Go back

22 april 1915 | aflevering 3: in de Oude Wachte

24m 5s

22 april 1915 | aflevering 3: in de Oude Wachte

Deze podcastaflevering van het In Flanders Fields Museum richt zich op de burgerervaring tijdens de Eerste Wereldoorlog, specifiek rond de eerste gifgasaanval bij Ieper op 22 april 1915. De aanval, gecombineerd met intens artillerievuur, veroorzaakte chaos en een massale vlucht van de bevolking. Veel burgers zochten beschutting in kelders, zoals in een café bij de Menenpoort, waar 28 mensen omkwamen bij een voltreffer. Het museum benadrukt dat het burgerleed vaak onderbelicht is; door uitgebreid onderzoek schatten zij het aantal burgerdoden in de regio op ongeveer 28.000, aanzienlijk hoger dan eerdere schattingen, door factoren als ziekte, honger en bombardementen mee te nemen. Persoonlijke getuigenissen, zoals die van de tiener Moris Quagebeur die de gaswolk zag en moest vluchten, en de inspanningen van arbeider Bateman om slachtoffers te identificeren, maken de humanitaire tragedie invoelbaar. Het verhaal onderstreept de blijvende impact van de oorlog op het landschap en de gemeenschap, en hoe herdenkingsprojecten, geïnitieerd door figuren zoals de lokale historicus Kanepel, helpen om deze verhalen en identiteiten van slachtoffers te bewaren voor de toekomst.

