Go back

#27 De (on)zin van zones

from De Loopschool

51m 43s

#27 De (on)zin van zones

De podcast bespreekt het verwarrende gebruik van het model "zonens" voor intensiteitsverdeling in hartlopen. Het wordt geïnformeerd dat dit oud is en vaak leidt tot verwarring door onduidelijke grenzen en verschillende interpretaties. In plaats daarvan wordt aangeduid dat de fysiologie drie fundamentele domeinen heeft: moderat (onder de eerste drempel), heavy (tussen de eerste en tweede drempel) en severe (boven de critical speed). Deze domeinen worden gedefinieerd door wetenschappelijke onderzoeken en zijn gebaseerd op testresultaten zoals de 30-minuten of 6-minuten test. De trainingen worden niet alleen bepaald door het aantal zonen, maar door de combinatie van intensiteit en trainingsmethode. Elk domein heeft een specifieke functie: duurtraining verbetert de aerobe efficiëntie, terwijl critical speed training de maximale steady-state snelheid versterkt. De grenzen zijn niet vast, maar variabel en afhankelijk van de individuele prestaties. Het is belangrijk om te beseffen dat de overgangen tussen domeinen continu zijn en geen schakelaars zijn. De training moet daarom gericht zijn op een persoonlijke trainingsfilosofie en gefundeerd zijn op fysiologische landmijnen, niet op eenvoudige zonensmodellen. Het doel is het verbeteren van langdurige prestaties door een evenwicht te vinden tussen duurtraining, intensiteit en herstel, terwijl er veiligheid wordt gehouden door alleen te werken binnen de juiste intensiteitsgebieden. De podcast benadrukt dat het gebruik van duidelijke, fysiologisch gebaseerde landmijnen beter is dan het verwarrende gebruik van zonens.

