De podcastaflevering van "Dit is de Bijbel" behandelt het verhaal van Jakob, een van de aartsvaders uit het Oude Testament. Theoloog Koert van Bekkum bespreekt met presentator David Boogert hoe dit verhaal, ondanks zijn elementen van bedrog, seksuele escapades en rivaliteit, uiteindelijk gaat over goddelijke uitverkiezing. Jakob wordt door God verkozen om de drager te zijn van de belofte aan Abraham, ook al is hij moreel ambivalent. De analyse benadrukt de literaire kwaliteiten van de tekst, zoals de zorgvuldige opbouw, herhalende motieven (bijvoorbeeld onvruchtbaarheid bij de aartsmoeders) en woordspelingen. De rivaliteit tussen Jakob en zijn broer Ezau wordt uitgebreid behandeld, vanaf hun geboorte tot de verkoop van het eerstgeboorterecht voor een linzensoep. Vrouwelijke personages zoals Rebekka, Rachel en Lea spelen een cruciale rol in de plot. De podcast concludeert dat het verhaal van Jakob, met al zijn complexiteit en menselijkheid, fundamenteel is voor het begrip van de Bijbelse boodschap over genade en goddelijke belofte.
Dit is een podcast van MPO Leister in the Eliezeer, de knechte kwam. De knechte van Abram, die bij die put kwam, kwam niet met tien kamelen beladen met geschenken. Dus de raagel gaat naar huis en niet verteld aan haar vader dat er nu weer een familie lid bij de put is. Je ziet laban bij een al glunderen van en wat treft hij aan, een armozzair die helemaal niks heeft. Je luistert naar dit is de bijbel. De podcast die je meenemt in de fascinerende wereld van het meest gelezen boek ooit. Elke aflevering prationalist David Bogert, met een expert over de mooie, moeilijke en merkwaardige kanten van de bijbel. Deze week met Theoloogkoert van Beckham. Een bijbelverhaal, maar dan vol, bedroeg, sexuele, escapades en mag spelletjes. Het lijkt soms zelfs verdacht veel op een zop. Maar het is het verhaal van de stamvader van de Isrelieten, Jakob, de zoon van Isac. Want ondanks al het geconkel is Jakob het eigenlijk toch bovenal de gene die God verkiest. En met hem woordsteld, letterlijk. Ja, er zijn weinig levens waar zoveel in zit. Wat kunnen we leren van dit fundamentele bijbelverhaal van Jakob? Ja, goed van Beckham. Mooi dat je weer aanschuift. Ja, leuk. En zeker vandaag. Ja, want vandaag is de feestdag van de heilige hieronymes van Strydon. Zesdienhonderd vijf, jaar geleden overleden. Zesdienhonderd vijf, vijf jaar geleden schreef Paus van Stiscus een mooie brief aan mensen die van bijbellees houden. Kijk, want bijbellezen is volgens hieronymes een vertaler van de vulgaten die lassebreus en grieks en discussies met augustienes. Dus even die eerste grote bijbelvertaal. Zeker. En volgens hem was het een daad van liefde en tederheid. Liefde en tederheid? Ja. Om de bijbel te lesen. Ja. Ook mooi. En voor de duidelijkheid, het is dus vandaag tinsdag als wij dit opnemen. Ja. Niet zaterdag als het online komt. Nou, het is toch mooi dat ze deze feestdag. Je moet eerlijk zeggen, hij zat niet voor hem. Ja, jij bent meer van augustienes, zij van de ongelooflijke. Ik ben meer van zijn briefgenoot hieronymes. Oké, nou misschien moeten we er ook een keer nog verder in duiken. Ja, jij bent toch wel een beetje mister oudertestement van dit te bijbelijk koert. We zijn wel veel afleveringen met jou gemaakt over de exodus, twee stukzen, over koningen, over David, volgens mij nog specifiek, over de wetten van het oudertestement. Ja, het is een soort omuit pitselijke bron. Ook nu weer, gaan we weer zo'n mooi verhaal optiepen. Zeker, prachtige teksten soms ook moeilijk. Ja, maar het heeft zeker, is het waard om erin te duiken? Absoluut, want ja, als je dat kan hebben over groot figuurijk, noemden we net wat David waar een aflevering over gemaakt hebben. Joseph Abram, hem natuurlijk ook een twee luik over gemaakt. Ja, kop, hoort omiskembar in dat rijtje thuis, toch? Als het gaat om echt te grote mensen uit het oudertestement. Zeker, ja, als je naar de boekjeendjes kijkt, hoeft ik 1 tot 11 de oorgeschiedenis en dan 12 tot 50. De aardsvader van halen of de aardsmoder van halen ook. Ja, Sarah hebben ook onnachspan. Zeker, en dan is het eerst een grote blok, is Abram. En dan een klein overgangetje met Isaac. En op het eind hebben we natuurlijk Joseph, wat we ook al besproken hebben. Maar daar tussen in zat nog steeds dat 1 stuk op. De verhaalcyklus van over Jacob. Ja, het zijn wel als je zo bereidtjes hebt aan Abram, Joseph, David, Jacob. Mosten zijn natuurlijk ook verhaalndigd aan besteden. Het zijn wel alweer mannen, maar ook in het verhaal van Jacob spelen vrouwen geloof ik een grote rol, hè. Spelen een enorme rol, hè, Rebecca. Die alvanaf voor de geboren eigenlijk een rol speelt in de verhouding tussen haar twee zons. Later ook een initiatief neemt de broer van Rebecca, die heeft twee dochters. Lea en Raagel, die een dominante rol spelen, twee slavenen van hun die een belangrijke rol spelen. Een dochter van Jacob, Dina, die een heel hoofd te krijgt. Dus zeker ook een aatsmoeders. Ja, precies, we komen het allemaal tegen. Ja, ik zeg het wel vaak, hebben we bereiders een aflevering dat voor. En we gesprek met jou, ik gister dan ook reducteur van dit te bijbel. En dan vaak komen we dat toch achterverrekt. Er zit nog altijd veel meer in zo'n verhaal dan we denken. Ja, dat is hier bij Oké, maar je kan elke zin, kan je eruit picken van dit verhaal. En dan zou je minuten lang bestil kunnen staan. Ja, het zit ongelooflijk goed in elkaar, ook in de bijbelwetenschap. Dus er is een traditie geweest omdat verhaal helemaal uit elkaar te halen en in verschillende bronnen onder te split. Maar er is echt een kind erin geweest in de jaren 70-80. Toen is ondeckt hoe mooi de vertel kunst van de verhalen over jaren kop in elkaar zitten. En dat er ook allemaal echt overhalen in zit. Dus ja, als jaren kopt natuurlijk naar haar aan gaat, moet je ook weer terug, maar ook daarom heen. Dus dat, er zit echt een spiegel bijvoorbeeld in dat jaren kop bang is voor eten zou en vlucht. En dat die dan weer terugkomt en weer tegenkomt. En ook dwarfst daar doorheen zitten allerlei, de comptel, kunst komt er weer iemand langs, die zegt waarom overkomt mij nu dit. En ik kan net zo goed dood gaan, dat zijn allemaal verschillende figuren die dat zeggen. En zo zitten de allemaal elementen in die dat we komen. Nou, ik denk aan de afleveringen met A-Bram, over A-Bram die we gemaakt hebben. Daar zat ook zo'n soort trap, een motif in. En dat vindt dat fascinerend, dat er zort onderliggend motif of een soort patroon in die verhalen besloten zit. En dat mensen, ik was zeggen, 2000 jaren, die zijn natuurlijk autestimentisch verhalen. Dus daar mensen al veel langer mee bezig. Dat dan, jat het of een jaren 70, jaren 80 is, daar komen toch