Dit is een podcast van MPO-luister en BNN-varen. Incident. ondervog Dijschool, vriendenstraf. Kleeven, oh ja. Kleeven, daar kwam ik wel niet. Daar kwam dan de vader van daarn. Op de redactie van Zembla, met de rode kasten, witte bieros en de zwarte stoelen. Er staat nog steeds het grote whiteboard waarmaag neetkaartjes met woorden op zijn geplakt. Orde, dit transformant is dat dat niet? Ja, dat is die secte, zreden, daar was de moeder van daarn. Dit bord is onze Mindmap. Het zijn onze aantekeningen van het onderzoek naar Marlotte. Telfens als we over het onderzoek spraken, plakten we er een paar kaartjes bij. De bizarre dit bord, omdat zo te zien, met al die. Ja, wat vind je bizarre? De hoeveelheid aan lijnen. Rullofen ik kijken naar het bord. Ergens helemaal aan de rechterkant zit een grijsmagnetkaartje. Het is één van de eerste kaartjes die we op het bord plakten. Er staat op, is dit echt? Is dit echt uitroepdeken, vraagteken? Is dit echt gebeur? Dat is natuurlijk stelden we die vraag, maar wat ook wel belangrijk is. dat wij natuurlijk ook wat ervaring hebben en zeker in jeugdsorg verhalen. en in juisties verhalen en gegezet verhalen te werkelijkheid vaak nog erger is. dan je kunt bedenken. Eerder vertelde ik je al dat Rullof, voor dat hij eindredector werd van Zembla. veel onderzoekdeeet naar mistanden in die jeugdsorg. Dat hingen hier ook altijd wel echt boven. Dat was ook wel zo dat ik bezel veel mensen heb gesproken. door jullie deel het onderzoek en ik moet als eindrekte afstand houden. maar ik kon toch niet laten om af te mensen te spreken. bronnen van vroeger mijn namen uit de politie en jeugdsorg wereld. en die hield er met dat ook steeds voor. Van luister wat wij in de praktijk mee maken, wat vaak niet in buiten komt, is vaak nog veel erger dan je kan verzinnen. Het verhaal van Marlotte is schuulijk. en het is onvoorstelbaar dat een meisje zo aan haar lot wordt overgelaten. Maar dat hoeft niet te betekenen dat het niet is gebeurd. En toch is die vraag, is dit echt gebeurd? In ons onderzoek al tijd aanwezig geweest. Nou maar kijk eens dit echt wat daar op beboord staat? In principe is dat voor ons het taak om dat bij iedere verhaal die vraagt te stellen. Het staat alleen niet altijd op het bord. Dus het heeft een reden in het daad dat het hier wel bij hebben gezet. omdat het zo uitzondelijk verhaal was. Maar juist door dat het zo uitzondelijk was. heeft er ook zo een initiën gestoken. Want als het wel waar is, dan moet het naar buiten. Als het verhaal van Marlotte echt is gebeurd, dan moet het naar buiten. En het is onze taak als journalisten om uit te zoeken wat er precies is gebeurd. Maar we lopen vast. Ik neem je mee terug naar het moment waar we zijn gebleven naar aflevering drie. We kunnen niet vinden waar Marlotte op school heeft gezeten. haar naam komt niet terug in openbare registers. De foto die we hebben van Marlotte is de foto van een ander meisje. Een verpleeg kunnen die betrokken was bij de zorg van Marlotte. is niet wie ze zegt dat ze is. Wat betekent dat? Betekent dat we harder moeten zoeken? Of betekent het dat we anders moeten zoeken? Dat we ervan uit moeten gaan dat het verhaal niet echt is gebeurd. En dat we dat moeten aan tonen. Maar hoe doe je dat? Hoe vind je bewijs voor iets? Dat mogelijk niet is gebeurd. Ik ben Lizzie Dierks en dit is de Zemla podcast op zoek naar Marlotte. Aflevering vier. Het ziekenhuis. In de vorige aflevering vertelde ik je dat ik contact heb opgenomen met het brandwondercentrum in Beverwijk. Het ziekenhuis waar Marlotte drie en een half jaar zou hebben gelegen. Ik heb contact met de pers voorlichter en vertel in grote lijnen het verhaal van Marlotte, zonder dat ik te veel weggeef. Wel zeg ik dat we twijvelen aan de echtheid van het verhaal. En dat we daarom in gesprek willen. De pers voorlichter zegt dat ze zo snel mogelijk gaat kijken met wie we om te hav op kunnen. Ik stuur nog een e-mail met een lijst met gegevens. Weet u wel een gegevens. Ik vraag of het e-mail adres waarmee Annika heeft gemild,
