Go back

#213 | Hoe versterken we de B-stroom?

65m 14s

#213 | Hoe versterken we de B-stroom?

De beestroom in het onderwijssysteem richt zich op leerlingen die eindtermen van het basisonderwijs nog niet hebben behaald. Deze leerlingen zijn vaak kwetsbaar en hebben meer kansarmoede-indicatoren. Er is discussie over de visie en organisatie van de beestroom, met problemen rond de keuze tussen praktijkgericht en theoretisch onderwijs. Er wordt gesproken over de noodzaak van remediering en oriëntatie in het onderwijs, met voorstellen zoals het instellen van een remedieringsjaar. Er is ook aandacht voor de diversiteit en leerachterstanden in de beestroom, en de behoefte aan een betere voorlichting en oriëntatie voor leerlingen. Er wordt gepleit voor een verandering in de benaming en aanpak van de beestroom om de keuzemogelijkheden en kansen voor leerlingen te verbeteren.

Transcription

10818 Words, 59924 Characters

♫ Hallo en welkom bij buitenrekrijdlijnen. U podcast over onderwijs. We richten vandaag onze plek op een vaak onderbelicht maar onze belangrijk deel van ons onderwijssysteem. De beestroom. De beestroom is interact in het begin van het seconde er onderwijs. Het is bedoeld verleerlingen die de eintermen van het base onderwijs nog niet helemaal hebben gehaald. In teorie is de toestop waar leerlingen basis kunnen versterken om daarna doodestroom naar de aastroom. Waarin de praktijk zien we dat deze leerlingen meestal doodstroomen naar beroepsgerichten richtingen. In 2013 ging 13 procent van alle leerlingen naar de beestroom. 10 jaar later was dat 13,4 procent of toewel 10.369 dieners. Het laatste saaiver had zeer werei 2024 toont 1869 leerlingen. Maar wie zijn deze leerlingen? Het zijn vooral jongeren in een kwetsbare positie. Ze hebben het vaak moeilijker dan leerlingen in de aastroom is wel op sociale economisch vlak als kwal onderwijsbehoefte. De saaiver zijn duidelijk. In een beleerlingen had begin met op twee keer zoveel kansarmende indicatoren als leerlingen in 1a. Ongeveer 85 procent krijgt een schoold toelage omdat het gezins in komen lag is. En met 73 procent heeft de moeder zelf geen diploma seconde er onderwijs. Meer dan de helft spliekt thuis een ander taal dan Nederland's. En ook een schoold krijgt hij er anders uit. De meeste leerlingen komen nu direct zonder gehuid thuisje of baan zonderwijs. Sleks 13 a 40 procent heeft er wel 1. In 2024 komt de helft rechtstreeks in het 6e leerjaar. Maar op faalend 4 leerlingen komen ook uit vijf te leerjaar, zo meer dan 2000, of zelfs het 4e leerjaar bijna 4 onderst. Het zijn vaak leerlingen die al verdraag hebben opgelopen of uit het buiten gewoon onderwijs komen. Al deze factoren maken de beestroom tot een grote uitdaging. Vandaag in deze podcast gaan we op zoek naar oppostingen. Dat doen we samen met drie experts die de beestroom door en doorkennen. Welkom in de podcast, Christine Hannels, Katrin Thondt en Julie Beisens. Welkom. - Hallo. - Hallo. Ik heb je ook niet verteld wie jullie zijn, al en wat jullie doen in het onderwijs, dat ga ik jullie zelf laten doen. Dat heeft twee redenen, één. Dan zijn ik zeker geen fout en twee, dan kan de luisteren jullie stem ook al verbinden aan de juiste persoon. Christine, wie bent jij wat doe je in het onderwijs? Ik ben Christine, dus ik ben nu 13 jaar directeurs van de geo-spektrumschool. Dat is een vroegerzouten daar een vakschool genoemd hebben van het gemeenschapps onderwijs met twee campusen in Durnen en Borgerhoud. Ik ben daar 22 jaar geleden begonnen als groentje pass afgestudeerd als Leraar Nederland en Engels. En ik heb daar mijn hart verloren aan ons gasten, zoals wij dat altijd zeggen. Dus ik heb daar eerst less gegeven. Dank ook coordinator, dan aan junktirektur en de laatste 13 jaar ben ik directeurs. Onze school is enorm gegroeid, we zijn op 5 jaar tijd van 11 onderste, naar de 7 onderste leerlingen gegroeid. En voor de rest is alles wat je er net omschreef, een beetje de definitie of eigenlijk zelfs misschien het karakter van onze school. Heel veel diversiteit op alle vlak van daar ook onze namen, dat zijn er op zich heel trots op op onze achtergronden in cultuur. We hebben ook onze opleidingen, we hebben heel veel verschillende opleidingen, maar wat wel de gemeenschappelijke delen is, is dat er heel veel kwetsbare jongeren zitten met heel veel rustzakjes. Katrin? Ja, ik ben Katrin Dond. Ik geef wiskunde en de beestroom. Ik sta 23 jaar in het onderwijs. Ik heb ook wiskunde in alle richtingen gegeven, zijn de beënt, de azoen van vroeger en de laatste 10 jaar geef ik wiskunde in 1 beënt, 2 beënt, dan ik ook een stuk kwart na het onderwijs. Dat is een uitdaging zoals je daar net zee. Ja, goed, je bent jullie bijzans. Ik werk nu sinds drie jaar voor volk, voor het kennis en lobbycentrum van het vlaamste netwerk van de beënt. Ik ben eigenlijk voeltijn bezig met onderwijs en de link tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor onze leren is zeer belangrijk. Alles wat vanuit de school komt en doorstroom naar via hoge onderwijs of niet naar de arbeidsmarkt is super belangrijk, super levant. Vandaar hebben wij daar ook zo hard op inzetten van uitvoeken. Voordien heb ik zeer jaar als onderwijsadviseur gewerkt op de vlaamse kabinetten, dus heb ik al 10 jaar bezig ook met onderwijs. En om ook met de voetjes een beetje in de praktijk te proberen staan, zit ik in de raad van bestuur van een schoolgroep van het gemeenschap zonderwijs in de regio dat er een onderwijs, het leercollectief. Heel veel ervaringen staan om te tavelen vooral ook rond die beestroom en bij je zongere misschien wel wat breder bij getrokken. Het is een superkompleksprobleem in de podcast, ligt al heel lang op mijn schap van onderwijs dat ik heel graag eens wil tekenlen in deze podcast, maar ik zag er niet echt een begin aan. Je jullie hebben recette met voorkaar apport geschreven en dat was voor mij een beetje de aanzet om er toch eens aan te beginnen om dat er ook. Dus dan het gaat over de opaardering van het broepsgericht onderwijs en het praktijkgericht onderwijs, maar je zal zeggen. De titel is eigenlijk praktijkgericht onderwijs als eerste kus, en als je die titel leest dan ga je er natuurlijk vanuit van een keed gaat over het tweede derde graad van het arbeidsmarktgericht onderwijs in vlaanderen. Maar bij de analyse die ik heb gemaakt in functie van het opaardering van die richtingen, ben ik al vrij snel een paar stappen terug moeten gaan naar een laaggronderwijs in die instantie en ook de eerste graad van een secondeieronderwijs, want heel veel van de problemen, en de mensen zien niet dat ik tussen een aanhaling stigste problemen zeg. Die in de 32° van de dubbele friëntijd en arbeidsmarktfinaliteit plaatsvinden hebben een oorsprong dus wel denk ik al vroeger. Vandaar hebben we ook die bestroom toch alles sinds en ook het laaggronderwijs in de peper belichten met een aantal aanbevelingen om daar eigenlijk vanbij het begin verbetering in te brengen zodanig dat ook die 32° kan opgewaard worden. Die aanbevelingen gaan wel horen en ik door de problemen die ik gaan opbrengen en ik heb een aantal problemen geïnfiseerd. De boeling is dat we tot oplossingen komen. Dat is wel echt ideaal dat we hier zo zitten in elkaar doen. De beestel brengen in dit uurstje podcast en het eerste probleem dat ik naar vondel brengen is eigenlijk misschien wel dat, wat ik ook zeg heb, een intro, de initiële visie van de beestel, namelijk het remedieren of het bijwerken van leerlingen die niet zo goed uit de laaggronderwijs komen of die geen geduidsgift laaggronderwijs halen. De levingen remedieren, zodat ze dan wel naar de aastronken, die visie komt er niet echt uit dat ik dat mag zeggen. Ik vind dat jullie ervaringen op school. Nee, ik heb al op zich een probleem met die visie. Want dan zitten eigenlijk al weer de water van een bestendige, want dan zeg je, je mag niet van in begin bewustkiezen voor beroepsonderwijs, wij gaan nu bijtimmeren, dat je door terug uit gaat en dat is op zich altijd al absurd. En daarnaast natuurlijk, zoals ik altijd gezegd heb, de twee concepten kunnen niet samen gaan, je kan niet hebben een eerste graad met een bewuste keuze voor vakonderwijs. En tegelijk in diezelfde klasse, leerlingen die eigenlijk moeten bijgespeikers worden op vlak van basiskennis, een ellentrieker moet ook goed kunnen rekenen. En tegelijk kunnen dus die visie klopt niet bij mij echt in houdelijk naar normen en waard, maar de klopt ook niet in organisatie. Dus het zijdt dat in die bestroom en twee soorten leerlingen, het naam een en die basiskennis te kort komen vanuit dat laagonderwijs en deelingen die. In bestige vallen, aantal leerlingen die bewustkiezen. Ja, de voorprachtijk