dat soort patroonen op eens aan het licht. Op een moment dat dan mensen nieuwe dingen ontdekken de bijdelen. Mensen, begin met de op die idee komen laten we dat nou zoals zelfstandige literatuur. Heel precies gaan bestuderen in plaats van alleen terroristologisch of. En dat dan in 1 voorastende ontwekking worden gedaan over. de schoonheid van hybrose vertelkunst. En als je dan terug gaat kijken in de geschiedenis van de uitleg, zie je ook wat dat al die observaties die nu gedaan worden. Die zijn ook wel eerder gedaan, maar nog niet zo systematisch. Heran, bijna hebben we dat ook gezien. Alleen, ja, dat komt dan op een andere manier dan in een soort verborgen geschiedenis. Nou, boeiend en omdat het allemaal zo boeiend is, moet ik ook geëlegs zeggen. We weten gewoon niet of dit in één aflevering gaat passen. Want we hebben aan tekeningen voor ons, waarvan we denken, nou, hier zit zoveel in. Maar we gaan het gewoon merken, toch? - We zien het wel. We gaan gewoon beginnen. - Als we denken dat dit lapt echt uit de hand, dan bewaren het voorvolgende aflevering. We gaan het meemaken, laten we de bijboden bijpakken. En goed om altijd even de context te schetsen, natuurlijk. We komen uit het verhaal van A-Bram. Dat is daar opa, de grootvader van Jakob. Dat staat uitgebreid beschreven, bij elkaar uitgebreid besproken. Maar tussen A-Bram en Jakob zijn kleinzoon, is natuurlijk iemand Isak de vader van Jakob. Hij komt er een beetje bekijt van af en over Jakob en A-Bram staat heel veel in de bijboden. Maar Isak is toch vooral de zoon van A-Bram, de langverwachten zoon, die dan uiteindelijk ook een vrouw krijgt, maar dat is ook weer onderdeel van de hele A-Bram verhalen. Hij is daarna eigenlijk vooral de vader van Jakob. Dus het is daarover gespeegd, het meest ken ik een verhaal stuur, ik verneem dat over, dat hij over het verhaal wordt. Dan is hij nog jong en op een moment dat we Jakob verhaal binnenrollen, dan zien we daar Isak, die opnieuw hetzelfde probleem heeft geen 65 en 20 van af en 19 met zijn vrouw. Hij is getrouwd, met zijn nicht en ze krijgen geen kinderen. En dan staat er even heel kort dat hij wat of ze ook kinderen mocht krijgen. En dan staat er dat die 40 jaar oud is en dan begin het verhaal. En dan op het eind blijkt dat hij pas vader werd toen die 60 was. Dus ja, ik weet niet of wij dat volhouden, 20 jaar binnen, voor iets. En het dan als nog ontvangen. Maar ja, zo ziet er in een paar ziens soms heel weinig. Dat hadden wij natuurlijk enorm over kunnen uitpakken, maar het gebeurt niet. Het gaat bij Isak gaat het heel snel. En dan blij Jakob komen er veel verhalen, waar we nu over gaan hebben. Ja, en je stipt dat al aan natuurlijk. Daar zit misschien ook wel zo'n echt hoog die we wat ook vrijster en verhaal wat we kennen. Namelijk dat Jakob, het eigenlijk ook geboren wordt uit een moezaam, of die van langdurig proces tot dat hij u eruit sprake was van een zwangerschap. Bij de vrouw van Isak, Rebecca, dat zijn geen kinderen kon krijgen. Dat is wel weer zo'n belangrijk element, wat je het ook was bij die aatsvaders tegenkomt. Ja, dus de kinderen zijn altijd de kinderen van de belofte. De moet echt een godelijk ingrijpen aan de pas komen voor dat ze worden geboren. Maar Jakob, een zo is dat niet anders. Dus de staat dan Isak, die wat vuurig voor haar tot de heer voor Rebecca zijn vrouw. En de heer verhoren zijn gebet, we leren dus pas op het eind van die passage, dat dat 20 jaar duurt. Rebecca zijn vrouw, we hebben zwanger. Ja, daar zien we dus iets, een ego in van wat er met. Zanaag gebeurt hier wat ook was laat zwanger. Rebecca wel is waar niet zo laat, maar goed, als we dan helemaal naar het eind van Jakob verhaal gaan, daar komen we nog wel, maar dan zien we opnieuw een ego, daarvan. Dat is een allemaal die voorbeelden van de vertelkunst. Dat met terug, zelf de soorten bewoordingen worden aangeduid die je als laser herinneren aan. Ja, eerder zijn als die hebben plaats gevonden. Nou, om verder te gaan met de vrouw, Rebecca, die is dus zwanger. En wat blijkt? Dat is wel mooi nieuws, hij geleest van een tweeling. Van een tweeling? - Ja. En daar wordt dan ook gelijk iets heel interessant zovergezegd, dat de genesis is 25. De kinderen in haar lichaam botsen hard tegen elkaar. Als het zo gaat, dacht ze, dacht Rebecca dus. Wat staat mij dan te wachten? En ze ging bij de heer te raden. De heer zei tegen haar twee volken zijn er in je schoot. Volken die uit een gaan nog voor je hebt gebouwd. Het ene zal machtiger zijn dan het andere. En de oudste zal de jongste dienen. Jongen, oké, dus ze krijgt een tweeling. Die ook nog met elkaar, dat merk ze wel een blijkbaar in haar buiten. We zijn maar in haar buik, merk ze die strijd tussen die twee. Ja. Zelfs zo, dat ze de wann hopen van wordt. Ja. - En dan komt dat zinnetje langs waarom dit aan mij, waarom gebeurt, waarom overkomt mij dit? Dit gaan we nog veel vaker zien in die jaken verhalen. Ja. - En wat er dan dus gebeurt, dus bij Sarah komt er eerst een orakel, eerst een God spraak, een spreek van God over dat ze zwanger zal worden. Hier gebeurt het op het moment dat ze als wanger is en dat wordt iets verteld over de toekomst. En dat zal ze hebben onthouden en meegenomen. En aan die jongens verteld, ja, blijkbaar is er iets aan de hand met die oudste en die jongste. In het hebreus staat het ook een beetje cryptisch, dus in de MWV staat de oudste zal de jongste dienen. Dat is ook een terechten vertaling. Maar het staat er in het hebreus, zodat je niet schien ook omgekeerd kan lezen. Dus er is strijd tussen die twee en de cliffhanger die wat nu in de luchthand is de vraag. Kreg misschien toch de oudste e-zao, het eerst geborenrecht en de zegen van Abraham en Isaac mee en de God van Abraham en Isaac krijgt niet mee met alles wat daarbij wordt. Of is dat toch de ander, is dat toch jaakop? Ja, en er is ook die verspelling van toch wel dat die rivaliteit dat hij zich doorzet. Ja, en dat het dus volken zijn, dat ze ook opmerkelijk. Het ga niet gewoon twee kinderen, het gaat dus ook zoveel tegenwoorderen, twee volken. Ja, en dan komen ze te wereld, dus dat is natuurlijk ook een heel opvallende staat. Toen de dag van de bevalling was gekomen, bracht zij, dus Rebecca, in de daad een twee link ter wereld. Het kind dat het eerste tevorschijn kwam was rossig en helemaal behaard, als of het een aare mantel aan had. Ze noemde net e-zao. Toen daarna zijn broer tevorschijn kwam hield hij e-zao bij de Hugh Beet. Hij werd jaakop genoemd. E-zaak was 60 jaar toen zij geboren werden. Dus het is natuurlijk ook heel beelden beschreven, ook een broem te beeld uiteindelijk geworden. Een twee link wordt geboren, is komt de rossige behaarde, kind e-zao. En daar komt hij ja op