Go back

#19 VO2max

42m 21s

#19 VO2max

In deze podcast bespreken Michel Dutter, Gido Hartensfeld en Jim van de Berg de rol van VO2max bij hardlopen, als onderdeel van vier prestatiebepalende factoren: VO2max, efficiëntie, critical speed (VT2) en duurvermogen. VO2max, de maximale zuurstofopname, wordt gemeten in een laboratoriumtest van ongeveer 6 minuten en fungeert als een plafond voor aerobe prestaties. Critical speed is het hoogste fysiologische evenwicht dat een loper een half uur kan volhouden, zoals bij een 10 kilometer. Duurvermogen meet het verval van deze eigenschappen na langere inspanning en is cruciaal voor de marathon. De sprekers benadrukken dat VO2max niet de belangrijkste factor is voor lange afstanden; critical speed en duurvermogen zijn bepalender. Training kan het slagvolume van het hart, capilarisatie en mitochondriële activiteit verbeteren om VO2max te verhogen. Ze verwijzen naar het Sub2-project, waar atleten met verschillende profielen (hoge VO2max, hoge efficiëntie of sterk duurvermogen) dezelfde prestaties leverden. Voor de marathon is het belangrijk om de verhouding tussen critical speed en VO2max te optimaliseren, vooral in de voorbereidingsfase.