kreegt om als kiezen, die twee samen is een heel raar konjasen. En ik denk tegelijk ook dat in de aastron ook leerlingen die heel raag zo de kiezen voor dat prachtijk is onderwijs en die dan die man hier ook niet kan. Ja, in de zoek een beetje absurd dat je moet een document onder tekenen, en dat is de basiskant waar je een document moest onder tekenen, dat je echter voor koers. Om naar de bestroom te gaan, terwijl je eigenlijk een atteststad van. En want er is nu een beetje minder versoepeld, je kan me in getuigd syrf naar de beestroom gaan nu, want er is nog altijd een advies van het CLB nodig. Wat zeggen we daar eigenlijk mee? Dat we het niet normaal vinden, dat je met een getuigd syrf naar de beestroom gaat. Want even zien de regels als je geen getuigd syrf het laag onderwijs hebt, dan blijf je zetten of ga je naar de. Als je zwalig bent, mag je dan instappen in de beest. En de realiteit, bijvoorbeeld aan het werpen, mijn plaats te kort ook in basis is, dat je zo snel je zwalig bent naar de beestroom of te stuurt. Als je wel een getuigd syrf het laag onderwijs hebt, dan heb je een. Dan is er een broerde geweest in een aantal jaar, dat je niet mocht. Dat je niet mocht naar de beestroom gaat. Ja, nu kan je wel voor kiezen, maar je hebt dan wel. Advis van het cel benedigd, goed, rarkeuze. De vraag is dan. Hoe komt het dat. Zijn er veel leerlingen? Zijn er veel leerlingen die. Waar je die merken, die voor beestroom zouden willen kiezen, omdat praktijk gerichten. Dus die als je die twee keuze zouden, is voor dat praktijk gerichte kiezen. En dat dan niet doen? De realiteit bij ons op school is dat er nul leerlingen in de beestroom zitten, meteen getuigd, in eerste ne, tweede welle. In de ene beest zitten met getuigd. De realiteit is ook dat er veel leerlingen starten in de aastroom, die eigenlijk. Liever in beestroom wilde starten, maar waar dan heel veel twijfel over was. En die dan in het tweede overstappen. Vergeet daar ook niet de druk van ooders die aanvoelen van ook al zegt die klijnen. Ik zou graag naar de beestroom gaan. De ooders kijken ons zijn, ze zijn echt de aastroom, dus we moeten aan de zullen toch die naastroom proberen. Loss van de tentjes van het kent soms. Daarbij komt, ik wil daarmee niet te baden uitvrijken doen, maar ik ben echt die vergegan, dus naar het lager onderwijs ook. In de heel grootstuk van het kwaliteit is het probleem die we zien in het zikker dijr onderwijs komt van het alager onderwijs. Dus daar zitten eigenlijk ja eigenlijk zullen er niet zo veel leerlingen mogen zijn die geen getuigd repasies onderwijs halen. Dus daar zal veel meer echt hier remediering ook moeten zijn. En te zorgen dat iedereen op het einde van de lager toch die lat houdt. Ik denk dan nu met de nieuwe minimum doen, dat we dat gaan proberen. En door te zeggen van, we gaan toch in het twirte. Al een keer checken van hoe zit het hier met de kwaliteit en met de behalen doen. En dan in het zes de nogis, want op dit moment hoorde ik van verschillende scholen die ook in de aastroom moeten remedieren en serieus wel bij spijkeren bij die leerlingen. Dus zelfs al hebben ze een getuigsruft, dat nog zitten ze vaak niet op het niveau dat ze zullen moeten zitten. Maar dan kijk op dit moment ook ervaar is dat wat dan bij mij binnenkomt in de klassen in B. Songen uit het zes de studiaar al dan niet met het huis schift, een heel pak uit het vijfde studiaanbasis van leeftijd. Wat ik niet op zich slecht vind, omdat de jongens mentaal vaakrijp genoeg zijn om die noverstap te maken en te groot worden voor een basischoor. Maar ook uit een vierde jaar. En dan veel de studiaarken, maar soms maar met een wiskunde gekennis van een tweede studiaar. Om dan die door geschooven worden, ze kunnen niet elk jaar de bold doen. Ze worden dan geremedieuerd voor bepaalde vakken, voor andere luktat, voor sommige luktanie. En dan komen die bij mij binnen vanuit een vierde studiaar mentaal rijp genoeg, maar met een basiskennis van een tweede studiaar. Ik moet er misschien al direct een tweede probleem gekoppels geven aan bijhaal, namelijk de grote diversiteit en de leer achterstand. Als ik je wat cijfers had, in de aastroom had 4 inge procent van de leelingen de eintermen voor basiskletter tijd en 67 procent de algemeen eintermen voor leesbiegrup. In de beestroom had maar een vierde zevte procent de eintermen basiskletter tijd, maar vijfheid procent de algemeen eintermen voor leesbiegrup, specifiek dan voor de beestroom. En tegelijkertijd is er in die beestroom ook een gigantische diversiteit. En we zijn in een zonde klasvitte jongeren met dat in lopen de culturel achtergronden, thuisstalen en al die redenen ik daar net heb opgezond in de intro. Ik denk herkendbaar, als ik het nu de dingen hoor, wat zijn oplossingen ervoor? Voordelen van oplossingen in jullie rapporten, de stigmatiseren, de benalen, AMBs, zoals op de schop moeten. En we moeten kijken naar een remedieringstijkt in die eerst te graag. Ja, dat is een beetje principe wat Kristien naar juist elkaar aanhaald. Voor een ouder of voor een kind is het absoluut niet evident om op een positieve manier te zeggen, ik wil naar de praktijkricht onderwijs, ik wil over die beestroomkiezen, want ja, gewoon die idee dat je AMB mensen hebt, wat er gaat over AMB jongeren. Dus ik zou het al een hele goede stap vinden, wat dat gaat dan over de vorm natuurlijk, als we dan een andere naam zouden geven. Als je een meer een theoretische strom hebt en een meer praktijkrichte strom, voorbeeld, wat gaan je alleen over die naam, natuurlijk, het gaat ook over de enat. Zoals jij ook zegt Catherine, het is die diversiteit, maar het voor leerkracht is heel moeilijk. Je moet tegelijkertijd bijzapsvriken sommige leerlingen nog echt de taal leren, en zorgen dat ze begrijpen wel je überhaupt aan het zeggen bent. En tegelijkertijd andere bijspekeren voor een paar vakken misschien of een paar aspecten, maar die eigenlijk best wel al verzetten, die echt goed singen me ook om die praktijkrichten vakken meer in te stappen. Dus ik denk dat dat ook heel moeilijk maakt voor leerkrachten. En ik blijf er bij het feit dat je niet als 12, 13 jaren jongeren kan zeggen, want ik wil echt naar de praktijkricht onderwijs, en ik heb er goed singen en ik kies er echt voor, vind ik heel jammer. Het is een beetje een stockpaartje van vocal natuurlijk, maar als je kijkt naar de knapend vakatures, dan zie je wel dat de profiele zijn, die vaak heel gegeert zijn, al die meer technische profiele. Kiel, daar nog even terug gaan naar het inderdaad basis onderwijs, want wat daar eigenlijk ook heel hart dat breekt, naast die minimum rollen die nu daar misschien dat wat duidelijker maken, wat die basis gelettertijd moet zijn, is ook het enthousiasmeer van praktijkrichten vakken. En niet alleen stemmijt, ik kan ook ruim er gaan in de zorgsector, daar is geen aandacht voor, of niet genoeg aandacht voor het basis onderwijs. En je merkt dat je in orienteringen in 30 grad van basis, ja, we gaan al de beestroom aandacht je in de nachterstanden, in de leraachterstand hebt, maar het gaat verder eens niet over, waarom zal het eigenlijk kiezen voor een vak of een. De soezo-orientering, ik heb ook in de eerste gratis georientering naar de ISO-TSO bezig als we die benamingen weer teruggebruiken, gebeurt in de datal basis van de hoogte van de punten, een hoogere punten, als we in het tweede jaar hoge punten hebt, dan zijden wij een ISO-richting als je minder hoge punten hebt, zeker als dan over dus kunnen frans. Nee, dan zijden we TSO en als je niet zo goed op punten hebt dan zijden we een Beezo. Ja, dat alleen. En op zich is het waarschijnlijk in het klaar onderwijs niet anders. Natuurlijk zit je met die dubbele functie van die beestroom nog waar we subitereerlater uitgeraken, want we subitten op los. Maar het is. En het is als meer, moet je dan praktijker in het lange onderwijs belangrijker gemaakt worden, naast de cognitieve vakken die we nu al heel belangrijk vinden, zoals Frans, Nederland, Westkunde. Ik denk dat het als je over de studio-orientering gint, dan rakt je al weer een stokpaartje wel volk. We hebben een talentcenter opgericht. En ik hoop van de Universiteit van Gent en Leerstool, die we daar hebben, je financieerd om eigenlijk een hele testbatterij samen te stellen om leerlingen, vanaf het is de leerjaar. Dus al voor dat ze die keuze moeten maken voor wakkeschoolgijken nemen. Kunnen we langs komen in de talentcenters en krijgen eigenlijk een sort van gepersonaliseerd talenterapport, waarbij dat er gekeken wordt naar oké wakke interesse zappen, wakke competenties zappen enzovoort. En dat wordt gelinkt aan het studio-richting. Maar ik kan van alles zijn. We kijken