#313 - Geloven in God? Arjen Lubach, Herman Finkers, Lieke Marsman, Typhoon e.a. | The Best Of Ongelooflijke
59m 56s
In deze eerste Best Of-aflevering van de Ongelooflijke Podcast staan de meest indrukwekkende gesprekken over geloof en ongeloof centraal. De aflevering toont een breed spectrum aan perspectieven. Arjen Lubach vertegenwoordigt het atheïsme en vindt geloof absurd, omdat het onbewijsbare zaken toelaat. Herman Finkers daarentegen ziet juist schoonheid in het absurde van het katholicisme; voor hem is geloof geen rationele keuze, maar een diepe geaardheid, verankerd in rituelen en traditie. Aafke Romeijn, opgegroeid in een seculier nest, voelt zich aangetrokken tot de symboliek en gemeenschap van religie, maar blijft zoekende. Tim Hofman, een atheïst, erkent de waarde van Jezus als een liefdevol en inspirerend persoon, maar bekritiseert hoe de kerk soms afwijkt van diens boodschap. Typhoon vertelt over zijn bekering en benadrukt dat echt vinden belangrijker is dan eindeloos zoeken. Ernst-Jan Pfauth is jaloers op het geloofsvertrouwen van anderen, maar kan zelf niet geloven. Rick Pils bespreekt Pascals idee om "alsof" te geloven en zo de ervaring te ontdekken. Tot slot deelt Lieke Marsman een mystieke ervaring tijdens haar ziekte, die haar wereldbeeld deed kantelen en haar openstelde voor iets goddelijks. Samen tonen deze gesprekken de complexiteit en diversiteit van geloof in een seculiere tijd.
Dit is een podcast van E.O. voor NPO Radio 1.
Katholicisme is niet een keuze. Het is een geaardheid.
Ik bedoel, aan Jezus ligt het niet, toch?
Ik denk dus dat het de easy way is om het niet te doen zoals Jezus.
En ik hoop dat heel veel mensen dat toch meer wel gaan doen.
Ja, leuke man.
En toen we daar door die bossen ploeterden. had ik opeens heel erg het gevoel dat er wel iets goddelijks bij me was.
Want ik weet dat het echt was.
Op een gegeven moment wordt de zoektocht heiliggemaakt.
Omdat we ergens ook bang zijn om te vinden.
Ik verf mijn haar blauw, ik sta op een podium.
Ik zeg alles wat ik denk.
Waarom zou ik dit stapje dan niet nemen, zeg maar?
Bijna zoals je het omschrijft is het van alle dingen die je doet. misschien nog wel het meest punkrock.
Ja, zo voelt het soms wel.
Ongelooflijke Podcast met David Bogert.
Hey, goed dat je luistert.
Welkom bij aflevering 313 van de Ongelooflijke Podcast The Best Of.
Zeg ik er gelijk bij.
Want dit is de eerste van vier bijzondere afleveringen. waarin we de beste fragmenten uit zeven jaar Ongelooflijke Podcast laten horen.
In deze aflevering staan de mooiste geloofsgesprekken centraal.
Waarom gelooft de een wel en de ander niet?
En wat gebeurt er als je wereldbeeld opeens. kantelt?
Er komen mensen voorbij als Herman Vinkers, Tim Hofman, Lieke Marsman. Typhoon, Esjam Fout en Aafke Romeijn.
En dat doet nog heel veel gasten tekort.
We hadden nog honderd andere keuzes kunnen maken.
Dus zie dit maar als een soort bloemlezing.
Een inkijkje in ons archief.
En natuurlijk hoor je daarbij ook vaste gast. theoloog Stefan Paes.
Hij zocht leren aan de VU in Amsterdam. en de Theologische Universiteit Utrecht.
Maar we beginnen met cabaretier Arjen Lubach.
Hij was namelijk de gast in onze allereerste aflevering.
Toen we begonnen met. De Ongelooflijke was net uit onderzoek gebleken. dat voor het eerst meer dan de helft. van de Nederlanders zich niet religieus noemt.
En daarom dacht ik. laat ik de bekendste atheïst van Nederland eens vragen. hoe zou nou een niet-gelovig. misschien wel atheïstisch Nederland. eruit kunnen zien?
Nou, ik weet niet. Je sluit in ieder geval de deur. voor het toelaten van. dingen die je niet kan bewijzen.
Dus er kan niet iemand opstaan en zeggen. ik vind dat elke. weet ik veel, homo of elke vrouw. of elke wat dan ook. op die en die manier. moet worden behandeld.
En als ze vragen waarom vind je dat. dan heeft diegene gezegd omdat ik dat geloof. omdat ik dat aanneem.
En die discussie is dan weg.
Dus dan wordt het een zuivere discussie. van wat zijn mensenrechten. wat doen we met de verhouding. tussen man en vrouw.
En dan krijg je een soort van. het lijkt me ook een heel saaie wereld uiteindelijk. omdat je niet allemaal. Ik vind het wel fascinerend.
Want eigenlijk zeg je dan. geloof valt weg, dus we gaan allemaal discussiëren. over mensenrechten.
Je hebt eigenlijk een soort beeld van dat we allemaal veranderden. in allemaal rationele Arjen Lubachjes.
Die dan gaan nadenken.
Daarom zeg ik, het lijkt me een heel saaie wereld. dat het allemaal Arjen Lubachjes wordt.
Maar ook een heel optimistisch mensbeeld.
Het is een heel bizarre utopie.
Het is natuurlijk helemaal niet. gezegd dat het dan. Ik heb daar niet een soort blauwdruk voor klaar liggen. van we hebben straks een heerlijk. atheistisch Nederland of zo.
Maar ik denk wel dat we uiteindelijk toegaan naar. Kijk, als iedereen een eigen. individuele, spirituele beleving. heeft en die wil thuis. gaan vieren. of wat dan ook.
Dan kan ik daar ook prima mee leven.
Dus het is een beetje heftig gesteld. om te zeggen dat je naar een atheistisch land wil.
Ik wil alleen in ieder geval dat je. dat er geen kinderen mee worden lastiggevallen.
Het liefst ook niet je eigen kinderen.
Maar dat is natuurlijk heel moeilijk om. te gaan bepalen.
En dat andere mensen er gewoon geen last van hebben.
En dat lijkt me al een heel goed uitgangspunt.
Kinderen niet ermee lastig. lastigvallen. Dat is voor jou ook een belangrijk punt.
Nou, dat vind ik een vrij heftig punt.
Dat is natuurlijk wat ik zelf heb meegemaakt.
Dat je op een dag wakker wordt en denkt. waarom denk ik dit? Kut dan nog.
Mijn ouders dit hebben verteld, maar niet omdat het waar is.
Dat is wel echt heftig.
Ik vond het wel een bizar inzicht.
Ik neem het mijn ouders niet kwalijk, omdat zij ook. op dezelfde wijze zijn opgevoed.
Zij hebben alles in het werk gesteld. om het beste voor mij. voor elkaar te krijgen.
Dat het niet strookt met wat ik het beste voor mezelf. dat doet niks af aan hun goede intenties.
Dus het is mijn. Het is altijd een soort van. ingewikkelde discussie. Ben je nou boos op je ouders of niet?
Maar ik vond het wel een heftig. besef dat die indoctrinatie. zo geslaagd was.
Jij schreef ooit. over een gesprek voeren met gelovige mensen.
Schreef je dit?
Het is alsof je een tennisswedstrijd speelt. tegen iemand die je qua tennisspel. hoog hebt zitten.
Er bestaat overeenstemming over de puntentelling. het materiaal, de spelregels.
Dan ineens strijdt je tegenstander. de gelovige dus, zich om. pakt een tosti-ijzer. en begint de tennisbal te bakken.
Als de bal bruin is. knabbelt hij hem op. om vervolgens triomfantelijk. uit te roepen dat hij heeft gewonnen.
En jij staat daar maar. met open mond en grote ogen. naar hem te kijken.
Zo voelt het.
Ja, dat is nog steeds wel een beetje. En zo voelt het altijd?
Ja, een beetje wel.
Omdat we die wereld als hetzelfde beschouwen.
We gaan echt niet. Jij doet echt wel ook een veiligheidsgordel om.
Ook al denk je dat er een god is die jou beschermt.
Er is echt wel zo'n. hele heftige. Dat past prima in mijn. Ja, precies.
Maar dan ergens zeg je. Oh, maar ik ga nog wel even mijn ogen dicht doen. en hopen dat. en even een paar dingen vragen in gedachten.
Want er is iets dat boven iets bestuurt. waardoor misschien mijn. oma beter wordt.
Een fictief voorbeeld.
En dan denk ik. What?
Dan sta jij die tennisbal te roosteren, ja.
Op dat moment.
Ja, dan denk ik. Oké, nou, ik ga weer door met mijn eigen leven.
Het toelaten van dat onbewijsbare. dat gaat voor mij gewoon honderd stappen te ver.
Ja, voor Arjen Lubach is geloven dus absurd.
Het toelaten van het onbewijsbare.
Een paar afleveringen later sprak ik met een andere cabaretier, Herman Vinkers.
En dat is interessant, want voor hem is het absurde. het onbegrijpelijke juist de reden om wel te geloven.
Kunst en humor en religie. dat noem ik altijd als mijn. mijn weesmalle trippel.