Transcription

9220 Words, 50077 Characters

Dutch
[Muziek] Hartlopen de makkelijksesportom mee te beginnen, de moeilijkste omvol te houden. Tijd dus voor een stevige dose ontdereegd. En of je nu je eerste stappen zet of al jarentrend, in deze podcast hoor je alles over hoe je sneller rendt, of verder komt, met experts, mooie verhalen en de nieuwste inzichte uit de wereld van de Hartlopen rij. Je luistert naar de lobeschool, de podcast voor lopers, die verder willen. En hier zijn ze de nestdoor van het coach-gilden, de poster-boy van de Nederlandse marathon-seem en de vuurendende wetenschappen die zich vol overgave in de wereld van het Hartlopen denkte moeten storten. Michelle Dutter, Gido Hartensfeld en Jim van de berg. Gido. Jij had in mijn ogen, eh, subjectischief. En tietelverzonder voor deze podcast dankdacht van, eh, god, ik ben misschien ook niet weer als meest commissieel ingesteld, de jongen man. Maar jij had een tietelbedachte, denk ik, ik weet niet of mensen daarop gaan klikken en dan had ik voorgesteld, laten we deze aflevering zonens noemen. En heel eerlijk gezegd, ik weet nu niet waar de mensen op geklikt hebben. Volgens mij moeten we het naar afgelopen van deze aflevering en tot nog waar ze even over hebben. We gaan een goede tietel bedenken. We gaan een goede tietel bedenken, maar ik had voorgesteld laten we zonens noemen. Nou, ik hebzelfde iemand zo als door een wesp gestoken gereageerd. In de appgroep. In de appgroep werden zwaar uit de hoek zien komen als Gideau Hartensveld, op dit voorstel. Nou, dat is niet van, we gaan eten vanavond en zo. Dat vind ik de gloofkje vertrouwkje blint in zonens. En ik kwam voor het volgens mij van "Lef jij nog in de 90's?" of zo. Ja, ja. Lekker uit waarom wat trigger je dan zo? Nou, het is natuurlijk. Het is niet pers even keerd, alleen het moeilijker. ik werken bij het niet met zonens, en dat komt natuurlijk omdat er veel verwaring over ontstaan is. En dan moeten we terug naar de geschiedenis. En dat weet je net zo hoe het is. Ik denk dat zonens is denk ik vanavond de 90e jaren toen die grote hartslagmeters kwamen. En dat we het trainingen komen gaan voorschrijven en toen zijden we nou, als we namelijk de FTP hebben of de "Anner Open Drempel". Dan gaan we voor het rest alles in stukjes knippen. Met een behap klaren brokken van tien slagen. En dan zijn dat zonens, nou, we zijn natuurlijk inmiddels heel veel verder. En wat wij proberen ze doen is dat te koppelen echt aan een trainingsdomijn. of aan een enthousieiddomijn of aan een fysiologische maquipunt. Omdat er anders veel verwaring is. Wat je hebt, ja, handen je dan met drie zonens, met zes zonens. Is zonen vier dan, onder de threshold, is het boven de threshold, half de kutkelspiet. Dan begint zonentoe-training, wat is zonentoe-training? En is het voor iedereenzelfde, is de eerste threshold of de i-teeg? En is dat met zo'n fef van de kutkelspiet, dat was bij een ander. Met andere woorden wij testen dat los. En het wordt verwarrend. En ik had van jou meer verwacht dan dat. Dus ik was licht te luchsten. Jij wist dat ook je eindigt met een knip, ook in de smiley in de app-groepen. Ik regereden nog, we kunnen deze aflevering ook waarom zonens dood zijn, een noemen. Waarom je dus eigenlijk helemaal niet meer over zonens hoeft te spreken? De zonens zijn doodleven de zonens. Ja, precies. Ja, dat zou iets. Dat is toch goeie? Nee. Laatst mij kunnen we het beste terug naar de evenaard-weetschap. Dat zal jou wel aanspreken, naar de inspanifisieologie. En dan heb je drie intensiteitsdomijnen? Ja, nu wacht ik even heel snel. Ho, moment. Ik trek een de rem. Dat klopt, dan gaan we het vandaag dus inderdaad wel over hebben over intensiteitsdomijnen. En hoe we veel testen doen en waar we dan naar kijken. Maar ik vond het juist het punt dat je maakt over het geschiedenis, wel weer interessant. Want omdat we nu eenmaal ergens sinds de hardslag alootjes. ja, een miniatrachtig of zo, denk ik, kwamen die een intreden en toen kwamen er hardslag zonens. En het was dan de manier om eigenlijk de training te structureren. Want doe dan een halveur in die hardslag zon, dan een halveur in die hardslag zon. En had je natuurlijk ook nog geen polsaloogjes of fietscomputers. die van minuut tot minuut aangehaven wat dan de bedoelde intensiteit was. Dus dan moest je van tevoren ook nog eens onthouden. En dan had je in de daad een type zonens, alleen wat er volgens mij. de afgelopen 30 jaar is gebeurd, is dat daar 24 schinnen de afslag op gemaakt zijn. En dat als je nu ook gaat praten over zonens of dan gaat iemand praten bijvoorbeeld over. Dat is misschien wel ook mijn voor grootse frustratie over zo'n toe. Zonder enige definitief vooraf wat dan precies welke zonenverdeling. waar hebben we het hier overheid? Eindelijk ja, eindig zo'n discussie altijd in de Tweede Wereldoorlog. Eindig zo'n discussie altijd dus als je maar lang genoeg namelijk, dat is een Theorie. Als je maar lang genoeg blijft lullen, eindig je altijd bij Adolf Hitler in de Tweede Wereldoorlog. De eindig je altijd in een soort van babbulonische spraakverwaaring. waarin niemand er nog een taal en vast kan knopen en ook vooral niemand er mee geholpen is. Daar zit mijn frustratie ook, dus ik voel je woorden. Ja, die jij zegt hetzelfde, ik zeg, je verzijt helemaal met de karens. Dus we begrepen elkaar heel even niet, maar dat was wel even proficeerend bedoeld. in de app-groep van we gaan het over zonens hebben, maar dat was met de knipoog. Ja. En heel terecht, maar dan heb je uiteindelijk dus, neem maar goed dat je het nog even scherp zet, maar uiteindelijk heb je ospronkelijk drie zonens. Ja. Nou zie je met de overlab met het gebruik van zonens gaan we nu meteen in de blot leggen. Want als ik zeven mag opnomen hebben. - Nee, nog niet. Oké, ik wil je ze verwezen. - 1, 2, 1, 2, 3 heb je dan. En dan is de middelste zonens. - Of ik is de middelste zonens. Bezizies. - Nee, zeker. Ja. - Maar ik weet wel dat er ergens een moment wist geweest. Dat ik ook zo naar zonens kijk, ik weet ze nog uit mijn hoofd. Eigenlijk, want dan was het zonen 1, was dat rotsdag 147. En dan was zonend 2 tot nog 157, en 3 tot 167. Nee, we zeggen dat je 147. - 177. Ja. - Weet je nog hoe je ze noemde? Gezodens, 1, 2, 3, 4, of noem je ze D, 1, D, 2, dat is een terminology. Je hebt natuurlijk supergoed. - Ja, en dat is ja. Nou, ik kan mij herinneren dat ik meer met die hard slaag dan tot 167 was dan en gezond. Tot de rond de ero bedrempel, dat lacht daar ongeveer. En dan lacht 166 vak, 168 een beetje rond mijn maratwoon in het citeit. En 167 lacht daar rond mijn anaerobedrempel. En dat noemden we. Nou, ik weet niet of dat dat een zonen noemde, maar meer gewoon. Oké, die hard slaag gehoorden dan daarna bij. - Ja, precies. Ik ben niet zo. Ik kan me niet zo heen dat ik er 18-zo'n 1, 2, 3, 4, maar meer gerelateet aan de hard slaag. En die gingen dan ongeveer per 10, maar. - Ja. Zo. - Sigt wel lekker, lekker. Ik vond dan wel altijd die laatste, dus tot 177 vond ik wel een taai om daar dan te komen. Dus dan was het eerdere 147. En daar. - Ja, op die manier. - Ja. - Oké. Magido, jij wilde een toe. Dat. - Ja, jij wilde een toe van hoe deen werd vroeger. Toen het nog eens voor wisten. - Ja, nou ook. Maar nu weet we een stuk meer. En nu bestaat er een 5 zonenmodel, een 8 zonenmodel. Ik heb een 10 zonenmodel voorbij zien komen. - 5a, 5b. Ja, dat ook. - 5 zonen. Sup en Supra en ja, 5a, 5b, ja. Dat is helemaal met een extra lading te geven. En nu proef ik een klein beetje dat jij ze ver uitgelegd had dat je eigenlijk niet zo gekvoren hebt. Dit is een spraakverwaring van wij doen heel veel zonen, drie, in welk zonenmodel. Wat is jouw zonen, drie, dan is dat ook mijn zonen, drie. En dat is natuurlijk een beetje in het spraakverwaring vaak. Ja, en ook nog is in de combinatie natuurlijk dat. en zelfs als wij dezelfde zonenverdeling hebben. Maar we hebben allebei een andere trainingsmetodik, andere trainings. Die we aan die zonen hangen? - Die we aan die zonen hangen. Dan zegt het ook weer helemaal niks. En dat is ook wel eens wat ik in Renn wel eens terug krijg, dan zegt hij, want ja, ik heb mijn zonenslaten bepaalde bijvoorbeeld in een sportmedicitech. En dan willen ze hun zonen in Renn kunnen stoppen. Terwijl. - Wat stop je dan? Wat stop je dan in, want jij is die trainingen zijn gebaseerd op die trainingsmetodik die