[email protected], door het ziekenhuis wordt gebruikt. Ik vraag of een speciale WhatsApp-service is geweest voor naast het tijdens de coronapereode. Ik stuur een lijst met telefoonnummer's waarmee Annika contact heeft gehad, met de vraag of die ooit door het ziekenhuis zijn gebruikt. Ik vraag of het klopt dat de postkamer in coronatijd gesloten is geweest. En ik vraag of Rose. Ooit als verpleegkundige in het ziekenhuis heeft gewerkt. De pers voorlichter stuurt binnen een quartier een meldje terug. We zijn al druk aan het checken en de informatie roept veel vragen bij ons op. We gaan graag met jullie in gesprek. Is morgen middag ergens tussen twee en vijf mogelijk voor jullie. Dus stappen Lillet en ik de volgende dag in de auto. En we rijden naar het brandwonden centrum in Weverwijk. We zijn gespannen. Wat gaan we te horen krijgen? We nemen het gesprek niet op. We praten met elkaar op achtergrondbasis. We moeten aftasten wat het ziekenhuis weet, en ons wil vertellen en we willen zo open en transparent mogelijk met elkaar praten. En dat lukt. Lillet en ik spreken een uurlang met de bestuursvoorzitter, de pers voorlichter en de zorgmenertje van het brandwonden centrum. Ze beantwoorden al onze vragen. Ze reageren op de documenten die ik laat zien. En wij beginnen te beseffen wat er aan de hand is. Oké, ik doe even meer jas uit. Ruin een uur later staan we weer buiten. We zijn ontheust en opgelucht tegelijk. Want wat we te horen hebben gekregen geeft voor het eerst in ons onderzoek duidelijkheid. En dus welen we Rulof. Hallo. Hallo. Ik geef dit in de auto, en het komt goed uit. Nou. Nou, veel. We vertellen Rulof hoe het ziekenhuisreageerde toen we vroegen of er een meisje drie en een half jaar in het ziekenhuis had gelegen. Vak, ik heb jou. We vertellen hoe het ziekenhuisreageerde op de vraag of er een minder jaren kind zonder ouders of vocht in het ziekenhuis had gelegen. Hi, hi, hi. Ik vertel wat het ziekenhuis zij toen ik de documenten uit ons dossier liet zien. De dagschemers van de verzorging, de screenshot zei het medistosje, de communicatie met Annika. Ja, oh, fucken. We spreken nog een hele tijd met Rulof aan de telefoon. En we bezeffen dat we nu. na alles wat we te weten zijn gekomen de afgelopen maanden. De onvermijdelijke conclusie moeten trekken dat Marlotte nooit heeft bestaan. Zo, ja, het gaat heel veel duidelijk uit. Ja. Maar nu. Ja, dan moeten we denken even over nadenken. Ja. Maar wat is er precies gezegd in die bestuurskamer in het ziekenhuis? De eerste keer dat Lillet en Nicar waren, heb ik het gesprek niet opgenomen. Maar ik ben later nog een keer teruggegaan. En dat gesprek laat ik je horen. Hi. Ik heb een asprek met Sandra de Jong en Nadine Villeers. Ik spreek met de bestuursvoorzitter. Ik ben Nadine Villeers, ik ben de bestuursvoorzitter van het ziekenhuis. Nadine Villeers is sinds een jaar bestuursvoorzitter van het brandtron de centrum en het rode kruis ziekenhuis in Beverwijk. Maar ze is ook arts. Intensivist. En ze heeft tien jaar lang op de intensivkeer van het ziekenhuis gewerkt. Nou, intensivkeer kunnen is een hele mooie vak. Het is heel breed.
Je ziet veel verschillende patiënten, je ziet veel verschillende aandoeningen. Het zijn altijd patiënten op een heel kwetsbaar moment waar je heel veel voor kunt doen. En dat heeft mij altijd heel erg aangesproken. Maar lotte zou drie en een half jaar in het brandwonde centrum hebben gelegen. Een groot deel van de tijd op de Intensive Care. Op de afdeling waar vileers jaren lang werkte. Ik vraag haar wat zij dacht om wij beelden met het verzoek om een gesprek. Bij de aankondging van jullie bezoek, horen ik altijd dat zou gaan om een verhaal over een procent. die drie en een half jaar opgenomen zou zijn geweest in het ziekenhuis. Dat kan niet waar zijn. Wel om niet. Wij behandelen mensen heel intensief en ook heel langdurig. Zeker procent met brandwonde of complexe honden hebben echt een