de achteren en die houdt zijn Hugh vast, dat wil dat nou zeggen. Maar het interessante bij e-zao is dat dat behaarde, is dat in het hebreus dat dat heel erg lijkt op een bergland helemaal in het zuiden van het beloofde land zeer. En dat roodachtige is a-dom in het hebreus, dat is e-dom. En e-zao zal de stamvader worden van de edu-mieten die daar wonen in dat koning krijgt en zuiden van de roodensee. En dat is een roodachtige gebied. En daar heb je ook dat gebergde zeer en die hele werkelijkheid zit al in hoe die baby eruit zit. Toen minst zit dat, dat is het verband, wat het verhaal hier al de meenleg. Dus dat is bij e-zaoortgeval en bij Jaakop hebben we nog iets anders. Dus Jaakop's hebben we met elkaar gestreden en dat babyje om kneld met zijn haintje de heel van die ander. Zo van hallo, ik had eerst willen zijn. En nu is dat niet zo. Hij is de tweede van de tweling, maar die ambitie dat die eigenlijk de eerste haal willen zijn. En ook dat hij zijn heel bepakt en Jaakop wordt genoemd, wat wel een positieve betekent is heeft. Of een begot is, maar wat je ook zo kunt vertalen en hele lichter, een bedrieger. En ja, goed, we hebben het over Jaakop en bedroog, leugen en bedroog en hoe het langs komt. En dat de bedrieger wordt bedroog, we gaan het nog zien, we gaan het nog zien. We zien in die paarversen in geences 25 zien die hele toekomst die nog onbekend is die daar eigenlijk al in besloten zit. Ja, ja, ja, ja. Dat ze blijkbaar al zo gevecht voeren om wie de eerstgeborene komen worden. Dat is heel belangrijk, een blijkbaar in die tijd, in die cultuur dat je de eerst geborene bent. Dat is sowieso belangrijk, maar de lezer van dit verhaal weet dat er grote belofte zijn gedaan aan Abraham. Ja, land, nakomlingschap en zo'n koningen uit jouw voortkom. Ja, maar wie van die twee wordt de drager van die beloft? Dat is de spanning die je wordt opworpen eigenlijk Jaakop komt gelijk opmerkelijk naar voren als een potentieële, hele lichter en een bedrieger. Ja, dat is toch een verhaal zoals je dat bijna alleen in de bijbouw aan het geeft denk ik. En er wordt dus al beschreven dat Jaakop een eerstouw ook qua karakter nogal verschillen, want dat staat er ook toen die jongens opgegroeid waren, werd eerstouw een aanstekend jager. Iemand die altijd buiten was, terwijl Jaakop een rustig man was die het diefst bij de tenten bleef. Eerstouw kwal zeer op eerstouw gesteld, want hij adraag wildt braat. Ja, dat is natuurlijk een liefde van de manga door de maag, ik kan je zeggen, dat je van je zo houdt omdat hij lekker eten voor je binnenhaald. Maar Rebecca hield meer van Jaakop, ja, dus hier worden al echt twee soort bijna argetipers voor die neergezetten. Hij hebt eerstouw als de ruwen wilde man die jaagt, die er ook wild uitziet met zijn lichaamsbaring. En Jaakop, na rustig, die blijft meer in de buurt van de tent, die houdt er meer, ja, als meer mama's kindje. Eerstouw, mama's kindje. Ik weet niet of het zo moet zeggen, de staat dat hij rustiger is, meer overdacht zou ik zeggen, als je het verhaalde bij betrekkt. Moet je misschien ook zeggen, iemand die meer denkt aan de lange termijn, maar wel, dus ja, wel die vuurigheid, die strijd lust, maar wel op een heel andere manier dan eezouw, die toch veel ruur en ja, om behouwen her is. En ja, op die manier, ja, misschien ook wel de tegenstelling tussen het ruigen Edom en het herdersvolk van wat Israel aanvangelijk was. Ja, de jager tegen de heren. De vraag is wel van zijn het argetipen, ergens wel natuurlijk, maar ik denk dat het ook belangrijk is om onze ook wel in hun eigen persoonlijkheid in het verhaal recht te doen. Om ze niet helemaal op te sluiten in bepaalde argetipen, maar ook gewoon goed te kijken van "Hee, wat voor karakter zijn dit nou, en hoe ontwikkel is het?" Ja, dat is voor mooi dat je dat zegt, dat die karacters die komen ook echt in deze verhalen nog duidelijk naar buiten. Dat natuurlijk wel mooi in dit soort verhalen, het zijn niet soort sumeren afstandelijk beschreven verhalen, dat komt ook echt emotie in voor. Gaan we allemaal nog merken? Ja, dat was niet direct, in de passage die er op volgen. Ja, de hele opmerkelijke passage, waarin dat verschil ook dus niet broers ook weer duidelijk naar voren komt. En ze voegen een soort strijd uit om, ja, wat zou je zeggen, een bordsoep. Ja, wat er dus gebeurt, is dat idee van dat eerst geboren recht, wie gaat er nou met die zegen van Abraham en Isaac op virus die nou precies? Eerst zouden ze als eerst geboren, dus dat is de meest logisch. En ja, eerst zouden ze dan een keer wij ze ja gaan, dat komt die dood, moest thuis, en heeft die ontzettend honger. En dan, ja, in de bijvertuiningsstaat dan he, eens was Jacob aan het koken, toen Ezou uitgeput thuis kwam van het veld. Gauw, geven we wat van dat rode dat je daar koken, na het staat er aanken, geef me wat tevreden, dat wordt eigenlijk een woord gebruikt voor dieren, geef me wat tevreden van dat rode daar, ik ben tot sterven smol, zegt Ezou te gegaan. Zeg Ezou, dus dat idee van de dood, van hoe zo, eerst geboren recht, wat kan mij dat schelen, ik val nu al zo wat dood neer. Dat wordt omiddelig gebruikt door Jacob, en die zegt van, nou, wil ik je wel geven, maar zwemmen dan nummer 10 zijn Jacob. Ja, hij moet je eerst een geboren recht gekopen, zegt Jacob. Weet dat verkopen? Ik sterven van de honger, zij Ezou, wat moet ik met het eerst geboren recht? Zewer dat me nummer 10 zijn Jacob en dat deed Ezou, en zo verkocht hij zijn eerst geboren recht aan Jacob. Daarop gaf Jacob hem brood en linzensoep, het had er rode, bij mij wordt de linzensoep trouwens altijd meer bruim. Ik had daar voor open, zondag nog rode linzen, maar het wordt dan toch een bruim zoep. Oh, oké, ik ben medeert hoe Jacob dat precies is, maar ik maak ze wat je doet. Nee, dat was toevallig zo, oké. Dus hier in deze passage zit toch iets van dat karakter verschil, en dus ook iets van dat achterlosen van Ezou, die zo echt in het moment leeft. En dat superwaar de volgen wat God heeft gegeven aan die familie als geheel, ach. Hij leeft in de heren nu, ik heb nu honger, want ze zetten de honger, blijkt waar aan het zijn. Ja, het wordt later natuurlijk wel anders, maar nu kan het hem even helemaal niks geelen. Jacob is toch altijd van een babyaf aan voor zijn geboorte, al bezig met het eerst geboren recht. En er zit dus ook een woordspel, ook weer in deze passage, wat eerst geboren recht. Dat is begoraan en de segen waar het allemaal om eruit is beragaan. Dat zijn ook woorden die op elkaar lijken, zo'n klankspel van woenspellen. Ja, precies. Nee, en Ezou laat dus heel makkelijk zichzelf de kaas van het brood eten. En wat er aan ook ja, een grap in is, is dat Lins en Soepers vegetarisch. En de grote