niet naar de punten op school, we kijken vooral naar prestaties op bepaalde testen. Maar dat gaat even hoe over motorische testen, interesse, motivatie, al die dingen. Dus we geven eigenlijk een heel breed beeld. We bieden even goed, arbeid maar het gericht onderwijs aan. Maar even goed dubbele finaniteit, doorstroomfiniteit, afvangelijk van hoe de leerlingen geskoord hebben. Dus we geven eigenlijk op die leeftijd al een inkijk in wakke opties passen er zo al bij jou. Niks is natuurlijk bindend uit, het is heel vrij blijvend. Maar op die manier willen wij er wel verzorgen dat die leerlingen ook eens kijken naar misschien niet de meest voor de handlegende keuze van 't is van mijn oudere bedaan'. Dat is wat mijn vriendjes gaan doen, want daarvan hankt een schoof. Dat is mijn keuze wakke. Het is meer kracht aan beveeld. Ja, ook al. Alle mensen rond onderwijs en rond jongeren komen allemaal niet. Allee, niet allemaal tegenwoordig niet meer. Weinig komen zelf en dat arbeidsmarkt tegenwoordig is onderwijs. Dus zij kunnen dat eigenlijk niet de expertise in bedennen. Ze kennen er ook niet van. Als ik zie naar mijn eigen kinderen die op een laag in school hebben gezeten, die laag in school heeft geen flow benul wat een schooel als een menebiet. En dat is zo dat iemand bij ons op school gebeurt. We hebben een staande klassen, een heel goed klassen, technicacademis, van alles aan nog wel organiseren we om die mensen te laten komen. We hebben zaterdag open deur dag. We noemen dat de werkende toentoonstelling doen we met dat. Dus alles draait bij ons, gelijk dat dat een lesdag is. En we hoepen dan dan ook al wel kinderen zijn uit hun vijfde studiaan, die al begonnen denken van 'o, joe, volgend jaar, wat ga ik moeten doen? Die kunnen alle soorten workshops doen in alle soorten richtingen om die toch wat te trekkeren en tot bij ons te krijgen. Maar de laag in schoolen zelf, de leerkrachten van de laag, de leerkrachten kennen een heel weinig kaart van geheten. Maast er zelf niet gezeten hebben. Voila, ja. Hetzelfde met de beleidsmakers. Trug je even naar de functie van die bestroom? Je zet er net te zijn er twee namelijk één voor leerlingen die in praktijk richten, oprecht of jobpen die gaan doen of studie richtingen, en leerlingen die remediering nodig hebben na het basis. Is het elkaar halen van die in wat misschien nieuwe voorstellen, de namelijk remedieringsjaar op richten dan de oplossing? Ik denk dat we moeten, omdat we de sprijdstand is niet meer normaal, heb je het in rad leerlingen in niveau 2 de leerjaar voor rekenen, taal, en je hebt leerlingen ook in de aastroom die eigenlijk echt wel. Ja, het moet niveau zitten waarop ze moeten zitten voor het ene of het aanroof, soms zelfs vooral allemaal, en door andere omstandigheden erin te recht komen. Ik weet dat er heel veel stemmen zijn over de late tracking, en is het wel goorms, het zo snel uit te halen, maar in belang van de jongeren zelf en de leerkrachten, waarvan we een gigantische sprijdstand verwachten, denk ik dat je niet anders kunt aan toch op alpomend zorgen, dat je kunt bij de ene focus op de remediering en bij de aanderen op de orientering en op onderwijslobamer. De ene van de remedieringen is natuurlijk doeling dat die de vanzender, wel terug in het aanderen te komen. Dat gebeurt vandaag ook te weinig, denk ik. Het was altijd de bedoeling dat er ook leerlingen, dus van inb naar ina of 2a konden gaan, maar dat gebeurt bijna niet. Ik kom daar een heel concreet voor dat overgeven, dat ook zelfs een beetje absurd is. Ik heb op dit moment een ookal leerling bij mij zitten, ook een kindse jongen. En ik ben gestroom bij mijn raadprodnatorie, ik heb gezegd, we moeten er aan denken van die jongen laten doorstromen naar de aastroom. Die zit nu in inb, die is supergoed, die is staalvaardig zwak, alleen de staalzwaksel. Het is gewoon introvert ook, maar het is wel een werker, jij wil wel, en ik denk dat jij ook veel kan en verhoording tot de rest van de klas. Maar dan komt het probleem 2. Het leerplan van inb, wiskund in dit geval, sluit niet aan bij het leerplan van de aastroom, want ik geef, wat dat ik noem, praktijk, rechte toegepaste wiskund. Allemaal dingen die ze in de praktijk salen bij ons kunnen gebruiken, een oppervlak, dus procent, rekenen bij geld, alleen de meest kuran te dingen die de mensen in taarlijks leven noeden hebben geefkijken in mijn wiskundeles. Maar dan moet die jongen overstappen naar de aastroom in principe leeftijds geweest zou hij naar 2a moeten gaan. Maar hij vocht wel, van het leerplan van inb, dat niet aansluit bij het leerplan van 2a. Alternatief is, we laten jongen, zijn ja overdoen in de aastroom, want dan wordt die jongen 15 in terste jaar gekke. Of? Gelaten. 2b en hoe doen we? Dus van 2b en 3, we proberen creatief te zijn, en wij bieden zelf een opparderingstraject aan. We hebben zelf mappen samengesteld met de basisdengen die ze moeten kunnen uit de eerste jaar. En gelukkig werd hij bij mij hart en veel en sneller dan de rest. En ga ik proberen die nog tijdens mijn lazuren te begeleiden, zodale dat hij kan naar de twee jaar in de aastroom doorstromen. Maar dat is een heel uitzonderlijk geval. En ik zei dat het dan eigenlijk ook nog verpant, dat een ook kan leerling moet zijn, want die zit er ook naast de vierde studiear, vet de studiear, zesde studiear, buitenhoek en onderwijs, hebben ook nog ook kan leerlingen. Wat is er eigenlijk ook daarin dat leerplan of in de een oude van wiskundheid, nou weer die twee spaltvoet, namelijk energetieel het praktijkgericht geven of de spraktijkgericht te wiskunden, maar ja, voor leerlingen die eigenlijk geremedeerd moeten worden, en eigenlijk naar een aastroom dan moeten of gaan, of zouden kunnen gaan, is dat eigenlijk geen meerwaarde, want die hebben we dan net. Maar dat is al een bewijzen, waar we daar eigenlijk niet vanuit gaan, dat er gebeurt. Nee, want dan kom ik met mijn vragen met trimitering, zodat ik dat jullie voorstellen, is het dan niet gevaar dat we daar hetzelfde gaan zien, dat daar ook gewoon, dat dat een nieuwe soort van bezen wordt, waarin eigenlijk ook dat opstrom moet, dat misschien niet zo een heel fijne term, maar dat opstromen van dat trimitering, zodat ik naar ena dan ook niet zal gebeuren. Maar ik denk dat we inderdaad. Sorry, bedoeling. Het positieve effect gaat hebben dat de genen die niet specifiek in de remediering strijkt, gaan zetten, meer vanuit dat ook, meer gaan kunnen leren, meer vooruit gaan kunnen gaan, en ook veel positiever gaan kunnen benadert worden, positiever kunnen kiezen enzovoort. En ander zijds dat je in het remediering strijkt, echt gaat kunnen remedieren. En echt gaat kunnen zeggen, oké, misschien ga je wel nog altijd het verschillen hebben, tussen de genen die verder gaan in die bestroof, misschien in die echt richting de aastroom dan, wat dan ook allemaal moet veranderen. Ja, want de bedoeling strijkt is denk ik niet de bedoeling, dat ze niet per se de bedoeling, dat ze naar de aastroom gaan, maar wel, dat ze beter voorbereid aan hun vervolgtrengd beginnen, wat dat ook mogen zijn. Daar kan zijn, dat je gewoon onderwijs, daar kan zijn arbeidsmarkt richt onderwijs, en daar kan zijn dubbele finaliteit, want alleen mijn allerspekte, ik denk, nee, dat er ooit iemand in de bestroom staat en naar die doorstrom finaliteit. Ja, ik denk, ik ken het, ja, dat is het onderdussen het ver, ja. Maar als ik je eigenlijk de brede eerst de grap moet op de schopen? Maar de brede eerst de grap heeft nooit bestaan eigenlijk, dat is de definitie van het geslacht en engel aan eeuw, wat is de definitie daarvan? Als ik denk als we hier aan het af en vragen, van alle vier en ander definitie geven, voor mij een brede eerst de grap moet bredsen, naar orientering, maar niet per se bred, naar verschillende niveaugroepen bij elkaar zitten, want dat is eigenlijk met alle goede bedoelingen die er zijn in de vaste instantie voor je onderwijs. En als je bedoelt van het begin kunnen kiezen voor een praktijkregte opleiding, dan ja, dan vind ik dat op de schopen moet, want ik vind echt ta jongeren, daar moet je kunnen voor kiezen. Dat we niet, want dat is het wel een beetje neid. Het is de hervorming van zich in de onderwijs, het is effectief geschreven van een ISO-perspektive, daar kan je niet omheen, want alles wordt infectie gezet van bemoeten zoveel mogelijk leerlingen naar de ISO-krijgen en er beneden richting ISO-en en zo wordt. Ja, in de realiteit zie je dat dat niet op wordt. Je vindt wel dat het breed moet zijn in orientering. En want in de raad, als je 12 zit, is het nog niet, alle passop we hebben droken. We hebben er niet zien, maar zo groot zijn, en zeg ik, altijd om me niet te herweren. Ja, natuurlijk