Go back

#55 Formatief handelen introduceren in de klas

37m 4s

#55 Formatief handelen introduceren in de klas

In deze podcast bespreken Henk Nijber en Fleming van de Graaf hoe je formatief handelen kunt introduceren in de klas, met name aan het begin van een nieuw schooljaar. Ze benadrukken dat dit het beste moment is omdat leerlingen nog een 'schone lei' zijn en zich gemakkelijk aanpassen aan nieuwe routines. Later in het jaar kan ook, maar dan is er vaak meer weerstand, omdat leerlingen gewend zijn aan een passievere rol. De essentie van formatief handelen is niet alleen het gebruik van werkvormen zoals wisbordjes, maar vooral het doordachte proces ervoor: achterwaarts ontwerpen van het curriculum, het stellen van focusvragen en het bepalen van welke informatie je nodig hebt om te kunnen handelen. Dit helpt docenten om te weten waar ze tijdens de les moeten checken of leerlingen de doelen bereiken, bijvoorbeeld via exit tickets. Ze waarschuwen dat formatief handelen geen truc is, maar een bewuste didactiek die vraagt om inzicht in de opbouw van kennis en vaardigheden. Docenten moeten ook concrete routines uitleggen en oefenen, zoals het gebruik van wisbordjes, om misverstanden te voorkomen. Het uiteindelijke doel is dat leerlingen zelfstandig de leerdoelen beheersen.