langdurige relatie met het ziekenhuis. Maar zijn niet drie jaar opgenomen in het ziekenhuis. Dus dat onderdeelend verhaal en toen je bezoek aankondigd, wist natuurlijk nog niet zo heel erg veel. Maar gaf bij ons wel al een tentie die deven heer is een verhaal wat niet waar kan zijn. Waarbij we ook heel snel willen om te krachten dat dit hier speelt. Omdat ik niet wil, dat er een verhaal in de wereld komt over een ziekenhuis wat niet waar kan zijn. En dat is ook iets wel heel moeilijk voor ons in dit verhaal dat je het gevoel krijgt dat je je moet verdedigen voor iets wat nooit gebeurd is. En ook nooit zal gebeuren in ons ziekenhuis. En toch krijgt je het gevoel dat je daarvan moet gaan verdedigen. Iemand die drie en een half jaar in het ziekenhuis ligt. Dat kan niet waar zijn, zegt de bestuursvoorzitter. Hebben we het hier een mapt vormen? Ik heb ons door C over Marlotte meegenomen. 1 voor 1 laat ik de documenten zien. Ja, je ligt een avierje voor meneer met een foto van een klein meisje. Ik laat de foto zien die op de deur van de ziekenhuiskamer van Marlotte zou hebben gehangen. Daarna laat ik de foto zien die Marlotte naar Anika heeft gestuurd. De foto van het ziekenhuis bed. Met aan het voeten eind het knuffeltje dat Anika heeft opgestuurd. Ik ga kennen het niet als iets van ons ziekenhuis. Dan wil ik een voorbeeld laten zien van de manier welper met Anika is gecommuniceerd door het ziekenhuis. Maar de bestuursvoorzitter onderbrekt me. Voor dat ik u verhaal te kijken wat er staat. Wij hebben niet over patiënten. De patiënten gegevens zijn heel vertrouwelijk en heel erg persoonlijk. En daar gaan wij zoveel dag mee om. Dus dat was voor mij ook al meteen helder. Dit kan niet waar zijn. Dus niet over wat ze hebt, nooit over wat ze hebben. Wij doen geen contacten over wat ze hebt. Het was toen corona tijd. In corona tijd liepen er heel veel dingen anders. Maar privacy in het bewakken van patiënten gegevens was natuurlijk toen ook belangrijk. Dus wij hebben regels over welke informatie mogen we delen. Dat is ook niet zo maar met iemand. Dat moet een vormel contactperson zijn. Iemand die in een relatie staat tot de patiënt. We noemen dat een wettelijk verterdige voordiger. Dus wij mogen alleen informatie delen met een wettelijk verterdige voordiger. En dat gaat dan ook niet via wat z'n. Nee. Dat was overgezwaald de reden waarom wij dachten wat is hier aan de hand. Want wij weten natuurlijk ook wel dat dat niet de bedoeling is. Ja, ja. We grijpen je dat dan vanaf het ontsperspectiefaarjournalisten. Dat weet ik wel. Wat heeft dit ziekenhuis gedaan? Nee. Nee. Nee, maar dat komt ook. Ja, ik weet zo goed hoe het er aan toe gaat in het ziekenhuis. Dat het onverstelbaar is voor mij. Dat wij dag dagelijks met een zo'n complexe patiënt dagelijks zouden appen met iemand die niet de wettelijk verterdige voordiger is. Dat is, dat bestaat niet. Nee. En dat jullie overwoogen dat dat waar is. Nou, je ziet het aan mij. Daar kan ik zelfs een beetje verontwaardigd over zijn. Ja. En natuurlijk neem jullie dingen serieus. Daar zijn jullie ook voor dat is jullie rol. Maar voor hem met kennis van het ziekenhuis weet je meteen dat dit niet kan. En gelukkig kwamen jullie bij ons en konden we ook het gaan ontkrachten. Ik wil eigenlijk nog meer zeggen. Overal wij als journalisten natuurlijk vaker verhalen horen waarvan mensen zeggen dat het niet waar kan zijn. Dat de werkelijkheid soms erger is dan je kan voorstellen. Maar ik zeg niks. Want dit was niet de werkelijkheid. Dus ik ga verder. Ik lees een passage voor uit de zogenaamde app gesprekken met het ziekenhuis. Kijk, hier staat bijvoorbeeld. Door de huidige coronamaatregelen zijn pakketjes voor puissente op de intensive care helaas niet toegestaan. Jeetje, ja, dat is een heel veel door mijn hoofd. Nou laten we beginnen met de feitelijken. In coronatijd was het ontzettend belangrijk dat er contact was. Dus natuurlijk mochten er pakketjes een briefen gestuurd worden. Dat ging gewoon