Deze aflevering van de podcast "Zeg het in het Nederlands" richt zich op Marten Toonder, de vader van het Nederlandse stripverhaal en schepper van Tom Poes en Ollie B. Bommel. De presentator begint met het voorlezen van luisteraarsreacties op eerdere afleveringen en maakt reclame voor zijn eigen autobiografische boek. Vervolgens duikt hij in het leven en werk van Toonder, die in 1941 begon met de dagelijkse strip in De Telegraaf, midden in de oorlog. Toonder ontwikkelde de verhalen, die zich afspelen in het fictieve dorp Rommeldam, tot een literaire kunstvorm met maatschappelijke kritiek. Zijn personages, vooral de dialogen tussen de deftige beer Ollie B. Bommel en de slimme kat Tom Poes, hebben vele Nederlandse uitdrukkingen voortgebracht die nog steeds gangbaar zijn. De aflevering bevat ook een fragment uit het hoorspel "De bovenbazen", dat het tijdloze thema van kapitalisme behandelt, en sluit af met de aankondiging van een nieuw Bommel-themapark in 2025.
Zeg het in het Nederlands, de Seetendadsch podcast. NUMBER 53. In deze aflevering praten we over de vader van het Nederlandses stripverhaal, tekenaarschrijver Martin Tonder. Hij is de bedenker van Tom Pous en Olibe Bommel. Er is een fragment te horen van een van de verhalen. Ook is er ingekomen post. Veel plezier bij deze 53. de aflevering van Zeg het in het Nederlands. Oei, het is al weer 2025. En er is zoveel gebeurd in de wereld. Hij het om even bij te praten met Jully. Ik kreeg de afgelopen maanden af en toe post van Jully met ideeën voor onderwerpen. In 2024 heb ik dan ook vier afleveringen van Zeg het in het Nederlands kunnen maken. Ze waren een beetje langer dan gewoonlijk en ik hoop dat Jully ze interessant vonden. Oen Rieke in elk geval wel. Zij schreef mij een e-mail over aflevering 51. De aflevering over Vincent van Gog in Drenten. Ze schrijft, het van Gog museum, zijn leven en zijn kunst. Raakte me zo zeer twee jaar geleden in Amsterdam, dat ik heel blij ben meer over hem te weten te komen. Juist het begin van zijn loopt aan, kende ik helemaal niet. En over aflevering 52, het verhaal over Vlandere, zegt Oerrike. De geschiedenis van Vlandere is extra spannend voor mij, omdat ik een oude Vlaamse vriendin heb die nu sinds 6 maanden in Duitsland woont en werkt. We hebben elkaar leren kennen 25 jaar geleden in een welkomstproject op de universiteit. Ik zal deze afleveringen nu nog een keer luisteren en dan lezen en luisteren tegelijk. Leuk Oerrike dat je zo enthousiast bent. Heijken uit Duitsland laat weten dat ze graag weer een nieuwe aflevering wil. Zij leert Nederlandse maar haar zon ook. Hij studeert in groningen. Goed zo, veel succes allebei. Diana uit New Zealand of Diana uit New Zealand is een kind van Nederlandse emigranten die elkaar in New Zealand hebben ontmoet. Herouders zijn nu overleden en in 2025 willen Diana en haar eigen dochter Nederland bezoeken. Daarom leren ze de taal. Een goed idee, Diana. Een berigje van Ekaterina. Hartelijk dank voor de beste podcast in het Nederlands. Heel goed gestructureerd en vol belangrijke uitrukkingen en woorden. Ik hoor graag de podcast van jou. Brigitte uit Duitsland schrijft. Uw langzame en duidelijke uitspraak helpt zeer om alles te verstaan. En ik heb niet alleen de taal geofend, maar ook heel veel over de Nederlandse cultuur en geschiedenis geleerd. Hartelijk bedankt daarvoor. Ik hoop dat u nog veel afleveringen kunt maken. Ja, Brigitte. Of Brigitte. Dat hoop ik ook. Maar soms lukt dat niet. Want toen aflevering 52 klaar was, kwam de zomer. En moest ik druk aan het werk met mijn eigen boek. Het boek met mijn jeugd herinneringen. De tekst was in juni klaar, maar het boek moest nog een onslag krijgen en de drukvouten moesten er nog uit. En ook wil ik graag een paar oude foto's in het boek zetten. En dat was veel meer werk dan ik had verwacht. Maar nu is het