Transcription

7730 Words, 41724 Characters

Dutch
MUZIEK. De nestdoor van het coach-gilden, de poster boy van de Nederlandse marathon-seem en de vuurendende wetenschappen. die zich vol overgraven in de wereld van het hartlopend denken moeten storten. Michel Dutter, Gido Hartensfeld en Jim van de Berg. Gido. In het interro, zegt we, hartlopen. De makkelijkste portometen beginnen de moeilijkstomvol te houden. Nu zie ik dat ze juist met je van de pool, hoe hier is begonnen. En eventjes 10 kilometer afwerkt. In wil het wel goed zeggen, 33 minuten. Nou, 34, 32 kilometer op die 10 kilometer. Veel toe een maxesie, denk ik. Want ik jij. Nee, sowieso niet. Een ruimere half uur, dat is een rijke lichtkiel speed. Maar ik ben hier of die volle uitging of die kabonnen en dat er nog een serieus wets is. Zo is ook een kabonnen. -Hert kabonnen. In een wetsetje of een moment op je die. Wij zeggen hier allemaal, hebben we net gelunst. Iedereen van Joijn, Ren, we zitten hier met 15 man aan tafel. Iedereen zegt hoe en aan. Ik zeg 32, over 10 kilometer. Wat is jij Michel? Prima. Nee, jij is net iets anders. -Niet in drukken. Ja, precies. -Ja, dat is wat Gido zegt van het lichttraan. Wat we met welke instekje in hun natuurlijk ingemouw, is hier volle bakking, dan vind ik 32 dat niet zo bijzonder. Nee, ook niet voor een, daarvan uitgaan dat hij weinig hart loopt. Hij loopt af en toe, toch? -Ja, we weten niet zo goed. Maar hij mag nog kroschen? -Ja, hij gaat zeker wel krossoritzoen. Maar het is als je het zeker met kabonnen, dat helpt zo veel. Ik heb nu weer recentelijk de nieuwste feitbevlaje om mijn voet te gaat. Ja, je benen worden gewoon minder vermoeid. Als je als een fietser dan vervolgens dat aantrek, dat schuld heel een hele hoog. Maar weet je, gehoord dat hij wel doet? Als je dan van natuur een hoog feitermax hebt, dan is die transfer naar zo'n 10 kilometer. Ja, redelijk te doen. Want dan ga ik het over hebben. Het wist niet bezij over de transfer, maar we gaan het hebben over feitermax. Ja, maar dat is wel leuk wat je opening sa is wel leuk. Want we zijn er lunch in en we zitten gewoon en de community hier in. Ja, al die kallacollegers. Die gaan dus wel gesprek van de lunch, dus met je precies bereikt. Wat een bedoeling hoor. -Veel dat dan mooi eigenlijk? Voor z'n site-step? -Ja, ik. Kou er wel van. -Ja. Dat weet je op elkaar opstoken. -Precis. We denken dat hij het schijnt dus van strafen af te zijn. Of tel die jullie allemaal. -Ja, die zijn nu. En die zikken vingen naar iedereen en zie je wel. -Drie jaar geleden. Dat is duurhard, hè. Dat laten we voor alle fietsers. Ja, voor alle fietsers die. -Alle wuren het je schijke in de avond. God, verdomme zeg. -Hij is wel de baas. Ja, het is wel een baas. Hij had er ook een fietsje bij, ja, het was echt. Maar dit is ook geloofelijk. -Ja, maar wij denken wel heel. Ja, van ja, soms de stap dus iemand wereldtop fietser en hartlopen is. Minder grootands, om een mensen denken. Dus met kabeln tegenwoordig. -Ja, en dat denk en dat. En die stap is dan misschien. Zeker op misschien een 10 kilometer bijvoorbeeld, nog een relatief korte afstand. Of in spelen van alle vuur. -Ja, dat is niet meer dan alle vuur. En dan met die centrale visologief van bijvoorbeeld hartlomksysteem. Want dat is eigenlijk daarom stelde ik deze vragen, hè, jouw. Die stap is dan in de data relatief klein. Maar wanneer het echt hart open wordt en de afstander landen worden. En die karosserieen grote rolgeet spelen. Viggenzien? -Dan precies dan lopen economie gaan we dan over hebben. Dan wordt er ander verhaal, maar vandaag gaan we het eens even hebben. Wat ik denk dat dat was een Nederlandse topper. Dit even doet. Mijn kvoppen best een 5 kilometer loper in Nederland, die doet even zo'n duulopje hart. Even warming-upje, dan is het gewoon 29 minuten. Ja, ze zitten wel hier. -Kijt daar weer zo lekker de Michulien-tafel zit. Gaat je op een nemen juistandgegever voor? Nou ja, ik. Ja, het is wel. -Dat is goed, hè. Ja, wat leuk. -Ja. Ja, wat niet. -Oké. Nou, het is dat niets voor, lekker mannen. Veel twee max gaan we het over hebben. We duiken ze keertje de visologie in. Ja. -Het hebben we vaak gedaan, nee. Ik hou ervan. -Ja, je hebt echt zin in deze. Ik ook wel. -Ja, toch wel. Moet je wel praktisch houden? Ja, dat klopt. Wat het is geen anders kunnen we beter vernafd, we hebben het terugge. En naar de kroeg van gisteravond. En gaan we met z'n twee gewoon. We kunnen het eraf over hebben. Ja, nee, dat heb je helemaal gelijk in. Dus we willen ook tot er zo'n soort praktische aanbevelingen komen. Ik denk dat er een stukje visologie voorbij komt. Maar jij bepaalt. Nou ja, ik bepaal, ik bepaal. Ik mag de vraag stellen. En dan besluit jij gewoon waar je wel of niet hand wordt opgeeft. Maar niet in geval. Met altijd in het oog de luisteraar. Daar is het zo. Waarom hebben we hierover? We hebben hierover omdat het natuurlijk een van de vier prestatie-component is. En waaruit een hardlok prestatie- prestatie. Ja. -Dus dat is. De prestatie bepaalende factor. Ja. Oké. -En wij hebben hem wel genoemd van VV-toemanks. Dat is iets anders dan VV-toemanks. En de kleine V-stad wordt snelheid. En zoals we hem ook in de ren heb hebben verwerkt. Is hij. De 6 minuten test. Wat het 6 minuten is, is een hele goede proxie. Hoe hart je dan loopt over hoe. Het gaat ons niet om het getal, zoveel middeliter. Wat VV-toemanks is de maximale. Dat is eigenlijk het platform van je aerobie-system. Dat is de hoogst mogelijk snelheid. En dan in het lab gemeten. Op basis van hoeveel zuurstof je kan verwerken op spinie-val. Zuurstof nodig voor ATP-productie. En ja, daar heb je niet zoveel aan. Ja, dat is de maximale kapstijd van die zuurstofopname. Ja. En je noemde net het is één van de vier prestatiebepaalende factoren. Wat weet je dan? Wat zijn die andere drie dan? Ja, efficiëntie. Ja. Ja, in de. Zovee chantje met je zuurstof je brandstofop gaat. Ja. En ja, precies, critical speed. Of of. Of. Er zijn heel veel namen voor natuurlijk wat ze in de neem. Maar dat is de lactatreshoog, zo iets. VT2 precies. Precies precies. Precies precies. De plasma lactatstedi-state, lactatternic-point, whatever, alle elbole namen. We hebben een weigebruik, critical speed. Dat is eigenlijk het hoogste fieslogische evenwicht. Ja. Dus die terug naar matjeuw van de pool, de kast natuurlijk. Waarom ik hem zou duiden als een critical speed inspanning. Ja, dat is dat half uurtje wat die net vol houdt. Ja, precies. En hij iets harder. Wat bij wuren en een beetje ATP is dat toch? Ja, ja, ja, ja. Zalderde factoren, ja, dat is een fieslogische evenwicht. Die zijn simpel gezegd, 'gai iets harder'. Het wordt leven onheverredig veel onagenamen. En hij is rustig, denk je, dit is wel veel lekkerder. Dus dat is gewoon een fieslogische evenwicht. Op het gebied van aanemaling, op het gebied van lactatproductie, op het gebied van het etc. Ja. En dan hebben we nog een vierde component. Kan je ook schillen naam geven. We