gaan we die niet eerst nog 5 uur per week houdt laten doen. Maar we zijn er ook niet goed weten, die wel weet ik wel iets mee aan te doen. En dan moeten die natuurlijk orientering gewijzen en in eerste graad vooral wel door van alles getriegerd worden en alles is uitprobeerde dat ze gerichter kunnen kiezen. Voor mij zien we de eerste graad ook stuk de misten gegaan. Door het feit dat als kieker kijk naar een school, leek de onze. Ja, we hebben ook de broederschool. Ah, zo, Dom Bosco, aan de overkant van de auto-strijden. Ze proberen wel een stuk naar ons te komen om stem te geven. Maar dat gaat dan over wirkens, en dat zal een draame dan die bij ons gaan moeten komen bij de van BSO. En die van wij zijn duidelijk wel speciaal. Ja maar, want ik vind Dom Eindscholen altijd heel mooie voorbeelden van hoe dat je toch die verschillende onderwijs vormen kan mixen. Zoals het ook in de realiteit, en taagelijk slieven ze als en een bedrijf gaat. Maar ook, ik ga je met verschillende profilen moeten samen gaan. We hebben zo'n leegschoon voorbeeld van kunnen geweest zijn, want we hebben een Dom Bosco de Azo-school, en we hebben een Dom Bosco de Tia-Zoepia-zo-school. We zoen die perfect, alleen het is op fietsafstand van elkaar. Dat is eigenlijk perfect helpig, maar nog de Azo-school is er serpragende partij voor, om daar bij ons te komen. En omgekeerd hebben wij daar eigenlijk niks te zoeken. Dus dat gebeurt ook niet. Dus zelfs daar die een brede eerste graad, binnen dit concept is. Ja, hoogelijk. Jammer genoeg. Ja, en het blijft een A in een beest. Ja, dus het is breed. Mensen spreken ook nog altijd over Azo-schoolen, en Tia-Zoepia-zo-schoolen. Mensen kennen al ontrekt de belefinaliteit. Ja, het wordt echt niet meer te zeggen. Ja, ik vind het ook. Hallei, ik krijg het ook gewoon niet uitgelegd om mensen. De belefinaliteit. Op zich vind ik het niet onlogisch, maar ik vind het wel niet onlogisch niet. Ja, nog steeds nog altijd over de naatwijnen. Ja, dat is zo. Ja, dat is wel. Dat is allemaal altijd. Ja, ja. Ja, ik ook. Maar dus daar gaan we nu creëren. En 20 jaar, mensen naar vliegen, ben je zo aan, ja, arbeidsmarkt, zeg, richten. Het meest onlogisch is dat het 2B naar 3a gaat. Probeeig dan het gericht. Ja, het is echt. Ja, het is echt. Ja, het is echt. Ja, met de Azo, maar hij is aan het Azo, niet. Ja, het blijft in de beestroom, maar dan noemt A-finaliteit. Ja, nou, dat is de nog een bekrekt interne wel gebeurd. Ja, maar we verderen het niet. Ja, we verderen het niet. Wat is de Azo-school, die A, associatieven nog in de veel mensen, ouders met de Azo-schoolen, die link, dat er, want dat het idee wel, dat er in de Azo, eigenlijk leerlingen samen te van die het eigenlijk in bezoteen, zo in Azo of KSOs, hadden belanden, dat die allemaal samen zitten en een brede basis voor mengen. Ja, dat is een traart in. Dat is ook een geantensprijd storte. Ja, we hebben al die machines nodig, als je dat wilt aanbrengen. Zijn er nieuwe ente of nieuwe minimum toe doen? Zou ik het zeggen? Zijn die een oplossing of gaan die een oplossing betekenen voor de. Die van het lagerblur? Ja. Nee, ik vind het belangrijk dat we daar toch op hopen. Dat is wel wat aan was. Ik denk dat het. Hoe zie je die als een oplossing voor je wat er in de beest? Omdat er twijt aan je nu op verschillende momenten toch gaat meten en weten. Ook met de verlaamse toetsen, maar ook dat je echt twijt van kijk. Dertig klutter dat is verwachten we dit. Vierderleerjaar, verwachten we dit. Zijzeleerjaar, verwachten we dit. Dat is nu niet zo. En nu gaan we gewoon een zijzeleer herkijken. Oei, we hebben het niet. Dus dat is de laatste. Dus je gaat meer kansen krijgen om bij te sturen als school ook informeren te zijn. Ja, hoe zitten we nu? Zit we op sporten? Het we niet op sporten? Dus ik denk nou wel, maar. De proof of the pudding zal hem zitten in de eting zelfs vaak. Namelijk gaan de scholen die nu we eentermen kunnen absorberen. Gaat er voldoende ruimte zijn, wordt professionalisering van een weerkrachten. Want ze moeten er toch allemaal weer mee aan de slag gaan. En het ook in de school op de klasvloer laten doorseplen. Dus het zal een en en verhaal moeten zijn. Het gaat niet alleen dat de oplossing gaat bieden. Maar ik maak mij wel. Sterve, ik hoop er alles eens op dat het wel een deel van de oplossing is. Ik hoop. Ik heb een aantal voorbeelden van in de persiezin. Bij ik nefast vindt dan een modernisering van het sekunder. En dus hoop dat die zelfde fout, denk ik dat ze niet gemaakt. Het is de vachheid van de doelen. Die gewoon heel veel verinterpretatie zorgt dat de leerlingen bedienen machines. Ja. Zing dat er uit? Ja, dat is niet. En dat dat alleen al maakt dat je op school heel veel werk hebt. Om samen tot dezelfde definisieën interpartatie te komen van die doelstelling om het uit te werken. Dus als dat al kan weggenomen worden voor leerkrachten, dat er geen onduidelijkheid is over. Waar wordt er hier verwacht met die toe? En dan hopelijk goed. Qualities voor less material. Want er wordt al te vaak niet over gehad. Maar dat is ook zo belangrijk. En dan het alleen nog de leerplan in de beestroom. En waar zijn die juist voor. of zijn die goed en geschekt voor wat we daar willen doen in de beestroom? Ik vind opgebied van wisk kunnen dan alleen maar spreken natuurlijk. Ik vind op zich mijn leerplan echt top. Dat is daarin wat aan die hasten kunnen gebruiken. En als ik zie wel dat ik geef in de klas. Ik heb vorige week uitgelegd hoeveel tegos moeten we kopen om ons de raz aan te liggen. We moeten uitzoeken hoe het ons de raz is, welke vorm dat dat heeft, hoe dat we bereken. Dat is dat. Dat is wat die hasten moeten kunnen. En dan hopelijk, hoe in basis hebben die ze dan nog een beetje kampushen in zelfstandig werken en ook zelfstandigheid heeft. Dan komen die daar alleen. Ik geef er 23 jaar less bij ons op school als ik ons gasten zie terugkomen. En ik kijk echt een trotsjeuf. Ik denk zie het historisch van gekomen. Ook al is dat soms een daapjaren waarmuilig te zien. Maar ja, dat zijn echt hoer hasten. Maar ze hebben, gelijk ik soms zeg, een strengeuwuf nodig. Een lieve maar een strengeuwuf. En die leerplannen op zich voor wiskunde zijn die goed. Ik voor wiskunde, voor France bijvoorbeeld. Wat heb ik daarmee in twee volsoevers? Ik weet niet welke mate dan jongens van de bestroom. Die tal moeilijk hebben me in France ook twee uur. Vrance moeten krijgen om elke keer opnieuw eten en ervoor te doen. Maar na het herde waarschijnlijk geen fransmeer te hebben. Bij ons op school is er wel. Bijvoorbeeld. Daar heb ik meer moeite mee. Daar heb ik nooit vervangend meer graag tegenkregen of meer. Theorie rond hun praktek of dat ik een urextra krijg om meer aan de slag te gaan. Ja, daar botts weer met die dubbele functie. Maar nou, die frans is dan om te remedieren. Ja. En termen. Want we zitten eigenlijk alle in 2.0. Ja. Voor de eerste grad. Ja. En waarschijnlijk kunnen we hem op een basisfunk. Ja, we moeten hem op een basisfunk doen. En waarschijnlijk komt er een 3.0 af. Ja, waarschijnlijk komt er een 3.0 af. Maar de 2.0 af, waarschijnlijk komt er een 3.0 af. Maar de 2.0 af. Ik vind ze, ze zijn oké. Maar eigenlijk zijn ze niet oké. En voorzelf van jullie van Voka herziet automatisch overgaan van twaalf jaarig. Het zonder getuissje van basisonder. Ja, maar dat zit hem eigenlijk vooral in het ook weer een beetje het botschap dat je daarmee geeft. Je laat jongeren eigenlijk laten ze een beetje los, want je zegt, witte op, laat zitten. Ga maar door, het gaat ook niet. Het bedelde best om je zoals dat soort van je gelijbaan, vanaf dat je daar in zit. Ja. Is er geen andere weg? Volg je het aan het doen? Ja, en dat is een opheestje in drie bs. En dan staat de ds. En dan staat de ds. En dan stapt de ds. En dan stapt de ds. En dan stapt de ds. En dan stapt de ds. Ja ik merk dat ook bij mijn collega's en de traditionele scholen hebben. Dus dat behoorl je tegen een enth-me. En alles aller rustiger. En dan ben ik belangrijk signale geefte ook in functie van leraar een tekort. Want ik denk dat die toch ook in de beestroom groot is dan in de aastroom. En dan weet ik eigenlijk niet. Ja, dan weet ik niet. Ik heb niet dat gevoel. Ik heb het gevoel dat er in de beestroom alleen in arbeidsmarkt gericht onderwijs. Heel veel mensen heel bewust kiezen voor een school uit de onsen en voor ons gasten. Het is een probleem. Ik sta ook wel opbrengen en leraar een tekort en een capaciteitje kort. Maar ik weet wel nog als ik starte, dan werd ik in de beestroom gezet. Want ik was de nieuwe en ik werd dan in de beestroom. En dan na drie jaar, vier jaar was dan de volgende nieuwe daar. En dan mocht ik naar de aastroom. Dat