eindelijk gepubliceerd op 1 november jongst leden. De titel is "Meisje van de vuutweg, herinneringen aan haaren". Het is een auto-biografie van de eerste jaren van mijn leven. Toen ik aan de vuutweg in het dorpje, haaren woonde, vlak bij groeningen. En dat is een straat naam, vuutweg. Een vuut is een bepaalde watervogel. En daar is de straat naar genoemd. In het boek vertel ik wat ik allemaal meemakte als meisje van 7 of 8 jaar oud. Ik vertel het verhaal door de ogen van het kind dat ik toen was. Het speelt allemaal in de jaren 60 toen we nog geen internet hadden en zo. Dat was echt een heel andere tijd. Als je het leuk vindt om dit boek te lezen, kun je een exemplar bij mij kopen als paperback. Op de site "Dutchidium.com" heb ik een link naar mijn eigen webshop gezet. Omdat je in de shop ook de podcast transcript kunt kopen. De pakketten als directe download. Het voordeel van mijn eigen webshop is dat je daar op veel verschillende manieren kunt betalen. Bijvoorbeeld met ideal of met credit card of met je stripe account of nog veel andere mogelijkheden. Je hebt nu dus geen paperal meer nodig als je dat niet wilt. Nou, nu heb ik genoeg reclame gemaakt voor mijn boek. Het wordt tijd om het onderwerp van vandaag te bespreken. En dat onderwerp is een beroemde tekenaar en schrijven die heel veel voor onze Nederlandse taal heeft betekend. Zijn naam is Martin Tonder. Er is heel veel over hem te vertellen. In ons land zijn er veel fans van zijn werk. Van het tike fans ook die alles van hem verzamelen. Goed, laten we bij het begin beginnen. Als je Martin Tonder zegt dan zeg je Tom Pous. En Oli Bommel. Martin Tonder was een tekenaar en verhalen vertellen en we kenden hem vooral van de stripverhalen. Stripverhalen zijn getekende verhalen. Met tekst en de tekeningen erboven of met balonatjes met teksten. Tom Pous is een witte kat en Oli Bommel, officieel Oli Vier Bommel, dat is een beer. Een deftige beer. Een heer van stand noemt hij zichzelf. De verhalen spelen zich af in het fantasie dorpje Romaldam, waar Oli Bommel in een oud kasteeltje woont. Elke Nederlander heeft wel van Tom Pous en Bommel gehoord. Veel uitspraken van deze figuren bedacht door Martin Tonder zijn nu gewoon onderdeel van ons taal geworden. De verhalen over Tom Pous en Oli Vier Bommel stonden vanaf 16 maart 1941 tot 20 januari 1986 Daagelijks in de krant. Eerst in de telegraaf en later in andere kranten. Mensen noemen dit de Bommel, Zaga. Tom Pous heeft nog veel meer gemaakt, maar dit is absoluut het bekendste werk. Tom Pous is heel belangrijk geweest voor de strip kunst in Nederland en Europa. In Nederland had je in de jaren 30-40 tekenaars als Alfred Maasure met het verhal over Dick Boss, nog altijd populair bij verzamelaars en strip liefhebbers. En Kapitijn Rob, getekend door Pieter J. Gunn en de strip Paulus de boskabouten van Jean-Dou lieu. En Hans G. Kresse. Die erekte norman tekenden. Stuk voor stuk berumde striptekenaars, berumde strips. Maar Maart een toner wist er echt een kunstform van te maken, vooral ook omdat de verhalen heel bijzonder waren. Toner leefde voor de kunst. Hij dromde ervan om de Europese Disney-Studio te worden, maar daarvoor was hij niet zakelijk genoeg, niet commercial genoeg. Hij was vooral een kunstenaar, een vertellen en een bijzondere persoonlijkheid. De schrijver Gerard Reven