hebben hem als fatigueresistens, maar ik kan ook durability zijn of aerobic endur en zove duurvermogen, whatever. Ja. En eigenlijk is dat de component. Ja, ik leg hem het simpelste uit. Denk ik door te zeggen, oké, we pakken die eerste drie componenten. Ja. Dus we testen jouw idlap, dan komt er een paar waren uitveld van Max. Dan stuur we je naar buiten, anderhalf uur. En dat testen we je nog een keer. Ja. En hoeveel verlies van die eigenschappen van nummer 1, 2, 3 heb je nog? Ja, hoeveel eigenlijk de soort. En en dat is natuurlijk voor duursport, wel langen afstand. Dus hij is moeilijk te vangen ook in testen en dan we weten schap. En dat is natuurlijk wel laatst heel veel studies over. Maar. Ja, hij is wel belangrijk voor de langen afstand lopen. En dat. Het schild natuurlijk nogal, de 1 heeft veel meer. Dus je hebt een kamerlhoog veel te weer Max hebben, of een hoge kredel. Ja, maar dat is een verval enormist. Dan heb je er niet zo veel van Max. Ja, wat uiteindelijk in de slotvast van de marathon. Dus dat is de duurvermogen, maar daar gaan we een andere podcast over hebben. Seken precies. We hebben wat dat betreft lekker neergezet. Je hebt dus die vier pilaren, we gaan het vandaag over 1. on die vier pilaren hebben. Ja. De VVVTW Max, of eigenlijk dus de snelheid zeg je. in RENVVTW Max-Pace, de snelheid die hord bij die. Ja, omdat. Omdat namelijk blijkt dat je gemiddeld ongeveer 6 minuten die intensiteit voldoet. Dus als je een testprotekolle in de lap zou doen, een beetje suist of opname. Je doet. Ja, dat zijn natuurlijk wel bepaalde protokolle voor, maar die hoogste inspanning kan je maar 6 minuten voldoet houden. Ja. Dus het zit. Dus deze snelheid, die een stuk sneller is, dan de kritico-speed snelheid. Ja. En al helemaal dan de aromen rempel, bijvoorbeeld. Ja, ja, ja, ja. En dus daarom is het ook een plafond. En ja, dus natuurlijk een bepaalde verhouding nodig. Zeg wat tussen de kritico-speed en dat plafond. Dus ik denk dat bij Matjo die 6 minuten waren. we hebben helemaal een hoge licht dan die maximale steady state. Die net om schrijven die kritico-speed. Dus ja, en ja, waarom is die belangrijk? En voor welke afstand is die belangrijk? en voor wie is het belangrijk en zit er de risikozaan. Dan gaan we vandaag op in. Wat is je vet? We maks. Geen idee. Nee? We hebben nooit gedaan. Maar de stijde zo'n kariën. We hebben nooit laptesten gedaan. Nee. En dat was. Zag je dat ook niet bij andere atleten of. Dat was het niet gangbaar? Kijk, ik kom uit een. Wat heb het er even andere praktijk waar het vaak gebeurt? Ja. Dus met een mondmascrop testen doen dat was in het hartlopen. Niet gebruikken. Nee. Nee, dat is niet dat ik dat weet. Nee. Ook niet naar trainingsplokken Gido dat je wilde weten van. Ja, we hebben nu geprobeerd, hè, van die fiipularen. Deze pilaar op de recke. Wat komt daar dan? Ja, als je toegang tot een lap hebt en heel goed samenwerkt met de. Nenspartificeloog, die heel gerecht kan kijken dan. Dat ik dat misschien wel interessant gevoelde. Ja. Maar het is natuurlijk wel vrij. Ja, complex door organiseren. Ja, het is een gedoeetje. Ja, en dan. Ja, en de vraag is dat of het nodig had nog had. Ja. Zeker. Maar dan zou je dus voor het een trainingsblok van op een gericht. Op de veel te max doen en dan je effect mee te. Bijvoorbeeld? Je moet natuurlijk wel gericht inzetten die. Ja, u ben helpt, testing, waarom gebruik je testen. Zou kunnen zijn, ja. Heeft deze jongen potentie. Wat is de veel te max? Ogenoeg. Ja. Doe je dat? Dat doe je niet bij andere adlaten ook op die minimale adlaten? Nee, dan zeg ik ga hem weer weg. Ik wil ik kan niks mee. Ik weet niet wat je er meer. Ja. Bijvoorbeeld. Veel succesgroep bij jouw houders. Doei. Wij deden veel meer van, oké. We gaan voorbereiden op een marathon. En. Nou ja, wat wordt het doen dan? Wat zou de volgende stap kunnen zijn? En dan kijken we terug naar, oké. Maar wat is het dan nodig op de halve marathon? Wat is een nodig? Een 10 km? Wat is een nodig op een 5 km? En nog onderliggende afstand? Ja. Als het dan op dat moment mijn 3 km of 5 km, al een tijdje niet zo bezwaast, dan. En dat kon we natuurlijk wel basis van training of. Ik kon het wel berseren. En zeker, dat het heel erg belangrijk na mijn blessureperiode toen ik uit de. toen ik Moskouw geblezen had was geweest. Ja, dat zag je wel de disnelle mission die ik ooit in het verleden was. Ja. Die werd wel zo wat minder. Minder. En. Ja. Dan wist er wel, ja, dan moeten we wel een periode wel gaan. In gaan investeren omdat we er op een hoge niveau te gaan krijgen. En kijk je dan bijvoorbeeld wel naar een denes 6 minuten test bijvoorbeeld. Kijk je nou dat soort waarde. ij deden dat toen nog niet. 6 minuten testen. Maar wist dat toen nog helemaal niks. Nee, maar. Nee, maar. 3 km wedstrijden natuurlijk. Ja, dat is. Ja, loopt maar onder de 8 minuten, want ja, als je niet onder 8 minuten loopt, kan je ook niet. Ja, 13. Maar kijk, als je het gezet is voor je in de buurt. Ja, maar het is natuurlijk. Het is natuurlijk eigenlijk heel simpel, dat het ook simpel en praktisch houden. Als je. Kijk naar een. pouw duration curve in ons geval een pace duration curve. Als je een hordisch onttaal profiel hebt, dan heb je gewoon. weinig verval van je. Van je. Het laat we zeggen, je 3 minuten waarde of je 5 minuten waarde, je 10 minuten waarde. Dus zijn 3 km prestaties 7 minuten. 59. 59. Dat is net onder de 42 per kilometer. Maar dan kan je natuurlijk al niet 13 20 loop op de 5. Wat is nou? Het zal stappen. Ja, dat is net zo hard. En je hebt natuurlijk verval. Ja, je doet bij mij iets langer dan bij jou. Ja, maar normaal, normaal, je naar rechts gaat op de curve, heb je natuurlijk bepaald verval. Maar je kan natuurlijk. Dus 62 minuten op de halve marathon. Ja. Ja, dat betekent al een split tijd voor op de 10 van 29 plaag. Ja, 29 15? Ja. Dus op het moment, als je er 1 in je 62 wilt lopen, moet je natuurlijk wel. 29 25 die kunnen doorkomen. Dus dan moet je ook wel 28 30 kunnen lopen. Ja. En als je 1 kan geen 28 30 lopen, als je 14 minuten lopen. Nou, dus dat is het een beetje. Dus je hebt al een maasje, snap je dus. En dat is voor haar rekenen al net zo'n wandens natuurlijk. Ja. Ja, wel, ik want. Dus je moet kijken naar die kurven van waar zit dan de beperking. en in je periodicering ga je. plaatsen dan. ef terug naar de marathon. En dan even toepassingsniveau voor de luisteraar. Uiteindelijk in de specifieke fase voor de marathon is. lingst op de kurven niet het belangrijkste. Dat is niet specifiek die 6 minuten waren. 