door. De postkamer is nooit gesloot. Nee, de postkamer is nooit gesloot. Nee zeker niet. We hebben meer pakketjes dan uit gekregen. De postkamer is nooit geslooten geweest. Terwijl Annika pakketjes naar de heema in Beeverwijk stuurde omdat de postkamer volgens Marlotte wel geslooten was. En die pakketjes werden opgehaald. En Annika kreeg foto's van Marlotte met de spullen. Ik laat het dagschema zien dat Annika opgestuurd kreeg. Ja, het eerste wat mij opvalt is dat dit niet iets niet in een leeuwauto voor een structure is zoals wij hem hebben. In onze elektronisch patiënten door ceden ik herken hem niet. Ik herken hem niet als een dag in deling zoals wij die maken voor onze patiënten of voor de familieleden. En wat mij dan verder opvalt als ik dat werkelijk lees wat er staat is er worden termen gebruikt die niet medisch, die wij niet gebruiken. En wat is van termen? Er wordt prondgesproken over een wonspoeling. Ja, dat moet we hier noemen, het dingen anders en dat moet ze ook nog onderhaven klap gebeuren. Ik heb ook echt dit is echt vreselijk als het zou zijn, dan zou je elke uur een wonspoeling moeten ondergaan. Dat is niet een behandeling zoals die toegoppas wordt in de brandvonden zorg. Maar ik zie ook bijvoorbeeld dat wij een ECMO-apparat aansluit. En nou ECMO is een hoge specialiseerd voor een behandelingsform die we maar geloof ik op 7 plek in Nederland voor toegepast. Die pasen wij niet toe in een omschikkenhuis. Dus ik kan aan een aantal van die dingen om het teen zien dat dat niet klopt. Dus de leeuwt gelopt ook niet, maar inhoudelijk, het is ook dramatisch wat hier staat. Elke uur een wonspoeling en het gaat maar door en het gaat maar door. Nee, dit klopt niet. Ik laat nadine fileers nog veel meer zien van de communicatie met het ziekenhuis en de screenshots uit het medistosee. Dan pak ik de e-mails van het ministerie van Volksgezondheid daarbij. Want. Met je nog? In het najaar van 2022 had de ANICA contact opgenomen met het ministerie. Een amte naar van het ministerie zegt dan dat er daarna contact is geweest met het ziekenhuis. Dit is wat het ministerie in 13 october aan ANICA stuurt. Het klopt dat er contact heeft plaats gevonden met het ziekenhuis. Het ziekenhuis geeft aan dat het contact met de jeugbescherming beter verloopt. En wat zij op dit moment geen vragen aan ons hebben. Zelf vinden we de situatie erg kwetsbaar en willen we ook weten hoe de situatie met de jeugbescherming zo is gekomen. En wat er in de toekomst geregeld moet worden. Maar Lotten heeft naast jou niemand die haar kan bijstaan en dat lijkt ons voor haar en jou niet gewenst. We hebben daarom besloten om bij ons bekende en gewaardeerde mediator te vragen om mee te kijken en alle partijen bij elkaar te zetten, zodat er besproken kan worden wat nodig is voor maar Lotten. Ik hou je op de hoogte. Daar begrijp ik helemaal niks van. Ik weet ook niet wie dit zou moeten zijn. Ik snap je die tips wat gemaakt. Het is een amtenaar van het ministerie van de Volksgesontheid. En bestaande. En bestaande amtenaar van het ministerie van de Volksgesontheid en een bestaande mediator. We hebben ze alle baag gesproken. Ja, dit levert. Ik begrijp helemaal niks van. Ik heb de vorige bestuursvoorzitter gevraagd over contact is geweest met VBS. Die geeft aan dat dat niet zo is. Ze hebben staat ook niet, Marlotte. Dus waarom zouden wij in Godstamen iets zeggen over niet bestaan mijsje? Dus ik begrijp dit niet eerlijk gezegd. Ik weet niet hoe dit tot stand is gekomen en met weer dan contact is geweest, maar Marlotte bestaat niet. En als iemand niet bestaat, hebben we daar ook geen mening over. Waar is er gezond? Niet als ik aluit. Ik heb niet kunnen vaststellen. Ik ben sinds een jaar nu voorzitter van de Raad van Bestuur. Ik heb hier naveraan gedaan in het Secretariat. Ook de oude voorzitter nog even gebeld. Ik kan niet vaststellen dat er contact is geweest over hun kases die hier opleikt. En ik kan hier veel vaststellen dat wij nooit zouden spreken