er achter zit. En dat is. - Dat is best protocoler. Je ziet op die testen die daar in zit. Maar ik merk wel hoor, daarna gelukkig maken we daarom dus ook podcast. Dat is nog best lastig uit te leggen in een support-email. Ik zie ze wel eens voorbijkomen. - Ja. Of in een FAQ, dat uitleggen van ja, zonder en je kan wel. je kan wel een zonenmodel heilig verklaren. Maar het is de combinatie natuurlijk tussen de training en. een bepaalde intensiteitsvastelling die je hebt. Maar ik benieuwd wat er dan in de wereld van. in het hoofd van zo'n looper of klant die dan naar support meeld. die dan de zoners heeft in stukjes heeft geknipt. Wat dan veranderd tussen zonen 3 en 4? Wat is er dan in het echt? Wat is dan als je dan. - Nou, ik weet wel. Wat is dan de gedachte er achter? Ja, ik weet wel wat de gedachte er achter is, onkunde. Dus je hebt. - Ja, sorry. Je hebt gewoon een klijf, je hebt een bellhore luiden, maar je hebt een klokhore luiden, maar je hebt 100% niet waar het klepel hangt. Maar het is een soort van dat dunning, Krueger-effect. Weet je ook dat je veel niet weet, maar dan op een gegeven moment. kom je op een punt dat je eigenlijk behoorlijk onweerde met wat je denkt. dat je de behoorde met wat je denkt. best wel wat van afweet, en daar moet je dan eigenlijk een beetje doorheen, en vrij zijn de moeilijkste niet om mensen daar een klein beetje in de weg te helpen. Maar ik vind dat ook nog wel misschien wat je dit bedoelde, maar dus dat dat mensen nou laten we zeggen dat ze een zo'n twee training doen, en dat zou dan rond de aerobodrempel zijn. Ja, dat is al de vraag, maar ook al, maar dat is al de vraag dus, maar dan ook nog maar weten of dat ook daadwerkelijk zo is, dat dat ja we doen warsens de vaststelling daarvan dat ze dat weten of doen of kunnen klopt. Ja, maar waar is het opgebaseerd? Precies, op wat voor vaststelling. Nee, ik heb een zo'n twee training gedaan, is dat zo? Maar het mooiste is ook dat iemand dan meeld voor dat ze dan bij ons willen begleit willen worden, even checken werkje ook voor de zonentreningsmethoden. De zonentreningsmethoden, ik heb een compleede aeron, want wat is dan de zonentreningsmethoden, dat als of dat dan zo'n is? Maar dat is. - Ga je dan een kepslok terugmelen? - Ja, met het hele kepslok terugmelen. Ja, voor die dansen. - Maar hij is een frustratie wel duidelijk, toch? Ja, misschien hebben we dit ook, ja, ik kan het niet genoeg me nadrukken, maar inderdaad gewoon de mensen proberen uit te leggen dat er is, iedere zonentrendeling is uitstekend, iedere zonentrendeling slaat neergens op. Het gaat om een bepaalde metodik waarin je iets vast stelt, wat dan een bepaalde interesseid moet zijn. En vervolgend de trainingen die daarbij horen, en dat is een combinatie die leeft bij een coach, bij jouw zelf, bij een treinig filosofie in een app. Dat is allemaal wat mij betreft prima, ik weet het is ook niet zo'n soort van een goed of fout. - Zo'n soort goed. Maar trek die twee als je blijf niet uit elkaar, dat je de ene test doet of een bepaald zonder model aanhangt, en dat soort interesseidverdelingen dan gaat toepas op een hele andere manier van treinen, dan raakt alles soort van kant nog wel. Ja, eens. - Maar gelukkig, kan de wetenschap ons een beetje hierin helpen. Wat ospronkelijk heb je drie zoners? - Ja. Ik voel jou vragen. - Ja, graag, precies, want dat ging ik net toe. En dat is de intensitiesdomijn, en dat is volgens mij, en de wetenschap moet dat kaderen, wat ons kan niet onderzoeken. Dus je hebt de moderate intensitydomijn, de heavy intensitydomijn en de severe intensitydomijn. De moderate is dan tot de eerste blaktaadrempel, Lt1 of IT of Hoenem noemt, en nog verdiepen wat dat is. - VT1. - VT1, whatever. Dan heb je zoner twee en dan gaan we al, is het tussen de eerste en de tweede blaktaadrempel of tussen de eero en de anero bedrempel of Hoenem. En heel veel naapjes voor eigenlijk hetzelfde wedstrijd. - Allemaal hetzelfde wedstrijd. Een critical speed, dus het laatste bij ons terma blijven, tussen de IT en de critical speed is zoner twee in de wetenschap. Maar goed, als je die al in twee gaat knippen, dan heb je daar alweer twee zoners in. En de derde zonen is boven de critical speed en tot de veel twee max. En dat is niet meer stabil. En goed, komen ze al misschien nog wel op. Dat is dan de derde zonen en heb je nog een vierde zonen. Dat is superveel twee max. Ja, en dat is dan de extreme intensitydomijn volgens mij. Maar die gebruik we niet. Maar goed, ik heb ook allemaal naam. En je hebt al in de wetenschap heb je niet. - Als je kijkt naar studies of bijvoorbeeld een trainingsmodel polerijst is of pyramidal, dan wordt er eigenlijk gekeken naar de verhouding. In de duursport. - Alles voor de aerobedrempel, alle tussen de aerobedrempel en de vrouwingen daar tussen die drie zoners, voor het dan gezegd, dit is meer polerijst of dit is meer pyramidal. Maar je maakt nog heel veel uit. Of je dan onder de vertrein mag stuit of voor rond de vertrein mag stuit of verboven de vertrein mag stuit. De beden zijn best groot. Als je hem drie van die gebieden hebt, maakt het wel uit of je bijvoorbeeld een duurtreining of je die nou op 60 procent van je tweede threshold doet, of op 80 procent van je tweede threshold. En allebei kunnen ze onder die eerste threshold vallen, maar er zit natuurlijk wel een trainingsverschil. Laten we bijvoorbeeld Michel Butte, de ex stoppen atleten, even nemen en dan ga ik het heel praktisch houden. Dat kan ik volgens mij heel makkelijk uitrekenen in secondes per 100 meter. Dus als Michel zijn eerste drempel, i.t. dat zat denk ik rond de 80 seconden per 100 meter, 80 seconden per 400 meter, de 320 per kilometer. We zijn geen sprinteren? Nee, maar de tweede drempel, de critical speed, die zat onder de 18 seconden. 17 seconden, 18 seconden, 3 minuten per kilometer. De veel twee max zit op 16 seconden per 100 meter, maar de top speed zat op 11 seconden per. Dus dat hele gebied tussen veel twee max en top speed, dan zit je al in een bereik van 16 seconden. 16 seconden, wat die een 3 kilometer lang rondjes 64, onder 8 minuten. 16 seconden per 100 meter en volledig sprinten. Ja, dat heb je ook al en alles wordt dan op een hoop gegooid en noemen we hit. Ja. Dus om er aan te geven, hoe gerichter je dat cadert, hoe. Ja, keurig hier trainingen kunt voorschrijven. Ja, want dus vroeger had jij trainingen en daar ken je ook je hardsachzones uit je hoofd. Met een soort van oké, je had dan aan te zonnens. En daar wies je van, ik ga zo veel minuten in die bepaalde hardsachzone zitten. En dat wies je dan van te voeren als je vertrok, wat je dan ging doen ongeveer. Ik geniet in die hardsachzone zit, ik gebruik dat ik monitoring. Dus ik ging op peeslopen en ik wist dat dan ongeveer rond de 157, dat daar. Ja, ik zou het toch wel zeggen met erop bedrempel lag. Ja. Maar nu, wij schrijven bijvoorbeeld erin, schrijven we geen mensen voor, ga zo veel minuten in een bepaalde zonne lopen. Toch, dat doen we niet. Wij zeggen ga zo veel minuten op een paar de peeslopen. Oh, zo. Ja, we zeggen niet zonne en zoeken het uit. Nee, wat we hebben ook die pees of die. Kijk, elke training heeft een doel. Dus dat is. Laat we toch even terug naar die drie domijnen? Ja, goed. De eerste domijnen, dat is voor de duurtraining. Ja, we kunnen zo diepte fysiologie in gaan als je wilt jij met de baas. Maar de moderate intensie domijnen of de duurtraining zonen tot met de eerste threshold. Wij noemen dat IT-trainingen eerder op een thresholdtraining omdat we die landmarkt de bovengrens gebruik als maakipunt. En de training worden heel gericht volgschrijven, ook onbasis van de individuele calibrationtrainingen en testen die we dan toepassen, zodat dat maatwerk is. En natuurlijk heb je een range en natuurlijk moet je dat flexible toepassen. Ja. Maar onze duurtrainingen in het moderate intensie domijnen, die noemen wij ook IT-trainingen, zodat er niet een getal van zonen aan wordt gangen, maar dat mensen ook meteen weten wat ze doen en wat ze trainen. Maar eigenlijk valt bijvoorbeeld dan de Easy & Durant-training, die valt ook in dat domijnen. Precies, en de Easy is dan weer klopt, dat is inderdaad. Ja, als we toch over zonen staan, zou je dat als zonen enkele noemen? Ja, dat is alles. Ja, ja, ja. Maar goed, je had ook weer mensen die trainers die dan hadden dan ook nog zon en nul, dat je zon en