6,6 minuten waren er was voor. Dat is het dus eigenlijk voor een hele. voor een lange afstand lopen, voor een marathon lopen. Ja. Is die VO2 max? U verhaald niet de belangrijkste prestatie-component. Voor iemand die drie. drie uur lang aan het lopen, is of vier door lang aan het lopen. Ja. Maar het zou wel kunnen zijn dat die kurven te horen zo'n taal lopen. Dat die kritical speed of die threshold. veelte dicht op die 6 minuten waren. Dus er kan een moment zijn dat bedoelden jij net. meten je op de snelle Michelle dan heeft. en dat je dat voor de vondus even iets wil oprekken. om weer ruimte te geven om die andere wereld. Je is legt het heel goed uit. En in de periodicering zou ik dat dan. in de vroeg in het seizoen in de offseason. om ruimte te creëren voor die kriticalste. ok, we duiken al enorm de diep te in. Wat lekker is hoor. Ja, je hebt dat dan ook. Ja, ik ook. Maar dan gaan we een gekkelein stapje terug. want die VO2 max. Oké, dat is dus dat plafonde maximaal kapistiteit. waarop ja hart, longen, spieren, zuurstof eigenlijk kunnen opnemen. Waar zit dan meestal de bepekende factor? Nou dat ging wel. Jouw vragen dat systeem. Ja. Ja, ik ben de treinig jaar de wetenschappen. waarder ik ga het zeggen en jij kan me kondiseren. Nou, ik kan op heel veel verschillende factoren zitten eigenlijk. Maar. Kijk, het zijn de long blaadjes waar je zuurstof op moet nemen. Ja, voorgens hebben ze. Die is celde beperkt. Dus bijvoorbeeld ook een long volume test. ge eigenlijk niks over de man's VO2 max. Maar z'n ook niet mijn antwoord geweest. Dus dan hebben we volgens de helemaal gabine. de transportkapciiteit van het bloed. Het is bloedvolume. en natuurlijk de constructie helemaal gabine. Absoluut, dat is de HBO2 complex. en die de suurstof binnen. Dat zijn de vragen waarjes die de suurstof rond het lichaam. brengen naar de spier toe uiteindelijk. Precies, precies. Of die hartspier die pomp dat rond. Maar het hart is eigenlijk de supersaat superpek in de factor niet. Het maakt niet uit of je een maximale hartstel bereikt kan bereiken. Nee, maar je hebt 200 of 160. Oh, zo, nee. Maar in eruit de slagvolume. Slagvolume? Ja, dus ze kracht. dat geeft de hogere cardiac uitpoet. Ja. En wat je dus vooral treint op die hogere in de ziteit is het slagvolume van het hart. Ja. Maar is de vraag of een tekrachtig hart niet veel energie verbruikt voor. en Marot dan lopen op wat lager in de ziteit? Ja, wat het. Wat het lichaam is een complexie-stem. Dus elke verbeterij geschap heeft weer een trade-offer gezonders. Ja, maar dan nog even een de spieren toe. Ja, wacht ging er wel lekker op FF. Kapularisatie van de bloedvater. Ja ja. En hoe meer vertackingjes je krijgt in de spieren. hoe beter suurstof aankekomen. Ja, hoe meer snelwegen naar de spieren, hoe meer vrachtwagen ze kunnen rijden naar de spieren. Ja. En dan in de spier, ja, spierveels die per verdeling. Ja. Want hoe meer slotwitsfezels, hoe meer. en die hebben meer mit de gonderea, meer de gonderea, zijn de energie-verbriekjes. Precies. En dus een zinmarktiviteit. Dus als je een fabrieke meer ATP wil laten leveren, dan moet je meer fabrieken hebben. Ja. Meer snelwegen naar het fabrieken, anders is dat er bepekende factor. en ook meer werkneemers in de fabrieken. Dat zijn dan de enzienmen. Ja, de enzienmarktiviteit. Jij meekte het eigenlijk nooit in die testen, zeg je net. Dus waarde is in een soort van het vaak uitgedrukt in een milieelite per kilogram per minuut. En het interessante daarvan eigenlijk van die waarde is, of waarom het ook vooral vaak gemeten wordt,. is dat je dan ook ja sporters van verschillende domainen weer kan vergelijken. Maar dat ben je als sport er zelf en als trainer niet ingeïntenseerd? Vertel. Sporters onderling vergelijken. En dan is het wel van verschillende domainen. Ja, bijvoorbeeld. Ja, dat is van wat voor profiel ben je als al deed. Ja, wat is dan hoog en wat is dan laag? Ja, wat is wat interessant is, bijvoorbeeld als je inuit het. dur is veel data, veel. en het subto-outproject. Dat zijn die wetenschappers die hebben natuurlijk dat rapport gepubliezerd over de drie lopers die gezelecteerd werden. om onder de maag in de twee uur bekomen. Ze hebben wel gezelligteerd wat je kan natuurlijk nooit onder de twee uur lopen. als je niet achter vijf tot vijf tot vijf tot vijf minuut op de halve marathon lopen. Dus dat zijn mensen met een. Ja, daar hebben ze een keer een die vier pilaren denk ik. Ja, ik denk dat ik al spiet en dan zei ze vervolgens gaan testen. Ja. En dan zie je dat ze alle drie anders waren. Dus ze lopen allemaal ongeveer even een hart op de halve marathon. Dat maakt het verschil niet. Maar onder de motorkap had dat één halden uit een hele hoge filtermax. De andere athlete. Dus die kritikospiet was ongeveer hetzelfde, he. De ronde keven af. De andere athlete had een lager filtermax, maar daardoor kan hij als niet anders ook een hele hoge fissioncie. En weer een athlete, en dat was erleerd. Die koppelde dat ook aan een giga sterke fatieke resistent. En die had amper vervol. En dat maakt natuurlijk interessant, maar dat was er geen die overblijven in het redden. Ja, en ik denk dat dit ook stiekem het inzicht geweest is. In ieder geval in het wielrennen van de afgelopen aan 10-15 jaar ongeveer. Met name in Scandinavia, en Scandinavia onderzoekende weetschap daar. Dat was altijd een hele grote nader op filtermax. Veel onderzoeken, ook veel interventiestudies naar training. Dat was eigenlijk de prestatie bepaalende maat altijd filtermax. Maar daar zien we heels een test doen van tevoren en een test en een afloop. Zie we dan filtermax verbeteren. En volgens mij de laatste 10-15 jaar is de echte inzicht gekomen. Ja, dat is echt wel iets, maar het is juist die fatigue resistent. Maar het is ook de gouden standaard, het is het makkelijkste meter volgens mij. Ja, vind het grappig dat je dat zegt, waarom? Nou ja, omdat het meest suiver is, suurstof als eneheid, de suurstofconsumcie als capaciteit eneheid volgens mij. Ja, maar het is toch behaai, je hebt een mondmask nodig, je hebt suurstofaneliza, parat nodig, je moet iemand op die erger mee te zetten. Jawel, als ik iemand een durability test, hoe moet ze dat dan vaak wel laten doen? Ja, dan zet ik Michel, anderhalveur op een loobband, voelpen erger mee op een bepaalde pees van bepaalde drempelwaardes die bij Michel passen. We doen een bepaalde intervention en we doen een zes weken later dat opnieuw. Ik weet dat ze jou door mij normen, maar hoe kom je dan tot een eenheid van durability? Nou, dan kijken we dus hoeveel verval er optreekt in die anderhalveurs test bijvoorbeeld. En in die andere. En dat doen we vaak. Vooral in opgebied van een suurstofvondnamelijk taatwaarden zelfs RPE hoed voor jezelf voelt, drempel, en een al die waarders wordt dan gekeken. En als dat verval dan minder is na een intervention van laten we zeggen zes weken, ja dan weten we dat die intervention een bepaalde effect heeft gehad op durability. En een grappig een beetje. - Eens. Je ziet nu heel veel van dat soort studie is eigenlijk, waar het dus veel meer gaat over. Ja, fatigue resisten stets, durability test, een beetje zelfde termidomekare te gebruikt. Terwijl je vroeger eigenlijk altijd zag de heilige graal in sport is feo termak. Zijn volgens mij precies wat jij eigenlijk zeg maar wat je dus. Ja, die jaar geleden ook om het Michel D. Pilm in de naadruk leggen op dat verval. Ja, maar