jager verkopen zijn eerst geboren recht voor een vegetarisch maalt. Ja, je zei dat ik zeg van geef me wat te vereten als of die lappen flees of zo verwacht. Maar hij krijgt broodroek, het past wel bij Edelm. Brood en Lins en Soep. Of dan naar een goede deel is omdat je eerst geboren recht voor te verkopen kan je afgaken, denk ik. Ja, als je denkt van anders ga ik toch dood. Ja, maar ja, het is toch een technische ruus en iets kortzichtig. Ja, en Jacob is meer. Ja, dus die is echt ruus. - Ja, dat is niet fijn. Maak bij spruik van de storte van zo'n broer hier eigenlijk. Nou, het is wel een spannend aanzetje voor dit verhaal. Maar daarna vochten we heren, zoals dat ook kan in de bijbel, een hoofdstuk, waarom komt dit hier op eens? Want dat lijkt nog gewoon ruwe onderbreking van het verhaal van Jacob en Ezou. Namelijk, dan krijg je dat isak en Rebecca vertrekken vanwege Homer Snoot. Ja, dat hebben we bij Abraham ook twee keer gehad. Zo'n verhaal waarin een normale familie moet vertrekken naar een gebied waar meer eten is. Daarin in een bepaalde verhouding tot de mensen die daar wonen moet staan. Zo'n goede verhouding bezeeglue je normaal met een huwelijk. Maar nu in dit geval zijn er weinig verder vrouwelijke familie leden die isak ten huwelijk kan aanbieden. En dus zegt die tegen de bek aan. dat dus net als of het zo'n zuster is, zo'n zes en die koning, die abbie meelecht, die zie je op een gegeven moment. Dat isak dat hij toch blijktbaar zichtbaar aan het vleurte is met Rebecca op een manier, of liefkoos, of hoe je het precies wil vertalen. Waar toch heel duidelijk uit is dat zij een relatie hebben, dat zij getrouwd zijn. Dus die zegt, wat heb je met nou aangetaan? Dit haalt zomaar fout kunnen aflopen, dat zelfde als bij Abraham, dat het uiteindelijk na een klesch ontaard in twee dingen eigenlijk. Eén, er wordt weer afstand genomen. Dus dat heeft de maken met dat verhaal van die zegen, dat die klen zich niet mag vermengen met het volk. Want die zegen is voor die klen, dat is voor de toekomst. Dat moeten we niet hier en nu al ons vestigen en ons blijven te verbinden met de mensen die hier wonen. En zo de zegen verspelen. En het tweede is dat het ook resulteert in zegen, in uitbundige groei van welvaart en van de zittingen. Ja, hebben we bij Abraham in een gippen en bij de finestijne gezien en hier zien we het weer met Isak en de finestijne. Weet het hele duidelijke echo. Ja, precies, dus dat, ja, is weer een bekend patron wat we kennen vanuit de genesis. En en ze worden dus gezegd, zoals je al zei, dus ja, ze kunnen weer verder trekken. En zo grappig dit hoofd, ik eindigt het ook wel met een grapig is, maar wel met een saiyan te. Met een saiyan te notitie, die even, de verteller, zou van onthouden dit even, dat dit een rol speelt. Toen 1 zo 40 jaar was, trouwde hij met je hoe dit, die een dochter was van de hetieten bij Erie. En met was zei, maat een dochter van de hetiet Elon. Ze waren een bron van voordurende ergenis voor Isak en Rebecca. Dus heb je net dat verhaal gehad, waarbij dus er een vredesame relatie ontstaat met de bewoners van het land, maar waarbij tegelijk er afstand wordt gehouden en wat doet E zou, die gaat haar weer ruw mee om. Die snapt niet welke kostbare zegende de klan van Isak met zich mederaard en die trouwt gewoon met inwoners van het land. En dat zorgt bij zo'n wel Isak als er een bekker. Ja, dat was dat toch een polariteit, zijde 1 trekt meer aan op E zouden, de ander op meer op Jakob. Maar dit is toch wel een bron van ergenis van bij. - Zij is gezend, ja. Opmerkelijk, maar goed, dus blijkt bij het belangrijk voor ons als les is dat we dit weten. En dan gaan we eigenlijk weer terug naar het hoofdvrouw, E zouden, Jakob en Rebecca. Een blijkt, E zouden is inmiddels oud geworden en vreest zijn levends einde. En dan doet hij, denk ik, wat veel vaders in die tijd zouden doen. Namelijk, ik moet een zoon gaan zegenden. En wil help wel bewust, wil die de zegen die hij heeft gekregen van zijn vader en van God ook weer die wil die doorgeven aan een van zijn zonen. Ja. - En hij weet natuurlijk wat God tegen Rebecca heeft gezegd. Maar ja, hij heeft ook zo'n volkere. Dus zegt hij tegen E zou, jo, ga eens jaren, maak iets lekkers voor me klaar. Dan zal ik je zegenen. - Ja. En ja, blijkbaar, hoort er Rebecca dat? Ja, Rebecca hoort dat. En die wilden dan een kerstokje voor steken. Ja, die heeft misschien ook die woorden en nog van God in de achterhoofd van de heenzalde handen diner. En ze heeft natuurlijk een sterkervorker voor Jakob, dat weten we. En ze zegt ook tegen Jakob dat hij zich moet voordoen, eigenlijk als E zou, en zo die zegen te stelen. Zij zrijft, doe jij nu precies wat ik zeg mij zo'n, ga naar de kudden en zoekt twee mooie bokjes voor me uit. Dan bereid ik een gerecht, zoals je vader dat het liefst heeft. En daarna breng jij ze je vader te eten. En dan zal hij jou voor zijn dood zegenen. Jakob zet tegen zijn moeder Rebecca, maar mijn broer E zou is helemaal behaard, terwijl ik juist de glade huidt heb. Misschien wil vader me aanraken, dat zal hem een bedrieger vinden en breng ik een vloek over me in plaats van een zegen. Maar zijn moeder zei, die vloek moet mij dan maar treffen, mij zo'n. Toen nu wat ik zeg, en ga die bokjes voor me halen. Ja, ja, hier wordt het grote bedroog gezet. Het grote bedroog wordt hier opgezet, dus Isaac, die zegt tegen E zou, schiet iets. Slaag het, maak het klaar zo ook het liefste, heb ze een keer de naken aan zegenen en Rebecca denkt "Oké, die is wel even weg, dit is onze kans." En ja, ze doet een voorstel. Ja, ik op sputt het een beetje tegen, maar vooral om door op de risico's te mijgen, hij zegt niet van, sorry. Maar we kunnen, Isaac natuurlijk niet bedriegen, dat kan niet. Hij is wel blind. Hij denkt alleen van, hij gaat mij er kennen, want ik heb niet zo'n. En als het fout gaat, dan draag ik de gevolgen wel. Ja, dat is gewoon een sleuwplan, of eigenlijk gewoon de bedroog van Rebecca en Jacob hier. En zo hebben we vorgenomen, zo doen ze net. Dus hier wordt opnieuw, ja, hier wordt echt Jacob als bedrieger, iemand die iets voorspiegelt, maar ondertussen is het anders. Ja, hij maakt ze naam hier wel heel erg waard. Toen ik dit ook, ik ken dit verhaal natuurlijk wel van tevoren, weet ik, van een case, nemen hem in de maalingen, met de juit, van een grijptebokje, doet hij over z'n armen en lijkt die jaren, en zo. En hij krijgt hij zo'n liefde aan van. -Ja, van ESA. Dus zo, leidt hij zijn vader om de tuin, zeg maar, dat wist ik wel. Maar het is eigenlijk nog keeler, vond ik. Toen ik het las, want hij ligt gewoon keihard, hè. Maar Jacob zeg gewoon tegen "Zo'n vader, ik ben ESA, u eerst geboren zoon." ESA, die hoort een stem en die