over wie ik hier al eens eerder heb verteld, hij was een groot bewonderaar van Tonders Schrijftalent. "Tompos is zeer grote literatuur," zij hij. Albezeffe weinige dat. Er zijn mensen die het terugvinden dat Martin Tonder nooit de PC-hoofprijs heeft gewonnen," zij hij. "Wet je jullie nog?" dat is de allerbelangrijkste literaire prijs in Nederland, de PC-hoofdprijs. Martin Tonders verhalen zijn fantasië, maar ze gaan ook heel duidelijk over Nederland in de twintigste eeuw, over de maatschappij. Ze zijn ook kritisch op water in Nederland en in de rest van de wereld gebeurt. Tonder werpt in een klein dorpje in de provincie Groeningen geboren. "Warf hem," hij dat dorpje. Twee weken na de ramp met de Titanic was dat. Martin was de zon van een Z-capitijn, maar die was gelukkig niet aan boord van de Titanic. Die was kapitijn op een stomschip dat vanuit Rotterdam voer. Wel was zijn vader vaak op Z-, dus hij werd vooral door zijn moeder opgevoet. Ze verhuizen veel, dus Martin kwam steeds weer op een andere schol terecht. Hij leerde daardoor niet zo goed, maar hij had wel een rijke fantasi. Hij moest als kind eens een opstel dus een verhaalje schrijven over een scholreisje dat ze hadden gehad. Hij vond het massaai, doen had hij er een pirat met een goude benen aan toegevoegd. Dat had hij gewoon zelf bedacht. En de onderwijs, werd boos op hem. "Je verzint maar wat?" zei hij. En dat is precies wat Martin daarna ook altijd heeft gedaan. Verhalen verzinnen. En zelfs zijn lateren autobiografie lijkt een beetje verzonnen te zijn. Martin's vader nam comic strips mee uit Amerika. En dat inspirerde Martin enorm. Toen hij examen had gedaan en zijn schol had afgemaakt. Ging hij met zijn vader op reis naar Argentineë. Daar ontmoeten hij een tekenaar van de Disney Studios. Hij maakte kennis met Felix de Ket, de Amerikaanse tekenfilms uit de tijd dat films nog geen geluid hadden. En Mickey Mouse van de Disney Studios. En hij was enorm onder de indruk. Daarna besloten hij om zelf echte stripverhalen te gaan tekenen. In de jaren 30 trouwde hij met zijn vroeger op buurmei Chiffini die ook tekeningen maakte. En toen ging hij reclame tekeningen en stripverhalen maken voor bedrijven. Om meer geld te verdienen kwam hij als reclame tekenaar indienst bij een drukker in Leiden. Een krant vroeg een stripverhal als opvolger van Bruintje Beer. En de jonge Martin thonden ging er samen met zijn broer en zijn vrouw mee aan het werk. Hij schreef thijs eis. Het verhal over een eisbeertje. Zijn broer Jan Gerhard schreef het verhal. En Martin maakte zelf de tekeningen en zijn vrouw Fini deed het inkten van de tekeningen. Er kwamen ruim 1400 afleveringen in de periode 1934, 1938, 4 jaar lang dus. Hierdoor deed ze veel ervaring op met het maken van een dagelijksen strip voor een krant. En in 1941 mag Thonder aan de slag voor dagblad de telegraaf. Hij begon dus in 1941 midden in de oorlog in de telegraaf. Voor de oorlog publiezerde deze krant, vooral stripverhaltjes uit Amerika. Vertaald of een beetje veranderd. Maar in de oorlog konden er geen amerikanse verhalen minder Nederland worden gestuurd. Dat mocht namelijk niet van de Duitsers. Zo kwam er dus ruimte voor een echte Nederlandse strip. Martin Thonden was lit geworden van de cultuurkamer, dus hij mocht werken. In een andere aflevering van deze podcast heb ik uitgelegd wat die cultuurkamer precies was. Als je geen lit was, mocht je geen kunst maken. Dan kon je geen verf of papier kopen helemaal niks. Maar als je lit werd van de cultuurkamer, zagen veel mensen je als een verrader, als fout, dan werkt hij je mee met de Duitsers. Maar daar trok Thonden zich niet zoveel van aan. Ik leef voor de kunst, zij hij, daar doe ik alles voor. Hij begon dus met Thompos in 1941, in de nationale krant, de telegraaf. Het werd een vervolg verhaal, met elke dag een nieuwe aflevering. Een vuye Thon heet dat. Dat is een franswoord dat we gebruiken voor een verhaal in dagelijks-apporties in de krant, of op de radio, of op een blog of zo. Een serie is het een vervolg verhaal. Een vuye Thon. De familiet Thonden had een man uit Oosterijk ontmoet die de rechten van stripverhalen verhandelde. Frits gottesman. Hij was gevlucht in de oorlog. Hij werd een belangrijke zakenpartner en zorgte dat de strips van Thonden vanaf december en in 1941 ook in het buitenland werden verkocht, zoals in Ciegos