Transcription

7424 Words, 38843 Characters

Dutch
♫ Liever mensen, liever luisteraars. Er is een wondag gebeurd. We zijn namelijk weer verenigd. Dus ze wel genee als Fleming en ik zijn visiek samen. om een nieuwe podcast aflevering op te nemen. Jaee! Geen idee waar ze je antenschaps meen? De beleidschap spat van ons. [LACHENDE] Wat is dat schermkijnen? Van je ogen? Van de speakers van de speakers? Nee, het is natuurlijk fantastisch. Ik weet ook niet zo hoe het mogelijk is. Dat het gelukt is. U wel opt. En ook waarom het nooit gelukt is. Ik denk dat het meestal met Fleming te maken. Sorry. Ik ben je druk. Ja, hoeveel baan heb je hij? Um. Twee en half. Ja, sorry. Mijn fout, sorry. Maar het is toch gelukt? Nu wel naar drie maanden van te voeren plannen. Kijk, zijn we daar. Dus best luisteraar. Vanart welkom bij de 55 aflevering van een leurend podcast. Mijn namens Henk Nijber. En samen het van een 10er David, een Fleming van de Graaf van Maakken. Podcast waarin we praktische tips en tools bespreken over onderwijs. En we zijn weer terug van vakantie. En vandaag gaan we hebben over formative handelingen. De nieuwe klas. Dus stel je wilt met formative handelen aan de slag. Of je was al bezig met formative handelen. En je denkt na over hoe ga ik dat bij mijn klas introduceren? Dat is deze podcast helemaal voor jou. Maar daar gaan we het vandaag over hebben. En het brillante idee kwam van Fleming. Dus hij is er niet alleen. Hij heeft zelfs iets ingebracht waar we het over kunnen hebben. Dat is natuurlijk fijn. Ik kon het in de onderwerp, omdat ik heel vaak hoor in het trainingen. Dan zeggen de centel vaak af, volgens mij is de ideale kans om je mee te starten. Aan het begin van het nieuwe jaar met de nieuwe klas van het. Dat is nog nieuwe en ik kan je meteen hoeven met de routine. En dan kun je ook je curriculum opnieuw gaan ontwerpen meteen scherp starten. En dan dacht ik ja, volgens mij moeten we daar een podcast over maken. Dus dat is de reden om te dachten dat volgens mij een heel goed onderwerp. En aan gezien dat volgens mij is één regio vorige week begonnen. En de andere regio's gaan nog. Dus ik dacht volgens mij is dit het moment best podcast te maken. Ja, maar is het echt waar? Is wat waar? Nou ja, dat je aan het begin van het schooljaar het beste formatief van luk kunt introduceren. Oh, dat is een goeie nou. Wat ik uit ben ervaring merk is dat het kan eigenlijk op el moment. Maar ik denk dat het op het begin van het jaar vaak op makkelijkst is, omdat ze nog een soort van clean sheet zijn voor jou. Dus ze denken een beetje ja, wie ben jij? En als je dan meteen eigenlijk in deze aanpak introducert en dit is denorm. Dan denk ik ze, oh, dus zo gaat het hier. Wel, ik merk ook, als je het tijdens het jaar gaat doen, dat dan het leerlingen wel zeggen, meneer maar heeft de kursen schaat of zo. Dan, ja, dat is toch in interessantie leerlingen voel dan toch aan dat er echt iets anders is. Terwijl aan het beginnen van het jaar is het gewoon de norm. En zijn ze ook eigenlijk niet anders gewend. Maar welke bezwaremaken leerlingen dan of studenten als je hier voor de eerst mee begint, zeg maar later in het jaar, wou gaan ze dan als puteren, wat doen ze dan? Ja, ik denk zelf dat de sociale drempel misschien een groter wordt om het te doen. Want ze zijn niet gewend. Dus stel je voor dat de situatie is, dat als jij een vraag stelt, dat er altijd vijfdezelfde leerlingen aan worden. En dat is gewoon de norm, hè, van jij stelt een vraag gezelde, dat vijfdezelfde leerlingen die antwoord te geven. En vervolgens ga jij andere leerlingen aanwijzen die ook een antwoord moet te geven. Ja, dan zullen ze misschien aarsaloon, dat ze denken ja, ik weet niet of ik hier wel aan mee wil doen, want dit is niet wel ik gewend ben. Dus dat zal misschien bij sommige leerlingen voor meer weerstand zorgen. Dat ze misschien, we zeggen, ik weet het niet of ze zich zullen ontrekken aan de discussie of. Ik heb ook was gehoord van een docent dat je toen je begon met vorm het u verhaalde leerlingen echt iets hadden. Jeemig! Moet ik hard werken? Ja, dat is ook wel een heel eerlijk komen opbiegen. En dat is natuurlijk eigenlijk het mooiste compliment dat je kan krijgen, want ja, dat betekent dat er ook vaak wel heel hard geleerd wordt. Maar dat ze echt even moeten schakelen. 'Wauw, ik kan dus niet meer gewoon komen, zitten een beetje luisteren, een beetje consumeren.' Maar ik moet naar de hele tijd nadenken, als mijn antwoord geef op. 'Wisbordjes of vingers in de lucht of post en ik wordt ook aangesproken als niet mee doen.' En zo, een echt vet aarelex. Maar ja, dat is natuurlijk eigenlijk heel positief. En ik merk als dat aan het begin van het jaar dus doet dat eigenlijk die weerstand minder is. En als je eigenlijk veel makkelijker kunt beginnen meteen de norm neerzetten aan het al die deering gewoon denk. Als zo gaan dat is hier punt. Dus het is eigenlijk om mogelijk informatieverhandelen te implementeren of dat iets mee te doen als de schooljaar al is begonnen. Dus als je deze kans hebt gemist dan moet je het gewoon niet meer doen van het in. Nee, ik zal je gerustellen. Dus je kan zeker ook nog later in het schooljaar heel goed beginnen met informatieverhanden in je eigen onderwijs. Maar het is wel zeg maar zo dat de eerste week naar de zomervakantie niet voor niks worden die ook heel vaak de gouden weken genoemd. Ja, dat is wel een hele speciaal kans om dat je een hele mooie mogelijkheid hebt om nieuwe routines en gewoon tussen een soort cultuur in je klas neer te zetten. Waarbij, ja, leerning of studenten ook heel duidelijk met. Nou ja, zo'n verwachting binnenkomen. Ik ben benieuwd hoe dit jaar zal gaan lopen, ik ben benieuwd hoe deze docent les al geven en ook heel erg verwachten van jou dat jij de standaard zet, de norm zet, de cultuur, actiefvorm geeft en deerding of studenten zullen zich daar dus ook vrij makkelijk nog naar vormen. Omdat, ja, dat zit helemaal in de lijn der verwachting van iedereen. Dus dus eigenlijk een beetje zonde als je deze kans niet bent, dat denk ik meer het punt. Maar het is heeker niet om mogelijk om het later nog te doen kan of steeds heel goed, maar ja, het is wel een heel mooi moment om het wel te benutten. En juist ook die goeie routines aan te leren. Dus dat je meteen nadenkt over in welke werk vormen je ook voor met die vandelen wil gieten, zodat je daar ook een soort snelheid inkant opbouwen met je leerling op studenten. Dus als je bijvoorbeeld kiezer voor