Je hebt die drie dingen.
Reef had het altijd over. kunst en religie.
Maar ik wil de humor graag. graag aan toevoegen.
Maar de humor doet hetzelfde.
Het vindt een omgangsvorm voor het ongerijmde.
En als je naar een. Ja, als ik zeg. Ik ben niet getrouwd, maar mijn schoonouders konden geen kinderen krijgen.
Dan kan dat niet.
Maar omdat het grappig is, kan het dan weer wel.
En dat heb je in het katholicisme natuurlijk ook.
Als ik praat over christelijk geloof. praat ik over katholicisme, omdat dat mijn referentiekade is.
Als ik zeg. God was het begin van alles.
Voor God was er niks.
En Maria is zijn moeder.
Dan kan dat niet.
En toch is zo.
En daar ga ik voor door de knieën.
En dat zijn momenten voor jou waarbij religie. en. humor elkaar echt raakt.
Ja, het is eigenlijk hetzelfde.
Alleen, religie doet het niet met een grap.
Die doet het met een theologisch systeem.
Het klopt niet wanneer je het kloppend probeert te maken.
Het moet. Net als een grap.
Ik ging naar een jakenikker in Schonebeek.
En ik vraag haar zo'n jakenikker. Heb jij dat ook al eens, dat je smogens vroeg depressief wakker wordt?
Nee, zegt die jakenikker.
Dan denk je, ja, een jakenikker kan geen eer zeggen.
Dus daar gaat het er ook uit.
Maar juist wel.
Dus snap je?
En bij poëzie heb je dat ook.
Gedichten zitten ook vaak zo onlogisch in elkaar. als ik weet niet wat en dat het niet klopt.
Dat vind ik wel interessant dat je dat zegt.
Want jij vindt dan eigenlijk het absurdistische. wat dan in religie bijvoorbeeld ook zit.
Ja, ik ben ook een absurdist natuurlijk.
Dat vind jij mooi en dat vind jij passend.
Terwijl ik sprak in aflevering 1 van. De Ongelooflijke Podcast sprak ik met. Arjen Lubach.
En die hekelt juist het absurdistische van religie.
Hij zegt, ik vind religie en het geloof in God. vind ik zo'n absurd iets.
Daar kan ik eigenlijk niets mee.
En ook mensen die erin geloven. die vindt hij eigenlijk een beetje maf.
Dus hij gebruikt het absurdistische juist als iets van. daar kan ik niks mee, ik kan dus niet gelovig worden.
En jij keert het eigenlijk om als iets. waar je juist dat gelooft.
Dus hij is niet van het credo quia absurdum.
En wat betekent dat credo?
Ik geloof het omdat het. absurd is.
Nee, hij zou zeggen, ik geloof niet. omdat het absurd is.
Ja, dat is een bepaalde fase.
Laatst was er iemand die zei. ja, ik ben ook katholiek opgevoed. en ik zat in de. kerk gehoord en zo.
Ja, dan ga je studeren en dan lees je Nietzsche. en dan lees je Kant en dan lees je van alles.
Dus dan. ja, dan weet je dat het niet zo is.
Toen zei ik, oh, zit je nog in die fase?
Hoe belangrijk is de kerk voor jouw geloof?
Nou ja, het is. in deze tijden is het wel moeilijk. om lid te blijven van de kerk.
Ja?
Ja, in de katholieke kerk is het een zootje natuurlijk.
Heb je wel eens op het punt gestaan om gewoon. Nee, maar je moet er elke keer wel over nadenken.
Wil ik nog wel lid blijven. van deze club, hè?
Dat is ook wat je. Ja, wat gek genoeg mij nooit. die vraag is mij nooit gesteld, maar je hoort het wel eens. in praatprogramma's op tv dat er iemand aan. een katholiek vraagt, maar wil je dan al wel lid blijven. van die club vol misbruik. en die hypocrite prilaten. in een vatikaan.
Maar daar vind ik een aantal dingen van.
Ten eerste vind ik niet dat. de goede mensen de kerk uit moeten gaan. maar de hypocrite. en de misbruikers. die horen niet in de kerk.
En de kerk. De kerk is niet van hun, die is van ons.
En ik denk dan ook vooral aan die geestelijken die volkomen anoniem in sloppenwijken, in de meest arme delen van de wereld.
En ik denk ook aan mijn achteroom Jan Finkers die zijn hele leven heeft opgeofferd om te werken in het midden tussen de indianen in Zuid-Venezuela.
Die heeft een keihard bestaan gehad, maar hij was zielsgelukkig en hij is indiaan geworden met de indianen.
En hij heeft de christendom niet vertaald, dit is de boodschap en dit zijn de dogma's en hij is opgestaan.
Hij heeft gewoon gekeken, hoe kan ik ze bijvoorbeeld minder bang maken.
Hun religie is heel erg gebaseerd op angst.
Als ik tegen jou zeg, die en die heeft jou betoverd, gaat die indiaan van angst al dood.
Nu kan mijn geloof iets bieden, dat is een Maria beeld.
Hij heeft een boom gehangen en heeft gezegd, als iemand jou betoverd heeft, ga je naar Maria toe en die neemt het van je over.
En dat helpt.
En dat is, vind ik, de ware manier hoe je ermee om moet gaan.
Daar heerste ook nog de wet van, ze waren nu niet meer, nu blijven ze op één plek, maar toen de tijd surfen ze nog als nomaden.
En als ze gingen trekken en iemand was te ziek of te oud en die had geen familie, dan liep men hem gewoon achter.
Omdat, ja, je zorgt voor je familieleden, maar als je geen familie meer hebt, laat je hem liggen.
En toen nam hij die verzorging op zich.
En dat zagen die anderen en die waren daar verbaasd over, maar die hebben dat wel weer overgenomen.
En ik denk, ja, dat is ook de katholieke kerk.
Moeten dan die mensen die in hun mooie gewaren, in hun paleizen in Rome zitten, dat verpesten voor de werkelijke werkers die daar in het oerwoud en in de slappen wijken.
Want daarom zijn al die ambassades.
Het is de wereld ook wel erg geïnteresseerd om een ambassadeur te hebben in Rome, want er zit heel veel informatie aan de basis.
Terwijl de officiële ambassades toch vaak contact hebben via de toplagen, maar die katholieke kerk zit helemaal onderop vaak.
En zit er nog op plekken waar gewone ambassades niet eens meer komen.
Een bekend voorbeeld is Pater Frans van der Lugt die daar in Homs bleef zitten.
En je hebt de trappisten daar en al die rijen die ook bleven zitten en vermoord zijn.
En ik denk ja die zijn ook niet uit de kerk gestapt, dus waarom zou ik de arrogantie hebben om dat wel te doen?
En ik vind dat zij daar moeten.
Men kankert heel veel op de kerk, maar men vergeet toch wel vaak hoe belangrijk het is geweest voor de ontwikkeling van het onderwijs, ziekenzorg, naast de liefde.
Dat is toch met alle misstanden die er zijn, dat is ook een deel van de kerk.
Ja, en dat is dan iets wat soms dan makkelijk vergeten wordt aan mensen natuurlijk.
Om alle negatieve berichtgeving.
Ja, en nog een ander argument is dat ik wel eens gezegd heb, katholicisme is niet een keuze.
Het is niet waar je over nagedacht hebt en hebt gezegd, ja dat lijkt me wel verstandig.
Zoals je wel kunt beslissen om elektrisch te gaan rijden, waar je denkt, ja ik geloof dat dat toch beter is voor het milieu.
Zo zit dat met katholicisme niet.
Een geaardheid.
En als ik in een katholieke kerk kom en ik zie daar kaarsen branden voor Maria.
Ik ruik de wierhoek en de kaarsen en ik zie dat gebouw dat omhoog gaat.
Dan denk ik, dan voel ik dat ik katholiek ben.
Dus dan zou ik eigenlijk huigelen om dat te ontkennen.
Voor Hemel Vinkers is geloven duidelijk heel natuurlijk.
Hij kan bijna niet anders.
Maar we leven in een seculier Nederland.
Veel mensen hebben het geloof waar wel gezegd.
Sterker nog, voor sommigen is religie totaal geen thema meer in hun leven.
Van mijn vaste compagnon bij de ongeloof.
Katholijke theoloog Stefan Paes leerde ik een nieuwe term kennen.
A-pa-theïsme.
Volgens mij komt het van Phil Zuckerman.
Een onderzoeker in de Verenigde Staten die veel onderzoek doet naar atheïsme.
Een atheïst zou je kunnen zeggen.
Is iemand die God nog de moeite waard vindt om niet in te geloven.
Als ik het even een beetje kritisch zeg.
Een Arjen Lubach.
Ja, een Arjen Lubach is een goed voorbeeld denk ik van iemand die echt een atheïst kunt noemen.
Die heeft echt de moeite nog om met gelovigen in debat te gaan.
Die wil uitleggen waarom je niet in God gelooft.
God bestaat voor zo iemand nog, in zekere zin, als een theoretisch concept waar je tegen kunt zijn.
Een apatheïst is iemand die of helemaal geen antenne heeft voor religie en God.
Dat kan natuurlijk ook.
Of daar zo ver vandaan gegroeid is door de generaties heen.
Dat het hele onderwerp hem of haar niet raakt meer.
Het triggert niks meer.
Misschien kun je het vergelijken.