nul 1 en 2, dan wordt het ook weer. En gewoon maar Easy is inderdaad gewoon heel rustig rond, dat is rond om de zwaderen belangrijkste trainingen van de week. Ja. Aanvullende trainingen en Easy hebben wij ook geprogrammeerd een stuk rustig en dan de boven begrensing van de eerste drempel. Ja, dus oké, dus dat is gewoon. Dus er zijn er twee soorten duurtrainingen in de raad, even bij de ren, de Easy. Ja, dat bector wel lekker hadden wij bedacht, dan maken Easy is gewoon Easy. Ja, wat is het kenmerk van Easy training? Je moet ook lekker naar de omgeving kunnen kijken, zonder dat je het heel taak gericht moet gaan denken. En ik moet me focusen, want ik moet redelijk hart. Dus het is gewoon lekker wegdroom, lekker jogger, lekker. Lekker chuffelen. Hoe je het ook allemaal noemt, Easy is gewoon Easy en makkelijk en het kan je zonder. Ja, het zonder taak gericht moeten nadenken om het vol te kunnen houden. Moet je dat net als een wandeling uren kunnen doen. En dan kun je bij de IT. En ik denk voor Easy ook nog wel even. We willen even het noemen wij geven dan ook in Ren wel een bepaalde richting en een bepaalde range mee. Maar de voorwaarde die Gido net bennoemd van het moet makkelijk zijn, moet lekker zijn. Dat is wel een belangrijke. Je hebt mensen zelf als weg je hoe hoog moet ik in de Easy range gaan zitten. Moet ik er bovenin zitten of helemaal onderin, daar heb je dus wel wat meer vrijheid eigenlijk in dan de volgende. Maar hoe rustig hoe beter. Ja, en de volgende is dan de meest. Toch de iets optimaat. De iets de schwaarste intensiteit die je mag hebben, dat het nog steeds in dat juiste domain valt. Dat noemen wij de IT-duulop. Dat is al wat flotterde duulop. Maar nog wel volledig onder de eerste drempel. Ja. Dat we niet te diep de fiëschloging in duiken. Maar dan moet je wel ietsje beter bij nadenken. Hoe lang kan je dat volhouden in het echt? 4 uur. Maar je moet wel je best doen. Je kan het wel wat minder makkelijk af met je en je gegeven wordt je al iets minder best van omgeving. Maar de intensiteit dat je erbij moet voelen. Dat is ook wel belangrijk dat je weet wat je voelt. Je moet nog wel kunnen zingen. Je moet bij kunnen bellen terwijl je aan het hart lopen bent. Je moet nog. Je moet horen dat je haigt. Ja. Dat noemen we de toktest. Dat is een mooi easelsbruggeje. Een dubbeldcheck of je nog goed zit. Ja. Wat betekent dat je overmaat gaat haigen. Betekent overmaat gezelltee productie. Dat is te maken dat je je moet toch af en stoffen uitanemen. Ja. Zij mogen zeggen, dus dat is ja. En dat stellen we los vast bij de mensen. Dus dat is de simpel gezegd de duurtraining, de duurlooptraining. Geen zin meer in standartsgeema's die niet werken, Ren maakt hartlopenslim en simpel. Van je eerste kilometer tot een halve of hele marathon, Ren helpt je met de schundige begeleiding en een plan dat echt bij je past. Normaal proberen je de app twee weken gratis, maar via de link in de shownot, een beetje de koden waarmee je maar liefst vier weken gratis kunt proberen. Ga naar die site, pak je koden en download, Ren. Waarom noemen die treiningen? Waarom noemen deze type treiningen? Voor verloem te maken. Voor de duurvermogen, uitbouwen, midden, gondria. Dat is eigenlijk de belangrijkste in een lagerer op een bereik in langzaamerspiefe, zoals daar zit een vernamelijk de midden, gondria. En ja, wel als je vooral tegen die aerobodrempel aanzit, of in dat gebiet in ieder geval stimuler je wel meer midden, gondriaal de dichtheid. Ja, oké. En dan kom je dus. En wat het interessante is in Ren. Zo begonnen we deze podcast natuurlijk eerder voor jou. Waar zit die aerobodrempel dan precies? Is dat we dat wel met testen doen? En waar veel programma's of methode's nog vanuit gaan is, we hebben dan opgeven de kritiekospiet. Nou, als je het hier dan ongeveer de aerobodrempel en dat is dat dan, maar dat is voor iedereen verschillend. Ja. En in Ren hebben we dus die IT-calibratie dat we dat werkelijk in de loop de tijd vast gaan stellen van waar ligt die nieuwe persoon? Ja precies, misschien wel belangrijk om daar te zeggen. Wat er in Ren gebeurt is dat we hem wel eerst eigenlijk vaststellen baats van die kritiekospiet. Ja, dus zeiden van je gebruik ook die formulaen gedaan. We gebruiken ook die formulaen. En daarna ga je in een verbeteren door middel van die calibratie-testen. Oké, helder? Want want, want ik denk dat we krijgen nog wel eens vragen. Ook zo van, hey, maar hij lacht toch, ik zeg maar wat, op 34 kilometer. Want dat kwam voor te uit de Ren, uit de test, dat verschillend dus met kritiekospiet en met aerobodrempel. En nu in één keer wordt hij bijgesteld. Ja, dat is juist de kracht van onze manier van werken. Is dat voor basis van die test dus dat werkelijk zien waar die aerobodrempel ligt? Ja, oké, want nog even misschien iets korter en iets klein beetje meer visulgie. Wat is dan, nu zijn we bij die eerste drempel aangekomen. Wat is dat dan? Hij wordt aerobodrempel genoemd, hij wordt elke en genoemd. Hij wordt wel eens veten en genoemd. Is het allemaal hetzelfde? En wat is dat dan? Ja, kijk, om het gebeurt in je spieren. Dus je spieren moet de arbeid verrichten om te lopen. Om arbeid te verrichten, heb je ATP nodig. Nou, die ATP is je vollebak, dat is maar zes seconden. En die ATP worden dus in liggen wilde niet al je ATP gebruikt. Dus die ATP moet tijdens het sporten tijdens het de hardloop tijdens het duulop moet het weer worden aangemaakt. En dan kon je die energie-systemen. Wat kies dat liggen dan voor? Voor welke ATP-productie of ATP-resenthezen met een ingewikkeld wordt? Ja, dan kies het als het de volledige oxidative route. En dan met naam ook in de langzaamenspiefeizels. Dat is wat er gebeurt met duurtrein. Dus gewoon hoofdzakelijk vetten, maar ook colidraten worden volledig in de mitte gondrie aan de energieverbiekjes afgebroken. Dat je loopt niet hard, dus er is tijd genoeg om dat proces met suurstof te doen. En dan heb je geen glycolise, geen en lactatproductie, geen extra stress op het systeem en je gaat wat je dus vooral treint, dus dat je efficiënter omgaat met suurstof, je wil lang belast te kunnen. Dus dan wil je ook de capillarisatie, dus de kleine bloedvaartjes, dus de al die dingen die je hier ga je dus stimuleren op die intensiteit, meer mitte gondrie aan. Ja, dat zijn eigenlijk wel de hoogtzaaklijke adaptaties die naast heeft. En dat is volgens mij jouw vraag of ga ik niet? Nou, je bent al drie vragen verder, want mij betreft. Nou, goed, nu hebben we het over waarom duurtraining en waarom je ook niks oplevent om dan harder te gaan. Nee, niet als je dat eerste domain dus eigenlijk wil verbeteren. Ja. En dat energie-systeem en die prestatieeffekten wil verbeteren. Je maakt het heel lichaam eigenlijk een stukje efficiënter, die aromenmotor wil je. Nou ja, voor welke wedstrijd afstand is dit systeem belangrijk, de lang afstander? Ja. Nou, dan kan je zeggen, oké, ik ben 5 kilometer loper, dan heb ik ook een ander systeem nodig. Klopt, maar dat kan je niet oneinig treinen, dus. Ja, precies. Ik zou daar nog wel aanvullen. Ook zelfs bij hele korte uiteindelijk blijft dat systeem de basis van iedere inspanning. En je beter dat verbeter is, hoe snel je ook weer herstelt. Dus ook voor de. Maar de trein is effecten zitten voor namelijk perifer in rond en rond te spieren. Bij? Bij duurtraining. Ja, oké, precies. Ja, oké. Gaan we dan naar de tweede systeem? Of het tweede domijn? Ja, wat mij betreft wel. Dat is dan. Ja, tussen die 1 en die andere drie. Ja, dus dat is dan de tweede zorne, maar dat is geen zo'n 2. Maar dat is dus de heavy intensity. Nee, goed dat je dat zegt. Ja, want die zo'n 2 gaat eigenlijk van een heel andere zoneverdeling. Dus nu komen we in dat tweede domijn, wat dus niet te verwaren is met zo'n 2. Precies. En waar hebben we dan over? Dat is het. het heavy intensity domijn in de wetenschap. En dat is dus tussen die 1e threshold en de 2e threshold in. Of tussen de IT en wat wij dan de critical speed noemen. En dat heet het heavy intensity domijn. Ja, dat is natuurlijk wel. zeg maar. Omdat toch met Inigo zonmieland te spreken, je gaat een beetje van omgeving veranderen. Dus je gaat meer snelle spiefesels gebruiken, omdat namelijk. er is meer ATP nodig, wat je loopt harder. Dus het kan niet volledig uit die oxidatieve route komen, maar dat geeft niet. Lactat steigt wat als bijproduct van de glycolise. Maar dat is geen enkel probleem. Dus je ziet dan als je lactatmeiding zou doen en zie je lactat wat steigen. Maar dat is niet zo'n probleem, want dat wordt gewoon weer weggevangen. En dat blijft stabil. En dan zit je een beetje. in een vrij. optimale intensiteit om duurtraining te doen. Critical speed training. Als je daar namelijk binnen blijft, die blijft netjes onder die. Tweede threshold of onder die critical speed. Ja, dan heb je heel veel waarvoor je geldt in duurtraing. Dus het is eigenlijk. En dat is de intensiteit waarin je fysiologie nog optimale is, waarbij de afvast stoffen niet door de dacke knallen. lactat steigt, plusioenen steigt. Ja, dat is de hoogste snelheid eigenlijk. Toen is dat hele gebied, hè. Als je het afbakent, je kan natuurlijk vlak boven de eerste drempel en vlak. Het is een gebied van. Als je volgende vraag zien hoe groot is dat gebied? Nou, dat is persporter, dus verschillend. 