klinkt nu heel al dat het niet terwijl is. Maar dat was wel. Je bevoud dat ook omdat die beestroom was niet gemakkelijk. Maar je moet er ook wel voor gemaakt zijn of dat willen. Het is een roeping. Het is een roeping. Het is een roeping. Het is een man. Dus je vraagt dat ook op een in de raad. En die is het jaar krijg je dat niet. En we hebben het wel. Dus dat soort mechanisme zijn er te hoog? Ja, dat is heel erg. Als ik daar word, vind ik dat echt heel erg. Dat is die man hier wordt naar gekeken. Ik probeer dat bij ons op school niet te doen op die manier. Maar ik merk wel inderdaad dat het geboren, alleen al mentaal, veel meer vraagt om in een beestroom te staan of in arbeidsnagdere te worden. Ja, dat vind ik dan jammer, inderdaadjes van het overheid. Dan je alleen de statuten, de twitte euro te werken. Ja, de twitte euro te werken, twitte euro te werken. De praktijkleerkrechten, dat is alleen twitte 30 euro. Ja, en de eerste grad heeft iedereen twintig euro. Dat die 29 euro moeten doen voor een praktijkabracht. De lerar algemeen vaak 21 of 20. Terwijl dat het net daar veel moeilijker is. Dus de statuten kloppen die. In mijn ideale wereld als we oplossingsgericht denken, zou ik graag hebben daar in school om in hoge 6. Dus me heel veel kwetsbare jongeren. En in arbeidsmarkt gericht. Anderwijs dat er niet een overloning komt. En dan denk ik al wel heel de fouten kent op. Maar dat we wel kunnen zeggen, zoals in Belder gewoon onderwijs traven ze. In principe is hij op de recht 22 uur. Maar je staat in die klasse, dus je geeft 20 uur less. En je krijgt een beetje letterlijk adem rupte. Wat we het over had hebben van de week is. binnen de team van Hock en Gaatkornatoren. We merken dat ons ondersteuners, die uit het ondersteuningsnet, een heel mooi de taken aflenen. Want ze hebben een budget voor dit. We komen nu in de fase dat het CLB zegt. Ja, wij kunnen ook niet meer alles bol werken. We hebben budget voor dit. Maar wij als leerkrachten moeten de klas volstouwen in 10 deel, alleen ons schoolkies er gelukkig voor om ons klasse in 1B en 2B, bewust kleiner te houden dan wat wettelijk voorzien is. Zijn je op 16, wij zetten bij ons in 2B op 12 en op 1B op 10. Dat is wel toen koste van de andere klasse. 16 inB is de wettelijke. 16 inB. Ja, dat is in de raad te break even. Dus dat is toen koste van hoere klasse met samenzettingen en dagelijke. Maar anders is dat gewoon niet halbaar kwaad draagkracht. Maar we moeten het allemaal bijpakken. En dan zien we dat je afstudiert als we hend, kun je kiezen naar z'n barbra, collige van melden. En dan krijg je een schoonnopdracht met schoonurkens, mooie klassen, vriendelijke lering. Misschien net iets anders mondig dan ons om het. Maar die mensen hebben wel dezelfde pre-opteint van de maand, als wij met ons rasten. Ik wil echt een rucksaken wel benoemen als geweld. Van ADHD, dyslexie, dyscalculi, autismespectrums toernes, taal achterstand. Vij en progenen. Maar daar moet het thuis probleematieken. Ja, ook. En de gevangenes zitten in stalingen. Dus alles zagen in die ene B2B. Ik heb zoet zo'n waar moeten die mensen hetzelfde verdienen even veel uren doen. Als je dan kijkt naar een licentiaat bijvoorbeeld, minder uren. Waarin principe en die gast onder tussen een plaats gevonden. Waarom moet je dan in de B-stroom, waar je eigenlijk moet u bijscholen. In alle andere dingen. Maar geen tijd voorrept. We moeten botsen en belieren op moment dat het voor u staan hebt. Misschien moeten we daar een plaats van 20 uur. Waarom geven wij geen 20 uur? En de licentiaat. Ik heb nooit gesnapt waarom we daar 20 uur moeten doen. En in de moeilijke rejaren. Minder prie. En meer lijst uur. Ik heb daar nooit gesnapt. Dus ook een van de vorzenen uit de P2B. Het is ook een ideale situatie. Toch iets meer de moeilijke rejaren. Daarin de klassen toch wel aan trekkelijker te maken dan op flak van verlooning of uren of wat dan ook. Het is ook geen verlooning. Dat is ook geen verlooning. Die ja, maar daar spreken ze over leuren. Ja, maar dat is meer geld. Ik vind ik nu moeilijk. Ik zou ook niet willen dat mensen komen solliciteren naar schoolen, naar onze omnase. Daarop per definitie meer verdienen. Dat zou ik. Wat is dat eigenlijk wel? Als je master bent en je staat in de 30 grad, dan verdien je meer dan in de eerst. En eigenlijk doe je exact dezelfde job. Ja, zelfs wel. Jawel. Jawel. Allee Bob, wit. Ik wil gewoon mensen zeggen dat wel. We hebben veel meer verbeterwerk en weet ik. Ja. Dat vrouwbaar. Het gelijk trekken ze al misschien wel allemaal. Ja, volum is het gewoon veel. Iedereen dezelfde brengen. Maar la. Ik zei het voor ons, zodat we alleen als we dan twee uur minder zouden moeten geven. Zouden we wel die twee uur kunnen gebruiken om ons te specialiseren in de problematieke vergaader. Ja. En vrouwbaar. En in buitenwoom bestaat dan nog het de klasse raad. De klasse raad. Neen we op de recht zitten. Ja, maar dat is allemaal om het te zetten. En de leerlingen te bespreken. En de professionaliseringen. Ja, ook. En die opholsen die ik horen wat er vormen van dat zat uit van leraar. Maar ook in een heel veel verschil. Allee, je hebt collega's die me in drie klasse pavv. Want in onze spavv een voeltijd job hebben die doen eigenlijk in less voorbreidingen. En drie keer in hetzelfde jaar. En dan heb je leerkrachten die praktijk. Ik leerkrachten die we verschillende klasse hebben. En letterlijk een dag per week meer moeten les geven. Dat is alleen. En die dan ook is constant gedurende het jaar. Leerlingen binnenkrijgen in de laterval. Ja. Die jij nog niks van voorbreiding hebt gehad. Ja, begin het er maar aan. Ja. Maar het is in de andere klasse eigenlijk ook zo. Als ik kijk naar mijn klasse, want ja, dat is geen eindelijk klasse die nu dezelfde is als dat we in September. Nee. Om alle soorten reden. Ja. Maar ook daar, dan. Het witte is zo, maar ik kan instromen in die bestroom zonder. Maar enige. Ja. En in een waterjaren ook. Alleen niet alleen in het bestroom, maar ook in de dubbeferiteit, arbeidsmarstfinaliteit. Ja. Na de examen zijn. Ja, ja. Ja, ja, ja, ja. Ja, ja, ja, ja. Ja, ja, ja, ja. Ja, ja, ja, ja, ja. Ja, ja, ja. Ja, ja, ja. Ja, ja. En op zich moet dat kunnen, natuurlijk. Alleen vind ik het fout dat het altijd is op basis van resultaten. Neler aan zijn wisst kunnen, want dan zeggen we vooral dat kan je niet. En eigenlijk zeg ik dit aan te gelijk, maar in die opleidingen maakt het niet uit, precies. Dus dat klopt al niet in orientering. En daarnaast dromen die wel in en hebben die ook achterstanden. Die we op je denken, maar hier structuleel opgelost geraakte. Moet je anders les geven als je in de bestroom staat? Ja. Die tactisch anders. Ja, helemaal anders. Zoals. Of wat wil je wel? Veel plasticer uitleggen, veel invoorde hertaal, veel concreter, voerbeelden. Soms hertaalen naar situaties die zij zelf mee maken. Ja, dat is helemaal anders. Dus je moet ook voldoening halen uit andere dingen, denk ik. Wat dat, denk ik, in de aastroom. Ja, ik ben zelf. Ik kom uit een richting. Met achterwiskende, voor mij was wiskende hut van hut. Als je ziet dat ik nu laagerschoolwiskende geef, ik kan me heenbeelden dat daar mensen niet zo vrolijk van worden als ze de studies gedaan hebben die ik vroeger gedaan heb. Maar als je dan ziet hoe dat het dan met die hasten anders om kunt gaan. En ja, ze zien ook als genoegbruik aan hebt of niet. Of als er iets is. Dat kunt er ook andere dingen mee doen. We zijn in veel dingen open-mindeden, maar ik zal altijd een strenge mama, maar wel een lieve mama. En als ze dan de knoeg zo doen, laat er een strenge vroeg zoeken. Heb je dan nodig? En dat is zo. Ze hebben een duidelijkheid, structuur nodig. Ik breng me een beetje bij het probleem van Piavee. Dat hoekijgens dingen stond, is Piavee, een goed vak. Ik ben geen voorstander van Piavee. Zien we wel tegen Piavee? Ja, we hebben op school bijvoorbeeld nie alleen Piavee. We hebben zelfs maar voor in de dubbele finaliteit. Ik geloof heel hard in het cluster van doelstellingen, omdat je dan aan elkaar kan koppelen en contexten creëren, en linken leggen naar dingen die je anders niet kan leggen. A Piavee is een project van een vak. De project van een vak. Dat is een heel veel belangrijke sorto-kompetens die zijn algemeen vak, samen komen. En een mafel is datzelfde, maatschappelijke vorming. En ik geloof daar heel hard in. En daarnaast, net omdat het soms intenser en anders is, eneursvaken of ofvaken met weinig uren in de week zijn in onze school al vast. Misschien in andere schoolen niet, niet zo zinvol. Je zet een af en een tijd bezig met klasmanagement. En met je gasten leren kennen. Dat is belastend voor de lerar. Daar neemt leertijd weg door de relatie 