winter in jezelf. En dit is oké, dit zou je misschien toch wel grap gevonden. Ik ben een keer van mijn geloof voor gevallen in dat parten. Oké. Ik kan het momenten aanwijzen. Hij was leren in Nederland, hij had een bundelvaren bijzegd van Bisservo. Ja. Ja, maar Bisservo. Die kennen die uitleiden, omdat hij studeert hij ook. Wat zie ik daar vleden was, maar hij last mij gelegen in de berg van de weg bij Tashaapar. Een verhaal van twee pagina's voor Van Bisservo. En dat was een beetje een bezoorkervoorstelling van de hemo. En dat vond ik zo schrokend. Ja, dat daar brekkend, dat iemand zo'n absurdeverstelling van de hemo geeft, ook als kritiek was van een kritiek te kijk, daar tikt het de wast in. Nou, ik kan bijna de plek aanwijzen waar het er gebeurt is. En ik was denk ik 15 dus. Ja, 15. Zoals 15, 16, 16, 16. Hoe het zich vrouwt tot de katagestatie was, maar ergens in diezelfde periode zat gebeurten. Maar ik was daar ook als jongetje vaak gelukkig, want we waren de enige en we in de winter, diepen wij uren door het park. Hij zoelt naar het wild en de natuur en de stilte en de schoonheid en de sneeuwen. En wij zijn hier uiteindelijk terechtgekomen in schaarsbergen, in coronatijd, omdat ik mijn leven langer naar deze omgeving heb gehouden. Ja, want het waren dus wel in je tinnertijd een mooie ervaringen van schoon uit. Dan en in de dichtbij de natuur, maar de stopt dus ook iets zo'n, iets heel veel van een gast zeg maar. Dus dat ook dat er zeker? Ja, het verdwenen. Maar goed, het is natuurlijk wel, maar dat is eigenlijk ook een hele, ja, maar ik zeg, volgens mij is het ook gewoon bij een gezong ontwikkeling, dat iets vans voor het kinderbijlgelofen ook een pleetje verdwijnt. Ja, natuurlijk. Ja. Ja, dat mag hoog, denk ik, dat moet. Anders houd het ook niet daaruit ook niet meer uit. Anders is het ook geleent, hè? Ja, ja, ja. Is het ook wel wat voor jezelf? Het is nooit helemaal voor jezelf. Maar ik denk dat de wijse het van een hoorde was, die dacht ik, eigenlijk zoek jezelf maar. Ja, ja. En misschien mijn vader ook wel. Als hij voor zich niet zo ontstaat, maar misschien voor andere wel. Ja. En dat heb ik ook gedaan, en dat heb ik ook gedaan. Maar goed, als het gaat, was het de plek. Ja. Ik was al zo jongetje van 12 tot 16 in Eveden, als ik voetbalde. Ik had die sensatie van wedstrijd spelen op voetbalveldjes, om zo met op populieren, die zingen in de herfst guren. Dus toen ik met mijn vader moeder naar de nagen was verhuisd, heb ik echt het, dat was ook een gemis. Ja, dat was een enorm gemis. Zelfs tot. Heel stads. En ik miste gewoon deze natuur en de seizoen, de ziektie, de ontwikkeling, de guren en de kleuren en het buitenlopen. Gewoon de deur uitlopen en raak, maar dat heeft ze nog lang gebeurd, voordat je dat is opgezocht. Ik vind dat er verwijt. Nou, ik hoef er baars te constateren, dat je dat zo iets belangrijk bent. Ja, dat is wel geleden. Ja, ik heb lang in de nagen, ik heb virt jaar in de nagen waren. Hij is er ook in gelukkig. Er is geweldigste interesse zee, dus die is er ook en mijn vrouw is pianist en een gegeven les aan het constructuur in de nagen. Dus er was een duurige reden om daar te blijven. En sommige verlangen werken goed omdat je ze kunt koesteren en ze niet betenen worden ingefeld, maar dan weet je, dat is een belofte. Ja, ik heb het als een soort belofte, met mijn meegemaag en eens gaan we weer bij wie weet. Wie weet. Maar dat is niet slecht, hè. Dat is een soort horenis om mee te leven, want dat is altijd nog verandering mogelijk. En goed, we hebben een kind gekregen in de nagen, die is daar opgegroeid. Ik ben zwaar wel een beetje aan de rand verhuisd, naar een nieuw borwijk, die ik deelft aan. En dat voor mij voelde dat je hier, ik beweeg me van de zee