Ik gebruik dat beeld vaak met hoe heel veel Nederlanders over cricket denken.
We begrijpen het niet.
Het interesseert ons ook niet.
Maar als het op televisie komt ga je naar een ander kanaal.
Het triggert ook geen verzet.
Prima.
Prima dat mensen het doen.
Ja, dat moeten ze vooral doen.
En zolang ik er maar geen last van heb, dan vooral doen.
Stefan omschrijft hier een heel seculier klimaat.
En iemand die opgroeide in zo'n atheïstisch nest, noemt ze het zelf, is Aafke Romeijn.
Ze is schrijver en muzikant.
En in de Ongelooflijk hadden we een openhartig en komisch gesprek.
Waarin ze vertelt over een opmerkelijke wending in haar leven.
Zeg maar, wanneer je seculier wordt opgevoed, dan heb je dat zelf helemaal niet zo door.
Toen ik Nederlands ging studeren, merkte ik gewoon, ik kwam in een groep terecht van allemaal vrij mensen die afkomstig waren uit de Bijbelbelt.
Die Nederlands gingen studeren om leraar te worden.
En die de Bijbel van voort tot achteruit hun hoofd kenden.
En ik had een waanzinnige achterstand, zeker als het gaat om historische teksten.
Maar ook gewoon, ik bedoel, de hele Nederlandse literatuurgeschiedenis is doordrenkt van allusies, van verwijzingen, van allegorieën.
Dus ik kon er helemaal niks mee. Ik haalde er niks uit.
Ik las die teksten allemaal alsof het gewoon moderne sprookjes waren.
En dat heeft wel voor het eerst bij mij een soort van fascinatie doen ontstaan voor de Bijbel.
Omdat ik dacht, ik wil wel dan in ieder geval vanuit een wetenschappelijk oogpunt die tekst op mij genomen hebben.
Dat ben ik gaan doen.
En ik kwam er eigenlijk achter, naarmate ik meer ging lezen, dat ik eigenlijk toch wel in mijn hele jeugd ook al wel,
heel erg gefascineerd ben geweest door de kerk.
Dus ik heb mijn opa en oma, ik heb een opa en oma die heel katholiek waren, of zijn, moet ik zeggen.
Mijn oma leeft nog.
Dus ik kwam als kind stiekem eigenlijk best wel eens in de kerk.
En ik vond het eigenlijk heel fascinerend.
Juist ook omdat de rest van mijn familie daar helemaal niks mee had.
Dus het was allemaal heel mysterieus en heel erg spannend en zo.
Ja, ik weet, naarmate ik ouder werd, is die fascinatie eigenlijk alleen maar toegenomen.
En ik ben altijd, waar ik ook kom, ik ga altijd de kerk.
Ik ga altijd de kerk binnen.
Ik ga altijd eventjes ergens zitten.
En wat vind je er fascinerend aan?
Nou, er zijn een aantal dingen.
Ik ben iemand, ik ben heel gevoelig voor rituelen en voor symbolen.
En dat is niet iets waar, het is gewoon een eigenschap van mij.
Ik heb dat ook met, als ik ergens heel veel mensen in uniform zie marcheren, dat raakt mij.
Ook al hou ik helemaal niet van de uitvaart van militairen.
De uitvaart van Elizabeth of zo.
Ik heb een hekel aan het leger en alles waar het voor staat.
Maar laat gewoon. Ze hebben wel mooie pakjes aan.
Ze hebben wel mooie pakjes aan en ze doen iets samen.
Het is voor mij ook, oké, we staan, we maken onszelf ondergeschikt aan een groter geheel.
We maken dat geheel heel zichtbaar door allemaal dezelfde kleren aan te trekken.
Of er allemaal in een kerk te gaan zitten.
En allemaal dezelfde kant op te kijken en hetzelfde te zeggen.
Dat vind ik iets, ik voel me dan heel klein, heel nederig, maar op een hele prettige manier.
Dus niet in een onderdrukkende manier, maar gewoon. Dat is voor mij misschien wel de relativering die ik soms nodig heb.
En zeker als het dan ook nog gepaard gaat met muziek, dan kun je me gewoon opvegen.
Dus daarbij, ik hou gewoon enorm van verhalen.
En van mysterieuze verhalen.
Van verhalen waarvan niemand precies weet wat er nou waar is en niet.
Ik vind dat fantastisch als feit en fictie door elkaar heen lopen.
En het gewoon niet meer te achterhalen is wat wat is.
Dat klinkt dus ook alsof jij het eigenlijk wel een soort. Nou, ik denk, kijk, mensen vragen mij heel vaak, dat vind ik wel grappig.
Die vragen van, ja, maar ben jij nu opeens religieus, vragen ze dan aan mij.
En dan denk ik van, ja, weet ik eigenlijk helemaal niet.
Maar wat ik in ieder geval niet ben, is iemand die religie uitsluit, belachelijk maakt of niet aanvaardt zelfs.
Ik vind religie een heel aantrekkelijk alternatief voor een wereldbeeld dat toch een beetje taaien en druk is.
Ik vind religie een heel aantrekkelijk alternatief voor een wereldbeeld dat toch een beetje droog en niksig is, voor mijn gevoel.
En ik denk dat het er niet voor niks is.
En ik denk dat kritiek op de kerk en de uitwassen van religie superzinnig is.
Maar ik denk ook dat niemand daar echt aan twijfelt.
Volgens mij is dat de discussie helemaal niet, weet je al.
Maar ik denk als je gewoon teruggaat naar wat de functie van religie kan zijn als je kijkt naar een samenleving.
Dus gewoon het creëren van een gemeenschap waarin mensen in staat worden gesteld om zichzelf te veranderen.
Om zichzelf ondergeschikt te maken aan iets dat goed is.
Dat is iets heel universeels en iets heel goeds waar volgens mij weinig kwaad in huist.
En als je dan kijkt naar wat het in je persoonlijk leven kan betekenen.
Namelijk dat je kunt aanvaarden dat je geluk mag ervaren zonder dat je rationeel kan uitleggen wat dat geluk precies betekent en wat voor zin het heeft.
Waarom zou je niet met religie bezighouden?
Wat ik een beetje tegen de tijdgeest invind gaan wat jij vertelt.
Is dat ook in deze podcast.
Dat zijn best wel voorbeelden van mensen die zeggen. ik was vroeger fanatiek atheist. Ik ben er wat beelder over geworden.
Maar het blijft vaak steken bij een soort van.
Ik heb er geen hekel meer aan.
Of in sommige gevallen.
Ik heb er best wel sympathie voor.
Goed dat er zulke mensen zijn.
Ik begrijp dat er zulke mensen zijn.
Ik begrijp de historische waarden van het geloof.
Allemaal natuurlijk volledig legitieme gedachten.
Maar bij jou zie ik het wel verder gaan.
In die zin dat je denkt.
Ik wil ook echt met die traditie aan de slag.
En kijken wat daarin zit.
Het bidden, het bijbel lezen.
Jezus, de kerk. Noem maar op.
En dat is eigenlijk.
Een soort stap die heel veel mensen niet benemen in deze tijd.
Nee, het is ook doodeng.
En zeker als je kijkt naar mijn omgeving.
Dan denk je.
Het wordt totaal niet begrepen.
Dat lijkt me vooral lastig.
Als je sociale omgevingen niet bevestigt.
Nee, en dat heeft mij ook wel heel erg dwars gezeten.
Maar ik heb ook wel een paar jaar geleden gedacht.
Oké.
Die sociale omgeving was eigenlijk in wezen.
Het enige wat mij tegenhield omgegeven.
Ik heb altijd deze fascinatie gehad.
En gevoeld.
Ik heb hier altijd een connectie mee gevoeld.
Ik heb het alleen altijd heel makkelijk rationeel kunnen wegduwen.
En weg willen duwen.
Omdat het gewoon iets is wat heel eng is.
Waarom zou ik in mijn leven mezelf iets niet toestaan.
Alleen maar omdat ik bang ben.
Ik verf mijn haar blauw.
Ik sta op een podium.
Waarom zou ik dit stapje dan niet nemen.
Dus ik vind het iets heel geks om mezelf dat dan te ontzeggen.
Alleen omdat je denkt.
Dat is toch een beetje gek.
Wat moeten mijn ouders daar wel niet van denken.
Het is bijna zoals je het omschrijft.
Is het van alle dingen die je doet.
Ja, ook in het seculiere Nederland komen mensen tot geloof.
Zo blijkt uit dit verhaal van Aafke Romeijn.
Sterker nog.
Het lijkt soms steeds meer te gebeuren.
Merken we ook in de podcast.
Waar we meerdere onverwachte bekeerlingen hebben gesproken.
Maar uiteraard spraken we ook mensen die van hun geloof vielen.
En ook daarbij bleven.
Eén van die mensen is presentator Tim Hofman.
En wat me daarbij wel vaak opviel bij dit soort gesprekken.
Ook bij mensen als Arjen Lubach, Stine Jensen en Rutger Brechtman.
Is dat ze de afgelopen jaren als atheïst.
Bijna altijd milder zijn geworden in hun opvattingen over religie.
Zo ook Tim Hofman.
En vroeger als je mij googelt.
Dan zie je mij waarschijnlijk in 2013 zeggen.
Nou, christenen echt dom.