4 tot 8 uur per week u klas hebt. Dan heb je, zeg ik, gekalt het. Dan kende ze en dan kunnen er op in spelen. En dan kan je sneller en diep gaan er gaan. Ja, maar in uur zak ik heb zelf gezien. Het is het eerste jaar en uur in de aastroom dan. Dat is niet zo snel door wel tijd. Dat is zo snel door wel tijd. Dat project algemeen vakken. En het staat ook wel weer in de peper. Die de reheerst is van dat leerkrachten. Ik heb een bepaalde opleiding gehad en een bepaalde pedagogische dingen aangeleert ook. Maar moeten in zo'n project algemeen vakken, en ik zou wel de zeer exacte vakken geven, maar ook meer de maatschappelijke vakken. Ik zie scholen en ik vind het al wel goed als eerste stap. Die die op spritzingen maken. Ja, we hebben nu ook met een samenleving. We hebben ook met een samenleving. En wetenschappen we kunnen zijn aan steden. We moeten zijn omdat er inderdaad door de modernisering veel meer beskunde wetenschappen is bijgekomen. We hebben nu ook PV. En wij hebben nu vak officieel om de taanders want we mogen geen nieuwe vakken maken van een minister. Het heet THW toegepaste algemenenforming. Dat is waar wij de wetenschappelkoppelen aan een praktijk. Een bijvoorbeeld conceptruk wordt bij de sportklasse, met voetballen uitgelegd en in auto, met banden. Maar het zal wel een keer over druk. Dus ik geloof, we laten in die linken liggen naar de contexten. En het is gewoon duits wel echte realiteit. Als je het zelf zelf zelf zijn in een aastromen nu geschiedenis, laat staan met onze klasse. Goed moet u gasten kennen, om ze letterlijk te kennen en erop te kunnen inspelen. We moeten weten wat er speelt, ook thuis. Maar ook om heel gericht te kunnen inspelen op wat ze al kunnen. En dat gaan we niet als je dit te weinig uren in de week ziet. En de juiste hoge verwachtingen stellen. Dat is heel belangrijk als u vast kan. Dan kunnen individueel gaan zeggen. Gaan we tekenen? Gaan we tekenen? Dus we kunnen uw verwachtingen? De hoge verwachtingen die we eigenlijk moeten hebben, een beetje aanpassen aan de gene die voor hun uur staat. Ja. Ik vind het maar alleen we ons vroeger weer alles mee gelachen. Het PSV stond voor praktisch altijd video. Ja. Mooi. Ja, we werken daar wel heel aartop in, dat zetelkompetens is vertaald in doelenleisten. We werken mee. Want je wacht wel heel de leekerd kwijt in de oude dane. Dat hij moet doen. Ja, maar de hoteelijke ongeveer. We hebben dan een overzicht in de vakgroep van B-swaarsterker en in die werkt het material uit. En als het nodig is, neemt hij ook de leis en zo over. Als het echt heel ver gaat in iets dan is de bedoeling dat die het FME begeleidt. Maar dat is hangt dan ook heel erg af van uw vakgroep. Ja. Die dan heel erg afvangt van de individuuen die daarin zetten. En daar. Dat zijn zo'n kwaliteit verschillend. Ja, klopt. Maar ik geloof heel aart in de sleutel tot goed om eruit is. Voor mij is ik er een heel hele mooie vakgroepwerking. Die echt goed zicht hebben op alle doelen, op hoe dat ze die best aanbrengen in alle klasse, op wie 'wa' maakt van de ismaterial, want ik geloof niet de metodische sekenen in arbeidsmarkt. Maar het is zeker waar. Maar ik denk dat alles heeft voor een adeel. Ik vind het voor deel van een geklusterst vak voor ons context. Groot er dan op de splits in een vak gebieden. Het capaciteit is gekort. Het wil ik even over hebben. Ik denk, Christina, jij recente nog heel pijnige cijfers op sociale mede is dat die een nieuwe antwerpen. Want de capaciteit is gekort in de beestroom. Meer dan zei je onderste jongeren geen plaats. Op dit moment. Op dit moment. De gewoonte horen hebben gekregen. Sorry, dat is niet de vijf school die je hebt opgegeven. Er is geen plaats. Komt dat ook nu waarsuching? Maar zo moet je schoolen het gewoon niet willen na? Nee, nee, want het aanbod is niet gedouwd. De toestroom is toegemong. Je bent er ook een aantal gewoon uit van die dubbeling. Ja, ja, nu heb ik ook verteld. We zijn een bevorkje aan het wachtlijs van 60. We zijn het zo jaar gestart met een klasje waar ze het nog plaats was. Dus die wachtlijs had nog heel veel. Omdat we natuurlijk geen centraal ameldsysteem hebben. Dus ik kentjes kunnen bij ons in de antwerpen erop staan. Maar in de rand ook nog op drie andere ameldsysteemen. Dat is al dubbel en de rnaast is er steeds meer. In de antwerpen, vooral denk ik, dubbel ameldingen. Zowel voor je na, als voor een B. Want blijkbaar is er tegen april. In het 6e leerjaar nog altijd geen duidelijkheid. Waar ik kan daar niet goed bij m'n verstand van. Ik denk tegen april in het 6e dag het wel, weet of het een af en een beestroomleerling is. Ja. Maar dus dat gewoon nog wel. Het gaan er minder zijn. Maar dat er een capaciteit is probleem gaat zijn. We weten wat dat is. Dat is ook gewoon voor een stuk demograafje zijn. Tuurlijk. Eenderzijd. En dan ja die beestroom die steeds groter wordt. Veel scholen die eigenlijk nadien die bovenbouw niet hebben bieden dat ook niet aan. Dus dat zorgt er er heel veel plaatsen. Eigenlijk zelfs alleen dat in aastroom zit niet vol in. Die scholen wel echt, maar je hebt die beestroom nodig. Maar je hebt het aanbod een probleem. Dat zijn er school die het niet willen aanbieden. Die het afbouwen. Is voel je dat? Ja, niet van die. Maar die het niet aanbieden omdat zij in de lateren jaar in de 2e en de 30 raad ook niet die arbeidsmarktvinaliteit hebben. Dus verwachten ook niet. Ik vind ook niet onlogisch dan dat je daar niet hebt. Alleen. Nee, maar je zou kunnen zeggen als je het op een daaraan in medeerings. Maar als je echt met die beestroom bent eigenlijk niet nodig dat je niet hebt. En als je echt met die capaciteit is de kortste in de reen om te doen. Als je echt met die capaciteit is de kortste in de reen om te doen. En als je het overheid of wat kwot aan moet komen dat je op een regeel kijkt dat er zoveel plaats zijn. Dat er dan dus nooit schoon, het moet inrichten. Ik zou toch vooral willen pleiten voor. Er wordt erin dat die een beestroom niet zo groot wordt. Ja, dat vooral de definitie, voor dat het wordt. Ja, dat is een heel problem. Dat is weken. Dat is weken. Dat is weken. Ja, dat is weken. Ja, dat is weken. Ja, en dan creerde daar al veel groter risiken. Veel groter risikels op school uitvallen die gewoon. Ik weet niet. In Antwerpen door in dit jaar zijn er ook 140 leerlingen geweest. Die definitie verwijderd zijn in de 2b. Die nooit meer terug aan school gevonden hebben. Omdat er geen plaats is. Niet veel doende plaats. Dus en dat schuft natuurlijk door naar de hogerjaren. We hebben op dit moment 180 leerlingen op de wachtlijst voor de hogerjaren. 180 aan onze klasse zitten zoals vol en. Ik weet dat de realiteit gaat zijn, dat ik er bepaalde klasse als 3 hard en 3 houdt. Dat die gevuld van graken met jongeren die eigenlijk meegaan. Ik wild dat het volgende problemen. Ja. Ze zijn dan bleet als een school hebben. Maar ze zitten complieten in de regenten. En dan lijkt het voor de overheid op papier eigenlijk geen probleem. Ze hebben allemaal aan de stoot. Maar dat vinden wij het van het volk en de arbeidsmarkt. Ik vind dat er wachtlijsten zijn voor opleningen. Zorg je al in elke moment? Ja, ik ben zo veel geld aan ons onderwijs. En toch schiet dat uit de korte. En op duur richting je natuurlijk? In de net heb je stief me of onderbardering van beestroom. En van be zo. Dus er veel leerlingen worden uit de ouders. We willen niet dat de leerlingen daar terecht komen. Of willen dan net ja straks proberen. Of net dat hij zo proberen. Hij is proberen en dan later misschien afsakken. Dat wordt dan gezegd. Ik doe ook weer de aanhalingstekens die niemand ziet. Maar dus in de set is het weer dat. Tegelijkertijd heeft je een toch nog een plaats gekoort. Dus je zit met een soort van complete mismag. Dus daar dan toch ergens in? Ja, klopt. In Antwerpen ligt het aan heel. Allee, dat ligt volgens mij wel weer beleid. De regelgeving maakt dat de water in de regelgeving zit. Niet alleen in hoofd, die zit ook in de regelgeving. Je kunt maar eens proberen om je kunt te schrijven in 5 latijn moderne talen. Mijn 4-jarrel een trick gedaan. Gaan elke, denk ik. Maar aan de zon, geen proberen, geen probleem. Het komt er maar binnen. Dus je zit nog wel eens af aan het schrijven. Maar goed. Dus je zit met regelgeving. Maar je zit ook met nog andere beleidskeuzes van het overheid. Het afschaf van de teeltijdsbroepsecunderhonderwijs. Dat zijn in Antwerpen alleen al honderden jongeren die terug in het vold tijd zonderwijs moeten doorstrongen, moeten instrongen waar geen plaats, letterlijk, figuurlijk, geen plaatsvres. Je zit mij oorlogen in heel de wereld waar ik door in Antwerpen onze okan, jongeren, echt. Seriose groeit in het aantal per jaar, die