af en planten. Maar dat is een eerste stap op weg naar het oosten van het hele land. Dat leeflokken, het leeflokken. Zij ik mijn vrouw wil vragen, een stap blijft en mijn dochter Charlie, die mijn 22 is. Die heeft haar leven opgegroeid, het is haar wereld daar. Dus die wilden niet weg. Het is wel heel gezegd, we gaan pas weg als zij het huis uit is. En zij ging het huis uit in de zomer van 2020. De eerste jaren corona gaf genoeg in maart, was er op 1 al geslaagd, want er werd geen centraal schriftijke eindschappen gedaan. Dus ik was bijna geslaagd, hier zei ik nooit. En zij had dat ze geen opleiding doen waarbij ze in terren moest. Dus ze wisten ook dat ze in de zomer, of in het begin van het nieuwe jaar, zou ze het huis uitgaan. En ze zei ik tegen, heb ik echt tegen m'n vrouw gezet, je kijkt al een jaar op voednaar. Laat me nou zien de elk huis. En toen kwam ze in de daad, lept op over dat het huis dat wij nu wel hebben, dat was tot 8. Koop, nog voor de grote rush uit Oosten, de corona, dus toen kwijte je nog onderbieden, dat het huis stond nog af. Ik had het koop omgevrijpelijk, dat vindt je uit de jaren 50, op de hoek van de camperberge tegen de strolaan. En je verscholen en ze had namelijk bij een jaar lang afgezocht en dat ze dat afgehouden. Dat is frustreerd mij, je laat me prachtig huizen zien, maar we willen het nog niet te doen. Vanaf de dag dat m'n dochter, ik wist dat onze dochter zelf trekken. We gaan morgen kijken. En toen hebben we de volgende dag een bot gedaan. En het vier dagen later hebben we het gekocht. De eerste keer dat we gingen bezichtigen, dat is op die dag naar het afgeluid, dat het een plaatje had gezien. Reden we eerst naar de andere huis in Eden. En toen zijn we over de profjaar weg. Laag ze op de gink als ze heiden, op de gink als ze heiden, en toen kwam ik dus langs de ingang van het nationale parken hoog veel uur. En op de app-collectie, ik heb nog 3 km. En toen dacht ik, toen zei ik tegen haar, stel je hiervoor. Dat we hier zouden mogen, want dan zouden het dol gelukkig zijn. Want dan kom ik thuis en dat gevoel ik heel sterk gehad, ik kom weer thuis, naar die omweg. En ik heb er geen progeese konden spijt van, ik heb een ongelooflijke rijk leven, echt een heel erg rijk, echt gelukkig leven. Met die dans, maar ook met de radio, met de mensen die ik kom. Ik heb de geling om mij te ontwikkelen, als mens door dat alles wat ik heb kunnen doen. Ik heb een kind gekregen waar ik zielsziel van nou, ik ben al 50 jaar samen met m'n vrouw. Ik heb nergens spijt van, met al dat, ik heb het dan nu gevoel gehad, ik kom weer thuis. En dat is ook echt zo geweest, ik ben hier heel gelukkig met de mensen allemaal zijn. We hebben buren in de kennen die warm zijn, ik vind dat je de straat oversteek en het bos in land, en dan ben je weg. Ja, dat vind ik zo ongelooflijk, mooi is, je gaat hier weer astermedig niet. Dat zijn ik op tegen de bank, het is heel positief, hier wil ik oud worden. Nou, ik kijk gewoon niet op tegen 30 jaar dus al tegen 30 jaar. Maar en is er nog wel iemand die nog wel eens voorleest, ik vond het ook zo. een mooi beeld, wat je niet zei, dan gewoon die plek en dat het dan. Nee, het gebeurt echt toch weinig, dat is veel te weinig, maar ik doe dat op de radio. Ja, dus iedere avond, in mijn uitzendingen op ambioplasiek, dan begrijpen we het "Pastage or Late Night" van een halve elf saafonds, tot 12 uur snags. Dus dat is een programma aan de grens van de nacht, in de overgang naar de slaaf veel mensen gaan. Vallen denk ik in slaap tijdens mijn programma of liggen al in bed. Ik lees iedere avond ingedicht voor. Ik vertel iedere avond te verhaalzen. Dit vertel ik aan de terugkijk op mijn leven als fijnje maken. En kwart voor 12, half 12, kwart voor 12, lees