Hoe kan je nou in God geloven?
Dat is allemaal niet meer relevant.
Als dat jouw ervaring is.
Ik maak mezelf de hele dag wat wijs.
Iedereen gelooft.
Wat hij gelooft.
Ik noem dat religie.
Daarin ben je veranderd.
Ik doe wat ik doe.
God.
Dat is niet relevant.
Als je maar wel zorgt dat je in een maatschappij.
Zorgt voor gelijkwaardigheid.
En dat een religie.
Een mainstream religie.
Moet ik daarbij zitten nogmaals.
Dat niet in de weg zit.
Dat is nu mijn concern.
En dan heb je natuurlijk.
Niet moet worden voorgetrokken.
Ja, dan heb je ook nog zoiets.
En dat herken ik dus ook uit de contraille.
Waar ik dan een tijdje kwam.
Dat je hebt dat religie als construct.
Binnen.
Een groep mensen.
Ontzettend beklemmend kan zijn.
Maar ik denk dat dat eerder ligt.
Aan de soldaten op aarde van God.
Wij mensen.
Dan aan de liefde van God.
Ik bedoel aan Jezus ligt het niet.
Toch?
Een ontzettende linkse gezellige man.
Een linkse gezellige man.
Ja, toch?
Die no way.
Als hij hier op aarde liep.
Zou zeggen.
Gij vieze homo.
Wat ben je nou aan het doen?
Jij gaat ontzettend niet trouwen.
Geloof ik helemaal niks.
Dat is niet hoe jij Jezus ziet.
Nee.
Zie jij Jezus zo?
Nee, ik denk ook niet.
Staat dat in de Bijbel zo?
Nee, nee.
Je hebt het nooit al gezegd over homo.
Nee, dus waar hebben we het dan over?
Je zei ook in de vorige sprek met Michiel.
Die ook voor de Ongelooflijke Podcast werkt.
Zei jij Jezus is echt de leukste man ooit.
Nou, ik ontzettend.
Ik heb dat ook altijd zo ervaren.
Als een ontzettend fijne personage.
Waar je altijd uit kon gaan van een bepaalde zuiverheid.
En warmte.
En liefdevolheid.
En liefdevolle blik op medemens.
Vanuit religieuze beleving.
Of het religieuze verhaal.
Zijn er zo van God en de oorsprong.
De dogmatiek eromheen.
Ja, daar heb ik niet zoveel mee.
Maar hem als personage voelt nog steeds warm.
Maar meer zoals dat. Een personage in de geschiedenis.
En of die man nou bestaan heeft of niet.
Het zou prima kunnen dat er een verhaal omheen.
Dat is natuurlijk een beetje mijn theorie.
Dat er een verhaal omheen is.
Historisch lijkt het wel duidelijk dat die bestaan heeft.
Dat verder ook niet per se invragen.
Dat verhaal is sterk.
Ja. Ik snap ook niet helemaal. Waar het is misgegaan?
Waar het is misgegaan met de mensen die zijn vrouw verkondigen of geloven.
Hoe dat zo gelopen is.
Maar. Het klinkt eigenlijk zoals jij het beschrijft.
Het is eigenlijk iemand die. Die je ook inspireert misschien wel.
Niet op dagelijkse basis.
Maar als ik daarover nadenk.
En dat is wel een vraag die ik mezelf. Die moet ik misschien vaker stellen.
Is dus als er een reformatorische schooldirecteur staat.
En die zegt: jouw kind mag hier homo zijn, maar homo doen.
Tuurlijk mag het van de grondwet.
En tuurlijk zullen de ouders dat willen.
Maar hoe rijm jij dit. Met wie deze man was?
Hoe?
Hoe?
Ik kan er niet over uit.
Dat je een oud testament pakt.
En dat je religieus dogmatiek zo vertaalt.
En daarop uitkomt.
Logische weg.
Ik ben er geen fan van.
Maar hoe je. Als je de zuivere leer van Jezus neerlegt.
En dan zegt. Jouw kind is homo, maar daar hoeven wij niet mee te doen.
Eigenlijk zeg jij. Het christendom nu.
De kerk nu.
Het lijkt voor mij niet meer op die persoon.
Jezus.
Ik kan niet in de huiskamer van ieder gelovig kijken.
Ik kan niet alle kerken naast mekaar leggen.
Daar heb ik veel op aan te merken zeker.
Maar wat je nu zegt, dat kan ik niet zeggen.
Ik vraag het ook een beetje.
Omdat wat in deze podcast opvallend is.
Ook als we met mensen praten die niet gelovig zijn.
Ik heb nog niemand meegemaakt die zei: die Jezus.
Daar kan ik helemaal niks mee doen.
En toch is het wel gewoon een feit dat we in een seculiere tijd leven.
In een seculiere tijd leven.
En dat wel steeds minder mensen zeggen.
Misschien is het makkelijker om je aan de religieuze dogmatiek te houden.
Dan aan de compassievolle leer van een Jezus Christus.
En dat is natuurlijk ook iets, zeker in onze maatschappij.
Het moet wel leuk blijven.
Dat is natuurlijk een credo waar we vaak bij leven.
Compassie en empathie vereist ook iets van jezelf.
Het kost heel veel moeite.
Het is best wel moeilijk om te doen.
En ik denk dat in de voetsporen van Jezus leven gewoon moeilijker is.
Voor heel veel mensen in zo'n snelle maatschappij.
En zeker als je in een milieu opgroeit.
Waar wat dogmatischer is om daaruit los te breken.
Dan zeggen: ik blijf binnen mijn geloof.
Maar ik ga dan in de voetsporen van Jezus.
Ik denk dat het gewoon hartstikke lastig is.
Dat het gewoon makkelijker is om een dik te zijn.
Dat denk ik echt.
Maar ik denk dus dat het de easy way is om het niet te doen zoals Jezus.
Ja.
Eigenlijk.
Leuke man.
Leuke man.
Misschien is dat een mooie conclusie.
Een gesprek dat ook diepe indruk op mij maakte was met Typhoon.
Oftewel Glenn de Randami.
Hij is rapper en zanger.
En volgens muziektijdschrift Oor maakte hij een van de beste albums van het afgelopen decennium.
Na een lange spirituele zoektocht maakte Typhoon een heel concrete keuze.
Hij liet zich dopen.
En koos voor het christelijke geloof.
Typhoon heeft ook een achtergrond als religiewetenschapper.
En in een van zijn nummers hoorde ik een hele scherpe observatie over onze tijdgeest.
Misschien zijn we als samenleving wel verslaafd.
Verslaafd aan zoeken.
Zonder te willen vinden.
Dat heb ik ook gemerkt.
Dat in deze tijd weet je wel.
Een tijd van spiritualiteit.
Of het zoeken naar.
Ik weet niet.
Dat zal van elke tijd zijn.
Maar we hebben nu zo'n welvaartslevel met elkaar.
In ieder geval hier in het westen bereikt.
Dat er heel veel ruimte is voor spiritualiteit.
Naar dat uitzicht.
Middels Boeddha beeldjes bij de Xenos.
Maar dat uitzicht ook door heel veel reizen van mensen.
En gewoon die nieuwsgierigheid.
Misschien toch voelen dat er iets meer moet zijn.
Dan alleen datgene wat hier maakbaar is.
En ik denk ook dat dat deels onderdeel is van de intense geestelijke druk.
En veel jongeren.
Veel burn-out enzovoort.
Depressies.
Als je erachter komt dat je dit allemaal in dit leven moet doen.
En alleen in dit leven.
Dan zit er nogal wat druk op je leven.
Dus die spiritualiteit.
Die is er nu.
En mensen zijn zoekende.
Wat jij zei.
In Adieu God.
Ik ben niet religieus.
Maar ben je God wel eens kwijt geweest in je leven?
Ja, zeker.
Ik had op een gegeven moment.
Er kleefden zoveel negatieve associaties aan het woord God.
Dat ik dat met man en macht probeerde te vermijden.
Om überhaupt het woord God te noemen.
Tegelijkertijd.
Daar was een spirituele reis mee gepaard.
Maar ik kwam elke keer toch tot het woord God.
En ik vond dat erg bloedirritant.
Ik vond dat erg irritant gewoon.
Ik dacht: er moet toch wat anders zijn.
Toen dacht ik: oké.
Als zoveel stromingen.
Zoveel.
Ik heb veel gehaald uit de Vedanta.
de hindoeïstische kennisleer, het is geen filosofie, maar kennisleer,
het soefisme, zoveel stromingen die juist heel dicht bij God zaten zitten,
bij de godsbeleving, bij kennis, en die het vooral over liefde ook hebben,
dat sprak me aan, waardoor ik dacht van oké, misschien ligt het dan aan mijn associatie met het woord God,
dus toen heb ik eerst allerlei synonymen proberen te vinden,
dus wat ook op Lobby de Bas staat, ik noem God liefste, lieve lieve,
en van ja, laat maar God dan zo noemen.
Maar dat werkte niet, uiteindelijk.
Het werkt voor maar zo even, want het zit niet in de naam,
het zit aan datgene, welke waarde ik daaraan toeken,
en tijdens de avond van mijn dopen,
toen zei God me echt van leer mij opnieuw kennen, leer Jezus opnieuw kennen,
en gooi alles over het bord wat je van mij denkt te weten, en leer me gewoon opnieuw kennen.