Transcription

3042 Words, 17677 Characters

Dutch
MUZIEK MUZIEK Op 22 april 1915 was Ieper op de vlucht. Maar heel snel ziet men dat wat er gebeurt met de besittingen die ze achterlaten. Zoldaat er gaan de huizen binnen richting feestjes aan en vernielen veel van het bezit van mensen. Door de gele gewok. Door de belegering van de tuijtjes. Dit om laten denken was er niet. Vlucht en weg was de boodschap. En dan gaan ze schuilen. Dan gaan ze kelders opzoeken. Dan gaan ze sterke gebouwen opzoeken, grote gebouwen, maar ze kunnen in schuilen. En dat zie je dus veel gebeuren in die eerste oorlogswinter, bijvoorbeeld in een stad als Ieper. Alle gebouwen die stevige kelders hadden, die wordt een bezet door urgers. En naar schatting meer dan de helft van de bevolking is nog aanwezig op dat de ogenblik in de stad. De Pieter Trogh van het In Vlandersvielsmuseum neemt ons mee naar de meen boord. Dus die burgers zijn er onder dat puin blijven liggen naar die voldreffer. En de 2020 april 1915 is een belangrijk moment ook voor Ieper. In heel bewaren momenten ze niet alleen de eerste giftgas aanvalt, maar op dat moment begint de tweede slaat bij Ieper en zal de vrol te lijn dichter bij Ieper komen. En in die periode zullen eigenlijk de meeste burgers die toen of Ieper of Omstrikkelwonden vluchten. Deze podcastreeks neemt je in vier afleveringen mee naar die gidswartend dag uit de geschiedenis van Ieper en Omstrikkel. Wart Landschap en de begraafplaatsen de laatste getuigen van zijn. Dit is een podcast van het In Vlandersvielsmuseum. We staan nu aan de mineport in Iepers. Misschien wel het bekendste monument van de eerste wereldtourlog in België. Dat is een monument hierin van de vermisten. Dus de gienen van die gienen gaan teruggevonden is van de Commonwealth. We staan over vier vijf en vijfde 1000 namen op die mineport. Dus dat zijn allemaal namen van mensen van die het lichaam niet teruggevonden is. De mineport staan nu in de stijger. Ze zijn gewoon ervinden in een novatiewerkenplaats. Ik denk dat het zal klaar zijn. De mineport is de hogerste verjaardag van de mineport. Het is in de gerecht ook 24 juli 1927. Waarom dat hier, omdat dat een heel blareke plek was voor de Britse troepen die bij Ieper gevocht hebben. Dus door deze porten is de sigaan om naar het front naar de Iepersselient rond de stad uit te gaan. Een heel symbolische plek. Maar tijdens de oorlog of voor de oorlog stond die porten in natuurlijk. Ze werd ook wel de mineport genoemd, maar hier stond het zanders. Dus in die port stonden twee huizen. En één daarvan was een café en dat hete in de auto wachten. Het bestaan een heel mooie fotografer als je het net buiten de port staat op de hoek. En je ziet een beeld uit de herst van 1914 en zie je die twee huizen. Er staat een vrouwtje in de deur, waarschijnlijk de café-basin. In de geracht zitten en met de zwaan de hele dilles beeld. Dat is eigenlijk een heel mooi beeld van hoe die plek eruit zag voor de oorlog. Veel mensen kunnen ze hier niet meer in beeld, omdat het beeld van de militairen monument die mineport was die er nu uitziept. Maar de oorlog vindt er een heel grote tragédie plaats. Op 22 april 1915 vond de eerste giftgasanval plaats. Het moment, het tijdstip van die aanvall was afhankelijk van een grunstige wind. Maar de duitsers wisten wel dat ze rond deze periode die aanvallingen planceren. Dus wat ze gedaan hebben dan is ook in de dagen of voordien al de intensiteit van de beschietingen op de stad verhoogt. Dus een hyperwonen toenog ongeveer, en de streken waren heel veel burgers gevlucht, waar we ook nog burgers aanwezig in de stad schattingen lopen tussen de 8000 en de 10000 burgers die zich dus nog in die oorlog staan te houden niet. En dan proberen en leven te leden. Wanneer de beschietingen plaats vonden, volgende volgende Turkveel burger slachtoffers. Als de beschietingen beginnen, als ik zei schuldplaatsen in kelders. Ook op 22 april 15 als in de nameldag de beschietingen echt erg worden. Zijn heel veel mensen uit de omlegende huizen die naar die mineport komen en die gaan schullen in de kelders onder de alde wachten in de café. En in de nameldag, voor het moment dat de gif gazaan wel aan de gang was, valen twee voltrevers op die gebouwen. En daarbij komen 28 mensen om het leven, waarvan 25 burgers en 3 zandarmen. De beschietingen moeten niet vergeten dat 22 april is ook een aanvalsdag. Dus mijn gaat de activiteiten van Duitsse kant