20, 30, 40 seconden per kilometer. In pace. Oké, op die manier, oh sorry. Hoe groot is dat dan eigenlijk? Er zijn veel interessanten weer, hoe lang kan je het voelhouden dan op die. Oké, twee de drempel. Dan hebben we afspraken met elkaar over gemaakt en dat is zo maximale uur. Ja. Zeg maar de snelheid die, zeg maar, 40, 50, 60 minuten. Maximaal kunt voelhouden, is een behoorlijke prestatie bepaalder. voor afstande als 10 kilometer, half marathon. En ook een enorme beinvloeding van de 5 kilometer in de marathon. Want het geeft natuurlijk ook wel die hoogste steady state is best wel. crucial. Maar is die state dus stel je meethe hele tijd laktaat? Of je prikt de hele tijd laktaat? Is het dan wel echt zo dat als je die critical speed. is dan de laktaadwaarde als je die meet naar 20 minuten. exact hetzelfde als na 40 minuten en ook na de maximale voelhouden tijd van 60 minuten? Ja, het is wat je me elkaar afspraakt, natuurlijk. Maar. Neem we in de praktijk. Ja, strikt genomen. De hoogste, als we afspraken, het is de hoogste visualogese evenwicht. Maar goed, je hebt heel veel definities ook, van die tweede threshold. Maximaal laktaatste de steady state, maar eigenlijk is het wel zo zikker manteren. Zoals wij manteren, is het wel. blijft het wel stabil laktaat. Oké. Maar goed, het is een hele kleine grens, hè? Ja, precies. Het is een hele. Dan kon je bij die definities natuurlijk. Ga je er iets overheen? Zult het ook veel zwaar? Hij doet ook meteen veel minder, maar ga je iets eronder zitten? Ja. Het is een hele nauwe grens, hè? Ja, mag ik dan misschien iets vaststellen dat ondanks dat wij het ook hier. Dremples noemen? Eigenlijk nooit echt spraken kan zijn van een drempel? Nee, het is een exact getal. Wat ik een mooi metafoor vind, is het is geen light switch. Het is geen lichtknopje, het is niet eerder een dimmer. Het is hier niet, het is niet een afgerond, een overgang, een keihardig grens en bovendien. Wat moet je met die grens? Is elke dag weer iets anders in elke omstandigheden, natuurlijk, iets? Het is verschillend, dus dat is altijd precies of handelijk, dus het is niet. Ik ga nu naar het lap, we hadden het ook over van 'Ik ga naar het lap'. Ik laat het helemaal testen, en dan is mijn LT2, of mijn anaerometrempel, of mijn critical speed, is 23 km/km/h, en dan is 422 km/km/h in de afgrond, en 24 km/km/h, dat is op dat moment in het lap afhandelijke ook van protocol, dat het vastgesteld is. - Die dag? - Die dag, dat zeg ik altijd als eerste. Dan ga je volgende week naar hetzelfde lap, dan komt er geen 423 uit. Maar is de 421 uit of 47? - Want met de aerobedrempel, als je daarover heen gaat, en griekelies moet bij springen, en dan kan je meer snel SP facel's worden bij betrokken, dan is dat een duidelijker drempel dan dat je eigenlijk al in het doonstermijn zit? Nee, dat is ook niet zo'n duidelijker drempel. - Ook niet. Nou, ja, duidelijker, zij die Michel, daar ga ik ook wel voor. Ik denk dat je, ik vind dat je dominoventestel, of dominovalactat, kan je die eerste drempel, er zit een duidelijker definitie en dan kan je een duidelijker waren aan hangen, dan die tweede drempel, die tweede drempel is toch schimmiger, moeilijke vaste stellen. Hangt van protocol af, hangt van de aspraak af met elkaar. - Precies. Nou, zeker nou, we moeten je natuurlijk weetschappen hebben. - Mag u poliezen bij springen, is een duidelijker lentmark, wat dat betreft. Dus wanneer Coli Draat er gaat gebruiken, simpel gezegd namelijk dat ik het aan mijn moeder moet uitleggen waar we nu over hebben, dat eerste systeem vooral op de vetverbranding, Coli Draatverbranding doet altijd een beetje, maar behoeg naam nog bijna niks, dan kom je in dat tweede domein, dan gaat hij Coli Draatverbranding brij springen. Ja, en dan kom je de tweede drempel daarvan zeggen, ja, en dan maak ik van de aspraak over, ik had 60 minuten, maar er moet een soort van een stelistijd. Ja, daar vind ik hem al vaker worden. - Ja, maar hoe je het toch bent of keert? Er vindt die eerste drempel en die eerste definitie van ja, daar moet gewoon veel meer dat Coli Draat systeem bij gaan. - Ja, maar hoe meet je dat duidelijkerde definitie? Ja, maar goed, dan nog eens er. - Nee, maar ik duidelijkerde definitie, dat kan je toch niet omheen. Ja, maar hoe kan je dat dan in de praktijk 100% wat er dicht brengen, wat dan geen taarten? Nou, dat we net vast stelt, 100% bestaande, want als wij hier zitten, bijvoorbeeld ook mijn hersenen gebruiken, vooral Coli, er gebruiken alleen maar Coli Draat, dus je hebt altijd, he, en dat zie je ook als je inspanning zes te doet. Ik heb er in mijn leven duizenden afgenomen met lactatmeting, ja, dat zie je ook altijd in het begin. Is er altijd iets meer lactatproductie? En dat zakt dan juist een beetje in het begin? Nee, dat is gewoon letterlijk omdat je ook gewoon nu in rust gebruikt. We eigenlijk wat meer terwijl je dan wat meer gaat sporten, dan ga je die Coli Draat wat meer gebruiken. Ja, dat zie je lactatproductie iets. Of de concentratie perdon, niet per z'n productie, daalt die concentratie iets. Ja, daarin zie je wel, ja, die altijd één is wel wat makkelijker uit te leggen en wat duidelijkerde definitie dan die tweede drempel. Sekt genomen, moet je, dat weet jij beter niet, maar weet schappelijk moet je maximaal lactatstedi steden, dan ga je natuurlijk, dan ga je dus naar het lap. En dan ga je dus een bepaalde snelheid lopen en kijk je en dan ga je lactat het hele tijd pricken, is het stabil? Dan ga je de volgende dag of twee dagen laad, ga je weer naar het lap, ga je iets harder, kijk even nog steeds te bio blijven, ga je weer een paar dagen later dat lap. Dat is de officielle protocol, je kan niet zeggen wat gaan harden harden met trekken een lijnje met. Ja, maar als je echt stedi is als nijden, dan heb je mij een goed getrening sportter, kan je een dan ook langer volhouden dan een uur. Ja. Dus daar daar zit mijn punt op, daarin ben ik niet helemaal mee met dat die LT2 helemaal stedi echt stedi is, perfect dat bestaat. Hij zal altijd een beetje blijven doorlopen, bij ieder niveau sportter en daarum vind ik die LT2, of die VT2, als je een vent in het warmeet, is gewoon of FTP in het fietsen, is gewoon een moeilijkere definitie waar meer onduidelijkheid over bestaat. Het sterk nog bijvoorbeeld, VO2 max, gewoon maximale zuursof opname, die daar dan weer boven ligt, dat is medewaarde, dat is medewaarde in een lap. Problem is alleen, ja, dat is een waarde die ligt zo hoog, die ligt weer boven die LT2, ja. Dan kan je die wel vaststellen, dan kan je die wel bepalen, maar wat ga je er dan precies mee doen in het reiningen? Hij moet de snelheid, wij moeten hem natuurlijk vertalen naar look snelheid, en de minimale waarde, waarin we in de. Ja. Dat staan we wij de 6 minuten test voor. Ja, maar daarom nog wel, eventjes dan, oké, dat domain tussen de ene en de andere drempel, daar doen wij die kritikospietrainingen in. Ja, maar zeert op de 30 minuten calibratie test, daar wordt je op vastgesteld, dus dan moet je 30 minuten in al uitgaan, in een omgeving die liest zo veel mogelijk beschut is van ieder geval in jouw trainingsomgeving. Ja. En dan hebben we. als je. het minste als je aan net hebt geamboord, hebben we daarbij een mooie noemmeting. Ja. Ja, en vervolgens worden de trainingen daarin gekopeld. Precies, en dan waarom doen we dan vervolgens die kritikospietrainingen? Wat zeg je? Die kritikospietrainingen die er in ren zitten bijvoorbeeld of je behaupt, wat is het effect aanvand? Wat proberen we te triggeren? Je probert die anaeropen drempel proberen te verleg. Ja, te vrouwen, te vrouwen. Heb jij ook wel eens van die momenten dat je denkt dat je echt alles al hebt en dan toch weer iets nieuws vindt? Ik betrap er met de vorige maat nog op, toen ik bij de overrunning winkel een prachtig paakje zorken die training schoenen wisten scoren. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon online shoppen of zelf naar de winkel gaan. En je kan daar ook de schoenen testen met een loop analysen, je weet dan precies hoe je land en hoe je afzet. Superwaardevol als je twijfeld tussen modellen, maar ook in de webshop vind je superveel informatie. Dus bij onze sponsor van de show shop je het alle grootste hardloop arsotiment van Europa. En met de kortingskode Ren10 krijgt je ook nog eens 10% extra korting bovenop de geweldige prijzen die ze zo zullen hebben. Dus ga naar oorvolrunning.nl, check de voorwaarde in de shownotes. Verder met de show. Misschien is het nog belangrijk om toe te voegen hoe je dat zou moeten ervaren diktraining. Hoe dan, als ze dan toch hebben over dat er nog een visualische stabiliteit mee nog meer kunnen we over discussieëren. Maar dan moet dat ook zo voelen in training. Als je dan blokjes doet van 4 minuten of 5 minuten of 8 minuten, dan moet je natuurlijk niet aan het eind van blokje denken blij dat ik mag stoppen. Ja precies. Maar dat is even een stukje uitvoering dat de inderdaad je moet voelen, maar je moet toch nog heen. Je kan dus niet wat je net die tolk testen, je kan niet volgende maken, je kan niet praten, maar je moet toch het gevoel hebben dat je het wel even vol kan houden. Omdat je namelijk en dat natuurlijk even de afspraak 30 minuten of 60 minuten of 40 minuten vol kunt houden, maar het moet stabiel voelen. De reden is natuurlijk, als je het in training op, als je dan elke keer 30 minuten olauwd gaat, dan is dat natuurlijk best wel zwaar. Als je dat in stukjes gaat knippen elke keer met pauzes kan je geaccumuleerd meer volumaan in dat domain, dan doe je het in stukjes, maar je moet niet zo gaat gaan dat je als nog boven die kreeg te kostpijgen. En dan kom je namelijk in het deden. Ja, dan nog een seconden, want dat is veel op en de trainingen die jullie gemaakt hebben in Renn, nou zo'n kritico-spiet training, doe je wel altijd net even 5 seconden onder. Waarop we je drempel hebben, vastgestelten, dat is om. Ja, maar om de drempel aan te zamer, omdat je namelijk mensen tot de neigemder overheent te gaan, dan vindt er niks mee. Ja, je wil echt dat mensen eronder blijven zijn. Ja, je wil voluma accumuleren, maar ook wel genoeg herstel hebben. Oké. En naar de volgende training toe, en alles kom je in een ander domain, maar dat is natuurlijk wel heel goed dat we discussieren en heel goed discussieren over de inspiratie. Dat is het van het visualgie en wat er nou echt gebeurt, want ga je daar overheen, dan kom je in het severe intensie door mij. En dat is tot de Veeltwee Max. Dertre door mij, laatste door mij, dus dan daarboven? Nou, je hebt een heel goed uitgelegd wat Veeltwee Max volgens mij is. Of kan je beter dan ik? Dat weet ik niet. Nou, het is de hoogste snelheid van het waarin, zowel langzamer als snelle spiefeizels, suurstof, uitelucht, trekken en benutte in het systeem, het heeft altijd bepaalde traagheid. Maar ja, alle hens aan dek, dus als je hem met een masker op test, dan ga je harde, harde, harde en je neemt nog steeds meer suurstof op, maar je bent wel aan het verzuren. En de volhoudtijd is wordt sterk beperkt door een ophoping van met de bolieten, waaronder haar plus. Maar dit is een beetje intensiteit om nog misschien iets praktisch te maken die een beetje vijf aan zes minuten vol uit. Dat is een beetje het tempo. Dus boven die critical speed, kan je natuurlijk, dan neem je nog steeds meer suurstof op als je harde gaat, alleen je houdt dat niet vol om dat er geen evenwicht is. Dat is eigenlijk, er is geen vieslokse evenwicht, dus je houdt dat niet vol, maar dit definieert wel, je plafond, je erop plafond, maar het gaat te komen. Dat waar je in de praktijk veel meer aan hebt, als je inspanningen doet van wedstrijden van 10 kilometer, als je wedstrijd afstand niet bij de zes minuten zit in de buurt, is natuurlijk die steady state, de belangrijkste, de critical speed per station bepaalende factor en ook in training, als je daar veel in traint, gaat dat gewoon verbeteren. Tenzijden die zes minuten waden, helemaal niet zoveel sneller is, dan die critical speed en dan wordt dat een begrenzer. Dus dan door mijn 3 testen, de testen die. Ja. We doen de critical speed en we doen die 6 minuten, los van elkaar, niet als afgelijden van. We bepaalijk de critical speed niet als afgelijden van de Veel 2 Max, of zo. En los daarvan, en zo komt je ook tot individuele profielen. En dan kijken we natuurlijk ook, heeft iedereen hetzelfde nodig. Ja, precies van voor ieder doel, en voor ieder profiel is dat weer een beetje anders. En dan kan dus bij de 1 kan die IET al best wel dicht bij die critical speed liggen. Dat is dan een heel duurgetreende atlet. En bij de ander ligt bijvoorbeeld dat Veel 2 Max enorm veel hoger dan de critical speed. En dat is ja veel meer het sprint type. Ja, en hoeveel je ook, als je dan voor een marathon van halve marathon treint, of een zelfs een 10 kilometer of je niet druk te maken om Veel 2 Max, bovendien, is dit ook risico's aan die treining? Ja, precies, gewoon. En dat is een hele sportfietsen. Ja, dan kan je dat, is het wat vergevingsgezinder? Ja, dat is niet de worden beloopt. Maar ook, ik heb het praktisch voor dit soort treining. Want er zit er een treining in rent van twee sets van 38 seconden. Dan moet je dus ook wel op een inzietijd, dus rond die 6 minuten waren. En dan moet je wel goed van tevoren kunnen inschatten van je oké. Maar wat voor tempo is dat nu precies met de GPS best wel lastig, omdat ik continu in te checken. Maar dit is wel een type treining die je natuurlijk wel ook, het is gewoon wel stabil, hard, je wil er nog niet meteen in knallen, met de eerste beste korte intervallen. Maar het is wel een treining dat je naar twee sets denkt van, bovendien. Ik heb wel even getreerd. Nou, op zich dat is wel anders dan de critical speed training die natuurlijk veel meer is opgeknipt, wat gilozij vanuit die 30 minuten calibratie test en dan krijg je allemaal treiningen voor daar, eindig je veel vaker zoveel van, ja, was beter, maar ik had nog wel wat. Ja, Misschien moet dat je dat zegt, dat zegt ook over de manier waarop je, waarop jij getreend bent of de inspanning in vaart. Want ik voel je juist ook als ik die, dus na die 6 minuten test heb je dat 6 minuten tempo bepaalt en dan met die 6 minuten tempo doe ik van van die 30 seconde blockjes. Met volgens mij zit dat ook 30 seconde rustussen, ik heb er niets, ik heb hem hoofd. Maar dat vind ik eigenlijk relatief gemakkelijk. Dat kan ik acht keer, kan ik dat wel gewoon eenvoudig volhouden. Het is ook makkelijk om te hard te gaan. Dus je moet ook even juist de eerste 30 seconden zoveel met de rem erop, maar ja, wat ik dan, wat ik 6 minuten kan lopen, ja, kan ik vrij gemakkelijk. In ieder geval de eerste vier eraaningen 30 seconden. Ja, maar het zijn toch. Maar ik heb vier minuten uiteindelijk bij elkaar. En je zou ook. - Ja, nee zeker. Bij een opgeving ga je ook. Dus ik vond het ook niet over de trainingsloog. Ga dan alleen met het voet. - Ja, maar in het verschil zit hem daar wel in. Dus critical speed, dus die steady state, die eigenlijk wel. ja, redelijk makkelijk moeten kunnen volhouden waarbij je dan aan de einde denkt. Nou, ik had er nog wel een paar gekund over het algemeen de trainingen die we dan ervoor schrijven. En bij die VO2 makstredingen zal dat dichterbij het gevoel zijn. Oké, ja. En daar zit ook nog verschil tussen 30 seconden, of dat je een minuten moet lopen, laatste aan twee minuten. En dat ook goed. - Nou ja, als je dan twee of drie minuten moet doen op die 6 minuten snel. Dat is de logisch, maar dan doe je ook maar minder. Dus als we zeggen drie keer drie minuten op de 6 minuten snelheid, ja. En dan loop je drie keer de helft, maar dan moet je ook wel echt drie minuten paus hebben. En als je hem werkt met 60 seconden, of 30 seconden, dan kan je. Wat Jack beschrijft en Jim is, dan kan je