over Marlotte. Maar Marlotte bestaat niet. De bestuursvoorzitter van het rode kruiszike huis zegt dat er nooit contact is geweest met het ministerie van Volksgezondheid. Of met een mediator over Marlotte. Dat kan volgens haar ook helemaal niet. Want Marlotte heeft nooit bestaan. En zo ronden we het gesprek af. En ik zet mijn opnameapparatuur uit. Maar dan vraagt nadinevuleers of ze toch nog iets mag zeggen. De enige reden waarom wij in gesprek zijn gaan met jullie en ook bereid zijn om een bijdrage te leveren aan deze podcast, is omdat Marlotte niet bestaat. Over bestaande patiënten, over mensen waar wij in behandelrelatie mee hebben, zouden wij natuurlijk nooit informatie delen. Over bestaande patiënten zouden wij geen informatie delen. En dat is dus precies de reden waarom wij in het begin niet meteen naar het ziekenhuis zijn gestapt. Want dat zij roel of eerder al.
toen we de leugen nog niet hadden doorgeprikkt. Hij zei dat het ziekenhuis waarschijnlijk een beroep op de privacy zou doen als we ze na het verhaal van Marlotte zouden vragen. Het is ontzettende uitgebreide leugen, waar ik iedere keer weer verbast sta hoe dit bedacht kan zijn, maar ik vind echt geen recht doen. Aan alles goed werkt wat er elke dag gedaan wordt door iedereen in het ziekenhuis of dat nou gewoon een patiënt is of een brandwonder patiënt. En daar ziet mijn huiver. Ja. En dat hebben we ook met elkaar besproken. Er zit ook je huiver in dat wij dit verhaal nu toegeop deze manierpengen. Ja, bedoel je. Want ik wil gewoon op geen 1 kilometer dat mensen denken dat dit zou kunnen zijn ons ziekenhuis, want het schaat ook het vertrouwen in de zorg. Het vertrouwen is ontzettend belangrijk, want mensen komen hier op een kretsbaar moment met het belangrijkste wat ze hebben heel gezondheid. Daar heb je vertrouwen voor nodig in de zorg. En dat neem ik de daaderkwelijk, dat dit het vertrouwen in de zorg onder meint. Marlotte bestaat niet en heeft nooit bestaan. De documenten die we hebben over Marlotte zijn niet echt. De telefoonnummers waar Annika me heeft geappt, zijn niet van het ziekenhuis. Er heeft nooit een meisje 3,5 jaar alleen in het brandwondercentrum in Beverwijk gelegen. Maar met wie heeft Annika dan al die jaren contact gehad? De documenten liggender, de 6000 pagina's aan app gesprekken, de dagboeken, de scholeschriften, de tekeningen. Wie heeft dat allemaal gemaakt? Er is eigenlijk maar één iemand die dat kan zijn. En dat is Roos. We weten dat ze niet Roos heeft, dat Roos een verzondenaam is. Het ziekenhuis heeft ons bewestigd dat er nooit een Roos met haar achternaam heeft gewerkt. En dat die ook geen big registratie bezit. We weten dat zij dat filmpje van die runtgevoto heeft gesteurd. We weten nu dat er nooit een sitting van de klachtencommissie kan zijn geweest. En dat zij daar dus een fals verslag van heeft gedaan aan Annika. En de As. De As van Marlotte. Die heeft Annika van Roos gekregen. En Roos was er bij toen ze de As uitstroeden. En toch. flak voordat ik het ziekenhuis binnen ging, kreeg ik nog een berichtje van Roos. Haal is hier fijn weekend gehad. Ik heb ze juist overleg gehad met benadverkaten. Op zijn advies werk ik was volledig mee naar de afsluiting van de lopende klachten, zoals ik eerder aangafstijten. Roos praat dus nog steeds over een niet bestaande klachtenprocedure. Daring ze wordt bijgestaan door een waarschijnlijk ook niet bestaande advocaat. Wat moeten we hiermee? Daar komen we niet meteen uit. En het is ook nu even niet onze eerste zorg. Want we moeten eerst Annika nog vertellen. dat Marlotte nooit heeft bestaan. Eeeh. Ik kan door de avond heeft veel, vanaf op je is. En het zou kunnen vragen, Anders. We willen niet te lang wachten met het nieuws brengen. En dus heb ik haar dat ik graag donderdag bij haar langs wil komen. En dat rol of mee komt. Ze zegt dat het goed is, maar dat het niet te laat kan omdat ze met haar moeder uit eten gaat. Ik zeg dat het goed is als haar moeder wat eerder komt. zodat