wist, bordjes, dat je dan dat ook goed uitleggt over hoe je die wist bordjes wil gebruiken. Zeker met leerling in de onderbouw, wat moet ze doen met de stift? Dat lijkt mij niet of mogen ze tekenen, ja of nee. Hoe wil je dus dat in de lucht houden? Allemaal van dat soort dingen kan je nu mooi over nadenken zelf als doorzend. En dan een enkeer ook goed uitleggen. Ook het mooiste is nog omdat zelfs met ze te oefenen zodat je dan die routines goed kan aanbrengen. Ja, de klopt. En dat is misschien ook wel de valken die ik in begin had. Namelijk dat ik dacht dat vormen die vandelen starten gaat vooral over wat je in de klatmeteleerlinge doet. Dus de routines en de wist bordjes, maar volgens mij zet er nog één hele belangrijkere stap voor. En dat is namelijk dat je nadenkt over je curriculum ontwerp. Om dat eigenlijk als je vormen die vandelen echt effektief wil inzetten, dan moet je weten welk moment je welke informatie nodig hebt om erop te kunnen handelen. Ja, wil je eigenlijk je curriculum scherp hebben. Dus volgens mij is het alle, alle, alle belangrijkste om te beginnen is eigenlijk nog voor die eerste les. En eigenlijk na te denken over wat ze eigenlijk menein doen, hoe ga ik dat boordelen en dan kijk, wat wordt dan de route naar toe? En wij noemen dat achterwaars om te werpen. En ja, daar kun je die dagens de route kaarten voor vorm maken. Dus wij dat normaal bij eigenlijk gewoon inzicht krijgen en heen wat ze nou de opbouw van de kennis en vaardigheden. Dus dat je eigenlijk echt duidelijk eigenlijk ook even wacht heeft, dit moet ik checken. Daar moet ik informatie op halen om te kijken, "Hee kan ik nu verder, of heen moet ik nou nog iets?" En dan kun je volgens mij eigenlijk van daar uit, als je dat helemaal in kaart hebt kun je gaan naan ik, "Oké, en hoe wil ik dan het in die eerste les er echt praktisch in mijn klas uitlaat te zien?" Maar moet je nou altijd zo groot begin en vleemming, dus als ik nu gewoon kan niet wat kleiner? Je moet voor de hele jaar dus je les ervoor voor. Je ziet het, ik zeg meteen dan weer, ik wordt moe van als ik aan het idee denk. Nee, dat is de dredgpun, hetzelfde doe ik het per tot spier-yoden, dat is namelijk een hoofdstuk. Dus ik kies een tema uit, ja politiek, want ja, dat zet me aan z'n pijljeur. En dan voor dat tema, ondwerp ik eigenlijk mijn kriklum achterwaars niet het hele jaar, want dan dan werken ik in de vakantie. En kan het niet nog kleiner? Dat zou kunnen. Je kunt ook zeggen, "Oké, ik doe het voor een paragraaf of ik doe het voor het temaverkiezingen, dat kan ik ook." En voor een les? Dat zou natuurlijk ook nog kunnen, dat je hem nog een stukje kleiner maakt en dat je naa denkt, "Oké, wat moet je die lering nou aan het einde van de les kunnen?" Dus wat is de prestatie of focusvraag? En dan vervolgens ga je daarvan uit terugreden neer, dat kan ik ook. Dus we daar iets meer of tellen over, want ik denk dat mensen denken focusvraag, focusvraag, de prestatie waar we hem weer over. Dus waar we als we met name mee bezig houden, is constructieve afstemming natuurlijk, dat kan op heel veel vlakken, kan op over je hele scholllobanen van wat zit einddoel. En hoe gaan we dat helemaal terugredeneren, maar je kan het ook in het klein doen. Dus dat gaat dan over wat ze doen. Hoe stel je vast dat het gehaald is en welke activiteiten ga je vervolgens inzetten om ervoor te zorgen dat leerlingen daar ook daadwerkelijk komen. Dus dat is het denken. En dat kan je dus op heel veel verschillende niveaus doen, dus dat kan op heel groot niveau, wat jij noemde van dat je een periode niveau tot de volgende toetswijk, nou wat is dan het doel? Hoe ga ik het vaststellen, welke lesactiviteiten zijn we onder tussen nodig om daar te komen? En maar dat kun je dus ook op les niveau doen. En daar hebben we een blog over geschreven, dat gaat over het opstellen van focusvraag, focus prestaties. Dus je kan de vraag stellen, ik heb een lesdoel en wat moet iedere leerling nou kunnen maken aan het einde van een les, dat dat ik tevreden kan zijn over of iedereen het doel behalt heeft, of niet. Dat is waar een focusvraag of focus prestatie over gaat. En moment dat je dat voor jezelf scherp maakt, dan helpt dat heel erg in het orgen nadenken over de lesactiviteiten die je dan nodig hebt. En waarbij je dus ook goed kan nadenken over wat zijn al, is er zijn al alle kenens en vaardegeden die je dan waar je over moet beschikken als leerling, om uiteindelijk dat doel te kunnen halen. Wat we heel vaak doen is, we denken heel vaak na over het doelen. Dus dan zeggen we, wat is het lesdoel? En dan, dan kan ik er niet zo zeggen, van, dit is het lesdoel. En het staat op de PowerPoint, met het doel het point. Ja, dat staat in de PowerPoint. Alleen wat er vervolgens, wat iedereen dan moet kunnen aan het einde van Les. Daar hebben vaak veel minder goed overnage dacht. En als je door toch overnadeenkt, dan moet dat dan zijn. Oké, daar meteen een exit ticket van maken natuurlijk. We hebben echt het check aan het einde van Les heeft iedereen ook dat werkelijk het doel behaalt of niet. Maar het gewoon het concretiseren tot een vraag die je in 5 minuten bijvoorbeeld kan beantwoorden. En zodat je kan zien, ja, nu is het lesdoel behaalt. Dat is een hele zinvolle activiteit omdat je een concrete maakt wat iemand moet kunnen. En dat helpt je heel erg om na te denken over welke kennensevardigheden iemand moet gaan beheerzaan het einde van de Les. En dan kun je dus ook na denken over wat iemand onderweg eigenlijk opdoen. En dat helpt je dus ook om bijvoorbeeld een start opdracht te maken. Wat ik zelf heel mooi vind aan zo'n focus vragen, is dat het je eigenlijk gewoon hele concrete informatie oplevert. En het maakt mij heel scherp in. Maar waar moet ik dan tussen tijds checken? Dus waar wil je eigenlijk tussen tijds op je stoelen? Waar wil je eigenlijk tussen tijds elke keer denken? Je moet even informatie op halen. Heb ik nou, heb ik nou iedereen bij? Of niet? En moet ik dus nog iets? Dus dat is eigenlijk wat ik daar om wijze baardevol aanvindt en ook hoe ik het dus zelf heel vaak gebruik. En ik ben wel benieuwd in een hoe je aan kijkt tegen. Stoek ik ben docent in de bovenbouw. En die zeggen ja, ik moet echt de DZLS drie onderwerpen behandelen. Hoe doe je dat dan? Ja, dus dat begint ook weer bij goed nadenken over wat wil ik nou eigenlijk dat deze les gaat opleven. Want het is natuurlijk heel makkelijk om te denken. Dus misschien niet het goede woord. Akkelijk. Maar dat je nadenkt over ja