logisch, het is toch logisch dat een. een. een metric zeg maar van. een intensiteit van zes minuten. Dat is natuurlijk niet. De. denk na dat is natuurlijk niet de prestatie bepaalende factor van een inspanning van drie uur. Ja, dat ben niet met je onheins, want ik vind het grappig dat dat inzichten dus vroeger minder was. De word het toch snel naar die feo termakst test gegreid? Ja, die threshold, die tweede threshold, is dan natuurlijk sowieso interessant. Dat is wel een groter coronalatie. Ja. Maar ook running economy. En dat is dus standaard op een submaaktie, maar alle inspanning, een loban neerzetten. En dan naar suurst of verbruik kijken. Ja. En dan. Maar dat soort testen hier dan ook niet denk ik. Nee. Maar toch denk ik dat wij konden het gewoon heel makkelijk plaatslaan door. trainingen te zien, rond die feo termakst. En dan ja, was dat of wedstrijden. Ja, en is dat nu veel doen op dit moment of niet? Als je nu straks de maratom voorbereiding ingaat en je wilt de volgende stap maken. Ja of nee. En dan vink je hem af. En dan is het of door of. Nou, we hebben nog meer tijd nodig. Dat is. Dat is laat daar denk ik wel de spijker op gekop, want ik denk dat je dus in de hardloop praktijk wel veel vaker die tijd rit eigenlijk doet. Ja. Waar wielrennen ook voor climbers. Ja, niet iedere training is om hoog fietsen. Of een berg op fietsen, waardoor je zuiver test data ook hebt. Ik denk dat je uit de hardloop trainingen. Ja, toen we het veel meer zuiver testen hebben. 12 keer 400 of. 7 keer 600 of 3,3 keer 800 of 2 keer 3 keer 800. Ja, dan zie je heel goed wel waar dat naar toe gaat. Ja. Plus de wedstrijden nog hier dan her. Ja, het is een benchmark trainingen meer. Ja, het erop is zich van. zoes de vopname. Ja, toch wil ik nog één dingetje over die getallen en daarna gaan we ook van jou. howveel fietsen, makst trainingen zou je dan moeten doen bij voorbeeld of. we hoeveel fietsen, makst training. Maar nog één ding wel over getallen. Mijn Garmin geeft me iedere dag zongeverre slaatmende oren met de fietsen, maks waarde. Wat is jouw fietsen, maks? Hele is net heel erg druk geweest. Het is tot mijn deel. Op de fietsen. Ja, erop nog. Want ik kijk daar echt nooit naar. Ik zie wel echt een mooi stegende lijn van de afgelopen al of jaar. Hij is 60. Of jou? 60 milliliter per kilogram. Hoeveel zich die. Ik ga die van mij niet dan niet vertellen. Bij hij is 56. Ja. Nou ja, vind ik nog mee, vallen. Doeg. Stalt je gewicht goed ingesteld? Dat is natuurlijk een non-persaaltje een paar in de factor. Ik denk dat hij nog op 61 kilo staat. Ja, precies. En dan? Ja, dan ligt hij veel aller. Ja, dat is. Dus dan kom je. Ja, ongeveer wel 10 procent lager. Dat zit je 54 of 53. Dus je gewicht nu goed zo instellen. In Vielrennen hebben we ooit 1 ozkar Svensen gehad. Die had een enorm hoog feit om te maks. Namelijk van 97,5 milliliter per kilogramm lichaam zwicht. Dat is de hoogste ooit gemeten in Vielrennen. Die gozer is nooit veel verder gekomen dan een podium plek in de ronde van de alblassen waard. Ja, en hoe verklijden dat dan? Volgens mij heb jij dat net al goed gezegd. Met die vier pilaren is dit maar 1 stukje van de puzzel. En vroeger lacht er wel veel naadruk op. Er is ook toen ik nog begonnen beweegd, zwaait schappen te studeren. Er was er ook altijd een gedachten dat jouw feit om te maks beperkt trainbaar is. En daar kan je voor op zich voor zeggen, weet je wat het problem is? Ja, alles is beperkt trainbaar. Want ja, je hebt het nou ook gewoon te doen met in Raad de Tena wat je hebt gehad. Maar je pappen je mama. Hij is ook nog een vier pilrener. Dus die is ook nog eens een lang onderweg. Kijk voor een hartloper zou het nog kunnen zijn dat een 6 minuten waarde als dat een beetje rond zijn afstand. Ja, richt het te primetten. Ja, maar voor een martonloper dan bijvoorbeeld is het minder belangrijk dan in een daad voor die 3 kilometer lopen. Even zoals je net ook terechtzij. Maar kijk een beetje normale waarde, is dan misschien ook nog wel interessant. Over het algemeen bij mannen rond tussen de 40 en de 5. Dus ook wel he, een leeftijdsafhankelijk. Normaal het een leeftijd toeleemd nemen waarde's af. Bij een leem neemt ze het weer mart eigenlijk af. Dat is gewoon een normaal degeneratief proces van het oude worden. Afhankelijk natuurlijk heel erg van hoe liggenamelijk actief je bent. Ja. En zo tussen de 40 en de 50 bijvoorbeeld. Ja, is zouden we een soort van een waarde onder de 30 milie te per kilogram per. Men nu heel slecht vinden. En alles boven bijvoorbeeld de 48 vinden we extrem goed. Dus wat dat betreft, er staat Michel deze test. En bij de vrouwen ook weer omdat bijvoorbeeld het gewicht van vrouw van natuur iets je hoge ligt. Lichten er waardens ook wel weer een klein stukje lager. Zelfde leeftijdsgroep bijvoorbeeld rond de 21 mililitre. Zit je daaronder, dan wordt dat al zeer slecht gezien. En boven de in dit geval bij dezelfde leeftijdgroep, ja 35 ongeveer. Alles daarboven is zeer. Ik zeg, ik zeg, extreme goed. Vanuit gezondheidsperspectief. Ja en je Garmin, slaat je wel dood met die waarde. Ja wij moesten vijf minuten zoeken op jouw halloze waarde zat. Maar niet de ander halloze wat je uit de verpakking had. Is het tegenwoordig een van de meest prominenten met de riks op een Garmin bijvoorbeeld. Ook en dat is wel grappig. Pas de waarde zich aan. Wil je eigenlijk helemaal niet 6 minuten volle uit 6 minuten in spanningen doet. En hoe. En ik kom geen mondkapje aan te passen bijvoorbeeld. Ik wou net zeggen hoe reken die dat? Nee ja, goed. Ja, er zitten al gerid maand vast. Ja. Wat het doet is eigenlijk gewoon ratio tussen hardslag en in dit geval bij het hartlopen pace of bij duur en vermogen. Maar die verbetering kan dan toch ook uit verbeterde efficiency komen? Ja, dat zou ik heel goed kunnen. Ja. En dat. Of wat een. Dat is niet zo. Ik ben blij dat je het zegt, dus je moet eigenlijk een beetje een koreltje zou het nemen bij dit soort waardes. En als we al denken nou, het is behoorlijk. Ik goof dat zij zelf zeggen dat er een foutmaartje aan zou zitten van ongeveer 5 procent. Ja. Het is wel heel goed. Het is wel. Algeridmen wat ze hebben ontwikkeld. Dat is wel op basis van extreme veel data. Dus het is he, dat we. Ja. Dat is toch iets interessant. Het is iets zo maar iets. Ja, en waar. Wat dan de meest voorkomende fout is, dan effigieren in is dat dan mensen. Die zijn aan het treenen en bijvoorbeeld voor de marathon. En die zien dan hun VO2 max om laag gaan. En dan raakt ze heel een paniek, omdat dan een VO2 max wordt zo'n begrip. Ja. Eigenlijk. We hebben er zo'n. En die hebben er al heel veel over VO2 max. Ja. Maar die denken. Oh, gaat het. Gaan we even een meerdad over de recurities. Dat is weer iets te doen. Amateurlopen die dus. Die steeds ietsje meer gaat treenen. Gaat ondanks dat dat dus niet het belangrijkste doel is. Gaat dat plafond schuit wel iets mee omhoog. Dus je zullen op een garm je wel gewoon zien. Het is goed als iemand