ze ook bij het gesprek aanwezig kan zijn. Het gesprek dat volgt heb ik niet opgenomen. Ik vond het niet gepast om bij dit nieuws Annika een microfoon onder haar neus te duwen. Maar ik ga je vertellen wat er gebeurde. Het is een zonige dag en Rullovaneek bellen aan bij Annika. Ze doet open. We gaan naar binnen. We krijgen T. En Rullovaneek pak een stoel. Annika gaat op de bank zitten. De moeder van Annika heeft vlai meegenomen uit Limburg. We praten wat over het weer. Annika zit daar stil bij. Als iedereen T en vlai heeft, wil ik het gesprek beginnen. Maar de moeder van Annika blijft nog wat rommelen in de keuken. Annika kijkt naar me. En ik besluit dat ik niet ga wachten en begin. Ik vertel dat we hier niet voor niet zijn. Dat we de afgelopen maanden uitvoerig onderzoek hebben gedaan naar het verhaal van Marlotte. En dat we de conclusie moeten trekken dat het niet echt is gebeurd. De moeder van Annika staat in de keuken en slaat haar handen voor haar gezicht. De stoch zegt Annika. 3 jaar van mijn leven. 3 jaar van haar leven heeft ze aan Marlotte besteed. En het was niet echt. Ik had verwacht dat Annika honderd de vragen zou hebben. Maar ze zitten stil en wat bedeest op de bank, terwijl Roolhoff vertelt over het gesprek met het ziekenhuis. Als we dan naar een klein uur op het punt staan om weg te gaan. Ruit Roolhoff zich bij de deur om. En zegt tegen Annika dat ze heel goed moet bestefen dat zij niks fout heeft gedaan. Dat dit niet haar schuld is. Dat mensen misschien zullen zeggen dat dacht ik al wel. Maar dat die mensen niet weten hoe groot het bedroog is geweest. Als we naar het station lopen, zegt hij dat dat ook voor mij geldt. Ik weet op dat moment nog niet zo goed hoe ik me voel. Ik voel van alles door elkaar. Ik ben opgeleurd dat ik duidelijkheid heb gekregen. En ik ben blij dat het verhaal van Marlotte niet echt is gebeurd. Dat was verschrikkelijk. Maar ik voel me ook dom. Ik ben bij de start van het onderzoek meteen de inhoud ingedoken. Ik ben alles gaan lezen, alles chets, al die duizenden pagina's aan informatie. En die hoveelheid daarvan, die heeft mij enorm verblind vertellen, Roolhoff. Dat heeft mij heel lang in de weggezeten om in de daad anders naartverhaal te kijken, omdat ik dacht. Dit verzin je niet, waarom zou je het verzinnen? Zoveel. En het kwam allemaal met elkaar over één. Dus het was een. Zem maar, die moet een priljante scenario schrijven zijn om dit op deze manier te bedenken, omdat alle informatiekosplandeerde met elkaar. Dus als. Marlotte in een appje aan Anika iets subtils zegt over de relatie met haar vader, wordt dat verder uitgewerkt in de dag boeken die Anika pas twee jaar later krijgt. En een jaar later in het contact met het ziekenhuis, waarin daar subtil is zo over wordt gezegd dat Marlotte op een bepaalde manier reageert als een mannelijke verzorger langskond. Zo ingenieuist. Mensen kunnen zich bijna niet voorstellen als dit te horen. Denk je met dat het precies wat er een hand is, want het past allemaal in elkaar. Maar waarom zou je dit verhaal verzinnen? Waarom zou je zo ongelovelijk veel tijd besteden aan het fabriseren van een gruelijk verhaal? Wat zou daar achter kunnen zitten? We besluiten om dat aan een psychiatr te vragen. Hallo, goedemorgen. Exclus voor de vertraging. Wat verveerend. Ik ga langs bij psychiatr migiel hengenveld. Ik kom er een half uur te laat aan dat de trein reed niet. Maar dat is geen probleem voor de emeritus hoogleer her. Hij woont in een staatige herenhuis vlak bij het station. Er hangen foto's van bekende wetenschappers aan de muur. Als ik zie hier niets van Einstein? En is die man links? Ik zit aan een grote tafel in de woonkamer. De poes springt op meschoot. En ik vertel de psychiatr het hele verhaal. Ik vertel over Arnica, over Marlotte, en over Roos. Dus dat is het verhaal? En echt zin dat verhaal. Waarom je video ook meterijt? Ja. Migiel hengenveld zit tegenover me. Achter hem op de muur hangen schilderijen van zijn kinderen. Voor