ik een fragment uit een boek. De fijnje tonen noemen ik nog fijnje tonen. Maar dan lees jij gewoon? - Ik lees gewoon, ja. Maar voor mij lees ik niet voor het. - Nee, gewoon. Ja, ja, ja. - En via je vrouw ben je bij de klassieke muziek gekomen of was dat? Nee, dat is grappig genoeg. - Niet zo, dat zou vooral liggen, maar. Ik ben bij die klassieke muziek gekomen als radio maken. De muziek werkt daarbij in het hele sum voor het begonnen over liedertuur en theater. En kunst in het algemeen. En toen, als een presentator nodig op die. Toen nog een radio vier om een klassieke muziek en toen zij de manager. die had een enorme hoefte aan wat vernoed. Wat jurigt. Dat was een ongelooflijk ingezakt en oude wets. We waren nog al wild. We hadden het niet gewoon niet gepresenteerd. En toen we het al gedaan, live. Dat was voor het eerst dat ik live gepresenteerd heb, want heel erg eng is. En toen hebben we toch misschien wel gedacht omwust of bewust aan de preken van mijn vader. die alleen maar woordjes noteren, dat ik ga mijn presentatie teksten niet woordverhoort uitschrijven. Ik heb niet die drie puntjes gezegd, dat is wel een teksten, maar vooral wat drie puntjes. Dat deed ik niet, maar wel, want ik wil praten. Ik wil niet voorlezen. Maar ik wil de teksten terplekken moeten maken. Alleen hier moet wel weten wat je hebt, dus dat moet je wel ontdelen. En ik heb dus zelf gedroen om vrijheid te spreken. En daar ben ik mezelf zo dankbaar voor, want als je dat niet doet dan ga je dus vast klampen aan de tekst. Er wordt die stap steeds grotig en eng en zal je nog. We zien het ook nooit meer doen, maar voor mij is dat vrijheid geweest. Ik kan nu een microfoon voor meneuze hebben, ik zei dat toen ik nog gewoon had, ze had er niet microfoon voor meneuze. Dan voel ik me gewoon een sonan. Maar dat komt omdat ik heb geleerd om te praten aan het van te lezen. En dat is vrijheid. Dat is gewoon heel erg fijn, en dan kun je ook echt ontwikkelen. Alleen, ik moest wel bij elke uitzending, dat was toen een keer in de week aan mijn vrouwvaart. Ik denk dat dit is, ik heb mij wel een paar geluid, als ik daar ben. En vervolgens heb ik dat het al heel goed zelf is. Ik wilde ook wel geleerd, ik heb het bij ons aan het verval. Kompornisten en de presentatie moet ook acteren. En dan bleef ik geluid maar een beetje. Wat doe jij als domeneer om te denken? Ik kan zo blijven. Ik voel er wel een rol aan natuurlijk, precies. Ik ben niet helemaal jezelf. Ik kan niet. Nee, maar dat zou. Nee, dat zou ik te gemeenten niet willen aan doen. Nee, ik heb ook gewoon. Nou, het is gewoon zo'n vrouwm of zo. Ik ben ooit gewoon als terroriestewet al bij me volgenomen. Ik had het zo'n moment van stil te voordat het dienst begin. En dat ik in danken met altijd iets bad en nog steeds wel eens afdoen van hier. Als er eerst achter het thuis komt, dan laat het thuis komen met een danbare opleiggevoel. En misschien nog maar vergeten weer voriging. Dus dat is ook meeld om meerdere te zijn van het gaat zo'n. Ik hoop dat zo'n hoedde ik met God het Godrukken of hoe mensen het op een zien hebben. En dat mijn persoon niet in de weg zit. Ja, het vind ik heel ondroerend. Ja. Het vind ik heel erg mooi. Ja. Wat vind je er mooi aan dan? Nou, dat je. Ah, dat je dat voor jezelf heeft gezicht. Ja, dat heeft zo'n indistilte. Ja, dat vind ik mooi. Maar ook dat je jezelf zo beschrijven opstelt. Terwijl je zo'n moeilijk tanken. Ja. Ja, het is gezicht echt te gaat over iets anders dan ook is. Ja. Ja, ik heb ook een beetje allergie voor ervoor. Kijk, die is niet echt verkapt. Want we zijn vandaan daarom net hier zo'n voorkom zoeken. Het is echt acteurs. Ja, dat is tegenaan. Ja, dus het doet nog wel wat zeg maar als je dat kaart voor als eigen podium. Mensen