dit is wat ik allemaal zou moeten doen tijdens deze les. Zo dat ik straks alles behandeld heb als de toets afgenamen wordt. Maar het is veel beter om na te denken over dat zeg maar vaak voor ja, je moet veel meer leerdoel gericht werken. Maar ik zou dat willen vervangen door, nee, je moet echt nadenken over welke prestaties moet iemand onder tussen gaan neersetten. En dan zoveel je nadenkt over de hoepels waar je leerlingen iedere les bij voorbeeld doorheen moeten spreken. Dus zelf was ik altijd heel erg bezig met exit tickets. Omdat dat mij heel pomp te zien van ja wat is eigenlijk de voortgang van de leerlingen tijdens les en dat is wel iets waar ze natuurlijk in het begin aan moesten wennen. Van waar we doe je dit eigenlijk. Maar ja, ik kon gewoon even naden les even busstuderen of wat hebben ze ervan gemaakt en dan wist ik dat ik de volgende les moest gaan doen. En natuurlijk ging ik ook nadenken over wat die exit tickets zijn. Het begin heel makkelijk omdat je net begonnen bent aan een hoogstukken. En zo of je niet zoveel te kunnen. Maar hoeveel je in de buurt komt van die eind toe, hoe complexer die exit tickets ook worden om die vaderheid nog steeds goed te kunnen vangen. Dus dat was wel een kunst van ja om iedere keer na te denken over wat kan ik nou de laatste vijf of die minuten doen met een klas om heeft te checken. Waar is wat de stand van zaken doen? En soms die ook geen exit tickets want je denkt dat we nog niks gedaan wat zich echt terugvertaald naar een betere prestatie bijvoorbeeld. Maar ja, nadenken in dat soort stappen, dat heel mij wel heel erg. De doord gewoon op een vast gestructueerd moment te doen. Nou, en ik denk ook dat voor bovenbouwdocent dat het goed is om na te denken over ja, kijk soms zijn het inderdaad. Ook doe ik bovenbouw leschaf dan is het inderdaad zo dat je sommige dingen moet behandelen. Maar dat zijn ook dingen die je gewoon zeker wil weten. En sommige dingen moet je gewoon vertellen omdat dat de keer verteld moet worden. Maar dan zijn ook een paar dingen, we weten dat dat is gewoon zo fundamentaal en zo nodig voor wat er volgt. Dat ik echt zeker wil weten dat iedereen het kan aan het einde van de les. En als dat niet kunnen, dan is dat heel ernstig en die andere dingen. Ja, nou ja, dat zal nog wel. Maar daarom is dat hele onderwijsontwerp ook zo van belang. Dat je ook kan zien van, oké, dit zijn de dingen die ik straks nodig heb om op verder te bouwen. Als jij je onderwijsontwerp maakt voor maatschappijleer, en je maakt ze er constant toe te zijn en je weet van nou dit zijn andere dingen, dit is wat ik ga toe te zijn. En er zitten onderwerpen tussen die van jezelf wel moet benoemen, maar die niet zo belangrijk zijn. Ja, dan ga je daar natuurlijk ook geen formatiefhandel op inzetten. Dus het helptje, zo'n antwoord en nadenken of je onderwijsontwerp, ja, waar wil ik dan echt de aandacht opgaan vestigen? Nou, ik wil mooi even aan dit gesprekken, dat je dus weer heel duidelijk hoort dat formatiefhandelen geen truc is. Want dat is natuurlijk soms wat mensen wel ervaren als ze er mee bezig was en er mee beginnen. Van ja, ik doe het omdat het moet. Of het voelt zoals een trucje. Of ik doe het omdat mijn teamleider komt kijken. Of ik doe het omdat ze wel een lespe zoek krijgen. Of noemen er op allemaal van die extraanisatiegerder. Maar het is natuurlijk eigenlijk niet wat je wil. Je wil juist dat het een heel doordachte die dactiek is, waarvan je een van de drie strategie je heel doel bewust gebruikt, omdat je denkt dat je daarop dat moment het meest aan hebt om leerlingen goed te ondersteunen, bij uiteindelijk die zostandige beheersing van het doelen die je hebt gesteld. En die dactiek die helpt daarbij, die helpt om die doelen te beheersen. En om jouw doelen als docent daarmee te verwezen. Dus ja, ik vond het dat ik heel mooi vind van zo'n gesprek, zodat je eigenlijk hoort, want heeft niks met alleen maar de werkform te maken. Dus daar wil ik ook altijd op mensen heel erg voorwaaken, mensen blijven vragen of je welk werk om kan naar gebruiken of mijn leerling of studenten vinden, de wispotjes niet meer leuk. Dus heb je het anders? Wat kan ik dan gebruiken? Maar dat en natuurlijk mag dat er ook zijn en is het ook waardevol om daar over te praten. En moet je er ook voor zorgen dat je een werkform kies die bij jouw past, die bij jouw populatie past van leerling of studenten, die past bij diepe informatie dat je ophaald en dat je het allemaal snel vlot kan inspireren, als je dat ook zo vormgeeft, maar het is niet, het eindelijk waarmee het valt op staat. Het valt op staat met dit proces, met dit denkproces, wat je eigenlijk voeraf doet, waarbij je inzicht probeert te verwezen, in je curriculum, in je lessensierie tot de heel klein in je less. En dat je dan hele doordachte keuzes maakt over welke informatie moet ik nou onderzoeken? Welke informatie moet ik te weten? Kom van het leerproces van mijn leerling of studenten om daarna dat snel een gericht naar te kunnen handen, omdat precies zoals jij zairn heeft, als ik dat niet doe, dan. Ja, dan loopt het vast, of dit is zo cruciaal, dit is zo belangrijk, maar dat vraagt gewoon echt wel wat bewust zijn en kennis over hoe je curriculum is opgebouwd, want het gaat je niet over alleen maar behandelen. Met je stamp, stamp, stamp, stamp, check, check, heb dan nog een tijd uitgelegd en zoveel, maar je wilt dat die leerling of studenten het uiteindelijk straks zelf standig kunnen. Ze moeten het zelf beheers en dat vraagt wat van hoe je je deductie komt werpt. En dat is wat een deel, wat je deductiekes brede voor hem die veranderen, maar dat is wat voor hem die veranderen is. Oké, dus ik heb nu naag gedacht, we hebben naag gedacht over onwijsend werpen en het gedachte proces wat jij vooraf kan doen als dooszend om inzicht te krijgen die curriculum, en eigenlijk ook inzicht te krijgen en waarom van die veranderen dan van meer waarde zou kunnen zijn, in welke momenten. Maar laten we het even wat concrete per kijken, dus ik ga die les nu geven, het is begin van de nieuwsgoojaar en dan hoe introducer ik dat nou handig, hoe introducer ik dat nou goed dat mijn leerling en studenten mee bewegen en wat ik graag wil op het te doen, wat ik wil. Nou, als je stel je gaat wisselborders gebruiken, dan geef je ze gewoon en dan zeg je, "Zo'i hopp en tu kunnen het mee." Niet! I wish. En dat was ook wel grappig, dat was een van mijn valkhuilen in het begin dat ik dus daar echt makkelijk over over over kan