ook nog is heel vaak door een taal achterstand. In arbeidsmarkt er onderwijs de recht te komen. Het is daar ook niet raar dat dat misschien onvermijlijk ook ik weet niet. Maar je hebt dan kinderen jongeren die in het binnenkomen, die de taal is spreken, komen in dat in okan bijkregen, een soort van stopjes om die taal te leren. Maar toch nog niet voldoende beheers om eigenlijk in het reguliere onderwijs één er welke opleiding te volgen. Dan vaak komen ze in de beest ontwikkeld, omdat die mensen theoretische met daar de mensen langer teksten zijn, ik weet het niet waarom, maar daar dan terecht komen. Zal dat dan in je soort van, toch niet langer taaltrek moeten zijn of ik weet het niet. Er zijn ook aan treik te verlangen, maar ook daar zitten we in een diversiteit. Allee, we hebben jongeren die op hun zestien van hele leven in orsholder geweest. Die alleen maar oorlog hebben meegemaakt, vijf jaar in Europa hebben rondgezorven, aanaal verbetzen. Die komen binnen op hun zestien in okan en die zitten nu bij ons in hetzelfde klas van twee hebben. Veel veel okan, dus we maken groepen. Dat is al vaak klas dan, maar je hebt ook reïns jongeren die bij manieren van spreken voor een jaar op de schoelbank in een vijf latijn daar zaten. Dus die in spred staan daar is ook heel groot. En ja, daar zie je in okan dat het wel werkt, dat je ze opsplitst. Je kunt die eigenlijk om het speelplaatsen wel, maar je kunt die in de klas niet bij elkaar zitten. En als je wilt dat ze allebei goed vooruit gaan. Mijn probleem hier wel, die alleen naar de arbeidsmarkt hebben we ook niet. We proberen echt er wel op hun te zetten om de mensen door de finaliteit toch. Maar dat is denk ik even in orienteringen in okan zit goed, denk ik, maar zit wel met de realiteit. Dat is hun instroom, heel veel jongeren zijn. Die niet gaan ook rejenen komen, die heel divers zijn. Volgend jaar waarschijnlijk voor jongeren in het palestienen. Die gaan ook al even als schoels in gewisten. En dus ja, de woopprobleem, wat als genoeg naar het palestienen hebt. Die eigenlijk een lierachterstand heeft van zichzelf. Moest die een normale Belgische jongen zijn. Zoals die waarschijnlijk een buzo georienteerd worden. Kom we ons in 2b terecht. Kan niet lesen, niet schrijven, geen nederlands, maar ook genarabisch. Kunnen we geen testen op laten doen van het CLB, want testen zijn talig. Dus ik ben op dit moment aan testen in mijn klas naar basisgeletterteetwiskunde. Wat verstaan je wel aan termen aan woorden die al kent? En kun je eigenlijk rekenen? Hoor ik dan nu ook dat inclusie denken wij in de weg zit? Loopt zo ook zo niet. Dankzij maar! Dat is een definitie die niet duidelijk is. Verstaan we onder inclusie, verstaan we eronder dat ze in de buurt in dezelfde school gaan. Dat ze zo als een domijn school gewoon op dezelfde school zitten. Verstaan we eronder dat ze mee in de klas zitten. Of strafste, verstaan we eronder dat ze mee in de klas zitten. En het kun je een schappelijke riekelom gewoon volgen en dezelfde doelen halen. Dat zijn heel veel verschillende definities van inclusie waar onze overheid niet duidelijk in is. En die nu het MD Kredt en Kredt en Kredt alleen maar gemaakt heeft. Dat er heel veel joren bijvoorbeeld verslag in die bestroom terecht komen. Die komen alweer niet in de twee allatheing. Denk het niet. Behalve avontwoorden van type 9. Maar de andere met type 2, type 3, die komen in de bestroom. En dat is bijzonder moeilijk om ook nog in de. En die zitten in de klas. Ja, van die in de klas. En nu hebben we gemiddeld van type 3. Het rachstoelen is dat. Hebben we gemiddeld 2, 3. Op de groep van 12. Het zie ik dan nog een adiadierken of 2 bij. En dan nog in die generatie. Ze moeten daar niet zitten. Die moeten in buiten gaan onder zitten. Nee, niet per se. We hebben er zeker bij wie dat we aan het opten. We zijn al zo daarnig ontwikkeld van onze eigen en bij gespeikerd. En we hebben ook een heel goed team dat allemaal aan hetzelfde ziel trekt in onze bestroom. Moet zijn dat dus goed waard. Die nam je aan de slag gaan. Maar ja, we moeten ook eerlijk zijn. En dat is wat wij daar even zoek zijn als ze zoeken die alleen uitgesloten wordt. Is dat ook omdat het met een aantal absoluut? Ja, in sommige wanneer ik een motivatie verslaar is, zal het eigenlijk geeft not aan één op één begeleiding. Ja, dat is mooi. Maar begint er maar aan in een klas van 12 of 13. Die allemaal in op één zullen kunnen gebruiken. Ik vind het gelooven, maar wel in heel goede afspraken. En ook in de omkadering die daar moet volgen, natuurlijk. We hebben geen psychologen, we hebben geen orthopeda hoge. We hebben zelfs geen uur om te overleggen. We moeten dat tijdens de middagpolle zetten. Als we dan even samenvat. Wat ik opel, zingen hiervan. Het hal is inderdaam het af van die dubbele functie van die bestroom. Kiezen is de remediungsrecht of het eerste jaar van het praktijk richt onderwijs. Als we allebei willen moeten we de apart organiseren in remediungsrecht. We moeten kijken naar lucht, ruimte voor leekrachten die in die bestroom staan. Er is de lucht iets geef in het aantal uren dat leekrachten in dat zeken er onderwijs geven. Dat is het grote verschil. Je moet dat er bekeken worden of dat toch wel proportioneel klopt. Naar de last of de druk die het met zich mee brengt. We moeten een keer, wat ik nog gezegd. We moeten de regelgeving herschrijven. De laterval staat in de regelgeving. Mijn concreet voorstel waar ik al overal is. Jullie hebben het wel gelukkig of gaat dat al, maar nog eens mee opgepikt. Waarvoor dank, schakel trekte. Iedereen vind ik wat mij betreft moet alles kunnen starten. Maar, zoals aan u trouwens in hoge onderwijs is, je legt een taal te staven als het niet goed is. Als we de remediering krijgen. We wilden je elektriciteit doen. Mijn goede valet, hier is een basisproof. Oei, dat lukt niet. Gehaal de herstit moet doen. Maar andersom ook. We wilden je vanuit elektriciteit. Laat het eind doen. Waarom niet? Hier is alle provkeur. Luktani, dat gaat de herst waar moeten remedieren. En schakel, dus ik geloof heel hard in het afgebak en schakel treikte. En heel toegankelijk onderwijs voor iedereen, maar niet in één richting, zoals de water wel nu is. En ik al laatst misschien die basis onderwijs, vind ik het minimum doelen nu. Meer op die buffierde leerwijs gaan kijken van de verstaalse. En misschien ook die kennis basis bij iedereen gaan voor de groote. Kan ook wel onderstappen zijn. Ja, ik vind het wel belangrijk. De de onderliggende doelen van die nieuwe minuumdoelen is toch wel om die gelijke kansen nog verder stimuleren. Het feit dat iedereen met dezelfde, eenzelfde kennisrijk, curriculum start of in principe zou moeten starten in zekeneer onderwijs. Ja, vergroot voor veel en ook de kansening. Als dat treikt, effectief. Als het effectief goed wordt. Daar gaan we binnen vijf jaar inderdaad. Ja. Al een drie punten. Noem moet dat starten. Als dat al gelijk duurte. Dan klopt het heel ons concept van de beest waarom het was om nu is. Klopt ook gewoon niet meer. En laatst daar moet je het basis onderwijs aandacht. En toestjazen zijn voor de praktijkgichten van het eerst. En daar is niet een dag nog technopolisch. Ik ga een koeilerkreus. Het is niks met plaatsen. Nee, het is technopolisch. Het is fantastisch. Maar wij hadden er vrouwen. Nee, maar ook naar de school. Een interviewe. Nee, nee. Ik wam over bij de cafetaria, alle clichés, waar de jufkus hun koffie aan trinken. En de kindjes aan het spelen zijn. Amal heel fijn. Ik goon het ze allemaal. Maar dat is niet aandacht voor stem. Absoluut. En ja, gewoon de kinderen van het basis onderwijs is binnenbrengen in die school voor de plettrek klopt. Ja, het kan echt wel tot de verbeeldingspreken denken. Ja. Ik heb een heel mooie schoolen van gezien ook. Ja. Met heel mooie infrastructuur. Ik denk dat zoveel aanspreks scholen. Naast de onze van zich verkinderen. En jongeren veel meer tot de verbeeldingspreken. Dan het klaslokal waar je zien is of latijn wordt gegeven. Zoals mijn dochter van de week in de Azoeschool een dag profjes moest doen. Ze zitten in de vijf natuurwetenschappen. En ze moesten allemaal een workshop voorbereiden. Want de kindjes gingen komen. De kindjes zijn gekomen. Hij zegt ze allemaal. En allemaal gedaan of dat we hier al die profke schillen dagen mogen doen. Maar ja. Nou vandaag is gedaan. En dan niet eens een cupcake. Weet je al dat er geen meer? Maar iedereen was blij. Dat is de Azoesgoed. En dan komt er bij ons. Ik doe ogen uit. Ja. Zodat mij in een dag niet toe komen. Ja. Ja. Het is zo weg. Oké. Kerstin Anders. Katrin Thondt. En jullie beis het heel zo dank voor het gesprek. We vragen dat niet. We vragen dat niet.