aan treinen is. En dat gewoon looz je zegt dat die vet we maks om laag is ook weer. Wat is uiteindelijk meer aan het tegen? Om het teur zo dat wel zin je meer aan het treinen is. Ja. Ja. Ja. Nou precies. Dat VO2 max, hè. Het is me wel een beetje duidelijk waarom je dat zou moeten treinen. En dat het stiekem dus niet zo heel erg belangrijk is. Dat is wel een heel belangrijk. Ja. Het getal zelf. Ja. Ja. Het is niet de belangrijkste pilair heb ik het gevoel. Tenzain drie kilometer lopen ben bijvoorbeeld. Ja. En tenzain het gevoel? Ja. Ja, we hebben natuurlijk een losse test voor de fissionie, een losse test voor critical speed of pay the threshold, en losse test voor PV12 max. Ja, terwijl vaak eigenlijk zie je dat workout ongeacht wat voor interval het is of het een V12 max in interval is of een tempo in interval. Want onderkutconspeed is het dan eigenlijk altijd een waspresentage bijvoorbeeld van het critical speed. En dat. Toe, iedereen ja. En dat we iedereen die raadseo zijn eigenlijk anders zijn. Ja, en als die dan beperkt is, dan krijg je als goed is meer van die trainingen volgens goud op. Ja, ik vind het goed dat je zegt, want dit is wel echt onderscheidend factor, die dat we aparte werkt allemaal met aparte. Een onofhankelijk van elkaar bewegen de trimpels. Ja. Welkom best trots op zijn. Ja, ik heb wel haar daar gewerkt. Nou ja, jullie twee hebben het voor zonnen. Wij hebben het wat dat betreft slechts uitgevoerd. Geen zin meer in standartsgeema's die niet. Niet werken, Ren maakt hartlopen slim en simpel. Van je eerste kilometer tot een halve of hele marathon, Ren helpt je met de schundige begeleiding en een plan dat echt bij je past. Normaal proberen je de app twee weken gratis, maar via de link in de show-not betjeent een koden waarmee je maar liefst vier weken gratis kunt proberen. Ga naar die site, pak je koden en downloadren. Ik heb het gevoel in de gesprekken met jullie en met namen ook met Gido. Dat je heel voorzichtig bent met het. Inplannen van feutemarksdredingen. Ja, en want. Waarom is dat? Of klopt dat u behaapd of? Ja, dat klopt. En ja, dat. Het is niet gauw dat dat bepekende factor is. De platformen schuift zo zo mee. Het klinkt allemaal leuk in theory en je hebt best wel. Als je die effecten afzet tegen de tijdse investering, dus de treinseffect per uur, dan en je weinig tijd, dan is het natuurlijk. En je gaat al elke podcast eindigen met wat is de shortcut. Nou, dan zou het wel een shortcut kunnen zijn. Ik heb weinig tijd en ik wil me feutemarks verbeteren. Doen al veel korte intervals. Dat leeft je natuurlijk wel veel meer op dan een rustige duurtraining. Ja. Maar dat is een shortcut. Dat zijn al die interventions, maar wij begrijpen natuurlijk mensen niet. om dat getallen op het holoog te krijgen. Ik denk dat dat dat zegt wat besurig is, dus de landingsimpact, die je hebt, het gaat onheverenig omhoog. En ik denk dat als je het agressief bent met dat soort treins vormen. En ook als de belastbaarheid daar nog niet is. Dat is de carrosserie dat niet te aankan. Ja. Ja. Een amateurloper die ongeveer 3, 4 trainingen per week doet, voorbereidend op de half van Marathon dit keer. Maar ik ben even iets minder lang. We hebben niet geconstateerd per se dat het feit van Max veel te laag ligt. Nee, en dat die quit-conspeed al. maar 8 second of 10 seconden per kilometer verschilt van de 6 minuten waren. Ja. Ja, dan kan je rustig vooral quit-conspeed gedoseerd blijven trainen. Dat leeft je gewoon veel meer op. Ja, wat hoef wak doe je dan? Hoe wak zeg je dan af die hit in te vallen? Zet 1 keer per week, 1 keer per maand, 1 keer per twee weken. Nooit. Eeeeh, nooit. Nooit zeg. Niet vaak. En als je doet, doe je een blokje van een aantal weken. Ja. En mensen moeten daar natuurlijk wel belastbaar doen. Wat doe je een blokje van een aantal weken? Een traeningsblok van V, V, V, V, V, V, V, V, I, Lang. Ja. Dan heb je de meeste, het is ook wel vrij snel effecten. En dan die dooft ook wel vrij snel uit. Die feit te max prikken. Ja. Dus die moet je gewoon alleen maar in blokperiodiseering. Ja, die je moet gewoon voorzichtig mee zijn. En je zegt ook. Maar dus en dus voor die persoon waarbij die marsje al ruim genoeg is, ja, dan zegt je nou ja, nooit. Want ja, is niet nodig. En pas als je marge wel heel klein is. En je richt je ook op wat kortere onderdelen en dat kan je nog niet schikt voor. Ja, voorbal, voorbal, voor Marathon, hoor. Dus dan, ja, dan wel. Maar je kan ook met de mikrodozering werken. Dus een heel klein stukje nog toevoegen aan het einde van een critical speed training of een gewoon een. Dus de laatintensiefe. Een klein blokje. Ja, bijvoorbeeld. Ja, bijvoorbeeld. Wat dat eigenlijk die adaptatie draaft, zeg maar, dat de prikkel is, is de hoeveelheid tijd die spendert rond die intensiteit. Dus tijd met 4 to 6. Een mooie enthengels. Per training, dat zorgt voor de uiteindelijke stimulers om die feit te verbeteren. Ja. Heb je natuurlijk, nou ga jij natuurlijk vragen of van. Heb je voorbeelden van trainingen? En dan zou je. En we gaan het even puur praktisch maken. Je doet de 6 minuten test. Daar komt er bepaalde snelheid uit. Die snelheid of die afstande aflegd in 6 minuten of snelheid, die wil je natuurlijk vergroten. Dan vergroot je je fef, feelt we maks. Als je die snelheid dan neemt en je gaat daar meer tijd doorbrengen in die intensiteit. Op dat tempo? Op dat tempo, precies. Dan kan je een feitdegen zou kunnen zijn. Een set van 6 minuten totaal. Maar dat kan in 6 keer 1 minuten met de korte pauze. Dat kan in 12 keer 30 seconden. Ja. Maar je snapt ook wel dat dan 4 minuten lang. Op die 6 minuten intensiteit, hartlopend. Dat echt heel zwaar is. Ja precies, je breakt hem liever op dan in een micro in te vallen. Ja. De onderzoeken bijvoorbeeld van Ruinestat op dit gebied. Daar ben ik toevallig wel bekend mee. Je kan meer tijdje in die feit te maks zonder wat doorbrengen. De beste bete je bijvoorbeeld 30-15s kan doen, bijvoorbeeld 3 sets van 13 eraningen. Ja. Dat is een klassieke met fietsen. Dat is een klassieke met fietsen in de daad, de Ruinestat. Dat is veel effectiever dan bijvoorbeeld 4-5 minuten. Want het probleem van 4-5 minuten is dat de intensiteit dan zo zwaar is. Dat je ook een groot deel van die 5 minuten eigenlijk niet echt in je. In precies, dat er voor moeiteit eigenlijk in treet. Ja, je moet dus heel veel en het is gewoon ook met taalhels waar. En dus als je hem opknipt en dan kan je cumulatief, kan je meer interesseer, tijd en herhalingen in die jaren. In die je. In de hartlopend op die snelheid. Het is dus ook niet te doen. Ik durf dus hier wel een klass had te beweren dat je niet 4-5 minuten of 4-4 minuten kan doen op de 1-6 minuten vol. Dat is gewoon pers. Nee, maar ook de voorbeelden die jij. Dan ga je natuurlijk naar 90% van die intensiteit. Ja. En dan heeft dat natuurlijk nog wel steeds een effect op de V12 max uiteraard. Ja. Dat is niet dat alleen maar 100% intensiteit van die V12 max dat dat effect