hebben. Ja, deelde ze gewoon uit in. Nou ja, en ik schaf eigenlijk te beperkte in structie en ze ga ze eigenlijk ook totaal niet waarom. Ik dit nou zo belangrijk vond. Dus dat is eigenlijk wel wel goed mijn decensie. Nou, sededen het soort van "CME, hoe noem je dat?" Dan gaan er 5 wisselborders omhoog en dan dacht ik ja, heel goed. Al wacht dat zijn er geen 30. Ik lacht. En dan werd het een beetje roze moest gaal, ze ging er aan te overleggen, dan dacht ik, oh, ik heb niet duidelijk gezegd dat het in die video wil moest. Ja. Dus volgens mij is het online, het belangrijk, een man begin als eerste heel goed na te denken hoe wil je het hebben. Dus als je een wisselbordje doet of een stemmen met vingers op welke manier van informatie op haalien je ook vol doet, dat je goed naa denkt, maar oké, hoe wil ik dit hebben? Dus hoe ziet dat er uit? Ik ben er in het reingen, bui ik daarmee het docenten wel eens crypts voor. En dat zegt idea, want dan moet je heel expliciet gaan nadenken of wat zeg ik eigenlijk en hoe doe ik het. Nou, als ik dat voor mezelf heb uitgedacht, bijvoorbeeld bij het gebruik van zo'n wisselbordje, nou, ze pakken bij binnenkomst allemaal, een wisselbordje top die hebben ze op een tafel, ik pak dan ook een wisselbordje en ik ga letterlijk voordoen met dat wisselbordje hoe dit proces gaat. En ik doe dat al bij het voorstellen, want dan doe ik namelijk al, nou niet met de wisselbordje, maar dan doe ik met duimpjes, maar doe ik het zelf, dan hoef ik meteen het proces, dus dat ik afteel van 321 en dat ik wil dat ze allemaal tegelijkst hebben en dan ga ik uitleggen, waarom ik dat zo belangrijk vind, namelijk, als je afkijkt bij elkaar een week, niet wat jij denkt, maar dan weet ik, wat je buurman denkt, ja, en dat wil ik niet, want dan heb ik geen goede informatie, want ik wil juist mijn les kunnen aanpassen op de informatie die kom dus ik oefen dat en ik laat dus ook letterlijk zien, bij wisselbordjes ga ik dus even letterlijk laten zien ook een 321 kijken, dan mag je omhoog houden en dan houdt dat wisselbordje omhoog en dan mogen ze dat allemaal heel leuk mee doen. Gelukkig hoeft dit niet 20 keer, want die leerlingen kunnen dat echt Maar zo heel expositieleelingen daar doorheen loopt zijn eigenlijk. Geeft de omhele aan, he? Dit is de norm en dit is wat ik vans verwacht. En dat betekent zo'n de eerste twee-driek keer dat ik het met ik last doe. Ben ik echt super, super streng op dat het ook via die gedrasroutine gaat. Want dat wordt de norm. Dat is hoe het straks altijd gaat als ik dan een dering niet schrijven. Dan weet ik meteen, dan moet ik wat mee. Dus dan ga ik wat even naar de leen toe vragen. He, ik zie je niet schrijven hoe komt dat nu? Of ik zeg, ik zie alle lelingen als schrijven, maar ik mis er nog twee. Jongens, nog twee moeten nog even aan de slag gaan. Meteen dat soort dingen doe ik dan om een norm neer te leggen in de klas. Want uiteindelijk wil je dat van de goede doen, dan zul je die routines in je vingers moeten hebben. Maar uiteindelijk die in dat hele jaar straks elke keer, die informatie goed uit te krijgen. Je denkt dus niet van 'ah, het is maar het begin van het schooljaar'. Het is niet erg dat er nog vijf niet mee doen. Want dat is natuurlijk erg verleidelijk. Om zo te denken, 'acht, dat komt wel'. Of dat zullen ze zelf wel oppakken. Maar eigenlijk zeg jij tegenover, stelde van je moeten echt meteen een punt van maken. Als ze niet precies doen, maar je wil. En je moet dus als doorstand heel precies uitdenken, welke gedrag. Je dan precies wel en precies niet wil zien. En dat kan denk ik soms ook best wel uitdagen. Het zijn of moeilijk zijn om goed te bedenken. Ja, absoluut, dat kost echt tijd. Ja, maar dat moet je natuurlijk vooruit docenten perspektief doen. Maar je moet ook nadenken over 'ja, hoe is het eigenlijk voor de leerlingen?' Dus stel je jullie 'ja, mijn leerlingen'. Je komt me mijn les die eerste keer in binnen wandelen. En dan volgen je een hele les en dan daarna van de les zeg je 'ok, doe alles maar weg'. En je krijgt van mij een opdrachten blaadje. Ik wilde dat je dat maakt bij mijn inleverd. Als ik er verder niks mee zeg, dan denk je 'ja, wat ga je daarmee doen dan?' Dus wordt je van trouwend? En wordt je van trouwend? Ja, wat staat me in de volgende les te wachten? Nou, aanleid ik van wat ik het ingefeld. Dus wat je vooral wil doen is ook bij alles uitleggen waarom. Dat is wat verlemming ook heel goed verteld is. Van ja, waarom doe ik dit eigenlijk? En waarom ben ik hier dan? Waarom heb ik deze regels hiervoor? Van ja, je maakt een exit ticket, je doet alles aan de kant, je maakt het zelf. En dat je uitlecht, ik wilde dat je zonder hulp meer ledoet. Ik wilde weten wat je echt kan aanleiding van deze les. Dan weet ik waar ik er volgen les op moet inspringen. En dat je ook zegt wat je allemaal niet doet. Van ja, ik ga je er geen cijfel voor geven. Ik ga je niet je ouders erover bellen. Je vind je niet publiekelijk voor gekzettend als je dingen verkeerd hebt gedaan. Als je iets niet kan, schrijf gewoon en je weet het echt niet, schrijf gewoon allemaal vraagtekens. Dan weet ik gewoon dat je het echt niet weet. Dat vinden ze heel raar. Ja, dit vinden leerlingen echt online. Die zijn echt verbazen als je dat uitlechten. Ja, zevond een vraagteken mag ik zo ja. Want ik ben blij met een vraag teken. Want dan kan ik wat meer. Dan kan ik je naam. Maar ik ga een uitvragen en dan kan ik met je gaan zoeken naar heen waar lukt het nu niet. Ja, ik zei altijd de zin dan weet ik dat jij het niet weet. En dat is ook belangrijk voor mij om te weten. En dat hebben ze echt iets heen. Maar als je dat een man erin hebt en natuurlijk moet het niet een makkelijke exit voor zijn dat je dan ook krijgt. En dan schrijf gewoon vraagtekens. Maar ik weet nog wel dat ik een keer een brandem deed over iets als mijn koude orde. En dat het best heel erg moeilijk voor ze was. En dat mij is echt zo zo te ploeg op. Dat weet de blaadje. Dat is taren dan in de keer. Probeer de begin en het begint me helemaal van de hopen geaan. Kijk eens naar de schoering mevrouw. Ik weet gewoon heelen, maar niks meer. Het kan me gewoon uit het teenen. Het is niet erg. Dat is ook dan weten we dat nu. Dat het helemaal is weggezakt. En dat jij niet daar samen wat aan moet doen. En dan zie je gewoon die verbazing ook in zo'n gezicht van zo'n lieverning van, he? Dit kan dus ook. En dat denk ik heel krachten gaan waardig vol van deze dialectiek. En wat ik dus in het begin heel erg