Lovacije en Zweden, en dat gaf de Thonden familie een goed inkomen. Maar omdat gottesman een joot was, moest hij onderduiken. Zijn bedrijf zetten hij toen op naam van Thonden, zodat ze konden blijven werken. Een Thonden beloofde het terug te geven na de oorlog, maar gottesman werd in 1944 opgepakt, nadat hij was verraden en hij werd weggevoerd via Westenborg naar het concentratiecamp in Auschwitz. Hij is in februari 1945 in Mouthausen gestorven. Maar Thompos ging door. Thonden schreef dagelijks twee of drie tekstkolommen met de avonturen van Thompos met mooie, zwart weer tekeningen erboven. En deze strip was eigenlijk meteen al vanaf 1941 een groot succes. Het kwam ook allerlei merchandise zoals legpuzzels of ansichtkarten. Allemaal nog midden in de Tweede Wereldoorlog. Er werd in die tijd wel een mooie kaarten van Thompos gedrukt. En na de oorlog kwamen er ook boeken van de strips. In Engeland verschijnen in 1948 en daarna ook Thompos verhalen, speciaal voor de Engelsenmarkt. Martin werkte dus samen met zijn broer Jan Gerhardt en zijn vrouw Finnie. En heeft dat bijna zijn hele leven gedaan. In de oorlog zaten ze met zijn drie je zo hard te werken dat ze soms niet eens letten op het lucht alarm. Het was de bedoeling dat je meteen ging schuilen als het alarm klonk, omdat er oorlogsvliegtuigen, bombenwerpers over Rotterdam vlogen. Maar Martin en zijn vrouwen broer werkte gewoon door. Na drie afleveringen van Thompos komt Olivia B. Bommel erbij in de Thompos verhalen. En die is gebleven. Olivia B. Bommel is dus een beer die in een autkasteel woont. Bommel stein. Hij draagt altijd dezelfde gele jas met grote ruiden en hij rokt een pijpje bij de hart. Hij wil graag laten zien dat hij deftig is en dat hij uit een goede familie komt. Zo praat hij dan ook. Maar hij is wel een beetje naïf. Thompos, een kat, die is veel slimmer, die weet alles beter. En de dialog tussen deze twee is legendaris. Bommel zegt bijvoorbeeld. Thompos, wat ben je toch een egoist? Thompos verzin een list. Een list is een. een slim planetje om uit te problemen te komen. Je kunt ook vandaag nog altijd deze uitrukking horen, misschien ook wel veel in de politiek. Tom Pous verzin een list. In het oude kasteel waar Bommel Wond werkt een oude bedienden. Dat is een labradoor, een hond. Zijn naam is Joost. In het dorp wonen notable met bijzondere namen die vaak in de verhalen te terugkomen. Maak kies te kan te kleren. Dat is een haan en de burgemeester, dat is een neilpaart en de uitgever van het plaatslijke krantje is een olifant. En dan is er nog professeur Peli Vrat-Rondel, Prebrim-Wit Slowski. Dat is te moeilijk om uit te spreken. Het is een man met een duitsaccent en er is nog een amtenaar die alles komt controleren. Een hamster met de naam Dorknoper. De dieren lijken wel een beetje op de dieren in het oude Nederlandse met de leuze verhaal, de foss Rijnaarden. Alle Bommelstrips zijn verzameld in een boeken-serie van 60 boeken. Er is ook een hoorspel gemaakt van 177 verhalen uit de Bommelzaga. En er is in 1983 een speelfilm verschijnen, een tekenfilm met de titel als je begrijpt wat ik bedoel. Maar dat is vooral een kinderfilm geworden waardoor de vineses van de dierlogen een beetje verloeren zijn gegaan. Ik kan me voorstellen dat het voor niet Nederlanders lastig kan zijn te begrijpen wat is zo bijzonder is aan de taal van toonder. En om te begrijpen hoe grappig het is dat de bedien de juist bijna naar elke zin iets toevoegd om heel beleefd te klinken. Heel neiderig. Bevrouweld met uw welnemen of met uw goed vinden. Of hij zegt als ik zo vrij mag zijn. Of hij zegt wanneer u mij toestaat. Het zijn allemaal uitdrukkingen die in de Nederlandse taal terecht zijn gekomen en verwijzen naar de Bommelzaga. Bommel zegt, jonge vriend tegen Tompos, iets wat je ook nog vaak hoort. Of mijn goede vader zei altijd en dan