hem op tafel ligt een bloeknot. Daarop heeft hij aan tekeningen gemaakt. Ik wil van de psychiatr weten of hij op basis van wat ik vertel kan inschatten met wat voor persoon we te maken hebben. Kijk, want zonverhalen heb ik eerder gezegd nog nooit meegemaakt in mijn praktijk. Maar ik heb natuurlijk wel een aantal patiënten gehad die ziekte naboodsten. Ik heb het ook nog in verdiept. Dat is de syndrome van Munchhausen. Ja. Ja, het syndrome van Munchhausen. Ja. Maar hier wordt dat een syndrome van mensen die een beetje rondzwerven. En van de eneerste op naar de ander gaan vaak worden opgenomen met heel ernstige glachten. En dan na een paar dagen ontdeksen dat het nageboodst is. Voor nu moet dat nageboodst vektisch gritten in de Engels. Lijkt zeggen wat we daarvan weten zodat het mensen zijn die wel weten dat ze dat doen. Het syndrome van Munchhausen. Nageboodst de ziekte. Daar moet de psychiatr aan denken als ik het verhaal van Marlotte vertel. Maar zegt hij, dit gaat nog wel een stapje verder. Want wat ik om schrijf klingt volgens haar meer als pseudo-logia fantastica. Kijk eens dan ben ik nog even een doek op zo'n logia fantastica. Dus een symptom, het is geen ziekte, maar meer een. een simptome of een bepaald ziekte onderdeel, zou je kunnen zeggen. Maar bij mensen dus in staatshende meesteren fantastisch verhalen te vertellen en andere mensen dat te doen laten geloven. Maar dit simptome, die pseudo-logia fantastica, daar is eigenlijk niet zo gek veel over bekend, verteld hengenveld. En dat is wel beschreven in de psychiatrie. Geek genoeg eigenlijk vooral begin voor geëel. En het is de laatste jaren, er is veel meer naanigd. De recente leerboek, ook mijn eigen leerboek, staat maar een regeltje erover. Speciaal voor dit gesprek heeft de emeritus hogelerar de wetenschappelijke literatura opnage slagen. Hij somt een aantal bekende psychiaters op die over het onderwerp hebben geschreven. Jasper is de man die meer schreeven over simptome, zou je kunnen zeggen, met mensen ervaren die noemden dat een warmpang complexe fantasie, waarbij tachtdroomen kunnen overgaan in verliest van realiteit. Kan wel deels, waar ze je zijn wat gelezen is, en dat zeggen meer mensen dat het vaak een mensel is van reale, feite, plus fantasie. En reale feite in de zin van dat je dat zelf hebt meegemaakt, of dat je dat ergens hebt gelezen in de korte van het internet? Ja, dat laatste denk ik er vooral niet zo zichzelf meegemaakt, maar dus welven dingen die kunnen gebeuren. Dat maakt natuurlijk moeilijker onmasker om dat het vaak verhalen zijn, die best hadden gekund. Een vorm van complexe fantasie, dachtdroomen die overgaan in het verliest van realiteit, hangen veld gaat verder. Krouwst ook een bekende groon gespriegerde over leerboekserijf, hysterische onderrijpheid. Soms een beetje populistemming, kinderlijke charmen, vooral bij goede intelligensie, recht heren van het concouwinterstand. Ik heb er soms op merkele prestaties, het past wel wel, he? - Ja, zeker. Gistert dus kan de masker zijn waarin we inlijke arm worden, soms we beginnend op sigouw zijn ook, he? - Ja. Hengen veld vertelt over pseudologia fantastica, omdat ik hem heb gevraagd waar hij aan denkt als ik de hele leugen van Marlotte vertel. Hij geefts hier geen diagnose van roos, want dat kan hij ook niet. Hij is niet haar behandelend arts, heeft haar nog nooit ontmoet, en kent haar geschiedenis niet. Alles wat hij over haar weet, weet hij van mij. Maar wat hij vertelt, past wel bij roos, denk ik. Kinderlijke charmen, goede intelligensie. Ik heb haar gesproken. Ik weet dat ze dingen heeft verzonnen. Dat ze bijvoorbeeld op een ongelovale knappe manier verslag heeft gedaan van een ziting van een klachtencomissie die nooit heeft plaats gevonden. Maar wat zou er nou gebeuren als we roos confronteren met onze verdenking? Daar is in de wetenschappelijke literatuur weinig over bekend. Zeg het Hengen veld. Dit is de psychiatiek kennis, daarom. Ik heb gezegd naar wat moet je doen. We