de totaal tijd op die intensiteit. En wat wel de driver is van adaptatie, kan wel makker. Dus het is inderdaad, ik snap wel dat je zegt. ja, acht keer, 30 seconden, dat is makkelijk. Tuurlijk, dat is ook maar vier minuten erop, maar het idee is dat dat uitbouwd naar 10 keer, 12 a 11 keer. Maar mag ik een klein particuliertheorieertje er ook op los gratten? Dat ik ben vanuit mijn trainingsachtergrond ook wel heel erg gewend aan VO2 max inspanningen. En eigenlijk relatief weinig aan echt lange thresholdblokken. Dat hij dat, ja, echt het berg op fietsen, bijvoorbeeld het doelje. Bezeker, als je geen toe de Frans rijdt. Echt maar weinig, en zeker ook wanneer je in Nederland er woont. En dat ik juist in het hart lopen, dat veel meer ben gaan doen. Meer in dat critical speed door mij, in te koste eigenlijk van VO2 max. En ik merk ook weer op de fiets dat met threshold mij weer beter afgaat. En ik heb niet het gevoel dat dat per second door een bepaalde manier van getreendheid. Maar veel meer ook mentaal omgaan met een bepaalde prikkel. Ik ben wat die type prikkel, ben ik wat gewone geworden, ben ik wat gewende geraakt. En dat gaat me daardoor makkelijker af. Maar dit is een heel particulierting. -Ik heb de andere kant. Ja, precies, dat is voor het interessant. -Ik heb meegemaakt dat ik critical speed training in de ene het lopen. En toen ben ik een ketje naar Mallorca toegegaan en toen heb ik een ultragefiets. En ik heb een bekende houteraar 3/20. -Ja, 3/12, ja. Ja, maar ik heb wel de watjes variant gedaan, de tussen variant. Maar hij was nog steeds 230 kilometer. -Precis. En ik dacht, ik moet gewoon een paar keer zo'n berg op. Echt veel hoogte meter zijn er. Ja, ik kan het niet, alkeer me critical speed gaan fietsen. Want ja, het houdt eigenlijk straks me misschien een uur, misschien een ander al of u voel, alles bij elkaar. Dat komt makkelijk. -Ja. Kijk gewoon volle bak weer omhoog, ik moest alleen eten eten eten eten en drinken. Ja, het is heel nachtrokaan toen. -Nee, precies, maar ik dacht dat alles bij. Dus ik heb weer die andere beleving van of rondje door met 100 kilometer. De ene onder het bijvoorbeeld, ja, het is gewoon makkelijker, langer vol te houden op je. Maar had jij een critical speed bepaald met fiets, ook? Is het dan dezelfde critical speed waar ik het over nemen? -Ja. Ja, physiologisch zou het ongeveer dezelfde landmark moeten zijn. Namelijk de maximale MLSS, hij heeft van los van hoe steady die is, maar de maximum lektijd steady steeds. Dat is ook wat FTP is en eigenlijk ook wat we afspreken wat een critical speed is. Maar door die rustbousers denk ik wat jij zegt en er stelde er weer en ik kon het gewoon weer. Maar ik denk dus echt wel dat het gewoon zit. -Ja, en je kan ook makkelijker bij eten. Ja, ja. -Ja. Hij speelt een grote rol met lopen. -Ja, precies. Dat is natuurlijk wel heel een belangrijke om dat vol te kunnen houden. Ja. -Ja. En daarin dus die belasting aan kunnen en dat uitbouwen, dat doe je ook wel wat langer over dan. Ja, dat bepaalt natuurlijk bij de lange afstanden. En dat is natuurlijk de vierde component die we nu niet noemen, maar dat is natuurlijk de weerstand tegen vermooi tijdens de fatigue-resistend. En dat speelt speersgaard gewoon een rol. Tuurlijk. Alleen nu gingen het even over die intelligenteidsdomijnen. En dat is eigenlijk dus op die manier driedomijnen zijn te onderscheiden en drie zoners. Ja, precies. Maar waarbij het gewoon heel belangrijk is dat je vervolgens over die driedomijnen. kan je eigenlijk allerlei zonneverdelingen plakken, maar het maakt ons ook eigenlijk niet uit van mijn pakje de 16 zoners op. Ja, dat je dit eerste dan mijn vijf zoners doet. -Ja. Maar je moet niet proberen dan zonne 14, combineren met iemand die trainingen heeft verpaald op een 8 zonne model. Dan probeer je dan een zonne 14 die is er nu niet. Wat moet ik dan doen? Ja, dat gaat niet, die vlieg gaat niet op. En in ons geval hebben we gewoon een aantal verschillende type trainingen. Dan is dat duidelijk en we daag geen discussie over, wat het is gebaseerd op de type training en de type landmark. Precies. -En dat is ook gewoon belangrijk dat mensen ook weten waarom. En dat zijn ook de hoofdlandmaak. -Ja. Veel toe de maks. -Ja, meer zijn er niet. -Nee, meer zijn er niet. Ja, dat zijn ook die grote veranderingen, dus die overgangen van de ene intensiteit naar de ander en dan van weer naar de volgende. Ja, en dat is ook heel belangrijk om daar heel gericht op te trainen. Want wordt het een soort soep? -Precis. Ja, mij zit wel duidelijk ook goed dat je bent nog even benoemd dat dat niet een lichtschakelaar is. Ook al hebben we willen we graag in ons hoofd het een beetje bijna over simplificeren. En misschien noemen we er op parmen niet ook aan mee, maar dat is ook omdat je je moet ook praktisch maken. Hoe vertal je dit soort teorie naar het eindelijk het uitvoeren van een training? Ja, dan moeten we ergens een grenstrek of zeggen dit is een physiologische landmark. Maar stiekem, ja, dat is niet een lichtschakelaar, dat is ook een gebiedje. En daarom ook in een workout, werken we met arranges en de easy endurance range, bijvoorbeeld, is even uit mijn hoofd mijn liefde 20 seconden dat je omhoog in een omlaag kan. En dat je gewoon ook even naar de voorm van de dag en naar de. Op standaarheid? -Precis, hoeveel. Of wat jij lekker vindt loopt. -Wat jij lekker vindt, je hebt dat moment. En dat gebeurt natuurlijk van Easy naar AIT gebeurt niet zoveel, dat zit je nog steeds in dat eerste domain. Ja, er wordt iets intensieve daarover de training sprikkel groter, maar het systeem dat je treint, is min of meer hetzelfde. Precies, en dat maakt ook helemaal niet zo heel veel uit. Het is ook met de vraag hoeve optimaal het is om echt op die AIT grens te zitten. Dat is helemaal niet zo bewees, ja. Dat is in jouw wat je afgaat is groter, maar. Zal er waarschijnlijk groter zijn, maar ook weer met een negatieve. Ja, en je kan al minder langer op, dus. -Precis, maar het is niet van begrenzen, ga je er overeen wingen gewoon niet zoveel. Nou, ik zou daarom nog wel de stelling willen poneren. Kijk, het hartlopen duurten natuurlijk even voor het je die belastbaarheid hebt om dan ook echt dat volume aan te kunnen. Maar bijvoorbeeld als ik het totaal weer toch even naar het fietsen, dan kan je relatief gemakkelijker meer volume uitbouwen als je de tijd hebt. Voor duurtrainingen blijven liever echt veel veiliger dat je bijzpreken op 60-70% goede duurtrainingen doet. Maar veel mensen hebben de tijd niet, dus dan gaan ze meer richting sweet spot noemen ze dat dan, dan gaat het meer richting 75-80% van bijvoorbeeld FTP. Om dan met wat minder volume dezelfde signalsterk te bereiken, we weten eigenlijk wel het is stuk veiliger en beter. om meer tijd te spenderen op lageren te zijn. Allee, laten we wel de gemiddeld aan met die lukrenner. Nou ja, dat werkt niet. Het is ook wel leuk hoor als je dit allerlei tijd te voor hebt. Nou, nee, niet alles lag, maar dan het geen wat duurtreining zou moeten zijn, liever, langer en rustiger, dan proberen het efficiënte te maken op een hoger intensiteit. Allee, in de praktijk moet je soms ook ben je ook met je time crunch, ga je iets hoger in de intensiteit, maar wel onder die elte één blijven, omdat je gewoon de tijd niet hebt om die volume's te maken. En hoe meer je treint, hoe nauwere het luistert om binnen de eindjes te kleuren. Ja, dat zou een goeie om te zeggen, ja. Wat kijk ik met drie keer in de week? Daar kan je wel een keer een beetje over de R-opendrempel. Ja, ja, eens. Dus dat is natuurlijk wel een sterke zinjaal, maar dat is natuurlijk wel belangrijk. Ja, en je moet natuurlijk vris genoeg zijn voor de echte treining waar het om gaat. Ja, dat is maar het geld altijd. Hey, mannen, ik denk dat we er wel zijn. Ik zie jullie dat we al voorzichtig de 50 minuten aantikken. We hebben vertelgste, we zitten nog op de steady state. Ja, ik voel me wel stabil. Hey, mannen, dankjewel. Ik wil nog even zeggen dat we nog steeds een aanbinding hebben voor onze luisteraars, voor de Rennep. Daarvoor moet je naar runwithrand.com/loopschool. Daar kan je de stappen volgen. En staat een code die moet je dan gebruiken om vier weken gratis en voor niets Renn te kunnen testen. Dit was om voor deze week, de les voorbij. Dankjewel Gido, dankjewel Michelle tot de volgende Klaas, het is Mist.