vocht er een wijze uitspraak. Een bekende uitspraak waarmee bijna elk verhaal wordt afgesloten is dat ze aan tafel gaan voor een eenvoudige, toch voedzame maaltijd. Er is een simpelen maar wel goedvullend portje eten. Die uitdrukking hoi ook nog vaak. En de uitdrukking komer en kwel, het is komer en kwel, is ook van Bommel afkomster. Dat betekent alleen maar ellende, komer en kwel, komer en kwel. Er zijn zelfs mensen die zeggen dat de uitdrukking als u begrijpt wat ik bedoel door het donder is bedacht. Maar dat geloof ik eerlijk gezegd niet. Het begon misschien allemaal met sprookjes, achterge verhaaltjes voor kinderen, maar het groeide uit tot literaire verhalen met volwassen thema's. Martin Thonden hield de mensen een spiegel voor met humor en ironie. Bommel is nu vooral populair bij volwassenen en blijft ook nu populair. Dit najaar, in de herst van 2025, zal er zelfs een groot pretpark verschijnen in de form van Bommelstein, het kasteel van Bommel. Waarvan alles te doen zal zijn. De doorens staan er al. Bommel wereld heet het. Bommel wereld. Er wordt op dit moment nog hart aangewerkt. Het is in het plaatje Groenlo in de Achterhoek. Dat is in de provincie Gelderland. Vlakbij de Duitsigrens. Over de Bommelzaga zijn duizenden studies geschreven. Er is altijd veel gediscusiert of het echte literatuur is of niet. Maar toen het verhal de bovenbasen was verschijnen in 1963, toen was het wel duidelijk dit was literatuur dit was kunst. Het verhal gaat over het kapitalisme een klein groepje bovenbasen en dat is een typisch tonerwoord. Het kleinogroepje wordt steeds maar rijke en rijke. Als je geld hebt, wordt het altijd meer. Ook al wil je dat eigenlijk niet. Tot dat de beurs ter momenten over verhitraakt en het hele systeem bijna gaat instorten. Het verhal over Bommel en het kapitalisme is eigenlijk na 60 jaar nog altijd helemaal actueel. Hier hoor je een wat langere fragment uit het hoorspel de bovenbasen. Het verhal de bovenbasen verscheen voor het eerst op 12 augustus 1963 in de krant en liep tot 7 december van dat jaar. Het verhal beschrijft de eerste ontmoeting van herbommel met de allerhoogste beurskringen. Thema geld moet rollen. Hier is het fragment. Herbommel en tonpost daalde in tussen de heuvelaf op langs een omweg slotbommelstein weer te bereiken. Het aardig is dat je het aan van alle kan te ziet. Dat maakt het landschap mooier wat jij jongen vriegt. Wie is dat steembreik? Hier heb ik een bommelstein, eigen dom van een zicht van olivier bij het bommel. Niet iemand van ons geen gelatie. Deze bommel is niemand. Niemand. Het is dat voor een iemand die een medaleus een steenklomp woot en het dat mooi vindt ook. Verdacht. Steembreik heel verdacht. Niet als u zegt. De bommel zouden het oog houden moeten worden. Wat is dat? Wat zeg het u in het oog houden? Het is verdacht. Ik red het word op RES niet tot uw. Dat kan me niet schelen. Wat is er verdacht aan mij? Wel dat wonen in een bouwval. RES vraagt zich af of u misschien eccentric bent. Een heer woont waar je het mooi vindt. Een eep vindt bommelstein mooi. Zeg dat maar tegen die ABS als u begrijp u je bedoel. Ik moet gaan. Tot ziens benieuwd. Dit is toch sterk. Waar moet het heen met de wereld? De eerste de beste lumbel staat er aan de kant van de weg. Mijn huis af te kammen. Wat betelde die eigenlijk jongen vriegd? Ik weet niet. Die ABS vindt zeker dat u in een fris, moderne huis moet wonen. Zeker een aaneemig of een maakelaar. Voor mij is de pret van de wadding af. Ik denk dat ik maar even naar de bank ga voorzaken. Of u wilt kan je meer gaan. Maar wie is ABS eigenlijk? Dat weet ik niet. Wat gaat u voorzaken doen? Ik dacht dat u daar niets meer mee te maken wilde hebben. Dat is ook zo. Ik moet alleen maar even met geld tellen voor de belastingen. Die vinden het belangrijk. Voor mij speelt het girol, het weet je. Olli