vertrouwde het niet helemaal. Maar ja, daarna gaat hij toch eigenlijk meer af op z'n tas zien en op z'n geur, dan op wat hij hoort. Hij hoort eigenlijk nu de stem van Jacob en hij gaat dus ook niet af op wat God, wat hij heeft gehoord van wat God tegen Rebecca heeft gezegd, ja goed. Dan kun je een hele preek aan ophang, hè, over luister je nou wat God heeft gezegd, of ga je met je tas in een reukzin door deze wereld omrachtig te komen wat het beste is, wat is voor jou het helderste, de helderste boodschap in je leven, ja. Een voor voor ESA is het hier duidelijk. Hij denkt gewoon dat zijn ervaring, ja, niet bedriecht. Ja, maar hij heeft wel voor moeders, want hij vraagt er nou nog eens. -Echte moeders, hij vraagt er nou. Dat is mijn zoon ESA, en er zegt hij Jacob, ja, echt, dat vind ik zo'n eiskout, hè, het is gewoon echt roekenloos. Liegen tegen zijn vader op een moment dat hij lijkt te sterven, ik zeg de nadruk op lijkt, maar dat is het makkelater nog wel aan het verhaal. En hij zal. -Ja, laat die hoe oud zo die hier geweest zijn, weet je, in de 80, 90? Dus al die staren hebben gehad, zo iets zullen het wel zijn? Hij dacht het einde naden. -Ja. Nou ja, en dan volgt de Segen, hè, van ESA, voor Jacob het einde. Rachtige Segen, poes, schitteren, poetisch geformuleerd. De geur van mijn zoon is de geur van het veld, het veld dat de heer heeft gezegend. God geven je dao uit de heemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van graan en wijn. En dus dit is niet meestbrotami en ingipte. Dit is een land wat het moet hebben van dao en van regen. Het land kan aan volken zullen je dienen, nazis, zich voor je buig, je zult heer zijn over je broers, je ook de nakomelingen, natuurlijk. De andere volken die uit ESA voortselen komen. Je moeders zonen buigen voor jou, vervloekt, wie jou vervloekt, gezegend, wie jou zegend. Het is een andere termen weer verpakt, de Segen en de belofte aan Abraham. Ja, intussen is ESA al het jagen en dit gebeurt, dan denkt ESA, ik heb per gejaagd. Ik heb mijn wild geschoten, ik ga de Segen op halen. Ik ga de Segen op halen en wat dan zo opvallend is, dan komt hij daar binnen. En dan zegt ESA wie ben je, wie ben je? Dus je ziet in de formulering een vers 18, toen Jacob binnenkwam, was het wie ben je mijn zoon? Dus die nauwe relatie. En nu is het wie ben je, tegen Will en Dank. Zie je hier hoe de vertellen laat zien, hoe groot de afstand in eens geworden is, tussen ESA en zijn geliefde zoon ESA. Ja, en ESA regert dan, ik ben het, ESA, u zoon, u eerst geborenen. Dat staat de toensrok ESA keven en zij, bij wie was het dan, die mij net een stuk wild heeft gebracht, dat hij geschoten had. Ik heb er van gegeten voor dat jij kwam en ik heb hem gezegd en die Segen zal op hem blijven rusten. Dus toch wel gek he, dat dan, wie was het dan? Ja, natuurlijk weet ESA, dat. Dus ik vind ook hier dat het is net als of ESA, het erger wat er is gebeurd, niet durft te benoemen. Namelijk dat, eh, je zou zeggen een verantwoordelijke vader die zou zeggen, eh, wat nu? Ik kom er nu achter dat je broer je heeft bedroog, nee, hij, hij, wie, wie was het dan bijna een beetje in vervaring, maar ja, hij moet het geweten hebben. Dus wie mag uiteindelijk in bewoordingen onder woorden brengen dat Jaak op hier ESA, ESA moet dat doen, he? Hij slaakte een wilde van hopige kreten, hij smekte zijn vader, Segen mij, Segen ook mij vader. Maar ESA-kantwoordelijke broer is, we komen bedriegen en heeft jou je Segen ontnomen. Niet voor niets, heet hij Jaak op, zegt ESA. Hij heeft me nu al twee keer beter genomen, eerst heeft hij me, eerst geboord, recht afgenomen en nu ook nog mijn Segen. Heb je dan geen Segen meer overvond mij en ESA-kantwoorden? Ik heb hem heer en meester over je gemaakt, hem al zijn broer zoals die naag even hem voorzien van graan. En wij, wat zou ik voor jou nog kunnen doen mij in zo'n, nu wel, hier heb je dat mij in zo'n. Heb je dan maar één Segen vader, vroeg ESA hem Segen, Segen ook mij vader. En hij barste in Tranan uit. Ja, dat is toch dramatisch. Ja, dat is eigenlijk wel zielig, he, dat is gewoon iemand die minder slim was en gewoon in de maalingen is genomen eigenlijk. Toch ja, dat is een beetje de indruk die ik heb. Als hij is bedroog, hij is bedroog, hij is regertrapt. Ja, en hij krijgt dat daarin gewoon iets wat, nou ja, Segen kan niet doen, het is bijna meer. Ja, het is omgekeerd, he. Ver weg van de vette grond, zul je woon, een ver weg van de heemelse dao. Je zal het leven van je zwaard en diens waar zijn in je broer, maar heb je je hem al losgerukt. Dan werp je zijn juk van je nek. Goed, dat zit dus wel perspectief in de maak, het is wel, het is, het past ergens ook wel weer bij die onbehouwe ESA. Ja, ja, maar je is zo het leven van je zwaard, dat past beter bij ESA dan bij Jaak op, zou je kunnen zeggen. Maar ja, het is een eerder een vloek dan een soort segen, maar goed te zitten daarin ik wel iets van perspectief in. Want als je je eenmaal hebt losgerukt van je broer eigenlijk, dan werp je zijn juk van je nek. Nou ja, we gaan het allemaal nog, het zijn ook veel soort veruitwijzingen, en natuurlijk die we hier tegenkomen. En je ziet dan ook, ESA-eraaklogische wijze verbittert over wat er gebeurt, is de staat. Van toen af haten ESA als zijn broer, omdat zijn vader hem had gezegend. En als zij bij zichzelf, het duur niet lang meer of de dagen van de rauw om mijn vader breken aan. En dan vermord ik Jaak op. Ja. De zijd ziet van ik wacht eerst dat mijn vader overleid en dan ga ik Jaak op vermorden. Ja, en wat je dan ziet, dat ziet u vaak, he, bij stel dat ouders verdeeld zijn. En gezin is heel erg verdeeld en er gebeurt in dat gezin iets erg's. Wat doen ouders dan? Die kunnen met elkaar ruzie gaan maken. Wat je ook kunt doen, is een gemeenschappelijk punt vinden waarop je elkaar vindt. Dus wat er bek aan u doet, is eerst Jaak op waarschuwen. Je broer wil je vermorden. Je broer wil je vermorden wegwezen. Hier gaan we naar mijn broer laben. Ja, en dan moeten Rebecca en ESA weer met elkaar gaan praten over wat er gebeurt is. En wat doen ze dan? Dan hun gemeenschappelijke bondje wordt de ergenis over ESA, ESA en zijn verschrikkelijke vrouwen. En dat moet Jaak op natuurlijk niet overkomen, dus dat Jaak op iets anders moet doen dan ESA En dat die bij de ospronkelijke klan een vrouw moet gaan halen en niet hierin kan aan. Ja, dat wordt een soort. Dat goed, dat is zo, maar dat wordt een soort deckmantel voor wat er gebeurt is. Ja, ja. Zeg je het af, eigenlijk, op het hetitische, zeg je dat zo? Ja, het hetitische vrouw van ESA. Ja, en Jaak op gaat het op de vluchten. Die wordt dan eigenlijk op aarder van zijn moeder gestuurd naar laben, zijn oom. De broer dus van Rebecca? Ja, precies, dus