openen met de gasvolk. Maar nadien moeten dus aangevallen worden door de invanvrie. En daarmee gaat zwaar artiliru vuur gepaard om te zorgen dat de tegenstanden niet meteen tegen kan komen. En dat is ook wat gebeurd. Dus alle dorpjes in de omgeving van de brezz waar de gasvolk heeft huishouden. Die worden dus allemaal bestokten. Boezingen, brillens en tiand, ieper, die krijgen de volgende haag. En dus de burgers die nog overal aanwezig zijn die hebben niet alleen maar te kampen met het gas. Maar hebben we ook af te rekenen met zwaar artiliru vuur. Piet Gillens, ouw directeur van het Inlanders Fields Museum, heeft er altijd naargestreefd vanuit het perspectief van de mensen te vertellen. En dus ook van de burgers. Ja, hoeveel burgers slacht of verzijner we hebben de noobelataak op ons genomen met het museum om die te gaan tellen. We overtreffen daarbij onze eigen verwachtingen. Omdat je moet weten in de historiografie heeft met het meestal over zon 8000 burger doden. Tot wij zijn beginnen tellen en dat we zien dat de aantal een veel groter zijn, dat daar categorieën bijhoren die nog nooit in aanmerking zijn genomen. Mensen die als gevolg van de oorlog, ja, het slacht of er worden van epidemisch, die vus kortsen in de eerste oorlogswinter, spaanse griep in het laatste oorlogsjaar, maar daarnaast ontzettend grote aantal een evenschade, collateral damage. Zeggenweller of 1915, heb je ook zo iets als leutbombare de mensen. Nog niet van de aard van de Tweede Wereldoorlog, maar die maken echt wel veel slachtoffers. Zodoende komen wij nu op ongeveer 28.000 slachtoffers, burger slachtoffers. Moris Quageburg was 17 jaar oud toen de gas ook hem en zijn familie op de vluchtjog. Hij werd in 1897 in Boezingen geboren en schreef kort naar de oorlog zijn oorlogsherinneringen op in Tweesgriften. Onder andere, mijn herinneringen uit een wereldkrijg 1418. 21. april, heerlijke lente tijd. De nog rechtgebleven boomen staan u getoerd met een heerlijk groen. De werelden zijn tot uitgestrekte tapeten, herschapen, vogels zijn volop bezig hun enes te bouwen en het feest van de ene kant de wereiden naar de andere. De volop lucht in aademende naar hun maanden lang verblijven en geslotenen stallen. De landman herneemt zijn de bewerking der werelden tussen tijdig onderbroken door vreselijke vernieelende omploffingen van wijandelijk groot. Want dat mordaat de gedoe over meester het steeds onze streek. Het is een jonge man in Bozingen waarheen nog gewoon met zijn familie is nog niet opgeroepen voor het Belgisch leger. Dat zal passen naar het in gebeuren, maar op 22 april is hij dus getuiger van wat er in Bozingen gebeurt. En hoe dat dorp eigenlijk die dag de bevolking daarvan weggejaagd wordt door de wereldkrijg. De gaswolk en door artillerievuur, waardoor Boezingen leegloopt zeg maar, en in het geval van de familie Kwaagbeur, ook voor goed de vrucht neemt. Want dus het front schuift dichterbij, waardoor het na 22 april om mogelijk wordt, om nog in Boezingen te wonen. Dus moet je naar poplijnen. En van poplijnen, ja, dan kun je ook niet blijven, want er zijn er inmiddels te veel aangekomen, moet je de grens over. En ik eerst dat je de grens over bent, ja, dan heb je meestal een ticket te pakken, alleen zorgdoe. Dan kun je niet terugkeren. Sanderendag, 22 april rond 4 uur, ontwaren bij in de verte en vijandagsrichting, en in eigen aardige geel groene balk, die zich still aan in onze richting wordt beweegd. Iedereen staat verstomd daarop te zien, niet kunnen de begrijpen, waardoor die wolk ontstaan is. Een Franse colonneel, bij ons ingequart hier, kwam zich bij mij vugen en denken de doormen wat meer te verneemen. Vroeg ik naar de herkomst, die er eigen aardige verscheiningen en mij gerust stellen het verklarende dat die ook welk voortkwam door het hevenge bedrijfigheid der kan onren. Maar erzelfderdheid werd te dorp op 10, 20 plaatsen tegelijk beschoten met gelijk daar door slechts hun vuurpool. Allein gequart hier de troepen waar de sefes in slag worden opgesteld. De bewoners vlogen toen allen kanten uit en een sterke geur stikte ieder in de keel. Zoldaten rippen al kander toe dat het een aanval was met geeftige gassen. Veel en veelen als bedwelmte en gronden zometeen nooit meer op te staan. Oer is die zal, wel de zwaar na de oorlog, een soort oorlogsmumaren, die ontzettend interessant zijn omdat hij de twee delen ziet van zijn oorlogservaring één als jonge man, als burger die vluchtling