Podcast Summary

Key Points:

  1. De term "zonens" is een verwarrend en oud model voor intensiteitsdomijnen, die in de praktijk vaak leidt tot verwarring vanwege onduidelijke grenzen en verschillende interpretaties.
  2. De wetenschap onderbouwt drie fundamentele intensiteitsdomijnen
  3. De trainingen in elk domein zijn gericht op specifieke fysiologische ontwikkelingen: duurtraining verbetert de aerobe efficiëntie, terwijl critical speed training de maximale steady-state snelheid versterkt.
  4. De grenzen tussen domeinen zijn niet absolute, maar variabel en afhankelijk van individuele testresultaten, wat betekent dat ze momenteel in de praktijk worden bepaald via testen zoals de 30-minuten of 6-minuten test.
  5. Trainingen moeten worden gepland op basis van een coach- of persoonlijke trainingsfilosofie, niet op basis van een standaard zonensmodel, omdat de effectiviteit afhankelijk is van de combinatie van intensiteit en trainingsmethode.
  6. Het gebruik van zonensmodellen verandert in de praktijk, met meer focus op fysiologische landmijnen en echte trainingsschakels, in plaats van een eenvoudige categorisering.
  7. De overgangen tussen intensiteiten zijn langzaam en continu, niet abrupt, wat impliceert dat er geen "lichtknop" is, maar een gecompliceerd, variabel gebied.
  8. De kern van het hartlopen is het vinden van een evenwicht tussen duurtraining, herstel en intensiteit om langdurige prestaties te verbeteren, zonder te verliezen in veiligheid.

Summary:

De podcast bespreekt het verwarrende gebruik van het model "zonens" voor intensiteitsverdeling in hartlopen. Het wordt geïnformeerd dat dit oud is en vaak leidt tot verwarring door onduidelijke grenzen en verschillende interpretaties. In plaats daarvan wordt aangeduid dat de fysiologie drie fundamentele domeinen heeft: moderat (onder de eerste drempel), heavy (tussen de eerste en tweede drempel) en severe (boven de critical speed).

Deze domeinen worden gedefinieerd door wetenschappelijke onderzoeken en zijn gebaseerd op testresultaten zoals de 30-minuten of 6-minuten test. De trainingen worden niet alleen bepaald door het aantal zonen, maar door de combinatie van intensiteit en trainingsmethode. Elk domein heeft een specifieke functie: duurtraining verbetert de aerobe efficiëntie, terwijl critical speed training de maximale steady-state snelheid versterkt.

De grenzen zijn niet vast, maar variabel en afhankelijk van de individuele prestaties. Het is belangrijk om te beseffen dat de overgangen tussen domeinen continu zijn en geen schakelaars zijn. De training moet daarom gericht zijn op een persoonlijke trainingsfilosofie en gefundeerd zijn op fysiologische landmijnen, niet op eenvoudige zonensmodellen.

Het doel is het verbeteren van langdurige prestaties door een evenwicht te vinden tussen duurtraining, intensiteit en herstel, terwijl er veiligheid wordt gehouden door alleen te werken binnen de juiste intensiteitsgebieden. De podcast benadrukt dat het gebruik van duidelijke, fysiologisch gebaseerde landmijnen beter is dan het verwarrende gebruik van zonens.

FAQs

De drie intensiteitsdomijnen zijn: het moderate intensiteitsdomijn (tot de eerste drempel), het heavy intensiteitsdomijn (tussen de eerste en tweede drempel), en het severe intensiteitsdomijn (boven de tweede drempel).

De duurtraining versterkt de aerobe vermogen en stimuleert de spieren om langzaam en efficiënt te werken, vooral op basis van vetverbranding en suurstofverbruik.

De kritieke snelheid is de snelheid waarop het lactatverbruik stabil is en de hoogste steady state. Die is belangrijk omdat ze een basisvorm van prestatie geeft, vooral voor langere afstanden zoals marathon of halfmarathon.

Nee, de grenzen zijn geen duidelijke lichtschakelaars. Het zijn continuïteitsgebieden waarin de lichaamsefficiëntie langzaam verandert, en de waarden kunnen dagelijks variëren.

Omdat elke persoon een unieke fysiologische basis heeft, en de trainingen afhankelijk zijn van de individuele trainingsmethodiek en doelstellingen, niet alleen van de zonensverdeling.

De kritieke snelheid wordt gebruikt om de intensiteit van trainingen te bepalen, vooral voor kritische speedtrainingen, waarbij je de stabiliteit van het lactaat blijft behouden.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.