komen een uur lang te luisteren. Ik ben er om daar je eigen show van te maken of zo. Kijk, nou, dat is een zakraal. Maar goed, wat voor een beeld heb je van de dofskijk? Heb je daar een beeld van? Nou, ik vind het alleen een visuele. Ja. Ik vind het. ik vietste vaak langs. Ik heb ze dus gevoetbal met mijn dachter op het tras. Die voetbalt ook. Die voetbalt, ja. Alleen nu even niet in jaar lang, want ze heeft net aaki. Ach. Je vroeg je niet in een wedstrijd, dus die zijn trevende ideeën. Je hebt net geoperdeerd. Ja, ik kan niet lopen. Dus we zijn met een eeuw nu of eentje. We zitten hier bij de beste iemand in huis. Ja. Dat is even terugweaft. Ja. Dat is een denaag, Misa. Ja, zwaart u meer zo'n Amsterdam? Ja. Maar dat is op vier hoog. Het was onwoogelijk. Ja. We hebben ons ontvermd over haar. Ja. Maar ik vind dit een. Als ik al langs fiets of dus gevoetbal heeft iets. Je vond dat iets bijzonder is, hier vind ik. De wanneer we op die huis hier staan, u vorm een soort constellatie. Je vond dat er geschiedenis is, een gebeure dingen. Ik maak er geen del van uit. Maar het is voor mij dat het iets mooi is om te weten dat dat er wel is. Ja. Dat. Ja. En ik was. Volgens mij ben ik even. Eén keer even binnen geweest bij de laatste kerstgemaart. Oh ja, volop december. En binnen. De kerkje. Oh, het kerkje ook. Ja, ja. Dus ik kan langs toen even een blik geworden. Ja, dat zien we dan alle koren. Ja. Zellig, heel mooi. Ja. Maar er is niet als schaarsberger bij de nieuwe jarenboren. En zelfs die zijn soms ook een kerkoffel. Nee, ik denk al iedere keer. Ik moet gaan. Maar ja, niet. Ja, dat is een fallend. Dat is erg. Ja. Maar ik ben heel zegt in. Als ik vast altijd heel zegt in dat soort weken komsten. En ik wens het kan ik het wel. Maar soms ook. Dat steeds even niet. Ja, kom ik in zo'n schaar op. En ook. Maar we hebben hier een pikkel van meest. Ja, dat is het klaar. Ja, ja. Maar ik ben er een programma van. Kerk, heel veel broep. Deel van mij. Ja. Ja. Ja. Ja. Door de techniek zijn we natuurlijk een paar knipjes gehad. Dus ik heb geen idee meer van de tijd. Hij is zelfs bij eerder een podcast, want ik heb. De anderhalf uur. Ja, het is bij de anderhalf uur. Ja, het is nog niet. Maar. Ja. Laten we gaan afgelopen. Dat is nu wel de langste aflevering. Maar. Ja, misschien nog even een trucje. Hoe vindt het om geen interview te horen? Ja, ik vind het echt een goede luister. Dat merk ik. Het is mijn compliment dat voor het is fijn. Het is voor mij heel prettig en vrij. En het is ervoor van een aandacht. We hebben allemaal. We hebben allemaal als mens aandacht nodig. De waarje nam worden. De vorm van een gesprek. Na een podcast is ervoor gesprekje bij de busauto. Is uit de maat geschikt om die aandacht te geven? Ja. En ik denk dat dat. Daar heb ik mijn leven op in gewicht, op het leven van de aandacht, door middel van het zetten van vragen. Ja. En ik merk dat je dat het volgens mij zouden wij nog wel een tijdje door kunnen praten. Dat is een hele prettige seizoat. Ja. En ik vind je ook heel erg nieuwsgierig. Dus dat is een nieuwsgierigheid, dus een hele mooie tijd. Mocht we mocht de voegen niet meer. Ja, dat is grappig. Ja. Ja. En dat voelt iemand zellend. Oog gaan we wel denken op zellend een keer in een keer interviewen. Ja. Zij was zo'n zorgverweer. dat ik hier zit iets heel mooi, nu schrijven ze in de deugd zijn, letterlijk volgend. En dat heeft dat zeggen dat die hier niet meer vormen. Ik ben nu ongemeestelijk nu schiever geworden en daar verdien ik ook de moeder ook. Ja, dat is heel erg erg mooi. Lekker, dank je wel. Ja, nou jij bent Lex, het is super leuk, om je een beetje gesprek te zijn en dan zoveel leren kennen. Toe logisch. Ja, ja, goed, maar het heeft ook. Tot z'n seksje in het eeuw dan.