dan gaat hij op weg, dat lees we over in het volgende hoofdstuk. Maar wat er dan ook zo apart is dat ESA dan, dat wordt er nog even genoteerd, dat ESA dan. Ja, die ergenis bij zijn oude ziet en denkt, oké, laat ik ook maar met familietrouw en het trouwt die met een dochter van Isma el. Dat is dubb dichterbij, hè? Ja. Ja, die is bijna als bijna een soort herhaling van. Goudere zoon van Abracht is nou, eigenlijk bij die verwekst als bij haar. Ja, ja. Dus dat is dichterbij, bijna als een soort groetmaketje en bijna als een soort nieuwe vraag weer. Ja, geven we dan toch nog een segen. Ja, ja. Maar ja, dat gaat niet komen, Jaak op een vlucht. Ja, en er valt die onderweg in slaap. Die moet natuurlijk weer slapen, hè. Je aan het vlucht te bent, dat is niet niks. En die slaap, dat is een, ja, je zou kunnen zeggen, een wereldperoende slaap geworden. Dat is een allemaal beelden, kunst en vertellingen uitvoortgekomen. Ja, het is eigenlijk een, dat is een passage in in ingenisers 28 van af vers, van af vers tien. Jaak op vlie dus berssebaar en ging op weg naar garen, op zijn tocht kwam hij op een plaats. En dan lees je diverse en in, daar staat. In september staat drie keer daar het woord plaats, dus belijkbaar is die plaats een heel bijzondere plaats. Hij, hij, hij gaat daar rusten. Hij ligt een steen onder z'n hoofd en dan droomt hij. Een droomt die dat er boodschappers van God op een ladder of op treedend van de heemel of naar de heemel toe. En wie je terugkomen. Dus belijkbaar zijn niet er al. Dat is een plek van God. Hij zag een landen die op de aarde stond, een heem dat tot in de heemel rijkte en daar lang zag hij God's boodschappers of engelen omhoog gaan een afdalen. Ook zag hij de heer bij zich staan die zij en het dus naast hem. Dit is een mooi moment, he. Want Jaakop weet die belofte, ja, misschien is hij dan ergens toch voor mij. Maar hij heeft een eerst afgetrocht met dat portlinse, daarna heeft hij een met dat bedroog, heeft hij ervoor gezorgd dat hij die zeering kreeg. Maar ja, of de God van Abraham en Isaac ook werkelijk echt persoonlijk zijn God is, dat is nog steeds in het ongewissen. En hier krijgt hij dat werkelijk die beloft, en God staat naast hem. En hij zegt, ik ben de heerde God van je voorvader Abraham, de God van Isaac, het land voor op je nu ligt te slapen, zal ik jou en je nakomelingen geven. Je zult zo van nakomelingen krijgen als stof op de aarde, denken we aan het zand op het strand en waar Abraham is beloft. Je gebied zal zich uitbreiden naar het west en het oosten het noord en zuiden. En dan komt weer in jou zullen alle volken op aarde gezegd worden, weer een echo van de zegen van Abraham en Isaac 12. Ik sta je tezijd, ik zal je overal beschermen. Nou, dat heeft hij hier ook wel nodig, hè. Want hij heeft wel eens waar de zegen gijat, maar ondertussen heeft hij helemaal niets meer. Nee, hij is in zijn eentje gevlucht. Hij is in zijn eentje gevlucht, natuurlijk super kwetsbaar in die tijd. Het is heel kwetsbaar, normaal, je gaat op je eeds, als je gaat op je kan melen, je hebt een S-korte, hij gaat te voet. Ja, met een staf en verder en heeft hij niks. Heel gevaarlijk ook natuurlijk niet alleen qua wat je kan tegenkomen, maar misschien ook wat je niet kan tegenkomen, namelijk eten en drinken. Dus het is een hele kwetsbare positie waar hij in zit en waar hij dit dan meemaakt, en dat moet hem zoveel moed en vertrouwen geven. En hij noemt die plek dus ook bedl en de huis van God heeft, God is daar, God is daar geweest, hij is daar aanwezig, dat heeft hij zelf ervaren. Rigt die systeen op, waar hij ze hoofd had gelegd, gehoord je een beetje olie overheemers, die steen die glansst. Als een teken en een representatie van God's aanwezigheid daar, dat is interessant, dat in de middenbronstijd in Kanaan, dan wordt zo massaver, wordt zo'n staande steen genoemd vaker zien. Als een niet als een beeld, maar als een teken van God's aanwezigheid, dat de aardsvaders gewoon gebruik maken van die manier van God vereren, maar hier heeft dat iets heel persoonlux. Dat de God van Abraham en Isaac zich aan hem heeft geopendbaar, ja, en dat wordt in de bijbel, is dat gewoon een belangrijk motief stairway to heaven, he? Ja, ja, ja, ja. Ja, dat is een spreek dat verbielding, dat beeld. Je komt er ook een nieuwe testament tegen, volgens mij, Johanna Zeen, uitspraak van Jezus, waarin hij zegt, werkelijk, ik verzeker jullie, zij Jezus. Jullie zullen de heemo geopend zien en de Engelen van God zien om maar hooggaan en neerdale naar de mensen zo. Dus dat beeld van Engelen, die naar de heemo op klimen, zeg maar, en neerdale. Dat is heel mooi, he? - Ja, dat is heel belangrijk. Een nieuwe testament dat hier de plaats, en laten we dat plaatsderen, die heren verkiezen zal worden. Je ruzielemde tempo, ja, wie is de tempo die God in, wie is de nieuwe plek waar je moet zijn om God te ontmoeten? Die is God met ons. - Ja. Dat is Jezus zelf. Dus dat in dat motif in Johanna's een van dat God zich tastbaar heeft gemaakt, zelf aanwezig is, op aarde in zijn zo'n Jezus Christus. En het is dus niet meer die plek volgens Johanna's een, maar het is de mensen zo, die die doel is van die. - Ze zijn zelf. Ja, Engelen van God zien om hooggaan en neerdale naar de mensen zo. Ja, ik kon die speelt, ik kon die ze na, maar eigenlijk ook hebben bedoelden, je struikelt over de scholen en kerken en zo, die zo genoemd worden in krisseling Nederland. Ook in de bijbel zelf kom je natuurlijk ook nog later tegen, en andere bijbelboekereachters koningen noemen op. Ja, bedsel blijft natuurlijk als plek van de aansvaders, waar God zich even laten zien, enorm belangrijk. Je ziet dan ook dat als het rijk schuurt, he? Dus dat komt terug in de bokrechtens op verschillende manieren in Samuel ook en er eigenlijk in de bokkoningen, he? Ja, als dan de tempo in Jerusalem is opgericht en het rijk schuurt, dan denken ze in het noorden, ja, waar zullen we één van onze staatsheilig tommen ingerichten? Nou, de afdeling over de koningen, he? - Ja. Dat is in bedel. - Bedel, ja. Is snapt het ook. Als je denkt dat dit de plek waar Engelen. - Ja, daar is God zelf. Ja. - Ja, dat is allemaal prachtig natuurlijk, dit beeld. Ja, ik op maak er iets moois mee, maar hij was natuurlijk op de vlucht, dan moet we lietvergeten. Naar zijn om laban in het oosten, zou je kunnen zeggen. En nu komt het natuurlijk iets belangrijk, hij liept als een kwetsbare vluchteling in zijn eentje een beetje door die kontrijden. En dan komt hij bij een put en het weet je ook in het oud-estement, als je bij een put komt, dan gebeurt er vaak iets. Het is konische zin, he? Als er een man bij een put komt. En daar zijn kudden. En daar is ook een meisje. Ja, dan weet de laser dat er een