doe is heel echt naar echt. Als je dan van er overdrieven klang bijna. Is het vieren dat leerlingen of andere antwoorden geven? Of die nog nog niet helemaal goed zijn omdat je kunt zeggen, ja je fout het heleg niet. Nee, nee, het vind echt niet erg. Maar het moment waarop ze echt wees dat het zo is is als jij de drie keer naar heb gehandeld. Want dat is wat zou fielen. Dus ik heb mezelf echt een soort van altijd die eerste les nemen me voor. Ok, ik ga extra extra extra extra proberen voor te zorgen. Dat ik die fouten eigenlijk de heemel in prijs. Dat ik zo blij ben dat ze die fouten maken. Ja, een deur vermaken. Jij is precies. En ik vind dat dus dat is voor mij echt iets wat ik meenemen in die eerste les. En wat zeg je dan? Oh wat fijn dat je een ander antwoord hebt. Wat vind ik echt heel boeiend. Dat is een beetje. Dat misschien wel mijn favoriete denk ik als ik eerlijk ben. Ja, het is een beetje een beetje cliché, maar gewoon dat dat soort zinnetjes. En die ook even voor jezelfscripten wat je effe ontkoken heel mooi hebt. Het gaf dat je echt van tevoren even bedenkt. En jij zijn net als klaar. Maar het is natuurlijk. Ik snap wel dat je dat wordt gebruikt want het voelt soms een beetje onnatuurlijk of gek of ongewoon is misschien het beste wordt. Om als docent dan dat heel erg te gaan uitlichten zeker als je dat het zo ver echt niet zo vaak gedaan hebt. Dat voelt het een beetje, ja. Omwennig. Maar en dan kan dus heel erg helpen om. Missies wat jij zegt, volemming heel bewust hier bij Stilstaan. Dit is wat ik ga doen. Dit is wat ik belangrijk vind. En dit is wat ik ga zeggen. Goh, wat fijn dat er een paar leerlingen zijn die deze fout hebben gemaakt. Want hier kunnen we allemaal heel veel van leren. Was een zinnetje wat ik ook heel vaak zai. En dan zie je, en je voelt echt die atmosfeer en die klas ook meteen veranderen van vaak een beetje spanning en oor. Godfheus, wat gaat er nu gebeuren? Wat gaat ze doen? Wat gaat ze doen? En dan echt ze van. Ah, oké. Ah, het mag er gewoon zijn. En al als ze niet erg al je hebt die fout ook gemaakt. Of oh, maar oh, maar zij kon er net ook al wel naar je misschien kan ik het dan. En ook wel binnenkort, dus het geeft heel veel perspektief. Denk ik ook voor leerlingen of studenten van hoe leren werkt en hoe het van ons allemaal werkt. En dat niemand iets in één keer goed kan. Ik vind dat ook wel mooi omdat ze aan het begin zelf, te zeggen dat ik denk, oh, ik heb de dus gewoon niet goed uitgelegd. Oh, wat stond van mij. Dan maak je zelf te kook meteen een mens, wat ik op zich ben, zeg maar. Ja. Maar dat zet wel meteen die norm neer van ook ik ben niet perfect. Dus we gaan samen eigenlijk ook dat onderzoekersproces. En ook kijken, hey, kunnen jullie het nu? Maar ook heb ik het wel goed uitgelegd. Dus ja, dat is wat ik aan het begin zo, zo belangrijk vind. Dat heel diep over nadenken wat hoe we het zien en dan dat ook aanleren. En wat ik daar nog niet heb gezegd, wat ik denk, belangrijk is, is om niet te denken dat ik in Nales één kunnen ze net. Dat is mijn manco wel geweest bij nog handpid geklast. Ik dacht, de eerste weel eens gingen echt goed te aardesklaas, was zo leuk, dan dacht ik, ze kunnen het nu allemaal. Ja, toen kan we les 3 en 4, toen was Fleming af. Dus juist, die eerste 3, 4, 5 soms meer weken, maar meestal 3, 4, 5 weken zijn echt de weken waarin als je dit herhoudt, je kunt er het hele jaar opteren. Het hele jaar daarna zitten die routien in zijn rin. Ik denk dat je kleine dingen, het is nog even zeggen dat je hoe moet je het ook weer doen als we zo'n optrat gingen doen. In de video wil je heel goed. Maar dan beter ze dat dan ze het gewoon riegenslepen eigenlijk. Ja, het zegt heel belangrijk om te herhalen. En dus je hoeft niet iedere keer te vertellen waarom, dat is misschien te veel van het goed. Maar je kan nu heel vast die ons daarbij wat verwacht ik ook weer voor. En als alle leraren het nou allemaal hetzelfde deden, dan zou ik misschien niet zo vaak over te herhalen. Maar of het algemeen is, zodat iedere leraren natuurlijk het anders wil. Dus dat ja, al die leerlingen 14 verschillende handleidingen moeten proberen te begrijpen. Dus de betekent voor jou dat je gewoon heel vaak moet herhalen hoeveel ik het ook weer heb. En dat als het dan vergeten zijn, dat dat niet kwadwillend is van ik heb geen zin in daarom en ik vergeten wat ik moet doen. Maar dat veel leraren gewoon oprecht vergeten had ook over je de bedoeling was. Misschien om daar even positief wel op in te haken. Ik heb dus wel de ervaring dat als meerdere collega's te doen. Nou dat zijn voorzijken in mijn haal voor Viertelers. Ik wil nu even deze opdracht terug halen. Waarom en nog voordelijken hadden ze ja meneer, u heeft even check of het weten. Up gaan maar. En nog erhoudt een deken start op de racht, want toen wilde ik in informatie op halen. En ik had nog nog niet klaar of me leerlingen zater achterin. Meneer, kom maar met die opdracht. U wilt even checken. Doe maar of die PowerPoint. Dus leerlingen gaan ook echt door hebben dat je niet doet om ze bezig te houden. Maar om echt om informatie op te halen en ze iets te leren, ja. Dat vind ik er echt heel mooi. Kijk, dus het feit dat iets een routine is zorgd ervoor. Dat leerlingen zich ook makkelijker, er toe kunnen motiveren. Kijk dus als het geen gewoonte is en ik kom bij jou in de lessen en ze zeggen, "Dodat we het vandaag doen, een start opdracht." En dan doe je eens in de zoveel tijd en dan ga je als leerlingen misschien denken, "Ja, ik heb daar vandaag zin in." Vandaag eigenlijk niet. Dus een motivatie is, kun je jezelf tot een bepaalde taak zetten. En als het iets een gewoonte is, dan denk je dat eigenlijk niet over na. Dan doe je het gewoon. Dus je krijgt heel veel goed gedrag krijgje, door dat iets een routine is en dat je het gewoon regelmatig doet. Dus als je regelmatig gestart opdracht doet, altijd op dezelfde manier. Dan is het feit dat het er gewoon is, is al motiverend. Dus dat is denk ik het eerste. En het tweede is dat je door het regelmatig te herhaal, dat je ook kan laten zien, dat je ook serieus bent en opzichte van het waarom ervan. Dus als ik een exit ticket heb en ik zeg tegen leerlingen, ik introdiseer dat ik zeg, dat is niet om jullie af te rekenen op de dingen die jullie verkeerd doen. Maar het is vooral om te kijken wat ik beter kan doen. Dan kan ik mijn volgende less daarop aanpassen. En ik kan de volgende les laten zien. en onder die te leren. Dus vertellen we wat ik aan