Nou ja, iets liefdevollers dan dat ken ik bijna niet,
en dat, ja, God heeft me zo zo verbaasd gewoon, echt zo verbaasd,
en daarin wist ik van ja, voor mij is dit zo echt,
en ik ervaar dat gewoon echt, nou ja, wat ik al zei, elke dag, elke dag weer opnieuw.
Ja.
Ja.
Dat is ook de punt van het feest, ik was verslaafd aan het zoeken, ben er denk ik nooit geweest,
maar vandaag met een kroon op mijn hoofd, ik leef, ik dank God, want ik ben er nog steeds,
ik was al thuis vanaf aprils te begin, en de laatste van de rest. Ik moest er maar aan denken, ook toen je vertelde van, ik ging ook op zoek naar andere woorden,
voor God eigenlijk, je hebt ook in 'Alles is gezegend', op je nieuwe album, dat nummer,
heb je ook een regel, en daar bleef ik heel erg bij haken,
en daar schrijf je van, ik was verslaafd aan het zoeken.
Ja.
Op een gegeven moment wordt de zoektocht,
wordt heilig gemaakt, omdat we ergens ook bang zijn om te vinden,
want op het moment dat je vindt, hangt daar ook een bepaalde verantwoordelijkheid aan.
Daar zitten ook keuzes in, als je eenmaal weet, dan kan je niet meer doen alsof je het niet meer weet,
en voor mij was dat wel een realisatie, van het blijven zoeken, de opties blijven houden,
weet je wel, dit is ook een tijd van oneindige opties, ja, dat maakt het ook veilig,
want dan hoef je nooit echt te kiezen, en ik ben blij en dankbaar dat ik bijvoorbeeld ook in de liefde,
want ik was ook de man van opties, dat ik uiteindelijk wel een keuze heb durven te maken,
en die keuze ontsluit zo'n wereld die ik daarvoor gewoon niet zag.
Dus dat ontsluiten van een wereld middels een keuze, ja, dat is iets, en dat merk ik nu,
dat maak ik telkens vaker, en dat geeft zoveel vernieuwing ook aan een dag en aan het leven,
en ja, het is dus ook spannend, want je denkt van ja, waar eindigt dit, weet je wel, toch dat gelimiteerde van,
oh, nee, ik weet niet of je dat herkent, als je een aantal dagen echt goed voelt,
dat je op een gegeven moment bijna gaat denken van, hè, ja, dit moet wel weer een keertje fout gaan.
Zeker, ik ben onlaks vader geworden, en dan heb je heel veel van die, ja, dankjewel, dan heb je heel erg van die,
van die gelukzalige momenten, en kind is gezond, vrouw is gezond, en dan ga je inderdaad wel eens denken van,
ja, hallo, er moet toch dan ergens een keer iets misgaan, die gedachte.
Ja, wat ergens dus gek is, want als je, nou ja, in die ontsluiting van die wereld zou dat geluk juist normaal moeten zijn,
mogen zijn, weet je wel, dat is juist waarin we elkaar kunnen ontmoeten, ook in die volledigheid,
die ik dus heb geleerd vanuit geloof, dus, en therapie, moet ik zeggen,
de begrenzing van ons eigen denken, dat we denken dat iets ook weer verkeerd moet gaan.
Het is bijna alsof je het niet aankan, dat iets zo goed is, en dat iets zo volmaakt kan zijn.
En dat had jij dus ook met die keuze maken.
Ja, zeker.
Jij dacht van, ik blijf liever zoeken, dan voel ik me comfortabeler weer.
Ja, zeker.
En dat hebben denk ik ook veel mensen. Misschien is dat wel een kenmerk van deze tijd,
waar we vaker op stuiten, ook in deze podcast.
Heel veel mensen vinden heel veel verschillende dingen interessant, maar je echt, dan echt ergens voor kiezen,
iets er op die manier toch ook een beetje bovenuit lichten, waarvan je denkt van,
nou, dat is iets waar ik bij wil horen, of me in wil voegen, dat kan voor sommige mensen lastig zijn.
En dat ervoer jij dus ook.
Zeker, zeker. Inderdaad. Ja. En het is niet dat de zoektocht, de zoektocht is anders geworden, dus elke dag,
word ik nog steeds met mezelf geconfronteerd en vind ik dingen lastig en noem maar op.
Maar het verschil is dat ik, dat ik al thuis ben of thuis ben geweest. Dus ik weet waar ik woon.
Die metafoor van thuis doet me denken aan een ander mooi geloofsgesprek,
waar Stefan Paes met een soortgelijke metafoor komt, die me altijd is bijgebleven. Namelijk geloof
als een huis om in te wonen. Hij doet dat in gesprek met Ersham Pfaut. Hij is schrijver, media ondernemer,
en was ooit medeoprichter van De Correspondent. Ersham is christelijk opgevoed, maar kan nu niet meer geloven,
zegt hij, al zou hij dat soms nog wel willen.
Ik ben allemaal een aantal redenen jaloers op mensen die geloven. De eerste is dat je dus je dankbaar,
dat je je dankbaarheid tot iets of iemand kan richten altijd. Het tweede is dat je op beperkte mate hoeft
na te denken over zingeving, want de zingeving zit in overgave aan Jezus of aan God. Dus waartoe ben je op aarde?
Nou, om God te dienen. Iedereen worstelt, zeker van mijn generatie, met waarom zijn we hier,
wat ga ik doen met mijn leven, hoe kan ik waarde toevoegen met mijn werk? Ik ook. Kijk, ik zei net
dat ik me op een carrière richt en dat ze heel erg op waarde richt die de heer Baal hoorde. Presteren,
populariteit, kwaliteit van werk. En daar vond ik op tot op zekere hoogte voldoening in, maar aan de
andere kant voelde het ook als een soort iets wat me nooit echt voldoening zou geven. Ik zou nooit genoeg Twittervloggers
of nooit genoeg luisteraars van mijn podcast. Dus daarom begon ik dat soort boeken te lezen. Wat
geeft dan wel voldoening? En dat is heel vaak jezelf overgeven aan iets groters, je eigen ego vergeten.
En als je in staat bent om te geloven, heb je het lekker makkelijk, vanuit mijn perspectief, want dan
geef je je gewoon over aan God, klaar. En dan stel je je leven in dienst van Hem.
Zie jij jezelf ooit weer gelovig worden op zo'n manier of denk je nee, dat gaat gewoon niet meer lukken, het gaat
niet meer gebeuren? Nou, zeg nooit nooit. Ik krijg het nu gewoon niet rond voor mezelf. Dus nu al zou ik het,
ja, het lukt me nu, ik heb nu het vermogen niet, merk ik. Maar ik zit hier natuurlijk wel,
omdat ik er ook wel graag over praat en weer nieuwe kanten wil ontdekken. Ik weet niet waar ik op uitkom,
maar ik denk dat al gesprekken daarover voeren al ontzettend waardevol is.
We hebben ook in onze door en door protestantse samenleving de categorieën geloof en ongeloof ook
heel scherp van elkaar onderscheiden. Je bent of gelovig of je bent niet. Geloof is voor mij, dat ook
de hele wereldschepping een soort onuitputtelijke betekenis heeft. En dus het is inderdaad, het komt
mij uit de handen van God toe, die oneindig vergroter is dan wij denken, beseffen, kunnen bevatten. Op een
bepaalde manier is de werkelijkheid, de wereld, de medemens, is voor mij een soort gedicht. Het is niet
zomaar een toevallig product. Er zit, zonder dat ik precies wil zeggen dat ik het allemaal begrijp, want dat is natuurlijk het kenmerk
van een gedicht. Het is nooit uitgeput, een goed gedicht. En op die manier, ja, de wereld als een kunstwerk
is voor mij wel, als ik probeer van binnenuit te beschrijven, wat een gelovige perspectief inhoudt.
Dat ontvankelijke. Dat heeft minder te maken met een soort redenering, een soort bewijsdrift van, nou,
kijk, christenen hebben toch net iets meer van identiteit gevoeld. Dan wordt het weer zo'n vergelijkend ware onderzoek.
Plus dat het risico bestaat, en dat is ook een risico wat bestaat in van, ik ben een beetje jaloers op christenen, of wat dan ook.
Dat mensen het gaan proberen om er weer gelukkiger van te worden, of om er weer meer succes van te hebben.
Dat zijn veel christenen met burn-outs. Maar dat is nou juist, dat is het loslaten, het ego loslaten, is nou juist dat loslaten.
Ja, ik bedoel, je weet voor wie je het ego loslaat. Dus ik denk dat heel veel mensen herkennen een gevoel van geluk
als ze hun ego even vergeten zijn. Als ze iets goeds doen voor anderen. En dan op dat moment voelen van, oh ja, ik heb nu
mezelf overgegeven aan iets. En waar ik jaloers op ben, is dat jullie, hoe moet ik dat maar schrijven, jullie overgaven
kunnen richten op God. En waar richt ik mijn overgaven op? En soms is dat op andere, het kan op anderen helpen zijn.
Charles Taylor, de filosoof, die heeft ooit gesproken over wat hij dan noemt de best accounts.