Podcast Summary

Key Points:

  1. De beestroom is een onderdeel van het onderwijssysteem bedoeld voor leerlingen die nog niet alle eindtermen van het basisonderwijs hebben behaald.
  2. Leerlingen in de beestroom zijn vaak kwetsbaar en hebben meer kansarmoede-indicatoren.
  3. Er is een discussie over de visie en organisatie van de beestroom, met problemen rond de keuze tussen praktijkgericht en theoretisch onderwijs.

Summary:

De beestroom in het onderwijssysteem richt zich op leerlingen die eindtermen van het basisonderwijs nog niet hebben behaald. Deze leerlingen zijn vaak kwetsbaar en hebben meer kansarmoede-indicatoren. Er is discussie over de visie en organisatie van de beestroom, met problemen rond de keuze tussen praktijkgericht en theoretisch onderwijs.

Er wordt gesproken over de noodzaak van remediering en oriëntatie in het onderwijs, met voorstellen zoals het instellen van een remedieringsjaar. Er is ook aandacht voor de diversiteit en leerachterstanden in de beestroom, en de behoefte aan een betere voorlichting en oriëntatie voor leerlingen. Er wordt gepleit voor een verandering in de benaming en aanpak van de beestroom om de keuzemogelijkheden en kansen voor leerlingen te verbeteren.

FAQs

De beestroom is bedoeld voor leerlingen die de eindtermen van het basisonderwijs nog niet helemaal hebben gehaald. Leerlingen in een kwetsbare positie met sociaal-economische uitdagingen en speciale onderwijsbehoeften vormen een groot deel van de beestroom.

In 2013 ging 13 procent van alle leerlingen naar de beestroom. 10 jaar later was dat 13,4 procent. De leerlingen in de beestroom hebben vaak moeilijkheden en komen uit kwetsbare posities met beperkte ondersteuning thuis.

De beestroom staat voor grote uitdagingen vanwege de diversiteit en achterstanden van de leerlingen. Er is een gebrek aan passende ondersteuning en oriëntatie naar de juiste studie- of beroepsrichtingen.

Er zijn aanbevelingen om de beestroom te destigmatiseren, te differentiëren en meer te focussen op remediering en oriëntatie. Het is belangrijk om de praktijkgerichte vakken te versterken en de leerlingen beter te ondersteunen in hun studiekeuzes.

Er wordt gesuggereerd om remedieringsjaren in te richten om leerlingen op het juiste niveau te brengen. Ook wordt gepleit voor meer aandacht voor oriëntatie en onderwijsbegeleiding om de kloof tussen leerlingen te verkleinen.

Er wordt voorgesteld om talentcenters op te richten waar leerlingen gepersonaliseerde talentrapporten kunnen krijgen. Daarnaast is het belangrijk dat zowel leerkrachten als beleidsmakers meer kennis en inzicht krijgen in de noden van deze leerlingen.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.