heeft. Nee, zo absoluut is het niet. Nee, dat snap ik. Maar er over een heel toch weer niks, hè? Het voorbeeld dat je bijvoorbeeld noemt, dat is wel echt. Ja, het stand uit een stand uit V12 max treining in het vuurrennen is wel gewoon drie keer 13 herhalingen, 30-15. Ja. Dat is dus in 1,5 minuten. Dus dan ga je richting de 30 minuten bijna dat je een 1,5 minuten max tai een stuk zit. Maar het lopen heb je dan heel veel spiep aan. Nou, dan heb je heel veel spiep aan. Dan moet je echt een getreen dat het late zijn. En dat zou je naartoe kunnen werken. Ja. Bijna het late, we hebben bij de 3,5 kilometer. Een Nederlandse top-at-leed doet 7,5 minuten over de 3 kilometer. Ja, die doet dat wel. En misschien gewoon een serieus en wetsetlopen doet de 9 minuten over of die minuten misschien. Ja. En dan een 5 kilometer doen mensen wat langer over. Voor die wetsetafstanden is dat een specifieke intensiteit. Dus dan ga je in de specifieke fase dat doen. Maar dan moet je gewoon heel systemaat zijn gericht opbouwen met het ogenblasuurder. Ja, en dan gelaten we veelig zijn. Een gemiddelde amateurlopen komt daar niet, toch? Nee. Niet op dat niveau. Nee. Dus moral van het verhaal, VO2 max, een beetje belangrijk. En doe het vooral niet te veel. Wel belangrijk, maar niet te veel doen. Ja. En ook een beetje belangrijk, 1 is in schertjeend. Het is niet de belangrijkste vak. Niet de belangrijkste component, bijvoorbeeld op de marathon of een half en een half. Ja. Ja. Fair uit de mensenbelangerijken. Ja. Kijk, nou goed, dat doen. Dat is een numesteedment. Ja. Dat is een meeste risico's. Ja. Nou, ik vind dat echt een omnuchterend. Ik denk dat dat voor veel recreatieve amateurlopers, dat is even echt nog niet eens ingedaat hoor. Ik denk dat het voor jullie heel normaal te zijn. Maar. En ook nog even een bruggeje, een trainsatviesgericht op de critical speed trainingen. Sort dat je de intensiteit heel netjes uitvoert, wat een mooi wordt de intensities control, dat het dus als je dan het doel hebt, critical speed, trainen. Ja, de oef niet harder. De oef niet te. Nee, dat is een beetje algemeen het visjaar. Dat. Ja, je hebt wel straks een eigen moed. Net even wat te kunnen laten zijn. Nou, die laatste verhaard, nou, het zou trouwens kunnen. Dat is ook wel een luisteraasvraag die we gaan behandelen. Ja. Ja. Het is gewoon lekker om die laatste verhaard te doen. Nou, heb je wel een op zich valt wat voor te zeggen, hè. Dus je moet achteralig doen, je doet er zeven netjes op critical speed en de achter gebruikt je als V2 max pericol. Dan heb je meteen je micro doze te pakken. Maar het. dus ik zou je net het minst belangrijk van alle componenten voor de marathon, of voor de halve marathon, maar waar mensen soms een beetje nat op gaan is dat zoveel mensen dan zijn ze voor die marathon aan het lopen en dan. Ja, ik maak geen progestie meer of ik kan de volgende stap niet meer maken. En dan blij ik die gene een marchet te hebben van 8 procent. Ja. Dan wordt die wel belangrijk, hè. Dan moet dat plafond in je zwerees omhoog om die waarde stroom er ook een meest. Ja, dat is raar om te geven. Ja. Wat we bij Toezero 9 doen, is dan wel een. In de blockpidio die zeeering een blockje V1 heel te een maxtreiningen en en lasse. Ja. En dan doet zo'n blockje bijvoorbeeld? Nou, we meten dan ook het effect natuurlijk. Ja. Ze zes minuten ten. En die hal je dan opgeven met een halje dan natuurlijk. En dan dus meestal zes weken, acht weken. Ja, en dan doe je even iets meer. Hij misschien een volume naar m'n neden. En dan doe je even iets meer van die intensieveren prikkel. Ja, mensen ja, maar ik doe al zo veel. Ik doe meer volume, meer volume, maar ik word maar niet beter. Ja, maar dan moeten we nog even een stapje terug en werken aan het gene wat je nu beperkt op dit moment. En dan daarna. Ja. Ja. Nou, mooi mannen. Het is wel leuk, hè, om zo overtrekt, praten eigenlijk. Nou, absoluut. Omdat je je veel parallellen ook ziet met andere vakgebieden, maar ook zeker wel dat dat er die verschillen ontstaan. En precies eigenlijk die bootstrap de jullie nu plaatsen en ja, hoe belangrijk soms zit getal wordt gemaakt. Ja, dan is dit best wel een belangrijk bootstrap van, maak dat getal je behalve niet de belangrijk, maar doe het ook niet te vaak. en nou het praktisch dus de pak gewoon denk aan die kurf. Testsje zelf over 6 minuten, 5 minuten, 6 minuten. Ja. En ja, weet je ook bewust van de risico's. Maar u verhaal het variatie en dat is het hele principe van periodie. Die zijn niet heel te hetzelfde. Nee precies. Het variatie is dus alleen als je om die rijden kies voor bok periodie zinning. En dan kies je natuurlijk in een logische manier. Dus tijd voor je bij een lange martontreining gaat eerst. Er gaat een rustperiode in begin. Dan poet ze eerst die baas snel. Het weer een beetje op. Op een veilige manier. Ja. En dan heb je automatisch door het hele jaar reen of variatie. Nou, ik vind het ook wel lekker dat FH hebben uitgelegd waarom we dus in de REN app die drie verschillende drenples hebben. Hoe die los van elkaar hebben wegen en die allemaal hun eigen induiziteit hebben. Op basis van het profiel van de gebruiker. Ja. En dus op basis van die testen die ook in de REN zitten die we net beschrijven. Ja, dan kan je dus ze zelf ook achterkomen hoe dicht bijvoorbeeld die kwertikospiet tegen die 6 minuten via 2 match space aanzit. Ja. En dat was mijn bootschap net eerder in deze half de wegen deze aflevering. Als dan dat holoogsje keer veel twee moois hoog aangeeft of veel stelaag raak er niet van die paniek. Neem er niet te veel, neem er niet te serieus, maar neem die 6 minuten test van ons serieus. Want dan heb je veel meer aan dat dat holoogsje tegen jou zegt. Ja. Mannen, dank je wel. We zijn er doorheen. Ik wil nog even zeggen dat we natuurlijk weer een aanbinding hebben voor onze luisterhuis. Voor de REN app. Daar kan je helemaal gratis en voor niets. 4 weken lang. Met een beetje mannel, want als je een REN komt, dan kan je natuurlijk je accounts connecten en dan doet die een backveel. Dus dan laat je je historien. En als je een beetje hardlopje historie hebt, dan krijg je vrij snel al wel die testen ingeplend. Die kwert de kwartikospiettest, die V22 max test. Dus dan kan je er ook al snel achterkomen in de REN app. Waar de jouwdremp ons dan legal of hoe je het kort op die testen moet je natuurlijk alleen nog wel even uitvoeren. Want we weten bijvoorbeeld in Join dat verderweg de meest geskippte workout is de FTP test. De 20 minuten FTP test. Je zal wel zelf moeten doen, maar je kan dus op REN.com/lopschool. Kan je een aanbinding volgen en dan kan je in ieder geval 4 weken lang de app gratis en voor niets uit testen. Je kan natuurlijk ook gewoon naar de app store. Dan kan je de app downloaden en dan is die zo je zo ook 2 weken helemaal gratis en voor niets. Ik zou doen. Dit was een weer. Voor deze week de les is voorbij. Dank je wel Gido. Dank je wel Michelle. Tot de volgende. Plas. De is mis.