En daar zei hij, welk verslag van de werkelijkheid doet u het meest recht aan mijn ervaring, zonder die ervaring
te reduceren tot iets anders. Met andere woorden, als ik op een zomerdag onder zo'n boom zit, en
de zon schijnt fel, ik zie de schaduw spelen, ik zie de bladeren op allerlei manieren licht geven in die
zon. Wat doet dat me meer recht aan de ervaring die ik op dat moment heb? Een verslag dat puur mechanisch
is, laat ik dat maar zo zeggen. Of een verslag waarin iets van die poëzie van de schepping terugkomt. Dat
is dus niet een theorie of een bewijs ofzo. Het is niet een argument van, kijk, daarom, omdat ik dat zo voel, moet
God wel bestaan. Dat is natuurlijk onzin. Maar het is wel een best account in de zin dat het een rijk verslag is van de werkelijkheid.
moeilijkheid. Dat is zoals ik geloof
toch in grote mate. Steeds minder als
een soort keten
van argumenten aan het eind waarvan je
wel moet gaan geloven.
Dat weet ik niet zo goed. Volgens mij brengt dat mensen
juist in de verkeerde modus.
Maar veel meer als een diepe
ontvankelijkheid. Die vervolgens
leidt tot reflectie natuurlijk. En tot zoeken naar
een best verslag. Taylor is een intellectueel.
Ik ben het natuurlijk ook.
Ik heb ook geen genoegen met
slappe antwoorden. Maar die slappe
antwoorden, misschien
ik mezelf helemaal duidelijk maak.
Ik snap wat je bedoelt. Ik ben daar ook best gevoelig
voor. Ik moet dan
denken aan wat vaak het alternatief is.
Als je bijvoorbeeld niet op zo'n
manier in het leven staat. Dat je onder zo'n
boom zit. En dat je dankbaarheid
richt op zichzelf. Slim idee om onder deze
boom te gaan zitten. Goed plekje gevonden.
En dan vind ik jouw lezing daarvan
mooier
en betekenisvoller.
Ook al vind ik hem hier en daar ongrijpbaar.
Maar dat is misschien juist zo.
Ken je de Life of Pi?
Van Jan Martel.
Dat is er ook een film van verschenen.
De jongen in de vliegboot en die tijger en zo.
Dat boek gaat over
religie als verhalen.
Hij zegt, religies vertellen gewoon het mooiste
verhalen over de wereld.
En zo leeft hij. Dat is Jan Martel, de schrijver.
Dat is een soort postmoderne
manier van geloven. Die niet voortdurend gefocust is op
klopt het allemaal wel?
Of kan ik
God bewijzen? Of juist niet.
Maar veel meer, kan ik erin wonen? Kan ik in het
hele huis met verhalen wonen en ervan genieten?
En die rituelen doen?
En dat is natuurlijk ook een
manier waarop veel gelovigen in de wereld staan.
Maar komt dat dan niet met een bepaalde
mate van vrijblijvendheid? Kijk, als het
alleen maar om het mooiste verhaal gaat, ben je dan wel bereid
op het moment dat het moeilijk wordt, er bepaalde
offers voor te maken? Ja, dat is een goede vraag.
Dat is een goede vraag. Dat zou ik niet zo goed weten.
Dat kun je natuurlijk
alleen maar zien
op het moment dat hij ervoor staat.
Ik wil te zeggen,
er is dus heel protestants natuurlijk.
Het idee dat je het geloof helemaal moet begrijpen
en kunnen bewijzen en helemaal kunnen uitwerken.
Bijna wiskundig. Om het
uiteindelijk te kunnen aanvaren. Maar goed, die discussie
hebben wij vaker gehad hierna.
Ik sta dus meer zo, mijn geloof.
Ik vind het moeilijk om
in een huis van verhalen
te wonen, zoals je dat mooi zei.
Ik zit er ook wel tussenin, zal ik maar zeggen.
Ik ben te gevoelig
daarvoor.
Voor de gedichten, voor de poëzie van de scheppingen
enzovoort, om dat los te kunnen laten.
En ik heb heel vaak het stemmetje,
als ik in de Bijbel lees, van heel veel dingen waar ik dan
over nadenk.
Het is wel erg gebeurd.
Does this make sense? Is dit wel echt zo?
Ik was er zelf op toen ik dus een antwoord zocht
die gewoon is ontevredenheid, dat ik me wende
tot de wetenschap. En dat is natuurlijk
heel, ja, nogal een voorbeeld dan van
misschien wat jij dan nu protestants noemt, van
het moet logisch, rationeel.
Je moet een wereldbeschouwing hebben die wetenschappelijk
gefundeerd is. Maar ja, wetenschap
verandert ook voortdurend, zeg ik als wetenschapper.
Ik doe natuurlijk zelf ook zelfs onderzoek
naar dit soort dingen.
Over wetenschap en argumenten voor God gaan we nog
een aparte Best-of-aflevering
maken.
Al eerder in deze aflevering veel mensen
zoeken, maar weinig mensen willen echt
vinden. En bij R.S. Jampvoud
hoor je ook een andere kant. Soms wil
iemand misschien best geloven, maar lukt het
eenvoudig niet. En krijg je het niet
rond. Ja, wanneer
zet je nou een stap richting geloof?
En kan dat eigenlijk wel? Ook als je nog niet
helemaal overtuigd bent.
Die aarzeling horen we vaker in de Ongelooflijke.
Hoogleraar filosofie Rick Pils
schreef het boek Leven zonder God
wat je kunt leren van atheïsten.
Rick is zelf christen, maar ook
gefascineerd door atheïsme.
En in zijn boek grijpt hij terug op een gedachte
experiment van Blaise Pascal.
Een experiment waaruit blijkt dat je
overtuigingen misschien niet alleen maar
van een afstandje kan onderzoeken.
Blaise Pascal, een bekende
filosoof, theoloog, wisse en natuurkundige.
Ja, wat was hij niet eigenlijk?
En dan is hij nog niet eens 40 jaar oud geworden.
Ja. Een bijzonder mens.
De gok van Pascal. Ja.
Het is meberabel geworden.
Dat je er een experiment van hebt.
Zeker, ja. Wat hield dat in?
In de passé, in het boek van hem, met allerlei
overwegingen, gedachten, ervaringen, heeft hij opgeschreven.
Daarin presenteert hij dat. En dan zegt hij, nou ja, kijk.
Hij geeft je een soort
keuzemogelijkheid. Hij zegt van, nou, weet je.
God is er of God is er niet.
Wat verlies je nou als je
bijvoorbeeld zou geloven dat er
geen God is? Ja.
Nou, hij zegt, niet zoveel, want
er is geen God. Ga je dood en dan is het klaar.
Wat win je nou als er wel een God is en je gelooft dat?
Nou, dan win je
eeuwig leven en alles wat daarbij hoort.
Maar als er nou wel een God is,
en je gelooft dat niet,
dan mis je dus
die geweldige, prachtige werkelijkheid
van een goede en genadige
God. Dus hij is, en dan
zegt hij niet van, nou geloof het dus maar.
Dat is niet, want hij herkent ook expliciet, dat wordt vaak
gemist, maar in de passé, dat je er niet zomaar voor kunt
kiezen. Exact. Want ik word zo te zwakken en
ik gooi even de switch
om van, nou, vandaag ga ik dan geloven worden.
Zo werkt het niet. Zo werkt het niet. Dat snapt hij heel goed.
Dus hij zegt, maar wat je wel kan doen, is
van, give it a go.
Probeer het maar uit. Dus,
ga maar eens een keer naar de mis en zeg die gebeden
maar eens een keer. Ga leven alsof God bestaat.
En
the proof of the pudding is in the eating.
Dus doe het maar gewoon en kijk maar of het standhoudt.
Ja. Leven alsof hij bestaat.
Ja. Nou, en dat vind ik een heel
wijs advies. Interessant, hè?
Ja, en het geldt natuurlijk voor veel grote dingen in het leven,
dat je er alleen achter kan komen door het uit te
proberen. Ja. En dan moet je natuurlijk wel,
je moet wel je verstand blijven gebruiken, je moet
goed nadenken. Maar een van de dingen die ik
in het boek probeer te zeggen is ook, er is soms een soort
framework. Ik noem dat,
distentionism, van distance
in het Engels, hè? Dus dat
een soort idee dat je je afstand,
je moet je distanciëren, afstand innemen ten
opzichte van de werkelijkheid. En dan ga
ik alleen maar alle argumenten voor en tegen op een
rijtje zetten en dan maak ik de balans op.
En daar ga ik me dan aan committeren.
Alsof je dan een objectiever oordeel hebt. Alsof je een objectiever oordeel hebt,
maar ik zeg maar een deel van de, ook
van de redenen of zo, die vind
je dus in de ervaring.
Waarom zou, net zo, zeg maar dat je dat met een relatie
doet. Dan houdt mijn geliefde
van mij. Nou, ik ga even, ik ga even
een medische dossier lichten. Precies, vier
weken niet meer met hem of haar praten.
Gewoon op mijn zolderkamertje zitten
en argumenten op een rijtje zetten.
Dat werkt niet. Dus, en, dat moeten
volgens mij ook hier doen. Dus, uitproberen.
Ja. Met huid en haar. Met huid en haar.
Ik denk dat met heel veel dingen in het leven, als je erover nadenkt.
Absoluut. Als het om politieke oriëntatie gaat,
of om kunst, of,
nou ja, je kunt het eigenlijk niet zo gek
niet vriendschappen. Je kunt het zo gek niet verzinnen.