huelijk opkomst is. Alleen, kijk, dit is weer zo'n ego, he? Denk aan de knecht eliezer van Abram, die naar Haran ging, naar die klant van zijn de broer van Abram, van Naur, en dat hij dan daar Rebecca treft. Nou, Rebecca is dan de powerhouse die put even drinken voor 10 doors te gekameelen, die door de woestijn zijn getrokken. Dan ben je wel even bezig. Hier hebben we net zo'n powerhouse. Jaak op. Die komt hier bij de put en die ontmoet naar de kudden. En dan zien we ook een soort karaktertrek weer van Jaak op. Die komt er in discussie met die herders. Die zegt, ja, als je zo'n midden op de dag stelde dat je nu die kudden te drinken geeft, dan kun je ze daarna nog weer even. Je kunt echt goed zorgen, je kunt zorgen dat die kudden goed groeit en gezond blijft, als je ze twee keer op de dag gaat wijden. Maar nee, als midden op de dag, die kudden bij die put zijn geweest blijven ze net zo lang met ze alle wachten tot dat er iemand komt dat ze die steender af kunnen halen. En dat ze met ze alle te drinken kunnen krijgen. Ja, en hier blijkt de Jaak op toch een zo'n van zijn moeders, die man is sterk. Ja, hij had gewoon die put van dat deksel. Alleen. Ja, dat meisje is in dit geval niet rebekkend, omdat ze moeder, nee, dit is een dochter van de broer van rebekkend, van laben, namelijk raagel. En die moeite en die zwaare steen, omdat de verwijderen, die staat ergens wel simpel voor de enorme moeite die Jaak op moet doen. Om dit meisje te trouwen en ook met haar nages lachten krijgen, dat gaat niet gemakkelijk. Ah, dat is ook weer een soort typo, maar je kan ook naar. Ja, ja. En hij is heel blij, dat hij een tegenkomt is. Hij is heel blij dat hij een steed komt. Hij ontmoet raagel, hij kust daar en moet huilen. Hij denkt, "Ik heb ze gevonden." Ja. En dan zeker als je als laser een beetje bekend bent, bent de kontext die hij nu schets, want als je bij een waterput komt, dan moet je altijd je hoog openhouden, zeker als een man in een vrouw in het spel zijn. Want ja, blijkt ook heel snel dat raagel is de vrouw van zijn dromen. En de zoveelde altijd, denk ik, ook luisterij zijn, die denken hurm, maar het is ook familie. Ja, dit was een andere tijd, een stammenzameleving, dan ging het allemaal net even wat anders. Dat trouwt hier wat sneller met de nicht of zo. Ja, het is voor ons onverstaanbaar, maar toen niet. En hij denkt, "Dit zou wel eens kunnen zijn." Zeker, maar er is natuurlijk wel één probleem. En dat is, dat toen Eliés er, de knechte kwam. De knechte van Abraham, die bij die put kwam, kwam hier met 10 kamelen beladen met geschenken. Dus de raagel die gaat naar huis en die verteld aan haar vader, dat er nu weer een familie lid bij de put is. En je ziet laban bijna al glunderen van de rijken. Kom maar. En wat treft hij aan? Een armoessair die helemaal niks heeft. Dus dan staat er ja kop vertelde alles wat er was gebeurd. En dan staat er erna van, dat hij een maand bleef en daarna pas zegt, ja, het is ongetraaid in MBC, maar daarna pas zegt hij, "Ja, je bent benen van mijn gebeenten. Je bent familie, je mag blijven. Oké, je hoort erbij." Maar daar zit ook iets, ja, ik lees daar toch ook iets van afstandelijkheid en teleurstelling in. Ja, maar hij staat eerst dat hij op afreend en om helst en kust, ja. Maar goed, daarna hoort hij pas te geschieden als. Daarna hoort hij wat er wel hoeft te hoort de voorkeens heel, ja. Dus dat is wel een probleem hier, ja, dus die pate familie als die denkt wat nu. Kijk, Rebecca werd gewoon onmiddellijk meegegeven. En hij was geen keer, maar hoe zo? Heb jij niks te geven dan? Nou, dan moet hij er maar voor werken. En ook dat is iets wat wij kunnen horen, Rebecca werd gewoon meegegeven, ja, dat was ook. Nou, die werd om geen metaanhaar gevraagd van wat wil jij. Ja, oké, ja. En er zijn ze neemd dan, dan wil ik eigenlijk al direct ook mee. Ja, precies. En die moest laben toch even slikken, denk ik, van nou, oké. Ik heb een trefijke familie litten, een arme vluchteling, eigenlijk. Ja, ik op weet altijd wel, of weer wat die van plan is, of wat die wil doen, hè. Dat is de gat dat daarna denken en planen aan het maken. En die stelt dan ook gewoon de vraag aan laben. Ik wil wel met haar goed houden. Ik wil de hand van jouw dochter. Ja, en laben, die denkt ook, oké, prima. Ga maar de voorwerken, zeven jaar. Ja, en dat staat er nog iets bij, hè. Nu had laben twee dochters. Daar houdt steten Lea, die jongste raagel. En dat staat er over Lea. Lea's ogen hadden geen glans. Maar raagel was mooi en adreckelijk. Ja, en dat wordt dan soort context te geven in de bijbel, wat je als lezerblijkbaar wil moeten weten. En ja, ik moet er dus zeven jaar werken voor raagel. Ja, dat is natuurlijk ook onmerkelijk. Maar dat is blijkbaar omdat hij geen bruidsgrat had. Ja, zeker tegen de achtergrond van het spiegelverhaal over eliezer en Rebecca. Dan ja, het is afstandelijk. Dus het zegt ook iets over laben. Dat hij denkt, ja, dit is gewoon een goede arbeidskracht. Die heeft ook verstand van hoe je feen moet houden. Maar ja, hij wordt niet helemaal hartelijk welkomgeet in een familie. Hij moet er echt iets voor doen. Zeven jaar werken, maar dit schild voor Jacob voelde het als een paar dagen zoveel hieltrij van raagel. Dat is wel een stukje. - Dat is fantastisch. Ja, zeker. Hij is zo blij dat hij met haar mag trouwen, dat hij die toestemming heeft dat. Die zeven jaar gelukkig. - Ja, dat doet hij met liefde. Het is wel mooi, want soms heb je het idee dat je aan die tijd liefde en hulijk. Dat is alleen maar een zaak van familie, van eer, van handel. Ja, dat is toch geen jaarkoopverhalen niet zo, want je. Nee, dat zullen we verderop ook nog wel zien. Maar eerder ook het liefkoze van Isaac met Rebecca. Ja, zelfs in het openbaar blijkbaar. Ja, ja, ja. - Ja, ja. Nee, het komen wel degelijk hier ook gevoelens en plezier bij te pass. Liefde, romantiek. - Ja. Ja, de zeven jaar vlogen voorbij en het grote feest is aanstaanden. En dan zeggen Jacob dat we weer vrijzakelijk toch tegen zijn omlaban. De termijn is om. Geef me nu mijn vrouw, ik wil mij trouwst slapen. Hij is toch wat doelgericht, hè? - Ja. En dit is toch echt ook wel in de formulering. De Jacob, die wat hij wil, hij ziet het als een transactie. Hij ziet dingen als een transactie. - Ja, ja, ja. En hij onderhandelt met mens, hij onderhandelt met God. Hij wilde dingen naar zich toe halen, twee keer dat bedroog. En nu is het de afspraak zelf. Maar het is ook in de formulering dat je denkt, ja, je laat je zelf wel kennen. Ja, nee, klopt. Ja, het is. Had dat niet anders gekund. Maar goed, ja, zo gaat het dan een blijkbaar. En dan is het huelijks feest. En zoals dat dan vaak gaat, dan huelijks feest komt er ook een huelijksnacht. Ja, op slaapd met