een doel menen. Maar waarom? Dus ik kan ze echt vanna, ik heb gezien dat jullie deze fouten allemaal maken. Dus daar wil ik nog even bij stil staan. En ze zien dat ik elke keer op zo'n manier ook omga met die informatie die ik ophaal bijvoorbeeld in een exit ticket, dan motivert dat ze ook om het te doen. Dat ze gaan ook daadwerkelijk zien dat van ja, dat waarom, dat ze zich in eerste instantie wel een kunnen verbinden klingt als een goed idee. Maar vervolgens moeten praktijken uitwijzen of het dan ook echt ook gaat. Maar dan blijkt dat je ook betrouwbaar bent als leraar. En dat ook daadwerkelijk doet zoals je het beloofd hebt. Ja, dan geeft dat er ook in de kans om zich er ook echt aan te commiteren. Dus in die zin denk ik dat een routine, dat dat ook heel erg van belang is. Dus in die zin, ja, het introduceren van routines en erhaling, daarvan doen we altijd van dat is, dan worden kinderen soms de oud voor en dan zien ze dat niet meer zitten. Maar ik denk dat, ja, eigenlijk iedereen gebad is bij routines en erhaling en ook dus dat er niet een leeftijds grens op zit in de zin van nou, daar worden we nu te oud voor. En nu moeten we onszelf kunnen motiveren omdat we dat doen. Dat dat voor niet is. Nee, dat is vooral niet. Net zo, want ook als je literatuur leest over gedrag en gedragsverandering, routines zijn zo belangrijk voor ons als mens. We staan net op dezelfde tajepte, zelfde tajepte altijd opstaat en zelfde en er zijn heel erg gewoomd de dieren, tandenpoet, ze gezond, eten, gezond leven, niet al die boeken al die je leestje over. Ja, stimuleren allemaal van, creëer, gezonde, routines van dan kostet je minder energie, het gaat makkelijker, het kost je minder werkgeheugen, je bent meer gemotiveerder, je komt aan toe wat je ook graag wilde. Dus ik kan dat iedere dozerende aanraden om er toegint te verseren en ook om het in team besprekbaar te maken. Ik zie dus nog een voordeel. Ja. Namelijk wat mij opvalt is als je een bepaalde routine hebt, dat de leerlingen die wat meer clownes gedrag af en toe willen vertoon. Die kans niet zien wat ze denken, oh kak dit gaat altijd zo dus ik ga hier ook niet eens wat van anders doen, want oh nee, dit is gewoon hoe we het altijd doen. Dus die gaan eigenlijk ook een dat gedrag mee. Dus ik vind het ook nog eens ik er eigenlijk zorgen voor een heel stukje rust. Dus ook on die reden is ook straagraden en maak ik wat voor de gedrag van. Wat moet je zeker niet doen als je dit allemaal gaat introduceringen lesen? Ik denk dat je niet moet doen is eigenlijk vanuit goede bedoelingen te aardig of te toegevelijk zijn op het gedrag, wat je misschien in die alle eerste les is die te rond om meer routines of rond om verschillende strategie van vorm te vandalen, die eigenlijk niet wil zien. Dus precies wat volemming net zij, van stel je ziet dat 5 leerlingen of 10 leerlingen van de 30, ik zeg maar even iets. Niet schrijven op dat wisportje dat je dan dus denkt, aag, het komt wel. En ja dat je zeg maar niet te streng wil zijn, dat je bang met ontstreng te zijn in die eerste lesen, maar ja juist van die details toegempt maken in die alle eerste lesen maken het voor jezelf daarna alleen maar makkelijker, omdat je precies wat volemming als zij de norm zet, de culturenier zet het gedrag heel specifiek bewaakt, wat je graag wil zien en dat je daarmee ook laat zien aan leerlingen of studenten dat je in de daad doet wat je zegt en dat je dat dus heel belangrijk vindt, dat je gewoon een aantal zaken heel belangrijk vindt en daar ook bereid bent om naar een punt van te maken en ik zeg niet, dat je je heel gemeen moet zijn of overdreven naar, maar gewoon dat je wel dat handhaaf te gedragen wat je graag wil zien, omdat ja daarmee creëert die routines heel snel aan, als je dat niet doet vanuit dus ja dat je graag aardig wil zijn naarsjaar maak je het voor jezelf leermen ondernodig heel moeilijk. Ja maar je moet heel duidelijk zijn en ik denk dat als je voor jezelf duidelijk hebt voelt men een script dit is het gene wat ik graag wil zien, dan heb je ook dingen die je positief kunt benoemen dus je kunt dan zeggen, ik zou graag dit en dit, ik wil graag dat je weet ik veel de dop achterop je je stift zet her en dat je niet dat je niet weggeroolt en als je dat dan ziet dat je kan zeggen, he goed ik zie dat je liet het allemaal gedaan hebben of ik zie dat bijnie iedereen dat gedaan heeft, nou ja dat kun je positieve dingen benoemen en dat helpt denk ik ook en ja volgens mij ik ga het vooral over duidelijk zijn ook op zomeneer en ook op die manier koriseren dus als je positief gedrag benoemd, daar we gaan andere mensen ook denken aan het gene wat ze zouden moeten doen. Mooi. En nog iets anders wat wat je wat moet je absoluut niet doen? Ik heb er nog geen. Wat denk ik ook een volk ook kan zijn is het op moment dat je zegt oké, we beginnen in menu 1 met stemmen in menu 2 doen we de wisbosjes routine en voor volgens doen we de meer keuze vragen routine en zo komen alle routine's voorbij in 10 minuten, nou 1 ik denk dat ziet wij na tijd om het aan te leren, maar ik denk dat ze na de eerste les denken hoe liet de routine zijn er en dus ook die routine misschien niet echt kunnen inslijden. Dus mijn advies zijn met een beetje op te bouwen. Dus om eerst met 1 of 2 te beginnen en dan eigenlijk in de volgende les ze daar toe eens 1 jaar toe te voegen tot je opgegemen, dus het repertoire heb van de routine die jij het liefst gebruikt. Want dan ontwikkelen ze ook duurzaam dus dan kun je ze echt oefenen geven herhalen om ze vervolgens ja op de langere termijn echt voordurend te gaan gebruiken, anders dan krijg je een soort van overload bij die leerlingen. En dan is er zo het gevaar groot dat ze eigenlijk het nog steeds niet hebben gint aan de zet en dus nog steeds niet echt weten. Dat zorgt elke weer voor als nog weer onderus dus dat zouden mijn tips zijn. Nou, dit was het weer voor deze podcast. Dank je die wel allemaal voor het luisteren. Mocht je de volgende aflevering niet willen missen, kan meer fantastische afleveringen aan. Abonneer je dan vooral op deze podcast, bijvoorbeeld via Apple Podcast of een andere dienst. Nou laat ook een 5-sterre sensie achter. Dat zijn wat het superblij mee. Dank je wel. En wil je ook onze blog's niet missen? Wil je onze evenementen niet missen? Abonneer je dan op de Toetservleedcie News-Berief en dat kan of via Toetservleedcie.nl. Maar het kan ook via Learn.nl, Natuul.nl en nou dan tot volgende keer. [muziek] (C) TV GELDERLAND 2020