wordt met zijn familie. En dat die als opgroepen een keer dat hij de lift hebt bereikt heeft, die opgroepen wordt als soldaart en die dan de rest van de oorlog opleiling en dan aan het eisenfront. En dan het eindelijk op de kele kilometer van zijn deur van zijn ouderlijke huis wordt ingezet aan de start van het bedrijdingsoffensief. In het verhaal van de gas aanvall benadrukmoryse het contrast tussen de relativerust van 21 april en de gaus en verwoording van de dag nadien en de vlucht die erop volgde. Ik liep naar huis waar mijn moeder, zuster en broertje vertrekend geredstonden. Mijn vader was afwezig. Ik raad hen aan buiten de deur op te gaan schuilend tot na het bombardement. In tussentijd deed ik de deuren en vennsters op slot waarna ik mij ook buiten de dorptrachten te beveiligen. Overal was het geschutt om ter geweldigst en het regende op busen. Van lopen was er geen sprake meer daarbij van het enige varen het andere film. Daarbij was ons de keel als toegekniepen het zoverstikten ons die giftige gasen. Een tegenmiddel daartoen bestond er nog niet. Daar het de eerste maal was dat zoaks voor veel. De gele gebok. De bombardement. De kanomen. Vlucht. Nie. Dus dat betekent dat er geen burers meer aanwezig zijn die op zoeken er gaan naar burgerlijke slachtvulde die door die beschietingen ervallen zijn die die kunnen identifiseren die van een 100 punken naal en van begrafen is geven zoals mensen als bijvoorbeeld de lokale pastoor kan mildelaren of de schermargeriet van de lampotjes. Dat zijn mensen die zich in gezet hebben voor de burgers bevolkingen. Dus die gewonden heelpen of die donen begraven die een dagboeken hebben bijgehaald. Dus je bijzonder interessante bronnen zijn om burgerleed te gaan ontdekken. En wanneer zei ook verdwenen, dan heb je niet meer die achtergeblieven burgers kan identifiseren. Zomgen verschuilden zich tot de storm zo gaan liggen in kelders van huizen en kaffis. De vergeefs. Zoals de mensen die postvatten in doodewacht. En dankzij de inspanningen van velen later werd de geidentifiserd. Wat gebeurt er nu? In de naastleep van de tweede slag bij Iper. Wordt in poperingen en detaisment gevoerend met belgische militaire arbeiders zoals met die noemdung onderleiding van een verdino ambatmans. En die werd op bevel van de Britse taunmeiders of van de Britse autoriteiten in poperingen naar Iper gestuurd om hier het puin te ruimen in de straten zodat de Britse troepen ook niet vlot door kunnen, vlot kunnen passeren via die menopoor naar het front. Pateman zal op 22 april 1915 Iper mee maken mij zop voor een namelijk in de week in Urnaa wanneer de burgerbevolking echt verplicht wordt om Iper te verlaten zou hij mee instaan eigenlijk voor de ontruiming van Iper en nadien verschillende keren terugkeren om op een wel van trombloa een aantal kunstschatten te proberen te reizen een aantal ja belangrijk achten bezittingen te proberen te reizen. En op zo banier ontdekt hij op een bepaald ogenblik de slachtoffers van de oude wacht. Een cafetje dat staat in de waarnuw van de menoport staat dus in dat gat in de westingsmuur waarders een oude wacht lokal moet geweest zijn, wat nadien dus een herberg geworden is. En waar op 22 april verschillende mensen naar toveluchten tijdens een bombardement maar het café wordt geraakt door minstens een grote inslag en er zijn 28 mensen om het leven komen. En die zullen een paar zwaken later wordt gevonden door de malen van batemans. En wat hij doet is dat was eigenlijk zijn taken niet, maar als mens zal hij de zefteen met het belangrijk van was. Efter die slachtoffers een goedmol beginnen identificeren. We zijn aan Blatjebeer waren dat die de weinig zaken die die op die mensen aantroftdofd zoals aan passport, soms wel een brieval van een lesseepasteel of zoeids waarin de namen stond. Efter ze kunnen efter van de 25 burgers heeft er 21 kunnen identificeren. We schrijmen van was er nog bezig had ook, gewoon voorwerpen en we geldt ook een identifikaatie papieren. Dat is eigenlijk iftien en begraven. Wat bestaan van die identifikaatie van die slachtoffersadeels was veel later duidelijk geworden, en daarvoor moeten we terug gaan naar de jaren '60 toen-ieper, de stad-ieper, het initiatiefift genomen om de 50-jarige herdenking van de dood van iper, reil van die gebeurteisen, van rond de 25 april 1915, en het verlaat om het gedwoon en het gedwoon de evacuatie van de burgers het iper, omdat de momenten herdenken