jongen zijn mijn goede vader altijd of je alles hebt of niets. Een bommel blijft een bommel. En daar had ik meer aan. Wat mag het zijn? Ultra, het nieuwste meneer, hoog op taanghaalte en vallen verbranding. Maakt van uw boter een olifant. Nee, nee, giv mij maar gewone. Anders verbranden mijn klepjes en mijn uitlaat. En dat mag ik de ooders gich niet aan doen. Toch wel gevaarlijk, iemand. Omat schappelijk. Er moet verschleten en verbrand worden. Verteert hem weggehood. Anders wordt er niet verdiend. We gapp je steenbrek. Ja, meneer. Goed. Zorg dan dat die in de gaten ga over wordt. Onderkontrol, steenbrek. En hoe mag hij meneer? Ben hij meneer voor mogen? Wie is dat? -Iederweer. Dat is meneer bommel. -Dat weet ik al. Maar wie is bommel? Dat wil ik weten. Tot uw dienst, meneer Aris. Meneer bommel is. Hij is een klant, zorgers echt. Een keur, iemand hoor. Betaalt altijd en een tip wil er ook wel eens over schieten. Maar hij is wat echt genaardig. Hij houdt zich aan de gewone bijzien. Neuid Ultra. Ze praten over. Nou, dat kan. Vind je dat zo vreemd? Het is heel begrijpelijk dat er hier van mij stand het onderwerp van. En dat we gesprekken is. Al ligt zit met een zoveel hoogstaan voorbeeld verlegen. En dat. Maar wie praten dat over mij? Die. A-W-S. U weet wel. Hij staat daar bij de pont met die secretaris van hem. Soeg. Wat veel dat feitje toch. Niet dat hij me interesserkt hoor. Daar is hij te onbedoeld ook voor. Maar ik zou toch wel eens willen weten wie die A-W-S is. Waarom? Wat kan u zo'n tourist schelen? Maar hij heeft olievolgden zijn eigen gedachte. Hij stapt er uit en beklomp Pijnse de marmer de trappen van het bank gebouw dat ze in te superijkt hadden. Een bommelvoet heel zover. Het zal mij niets verbazen wanneer er iets verdacht zachter zat. Wie heeft er nu A-W-S? Dat keer dat je is geen tourist. Zullen we verder? Goed. Dan geen tourist. Dan zal hij de baas van die benzinepomp geweest zijn. Miss! Dat was hij ook niet. Hij was geen baasetype. Als je begrijp wat ik bedoel, veelt de klein van stuk. Zullen we verder, jonge vriend? Als u dat leuk vindt. Ja maar niet de hoog hoor. Ik heb niet veel geld. Achkommer! Het gaat wel bij die idee. Een florein van mij tegen een duit van jou dat A-W-S niet de baas van de benzinepomp is. Agenomen! Daar vragen ik het aan de kastieën van de bank hier. Die kent iedereen. A-W-S? Ja. Dat is allemaal zwistijnhakker. Een van de bovenste timmen in het bombarden. Een bovenbaas, zo gezegd. Een bovenbaas? Nu in ieder geval had ik gelijk, jonge vriend. Helemaal geen gewoon baasetype. Zoals ik als eind. U hebt de wederschap gewonnen. Ja, u krijgt een duit van mij. Ach, zo is die jonge vriend nu. Door en door eerlijk. Zelfs als het op een duit gaat. Ik sta er anders tegenover. Voor mij speelt gaat geen hong. Mijn eerst zegt het zeker. U komt toch nu kluis kijken? Deze kant op meneer Bommel? Ah. Aan het eind van deze gang. Ik kom hier voor de belastingen. Die willen nu helemaal precies weten wat ik heb. Ik niet hoor. Als er waar genoeg is, kan er bijna iets gelen. Die A-W-S, die allemaal steenhakker. Heeft die meer dan ik? Zeker. Amaswee, steenhakker. Behoort tot de liden die alles bezitten. Nou, genoeg alles, Meneer Bommel. Door middel van fusies, voelt u wel? Veel is er verandering niet over. Ja, wat een ontzinn. Je hoe is dat nu mogelijk? Ach, het is een ingewikkelde materie. We zijn er. Dit is uw kluis, Meneer Bommel. Ah, het ziet u dat het ontzinn is. Ik heb hier nog genoeg. Hij begon opgewekt zijn geld op stapeltjes te leggen. Maar naar een poosje vond hij de aardigheid er afgaan. Het leven is niet gemakkelijk. Buiten schijnt de zon en zingen de vols. Maar ik zit hier in de mevenduisterlisten te leggen. Wat vervelend is dat nu toch? En dat is niemand die beheld. Hier is een duit van de wederschap. Je weet wel. Ach, dat hoeft toch niet. Maar