Podcast Summary

Key Points:

  1. Formatieve evaluatie is het beste aan het begin van het schooljaar te introduceren, omdat leerlingen dan nog geen andere gewoontes hebben.
  2. Het vraagt om een doordacht curriculumontwerp
  3. Het is geen truc, maar een doordachte didactiek die afhangt van het proces en de informatie die je ophaalt.
  4. Later in het jaar beginnen kan ook, maar er is meer weerstand en sociale drempel bij leerlingen.
  5. Concrete routines (zoals wisbordjes) moeten duidelijk worden uitgelegd en geoefend, niet zomaar worden uitgedeeld.

Summary:

In deze podcast bespreken Henk Nijber en Fleming van de Graaf hoe je formatief handelen kunt introduceren in de klas, met name aan het begin van een nieuw schooljaar. Ze benadrukken dat dit het beste moment is omdat leerlingen nog een 'schone lei' zijn en zich gemakkelijk aanpassen aan nieuwe routines. Later in het jaar kan ook, maar dan is er vaak meer weerstand, omdat leerlingen gewend zijn aan een passievere rol.

De essentie van formatief handelen is niet alleen het gebruik van werkvormen zoals wisbordjes, maar vooral het doordachte proces ervoor: achterwaarts ontwerpen van het curriculum, het stellen van focusvragen en het bepalen van welke informatie je nodig hebt om te kunnen handelen. Dit helpt docenten om te weten waar ze tijdens de les moeten checken of leerlingen de doelen bereiken, bijvoorbeeld via exit tickets. Ze waarschuwen dat formatief handelen geen truc is, maar een bewuste didactiek die vraagt om inzicht in de opbouw van kennis en vaardigheden.

Docenten moeten ook concrete routines uitleggen en oefenen, zoals het gebruik van wisbordjes, om misverstanden te voorkomen. Het uiteindelijke doel is dat leerlingen zelfstandig de leerdoelen beheersen.

FAQs

Formatief handelen is een didactiek waarbij je informatie ophaalt over het leerproces van leerlingen om daarop te kunnen handelen. Het gaat niet om trucjes, maar om een doordacht proces.

Het beste kun je aan het begin van het schooljaar beginnen, omdat leerlingen dan nog niet anders gewend zijn en je makkelijk routines kunt opbouwen. Later kan ook, maar dan kan er meer weerstand zijn.

De eerste weken na de zomervakantie worden de 'gouden weken' genoemd. Leerlingen zijn dan nog onbevangen en verwachten dat jij de norm zet, waardoor je nieuwe routines en cultuur makkelijker kunt introduceren.

Geef niet zomaar bordjes, maar leg uit waarom je ze gebruikt en hoe je ze wilt inzetten. Oefen de routines, zoals hoe je het bordje vasthoudt en wat je ermee mag doen, zodat iedereen mee kan doen.

Een focusvraag is een concrete vraag die aan het einde van een les checkt of het lesdoel is behaald. Het helpt je om scherp te krijgen wat leerlingen moeten kunnen en waar je tussentijds informatie moet ophalen.

Nee, je kunt klein beginnen, bijvoorbeeld met een thema, een paragraaf of zelfs één les. Het belangrijkste is dat je nadenkt over wat leerlingen aan het einde moeten kunnen en welke stappen daarnaartoe leiden.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.