Podcast Summary

Key Points:

  1. Lex Bollmeier, een ervaren radio- en interviewpersoon, voelt zich als een leerling bij de gesprekken met zijn gast, waarin beide partijen iets van elkaar leren.
  2. De rol van de vader, een domenees, heeft grote invloed op de jeugd van Lex, met een sterke spirituele, ethische en emotionele beleving, en een verband met de pastorie en de gemeente.
  3. De moeder heeft een andere geloofsbeleving, meer geïnspireerd op pietisme en liefde, en heeft een actieve rol in de gemeente, wat een balans creëert met de vaders morele en theologische standaard.
  4. De familie heeft een complexe geschiedenis, met verdrietige ontwikkelingen zoals de afname van contact met een jongere broer, wat een diep persoonlijk en emotioneel traumatische ervaring is.
  5. Lex ontwikkelt een eigen geloofsbeleving die grotendeels wordt gevormd door verhalen, rituelen en het gevoel van het mysterie van het leven, in plaats van dogmatiek of vastgelegde geloofsgeschiedenis.
  6. De ontdekking van geloof in het verhaal van de natuur, van kinderlijke rituelen en van het geluid in de natuur, wordt gezien als fundamenteel voor een diepe, voelbare en menselijke geloofshouding.
  7. De gesprekken zijn geen enkele enzige, maar een tweewegse interactie waarin vragen worden gesteld, er wordt geïnspireerd en er wordt gevoeld, zodat beide partijen leren en reflecteren.
  8. De ontwikkeling van geloof wordt verweven met levenservaringen, zoals de dans, de radio, de natuur en het verhaal, wat een levendige en persoonlijke vorm van geloof vormt.

Summary:

Lex Bollmeier, een vroegere domenees en radio-communicateur, deelt zijn persoonlijke en spirituele ontwikkeling in een diepe, reflectieve gesprek met de host van Schaarsbergen. De gesprekken zijn geïnspireerd door zijn vader, een domenees met een sterke ethische en spirituele beleving, en zijn moeder, die een meer pietistische en liefdevolle geloofshouding koos. In het gesprek komt veel licht op de complexe familiegeschiedenis, met verdrietige momenten zoals het verlies van contact met een jongere broer.

Lex beschrijft zijn eigen geloof als iets dat ontstaat uit verhalen, rituelen en het gevoel van de natuur, in plaats van dogmatiek. Hij benadrukt dat geloof in hem een combinatie is van kinderlijke ervaringen, zoals kindergebetsen en lichte rituelen, en van diepe ervaringen met het leven, zoals het luisteren naar geluiden in de natuur. De gesprekken zijn een tweewegse, leerrijke dialoog waarin beide partijen iets van elkaar leren, met een focus op vragen, emotie en persoonlijke reflectie.

Het gesprek benadrukt dat geloof niet alleen een kwestie van overtuiging is, maar een voelbaar, levensgevoel dat verweven is met ervaring, natuur, verhalen en de menselijke ervaring van levensgebeurtenissen.

FAQs

Lex Bollmeier is een journalist en presentator die werkt in de radio. Hij heeft zijn opleiding in theologie gevolgd en is vooral bekend om zijn werk met literaire en thematische uitzendingen. Hij is ook de zoon van een domenees vader, wat grote invloed heeft gehad op zijn geloof en leven.

Zijn vader, een domenees, was een sterk gelovige en ethisch gevoelde man. Hij was actief in de gemeente, organiseerde huisbezoeken en prekten, en had een diepe band met de gemeenteleden. De ervaringen van zijn vader, zoals het leven in de oorlog en de veranderingen in de kerk, hebben een diepe invloed gehad op Lex’ geloof en zijn persoonlijke ontwikkeling.

Lex groeide op in een gezin met een sterke geloofse invloed. Hij kreeg ervaringen met rituelen, zoals kindergebetsen, en had een diepe verbinding met natuur en gemeente. Zijn vader was een spiritueel gevoelde persoon, terwijl zijn moeder een meer traditioneel en pietistisch geloof had, wat een complexe en rijke geloofse ontwikkeling vormde.

Rituelen spelen een belangrijke rol in het leven van Lex. Hij vindt dat ze een persoonlijke verantwoordiging vormen en iemand helpen om in een traditie te blijven. Bovendien zijn ze een manier om te verzorgen voor het gevoel van verbondenheid, zoals bij het bedenken van kindergebetsen of het luisteren naar verhalen voor het slapen gaan.

De passie voor dans en theater heeft Lex diep beïnvloed. Hij ontdekte dat het lichaam en het ritme een andere vorm van uitdrukking zijn dan taal. Deze ervaring houdt verband met zijn geloof, want het laat zien hoe mensen zich bewegen en uitdrukken in een wereld zonder woorden, wat een diep gevoel van samenhang en leven oplevert.

Geluid en muziek zijn centraal in het geloof van Lex. Hij presenteert elke avond op de radio en leest verhalen, waarbij hij het gevoel van het leven en de natuur in het geluid zoekt. Het geluid van vogels, wind of menselijke stemmen wordt gezien als een aanwezigheid van het leven en een vorm van goddelijke betekenis.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.