Podcast Summary

Key Points:

  1. De podcast bespreekt de vier prestatiebepalende factoren bij hardlopen
  2. VO2max is het maximale zuurstofopnamevermogen, gemeten in een laboratoriumtest van ongeveer 6 minuten, en fungeert als een "plafond" voor aerobe prestaties.
  3. Critical speed is het hoogste fysiologische evenwicht dat een loper een half uur kan volhouden, zoals bij een 10 kilometer.
  4. Duurvermogen meet hoeveel van de eerste drie eigenschappen overblijven na langere inspanning (bijv. anderhalf uur) en is cruciaal voor lange afstanden zoals de marathon.
  5. Voor de marathon is VO2max niet de belangrijkste factor; critical speed en duurvermogen spelen een grotere rol.
  6. Training kan het slagvolume van het hart, capilarisatie en mitochondriële activiteit verbeteren om VO2max te verhogen.
  7. Atleten kunnen verschillende profielen hebben (hoge VO2max, hoge efficiëntie of sterk duurvermogen) maar toch dezelfde prestaties leveren, zoals bij het Sub2-project.

Summary:

In deze podcast bespreken Michel Dutter, Gido Hartensfeld en Jim van de Berg de rol van VO2max bij hardlopen, als onderdeel van vier prestatiebepalende factoren: VO2max, efficiëntie, critical speed (VT2) en duurvermogen. VO2max, de maximale zuurstofopname, wordt gemeten in een laboratoriumtest van ongeveer 6 minuten en fungeert als een plafond voor aerobe prestaties. Critical speed is het hoogste fysiologische evenwicht dat een loper een half uur kan volhouden, zoals bij een 10 kilometer.

Duurvermogen meet het verval van deze eigenschappen na langere inspanning en is cruciaal voor de marathon. De sprekers benadrukken dat VO2max niet de belangrijkste factor is voor lange afstanden; critical speed en duurvermogen zijn bepalender. Training kan het slagvolume van het hart, capilarisatie en mitochondriële activiteit verbeteren om VO2max te verhogen.

Ze verwijzen naar het Sub2-project, waar atleten met verschillende profielen (hoge VO2max, hoge efficiëntie of sterk duurvermogen) dezelfde prestaties leverden. Voor de marathon is het belangrijk om de verhouding tussen critical speed en VO2max te optimaliseren, vooral in de voorbereidingsfase.

FAQs

VO2max is de maximale hoeveelheid zuurstof die je lichaam kan opnemen en gebruiken tijdens inspanning. Het is een van de vier prestatiebepalende factoren en vormt het plafond van je aerobe systeem.

De vier factoren zijn: VO2max, efficiëntie, critical speed (of lactaatdrempel) en duurvermogen (fatigue resistance). Samen bepalen ze je prestaties op verschillende afstanden.

VO2max is de maximale snelheid die je ongeveer 6 minuten kunt volhouden, terwijl critical speed de hoogste snelheid is die je in een fysiologisch evenwicht kunt aanhouden. Critical speed ligt lager dan VO2max.

Voor lange afstanden zoals de marathon is duurvermogen belangrijker dan VO2max. Het gaat erom hoe goed je je snelheid kunt vasthouden naarmate de afstand langer wordt.

VO2max kun je trainen met hoge intensiteit intervallen en testen in een laboratorium met een mondmasker en loopband. Een praktische benadering is de 6-minuten test, waarbij je de maximale afstand in 6 minuten loopt.

VO2max meet je maximale zuurstofopname, terwijl duurvermogen aangeeft hoe goed je je prestaties kunt vasthouden naarmate de inspanning langer duurt. Het verval van VO2max over tijd is een maat voor duurvermogen.

Chat with AI

Loading...

Pro features

Go deeper with this episode

Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.