En ik kan me voorstellen dat sommige mensen denken van, ja, maar
dan hou je jezelf misschien voor de gek, hè?
Dus die zijn dan bang en dan doe je het maar helemaal niet.
Maar mijn devies zou
veel meer zijn, oké, probeer
het uit, maar stel je
open voor, blijf je open stellen voor kritiek.
Ja. Dus blijf goed nadenken,
praat met andere mensen, dat soort dingen.
We willen deze aflevering
graag eindigen met dichter en schrijver
Lieke Marsman, die op 3 juni
overleed aan een zeldzame vorm
van kanker. We spraken
haar over haar ziekte, haar leven
en ook haar geweldige boek, op een
andere planeet kunnen ze me redden.
In je boek
schrijf je het volgende. Een van de dingen die ik
merkte in de maanden, nadat ik had gehoord
dat ik niet meer beter zou worden,
was dat alles wat ik wist, eigenlijk
mijn hele atheïstische, zich aan de
westerse wetenschap vastklappende
wereldbeeld, niet meer
volstond.
Waar zat dat hem in voor jou?
Nou ja, ik zeg daar specifiek
mijn aan de westerse wetenschap
vastklappende wereldbeeld. Kijk, op het moment
dat een arts zegt, je
wordt niet meer beter. Ik was ook
op dat moment heel teleurgesteld in de wetenschap.
Ik dacht van, hé, maar ik dacht dat
alles maakbaar
was en alles konden onderzoeken
en op alles een soort van
oplossing
voor alles konden vinden.
Dus ik was op dat moment ook heel teleurgesteld
in de wetenschap. Ik ben daar later
ook wel weer op teruggekomen, want
ik vind de wetenschap nog steeds het meest
fantastische, of in ieder geval het beste. We hebben niks beter, toch? Nee, precies.
Het beste gereedschap
dat we hebben.
Maar goed, die teleurstelling is
op zo'n moment wel
echt. En daarnaast
ik had geen kaders
voor zo'n soort
ervaring. Dus
ja, ik had
heel erg het idee van, er gebeuren
nu dingen in mij en
ik heb in mijn leven tot nu toe gewoon
echt geen enkel
handvat
gekregen
wat ik op dit moment kan vastgrijpen.
Dus dat was
het, denk ik. En ik denk ook dat dat
hetgene was wat me
ontvankelijk maakte
voor
een wat spirituelere. Ja. Ja.
Ja, want dat is natuurlijk ook een belangrijk moment
in jouw boek. Is dat jij
beschrijft, volgens mij, een beetje op een van de
laagste punten,
zeg maar, van hoe je je toen voelde.
Zo uitzichtloos als je toen voelde.
Zoveel pijn als je toen had.
Dat je was, geloof ik, een. ergens weg met vrienden.
Ja, ik was met mijn
toenmalige vriendin, waren we een
weekje naar de Veluwe of zo.
Ja. Dat was ook nog
tijdens Covid.
En ja, ik kon ook
het land niet echt uit, dus. Maar goed, we dachten
we moeten iets, weet je wel.
Een soort van. Ja, ik was
heel erg bezig met van, ik weet niet
of ik nog drie maanden heb of drie
jaar of weet je. Ja.
Dus ik had toch ergens ook het idee van, ik moet
wel op reis.
Maar dat kon niet, dus toen
gingen we een weekje naar de Veluwe.
Nou, toen regende het daar de hele week.
Het was echt
een soort van, ja, echt wel
persoonlijk dieptepunt.
Maar goed, we gingen wel elke dag
wandelen.
En toen, nou ja, terwijl we daar door die bossen
ploeterden, had ik opeens heel erg het gevoel
dat er wel iets goddelijks
bij me was. Of dat er in elk geval een soort
macht,
kracht, bij
me was die, nou, niet
persoonlijk mijn problemen oploste, maar die in elk geval
dat hele heftige, zware
gevoel beantwoorden.
Dat is wel apart, toch?
Weet je, uitzichtloze situatie,
regenachtige,
veluwe, je gaat
toch maar weer wandelen, want ja, dat hebben we ons
voorgenomen. Wat moet je anders?
Klinkt niet echt als de ideale situatie
om zoiets mee te maken, of zo?
Ja, toch denk ik wel dat
als je daarover gaat lezen,
dat vaak dit soort ervaringen wel in de natuur
plaatsvinden.
Dus misschien ook wel,
als het dan ergens in Nederland
is, dan is de veluwe ook weer niet
heel gek.
Dus het was
denk ik wel, het was die natuur die dat
op dat moment. Ja, je beschrijft het als,
wat is nou het goede woord,
als een soort toewending misschien.
Het was er voor mij.
Zoiets zeg je. Op dat moment,
ja,
ik moet geen woorden invullen,
maar was de wereld er voor mij?
Ja, de wereld was
voor mij, en dat was enerzijds
iets waar ik, ja,
waar ik niks voor hoefde te doen, dus wat
heel toevallig voelde,
maar het voelde ook
totaal niet, het voelde juist ook heel
intentioneel, zeg maar, dat de wereld
er was.
Ja, nee, echt
voor mij op dat moment, soort van,
het is oké, het is. Het woord God, dat je daarvoor gebruikt,
drong zich dat als het ware
natuurlijk op?
Of is dat een woord dat je zegt,
dat heb ik er later bij leren gebruiken?
Nee, ik denk
dat dat wel heel natuurlijk gebeurde.
Het voelde echt als, dus als iets,
nou ja, het voelde als iets nieuws.
Ik denk dat dat vooral belangrijk is,
dat het iets was wat ik
in mijn hele leven nog niet
eerder
had gevoeld.
Omdat ik
van huis uit niet religieus ben
opgevoed, was het ook niet iets waarvan ik,
snap je?
In verwachtingen?
Ik had absoluut geen verwachtingen.
Ik had gewoon eigenlijk geen idee.
En toch voelde het wel meteen
zo, ja.
Je herkende het, zonder dat je het kende.
Ja, eigenlijk precies dat, ja.
Dus ik vond dat heel, ja,
en het grappige is, als ik er,
dat beschrijf ik ook in mijn boek,
als ik er nu op terugkijk, dan denk ik van,
ja, wat gebeurde er nou helemaal?
Je liep door de modder en je had het gevoel
dat God bij je was.
Het was van wie, wie, ja.
En wat hebben mensen eraan
als je dat opschrijft?
Maar het was wel echt een van de
meest indrukwekkende dingen, denk ik,
die ik
de afgelopen jaren heb meegemaakt.
Nou ja, wat ik er ook zo fascinerend aan vind,
is toch, het gaat om een mystiek moment.
Maar je weet het dan toch
enigszins precies te maken.
Want je kan denken,
ik maak nu, ik heb nu opeens
een soort goed gevoel.
Een soort vredegevoel.
Ja.
Zoals je dat ook kan hebben,
misschien bij, noem maar wat,
een concert waar je bent, of een film
die je kijkt. En dan kan je denken, nou oké,
mooi. Maar jij
koppelt het gelijk ook,
nou ja, je gebruikt het woord God erbij.
Terwijl je schrijft ook ergens in je boek inderdaad,
dat dat niet logisch is, gezien jouw
de manier waarop je bent
opgevoed. Of ja,
je beschrijft ook ergens dat je vader, volgens mij,
jou ook echt wel atheïstisch heeft opgevoed.
Ja.
En dat je dan toch op een of andere manier het gevoel krijgt van, ja,
maar dit is niet zomaar gewoon
een lekker gevoel, of een
vredegevoel. Dit is, dit lijkt wel
iets te maken te hebben met God.
Ja, ik had wel het idee dat er aan de andere
kant, zeg maar, ook iets
was. Snap je? Het was niet alleen
in mij. Ik had het idee dat
er, ja, dat ik alleen een soort
toehoorder was.
Ja. Nou, ik weet niet,
Christine Wyman,
die, ik ben benieuwd hoe jij dat ervaart,
die verbindt dat, maar ik moet even op mijn hoofd
zeggen, want tijd geleden ik het las, ook
met dat doorbreken van de eenzaamheid.
Hij vergelijkt de pijn van de kanker
ergens met zo'n ijzeren muren,
die je isoleren van anderen.
En dan word je aangeraakt
door een liefdevol mens
of wat dan ook.
Die ervaring
van God helpt mij
om in die aanraking
meer te voelen dan alleen
die van een mens.
Er komt iets in mee wat ik nooit
onder controle heb. Ja, ik denk dat
er iets mee komt.
Ja, dat is
denk ik ook wel hoe ik het. Dat herken je wel.
Ja. Ja, ik had niet
het idee dat het alleen
van mij was. Snap je? Dat
het was wat zich dus alleen in mij
afspeelde.
Ja.
Je schrijft dan ook in je boek, het besef dat mijn
oude ideeën ontoereikend waren, was
voor mij een openbaring. Eentje die gepaard
ging met een enorme last die van mijn
schouders viel. Die openbaring
herhaalt zich sindsdien bijna
wekelijks. Nou ja, dat is omdat
Christian Wyman schreef dat het voor hem geen, niet
een soort openbaring was. En ik dacht, en voor
mij was dat het wel, want ik had geen idee
dat dit soort dingen
bestonden.
Dus daarom gebruik ik dat.