houd je je geld op je vriend. Voor mij speelt het geroog. En die wederschap was maar een malletje. Bovendien maakt die duit het tellen nog moeilijk dat het al is. Maar het is een eerstgoed. Eerlijk is eerlijk. Nou, vooruit. Hij nam het meuntje aan en wie je op het achter zich op de groter hoop. Nu gebeurde er echt iets vreemds. Door de nietige bijdragen van tompoes over sredheer, orsredheer, orsies, bezit, plotselijk, de grens van het gewone. Er sloeg een vonghoutig geldstapel en het meetal begon te knetteren. Dat was wat die straf. Helemaal, ergens vindt een keker fietsenplaat. En moet er middelijk worden ingegegen. In tussen ontstond er een kleine paniek in het ander zorgstige bankgebouw. Van alle kanten begon een geldstukken in de richting van de klauwsterrollen. Een bank wil je te vlatte de ritselen door de gangen. Ook kon menen verwilde de portier waar nemen, die achter een daal de aanholen die een plaatsling uit zacht spogen was. Wat benier ziet gebeuren was het gevolg van een ouder natuurwet die de meergescholdelijster haar wel zou kennen. Geld trekt geld aan. Als mijn weinig heeft, zal men het kwijtraken aan iemand die meer heeft. Als mijn veel heeft, komt er steeds meer bij. Ook het verhaal, het monster van trotteldrom, is ongelofelijk actueel. Het gaat over massa psychozen, waar tegenwoordig ook weer vaak over gesproken wordt. Dit is een verhaal uit 1964 tot op het eiland trottel speelt. De trotten, die er wonen, dat zijn kleine wezentjes, die bang zijn voor een monster. Dat regelmatig tevors gaingomt uit een groot. Bommel en Tomphoes gaan naar kijken als ze er over horen en ze ontdekken wat dat monster precies is. Want als een van de trotten een voorgevoel heeft, een idee dat ze iets gaat gebeuren, dan roept hij dat hard, en dan vluchten alle trotten. Want die voelingen dan ook. Ze vluchten allemaal de grond in via vlucht gaten. En dan zien Bommel en Tomphoes uit de grot, een groot, vormelose beest te voorsgaan komen. En het begint erin en erin en erin en erin. Het ziet er angstig uit. Maar wat nou blijkt? Het zijn de trottels zelf. Van onder de grond komen ze uit de rots naar buiten rennen en ze rennen allemaal in paniek achter elkaar aan. Ze zijn zelf het monster. Het is Masari Steri. In de loop van de tijd werd de toon de studio steeds groter omdat er steeds meer optrag te binnenkwamen. Maar een echte Disney is het nooit geworden. Omdat het zakelijk inzicht van toon er niet voldoende was. Maar het toon er was gevassineerd door het okulte. Er was ook altijd een zwarte kant aan zijn verhalen. Hij zag ook de donkere en de lichte kant in elk mens. Die ideeën van Jong had er veel invloed op hem. Ook vond hij astrologie heel belangrijk in zijn leven. En toen hij in 1951 eens naar Irland ging, werd hij betovert door het eerste landschap en de keltische ideeën wereld die je ook te rug ziet in zijn striptverhalen. In 1965 besloot hij Nederland te verlaten en in Irland te gaan wonen. Omdat hij zich met de keltische culture, de mythology meer verbonden voelde. Hij was ook te leuggesteld in de zaken in Nederland. Hij wou gewoon verhalen schrijven en tekenen. Hij trok zich terug uit de studio en ging wonen in Greystones. Een eerst dorp aan de eerst zee. Samen met zijn vrouw. Hij bleef daar wel schrijven en tekenen voor de studio, maar zonder al dat zakelijke gedoe. Helemaal aan het eind van zijn leven komt hij weer naar Nederland. Waar hij verzorgt wordt in het Rosa Spierhuis in Laren. Dat is een huis voor beroemde, ouderen, Nederlandse kunstenhars en wetenschappers. En daar stert hij in 2005 op 93 jaren geleefdheid. Toner is het gezicht van de Nederlandse striptvereld met een schrijfkariëren van meer dan 70 jaar. We zijn aan het einde gekomen van deze aflevering. Hartelijk bedankt voor het luisteren. Lees meer, doner, reageer en abonneer je op www.idium.com. Tot ziens!