zijn er verschillende initiatiefen genomen. Eén van de trekkers van die herdenking was alvritekanen-peel. Ja, alvritekanen-peel is een jonge student in iper, en heeft dus een achtergrond als jonge man in die oorlog, en na de oorlog wordt hij fehearts in iper. Zo doen de zal hij die geschiedenis leren kennen van op twee manieren eigenlijk, aan de ene kant heeft hij een ontzettende belangstelling voor alles wat het britsje leger heeft gedaan vanuit zijn goede contact met de britten, maar hij zal de wechten ook ruimmer worden, en ook tijdsebronen en ook francebronen raadplegen. En aan de andere kant heeft hij de ervaring dat hij op al die boerderijen komt in de omgeving waar mensen zijn teruggekeerd, waar ze de sporen van de oorlog bij wijzen en spreeken hebben gewist. En waar hij samen met zijn klanten, zeg maar, eigenlijk het verhaal van de oorlog in het landschap ontdekt. Dus hij wordt een fantastische zikijner van de eerste wereld oorlog in iperse. Hij zal een paar keer worden betrokken bij heel belangrijk plechtegeden en hij zal ontzettend veel contacten hebben en zo doen de zal hij ook een paar tentoonstellingen maken. Hij schreft er voerlijke antel am ons in de krant, dus dat dat er op het tilt staat en of voor mensen zijn hij nog verhalen hebben, getuigenissen dat ze zich kunnen melden bij men zo en dat hij dat in kard breit. En die annons wordt er allemaal waar opgepikt door die verdienen om baatmans die om tussen naar zijn walonien en die beslissed om met die papiertjes die toen gemaakt heeft en met zijn verhaal naar Rieper te komen en dat verhaal te vertellen aan te schenken zelfs aan Kanepel. En die briefvisselingen en die papiertjes te nu bij ons en het kenniscentrum, en op die manier hebben wij dan het kader van de name list en het kader van ons project rond herdenking snoetings. Dat hebben we daar geslaagd om die slachtoffers te gaan identipiseren. Dat is een onroefelijk verhaal eigenlijk. Dat is een verhaal. Bij de andere kant zullen we ook weten dat er ontzettend veel honderden burgeslacht of er zwaar in deze stad die door de steedelijke administratie in tegenstelling tot veel andere administratie zien wel nog aan het werk waren was dat in Ipeniet het goud, dus door de steedelijke administratie gemist waren. De buurgers uit Ipervluchten zat Angel in Paris. De ink was nauwelijks droog of Angel Pluvier kruipt opnieuw in Harpen. Haar oorlogswapen, haar municie en toverstaf om George, haar echtgenoot van wieses in St-22 april 1915 niets meer heeft gehoord in leven te houden. Zo horde via via dat er soldaten door de Duitsers tot krijsgevangenen werden genomen. Zo dat het zijn. Zo George, Nieuwa, haar en de kinderen denken vanuit een of andere kamp. Zo zijn kunnen vinden. Mijn allerleefste, hoe wel de tijd jou al ligt even lang toestchijn dat mij hoef je over niemand zorgen te maken. Iedereen verkeert in het steekende gezondheid. Ja, moeder geeft soms een beetje een gebroken indruk maar ze koestert nog steeds een grote hoop om jou terug te zien. En beslot van rekening is de winter toch goed doorgekomen. Als je de mogelijkheid hebt om het te schrijven, maak mij dan een lijstje met wat ik juist kan toesturen want ik vermoed dat je toestand eerder bekijt is op dit moment. Mijn armen lieveling. De voekony is, maak een jeugungroeit over met hun oudste dochter gaat het met het dag beter wat een sterk karakter geeft zij toch. De kleine koske zijn je onnommelijk veel liefst toe en onze kleine knullen sur je al hun telerheid toe. In de volgende aflevering. En ja, dat is een liefdesverklaring, dat is een olofloepboelliefdesverklaring maar als je dan de context met hele verhaal kent, bijzonder en ik en bijzonder trijs. En het eindelijk ontdekt hij dat die al die bryven een granschicht heeft, lezen heeft en zowel komt hij bij die ene priftie ongeopend is en op een bepaald ogenblik tekt hij ja. Ik ken die inhoud niet. Ik denk niet dat ik het vertrouwen van mijn grootmoeder schend door wel die inhoud willen leeren kennen. Dominique Vidal, de kleinzoen, is de eerste omdat altijd zelf te zeggen, dat is een heel warm persoonlijkheid, die zegt van, het is maar in verhaal, zo waren er honderdduizenden. Deze podcast is een productie van het In Flanders Fields Museum en is een onderdeel van de tijdelijke toentoonstelling Forevermore. Ondeck meer info via www.inflandersfieldspunbe.de. Allekredits voor deze aflevering vindt u in de shownotes. (C) TV GELDERLAND 2020