Ja, ook bijna
wekelijks schrijf jij.
Ja, ik moet wel zeggen, dat is inmiddels, want
ik denk dat ik dat schreef, dat is denk ik
al anderhalf jaar geleden of zo.
Inmiddels is
de frequentie wel weer iets.
Iets naar beneden
bijgesteld. Ja, iets, het mag
wel weer wat vaker.
Van mij.
Maar het was wel iets, ja,
vanochtend ook iets waar ik dan,
als ik weer een
moeilijk moment heb, waar ik
heel erg naar terug
kan gaan en op kan terugvallen.
Ja, kan je erop terugvallen?
Ja, dat ik wel weet, maar ik weet dat
het echt was.
En dat het dus niet iets is
wat ik heb verzonnen. Tot slot,
een andere fascinerende zin uit je boek.
Je schrijft, nu ik zoveel over de dood heb nagedacht,
durf ik voorzichtig te zeggen
dat ik er niet bang meer voor ben.
Ja, dat klinkt heel goed aan het eind van een boek.
Ik weet niet of het waar is.
Nee? Is het misschien niet waar?
Is het soms waar?
Het is soms waar, ja.
Kijk, een deel van
al mijn onderzoek naar
bijna doodervaringen en zo is natuurlijk ook
een soort van mezelf willen geruststellen.
Op het moment dat
je doodgaat, is het denk ik
heel prettig om te geloven.
Dat er iets is na de dood.
Zeker nog, dat er iets goddelijks is na de dood.
Dat is op zo'n moment een hele prettige
gedachte.
Dus het is ook
een vorm van, ja, in de ene
dag werkt die geruststelling heel goed.
Dan denk ik, ja, ik heb het gewoon heel goed uitgezocht.
Dit is zo. En op een andere
dag, ja, dan ga ik toch weer
ja, dan ga ik het toch
weer in twijfel trekken.
Ja, zo goed het gaat.
Ik kan me voorstellen dat je in een moment
is de angst groter.
Ja, een beetje zoals Christian Wyman
schrijft, dat geloof is als
douw, dat het zochtens
er is en dan in de loop van de dag
vervliegt het weer. Dus dan gaat het elke dag eigenlijk opnieuw.
Ja.
Ja, en
William James, die jij vaak citeert,
The Will to Believe,
die zegt ergens dat
als je het hebt over, bijvoorbeeld God,
als je het over een werkelijkheid
hebt die
op een andere manier gekend wordt dan
het wetenschappelijk onderzoek,
dan heb je objecten die een soort afwachten
tot je het onderzoekt, maar die ook een soort
rationele kennis vergen. Dus
het geloof zelf
roept het niet op,
dat is misschien te magisch,
maar brengt ook nabijheid.
Dus met andere woorden,
misschien moet je
jezelf ook gewoon gunnen, dat je zegt van
net als in de liefde
of zo, dus zodra je steeds
constant de andere man trouw op een nadeel, van het zal toch kloppen
of zo, ja, dan krijg je nooit echt, dan komt er nooit
wat van, dan leer je de andere nooit kennen.
En ik geloof dat James het zo vergelijkt
ook met liefde, dat het ook zo is
met de goddelijke werkelijkheid
die nadert
jou alleen als je
ook
ernaar reikt.
Laat ik het maar zo uitdrukken.
Dus daar goed.
Nee, ik snap heel goed wat je zegt.
Je zou ook gewoon gunnen.
Ja, dat heb ik ook inderdaad
in mijn boek schrijven, dat het erom gaat dat ik
mezelf toesta in dat soort
dingen te geloven, dus
nee, ik heb zeker wel
mezelf die
mogelijkheid
gegeven, of daar
vrijbrief toegegeven.
Ik wil niet
zeggen dat je ook elke dag
er toe in staat bent om dat soort van echt
te doorvoelen,
maar ik denk, ja, het woord gunnen vind ik ook wel heel
mooi.
Ik gun mezelf dat en ik gun eigenlijk
iedereen dat. Dat is denk ik ook wat ik met mijn boek
eh,
eh, wilde doen om mensen dat te gunnen.
Dat er, ja, dat je wel weer de magische
kant van het leven gaat zien.
Ja, volgens mij konden we niet mooier eindigen
dan dit. Je hoorde in deze aflevering
Lieke Marsman, Ernst Jan Pfout,
Typhoon, Tim Hofman, Aafke
Romeijn, Herman Finkers, Arjen Lubach,
Rick Pils en uiteraard Stefan Paes.
We zijn heel benieuwd wat jullie van dit nieuwe
best-of-concept vinden. Laat het ons vooral
weten via de socials.
We zijn deze serie van vier afleveringen
begonnen, eigenlijk om onszelf ook een beetje een
vakantie te verschaffen, maar het is ook een mooie
manier natuurlijk om kennis te maken met ons
archief van inmiddels ruim driehonderd
afleveringen. Je kan de links naar de
volledige afleveringen die hier langskwamen
uiteraard vinden in de show notes, de omschrijving
van deze podcast. Dank voor
het luisteren en deoverlente
tot volgende week. Dag!
***
Podcast Summary
Key Points:
De aflevering is een "Best Of" met de mooiste geloofsgesprekken uit zeven jaar Ongelooflijke Podcast.
Arjen Lubach ziet geloof als absurd en hekelt het onbewijsbare, maar is milder geworden over religie.
Herman Finkers omarmt juist het absurde in het katholicisme en ziet geloof als een geaardheid, geen keuze.
Aafke Romeijn groeide seculier op, maar ontdekte een fascinatie voor religie, rituelen en gemeenschap, zonder zich volledig te bekeren.
Tim Hofman is atheïst, maar waardeert Jezus als een warm en inspirerend personage; hij bekritiseert dogmatiek die afwijkt van Jezus' compassie.
Typhoon koos bewust voor het christelijk geloof en waarschuwt tegen "verslaafd zijn aan zoeken" zonder te willen vinden.
Ernst-Jan Pfauth is jaloers op gelovigen vanwege hun overgave aan God, maar kan zelf niet meer geloven.
Rick Pils introduceert Pascals gok
Lieke Marsman, overleden aan kanker, beschrijft een mystieke ervaring in de natuur die haar atheïstische wereldbeeld deed kantelen.
Summary:
In deze eerste Best Of-aflevering van de Ongelooflijke Podcast staan de meest indrukwekkende gesprekken over geloof en ongeloof centraal. De aflevering toont een breed spectrum aan perspectieven. Arjen Lubach vertegenwoordigt het atheïsme en vindt geloof absurd, omdat het onbewijsbare zaken toelaat.
Herman Finkers daarentegen ziet juist schoonheid in het absurde van het katholicisme; voor hem is geloof geen rationele keuze, maar een diepe geaardheid, verankerd in rituelen en traditie. Aafke Romeijn, opgegroeid in een seculier nest, voelt zich aangetrokken tot de symboliek en gemeenschap van religie, maar blijft zoekende. Tim Hofman, een atheïst, erkent de waarde van Jezus als een liefdevol en inspirerend persoon, maar bekritiseert hoe de kerk soms afwijkt van diens boodschap.
Typhoon vertelt over zijn bekering en benadrukt dat echt vinden belangrijker is dan eindeloos zoeken. Ernst-Jan Pfauth is jaloers op het geloofsvertrouwen van anderen, maar kan zelf niet geloven. Rick Pils bespreekt Pascals idee om "alsof" te geloven en zo de ervaring te ontdekken.
Tot slot deelt Lieke Marsman een mystieke ervaring tijdens haar ziekte, die haar wereldbeeld deed kantelen en haar openstelde voor iets goddelijks. Samen tonen deze gesprekken de complexiteit en diversiteit van geloof in een seculiere tijd.
FAQs
In deze aflevering, een best-of, staan de mooiste geloofsgesprekken uit zeven jaar podcast centraal. Er wordt ingegaan op vragen zoals waarom de een wel gelooft en de ander niet, en wat er gebeurt als je wereldbeeld kantelt.
Arjen Lubach ziet geloven als absurd, omdat het het toelaten van onbewijsbare dingen inhoudt. Hij wil een zuivere discussie over mensenrechten zonder religieuze aannames en vindt dat kinderen niet met geloof lastiggevallen moeten worden.
Waar Lubach het absurde van religie hekelt en daarom niet kan geloven, omarmt Finkers het absurde juist als reden om te geloven. Finkers gelooft 'omdat het absurd is' (credo quia absurdum), terwijl Lubach juist niet gelooft vanwege dat absurde.
Finkers vindt dat de goede mensen de kerk niet uit moeten gaan, maar dat de hypocrieten en misbruikers dat moeten doen. Hij wijst op de vele anonieme geestelijken die goed werk doen in arme gebieden en noemt het katholicisme een geaardheid, geen keuze.
Apatheïsme is een term voor mensen die geen antenne hebben voor religie of God, of er zo ver vanaf gegroeid zijn dat het onderwerp hen niet meer raakt. Het triggert geen verzet, maar ook geen interesse, vergelijkbaar met hoe veel Nederlanders over cricket denken.
Romeijn is gefascineerd door rituelen, symbolen en mysterieuze verhalen. Ze vindt religie een aantrekkelijk alternatief voor een wereldbeeld dat ze als droog en niksig ervaart, en ze wil zich graag ondergeschikt maken aan iets groters.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.