Podcast Summary
Key Points:
De podcastaflevering bespreekt de Nederlandse striptekenaar en schrijver Marten Toonder, bekend van Tom Poes en Ollie B. Bommel.
Toonders werk, vooral de Bommel-saga, heeft een blijvende invloed gehad op de Nederlandse taal en cultuur, met veel uitdrukkingen die nog steeds worden gebruikt.
Het leven van Toonder, zijn werkproces en de historische context van zijn strips tijdens en na de Tweede Wereldoorlog worden uitgelegd.
Luisteraarsfeedback over eerdere afleveringen en een promotie voor het nieuwe boek van de podcastmaker worden vermeld.
Summary:
Deze aflevering van de podcast "Zeg het in het Nederlands" richt zich op Marten Toonder, de vader van het Nederlandse stripverhaal en schepper van Tom Poes en Ollie B. Bommel. De presentator begint met het voorlezen van luisteraarsreacties op eerdere afleveringen en maakt reclame voor zijn eigen autobiografische boek.
Vervolgens duikt hij in het leven en werk van Toonder, die in 1941 begon met de dagelijkse strip in De Telegraaf, midden in de oorlog. Toonder ontwikkelde de verhalen, die zich afspelen in het fictieve dorp Rommeldam, tot een literaire kunstvorm met maatschappelijke kritiek. Zijn personages, vooral de dialogen tussen de deftige beer Ollie B.
Bommel en de slimme kat Tom Poes, hebben vele Nederlandse uitdrukkingen voortgebracht die nog steeds gangbaar zijn. De aflevering bevat ook een fragment uit het hoorspel "De bovenbazen", dat het tijdloze thema van kapitalisme behandelt, en sluit af met de aankondiging van een nieuw Bommel-themapark in 2025.
FAQs
Martin Toonder was een Nederlandse tekenaar en schrijver, bekend als de bedenker van Tom Poes en Ollie B. Bommel. Hij wordt beschouwd als de vader van het Nederlandse stripverhaal en heeft de stripkunst in Nederland en Europa sterk beïnvloed.
Tom Poes is een witte kat en Ollie B. Bommel is een deftige beer die in het fantasiedorp Rommeldam woont. Hun avonturen, vol humor en maatschappijkritiek, verschenen dagelijks in kranten van 1941 tot 1986.
Uitdrukkingen zoals 'Tom Poes, verzin een list', 'kommer en kwel', en 'als u begrijpt wat ik bedoel' zijn afkomstig uit de verhalen van Martin Toonder. Deze zijn onderdeel geworden van de Nederlandse taal.
Bommelwereld is een pretpark in aanbouw, geïnspireerd op het kasteel Bommelstein. Het komt in Groenlo in de Achterhoek (Gelderland) en zal naar verwachting in de herfst van 2025 openen.
Toonder begon zijn carrière met reclamewerk en strips voor bedrijven. Zijn doorbraak kwam in 1941 met de dagstrip Tom Poes in De Telegraaf, mede mogelijk door de beperkingen op Amerikaanse strips tijdens de oorlog.
Het is een autobiografie van de podcastmaker over haar jeugd in de jaren 60 in het dorpje Haaren, vlak bij Groningen. Het boek is sinds 1 november 2024 verkrijgbaar als paperback.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.