Podcast Summary

Key Points:

  1. Op 22 april 1915 vond de eerste grootschalige gifgasaanval plaats nabij Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog, wat een cruciaal moment was in de Tweede Slag bij Ieper.
  2. Burgers in Ieper en omliggende dorpen zoals Boezingen leden zwaar onder artilleriebeschietingen en de gasaanval, wat leidde tot massale vlucht en vele burgerdoden, waaronder 28 slachtoffers in een café bij de Menenpoort.
  3. Het In Flanders Fields Museum documenteert het burgerlijden en schat het aantal burgerdoden veel hoger (ca. 28.000) dan traditionele historici, door factoren zoals epidemieën, honger en bombardementen mee te tellen.
  4. Persoonlijke verhalen, zoals die van de vluchteling Moris Quagebeur en de inspanningen van mensen zoals de arbeider Bateman om slachtoffers te identificeren, illustreren de humanitaire impact en de latere herdenkingsinitiatieven.

Summary:

Deze podcastaflevering van het In Flanders Fields Museum richt zich op de burgerervaring tijdens de Eerste Wereldoorlog, specifiek rond de eerste gifgasaanval bij Ieper op 22 april 1915. De aanval, gecombineerd met intens artillerievuur, veroorzaakte chaos en een massale vlucht van de bevolking. Veel burgers zochten beschutting in kelders, zoals in een café bij de Menenpoort, waar 28 mensen omkwamen bij een voltreffer.

000, aanzienlijk hoger dan eerdere schattingen, door factoren als ziekte, honger en bombardementen mee te nemen. Persoonlijke getuigenissen, zoals die van de tiener Moris Quagebeur die de gaswolk zag en moest vluchten, en de inspanningen van arbeider Bateman om slachtoffers te identificeren, maken de humanitaire tragedie invoelbaar. Het verhaal onderstreept de blijvende impact van de oorlog op het landschap en de gemeenschap, en hoe herdenkingsprojecten, geïnitieerd door figuren zoals de lokale historicus Kanepel, helpen om deze verhalen en identiteiten van slachtoffers te bewaren voor de toekomst.

FAQs

Op 22 april 1915 vond de eerste grootschalige gifgasaanval plaats bij Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dit leidde tot een massale vlucht van burgers en zware artilleriebeschietingen.

Volgens recent onderzoek van het In Flanders Fields Museum zijn er ongeveer 28.000 burgerslachtoffers gevallen. Dit aantal is hoger dan eerdere schattingen door onder meer epidemieën en collateral damage.

De Menenpoort was een symbolische doorgang voor Britse troepen naar het front rond Ieper. Tijdens de oorlog werd het ook een schuilplaats voor burgers, maar op 22 april 1915 kwamen hier 28 mensen om bij een bombardement.

Pieter Trogh was een medewerker van het In Flanders Fields Museum die de burgerverhalen centraal stelde. Hij hielp met het identificeren van burgerslachtoffers en het documenteren van hun ervaringen.

Pateman leidde een detachement dat puin ruimde in Ieper zodat troepen konden passeren. Hij ontdekte en identificeerde later slachtoffers van het bombardement op café De Oude Wacht.

Identificatie gebeurde via persoonlijke bezittingen zoals paspoorten en brieven. Dankzij inspanningen van mensen als Pateman en historicus Alvin Kanaat werden vele slachtoffers alsnog herkend.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.