staan heel weinig tot niks over. Er is één jaar op die zegt hij moet er zoveel verzichten, maar zei er nog niet wat er zomaar worden. In die literatuur over de munciaalse was aanvangelijk ook wel angst voor je moet je niet confronteren. In de langste man is dat wel een beetje veranderd in vannaard. Dat kan echt wel best. Want meestal of ze geven toek, even trekken uit de ziekenhuis dan natuurlijk. En gaan volgens wel ik verder, maar dan naar een volgens ziekenhuis. Of ze blijven gewoon erin geloven en denken van, "Je kan met mensen met een comploteer oorijken, maar je kunt aankom met wat je wil, ze houden het vast." Hengenveld denkt dat de kans groot is dat als we Roos confronteren, ze zal blijven voelhouden in haar leugens. Maar echt de zuiver rezonevahel is dit, nam een ander jeugel hier, maar diekel over het kerstrijven. In de wetenschappelige literatuur om dat het zo zeldzaam is, maar wel goed om te roopt herkend als in ons vak. We hebben Roos inmiddels al een tijdje niet meer gesproken. Ze heeft ook geen contact meer opgenomen. Die wel weer contact op neemt is mare. Maare, je weet wel, dat vriendinnetje van Marlotte uit de kerk. Ik ga ervan uit dat mare en Roos dezelfde persoon zijn. Ik ben Roelof. Dus ik ga eens gisteren avond een appje van Marlotte. Ja. En die zegt weet u al wat meer, dat is één de grootste app. Oké. Ik had echt alweer niks meer van haar gehoord of van Roos. Nee. Ik zat een beetje te dubben wat ik daarnaal mee moet doen. Kijk, ik kan het gewoon negeren en niks suuren. Ik kan ook zeggen, nou, we hebben besloten om vloopt te stoppen met het onderzoek. Wil je meer weten, mag je me bellen? Zo is het. En wat is het laatste wat je daarvoor met haar het communiciert al? Mag ik dat over? Par je even bij. Ik schoel door mijn telefoon naar de berichten van Marlotte. Ik zie dat de laatste keer dat we appcontact hadden een maand geleden was. Maaren vertelde toen ineens over de open van Marlotte en over haar eigen vader, waar ze er gebang voor was. Omdat hij wisst dat ze contact met mij had. Ze moest haar telefoon in levert, zij ze. Nee, dus dat was het laatste. En daarvoor had ze nog zo, nee, dat was gewoon die zoutnummer van de psychologe gek. Ja, nee, ik zie dat. Dat loopt het een beetje door het kaas. Maar dat vind ik ook wel reden om misschien te zeggen, dat ik hier niet opreef geeren, maar wel weer een keer. En niet meteen, nu denk ik. Maar in deze dag contact zoeken we droos, misschien, omdat hij toch af te sluiten. Want daar stond ik hier ook wel aan te denken van ja. Als we dat zo open laten zoals het nu is, is dat misschien ook wel te weinig. Ik vind het toch eindig. Ja, ik bedoel toch wel dat er haar nog één keer moeten moeten. En zeggen, voor jou dit weetweer, dus wij stonden er mee. En misschien ook wel zeggen, het lijkt wel verstandigheden heel goed zoeken. We spreken af dat ik maare, nu een keer, en over een paar dagen opnieuw contact op nemen het roos. Een week later heb ik haar. Of ze nog een keer met me wil afspraken om over maar lot te te praten. Dat wil ze. En Rullen vergaat met me mee. Op weg naar onze afspraak nemen we door wat we gaan vertellen. Dat ik met mijn teemendeur in huis ga, en dat ik daarom moet mee ben, dat we aan de onderzoek hebben gedaan. De achterzeggen komen dat wat ze ons heeft verteld niet klopt. Ik vind het nog even twijgel over het woord liegen. We willen Roos in dit gesprek ook de ruimte geven om haar kans van het verhaal te vertellen. Voor wat dat waard is. Want hoe betrouwbaar is het wat ze zegt? Dan komen we aan in de stad waar we hebben afgesproken. Het is zonnig. We besluiten op het terras te gaan zitten. We bestellen Koffie. En dan zie ik Roos. Ze is haar fiets aan het parkeren. Ze heeft een koptelefoon op. En ze draagt een zonnebril. En ze loopt in de richting van het terras. Ik zwij en ze komt naar ons toe. Heee. Hey. Dit was aflevering vier van de Zemlappeltkast op zoek normaalotte. Nieuwe afleveringen vind je het eerst in de MPOLUisterapp.