haar staat ze dan ook. Maar het was nog wel een verrassing wat hem de volgende ochtend stond te wachten. Kunnen we zeggen. En zie het was Lea. - Ja. Ja, dat is ongelofelijk. Ja. Het is blijkt me zo gearangeerd allemaal dat. En hier zie je toch de laban die ook in die onderhandelingsmoders nog steeds zit. Er is geen band van vertrouwen, Lea, die gewoon een raagal, die een speelbal worden van hun vaders' policy. En het is allemaal zo gearangeerd dat Jaak op Snacht niet door kan hebben dat het. Ja, dat is zo'n vervragen, dan denk ik ook hoe wij daar nou niet door hebben. Maar we zoals die dronken, of is er voor het geslijgerde toestand of zo, dat je met allemaal niet ziet, ik weet het niet. Maar goed, daar geeft het verhaal geen antwoord op. Het is. Het waar het omgaat is en zie het was Lea. Ja, dus zo was. - Dat werd driegen gezegd, die was minder mooi. Dat haar ogen niet glanzen. - Ja. De bedrieger bedroog. - Ja, dat is wat het is. Dat is wat het is, he. Jaak op krijgt hier een koekje van eigen deg. Hij bars niet in Trana uit zoals Ezo, maar hij is wel diep diep te leuk gesteld. En wat moet dat voor Lea betekent? - Nou, waarin het zeggen. Ongelofelijk. - En woi je door je vader als een soort pion op beschaak wordt in gezet. En laban. - Sorry, jongen. Het is niet hier de gewoonte om de jongste voor de oudste uit te huwelijk. Had je ook gelijk kunnen zeggen, zeven jaar geleden het laban? Ongelofelijk. - Ja. Hij heeft hem echt bedroog, hij heeft hem op ze jaakkoops in de maal niet gedaan, eigenlijk. Ja, het diep triest, het is hoe het verteld is, is het ook bijna sort klucht. Je denkt, wat een bizarre plotwending is dit. - Ja, de GTST, een goeie tijdenslegd tijdens uit te denken, "Wah, dit is teheftig, niet doen we niet, maar in de bibles staat het wel." Ja, ik ben benieuwd hoe het verder gaat. - Ik ook. En ik denk dat we het toch in een volgende aflevering moeten doen, Kurt? - Ja. Het is toch weer te veel, te interessant om er zo even doorheen te ruizen in een mort. Het is natuurlijk van jaakkoop met lea, dat is een heel verhaal. En daar moeten we toch even rustig aandacht aan besteden en alles wat daarna komt. Ja, de worsteling krijgen we natuurlijk nog. Dus we houden het bij de kliefhanger van de bedriegen boekend. We houden het verder met jaakkoop in E-Zou. - Ja. Ja, dat gaan we allemaal nog ogen. Dat zijn nu altijd heel veel luisteraarsie denken. Alloo, ik lees gewoon de vijf hoor. Ik weet best hoe het verder gaat. Maar toch, het is, als je zo door het verhaal wandelt, toch altijd weer anders en hoor je toch tijdens de nieuwe dingen. Ik hoop dat dat voor de luisteraars ook geldt. En dan hopen wij jou, in de volgende week. Wiet de treffen natuurlijk koert, gaan we verder hiermee in de luisteraar. Hopelijk luister je mee naar deel twee van de wondelijke verhaal van jaakkoop. Want dat kunnen we al zeggen toch, Kurt? Zeker. - De wondelijke plotwendingen die zullen ons nog aangezegd worden. Dat is precies. - Dankjewel koert. En tot volgende week. Bedankt voor het luisteren naar dit is de Bijbel. Denk je nou met deze podcast kan ik mijn vriend Sus of Collega verder helpen. Deel deze podcast dan. En om meer mensen te kunnen bereiken, helpt het als je een beoordeling achterlaat in je podcastapp of als je een berichtplaats op Twitter, Instagram of Facebook. En op de website van dit de Bijbel kun je bij elke aflevering gesprekst vragen downloaden, zodat je met anderen bijvoorbeeld op je studentvereniging of in de kerk kan doorpraten over wat je gehoord hebt. Dit is de Bijbel is een podcast van de EO, ISETB en MPO luister. En is een spin-off van de Bijbelpodcast Eerst dit. En alke zaterdag kan je nieuwe aflevering beluisteren in je favoriete podcastapp en in de app van Eerst dit, die je vindt, in de appstore. Tot volgende week. Rooy!
Podcast Summary
Key Points:
De podcast bespreekt het bijbelverhaal van Jakob, met aandacht voor zijn complexe karakter, bedrog, en zijn goddelijke uitverkiezing.
Er wordt ingegaan op de literaire rijkdom en vertelkunst van het verhaal, inclusief herhalende patronen, woordspelingen en parallellen met andere aartsvaders.
De rivaliteit tussen Jakob en zijn tweelingbroer Ezau wordt uitgediept, evenals de rol van vrouwen zoals Rebekka, Rachel en Lea.
De theologische betekenis wordt benadrukt
Summary:
De podcastaflevering van "Dit is de Bijbel" behandelt het verhaal van Jakob, een van de aartsvaders uit het Oude Testament. Theoloog Koert van Bekkum bespreekt met presentator David Boogert hoe dit verhaal, ondanks zijn elementen van bedrog, seksuele escapades en rivaliteit, uiteindelijk gaat over goddelijke uitverkiezing. Jakob wordt door God verkozen om de drager te zijn van de belofte aan Abraham, ook al is hij moreel ambivalent.
De analyse benadrukt de literaire kwaliteiten van de tekst, zoals de zorgvuldige opbouw, herhalende motieven (bijvoorbeeld onvruchtbaarheid bij de aartsmoeders) en woordspelingen. De rivaliteit tussen Jakob en zijn broer Ezau wordt uitgebreid behandeld, vanaf hun geboorte tot de verkoop van het eerstgeboorterecht voor een linzensoep. Vrouwelijke personages zoals Rebekka, Rachel en Lea spelen een cruciale rol in de plot.
De podcast concludeert dat het verhaal van Jakob, met al zijn complexiteit en menselijkheid, fundamenteel is voor het begrip van de Bijbelse boodschap over genade en goddelijke belofte.
FAQs
De podcast neemt je mee in de fascinerende wereld van de Bijbel, met elke aflevering een gesprek tussen presentator David Bogert en een expert over de mooie, moeilijke en merkwaardige kanten van het boek.
De gast is theoloog Koert van Beckham, en het thema is het Bijbelverhaal van Jakob, dat vol zit met bedrog, seksuele escapades en magische elementen, maar waarin Jakob uiteindelijk door God wordt verkozen.
Hiëronymus was een belangrijke Bijbelvertaler van de Vulgaat, en volgens hem was Bijbellezen een daad van liefde en tederheid, wat aansluit bij de diepgaande benadering van de podcast.
Vrouwen spelen een grote rol, zoals Rebecca, die al voor de geboorte van Jakob en Ezau een rol speelt, en Lea en Rachel, de dochters van Laban, die een dominante positie innemen in het verhaal.
Jakob en Ezau zijn een tweeling die al in de baarmoeder strijden. Ezau wordt eerst geboren, maar Jakob houdt hem bij de hiel vast, wat symboliseert dat hij het eerstgeboorterecht wil hebben, wat later tot conflicten leidt.
Ezau komt uitgeput thuis van het jagen en heeft zo'n honger dat hij zijn eerstgeboorterecht verkoopt aan Jakob in ruil voor brood en linzensoep, wat zijn kortzichtigheid en Jakobs sluwheid benadrukt.
Chat with AI
Loading...
Pro features
Go deeper with this episode
Unlock creator-grade tools that turn any transcript into show notes and subtitle files.